CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb005976] Bijlage behorende bij 24bb005971 - Rapportage sociale media en jeugdcriminaliteit

Commissie Bestuur, Organisatie, Financiën en Veiligheid (2022 - 2026) 19 september 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Veiligheid20.077 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

verbod op de verkoop van messen aan

hoeverre deze link één-op-één gemaakt kan

minderjarigen) en overige landelijke stappen

worden. Ook lijkt de rol van drillrap af te nemen.

(bijvoorbeeld het ontoegankelijk maken van

Showen met wapens: Showen met wapens komt nagenoeg alleen voor bij jongens (en niet bij

strafbare online content en een mogelijk meldpunt voor online illegale content).

meisjes). Jongens plaatsen beeldmateriaal op

Een andere preventieve maatregel is opzetten van

sociale media waarop zij pronken met wapens of

een meldpunt waar jongeren laagdrempelig

stoer gedrag tonen met wapens in hun handen. De

terecht kunnen met hun zorgen, bedreigingen

media waar jongens pronken met wapens zijn

(anoniem) kunnen melden en op andere manieren

vooral Snapchat, Instagram en YouTube.

ondersteund kunnen worden.

Showen met luxe artikelen: Op Snapchat en Instagram komen veel foto’s voor waarbij jongeren showen met luxe artikelen verkregen uit crimineel geld. Het online showen met luxe, weelde en geld geeft de impressie van succes en er wordt status aan verbonden. Dit heeft een grote aantrekkingskracht op jongeren. Mogelijkheden voor preventie Op het gebied van wapengeweld zijn er meerdere mogelijkheden voor preventie, waaronder kluiscontroles op scholen, wapencontroles in de horeca en preventief fouilleren in openbare ruimten. Andere mogelijkheden voor preventie zijn investeringen in de mindset van jongeren, waarbij gewerkt wordt aan de bewustwording (over de risico’s van wapens), het wegnemen van onveiligheidsgevoelens van jongeren, conflicthanteringsvaardigheden en een systeembenadering bij interventies (waarbij alle betrokkenen in het systeem waarin de jongeren zich bevinden - en niet alleen het individu onderdeel uitmaken van de interventie). De systeemaanpak is ook een investering in hechtere

24

Sociale media en jeugdcriminaliteit

6 Drugshandel. Ook de drugshandel heeft zijn weg naar de online

Criminele organisaties hebben naast afnemers

wereld gevonden, waarbij dealers, koeriers en

(consumenten) ook nieuwe leden nodig voor hun

eindgebruikers elkaar vinden. Wat drugshandel

continuïteit en voor aanpassing aan

betreft, wordt op sociale media vooral gehandeld

veranderingen in de samenleving (Van Wijk et al.,

in XTC, MDMA, cocaïne en lachgas. Wiet en hasj

2021). Dit kunnen leden zijn met specifieke

komen minder in online content voor, aangezien

vaardigheden (zoals digitale vaardigheden). Ook

deze in de coffeeshop te krijgen zijn (NH-Samen

kan werving zich richten op mensen die bereid

Veilig, z.d.).

zijn om geweld toe te passen of niet bang zijn voor (of bewust zijn van) een hoge pakkans (Smith,

Hoewel criminele organisaties voor de

2014). De werving vanuit criminele organisaties

drughandel vaak offline op zoek gaan naar

vindt dus gericht plaats op specifieke kenmerken

nieuwe leden, kunnen jongeren als afnemer van

van potentiële leden (De Boer et al, 2022).

drugs wel via sociale media hun weg banen naar

Lidmaatschap van een organisatie kan ook

drugsorganisaties.

plaatsvinden op initiatief van de personen zelf (De

Werkwijze en gebruikte media: De verkoop van drugs gebeurt vooral op Snapchat en Telegram. De drugshandel verloopt op een vergelijkbare

Boer et al., 2022). Het eerste contact vindt dan veelal op straat plaats. De communicatie daarna is vaak online (Van Wijk et al., 2021).

manier als de wapenhandel. Snapchat wordt met

Risicogroepen en motieven: Bij de drugshandel

name gebruikt door lokale kleinere dealers. Deze

worden zowel jongens/mannen als

voegen jongeren toe op Snapchat en plaatsen

meisjes/vrouwen benaderd. Veel jongeren

vervolgens een bericht met het drugsaanbod (ook

hebben ervaringen met drugshandel op sociale

wel menukaart genoemd) op het eigen verhaal. Of

media. Bijvoorbeeld omdat content met

de dealer stuurt het drugsaanbod via een

betrekking tot drugshandel op hun tijdlijn

persoonlijk bericht naar de jongeren (Tielens,

voorbijkomt. Het aantal berichten met

2021; NH-Samen Veilig, z.d.). Telegram wordt

drugsaanbod varieert van eens per week tot

vooral door de grotere dealers gebruikt. Jongeren

dagelijks. Jongeren zien zo vaak drugsaanbod op

komen alleen in aanraking met drugs op Telegram

sociale media, dat zij het aanbieden van drugs via

wanneer zij lid zijn van een groep waarin drugs

sociale media normaal zijn gaan vinden (NH-

worden verhandeld. Waar dealers op Snapchat

Samen Veilig, z.d.). Ook wordt het gebruiken van

allerlei activiteiten verrichten op zoek naar

drugs steeds meer als normaal beschouwd

potentiële consumenten, gaan jongeren op

(Broekhuizen, 2021). Sommige jongeren zijn

Telegram zelf op zoek naar drugs door lid te

opgegroeid met ouders en/of andere familieleden

worden van een groep (Tielens, 2021).

die drugs gebruiken of het normaal vinden.

Sociale media en jeugdcriminaliteit

25

Andere jongeren raken op de middelbare school

zo jong mogelijke leeftijd gegeven moeten

bekend met drugs (Terpstra & Swami-Persaud,

worden (Kil, 2022).

2021). Jongeren die zelf drugs gebruiken of positief tegenover het gebruik van drugs staan,

Verandering van de normstelling rondom

krijgen vaker content met betrekking tot drugs op

drugsgebruik is eveneens nodig. De afgelopen

hun tijdlijn dan de jongeren die geen drugs

decennia heeft een normalisering van

gebruiken (NH-Samen Veilig, z.d.).

drugsgebruik plaatsgevonden door het gedoogbeleid van de overheid. De overheid dient

Weijers et al. (2021) signaleren ook een

een standpunt in te nemen en uit te dragen dat

normalisering van het idee dat met drugs snel veel

drugsgebruik niet normaal is. Voorlichting en

geld te verdienen valt. Dit is de belangrijkste

campagnes vanuit de overheid kunnen bijdragen

reden voor jongeren om aansluiting te zoeken bij

aan een denormalisering van zowel drugsgebruik

criminele groepen (Terpstra & Swami-Persaud,

als drugshandel (Kil, 2022).

2021; Peeck et al., 2021). Dit is met name een risico voor jongeren die het gevoel hebben dat ze

Ten slotte hebben jongeren die dreigen in de

toch niets meer te verliezen hebben. Geld geeft

drugscriminaliteit te geraken of reeds over de

een succesvol imago en leidt tot aanzien en

streep zijn gegaan hulp nodig om uit de

acceptatie (Van Wijk & Bremmers, 2011; Terpstra

drugscriminaliteit te blijven of te stappen.

& Swami-Persaud, 2021). Ook de behoefte aan

Jongerenwerkers hebben hierbij een cruciale rol.

erkenning is een belangrijke motivatie om deel te

Hoewel zij een formele functie hebben, is de sfeer

nemen aan drugscriminaliteit (Peeck et al, 2021).

van het contact met jongeren informeel en wordt

Deze behoefte aan erkenning speelt een

het contact als prettig ervaren door jongeren.

belangrijke rol bij het delen van criminele

Jeugdwerkers kunnen de kwetsbare punten in de

activiteiten op sociale media (Roks & Van den

situatie van de jongeren signaleren en passende

Broek, 2017).

hulp inschakelen (Kil, 2022).

Ook andere motieven van jongeren vormen een

6.2

reden om zich aan te sluiten bij drugscriminaliteit.

Uit de literatuur blijkt dat veel jongeren, zowel

Zo zijn sommige jongeren op zoek naar spanning

meisjes als jongens, online aanbod van drugs

en avontuur of het gevoel dat zij onderdeel

tegenkomen. Dit gebeurt zo vaak dat het in

uitmaken van een groep. Ook kan verslaving een

belangrijke mate heeft bijgedragen aan

reden zijn. Jongeren kunnen door te dealen hun

normalisering van drugsgebruik. Ook andere

eigen drugsverslaving faciliteren (Terpstra &

maatschappelijke ontwikkelingen, zoals het

Swami-Persaud, 2021).

gedoogbeleid van de overheid hebben

6.1

Mogelijkheden voor preventie

Samengevat

bijgedragen aan de normalisering van drugsgebruik.

