[24bb005976] Bijlage behorende bij 24bb005971 - Rapportage sociale media en jeugdcriminaliteit
Tekst van het document
Sociale media en jeugdcriminaliteit Quickscan literatuur over sociale media in relatie met jeugdcriminaliteit
Onderzoek en Business Intelligence
Wie zijn wij? Onderzoek en Business Intelligence is een afdeling binnen de gemeente Rotterdam. De afdeling verzamelt informatie en doet onderzoek voor het maken en uitvoeren van beleid door de gemeente Rotterdam. Het onderzoek gaat over onderwerpen als gezondheid, zorg, onderwijs, reintegratie, demografie, ruimtelijke ordening en veiligheid. Soms is de gemeentelijke organisatie het onderwerp, vaker gaat het over de stad en haar bewoners. Het doel is steeds om met deze verzamelde kennis het beleid en de bedrijfsvoering van de gemeente te verbeteren. Auteurs Dr. Anita C. Nanhoe is psycholoog, gepromoveerd in de sociale wetenschappen en heeft onderzoek gedaan binnen het sociaal domein, rondom gezondheidsvraagstukken en onderwijsvraagstukken. Momenteel doet ze onderzoek voor BCO en de Directie Veiligheid.
Annelies Bus is voedingskundige en onderzoeker. Ze heeft onderzoek gedaan op allerlei terreinen, waaronder gezondheid en onderwijs. Momenteel doet ze onderzoek voor BCO en de Directie Veiligheid.
Colofon Gemeente Rotterdam, afdeling Onderzoek en Business Intelligence (OBI) Datum:
26 feburari 2024
Projectnummer:
8331
Vragen:
onderzoek@rotterdam.nl
Meer informatie:
onderzoek010.nl
Sociale media en jeugdcriminaliteit
1
Inhoud. 1 Inleiding.
5
1.1 Aanleiding
5
1.2 Vraagstelling
5
1.3 Methodologie
5
1.4 Leeswijzer
5
2 Omvang van het probleem.
7
2.1 Daling jeugdcriminaliteit door digitalisering leefwereld 2.1.1 Ernstige geweldsdelicten versus algehele jeugdcriminaliteit
8
2.1.2 Toename van online jeugdcriminaliteit
8
2.1.3 Omvang van het probleem
9
2.2 De Rotterdamse situatie
9
2.3 Samengevat
10
3 Het belang van sociale media voor jongeren.
11
3.1 Socialisatie en identiteitsvorming
11
3.2 Sociale relaties
12
3.3 Autonomie, vrijheid en vermaak
12
3.4 Sociale media geeft een groter publiek
12
3.5 Samengevat
13
4 Risico’s van sociale media.
14
4.1 Normalisering van grensoverschrijdend gedrag
14
4.2 Facilitering van offline geweld
15
4.3 Werving van jongeren voor criminaliteit
15
4.4 Kopiëren van offline crimineel gedrag
16
4.5 Ontstaan van nieuwe criminaliteitsvormen
16
4.6 Samengevat
16
5 Wapenbezit en -geweld.
2
7
17
5.1 Wapenhandel
17
5.2 Wapenbezit
17
6 Drugshandel.
25
6.1 Mogelijkheden voor preventie
26
6.2 Samengevat
26
Sociale media en jeugdcriminaliteit
7 Criminele uitbuiting.
28
7.1 Rekrutering voor de criminaliteit
28
7.2 Bankpasfraude en geldezels
28
7.3 Mogelijkheden voor preventie
29
7.4 Samengevat
29
8 Cybercriminali-teit.
30
8.1 Swipen en verkoop van illegaal verkregen producten
30
8.2 Mogelijkheden voor preventie
31
8.3 Samengevat
31
9 Cybergeweld.
32
9.1 Fysiek geweld
32
9.2 Verbaal geweld: cyberpesten
32
9.3 Mogelijkheden voor preventie
33
9.4 Samengevat
34
10 Seksuele grens-overschrijding
35
10.1 Sexting
35
10.2 Exposing
36
11 Algemene aanbevelingen.
40
11.1 Wees bewust van de risico- en beschermende factoren
40
11.2 Begrijp de waarde van de onlinewereld
41
11.3 Monitoring
41
11.4 Investeer in de weerbaarheid van jongeren
41
11.5 Extra aandacht voor jongeren met een licht verstandelijke beperking
41
11.6 Een integrale online aanpak via sociale media
42
11.7 Jongerenpanel
42
Literatuur.
Sociale media en jeugdcriminaliteit
43
3
4
Sociale media en jeugdcriminaliteit
1 Inleiding. 1.1
Aanleiding
De Veiligheidskoers 2023-2027 van de gemeente Rotterdam (2022) beschrijft onder andere hoe de gemeente de komende jaren zal inzetten op het versterken van de aanpak van jeugdcriminaliteit en het ontwikkelen van preventieve maatregelen. Het doel is om te zorgen dat een nieuwe generatie Rotterdammers zo veilig mogelijk opgroeit en
media bij jeugdcriminaliteit. De vraag beperkt zich specifiek op de invloed van sociale media op jeugdige plegers en slachtoffers bij fenomenen die actueel zijn in de stad, te weten wapengeweld, drugshandel, criminele uitbuiting, sexting en digitale criminaliteit.
1.3
Methodologie
minder jongeren in aanraking komen met politie
OBI voerde literatuuronderzoek uit naar
en justitie. Hiermee wil de gemeente jonge
publicaties met als een doel een samenvatting
Rotterdammers weerbaar maken en beschermen
van de kennis over de rol van sociale media bij
voor criminaliteit. Hiervoor heeft de gemeente
jeugdcriminaliteit, en specifiek de invloed hierop
ook meer inzicht nodig in de leefwereld van
bij jeugdige plegers/slachtoffers, in ieder geval op
jongeren, een wereld die zich vaak online afspeelt.
de fenomenen wapengeweld, drugshandel, criminele uitbuiting, sexting en digitale
Op 1 december 2022 nam de gemeenteraad van
criminaliteit.
