Bijlage 1 behorende bij 21bb017 over Zomercampus010 Evaluatie en een blik op de toekomst
Tekst van het document
Inhoud Ten aanzien van de inhoud van de programmering worden verschillende verbeterpunten genoemd13. Zowel voor kleuters als kinderen uit groep 3 en 4 was het maken van een krant een te moeilijke opdracht, zo gaven geïnterviewde leraren aan. Dat geldt ook voor kinderen die het Nederlands nog niet beheersen en kinderen met een taalachterstand (vaak ook de onderwijsachterstanden-doelgroepkinderen). Om goed om te kunnen gaan met de combinatie van verschillende groepen kinderen met verschillende behoeften hebben leraren behoefte aan meer differentiatiemogelijkheden. Ook is het van belang om goed na te denken over de groepsindeling en de dagindeling. Aanbieders van workshops gaven namelijk aan dat de dagen voor sommige kinderen te lang waren en de blokken van twee uur ook. ‘Als je kinderen aan het eind van de middag kreeg, dan was het lastig om echt nog iets met ze te doen’. In het voortgezet onderwijs zien de schoolbesturen graag meer inhoudelijke afstemming met het schoolse programma, omdat dan meer kan worden bereikt. Verschillende geïnterviewden geven de tip om leerlingen van tevoren bij de programmering te betrekken. Wat willen zij graag doen? Of zoals een geïnterviewde aangeeft: ‘Het is natuurlijk ook gewoon vakantie voor die gasten, hè?’.
Daarnaast zou er meer geprogrammeerd kunnen worden voor specifieke doelgroepen, bijvoorbeeld leerlingen met faalangst of leerlingen die graag hun achterstanden weg willen werken, geven vo-directeuren aan. Zo kunnen leerlingen gericht aan de slag met hun eigen ontwikkeling en hun eigen doelen. Hoe dan ook blijft het in het voortgezet onderwijs lastig om leerlingen te werven en betrokken te houden. Door verschillende geïnterviewden wordt geopperd om een symbolisch bedrag of een borg te laten betalen, vanuit de gedachte ‘waar je voor betaalt, heeft waarde, wat gratis is niet’. Anderen zijn daar juist geen voorstander van. Net als bij de overige onderwerpen, geldt ook bij de inhoud van de programmering dat de meningen verschillen. Aanbieders van workshops en docenten die betrokken waren bij het maken van de krant en bij de programmering in het voortgezet onderwijs geven aan dat er meer cognitieve doelen gesteld hadden mogen worden. Een aantal po-schoolbesturen daarentegen is expliciet van mening dat het lesgeven in schoolvakken en werken aan achterstanden hun verantwoordelijkheid is en dat dat niet in een Zomercampus010 thuishoort. Deze verschillende opvattingen klinken door bij alle aspecten van de Zomercampus010. In het laatste hoofdstuk geven we hier een reflectie op.
13
In het slothoofdstuk geven we zelf een analyse van het programma.
Rapportage evaluatie Zomercampus010
41
Sardes, december 2020
Begeleiding en uitvoering De rol van de mentor is erg wisselend ingevuld, geven docenten en uitvoerders van activiteiten aan. Sommigen waren overal bij betrokken en hielpen mee, anderen ‘leverden de kinderen af’ bij een activiteit en kwamen ze later weer ophalen. Voor een goede inzet is het van belang dat de mentoren vooraf beter getraind worden. Ook over aanbieders van activiteiten wordt een aantal keer gezegd dat het goed zou zijn als ze van tevoren een training in klassemanagement, dus het omgaan met leerlingen, met regels en orde houden, zouden krijgen. Niet iedereen is het gewend om met groepen met sterk uiteenlopende leeftijden te werken en met kinderen die niet zelf voor een activiteit hebben gekozen. Mentoren werden nu in eerste instantie vooral geworven onder hbo’ers. Een aantal geïnterviewden vindt dat ook in mbo-opleidingen mentoren geworven zouden kunnen worden. Bijvoorbeeld onder jongeren die een opleiding tot pedagogisch medewerker of sociaal werker volgen; zij worden er in geschoold kinderen te begeleiden buiten de schoolse setting. Overigens bleek in de praktijk dat ook nu al mbo-studenten meededen als mentor. In meer algemene zin hebben mentoren, aanbieders van workshops en leraren behoefte aan meer duidelijkheid t.a.v.
verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid: ‘Wat doe je bijvoorbeeld als een moeder zegt: ”Je mag hem niet aan z’n vader meegeven hoor!” of als een kind echt niet mee wil doen?’. Scholen en schoolbesturen maken zich zorgen over de inzet van leraren via Daan. Zij hebben zelf veel moeite om goed personeel te vinden en zijn van mening dat uitzend- en detacheringsbureaus belemmerend werken (o.a. vanwege het winstoogmerk en hoge tarieven). Zij vragen zich af of scholen straks met de Stichting Zomercampus Rotterdam moeten concurreren om leraren en vinden dat hoogst onwenselijk. Drie schoolbesturen zijn hier heel expliciet over: er mag wat hen betreft door de Zomercampus010 niet meer worden samengewerkt met Daan of een vergelijkbare organisatie. Tegelijkertijd geven zij aan dat ook de eigen leerkrachten niet in grote aantallen beschikbaar zijn in de zomer. Een van de schoolbestuurders schetst een toekomstbeeld waarbij de organisatie van het onderwijs zodanig is dat er gedurende het hele jaar leraren beschikbaar zijn. Dit schoolbestuur zou het experiment aan willen gaan om leraren gedurende het jaar een periode uit te roosteren, zodat ze in de zomervakantie aan dit type voorzieningen kunnen werken. Tot slot wordt door verschillende aanbieders opgemerkt dat deelname aan de Zomercampus010 voor hen niet rendabel was, het heeft ze geld gekost.
In het vo kwam dat voornamelijk, omdat er minder leerlingen meededen dan van tevoren verwacht, in het po doordat aanbieders van activiteiten erg versnipperd werden ingezet (‘af en toe een blok, verspreid door de hele zomervakantie’) en doordat het uurtarief niet dekkend was. Er moesten bijvoorbeeld ook materiaalkosten van betaald worden. Er is dus behoefte aan een kostendekkend tarief zowel bij de gesubsidieerde als bij niet-gesubsidieerde partijen.
5.4 Voorwaarden ‘Stel, er komt weer een Zomercampus010, aan welke voorwaarden moet dan worden voldaan zodat jullie (weer) meedoen?’, vroegen we de geïnterviewden. De volgende punten worden genoemd.
Rapportage evaluatie Zomercampus010
42
Sardes, december 2020
Wat vrijwel iedereen van belang vindt, is dat er heldere doelen zijn, dat van tevoren duidelijk is of die doelen en de doelgroep realistisch zijn en dat achteraf goed wordt geëvalueerd in hoeverre die zijn bereikt. Voor het primair onderwijs wordt een aantal keer als voorwaarde genoemd om in de wijk te (blijven) werken en aan te sluiten bij wat er al in de wijk is. Voor het voortgezet onderwijs ziet het merendeel van de betrokkenen bij voorkeur een Zomercampus010 op de eigen school. ‘Met name vmbo-leerlingen gaan niet graag naar een plek die ze niet kennen’, eventueel wel met excursies naar inspirerende locaties buiten het schoolgebouw. ‘Dan wordt het minder met school geassocieerd, maar bijvoorbeeld meer met het creëren van kansen voor jezelf’. Voor de aanbieders van activiteiten is het van belang dat er efficiënt geprogrammeerd wordt, zodat ze niet voor losse uurtjes ingedeeld worden, maar structureel aan een programma kunnen werken. Ook is het voor hen een voorwaarde dat het uurtarief kostendekkend is. Het was nu niet hoog genoeg om ook voorbereidingstijd, materiaal voor de workshops en overige kosten uit te betalen (denk bijvoorbeeld ook aan parkeerkosten of kosten voor koffie en dergelijke). Voor enkele scholen en schoolbesturen is het een harde voorwaarde dat er geen docenten via uitzendbureaus geworven worden.