Jongeren zijn zich vaak niet bewust van de aard van drugscriminaliteit, de gevaren van

De online verkoop van drugs gebeurt vooral op

drugsnetweken en de mogelijke gevolgen van

Snapchat en Telegram. Hoewel de geraadpleegde

drugshandel voor anderen, voor henzelf en hun

literatuur geen informatie bevatte over online

familieleden. Soms zijn jongeren zich er ook niet

werving van nieuwe leden door

van bewust dat drugshandel strafbaar is, dat er

drugsorganisaties, is er wel literatuur waaruit

een pakkans is en dat een strafblad nadelige

blijkt dat jongeren zelf op zoek gaan naar een

consequenties kan hebben voor hun toekomst.

actieve rol in de drugshandel. Zij doen dat veelal

Voorlichting is nodig om bewustwording te

om snel geld te verdienen. Veel jongeren zijn zich

creëren. De voorlichting zou bij voorkeur op een

niet bewust van de gevaren van de setting waar zij in pogen toe te treden.

26

Sociale media en jeugdcriminaliteit

De mogelijkheden voor preventie zijn zo vroeg mogelijke voorlichting over risico’s en consequenties en denormalisering van drugsgebruik door de overheid. Daarnaast zouden jongerenwerkers outreachende ondersteuning kunnen bieden aan risicojongeren, mede met het oog op maatwerk gericht op de problematiek en kwetsbaarheden van de betreffende jongere.

Sociale media en jeugdcriminaliteit

27

7 Criminele uitbuiting. Criminele uitbuiting komt in vele vormen voor. Zo

drugsverkoop (NH-Samen Veilig, z.d.; Van Beek,

kan het gaan om mensen die onder druk worden

2020; Schoenmacker, 2022).

gezet om een telefoonabonnement op eigen naam af te sluiten voor anderen, te stelen, drugs te

Risicogroepen: Criminelen richten zich voor

verkopen of om andere strafbare feiten te plegen.

criminele uitbuiting met opzet op kwetsbare

De onderzoeksliteratuur gaat specifiek in op

doelgroepen. Het gaat om jongeren met

rekrutering van jongeren voor de criminaliteit en

risicofactoren, zoals een laag opleidingsniveau

bankpasfraude.

en/of verslavingsproblematiek, jongeren die makkelijk beïnvloedbaar zijn of makkelijk te

7.1

Rekrutering voor de criminaliteit

Beschrijving: Criminelen benaderen via sociale media makkelijk jongeren om criminele activiteiten voor hen uit te voeren (NH-Samen Veilig, z.d.).

dwingen zijn, jongeren die makkelijk schulden ontwikkelen (Van Beek et al., 2020) en jongeren die sterk de behoefte hebben om ergens bij te horen (Hoeve et al., 2011; Tielens, 2021).

7.2

Bankpasfraude en geldezels

Werkwijze en gebruikte media: Jongeren

Beschrijving: Bankpasfraude (ofwel phishing) is

worden via Instagram en Snapchat met verhalen

een vorm van oplichting, waarbij oplichters online

en persoonlijke berichten benaderd en

persoonlijke gegevens (waaronder

overgehaald of gedwongen tot criminele

bankgegevens) ontfutselen om geld te stelen

activiteiten (Tielens, 2021; Bekkers et al., 2022).

(Lastdrager, 2014; Bekkers et al., 2022).

Zij worden bijvoorbeeld via Instagramberichten

Criminelen maken gebruik van jongeren (in dit

gevraagd of zij interesse hebben om veel geld te

verband ook wel geldezels genoemd) voor het

verdienen. Wanneer zij interesse tonen, krijgen zij

witwassen van geld dat is verkregen door

uitleg over hoe zij dit kunnen doen. Of zij worden

phishing (Roks & Monshouwer, 2020). De

doorverwezen naar een Snapchataccount waar zij

afgelopen jaren wordt een toename gesignaleerd

de verdere uitleg krijgen. Jongeren die geen

van criminelen die gebruik maken van sociale

interesse tonen, kunnen gedwongen worden om

media platforms om jongeren als geldezels te

mee te werken aan criminele activiteiten. De

verleiden (Roks & Monshouwer, 2020; Bekkers et

soorten activiteiten waar de jongeren voor

al., 2020; Leito et al., 2021; Tielens, 2021).

worden benaderd variëren van de verkoop van bankpassen (Schoenmacker, 2022) tot

28

Sociale media en jeugdcriminaliteit

Werkwijze en gebruikte media: Bankpasfraude

worden door de politie, een strafblad, geen

vindt met name op Snapchat, Instagram en

hypotheek meer kunnen krijgen en geld terug

Telegram plaats. Via deze platforms worden

moeten betalen aan slachtoffers (Tielens, 2021;

bankpassen met de bijbehorende

Bekkers et al., 2022). Bewustwording over deze

accountgegevens voor een klein bedrag verkocht

negatieve consequenties zou kunnen bijdragen

(Smith, 2014; Leito et al., 2021; Tielens, 2021;

aan bredere preventie.

Bekkers et al., 2022).

7.4 De online werving van jongeren als geldezel vindt plaats via berichten op sociale media, maar kan ook via e-mails verlopen (Leukfeldt & Kleemans, 2019). Jongeren worden met deze berichten of emails verleid hun bankpas en pincode af te staan voor een snelle financiële vergoeding. Wanneer jongeren medewerking weigeren, kan het voorkomen dat criminelen de jongere bedreigen met geweld tegen hen of hun gezin (Leito et al., 2021). Ook zijn er jongeren die zelf hun bankpas en pincode te koop aanbieden.

Risicogroepen en motieven: Criminele organisaties zoeken bewust kwetsbare personen voor de rol van geldezel (of drugsezel), aangezien dit risicovolle activiteiten zijn met een hoge pakkans (Smith, 2014; LIEC, 2019; Analistennetwerk Nationale Veiligheid, 2021). Volgens de politie zijn het vooral jongeren en jongvolwassenen tot 25 jaar die geronseld worden door cybercriminelen (Leukfeldt & Kleemans, 2019; Bekkers et al., 2022). Jongeren en jongvolwassenen zijn beïnvloedbaar, gevoelig voor het verdienen van snel geld en goed bereikbaar voor criminelen (Bekkers et al., 2022). Het zijn vooral personen die financieel kwetsbaar zijn, die een hoger risico op rekrutering lopen.

Samengevat

Bij criminele uitbuiting benaderen criminelen via sociale media (waaronder vooral Instagram, Snapchat, Telegram en e-mail) met name kwetsbare jongeren om hen over te halen tot criminele activiteiten. Zij doen dit door de jongeren de mogelijkheid aan te bieden om snel geld te verdienen. De soorten activiteiten variëren van bankpasfraude (phishing) tot drugsverkoop en allerlei (andere) vormen van oplichting. Criminelen richten zich op jongeren met een laag opleidingsniveau, verslavingsproblematiek, schulden en jongeren die graag ergens bij willen horen. Jongeren zijn makkelijker te bewegen of te dwingen tot medewerking en zich vaak niet bewust van de hoge pakkans en andere negatieve consequenties. Het gebeurt daarom soms ook dat jongeren zelf hun diensten (bijvoorbeeld bankpas en pincode) via sociale media aanbieden in de veronderstelling dat zij hiermee veel geld zullen verdienen. Kennis van de hoge pakkans, de negatieve consequenties en het dwingende karakter van criminele uitbuiting, zou mogelijk bijdragen aan preventie en/of vroegtijdig hulpvraag door (mogelijke) slachtoffers.

Geldezels geven aan dat zij het normaal vinden om op dergelijke verzoeken in te gaan, zeker als ze daarmee snel geld kunnen verdienen (Leukfeldt & Kleemans, 2019).