Rotterdam de motie ‘Zicht op sociale media’ aan. In deze motie wordt onder andere gevraagd om
De opdrachtgever leverde een aantal belangrijke
de gemeenteraad inzicht te geven in de
publicaties aan voor de quickscan. OBI heeft
gemeentelijke preventieve aanpak ten aanzien
daarnaast ook andere literatuur bestudeerd. Het
van jeugdcriminaliteit met betrekking tot sociale
aantal bestudeerde publicaties is beperkt door de
media. Ook wordt gevraagd onderzoek te doen
beperkt beschikbare tijd voor dit onderzoek. Deze
naar hoe de onlinewereld de offlinewereld raakt
rapportage is daardoor geen complete weergave,
op het gebied van het ronselen van jongeren voor
maar dient beschouwd te worden als een
het criminele circuit. Ten slotte is ook gevraagd
quickscan, conform de opdracht van de Directie
om aanbevelingen op basis van onderzoek voor
Veiligheid.
de preventieve aanpak van de gemeente Rotterdam.
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 beschrijven wij de omvang van het
1.2
Vraagstelling
probleem. In hoofdstuk 3 beschrijven we het
Directie Veiligheid vroeg OBI om een quickscan
belang van sociale media voor jongeren en in
te verrichten naar reeds beschikbare
hoofdstuk 4 de risico’s van sociale media voor
onderzoeksliteratuur over de rol van sociale
jongeren.
Sociale media en jeugdcriminaliteit
5
Vanaf hoofdstuk 5 gaan we in op de rol van sociale media bij jeugdcriminaliteit. Hoofdstuk 5 richt zich op wapenbezit en wapengeweld. Ook de drillrap, het showen met wapens en het showen met luxe artikelen komen in dit hoofdstuk aan bod. Hoofdstuk 6 gaat in op de rol van sociale media bij drugshandel en hoofdstuk 7 beschrijft de rol van sociale media bij criminele uitbuiting. In hoofdstuk 7 wordt specifiek ingegaan op bankpasfraude en geldezels. In hoofdstuk 8 wordt cybercriminaliteit beschreven en in hoofdstuk 9 cybergeweld. Het laatste onderwerp, de rol van sociale media bij seksuele grensoverschrijding, wordt beschreven in hoofdstuk 10. In dit hoofdstuk komen sexting en exposing aan de orde. In ieder hoofdstuk geven we, waar mogelijk op basis van de beschikbare literatuur, mogelijkheden voor preventie voor de betreffende soort overtredingen. We sluiten deze rapportage af met overstijgende aanbevelingen voor preventie.
6
Sociale media en jeugdcriminaliteit
2 Omvang van het probleem. Sinds 2007 is een daling in de geregistreerde
(Wennekers et.al., 2016; Kanne et.al., 2019). Veel
jeugdcriminaliteit waar te nemen (Berghuis & De
jongeren spenderen dagelijks uren achter een
Waard, 2017; Van der Laan et al., 2020; Snippe et
beeldscherm of aan een smartphone (Kanne et.al.,
al., 2021). Verklaringen voor deze daling worden
2019). Voor sommige jongeren is het internet een
gezocht in een verhoogde beveiliging van de
soort ‘digital street’ geworden (Lane, 2019). Deze
openbare ruimten, strengere morele opvattingen
verandering in het vrijetijdspatroon lijkt nog wel
ten opzichte van risicogedrag en een verbeterde
het meest bij te dragen aan de daling in de
band met ouders en school (Berghuis & De Waard,
jeugdcriminaliteit (Van der Laan et al., 2020). Wel
2017; Van der Laan, Pleysier & Weerman, 2020).
komt de jeugd door het gamen in aanraking met
De toegenomen digitalisering van de
virtueel geweld en kan hierdoor ook verharding in
samenleving, online gaming, de opkomst van
het gedrag optreden. Daarnaast ontstaan ook
sociale media en de smartphone worden
vormen van online jeugdcriminaliteit waar politie
eveneens aangewezen als belangrijke
en justitie (nog) geen weet van heeft of geen grip
verklaringen voor de daling in de geregistreerde
op heeft.
jeugdcriminaliteit (Ferwerda et al., 2016; Van Ham & Ferwerda, 2016; Berghuis & De Waard, 2017;
De online contacten met leeftijdsgenoten zijn voor
Van der Laan et al., 2017; Van der Laan en
een deel van de jongeren een verlengstuk van de
Beerthuizen, 2018; Ferwerda, 2019; Van der laan
contacten die zij offline hebben (McCuddy, 2021),
et al., 2020; Weerman, 2017).
maar de onlinewereld voegt ook nieuwe contacten toe en maakt het voor jongeren
2.1
Daling jeugdcriminaliteit door digitalisering leefwereld
De hoeveelheid tijd die ongestructureerd wordt
makkelijker om in contact te komen met geestverwanten wereldwijd (Van der Laan et al., 2020).
doorgebracht met leeftijdgenoten in de publieke
De digitalisering (gaming, sociale media,
ruimte is gerelateerd aan een verhoogde kans op
smartphones) gaf jongeren meer mogelijkheden
het plegen van delicten (Osgood & Anderson,
om in sociale behoeften aan verbondenheid,
2004; Hoeben, 2016; Svensson & Oberwittler,
erkenning en waardering te voorzien, om een
2019). Door de digitalisering brengen jongeren
eigen identiteit en levensstijl te ontwikkelen en
minder tijd met vrienden op straat en in de
om zich te vermaken (Van der laan et al., 2020).
publieke ruimte door, en meer tijd thuis achter een
Veel immateriële motivatie voor
beeldscherm en online op sociale media
grensoverschrijdend gedrag viel door de
Sociale media en jeugdcriminaliteit
7
digitalisering weg. Grensoverschrijdend gedrag is minder nodig als middel om bij een groep te behoren, om status en waardering te krijgen of om spanning te beleven. De onlinewereld biedt alternatieven (Weerman, 2017).