Rapportage evaluatie Zomercampus010
43
Sardes, december 2020
6.
Reflectie op de Zomercampus010 en aanbevelingen In dit rapport hebben we aandacht besteed aan de opbrengsten van de Zomercampus010 die gerapporteerd worden (hoofdstuk 2), hoe de Zomercampus010 is voorbereid (hoofdstuk 3), hoe hij is verlopen (hoofdstuk 4) en wat goed ging en beter kan (hoofdstuk 5). Daaruit komen allerlei aandachtspunten naar voren voor een eventuele volgende versie van de Zomercampus010. Het gaat dan bijvoorbeeld om: helderheid over doelen en doelgroep, tijdige planning, werving en communicatie en een heldere rol- en taakverdeling. We gaan daar in dit slothoofdstuk niet in detail op in, het rapport geeft daar al op andere plekken de nodige aanwijzingen voor, maar beschrijven op hoofdlijnen wat we hebben gezien in het onderzoek en geven daar een reflectie op. In paragraaf 6.2 doen we een aantal aanbevelingen voor een toekomstige zomerschool.
6.1 Reflectie op inhoud en organisatie Wat zien we bij de deelnemers Over één ding kunnen we het eens zijn: het is goed dat er in deze ‘coronazomer’ een programma was voor kinderen die door de scholensluiting minder/ander onderwijs hadden en die niet op vakantie konden. Het is positief dat er activiteiten voor hen werden georganiseerd en dat ze leeftijdgenoten konden ontmoeten. Er zijn nieuwe vriendschappen ontstaan, kinderen en jongeren hebben hun wijk/stad beter leren kennen en kennisgemaakt met werelden die ze niet kenden. De leerlingen uit het havo en vwo hebben de gelegenheid gehad om vakken bij te spijkeren en zich voor te bereiden op het eindexamen. Leerlingen uit het vmbo maakten kennis met beroepen en leefwerelden. Opbrengsten in relatie tot de doelstelling Daarnaast zien we dat meningen sterk uiteenlopen over de opbrengsten. Dat komt in de eerste plaats, omdat de Zomercampus010 voor po, vmbo en havo/vwo zeer verschillend tot stand is gekomen en uitgevoerd is. In feite gaat het in deze rapportage om drie evaluaties. In de tweede plaats zijn de verschillende perspectieven die we in dit rapport laten zien, terug te voeren op de doelstelling van de Zomercampus010. Er is één doelstelling geformuleerd voor po en vo en deze is tot stand gekomen in samenspraak met het onderwijs.
De doelstelling bood ruimte voor verschillende invullingen en dat moest ook wel om het onderwijs mee te krijgen. Het po en vo verschilden onderling over de mate waarin de nadruk in het doel moest liggen op het inhalen van (cognitieve) achterstanden, dus een remediërende doelstelling. Het po wilde dat niet, het vo wel. Dit aspect is niet expliciet benoemd in de doelstelling, maar speelt wel een rol bij de invulling van de programma’s. Daardoor - een doelstelling die aan een recreatieve, verrijkende én remediërende invulling refereert - zien we in deze evaluatie dat er vanuit verschillende invalshoeken wordt gereflecteerd op de invulling van de Zomercampus010, afhankelijk van het doel dat voor de geïnterviewde van belang is. De uitvoerenden die het belangrijk vinden dat kinderen en jongeren een leuke en/of verrijkende tijd moeten hebben, kijken tevreden terug. Degenen die van mening zijn dat de Zomercampus010 kinderen en jongeren de mogelijkheid moet bieden om achterstanden, met name op cognitief gebied, in te halen, zijn minder tevreden en vinden dat er veel meer uitgehaald had kunnen worden. Dat geldt vooral voor degenen die bij het po-programma betrokken waren. In het vo-programma was een relatie met het reguliere onderwijs zichtbaar, maar in het poprogramma was dat minder aanwezig. Rapportage evaluatie Zomercampus010
44
Sardes, december 2020
De organisatie Het is aan velen te danken dat er überhaupt een Zomercampus010 tot stand is gekomen. Er is in korte tijd ongelooflijk hard gewerkt om een programma te maken, aanbieders te organiseren, uitvoerders te mobiliseren, locaties te vinden en deelnemers te werven. Daar is iedereen het over eens. De korte voorbereidingstijd heeft echter serieuze consequenties gehad voor de kwaliteit van de uitvoering en de behaalde opbrengsten, zo komt duidelijk in de interviews naar voren. Het is onnodig om die allemaal hier te herhalen, maar er zijn zaken misgelopen en zeker in de eerste weken moest veel geïmproviseerd worden. Het programma In het kader hieronder geven we een reflectie op de inhoud van de verschillende programma’s voor po, vmbo en havo/vwo vanuit onze taalexpertise. Daarmee beantwoorden we de onderzoeksvragen 1a: Hoe effectief is de methodiek van het maken van een krant en welke lessen kunnen we daaruit leren? en 2a: Sluit het materiaal in voldoende mate aan bij de leefwereld en het (Nederlandse) taalniveau van kinderen in de grote stad? Het programma Voor een inhoudelijke evaluatie van de gebruikte materialen bij het maken van de krant in het primair onderwijs en de programma’s voor vmbo en havo/vwo hebben we 14 gekeken naar een deel van de leerlingmaterialen en enkele eindproducten van basisschoolleerlingen.
Onze aanbevelingen hebben als doel de educatieve waarde van het programma te helpen versterken. Omdat de aanbevelingen uitsluitend zijn gebaseerd op een analyse van materialen en eindproducten, is het mogelijk dat sommige aanbevelingen al in de begeleiding van de activiteiten zijn uitgevoerd. In die gevallen kunnen de aanbevelingen vanzelfsprekend genegeerd worden. Ook is bij de evaluatie ervan uitgegaan dat de materialen zijn uitgevoerd voor de groep leerlingen waarvoor zij ontwikkeld zijn. Voor leerlingen uit de groepen 1 en 2 en uit groep 7, voor sbo-leerlingen en voor isk-leerlingen zijn deze materialen niet bestemd. Deze groepen hadden een ander programma aangeboden moeten krijgen. Primair onderwijs Het programma voor de deelnemers uit het primair onderwijs richt zich op het maken van een krant. Dat is een uitstekende keuze, want dit biedt talloze mogelijkheden voor activiteiten die bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen op het gebied van schriftelijke en mondelinge taalvaardigheid, kennisontwikkeling en creativiteit. Bovendien vraagt het werken in redacties om overleg en samenwerken. De kinderen hebben werkbladen gekregen als leidraad voor het werken aan de krant. De werkbladen zijn aantrekkelijk vormgegeven en bieden een heldere structuur voor het werken aan opdrachten, met duidelijke voorbeelden.
