CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 behorende bij 21bb017 over Zomercampus010 Evaluatie en een blik op de toekomst

Gemeenteraad 18 maart 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 31. Zomercampus 010.26.091 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Zomercampus010

Evaluatie en een blik op de toekomst

Karin Hoogeveen Joke Kruiter Jennifer Lohman Sardes, december 2020

Evaluatie Zomercampus010 en een blik op de toekomst

Inhoudsopgave Inleiding ........................................................................................................................................... 5 Managementsamenvatting .............................................................................................................. 6 1.1

Het onderzoek ..................................................................................................................... 6

1.2

Doel en doelbereik .............................................................................................................. 6

1.3

De doelgroep ....................................................................................................................... 7

1.4

De voorbereidingsfase ......................................................................................................... 8

1.5

De uitvoeringsfase ............................................................................................................... 9

1.6

Leerpunten en successen voor de toekomst ...................................................................... 11

1.7

Draagvlak .......................................................................................................................... 11

2.

De opbrengsten ..................................................................................................................... 13

2.1

Het bereiken van de doelen ............................................................................................... 13

2.2

Doelgroepbereik ................................................................................................................ 14

3.

De voorbereiding ................................................................................................................... 17

3.1

Inleiding ............................................................................................................................ 17

3.2

Aanleiding Zomercampus010 ............................................................................................ 17

3.3

Politieke besluitvorming en oprichting Stichting Zomercampus Rotterdam ...................... 17

3.4

Totstandkoming doelstelling en bereikcijfers .................................................................... 18

3.5

Organisatiestructuur: taken en rollen ................................................................................ 20

3.6

Ontwikkeling programma .................................................................................................. 21

3.7

Samenwerking met partners in de voorbereidingsfase ...................................................... 22

3.8

Communicatie en PR ......................................................................................................... 24

3.9

De werving van de deelnemers.......................................................................................... 25

Rapportage evaluatie Zomercampus010

3

Sardes, december 2020

4.

De uitvoering ......................................................................................................................... 27

4.1

Inleiding ............................................................................................................................ 27

4.2

Indeling groepen ............................................................................................................... 27

4.3

Uitvoering programma ...................................................................................................... 29

4.4

Materialen en methodiek .................................................................................................. 32

4.5

De uitvoerders ................................................................................................................... 32

4.6

Rol van de ouders .............................................................................................................. 34

4.7

De locaties en vervoer ....................................................................................................... 35

4.8

Verdeling taken/rollen en onderlinge samenwerking ........................................................ 36

5.

De toekomst .......................................................................................................................... 38

5.1

Draagvlak voor een vervolg ............................................................................................... 38

5.2

Successen .......................................................................................................................... 39

5.3

Verbeterpunten ................................................................................................................. 40

5.4

Voorwaarden..................................................................................................................... 42

6.

Reflectie op de Zomercampus010 en aanbevelingen ............................................................. 44

6.1

Reflectie op inhoud en organisatie .................................................................................... 44

6.2

Aanbevelingen ................................................................................................................... 48

Bijlage 1: Het onderzoek ................................................................................................................ 52 Bijlage 2: De interviewleidraad ...................................................................................................... 54 Bijlage 3: Overzicht geïnterviewden ............................................................................................... 58

Rapportage evaluatie Zomercampus010

4

Sardes, december 2020

Inleiding De gemeente Rotterdam en het Jeugdfonds Sport & Cultuur hebben in de zomer van 2020 een zomerprogramma georganiseerd voor kinderen en jongeren die zich door de maatregelen als gevolg van Covid-19 minder goed hebben kunnen ontwikkelen. De daarvoor opgerichte Stichting Zomercampus Rotterdam heeft, samen met partners op het gebied van sport, cultuur en educatie en partijen in de wijk, Zomercampus010 opgezet. De totale duur van de Zomercampus010 bedroeg zes weken. Leerlingen uit de groepen 3 tot en met 7 van het primair onderwijs kregen een programma van tien dagdelen, leerlingen in de voor-examenklas van het vmbo acht dagdelen en leerlingen in de voor-examenklassen van het havo/vwo elf dagdelen. Het programma is in 28 wijken in de stad aangeboden en varieerde per locatie en per doelgroep. Een vast onderdeel voor leerlingen van het primair onderwijs was het maken van een krant voor de wijk. Bij het programma voor het havo/vwo ging veel aandacht uit naar bijspijkerlessen en voorbereiding op het profielwerkstuk, in het vmbo-programma was veel tijd ingeruimd voor het kennismaken met beroepen. Alle leerlingen po en vmbo kregen activiteiten aangeboden, onder andere op het gebied van sport en cultuur. Deelname was gratis.

Zomercampus010 moest een bijdrage leveren aan de doelen van het onderwijsbeleid van de gemeente dat zich richt op het bevorderen van gelijke kansen en het tegengaan van achterstanden: Gelijke kansen voor elk talent. De doelstelling van Zomercampus010 was om 6.000 kinderen en jongeren een inspirerende, uitdagende en leerzame invulling van de zomervakantie te bieden en een vliegende start in het nieuwe schooljaar, zodat ze vol zelfvertrouwen en met plezier aan hun nieuwe schooljaar kunnen beginnen. De gemeente Rotterdam heeft Sardes gevraagd het voorbereidende en uitvoerende proces van de Zomercampus010 te evalueren om zicht krijgen op de mate waarin de doelen zijn bereikt, zodat hieruit lessen kunnen worden getrokken voor een mogelijke herhaling van Zomercampus010 in 2021. Wij hebben deze evaluatie met veel plezier uitgevoerd en in korte tijd 63 personen die betrokken waren bij de Zomercampus010 kunnen interviewen. We willen hen dan ook van harte bedanken voor de tijd die zij voor ons vrijmaakten en de openheid tijdens de gesprekken! Leeswijzer Deze rapportage bevat de uitkomsten van een evaluatieonderzoek naar de Zomercampus010. Het rapport start met een managementsamenvatting waarin de onderzoeksvragen beantwoord worden. Dit hoofdstuk is als eigenstandig document te lezen. De hoofdstukken erna bevatten de verantwoording van de antwoorden op de onderzoeksvragen.

In die hoofdstukken beschrijven we achtereenvolgens de opbrengsten, de voorbereiding en de uitvoering van de Zomercampus010 en een blik op de toekomst. Dat doen we vanuit de verschillende perspectieven van de 63 geïnterviewden. Het zijn de uitkomsten van de interviews waarin nagegaan is wat er volgens de betrokkenen heeft plaatsgevonden bij de voorbereiding en de uitvoering, hoe één en ander is verlopen en wat er bij een eventuele herhaling verbeterd kan worden. Uiteraard zijn er verschillende opvattingen en die laten we ook zien in deze hoofdstukken. In het laatste hoofdstuk reflecteren we vanuit een onderzoeksperspectief op de uitkomsten van de interviews en formuleren we adviezen over keuzes die gemaakt kunnen worden bij een eventuele Zomercampus 010 in de zomer van 2021. De lezer die op een snelle manier de uitkomsten van het onderzoek wil weten, adviseren we het eerste en laatste hoofdstuk te lezen. Rapportage evaluatie Zomercampus010

5

Sardes, december 2020

Managementsamenvatting In deze managementsamenvatting presenteren we de resultaten van het onderzoek aan de hand van de door de gemeente Rotterdam opgestelde onderzoeksvragen. We betrekken bij de beantwoording de verschillende perspectieven van de grote groep betrokkenen van wie we informatie hebben verkregen. De samenvatting start met een beknopte beschrijving van het onderzoek en in de paragrafen daarna volgt de beantwoording van de vragen.

