CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb006408] Bijlage 1 behorende bij 24bb006406 - Ontwerpbestemmingsplan 'Nelson Mandelapark'

Subcommissie bestemmingsplannen Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 15 oktober 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Hoorzitting30.557 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

^ Het groepsrisico rond inrichtingen, buisleidingen, transportassen en luchthavenactiviteiten ligt niet boven de oriëntatiewaarde. ^ Er is geen passende beoordeling vereist op grond van de Wet natuurbescherming. ^ Er wordt geen gebruik gemaakt van een ontheffing van de provincie.

2.3

Gemeentelijk beleid

Algemeen Met de komst van de Wet ruimtelijke ordening in 2008 kunnen ook gemeenten hun gemeentelijk beleid vastleggen in structuurvisies. Ter verwezenlijking van de doelen in het ruimtelijk beleid stelt de gemeente bestemmingsplannen op. In Rotterdam zijn er twee typen bestemmingsplannen te onderscheiden het zogenoemde gebiedsbestemmingsplannen en projectbestemmingsplannen. Gebiedsbestemmingsplannen worden opgesteld door het cluster Stadsontwikkeling naar aanleiding van een meerjarenplanning. Wanneer een bepaalde ontwikkeling buiten het opstellen van een gebiedbestemmingsplan valt, kan daar een projectbestemmingsplan voor opgesteld worden of een omgevingsvergunningprocedure voor doorlopen worden, door een initiatiefnemer. 2.3.1

Omgevingsvisie Rotterdam: De Veranderstad

Vastgesteld door de gemeenteraad op 2 december 2021 De Omgevingsvisie Rotterdam komt in de plaats van de Stadsvisie uit 2007. De omgevingsvisie beschrijft vijf perspectieven (gezond, inclusief, compact, productief en duurzaam) om opgaven in de stad te agenderen en de integraliteit bij ontwikkelingen te bevorderen. Rotterdam kiest voor goede groei. Groei die bijdraagt aan het welzijn van de inwoners, aan een duurzame samenleving en aan economische vooruitgang. Groei die het Rotterdamse rijke erfgoed en de identiteit ondersteunt en versterkt. En in dit proces betrekken we Rotterdammers bij de verandering. Dit is essentieel om ervoor te zorgen dat we een aantrekkelijke stad zijn en blijven voor alle Rotterdammers.

Bestemmingsplan 'Nelson Mandelapark' Toelichting

8

De vijf perspectieven vormen het kompas bij goede groei. En om die groei concreet te maken, maakt de omgevingsvisie vijf hoofdkeuzes: I. Rotterdam zet in op prettig leven in de delta: we maken van Rotterdam een gezonde, groene en aantrekkelijke stad in de grotere metropoolregio om te wonen, werken, recreëren, sporten en bewegen. II. Rotterdam ontwikkelt een wereldstad aan de Nieuwe Maas: we verstedelijken binnen de bestaande stad om de stad te versterken. Dat doen we vooral bij en rondom bestaand of nieuw hoogwaardig openbaar vervoer. III. Rotterdam zet in op vitale wijken met een divers aanbod aan woon- en werkruimte en passende maatschappelijke voorzieningen. Het moet niet uitmaken waar je opgroeit om dezelfde kans te hebben op goed onderwijs, een goede woning en passend werk. In onze wijken komen een heleboel opgaven samen: deze pakken we in samenhang op om de wijken toekomstbestendig te maken. IV. Rotterdam zet de schouders onder de energie- en grondstoffentransitie: We werken aan een stad die klimaatneutraal is en waar we grondstoffen hergebruiken. Zo creëren we een duurzaam Rotterdam met een bloeiende en innovatieve economie. Voor nu en toekomstige generaties. V. Rotterdam vernieuwt het verdienvermogen: Rotterdam heeft een sterke economische uitgangspositie.

Tegelijkertijd is Rotterdam, onder meer door zijn uitstekende (internationale) bereikbaarheid, een middelpunt van innovatie en van kennisintensieve dienstverlening. In een aantal gebieden komen grote opgaven bij elkaar en liggen er kansen om veel van onze stedelijke doelstellingen te realiseren. Deze strategische gebieden vragen om specifieke keuzes. Het betreft de binnenstad, Alexander tot en met Zuidplein en Rotterdam-Zuid. Voor de ontwikkeling van deze gebieden formuleert de omgevingsvisie gebiedskeuzes. Afbeelding 2.1 toont de omgevingsvisiekaart voor het stedelijk gebied van Rotterdam. Hierin zijn de belangrijkste ontwikkelingsrichtingen aangegeven, op basis van de perspectieven en hoofdkeuzes uit de omgevingsvisie.

STEDELIDK GEBIED Verdichten binnen de bestaande stad nabij hoog waardig openbaar vervoer. (Lange termijn) zoekgebied1 verstedelijking.

Qpļt) Schaalsprong openbaar vervoer op de Oude Lijn in combinatie met verstedelijking Ontwikkelen van een stad met meerdere stedelijke centra. į» Nieuwe HOV-verbindlng tussen Kralingse

Focuswtjken voor stedelijke vernieuwing. Opheffen barrières ___ Ruimte voor bedrijven Hl - makersdistrict (M4H/RDM) Q0| - HMC (hoge milieucategorie)

De rivieren als landschappeliike slagaders

Rotterdam groener parken, singels, boulevards en straten. Ruim baan'

voetgangers en fietsers

(RMA). Impuls openbare riumte in de 7 stadprojecten

Afbeelding 2.1: Omgevingsvisiekaart stedelijk gebied (bron: Omgevingsvisie Rotterdam, december 2021). Het plangebied is wit omcirkeld.

De voorgenomen ontwikkeling is onderdeel van de hoofdkeuze 'Prettig leven in de delta'. Het plangebied is op de omgevingsvisiekaart aangeduid als 'Impuls openbare ruimte in de 7 stadsprojecten'. De afgelopen jaren heeft Rotterdam fors geïnvesteerd (en geëxperimenteerd) in de buitenruimte. Hierdoor is de binnenstad steeds aantrekkelijker geworden. Ook de komende jaren staan nog grote projecten in de openbare ruimte op de planning: de 7 stadsprojecten. Aantrekkelijke openbare plekken waar bewoners en bezoekers elkaar ontmoeten,

Bestemmingsplan 'Nelson Mandelapark' Toelichting

9

bewegen en recreëren. En die tegelijkertijd ook oplossingen bieden voor andere belangrijke opgaven van de stad. Daarnaast zorgen deze projecten voor meer werkgelegenheid, een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor ondernemers en meer ruimte voor festivals. Het Nelson Mandelapark vormt één van deze 7 projecten. De ontwikkeling draagt daarnaast op de volgende wijze bij aan de vijf perspectieven uit de omgevingsvisie Rotterdam: Compacte stad: Rotterdam als een compacte, aantrekkelijke stad aan de rivier. Het plan draagt bij aan de principes voor een compacte stad zoals beschreven in de Omgevingsvisie: 'We kiezen voor de ontwikkeling van Rotterdam als een compacte, aantrekkelijke stad aan de rivier. Een knooppunt in een internationaal netwerk, met sterk openbaar vervoer en volop ruimte voor buitenleven. Rotterdam is en blijft een architectuurstad die durft te experimenteren en stuurt op een slimme mix van gebouwen en groen. Een stad waar nabijheid centraal staat en zoveel mogelijk passende voorzieningen voor iedereen op loop- en fietsafstand aanwezig zijn. De stad om de hoek. Met toegankelijk openbaar vervoer altijd in de buurt. Rotterdam kiest voor het mengen van functies waar het kan en voor het scheiden van functies waar het moet.

Rotterdam gaat intensief en inclusief om met ruimte en gebruik in tijd' De ontwikkeling van het park is een uniek voorbeeld van het maken van een compacte stad. Daar waar de bebouwingsdichtheid al hoog is en de verdichting nog verder toeneemt, wordt een grote nieuwe openbare ruimte toegevoegd. Inclusieve stad: Rotterdam is een stad waar niemand in de meerderheid is. De ontwikkeling draagt bij aan de ambities voor een inclusieve stad zoals in de Omgevingsvisie is beschreven: 'Rotterdam is een stad waar niemand in de meerderheid is. Een stad op twee oevers die voor iedereen toegankelijk is, een sociaal veerkrachtige stad waarin mensen uit alle lagen van de bevolking en van alle leeftijden, religies en levensovertuigingen meedoen en elkaar ontmoeten. Daarom zetten we ons in voor gemengde wijken waar mensen zich mee verbonden voelen, goede scholen en voorzieningen in elke wijk. Veilige en toegankelijke routes naar werk en voorzieningen. Een aantrekkelijke openbare ruimte die voor iedereen toegankelijk is, die zich leent voor intensief en gevarieerd gebruik en voor ontmoeting. De aanpak van de stedelijke transities doen we met oog voor de belangen van alle betrokkenen en we zetten ons in om de kosten eerlijk en evenredig te verdelen. Het Nelson Mandelapark draagt bij uitstek bij aan de ontwikkeling van Rotterdam als een inclusieve stad.