Er zijn verschillende versies voor leerlingen van groep 4-5-6 en leerlingen van groep 7-8. De kranten die door/met de kinderen gemaakt zijn, zien er goed uit en geven een uitgebreide indruk van de activiteiten die de kinderen hebben uitgevoerd en het plezier dat zij eraan hebben beleefd. Aanbevelingen po Algemeen • De kwaliteit van de teksten in de eindproducten geeft de indruk dat de lat best wat hoger gelegd mag worden, ervan uitgaande dat er met een homogene groep - bij voorkeur gemotiveerde kinderen wordt gewerkt. Dat kan door kinderen royaal de gelegenheid te geven om hun eigen en elkaars producten kritisch te bekijken en te herzien. In de werkbladen is sprake van verschillende versies van opdrachten, wat de indruk wekt dat hierin is voorzien. Aan de eindproducten is echter niet te zien hoe de feedback plaatsvindt en welke verbeterslag de kinderen vervolgens maken. Hoe feedback, met name van andere kinderen, een groot verschil kan maken in de kwaliteit van de
14
Taalexpert van Sardes
Rapportage evaluatie Zomercampus010
45
Sardes, december 2020
eindproducten en daarmee in de ontwikkeling van de kinderen is te zien in de video ‘Austin’s butterly’ (https://www.youtube.com/watch?reload=9&v=E_6PskE3zfQ). • Goede feedback wordt ingegeven door hoge verwachtingen. Het is raadzaam begeleiders, voor zover nodig, te leren hoe zij hoge verwachtingen kunnen laten zien aan kinderen. Dit wordt beschreven in Doug Lemovs boek Teach like a champion (hoofdstuk: De lat hoog leggen). De werkbladen • Neem in de werkbladen woorden op die verbonden zijn met het maken van een krant, zoals de layout, de opmaak, de rubriek, de redactie, redigeren, de eindredactie, het verslag, de reportage. De authentieke context van het werken aan een krant maakt het mogelijk om deze woorden gemakkelijk te verwerven en te consolideren. • Neem meer teksten op in de werkbladen. Er is nu erg weinig te lezen, terwijl dat iets is waar veel kinderen juist meer oefening in nodig hebben. De context van de krant kan ervoor zorgen dat het lezen als iets motiverends wordt ervaren. Er zouden bijvoorbeeld teksten opgenomen kunnen worden waarin wordt uitgelegd wat het werk is van een reporter of van een redactie. De eindproducten: de kranten • Laat de kinderen meer teksten schrijven. Er staan veel foto’s en tekeningen in de kranten en relatief weinig door de kinderen geschreven teksten.
Het is het overwegen waard om de kinderen meer teksten te laten schrijven, dat hoort immers bij het werk van krantenmakers. Het kunnen nieuwsteksten zijn, maar ook korte teksten bij tekeningen of bij foto’s van de activiteiten. Bij foto’s over het maken van fantasiedieren kunnen kinderen bijvoorbeeld beschrijven wat de eigenschappen zijn van hun dieren, bij stripverhalen over een biologische fabel kunnen ze de fabel omschrijven, bij de foto van Journalist-nieuws-tikkertje kunnen ze uitleggen wat voor spel dat is. • Laat niet de volwassenen, maar de kinderen aan het woord zijn bij de verslagen van de activiteiten. Zo wordt de krant nog meer een product van de kinderen zelf. ‘We hebben de hele middag stripverhalen getekend, we mochten zelf bedenken wat we wilden tekenen’ klinkt toch anders dan ‘De kinderen lieten hun fantasie de vrije loop. Dat resulteerde in leuke stripverhalen.’ • Bied kinderen een structuur/stramien voor hun zelf te schrijven teksten. Vooral bij wat langere teksten is het duidelijk dat kinderen hier moeite mee hebben. Een voorgestructureerde indeling kan helpen om hier meer grip op te krijgen. • Neem een onderdeel op over leesplezier, bijvoorbeeld een verslag van een bezoek aan de bibliotheek of boekwinkel, een interview met een schrijver, recensies van boeken die de kinderen gelezen hebben, gesprekken over leesgewoonten.
Als dit kinderen stimuleert om in hun vrije tijd te gaan lezen, dan heeft de Zomercampus010 ook effect buiten de duur van het programma. vmbo Het programma voor het vmbo is zeer divers, passend bij de uiteenlopende doelen, die zowel betrekking hebben op leren als op zelfvertrouwen, leervaardigheden en sport, cultuur en andere thema’s. We concentreren ons hier op de onderdelen die gericht zijn op het verhogen van de leerprestaties op school. Het programma wordt uitgevoerd door drie groepen betrokkenen: • docentmentoren, die aan het vmbo verbonden zijn • leermeesters, die van buitenaf komen en gastlessen geven • studenten van Stichting Leren voor de toekomst, die bijlessen geven, gericht op de examens Een flink deel van het programma is gericht op de voorbereiding op de examens, aansluitend op de hulpvragen van leerlingen. De docentmentor krijgt in de informatiebrief over het programma het advies om op de hoogte te zijn van de examenstof, zodat ook hij/zij persoonlijke begeleiding en/of les kan geven tijdens de bijlessen. Aanbevelingen vmbo Afhankelijk van de precieze doelen die men wil bereiken, kan men overwegen om het programma aantrekkelijker (en wellicht ook effectiever) te maken voor de leerlingen door het minder schools te Rapportage evaluatie Zomercampus010
46
Sardes, december 2020
maken. Dat kan door minder nadruk te leggen op het oefenen voor de examens (beperkt doel) en meer op het versterken van bredere kennis en vaardigheden (breed doel). Bij dat laatst valt te denken aan lezen, praten/discussiëren en schrijven over actuele onderwerpen en ontwikkelingen in verschillende sectoren van de samenleving. De kennis en vaardigheden die de leerlingen zo ontwikkelen (begrijpend lezen, kritisch denken, algemene kennis, schoolwoordenschat), zijn niet alleen nuttig voor het examen, maar ook daarbuiten. Deze onderdelen kunnen aansluiten bij de onderwerpen van de leermeesters, waardoor er ook meer samenhang in het totale programma ontstaat. Wil men vasthouden aan de gerichte examenvoorbereiding, dan kan ook binnen het huidige programma meer aandacht gegeven worden aan bredere doelen door hiervoor de uren ‘open invulling door de docentmentor’ in te zetten. havo/vwo Het programma voor havo/vwo bestaat uit ‘challenges’, waarbij leerlingen zich verdiepen in vraagstukken die te maken hebben met de toekomst van Rotterdam. De challenges sluiten aan bij diverse schoolvakken, zoals aardrijkskunde, maatschappijwetenschappen, natuurkunde en kunst. Dat maakt de challenges geschikt als voorbereiding op het profielwerkstuk. De leerlingen werken in kleine groepen aan hun challenge en kunnen voor ondersteuning een beroep doen op de afdeling research.