7.3

Mogelijkheden voor preventie

De voornaamste redenen voor jongeren om niet in te gaan op criminele uitbuiting zijn de grote pakkans en de negatieve consequenties die daaraan verbonden zijn. Bij bankpasfraude zijn de negatieve consequenties bijvoorbeeld het blokkeren van je bankaccount, het opgepakt

Sociale media en jeugdcriminaliteit

29

8 Cybercriminaliteit. Cybercriminaliteit omvat allerlei vormen van

bestellen via gehackte accounts (Roks &

criminaliteit waarbij ICT zowel het doel als het

Monshouwer, 2020; Tielens, 2021).

middel is. Cybercriminaliteit omvat criminaliteit met een ICT-middel (computer, smartphone,

Werkwijze en gebruikte media: De eerste stap

smartwatch, tablet) gericht op een ander ICT-

die cybercriminelen doorlopen is het hacken van

middel. We kunnen bijvoorbeeld denken aan het

accounts om via deze accounts producten te

verspreiden van een virus op ICT-middelen,

bestellen. Vervolgens worden de illegaal

hacking en DDos-aanvallen (Holt & Bossler, 2016;

verkregen producten en zelfs de gehackte

McGuire & Dowling, 2013).

accounts, via sociale media platforms verkocht. Voorbeelden van gehackte accounts die

Uit de Monitor Jeugdcriminaliteit van 2020 blijkt

doorverkocht worden zijn accounts op OnlyFans

dat 19,5% van de minderjarigen volgens

en Thuisbezorgd.nl. Ook de verkoop vindt veelal

zelfrapportage een digitaal delict had gepleegd,

plaats via gehackte accounts, op bijvoorbeeld

waarvan 12,7% in het afgelopen jaar. De

kledingsites.

genoemde delicten zijn (van meest genoemd naar minst genoemd): hacken, het uitvoeren van een

De hacker koopt op naam van de accounthouder

DDoS-aanval en een virus versturen (Van der Laan

producten en biedt deze vervolgens voor een

et al., 2021).

lagere prijs aan via Snapchat, Instagram en Telegram (Tielens, 2021; Bekkers et al., 2022).

Tussen 8 en 15% van de Nederlanders is ooit slachtoffer geweest van cyber- of gedigitaliseerde

Risicogroepen: Er zijn geen specifieke

criminaliteit (Beerthuizen et al., 2020). Over

doelgroepen aan te wijzen als slachtoffers voor

cybercriminaliteit bestaat er vooral literatuur over

cybercriminaliteit. Iedereen loopt het gevaar op

swipen in combinatie met verkoop van illegaal

een gehackt account. Wel zijn jongeren vaker dan

verkregen producten.

ouderen slachtoffer van het hacken van een account en online oplichting. Dit omdat jongeren

8.1

Swipen en verkoop van illegaal

vaker op internet actief zijn. Van de 15- tot 45-

verkregen producten

jarigen werd 9 procent slachtoffer van oplichting,

Beschrijving: Swipen wordt in de literatuur omschreven als een vorm van fraude en is een manier om online producten op webshops te

30

tegen 5 procent van de 65-plussers. Het patroon dat jongere Nederlanders vaker slachtoffer worden dan ouderen is met name te zien bij aankoopfraude, verkoopfraude en

Sociale media en jeugdcriminaliteit

identiteitsfraude. Bij phishing zijn het juist 65-

aanvallen. Tussen 8 en 15% van de Nederlanders

plussers die vaker slachtoffer worden

is ooit slachtoffer geweest van cyber- of

(Akkermans, et al., 2022). Geslacht en

gedigitaliseerde criminaliteit.

opleidingsniveau zijn over het algemeen weinig onderscheidend. Wel zijn (onder de volwassen

Over cybercriminaliteit bestaat er vooral

bevolking) laagopgeleiden vaker slachtoffer van

literatuur over swipen in combinatie met verkoop

het hacken van een apparaat. Personen met de

van illegaal verkregen producten.

laagste inkomens zijn vaker slachtoffer van hacken dan personen met hogere inkomens. Hierbij speelt mee dat personen met de laagste inkomens doorgaans lager opgeleid en jonger zijn (Akkermans et al, 2022).

We vonden geen literatuur over jongeren die meer risico lopen om over te gaan tot cybercriminaliteit. Maar de cijfers zijn enorm: 19,5% van de minderjarigen zegt zelf een digitaal delict te hebben gepleegd, waarvan 12,7% in het afgelopen

Risicofactoren voor plegers van cybercriminaliteit

jaar. Gezien de omvang van het plegers is

zijn overmatig computergebruik, goede IT-

onderzoek naar mogelijke preventieve

vaardigheden, een gebrek aan uitdaging (op

maatregelen aanbevolen.

school of werk) en nieuwsgierigheid naar online mogelijkheden (CCV, 2021).

8.2

Mogelijkheden voor preventie

Percentages over de aard en omvang verschillen enorm, echter uit onderzoek blijkt dat malware (computervirussen) de meeste slachtoffers maken. Hacken staat op de tweede plaats, gevolgd door online fraude (Beerthuizen et al., 2020). Hacking interventies zouden volgens experts en de literatuur niet gericht moeten zijn op de onderdrukken van het hackgedrag maar op het voorkomen dat jongeren vanuit de meer ‘goedaardige’ vormen van hacken overgaan naar zwaardere vormen waarin financieel gewin of macht de motieven zijn. Hacking interventies zouden daarom gericht moeten worden op bewustwording over de schade de aangericht wordt door hacken en de gevolgen van hacken voor de eigen toekomst. Ook het aanbieden van alternatieve uitdagingen wordt genoemd. De peergroup, als belangrijke beïnvloedingsfactor, zou een rol kunnen spelen bij interventies (Oosterwijk & Fischer, 2017).

8.3

Samengevat

Cybercriminaliteit omvat allerlei vormen van criminaliteit, waaronder het verspreiden van een virus op ICT-middelen, hacking en DDos-

Sociale media en jeugdcriminaliteit

31

9 Cybergeweld. Cybergeweld omvat alle online vormen van

Het filmen en online delen van vechtpartijen lijkt

geweld en agressief gedrag. Het online geweld

een trend te zijn. De offline vechtpartijen kunnen

varieert van verspreiden van roddels, online

zeer gewelddadig zijn tot zelfs fataal (DRIO,

bedreiging, online stalking en belediging tot het

2020; Roks & Van den Broek, 2020).

delen van haatberichten en cyberpesten (Van der Bruggen, 2015; Wang et al., 2019).

Omgekeerd kunnen ook offline fricties op sociale media verder escaleren en vervolgens via die

Cybergeweld kan veel makkelijker en op veel

route leiden tot verder offline geweld.

grotere schaal worden gepleegd dan fysieke

Vechtpartijen worden online gepland via

vormen van geweld. Grote groepen jongeren

bijvoorbeeld Snapchat en Instagram, maar ook in

kunnen bij het geweld betrokken worden. Ook kan

WhatsApp-groepen (NH-Samen Veilig, z.d.).

het cybergeweld anoniem plaatsvinden, waardoor de pleger onbereikbaar blijft en door kan blijven

9.2

gaan. De anonimiteit lijkt cybergeweld (en ander

Beschrijving: Verbaal geweld omvat negatieve

grensoverschrijdend gedrag) te faciliteren (Suler,

reacties zoals beledigen, uitschelden en pesten op

2004; Tielens, 2021).

sociale media (cyberpesten). Cyberpesten is een

9.1

Fysiek geweld

Verbaal geweld: cyberpesten

vorm van cybergeweld dat relatief vaak voorkomt onder jongeren.

Werkwijze en gebruikte media: Sociale media spelen een faciliterende rol bij verbaal en fysiek

Werkwijze en gebruikte media: Veel jongeren

geweld (Tielens, 2021). Op sociale media uiten

komen enkele keren per week tot dagelijks in

mensen hun negatieve meningen extremer en

aanraking met verbaal geweld op sociale media.

sneller dan in de offlinewereld. Dit gedrag werkt

Bijvoorbeeld omdat zij zelf of iemand uit hun

als een katalysator voor confrontaties.

sociale kring wordt beledigd, uitgescholden of onderwerp wordt van commentaar. Online pesten

Confrontaties in de onlinewereld kunnen leiden

gebeurt op sociale mediasites (Instagram, TikTok,

tot vechtpartijen in de offlinewereld (Irwin-

Facebook, Twitter), online messaging-apps

Rogers & Pinkney, 2017; Patton et al., 2014;

(WhatsApp, Telegram, SnapChat), forums en

Peterson & Densley, 2017; De Gelderlander,

chatrooms (Reddit, Chatroulette) via email of

2020). Vechtpartijen worden online gepland,

SMS-berichten,,tijdens online gaming (waaronder

fysieke gevechten worden ook wel opgenomen en

Roblox, Fortnite, Minecraft) en tijdens video live

het beeldmateriaal van de vechtpartijen wordt

streams. De meest gebruikte media zijn Snapchat,

vervolgens via sociale media gedeeld (Patton et

Instagram en TikTok (Tielens, 2021).

al., 2014; De Gelderlander, 2020; Tielens, 2021).

32

Sociale media en jeugdcriminaliteit

De volgende vormen van cyberpesten komen het

wordt gepest (Boer et al, 2022). Volgens cijfers

meest voor:

van het CBS uit 2022 was 4% van de 15-25-jarigen

•

Uitsluiten, negeren en buitensluiten:

in de afgelopen 12 maanden slachtoffer van online

bijvoorbeeld iemand ongevraagd toevoegen

pesten.

aan of verwijderen uit online groepen of groepsgesprekken, of iemand zomaar blokkeren. •

Beledigen: bijvoorbeeld beledigingen onder een foto plaatsen.