1.1 Het onderzoek In dit onderzoek worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord: 1. In hoeverre is het doel van de Zomercampus behaald? a. Hoe effectief is de methodiek van het maken van een krant en welke lessen kunnen we daaruit leren? 2. In hoeverre is de beoogde doelgroep van de Zomercampus bereikt? a. Sluit het materiaal in voldoende mate aan bij de leefwereld en het (Nederlandse) taalniveau van kinderen in de grote stad? 3. Hoe verliep de organisatie van de Zomercampus: a. Tijdens de voorbereiding van de Zomercampus? b. Tijdens de uitvoering van de Zomercampus? 4. Welke lessen kunnen we leren uit de Zomercampus? Wat ging goed en wat kan beter? 5. In hoeverre is er draagvlak voor een vervolg? Er heeft met 60 betrokkenen bij de Zomercampus010 een interview plaatsgevonden – bijna allemaal online vanwege de coronamaatregelen - en drie personen hebben een schriftelijke reactie gegeven. Dat leverde een breed beeld op van de wijze waarop de Zomercampus010 is verlopen volgens betrokkenen.

1.2 Doel en doelbereik Onderzoeksvraag 1 In hoeverre is het doel van de Zomercampus010 behaald? De doelstelling van Zomercampus010 is om 6.000 kinderen en jongeren (4.500 leerlingen uit het po en 1.500 uit het vo) een inspirerende, uitdagende en leerzame invulling van de zomervakantie te bieden en een vliegende start in het nieuwe schooljaar, zodat ze vol zelfvertrouwen en met plezier aan hun nieuwe schooljaar kunnen beginnen. Dit doel is mede tot stand gekomen door de inbreng van de po- en vo-besturen. Po-besturen hebben de nadrukkelijke wens uitgesproken niet aan het wegwerken van achterstanden te werken tijdens de Zomercampus010. In een vroeg stadium was het inhalen van leerachterstanden wel opgenomen in de doelstelling, maar na de inbreng van de po-besturen is dit uit de doelstelling gehaald. Een belangrijke bevinding uit de interviews is dat veel partijen niet op de hoogte waren van het uiteindelijke doel van de Zomercampus010.

Rapportage evaluatie Zomercampus010

6

Sardes, december 2020

Uit vrijwel alle interviews komt naar voren dat kinderen in het primair onderwijs over het algemeen een leuke tijd hebben gehad en nieuwe kinderen, volwassenen en activiteiten hebben leren kennen. Ze hebben kennisgemaakt met verrijkende activiteiten en de buurt beter leren kennen. Dat zijn waardevolle opbrengsten die grotendeels overeenkomen met de doelen. Daarmee kunnen we constateren dat veel kinderen in de basisschoolleeftijd ‘een inspirerende en uitdagende’ invulling van een deel van hun zomervakantie hebben gehad. Een enkeling heeft ervaren dat kinderen gemakkelijker zijn gestart na de zomervakantie. Anderen merkten dit juist niet, waardoor we over dit aspect van de doelstelling geen eensluidende uitspraken kunnen doen. Of de Zomercampus010 als leerzaam wordt beschouwd hangt af van de interpretatie van het woord leerzaam. Degenen die dit interpreteren als: ‘kinderen hebben veel geleerd’, vinden dat dit zeker is gebeurd. Degenen die het interpreteren als: ‘het werken aan cognitieve doelen’, vinden dat dit niet is gelukt. Ook vmbo-leerlingen leerden andere leerlingen kennen, hebben kennisgemaakt met beroepen via de ‘leermeesters’ en mogelijke achterstanden in vakken bijgespijkerd. Door deze werkwijze werd de leefwereld van leerlingen vergroot. Havo/vwo-leerlingen vonden de challenges niet altijd even interessant en kwamen eigenlijk vooral voor de examentraining.

Ook zij deden ervaringen met nieuwe domeinen op door de gastsprekers en leerden nieuwe jongeren kennen. Het feit dat de doelstelling uit meerdere aspecten bestaat - inspirerend, uitdagend en leerzaam1 – zorgt ervoor dat de opbrengsten verschillend worden beoordeeld, afhankelijk van het perspectief van de betrokken partij. Degenen die de nadruk leggen op het verrijkende aspect zijn tevreden, degenen die een meer cognitieve invulling op het oog hadden, zijn minder tevreden en vinden dat er meer uitgehaald had kunnen worden. Dat laatste is met name het geval bij het po-programma. Hét succes van de Zomercampus010 is dat er in relatief korte tijd een zomerprogramma voor duizenden kinderen is ontwikkeld en uitgevoerd. Naar buiten toe slaagde de Stichting Zomercampus Rotterdam er in een duidelijk beeld van één organisatie met één beeld neer te zetten. Dat hielp bij de bekendheid van de Zomercampus010.

1.3 De doelgroep Onderzoeksvraag 2 In hoeverre is de beoogde doelgroep van de Zomercampus010 bereikt? De ambitie was om 4.500 kinderen uit de groepen 3 tot en met 7 van het primair onderwijs en 1.500 kinderen in de voor-examenklassen van het voortgezet onderwijs te bereiken. De aantallen leerlingen in het basisonderwijs zijn bijna bereikt, want 4.311 kinderen rondden het programma af. De beoogde aantallen in het voortgezet onderwijs zijn niet behaald, het aantal leerlingen bedroeg 151. Verklaringen voor de lagere aantallen worden vooral gezocht in het laat op gang komen van de werving en de lange onduidelijkheid over het programma. Ook zetten betrokkenen uit het voortgezet onderwijs vraagtekens bij de ambitie voor aantallen deelnemers uit het voortgezet onderwijs. Deze lijkt te ambitieus, uitgaande van het totaal aantal leerlingen dat het voortgezet onderwijs in Rotterdam bezoekt en het aantal beschikbare docenten.

1

Uiteraard kunnen recreatieve activiteiten leerzaam zijn, maar velen interpreteren de term leerzaam in de zin van leerzaam op het gebied van de basisvaardigheden en dan met name taal.

Rapportage evaluatie Zomercampus010

7

Sardes, december 2020

Hoewel er geen zicht is op de exacte achtergrondkenmerken van de deelnemers qua leeftijd en groep zien we wel dat de meeste po-leerlingen afkomstig zijn van de 89 scholen die tot de doelgroep behoorden. Voor het vo was niet vastgesteld dat het om leerlingen uit de onderwijsachterstanden-doelgroep moest gaan. Uit de interviews komt naar voren dat zowel kinderen uit de oorspronkelijke doelgroep zijn bereikt, als een groep kinderen die van huis uit meer kansen krijgen. Bij sommigen roept dat vraagtekens op. Zij vinden het positief dat verschillende groepen leerlingen gezamenlijk activiteiten hebben uitgevoerd in de zomerperiode, maar vragen zich af of middelen die bedoeld zijn voor de bestrijding van onderwijsachterstanden niet effectiever benut kunnen worden als ze alleen worden ingezet voor achterstandsleerlingen. Een aspect dat in deze onderzoeksvraag niet expliciet is geformuleerd, maar er wel in besloten ligt, is de samenstelling van de groepen. In het po was die zeer divers, zowel wat leeftijd als wat niveau betreft. Er deden kinderen mee die jonger waren en die ouder waren dan de leerlingen voor wie het programma oorspronkelijk was ontwikkeld. Ook hebben leerlingen uit het speciaal basisonderwijs meegedaan en leerlingen die nog niet lang in Nederland woonden.

Dat stelde hoge eisen aan de uitvoerders, met name voor het werken aan de wijkkrant die voor twee niveaus was ontwikkeld. Vooral voor de leerlingen aan de onderkant (jonge kinderen en kinderen die nauwelijks Nederlands spraken) was het programma te moeilijk. De aandacht voor deze groep ging ten koste van de leerlingen die meer aan konden. In de vo-onderdelen waren de verschillen binnen de groepen minder groot, ook omdat vmbo en havo/vwo-leerlingen gesplitst waren. De vmbo-betrokkenen hebben de indruk dat leerlingen uit vmbo-kaderberoepsgericht en vmbobasisberoepsgericht ondervertegenwoordigd waren2. Daardoor zijn de leerlingen van de verschillende leerwegen bij elkaar in de groepen geplaatst. Dat verliep over het algemeen goed, maar ook hier vonden sommigen de niveauverschillen groot. De havo/vwo-leerlingen hadden meer een programma op maat. Differentiatie werd hier niet lastig ervaren.