2.1.1
Ernstige geweldsdelicten versus algehele jeugdcriminaliteit
2.1.2 Toename van online jeugdcriminaliteit Er blijft een categorie jongeren voor wie sociale media en smartphones onvoldoende vervanging zal bieden voor de verleiding en aantrekkingskracht van criminaliteit. Daarnaast heeft de digitalisering ook online criminaliteit vergemakkelijkt en gestimuleerd, en mogelijk
Zowel uit de geregistreerde jeugdcriminaliteit als
geleid tot een gedeeltelijke verschuiving van
uit zelfrapportage blijkt dat het aantal
offline naar online jeugdcriminaliteit (Weerman,
delinquente jongeren (van 12 t/m 23 jaar) vanaf
2017). Het fenomeen internet bubble kan er
2007 daalt, nadat er vanaf 2000 een behoorlijke
daarbij voor zorgen dat al aanwezige opvattingen
stijging is geweest. Tegelijkertijd blijft het aantal
en gedragingen verder worden versterkt (Roks et
jongvolwassen daders (18-23 jaar) van ernstige
al., 2022). De onlinewereld lijkt jongeren dus
delicten1 in de periode 2016 – 2021 min of meer
zowel positief als negatief te kunnen beïnvloeden
stabiel, nadat ook dit vanaf 2004 was gedaald.
(Van der Laan e.a., 2017; Weerman, 2017; Kuppens
Onder minderjarigen (12-18 jaar) is er in de
et al., 2021).
periode 2016 – 2021 zelfs sprake van een lichte toename (eveneens volgend op een daling vanaf
De online criminaliteit betreft bestaande
ca 2004). De stijging is vooral te zien in de G4.
criminaliteitsvormen, maar ook nieuwe vormen
Het is onduidelijk in hoeverre de stijging te maken
van criminaliteit en grensoverschrijdend gedrag
heeft met een daadwerkelijke stijging in ernstig
(NH-Samen Veilig, z.d.). Daarbij gaat het om zowel
geweld, of een grotere focus van de overheid op
gedigitaliseerde criminaliteit, zoals bedreiging of
deze delicten onder minderjarigen in de grote
fraude via sociale media en bepaalde apps, als om
steden. Voor 2022 rapporteert het OM een daling
meer of minder geavanceerde vormen van
van het aantal jeugdige verdachten van ernstig
cybercriminaliteit, zoals DDoS-aanvallen, hacken,
geweld. (Van der Laan et al., 2021, Tollenaar, et al,
ransomware en dergelijke.
2023, Beijers, et al, 2023). De problemen lijken het grootst onder de jeugdige veelplegers (Weijers
Een ander verschijnsel is dat de online en
et.al., 2010; Van Grinsven & Verwoest, 2017).
offlinewereld voor jongeren verworden zijn tot één fluïde leefwereld (NH-Samen Veilig, z.d.).
Het sociale mediagebruik van ernstige
Problematische jeugdgroepen en ‘gangs’
delinquenten kenmerkt zich erdoor dat zij graag
manifesteren zich naast offline ook online (Van
kijken naar mediacontent die aansluit bij hun
Hellemont, 2012; Van den Broek, 2013; Storrod &
deviante normen en waarden, ongeacht welk
Densley, 2017). Online conflicten en provocaties
medium (Vandebosch 2000). Zij kijken vooral
leiden regelmatig tot offline geweld tussen
naar actie-, politie- en gangsterfilms die status –
jongeren met ernstige en soms zelfs fatale
zoals geld, macht en dapperheid – bevestigen
gevolgen (Patton e.a., 2014; Irwin-Rogers &
(Vandebosch, 2000; 2001; Van Ommen 2018).
Pinkney, 2017).
Gedetineerden zijn ook geïnteresseerd in nieuws en juridische informatie (Moors et al., 2019).
Welke invloed deze nieuwe online context heeft op jeugdcriminaliteit, niet alleen in de online-, maar ook in de offlinewereld, en welke processen hierbij een rol spelen, is nog grotendeels een
1
8
Denk bij ernstige delicten aan (poging tot) moord, doodslag of zware mishandeling
Sociale media en jeugdcriminaliteit
braakliggend terrein voor criminologen
met de zelfrapportagegegevens (Van der Laan
(Weerman, 2019; Laan & Weerman, 2020).
e.a., 2016; Kuppens et al., 2021).
2.1.3 Omvang van het probleem
2.2
Online grensoverschrijdend gedrag blijkt vaker
Net als landelijk is ook in Rotterdam de
voor te komen dan men zou vermoeden. De
(geregistreerde) jeugdcriminaliteit de afgelopen
betrokkenheid bij online criminaliteit blijkt uit
jaren afgenomen (Kessels, 2023). Wel zien we dat
zelfrapportageonderzoek onder jongeren bijna
jongeren die wél over de schreef gaan steeds
net zo gewoon als het plegen van traditionele
gewelddadiger worden. In 2022 waren in
vormen van offline jeugdcriminaliteit, hoewel het
Rotterdam jongeren betrokken bij 181 zware
meestal gaat om relatief onschuldige vormen,
geweldsincidenten, zoals schietpartijen. In 2021
zoals inloggen zonder iemands toestemming (zie
waren dat er nog 117. Van alle verdachten van
Van der Laan & Beerthuizen, 2016). Uit
zwaar geweld - zoals aanslagen op huizen met
zelfrapportage in de Monitor Jeugdcriminaliteit
explosieven of automatische wapens en
blijkt dat 31% van de deelnemende jongeren in het
liquidaties was 44 procent in 2022 jonger dan 23
voorgaande jaar een online delict heeft gepleegd,
jaar (NOS, 2023).