•

Hacken: bijvoorbeeld een account hacken en het wachtwoord veranderen. De pester kan zich bovendien voordoen als het slachtoffer. De pester stuurt dan berichten vanuit het gehackte account of wijzigt bijvoorbeeld de profielfoto.

•

Voor gek zetten: bijvoorbeeld een belastende of ongewenste foto naar de hele klas of het hele sportteam versturen. Of een nepaccount aanmaken onder de naam van de gepeste en vanaf dit account belastende informatie verspreiden.

•

Bedreigen: bijvoorbeeld een bedreigend bericht versturen.

•

Stalken: bijvoorbeeld iemand online lastigvallen of intimideren door die persoon via verschillende kanalen te benaderen (Stichting Stop Pesten Nu, z.d.).

Cyberpesten is strafbaar als het valt onder bedreiging, discriminatie, geweld, smaad, staking of smaad.

Risicogroepen: De percentages over daders en slachtoffers van cybergeweld variëren enorm,

Cyberpesten komt vooral voor onder scholieren. Leerlingen van lagere onderwijsniveaus, met een migratieachtergrond, uit de minst welvarende gezinnen en die niet met beide ouders in huis wonen zijn relatief vaak dader en slachtoffer van (online) pesten. Ook jongens zijn oververtegenwoordigd in de groep daders van online pesten (Boer et al, 2022).

9.3

Mogelijkheden voor preventie

Op het gebied van cyberpesten noemt het Nederlands Jeugdinstituut (z.d.) de volgende mogelijkheden voor preventie:

Fysiek en online aanwezig zijn Allereerst is het belangrijk dat jongeren in het dagelijks leven de ruimte geboden wordt om ervaringen of zorgen te bespreken, dit bijvoorbeeld op school of sportverenigingen. Maar professionals moeten ook online aanwezig zijn. Professionals kunnen bijvoorbeeld een account aanmaken en aan jongeren laten weten dat ze met hen in gesprek kunnen gaan. Ze moeten zich bewust zijn van de onlinewereld waarin kinderen en jongeren zich begeven en hiervan op de hoogte blijven, zodat ze kunnen inspelen op vragen en verhalen van jongeren.

mede door gebruik van verschillende definities. In

Voorlichting, lespakketten,

2020 gaf 11% van de minderjarigen in het kader

pestprogramma’s

van de Monitor Jeugdcriminaliteit aan zich

Professionals en scholen kunnen online pesten

schuldig te hebben gemaakt aan cyberpesten in

helpen voorkomen door er voorlichting over te

de voorafgaande 12 maanden. Dit deden zij via

geven. Ook zijn er speciale lespakketten en anti-

SMS, e-mail, via chatprogramma’s of via sociale

pestprogramma’s beschikbaar.

media (Van der Laan et al., 2021). Uit het vierjaarlijks HBSC-onderzoek onder scholieren blijkt in 2021 dat 3% van de leerlingen in het voortgezet onderwijs vaak (minstens 2 keer per maand) anderen online pest en 4% van de leerlingen in het voortgezet onderwijs vaak online

Sociale media en jeugdcriminaliteit

Onlinegedrag bespreken en afspraken maken Kinderen en jongeren moet geleerd worden dat zij een keuze hebben in hun onlinegedrag. Denk aan het delen van foto's en filmpjes. Jongeren kunnen ervoor kiezen dit niet te doen en elkaar hierop aan

33

te spreken. Het is belangrijk dat er thuis, op school

Een vorm van cybergeweld die relatief vaak

en in vrijetijdsorganisaties afspraken gemaakt

voorkomt onder jongeren is cyberpesten (online

worden over gedrag op sociale media. Wat wordt

pesten). Cyberpesten onder jongeren gebeurt met

er van betrokkenen verwacht wanneer er grenzen

name op Snapchat, Instagram en TikTok.

overschreden worden? Hoe spreken groepsleden

Cyberpesten kan verschillende vormen

elkaar aan op kwetsend gedrag? Op welke manier

aannemen, waaronder het verspreiden van

wordt er gehandhaafd?

belastend beeldmateriaal, nepaccounts maken, hacken van accounts, haattweets of bedreigingen

Groepsklimaat verbeteren

sturen, beledigen, vervelende berichten versturen,

Omdat online pesten in school- of

stalken, mensen uitsluiten van (online) groepen of

verenigingsverband meestal onderdeel is van

online leugens vertellen over andere mensen

negatieve groepsdruk en ‑dynamiek, is het aan te raden om ook aandacht te besteden aan het verbeteren van het groepsklimaat.

Hulporganisaties Initiatieven zoals Meldknop.nl en Helpwanted.nl bieden informatie over online pesten en directe contactmogelijkheden met relevante hulporganisaties. Jongeren die hulp zoeken kunnen via die websites bellen of chatten met hulplijnen zoals de Kindertelefoon.nl en

Uit onderzoek blijkt dat in 2021 3% van de scholieren in het voortgezet onderwijs vaak (minstens 2 keer per maand) anderen online pest en 4% vaak slachtoffer is van online pesten. Leerlingen van lagere onderwijsniveaus, met een migratieachtergrond, uit de minst welvarende gezinnen en die niet met beide ouders in éen huis wonen zijn relatief vaak dader én slachtoffer van (online) pesten. Ook zijn jongens vaker dader van online pesten dan meisjes.

Vraaghetdepolitie.nl. Zorg als professional voor

In de literatuur worden verschillende

korte lijnen met externe hulpverleners, zoals

mogelijkheden voor preventie van cyberpesten

jongerenwerk, politie en GGD.

genoemd, waaronder de fysieke en digitale

9.4 Samengevat

aanwezigheid van professionals als aanspreekpunt voor jongeren, voorlichting,

In dit hoofdstuk zijn we ingegaan op

lespakketten en anti-pestprogramma’s op

cybergeweld. Hiermee worden alle online vormen

scholen, het bespreekbaar maken van

van geweld en agressief gedrag bedoeld.

onlinegedrag, het maken van afspraken hierover

Cybergeweld kan veel gemakkelijker en op veel

met de jongeren, het verbeteren van het

grotere schaal worden gepleegd dan fysieke

groepsklimaat en samenwerking met en

vormen van geweld. Ook kan cybergeweld

doorverwijzing naar hulporganisaties.

anoniem plaatsvinden wat het geweld verder faciliteert. Geweld in de onlinewereld kan leiden tot fysiek geweld in de offlinewereld en als een katalysator hiervoor fungeren. Vechtpartijen worden bijvoorbeeld online gepland via Snapchat, Instagram of Whatsappgroepen, fysieke gevechten worden opgenomen en het beeldmateriaal hiervan via sociale media gedeeld, waarbij conflicten verder kunnen escaleren.

34

Sociale media en jeugdcriminaliteit

10 Seksuele grensoverschrijding Naast de vorming van de identiteit vindt ook de

gebied voor de personen die het aangaat (Tielens,

seksuele ontwikkeling (en normstelling)

2021).

gedeeltelijk plaats via de onlinewereld (Beyens & Eggermont, 2014). De digitale

Werkwijze en gebruikte media: Sexting vindt

seksualiteitsbeleving uit zich online onder andere

plaats via veel verschillende media, maar met

in het delen van seksueel getint beeldmateriaal

name via Snapchat, Telegram en Whatsapp.

(sexting). Online seksueel grensoverschrijdend

Seksueel getint beeldmateriaal wordt gedeeld via

gedrag betekent dat iemand seksueel getint

verhalen en persoonlijke berichten. Er bestaan

beeldmateriaal van een ander misbruikt of zonder

zelfs speciale groepen (ook op Whatsapp) om

toestemming verspreidt. Online seksueel

dergelijk beeldmateriaal te delen. Deelnemers van

grensoverschrijdend gedrag op sociale media

deze groepen kunnen op eigen initiatief lid

komt in verschillende vormen voor: ongewenste

worden, maar ook ongevraagd aan de groep(en)

sexting (exposing), sextortion (seksuele

worden toegevoegd. De omvang van de groepen

afpersing), wraakporno en grooming. In dit

is niet te onderschatten: op Telegram zijn er zelfs

hoofdstuk zullen we focussen op sexting en

groepen met duizenden leden. Op deze groepen

exposing, wat relatief vaak voorkomt onder

worden seksuele foto’s van zowel volwassenen

jongeren.

als kinderen gedeeld. De content gaat behoorlijk ver, zoals verkrachtingen en kinderporno. Ook

10.1 Sexting Beschrijving: De term sexting is een samenvoeging van ‘sex’ en ‘texting’. Sexting is het verspreiden of delen van seksueel getinte berichten of foto's of video's van zichzelf via mobiele telefoons of andere media (NSCR, 2020; Schram et al., 2021). Dit is een veel voorkomend verschijnsel op sociale media (Ringrose et al., 2012). Aan sexting zijn risico’s verbonden. Zo kan seksueel getint materiaal ongeoorloofd verspreid worden. Ook kan sexting negatieve gevolgen hebben op emotioneel- en psychisch en sociaal

persoonlijke gegevens en contactgegevens van degenen die het betreft worden gedeeld (Tielens, 2021). Het beeldmateriaal wordt zowel door mannen als vrouwen online geplaatst met duidelijke referentie naar seks. Op Snapchat en Instagram gebeurt dit via openbare verhalen en privéberichten (Tielens, 2021).