In het kader van het programma krijgen de leerlingen bezoek van opdrachtgevers en experts. Daarnaast bestaat het programma uit examentraining voor specifieke vakken. Het programma voor de challenges is goed gestructureerd, stapsgewijs opgebouwd en aantrekkelijk vormgegeven. De leerlingen krijgen heldere instructies en voorbeelden, die hen voorbereiden op het werken aan een challenge via een onderzoekscyclus. Het materiaal omvat onder andere teksten die als bron gebruikt kunnen worden bij het onderzoek. Aanbevelingen havo/vwo Onze analyse van het materiaal geeft geen aanleiding tot aanbevelingen voor verandering. Het materiaal ziet er zeer doordacht uit en biedt een sterke combinatie van uitdaging (met veel ruimte voor eigen inbreng door de leerlingen), voorstructurering en ondersteuning. Kortom, het programma lijkt zeer geschikt om leerlingen die uitzicht hebben op een studie in het hoger onderwijs kennis te laten maken met de wereld van onderzoek en vaardigheden (verder) te laten ontwikkelen die voor een studie van belang zijn. Tot slot: een rode draad binnen alle programma’s? Elk van de hierboven beschreven programma’s heeft zijn eigen merites, passend bij de doelgroep. Kijkt men echter naar de samenhang binnen het totaal van het programma, dan valt op dat er alleen een doorgaande lijn is te zien in de benaming en de vormgeving.
Het kan het overwegen waard zijn om ook voor de inhoud voor het totale programma een doorgaande lijn te formuleren die samenhang geeft en die de Zomercampus010 als concept herkenbaarder maakt. Dat zou zelfs kunnen zonder veel te veranderen aan de huidige inhoud van de programma’s. De rode draad binnen de programma’s voor alle leeftijdsgroepen zou gevormd kunnen worden door de actualiteit en leesplezier. Waarom de actualiteit? Rotterdam staat niet op zich. De stad maakt deel uit van grotere gehelen: de provincie, Nederland, Europa, de wereld. Die grotere gehelen zijn zichtbaar in het nieuws. Een bijeenkomst van de Zomercampus010 zou standaard kunnen beginnen met het (voor)lezen van de krant. Leerlingen, zowel in basis- als in voortgezet onderwijs, lezen en discussiëren over de actualiteit, ontwikkelen zo kennis en ‘schoolse’ vaardigheden en leggen verbinding tussen de bredere actualiteit en de onderwerpen waaraan zij werken binnen hun eigen programma. Na de ‘leestafel’ gaan de leerlingen verder met het werken aan hun eigen programma. Een verbinding met de stad kan sterker door excursies in het programma in te bouwen die een raakvlak hebben met andere programmaonderdelen. En waarom leesplezier? Het lezen in de vrije tijd kan een sterke impuls geven aan de taalontwikkeling en is een bron voor de persoonlijke ontwikkeling (zie Meer lezen, beter in taal, internet).
Door aandacht te Rapportage evaluatie Zomercampus010
47
Sardes, december 2020
schenken aan lezen en leesplezier krijgt de Zomercampus010 idealiter ook een positieve educatieve invloed die verder gaat dan de duur van het programma, als leerlingen in hun vrije tijd (meer) gaan lezen. Iedere bijeenkomst van de Zomercampus010 zou afgesloten kunnen worden met een Boekenclub, waarin leerlingen kennismaken met interessante boeken, schrijvers, series, etc. en praten met elkaar en met begeleiders over lezen. Ook hier kan eventueel een verbinding gelegd worden met andere onderdelen van het programma (zoals de bijdragen van de leermeesters in het vmbo). Het aanbrengen van een dergelijke rode draad binnen het totaal van de Zomercampus010 heeft geen ingrijpende gevolgen voor de inhoud van de huidige programma’s, die alleen wat tijd inleveren aan de start en het einde van iedere bijeenkomst. Er zijn wel organisatorische consequenties om rekening mee te houden, met name in de sfeer van materiaalvoorziening (kranten en boeken). Daar staat tegenover dat het programma inhoudelijk breder wordt en een herkenbaarder profiel krijgt.
6.2 Aanbevelingen Hieronder beschrijven we een aantal opties die een rol spelen bij verkennende gesprekken over een eventueel vervolg van de Zomercampus010 en keuzes die kunnen worden gemaakt. Uit de interviews blijkt dat er veel verschillende (ook financiële) belangen spelen. Uiteindelijk zal het een politieke keuze zijn om de Zomercampus010 al dan niet een vervolg te geven. Helderheid over de doelen Een initiatief als de Zomercampus010 kan verschillende doelen dienen, die elk inhoudelijk gezien gerechtvaardigd zijn. Een van tevoren helder vastgesteld hoofddoel moet een stevige basis bieden voor de invulling van het programma en houvast voor alle betrokkenen bij de uitvoering. Doelen zijn leidend bij de invulling van het programma, dus vanuit een doel wordt aan inhoudelijke programmering gewerkt. Voor het vaststellen van doelen en accenten daarbinnen kan een keuze worden gemaakt uit: 1. Remediërend programma voor leerlingen die gedurende het schooljaar niet voldoende hebben geprofiteerd van het onderwijs, met name door hun achtergrondkenmerken. Gerichte bijspijkerlessen leveren, zeker in het vo, veel rendement, waarbij één-op- één begeleiding weliswaar kostbaar, maar ook het meest effectief is.15 2.
Uitbreidend /verrijkend programma: kinderen in aanraking brengen met werelden waar ze niet automatisch mee in aanraking komen en die een aanvulling vormen op wat ze in het reguliere onderwijs aangeboden krijgen. 3. Recreatief programma: zinvolle vrijetijdsbesteding, kinderen van de straat houden. Uiteraard is een combinatie mogelijk en zelfs een verschillende focus voor po en vo, maar het verdient aanbeveling om het doel concreet, helder en eenduidig te formuleren. Eventueel kunnen er voor de verschillende onderwijssectoren verschillende doelen worden geformuleerd. Aandacht voor didactiek De keuze voor didactiek is van groot belang. Voor leerlingen die buiten reguliere schooltijden, op vrijwillige basis16, een programma volgen, is een activerende didactiek, met andere werkvormen dan zij op school gewend zijn, motiverend en enthousiasmerend: kleine groepen, veel excursies,
15
Haelermans, C, Ghysels, J., Monfrance, M., Rud, I & Groot, W. (2017). Procesvaluatie lentescholen en effectanalyse lente- en zomerscholen 2016. Maastricht: Top Institute for Evidence-based Education Research (TIER), Universiteit Maastricht. 16 We gaan er van uit dat ook aan een volgende Zomercampus010 leerlingen op basis van vrijwilligheid deelnemen en dat scholen het niet verplicht stellen voor leerlingen. Dat is een bespreekpunt voor het onderwijs, met name het vo.