Het park is voor iedereen toegankelijk en draagt bij en daagt uit tot (onverwachte) ontmoetingen. Het park is toegankelijk voor mensen met een fysieke, verstandelijke, zintuigelijke of psychische beperking, mensen met een chronische ziekte en ouderen met een beperking door hun leeftijd een beperking. Hierbij is extra aandacht voor: voldoende brede hoofdroutes, drempelloze en voldoende brede aansluitingen op trottoirs van aanliggende straten, goed toegankelijke sport- en spelgelegenheden en voldoende draairuimte voor rolstoelen. Duurzame stad: Rotterdam groeit uit tot een stad en haven die leiderschap toont in de transitie naar duurzame energie circulaire processen en een klimaatneutrale maatschappij. Het Nelson Mandelapark maakt de dijk steviger, is klimaatbestendig, circulair en wekt en slaat energie op (zie ook paragraaf 5.11). Het park levert hiermee haar eigen specifieke bijdrage (afbeelding 2.2) aan de principes van een duurzame stad zoals staat in de Omgevingsvisie: 'Rotterdam groeit uit tot een stad en haven die leiderschap toont in de transitie naar duurzame energie, circulaire processen en een klimaatneutrale maatschappij. Wijken worden aardgasvrij, mobiliteit in stappen uitstootvrij en de stedelijke én haveneconomie maken een overgang naar duurzaam en circulair.

Daarnaast biedt Rotterdam volop ruimte voor experimenten en eigen initiatieven van bewoners en ondernemers. Rotterdam maakt zich zo klaar voor de toekomst en draagt bij aan het beperken van klimaatverandering en het vernieuwen van de economie. Om deze grote transities een plek te geven, verbindt Rotterdam opgaven in de bovengrond en ondergrond'.

Bestemmingsplan 'Nelson Mandelapark' Toelichting

10

Afbeelding 2.2: Duurzaamheidsambities Nelson Mandelapark (bron: Masterplan)

Gezonde stad: Rotterdam maakt gezond leven voor alle inwoners in de stad mogelijk. Het park draagt bij uitstek bij aan een gezonder leven voor heel veel Rotterdammers. Het stimuleert allerlei vormen van bewegen, draagt bij aan een beter milieu en vergroot de klimaatbestendigheid en biodiversiteit. Het Nelson Mandelapark levert hiermee een bijdrage aan de principes zoals beschreven in de Omgevingsvisie Rotterdam: 'Rotterdam maakt gezond leven voor alle inwoners in de stad mogelijk. Dit doen we door gezondheidsbevordering - stimuleren van gezond gedrag - en gezondheidsbescherming - bescherming tegen negatieve externe effecten, zoals slechte luchtkwaliteit en geluidsbelasting. Woningen hebben een gezond binnenklimaat en bestaan uit gezonde (bouw)materialen. We zetten in op een betere en gezonde levensverwachting voor Rotterdammers in alle gebieden. Onze ruimtelijke keuzes dragen hieraan bij. We zetten ons in voor schonere lucht en een betere balans tussen rust (stilte) en levendigheid (stedelijkheid en drukte).' 'Daarnaast nodigt de fysieke leefomgeving Rotterdammers uit tot een vitaler leven door meer te spelen, bewegen en sporten. In en rondom de gezonde stad is voldoende biodiversiteit, er wordt gezorgd voor diversiteit en soortenrijkdom in flora en fauna voor gezond leven voor mens en dier.' Productieve stad: Rotterdam biedt ruimte aan de nieuwe economie.

Rotterdam biedt ruimte aan de nieuwe economie. Er wordt gewerkt aan de havenstad van de toekomst met een concurrerende en innovatieve economie die inspeelt op internationale trends zoals digitalisering, robotisering, 3D-printen, artificiële intelligentie, energietransitie en circulariteit. Zo maakt Rotterdam onder andere ruimte voor innovatieve maakindustrie, circulaire economie en zogeheten interactiemilieus. Daarnaast zet Rotterdam in op de verbinding met onderwijs, een leven lang leren en innovatief en kleinschalig ondernemerschap. Bereikbaarheid van leer- en werklocaties zijn hierbij cruciaal. Het park draagt indirect bij aan de productiviteit van Rotterdam door ruimte te bieden aan ontspanning en ontmoeting. Ook is het park een showcase voor innovatieve parken en innovatief bouwen in de delta. 2.3.2

Stedelijk Verkeersplan Rotterdam 2017 - 2030+

Vastgesteld door de gemeenteraad op 11 mei 2017 Het Stedelijk Verkeersplan Rotterdam 2017 - 2030+ geeft richting aan de wijze waarop de Rotterdamse mobiliteit zich op de lange termijn ontwikkelt (2030+) en welke keuzen de gemeente maakt. Vanuit de Rotterdamse Mobiliteitsagenda zijn er een drietal vertrekpunten voor het Stedelijk Verkeersplan: ^ De groei en stedelijke verdichting van Rotterdam naar 690.000 inwoners in 2035;

Bestemmingsplan 'Nelson Mandelapark' Toelichting

11

^ ^

De economische vernieuwing (Next Economy) en de daarbij horende energietransitie; De stedelijke mobiliteitstransitie naar meer fiets- en OV-gebruik.

Een verdere uitwerking van dit beleid is beschreven in de Rotterdamse MobiliteitsAanpak (RMA) dat de gemeenteraad begin 2020 heeft vastgesteld. De RMA is een aanpak om te werken aan een betere bereikbaarheid van onze groeiende stad. Een aanpak die vanuit mobiliteit een aantal uitdagingen in Rotterdam ondersteunt. Want de stad groeit, de ruimte wordt schaarser, de economie verandert, het klimaat vraagt om andere keuzes én we willen de stad gezonder en inclusiever maken. De RMA faciliteert de groei van de stad door met verschonen en verbeteren van de mobiliteit bij te dragen aan de bereikbaarheid van 18.000 nieuwe woningen tot 2022 en 50.000 nieuwe woningen tot 2040. Ook biedt de RMA kansen voor het accommoderen van een vitale economie met efficiënte schone en nieuwe vervoerswijzen, inclusief nieuwe arbeidsplaatsen en maatschappelijke voorzieningen. Daarnaast draagt de RMA bij aan het vergroenen van de buitenruimte, onder andere met de vijf grote buitenruimte projecten. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de mobiliteitstransitie naar meer fietst- en OV-gebruik door ruimte aan voetgangers te geven en het fietsen naar het park te stimuleren. Het autoverkeer is enkel beperkt toegestaan voor laden en lossen op een aangewezen plek. Het plan draagt dus bij aan de vertrekpunten van het Stedelijk Verkeersplan en aan de punten van de Rotterdamse MobiliteitsAanpak. 2.3.3

Welstandsnota Rotterdam

Vastgesteld door de gemeenteraad op 11 oktober 2012 Op de kaart Welstandsniveaus behorende bij deze nota is aangegeven welk welstandsregime van toepassing is: vrij, regulier, bijzonder of ontwikkeling. De als bijzonder aangemerkte gebieden en structuren zijn van bijzonder belang voor de stad Rotterdam. Deze gebieden worden in de Welstandsnota apart beschreven en er is een uitgebreider welstandsbeleid op van toepassing. Dan zijn er de gebieden waar geen welstandstoets zal plaatsvinden: de welstandvrije gebieden. Voor de overige gebieden geldt het welstandsniveau regulier. Voor bepaalde gebieden is bestuurlijk een welstandsparagraaf vastgesteld. Deze gebieden vallen onder het welstandsniveau 'ontwikkeling'. In deze gebieden wordt een omvangrijke bouwopgave gerealiseerd, waardoor de ruimtelijke context ingrijpend verandert. Een welstandsparagraaf kan extra ondersteuning bieden aan de inzet van het bestuur om in deze gebieden een hoge en specifieke ruimtelijke kwaliteit te realiseren. De criteria in een welstandsparagraaf zijn veelal specifieker en uitgebreider dan die voor een regulier gebied. Welstandsparagrafen kunnen alleen worden opgesteld voor gebieden die door de gemeenteraad zijn aangewezen als ontwikkelingsgebied. Als er voor een ontwikkelingsgebied geen welstandsparagraaf is opgesteld, dan geldt het onderliggende welstandsniveau (regulier of bijzonder).

