CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 behorende bij 21bb017 over Zomercampus010 Evaluatie en een blik op de toekomst

Gemeenteraad 18 maart 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 31. Zomercampus 010.26.091 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

22

Sardes, december 2020

welzijnspartners die met veel aanbieders samenwerken, was het prettig om een gebiedscoördinator te hebben in de voorbereiding. Daarmee konden zij afstemmen wat er in elke wijk plaatsvond. Of dit in elke wijk zo was, is niet duidelijk geworden uit de interviews. Wel zijn er grote verschillen tussen wijken, afhankelijk van de coördinatiestructuur in de wijk. Aanbieders po In het po zijn er veel aanbieders op het gebied van sport, cultuur, milieu etc. betrokken geweest bij de Zomercampus010. Niet allemaal hebben ze een rol gespeeld in de voorbereiding. Van veel aanbieders horen we dat het erg lang duurde voordat zij wisten waar ze aan toe waren. ‘Het duurde lang voordat we aan slag konden. De Stichting Zomercampus Rotterdam was heel druk met het werven van kinderen, maar het programma kwam niet van de grond’, zegt een van hen. Omdat het programma zo lang onduidelijk was, konden de aanbieders hun aanbod ook niet goed voorbereiden. Ook was het vaak lang onduidelijk welke locaties gebruikt zouden worden, waardoor het programma niet goed voorbereid kon worden. Voor één van de partijen, namelijk Vakmanstad, heeft de keuze van de locaties voor het po ertoe geleid om zich terug te trekken, omdat de faciliteiten die nodig waren om de kwaliteit van het programma te garanderen niet aanwezig waren en geen gebruik is gemaakt van de door hem aangeboden locaties.

Aanbieders vo De aanbieders in het vo waren deels dezelfde als de ontwikkelaars en deels bestaande organisaties en éénpitters die workshops/activiteiten verzorgden. In het vo valt het op dat vrijwel alle aanbieders een eigen programma hebben ontwikkeld, zonder hierbij veel samen te werken met anderen. Uitvoerders: leraren en mentoren Voor het werven van de professionals die het programma uitvoerden, heeft de Stichting Zomercampus Rotterdam gekozen voor drie partijen: uitzendbureau Daan (leraren po), Meester Rembrandt (leraren vmbo) en Leren voor de Toekomst (mentoren). Lyceo werkte met de eigen professionals. Tegelijkertijd waren al contacten gelegd en van verschillende kanten organisaties en mensen voor de uitvoering benaderd door anderen, zoals de gemeente en Vakmanstad. Daar is geen gebruik van gemaakt en dat is de Stichting Zomercampus Rotterdam niet altijd in dank afgenomen: ‘De door Vakmanstad geworven docenten zijn zzp’ers die tijd hadden gereserveerd, maar die zijn niet ingezet en hebben dus niet kunnen werken in die periode.’ En: ‘Van onze school hebben een leerkracht, een onderwijsassistent en de conciërge hun diensten aangeboden, maar ze hebben nooit iets gehoord’ aldus een schooldirecteur. De geïnterviewde leraren kregen als voorbereiding onder andere een webinar aangeboden.

Ook kregen zij het weekend voor de start de benodigde spullen opgestuurd, wat zij erg laat vonden. De geïnterviewde havo/vwo-mentoren waren niet voldoende voorbereid: ‘Ze kregen een globale opzet van de dag, maar geen draaiboek of handleiding en moesten zoeken naar hun rol en taken.’ Een ander vertelt: ‘Het was pas laat bekend dat de challenges doorgingen. Ik kreeg een challenge in het vakgebied van mijn studie, dus dat was erg leuk. Mensen van The Next School vertelden via Zoom wat het inhield. Het was een webinar voor de hele groep, dus voor 14 mentoren, maar er kwamen er maar 4. Het was ook pas een dag van tevoren bekend. Je kon wel de opname terugkijken en dat is ook wel gebeurd.’ De vragen van mentoren tijdens de voorbereiding konden niet altijd beantwoord worden, omdat de informatie nog niet bekend was bij Leren voor de Toekomst (zoals: op welke locatie moet ik Rapportage evaluatie Zomercampus010

23

Sardes, december 2020

staan?). Een training die voorzien was voor de vmbo-mentoren ging door de coronamaatregelen niet door en aan de online voorbereiding deed slechts de helft van de mentoren mee. Wel hebben zij een instructieboekje ontvangen, maar in de interviews met de mentoren maken zij daar geen gewag van, dus het is de vraag of zij dat gelezen hebben. Bij het bestuderen van de materialen voor de krant voor het primair onderwijs leek het niveau erg hoog te liggen en er was veel leerstof te behandelen. Partners in de stad die niet hebben meegedaan aan de Zomercampus010 Er zijn verschillende partners in de stad, zoals SV Gio, Vakmanstad en Feyenoord, die aanvankelijk graag wilden meedoen, maar uiteindelijk, om verschillende redenen toch niet hebben geparticipeerd in de Zomercampus010. ‘Omdat de kwaliteit niet gewaarborgd kon worden hebben wij ons teruggetrokken’, vertelt een geïnterviewde van één van deze partijen. Voor een andere partij gold dat ze in de startblokken stonden, maar niks meer hebben gehoord van de Stichting Zomercampus Rotterdam. Soms is de overdracht tussen de gemeente en de stichting niet helemaal goed gegaan.

De genoemde partners betreuren het dat zij in de voorbereiding niet tot overeenstemming konden komen met de Stichting Zomercampus Rotterdam en de stichting ze niet tegemoet kon komen bijvoorbeeld waar het ging over doelen, programma en de mate van eigen inbreng daarin, de locatie en de professionals die het programma uitvoerden. De gemeente en Stichting Zomercampus Rotterdam hebben met twee van de drie partijen contact gehouden en besproken hoe dit in de toekomst beter kan gaan.

3.8 Communicatie en PR 3.8.1 Externe communicatie: bekendheid geven aan de Zomercampus010 De externe communicatie is tijdens de voorbereiding door zowel de gemeente als de Stichting Zomercampus Rotterdam uitgevoerd. ‘Er was al heel veel geregeld voor de communicatie. Dat is allemaal heel vlot gegaan en in een korte tijd lagen er al heel veel ideeën van de Stichting Zomercampus Rotterdam’, zo vertelt een medewerker van de gemeente. De samenwerking hierin tussen de Stichting Zomercampus Rotterdam en de gemeente beviel voor beide partijen goed. De Stichting Zomercampus Rotterdam heeft zelf extern gecommuniceerd door grote promotieposters in de stad te laten plaatsen en flyers uit te delen. Ook is er in verschillende mediakanalen aandacht geweest voor de Zomercampus010. De gemeente communiceerde daarnaast via haar eigen kanalen. In die gevallen leverde de Stichting Zomercampus Rotterdam de inhoud aan en publiceerde de gemeente dit. De afstemming tussen de gemeente en de stichting Zomercampus over het benaderen van pers ging in het begin niet vlekkeloos. Ook waren verschillende partners ontstemd dat zonder toestemming logo’s van hun organisaties zijn gebruikt in de promotie, ook als zij uiteindelijk niet meewerkten aan de Zomercampus010.

3.8.2 Interne communicatie: de partijen op de hoogte brengen en houden De communicatie door de stichting met alle partijen heeft te lijden gehad onder de korte voorbereidingstijd. Het overheersende gevoel is dat er veel moeite gedaan moest worden om informatie te verkrijgen, onder andere om een goede planning te kunnen maken. Vaak waren de kaders (locaties, rooster, docenten) lang onduidelijk en werd er laat over gecommuniceerd. ‘Maar Rapportage evaluatie Zomercampus010

24

Sardes, december 2020

ik heb hier wel begrip voor: er moest nou eenmaal snel iets neergezet worden’, zegt een van de uitvoerders. Toen de Zomercampus010 eenmaal gestart was, ging de communicatie beter. Veel geïnterviewden zijn positief over de inzet van de Stichting Zomercampus Rotterdam en het tempo waarin alles geregeld werd. ‘Ook al was het zonder duidelijke structuur van tevoren, de manier waarop continue werd ingezet op oplossingen voor problemen was top. Alles werd opgelost’, aldus een van de uitvoerders. Velen vonden de Stichting Zomercampus Rotterdam heel flexibel en wendbaar, anderen ervaarden die flexibiliteit als minder prettig, omdat ze niet van tevoren wisten waar ze aan toe waren. De manier van communiceren door de Stichting Zomercampus Rotterdam kwam daarnaast soms wat dwingend over, wat door sommige partijen als onprettig werd ervaren.

