CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[25bb003944] Beantwoording technische vragen Jaarstukken 2024 (versie 28 mei 2025)

Commissie Mobiliteit, Haven, Economie en Klimaat (2022-2026) 11 juni 2025, gemeente RotterdamBij agendapunt: Daarbij betrekken32.837 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

De mindere opbrengsten hebben verschillende verklaringen. Hieronder zijn de grootste verschillen toegelicht: 1. Onder ander zijn er minder inkomsten gerealiseerd op de anterieure overeenkomsten /Plannen van derden gebiedsontwikkelingen. Ook de uitgaven hierop zijn achtergebleven. 2. Er zijn minder overige opbrengsten gerealiseerd doordat het voorbereidingskrediet van de Derde Stadsbrug niet in de begroting is geland en daardoor geen dekking kon worden gerealiseerd. In punt 5 van de sectie 'afwijkingen ten opzichte van de bijgestelde begroting' op de Financiën pagina is dit in meer detail toegelicht. 3. Een verschuiving heeft plaatsgevonden binnen de uit te voeren werkzaamheden van omzet voor externe opdrachtgevers naar omzet voor interne opdrachtgevers binnen het concern. 4. Bij de grondexploitaties zijn de grondverkopen achtergebleven bij de verwachtingen die in de begroting waren opgenomen.

128

PvdA

Stedelijke ontwikkeling

Overzicht baten en lasten: 1. Onder het kopje incidentele baten bij stedelijke ontwikkeling staat het kopje stornering grondexploitaties. Graag ontvangen wij een uitleg wat dit betekent. 2. Er is zo'n 44 miljoen euro meer gestorneerd dan was begroot. Hoe komt dit? 3. Er zijn minder baten opgehaald voor grondexploitaties. Kunt u dit verklaren? 4. De lasten voor grondexploitaties waren meer dan begroot. Kunt u dit verklaren?

1. Het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) schrijft voor dat alle baten en lasten die verband houden met grondexploitaties eerst in de exploitatie worden verantwoord en vervolgens met een tegenboeking naar de balans worden gemuteerd. Deze tegenboeking wordt onder de incidentele baten weergegeven als stornering grondexploitaties. 2. Het saldo van de stornering is de optelling van de gestorneerde kosten, opbrengsten en resultaatnemingen op de grondexploitaties. Dit geldt voor de realisatie, voor de begroting en voor het verschil tussen realisatie en begroting. 3 & 4. Binnen de grondexploitaties wordt gestuurd op het saldo van de grondexploitatie. Onderdeel hiervan is de kosten en opbrengsten zo goed mogelijk in jaarschijven (in het juiste begrotingsjaar) te begroten. De in de vraag genoemde afwijking tussen begroting en realisatie heeft betrekking op bedragen van deze jaarschijven. Onder andere door marktomstandigheden kan de realisatie worden uitgesteld of eerder plaatsvinden wat kan leiden tot afwijking met de begroting in het betreffende begrotingsjaar. Opbrengsten en kosten worden dan wel in een volgend begrotingsjaar gerealiseerd. Het verschil tussen de begroting en realisatie in een begrotingsjaar hoeft dus niet direct als mee- of tegenvaller bestempeld te worden gedurende de gehele looptijd van een grondexploitatie.

Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025

48

129

PvdA

Werk en inkomen

In 2024 zijn er in totaal 873 onderzoeken naar mogelijke fraude afgerond. In hoeveel van deze onderzoeken is fraude naar voren gekomen?

In de uitvoering wordt het begrip fraude bij personen niet gebruikt. In de monitor Werk en Inkomen van het derde tertaal van 2024 (M2501-5680/25b0003211) zijn de uitkomsten van de fraudeonderzoeken weergegeven. Bij 195 fraudeonderzoeken is een onrechtmatigheid gevonden.

130

PvdA

Werk en inkomen

Wat is de verklaring voor de te lage inschatting voor de uitgaven aan leefgeld voor Oekraïense vluchtelingen?

In de begroting is het bedrag voor Leefgeld verdeeld in de administratie, hangend aan twee verschillende begrotingsprogramma's (Werk & Inkomen en ASIS). De realisatie is geboekt bij Werk & Inkomen. De twee begrote bedragen tellen op tot € 3,3 mln en is daarmee vrijwel gelijk aan de realisatie van € 3,29 mln.

131

PvdA

Werk en inkomen

Wat is de verklaring voor de lagere externe omzet bij Rotterdam Inclusief?

De totale omzetdoelstelling voor 2024 voor Rotterdam Inclusief bedroeg € 22,4 mln. Conform onze eigen boekhoudkundige systematiek moet een deel van de interne omzet worden begroot als externe omzet. Dit maakt dat Rotterdam Inclusief vooral stuurt op het totaal van de interne en externe omzet. De genoemde lagere externe omzet van € 3,8 mln moet dus in samenhang worden gezien met de hogere interne omzet van € 2,9 mln. De per saldo lagere omzet van €900.000 komt omdat Rotterdam Inclusief sterk afhankelijk is van de ontwikkelingen op de markt (bijvoorbeeld zonnepanelen).

132

PvdA

Werk en inkomen

In 2024 daalde het aantal vacatures binnen de organisatie voor gemeenteljike garantiebanen. Was dit een bewuste keuze of konden de vacatures niet vervuld worden? Graag een toelichting.

Nee, dit is geen bewuste keuze, maar een combinatie van factoren. We merken dat het nodig is om meer inspanning te plegen om tot eenzelfde hoeveelheid geschikte vacatures te kunnen komen. Er zijn voldoende kandidaten om te plaatsen op de beschikbare vacatures

133

PvdA

Werk en inkomen

Bij het jongerenloket was er een onderbesteding van 2,4 miljoen door de latere start van Vroege Start en START. Wat is de verklaring voor de vertraagde opstart?

Bij het Jongerenloket is er sprake van een onderbesteding op de lasten van € 2,4 mln. Dit wordt verklaard door de latere start dan gepland van de programma’s Vroege Start, Steun Tijd Aandacht Richting en Toekomst (START) en TCR. Daarnaast zijn in 2024 onvoldoende deelnemers gestart op de verschillende programma’s. Voor deze programma’s zijn de middelen in 2024 gedeeltelijk (€ 1,4 mln) beschikbaar in 2025 doordat de programma’s een verlenging in tijd en middelen hebben ontvangen.

Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025

49

134

PvdA

Werk en inkomen

Op werk en inkomen is er 16.025.000 euro minder aan programmalasten uitgegeven dan begroot. Kunt u dit verklaren?

De onderbesteding in de programmalasten wordt met name veroorzaakt binnen de categorieën 'Inkopen en uitbesteed werk (€ 10,5 mln)' en 'Salariskosten WSW en WIW (€ 5,8 mln). - De onderbesteding bij 'Inkopen en uitbesteed werk' is een saldo van diverse posten binnen het gehele begrotingsprogramma. Enkele grote afwijkingen (> € 1 mln) zijn: € 4 mln lagere lasten voor verschillende programma's zoals de regionale aanpak jeugdwerkgelegenheid en het programma Samen voor Zuid (hier staan lagere onttrekkingen van reserves tegenover en/of lagere baten die op een later moment worden gerealiseerd); circa € 2,5 mln minder lasten binnen het domein Werk zoals de onderbestedingen op het Regionaal Bureau Zelfstandigen, Dealmaking en het Rijnmonds Arbeidsmarkt Perspectieffonds (RAP) (deze zijn ook in de jaarstukken apart toegelicht) en € 1,1 mln aan lasten die op een andere categorie (interne verrekeningen) zijn geboekt. - M.b.t .de salariskosten WSW is in de jaarstukken al toegelicht dat het gaat om het herstelprogramma functiewaardering van de medewerkers van de Sociale Werkvoorziening waarbij door gewijzigde afspraken met de Belastingendienst de nabetalingen nog niet hebben plaatsgevonden.

135

PvdA

Zorg, welzijn en wijkteams

Er is 12.395.000 euro minder aan bijdragen ontvangen van het Rijk en medeoverheden dan was begroot. Hoe kunt u dit verklaren?

Dit wordt met name verklaard door de zogeheten specifieke uitkeringen (SPUKS) die Rotterdam ontvangt van het Rijk voor de financiering van specifieke activiteiten waaronder Preventie met Gezag, SPUK IZA, en Vastgoedtransitie gesloten jeugdzorg. Deze middelen worden centraal beheerd vanuit het fondsproject. Door lagere lasten voor de SPUKactiviteiten is er een lagere onttrekking dan begroot aan het fondsproject en daarmee lagere baten vanuit het Rijk.