Rapportage evaluatie Zomercampus010
48
Sardes, december 2020
inspraak en participatie bij de totstandkoming van het programma. Dit geldt zowel voor programma’s met recreatieve, verrijkende als remediërende doelen. Om een maximaal leereffect tot stand te brengen, is aansluiting bij het curriculum en de didactiek van het reguliere onderwijs van belang. Ook dan is het essentieel om leerlingen te blijven enthousiasmeren door middel van interactieve (spel)elementen en het aanbieden van afwisselende activiteiten.17 In het kader hieronder staan de effectieve kenmerken van een vakantieschool die zich richt op het tegengaan c.q. verminderen van achterstanden. Effectieve educatieve vakantieschool In een recente verschenen reviewstudie staan de werkzame factoren van educatieve vakantiescholen helder samengevat: Effectieve vakantiescholen werken met kleine groepen leerlingen (5-15), uitdagende lesstof en activerende werkvormen, zijn goed gestructureerd, richten zich op leerachterstanden (maatwerk) en sluiten daarmee aan op het eigen curriculum. Vakantiescholen zijn effectiever wanneer bevoegde ervaren leerkrachten de leerlingen begeleiden dan wanneer externe vrijwilligers worden ingezet. Het betrekken van ouders bij de zomerschool vergroot de effectiviteit. Om leerlingen te blijven enthousiasmeren zijn interactieve (spel)elementen belangrijk, evenals het aanbieden van afwisselende activiteiten.18
Een efficiënte en effectieve organisatie Bij de Zomercampus010 waren enorm veel verschillende organisaties betrokken, in meer of mindere mate aangestuurd door de Stichting Zomercampus Rotterdam. Soms voerden deze organisaties hun eigen aanbod uit, soms een aangepast aanbod en deels ook nieuw aanbod, bijvoorbeeld waar het ging om het maken van de krant in het primair onderwijs. Er zijn verschillende manieren denkbaar waarop een Zomercampus010 - of meer algemeen een programmering in de zomervakantie – georganiseerd en aangestuurd kan worden, met meer of minder centrale aansturing. We beschrijven hier een aantal mogelijkheden. 1. Centrale aansturing, centrale organisatie, één programma voor de hele stad. Voordelen: • Duidelijke doelen • Uniform programma voor de hele stad dat voldoet aan kwaliteit • Dezelfde kwaliteitseisen gelden voor alle aanbieders • Krachten bundelen • Duidelijkheid en herkenbaarheid • Garantie dat de organisatie / vervoer / aansprakelijkheid etc. goed geregeld zijn • Een duidelijk aanspreekpunt bij problemen In dit scenario is er de keuze of de centrale organisatie zelf wel of geen aanbod verzorgt. 2. Essentiële onderdelen van de Zomercampus010 worden centraal geregeld, andere onderdelen kunnen per wijk verschillend worden ingevuld.
De centraal geregelde essentiële onderdelen zijn dan met name: ✓ Dezelfde kwaliteitseisen voor alle aanbieders ✓ Uniform programma dat voldoet aan kwaliteit ✓ Duidelijke doelen
17
Kortekaas-Rijlaarsdam, A.F., Turkeli, R., de Vries, N., Ehren, M.C.M. & M. Meeter (2020). Effectiviteit van inhaal- en ondersteuningsprogramma’s om onderwijsachterstanden in te halen: een eerste overzicht van internationale en Nederlandse literatuur. Amsterdam: Learn!/VU. https://www.researchinstitutelearn.nl/wp-content/uploads/2020/08/Effectiviteit-van-inhaal-en-ondersteuningsprogramma’s-omonderwijsachterstanden-in-te-halen-2.pdf 18 Idem
Rapportage evaluatie Zomercampus010
49
Sardes, december 2020
Voordelen van dit model: • Maatwerk per wijk • Bekende partners in de wijk verzorgen het programma • Samenhang met het onderwijs, met name po, kan per wijk beter tot stand komen • Voor ouders is deelname in de wijk en met name de school garantie voor veiligheid en vertrouwen • Motiverend voor partners als er vrijheid is bij de invulling 3. Verschillende aanbieders in de stad bieden onder dezelfde vlag, namelijk ‘Zomercampus010’, programma’s aan. Eén organisatie verzorgt de pr en communicatie. Voordelen: • Motiverend voor sterke partners, zoals Rotterdam Vakmanstad en Feyenoord, om mee te doen. • Uitstraling: duidelijk en herkenbaar 4. Aanbieders van zomeractiviteiten kunnen subsidie krijgen van de gemeente, mits zij voldoen aan een aantal (kwaliteits-)criteria, bijvoorbeeld: doelen en doelgroep zijn helder en sluiten aan bij gemeentelijk beleid, wijkgericht, inhoudelijk sterk, kwaliteit van de professionals gegarandeerd door opleiding en ervaring. Inbedding in de educatieve infrastructuur Bij de keuze voor een centrale of juist decentrale organisatie speelt een belangrijk ander criterium, met name als het gaat om onderwijsachterstandenbeleid.
Voor het bereiken van doelen op langere termijn bij kinderen die van huis uit minder kansen krijgen, is het belangrijk dat de Zomercampus010 een integraal onderdeel uitmaakt van het onderwijsachterstandenbeleid van de gemeente en van schoolbesturen. Indien gekozen wordt voor het inhalen van achterstanden en/of het voorkomen van achterstanden zal participatie van kinderen aan een programma van tien dagdelen geen structurele invloed hebben op leerprestaties en ontwikkeling, maar wel als het een relatie heeft met interventies in de rest van het jaar (verlengde leertijd, dagprogrammering, vakantiescholen etc.). De Zomercampus010 kan dus een grotere impact hebben als deze meer wordt ingebed in een ruimer geheel van interventies door het jaar heen, waarbij de verantwoordelijkheid meer bij de schoolbesturen en scholen ligt en de gemeente een regiefunctie heeft. Keuze voor uitvoerende professionals Als de doelen en de inhoudelijke invulling van vakantieactiviteiten bekend zijn, kan vervolgens worden vastgesteld welke professionals het programma het beste kunnen uitvoeren. Voor een remediërend programma zijn andere professionals nodig dan voor een verrijkend of recreatief programma. Welke keuze daarin ook wordt gemaakt: het is van belang om aandacht te besteden aan de werving en selectie, het voorbereiden en het trainen van de betrokken professionals.
Dat geldt met name voor mentoren, maar ook voor leraren. Vakantiescholen die gericht zijn op het tegengaan c.q. verminderen van achterstanden, zijn effectiever wanneer bevoegde ervaren leerkrachten de leerlingen begeleiden dan wanneer externe vrijwilligers worden ingezet.19 19
Kortekaas-Rijlaarsdam, A.F., Turkeli, R., de Vries, N., Ehren, M.C.M. & M. Meeter (2020). Effectiviteit van inhaal- en ondersteuningsprogramma’s om onderwijsachterstanden in te halen: een eerste overzicht van internationale en Nederlandse literatuur. Amsterdam: Learn!/VU. https://www.researchinstitutelearn.nl/wp-content/uploads/2020/08/Effectiviteit-van-inhaal-en-ondersteuningsprogramma’s-omonderwijsachterstanden-in-te-halen-2.pdf Bakker, J.T.A., Denessen, E.. Dennissen, M., Oolbekkink, H.W., & Marchand, H. (2013). Leraren en ouderbetrokkenheid een reviewstudie naar de effectiviteit van ouderbetrokkenheid en de rol die leraren daarbij kunnen vervullen. Radboud University Nijmegen
Rapportage evaluatie Zomercampus010
50
Sardes, december 2020
Het is dan wel de vraag in hoeverre er voldoende professionals beschikbaar zijn. In de zomer van 2020 gingen veel mensen niet op vakantie en voelden ook velen de urgentie om iets te doen voor kinderen die al maanden niet of weinig naar school waren geweest. Zijn er volgend jaar ook voldoende professionals beschikbaar? Zowel in het onderwijs als in de kinderopvang is nu al sprake van grote tekorten in personeel. Het is raadzaam om ervoor te zorgen dat initiatieven, zoals de Zomercampus010, geen concurrenten worden van het onderwijs en de kinderopvang als het gaat om het werven van personeel. Rol van ouders Over de rol van ouders kunnen we kort zijn: het betrekken van ouders bij de zomerschool vergroot de effectiviteit. Het motiveren van leerlingen met (een risico op) onderwijsachterstand en hun ouders om deel te nemen aan een vakantieschool is een uitdaging. 20 Ouders waren nu te weinig betrokken. Het onderwijs is de aangewezen partij om ouders te motiveren en te enthousiasmeren en het vertrouwen te geven dat het een goede zaak is om hun kind in te schrijven. Een duidelijke rol voor de gemeente In de Zomercampus010 van dit jaar was de gemeente opdrachtgever, financier, medeinitiatiefnemer en mede-voorbereider en -uitvoerder. Binnen de gegeven omstandigheden waarin snel moest worden gehandeld, was het functioneel om in deze verschillende rollen te opereren.