Risicogroepen: Volgens cijfers van de GGD’s en het RIVM uit 2021 doet 3,5% van de Nederlandse scholieren aan sexting (Janssen, 2022). Het gaat dan om het versturen van een naaktfoto of sexfilmpje van zichzelf aan iemand anders. Meisjes versturen vaker seksueel getinte

Sociale media en jeugdcriminaliteit

35

berichten en foto's (3,7%) dan jongens (3,2%).

Ook komt het voor dat meisjes met exposing

Daarnaast komt sexting bij leerlingen in de

worden gedreigd of gechanteerd door jongens die

bovenbouw vaker voor dan in de onderbouw: 1 op

beeldmateriaal van hen in bezit hebben. Dit maakt

de 20 leerlingen in de vierde klas doet aan sexting,

hen kwetsbaar voor sextortion, pooiers en

ten opzichte van 1 op de 50 tweedeklassers. Per

loverboys (Nanhoe & Van de Looij-Jansen, 2019;

opleidingsniveau zijn er bovendien verschillen te

Schram et al., 2021).

zien in hoe vaak er aan sexting wordt gedaan. Op het vmbo stuurt 4,4% van de leerlingen zulke

Exposing vindt ook plaats zonder beeldmateriaal

berichtjes, terwijl op de havo 3,2% van de

van de betreffende persoon. Plegers plaatsen dan

leerlingen het doet en op het vwo slechts 2%

bijvoorbeeld seksueel getinte beelden en plakken

(Janssen, 2022). In het onderzoek ‘Seks onder je

het hoofd van een meisje op een naakt lichaam. Of

25 ’ worden hogere percentages gevonden. In dit

ze plaatsen een foto van iemand die op de

onderzoek gaf 12% van de meisjes en 13% van de

betreffende persoon lijkt en met de

jongens aan in het afgelopen half jaar een

contactgegevens van de persoon (Schram et al.,

seksvideo of naaktfoto naar een ander te hebben

2021).

e

gestuurd (De Graaf et al., 2017).

10.2 Exposing Exposing lijkt veel op sexting. Exposing betreft echter altijd de verspreiding van (beeld)materiaal zonder de toestemming van degene die het betreft. Daarnaast gaat het bij exposing expliciet om het bekend maken van de betreffende persoon of personen op het (beeld)materiaal via sociale media (Tielens, 2021). Het kan bij exposing gaan om seksueel geladen (beeld)materiaal, maar het kan ook gaan om andere (beeld)informatie, bijvoorbeeld rookgedrag, associëren met jongens en bezoeken van nachtclubs. De term exposing

proberen het vertrouwen van meisjes te winnen en belastend beeldmateriaal in bezit te krijgen, die zij vervolgens - eventueel met behulp van nepprofielen - delen op Snapchat, Instagram, Whatsapp en Telegram (Schram et al., 2021; Tielens, 2021). De berichten gaan ook wel gepaard met contactgegevens, verwijzingen of links naar sociale media-accounts en andere privé-gegevens (Schram et al., 2021). Het lijkt een exclusieve sport van jongens om zo veel mogelijk naaktfoto’s van meisjes te ontvangen en ‘de aanwinsten’ met vrienden te delen (Tielens, 2021).

verwijst dus naar verschillende manieren waarop

De gevolgen voor de slachtoffers zijn enorm. Zij

mensen (reputatie)schade ten aanzien van hun

kunnen te maken krijgen met seksuele intimidatie

omgeving kan worden aangedaan door

van buurtjongens. Daarnaast kunnen ze ook te

(beeld)informatie van derden te delen (Nhass,

maken krijgen met geweld door familieleden of

2019).

links gelaten worden door familieleden, omdat zij

Wat betreft exposing via seksueel geladen materiaal moet de kanttekening geplaatst worden dat wat als seksueel geladen wordt beschouwd verschilt per subculturele context (Janssen, 2022; Nanhoe & Van de Looij-Jansen, 2019). Zo kan beeldmateriaal van meisjes zonder hoofddoek, dansende meisjes en shisha-rokende meisjes in sommige subculturen al gezien worden als compromitterend en oneerbaar (Nanhoe & Van de Looij-Jansen, 2019; Schram et al., 2021). Overigens wordt dergelijk beeldmateriaal niet altijd kwaadwillig gedeeld.

36

Werkwijze en gebruikte media: Jongens

de familie-eer hebben geschaad. Slachtoffers trekken zich vaak uit schaamte terug uit het sociale verkeer. Ze gaan bijvoorbeeld niet meer naar school en trekken zich terug uit vriendenkringen. Daarnaast heeft het slachtofferschap negatieve gevolgen voor het zelfbeeld wat zich ook wel eens vertaalt in gedrag dat in overeenstemming is met het online imago dat van het slachtoffer is gecreëerd. De meisjes kunnen bijvoorbeeld meer aan sexting doen en seks hebben met meerdere jongens. Meisjes die wel gesteund worden door hun ouders slagen er

Sociale media en jeugdcriminaliteit

uiteindelijk wel in om hun normale leven weer op

omstanders betrokken waren geweest bij

te pakken (Schram et al., 2021).

exposing van jongeren (Schram et al., 2021).

Opvallend is dat omstanders de schuld van

Uit het onderzoek van Schram et al. (2021) blijkt

exposing vooral bij de slachtoffers leggen. De

echter dat meisjes niet alleen slachtoffer zijn van

slachtoffers hadden volgens hen beter moeten

exposing, maar ook zelf bijdragen aan het

weten dan beeldmateriaal van zichzelf

exposen van anderen. Zij zouden dit doen om

verschaffen dat tegen hen gebruikt kan worden.

andere meisjes naar beneden te halen en zelf in

Deze victim blaming verhoogt de drempel voor

een positiever daglicht te komen. Meisjes kunnen

slachtoffers om hulp te zoeken (Schram et al.,

ook getuige zijn van exposing. In de rol als

2021). Daarnaast zien we dat de angst voor

getuige reageren zij op de slachtoffers in de vorm

exposing de bewegingsruimte beknot van meisjes

van steunbetuiging en adviezen. Ook komt het

die zich bewust zijn van het gevaar. Veel meisjes

voor dat zij roddelen over de exposing of het

minimaliseren de kans op exposing door zich

slachtoffer pesten. Meisjes leggen de schuld van

online en offline zoveel mogelijk ‘eerbaar’ te

exposing vooral bij de slachtoffers. Zij reageren

gedragen (Schram et al., 2021).

echter zelden op de plegers. Meisjes kunnen dus zowel slachtoffer als pleger of getuige zijn

Risicogroepen: Er is zowel een toename

(Schram et al., 2021).

zichtbaar van jongeren die slachtoffer worden van exposing, als van jongeren die dader zijn van exposing. Het zijn vooral meisjes en vrouwen die seksueel exposed worden (Tielens, 2021). Uit de Monitor Jeugdcriminaliteit 2020 blijkt dat 4% van de 12 tot 18-jarigen (volgens zelfrapportage) seksueel beeldmateriaal van een minderjarige via sociale media heeft verspreid (Van der Laan et al., 2021). Uit het onderzoek Seks onder je 25e (De Graaf et al., 2017) komt naar voren dat 14% van de meisjes

10.3 Mogelijkheden voor preventie De literatuur noemt enkele mogelijkheden voor preventie van sexting en exposing, waaronder investering in de handelingsverlegenheid van professionals, het delen van een duidelijke normstelling met jongeren, voorlichting aan ouders en jongeren over exposing en het aanbieden van maatwerk bij interventies.

10.3.1 Investeer in

zes maanden tijd een negatieve ervaring hebben

handelingsverlegenheid van professionals

gehad met sexting. Dit komt ongeveer overeen

Wanneer het gaat om sexting en exposing blijkt er

met de 6% van de jongeren tussen de 12 en 24 jaar

onder hulpverleners sprake van enige

uit een onderzoek van EenVandaag van wie een

handelingsverlegenheid. Echter ingrijpen en

naaktfoto, naaktvideo of seksvideo in handen

grenzen stellen zijn belangrijk om te voorkomen

kwam van iemand voor wie het beeldmateriaal

dat het gedrag van jongeren (verder) ontspoort

niet bedoeld was (JijVandaag, 2017).

(Onderzoekscommissie ‘Liberiaans gezin’, 2008).