De Rotterdamse situatie
variërend van het pesten van leeftijdsgenoten via internet tot online bedreiging, het verspreiden van
Zorgelijk is ook dat steeds meer jongeren in
seksueel getint beeldmateriaal en het inloggen op
Rotterdam worden geronseld voor allerlei vormen
een computer zonder toestemming. Ook
van criminaliteit. Opvallend is het toenemende
geavanceerdere online delicten, zoals het
aantal jongeren dat haventerreinen binnendringt
uitvoeren van DdoS-aanvallen en het verspreiden
op zoek naar cocaïne in zeecontainers. De
van virussen, kwamen voor (Van der Laan &
zogenaamde uithalers zijn regelmatig jonge
Goudriaan 2016). Ook uit andere onderzoeken
jongens, soms niet ouder dan 15 jaar (Gemeente
blijkt dat een groot deel van de jongeren
Rotterdam, 2022).
tegenwoordig ook delicten pleegt via het internet (Kerstens & Stol 2012; Holt & Bossler 2014; Zebel et al., 2014; Weerman, 2017). In 2017 geeft maar liefst 28,3% van de jongeren aan in de twaalf maanden voorafgaand aan de Monitor Zelfgerapporteerde Jeugdcriminaliteit een online delict te hebben gepleegd. Daarvan rapporteert 16,7% alleen cyberdelicten, 5,2% zegt alleen gedigitaliseerde delicten te plegen2 en 6,4% rapporteert zowel gedigitaliseerde als cyberdelicten (Rokven & Van der Laan, 2017). Maar de online jeugdcriminaliteit blijft grotendeels buiten beeld van de politie, blijkens het geringe aantal verdenkingen en vervolgingen onder jongeren voor online delicten in vergelijking
2
Ook het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel (CKM) ziet het aantal jonge slachtoffers van criminele uitbuiting toenemen in Rotterdam. Dit blijkt uit onderzoek onder 500 professionals, zoals wijkagenten en jongerenwerkers, waarvan bijna de helft aangeeft te hebben meegemaakt dat jongeren voor de criminaliteit werden geronseld (Leito et al, 2021). Binnen de jeugdcultuur in Rotterdam bestaan verschillende risicovolle elementen die crimineel gedrag versnellen. Een hiervan is het gebruik van sociale media, waarmee een nieuwe dimensie is ontstaan. De verheerlijking van geweld in de jeugdcultuur zorgt in een aantal gevallen voor een gevoel van onveiligheid in de Rotterdamse
Cybercriminaliteit betreft strafbare feiten die worden gepleegd via een ICT-middel én die gericht zijn op een ICT middel. Gedigitaliseerde criminaliteit zijn strafbare feiten waarbij gebruik gemaakt wordt van een ICT-middel (Veiligheidsnetwerk OostNederland, z.d.).
Sociale media en jeugdcriminaliteit
9
buurten en in de scholen (Gemeente Rotterdam, 2022).
2.3
Samengevat
In dit hoofdstuk hebben we gezien dat de landelijke (geregistreerde) jeugdcriminaliteit de afgelopen vijftien jaar is afgenomen. Wel blijft er een harde kern van ernstig delinquente jongeren. Ook in Rotterdam is er sprake van een daling in de jeugdcriminaliteit, maar zien we dat de harde kern in omvang toeneemt en steeds gewelddadiger wordt. Ook het aantal Rotterdamse jongeren dat verleid wordt door criminelen neemt toe. De onlinewereld lijkt jongeren zowel positief als negatief te kunnen beïnvloeden. Enerzijds worden de toegenomen digitalisering van de samenleving, online gaming en de opkomst van sociale media en de smartphone aangewezen als één van de belangrijke verklaringen voor de daling in de geregistreerde jeugdcriminaliteit. Sociale media en computergames hebben jongeren van de straat gehaald, wat de kans op delinquent gedrag verkleint. Verschillende positieve functies van sociale media en online activiteiten overlappen met de beloningen die zijn verbonden aan het plegen van jeugdcriminaliteit. Vaak gaat het om sociale en immateriële beloningen: het gevoel van erkenning, autonomie, competentie en verbondenheid. Delinquent gedrag is voor sommige jongeren hierdoor wellicht minder nodig als middel om ergens bij te horen, als manier om grenzen te verkennen, om status en waardering te krijgen en om wat te beleven. De onlinewereld biedt alternatieven.
Anderzijds heeft de digitalisering ook online criminaliteit vergemakkelijkt en gestimuleerd, en mogelijk geleid tot een gedeeltelijke verschuiving van offline naar online jeugdcriminaliteit. Online criminaliteit - variërend van het pesten van leeftijdsgenoten via internet tot online bedreiging en het verspreiden van seksueel getint beeldmateriaal tot verheerlijking van geweld – komt veel voor onder jongeren, maar blijft grotendeels buiten beeld van de politie.