Voor een vervolg ligt het voor de hand dat de gemeente meer de rol van opdrachtgever en eventueel financier op zich neemt en het voorbereiden aan organisaties in de stad overlaat. Bij die opdrachtgeversrol hoort ook het formuleren van een heldere opdracht en het stellen van (kwaliteits)kaders, bijvoorbeeld door een in te stellen stuurgroep, bestaande uit gemeentelijke ambtenaren van verschillende afdelingen. De stuurgroep stelt een Programma van Eisen op waar tarieven (‘fair pay’) deel van uitmaken.
20
Kortekaas-Rijlaarsdam, A.F., Turkeli, R., de Vries, N., Ehren, M.C.M. & M. Meeter (2020). Effectiviteit van inhaal- en ondersteuningsprogramma’s om onderwijsachterstanden in te halen: een eerste overzicht van internationale en Nederlandse literatuur. Amsterdam: Learn!/VU. https://www.researchinstitutelearn.nl/wp-content/uploads/2020/08/Effectiviteit-van-inhaal-en-ondersteuningsprogramma’s-omonderwijsachterstanden-in-te-halen-2.pdf
Rapportage evaluatie Zomercampus010
51
Sardes, december 2020
Bijlage 1:Het onderzoek De onderzoeksvragen In dit onderzoek stellen we de volgende onderzoeksvragen: 6. In hoeverre is het doel van de Zomercampus behaald? 7. In hoeverre is de beoogde doelgroep van de Zomercampus bereikt? 8. Hoe verliep de organisatie van de Zomercampus: a. Tijdens de voorbereiding van de Zomercampus? b. Tijdens de uitvoering van de Zomercampus? 9. Welke lessen kunnen we leren uit de Zomercampus? Wat ging goed en wat kan beter? 10. In hoeverre is er draagvlak voor een vervolg? Bij de eerste twee onderzoeksvragen behoren de volgende subvragen: 1b en 2b: hoe effectief is de methodiek van het maken van een krant en welke lessen kunnen we daaruit leren? Sluit het materiaal in voldoende mate aan bij de leefwereld en het (Nederlandse) taalniveau van kinderen in de grote stad? Een deel van bovenstaande onderzoeksvragen (en aanvullende vragen) zijn ook onderwerp van andere onderzoeken. De Hogeschool Rotterdam interviewde dertig deelnemende kinderen en jongeren over hun ervaringen en ging daarbij met name in op het onderdeel zelfvertrouwen. De Stichting Zomercampus Rotterdam heeft bereikcijfers verzameld en heeft evaluatieve vragenlijsten uitgezet onder de kinderen en jongeren na afloop van deelname. De conclusies van de vragenlijsten betrekken we bij het beantwoorden van de onderzoeksvragen. De bereikcijfers hebben we verwerkt.
De gevolgde aanpak De onderzoeksvragen beantwoorden we in deze rapportage op basis van interviews met alle partijen die bij de voorbereiding en uitvoering van de Zomercampus010 betrokken waren. Daarnaast heeft nog een aantal andere activiteiten plaatsgevonden. Die beschrijven we hierna. 1. Startgesprek met de gemeente Rotterdam Gestart is met een gesprek op 4 september 2020 tussen vertegenwoordigers van de gemeente Rotterdam en het onderzoeksteam. In het gesprek is de offerte besproken en heeft de gemeente aanvullende wensen geformuleerd. Ook zijn afspraken gemaakt over de werkwijze en taakverdeling en over de relevante documenten die de gemeente beschikbaar stelt. Tenslotte zijn afspraken gemaakt over de communicatie en het eindrapport. 2. Deskresearch, constructie interviewleidraden en teamoverleg Deskresearch Om de achtergrond, doelgroep, betrokkenen, doelstellingen, aanbod (activiteiten en materialen), in- en uitvoering, informatievoorziening en communicatie, aansturing, financiën et cetera van de Zomercampus010 beter te leren kennen, hebben we relevante documenten bestudeerd. Ook is de beschikbare informatie op de websites: https://onderwijs010.nl/, https://www.rotterdam.nl/bestuur-organisatie/Zomercampus010/ en https://www.Zomercampus010.nl/ bekeken. Deze informatie is gebruikt om de
Rapportage evaluatie Zomercampus010
52
Sardes, december 2020
interviewleidraden te ontwikkelen en om de interviews met kennis van zaken te kunnen uitvoeren. Interviewleidraden Er zijn twee interviewleidraden ontwikkeld (zie bijlage 1). Allereerst is er een algemene interviewleidraad samengesteld, waarbinnen, naast algemene vragen voor iedereen, voor de verschillende categorieën geïnterviewden (organisatoren, aanbieders, uitvoerders, bestuurders) aparte vragen zijn opgenomen. Daarnaast is voor de interviews met het ondersteunend team van de gemeente een aparte interviewleidraad ontwikkeld. De interviewleidraden zijn voorgelegd aan de gemeente en na feedback bijgesteld. Voor de geïnterviewden is een ‘uitgeklede’ versie van de interviewleidraad gemaakt. Die is, op verzoek, vooraf opgestuurd, zodat men zich kon voorbereiden. Interne afstemming team Omdat een groot team is ingezet, zodat we flexibel zijn bij de afname van de interviews, was het essentieel dat er een strikte en uniforme werkwijze werd gehanteerd. Alle betrokken onderzoekers zijn in een gezamenlijke teamsessie goed geïnformeerd over doel en werkwijze, zodat de condities, afname van het interview en verslaglegging zoveel mogelijk gelijk zouden zijn. Omdat de interviews al vrij snel na de start van het onderzoek zijn afgenomen, zijn in het teamoverleg ook ervaringen gedeeld met de eerste interviews. 3.
Afname interviews We interviewden beleidsverantwoordelijken, ontwikkelaars/aanbieders, organisatoren en uitvoerders van Zomercampus010. Het grootste deel van de interviews vond met meer dan één persoon plaats. Ook interviewden we verschillende organisaties tegelijkertijd. Aan degenen die niet bij het groepsinterview aanwezig konden zijn, zijn verschillende alternatieven geboden: een één-op-één telefonisch interview, de vragen in de interviewleidraad invullen of per mail een reflectie op de Zomercampus010. In bijlage 2 is een overzicht van de 63 geïnterviewden te vinden en van degenen die op een andere manier een reflectie gaven. 4. Verwerking, analyse en rapportage (inclusief conclusies en aanbevelingen) Van elk interview is een verslag gemaakt. Een enkele keer is dit verslag ter accordering voorgelegd, op verzoek van de geïnterviewden. Vrijwel iedereen kon ermee leven dat we de verslagen niet van tevoren konden voorleggen, gezien de korte looptijd van het onderzoek. We analyseerden per onderzoeksvraag de belangrijkste uitkomsten. 5. Bespreking resultaten met gemeente Rotterdam De concept-rapportage met conclusies en aanbevelingen is op 2 november 2020 besproken met de gemeente Rotterdam als opdrachtgever van dit onderzoek. 6. Bijstelling en oplevering definitieve rapport De feedback van de opdrachtgever is verwerkt in deze eindrapportage.