1.4 De voorbereidingsfase Onderzoeksvraag 3a Hoe verliep de organisatie van de Zomercampus010 tijdens de voorbereiding van de Zomercampus010? De voorbereidingsfase van de Zomercampus010 kenmerkt zich door hard werken en een hoge snelheid om alles gedaan te krijgen. Nadat de politiek haar goedkeuring gaf voor het eerste plan en aangaf garant te staan voor een eventueel tekort in de financiering van het project (de kosten werden begroot op € 2,4 miljoen), is een kernteam van de gemeente aan de slag gegaan met de verdere uitwerking. Tegelijkertijd was het Jeugdfonds Sport en Cultuur bezig met een vergelijkbaar plan voor basisschoolleerlingen. Dit leidde tot een gedeeld initiatief dat samen met andere partijen werd opgepakt. Het gedeelde opdrachtgeverschap bij de start tussen de gemeente Rotterdam en het Jeugdfonds Sport en Cultuur leidde tot veel onduidelijkheid. Vrijwel iedereen is het erover eens dat een duidelijk opdrachtgeverschap had kunnen helpen tijdens de voorbereiding en daarom sneller tot stand had moeten komen. De gemeente en het Jeugdfonds besloten tot het oprichten van een stichting voor de uitvoering van het programma. Met de oprichting van Stichting Zomercampus Rotterdam en een stevig team in dienst van deze stichting kwam er een nieuwe taak- en 2

We beschikken niet over gegevens daarover.

Rapportage evaluatie Zomercampus010

8

Sardes, december 2020

rolverdeling. Nadat de gemeente haar regierol overdroeg aan de Stichting Zomercampus Rotterdam, moest ook al het contact met overige partijen en de reeds gemaakte afspraken overgedragen worden. Dat gaf soms problemen, omdat de gemeente met veel partijen langdurige (subsidie)relaties onderhoudt en met deze partijen al afspraken had gemaakt. Deze gevoeligheid werd niet altijd gevoeld door de Stichting Zomercampus Rotterdam. Dit leidde ertoe dat de gemeente het contact met sommige partijen toch in eigen hand hield, waardoor de Stichting Zomercampus Rotterdam niet over alle informatie beschikte. De rolverdeling en afstemming tussen de gemeente Rotterdam en de Stichting Zomercampus Rotterdam in de voorbereidingsfase blijkt dus een belangrijk aandachtspunt wanneer besloten wordt tot een vervolg van de Zomercampus010. Veel partijen gaven in de interviews aan dat zij niet of niet genoeg zijn betrokken bij de voorbereiding van de Zomercampus010. Veel van hen erkennen daarbij dat dit mogelijk komt door het korte tijdsbestek waarin alles moest gebeuren. Vooral aanbieders in het po moesten soms lang wachten op instructies, wat leidde tot vertraging in het maken van het programma. De interne communicatie is daarom wisselend ervaren door betrokken partijen.

Het overheersende gevoel is dat de partners veel moeite moesten doen om informatie te verkrijgen, dat de kaders lang onduidelijk bleven en dat communicatie pas laat plaatsvond, mede omdat de po-besturen laat besloten tot medewerking. Naar buiten toe werd de Zomercampus010 voor de start heel sterk neergezet: de Zomercampus010 is groots gepromoot in de stad door middel van onder andere flyers, posters en sociale media. De deelnemers voor het po zijn in eerste instantie geworven via de scholen. Ongeveer 89 basisscholen met een (zeer) hoge schoolweging wat betreft achterstandenproblematiek zijn gevraagd om hun leerlingen uit te nodigen voor de Zomercampus010. De werving in het po is daarom erg afhankelijk geweest van de inzet van de scholen. In het vo is de werving tegelijkertijd met die in het po gestart, maar toen waren veel vo-scholen al bezig met de toetsweken en waren de leerlingen nauwelijks meer op school. Werving blijkt makkelijker te verlopen als ontwikkelaars van het aanbod en scholen al in een eerder stadium betrokken zijn bij de voorbereiding. Ook is het voor een goede werving noodzakelijk dat het programma bekend is op het moment van werven: leerlingen en ouders willen weten waar ze zichzelf of hun kind voor inschrijven.

1.5 De uitvoeringsfase Onderzoeksvraag 3b Hoe verliep de organisatie van de Zomercampus010 tijdens de uitvoering van de Zomercampus010? Het beeld over de uitvoering dat oprijst uit de interviews, is dat er door velen enorm hard is gewerkt om de Zomercampus010 tot een succes te maken. Met veel enthousiasme en energie is er gewerkt aan een leuke Zomercampus010 voor de kinderen. De uitvoering bleef, zeker in het begin, last houden van de late start. De kwaliteit van het programma en van de uitvoering had hoger kunnen zijn als er meer tijd voor de voorbereiding was geweest en duidelijke kwaliteitscriteria waren vastgesteld waaraan het programma had moeten voldoen. Vrijwel iedereen is het erover eens dat er minimaal twee weken, maar misschien wel een maand langer nodig waren geweest om alles goed in de steigers te zetten.

Rapportage evaluatie Zomercampus010

9

Sardes, december 2020

Er is veel werk verzet en velen hebben taken op zich genomen waarvoor zij in eerste instantie niet gevraagd waren. Er was een enorm improvisatievermogen en veel bereidwilligheid om extra werkzaamheden te verrichten. Mede daardoor, en niet in de laatste plaats door de voortvarendheid van de Stichting Zomercampus Rotterdam, hebben veel kinderen en jongeren in de zomervakantie een zinvolle tijdsbesteding gehad. De aantallen leerlingen waren niet goed bekend per locatie en wisselden per dag, ook omdat deelnemers niet op kwamen dagen of – het omgekeerde – bijvoorbeeld een neefje of zusje hadden meegenomen. De indeling van de groepen heeft nogal eens hoofdbrekens gekost en bleek niet altijd ideaal om een inhoudelijk sterk programma uit te voeren. Er was veel diversiteit in de groepen en de leraren vonden het lastig om met de grote niveauverschillen om te gaan. Ook was er, zeker in het begin, onduidelijkheid over het programma en het rooster, met name omdat de aanbieders van de activiteiten (sport, cultuur, koken, techniek etc.) per locatie en per week/dag wisselden. Dit verbeterde wel gedurende de zomer.

De wijkgerichte aanpak voor het po en de verdeling van de vo-locaties over de stad werden over het algemeen gewaardeerd, hoewel daarbij niet alles op rolletjes verliep (locaties die op het laatste werden teruggetrokken, periodes die toch niet werden aangeboden door te weinig deelnemers). Zomercampus010 vraagt om ruimtes waar zowel educatieve activiteiten als sport en spel kunnen plaatsvinden. Niet alle locaties voldeden daaraan en het oordeel over de locaties wisselt dan ook. Over het vervoer is veel onvrede, ook daar wreekte zich de late voorbereiding en het ontbreken van een logistiek overzicht. Mentoren vormden het vaste aanspreekpunt voor de deelnemers en zouden altijd aanwezig zijn bij de lessen en activiteiten, maar daar was niet iedereen van op de hoogte en dit bleek niet altijd gerealiseerd te worden. Vooraf hadden mentoren en leraren elkaar niet ontmoet en dat speelde een belemmerende rol bij de uitvoering. Op locatieniveau is daarom door coördinatoren gezocht naar gezamenlijke evaluatiemomenten. De constructie met mentoren wordt positief beoordeeld, omdat mentoren een vertrouwensband kunnen opbouwen met de deelnemers. De kwaliteit van de mentoren wisselde. De ouders speelden een kleine rol bij de uitvoering. Op sommige locaties zorgden ouders als vrijwilliger voor de lunch. Vanwege de corona-maatregelen mochten ouders niet met hun kind mee naar binnen.