3.9 De werving van de deelnemers 3.9.1 In het primair onderwijs In het primair onderwijs zijn de kinderen in eerste instantie via de leerkracht of intern begeleider van de scholen geworven. De gemeente stelde samen met de schoolbesturen een lijst samen met scholen met een hoog percentage kinderen met een achterstand (schoolweging) en deze zijn benaderd door de Stichting Zomercampus Rotterdam. Later, toen de inschrijvingsperiode eigenlijk al achter de rug was, kwam er vanuit de organisatie ook nog een promotie. ‘Maar dat was meer mosterd na de maaltijd. En bovendien is een filmpje op Facebook geen goede methode, de ouders van de doelgroep hebben een persoonlijk en vertrouwenwekkende aanpak nodig’, vertelt een schooldirecteur. Het onderwijs heeft geprobeerd om ouders ‘bij het hek’ (ouders mochten de school immers niet in vanwege de coronamaatregelen) te informeren. De werving is daarmee heel erg afhankelijk geweest van de inzet van de scholen. ‘Omdat er voor de start nog zoveel onduidelijkheid was, was het moeilijk om kinderen, via hun ouders, vol overtuiging te werven’. Op veel vragen van ouders hadden scholen geen passende antwoorden. De promotie is daarnaast groots aangepakt op sociale media en in de stad. Er zijn ongeveer 25.000 flyers (met op de achterzijde een aanmeldformulier) verspreid door de hele stad Rotterdam.

Dit werkte erg goed, zo vertelt de Stichting Zomercampus Rotterdam ons. De stichting is daar tevreden over, maar het onderwijs veel minder, omdat ze een persoonlijke benadering veel effectiever vinden. De uiterlijke aanmelddatum is meerdere keren verlengd om aan zo veel mogelijk leerlingen de kans te geven mee te doen aan de Zomercampus010.

3.9.2 In het voortgezet onderwijs Vmbo Vanuit het vmbo waren er veel minder aanmeldingen dan voorzien was. De verantwoordelijkheid voor de werving was onduidelijk, zo merken de geïnterviewden van Meester Rembrandt op. Om die reden hebben zij hun eigen netwerk benut om leerlingen te werven en zijn zij langs de scholen gegaan om folders langs te brengen. Mentoren in het vmbo zijn ook gestimuleerd om hun leerlingen te enthousiasmeren, maar ook bij het vmbo geldt dat er te laat duidelijkheid was over het programma en dat de scholen inmiddels al dicht waren. Als gevolg daarvan hebben scholen een kleine rol gespeeld in de werving.

Rapportage evaluatie Zomercampus010

25

Sardes, december 2020

Havo/vwo Ook in het havo/vwo is te laat geworven en te laat gecommuniceerd over het programma. Besturen hebben hun scholen gevraagd om leerlingen te werven, maar scholen hadden het heel druk, het was onder andere toetsweek. Ook de Stichting Zomercampus Rotterdam had het heel druk en dat zorgde ervoor dat de werving te laat aandacht heeft gekregen. Hoewel het werven via de scholen een goede manier is, zoals bijvoorbeeld bleek bij het Emmaus College, speelde de late communicatie en organisatie een belemmerende rol. ‘Omdat de leerlingen niet meer op school kwamen (in verband met de coronamaatregelen) was het lastig voor scholen om de werving goed neer te zetten’, licht een van de directeuren toe. De leerlingen hadden geen goed beeld van wat zij konden verwachten. De scholen die rechtstreeks betrokken waren bij de Zomercampus010, bijvoorbeeld omdat de school een locatie was en/of docenten van de betreffende school het programma verzorgden, bereikten wel meer leerlingen. Op eigen initiatief heeft The Next School leerlingen gebeld tijdens de werving, om uit te leggen wat er zou gaan gebeuren. Dat zorgde voor een hogere opkomst.

Rapportage evaluatie Zomercampus010

26

Sardes, december 2020

4.

De uitvoering 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk bespreken we op welke manier de uitvoering is verlopen vanuit de verschillende perspectieven van de geïnterviewden. Het gaat zowel om inhoudelijke zaken, dus alles wat met het programma te maken heeft, als over praktische aangelegenheden, zoals locaties, groepsindeling, wifi en materialen. Ook de verwachtingen van de deelnemers komen aan de orde en de verdeling van taken en verantwoordelijkheden. Onderzoeksvraag 3b: Hoe verliep de organisatie van de Zomercampus010 tijdens de uitvoering?

4.2 Indeling groepen Primair onderwijs In het po is gekozen voor relatief kleine groepen: maximaal 15 leerlingen. Leerlingen werden ingedeeld bij een locatie op basis van hun postcode. Dat leidde in een enkel geval tot problemen, omdat er locaties waren waar uiteindelijk het programma niet doorging. In die gevallen hebben aanbieders geprobeerd om kinderen naar een andere locatie te krijgen. Het was niet voor iedereen duidelijk hoe de groepen waren ingedeeld: ‘Jong en oud zaten door elkaar’ en ‘Doordat regelmatig kinderen tussen de vier en elf jaar door elkaar zaten, was het voor de oudere kinderen niet te doen om het programma op hun eigen niveau te kunnen volgen.’ Naast een heterogene leeftijdsindeling waren de groepen ook wat betreft niveau gemixt. Een deel van de leraren vond dat er daarmee veel van ze werd gevraagd: ‘Er waren bizar grote verschillen binnen de groep. Ik heb ervaring in het onderwijs, maar nog nooit meegemaakt dat een kind in groep 3 de eigen naam niet kon schrijven. Er werden kinderen aangemeld via de schakelklassen voor nieuwkomers, maar dat is niet te doen in een groep van twaalf – veertien leerlingen.’ En een ander benoemt: ‘Er waren kinderen die geen woord Nederlands spraken.’ Het indelen van de groepen werd gedaan door de Stichting Zomercampus Rotterdam en dat bleek niet eenvoudig.

Dit kwam mede omdat de termijn voor het inschrijven lang heeft doorgelopen, de aanmeldformulieren handmatig in het digitale systeem moesten worden gezet en er dus pas op een laat moment zicht was op de aantallen leerlingen per locatie en periode. Ook hadden ouders vaak een voorkeur voor het bij elkaar plaatsen van broertjes en zusjes: ‘Het was de bedoeling dat ’s ochtends de leerlingen van de onderbouw kwamen en ’s middags die van de bovenbouw, maar dat is niet gelukt. Dat kwam door de ouders die wilden hun kinderen allemaal in de ochtend of juist allemaal in de middag kwamen’, zegt een van de po-leraren. Vanuit het perspectief van ouders is het goed te begrijpen dat zij het aantal breng- en haalmomenten graag willen beperken en eventueel tijd samen met hun kinderen hebben in deze vakantieweken, aan de andere kant is het complex voor leraren en aanbieders van activiteiten om sterk heterogene groepen te bedienen. Na de gemaakte groepsindeling, was het voor de locaties een logistieke krachttoer om de groepen op tijd te koppelen aan leraren en mentoren. Om die reden waren er locaties waar elke dag opnieuw gekeken werd hoeveel kinderen zich melden en op basis daarvan de groepsindeling werd Rapportage evaluatie Zomercampus010

27

Sardes, december 2020

herzien: ‘De aantallen schommelden heel erg per dag. Het doel was 180 leerlingen per dag, maar de ene dag waren dat er meer en de andere dag minder.’ Sommige activiteitenaanbieders konden goed omgaan met die wisselende aantallen en wisselende activiteiten, anderen vonden het lastiger om, bijvoorbeeld bij het maken van de wijkkrant, opeens een grotere groep deelnemers te hebben. Ook voor aanbieders van ruimtes waren de schommelende aantallen lastig, bijvoorbeeld voor Humanitas: ‘We hadden voor veel meer kinderen geprogrammeerd dan uiteindelijk meededen, dus moesten op het laatste moment aanbieders teleurstellen, omdat er niet genoeg aanmeldingen waren. We hadden in mijn wijk gerekend op 300 kinderen, maar dat bleken er 100. Ook mochten kinderen formeel maar één blok meedoen.’ De planning van leraren en mentoren vroeg om grote flexibiliteit: ‘Door het niet op komen dagen of in de loop van de tijd wegblijven van kinderen, zaten we met een overschot aan docenten en mentoren.’ Het controleren van de groepen en of de juiste kinderen er waren, was moeilijk. Aanbieders hadden geen contactgegevens van deelnemers en ouders: ‘Als kinderen voor de deur stonden, had ik geen idee of ze erbij hoorden of niet’.