Naast de welstandskaart met de verschillende niveaus, zijn in een afzonderlijke kaart de verschillende gebiedstypen aangegeven. Elk gebiedstype heeft eigen karakteristieken en kenmerken. Hierdoor zijn er per gebiedstype verschillende welstandsregels (aanvullende gebiedscriteria) van toepassing. Uit afbeelding 2.3 valt op te maken dat het plangebied nog geen welstandsregime kent omdat er nu nog sprake is van oppervlaktewater. Het plangebied grenst aan het welstandsniveau 'regulier' (blauw) en het welstandsniveau 'ontwikkeling' (groen). Daarnaast ligt het plangebied aan de hoofdwegenstructuur. In de gebiedstypenkaart (afbeelding 2.4) grenst het plangebied aan de 'Historische linten en kernen', de 'Rivierlocaties en 'Haven- en bedrijventerreinen'. Bij eventuele toekomstige omgevingsvergunningaanvragen zal worden bepaald aan welk welstandscriteria dient te worden getoetst.

Bestemmingsplan 'Nelson Mandelapark' Toelichting

12

Welstandvrij Regulier Bijzonder Ontwikkeling E3

Toekomstige ontwikkelingsgebieden

CXZ

Beschermd stadsgezicht

CĴ

Toekomstig beschermd stadsgezicht Hoofdwegenstructuur De Ruit

r"21

Gemeentegrens

Afbeelding 2.3: Uitsneden welstandskaart welstandniveaus

Historische linten en kernen Niet-planmatige uitbreidingen Planmatige stedelijke uitbreidingen Tuindorpen Stempel- en strokenbouw Woningbouw 1970-1985 Projecten na 1985 Stedelijke villagebieden Centrummix Stedelijke knooppunten Rivierlocatīes K a ntoren I oc atìes Haven- en bedrijventerreinen Stedelijke groengebieden Overige groengebieden Gemeentegrens

Afbeelding 2.4: Uitsneden welstandskaart 'gebiedstypenkaarť

2.3.4

Horecanota Rotterdam 2017-2021

Vastgesteld door het college van B&W op 1 november 2016 In de Horecanota 2017-2021 staat de balans tussen levendigheid en een aantrekkelijk woon- en leefklimaat centraal. In deze nota is het instrumentarium beschreven dat hieraan invulling geeft. Gebiedsgericht werken, een verdere vereenvoudiging van het vergunningstelsel, verfijning van het handhavingskader en stimulering van eigen initiatief door experimenten zijn hiervan de elementen. Belang voor de stad Rotterdam is een levendige stad met een aantrekkelijke binnenstad, een groot cultureel aanbod en een gevarieerde samenstelling van bewoners, ondernemers en bezoekers. Horeca speelt hierin een cruciale rol: een goede mix van kwaliteit en kwantiteit, in balans met andere stedelijke functies en openbare orde en veiligheid, bevordert de populariteit van Rotterdam. Bovendien levert de horecasector werkgelegenheid op en stimuleert het de lokale economie. De aantrekkingskracht van de stad is de afgelopen jaren toegenomen. Er wordt weer geld uitgegeven door bezoekers. Rotterdam voert de goede lijstjes aan en is uitgeroepen tot beste binnenstad1 van Nederland. Tegelijkertijd verdicht de bewoning en is ruimte schaars. Het is dus van belang dit alles in goede banen te leiden en deze schaarse ruimte optimaal te benutten.

De positieve ontwikkelingen van Rotterdam weten sommige delen van de stad onvoldoende te bereiken, vanwege de aanwezigheid van malafide ondernemingen, georganiseerde criminaliteit en overlast. Dit vraagt om extra aandacht en stevig optreden.

Bestemmingsplan 'Nelson Mandelapark' Toelichting

13

Met dit horecabeleid borduurt Rotterdam voort op de goede ontwikkelingen binnen de stad. Met oog voor ondernemerschap en aandacht voor een prettig woon- en leefklimaat voor onze bewoners zijn aan de hand van een aantal uitgangspunten vier ambities bepaald waarmee we invulling geven aan de visie op horeca voor de komende jaren. De Horecanota 2017-2021 geeft invulling aan de visie van Rotterdam ten aanzien van de horeca voor de komende vijf jaar. De horecanota staat niet op zichzelf. Het is een kader dat samen met andere gemeentelijke kaders en visies moet zorgen voor het behoud en de verdere ontwikkeling van Rotterdam als aantrekkelijke stad om in te wonen, te werken en te verblijven. Op basis van de visie en aan de hand van onderstaande uitgangspunten realiseert Rotterdam de ambities van balans in de wijk, een veerkrachtige binnenstad, verantwoord ondernemerschap en de stad als laboratorium.

^ Rotterdam bruist!; ^ de wijk is het uitgangspunt bij het bepalen van de mogelijkheden en onmogelijkheden; ^ bewoners en ondernemers hebben inspraak en nemen gezamenlijk verantwoordelijkheid; ^ ruimte voor innovatie en experimenten ter bevordering van het ondernemerschap en woon- en leefgenot; ^ minder regels, minder lasten en een vereenvoudigd vergunningenstelsel; ^ uitgaan van vertrouwen en sturen op naleving (high trust); en ^ wanneer regels en afspraken worden geschonden, dan wordt stevig opgetreden (high penalty). Uiteenzetting horecastelsel (vergunningen) In deze paragraaf is aangegeven wat in Rotterdam verstaan wordt onder horeca en voor welke vormen een exploitatievergunning noodzakelijk. Ook wordt een toelichting gegeven op bijzondere vormen van (tijdelijke) horeca en de andere zaken die bij het starten en/of overnemen van een horeca-inrichting komen kijken. Wat is horeca? Horeca kent enorm veel verschijningsvormen en dankzij creatieve ondernemers komen er naast hotels, restaurants en cafés nog steeds meer vormen bij. In Rotterdam verstaan we onder horeca elk openbaar pand of openbare ruimte waar je structureel en tegen betaling kan eten en drinken (of afhalen) en/of waar amusement of ontspanning wordt aangeboden. De exacte definitie is in de Algemene Plaatselijke Verordening4 opgenomen onder het begrip: openbare inrichting.

De Horecanota ziet niet toe op alle vormen van openbare inrichtingen. Prostitutiebedrijven en coffeeshops kennen vanwege hun bijzondere karakter eigen beleidsregels en aparte vergunningen. Vestigingsvoorwaarden voor hotels zijn eveneens geen onderdeel van dit beleid. Een restaurant in een hotel natuurlijk wel. Exploitatievergunning of niet? In Rotterdam bestaan meerdere categorieën exploitatievergunningen. De aard van de activiteiten die in de horeca-inrichting worden aangeboden bepaalt welke categorie vereist is. Hoe uitbundiger de bedrijfsvoering van een horeca-inrichting, hoe uitgebreider de vereiste exploitatievergunning. Dit geeft tevens de mogelijkheid om een deel van de ondernemers die beperkte en/of zeer lichte vormen van horeca exploiteren vrij te stellen van de vergunningplicht (categorie 0). Dit is de afgelopen jaren een duidelijke lastenverlichting gebleken en sluit aan bij de high trust (high penalty) aanpak. Naast bedrijven waar horeca de primaire bedrijfsvoering is, kent Rotterdam ook talloze bedrijven, instellingen en clubhuizen waar horeca slechts een ondersteunende functie heeft. Ook hiervan kan een groot deel gebruik maken van de vrijstelling van de vergunningplicht.

Omdat er op basis van landelijke wetgeving, zoals de Winkeltijdenwet, Ruimtelijke ordeningswetgeving en de Drank- en Horecawet nu eenmaal verschil zit tussen deze vormen 4 Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam, artikel 2.27 - begrip: openbare inrichting 10 van zeer lichte en/of ondersteunende horeca, onderscheiden we in Rotterdam drie varianten die vrijgesteld van de exploitatievergunningplicht mogen exploiteren; exploitatiecategorie 0.