Dat vormde een obstakel voor het opbouwen van vertrouwen bij ouders, met name als zij hun kind op een locatie brachten die zij niet kenden. Het extra werk dat de uitvoerders op zich namen, had deels te maken met een onduidelijke taaken rolverdeling tijdens de uitvoering, waardoor een aantal verantwoordelijkheden niet goed belegd waren. Op praktisch niveau is er veel opgelost door de Stichting Zomercampus Rotterdam, door locatie- en mentorcoördinatoren en facilitaire diensten. Op programmaniveau lag dit anders. Omdat er drie verschillende programma’s waren – po, vmbo en havo/vwo – en per programma verschillende onderdelen, ontbrak er overzicht en was niet duidelijk wie verantwoordelijk was voor de inhoudelijke kwaliteit van de uitvoering. Bij het programma voor het vmbo was de ontwikkelaar – Meester Rembrandt – op de twee locaties ook nauw betrokken bij de uitvoering en vormden de twee betrokkenen het inhoudelijke aanspreekpunt. Dat was overigens een taak die zij in een later stadium op zich hebben genomen. Voor het po-programma en de twee locaties voor havo/vwo ontbrak een dergelijke inhoudelijk verantwoordelijke. Daardoor kon het gebeuren dat van het programma werd afgeweken en er een eigen invulling aan werd gegeven. Rapportage evaluatie Zomercampus010

10

Sardes, december 2020

1.6 Leerpunten en successen voor de toekomst Onderzoeksvraag 4 Welke lessen kunnen we leren uit de Zomercampus010? Wat ging goed en wat kan beter? Er is in korte tijd veel voor elkaar gekregen: een divers programma met een combinatie van educatie, sport, cultuur en sociale vaardigheden, waaraan veel leerlingen hebben deelgenomen. Leerlingen in het primair onderwijs waren over het algemeen enthousiast over de Zomercampus010 en leerlingen in het voortgezet onderwijs waardeerden de examentrainingen en in het vmbo ook het deel dat gericht was op loopbaanoriëntatie. De doelstelling3 is daarmee in zowel het po als het vo grotendeels bereikt. Met zo’n snelle invoering, ontkom je niet aan knelpunten. Die lagen in de eerste plaats, van begin tot eind, in communicatie en planning. De belangrijkste les die geleerd is, is dat veel eerder bekend moet zijn wat het doel en de doelgroep is, wat het aanbod is, waar het is, wie het verzorgt en wie waarvoor verantwoordelijk is, zodat iedereen weet waar hij aan toe is en er ook op tijd geworven kan worden. Dat gold ook voor de afstemming tussen gemeente en Stichting Zomercampus Rotterdam; de verdeling van rollen en taken was onvoldoende helder afgestemd. Met een goede voorbereiding moeten afstemming, planning en communicatie een eventuele volgende keer beter kunnen, geven veel organisaties aan.

Met betrekking tot de inhoud van het aanbod wordt in de interviews aangegeven dat er meer mogelijkheden tot differentiëren zouden moeten zijn, de dagen in het po en de examentraining vo te lang waren en dat er in de voorbereiding meer afgestemd zou moeten worden met leerlingen. Waar hebben zij behoefte aan? Andere veelgenoemde knelpunten waren de begeleiding van de mentoren en de manier waarop een deel van hen hun taak uitvoerde, het werven van leraren via een detacheringsbureau en het feit dat deelname aan de Zomercampus010 voor verschillende uitvoerders en aanbieders niet rendabel was.

1.7 Draagvlak Onderzoeksvraag 5 In hoeverre is er draagvlak voor een vervolg? Bij de meeste partijen is er in elk geval draagvlak voor een gesprek over de mogelijkheden voor een vervolg. Dat gesprek zou moeten gaan over een goede, tijdige organisatie, over inhoudelijke aanscherpingen, maar ook opnieuw over de doelen en de doelgroep. Voor wie organiseren we deze activiteit? Mag iedereen meedoen, of is het exclusief voor een specifieke doelgroep (‘de kinderen die het het hardste nodig hebben’). En streven we recreatieve, verrijkende en/of cognitieve doelen na? Hoe groot het draagvlak voor een vervolg daadwerkelijk zal zijn, hangt af van de keuzes die gemaakt worden. Op basis van de interviews kunnen we voorspellen dat dergelijke gesprekken niet gemakkelijk tot consensus zullen leiden. Dat heeft mede te maken met het grote aantal organisaties dat betrokken is, elk met eigen belangen, ambities en doelen. Verschillende organisaties die dit jaar 3

De doelstelling van Zomercampus010 was om 6.000 kinderen en jongeren (4.500 leerlingen uit het po en 1.500 uit het vo) een inspirerende, uitdagende en leerzame invulling van de zomervakantie te bieden en een vliegende start in het nieuwe schooljaar, zodat ze vol zelfvertrouwen en met plezier aan hun nieuwe schooljaar kunnen beginnen.

Rapportage evaluatie Zomercampus010

11

Sardes, december 2020

activiteiten aanboden vinden dat de invulling meer gericht had moeten zijn op het bereiken van cognitieve doelen, veel po-schoolbesturen vinden juist dat het cognitieve domein, vooral als het gaat om het inlopen van onderwijsachterstanden, (exclusief) in het reguliere onderwijs thuishoort. Voor een groot deel van de organisaties die we spraken geldt dan ook dat het draagvlak afhangt van de keuzes de gemaakt worden. Een kleiner deel pleit zeker voor een vervolg van de Zomercampus010, een ongeveer even groot deel wil dat zeker niet bij een vergelijkbare opzet van de zomercampus in 2021. Tot slot vroegen we in de interviews naar voorwaarden voor een eventueel vervolg. Hierbij worden de volgende punten genoemd: • De doelen en de doelgroep moeten ruim van tevoren helder zijn. En achteraf moet duidelijk worden gemaakt of doelen en doelgroep bereikt zijn; • In het po wil men graag het wijkgericht werken handhaven, in het vo ziet men graag een aanbod op de eigen school, eventueel wel met excursies in de stad; • Voor aanbieders is het van belang dat er voor hen efficiënt geprogrammeerd wordt en er een rendabel tarief wordt gehanteerd; • Enkele po-schoolbesturen staan erop dat er geen leraren via uitzendbureaus worden geworven.

Rapportage evaluatie Zomercampus010

12

Sardes, december 2020

2.

De opbrengsten In dit hoofdstuk geven we weer in welke mate de doelen van de Zomercampus010 zijn behaald en de doelgroep is bereikt. We baseren ons daarbij vooral op de interviews, maar betrekken hierbij ook de uitkomsten van ander onderzoek. Onderzoeksvraag 1: In hoeverre is het doel van de Zomercampus010 behaald? Onderzoeksvraag 2: In hoeverre is de beoogde doelgroep van de Zomercampus010 bereikt?

2.1 Het bereiken van de doelen De doelstelling van Zomercampus010 was om 6.000 kinderen en jongeren (4.500 leerlingen uit het po en 1.500 uit het vo) een inspirerende, uitdagende en leerzame invulling van de zomervakantie te bieden en een vliegende start in het nieuwe schooljaar, zodat ze vol zelfvertrouwen en met plezier aan hun nieuwe schooljaar kunnen beginnen. Primair onderwijs Kinderen in het primair onderwijs hebben over het algemeen een leuke tijd gehad en nieuwe kinderen, volwassenen en activiteiten leren kennen. Ze hebben kennisgemaakt met recreatieve en verrijkende activiteiten en de buurt beter leren kennen, zo horen we in vrijwel alle interviews. Dat zijn waardevolle opbrengsten die grotendeels overeenkomen met de doelen. Daarmee kunnen we constateren dat veel kinderen in de basisschoolleeftijd ‘een inspirerende en uitdagende’ invulling van een deel van hun zomervakantie hebben gehad. Uit de interviews, bijvoorbeeld met de leraren, blijkt dat niet alle kinderen gemotiveerd waren, met name voor het onderdeel wijkkrant. Een enkeling, zoals een directeur van een po-school, heeft ervaren dat kinderen gemakkelijker zijn gestart na de zomervakantie: ‘We merkten dat de ‘schooldip’ minder is en aan het gedrag van kinderen merk je dat ze meer in het schoolritme zijn gebleven’.