Sommige uitvoerders geven aan dat dat te maken had met de AVG, waardoor bijvoorbeeld een sportclub de lijst met deelnemers niet met de docent mocht delen en Stichting Zomercampus Rotterdam de lijst met leerlingen voor de examentrainingen niet mocht inzien. Dit kan in de toekomst bijvoorbeeld vergemakkelijkt worden door bij inschrijving toestemming te vragen voor het delen van de namen van deelnemers met de uitvoerders van de verschillende activiteiten8. Voortgezet onderwijs Op de twee vmbo-locaties zijn leerlingen in gemengde groepen geplaatst: ‘Eerst wilden we ze per school indelen, maar daarna kwam de tip om dat juist niet te doen. We hadden ook ideeën om de niveaus binnen het vmbo te splitsen, maar uiteindelijk zijn ze gemixt, ook omdat de aantallen klein waren.’, vertellen de vertegenwoordigers van Meester Rembrandt. Er waren ongeveer acht leerlingen per groep. Veel leerlingen waren ‘gestuurd’ door hun ouders of door school, maar er was weinig uitval, mede door de inspanningen van docenten. De verwachtingen van de deelnemers liepen daarnaast sterk uiteen. Op de havo/vwo-locaties was de groepsindeling complex omdat pas laat werd doorgegeven wie er kwamen, omdat door gebrek aan deelnemers laat besloten werd dat er niet drie, maar twee periodes werden aangeboden en omdat er ook rekening werd gehouden met de capaciteit van de student-mentoren.

De geïnterviewden van The Next School vertellen hierover: ‘Niet alle aanmeldingen werden op tijd doorgegeven, omdat de inschrijvingen tot en met 18 juli open waren. De vrijdag voorafgaand aan de start werd duidelijk dat sommige leerlingen nog niet ingedeeld waren. Het was heel dubbel: want je wilt ook vanuit idealisme meer kinderen bereiken en een zo groot mogelijke opkomst. We hebben nog iedereen na gebeld die zich hadden ingeschreven voor de weken die niet doorgingen en ongeveer 50 procent van deze jongeren naar de eerste weken gehaald.’ Doordat er gedurende de rit leerlingen afvielen, bleven er voor de havo/vwo-groepen soms weinig leerlingen over: ‘De 38 leerlingen zijn verdeeld over drie lokalen. Er was veel meer

8

Ook loont het de moeite om, als dat nog niet gedaan is, na te gaan in hoeverre er nu al sprake is van ‘gerechtvaardigd belang’. Overigens kunnen persoonsgegevens wel gedeeld worden als er sprake is van vitaal belang (het kind krijgt bijvoorbeeld een ongeluk en heeft direct medische hulp nodig). Zie ook: https://autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/over-privacy/persoonsgegevens/verstrekken-vanpersoonsgegevens?qa=persoonsgegevens%20verstrekken&scrollto=1

Rapportage evaluatie Zomercampus010

28

Sardes, december 2020

capaciteit. Soms was er een klein groepje, en met twee sprekers van buiten komt dat wel een beetje knullig over.’

4.3 Uitvoering programma

9

4.3.1 Programma voor het primair onderwijs Het programma voor het primair onderwijs bestond uit twee delen: 1. Educatie, waarbij kinderen aan de slag gingen met een wijkkrant. 2. Recreatieve activiteiten, zoals sport en cultuur, maar ook koken, excursies. Dit deel wisselde per locatie en per blok van twee weken. Er is voor gekozen om het po-programma tien dagdelen in twee weken aan te bieden, onderverdeeld in blokken voor de wijkkrant en blokken met sport, cultuur en andere activiteiten. Dat betekende dat aanbieders hun bestaande programma moesten inkorten, wat volgens een aantal van hen ten koste ging van de kwaliteit. Over het algemeen waren de leraren, mentoren en aanbieders tevreden over de duur en het rooster voor po-leerlingen. Een enkele keer is afgestapt van het oorspronkelijke rooster en is, in plaats van een lesblok van twee uur, gekozen voor twee maal 55 minuten. Dat gebeurde bijvoorbeeld omdat de aanbieders van activiteiten een blok van twee uur erg lang vonden; kinderen kunnen zich niet zo lang concentreren op een activiteit. Het zorgde er aan de andere kant wel weer voor dat ze een band konden opbouwen met kinderen. Er was bij kinderen en mentoren een verschil in hoe ze enerzijds de recreatieve activiteiten beleefden en anderzijds het educatieve programma.

‘De docenten werden dan nogal eens als strenge schoolmeesters gezien.’ Meestal vonden kinderen het uiteindelijk toch leuk om met de krant bezig te zijn en deden ze enthousiast mee, zo vertellen de leraren. Een mentor benoemt bovendien dat juist de afwisseling tussen de recreatieve en educatieve activiteiten heel leuk is. Sommige uitvoerders spreken hun verbazing uit over de verschillen tussen de uitgevoerde activiteiten en programma’s per wijk. Het programma is weleens losgelaten, bijvoorbeeld omdat leraren het maken van de krant te moeilijk vonden met de deelnemers in hun groep. Ook maakte de locatie het goed uitvoeren van het programma soms niet mogelijk. Tenslotte speelde de hittegolf in een periode een belemmerende rol, zo geeft één van de leraren aan. Een mentor vertelt via Google materiaal te hebben gedownload om met de leerlingen aan de gang te gaan. Dit alles heeft ervoor gezorgd dat kinderen in de basisschoolleeftijd heel verschillende programma’s in de Zomercampus010 aangeboden hebben gekregen. Ad. 1 De wijkkrant De leraren vonden het programma behorend bij de wijkkrant pittig en sommigen vinden dat er over de hele linie onvoldoende kwaliteit is behaald. Het aansluiten bij de verschillende niveaus was een uitdaging. ‘Het idee van een wijkkrant was heel leuk. Het zat goed in elkaar, het boekje was duidelijk. Maar voor de onderbouw was het wel te talig.

De krant past ook niet bij de belevingswereld van kinderen. Er had meer met sociale media gedaan kunnen worden.’ En: ‘Het programma was niet te doen met kinderen van groep 3 en 4. Hun lees- en schrijfontwikkeling was nog veel te beperkt. De leerlingen die achterbleven bij de rest leken het meest af te haken en hun bijdrage zag je het minst terug in het eindproduct.’ 9

In deze paragraaf geven we de uitkomsten van de interviews weer. In het laatste hoofdstuk, bij de beantwoording van de onderzoeksvragen, geven we een eigen reflectie op het programma vanuit een ‘taalperspectief’.

Rapportage evaluatie Zomercampus010

29

Sardes, december 2020

Ad.2 De recreatieve activiteiten De organisaties die de recreatieve activiteiten uitvoerden, variërend van grote organisaties die al jarenlang in de stad werkzaam zijn tot éénpitters, vulden het activiteitenprogramma in vanuit verschillende disciplines. Zij waren niet betrokken bij de rest van het programma en werden ‘ingevlogen’ voor hun eigen workshop/programmaonderdeel. Kinderen volgden het programma met een vaste groep, zonder keuzemogelijkheden. Activiteiten verschilden per blok en per dag, omdat niet alle aanbieders zes weken beschikbaar waren. Dat leidde tot onduidelijkheid bij de uitvoerders, de kinderen en ouders. Locaties vonden daar ook zelf creatieve oplossingen voor. Zo vertelt een uitvoerder: ‘We hebben een bord buiten gezet met het programma van de dag’. Het educatieve en recreatieve programma en ook de recreatieve activiteiten onderling waren niet van tevoren op elkaar afgestemd: ‘Op de ochtend dat we gingen draaien, maakten we kennis met elkaar’. Het Sportbedrijf stuurde een schema per locatie naar de regiomanagers, maar wisten niet wat de kinderen die dag of week verder deden. Een leraar vertelt dat de activiteiten niet bekend waren per dag en dat sommige aanbieders te laat kwamen, waardoor er regelmatig geïmproviseerd moest worden met de indeling, zodat toch alle kinderen mee konden doen met het programma.