Cijfers over plegers zijn geheel niet bekend. Wel

10.3.2 Duidelijke normstelling

en 6% van de jongens tussen de 12 en 25 jaar in

blijkt dat het (mee)verspreiden van naaktbeelden relatief ‘mainstream’ is geworden. Overigens is niet iedereen zich op het moment van verspreiding bewust van de consequenties voor de betreffende persoon. Ook blijkt uit dit onderzoek dat bijna alle jongeren wel als

Zorgverleners (en ouders) hebben een duidelijke norm nodig voor hun gesprekken met jongeren om hun online expose-gedrag te begrenzen. Deze norm is vastgelegd in de wet. Sinds 1 januari 2020 is een nieuw wetsartikel (139h Sr) van kracht dat wraakporno strafbaar stelt. Een persoon is strafbaar wanneer deze een afbeelding van

Sociale media en jeugdcriminaliteit

37

seksuele aard openbaar maakt, terwijl hij/zij/hen weet dat de openbaarmaking nadelig kan zijn voor de persoon die het betreft. Deze norm kan jongeren duidelijk gemaakt worden in

10.3.4 Verken het aanbod aan interventies en biedt maatwerk aan

gesprekken, maar ook ingebed worden in

Er zijn allerlei trainingen beschikbaar die gericht

bestaande interventies. Aldus kan gewerkt

zijn op het (zowel online als offline) seksueel

worden aan bewustwording bij jongeren en

weerbaarder maken van meisjes (NSCR, 2020).

preventie van victim blaming (Schram et al., 2021).

Jongeren (en hun ouders) die toch slachtoffer zijn geworden dienen een hulpverleningsaanbod te

10.3.3 Voorlichting aan ouders en jongeren over exposing

(Schram et al., 2021).

Exposing vindt plaats binnen een complex

10.4 Samengevat

systeem van straat-, wijk- en schaamtecultuur. De overlap van meerdere risicoverhogende (sub)culturen vormt samen met angsten en onzekerheden een rijke voedingsbodem voor vergaande vormen van exposing en seksuele uitbuiting en dus ook verstrekkende schade voor meisjes en hun familie. Hoe meer factoren een rol spelen, hoe groter de kans op verregaande vormen van exposing en verregaande consequenties. Een gebrek aan seksuele opvoeding is een belangrijke voorspeller van (online) seksueel gedrag van jongeren (De Graaf et al., 2017). Aandacht voor seksuele opvoeding zou het risico op (online) seksueel gedrag doen afnemen. Binnen bepaalde gemeenschappen – zoals de Marokkaanse (Nhass, 2019) - vinden ouders het lastig om over seksualiteit te praten. Ouders zijn betrokken als opvoeder, maar ook als (mogelijke) slachtoffers, gezien hun angst voor gezichtsverlies en sociale uitsluiting. De literatuur adviseert de aanpak rondom exposing te prioriteren rond meisjes die zowel te maken hebben met een risicovolle straat- en wijkcultuur als afkomstig zijn uit een schaamtecultuur. Onderzocht moet worden hoe binnen deze groepen voorlichting kan worden gegeven over seksualiteit en seksuele opvoeding (Schram et al., 2021).

38

krijgen gericht op het beperken van de schade

In dit hoofdstuk zijn we ingegaan op online seksueel grensoverschrijdend gedrag. De digitale seksualiteitsbeleving van jongeren uit zich online onder andere in het delen van seksueel getint beeldmateriaal (sexting). Een vorm van online seksueel grensoverschrijdend gedrag is dat iemand seksueel getint beeldmateriaal van een ander zonder toestemming verspreid (ongewenste sexting, oftewel exposing). Sexting vindt plaats via veel verschillende media, maar met name via Snapchat, Telegram en Whatsapp. Uit onderzoek blijkt dat 3,5% tot 13% van de Nederlandse scholieren aan sexting doet. Sexting komt vooral voor onder oudere tieners en leerlingen van lagere onderwijsniveaus. Ongewenste sexting (exposing) gebeurt vooral op Snapchat, Instagram, Whatsapp en Telegram, soms met behulp van nepprofielen. Uit onderzoek blijkt dat 6% tot 10% van de jongeren hier wel eens mee te maken heeft gehad. Hoewel er geen cijfers bekend zijn over de daders lijkt het (mee)verspreiden van naaktbeelden relatief ‘mainstream’ te zijn geworden. Het zijn vooral meisjes en vrouwen die seksueel exposed worden. De gevolgen voor de slachtoffers zijn enorm. Opvallend is dat omstanders de schuld van exposing vooral bij de slachtoffers leggen, wat de drempel om hulp te vragen vergroot.

Sociale media en jeugdcriminaliteit

Mogelijkheden voor preventie van sexting en exposing, zijn onder meer investeren in het bestrijden van handelingsverlegenheid onder professionals, het delen van een duidelijke normstelling met jongeren, voorlichting aan ouders en jongeren over exposing en het aanbieden van maatwerk bij interventies.

Sociale media en jeugdcriminaliteit

39

11 Algemene aanbevelingen. In dit hoofdstuk worden enkele algemene

-

aanbevelingen gedaan op het gebied van

Een hogere leeftijd ten opzichte van daders van ‘algemene’ criminaliteit;

preventie van jeugdcriminaliteit in relatie tot

-

Antisociale persoonlijkheidskenmerken;

sociale media. Voor meer specifieke

-

Het hebben van een criminele achtergrond;

aanbevelingen per thema zie de aanbevelingen

-

Het bezitten van criminele vaardigheden;

aan het einde van voorgaande

-

Een specifieke expertise bezitten;

themahoofdstukken.

-

Drugsgebruik;

-

Het hebben van familieleden, vrienden en

De onlinewereld is tegenwoordig minstens zo

kennissen in de georganiseerde misdaad;

belangrijk voor jongeren als de offlinewereld. Het

-

Een laag opleidingsniveau;

is praktisch onmogelijk om te voorkomen dat

-

Specifiek werk(omstandigheden);

jongeren online in aanraking komen met

-

Een werkomgeving waarin sociale banden;

criminaliteit, geweld en seksueel overschrijdend

met mensen uit de georganiseerde

gedrag. Ouders/opvoeders, professionals en de

criminaliteit ontstaan.

overheid hebben onvoldoende kennis en handvaten om ongewenste invloeden van sociale

Beschermende factoren zijn onder andere

media te monitoren of tegen te houden. In de

(Kuppens et al., 2022):

literatuur zijn wel aanbevelingen te vinden die ons

-

Een hogere leeftijd;

een stap verder brengen in de preventie (van

-

Kunnen reflecteren;

recidive).

-

Het hebben van moreel inzicht;

-

Het ontwikkelen van een nieuw identiteit;

11.1 Wees bewust van de risico- en

-

Het criminele leven te stressvol vinden;

beschermende factoren

-

Een betekenisvolle steunende derde;

-

Erkenning van talenten en succeservaringen;

-

Een verandering van omgeving;

-

Levensloopgebeurtenissen;

-

Het hebben van aspiraties;

-

Het financiële gewin binnen de criminaliteit

Voor preventief beleid is het allereerst van belang dat we de risico- en beschermende factoren kennen. Kuppens et al. (2022) noemen gefundeerde risicofactoren voor jongeren in het kader van (zware) criminaliteit: -

40

Man zijn;

vinden tegenvallen; -

De afwezigheid van schulden;

Sociale media en jeugdcriminaliteit

-

Het hebben van een baan.

gemaakt worden tegen de druk waar zij online mee te maken krijgen. Weerbaarheid begint bij

11.2 Begrijp de waarde van de onlinewereld Het is van belang dat professionals (en ouders) de betekenis van de onlinewereld even serieus nemen als de offlinewereld. Professionals dienen te begrijpen welke positieve en negatieve effecten de onlinewereld heeft op jongeren. Ook dienen professionals begrip te hebben van de risico’s van sociale media (NH-Samen veilig, z.d.). Dit begrip is essentieel voor zowel het gesprek met jongeren en hun omgeving als voor de hulpverlening aan betrokkenen. Professionals dienen er rekening mee te houden dat de meeste ouders zijn opgegroeid in een samenleving zonder de vergaande digitalisering waar we tegenwoordig mee te maken hebben. Veel ouders zijn zich daarom niet bewust van de grote invloed van sociale media op hun kinderen, waardoor zij onvoldoende begeleiding, ondersteuning en voorlichting aan hun kinderen kunnen geven rondom sociale media gebruik. Ouders hebben hierbij mogelijk informatie en ondersteuning nodig van professionals (Nikken & Jongmans, 2013).