Anderen merkten dit juist niet, waardoor we over dit aspect van de doelstelling geen eensluidende uitspraken kunnen doen. Was de Zomercampus010 leerzaam? Hierover verschillen de meningen en dat hangt samen met de interpretatie van het woord ‘leerzaam’. Degenen die dit interpreteren als: ‘kinderen hebben veel geleerd’, vinden dat dit zeker is gebeurd. Degenen die het interpreteren als: ‘het werken aan cognitieve doelen’, vinden dat dit niet is gelukt. Vmbo Het vmbo-programma is aangeboden op twee locaties, waardoor leerlingen van verschillende scholen elkaar hebben leren kennen. Daarnaast hebben zij kennisgemaakt met beroepen via de ‘leermeesters’ en mogelijke achterstanden in vakken bijgespijkerd. De werkwijze met leermeesters is goed bevallen en heeft ertoe geleid dat de wereld van veel leerlingen werd vergroot. ‘Ze zijn een stuk sterker geworden in natuurkunde. Uiteindelijk konden ze dat examen best wel goed doorwerken. Sociaal hebben ze ook veel geleerd. Er kwamen veel sprekers en in het begin waren ze puberig, maar aan het eind kwam er iemand met een heftig verhaal (gokverslaafde) en de leerlingen hingen aan zijn lippen. Ze hebben geleerd om mensen met ervaringen serieus te nemen.’ Een aantal geïnterviewden vindt dat het programma nog beter kan, door bijvoorbeeld meer excursies en lessen op locatie (bijvoorbeeld bij bedrijven).

Rapportage evaluatie Zomercampus010

13

Sardes, december 2020

Havo/vwo Ook hier geldt dat leerlingen van verschillende scholen deelnamen, op twee locaties, waardoor zij de mogelijkheid kregen om andere leerlingen te ontmoeten. Dat is positief ervaren. ‘Het was goed om te zien dat er na afloop ook groepjes leerlingen samenschoolden en napraatten.’ De geïnterviewden vertellen dat de sfeer in de groepen goed was en de leerlingen enthousiast. Een aantal leerlingen kwam met een gericht doel, het bijspijkeren van bepaalde vakken, en waren wat minder enthousiast over de challenges (zie voor de invulling van het programma paragraaf 3.6). ‘In het begin waren ze absoluut niet gemotiveerd. Ze deden het alleen voor de gratis Lyceotraining, maar gaandeweg vonden ze het leuker en zag je ze denken “dat is toch wel cool”. Dat kwam door de rol van de externe sprekers, mijn enthousiasme en de verbinding met de stad. Er zijn maar twee leerlingen afgehaakt, bij andere groepen soms de hele groep. Sommige presentaties vielen wel samen met het offerfeest, maar die leerlingen hebben later zaken ingehaald.’ Uit het onderzoek van de Hogeschool Rotterdam (Vuijk en Steens, 2020) blijkt dat kinderen in sociaal-emotioneel opzicht vooral hun zelfvertrouwen hebben vergroot en hebben geleerd dat het goed is om ‘in mogelijkheden te denken’. Zij hebben nieuwe vrienden gekregen en betekenisvol contact met volwassenen gehad.

Ook heeft de Zomercampus010 bijgedragen aan zelf-regulatievaardigheden, zorg dragen voor het welzijn van anderen en het uiten van gevoelens, blijkt uit dit onderzoek. Op cognitief vlak hebben de kinderen vooral baat gehad bij de kleinschaligheid van het geheel. De leerlingen die meededen aan de examentraining vonden het prettig dat er veel gerichte aandacht was, waardoor zij met meer zelfvertrouwen en een meer gerust gevoel het nieuwe schooljaar in gaan. In het primair onderwijs werd bij het maken van de wijkkrant vooral de speelse en creatieve elementen gewaardeerd. Op het gebied van sport heeft de Zomercampus010 voor het po eraan bijgedragen dat kinderen kennismaakten met nieuwe sporten en dat ze ‘lekker buiten konden spelen’.

2.2 Doelgroepbereik De doelgroep voor de Zomercampus010 bestond uit: • Leerlingen van de groepen 3 tot en met 7 uit het primair onderwijs van 89 scholen met een hoge schoolweging. • Leerlingen in het vmbo, havo en vwo die na de zomer van 2020 aan het examenjaar zouden beginnen. De ambities voor het bereik betroffen: 4.500 leerlingen uit het primair onderwijs en 1.500 leerlingen uit het voorgezet onderwijs. Uiteindelijk hebben 4.311 leerlingen in het po en 151 leerlingen in vo het programma afgemaakt. Voor het po gaat het om 3.328 leerlingen van de 89 scholen met een hoge schoolweging.

Rapportage evaluatie Zomercampus010

14

Sardes, december 2020

Tabel Doelgroepbereik Onderwijsssoort PO VO

Ambitie 4500 1500

Bereik 4311 151 (68 havo/vwo en 83 vmbo)

Waarvan doelgroeplln 3328 n.v.t.

Primair onderwijs Voor het primair onderwijs zijn grote aantallen kinderen bereikt. Om dergelijke grote doelgroepen te bereiken, zijn voorlichting en werving van groot belang. Die zijn in een laat stadium op gang gekomen en dat wordt dan ook vaak genoemd als hoofdoorzaak voor het net niet helemaal bereiken van de aantallen leerlingen die van tevoren vastgesteld waren. Twee poschooldirecteuren benoemen dat de op hun school tegenvallende deelnemersaantallen ook te maken hebben met te weinig vertrouwen bij ouders, onder andere door het ontbreken van bekende gezichten en een bij de start slecht voor vragen bereikbare Stichting Zomercampus Rotterdam. Omdat we niet de beschikking hebben over de kenmerken van de deelnemende leerlingen in het primair onderwijs, kunnen we geen verdere uitsplitsing maken naar leeftijd. Wel wordt in verschillende interviews benoemd dat bij de uitvoering niet altijd strikt de hand gehouden is aan de doelgroep. Zo hebben jongere broertjes en zusjes meegedaan, waardoor er ook kleuters aanwezig waren. Daarnaast was er bij ouders soms onduidelijkheid over de doelgroep: ‘Ouders dachten dat het ging om de groep waar je het jaar na de zomer in zat of ze logen over de leeftijd van het kind’. Daardoor hebben ook leerlingen uit groep 8 deelgenomen. In eerste instantie was de Zomercampus010 alleen bedoeld voor leerlingen van reguliere basisscholen.

Nadat bleek dat enkele leerlingen van het sbo zich al hadden inschreven is in het wijkoverleg besloten dat ook deze leerlingen welkom waren, mits ze zonder extra begeleiding konden deelnemen aan het programma. Voortgezet onderwijs Al vrij snel werd duidelijk dat de ambities voor de aantallen leerlingen uit het voortgezet onderwijs, namelijk 1.500, te hoog gegrepen waren. Doordat ontwikkelaars, aanbieders en enkele scholen in het voortgezet onderwijs ook veel energie gestoken hebben in het (persoonlijk) benaderen van leerlingen, betrof het uiteindelijke aantal vo-deelnemers dat het de volledige Zomercampus010 heeft doorlopen 151, dus 10% van het beoogde aantal. De geïnterviewde ontwikkelaars/aanbieders in het vo gaven aan dat er in de loop van de Zomercampus010 meerdere leerlingen zijn afgevallen. Een mentorcoördinator vermoedt dat onder andere het rommelige en onduidelijke begin daarmee te maken kan hebben. Ook lijkt meegespeeld te hebben dat een deel van de leerlingen dacht alleen examentraining van Lyceo te krijgen. Zij waren minder gemotiveerd voor de challenges.