Ondanks het improviseren, worden de activiteiten gewaardeerd. Een mentor vertelt: ‘Ze hebben een fantastische zomer gehad. Er was bijvoorbeeld een theaterdocent, die was heel vrolijk, deed gek, kreeg al die kinderen mee, die hadden het allemaal naar hun zin. Ze gingen ook een keer aardappelkroketjes bakken, dat was supersimpel, maar superleuk. Ze hebben gekickbokst enzo. Het was heel erg leuk.’ De uitvoerders die al met een eigen programma werkten, zoals Playing for Success, waren niet enthousiast over de kwaliteit van het programma van de Zomercampus010, zij vonden het niet halen bij het programma dat zij normaal gesproken bieden.

4.3.2 Programma voor het vmbo Het programma voor het vmbo bestond uit voorbereiding op de examens, aansluitend op de hulpvragen van leerlingen, aangevuld met diverse activiteiten. Roeien maakte onderdeel van het programma uit. De voorbereiding op het examen kreeg grotendeels vorm via ‘leermeesters’: gastsprekers over uiteenlopende onderwerpen (bijvoorbeeld een viroloog, een wethouder). Het was de bedoeling om het programma voor het vmbo gedurende zes weken aan te bieden, in drie blokken. Doordat er niet genoeg aanmeldingen waren, is dit terug gebracht tot één keer, de laatste twee weken van de zomervakantie. Een geïnterviewde heeft twijfels over deze periode en is van mening dat het beter was geweest om het programma te comprimeren tot één week en dan de eerste en/of laatste week van de zomervakantie te kiezen. Als spin in het web bij de uitvoering fungeerde Meester Rembrandt, de organisatie die de ‘leermeesters’ leverde en die uiteindelijk ook de coördinatie en afstemming met de rest van het programma voor zijn rekening nam. Zij zijn tevreden over de uitvoering, maar vinden wel dat zij veel extra taken op zich hebben genomen die er uiteindelijk voor hebben gezorgd dat het een succes werd. De leraren/mentoren die de bijspijkerlessen gaven vonden het weleens lastig om les te geven aan een klas met veel verschillende niveaus.

De benodigde vaardigheden ontbraken zeker bij de studenten die ingehuurd waren: ‘Je moet goed kunnen differentiëren binnen de groep, goed inschatten en professioneel zijn. Voor studenten is dat wat moeilijker.’ Veel geïnterviewden vinden dat de leerlingen meer inspraak hadden moeten krijgen bij de ontwikkeling van het programma en de keuzes tijdens de uitvoering. Ze hadden bijvoorbeeld de mogelijkheid kunnen krijgen om te kiezen uit twee workshops of clinics en uit een aantal gastsprekers. Een mentor had aanvankelijk verwacht dat het leren een belangrijker onderdeel zou zijn, maar is heel tevreden over het programma: ‘Er was maar twee uur bijles per dag, ik had gedacht dat het meer zou zijn, Rapportage evaluatie Zomercampus010

30

Sardes, december 2020

maar dat vindt een vmbo’er echt niet tof. De activiteiten waren heel erg leuk. Het programma zat goed in elkaar. Als ik later voor de klas sta, ga ik ook leermeesters inzetten.’

4.3.3 Programma voor het havo/vwo (differentiatiemogelijkheden) Het havo/vwo-programma bestond uit een mix van bijspijkerlessen/examentraining en voorbereiding op het profielwerkstuk in de vorm van challenges. De organisatie The Next School heeft vier challenges aangeboden, drie op de ene locatie en één op de andere. Leerlingen van de eerste locatie konden dus kiezen voor een thema dat bij hun profiel past. Het programma is op twee locaties uitgevoerd, tijdens de eerste twee weken van de zomervakantie. Leerlingen deden twee weken mee en kregen in de eerste week op twee dagen examentraining en drie ochtenden een challenge-programma. De tweede week kregen zij drie ochtenden een challenge-programma. De aanbieder van de examentraining, Lyceo, heeft vastgehouden aan de eigen werkwijze en is niet meegegaan in de wens van de gemeente om de examentraining op te knippen in losse uren. Zij hebben in totaal 116 leerlingen twee dagen van 9.00 tot 17.00 uur voorzien van training in het vak dat leerlingen zelf mochten kiezen (er waren zeven vakken waaruit ze konden kiezen) en kijken daar met tevredenheid op terug. Ook de leerlingen zelf waren zeer tevreden. Ook voor de challenges in het havo/vwo-leerlingen was één week wellicht beter geweest, zo suggereren sommige uitvoerders. De meeste leerlingen waren vooral geïnteresseerd in de examentraining.

Op sommige scholen hadden de leerlingen hun profielwerkstuk al gemaakt. Deze leerlingen waren veel minder of niet gemotiveerd voor het challenge-programma: ‘Er waren veel leerlingen die alleen maar voor Lyceo wilden komen. Op zich zijn die onderzoeksvaardigheden bij die challenges niet verkeerd uitgepakt. Maar als we Lyceo er niet bij hadden gedaan, had geen enkele leerling zich aangemeld of het afgemaakt. Er waren best wel veel leerlingen die met andere verwachtingen waren begonnen’, vertelt een vo-directeur. We kunnen geen uitspraken doen over de uitvoering van het programma van Lyceo, omdat we geen leraren van Lyceo hebben gesproken. Een van de mentoren geeft aan dat de leerlingen een hele dag examentraining erg lang vonden en dat ze de stof als pittig ervaarden. De mentoren kregen van tevoren de challenge. Een van hen vertelt: ‘Ik had verwacht dat de leerlingen zelf al veel wisten, maar dat was niet het geval. Ze stelden vragen over hoe maak je een hoofdvraag en deelvragen. Omdat ik daar veel ervaring mee heb vanuit mijn opleiding (lerarenopleiding natuurkunde) kon ik daar goed mee helpen. In de loop van de eerste dag werd duidelijk wat de bedoeling was. Leerlingen stelden gerichte vragen, dat hielp.

Vanaf de tweede dag was het heel goed te doen.’ Ook een geïnterviewde coördinator is positief over de uitvoering van het havo/vwo-programma: ‘De challenges waren levensecht opgebouwd. Dat er iets te kiezen was, was goed voor de leerlingen. Het aantrekken van professionals uit het bedrijfsleven was een kracht. De inhoud en werkwijze pasten goed bij het maken van het profielwerkstuk op school, het zet leerlingen op een voorsprong.’ Een geïnterviewde vo-directeur is tevreden over het programma, maar vindt dat de gastsprekers voor havo/vwo beter gekozen hadden kunnen worden: ‘In het vmbo-programma hadden ze aansprekende rolmodellen. Bij havo/vwo waren het ambtenaren van de gemeente. Met alle respect, dat is wel iets anders dan Robin van Persie die iets komt vertellen over sport.’ Bij elk thema hoorde een excursie, bijvoorbeeld naar een bedrijf, maar dat is niet altijd gerealiseerd. De leerlingen moesten dit zelfstandig doen: ‘Van de leerlingen werd verwacht dat ze dat zelf deden, maar ze zochten veel online op en een excursie is alleen de laatste dag gebeurd.’

Rapportage evaluatie Zomercampus010

31

Sardes, december 2020

4.4 Materialen en methodiek Voor de wijkkrant ontvingen de leraren de materialen het weekend voor de start of bij de start. Ze misten materialen om te kunnen differentiëren. Twee van de geïnterviewde leraren vertellen dat zij zelf materialen maakten: ‘Ik had zelf wat meer teksten toegevoegd, sommetjes en verhaaltjes schrijven, het maken van stripverhalen. Nu was het veel los-vast.’ Een andere leraar miste een rijke leeromgeving die hij met name voor woordenschat onmisbaar vindt. Een ander geeft aan: ‘Op de flitskaarten stonden taalfouten. Dat vond ik heel erg en kan echt niet.’ Op de locaties waren er vaak problemen met wifi. Dat is door de Stichting Zomercampus Rotterdam en door facilitair beheerders waar mogelijk opgelost. De leraren po vonden meestal wel een oplossing: ‘We hebben ook nog geprobeerd teksten te printen en teksten te projecteren op het bord, maar dat werkte niet en kostte veel tijd en energie. Uiteindelijk zijn we veel creatief bezig geweest: veel getekend, gekleurd en filmpjes gekeken, bijvoorbeeld Klokhuis.’ Ook vertelt een geïnterviewde dat er in de eerste week geen laptops waren en dat ze daarom zijn overgestapt op papier. De methodiek die gehanteerd is bij de wijkkrant, de leermeesters en de challenges, is een andere dan de leerlingen op school krijgen. Sommige po-scholen zijn huiverig voor een andere didactiek: ‘Dan kunnen kinderen in de war raken.