Bestemmingsplan 'Nelson Mandelapark' Toelichting

14

basis vrijstelling «

Geopend tussen 07.00 en 22.00 uur

*

Alleen achtergrondmuziek aanbieden

«

Alleen een gevelzitplaats (max. 1 m uit de gevel over de breedte van de gevel) exploiteren

*

Geen kansspelen, seks en/of drugs gerelateerde activiteiten aanbieden en/of gelegenheid bieden tot het roken met gebruik een waterpijp

*

De horeca-activiteiten passen binnen de bestemming van het object6

»

De openbare inrichting niet vergunningplichtig is op grond van de Drank- en Horecawet

Indien een horeca-inrichting een horecabestemming heeft, dan worden de basis voorwaarden verruimd en deels vervangen met onderstaande voorwaarden. De overige voorwaarden blijven gelijk. Vrijstelling met horecabestemming «

Geopend tussen 07.00 en 23.00 uur

*

Een gevelterras exploiteren tot max. 3m uit de gevel over de breedte van de gevel

«

Alcoholische drank schenken indien zij in het bezit zijn van een Drank- en Horecawetvergunning.

Ook als er geen sprake is van een horecabestemming kan het zijn dat er ruimere voorwaarden gelden. Sommige instellingen en voorzieningen hebben traditiegetrouw een aanzienlijk horecadeel, maar waarbij de openbare orde niet in het geding komt. Dit is een verzamelcategorie van instellingen en bijzondere objecten (limitatief): muziek- en sportverenigingen, musea, theaters, filmhuizen, hotels/hostels, rouwcentra, ziekenhuizen, bejaarden- en verzorgingshuizen, gebedshuizen, bedrijfskantines en instelling voor hoger onderwijs. De overige voorwaarden blijven gelijk aan de basisvoorwaarden. Voor muziek- en sportverenigingen geldt dat uit de bestemming dient te volgen dat sport en/of muziek de primaire functie van het object is. Vrijstelling voor bijzondere objecten 8t instellingen *

Geopend tussen 07.00 en 23.00 uur

*

Een gevelterras exploiteren tot max. 3m uit de gevel over de breedte van de gevel

*

Alcoholische drank schenken indien zij in het bezit zijn van een Drank- en Horecawetvergunning7

Indien het woon- en leefklimaat in een straat of buurt onder grote druk staat, kan de burgemeester verbieden dat horeca zich daar zonder vergunning vestigt. In die gevallen is dus altijd een exploitatievergunning vereist om horeca-activiteiten te exploiteren. Exploitatievergunning Wanneer een ondernemer meer of zwaardere activiteiten wil dan hierboven beschreven is een exploitatievergunning noodzakelijk. Rotterdam hanteert hiervoor een duidelijk vergunningstelstel dat aan de hand van losse activiteiten is opgebouwd. Dit wil zeggen dat de activiteiten worden vergund die in een horecainrichting kunnen plaatsvinden. Het vergunningstelsel biedt ondernemers op deze manier ruimte voor verschillende horecaconcepten. Exploitatiecategorieën De combinatie van activiteiten die in een horeca-inrichting worden aangeboden bepaalt in welke exploitatiecategorie de inrichting valt. Daarbij is relevant in hoeverre de activiteiten effect hebben op de openbare orde en het woon- en leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf. Hoe meer effect, des te zwaarder de exploitatiecategorie. Hoe zwaarder de categorie, des te zwaarder de toets bij vergunningverlening. Elke ondernemer kan gebruik maken van de voor hem of haar geldende vrijstelling van de exploitatievergunningplicht (categorie 0).

Indien meer of zwaardere activiteiten worden aangeboden is een exploitatievergunning vereist in de categorie 1 t/m 4+ (licht, regulier, middelzwaar, zwaar, buiten categorie).

Bestemmingsplan 'Nelson Mandelapark' Toelichting

15

Voor het paviljoen in het park gaan we uit van daghoreca (exploitatie- of horecacategorie 1). Hieronder worden horecainrichtingen verstaan die geopend zijn tussen 07.00 uur en 23.00 uur, die al dan niet een terras exploiteren gedurende de openingstijden en die alleen inpandig achtergrondmuziek ten gehore brengen. Het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodaties is hiervan uitgezonderd. Gebiedsgericht werken Een belangrijk, zo niet het belangrijkste onderdeel van de Horecanota is gebiedsgericht werken; kennis uit de wijk is bepalend voor wat kan en wat niet. Deze werkwijze, waarbij maatwerk en flexibiliteit centraal staan, heeft in de afgelopen jaren reeds z'n vruchten afgeworpen op het gebied van horeca. Door per wijk of buurt een duidelijke visie en/of ambitie te hebben en daaraan vestigingsvoorwaarden te stellen, kunnen bekende en nog onbekende horeca-ontwikkelingen worden beoordeeld en gerealiseerd. Het horecagebiedsplan biedt het kader hiervoor. 2.3.5

Horecagebiedsplan Feijenoord 2022-2024

Vastgesteld door het college van B&W op 9 februari 2022 In het Horecagebiedsplan Feijenoord 2022-2024 is nog weinig specifieke aandacht gegeven aan de Maashaven. Wel geeft het richting voor de horecaontwikkeling voor de Kop van Zuid (Wilhelminapier en Zuidkade). De Wilhelminapier is een (groot) stedelijk gebied met een historische rijkdom, omgeven door water waar gewoond en gewerkt wordt. Vanwege de strategische ligging aan de rivier is de Wilhelminapier vooral een geschikte locatie voor functies op het gebied van zakelijke dienstverlening, gerelateerd aan Rotterdam als mainport. De avondhorecagelegenheden bevinden zich voornamelijk op de Wilhelminapier, in de plinten van de gebouwen. Voorgenomen ontwikkeling maakt van de Maashaven een nieuwe stadspark. Binnen het stadspark wordt een paviljoen met terras gerealiseerd. Verder grenst de ontwikkeling aan de Maassilo, en bestaat de wens om ook horeca(terrassen) mogelijk te maken op het aangrenzende Maassiloplein. Gezien de afstand tot nabij gelegen woningen wordt er in het bestemmingsplan een aanduiding opgenomen waar terrassen zijn toegestaan, met hieraan een maximaal oppervlakte gekoppeld. 2.3.6

Beleidskader Evenementen 2019

Vastgesteld door de gemeenteraad op 9 juli 2019 In het beleidskader Evenementen 2019 is aangegeven dat Rotterdam een echte evenementenstad is. Er vinden jaarlijks zo'n 1.500 evenementen plaats in de stad, waarvan circa 65 evenementen van een grotere omvang. De evenementen worden jaarlijks door meer dan 3,3 miljoen mensen bezocht. Evenementen genereren waarde voor de stad. Investeringen in evenementen leiden tot een veelvoud aan opbrengsten op verschillende terreinen. De groei van de stad leidt tot verdichting en het gebruik van de steeds schaarser wordende openbare ruimte staat onder spanning. Met de groei van de stad komen ook de bestaande evenementenlocaties onder druk te staan, terwijl het initiatief voor evenementen en de omvang van evenementen vanwege succes toeneemt. Dit maakt het noodzakelijk om keuzes op het gebied van evenementen én het vinden van nieuwe evenementenlocaties te maken om een juiste balans te vinden tussen de dynamiek van de stad en leefbaarheid voor bewoners en ondernemers. Het beleidskader heeft de volgende doelstellingen: ^ De Rotterdamse evenementen bieden samen een aantrekkelijk vrijetijdsaanbod voor álle Rotterdammers • We vinden een goede balans tussen leefbaarheid en levendigheid • Vergroten maatschappelijk en economisch rendement • Versterken (inter)nationale profiel van de stad

Bestemmingsplan 'Nelson Mandelapark' Toelichting

16

2.3.7 Beleidsnota Archeologie 2008-2011, Archeologische Waarden- en Beleidskaart (AWK), lijst met Archeologisch Belangrijke Plaatsen (ABP's), Erfgoedverordening Rotterdam 2020 Vastgesteld door de gemeenteraad op 17juli 2008, respectievelijk door B&W op 31 januari 2006 en 29 september 2009 en door de gemeenteraad op 21 januari 2021 In 1992 hebben de Ministers van Cultuur van de bij de Raad van Europa aangesloten landen te Valletta (Malta) het Europese Verdrag inzake de bescherming van het Archeologisch Erfgoed ondertekend. Met het Verdrag van Malta is het streven vastgelegd naar onder meer: ^ het behoud van het archeologisch bodemarchief ter plaatse (in situ); ^ het documenteren van het archeologisch bodemarchief, indien behoud niet mogelijk blijkt; ^ het vroegtijdig en volwaardig betrekken van de archeologie bij ontwikkelingen op het gebied van de ruimtelijke ordening; ^ het verbreden van het draagvlak voor de archeologie; ^ het toepassen van het beginsel 'de verstoorder betaalt'. De afspraken van Malta zijn verwerkt in de Wet op de archeologische monumentenzorg, die op 1 september 2007 in werking is getreden. Het zwaartepunt van het archeologiebeleid is bij gemeenten komen te liggen. In een bestemmingsplan moet een gemeente aangeven welke archeologische waarden mogelijkerwijs aan de orde zijn.