136

PvdA

Zorg, welzijn en wijkteams

Er is 28.442.000 euro minder uitgegeven aan programmalasten dan was begroot. Kunt u dit verklaren?

Afwijkingen zitten o.a. op de volgende onderdelen: ‒ Lagere lasten SPUKS (ook minder baten SPUKS: zie vraag 132) ‒ Lagere lasten PGB’s ‒ Lagere lasten Bedrijfsvoering Wijkteams ‒ Lagere lasten Maatschappelijke opvang. Voor de nadere toelichting op deze posten verwijzen wij u naar de Toelichting afwijkingen op bladzijde 179 van de website.

137

PvdA

LVV

138

PvdA

LVV

Graag ontvangen wij het financiële overzicht van de begrote en werkelijke uitgaven op het gebied van de Landelijke Vreemdelingen Voorziening (LVV). Wat is de bijdrage van de VNG geweest in 2024 voor de LVV?

Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025

De laatst bijgestelde begrotingsstand 2024 was € 1 mln en de werkelijk gemaakte kosten waren € 1 ,2 mln. Vanuit het Rijk is € 1,4 mln ontvangen in 2024 waarmee deze kosten geheel zijn gedekt. De resterende € 210k is met een kasschuif bij de 2e herziening naar 2025 overgeheveld. Vanuit de VNG zijn geen middelen ontvangen. In 2024 is € 1,4 mln aan baten ontvangen vanuit het Rijk.

50

139

PvdA

Zorg, welzijn en wijkteams

De realisatie van de bestuursopdracht zorg was met 27,5 miljoen lager dan de begrote 33 miljoen. De kosten voor de Rotterdamse jeugdzorg vielen ook met 5 miljoen euro hoger uit. Stelt het college verwachte toekomstige besparingen naar beneden bij als gevolg van deze lagere realisatie? Aan de hand van welke criteria beoordeelt u of u de in begrote reeks moet bijstellen?

Op dit moment stellen wij de begrote reeks besparingen niet naar beneden bij. In de jaarrekening hebben wij ook een actuele inschatting gedaan van de opbrengsten van de maatregelen voor 2025 ev. Daaruit blijkt dat de besparingsreeksen, op basis van de huidige informatie, in deze jaren behaald worden. Het criterium om de begrote reeks bij te stellen is dus de inschatting van opbrengsten.

140

PvdA

Zorg, welzijn en wijkteams

Subsidies: 1. t.o.v. van de vastgestelde begroting 2024 is er zo'n 15 miljoen euro meer aan subsidies uitgegeven. Kunt u dit verklaren?

Bij de Begroting 2024 was het totaal van de subsidies € 485 mln en bij de jaarstukken € 500 mln. Het begrotingsprogramma ZWW heeft een verschil van € 4,6 mln. Het verschil betreft meerdere instellingen binnen het begrotingsprogramma ZWW. Sommige regelingen zijn later in het jaar tot stand gekomen waarop de begroting niet meer kon worden aangepast. Onder andere de lasten voor Maatschappelijke Opvang zijn € 3,7 miljoen hoger dan begroot door in 2024 gerealiseerde extra tijdelijke opvangvoorzieningen

141

PvdA

Lokale heffingen

Graag ontvangen wij een uitsplitsing van de OZB-inkomsten in woningen en niet-woningen.

Voor de beantwoording van deze vraag gaan we uit van de realisatie 2024. Er is in totaal € 354,1 mln gerealiseerd, waarvan woningen: € 75,8 mln en niet-woningen: € 278,3 mln.

142

PvdA

Lokale heffingen

Hoeveel van de OZB-inkomsten wordt opgehaald in de haven?

Circa 45% van de opbrengsten ozb niet-woningen is afkomstig uit het havengebied. Zie tevens beantwoording schriftelijke vragen 'Hoe staat het met de OZB-inkomsten in de haven?', kenmerk: 24bb005652.

143

PvdA

Lokale heffingen

Graag ontvangen wij de ontwikkeling woonlasten 20232025 ook voor één- en tweepersoonshuishoudens.

Zie bijlage.

Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025

51

144

PvdA

Lokale heffingen

In hoeverre zijn er voor leges regels als het gaat om kostendekkendheid?

Er zijn meerdere regels rondom de kostendekkendheid van tarieven. a. In de Gemeentewet staat dat de tarieven zodanig dienen te worden vastgesteld dat de geraamde baten niet uitgaan boven de geraamde lasten, zie daartoe artikel 229b. b. In Rotterdam is door uw raad vastgesteld dat de gemeente streeft naar kostendekkende tarieven. Dit is opgenomen in artikel 14 van de Verordening financiën Rotterdam 2021. c. In de Kadernota Lokale Lasten staan de uitgangspunten voor het beleid voor de gemeentelijke belastingen en heffingen in Rotterdam. Deze kadernota is ook door uw raad vastgesteld, zie kenmerk 24bb006375. Conform de kadernota streeft de gemeente bij de begroting naar een kostendekkendheid van 98% per verordening of in het geval van Algemene legesverordening per hoofdstuk.

145

PvdA

Lokale heffingen

De logiesinkomsten c.q. opbrengsten logiesbelasting worden beïnvloed door de overnachtingsprijs en het aantal overnachtingen. We kunnen van tevoren niet inschatten wat exact de hoogte zal zijn van de gemiddelde overnachtingsprijs en het precieze aantal overnachtingen. En daarmee de verwachte opbrengsten ook niet. De indicatieve opbrengsten onder gelijkblijvende omstandigheden (ceteris paribus) zijn in een tabel weergeven, zie bijlage.

146

PvdA

Lokale heffingen

147

PvdA

Algemeen

148

PvdA

Algemeen

De logiesbelasting in Rotterdam was is 6,5% in 2024, wat zijn de financiële gevolgen als per 2025 de logiesbelasting verhoogd zou worden naar 8, 10 en 12,5%. Daarbij graag rekening houdend met het stijgende aantal toeristen. Reclame & precariobelasting in Rotterdam leveren €15,8 miljoen op in 2024, wat zijn de verwachte financiële gevolgen als het tarief in 2025 omhoog zou gaan met 10% of 20%? Er is een positief resultaat van 64 miljoen, wat zijn de mogelijkheden en beperkingen om dit resultaat aan te wenden om bezuinigingen terug te draaien? Voor onder meer het kinderparadijs ligt er een motie met de opdracht dekking te vinden. Zijn er formele beperkingen om het resultaat aan te wenden voor het kinderparadijs, danwel voor 2024 danwel voor toekomstige jaren?

Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025

De indicatieve opbrengsten onder gelijk blijvende omstandigheden (ceteris paribus) betreffen bij een verhoging van 10%: € 17,4 mln, en bij 20%: € 18,9 mln.

Het rekeningresultaat na bestemmingen (type 1a en 1b) vloeit naar de algemene reserve. Het positief resultaat wordt hiermee, als onderdeel van de algemene reserve, betrokken bij het proces van integrale afweging bij de voorjaarsnota. Nee. Het boekjaar 2024 is echter afgesloten dus kan het niet voor dat jaar worden bestemd. Aanwending van het resultaat bij de integrale afweging heeft direct effect op de stand van de algemene reserve en daarmee direct een negatief effect op het weerstandsvermogen.

52

149

Volt

Beheer van de stad

Op welke wijze wordt de effectiviteit van de klimaatadaptieve maatregelen (zoals groenvoorzieningen en regenwaterbuffers) beoordeeld? Is er een meetbaar verschil in hittestress en wateroverlast zichtbaar?

De effectiviteit van klimaatadaptieve maatregelen in de buitenruimte is buiten vaak lastig meetbaar. Voor de regenwaterbuffers kan met behulp van hydraulische rekenmodellen inzichtelijk gemaakt worden welk effect de genomen maatregelen qua wateroverlast hebben. Hitte is een relatief nieuw onderwerp in de buitenruimte en vooralsnog dan ook meer gebaseerd op de theoretische inzichten. Om de effectiviteit van hittemaatregelen in de buitenruimte om de gevoels/ervaringstemperatuur te verlagen, wordt nu voor enkele pilots een meetprogramma gestart om te zien of de uitgevoerde maatregel ook effect sorteert.

150

Volt

Beheer van de stad

Ja, de projecten worden geselecteerd op basis van urgentie. Er is een prioriteringskaart gemaakt, waarbij elke buurt een score heeft gekregen mbt wateroverlast, hitte, mate van vergroening, gebrek aan biodiversiteit. De klimaatprojecten worden op plekken uitgevoerd waar de noodzaak het grootst is.