Het is niets voor niets dat scholen met het expliciete directe instructiemodel werken en met effectief bewezen praktijken’. De vo-scholen die geïnterviewd zijn, geven aan dat de challenges goed aansluiten bij de profielwerkstukken (onderzoeksvaardigheden), maar dat verschillende collega-scholen er moeite mee hadden. Over de inzet van gastsprekers als methodiek is men over het algemeen zeer te spreken, juist omdat leerlingen daardoor kennismaken met andere werelden. Lyceo geeft aan dat de medewerkers bij het instituut jarenlange ervaring hebben met huiswerkbegeleiding en examentraining en daarom goed op de hoogte zijn van de aanpak in het onderwijs.

4.5 De uitvoerders Er is voor de uitvoering voor een combinatie van leraren, mentoren, gastsprekers en workshopbegeleiders gekozen. De inzet van mentoren was vanuit de gedachte dat een mentor veel dichter bij de leerlingen staat en een vertrouwensband met hen kan opbouwen. De mentoren hadden diverse culturele achtergronden. Zij moesten samen met de leraren een vast team vormen en waren voor de deelnemers het aanspreekpunt. Er was echter geen moment ingebouwd voor teamvorming. Leraren en mentoren kenden elkaar niet en waren ook niet altijd goed op de hoogte van elkaars rol. Uit de interviews weten we dat in ieder geval op één van de locaties daarom voor de lessen een ‘afstemmomentje’ is ingepland, mede omdat de leraren meestal niet de hele periode aanwezig waren en vaker wisselden dan de mentoren. Mentoren Veel geïnterviewden vinden het mentorschap van groot belang. Mentoren staan veel dichter bij de deelnemers, door hun leeftijd en diverse culturele achtergronden: ‘Het werken met mentoren was heel fijn voor de kinderen. Iedere groep had twee weken dezelfde mentor. Dat was voor de kinderen heel vertrouwd. Die hebben een band opgebouwd met de kinderen.’ Sommigen vertellen dat de mentoren goed in staat waren om kinderen te motiveren.

Leraren waarschuwen wel voor een ongewenst onderscheid tussen het educatieve en recreatieve deel, bijvoorbeeld door Rapportage evaluatie Zomercampus010

32

Sardes, december 2020

leerlingen een leuke activiteit in het vooruitzicht te stellen als ze meededen aan de krant, zoals sommige mentoren deden. Een vmbo-docent is heel tevreden over de mentoren, omdat zij persoonlijke aandacht voor leerlingen hadden. Bij de beide vmbo-locaties werd de rolverdeling en samenwerking gaandeweg beter, omdat er door de ontwikkelaars en coördinatoren overlegmomenten zijn georganiseerd. De kwaliteit van de mentoren wisselde wel sterk en het kwam, volgens deze geïnterviewden, regelmatig voor dat een mentor weinig betrokkenheid toonde, bijvoorbeeld door niet bij de hele les aanwezig te zijn of door tijdens de les voortdurend op de telefoon te kijken. De organisatie die de mentoren selecteerde, leverde volgens een aantal geïnterviewden niet altijd mentoren die aan het functieprofiel voldeden. Daardoor bleken niet alle mentoren op hun taak berekend te zijn en ook had men soms te maken met mentoren die te jong waren. Een van de geïnterviewden benoemt dat het belangrijk is te investeren in en door de student-mentoren, zeker als ze voor een oudere doelgroep staan: ‘Ze waren eigenlijk niet goed toegerust. Van de zes student-mentoren die er waren heeft, één de instructie via Zoom meegekregen, de rest kon achteraf de instructie bekijken. Die is per mail toegestuurd, maar dat is hoogstwaarschijnlijk niet gebeurd.

Aan het begin was er bij hen veel onwennigheid en als je dan bovenbouw havo/vwo-leerlingen als doelgroep hebt, is dat niet zo handig. Voor de volgende keer moet er meer worden geïnvesteerd in studentmentoren. Er mogen aan hen ook hogere eisen worden gesteld.’ De coördinatoren van de mentoren en de geïnterviewde mentoren zelf herkennen zich niet in het kritische beeld dat geschetst wordt, zij hebben juist gezien dat de mentoren goed in staat waren verbindingen te vormen met de leerlingen en zicht te ontwikkelen tot ‘het vaste gezicht’ van de Zomercampus010. Ook dit wordt in verschillende interviews erkend. Al met al ontstaat dan ook een beeld van de mentor als verbindende factor, waarbij extra aandacht voor selectie, voorbereiding en begeleiding van belang is. Leraren po Leraren kregen een Webinar en materialen toegestuurd, maar de voorbereiding had beter gekund, geven ze zelf aan. Zo zijn de Webinars niet goed bezocht (maar konden wel later bekeken worden). Ook was niet altijd duidelijk welke doelen prioriteit hadden. Sommige leraren hadden geen tot nauwelijks ervaring in het primair onderwijs. Volgens een geïnterviewde coördinator was er nog weleens een mismatch tussen de verwachtingen van de leraar die door uitzendbureau Daan was geworven en de kenmerken van het programma.

De leraren die we spraken, misten iemand bij wie ze terecht konden voor inhoudelijke vragen, met name als ze geen collega-leraar op de locatie hadden met wie ze konden sparren. Daar was Daan niet voor ingehuurd. Leraren/mentoren vmbo De docenten vmbo gaven les op hun eigen school. Zij hebben het programma met veel plezier uitgevoerd en waardeerden de goede sfeer, kleine groepen en de mogelijkheid om maatwerk te bieden. Zij waren ook aanwezig bij de lessen van de gastsprekers en hielpen de leerlingen dan soms om vragen te stellen: ‘want dat durfden de leerlingen niet altijd’. Het wordt van veel kanten als positief beoordeeld dat Meester Rembrandt er dicht op zat en het hele programma heeft uitgevoerd. De leraren/mentoren zijn geselecteerd op basis van hun inhoudelijke kennis/opleiding: ‘Ik had niet eerder bijles gegeven, maar het ging goed. Ik liep stage op een vmbo-school, dus wist wel wat er behandeld werd.’ Verschillende betrokkenen vertellen dat de uitvoerders, met name de mentoren echt een team vormden. De havo/vwo- leerlingen hadden een vakdocent van Lyceo voor de examentraining en een profielwerkstukbegeleider voor de challenges. Zowel de geïnterviewde vo-directeuren als Rapportage evaluatie Zomercampus010

33

Sardes, december 2020

geïnterviewde leraren zijn tevreden over de inzet van de vakdocenten en uitvoerders van de challenges. Hier was minder sprake van teamvorming, omdat iedereen ‘zijn eigen lokaal had en het meer alleen deed’. Workshopbegeleiders De docenten van de activiteiten in het recreatieve programma voerden hun eigen activiteiten uit, waardoor zij minder door de organisatie op hun taak hoefden worden voorbereid. Wel gaven verschillende docenten aan dat zij moeite hadden om het aanbod aantrekkelijk te maken voor de heterogene groepen, en voor kinderen die niet gemotiveerd waren voor de activiteit. Sommige aanbieders van activiteiten gaven aan dat ze ondersteuning hadden kunnen gebruiken op groepsmanagement. Vmbo- en mentor-coördinatoren Naast degenen die rechtstreeks met de deelnemers te maken hadden, waren er op de locaties ook locatiemanagers en mentorcoördinatoren aanwezig. Deze vervulden een belangrijke rol. Zij zorgden ervoor dat de leraren, mentoren en andere uitvoerders hun weg wisten te vinden en losten praktische problemen op. Degenen die wij interviewden hebben ook op gezette tijden gezamenlijke momenten met leraren, mentoren en andere uitvoerders georganiseerd en gefaciliteerd, zodat er een groepsgevoel kon ontstaan en er gezamenlijke evaluatie- en reflectiemomenten waren. Andere geïnterviewden spraken hun waardering hiervoor uit.

