[25bb003944] Beantwoording technische vragen Jaarstukken 2024 (versie 28 mei 2025)
Tekst van het document
68
212
D66
Zorg & Welzijn
Wat is de ontwikkeling van het aantal Wmo-cliënten in 2024 ten opzichte van 2022 en 2023?
Hiervoor wordt verwezen naar de indicator Aantal cliënten met een maatwerkvoorziening/arrangement Wmo (BBV indicator) op bladzijde 176 van de websiteversie van de jaarrekening: - 2022: 84 cliënten per 1.000 inwoners - 2023: 83 cliënten per 1.000 inwoners - 2024: 84 cliënten per 1.000 inwoners* * Dit cijfer wijkt af van hetgeen in de jaarrekening 2024 vermeld staat (78 cliënten per 1.000 inwoners). Op het moment van aanleveren van de cijfers voor de jaarrekening 2024 was alleen het cijfer voor het 1e halfjaar 2024 bekend.
213
D66
Zorg & Welzijn
Over de voortgang van de RBOK wordt via de bestuursrapportages van de GRJR gerapporteerd.
214
D66
Zorg & Welzijn
Wat zijn de resultaten van de 50 maatregelen uit de Regionale Bestuursopdracht Kostenbeheersing Jeugd? Wat zijn de effecten van de pilot Bestaanszekerheid in Bloemhof en Schiebroek?
215
D66
Zorg & Welzijn
Hoe functioneert de wijkgerichte aanpak met ‘de verbinder’ in 2024?
De tijdelijke verbinder ondersteunt de wijkmanager en de wijknetwerker in hun werkzaamheden voor de aanpak bestaanszekerheid wat veel inzet vraagt. De tijdelijke verbinder bouwt aan een sterk netwerk in de wijk door de formele en informele partijen aan elkaar te verbinden. De tijdelijke verbinder voert ook acties uit om de samenredzaamheid in de wijk te vergroten en geeft uitvoering aan de casuïstiektafel en infoplein.
216
D66
Zorg & Welzijn
Welke indicatoren zijn gebruikt voor monitoring van zorgmaatregelen en wat zijn de uitkomsten?
In de jaarrekening is er een apart kopje opgenomen (Bestuursopdrachten in de Zorgdomein) waarin de voortgang van de maatregelen en financiële effecten van de maatregelen opgenomen zijn. De inschatting is dat de maatregelen in 2024 minder hebben opgeleverd (€ 27,5 mln) dan benodigd voor de gehele invulling van de financiële reeks (€ 33 mln).
Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025
De aanpak bestaanszekerheid zorgt voor betere samenwerking tussen partijen in de wijk om te kijken wat er anders ingezet kan worden dan zorg. Hierdoor ontvangen inwoners betere passende ondersteuning op het gebied van activering, schulden en wonen. Daarbij kijken we ook waar (informele) partijen in de wijk een rol kunnen spelen. Doordat partijen elkaar sneller weten te vinden komen inwoners met problemen vroegtijdig in beeld. Ook door de inzet van sleutelfiguren en laagdrempelige inlooppunten in de wijk kunnen inwoners in een vroeg stadium terecht met hun hulpvraag. De aanpak levert hierdoor een besparing van zorgkosten op door in te zetten op andere oplossingen dan formele zorg. Vanuit de casuïstiektafel zien we een daling van de zorgconsumptie op jeugd en wmo.
69
217
D66
Zorg & Welzijn
Welke beleidsaanpassingen zijn in 2024 doorgevoerd als gevolg van datagedreven werken in de zorg?
Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025
In het integrale plan Passende Zorg voor heel de stad (maart 2024) is prioriteit gegeven aan datagedreven werken. De reeds ingevoerde maatregelen (die te kwantificeren zijn) zijn vertaald naar een dashboard. Zo kan er zicht gehouden worden op de voortgang en toepassing van maatregelen en desgewenst bijgestuurd worden. In februari 2024 zijn aan het dashboard de gerealiseerde financiële effecten van de maatregelen toegevoegd. Dit is deels nog in ontwikkeling (zie ook de bijlage BOZ bij de monitor ZWW). Daarnaast zijn we bezig met de (door)ontwikkeling van interne dashboards met sturingsinformatie vanuit diverse invalshoeken. Zo zijn er al dashboards ter ondersteuning van contractmanagement en stedelijke ketens.
70
218
D66
Sport
Welke afwijkingen zijn er in 2024 tussen begroting en realisatie van het sportbudget, en wat zijn de oorzaken?
Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025
De afwijking tussen realisatie 2024 en begroting 2024 zijn toegelicht op pagina 131 in de (digitale) jaarrekening. Het saldo van het programma Sport en recreatie bedraagt € 1,7 mln voordelig. De belangrijkste oorzaken zijn: 1. Personeel De onderbesteding op personeelslasten is het gevolg van het voorsorteren op de besparingen van Kiezen voor Rotterdam, en doordat niet alle vacatures zijn ingevuld. De onderbesteding bedraagt € 448.000. 2. Bijdragen Rijk en medeoverheden De brede regeling combinatiefunctie en lokaal sportakkoord maken deel uit van de Brede SPUK-regeling. Voor deze onderdelen is er een onderbesteding van € 585.000, die onder andere te verklaren is door laat toegekende indexering in november 2024. 3. Lekker Fit In 2024 is de oude subsidieregeling Rotterdam Lekker Fit! gestopt en is overgegaan naar een nieuwe aanpak voor kinderen met overgewicht 010 Fit'R. Hierdoor zijn in 2024 uit andere middelen aanvullende activiteiten georganiseerd passend binnen de doelstellingen van Fit'R waaronder project Beweegbrug en project Blik op Bewegen. 4. Recreatieoord Hoek van Holland Het college heeft op 21 mei 2024 het besluit genomen om het recreatieoord Hoek van Holland in erfpacht uit te geven aan de Coöperatieve Vereniging ONS Recreatieoord B.A. (CV ONS). De raad heeft deze transactie in haar besluit van 20 juni 2024 bevestigd.