10
Sociale media en jeugdcriminaliteit
3 Het belang van sociale media voor jongeren. Uit gegevens van het CBS blijkt dat jongeren tussen de 15 en 23 jaar in Nederland gemiddeld drie uur per dag op sociale media doorbrengen (CBS, 2018; 2019). De populairste platforms onder jongeren in deze leeftijdscategorie zijn in 2021: Snapchat3, Instagram, Whatsapp, TikTok en Youtube (Moors et al., 2019; Van der Veer et al., 2021; EMM, 2023). Maar jongeren zijn ook actief op Telegram, Keek en (in mindere mate) op Facebook (Moors et al., 2019; Roks & Van den Broek, 2017; 2020). Wat maakt sociale media zo aantrekkelijk voor jongeren? Daar gaat dit hoofdstuk over. De literatuur geeft verschillende redenen waarom sociale media aantrekkelijk én belangrijk zijn voor jongeren, waaronder de rol bij de socialisatie en identiteitsvorming, de vorming van sociale relaties, de autonomie en vrijheid die jongeren online ervaren, vermaak en het grotere publiek dat jongeren op sociale media hebben.
3.1
Socialisatie en identiteitsvorming
Sociale media zijn een belangrijke bron geworden voor socialisatie. Ze bieden kansen die aansluiten bij de levensfase van jongeren, zoals: exploratie, zelfexpressie en identiteitsvorming (Veldhuis et al., 2020). Jongeren tussen de 15 en 23 jaar zijn volop bezig met het ontwikkelen van hun persoonlijke identiteit. Sociale media bieden gebruikers bijna onbegrensde mogelijkheden om te exploreren, wat een belangrijk proces is bij de identiteitsvorming (NH-Samen Veilig, z.d.). Het is een sociale omgeving waarin jongeren het gedrag van anderen kunnen observeren en mogelijk imiteren (NH-Samen Veilig, z.d.). Via sociale media kunnen jongeren experimenteren met verschillende identiteiten (NH-Samen Veilig, z.d.). De onlinewereld geeft jongeren zichtbaarheid, maar ook veranderbaarheid (Valkenburg, 2014; Bucher & Helmond, 2017). Jongeren maken hun identiteit en de kenmerken die daarbij horen kenbaar via berichten op sociale media. Het gaat hierbij om zowel basale als persoonlijke zaken, waaronder interesses, meningen en gevoelens. Zij
3
Met Snapchat kunnen gebruikers beeldmateriaal en berichten met elkaar delen. De berichten zijn enkele seconden zichtbaar en verdwijnen daarna van het scherm. Het beeldmateriaal en de berichten zijn daarna niet terug te vinden op de telefoon van de zender of de ontvanger.
Sociale media en jeugdcriminaliteit
11
kunnen hun gedachten, gevoelens en ideeën uiten
interesses met elkaar te delen. Daarnaast worden
(NH-Samen Veilig, z.d.). En zij kunnen
ook meer persoonlijke (liefdes)relaties
belevenissen en gebeurtenissen met elkaar delen
opgebouwd en publiek kenbaar gemaakt. Ook
via het plaatsen van content zoals blogs, foto’s en
worden via sociale media zakelijke relaties gelegd
video’s (Kietzmann et al., 2011). Jongeren kunnen
en opgebouwd (Kietzmann et al., 2011). Door de
zich kortom naar eigen wens presenteren
opbouw van relaties en deelname aan groepen
(Kietzmann et al., 2011). Zij kunnen via sociale
hebben jongeren het gevoel ergens bij te horen en
media ook een reputatie, populariteit en status
ontvangen en geven zij erkenning en waardering
verkrijgen, wat bijvoorbeeld af te lezen is aan het
aan elkaar.
aantal likes, views, retweets, volgers en beoordelingen (Kietzmann et al., 2011). De
3.3
erkenning en waardering die jongeren online
Sociale media zijn in de eerste plaats altijd
ontvangen, draagt bij aan de vorming van het
bereikbaar, 24 uur per dag. Ook is er geen toezicht
zelfvertrouwen (Valkenburg 2014; Weerman,
van de overheid, politie, professionals of ouders
2017).
en verzorgers (NH-Samen Veilig, z.d.). Jongeren
Jongeren vinden de waardering en erkenning die zij via sociale media ontvangen erg belangrijk (Kloosterman & Van Beuningen 2015). In een recent CBS-onderzoek naar sociale mediagebruik geeft ongeveer de helft van de ondervraagde jongeren aan een goed gevoel te krijgen als anderen posts van hen liken, retweeten of delen, en als ze veel contacten hebben op sociale media (Kloosterman & Van Beuningen; Kietzmann et al., 2011). Sociale media vervullen dus allerlei sociale en psychologische functies die, in het bijzonder
Autonomie, vrijheid en vermaak
ervaren op sociale media vrijheid en regie over hun eigen activiteiten. Zij bepalen zelf met wie, wanneer en hoe ze communiceren (NH-Samen Veilig, z.d.; Subrahmanyam & Šmahel, 2011; Veldhuis et al., 2020; Tielens, 2021). Dit maakt het gebruik van sociale media extra aantrekkelijk. Bovendien kunnen jongeren ook anoniem aanwezig zijn op sociale media (NH-Samen Veilig, z.d.). Niet in de minste plaats biedt sociale media jongeren een platform voor vermaak.