151

Volt

Beheer van de stad

Zijn er specifieke gebieden in Rotterdam die prioriteit hebben bij de uitvoering van deze projecten? Wat zijn de selectiecriteria? Hoe wordt de biodiversiteit in de aangelegde groenvoorzieningen gemonitord en gewaarborgd?

152

Volt

Beheer van de stad

Hoe wordt geborgd dat de ramingen en geplande doelen (zoals het realiseren van 50 klimaatadaptieve projecten)

Klimaatadaptieve maatregelen worden geïntegreerd meegenomen in de reguliere (onderhouds) projecten in de openbare ruimte van Rotterdam. Deze projecten worden uitgevoerd conform de Rotterdamse Standaard Projectmatig Werken (RSPW), waardoor controle en rapportage over de voortgang eenduidig plaatsvindt.

Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025

Sinds 2022 (vleermuizen al in 2021) wordt de gehele stad gemonitord op biodiversiteit (Meetnet Biodiversiteit). De volgende soortgroepen worden gemonitord: vogels, dagvlinders, vleermuizen, flora en libellen. Per kernbiotoop worden twee locaties gemonitord. Met de resultaten van die monitoring kunnen in de toekomstgerichte keuzes gemaakt worden in het beheer, inrichting en ontwikkeling van de stad. Vanaf 2026 is er voldoende data verzameld om een eerste trend zichtbaar te maken t.a.v. de soorten die gemonitord worden en kunnen er voorzichtige conclusies worden afgeleid. Het bijenlandschap heeft qua flora en fauna diverse doelgroepen, alleen enkel dagvlinders worden gemonitord in het Meetnet Biodiversiteit. Sommige locaties van het Meetnet Biodiversiteit komen overeen met de locaties voor het bijenlandschap. En daar kunnen voorzichtige conclusies uit worden afgeleid. Zo blijkt ander maaibeheer in Polder Zestienhoven een positief effect te hebben op dagvlinders en ook het inzaaien met lokaal bloemenmengsel op het Eiland van Brienenoord zorgt voor een toename van dagvlinders. Daarnaast is er in 2024 i.s.m. EIS Kenniscentrum Insecten voor het eerst op drie locaties van het bijenlandschap op de noordoever gemonitord (te weten: Park Zestienhoven, Melanchtonpark, Meidoornweide).

Om de effecten van het uitbreidende bijenlandschap te kunnen duiden is het van belang om de insectenfauna te blijven volgen. Meer locaties en meer meetmomenten geven een duidelijker beeld. In 2025 worden dezelfde drie locaties wederom gemonitord.

53

daadwerkelijk worden gehaald ondanks de vertraging op diverse projecten? 153

Volt

Beheer van de stad

Zijn er lessen getrokken uit eerdere realisaties van klimaatadaptieve projecten en hoe worden deze toegepast bij toekomstige projecten?

Er wordt altijd geleerd van klimaatadaptieve projecten, dat gebeurt binnen Rotterdam maar ook door afstemming en kennisuitwisseling met andere steden in Nederland. Denk bijvoorbeeld aan de in Rotterdam ontwikkelde waterpleinen en recent de Urban Water Buffer bij Sparta. Dit concept is begonnen als pilot en wordt nu op meerdere plekken in Rotterdam toegepast zoals bij AHOY en het nieuwe Hofplein.

154

Volt

Stedelijke ontwikkeling

Hoe wordt de bezettingsgraad van fietsenstallingen bij OVknooppunten gemeten en geoptimaliseerd?

Voor de fietsenstallingen bij ov-knooppunten wordt samengewerkt met verschillende partijen zoals ProRail, NS, MRDH en RET. Voor het monitoren van de bezettingsgraden van de fietsenstallingen worden de tellingen vanuit de MRDH gebruikt, deze worden aangevuld met eigen waarnemingen en signalen vanuit de toezichthouders en gebruikers van de stallingen. De optimalisatie van de fietsenstallingen is een doorlopend proces en gebeurt op basis van de hiervoor genoemde punten.

155

Volt

Stedelijke ontwikkeling

Zijn er plannen om tijdelijke fietsenstallingen om te zetten naar permanente voorzieningen?

Er zijn inderdaad plannen om tijdelijke fietsenstalling om te zetten naar permanente voorzieningen. Een tweetal concrete voorbeelden waaraan gewerkt wordt zijn: de pop-up fietsenstallingen op de Coolsingel. Hier is het proces opgestart om deze om te vormen tot een permanente fietsparkeervoorziening. Deze permanente fietsparkeervoorziening dient wel demontabel te zijn in het geval van evenementen. Bij Hoek van Holland strand op de locatie Zeekant, loopt het proces om hier permanente fietsparkeervoorzieningen te realiseren welke het gehele jaar blijven staan. Deze permanente fietsparkeervoorzieningen komen in de plaats van de tijdelijke fietsenrekken die nu tijdens het zomerseizoen geplaatst worden.

156

Volt

Tijdelijke woningen

Er zijn tot nu toe 87 tijdelijke woningen gerealiseerd. Wat voor woningen zijn dit en onder welk project zijn deze gerealiseerd?

Deze woningen zijn gerealiseerd in Hoogvliet (40) en op de Persoonsdam in Feijenoord (44). Daarnaast zijn er drie tijdelijke woningen gerealiseerd door andere partijen in de stad en particulieren. De woningen vallen in het betaalbare segment, en zijn modulair gebouwd.

157

Volt

Bouw van woningen

Één van de reden voor de tegenwind van de bouw is “de onder stuk staande investeringsruimte bij corporaties”. Wat betekent dit

Dat de investeringsruimte onder druk staat (per abuis staat in de jaarrekening “stuk” in plaats van “druk”) betekent concreet dat corporaties steeds minder financiële ruimte hebben om te investeren. Dit knelpunt speelt al enige jaren. De afschaffing van de verhuurdersheffing in 2023 is een belangrijke verbetering geweest. Wel speelt nog steeds dat de structurele belastingdruk voor corporaties hoog is en oploopt. We pleiten daarom samen met de G4-steden voor afschaffen van de winstbelasting voor sociale activiteiten en

Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025

54

158

Volt

Doorbouwfonds

159

Volt

Doorbouwfonds

160

Volt

Studentenkamers

161

Volt

Studentenkamers

concreet en wat is de rol van de gemeente hierin?

uitzondering van de ATAD (Anti Tax Avoidance Directive). Recent is daarbij de door het kabinet aangekondigde huurbevriezing voor twee jaar bijgekomen. Indien deze huurbevriezing zonder afdoende compensatie doorgezet wordt, zal dit de investeringskracht van de woningcorporaties verder aantasten. We ondersteunen actief het verzet van de woningcorporaties tegen deze voorgestelde maatregel.

In hoeverre is de lagere onttrekking van circa €6,1 miljoen uit de bestemmingsreserve van het Doorbouwfonds het gevolg van het nog niet in exploitatie nemen van specifieke grondexploitaties, dan wel van een verminderde inzet van andere projecten op deze reserve? Daarnaast vernemen wij graag welk effect deze lagere onttrekking heeft gehad op de voortgang van de woningbouwopgave, inclusief eventuele vertraging of impact op projecten die niet expliciet zijn opgenomen in de toelichting. Kan worden uitgesplitst hoeveel studentenkamers per genoemd project (Rush, Hoge Wiek, Hoofdweg 256, Toepad) gepland zijn, en hoeveel daarvan concreet bijdragen aan het totaal van ruim 1.600 studentenkamers?

In 2024 is circa € 6,08 miljoen minder onttrokken dan begroot. Dit verschil komt grotendeels doordat enkele grondexploitaties met nieuwe plannen of scopewijzigingen – zoals Lemairepark, de update van Coolbase, Romeynshof en Tweebos (blokken Q en U) – niet ter vaststelling zijn aangeboden in 2024, maar zijn doorgeschoven naar 2025. Hiervoor is een reservering van € 3,8 miljoen opgenomen. Daarnaast is circa € 2,28 miljoen doorgeschoven vanwege geldende spelregels rond onttrekking en activering. Dit betreft onder meer de bijdrage aan de Startbouwregeling Rotterdam, het flexwonenprogramma, zorgwoningen en ontwikkelingen aan de Graaf, Vrijlandt en Aalscholverstraat.

Wat is de geplande jaarlijkse oplevercapaciteit van studentenkamers binnen de collegeperiode, gegeven de 407 reeds gestarte en de 1.600 geplande?