Met dit besluit zijn er in 2024 € 1,9 mln aan huurbaten weggevallen en tevens € 1,2 mln minder lasten gerealiseerd ten opzichte van begroot. Het resultaat is het gevolg van de definitieve verrekening met Stichting ONS, welke pas heeft plaats gevonden na de Tweede herziening. Het verkoopresultaat van het recreatieoord is bij het begrotingsprogramma Bestaande Stad gerealiseerd. 5. Sportaccommodatie Door minder aanvragen op de 1/3 investeringssubsidie is er een onderbesteding van €439.000. De resterende onderbesteding is het gevolg van kleine afwijkingen in projecten door vertraging of minder lasten dan begroot. Hierdoor is er ook minder onttrokken aan de reserve. 6. Diverse afwijkingen Op diverse budgetten zijn kleine afwijkingen. Deze leiden per saldo tot € 349.000 hogere lasten.
71
219
D66
Sport
Welke projecten zijn gefinancierd met de €500.000 extra investering in sportprogrammering? Wat is de staat van onderhoud/vernieuwing van sportaccommodaties in 2024 per gebied of wijk?
Op basis van het jaarverslag is het niet duidelijk welke investering hiermee bedoeld wordt.
220
D66
Sport
221
D66
Sport
Hoeveel accommodaties zijn in 2024 aangepast voor doelgroepen als ouderen, jeugd of mensen met een beperking?
Voor alle sportaccommodaties die worden vernieuwd in het kader van het IHP, geldt dat hierbij alle eisen voor toegankelijkheid worden meegenomen. Daarnaast heeft het Sportbedrijf in 2024 van 6 sportaccommodaties de toegankelijkheid voor sporters met een beperking geoptimaliseerd naar “niveau Goud”. In 2024 is ook een start gemaakt met investeringen in 10 andere sportaccommodaties om de toegankelijkheid van sporters met een beperking te optimaliseren. Deze aanpassingen worden in 2025 gerealiseerd. Deze sportaccommodaties maken geen deel uit van het IHP. Met deze aanpassingen voor de toegankelijkheid voor sporters met een beperking, zijn deze accommodaties geschikt voor alle leeftijdsgroepen met en zonder een beperking, ook voor jeugd en ouderen.
222
D66
Sport
Wat is de trend in sportdeelname in 2024 in vergelijking met voorgaande jaren?
In 2024 was de wekelijkse sportdeelname 66%, in het sportseizoen 2022-2023 was dit 63%.
223
D66
Sport
Welke gerichte initiatieven zijn in 2024 ondernomen voor kwetsbare doelgroepen in de sport, en met welk effect?
• Een living lab om meer mensen met een verstandelijke beperking te stimuleren om te gaan sporten en bewegen. Het living lab bestaat uit diverse experimenten met partners uit het veld. De eerste 5 experimenten zijn gestart in 2024 en lopen tot en met 2026. In deze periode worden de experimenten bijgesteld of gestopt naar aanleiding van tussentijdse resultaten. • Mensen met een beperking toeleiden naar sport via oa de toeleiding vanuit SportMEE. SportMEE heeft totaal 979 Rotterdammers ondersteund (790 Rotterdammers met een beperking en 189 Rotterdammers met een chronische aandoening). • Via Uniek Sporten en het bijbehorende Servicepunt van SportMEE zijn jaarlijks Rotterdammers en netwerkpartners geïnformeerd over inclusief sporten voor mensen met een beperking. Het platform Uniek Sporten is door 1935 Rotterdamse bezoekers
Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025
Voor alle gemeentelijke binnensportsportaccommodaties (zwembaden, sporthallen gymzalen) geldt dat de staat van onderhoud minimaal op het gemiddelde van conditieniveau 3 zit. Het Sportbedrijf stuurt hierop via meerjarenonderhoudsplannen per object. Voor sportvelden geldt velden op orde worden gehouden door planmatig onderhoud en door periodieke vervanging (middelen vastgelegd in de MJOP’s). Voor sportaccommodaties die aan vervanging of vernieuwing toe zijn worden middelen ingezet vanuit het IHP Sport en voor gymzalen uit IHP gymzalen. Zie voor een overzicht het IHP Sport 2024-2034 dat op 30 januari 2025 door uw raad is vastgesteld.
72
224
D66
Sport
Hoe is de samenwerking met sportverenigingen verlopen en welke projecten zijn gezamenlijk uitgevoerd?
Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025
geraadpleegd. Het servicepunt Uniek SportMEE heeft 1431 Rotterdammers en netwerkpartners bereikt. • 50 zorg,- en welzijnsprofessionals hebben Rotterdammers via Beweegcoach toegeleid naar passend sport- en beweegaanbod (samenwerking met PGW&Z). • Er is extra laagdrempelig sport en beweegaanbod georganiseerd; 25 beweegplusactiviteiten bij verenigingen en inzet vanuit sportregie per wijk om passend aanbod te creëren voor verschillende kwetsbare doelgroepen die achterblijven in sport en bewegen (50 groepsgerichte laagdrempelige sport specifieke of laagdrempelig beweegaanbod). • Mensen die deelnemen aan de ketenaanpak valpreventie toeleiden naar sport en bewegen. o Vanaf eind januari 2024 wordt door Sportbedrijf Rotterdam gekeken of het huidige beweegaanbod voor 65+ers om 65+ers naar toe te leiden vanuit de Val Niet Trainingen aansluit bij de deelnemers van de trainingen en of er voldoende beweegaanbod is. Naar aanleiding hiervan zijn in 2024 11 bestaande beweeg- en sportactiviteiten passend gemaakt en werden 56 nieuwe activiteiten opgezet vanuit de behoefte van de deelnemers aan de Val Niet Trainingen. o Vanaf de start in juni 2024 namen 442 deelnemers aan een Val Niet Training deel aan een clinic of proefles, waardoor zij actief ervaring hebben opgedaan bij passende beweegaanbieders. (Samenwerking met PGW&Z). • 117 statushouders toeleiden naar sport en bewegen.
• Naar aanleiding van de motie Zwemvouchers voor Ouderen zijn in september 2024 in 7 verschillende zwembaden nieuwe zwemlessen voor ouderen opgestart. Er zijn in 2024 zo’n 130 deelnemers gestart; dit aantal blijft groeien in 2025 naar gelang er meer mensen het lesprogramma afronden, hun A-diploma behalen en er daardoor nieuwe deelnemers instromen. De zwemlessen zijn gericht op ouderen met een laag inkomen en worden behalve een kleine eigen bijdrage van de deelnemers grotendeels bekostigd door de gemeente. Samenwerking met sportverenigingen vindt met name plaats via Rotterdam Sportsupport. In 2024 hebben zij met 302 sportverenigingen contact gehouden, waarbij er 723 hulpvragen zijn beantwoord en 189 adviestrajecten zijn verzorgd. Voorbeelden van projecten die gezamenlijk met sportverenigingen zijn uitgevoerd zijn; voorbereidingen op de pilot weekendvoetbal (tbv vergroten speelcapaciteit op de club), aanjaagbudget duurzaamheid (voor interventies vanuit clubs gericht op duurzaamheid).
73
225
D66
Sport
Welke structurele ondersteuning is er in 2024 geboden aan sportverenigingen?
Ondersteuning aan sportverenigingen vindt plaats via Rotterdam Sportsupport. Sportsupport spant zich met name in voor vitale, veilige en toekomstbestendige sportverenigingen in de stad. Dit gebeurt via de verenigingsconsulenten die hulpvragen vanuit clubs beantwoorden en adviestrajecten verzorgen over uiteenlopende thema’s, zoals accommodatie, financiën, juridisch, leden, maatschappelijk ondernemen, organisatie, trainers, veilig sportklimaat en vrijwilligers.
226
D66
Sport
Wat zeggen prestatie-indicatoren over de effectiviteit van sportbeleid in 2024?
De prestatie indicatoren geven aan wat bijdraagt aan het verhogen van de sportdeelname. Het sportbeleid is gericht op Rotterdammers aan het sporten en bewegen te krijgen en te houden. De sportdeelname-index (collegetarget) fungeert als indicator voor de effectiviteit van het gevoerde sportbeleid. De collegetarget behelst de toename van de sportdeelname naar 68% in 2026. In 2024 was de sportdeelname 66%. Een toename van de sportdeelname is niet 1 op 1 te herleiden naar de prestatie indicatoren en daarmee het gevoerde beleid. Natuurlijk zijn er ook externe factoren die meespelen zoals de economische situatie of een pandemie zoals enkele jaren terug of andere maatschappelijke invloeden.
227
D66
Sport
Welke lessen zijn getrokken uit evaluaties van sportevenementen en -activiteiten in 2024?
Sportevenementen hebben impact op de stad en op de Rotterdammer. In 2024 is een onderzoek gepubliceerd over de impact van alle sportevenementen in de voorafgaande dertien jaar. Dit liet onder meer zien dat iedere euro subsidie het vijfvoudige oplevert in de Rotterdamse economie. Daartoe worden onder andere side-events georganiseerd. In 2024 zijn 47 side-events georganiseerd rond diverse topsportevenementen.
229
CDA
Klimaat
Wordt er gebruik gemaakt van scenario-analyse of stresstesten in het doorrekenen van lange termijn klimaatdoelen? Zo ja, op welke data zijn deze gebaseerd?
Jaarlijks berekent de DCMR het CO2 reductie-effect van alle maatregelen van het Klimaatactieplan Rotterdam (25bb003001). Bij het berekenen van het effect van een maatregel worden in sommige gevallen scenario’s afgewogen om de bandbreedte van het effect te bepalen. In de jaarlijkse CO2-monitor (24bb006243), die ook door de DCMR wordt opgesteld, wordt rekening gehouden met trends en ontwikkelingen om de verwachtingen van het aankomende jaar te vast te stellen. We rapporteren niet op verschillende scenario's op de lange termijn.