3.4
Sociale media geeft een groter publiek
tijdens de adolescentiefase, interessant en
De fysieke straat fungeerde lange tijd als primaire
aantrekkelijk zijn en bijdragen aan de socialisatie
podium voor individuele en collectieve
en identiteitsvorming. Sociale media zijn voor
performances. Het publiek bestond daarbij
jongeren een plek waar zij zowel hun eigen
voornamelijk uit andere deelnemers uit de sociale
identiteit mee vorm kunnen geven als kenbaar
omgeving. Sociale media geven een veel groter
kunnen maken (Weerman, 2017).
publiek voor alle uitingen. Ook wanneer het gaat om online uitingen van straat- en gangculturen
3.2
12
Sociale relaties
(NH-Samen Veilig, z.d.; Van Hellemont, 2012,
Communiceren met leeftijdgenoten is een
2015; Pyrooz, Decker & Moule, 2015; Roks, 2016,
belangrijke functie van sociale media (Kietzmann
2017; Storrod & Densley, 2016; Roks & Van den
et al., 2011). Jongeren communiceren via sociale
Broek, 2017; 2020). Bij deze uitingen ligt het
media met hun offline vrienden, maar zijn ook
accent echter meer op het benadrukken van het
toegankelijk en bereikbaar voor jongeren buiten
deviante of het criminele dan het meer
hun offline vriendenkring (Valkenburg 2014;
alledaagse. Zo kregen onderzoekers (Roks & Van
Bucher & Helmond 2017). Zij hebben op sociale
den Broek, 2017; 2020) de indruk dat de jongeren
media interactie met andere jongeren en bouwen
uit Spangen proberen om online zo crimineel of
relaties op (NH-Samen Veilig, z.d.). Zij vormen
delinquent mogelijk over te komen. Jongeren
groepen om gezamenlijke doelen te bereiken of
suggereren online een criminele betrokkenheid
Sociale media en jeugdcriminaliteit
die zich aanzienlijk hoog op het ‘street cultural spectrum’ bevindt (Ilan, 2015). Echter in werkelijkheid gaat het om het imago dat de jongeren zichzelf willen aanmeten, ofwel hoe zij door anderen gezien willen worden. Het lijkt er dus op dat jongeren online een straatidentiteit construeren en cultiveren, op een veilige afstand van de daadwerkelijke straten. Echter kan het online imago wel leiden tot confrontaties in de offline wereld waar zij worden uitgedaagd tot navolging van de online geconstrueerde identiteit (Pyrooz et al., 2015). De grotere exposure van de gepopulariseerde straatcultuur via sociale media heeft als nadeel dat deze doorsijpelt naar een breder jeugdpubliek. Het kan mogelijk onderdeel gaan uitmaken van meer conventionele jeugdculturen en de populaire cultuur meer in het algemeen (Roks & Van den Broek, 2017; 2020).
3.5
Samengevat
In dit hoofdstuk hebben we gezien dat jongeren een aanzienlijk deel van hun vrijetijd aan sociale media besteden (gemiddeld drie uur per dag) en sociale media aantrekkelijk en belangrijk zijn voor jongeren. Er zijn meerdere redenen waarom sociale media aantrekkelijk én belangrijk zijn voor jongeren, waaronder de rol bij de socialisatie en identiteitsvorming, de vorming van sociale relaties, de autonomie en vrijheid die jongeren online ervaren, vermaak en het grotere publiek dat jongeren op sociale media hebben.
Sociale media en jeugdcriminaliteit
13
4 Risico’s van sociale media. Sociale media brengen ook risico’s en problemen
Hoe vaker jongeren online en/of offline in
met zich mee (McCuddy & Vogel, 2015; Weerman,
aanraking komen met grensoverschrijdend
2019). Volgens Valkenburg (2014) veroorzaken
gedrag, hoe normaler dit gedrag lijkt en hoe groter
sociale media bij een minderheid van de jongeren
de kans dat zij dit gedrag ook gaan vertonen.
negatieve gevoelens: gevoelens van eenzaamheid
Algoritmes op het internet dragen eraan bij dat
worden vergroot en negatieve online-ervaringen
jongeren al snel in een bubble van gelijkgestemde
doen afbreuk aan hun zelfwaardering. De
inhoud op sociale media komen, waardoor er
literatuur noemt daarnaast andere risico’s,
meer kans op normalisatie ontstaat.
waaronder compulsief internet- of sociale mediagebruik en gameverslaving (O’Keeffe &
Een bekend verschijnsel zijn
Clarke-Pearson 2011; Kerstens & Stol 2012;
grensoverschrijdende jeugdgroepen en gangs die
Valkenburg, 2014; Schoenmakers et al. 2015). Met
zich online manifesteren. Zij associëren zich met
betrekking tot criminaliteit gaat de literatuur in op
criminele activiteiten en presenteren zich online
normalisering van grensoverschrijdend gedrag,
met luxe en geld. Hiermee creëren zij een
het kopiëren van crimineel gedrag, facilitering van
succesvol imago (De Jong, 2007; Van den Broek,
fysiek geweld en werving van jongeren voor
2013; Weerman, 2019). Daarnaast presenteren zij
criminaliteit.
zich met wapens, waarmee zij zich een gewelddadig imago aanmeten. Het gaat
4.1
Normalisering van
overigens vaak niet om een betrouwbare
grensoverschrijdend gedrag
afspiegeling van de werkelijkheid, maar een
De anonimiteit, het gebrek aan toezicht (waar jongeren erg blij mee zijn) en het ontbreken van negatieve consequenties, maken het internet interessant voor jongeren om grensoverschrijdend gedrag te vertonen (NHSamen Veilig, z.d.). Uitingen van grensoverschrijdende gedraging en attitudes bereiken online meer publiek dan offline, waar het publiek begrensd wordt door de geografische grenzen van de buurt, school en de straat (McCuddy & Vogel, 2015; Weerman, 2019).