Rotterdam draagt sinds 1960 zorg voor het eigen archeologisch erfgoed en is in het bezit van een door het rijk verleende opgravingsbevoegdheid. Het doel van het Rotterdamse archeologiebeleid is: (1) te zorgen voor het behoud van archeologische waarden ter plaatse in de bodem; (2) te zorgen voor de documentatie van archeologische waarden indien behoud ter plaatse niet mogelijk is; (3) te zorgen dat de resultaten van het archeologisch onderzoek bereikbaar en kenbaar zijn voor derden. De gemeente Rotterdam bezit een vastgestelde Archeologische Waarden- en Beleidskaart (AWK), een vastgestelde Beleidsnota Archeologie 2008­ 2011 en een vastgestelde lijst met Archeologisch Belangrijke Plaatsen (ABP's), die opgenomen zijn in de eveneens vastgestelde Erfgoedverordening Rotterdam 2020. Genoemde beleidsinstrumenten moeten een tijdige en volwaardige inbreng van archeologische belangen bij ruimtelijke ontwikkelingen waarborgen. 2.3.8

Beleidsnota "Erfgoedagenda Rotterdam 2017-2020" en de Erfgoedverordening Rotterdam 2020

Vastgesteld door de gemeenteraad op 22 december 2016 respectievelijk 28 januari 2021 Rotterdam heeft een inmiddels volwassen monumententraditie. Er is sprake van een toenemend historisch bewustzijn in de stad. De karakteristieke vermenging van tijdlagen en de daarbij horende afwisseling van oud en nieuw zorgt voor een belangrijke en onderscheidende identiteit van het stadsbeeld. In de beleidsnota Erfgoedagenda Rotterdam 2017-2020 wordt de visie op het Rotterdams gebouwde erfgoed en de hieruit voortvloeiende ambities beschreven. Rotterdam verbindt de zorg voor behoud van het gebouwd erfgoed met de hedendaagse opgaven van de stad. Ingezet wordt op bescherming, behoud en hergebruik, en instandhouding van erfgoed. Steeds vaker wordt cultuurhistorie gekozen als uitgangspunt voor (gebieds)ontwikkelingen, waardoor de historische gelaagdheid van de stad behouden blijft voor toekomstige generaties. Het wettelijke instrumentarium hiervoor is de Erfgoedverordening Rotterdam 2020. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van het planologisch instrumentarium.

Bestemmingsplan 'Nelson Mandelapark' Toelichting

17

3. Beschrijving van het plangebied 3.1

Archeologie

3.1.1

Beleidskader

Rotterdam draagt sinds 1960 zorg voor het eigen archeologisch erfgoed en is in het bezit van een door het rijk verleende opgravingsbevoegdheid. Het doel van de Rotterdamse archeologie is: (1) te zorgen voor het behoud van archeologische waarden ter plaatse in de bodem; (2) te zorgen voor de documentatie van archeologische waarden indien behoud ter plaatse niet mogelijk is; (3) te zorgen dat de resultaten van het archeologisch onderzoek bereikbaar en kenbaar zijn voor derden. De gemeente Rotterdam bezit een Archeologische Waardenkaart (AWK) en een vastgestelde lijst met Archeologisch Belangrijke Plaatsen (ABP's), die opgenomen zijn in de gemeentelijke erfgoedverordening. Genoemde beleidsinstrumenten moeten een tijdige en volwaardige inbreng van archeologische belangen bij ruimtelijke ontwikkelingen waarborgen. Dit instrumentarium sluit aan op en komt mede voort uit het rijksbeleid en het provinciale beleid dat naar aanleiding van het Europese 'Verdrag van Malta' is ontwikkeld. Het vaststellen, waarderen en documenteren van archeologische waarden vindt binnen de archeologische monumentenzorg gefaseerd plaats. Na een bureau-onderzoek kan het nodig zijn een archeologische inventarisatie in het veld uit te voeren. De resultaten van de inventarisatie kunnen vervolgens leiden tot een aanvullend archeologisch onderzoek.

De resultaten van laatstgenoemd onderzoek vormen het uitgangspunt bij de keuze om een vindplaats te behouden, op te graven, waarnemingen uit te voeren tijdens het bouwproject of geen verdere stappen te ondernemen. 3.1.2

Geschiedenis

De Maashaven werd (met de hand) gegraven tussen 1895 en 1905 in een gebied dat tot dan een uitgestrekt polderland was, met dijkjes en de twee kleine dorpen Katendrecht en Charlois aan de Nieuwe Maas. Het plan voor de Maashaven ontstond in de tijd van de industriële revolutie. Door de toenemende vraag naar ertsen, kolen, graan en allerlei stukgoederen in het Duitse achterland, groeide de scheepsvaart over de Rijn. In 1872 werden kort achter elkaar de Nieuwe Waterweg, moderne spoorverbindingen naar Duitsland en België en een spoorbrug over de Maas aangelegd. Uitgangspunt voor het ontwerp van de Maashaven was een optimale haven. In het ontwerp van de Maashaven werd - anders dan bij de daaromheen liggende stadswijken - geen rekening gehouden met de bestaande polderstructuur en bebouwing. Waar in de woonwijken voortgeborduurd werd op de eeuwenoude dijken en kernen, werd de Dordtsestraatweg weggevaagd. Dit was de belangrijkste verbindingsroute tussen Katendrecht (en in het verlengde Rotterdam) en Dordrecht. 3.1.3

Archeologische verwachting

In het vigerende bestemmingsplan 'Katendrecht-Pols' is aan het plangebied de archeologische dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' toegekend. In de bijbehorende bestemmingsregeling is bepaald dat voor een omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport van een archeologisch deskundige moet worden overlegd, waarin de archeologische waarde van het terrein in voldoende mate is vastgesteld. Ook wordt een vergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden pas verleend nadat een dergelijk rapport is overlegd. Dit geldt voor bouwwerken c.q. werkzaamheden die dieper reiken dan 1 m beneden maaiveld en tevens een terreinoppervlak groter dan 200 m2 beslaan. In het vigerende bestemmingsplan Tarwewijk' (2021) is aan het plangebied de archeologische dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 6' toegekend. Hier geldt bovengenoemde voor werkzaamheden die dieper reiken dan de onderwaterbodem en tevens een terreinoppervlak groter dan 200 m2 beslaan. Voor het gedeelte van het plangebied wat in het vigerende bestemmingsplan 'Tarwewijk' (2010) is gelegen is geen archeologische dubbelbestemming toegekend.

Bestemmingsplan 'Nelson Mandelapark' Toelichting

18

In het voorliggende bestemmingsplan zijn de archeologische dubbelbestemmingen binnen het plangebied samengevoegd tot drie dubbelbestemmingen. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen de huidige landbodem, de toekomstige landbodem (het te dempen gedeelte van de Maashaven) en het water. In de bijbehorende bestemmingsregelingen is bepaald dat voor een omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport van een archeologisch deskundige moet worden overlegd, waarin de archeologische waarde van het terrein in voldoende mate is vastgesteld. Ook wordt een vergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden pas verleend nadat een dergelijk rapport is overlegd. Dit geldt voor bouwwerken c.q. werkzaamheden. Daarbij gelden de volgende dieptes en terreinoppervlaktes: 'Waarde - Archeologie 1' De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' is toegekend aan de gronden die in de huidige situatie gedefinieerd zijn als landbodem. Binnen deze gronden gelden marges van 200 m2 en 2 m onder het maaiveld. 'Waarde - Archeologie 2' De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' is toegekend aan de gronden die in het voorliggende bestemmingsplan de bestemming 'Water' krijgen. Binnen deze gronden gelden marges van 200 m2 en de onderwaterbodem.