4.6 Rol van de ouders De heersende mening, met name onder degenen die de Zomercampus010 voor het po uitvoerden, is dat ouders te weinig betrokken zijn geweest. Ook uit onderzoek blijkt het belang van ouders bij projecten als Zomercampus01010. Vooraf was er bij ouders veel onduidelijkheid over de invulling en organisatie van de Zomercampus010, wat ertoe leidde dat kinderen niet altijd meededen, zo zagen we in het vorige hoofdstuk. Vanwege de corona-maatregelen waren ouders ook nauwelijks betrokken tijdens de uitvoering. Zij mochten bijvoorbeeld niet met hun kind mee naar binnen. Dat vormde een obstakel voor het opbouwen van vertrouwen bij ouders, met name als zij hun kind op een locatie brachten die zij niet kenden: ‘Ouders mochten vanwege corona niet binnenkomen en hadden geen idee waar ze hun kinderen naartoe stuurden.’ Voor zowel leerlingen in het po als het vo geldt wel dat ouders de drijvende kracht achter de deelname van kinderen waren. In het po moesten zij er uiteraard voor zorgen dat kinderen kwamen en eventueel gebracht en gehaald werden, maar ook in het vo werden de meeste deelnemende leerlingen door hun ouders ‘gestuurd’.

10

Zie bijvoorbeeld: Kortekaas-Rijlaarsdam, A.F., Turkeli, R., de Vries, N., Ehren, M.C.M. & M. Meeter (2020). Effectiviteit van inhaal- en ondersteuningsprogramma’s om onderwijsachterstanden in te halen: een eerste overzicht van internationale en Nederlandse literatuur. Amsterdam: Learn!/VU. https://www.researchinstitutelearn.nl/wp-content/uploads/2020/08/Effectiviteit-van-inhaal-en-ondersteuningsprogramma’s-omonderwijsachterstanden-in-te-halen-2.pdf Bakker, J.T.A., Denessen, E.. Dennissen, M., Oolbekkink, H.W., & Marchand, H. (2013). Leraren en ouderbetrokkenheid een reviewstudie naar de effectiviteit van ouderbetrokkenheid en de rol die leraren daarbij kunnen vervullen. Radboud University Nijmegen

Rapportage evaluatie Zomercampus010

34

Sardes, december 2020

4.7 De locaties en vervoer Selectie van de locaties In het vorige hoofdstuk kwam naar voren dat de keuze voor locaties pas op een laat moment is gemaakt: voor het voortgezet onderwijs nog later dan voor het primair onderwijs. Uiteindelijk is de keuze met name voor het po, noodgedwongen, meer gebaseerd op praktische argumenten (beschikbaarheid en plaats in de stad) dan op inhoudelijke (passend bij het programma). Primair onderwijs De Stichting Zomercampus Rotterdam had de volgende criteria voor de keuze van de locaties voor ogen: in de eigen wijk, maar wel op een plek waar kinderen normaal niet komen, voorzieningen die allerlei activiteiten mogelijk maken, geen schools karakter hebben en er moest door de keuze voor de locaties een mix van leerlingen van verschillende scholen tot stand komen. In de praktijk bleek het niet mogelijk om in elke wijk een locatie te vinden die aan elk criterium voldeed. De Stichting Zomercampus Rotterdam had graag de Huizen van de wijk willen benutten, maar dat bleek niet altijd mogelijk of ze waren minder geschikt, zo geven zij aan. Humanitas beheert deze Huizen van de wijk en vertelt dat deze locaties beschikbaar zijn gesteld en volgens hen wel geschikt waren. Humanitas zorgde in de gebruikte Huizen voor de wijk voor de benodigde lokalen voor het onderwijsdeel en voor ruimte voor de invulling van het vrijetijdsdeel.

Ook verzorgden zij ontbijt en lunch op die locaties. Voortgezet onderwijs Er zijn twee locaties voor het vmbo gekozen: Vak College Hillegersberg en Young Business School Rotterdam, beide van het schoolbestuur LMC. De locaties betroffen vmbo-scholen en lagen bewust ver uit elkaar, een op zuid en een in Rotterdam-noord. Ook voor de havo/vwoZomercampus010 is voor twee locaties gekozen: Hugo de Groot (locatie zuid) en Emmaus College. Er waren voor het voortgezet onderwijs niet genoeg aanmeldingen voor het oorspronkelijke idee van vijf locaties per schooltype (vmbo en havo/vwo). Waardering van de locaties Primair onderwijs De keuze voor een wijkgerichte aanpak in het po werd over het algemeen gewaardeerd. Op veel locaties ontmoetten de leerlingen van verschillende po-scholen elkaar en ontstonden nieuwe vriendschappen. Het kwam echter ook voor dat vooral leerlingen van één school meededen. Een van de aanbieders van activiteiten benoemt dat de wijkgerichte aanpak weliswaar sterk was, omdat de kinderen daardoor in de eigen wijk naar activiteiten konden, maar het zorgde er wel voor dat er weinig diversiteit in achtergronden te zien was. Soms ging op het laatste moment het aanbod op een locatie niet door: ‘Het werd verplaatst naar een wijk die veel verder lag.

Daarom hebben we toen een mini-zomercampus georganiseerd voor de kinderen voor wie die andere locatie niet haalbaar was.’ Ook kon niet altijd aan de gemaakte afspraken voldaan worden: ‘Er was een mooi klaslokaal beloofd met beamer, maar dat bleek er niet te zijn’, en niet alle locaties bleken geschikt voor het aanbod, zoals een vergaderzaal bij een zwembad als klaslokaal, een spiegelzaal voor voetbal, lesgeven in een sporthal of gymzaal. ‘Ik kon geen filmpjes laten zien en we hadden geen bord.’ En: ‘De kinderen gingen de toestellen gebruiken van het gymlokaal waarin we lesgaven, dus het was lastig om ze aan het werk te houden. Ik vraag me ook af hoe dat zit met aansprakelijkheid. Gelukkig is er niks gebeurd.’ Klachten werden voor zover mogelijk wel vrij snel opgelost door Stichting Zomercampus Rotterdam. Rapportage evaluatie Zomercampus010

35

Sardes, december 2020

De locatie Olympia wordt in een aantal interviews genoemd als een perfecte locatie, omdat daar alles aanwezig was en dus elk aanbod mogelijk. Ook de locaties van Xerxes en Sparta zijn expliciet positief beoordeeld. Voortgezet onderwijs De betrokkenen bij het vmbo-programma vonden de spreiding over de stad (een locatie op zuid en een op noord) goed. Ook was men tevreden over de mogelijkheden van de gebouwen. Een voordeel was dat op één van de locaties de uitvoering door eigen docenten plaatsvond, waardoor ze bijvoorbeeld over de inlogcodes voor het digibord beschikten etc. De geïnterviewden uit het havo/vwo waren eveneens tevreden over de locaties, waarbij het Emmaus college met name wordt genoemd. Men ziet voor- en nadelen aan de schoolse setting. Voordelen zijn dat alle faciliteiten aanwezig zijn en veiligheid gewaarborgd is. Ook de kosten zijn laag. Nadeel is dat het voor leerlingen minder aantrekkelijk is om op school de Zomercampus010 te krijgen. Een combinatie van excursies en lessen buiten de school met de school als vaste uitvalsbasis zou volgens sommigen ideaal zijn. De twee geïnterviewde vo-directeuren vinden dat de uitvoering van het vo-programma het beste op school kan plaatsvinden, omdat dat voor de leerlingen aantrekkelijk is en het gemakkelijker te organiseren is.