In sommige interviews komt naar voren dat de deelnemers havo/vwo een goede afspiegeling waren van de doelgroep: ‘Veel niet-westerse leerlingen met minder kansen in het leven of op de arbeidsmarkt deden mee.’ Maar we horen ook andere geluiden: ‘Vooral de leerlingen van wie de ouders het belangrijk vonden, zijn gekomen. Leerlingen zijn heel afhankelijk van de wil en pressie van hun ouders. Examentraining volgen in de zomervakantie is immers niet iets waar pubers vanzelf met plezier naartoe gaan.’ We horen dat sommige leerlingen door school ‘gestuurd’ zijn. De betrokkenen bij de vmbo-Zomercampus010 hebben de indruk dat de leerlingen die het het hardst nodig hebben, namelijk vmbo-bk leerlingen, vrijwel niet hebben meegedaan. Redenen hiervoor lijken te zijn dat de drempel voor deze groep om naar een andere locatie te gaan, hoog is

Rapportage evaluatie Zomercampus010

15

Sardes, december 2020

en dat de mentoren geen rol konden vervullen in het motiveren van leerlingen, vanwege het late tijdstip waarop locaties en programma bekend werden.

Rapportage evaluatie Zomercampus010

16

Sardes, december 2020

3.

De voorbereiding 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk beschrijven we de aanleiding van de Zomercampus010 en het voorbereidingstraject vanuit het perspectief van de geïnterviewden. We gaan in op de totstandkoming van de doelen en beoogde bereikcijfers, de organisatiestructuur en samenwerking tijdens de voorbereiding en de communicatie. Ook beschrijven we de opzet van het programma en de werving van de deelnemers. Onderzoeksvraag 3a: Hoe verliep de organisatie van de Zomercampus010 tijdens de voorbereiding?

3.2 Aanleiding Zomercampus010 Door de maatregelen als gevolg van Covid-19 zijn scholen in Nederland vanaf 16 maart 2020 gesloten. Vanaf 11 mei gingen ze gedeeltelijk weer open (halve dagen of om de dag) en vanaf 8 juni zijn de scholen weer volledig opengegaan. Leerlingen hebben ongeveer acht weken geen onderwijs op school gehad. Als alternatief werd onderwijs op afstand aangeboden. De intensiteit en kwaliteit van het online onderwijs varieerde. De inschatting in Rotterdam is dat kinderen daardoor niet alleen onderwijs op school, maar ook veel interactie en activiteiten gemist hebben en hun sociaal-emotioneel welbevinden verminderd zou kunnen zijn. Vooral voor kinderen in achterstandsposities zou de komst van Covid-19 tot veel nadelige gevolgen kunnen leiden4. Zij komen immers uit situaties waar een gebrek aan betekenisvolle dagbesteding op school of na school niet gemakkelijk opgevangen kan worden door de thuisomgeving. Er bestaat bij deze kwetsbare groep kinderen het risico dat het onderwijs op afstand niet optimaal werd vormgegeven: afstandsonderwijs vraagt veel van zowel leerlingen als ouders/verzorgers en de thuisomstandigheden spelen een grote rol in het al dan niet goed organiseren van thuisonderwijs. Met het oog op deze kinderen is de Zomercampus010 ontstaan. Dit gebeurde vanuit twee sporen: de gemeente en het Jeugdfonds Sport en Cultuur.

De gemeente was vanaf eind april bezig met een plan, net als het Jeugdfonds Sport en Cultuur. In enkele dagen hebben zij besloten er om, gezien de overlap in de plannen, één gezamenlijke aanpak van te maken. Dit besluit begin mei vormde het startsein voor de Zomercampus010, zoals deze er uiteindelijk is gekomen. Andere organisaties in de stad waren op hetzelfde moment bezig met initiatieven gericht op een zinvolle besteding van de zomervakantie. Sommige zijn aangesloten bij de Zomercampus010, andere hebben een eigen zomerschool, zomerweek of zomeractiviteiten georganiseerd.

3.3 Politieke besluitvorming en oprichting Stichting Zomercampus Rotterdam Eind april kreeg de afdeling onderwijs van de gemeente Rotterdam de bestuurlijke opdracht om een zomerschool te organiseren. Dit gebeurde in het kader van het programma “Rotterdam 4

Zie bijvoorbeeld het onlangs uitgekomen onderzoek van Engzell, Frey en Verhagen (2020): Learing inequality during the COVID-19 pandemic.

Rapportage evaluatie Zomercampus010

17

Sardes, december 2020

sterker door”, een programma geïnitieerd door de gemeente Rotterdam met als overkoepelend doel de economische gevolgen van de coronacrisis op te vangen (https://www.rotterdam.nl/bestuur-organisatie/sterker-door/). Het college van burgemeester en wethouders stuurde aan op het opzetten van een Rotterdamse zomerschool in samenspraak met het onderwijs en andere partijen in de stad voor kinderen van wie de leerachterstanden in de coronaperiode zijn vergroot. In de tweede week van mei gaf het college officieel akkoord voor het opzetten van een zomerschool in de stad tussen 20 juli en 28 augustus 2020. Het college stond hierbij garant voor een eventueel financieel tekort van het project. Met de Raad werd de afspraak gemaakt dat zij tussentijds op hoofdlijnen op de hoogte gehouden zouden worden. Een gedeeld urgentiebesef en de snelheid waarmee alles moest gebeuren heeft bijgedragen aan deze beslissing. De kosten van de Zomercampus010 zijn bij de start begroot op ongeveer € 2,4 miljoen. Om dit te dekken is onder andere gebruik gemaakt van de subsidieregeling inhaal- en ondersteuningsprogramma’s onderwijs 2020 -2021 van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Een groot deel van de schoolbesturen hebben erin toegestemd om een deel (€300,- per leerling) van de landelijke subsidie voor inhaal- en ondersteuningsprogramma’s die zij konden aanvragen, beschikbaar te stellen aan de Zomercampus010 5. Deze subsidie kan worden ingezet voor extra onderwijstijd. Daarnaast is een deel van geoormerkte gelden voor welzijn, sport en cultuur als gevolg van de coronacrisis niet gebruikt en ingezet. Het Jeugdfonds Sport en Cultuur bracht € 500.000 in. Andere Rotterdamse fondsen en bedrijven brachten bijdragen in natura en financiële bijdragen in. De gemeente stond zoals aangegeven garant voor een eventueel resterend tekort6. Deze besluitvorming gaf de gemeente en het Jeugdfonds Sport en Cultuur ongeveer twee maanden de tijd om de Zomercampus010 voor te bereiden. Het oprichten van een uitvoerende stichting was daarom de volgende stap. Met deze stichtingsvorm werd het goed mogelijk om met andere partijen samen te werken en andere partijen te contracteren. Op 22 juni is deze stichting opgericht onder de naam Stichting Zomercampus Rotterdam en is Mandy Leenpoel door het bestuur van de stichting ingehuurd als directeur.