'Waarde - Archeologie 3' De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' is toegekend aan de gronden die in de huidige situatie bestemd zijn als 'Water' en in de toekomstige situatie worden gedempt. In 2018 heeft in de Maashaven een aanvulling met zand plaatsgevonden tot een diepte van -6,65 m NAP. Plaatselijk is de waterbodem -12,0 m NAP diep. Het toekomstige park zal hoofdzakelijk op +3,60 m NAP komen te liggen. De verdiepte sportvelden liggen op circa +2,0 m NAP. De noordelijke heuvel (The Knoll) komt te liggen op een hoogte van +10 m NAP. De zuidelijke heuvel (The Promontory) komt te liggen op een hoogte van +13,50 m NAP en krijgt een uitkijktoren en/of een glijbaan die hoger is dan +13,50 m NAP. Vanwege de wisselende maaiveldhoogtes in de toekomst en de huidige diepte van de waterbodem wordt in dit deel van het plangebied een marge aangehouden van 200 m2 en 6,65 meter onder NAP. 3.1.4

Aanbevelingen

In het kader van de aanleg van het park zal gebaggerd moeten worden. Daarnaast worden zand damwanden en enkele funderingen aangebracht. Tot de havenbodem zijn alle oudere bodemlagen uiteraard verdwenen, maar in de diepere ondergrond kunnen nog archeologische waarden aanwezig zijn. Er zal echter niet dieper dan de onderwaterbodem worden gewerkt. Voor de uiteindelijke werkzaamheden zal advies worden ingewonnen bij Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam (BOOR). Het aspect archeologie vormt echter geen belemmering voor dit bestemmingsplan.

3.2

Stadsgezichten en Monumenten

3.2.1

Algemeen

De gemeente Rotterdam kent een groot aantal panden en gebieden die vanwege cultuurhistorische waarden worden beschermd. Voor de bescherming wordt gebruik gemaakt van bestaand instrumentarium - Erfgoedwet (2016) en Erfgoedverordening Rotterdam 2020. Daarnaast krijgen rijks beschermde stadsgezichten, wederopbouwaandachtsgebieden en beeldbepalende panden op de verbeelding en in de regels van een bestemmingsplan de dubbelbestemming "Waarde - Cultuurhistorie". Rijksmonumenten (RM) en Gemeentelijke monumenten (GM) Een rijks- of gemeentelijk monument kan zijn een gebouw, water, terrein of een ander object dat van nationaal belang is, of van algemeen belang voor Rotterdam is (gemeentelijk monument), vanwege de schoonheid, betekenis voor de wetenschap of de cultuurhistorische waarde. Dit is vastgelegd in respectievelijk de Erfgoedwet (2016) en de Erfgoedverordening Rotterdam 2020. Bij een monument gaat het om één gebouw of complex, zowel

Bestemmingsplan 'Nelson Mandelapark' Toelichting

19

buiten als van binnen. Als vanzelfsprekend is het verboden om wijzigingen aan te brengen aan een beschermd monument zonder vergunning. Beschermde stadsgezichten (BS) Rotterdam kent door haar stedelijke omgeving alleen beschermde stadsgezichten. Een beschermd stadsgezicht is een groep van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens schoonheid, onderlinge ruimtelijke structurele samenhang of wetenschappelijke waarde. De bescherming richt zich op de stedenbouwkundige karakteristiek en op een samenhangend geheel van straten en bebouwing. Het gaat om gebieden van voor 1945. Na aanwijzing van een beschermd stadsgezicht dient er binnen twee jaar een bestemmingsplan beschikbaar te zijn waarin de historische kwaliteiten en de relatie tot eventuele toekomstige ontwikkelingen vastliggen. Wederopbouwaandachtsgebieden Naast de van rijkswege beschermde stadsgezichten kent Rotterdam twee wederopbouwaandachts- gebieden van nationaal belang. Verder heeft de gemeente in de binnenstad een aantal wederopbouw- aandachtsgebieden met een waardevolle samenhang tussen het stratenplan, de invulling van de bouwblokken en de architectuur. Bij nieuwe ontwikkelingen dient bekeken te worden hoe deze historische kwaliteiten kunnen worden behouden. Betreffende gebieden hebben geen wettelijke bescherming.

Beeldbepalende objecten (BO) In Rotterdam is een groot aantal gebouwen te vinden die geen status hebben als monument, maar wel cultuurhistorisch waardevol zijn, zogenaamde beeldbepalende objecten. Voor deze panden geldt geen wettelijke bescherming, maar de gemeente zet zich wel in om de waarden van deze panden te behouden.

3.2.2

Monumenten en objecten in het plangebied

Rond het plangebied zijn cultuurhistorisch waardevolle objecten uit het havenverleden aanwezig (Maassilo en Quaker). Binnen het bestemmingsplangebied zijn echter geen monumenten en/of beeldbepalende objecten aanwezig. Het plan tast de omliggende cultuurhistorisch waardevolle objecten ook niet aan. Daarnaast is binnen het bestemmingsplangebied geen beschermd stadsgezicht gelegen.

3.3

Huidige situatie plangebied

De Maashaven is een van de havens van Rotterdam en heeft een oppervlakte van circa 60 hectare. De aanleg duurde van 1898 tot 1905. De Maashaven (afbeelding 3.1) ligt ten zuiden van de Rijnhaven en vormt een ligplaats voor binnenvaartschepen. De laatste decennia is de haven van Rotterdam steeds verder naar het westen verschoven, waardoor de Maashaven minder wordt benut. Langs de kades staan silo's en opslagplaatsen. De Maassilo en zijn scheepvaartrelicten verwijzen naar de historische scheepvaartindustrie van de Maashaven. Rondom de Maashaven liggen vier woonwijken: de Afrikaanderwijk, Bloemhof, Tarwewijk en Katendrecht. De Maashaven is goed aangesloten op het aangrenzende stedelijke weefsel en is goed bereikbaar op een korte wandel- en fietsafstand. Daarnaast grenst de Maashaven aan twee metrostations, meerdere bushaltes en een trambaan. In 2016 is met de Ontwikkelvisie Maashaven een plan gepresenteerd om de ligplaatsen voor de binnenvaart in westelijke richting te verplaatsen. Hierdoor is er aan de oostzijde ruimte ontstaan voor ontwikkeling.

Bestemmingsplan 'Nelson Mandelapark' Toelichting

20

Afbeelding 3.1: Huidige situatie Maashaven (bron: Masterplan)

Bestemmingsplan 'Nelson Mandelapark’ Toelichting

21

4.

Planbeschrijving

4.1

Aanleiding

Ondanks zijn enorme omvang en centrale ligging tussen verschillende stadswijken, wordt de Maashaven relatief weinig gebruikt. Met de herinrichting van de ligplaatsen en de daarbij behorende draaicirkels voor de binnenvaartschepen, is er nauwelijks ruimte voor andere functies op het water. In de dichtbebouwde stadswijken rondom de Maashaven ontbreekt het nu al aan hoogwaardige grote openbare ruimte. Er zijn geen groene parken van formaat, zoals te zien op afbeelding 4.1. Evenmin is er ruimte voor sport, spel en bewegen. Het bestaande aanbod is eenzijdig. In de omliggende wijken staan vrijwel uitsluitend traditionele speeltoestellen, zoals een glijbaan, wipkip of schommel. In januari 2022 is daarom het 'Masterplan Park Maashaven' vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders, waarin de eerste stap is gezet naar het maken van een nieuw park voor Rotterdam-Zuid. Dit masterplan is als bijlage 1 opgenomen bij deze toelichting. De belangrijkste punten uit het masterplan worden beschreven in deze paragraaf.

Afbeelding 4.1: Weinig groen in de omgeving van de Maashaven (bron: Masterplan)

4.2

Ambities ontwikkeling Nelson Mandelapark

De gemeente Rotterdam zet in op goede groei, wil meer woningen bouwen en tegelijktijdig betere condities voor aantrekkelijk wonen realiseren. Met de zeven stadsprojecten (afbeelding 4.2), waar het Nelson Mandelapark er een van is, wordt ingezet op meer groen van formaat. Zo draagt het Nelson Mandelapark bij aan het creëren van een gezond en prettig leefklimaat en aan een aantrekkelijk woongebied, het koelen van de stad, het opvangen van water, een grotere biodiversiteit en het creëren van rustige plekken. Het Nelson Mandelapark zal zich richten op bestaande bewoners van de omliggende wijken. Daarnaast wordt ook rekening gehouden met nieuwe bewoners. Zo worden op Katendrecht de komende jaren veel woningen toegevoegd. Verder is de zuidzijde van de Maashaven in de Omgevingsvisie benoemd als zoekgebied voor verstedelijking. Wellicht komen daar in de verdere toekomst nog meer woningen bij. In het Nelson Mandelapark komen de kwaliteiten van de grote stad, de stoerheid van de haven en de dynamiek van de rivier samen. Met het nieuwe park krijgt Rotterdam er een grote, nieuwe, bijzondere locatie bij.