Aantallen in de huidige planvoorraad: RUSH 287 eenheden, Hoge Wiek 362 eenheden, Hoofdweg 256 286 eenheden, Toepad 385 eenheden. Dit komt op een totale planvoorraad van circa 1320 eenheden met een mogelijke start bouw in 2025-2026. In combinatie met de reeds gestarte bouw van 1006 eenheden (waaronder kleinschalige projecten, Greystar/Brainpark, Westblaak 182-232 en de Benthemstraat) is dit voldoende om om het target van 1600 studentenkamers te kunnen halen.

Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025

Zoals bekend werken we met een overmaat in de programmering om de woningbouwopgave per jaar daadwerkelijk te kunnen realiseren. De vertragingen in bovengenoemde projecten worden opgevangen binnen de totale portefeuille waaraan wordt gewerkt i.r.t. gewenste bouwdoelstelling. Het later vaststellen van de grondexploitaties zorgt voor een overzienbare vertraging op deze projecten, en kan deels binnen de totale projectenplanning worden opgevangen. Bij het project Coolbase is de duur van de vertraging nog niet in te schatten. Aantallen in de huidige planvoorraad: RUSH 287 eenheden, Hoge Wiek 362 eenheden, Hoofdweg 256 286 eenheden, Toepad 385 eenheden. Dit komt op een totale planvoorraad van circa 1320 eenheden met een mogelijke start bouw in 2025-2026. In combinatie met de reeds gestarte bouw van 1006 eenheden (waaronder kleinschalige projecten, Greystar/Brainpark, Westblaak 182-232 en de Benthemstraat) is dit voldoende om om het target van 1600 studentenkamers te kunnen halen.

55

162

Volt

Studentenkamers

163

Volt

Derde Stadsbrug

164

Volt

Autoluw fonds

Wordt in de monitoring en rapportage van het aantal gerealiseerde studentenwoningen onderscheid gemaakt tussen reguliere studentenhuisvesting (bijvoorbeeld kamers en zelfstandige studentenwoningen met campuscontract) en shortstay woonruimte? Indien dit onderscheid wordt gehanteerd, wat is dan de kwantitatieve verdeling tussen beide categorieën binnen de totale oplevering? Hoe heeft het college de uitgaven voor de voorbereiding van de 3e stadsbrug, HOV-lijn en station Stadionpark in 2024 administratief verwerkt, gezien het feit dat het voorbereidingskrediet wel is vastgesteld maar niet in de begroting is opgenomen en er geen dekking voor is gevonden. Is er ondertussen wel dekking gevonden? Ondanks dat er nu een vertraging is op de ‘autoluw’ projecten, verwacht de wethouder een versnelling in ‘25 en ‘26. Wat is er gedaan om deze versnelling te verwachten? En wat wordt er precies gedaan om deze versnelling te realiseren? Welke concrete projecten die vanuit deze bestemmingsreserve gedekt worden staan er voor deze collegeperiode nog op de planning?

Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025

Er wordt in de monitoring geen onderscheid gemaakt tussen reguliere huurcontracten voor studenten (campuscontracten voor de duur van de studietijd) en huurcontracten voor bepaalde duur (voor buitenlandse studenten die kortdurig verblijven).

De voorbereidingskosten voor de stadsbrug, HOV-lijn en station Stadionpark worden gedekt uit het investeringsbudget dat de opdrachtgevende partijen hiervoor hebben afgesproken. Dit gebeurt naar rato van hun bijdrage aan de totale projectkosten, namelijk 49% voor het Rijk, 1% Provincie Zuid-Holland, 18%MRDH en 32% gemeente. De administratie van het grootste deel van de voorbereidingskosten (namelijk voor stadsbrug en HOV-lijn) loopt via de begroting van de gemeente Rotterdam. De gemeenteraad heeft hiervoor eind 2023 een voorbereidingskrediet beschikbaar gesteld. Door een administratieve fout is dit voorbereidingskrediet niet goed verwerkt in de begroting. Hierdoor is het Rotterdamse aandeel van de voorbereidingskosten voor 2024 geland in de exploitatie van het begrotingsprogramma Stedelijke Ontwikkeling. Deze administratieve fout wordt nu hersteld, zodat de kosten ten laste van het voorbereidingskrediet gebracht worden. Voor 2025 is een hogere onttrekking begroot dan eerdere jaren vanuit de bestemmingsreserve. Bij vraag 162 is uiteengezet op welke activiteiten deze middelen zijn ingezet in 2023 en 2024. Een groot deel van deze onderwerpen lopen door in 2025 en 2026. In totaal is voor 2025 momenteel € 6,9mln aan projecten begroot. Ook wordt er aanvullend ingezet op de werkgeversaanpak en lopen er gesprekken om een bijdrage te leveren aan de pilot P+R Blijdorp (1mln).

Tot slot wordt er vanuit de voorjaarsretraite van 2025 €1,2mln ingezet voor een knelpunt rondom de gratis ov-producten.

56

165

Volt

Autoluw fonds

166

Volt

Zorg, welzijn en wijkteams

167

Volt

Uithuisplaatsingen

Kunt u specificeren welke concrete projecten en maatregelen dit college in de huidige collegeperiode heeft gerealiseerd in het kader van de bestemmingsreserve met als doel het autoluwer maken van het centrum en de wijken Oude Westen, Nieuwe Westen, Middelland en Oude Noorden? Is het doel, het autoluw maken van bovengenoemde wijken, behaald? Bij het lezen van de stukken over de (Bestuursopdracht) Zorg, wordt het niet duidelijk wat nou precies de voortgang is, en hoe we er nu voor staan. Hoe is de voortgang? Gaan we onze doelstellingen halen? Op welke wijze is onderbouwd dat het verminderen van uithuisplaatsingen door inzet van brede hulp op alle leefgebieden leidt tot structurele kostenbesparingen in de (jeugd)zorg, en hoe wordt daarbij geborgd dat beslissingen rondom uithuisplaatsing primair worden genomen op basis van veiligheid en welzijn van het kind, en niet op grond van financiële motieven?

Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025

In de jaren 2023 en 2024 is er in totaal ruim 6mln onttrokken uit de bestemmingsreserve Autoluw. De reserve wordt ingezet voor een pakket aan activiteiten die randvoorwaardelijk en ondersteunend zijn aan autoluwe stadsdelen. Er is met name ingezet op goede benutting van de verschillende modaliteiten tijdens werkzaamheden en wijkgericht bevorderen van fietsen, lopen en verduurzaming i.r.m. Wijk aan Zet. Ook zijn er projecten ingezet rondom de optimalisatie bewegwijzering, gericht aanbieden en reguleren van deelmobiliteit, veilige schoolomgevingen en aanvullend openbaar vervoer en vervoer over water. Voor de herinrichting van straten wordt gebruik gemaakt van investeringskredieten.

In de jaarrekening is een apart kopje opgenomen (Bestuursopdrachten in de Zorgdomein) waarin de financiële resultaten van de maatregelen opgenomen zijn. Aanvullend is de raad apart geïnformeerd per brief over de voortgang op andere onderdelen van de Bestuursopdracht Zorg (24bb003639, 22 april 2025).

Vanuit de landelijke Hervormingsagenda Jeugd wordt ingezet op het terugdringen van residentiele jeugdhulp zodat kinderen zo thuis mogelijk opgroeien. Te denken valt aan meer steun vanuit het netwerk en/of kleinschalige woonvoorzieningen. Het voorkomen van uithuisplaatsingen is niet alleen gericht op kostenbesparing maar heeft ook een inhoudelijke reden. Een uithuisplaatsing is ingrijpend en kan schadelijke gevolgen hebben voor de ontwikkeling van een kind. Professionals willen dit zoveel als mogelijk voorkomen en werken volgens de Richtlijn uithuisplaatsing en terugplaatsing (NJI) om zo zorgvuldig mogelijk om te gaan met een besluit tot een uithuisplaatsing. Kosten van een uithuisplaatsing zijn hoog omdat het niet alleen gaat om het bekostigen van de plaatsing. Een uithuisplaatsing gaat bijna altijd gepaard gaat met intensieve ambulante zorg vooraf, tijdens en na de uithuisplaatsing. Brede inzet op het gezin (oa persoonlijke problematiek ouders) en creatieve oplossingen die meer passen bij de thuis/gezinssituatie (steun netwerk, logeerhuis etc) hebben meer effect op langdurige verbetering van de gezinssituatie van het kind. In totaliteit zou dit minder dure zorg in totaal op moeten leveren op lange termijn.

Op dit moment werken wij met onze jeugdhulppartners vanuit een businesscase aanpak, om de om- en afbouw van residentiele hulp te realiseren, zodat oog is voor zowel het inhoudelijke als het financiële effect.