14
impressie van de straatcultuur, identiteit en het imago zoals de jongeren gezien willen worden (De Jong, 2007; Roks & Van den Broek, 2017). Het succesvolle, (status)rijke imago van deze jongeren op sociale media heeft een grote aantrekkingskracht (Roks & Van den Broek, 2017; Weerman, 2019). Dit is terug te zien aan de doorwerking van dit imago bij jongeren die geen onderdeel uitmaken van jeugdgroepen of gangs, maar zich een soortgelijk imago aanmeten, door eveneens online te poseren met geld, wapens en
Sociale media en jeugdcriminaliteit
luxeartikelen (Roks & Van den Broek, 2017; Weerman, 2019).
4.3
Werving van jongeren voor criminaliteit
Media hebben invloed op normalisering van
Onder de werving van jongeren kunnen we twee
grensoverschrijdend gedrag. Een misdaad is pas
soorten werving scharen. Een eerste soort is dat
een misdaad als er een juridische grondslag voor
jongeren worden geworven als afnemers van
is én als mensen die (h)erkennen. Media dragen
illegale producten. De anonimiteit en het gebrek
eraan bij dat gedragingen na verloop van jaren,
aan toezicht maken het internet aantrekkelijk
niet meer crimineel gevonden worden, of minder
voor criminelen. Zij kunnen traditionele criminele
strafbaar. De grenzen van wat toelaatbaar is
gedragingen makkelijker, sneller en anoniemer
verschuiven (Carrabine 2008; Jewkes 2010;
uitvoeren en bovendien een veel groter publiek
Moors et al., 2019).
bereiken. We kunnen hierbij denken aan illegale drugs- en wapenhandel en bijvoorbeeld
Normalisering vindt niet alleen plaats door de
cyberviolence (Kerstens & Veenstra, 2013; Van
onlinewereld. De offline omgeving waar de
der Bruggen, 2015).
betreffende jongere woont of zich veel begeeft speelt eveneens een rol. Kemp et al. (2019)
Een tweede soort werving is gericht op jongeren
benoemen specifiek de aanwezigheid van
voor het uitvoeren van criminele activiteiten.
criminele rolmodellen in de omgeving, het wonen
Criminelen kunnen via sociale media makkelijker
in een buurt waar georganiseerde groepen
en grootschaliger jongeren benaderen om
opereren als risicofactoren. Hoe meer een
criminele activiteiten voor hen uit te voeren (NH-
persoon in aanraking komt met georganiseerde
Samen Veilig, z.d.; McCuddy & Vogel, 2015;
criminaliteit, hoe groter de neiging om eraan deel
Weerman, 2019). Criminelen richten zich bij de
te nemen (Kemp et al., 2019).
werving vooral op kwetsbare jongeren.
4.2
De literatuur beschrijft een aantal risicofactoren
Facilitering van offline geweld
Sociale media blijken ook fysiek geweld te faciliteren. Online interactie dat uitloopt op geweld of dreiging met geweld, leidt tot geweld in de fysieke wereld (Patton et al., 2014; IrwinRogers & Pinkney, 2017; Peterson & Densley, 2017). Het kan gaan om geweld tussen individuele jongeren, maar het kan ook groepsgeweld betreffen, zoals opstanden en rellen van jongeren tegen de overheid. We kunnen bijvoorbeeld denken aan de rellen rondom de avondklok (De Gelderlander, 2020). Ook worden vechtpartijen tussen groepen jongeren online gepland. Na een vechtpartij wordt ook beeldmateriaal en commentaar rondom de vechtpartij via sociale media gedeeld (Patton et al., 2014; De Gelderlander, 2020).
bij jongeren voor de werving door criminelen. Deze risicofactoren gelden mogelijk ook voor de online wereld. Bijvoorbeeld jongeren die te maken hebben met sociale marginalisering of jongeren die geen positieve toekomstverwachtingen hebben (Calderoni et al., 2020; Servaas et al., 2021). Ook zijn een laag opleidingsniveau, problemen op school en voortijdig schoolverlaten in combinatie met drugsgebruik en vrienden met een negatieve invloed belangrijke risicofactoren (Calderoni et al., 2020; De Boer et al., 2022). Het lidmaatschap van een criminele groep kan personen het gevoel geven ergens bij te horen, het geeft een sociale identiteit (Calderoni et al., 2020; De Boer et al., 2022). De literatuur noemt ook beschermingsfactoren, die mogelijk ook gelden voor de online wereld. De juiste sociale banden en sociale omgeving zijn van groot belang. Zo kunnen personen die (van dichtbij) de destructieve kant van een crimineel leven hebben gezien en daarop hebben kunnen
Sociale media en jeugdcriminaliteit
15
reflecteren, wervingsactiviteiten beter weerstaan
Daarnaast bieden sociale media niet alleen
(Adjiembaks, 2018). Ook de aanwezigheid van
mogelijkheden voor bestaande
positieve rolmodellen en betekenisvolle,
criminaliteitsvormen, maar ook voor nieuwe, zoals
steunende derden die waarde hechten aan
vormen van fraude en oplichting en vormen van
schoolprestaties is een beschermingsfactor
seksueel overschrijdend gedrag.
(Adjiembaks, 2018). Het helpt ook wanneer jongeren zien dat het financieel gewin tegenvalt.
Risicofactoren bij jongeren voor de werving door
De afwezigheid van schulden en het hebben van
criminelen zijn sociale marginalisering, het
een baan zijn eveneens beschermingsfactoren.
ontbreken van positieve toekomstverwachtingen,
Erkenning van talenten en succeservaringen is
een laag opleidingsniveau, problemen op school
een bron van veerkracht (Van Koppen et al., 2017).
en voortijdig schoolverlaten in combinatie met drugsgebruik en vrienden met een negatieve
4.4 Kopiëren van offline crimineel gedrag Media-uitingen van jongeren over criminele gedragingen krijgen dikwijls de status van voorbeeldgedrag. Andere jongeren raken door
invloed. Als beschermingsfactoren zijn vooral de juiste sociale banden en sociale omgeving van belang. Maar ook de afwezigheid van schulden, het hebben van een baan, erkenning van talenten en succeservaringen zijn beschermende factoren.
deze media-uitingen geïnspireerd om het gedrag te kopiëren. Bos et al. (2011) geeft een opsomming van criminele gedragingen die door andere jongeren gekopieerd zijn. Bijvoorbeeld de stoeptegels die vanaf viaducten op auto’s of tegen treinen werden gegooid; brandstichting in meer dan 8000 auto’s in 2016 en 2017. Daarnaast worden criminele gedragingen gefaket. Dit zien we terug bij bijvoorbeeld de valse bommeldingen op scholen in 2017 (Bos et al., 2011).