Bestemmingsplan 'Nelson Mandelapark' Toelichting

22

Dit park: ^ Het park is voor alle Rotterdammers van Zuid. ^ Is randvoorwaardelijk voor een verdichtende en verbindende stad. ^ Wordt onderdeel van het robuuste duurzame rivierpark Nieuwe Maas. ^ Bouwt op eigen wijze door op het karakter van de haven, de stad en de rivier. ^ Het wordt een park voor ontspanning, ontmoeting, sport, spel en evenementen. ^ Het park heeft heldere entrees aan alle kanten. ^ Is een park om te sporten en te bewegen. Voetgangers krijgen maximaal de ruimte. ^ Voor de Maassilo komt een plein met stedelijke allure. Het Maassilo Plaza biedt ruimte aan grote evenementen. Het Nelson Mandelapark voegt een heel ander type park toe aan het spectrum van nieuwe parken in en aan de rivier. Het park zit in alle opzichten tussen het Rijnhavenpark en het getijdenpark Feyenoord City in. Waar het Rijnhavenpark centrumstedelijk is en het getijdenpark Feyenoord City heel natuurlijk, wordt het Nelson Mandelapark voornamelijk een stedelijk park met beperkte getijdennatuur voor mensen uit de buurt. Afbeelding 4.3 toont een impressie van het toekomstige park. In het masterplan zijn daarnaast uitgangspunten en aandachtspunten beschreven. De uitgangspunten beschrijven waar het toekomstige park minimaal aan moet voldoen. Aandachtspunten zijn aspecten die belangrijk en richtinggevend zijn in de ontwikkeling van het park.

Afbeelding 4.2: Park Maashaven in relatie tot de andere stadsprojecten (bron: Masterplan)

Bestemmingsplan 'Nelson Mandelapark' Toelichting

23

Afbeelding 4.3: Impressie toekomstige situatie Nelson Mandelapark (bron: Masterplan)

Evenementen Het Nelson Mandelapark is één van de zeven stadsprojecten. Het doel is om openbaar groen toe te voegen aan de stad om te sporten, te ontmoeten, voor biodiversiteit en voor evenementen. In het Masterplan Park Maashaven en het Programma van Eisen is aangegeven dat het nieuwe Nelson Mandelapark ruimte zal bieden aan evenementen. Stadsbreed wordt door middel van het Beleidskader Evenementen 2019 gestuurd op een spreiding van evenementen over de hele stad waarbij de lusten en lasten worden verdeeld en een goede balans tussen rust en reuring wordt nagestreefd. In dit bestemmingsplan is hiervoor in de regels het kader aangegeven waarbinnen evenementen gehouden mogen worden. Met de systematiek is aangesloten op bestemmingsplan Parapluherziening Evenementen. Hierin is voor nagenoeg de hele stad aangegeven hoeveel evenementen en hoeveel dagen er maximaal mogelijk zijn op een bepaalde locatie. Ook is het maximaal aantal personen en de maximale geluidbelasting op de omringende woningen bepaald. In dit nieuwe park kan door middel van evenementen de cultuurparticipatie worden vergroot in een gebied waar dit nu nog achterblijft. Op basis van vergelijkbare locaties, de hoge ambities in dit nieuwe park en de gewenste verlevendiging van Rotterdam - Zuid is onderstaand kader opgenomen in de regels. Categorie

Maximaal aantal bezoekers gelijktijdig aanwezig

Maximaal aantal evenementen per jaar

Maximaal aantal evenementen­ dagen per jaar

Maximale geluidbelasting ter plaatse van de gevel het dichtstbijzijnde geluidgevoelige object

Groot I

^500 tm 10000

2

2

81 dB(A), 96 dB(C)*

Groot II

^500 tm 10000

2

2

75 dB(A), 90 dB(C)

Groot III

^500 tm 10000

2

6

70 dB(A), 80 dB(C)

Middel

501tm 2500

2

4

70 dB(A), 80 dB(C)

Klein

^00

8

12

65 dB(A), 75 dB(C)

* dit geluidniveau mag maximaal 5 uur per evenement plaatsvinden

Bestemmingsplan 'Nelson Mandelapark' Toelichting

24

4.3

Zones en functies

Het gebruik van het park is ingedeeld in onderstaande zones (afbeelding 4.4), inspelend op de verschillende randen van het park: ^ Natuurspeelzone: Aan de Katendrechtse zijde is vooral speelgelegenheid. ^ Havenrand Z Getijdenlandschap: De westzijde van het park focust zich meer op de natuurliefhebbers en rustzoekers en is maximaal op het water gericht. Vanaf het paviljoen is er zicht over de hele lengte van de Maashaven. Ook meren hier watertaxi's aan- en af. Aan de westzijde van het park zijn twee geleidelijke overgangen van land naar water. De een is een getijdezone, de ander een trappenpartij richting het water. Via een vlonderpad kan door de getijdenzone worden gelopen en genoten van de natuur. ^ The Point: Multifunctioneel horeca- en schaduwpaviljoen. ^ Urban speelzone: Ten westen van de Maassilo komt een bijzondere speelplaats. ^ The Green Z The Knoll Z The Promontory: Het centrale deel van het park is voor multifunctioneel gebruik met een grote open weide Z grasveld en twee heuvels. Deze heuvels variëren in hoogte van 11 tot 13,5 meter + NAP. De noordelijke heuvel kent ook vlakke delen, waarop je kunt genieten van de voetballers en skaters onder je. De zuidelijke heuvel heeft als extra functie nog één of meerdere klimtorens met uitzicht: leuk voor zowel volwassenen als kinderen.

Op speciale dagen ontpopt het grote grasveld tussen de heuvels zich tot een prachtige festivallocatie. Vanaf de heuvels van het park kunnen mensen ook op grotere afstand meegenieten. ^ Uitkijktoren: Een toren voor jong en oud met trap en/of lift als speelobject en die zorgt voor spectaculaire uitzichten. ^ Urban sports: Aan de zijde van de metrolijn bevinden zich de urban sports. Een belangrijk onderdeel van het park zijn de afwisselende rondjes die kunnen worden gewandeld, gejogd en hardgelopen: een rondje van 700 meter en een rondje van 1.000 meter. Ook biedt het park veel sport- en speelvoorzieningen voor de jongeren op Zuid en nabijgelegen scholen. De focus ligt op uitdagende en robuuste sporten: zogenaamde urban sports zoals bootcamp, skateboarden, voetbal en basketbal. De precieze invulling wordt in overleg met omwonenden bepaald. ^ De Promenade: De ambitie is om het aantal rijstroken van de Maashaven-Oostzijde terug te brengen naar één rijstrook per richting. Dit maakt de weg voor langzaam verkeer makkelijker over te steken. Ook ontstaat er ruimte voor een aantrekkelijk ingerichte promenade met verschillende bomenrijen, zit- en speelgelegenheden en een tweerichtingenfietspad. Met deze stadsboulevard begint het parkgevoel al op de grens van de bebouwing van de Maashaven-Oostzijde. ^ Het Maassiloplein: Aan de zijde van de Maassilo is het evenemententerrein.

Voor de Maassilo komt een plein met stedelijke allure. Het Maassilo Plaza biedt ruimte aan kleine en grote evenementen. De iconische Maassilo zelf weerspiegelt in een waterplein.

NATUUR SPEELZONE

HET 1000M RONDJE

THE POINT

GETIJDEN LANDSCHAP

HAVEN RAND

URBAN SPORTS

THE GREEN

HET MAASSILO PLEIN

Afbeelding 4.4: Verschillende zones binnen het park (bron: Masterplan) Bestemmingsplan 'Nelson Mandelapark' Toelichting

DE PROMENADE

25

4.4

Beheer en onderhoud

Een goed beheer van de buitenruimte is een belangrijke voorwaarde voor een leefbare en aantrekkelijke stad. Bij intensief gebruikte gebieden zoals het Nelson Mandelapark is daarom al in het planstadium nagedacht over toekomstig beheer. Hiervoor zijn in het masterplan de volgende uitgangspunten geformuleerd: Duurzaam beheer ^ Het park wordt robuust aangelegd, zodat het duurzaam en onderhoudbaar wordt. ^ Het gebruik van eenvoudige, aanpasbare, vervangbare en duurzame materialen die tegen een stootje kunnen is het uitgangspunt. ^ Het park is schoon, heel en veilig en voldoende verlicht. Op deze manier kan het park ook gebruikt worden tijdens de late middag en avonduren. ^ Aandachtspunt is de mogelijkheid tot afsluiten en evacuatie bij een calamiteit. Dit wordt in vervolgtraject uitgewerkt. ^ De mogelijkheid voor parkmanagement (of plekmanagement) wordt onderzocht. Onderhoudsarme natuurvriendelijke oever ^ Voor de natuurvriendelijke oever is het streven om deze onderhoudsvriendelijk te maken. Erosie van de oevers en dichtslibbing van de geul moet beperkt blijven. Daar waar dit niet kan of niet gewenst is, moet er voldoende vrije ruimte zijn voor erosie of voldoende diepte om de sedimentatie op te vangen. Gemeente Rotterdam en Rijkswaterstaat maken hier samen afspraken over in het vervolgtraject.