3.4 Totstandkoming doelstelling en bereikcijfers Doelstelling Voordat het uiteindelijke doel van de Zomercampus010 werd vastgesteld, is gesproken over andere doelen. In een eerder stadium was één van de doelen om de opgelopen achterstanden van kinderen in te halen, en ook kinderen te leren leren, hun zelfvertrouwen te vergroten en hun wereld te vergroten. Dit zou indirect kunnen bijdragen aan de gemeentelijke doelstelling om hogere onderwijsresultaten te bewerkstelligen en uiteindelijk kansengelijkheid te bevorderen. In de uiteindelijke doelstelling is het inhalen van onderwijsachterstanden niet opgenomen. Deze beslissing is voortgekomen uit een brief en gesprekken met de po-schoolbesturen in Rotterdam. De schoolbestuurders po benadrukten dat hun primaire zorg het sociaal-emotioneel welbevinden van hun leerlingen betrof en dat zij niet mee wilden werken aan een zomerschool waar de focus ligt op het wegwerken van achterstanden. Zij hadden een voorkeur voor een zomerschool met sportieve en creatieve activiteiten en gaven aan geen verantwoording te kunnen dragen voor de 5

€900,- per leerling met een maximum van 10% dan wel 20% van de leerlingen, afhankelijk van de schoolscore op het gebied van onderwijsachterstanden. 6 Op het moment van het schrijven van deze rapportage wordt nog gewerkt aan de financiële eindafrekening.

Rapportage evaluatie Zomercampus010

18

Sardes, december 2020

uitvoering van het programma. Ook benoemden ze dat geen of nauwelijks inzet van eigen medewerkers zou kunnen plaatsvinden en dat scholen niet konden dienen als locatievoorziening. De gemeente heeft gehoor gegeven aan deze wensen en heeft het inhalen van achterstanden uit de doelstelling gehaald. Daarbij is overeengekomen dat de activiteiten verrijkend zouden zijn en de ontwikkeling van leerlingen zou bevorderen, maar dat de setting niet schools zou zijn. Ook een aantal directeuren in het vo had wensen voor de invulling van het programma en wilde juist wél aandacht voor leerachterstanden. Het overleg met het vo vond, in tegenstelling tot het po, niet rechtstreeks met de Stichting Zomercampus Rotterdam plaats, maar via de gemeente. ‘Na het versturen van onze brief zijn wekelijkse klankbordsessies georganiseerd tussen de gemeente en de vo-scholen. Hier is ook het idee van de examentraining en de challenges ontstaan’, vertellen vo-directeuren. Het programma voor het vo kreeg dus een andere invulling dan dat voor het po, binnen dezelfde doelstellingen. Uit de interviews blijkt dat veel betrokkenen, zowel ontwikkelaars, aanbieders als uitvoerders, niet exact op de hoogte waren van het uiteindelijke doel.

Sommige geïnterviewden hadden de indruk dat het inhalen van leerachterstanden nog wel degelijk onderdeel was van het doel, anderen wisten dat dit eruit was gehaald, maar niet wat het doel dan wel was. Doelgroepbepaling en vaststelling bereikcijfers In de beginperiode, toen er nog twee initiatieven waren, werd aan de volgende doelgroep gedacht: • 1.500 leerlingen met een kansarme achtergrond in het voorgezet onderwijs die na de zomer naar het examenjaar gaan (dus leerlingen die 3 vmbo, 4 havo of 5 vwo hebben afgerond) • 1.500 leerlingen die groep 7 hebben afgerond en na de zomer naar groep 8 gaan, omdat zij net als de vo-leerlingen in de voor-examenjaren immers de minste tijd hebben om hun school succesvol af te ronden en een goede vervolgstap te zetten. • 3.000 leerlingen (in een achterstandssituatie) in de groepen 3 en 4 van het basisonderwijs. In de eerste week van juni werd dit7: • 1.500 kinderen in de voor-examenklassen van het voortgezet onderwijs: 3 vmbo, 4 havo en 5 vwo. • 4.500 kinderen in groepen 3 tot en met 7 van het primair onderwijs. Een aparte programmering voor groep 7 (na de vakantie groep 8) was niet haalbaar en niet wenselijk volgens verschillende partijen. Vastgesteld is dat de Zomercampus010 zich voor het po zou richten op Rotterdamse kinderen uit 28 wijken, waarvan bekend is dat er een groter risico op onderwijsachterstanden bestaat.

Ongeveer 89 basisscholen met een (zeer) hoge schoolweging wat betreft achterstanden zijn gevraagd om hun leerlingen uit te nodigen voor de Zomercampus010. Dat laatste was een wens van de po-schoolbesturen, die niet wilden dat individuele leerlingen geselecteerd werden. Zij kozen voor een brede doelgroep met een accent op leerlingen in kwetsbare wijken en scholen met de hoogste schoolweging.

7

Raadsbrief 10 juni 2020

Rapportage evaluatie Zomercampus010

19

Sardes, december 2020

In het voorgezet onderwijs zijn alle scholen gevraagd om leerlingen in de voor-examenklassen die extra ondersteuning kunnen gebruiken op het gebied van kennis of zelfvertrouwen uit te nodigen voor de Zomercampus010. Al in een vroeg stadium is besloten om geen kinderen te weigeren, om zoveel mogelijk kinderen met de Zomercampus010 te kunnen bereiken. Zo waren bijvoorbeeld ook kinderen van scholen die geen subsidieaanvraag bij OCW hebben ingediend welkom. Voor de financiering van de deelname van deze kinderen staat de gemeente Rotterdam garant.

3.5 Organisatiestructuur: taken en rollen Opdrachtgeverschap Het college van burgemeester en wethouders bracht het formele opdrachtgeverschap onder bij de afdeling Onderwijs van de gemeente. Het samensmelten van de twee initiatieven had enige tijd nodig; er was nog geen Stichting Zomercampus Rotterdam en er moest nog een opdracht geformuleerd worden. Tegelijkertijd kon er niet gewacht worden met de uitvoering. De uitvoering werd halverwege juni overgedragen aan de Stichting Zomercampus Rotterdam. Er werd door het stichtingsbestuur een directeur ingehuurd die samen met het aangetrokken team met groot enthousiasme is begonnen aan de uitdaging om in een zeer korte tijd de Zomercampus010 verder te organiseren. Rol- en taakverdeling De oprichting en inrichting van Stichting Zomercampus Rotterdam leidde tot een versnelling in de organisatie van de Zomercampus010. Er konden contracten worden gemaakt, locaties gecontracteerd, opdracht worden gegeven aan partners voor de werving van leraren en mentoren etc. In de eerste weken leidden de nieuwe verhoudingen ook tot onduidelijkheden over de rol- en taakverdeling tussen de gemeente en de Stichting Zomercampus010 en de tijdsdruk was hoog, want de Zomercampus010 moest op 20 juli starten.

Gaandeweg werden de rol en taken van de Stichting Zomercampus Rotterdam voor betrokkenen (aanbieders, uitvoerders) duidelijker: ze moesten bij de Stichting Zomercampus Rotterdam zijn met vragen. De Stichting Zomercampus010 droeg de verantwoordelijkheid over het project en de gemeente trad op als opdrachtgever. De taken van Stichting Zomercampus Rotterdam bestonden uit: coördineren, financiële en operationele administratie, interne en externe communicatie over de Zomercampus010. Uit zorg voor een zorgvuldige omgang heeft de gemeente de contacten gehouden met enkele partners. Achteraf gezien droeg dat bij aan ontstane onduidelijkheden, omdat niet de gemeente maar de stichting verantwoordelijk was geworden voor de uitvoering van het programma. De taakverdeling tussen de gemeente en de Stichting Zomercampus010 beviel beide partijen uiteindelijk erg goed. De rol van het Jeugdfonds is – naar eigen zeggen - meerledig gebleven: het was mede-initiator, mede-opdrachtgever en mede-uitvoerder. Voor de buitenwacht leidde dit soms wel tot onduidelijkheden: het was voor verschillende partijen niet altijd duidelijk of iets vanuit de Stichting Zomercampus Rotterdam of vanuit het Jeugdfonds gebeurde.