57

168

Volt

RBOK

169

Volt

Wonen Eerst

170

Volt

Wijkteams

171

Volt

Eenzaamheid ouderen

Het eerste jaar had als doel om de GRJR uitgaven groei met circa € 1,6 mln te remmen. Is er al bekend of dit gelukt is? Zo nee, wat is er dan gerealiseerd aan groeirem? Hoeveel extra Wonen Eerstplekken zijn er in 2024 gerealiseerd of gepland, en welk effect wordt hiervan verwacht op het verkorten van de gemiddelde verblijfsduur in de opvang? Op de Wijkteams is sprake van een voordeel vanwege kostenefficiëntie. Hoe draagt “een moeilijke arbeidsmarkt” (als één van de opgegeven redenen) hier aan bij? Er is een lagere onttrekking uit de bestemmingsreserve Bestrijding eenzaamheid ouderen. Hoe komt het dat de vaststelling lager uitvalt? En wat zijn hiervan de gevolgen voor de doelgroep en de beleidsdoelen?

Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025

De RBOK wordt op regionaal niveau beoordeeld. Uit de voorlopige jaarstukken van de GRJR (25bb003379) blijkt dat de kosten van regionale jeugdzorg lager liggen dan door de GRJR begroot voor 2024. Naast Housing First en Project010, met in 2024 zo'n 100 deelnemers, zijn geen extra plekken Wonen Eerst gerealiseerd. De beoogde startdatum voor de uitbreiding Wonen Eerst is 1 juli 2025.

Het gaat hier om verschillende oorzaken die bijdragen aan hetzelfde voordeel. Sommige oorzaken zijn positief zoals kostenefficiëntie door het nieuwe urensysteem, andere oorzaken zijn negatief zoals de moeilijke arbeidsmarkt waardoor sommige vacatures niet snel genoeg worden vervuld. Bij het financieren van de inzet van partijen worden afspraken gemaakt over de prestaties/ kosten van de activiteiten. Soms blijken de kosten lager uit te vallen of de prestaties zijn niet helemaal gehaald. Dit kunnen redenen zijn om lager vast te stellen. De redenen en gevolgen zijn per subsidie verschillend.

58

172

Volt

Bedrijfsvoering

Hoe wordt structureel geëvalueerd of de balans tussen vaste medewerkers en externe inhuur kostenefficiënt is? Zijn er scenarioanalyses die de langetermijneffecten van afhankelijkheid van externe inhuur modelleren?

Wanneer de gemeente het werk zelf uitvoert is de verantwoordelijk manager aan zet om zorg te dragen voor een efficiënte en effectieve inzet van capaciteit. Ongeacht de benodigde snelheid van handelen, zal in alle gevallen een doordachte afweging gemaakt moeten worden over de specifieke capaciteitsbehoefte die is ontstaan en over de wijze waarop deze het beste kan worden ingevuld. Bij de te maken afweging spelen de volgende factoren direct een rol: - aard en volume van het werkpakket en duur van de werkzaamheden; - beschikbaarheid van financiële middelen (structureel dan wel tijdelijk); - (ontwikkeling in) functies en rollen; - benodigde kwaliteiten (kennis, competenties, ervaring, vaardigheden) van medewerkers; - beschikbare en passende contractvormen. In de bredere context zijn de actuele concernbrede (personele) opgaven en prioriteiten en de actuele situatie op de arbeidsmarkt van invloed, zo niet richtinggevend. Binnen deze inen externe context hanteert de gemeente Rotterdam principes van efficiënte en doelmatige bedrijfsvoering en goed werkgeverschap.

Efficiënte en doelmatige bedrijfsvoering is onderdeel van de afweging bij elk capaciteitsvraagstuk: welke capaciteit is nodig voor het vereiste resultaat, tegen zo laag mogelijke kosten? Daar horen ook bedrijfsmatige en professionele (keten)processen en procedures bij (inkoop, in- en doorstroom van personeel, administreren en monitoring en control), die het organiseren van capaciteit gebruiksvriendelijk en inzichtelijk ondersteunen. Zoals door de wethouder ook aangegeven in de brief behorende bij de Raadsmonitor Organisatieopgave Kiezen voor Rotterdam zoals verzonden aan CIE BOFV 25bb003749 d.d. 21 mei 2025, worden momenteel de kaders externe inhuur herijkt en wordt er een steviger control framework neergezet.

173

Volt

Bedrijfsvoering

Welke criteria bepalen of externe inhuur tijdelijk is of een structurele oplossing wordt? Hoe wordt voorkomen dat tijdelijk ingehuurde krachten een blijvende kostenpost vormen zonder een strategische meerwaarde?

Verwijzing naar antwoord op vraag 172. Daarnaast is dit een structureel onderwerp in de sturingsgesprekken welke per tertiaal besproken wordt met lijnmanagers.

Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025

59

174

Volt

Bedrijfsvoering

Heeft de gemeentelijke organisatie een intern beleid waarin een maximaal percentage van externe inhuur ten opzichte van de totale personeelskosten bepaald is? Welke voorwaarden worden gesteld voor de inzet van inhuur? Welke rollen of taken worden structureel ingevuld met ingehuurde arbeid?

De gemeente hanteert vanaf 1 januari 2023 een 10% streefpercentage. Deze is afgesproken naar aanleidingen van een motie. Zie afdoening motie 19bb17637 Zeker van een baan bij de gemeente Rotterdam. Het inhuur percentage 2023 was 9,9% en 2024 9,5%. Voor de voorwaarden gesteld voor de inzet van inhuur wordt verwezen naar antwoord 172.

175

Volt

Bedrijfsvoering

176

Volt

Bedrijfsvoering

Wat waren de specifieke uitdagingen bij het behalen van de doelstellingen van GGB? Zijn er structurele aanpassingen nodig in het beleid om dit in de toekomst te verbeteren?

Een specifieke uitdaging bij het behalen van de doelstelling van GGB is het creëren van voldoende passende functies. We merken dat het nodig is om meer inspanning te plegen om tot eenzelfde hoeveelheid geschikte vacatures te kunnen komen. Er zijn nog geen structurele aanpassingen gedaan aan het beleid, omdat we de doelstelling op de Wet Banenafspraak tot nu toe wel behaald hebben. Wel wordt de capaciteit om meer passende vacatures te creëren vanaf het tweede kwartaal 2025 iets opgevoerd. De GGB bestaat van oudsher uit WSW en ambtenaren die meetellen voor de wet banenafspraak. Met de afloop van de WSW hebben we 275fte ambtelijk personeel gereserveerd om aan de doelstelling GGB te voldoen. De doelstelling is 600, deze hebben we niet volledig behaald, maar er tellen nu ook nog meer doelgroepen mee voor de Wet banenafspraak (deze hebben we wel behaald, het quotum is 394). Feit is dat we de GGB/banenafspraak minder hebben ingevuld met ambtelijk personeel, vandaar de onderbesteding in de arbeidskosten. Op dit moment lopen beide definities (GGB en wet banenafspraak) door elkaar, maar binnenkort wordt dit verhelderd.

177

Volt

Duurszaamheidstra nsitiebudget

Er is €7mln minder onttrokken uit het duurzaamheidstransitiebudget. Hoe komt dit en welke plannen hebben we niet uitgevoerd?

Een aantal projecten heeft in 2024 langer de tijd nodig gehad om op te starten en was er een langere voorbereidingstijd nodig gebleken, waaronder voor het versnellen van emissie loze taxivoertuigen en de voucherregeling flex scans netcongestie. De middelen die in het opstartjaar niet gebruikt worden, worden in de opvolgende uitvoeringsjaren benut, want de opgave en doelstellingen zijn ongewijzigd.

178

Volt

Energietransitie

Er is ongeveer €2,5mln minder onttrokken uit de bestemmingsreserve energietransitie. Welke plannen hebben we niet uitgevoerd

Hier liggen drie projecten aan ten grondslag: a.LED-transitie. De plannen worden volledig uitgevoerd alleen vorig jaar in een iets lager tempo. b.Vaststelling Fieldlab Elektrificatie. Het project is volledig uitgevoerd maar mede door een locatiewijziging zijn de kosten enorm gedrukt ten opzichte van de begroting met een lagere vaststelling tot gevolg. Deze lagere vaststelling maakt onderdeel uit van de vrijval ETB.

Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025

Structurele invulling van rollen of taken met ingehuurde arbeid is niet het beleid. Soms is langdurige inhuur onvermijdelijk door bijvoorbeeld arbeidsmarktkrapte in bepaalde expertrollen.