^ Aandachtspunt is het verwijderen van (drijf)vuil op de overgangen tussen land en water. Gemeente Rotterdam, Havenbedrijf Rotterdam, Rijkswaterstaat en mogelijk andere partijen maken hierover afspraken. Tegengaan van (infectie)ziekten en hinder • Aandacht voor rattenpreventie en -bestrijding is belangrijk vanwege de kans op ziekte en overlast. ^ Aandacht voor het tegengaan van legionella. Waterinstallaties (inclusief fonteinnevel), waterige milieus en een vochtige bodem zijn een broedplaats voor onder andere legionella. Geschikte installaties en onderhoud van onder andere de geplande 'skim fountain' zijn een punt van aandacht. ^ Aandacht voor preventie en het op tijd opruimen van afval is van belang, ook in verband met de aantrekkingskracht op ratten en vogels. ^ Meer groen betekent mogelijk ook meer teken. Borrelia, overgedragen door een tekenbeet, komt in Nederland met name in het oosten en zuiden van het land voor. Goede monitoring en voorlichting zijn belangrijk. ^ In de keuze voor beplanting is het van belang om biodiversiteit na te streven, om de aanwezigheid van specifieke overlast gevende diersoorten (zoals de eikenprocessierups) te beperken. Aan de Maashaven­ Oostzijde ontstaat ruimte voor een aantrekkelijk ingerichte promenade met verschillende bomenrijen. Het advies is om veel diversiteit in deze bomenrijen na te streven.

^ Vooral aan de randen van het park, is er risico op geluids- en geurhinder. Zeker op plaatsen waar mensen samenkomen, bijvoorbeeld om te barbecueën. Het is verstandig daarvoor beleid op te stellen en waar nodig te handhaven.

4.5

Mobiliteit

Bereikbaarheid en entrees De Maashaven is goed aangesloten op het aangrenzende stedelijke weefsel en is goed bereikbaar op een korte wandel- en fietsafstand. De ambitie is om het toekomstige park te voorzien van duidelijke uitnodigende entrees en goed te verbinden met de omliggende wijken. De Maashaven-Oostzijde wordt een aantrekkelijke stadsboulevard en maakt deel uit van de stadsas. Deze verbindt de opnieuw ingerichte Coolsingel via de Posthumalaan met het Hart van Zuid. De ambitie is om het aantal autorijstroken van de Maashaven-Oostzijde terug te brengen naar één rijstrook per richting. Dit maakt de weg voor langzaam verkeer makkelijker over te steken. Ook ontstaat er ruimte voor een aantrekkelijk ingerichte promenade met verschillende bomenrijen, ziten speelgelegenheden en een tweerichtingenfietspad. Met deze stadsboulevard begint het parkgevoel al op de grens van de bebouwing van de Maashaven-Oostzijde. Wandelend vanuit de Afrikaanderwijk (Pretorialaan of de Bestemmingsplan 'Nelson Mandelapark' Toelichting

26

Paul Krugerstraat) worden bezoekers uitgenodigd de Maashaven-Oostzijde over te steken en het park in te lopen onder de verhoogde metrobaan door. Aan de noordelijke kant van de stadsboulevard is een entree naar de noordelijke heuvel en een sportgebied. Ook vanuit metrostation Maashaven kunnen bezoekers gemakkelijk het park inlopen. Het plein tussen metrostation Maashaven en de Maassilo wordt een aantrekkelijke plek om aan te komen en te zijn. Metrostation Maashaven sluit goed aan op de Brielselaan, Dordtselaan, Putselaan en Maashaven-Oostzijde: bezoekers kunnen veilig oversteken en de openbare ruimte wordt zo ingericht, dat de voetganger centraal staat. Die wordt als het ware uitgenodigd om vanuit de stadswijken of vanuit de metro het park in te lopen. Het plangebied is ook goed te bereiken met de fiets. In de directe omgeving van het metrostation zijn ruim voldoende fietsparkeervoorzieningen aanwezig. Ook is voldoende ruimte beschikbaar voor deelmobiliteit (deelfietsen, deelscooters en mogelijk deelauto's). De verwachting is dat de behoefte aan fietsparkeervoorzieningen en deelmobiliteit (met name deelfietsen en elektrische deelscooters) in de toekomst blijft toenemen. Niet alleen door bezoekers van het park, maar ook door het toenemend aantal studenten op Zuid door de ontwikkeling van de Cultuur&Campus met veel onderwijsprogramma's.

De openbare ruimte wordt dan ook flexibel ingericht, zodat het in de toekomst mogelijk is om meer ruimte vrij te maken voor extra fietsparkeervoorzieningen en deelmobiliteit. Daarnaast zal het park ook bereikbaar zijn met de watertaxi, die zal aanmeren op de kop van het park, bij het horecapaviljoen. De huidige watertaxihalte bij de Maassilo wordt verplaatst om zo het park te koppelen aan het uitgebreide netwerk van personenvervoer over water. Deze watertaxihalte heeft een goede verbinding met metrostation Maashaven. Verkeer Ruimtelijke ontwikkelingen leiden veelal tot meer verkeersbewegingen. Deze verkeersbewegingen worden afgewikkeld met de auto, fiets en het openbaar vervoer. Het beleid van de gemeente Rotterdam is erop gericht om een betere balans te krijgen tussen de verkeersmodaliteiten. En daarmee zo veel mogelijk van de verkeerstoename te laten plaatsvinden met de fiets en het openbaar vervoer (inclusief lopen) en om de groei van het autoverkeer te beperken. Waar in het verleden ervoor werd gekozen om de auto maximaal te faciliteren wordt nu vaker gekozen om meer ruimte en prioriteit te geven aan langzaam verkeer en OV. Hiervoor heeft de gemeente begin 2020 de Rotterdamse Mobiliteitsaanpak (RMA) vastgesteld. De afgelopen tien jaar zijn de fietsverplaatsingen en verplaatsingen met het openbaar vervoer sterk toegenomen in de binnenstad.

Het aantal autoverplaatsingen is in deze periode niet toegenomen. Het aandeel fiets en OV in het totaal aantal verplaatsingen neemt in de toekomst toe ten opzichte van het aandeel auto. Zo is in 2040 het aandeel fiets 38% (in 2016 29%), het aandeel OV 34% (in 2016 29%) en auto 28% (in 2016 42%). Dit betekent ook dat er een betere balans moet komen tussen deze vervoerswijzen en dat de ruimte voor het verkeer anders moet worden verdeeld. Met de voorgenomen ontwikkeling van het Nelson Mandelapark is de ambitie om het aantal autorijstroken van de Maashaven-Oostzijde terug te brengen naar één rijstrook per richting. Voetgangers krijgen maximaal de ruimte in het park en fietsen naar het park wordt gestimuleerd. Autoverkeer is enkel beperkt toegestaan voor laden en lossen bij Maassilo Plaza en het nog te realiseren horecapaviljoen. De ontwikkeling van het park in combinatie met de verkeerskundige ingrepen op de Maashaven-Oostzijde tezamen leiden dan ook niet tot extra (gemotoriseerde) verkeersbewegingen. Parkeren De ontwikkeling van de Maashaven zet in op duurzame gezonde mobiliteit. De Maashaven is zeer goed bereikbaar met het OV. Het gebied is door de aanwezige fietsinfrastructuur (en toekomstige fietsparkeervoorzieningen) ook goed met de fiets te bereiken. Het streven is om de autoparkeerbehoefte vanuit het project te beperken (en daarmee minder autoritten).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=1bb2bb7a-ee58-4895-93ef-72d01dd5107d