230
CDA
Klimaat
Wat zijn de criteria voor het toekennen van middelen vanuit het DTB aan projecten? Is er een
Projectvoorstellen die aanspraak willen maken op middelen uit het Duurzaamheidstransitiebudget (DTB) zijn aan het afwegingskader getoetst welke zijn vastgesteld in de raad van november 2022 (22bb006527). Het afwegingskader is opgedeeld in drie onderdelen: basiscriteria, inhoudelijke criteria en organisatorische
228
Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025
74
gestandaardiseerde beoordelingssystematiek ?
criteria. De basiscriteria (bijdrage aan CO2-reductie) kunnen worden gezien als drempelwaarden om een aanvraag in te kunnen dienen bij het DTB.
231
CDA
Klimaat
Op basis waarvan wordt bepaald welke innovaties in aanmerking komen voor financiering via ETF of DTB?
Voor het DTB zie tevens de beantwoording op vraag 230. Bijdrage aan stimuleren innovatie in de energietransitie is een van de inhoudelijke criteria uit het afwegingskader. Voor het ETF-R wordt bepaald welke innovatieve start-ups en scale-ups in aanmerking voor een lening of participatie komen middels de Investeringsstrategie, die bij de oprichting van het fonds is vastgesteld door de Raad in oktober 2020 (20bb9218). Per investering wordt door de fondsbeheerder (InnovationQuarter) en Investeringscommissie getoetst of het bedrijf voldoet aan de Investeringsstrategie, waarin eisen staan t.a.v. o.a. de Technical Readiness Level, type duurzaamheidsimpact en gebrek aan alternatieve middelen van een innovatief bedrijf.
232
CDA
Klimaat
Hoe worden netcongestieproblemen meegenomen in de besluitvorming rondom verduurzamingsprojecten, zoals bij de voucherregeling flex scans?
Zoals de Netcongestiescan laat zien, worden veel gemeentelijke plannen en ambities geraakt door netcongestie. Voor alle projecten, waaronder verduurzamingsprojecten, geldt dat we netcongestie mee moeten nemen in de besluitvorming als belangrijke randvoorwaarde. Voorbeelden zijn bijvoorbeeld verduurzaming van ons eigen vastgoed of eigen wagenpark als deze i.v.m. netcongestie niet zonder meer aan aansluiting kunnen krijgen. Per project kijken we naar de impact van netcongestie en hoe we met bijvoorbeeld slimme oplossingen het project zo min mogelijk kunnen laten vertragen.
233
CDA
Klimaat
Hoe wordt circulariteit technisch gemeten binnen gemeentelijke projecten (bijv. via LCA – Life Cycle Assessment of circulariteitsindicatoren)?
Monitoring van de circulaire economie is nog grotendeels onontgonnen terrein en daarmee nog volop in beweging (zie ook de afdoeningsvoorstellen 24bb000928 en 24bb005818). Er is nog geen standaard meetmethode die structureel gebruikt wordt, maar we testen een aantal manieren om de circulariteit (het eigen grondstoffengebruik en klimaat/CO2impact) van gemeentelijke projecten inzichtelijk te krijgen. Enkele voorbeelden: - Voor gemeentelijk vastgoed is onderzoek gedaan naar nieuwe afschrijfmethodieken. Uit dit onderzoek bleken ‘losmaakbaarheid’ en ‘toekomstwaarde’ haalbare criteria om toe te passen. Ook wordt bij (pilot)projecten van gemeentelijk vastgoed de Building Circularity Index getest; Dit is een score gebaseerd op de ‘losmaakbaarheid’ en ‘milieuprestatie’. - Bij het inkopen van materialen die de gemeente beschikbaar stelt aan aannemers (directielevering) in de openbare ruimte wordt de milieukostenindicator (MKI) gebruikt. Deze MKI is opgebouwd uit de milieuprofielen (Levenscyclusanalyses/LCA’s) van de verschillende materialen die in het project worden gebruikt en omgerekend naar de
Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025
75
milieukosten uitgedrukt in euro’s. - Bij de totstandkoming van het circulaire centrum De HER is het percentage hergebruik van bouwmassa (gewicht van hergebruikt materiaal) gemeten. - Sinds begin 2025 wordt het monitoringsinstrument WIZZR voor projecten op basis van directieleveringen in de Openbare Ruimte getest. Deze tool maakt inzichtelijk wat de herkomst is van gebruikte materialen, wat de CO2 uitstoot van die materialen bij productie en transport was en wat de eindbestemming is van uitgaande materialen. Hiermee loopt gemeente Rotterdam voorop in de markt; Andere (de)centrale overheden, zoals de G4 en het Rijk, volgen deze ontwikkeling met interesse.
234
235
CDA
CDA
Klimaat
Klimaat
Welke tools of software worden gebruikt voor het berekenen van de CO₂-voetafdruk van de gemeentelijke organisatie?
Welke methodieken zijn gebruikt voor de doorrekening van de klimaatimpact van de burgeradviezen?
Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025
- Binnen de uitvoering van het Plan van Aanpak Duurzaam Doorbouwen rekenen we 20-25 projecten door op CO2 uitstoot (van materiaal en energie). We halen de lessen eruit en delen deze lessen conform roadmap in het Plan van Aanpak. Voor de CO2 voetprint van de gemeentelijke organisatie gebruiken we de Milieubarometer. De rapportage en berekeningen (de CO2 Voetafdruk) worden gecontroleerd door TUI, die uiteindelijk ook adviseert of wij voldoen aan het verkrijgen van de volgende trede in de CO2 Prestatieladder. Wij hebben als gemeente inmiddels (begin deze maand) het maximale niveau Trede 5 bereikt in de huidige werkwijze en controle van de CO2 Prestatieladder. Als voorbereiding om de verbruiken in kWh, m3 of Joulz (voor respectievelijk Elektra, Gas en Warmte) te monitoren en te rapporteren, gebruiken we DB Energie. Dit is een applicatie van een externe partij Energiemissie-Trenton. In deze database worden alle gegevens van elke individuele aansluitingen vastgelegd en worden de verbruiken vanuit de meetbedrijven geupload. De DCMR heeft de beoordeling gedaan. Dit is niet zo zeer een berekening omdat in de meeste burgerberaadadviezen concrete cijfers ontbreken - hierdoor zijn nauwelijks 'methodieken' toegepast. Een vertaling naar een bepaalde omvang van CO2-reductie is dan niet mogelijk.
Meestal komt het er op neer dat een advies of maatregel leidt tot minder gebruik van fossiele brandstoffen, zoals aardgas of benzine. Voor dergelijke brandstoffen bestaan emissiefactoren en dan levert een eenvoudige rekensom een bepaalde reductie van CO2 op. In de beoordeling is daarom gebruik gemaakt van categorisering: positieve impact, voordeel van de twijfel en neutraal.
76
236
CDA
Financiele kengetallen
Waarom wijkt het gerealiseerde reguliere exploitatiesaldo structureel positief af van de begroting (€0)? Wordt hier structureel conservatief begroot?
Het reguliere exploitatiesaldo wordt altijd begroot op 0, een sluitende begroting. Het gerealiseerde exploitatiesaldo is € 64 mln en daarmee gelijk is aan het rekeningresultaat. Er wordt positief afgeweken wegens onder andere de ontwikkeling van de grexen en de septen decembercirculaire (met uitzondering van de taakmutaties). Deze zijn laat in het jaar bekend en kunnen niet bij de tweede herziening worden meegenomen.
237
CDA
Financiele kengetallen
Wordt bij het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit ook rekening gehouden met klimaatschade of cyberrisico’s?
Het reguliere exploitatiesaldo wordt altijd begroot op 0, een sluitende begroting. Het gerealiseerde exploitatiesaldo is € 64 mln en daarmee gelijk is aan het rekeningresultaat. Er wordt positief afgeweken wegens onder andere de ontwikkeling van de grexen (die laat in het jaar pas bekend is) en de sept- en decembercirculaire (met uitzondering van de taakmutaties). Deze zijn laat in het jaar bekend en kunnen niet bij de tweede herziening worden meegenomen.
238
CDA
Financiele kengetallen
Nee.
239
CDA
Financiele kengetallen
240
CDA
Financiele kengetallen
Wordt er een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd op de impact van belastingverhogingen op de belastingcapaciteit en lokale economie? Waarom wordt als referentie voor de belastingcapaciteit het landelijke gemiddelde van het voorgaande jaar genomen, en niet het actuele jaar? In hoeverre beperkt de relatief hoge belastingcapaciteit (109%) de ruimte om toekomstige tekorten op te vangen via belastingmaatregelen?
241
CDA
Financiele kengetallen
Waarom is de netto schuldquote tussen 2022 en 2024 verdubbeld, ondanks beperkte stijging van vaste schulden?
De netto schuldquote is grotendeels afhankelijk van het totaal investeringsniveau. De totale schuld is gestegen omdat meer gelden aangetrokken moesten worden om het totaal aan investeringen te kunnen dekken. Daarnaast is het totaal van vooruitontvangen gelden (waaronder subsidies) gestegen. Vooruitontvangen gelden worden als schuld aangemerkt. De stijging hiervan is terug te zien in de overlopende passiva.
Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025
Hiervoor volgt de gemeente de kaders zoals vastgesteld in de 'Regeling vaststelling wijze waarop kengetallen worden vastgesteld en opgenomen in begroting en jaarverslag provincies en gemeenten', zie https://wetten.overheid.nl/BWBR0036853/. De belastingcapaciteit zegt iets over de hoogte van de woonlasten in Rotterdam ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Hoe hoger dit getal - dus positieve afwijking van het landelijk gemiddelde, hoe afhankelijker de gemeente is van belastinginkomsten uit Rotterdamse huishoudens in vergelijking met andere steden. Indien een gemeente in financiële problemen komt en deze indicator is lager dan 100%, kan de toezichthouder adviseren de woonlasten te verhogen naar het landelijk gemiddelde. Het verhogen van de woonlasten is verder een beslissing van uw raad, deze indicator legt daarin geen beperking op.
77
242
CDA
Financiele kengetallen
Op basis van welke criteria worden verstrekte leningen wel of niet gecorrigeerd in de schuldquote?