60

waardoor er minder is onttrokken uit de reserve?

c.Lagere onttrekking subsidies rondom Zero Emissie Stadslogistiek. Hiervan worden de onttrekkingen grotendeels in 2025 alsnog verwacht.

179

Volt

Prostitutiebeleid

Door onderbezetting hebben niet alle activiteiten doorgang kunnen vinden. Blijft het eenmalig uitgekeerde budget beschikbaar? Zijn er beleidsdoelstellingen niet behaald of vertraagd?

De eenmalige middelen uit 2024 zijn niet meer extra beschikbaar voor 2025. Er is dit jaar wel opnieuw subsidie verleend aan het ESSM (expertisecentrum seksualiteit, sekswerk en mensenhandel) om uitvoering te geven aan het prostitutiebeleid, zoals beschreven in de nota ‘prostitutie en seksbranche Rotterdam’. Het gaat hierbij om o.a. prostitutie maatschappelijk werk, bezoeken van seksbedrijven, het bemensen van het informatie en dienstencentrum voor sekswerkers Door2Door en jobcoaching in het kader van het uitstapprogramma voor sekswerkers. Zie verder het antwoord op vraag 20.

180

D66

Schuldhulpverlenin g

Hoe komt het dat er minder intakes zijn voor schuldhulpverlening in 2024?

Het blijft voor veel mensen een drempel die ze over moeten om hulp te vragen bij de gemeente. Er is veel wantrouwen richting de overheid. Gelukkig zien de we laatste maanden in 2025 een stijging. Dit wordt onder andere veroorzaakt door de promoteams en de deur tot deur acties.

181

D66

Schuldhulpverlenin g

Wat is naast de mediane schuld de gemiddelde schuld? En wat is de hoogste schuld?

De gemiddelde schuld in 2023 was 34.439 euro en in 2024 is dit gedaald naar 32.202 euro. De hoogste schuld in 2024 was 783.053 euro. Het is niet gelukt deze schuld met een minnelijke schuldregeling te saneren. De hoogste schuld waar dit wel is gelukt was 483.904 euro.

182

D66

Armoede

Welke zaken worden er op armoede terrein wel en welke worden niet geïndexeerd? En hoeveel zou het per onderdeel kosten om dit te indexeren?

Er wordt niet standaard geïndexeerd. In 2024 zijn wel een aantal bedragen van de Individuele Bijzondere Bijstand geïndexeerd (bijvoorbeeld huisinrichting en witgoed). Wanneer we uitgaan van de consumentenprijsindexatie(CPI) van 3,6% van het CBS voor onze financiële voorzieningen voor Rotterdammers met een laag inkomen dan betekent dit voor 2025 een stijging van de uitgaven op totaal niveau van circa 1.5 mln euro. Het is voor nu niet mogelijk om dit per onderdeel uiteen te zetten.

183

D66

Armoede

Hoe is de communicatie gegaan in de Tweede helft van 2024 om het bereik van AOW jeugdtegoed en individuele inkomenstoeslag te vergroten?

We hebben hierover extra gecommuniceerd in de lokale media, richting onze samenwerkingspartners in de stad en d.m.v. promoteams in de gebieden/wijken

Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025

61

184

D66

Armoede

Klopt het dat er een onderbesteding is van ruim 13 miljoen op armoedebeleid? Is het geld gereserveerd voor studenten daadwerkelijk uitgegeven?

Antwoord 1:De onderbesteding heeft voor een deel betrekking op armoedebeleid, namelijk € 2,2 mln van de € 13 mln. In 2024 is de onderbesteding op het totaal van het programma ASIS € 13 mln. € 8,4 mln van de afwijking wordt veroorzaakt door de meevaller opvang Oekraïners. Vanuit de Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne wordt ook een normbedrag (€ 61,-) per gerealiseerde opvangplek per dag vergoed. De werkelijke kosten van deze opvang is in 2024 lager dan deze vergoeding. Antwoord 2: Een deel van het geld dat we vanuit het Rijk hebben ontvangen is door middel van de motie niet schuiven met centen van studenten gereserveerd voor studenten. Op dit moment zijn we in gesprek met onder andere scholen/studenten om te horen waaraan behoefte is.

185

D66

Werk en inkomen

Wat is de oorzaak van de daling in het aantal bijstandsbesluiten dat binnen de wettelijke termijn wordt genomen?"

In de monitor Werk en Inkomen van het derde tertaal van 2024 M2501-5680/25b0003211) is toelichting gegeven op deze norm. Door onder andere de uitdagende arbeidsmarkt is het niet gelukt om op bezetting te blijven. Mede door de stijging in het aantal aanvragen was het aanbod groter dan de capaciteit. Er zijn nu nieuwe medewerkers aangetrokken om de capaciteit te vergroten en te stabiliseren, zodat aanvragen in de aankomende periode sneller afgehandeld worden.

186

D66

Inburgering

In 2024 had Gemeente Rotterdam een taakstelling van 1.265 te huisvesten statushouders. Daarnaast moesten in 2024 nog 286 statushouders worden gehuisvest die reeds geteld waren voor de taakstelling van 2023 en die op dat moment op de statushouders-locatie Silja verbleven. Deze 286 statushouders zijn in 2024 allen definitief gehuisvest in Rotterdam.

187

D66

Inburgering

188

D66

Inburgering

189

D66

Taal

190

D66

Mobiliteit

Is het juist dat Rotterdam in 2024 de taak had om 286 statushouders te huisvesten, en dat deze statushouders uiterlijk binnen 6 maanden in 2025 permanente woonruimte moesten krijgen? Klopt het dat buiten die 286 alle statushouders een permanente woning hebben gekregen voor wat betreft de taakstelling van 2024? Voor hoeveel statushouders is een PiP gemaakt? Hoeveel statushouders zijn in 2024 begonnen aan hun inburgering? Waarom wordt er in 2025 een lager aantal gestarte trajecten basisvaardigheden geraamd? (Van 9345 naar 6150) Waarom is het niet gelukt om 10 verkeersonveilige locaties te verbeteren, terwijl in 2024 en

Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025

Nee

In 2024 zijn er 1.294 statushouders inburgeringsplichtig geworden en bij 1.004 statushouders is hun PIP vastgesteld. Er is bij de start van de collegeperiode een doelstelling opgenomen van 6.150 gestarte trajecten voor het jaar 2025. De doelstelling voor 2024 was 6.350 met een uiteindelijk resultaat van 9.345 gestarte trajecten. Vanwege de nieuwe multi-criteria werkwijze van de target en de benodigde planvoorbereidingstijd ligt het zwaartepunt van de uitvoering van de targetlocaties in de jaren 2025 en 206. Naar verwachting worden de 30 targetlocaties eind 2026 gehaald. Eind

62

2025 ook de achterstand van 2023 moet worden ingehaald?

van deze collegeperiode zullen wel 30 locaties verkeersveiliger zijn gemaakt, maar deze voldoen niet allemaal aan de definities van de collegetarget. Zo zijn in 2023 en 2024 ook 15 andere verkeersonveilige locaties (blackspots) aangepakt, waarmee het totaal aangepakte locaties in 2023 en 2024 op 6+15=21 komt.

191

D66

Mobiliteit

Wat wordt er gedaan om de bezettingsgraad van gemeentelijke garages te verhogen danwel her te bestemmen?

In 2024 zijn de volgende maatregelen opgepakt/uitgevoerd: - optimaliseren bedrijfsprofielen op Google Maps ten behoeve van vindbaarheid stadsgarages (en P+R) - optimaliseren van de landingspagina's stadsgarages op rotterdam.nl ten behoeve van betere online vindbaarheid - optimaliseren locatiemarketing door plaatsing van de stadsgarages op navigatieplatforms zoals Tom Tom en Waze - uitbreiding mogelijkheid online reserveren met parkeergarage Veranda (omgeving De Kuip, Pathe, restaurants, winkels e.d.) - video-animatie met uitleg online reserveren parkeerplaats stadsgarages - promotie stadsgarages en P+R d.m.v. social deal-acties (dagkaarten) - intensivering samenwerking met grote publiekstrekkers, zoals Pathe, De Doelen, musea, hotels e.d. - plaatsing extra lichtmastverwijzingen rondom stadsgarages conform nieuwe huisstijl - P+R-campagne SUP+R makkelijk parkeren! specifiek ter stimulering van P+R-gebruik

192

D66

Veiligheid

Wat is de verklaring achter de stijging van het aantal straatroven in 2024 ten opzichte van 2023?