11.3 Monitoring Om ontwikkelingen en effecten van het beleid te kunnen volgen en met beleid snel in te spelen op deze ontwikkelingen, is het van belang om een periodieke monitor in te richten, waarmee de situatie op het gebied van (online) jeugdcriminaliteit in beeld wordt gebracht. Gedacht kan worden aan een tweejaarlijkse monitor. Ook focusgroepen, een jongerenpanel en politieregistraties vormen bronnen voor deze tweejaarlijkse monitor (Roks et al., 2022; Tielens,

bewustwording. Een knelpunt hierbij is dat jongeren zelf niet of nauwelijks over hun onlineervaringen met volwassenen praten. Dit houdt de digitale bubbel waarin veel jongeren leven in stand en vergroot de kans op grensoverschrijdend of crimineel gedrag. Een belangrijke aanbeveling is dan ook om het gesprek met jongeren aan te gaan over de mogelijke gevaren op sociale media rond criminaliteit, geweld en seksueel overschrijdend gedrag. Een gesprek over mogelijke negatieve consequenties creëert bewustwording bij de jongeren. Degene die het gesprek voert dient daarbij nieuwsgierig te zijn naar de belevingswereld van de jongeren, oordelen achterwege te laten en de vrijheid van de jongere niet in te perken, maar de jongere juist te stimuleren om zelf na te deken over de acties en mogelijke gevolgen ervan. Professionals, ouders en verzorgers kunnen deze gesprekken met risicojongeren aangaan om ze in te laten zien dat zij met legale bezigheden veel in het leven kunnen bereiken (CCV, 2023; Tielens, 2021). Veel professionals en ouders hebben echter wel training nodig over de verschillende sociale media en wat jongeren op deze media onder ogen krijgen. Van belang is dat een jongere met minimaal één persoon positief contact en een vertrouwensband heeft, die ingang geeft om de jongere andere normen te helpen omarmen (CCV, 2023).

Dergelijke gesprekken dienen standaard onderdeel te zijn van de aanpak (NH-samen Veilig, z.d.; CCV, 2023).

11.5 Extra aandacht voor jongeren met een licht verstandelijke beperking Jongeren met licht verstandelijke beperking

2021).

vormen een zeer kwetsbare groep. De

11.4 Investeer in de weerbaarheid van jongeren Een investering in de on (online)weerbaarheid van (kwetsbare) jongeren is onmisbaar in deze tijd van digitalisering. Jongeren moeten weerbaar

Sociale media en jeugdcriminaliteit

gediagnosticeerde jongeren hieronder zijn bij instanties binnen het sociaal domein en de zorg in beeld en bekend als mogelijk makkelijker te werven door criminele netwerken. Echter hun online gedrag is veel minder zichtbaar (Moors et

41

al, 2019; Nanhoe & Van de Looij-Jansen, 2019;

betrekking tot hun leefwereld, geweld,

2019a). Gezien de grotere kwetsbaarheid is

veiligheidsgevoel, seksueel grensoverschrijdend

aandacht voor deze groep jongeren urgenter. Een

gedrag en andere (online) risico’s. Een structureel

eerste opgave is om de aard en omvang in beeld

(online) overleg met een jongerenpanel geeft

te brengen. Wat interventies betreft wordt betwist

informatiemomenten waar enerzijds preventieve

of communicatieve interventies voor deze

actie op ondernomen kan worden en anderzijds

doelgroep de aangewezen route zijn (Moors et al.,

beleidsaanpassingen op doorgevoerd kunnen

2019). Onderzocht zou moeten worden wat dan

worden (zie ook Tielens, 2021; Roks et al., 2022).

wel effectieve interventies zouden zijn.

11.6 Een integrale online aanpak via sociale media De sociale media zijn voor overheid en professionals interessante platforms voor de preventieve aanpak. Roks en Van den Broek (2020) geven aan dat professionals meer online aanwezig zouden moeten zijn, aangezien de onlinewereld een integraal onderdeel van het leven van jongeren vormt. Belangrijke platforms zijn Instagram, Telegram, YouTube en Marktplaats XXL (NH-Samen Veilig, z.d.). Professionals moeten op de hoogte zijn van wat er onder jongeren op sociale media plaatsvindt. Zij zouden daarvoor online een informatiepositie moeten ontwikkelen, vergelijkbaar met het (online) jongerenwerk in de gemeente (Roks et al., 2022; Tielens, 2021). Preventie kan bereikt worden door (risico)jongeren weerbaar te maken. Weerbaarheid kan vergroot worden door jongeren via sociale media platforms educatieve informatie over veilig gebruik van het platform aan te bieden. Een taak van de platform zelf is, dat zij hun eigen richtlijnen en maatregelen omtrent ongewenst gedrag, daadwerkelijk hanteren. De overheid kan hierop toezicht houden (Tielens, 2021).

11.7 Jongerenpanel Jongeren hebben zelf het beste zicht op wat er zich online en offline onder jongeren afspeelt en welke problemen er zijn. Door structureel (online) overleg met een jongerenpanel krijgen beleidsmakers en hulpverleners beter zicht op belangrijke trends en ontwikkelingen met

42

Sociale media en jeugdcriminaliteit

Literatuur. Adjiembaks, S.D. (2018). (On)gemerkt bijzonder.

september 2023 via Secondant: Sociale media als

Levensverhalen van resisters en het uitblijven van

hulpmiddel in de strijd tegen cybercriminaliteit

een criminele carrière. Den Haag: Boom

(ccv-secondant.nl).

Uitgevers. Bekkers, L., Schiks, J., & Leukfeldt, R. (2020). Naar Akkermans, M., Arends, R., Moons, E. en Reep, C.

een interventie tegen geldezels: Een pilot in de

(2023). Online Veiligheid en Criminaliteit 2022.

gemeente Haarlem. Den Haag: De Haagse

Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Hogeschool.

Analistennetwerk Nationale Veiligheid (2021).

Berghuis, A. C. en J de Waard, (2017).

Themastudie georganiseerde criminaliteit:

Verdampende jeugdcriminaliteit. In: Justitiële

Ondermijning van de democratische rechtstaat en

Verkenningen, vol 43, no. 1, pp. 8-30.

andere verbindingen met de nationale veiligheid. Geraadpleegd via

Beyens, I., & Eggermont, S. (2014). Prevalence and

https://www.rivm.nl/onderwerpen/ nationale-

Predictors of Text-Based and Visually Explicit

veiligheid.

Cybersex among Adolescents. In: Young, 22(1), 43–65.

Bac, J., Ferwerda, H., Hamming, J., Nitrauw, B., & Verberk, S. (2022). Jongeren ontspoord in het

Beijers, J.E.H., Tollenaar, N. Laan, A.M. van der

drugsmilieu. Tilburg: Stichting Maatschappij en

(2023). Cahier 2023–19. Ontwikkelingen in

Veiligheid.

ernstig geweld door jeugdigen in de periode 2010 tot en met 2021. Den Haag: WODC.

Beek, G. van, Vogel, V. de & Mheen, D. van de (2020). Financiën: een risicofactor voor

Blumer, H., & Hauser, P.M. (1970). Movies,

delictgedrag? In: Tijdschrift voor

delinquency, and crime. New York: Arno Press.

Strafrechtspleging, 2 (99), pp. 136-156.

Boer, H. de, Ferwerda, H. & Kuppens, J. (2022). Do

Beerthuizen, M.G.C.J., Sipma, T. & Van der Laan,

or don’t. Kennissynthese ingroeimechanismen en

A.M. (2020). Aard en omvang van dader- en

rekruteringsprocessen van jongeren in de

slachtofferschap van cyber- en gedigitaliseerde

georganiseerde criminaliteit. Den Haag: WODC.

criminaliteit in Nederland. Den Haag: WODC.

Boer, M., Dorsselaer, S. van, Looze, M. de, Roos, S.

Bekkers, L., Leukveldt, R. & Spithoven, R. (2022).

de, Brons, Eijnden, R. van den, Monshouwer, K.,

Sociale media als hulpmiddel in de strijd tegen

Huijnk, W., Bogt, T. ter, Vollebergh, W & Stevens, G

cybercriminaliteit. Geraadpleegd op 23

(2022). HBSC 2021. Gezondheid en welzijn van

Sociale media en jeugdcriminaliteit

43

jongeren in Nederland. Utrecht: Universiteit

Intergenerational continuity of crime among

Utrecht.

children of organized crime offenders in the Netherlands. In: Crime, Law and Social Change, 1-

Bos, J.G.H., Es, A.M.D. van & Vasterman, P. (2011).

21.

Copycat: Een fenomeenonderzoek. Den Haag/Amsterdam: COT/UVA.

DRIO (2020). Jeugdcriminaliteit in de eenheid Rotterdam. Steekincidenten onder jongeren en

Broek, J. van den (2013). Van de straathoek naar

straatroven en overvallen in groepsverband.

Facebook. Een onderzoek naar het gebruik van

Rotterdam: DRIO Rotterdam.

sociale media door jongeren binnen de straatcultuur. Rotterdam: Erasmus Universiteit

EMM (2023). De rol van online platformen bij

Rotterdam.

criminele uitbuiting. Zwolle: Expertisecentrum Mensenhandel & Mensensmokkel.