Een vo-bestuurder had graag gezien dat de focus meer op een oriëntatie op en verbinding met Rotterdam had gelegen: ‘Leerlingen brengen bijvoorbeeld met de watertaxi een bezoek aan allerlei plekken in de stad. Dan geef je ze mee dat je van de stad kunt houden en dat de stad van jou houdt.’ Een wijkgerichte aanpak bleek voor het vo minder goed mogelijk, maar vinden de geïnterviewden ook niet nodig. De uitvoerders zijn dus over het algemeen tevreden over de locaties, maar er waren – zeker in het begin –praktische problemen waar ze tegenaan liepen. Er moest veel geïmproviseerd worden. Vervoer De organisatie die voor het vervoer was ingeschakeld is zeer negatief over de uitvoering: ‘Er is zo ongeveer geen een afspraak nagekomen door de Stichting Zomercampus Rotterdam. Locaties veranderden en er was veel chaos.’ Ook de uitvoerders ervaarden dit: ‘Er ging veel mis: soms kwam de bus niet opdagen.’ Dit heeft tot imagoschade geleid bij de chauffeurs, zo geeft de organisatie die de verantwoordelijkheid kreeg over het vervoer aan.

4.8 Verdeling taken/rollen en onderlinge samenwerking Veel geïnterviewden spreken hun waardering uit voor de rol van de Stichting Zomercampus Rotterdam tijdens de uitvoering. Met name de daadkracht bij het oplossen van praktische problemen wordt genoemd: ‘De manier waarop continu werd ingezet op het oplossen van problemen was top.’ ‘Alles werd opgelost, desnoods met tape’ en ‘Iedereen was er altijd, er is heel hard gewerkt’. Na de oprichting van de Stichting Zomercampus Rotterdam was voor verschillende medewerkers van de gemeente Rotterdam niet meer duidelijk of zij nog een rol hadden, en zo ja, welke. Wel is een aantal beleidsmedewerkers gaan kijken bij een of meer locaties en ook traden sommige ambtenaren als gastspreker op bij havo/vwo. Bij de uitvoering van Zomercampus010 was een groot aantal partijen betrokken. Een overzicht van de partijen en de verschillende rollen en taken ontbreekt bij veel betrokkenen. De meesten Rapportage evaluatie Zomercampus010

36

Sardes, december 2020

vinden dat niet echt een probleem, omdat ze elk met een beperkt aantal anderen te maken hadden. ‘Je krijgt als medewerker niks mee van de samenwerking met al die partijen. Ik stond gewoon voor de groep en daar was alles voor ons geregeld. Op de locatie zie je natuurlijk wel andere partijen, maar daar had ik niets mee van doen. De contactpersonen van de organisatie [Meester Rembrandt] waren goed bereikbaar’. Over de onderlinge samenwerking is men in het algemeen (zeer) tevreden. Om enkele voorbeelden te noemen: ‘Ongeveer een week voor de start kwam er een projectmanager van Team Toekomst die het programma en rooster had. Het was heel fijn dat er een centrale contactpersoon was om zaken mee af te stemmen’. En: ‘Er was goed contact met de mannen van Meester Rembrandt. We hebben ook weleens drie uur bij elkaar gezeten en veel overlegd over praktische zaken, bijvoorbeeld wie sluit af en zo, maar ook inhoudelijk gesproken over het programma en lijntjes uitgezet. De rolverdeling was goed.’ ‘De communicatie met Daan was heel goed en zij handelden snel’ en ‘We hebben alles afgestemd met The Next School, samen een aanmeldingsformulier gemaakt en besluiten genomen over de twee locaties’. Niet altijd verliep de rol- en taakverdeling vlekkeloos, wellicht dat concurrentie tussen partijen hierbij ook een rol speelde.

Vooral in het begin was er veel onduidelijkheid over wie wat deed, zo horen we van een coördinator: ‘Op de dagen waarop de gemeente het sport- en cultuuraanbod (bedoeld wordt waarschijnlijk Sportbedrijf) programmeerde, ging er veel mis. Het was niet goed afgestemd: er waren te veel of te weinig docenten. Wij waren er niet verantwoordelijk voor, maar moesten het wel oplossen.’ Er zijn veel extra taken uitgevoerd door de geïnterviewden, waarvan niet altijd van tevoren duidelijk was dat zij daar verantwoordelijk voor waren. Ook was niet altijd duidelijk wie er eindverantwoordelijk was, bijvoorbeeld bij onenigheid in het team. De scholen en schoolbesturen hebben geen rechtstreekse rol gespeeld bij de uitvoering van het programma, hoewel een aantal scholen dat had gewild. Wel zijn leraren ingezet in de Zomercampus010, maar dat liep niet via de schoolbesturen. Een enkele directeur is weleens bij een locatie gaan kijken.

Rapportage evaluatie Zomercampus010

37

Sardes, december 2020

5.

De toekomst In dit hoofdstuk beschrijven we hoe de geïnterviewden naar de toekomst kijken als het gaat om de Zomercampus 010. Willen ze graag een herhaling? Wat kan blijven en wat moet er verbeterd worden? En welke voorwaarden stellen ze aan een herhaling van de Zomercampus010? Onderzoeksvraag 4: In hoeverre is er draagvlak voor een vervolg? Onderzoeksvraag 5: Welke lessen kunnen we leren uit de Zomercampus? Wat ging goed en wat kan beter?

5.1 Draagvlak voor een vervolg Net als bij alle andere onderwerpen geldt ook dat het draagvlak voor een eventueel vervolg van de Zomercampus010 sterk uiteenloopt. Uit de interviews blijkt in elk geval dat er bij alle organisaties draagvlak is voor de organisatie van zomeractiviteiten. Maar voor wie, met welk doel, hoe en door wie die activiteiten het beste kunnen worden georganiseerd, daarover lopen de meningen uiteen. We zien in grote lijnen twee opvattingen: 1. Herhalen zoals nu plaatsvond, met name voor po met een verrijkend accent, maar dan moet wel de organisatie beter op orde zijn. 2. Graag herhalen, maar dan met meer aandacht voor cognitieve doelen. De argumenten waarmee men het al dan niet aanwezige draagvlak staaft, lijken niet altijd gebaseerd op feiten, maar regelmatig ook op meningen of vermoedens. Het draagvlak kan dus mogelijk worden vergroot als onjuiste meningen en vermoedens kunnen worden weggenomen. Herhaling met een betere en tijdige organisatie Spitsen we de vraag toe op een herhaling van een Zomercampus010 georganiseerd door de Stichting Zomercampus Rotterdam, dan is met name een deel van de geïnterviewde organisaties en personen die dit jaar activiteiten hebben aangeboden enthousiast over een eventueel vervolg van de Zomercampus010.

Uiteraard moeten er dan organisatorisch zaken worden verbeterd en zijn er inhoudelijk aanscherpingen nodig, maar dan is een vervolg voor hen zeker wenselijk. Om ouders en kinderen te motiveren is het dan wel van belang dat de werving veel eerder op gang komt en dat het programma in een vroeg stadium duidelijk is. ‘Ouders en leerlingen willen wel van tevoren weten waar ze aan toe zijn. Als je wilt dat ze meedoen, moet het programma echt goed zijn’. Herhaling met een ander accent in de doelstelling Een groter deel heeft aarzelingen als het gaat om een herhaling van de Zomercampus010. Men ziet zeker de meerwaarde van verrijkende activiteiten in de zomerperiode, vooral voor een groep kinderen die anders niet zo veel te doen heeft, maar men vraagt zich ook af of dit het aanbod is wat het meeste oplevert voor deze kinderen (doen we de goede dingen) en of het op de juiste manier georganiseerd wordt (doen we de dingen goed). Verschillende keren wordt opgemerkt dat de effecten van de Zomercampus010 nog niet duidelijk zijn en dat de resultaten eerst beschikbaar moeten zijn om te kunnen bepalen of een vervolg van de Zomercampus010 zinvol is. Binnen deze groep vallen veelal ook schoolbesturen en scholen.