Het aantal straatroven in Rotterdam is in 2024 toegenomen ten opzichte van 2023. Deze stijging past binnen een landelijke trend waarbij vooral straatroven onder jeugdigen toenemen. Het betreft een deel jeugd(groepen) dat elkaar berooft, waarbij het dan ook gaat om intimideren of afpersen. Een deel betreft ‘klassieke straatroof’ met willekeurige (jonge) slachtoffers. Over de langere termijn en in vergelijking met 2019 (pré-corona) zijn alle drie de HIC-delicten (overvallen, straatroven en woninginbraken) sterk gedaald. Hoewel het goed is de cijfers in dit meerjarenperspectief te plaatsen, is elk HIC-delict er één te veel. Reden om de aandacht voor dit fenomeen niet te laten verslappen. Deze toelichting/verklaring is ook opgenomen in de HIC-jaarrapportage 2024 (24bb008906).

193

D66

Veiligheid

Wat is de inhoud van de 1-meting die na afloop van de publiekscampagne “denormaliseren drugsgebruik” is gedaan?

Het rapport van de 1-meting is op 16 januari 2025 gepubliceerd (25bb000254). De 1-meting geeft een beeld van hoe Rotterdammers naar de campagne kijken. Circa 700 Rotterdammers (verschillende leeftijdscategorieën en uit verschillende postcodegebieden) zijn n.a.v. de campagne bevraagd. De resultaten zijn in dit rapport verwerkt. De conclusie is dat de campagne bijdraagt aan de bewustwording, het gesprek en dat het een deel van de recreatieve gebruikers aan het denken zet.

Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025

63

194

D66

Veiligheid

Wat zijn de cijfers voor dubbelparkeren voor 2024? Hoevaak hebben BOA’s sinds de zomer van 2024 gehandhaafd op geluidsoverlast?

Handhavers hebben in 2024 in totaal 163 boetes uitgeschreven en 31 waarschuwingen uitgedeeld voor dubbelparkeren. Vanaf de zomer (peildatum 01-07-2024) zijn er vier verkeersacties geweest en zijn er tijdens de acties en in het reguliere werk zijn bij elkaar 39 boetes opgelegd voor onnodig geluidsoverlast.

195

D66

Veiligheid

196

D66

Onderwijs

Het aantal “Schil om de School”interventies is met 117 ruim boven de doelstelling. Is deze groei structureel geborgd in de begroting, of grotendeels afhankelijk van incidentele middelen?

Het aantal scholen dat gebruikmaakt van interventies binnen de “Schil om de School” bedraagt momenteel 117 en ligt daarmee ruim boven de oorspronkelijke doelstelling. De financiering van deze interventies is structureel geborgd binnen de meerjarenbegroting en is dus niet afhankelijk van incidentele middelen. Binnen de begroting is bovendien ruimte gereserveerd om verdere groei van het aantal interventies binnen de ‘schil’ mogelijk te maken. Op deze manier waarborgen we duurzame ondersteuning van scholen en een structurele inbedding van deze aanpak. Uiteraard geldt dat de continuïteit van de ‘schil’ mede afhankelijk is van de keuzes van een nieuw college.

197

D66

Onderwijs

In hoeverre zijn er in het kader van kansengelijkheid cijfers beschikbaar over de doorstroom van mbo-studenten naar werk of vervolgonderwijs binnen Rotterdam?

De meest recente cijfers die we hierover beschikbaar hebben, zijn afkomstig van onderzoeksinstituut Risbo. In het bijgevoegde bijlage vraag 197 vindt u een overzicht van: • De doorstroom van mbo-gediplomeerden naar vervolgonderwijs • De doorstroom van mbo-gediplomeerden naar werk (waarbij het gaat om banen van meer dan 12 uur per week) Deze gegevens bieden inzicht in hoe mbo-studenten zich positioneren op de arbeidsmarkt of binnen het vervolgonderwijs in Rotterdam.

Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025

64

198

D66

Cultuur

Hoe ontwikkelt de cultuurdeelname zich per wijk, en hoe verhoudt dit zich tot het aantal culturele interventies of gesubsidieerde instellingen per gebied?

• De cultuurdeelname per wijk is het best te volgen via het wijkprofiel Rotterdam. Over het algemeen zien we een geleidelijke stijging in het percentage bewoners dat deelneemt aan culturele activiteiten. In sommige wijken is deze groei sterker dan in andere. Dit hangt samen met het aantal culturele interventies en het aantal gesubsidieerde instellingen. • Een goed voorbeeld hiervan zijn de gebieden op Zuid. Vanuit onder andere NPRZ is het aantal culturele interventies de afgelopen jaren toegenomen. Bovendien zijn in het cultuurplan 2021-2024 meer instellingen op Zuid gesubsidieerd (van 14 naar 21). Dit is duidelijk terug te zien in de cijfers, zowel in de deelname aan lokale culturele activiteiten als in de algemene cultuurdeelname. Zie bijlage 198 • Daarnaast kijken we met het Culturele Doelgroepenmodel niet alleen naar wie de Cultuurplaninstellingen bezoeken, maar ook hoeveel bewoners uit verschillende wijken dat doen. We vergelijken dit met het aantal huishoudens in die wijken, om te zien hoe een wijk scoort op cultuurdeelname. Over het algemeen blijkt dat deelname in wijken waarin cultuurplaninstellingen zitten over het algemeen hoger is dan in andere wijken.

199

D66

Cultuur

Hoeveel procent van de cultuursubsidies is in 2024 besteed aan wijkgerichte initiatieven buiten het centrum, en hoe verhoudt dit zich tot eerdere jaren?

Het totale subsidiebudget 2024 bedroeg € 130.273.000. Dit is exclusief het budget voor de Bibliotheek, mediaregeling en eenmalige uitgaven. Van dit totale subsidiebudget kan minimaal 5,1% oftewel € 6,7 mln. rechtstreeks worden toegerekend aan wijkgerichte initiatieven (bijvoorbeeld initiatieven in het kader van de Lokale Culturele Programmering). In de jaren 2021, 2022 en 2023 lag dit percentage rond de 4%. Het subsidiebudget voor het Cultuurplan, de RCB en BKV bedroeg in 2024 € 107.700.000. In de eerdergenoemde 5,1% zijn de kosten van de wijkactiviteiten van cultuurplan- en RCB instellingen niet meegenomen omdat deze kosten niet apart worden bijgehouden. Het percentage subsidiemiddelen dat wordt besteed aan wijkgerichte activiteiten ligt dus feitelijk boven de eerdergenoemde 5,1% aangezien ook cultuurplaninstellingen wijkgerichte initiatieven kennen. Helaas zijn er geen cijfers bekend over welk percentage van de subsidie door de cultuurplanstellingen voor wijkgerichte initiatieven buiten het centrum wordt ingezet.

200

D66

Financien

Wat is de verklaring voor de afwijkingen tussen de begrote en gerealiseerde uitgaven binnen de programma's in 2024?

Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025

Zie hiervoor de financiële toelichting per programma.

65

201

D66

Financien

Volgens de jaarstukken bedroegen de uitgaven voor Dienstverlening in 2024 €80,4 mio, terwijl de begroting €74,8 mio was?

De oorspronkelijke begroting 2024 voor programma Dienstverlening betrof € 80,4 mln. De realisatie is met € 77,8 mln circa € 1,8 mln lager uitgekomen dan de bijgestelde begroting. Dit komt voornamelijk doordat het wijkbudget van de wijkraden niet volledig is besteed (€ 1,2 mln lagere uitgaven voor representatie- en communicatiemiddelen en voor € 467.000 minder bewonersinitiatieven).

202

D66

Financien

Zie hiertoe de tabel bij de Voortgang (p 3 van de website) onder Totaalbeeld. Voor de vergelijking met voorgaande twee jaren, zie paragraaf Financiële Kengetallen (p 196 van de website). De financiële positie van Rotterdam is gezond.