Broekhuizen, J. (2021, juni). Drugscriminaliteit Utrecht: Gemeente Utrecht.

Ferwerda, H., T. van Ham en D. Jager (2016). Kijk op jeugdcriminaliteit: Handvatten voor het

Bruggen, M. van der (2015), Een beschouwing van

opstellen van een periodieke trendrapportage

de ontwikkeling van het internet en

jeugd- en jongerencriminaliteit en een overzicht

cybercriminaliteit en de gevolgen hiervan voor de

van veelbelovende afspraken. Den Haag:

internationale bestrijding van digitale

Ministerie van Veiligheid en Justitie.

kinderporno, In: Tijdschrift voor Criminologie (57) 2015, p. 242-259.

Ferwerda, H. (2019). Gooi het kind niet met het badwater weg. In: Cahiers Politiestudies,

Bucher, T. & Helmond, A. (2017). The Affordances

jaargang 2019-1, nr. 50 p. 141-144.

of Social Media Platforms. In: Burgess, J &, Poell, T.A. (2017). Sage Handbook of social media,

Ferwerda, H., Brouwer, N., Hölzken, I. en Kroese, L.

Londen: Sage Publishing 2017.

(2021). Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken. Arnhem: Bureau Beke.

Calderoni, F., Campedelli, G.M., Comunale, T., Marchesi, M. E. en Savona, E. U. (2020).

Frualdo, N. (2019). A systematic review of factors

Rekrutering into organised criminal groups: A

leading to rekrutering into organized crime

systematic review. In: Trends and Issues in Crime

(Thesis). Evanston, IL: Northwestern University.

and Criminal Justice, (583), 1-28. Gemeente Rotterdam, Directie Veiligheid (2022). Carrabine, E. (2008). Crime, culture and the

Veiligheidskoers Gemeente Rotterdam 2023-

media. Cambridge, UK: Polity.

2027. Rotterdam: Gemeente Rotterdam.

CCV (2023). Lange adem nodig bij aanpak zware

De Gelderlander (2020, 27 november).

criminaliteit onder jongeren. Utrecht: Centrum

Wageningse jongeren ruien elkaar op via

voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid.

Snapchat: vernielingen, naaktfoto’s, vechtpartijen en brandstichting. De Gelderlander.

CCV (2021). Risicofactoren voor criminaliteit

Geraadpleegd op 21 september 2023 via:

verschillen per misdaadtype. Geraadpleegd op

https://www.gelderlander.nl/wageningen/wageni

26-02-2023 via: Secondant: Risicofactoren voor

ngse-jongeren-ruien-elkaar-op-viasnapchat-

criminaliteit verschillen per misdaadtype (ccv-

vernielingen-naaktfotos-vechtpartijen-en-

secondant.nl)

brandstichting~aa9dd947/.

Dijk, van M., Eichelsheim, V., Kleemans, E., Soudijn, M. en Weijer, Van de S. (2021).

44

Sociale media en jeugdcriminaliteit

Graaf, H. de, Van den Borne, M., Nikkelen, S.,

Irwin-Rogers, K. & Pinkney, C. (2017). Sociale

Twisk, D. & Meijer, S. (2017). Seks onder je 25e:

media As a Catalyst and Trigger for Youth

seksuele gezondheid van jongeren in Nederland

Violence. London: Catch22.

anno 2017. Utrecht: Uitgeverij Eburon. Janssen, D. (2022). Sexting onderzoek: 3,5% Goverts, R.A. en R.A. Roks (2020). Proosten met

Nederlandse middelbare scholieren doet het.

champagne, heel m'n libi is nu duur: opzichtige

Geraadpleegd op 14 september 2023 via:

consumptie in Nederlandse rap. In: Tijdschrift

https://www.vpngids.nl/nieuws/sexting-

over Cultuur en Criminaliteit, 10(1), 18-38.

onderzoek-jongeren-2021/

Grinsven, S. van & Verwest, A. (2017). Vijf jaar

Jewkes, Y. (2010/2015). Media and crime. London:

Aanpak Top600: waar staan we nu? In: Justitiele

Sage.

verkenningen, 43(1), 127-141. Jijvandaag (2017). Onderzoek: Sexting. Hellemont, E. van (2012). Gangland online:

Geraadpleegd op 18 september 2023 via:

Performing the real imaginary world of gangstas

https://eenvandaag.assets.avrotros.nl/editorial/d

and ghettos in Brussels. In: European Journal of

ocs/onderzoeksextingjijvandaagrapportage.pdf

Crime Crimal Law & Criminal Justice 20, 165-180. Jong, J. D. A. de (2007). Kapot moeilijk: Een Hoeben, E.M. (2016). Hanging Out and Messing

etnografisch onderzoek naar opvallend

About. Elaborating on the Relationship between

delinquent groepsgedrag van ‘Marokkaanse’

Unstructured Socializing and Adolescent

jongens. Den Haag: Aksant Academic Publishers.

Delinquency. Amsterdam: Vrije Universiteit. Kanne, P., Nannes, L. & Andringa, W. (2019). Holt, T.J. & Bossler, A.M. (2014). An assessment of

Opvoeden. De balans tussen vrijheid geven en

the current state of cybercrime scholarship. In:

verantwoordelijkheid nemen. Amsterdam: I&O

Deviant Behavior (35) 2014, p. 20-40.

Research.

Holt, T.J., & Bssler, A.M. (2016). Cybercrime in

Kemp, L., Zolghadriha, S. en Gill, P. (2019).

progress: Theory and prevention of technology-

Pathways into organized crime: comparing

enabled offenses. Londen/New York: Routledge.

founders and joiners. In: Trends in Organized Crime, 1(1), pp. 1-24.

Ilan, J. (2015). Understanding Street Culture. Poverty, crime, youth and cool. London: Palgrave

Kerstens, J. & Stol, W. (2012) (red.), Jeugd en

MacMillan.

cybersafety. Online slachtoffer en daderschap onder Nederlandse jongeren, Den Haag: Boom

Ilan, J. (2020). Digital street culture decoded. Why

Lemma Uitgevers 2012.

criminalizing drill music is street illite‑ rate and counterproductive. In: The British Journal of

Kerstens, J. & Veenstra, S. (2013). Cyberpesten

Criminology, 10.1093/bjc/ azz086.

vanuit een criminologisch perspectief. In: Tijdschrift voor Criminologie, 55(4), 375-393.

Irwin-Rogers, K., Densley, J. en C. Pinkney (2018). Gang violence and social media. In: Ireland, J.L,

Kessels, R. (2023). Monitor Jeugdcriminaliteit

Birch, P. en C.A. Ireland (red.). The Routledge

2023. Jeugdige verdachten van misdrijven,

International Handbook of Human Aggression

Ontwikkelingen tot 2023, Den Haag: CBS en

(pp. 400-410). London: Routledge.

WODC. Kietzmann, J.H., Hermkens, K. McCarthy I.P. & Silvestre, B.S. (2011). Social media? Get serious!

Sociale media en jeugdcriminaliteit

45

Understanding the functional building blocks of

Laan, A.M. van der, Beerthuizen, M.G.C.J. &

social media. In: Business Horizons (54) 2011, p.

Goudriaan, H. (2017). Ontwikkelingen in de

241-251.

jeugdcriminaliteit, 1997 tot 2015. In: Justitiële verkenningen, 43(1), 28-49.

Kil. A. (2022). Jonge drugsdealers. Een verklarend onderzoek naar de motivaties van jongeren om

Laan, A.M. van der, Beerthuizen, M.G.C.J. &

deel te nemen aan drugscriminaliteit en een

Weijters, G. (2016). Jeugdige daders van online-

verkenning van alternatieve wegen. Nijmegen:

criminaliteit. Cahier. In: Politiestudies, 41(4), 145-

Radboud Universiteit Nijmegen.

168.

Kleemans, E. en Koppen, V. van (2020). Organized

Laan, A. van der, Pleysier, S. & Weerman, F. (2020).

crime and criminal careers. In: Crime and Justice,

Hedendaagse jeugdcriminaliteit: nieuwe vragen

49(1), 385-423.

en enkele antwoorden na een historische daling. In: Tijdschrift voor Criminologie 2020 (62) 2-3, pp.

Kloosterman, R. & Beuningen, J.V. (2015).

115-129.

Jongeren over sociale media. Den Haag: CBS 2015.

Laan, M. van der, Beerthuizen, M.G.C.J., Boot, N.C (2021). Cahier 2021-9. Monitor Jeugdcriminaliteit

Koppen, van M. V., Van der Geest, V.R. en

2020.Ontwikkelingen in de jeugdcriminaliteit in

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=413b55fc-8879-40e5-a526-ace6e519de9c