Rapportage evaluatie Zomercampus010
53
Sardes, december 2020
Bijlage 2: De interviewleidraad Algemeen Namen interviewers: Datum interview: Naam/ namen organisaties: Naam/ namen geïnterviewden: Functies:
Introductie – een beeld van de gesprekspartner 1) Over de organisatie a) Wat voor organisatie b) Rol in de Zomercampus010 c) Sinds wanneer betrokken bij Zomercampus010 (Pas vanaf uitvoering betrokken? Dan deel voorbereiding overslaan) d) Eerdere ervaring met het aanbieden of verzorgen van zomerscholing of andere vorm van onderwijstijdverlenging (bv. 10 uur OTV Rotterdam-Zuid)? i) Zo ja, welke en sinds wanneer? ii) Hoort dit bij jullie reguliere takenpakket? iii) Hebben jullie je reguliere zomeractiviteiten kunnen integreren in de Zomercampus010? Zo niet: wat is er in de toekomst nodig om dat wel te kunnen doen? iv) Werden jullie reguliere zomeractiviteiten ook al gefinancierd?
Doelen en doelbereik 2) Was het doel van de Zomercampus010 voor jou duidelijk? (wat was voor jou het belangrijkste aspect in het doel?) 3) In hoeverre is het doel van de Zomercampus010 behaald? a) Hoe denk je dat de kinderen de Zomercampus010 hebben ervaren? Waaraan merkte je dat? Voorbeelden? b) In hoeverre was het programma inspirerend, uitdagend en leerzaam? Waaraan merkte je dat? Voorbeelden? c) Hoe ontwikkelde het zelfvertrouwen van de kinderen/jongeren? Waaraan merkte je dat? Voorbeelden? d) Zie je nog andere opbrengsten van de Zomercampus010? 4) Hoe hebben ouders gereageerd op de Zomercampus010? (alleen aanbieders, uitvoerders en scholen) a) Heb je bij ouders effecten opgemerkt van de Zomercampus010? (ook vragen naar extra (taal)aanbod voor ouders: is nu niet van de grond gekomen. Wenselijk?) 5) Hoe waardeer je de wijkgerichte aanpak? (locatie per wijk en niet per school) 6) Aan welke criteria moet de Zomercampus010 volgens jullie organisatie voldoen om voldoende kwaliteit te bieden? Wat zijn succesfactoren? 7) Op welke manier levert jullie organisatie een bijdrage aan (de borging van) die kwaliteit? Specifiek voor de aanbieders en uitvoerders po: 8) Wat vond je van de ontwikkelde werkwijzen en producten voor de Zomercampus010? 9) Waren de ontwikkelde werkwijzen en producten uitvoerbaar?
Rapportage evaluatie Zomercampus010
54
Sardes, december 2020
10) Wat vond je van het maken van de krant? a) Heeft het maken van een krant bijgedragen aan het behalen van de doelen? b) Zo ja, op welke manier? 11) In hoeverre was het programma geschikt was voor de verschillende leeftijdsgroepen? 12) Op welke manier ging je om met verschillen tussen leerlingen en bood het programma en de materialen voldoende mogelijkheden voor differentiatie? Specifiek voor de aanbieders en uitvoerders vo: 13) Wat vond je van de ontwikkelde werkwijzen en producten voor de Zomercampus010? (denk aan de challenges, examentrainingen, sport, en eventuele andere activiteiten) 14) Waren de ontwikkelde werkwijzen en producten uitvoerbaar? 15) In hoeverre was het programma geschikt was voor de verschillende leeftijdsgroepen? 16) Op welke manier ging je om met verschillen tussen leerlingen en bood het programma en de materialen voldoende mogelijkheden voor differentiatie? Specifiek voor de ontwikkelaars: 17) Hoe is het programma tot stand gekomen? 18) Welke criteria hebben jullie gehanteerd bij de opzet van het programma? 19) Hoe hebben jullie rekening hebben gehouden met de leefwereld van het kind? 20) Hoe hebben jullie rekening gehouden met het Nederlandse taalniveau (bijvoorbeeld in po 1F, in het vo afhankelijk van onderwijsniveau 2F (vmbo), 3F (havo) en 4F (vwo)) van de verschillende kinderen en jongeren? 21) Welke differentiatiemogelijkheden zijn in het
programma verwerkt?
Doelgroep 22) In hoeverre is de beoogde doelgroep van de Zomercampus010 bereikt? (Te weten: kinderen/jongeren met een risico op onderwijsachterstanden) 23) Hoe is er rekening gehouden met de manier waarop de doelgroep het beste bereikt kan worden? 24) Welke wervingsactiviteiten (wat en via welke kanalen) hebben plaatsgevonden om de doelgroep te enthousiasmeren voor de Zomercampus010? 25) Hoe is deze werving gewaardeerd? a) (door leerkrachten en directeuren van de scholen, schoolbesturen, ouders … ) 26) Welke wervingsactiviteiten waren het meest succesvol? 27) Wat is ervoor nodig om deze doelgroep in de toekomst beter te bereiken?
De voorbereiding van Zomercampus010 28) Rollen en taken in de voorbereidingsfase a) Ben je/is jouw organisatie betrokken geweest bij de voorbereiding van de Zomercampus010? Zo nee -> ga naar vraag 3 b) Wat waren de rol en taken van jouw organisatie tijdens de voorbereiding van de Zomercampus010? c) Was dit vooraf helder voor jou en jullie organisatie? d) Heb je voldoende inbreng gehad in de voorbereidingsfase? i) Zo ja: op welke manier? ii) Zo nee: welke inbreng had je graag willen hebben? 29) Organisatiestructuur en samenwerking a) Hoe heb je de organiserende rol van Stichting Zomercampus Rotterdam tijdens de voorbereiding ervaren? (indien van toepassing) b) En de rol van de gemeente Rotterdam? Rapportage evaluatie Zomercampus010
55
Sardes, december 2020
c) Hoe heb je de algehele coördinatie/projectleiding tijdens de voorbereiding ervaren? d) Was het voor de rest van de betrokkenen (aanbieders/ontwikkelaars, uitvoerders, coördinerende scholen, schoolbesturen, st. De Verre Bergen, gemeente Rotterdam en Stichting Zomercampus Rotterdam) bij de start duidelijk wat ze van je/ jouw organisatie konden verwachten? e) Was het voor jou / jouw organisatie helder wat je van de andere betrokken organisaties mocht verwachten? f) Hoe heb je de samenwerking in de voorbereidende fase ervaren? 30) Communicatie a) Op welke manier werd je geïnformeerd over de Zomercampus010? b) Leverde die informatie je voldoende op? c) Hoe waardeer je de aanvankelijke communicatie over de start van de Zomercampus010? d) Wat zou er een volgende keer beter kunnen? Alleen Stichting Zomercampus Rotterdam e) Hoe vinden jullie dat de communicatie in de voorbereidingsfase verliep? 31) Terugkijkend op de voorbereidingsfase: wat ging er goed en wat kan beter? a) De voorbereidingstijd was kort. Heeft dat zaken beïnvloed? Wat zou je anders gedaan hebben als je meer tijd had gehad? b) Waren er in de voorbereidingsfase onverwachte gebeurtenissen? c) Hoe is jouw organisatie daarmee omgegaan?