203

D66

Financien

204

D66

Organisatie

Hoe zijn de financiële kengetallen, zoals solvabiliteitsratio en netto schuldquote, in 2024 geëvolueerd ten opzichte van voorgaande jaren? Hoe zijn de bevindingen uit het eindrapport van de Financial Audit over 2024 opgevolgd of wordt opgevolgd binnen de gemeentelijke organisatie (=continue leren en verbeteren)? Welke maatregelen zijn genomen om de personeelskosten binnen de gemeentelijke organisatie te beheersen, en wat zijn de resultaten hiervan in 2024? (De jaarstukken vermelden dat de overheadkosten in 2024 €453,2 mln bedroegen, een stijging ten opzichte van voorgaande jaren)

Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025

De opvolging van de adviezen van FA uit het eindrapport 2024 worden door FA getoetst tijdens de controle 2025. Dit kan zowel bij de start van de controle, tijdens de interim - of de eindejaarscontrole. Wanneer de adviezen niet zijn opgevolgd en FA dit nog steeds als een relevante bevinding / risico ziet komt dit terug in de interim rapportage (planning november 2025) of het eindrapport (april 2026) van FA over de controle 2025. Onderdeel van de voorjaarsnota 2023 was een bezuiniging van in totaal €150 miljoen op de organisatie over de komende jaren (Kiezen voor Rotterdam). Stoppen met groeien, meer flexibel en efficiënter werken was het doel waarnaar de organisatie op weg ging met ingang van 2024. Daardoor geven we uiteindelijk structureel minder aan de organisatie uit en halen we druk van de gemeentelijke begroting. In 2024 is een aantal incidentele maatregelen genomen voor 20.7mln (niet enkel personeelskosten) o.a. gerichte inzet van vacaturemanagement (bepalen of en wanneer een vacature wordt opengesteld); incidenteel minder trainees aannemen; versobering van vergaderingen, lunches buten werkplek, representatie, teambuilding en overige indirecte kosten. Verder zijn o.a. investeringen in huisvesting en ICT getemporiseerd. Voor 2025 ev, zijn op specifieke plekken in de organisatie formatiebesparingen in de begroting opgenomen.

De realisatie van deze besparingen worden 2x per jaar gemonitord met een Organisatiemonitor die ook aan de raad wordt verstrekt (Raadsmonitor Organisatieopgave Kiezen voor Rotterdam bij jaarrekening en begroting). Verder heeft de organisatie een beleidskader Sturen op Omvang vastgesteld dat behulpzaam is bij de sturing op arbeidskosten omdat het richting geeft aan wat wel en niet kan bij het inrichten van (nieuwe) formatie en bij het sturen dat formatie en bezetting met elkaar in evenwicht komen en blijven.. Een Concerntafel Sturen op Omvang is ingericht om deze kaders namens de concerndirectie te bewaken

66

205

D66

Dienstverlening

Wat zijn de resultaten van de digitaliseringsinitiatieven die in 2024 zijn uitgevoerd om de gemeentelijke dienstverlening te verbeteren? De jaarstukken beschrijven diverse projecten gericht op digitale dienstverlening, waaronder de ontwikkeling van een nieuw klantportaal

> In 2024 heeft Rotterdam gewerkt aan een nieuw klantportaal, omdat de techniek achter MijnLoket ongeschikt is voor verdere doorontwikkeling. Besloten is om het nieuwe MijnLoket op andere techniek te bouwen. > Via MijnLoket zijn nu het subsidieportaal en het portaal van Werk en Inkomen beschikbaar gemaakt. > Rotterdam heeft het aantal gemeentelijke apps teruggebracht naar twaalf; apps zonder duidelijke functie zijn gestopt. Bijna alle apps hebben nu een toegankelijkheidsverklaring. > De pilot ‘Digitaal Machtigen’ is afgerond: bewindvoerders kunnen nu digitaal bijstand aanvragen via landelijke registers. > Het zaaksysteem is vernieuwd met losse onderdelen (Common Ground), waarbij direct verbeteringen voor Rotterdammers zijn doorgevoerd. > De voorbereiding op de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer is gestart.

206

D66

Dienstverlening

Hoe heeft de gemeente in 2024 de toegankelijkheid van digitale diensten voor alle inwoners gewaarborgd, met name voor kwetsbare groepen? In de jaarstukken wordt aandacht besteed aan inclusieve dienstverlening en het bieden van ondersteuning aan inwoners die moeite hebben met digitale middelen.

In 2024 hebben we, met onder andere inzet van ons eigen User-Experience (UX)-Lab, onze digitale dienstverlening toegankelijker gemaakt voor álle Rotterdammers, met extra aandacht voor kwetsbare groepen. We hebben alle websites en apps opnieuw getoetst aan de toegankelijkheidseisen en waar nodig aangepast, bijvoorbeeld geschikt gemaakt voor gebruik van voorleessoftware. Digitale diensten zijn getest met hulp van MEE, Stichting Lezen & Schrijven en taalaanbieders. Op basis van hun feedback hebben we onder meer livechat toegevoegd en de mogelijkheid om een gebarentolk in te schakelen bij de digitale balie. In de wijkhubs bieden we hulp aan mensen die digitaal vastlopen. Ook zijn via Bibliotheek Rotterdam cursussen gegeven en helpen de Informatiepunten Digitale Overheid bij bijvoorbeeld DigiD of aanvragen. Signalen die daar binnenkomen gebruiken we om onze dienstverlening te verbeteren. Al onze digitale producten zijn gemaakt volgens het Rotterdams Design System, zodat ze herkenbaar, gebruiksvriendelijk en toegankelijk zijn. En elke digitale dienst is ook beschikbaar via telefoon, balie, de Vliegende Brigade of rotterdam.nl/regelhulp.

207

D66

Zorg & Welzijn

Welke fouten en onzekerheden zijn vastgesteld in het sociaal domein, met name binnen de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR), en hoe zijn deze gekwantificeerd?

Hiervoor wordt verwezen naar de toelichting op de getrouwheidsfout (€ 9,084 mln) en onzekerheid (€ 9,673 mln) op bladzijde 22 van het Eindrapport 2024 Financial Audit.

Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025

67

208

D66

Zorg & Welzijn

Welke maatregelen uit de Bestuursopdracht Zorg (BOZ) zijn in 2024 uitgevoerd en wat zijn de effecten?

In de jaarrekening is er een apart kopje opgenomen (Bestuursopdrachten in de Zorgdomein) waarin de voortgang van de maatregelen en financiële effecten van de maatregelen opgenomen zijn. In totaal zijn er 36 maatregelen gepresenteerd. Eind 2024 waren er hiervan 32 ingevoerd. De volgende maatregelen hebben vertraging opgelopen en worden in de loop van 2025 ingevoerd: De Jeugdmaatregel ‘Actief zorgen dat jeugdigen naar Wet langdurige zorg doorstromen als zij daar thuishoren’, de Wmo-maatregel ‘Inzet van reablement bij ouderen - ergotherapeut en beweegprogramma’s’, de Wmo-maatregel ‘Zorgaanbieders kijken bij huidige cliënten welke huishoudelijke ondersteuning niet meer nodig is’ en de Wmo-maatregel ‘Virtuele deelbudgetten’.

209

D66

Zorg & Welzijn

We zien binnen de Wmo een daling in korte en lichte indicaties. Daarnaast zien we binnen Wmo een stijging in het aantal doorgeleiden van huisartsen via Welzijn op Recept.

210

D66

Zorg & Welzijn

211

D66

Zorg & Welzijn

Wat zijn de meetbare uitkomsten van het doorgeleiden van lichte hulpvragen naar het wijknetwerk in 2024? Hoe is het tekort van €128 miljoen aan zorguitgaven in 2024 ontstaan, en wat zijn de beheersmaatregelen? Welke rijksbijdragen zijn ontvangen in 2024 en hoe zijn deze zorgspecifiek besteed?

Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025

Deze vraag hebben we niet kunnen beantwoorden, omdat we dit bedrag niet herkennen.

Enkel bij de mei- en septembercirculaire stuurt het Rijk een rekenmodel mee dat een globaal totaaloverzicht geeft van de gemeentefondsuitkering per cluster. Middelen die ontvangen worden vanuit het gemeentefonds zijn bestedingsvrij en er vindt geen verantwoording over plaats naar het Rijk. Gemeenten kunnen hier een eigen afweging in maken zolang zij de hen wettelijk opgedragen taken betalen met het geld dat zij uit het gemeentefonds ontvangen. Het totaalbedrag (algemene uitkering, decentralisatie- en integratie-uitkering) in de septembercirculaire 2024 voor de clusters ‘sociale basisvoorzieningen’, ‘individuele voorzieningen Wmo’ en ‘individuele voorzieningen Jeugd’ betrof in totaal € 1,06 mld. Daarnaast worden bij circulaires soms aanvullende middelen beschikbaar gesteld. Deze zogeheten taakmutaties worden telkens inhoudelijk toegelicht in de reguliere P&Cproducten. Ook voor deze taakmutaties geldt dat de middelen die ontvangen worden bestedingsvrij zijn en er vindt geen verantwoording over plaats naar het Rijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=02e2f67d-c3eb-44a0-bf4e-3de6075767b4