De betrokkenen in deze groepen willen wel graag meedenken over een eventueel vervolg van de Zomercampus010, over de doelen en de invulling, en/of over een eventuele andere zomerprogrammering. Zo wordt bijvoorbeeld Rapportage evaluatie Zomercampus010

38

Sardes, december 2020

genoemd dat het belangrijk is dat er in de stad extra aanbod is voor leerlingen die dat nodig hebben, maar dat het ook van belang is om slimme keuzes te maken over inhoud en vorm. Een deel van de ambivalentie, met name bij de schoolbesturen, zit ook in de financiering van de Zomercampus010. De activiteiten die in de Zomercampus010 voor het primair onderwijs zijn uitgevoerd, betreffen naast educatieve ook recreatieve activiteiten. Geïnterviewden uit het onderwijs stellen de vraag of die recreatieve activiteiten uit middelen om aan onderwijsachterstanden te werken betaald moeten/kunnen worden11. In meer algemene zin werd in meerdere interviews de vraag gesteld of de middelen die nu aan de Zomercampus010 op de best denkbare manier zijn besteed. Een deel van de geïnterviewden is uitgesproken negatief over een vervolg van de Zomercampus010. Dit zijn met name partijen die om uiteenlopende redenen niet betrokken zijn geweest bij de uitvoering van de Zomercampus01012. Deze organisaties hebben zelf andere zomeractiviteiten aangeboden. Een deel van deze organisaties heeft, net als in de afgelopen zomer, plannen om volgend schooljaar gezamenlijke zomerscholen/zomeractiviteiten aan te bieden. Een deel van de daarbij betrokken organisaties geeft aan dat de stad groot genoeg is voor een divers aanbod in de zomer, maar dat te veel versnippering ook een risico vormt.

5.2 Successen Er is vanaf het begin veel draagvlak geweest bij allerlei verschillende partijen in Rotterdam om ‘iets voor de Rotterdamse jeugd’ te organiseren in coronatijd: zowel bij de gemeente, als bij schoolbesturen, culturele, welzijns- en sportorganisaties en andere organisaties die zich bezighouden met kinderen en jeugd. Dit draagvlak en het gedeelde urgentiebesef lagen aan de basis van de bereikte successen. Hoewel er in de aanloop veel overleg is geweest en er niet altijd overeenstemming was, is er in korte tijd veel voor elkaar gekregen: een divers programma met een combinatie van educatie, sport, cultuur en sociale vaardigheden, waaraan veel leerlingen hebben deelgenomen. Zomercampus010 voor primair onderwijs Verschillende aanbieders, uitvoerders en scholen vertellen dat leerlingen enthousiast zijn over de Zomercampus010. ‘Het was een fijne plek waar ze graag naar toe wilden en waar ze in aanraking kwamen met activiteiten die ze normaal gesproken niet doen’. En: ‘Het is mooi dat kinderen niet zes weken op een balkonnetje hoefden leven’. Ook constateren twee po-scholen dat de ‘vakantiedip’ minder groot is dan anders doordat kinderen in het schoolritme gebleven zijn.

Door de wijkgerichte aanpak in het primair onderwijs hoefden kinderen niet ver te reizen, bleven ze in meer of mindere mate in de eigen vertrouwde buurt, maar kon er tegelijkertijd wel gewerkt worden met nieuwe groepsindelingen dan normaal gesproken in de klas, zodat kinderen nieuwe kinderen leerden kennen. De meeste doelen van de Zomercampus010 zijn daarmee bereikt. Zomercampus010 voor voortgezet onderwijs Leerlingen in het vo kregen zowel de mogelijkheid om ‘bij te spijkeren’ voor hun examens, als om hun horizon te verbreden met de challenges. Ook hier werd gewerkt met gemengde groepen, 11

Bij financiering van de Zomercampus010 is voor een deel gebruik gemaakt van onderwijsachterstandsmiddelen en voor een deel vanuit het jeugdfonds en sponsoren. 12 Bijvoorbeeld omdat ze na betrokken te zijn geweest bij de voorbereiding, niet zijn gevraagd om ook daadwerkelijk mee te werken, of omdat ze zelf hebben besloten zich terug te trekken.

Rapportage evaluatie Zomercampus010

39

Sardes, december 2020

zodat nieuwe contacten ontstonden. Met dit aanbod is leerlingen iets geboden wat ze nog niet kenden en kan dat hen een nieuw perspectief voor de toekomst geven. Ook in het vo zijn de doelstellingen bereikt. Organisatie Voor de buitenwereld was de Zomercampus010 één organisatie, één beeld. Door alle organisaties is dat beeld gezamenlijk neergezet. Dat kon ook doordat er snel een bestuurlijk akkoord was: het College stond al snel garant voor eventuele tekorten in de exploitatie (zie ook hoofdstuk 3). Ook de Raad ging er mee akkoord niet steeds tussentijds geïnformeerd te worden, maar achteraf. Dat droeg bij aan een snelle voortgang van de voorbereidingen van de Zomercampus010. De Zomercampus010 is goed zichtbaar gemaakt in de stad: er waren overal posters, het KPNgebouw stond in het teken van de Zomercampus010 en kinderen kregen een hoodie, rugzak en bidon. Ook is na afronding van de Zomercampus010 door de Havenloods een zomercampuskrant gemaakt met een bundeling van de verschillende wijkkranten. Dat gaf uitstraling aan het project en droeg bij aan een wij-gevoel, benoemen meerdere geïnterviewden. Al zijn er ook partijen die zich met name over de PR-uitingen in de stad afvragen of dit echt nodig was en of het geld niet beter rechtstreeks aan de activiteiten besteed had kunnen worden. De mentoren zorgden voor een vast gezicht voor de leerlingen, een herkenningspunt.

Zij speelden een verbindende rol tussen de verschillende onderdelen van de Zomercampus010. Een van de mentoren vo benoemt dat je als mentor echt persoonlijke aandacht kon geven aan leerlingen. ‘Dat is in de onderwijspraktijk wel anders tijdens een mentorles. Doordat er nu meer tijd was om met de leerlingen door te brengen, vertelden ze meer over zichzelf dan ze normaal gesproken doen’.

5.3 Verbeterpunten Communicatie en planning Met stip op 1 in de lijst van verbeterpunten staan de communicatie en de planning. Door de snelheid waarmee de Zomercampus010 georganiseerd is, zijn er gaten gevallen in planning en communicatie. Een aantal door de geïnterviewde genoemde verbeterpunten lichten we hier uit: • Er moet veel eerder bekend zijn wat het doel en de doelgroep is, wat het aanbod is, waar het is, wie het verzorgt en wie waarvoor verantwoordelijk is, zodat iedereen weet waar hij aan toe is en er ook op tijd geworven kan worden. Tijdens de uitvoering kan een wekelijks geactualiseerd activiteitenoverzicht per locatie blijvende helderheid bieden. • Voor leerlingen was van tevoren onvoldoende duidelijk wat er van ze verwacht werd. Vooral voor vo-leerlingen geldt dan: ga je daar dan je zomer aan spenderen? Maak het programma van tevoren zo inzichtelijk mogelijk, zodat leerlingen weten waar ze hun tijd aan gaan besteden. • Ook de communicatie met ouders moet tijdig en helder zijn: ‘Voor deze doelgroep is het heel belangrijk om te weten dat ze hun kind naar een veilige plek brengen’. • Zoals in de vorige paragraaf benoemd, waren er met verschillende organisaties vergaande afspraken over hun inzet, terwijl die inzet niet in de programmering is opgenomen. Dit heeft voor onvrede gezorgd, ook omdat niet altijd duidelijk is waarom het zo is gelopen.

Er moet dus in een vroegtijdig stadium helder zijn wat wederzijdse verwachtingen zijn en een realistisch beeld van het aantal deelnemers.

Rapportage evaluatie Zomercampus010

40

Sardes, december 2020

•

De communicatie en rolverdeling tussen de gemeente en de Stichting Zomercampus Rotterdam kon beter, met name rondom de start van de Stichting Zomercampus Rotterdam. Het is onvoldoende helder geworden welke afspraken al waren gemaakt, al gemaakte afspraken zijn onvoldoende opgevolgd en het was onvoldoende duidelijk waar de gemeente nog verantwoordelijk voor was en waar de Stichting Zomercampus Rotterdam. Ook over de externe communicatie (persvoorlichting) kon de afstemming beter. Er is gekozen voor financiering vanuit verschillende bronnen: landelijke subsidie voor inhaalen ondersteuningsprogramma’s (door scholen aangevraagd), bestaande budgetten bij diverse organisaties die door de corona-maatregelen niet besteed zijn, budget vanuit het gemeentelijke onderwijsachterstandenbeleid. Ten tijde van de interviews is de financiële afwikkeling nog niet rond vanuit de verschillende financieringsbronnen. De landelijke subsidie moeten de scholen verantwoorden bij het ministerie van OCW.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=aa897c10-31c5-4a1e-a46a-d76b75760040