De netto schuldquote is exclusief verstrekte leningen. De gecorrigeerde netto schuldquote is inclusief verstrekte leningen. De verstrekte leningen zijn de langlopende leningen (langer of gelijk aan 1 jaar) (leningen + overige langlopende leningen). Het criterium is dus de looptijd van de aangegane lening.
243
CDA
Financiele kengetallen
Hoe verklaart de gemeente het structurele negatieve EMU-saldo ondanks een positief regulier exploitatiesaldo?
Het EMU-saldo en het regulier exploitatiesaldo kunnen niet 1-op-1 worden vergeleken. Het EMU-saldo betreft de balans en het regulier exploitatiesaldo betreft de verlies en winstrekening. Het EMU-saldo geeft het resultaat weer van de exploitatie (baten - lasten), de mutaties (im)materiele vaste activa (bv. Investeringen), mutaties in voorzieningen en mutaties in voorraden. Het rekeningresultaat is de afwijking van het regulier exploitatiesaldo. Het positief regulier exploitatiesaldo is een onderdeel van het EMU-saldo (exploitatie + reserves) maar niet 1 op 1 te vergelijken met het EMU-saldo. Het EMU-saldo is negatief omdat de investeringen zijn gestegen, de voorraden zijn gedaald, en het exploitatieresultaat zonder reserve mutaties negatief is.
244
CDA
Cultuur
Wij zien dat er bij het project Boymans 13.667.000 meer is uitgegeven dan geraamd werd. Wat is de oorzaak van dit grote verschil en betekent dit dat de ramingen voor komende jaren moet worden bijgesteld?
Het klopt dat er een afwijking van 13,667 mln is t.o.v. de raming 2024, maar dit betekent niet dat er sprake is van een overschrijding van 13,667 mln. Het is juist zo dat de kosten die tlv het investeringskrediet zijn gebracht in 2024 zijn verlaagd met (6,333 mln – 15 mln =) – 8,667 mln. Er is in 2024 een raming afgegeven van 5 mln. Daadwerkelijk uitgegeven in 2024 is er 6,333 mln. De hogere realisatie van 1,333 mln is op blz. 199 van de jaarstukken toegelicht en is voornamelijk gelegen in meer juridische en adviseurskosten dan voorzien. Over de gehele looptijd van het project bezien kunnen deze extra kosten opgevangen worden binnen de projectbegroting en is de huidige verwachting nog steeds dat het project binnen het met de raad afgesproken financieel kader blijft. Bovenop deze afwijking komt dan nog de eenmalige afboeking van 15 mln, conform het herziene raadsbesluit van 3 oktober 2024. Hiermee is de realisatie 2024 van 6,333 mln t.l.v. het investeringskrediet verlaagd waardoor er in 2024 sprake is van een realisatie van ( 6,333 mln – 15 mln=) - 8,667 mln. Ten opzichte van de raming 2024 van 5 mln betekent deze realisatie van - 8,667 mln een afwijking van 13,667 mln. De afboeking van € 15 mln was niet meegenomen in de raming 2024 en is daarom ook toegelicht op blz. 199 van de jaarrekening. In de bijlage de aansluiting met de kredietadministratie.
Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025
78
245
CDA
Zorg, Welzijn en Wijkteams
246
CDA
Zorg, Welzijn en Wijkteams
247
CDA
Zorg, Welzijn en Wijkteams
248
CDA
Zorg, Welzijn en Wijkteams
249
CDA
Sport
Jeugdhulp lokaal boekt in de jaarstukken 17 miljoen nadelig. Op basis van welke gemaakte aannames is de prognose gemaakt? Worden deze aannames herzien? Wij zien dat dat er geen geld is onttrokken uit de bestemmingsreserve bestrijding eenzaamheid ouderen. Waarom niet? Wij zien dat dat er geen geld is onttrokken uit de bestemmingsreserve blokhuismiddelen. Waarom niet? Wat is een goed onderbouwde, effectief bewezen manier van (jeugd)preventie? Op welke concrete indicatoren baseert de gemeente zich? Zijn deze indicatoren voor alle aanbieders hetzelfde of worden hier verschillende afspraken over gemaakt?
Met de grote wijzigingen in de nieuwe inkoop van jeugdhulp lokaal in 2023, waren de jaren 2023 en daarvoor minder presentabel voor een goede prognose. De aannames zijn herzien voor 2025, waarbij we meer voortbouwen op de resultaten van 2024 als eerste regulier jaar van de nieuwe inkoop.
Stimuleert de gemeente/sportsupport sportverenigingen actief met de aanleg van zonnepanelen om hun energielasten om een duurzame manier te verlagen? Wordt de investeringsregeling hier ook veel voor gebruikt?
De gemeente en Sportsupport zetten zich actief in op het stimuleren van duurzaamheidsmaatregelen (waaronder het aanleggen van zonnepanelen) aan accommodaties van verenigingen. Sportsupport wijst sport- en scoutingverenigingen de weg naar de juiste fondsen en financiële regelingen voor verduurzaming. Mocht de vereniging ook hulp nodig hebben bij inhoudelijke kennis, dan verwijst Sportsupport actief door naar organisaties met specifieke expertise op het verduurzamen van onder andere sportaccommodaties. De gemeentelijke investeringssubsidie voorziet in een belangrijke financiële bijdrage om accommodaties te verduurzamen. Met de subsidie wordt 1/3 deel bijgedragen aan de investering. De afgelopen jaren hebben 26 verenigingen (meer dan 1.000) zonnepanelen gerealiseerd met behulp van de regeling. Inmiddels heeft ruim 40% van de verenigingen met een buitensportaccommodatie zonnepanelen op het dak liggen.
Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025
Door onder andere lagere vaststellingen en extra inzet van rijksgelden is het in 2024 niet nodig geweest om gebruik te maken van de reserve.
Dit komt doordat diverse verbouwingen die voor 2024 gepland stonden zijn doorgeschoven naar latere jaren, waardoor de onttrekkingen in latere jaren alsnog zullen plaatsvinden. Hierover zult u separaat worden geïnformeerd. Voor het collegetarget jeugdpreventie wordt enkel gewerkt met goed onderbouwde en bewezen effectieve interventies (=trainingen) uit databanken voor effectieve interventies zoals die van het Nederlands Jeugdinstituut (NJI) en Movisie1]. En in het subsidiekader jeugdpreventie Versterken en Voorkomen is het al dan niet opgenomen zijn in een databank voor effectieve interventies en de mate van effectiviteit een belangrijk beoordelingscriterium. Dit criterium is voor alle aanbieders hetzelfde. Zie voor een nadere toelichting op de termen ‘goed onderbouwd en bewezen effectief’ de beschrijving van het collegetarget jeugdpreventie in het definitieboekje van de collegetargets (23bb006753).
79
250
CDA
Sport
In 2024 is het programma Lekker Fit gestopt. Zijn de financiële middelen die in het verleden voor Lekker Fit beschikbaar waren nu in zijn geheel beschikbaar voor 010 Fit’R? Wat is qua financiële middelen hier de ontwikkeling in geweest?
Als onderdeel van de Begroting 2025/ 2e Herziening 2024 is € 6,0 mln van de middelen LekkerFit! Van het programma Onderwijs naar Sport en recreatie gemuteerd. Dit omdat bij de nieuwe aanpak niet meer vanuit de scholen, maar veel meer vanuit de buurt/wijken wordt georganiseerd. Binnen het programma Onderwijs is € 2,1mln behouden, waarmee LekkerFit! aanpak wordt bekostigd voor Dagprogrammering in de NPRZ-wijken. - Van de overgehevelde middelen blijft er € 1,6mln beschikbaar voor deelaanpakken buitenschools bewegen (SSV) en 250k voor de aanpak 0-4/jonge kind - Voor de nieuwe aanpak voor kinderen met overgewicht is ongeveer € 2,2mln beschikbaar in 2025 en €1,9mln vanaf 2026. - Er is 1,6mln beschikbaar aan apparaatslasten (personeelskoten) - 275k in 2025 en 575k vanaf 2026 is taakstellend vanuit VJN 2023. Naast de gemeentelijke middelen zal er ongeveer € 0,6mln aan rijksmiddelen beschikbaar zijn vanuit de Brede Specifieke Uitkering voor Sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en sociale basis.
251
CDA
Welzijn/Sport
Zijn er naast 010 Fit’R nog meer programma’s met de doelstelling het bestrijden van overgewicht in Rotterdam? Zo ja, welke en hoeveel geld gaat er heen?
Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025
Overgewicht wordt door diverse factoren beïnvloed, denk aan voeding, bewegen, gezondheidsvaardigheden etc. Binnen Gezonder010, het beleidskader voor gezondheid, worden diverse acties ingezet om bij te dragen aan een gezonde leefstijl, waaronder een gezond gewicht. Diverse acties worden ingezet zoals, Gezonde kinderopvang, Gezonde school programma, Gezonde kantines in de huizen van de wijk en scholen, etc. Naast 010 Fit’R is er ook een tweetal ketenaanpakken gericht op overgewicht/obesitas; Kind naar Gezond Gewicht en Gecombineerde leefstijlinterventie/netwerkaanpak overgewicht. Gezamenlijk was hiervoor in 2024 € 0,9 mln beschikbaar vanuit rijksmiddelen ‘Het Gezond en Actief Leven Akkoord’ (GALA). Daarnaast draagt bewegen en sporten bij aan voorkomen van overgewicht(Sportnota)
80
252
CDA
Onderwijs
In de jaarstukken staat dat de schoolleidersbeurs goed ontvangen is, maar er is wel een overschot van 1.063.000 op “versterking schoolleiders”. Hoe zit dat?
Er worden hier twee verschillende regelingen door elkaar gehaald. Het klopt dat de belangstelling voor de nieuwe subsidieregeling schoolleidersbeurs groot is. Deze beurs is bedoeld voor de professionele ontwikkeling van individuele schoolleiders. Daarnaast bestaat er een aparte regeling: de subsidie versterking schoolleiders, specifiek gericht op schoolleiders in het NPRZ-gebied. Deze regeling ondersteunt schoolleiders bij het verbeteren en efficiënter organiseren van de schoolorganisatie, met als doel een directe bijdrage te leveren aan de sturing op en verbetering van de onderwijskwaliteit. De onderbesteding van € 1.063.000 heeft betrekking op de regeling versterking schoolleiders. Deze regeling is door benodigde ontwikkeltijd pas halverwege het jaar gestart, waardoor het beschikbare budget niet volledig kon worden ingezet.