De uitvoering van de Zomercampus010 32) Rollen en taken in de uitvoeringsfase a) Ben je/is jouw organisatie betrokken geweest bij de uitvoering van de Zomercampus010? b) Wat waren de rol en taken van jouw organisatie tijdens de uitvoering van de Zomercampus010? c) Heb je kunnen voldoen aan de vraag die je is gesteld? d) Ben je tijdens de uitvoeringsfase voldoende ondersteund om je rol te kunnen vervullen? Zo ja: welke ondersteuning was helpend? Zo nee: waar had je behoefte aan gehad? e) Was het uitvoeringsteam groot genoeg en waren de uitvoerders geschikt voor hun taken? 33) Organisatiestructuur en samenwerking a) Hoe heb je de organiserende rol van Stichting Zomercampus Rotterdam tijdens de uitvoering ervaren? (indien van toepassing) (Niet Stichting Zomercampus Rotterdam) b) En de rol van de gemeente Rotterdam? c) Hoe hebben jullie je organiserende rol tijdens de uitvoering ervaren? (Alleen Stichting Zomercampus Rotterdam) d) Hoe heb je de algehele coördinatie tijdens de uitvoering ervaren? e) Was het voor de rest van de betrokkenen (aanbieders/ontwikkelaars, uitvoerders, coördinerende scholen, schoolbesturen, st.
De Verre Bergen, de gemeente Rotterdam en Stichting Zomercampus Rotterdam) duidelijk wat ze van je konden verwachten? f) Was het voor jou helder wat je van de andere betrokken organisaties mocht verwachten? g) Hoe heb je de samenwerking met andere partijen tijdens de uitvoering ervaren? h) Wat zijn verbeterpunten? 34) Communicatie a) Hoe waardeer je de communicatie tijdens de uitvoeringsfase? b) Beschikte je over genoeg informatie om je taak/rol te volbrengen? c) Wat zou er een volgende keer beter kunnen?
Rapportage evaluatie Zomercampus010
56
Sardes, december 2020
35) Praktische zaken met betrekking tot de uitvoering De aspecten langslopen, alleen antwoord indien van toepassing, gaat om het oordeel, dus doorvragen: Welke rol had jouw organisatie? Wat vind je daarvan? Wat ging goed/kon beter? a) Hoe is de keuze voor de locaties tot stand gekomen? b) Hoe is de werving van leerlingen verlopen? c) Hoe is de wijze van aanmelding gegaan? d) Hoe is het indelen van de groepen verlopen? e) Hoe was het vervoer van de deelnemers geregeld? f) Waren er voldoende en geschikte materialen? g) Hoe was de wettelijke aansprakelijkheid geregeld? h) Zijn jullie tegen andere praktische zaken aangelopen? 36) Terugkijkend op de uitvoeringsfase: wat ging er goed en wat kan beter? a) Waren er in de uitvoeringsfase onverwachte gebeurtenissen? b) Hoe is jouw organisatie daarmee omgegaan?
Succesfactoren, verbeterpunten en blik op de toekomst Wat ging goed? 37) Wat zijn de belangrijkste successen? 38) Wat wil je behouden? Wat kan beter? 39) Wat moet een eventuele volgende keer anders? (Doorvragen: wat kun je zelf anders doen) Denk aan: de voorbereiding, het proces, de uitvoering (doelgroep en werving, programma en aanbieders, uitvoerders, rol van de ouders, taakverdeling, samenwerking) 40) En wat is daarvoor nodig? (voorwaarden) Toekomst 41) In hoeverre staat jullie organisatie achter een vervolg van de Zomercampus010? 42) In hoeverre denk je dat ouders en kinderen open staan voor een vervolg op de Zomercampus010? 43) In hoeverre is er draagvlak voor de Zomercampus010 als er geen Corona meer is? Wat wordt dan anders aan de Zomercampus010? 44) Welke opbrengsten verwacht je in de toekomst? 45) Welke wensen en behoeften heb je voor de toekomst? a) Wat betreft de invulling van de Zomercampus010 b) Wat betreft de mogelijke opbrengsten van de Zomercampus010 c) Wat betreft de samenwerking met partners 46) Wat is er dan volgens jullie voor nodig om weer een Zomercampus010 te organiseren? (voorwaarden) Tot slot 47) Zijn er nog andere onderwerpen waarover je iets kwijt wilt in relatie tot de Zomercampus010?
Rapportage evaluatie Zomercampus010
57
Sardes, december 2020
Bijlage 3: Overzicht geïnterviewden Beleid • Hoofd afdeling onderwijs • Kernteam (3 personen) • Ondersteunend team (8 personen) Organisatie • Stichting Zomercampus Rotterdam (4 personen) • Jeugdfonds Sport & Cultuur Ontwikkelaars / aanbieders • Schoolpoort • Meester Rembrandt (2 personen) • The Next School (2 personen) • Lyceo (2 personen) • Humanitas • SKVR • Sportbedrijf (2 personen) • TOS • Free to Move! • Tuttie Timbri • Team Toekomst • Stichting de Verre Bergen • Excelsior/Playing for Success • Buzz010 • Bouwkeet Recruiters • Daan Uitzendbureau: • Leren voor de Toekomst Schoolbesturen • RVKO • PCBO • K&O • BOOR • CVO Directies scholen • Kindercentrum De Vlinder • De Agnesschool • De Bavokring • Theresiaschool • OSG Hugo de Groot • Lyceum Kralingen
Rapportage evaluatie Zomercampus010
58
Sardes, december 2020
Leraren / mentoren / coördinatoren • Mentor po, vmbo, havo/vwo (zes weken deelgenomen) • Leraren po (4 personen) • Coördinator mentoren po (2 personen) • Coördinatoren vmbo (2 personen) • Mentor / workshopsbegeleider vmbo • Mentor / coördinator / PWS begeleider havo/vwo Aanbieders buiten de Zomercampus010 • Vakmanstad • Feyenoord • SV Gio
Rapportage evaluatie Zomercampus010
59
Sardes, december 2020
Colofon
Titel Auteurs Onderzoeksteam Datum Projectnummer
Evaluatie Zomercampus010 en een blik op de toekomst Karin Hoogeveen, Joke Kruiter, Jennifer Lohman Harriët van den Berg, Kees Broekhof, Ellen Donkers, Karin Hoogeveen, IJsbrand Jepma, Joke Kruiter, Jennifer Lohman, Sanne Spiero, Karin Vaessen 8-12-2020 TR1783
Sardes Postbus 2357 3500 GJ Utrecht (NL) T+31(0)30 23 26 200 www.sardes.nl
© Sardes 2020 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, op welke andere wijze dan ook, zonder vooraf schriftelijke toestemming van de uitgever.
Sardes Postbus 2357 3500 GJ Utrecht Lange Viestraat 371 3511 BK Utrecht (030) 232 62 00 @ secretariaat@sardes.nl www.sardes.nl @SardesUtrecht facebook.com/sardesBV