Contacten met aanbieders en uitvoerders De overdracht van de regie over de aanbieders en uitvoerders gaf soms problemen, omdat de gemeente met veel partijen langdurige (subsidie)relaties onderhoudt en met deze partijen zowel formele als informele afspraken had gemaakt over financiële bijdragen of bijdragen in natura aan Rapportage evaluatie Zomercampus010

20

Sardes, december 2020

de Zomercampus010. Dit ging bijvoorbeeld over afspraken omtrent nog te besteden subsidies. De gemeente heeft daarom in de voorbereidingsfase het contact met een deel van de partijen in eigen hand gehouden: onder andere met schoolbesturen en het sportbedrijf. Dat leidde tot een informatieachterstand bij de Stichting Zomercampus Rotterdam. De Stichting Zomercampus Rotterdam vertelde dat ze hier in mee probeerde te bewegen om de bestaande relaties niet te beschadigen. Verschillende geïnterviewden (welzijnsinstellingen, aanbieders sport en cultuur) vonden het lastig om met een nieuwe stichting te werken, buiten hun vaste relatie met de gemeente om. Schoolbesturen wilden graag met hun vaste contactpersonen binnen de gemeente werken. Verschillende partijen ervaarden de rol en houding van de Stichting Zomercampus Rotterdam als dwingend. De Stichting Zomercampus Rotterdam beaamt dit, maar voelde zich genoodzaakt om snelle beslissingen te nemen. Ook aan de kant van de gemeente leverde deze situatie op momenten problemen op. Werk bleek bijvoorbeeld dubbel te gebeuren: zowel de Stichting Zomercampus Rotterdam als de gemeente waren in de voorbereiding bezig met het zoeken van vrijwilligers, mentoren en locaties. Dit werd als vervelend ervaren door gemeentelijke medewerkers, omdat daardoor hun goede, bestaande relaties onder druk kwamen te staan.

Rol gemeente: kernteam en ondersteunend team Het kernteam dat gevormd was tijdens de voorbereidingsfase, bestond uit drie medewerkers van de gemeente, de directeur van de stichting Zomercampus en de voorzitter van het Rotterdamse jeugdfonds sport & cultuur. Daarnaast was er een ondersteunend team met medewerkers van de afdelingen onderwijs, jeugd, welzijn, sport, cultuur en communicatie. Deze medewerkers werkten al voor een groot deel samen bij Dagprogrammering op Zuid. Zij vonden hun rol en taken bij de Zomercampus010 echter lastiger, zo horen we in de interviews. Het heeft hen veel tijd gekost om zaken af te stemmen. Gaandeweg bleek veelal dat de tussenkomst van de gemeente niet nodig was; de Stichting Zomercampus Rotterdam regelde het. Wel kreeg de gemeente veel vragen van de betrokken partijen als zaken voor hen niet duidelijk waren: de gemeente blijkt dan toch een gemakkelijker aanspreekpunt dan de Stichting Zomercampus Rotterdam.

3.6 Ontwikkeling programma Het programma van de Zomercampus010 was verschillend voor het po, vmbo en havo/vwo. We gaan hier kort in op de totstandkoming en belangrijkste inhoud van de programma’s. In het volgende hoofdstuk bespreken we de wijze waarop het programma is uitgevoerd en in het laatste hoofdstuk geven we een reflectie op de verschillende programmaonderdelen. Programma voor het primair onderwijs In het po bestond het programma uit het maken van een krant in een eigen ‘perscentrum’ en uit uiteenlopende activiteiten (sport, cultuur e.d.). Het idee van de krant is ontstaan door contact tussen de Stichting Zomercampus Rotterdam en de organisatie Schoolpoort. De uitgangspunten die Schoolpoort hanteerde bij de ontwikkeling waren: focus op inhoud, mogelijkheid om achterstanden in te halen, leren om te leren, koppeling aan de doelen van SLO voor de kernvakken, dekkend voor de zaakvakken, focus op taal, leerjaaroverstijgend, aandacht voor 21steeeuwse vaardigheden. De leeftijd van de kinderen was leidend bij de niveau-indeling en er is gewerkt met twee niveaus: groep 3, 4 en 5 en groep 6 en 7. Daarbinnen was geen differentiatie.

Rapportage evaluatie Zomercampus010

21

Sardes, december 2020

Programma voor vmbo Het programma voor het vmbo bestond uit gastsprekers, excursies, bijspijkerlessen en andere activiteiten (bijvoorbeeld sport en cultuur). De organisatie Meester Rembrandt heeft het programma ontwikkeld en verzorgd. Het doel was om leerlingen te inspireren en te werken aan hun zelfvertrouwen. De kritische succesfactor vormde volgens de geïnterviewden van Meester Rembrandt de inzet van ‘leermeesters’ (gastsprekers) en begeleiders. Programma voor havo/vwo Voor leerlingen uit het havo en vwo bestond het programma uit twee onderdelen: examentraining/bijspijkerlessen voor specifieke vakken (40%) en voorbereiding op het profielwerkstuk door middel van challenges (60%). De examentraining/bijspijkerlessen zijn verzorgd door Lyceo. De deelnemers aan de Zomercampus010 kozen een vak waarvan zij vonden dat ze daar extra training voor konden gebruiken. Lyceo heeft ervoor gekozen om het eigen aanbod te handhaven en om niet mee te gaan in de wensen van de gemeente (opsplitsen uren, een deel evenementenbegeleiding, extra opdrachten). Gezien de korte voorbereidingstijd vonden ze het afbreukrisico van een aanpassing van hun eigen programma te groot. De organisatie The Next School heeft vier challenges ontwikkeld. Leerlingen konden kiezen voor een thema dat bij hun profiel past. De challenges moesten een brug slaan tussen de sociale omgeving en de potentie van de jongere.

De thema’s van de challenges waren: diversiteit en kunst, circulaire economie, gezond leven en klimaatadaptatie. Deze onderwerpen konden vervolgens gebruikt worden bij de start van het profielwerkstuk. Dat was wel complex voor de ontwikkelaars, omdat elk bestuur andere eisen had waar het profielwerkstuk aan moest voldoen.

3.7 Samenwerking met partners in de voorbereidingsfase Schoolbesturen en scholen Met een aantal scholen in het po en vo is in het begin, nog voor het opstellen van het programma, gesproken om te peilen welke wensen zij hadden. Ook is een aantal leerlingen in het po hierover gepolst. Er is in de voorbereidende fase weinig contact geweest tussen het onderwijs en de Stichting Zomercampus Rotterdam over de inhoud van het programma. Dat leidde tot een groot gebrek aan kennis over de inhoud en organisatie van de Zomercampus010 bij de scholen. ‘Het onderwijsveld is onvoldoende betrokken bij de voorbereiding. Waarschijnlijk heeft dit te maken met de snelkookpan-werkwijze, waarbij in weinig tijd veel gerealiseerd moest worden.’, vertelt een van de po-directeuren. Dat, gecombineerd met het late akkoord van de po-besturen, maakte het voor de scholen ook lastig om de Zomercampus010 te promoten. De aanmeldingen verliepen via de scholen. Op verzoek van de schoolbesturen – vanwege AVG gebeurde dat door middel van een handmatig in te vullen formulier. Dat zorgde voor veel extra werk, zowel bij de scholen als bij de Stichting Zomercampus Rotterdam, omdat alle formulieren in de computer ingevoerd moesten worden. ‘Dat heeft tot twee weken vertraging geleid en een team dat dag en nacht aan het werk was’, zo vertellen de geïnterviewden van de Stichting Zomercampus Rotterdam.

Aanbieders en intermediaire organisaties De grote aanbieders c.q. intermediaire organisaties hebben zich gebogen over de invulling van het programma en met andere aanbieders afspraken gemaakt. Dit ervaarde de Stichting Zomercampus Rotterdam als een prettige constructie, omdat het veel werk scheelde. Voor de Rapportage evaluatie Zomercampus010

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=aa897c10-31c5-4a1e-a46a-d76b75760040