253
CDA
Onderwijs
Hoeveel scholen hebben een achterstandsscore hoger dan 0? En hoeveel was dit in eerdere jaren?
Voor het collegetarget hanteren we vaste peildata om de voortgang eenduidig te kunnen meten. Voor het basisonderwijs gebruiken we de gegevens op de peildatum 1 februari 2022, en voor het voortgezet onderwijs geldt 1 oktober 2022 als uitgangspunt. Door jaarlijks uit te gaan van een vaste basislijst van scholen, kunnen we de ontwikkeling ten opzichte van het target op een consistente manier volgen. Op basis van deze peildata gaat het om 132 basisscholen en 52 scholen voor voortgezet onderwijs met een positieve achterstandsscore.
254
CDA
Onderwijs
255
CDA
Onderwijs
Hoe zijn de interventies in schil om de school verdeeld naar soort? Welke interventie van schil om de school is het effectiefst in tegengaan van achterstanden?
Zie hiervoor bijlage vraag 254, afkomstig uit de meest recente Onderwijsmonitor NROB. De Schil om de School is een gemeentelijke ondersteuning die bijdraagt aan kansengelijkheid en waar mogelijk schoolteams ontlast. Het is niet eenduidig te zeggen welke interventie binnen de Schil om de School het meest effectief is in het tegengaan van onderwijsachterstanden. De kracht van de aanpak ligt juist in de maatwerkbenadering: scholen krijgen de ruimte om – op basis van de specifieke behoeften van hun leerlingen – te kiezen uit een breed palet aan interventies. Zo kunnen zij hun Schil optimaal inrichten en afstemmen op hun eigen context. Alle interventies binnen de Schil worden zowel kwalitatief als kwantitatief gemonitord. Hoewel de inhoud en focus per interventie verschillen, dragen ze elk op hun eigen wijze bij aan het verkleinen van onderwijsachterstanden. De ondersteuning vanuit de Schil is daarmee een gezamenlijke inspanning, gericht op duurzame versterking van het Rotterdamse onderwijs.
Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025
81
256
CDA
Onderwijs
Hoeveel van de schoolleiders die gebruik hebben gemaakt van de schoolleidersbeurs werken er nog op dezelfde school als toen zij gebruik maakten van de schoolleidersbeurs? En hoeveel werken er nog op een Rotterdamse school? Waarom zijn er in het jaar 2024 minder intakegesprekken voor schuldhulpverlening gehouden?
De gemeente beschikt niet over gegevens over de huidige werkplekken van schoolleiders die gebruik hebben gemaakt van de schoolleidersbeurs. De duurzame inzetbaarheid van schoolleiders is belangrijk, maar het opvolgen van individuele loopbaantrajecten valt buiten het zicht van de gemeente.
257
CDA
Schuldhulpverlenin g
258
CDA
Schuldhulpverlenin g
Waarom heeft er in 2024 een hoger percentage van de intakegesprekken geleid tot een gestart schuldhulpverleningstraject ten opzichte van 2023
In 2024 heeft er bij KBR (onderdeel Geldplein) meer sturing plaatsgevonden op sneller klanten doorgeleiden naar een schuldregeling en verbeteren samenwerking tussen KBR en Grip op Geldzaken (nu onderdeel van Geldplein). Ook heeft de kortere periode waarin de schulden moeten worden afgelost (per 1 juli 2023 geen 36 maanden meer maar 18 maanden) ervoor gezorgd dat klanten eerder bereid zijn een schuldregeling aan te gaan.
259
CDA
Stedelijke ontwikkeling
Waarom wordt de mijlpaal voor “Collegetarget verbeteren verkeersveiligheid: Verbeteren van de verkeersveiligheid in Rotterdam door effectieve maatregelen te treffen op de 30 meest verkeersonveilige locaties in de stad” zo ruimschoots niet behaald?
De raad heeft op 5 december 2023 (M2310-3100 - 23bo009170) een informerende collegebrief ontvangen over de aanpak en voortgang van deze target. Daarin werd de achterstand al gesignaleerd, die het gevolg was van een langer durend selectieproces van locaties conform de nieuwe definitie van de target. Het target bevat een behoorlijke ambitie, door een nieuwe, integrale methode om verkeersonveiligheid vast te stellen (slachtoffers, risico’s en beleving) en door de effectmeting achteraf. Tijd was nodig voor analyse en selectie conform de nieuwe criteria van de target, ondertussen liep de black spot-aanpak wel door en werden ook diverse andere locaties aangepakt, die wel onveilig zijn maar niet voldoen aan de targetdefinitie. Op 24 juni 2024 ( M2405-2028) is de raad geïnformeerd over de 16 locaties waarvan de aanpak toen was gestart. Daarnaast is de uitdaging dat niet overal tegelijk kan worden gewerkt in de stad, waardoor ook onverwachte tegenvallers in de uitvoeringsplanning zijn ontstaan.
Technische vragen Jaarstukken 2024 versie 28 mei 2025
Het blijft voor veel mensen een drempel die ze over moeten om hulp te vragen bij de gemeente. Er is veel wantrouwen richting de overheid. Gelukkig zien de we laatste maanden in 2025 een stijging. Dit wordt onder andere veroorzaakt door de promoteams en de deur tot deur acties.
82