4.5
Ontstaan van nieuwe criminaliteitsvormen
Sociale media bieden niet alleen mogelijkheden voor bestaande criminaliteitsvormen, maar ook voor nieuwe, zoals vormen van fraude en oplichting en vormen van seksueel overschrijdend gedrag, waaronder sexting en exposing (NHSamen Veilig, z.d.; Van Ouytsel et al., 2017; Roks & Monshouwer, 2020; Tielens, 2021).
4.6 Samengevat In dit hoofdstuk zijn we ingegaan op de risico’s en problemen die sociale media met zich meebrengen. Met betrekking tot criminaliteit zijn deze risico’s onder meer de normalisering van grensoverschrijdend gedrag, het kopiëren van crimineel gedrag, facilitering van fysiek geweld en werving van jongeren voor criminaliteit.
16
Sociale media en jeugdcriminaliteit
5 Wapenbezit en geweld. In dit hoofdstuk beschrijven we de beschikbare
Risicogroepen: Bij wapenhandel worden
informatie uit literatuur over wapenhandel,
voornamelijk jongens en mannen benaderd.
wapenbezit en wapengeweld in relatie tot sociale
Meisjes en vrouwen komen content met wapens
media. Daarnaast vormt de drillrapscene een
(bijna) niet op hun sociale media tegen (Tielens,
aparte categorie in dit hoofdstuk. Ook het showen
2021). Ook wapenbezit komt ook vaker voor onder
met wapens en luxe artikelen op sociale media
jongens. Uit recent onderzoek blijkt dat
wordt in dit hoofdstuk behandeld.
wapenbezit ruim tweeënhalf keer vaker voorkomt bij jongens dan bij meisjes (4.6% versus 1.7%)
5.1
Wapenhandel
Beschrijving: Wapens van alle soorten en maten
(Roks et al., 2022).
worden op sociale media te koop aangeboden,
5.2
Wapenbezit
zoals steekwapens, pepperspray, revolvers en
Roks et al. (2022) deden onderzoek naar
geweren (Roks & Monshouwer, 2020).
wapenbezit en wapengedrag onder Rotterdamse
Wapenhandel leidt tot wapenbezit.
jongeren. De meerderheid van de Rotterdamse leerlingen heeft niets met wapens te maken en is
Werkwijze en gebruikte media: Voor wapens en
zich bewust van de negatieve consequenties.
geweld lijkt sociale media te fungeren als een
Circa éen op de vijf (20%) jongeren uit het
katalysator (Roks et al., 2022). Jongeren hoeven
onderzoek van Roks et al. (2022) heeft een wapen
online niet op zoek te zijn naar wapens om ze
gehad, gedragen of gebruikt gedurende de
aangeboden te krijgen. Wapenhandel komt zowel
periode van het onderzoek. Een kleine groep
op Snapchat als op Telegram voor, maar met
jongeren bezit wapens, maar draagt deze niet bij
name op Telegram (Roks & Monshouwer, 2020).
zich.
Op Snapchat benadert de handelaar jongeren via een persoonlijk bericht of post hij/zij een
Werkwijze en gebruikte media: Zie paragraaf
advertentie. Op Telegram zijn er groepen voor
over wapengebruik.
wapenhandel waar iedereen lid van kan worden (Tielens, 2021). De anonimiteit op Telegram
Risicogroepen en motieven: Jongeren die
maakt dit platform voor jongeren die op zoek zijn
wapens dragen zijn vaker dan andere jongeren
naar wapens erg interessant (Roks et al., 2022).
recent slachtoffer geweest van geweld. Zij zijn impulsiever, hebben een grotere vriendengroep (on- en offline) en behoren vaker bij
Sociale media en jeugdcriminaliteit
17
jeugdgroepen. Ruim een derde van deze jongeren
Werkwijze en gebruikte media: Snapchat,
ziet en hoort vaker over wapens via vrienden
Instagram en YouTube zijn belangrijke media
(Roks et al., 2022). Zij hebben een grotere
waarop wapenbezit kenbaar wordt gemaakt,
acceptatie van wapengebruik en geweld en
gewelddadige berichten worden gedeeld, drillrap
voelen zich minder gebonden aan regels. In hun
wordt gedeeld en jongeren elkaar uitdagen. Deze
thuissituatie ervaren zij vaker dat de eindjes aan
sociale media vormen (evenals de straat) een
elkaar moeten worden geknoopt. Het lijkt om
omgeving waar conflicten tussen jongeren
jongeren te gaan die meer gericht zijn op vrienden
ontstaan, bijvoorbeeld door elkaar uit te dagen en
buiten hun school, gebruik van wapens en geweld
te bedreigen.
relatief acceptabel vinden en een minder welvarende achtergrond hebben dan gemiddeld
Een belangrijke functie van sociale media in dit
(Roks et al., 2022).
verband, is dat jongeren in beeld krijgen wie in hun leefomgeving een wapen bezit, waardoor ze
Jongeren geven over het algemeen twee
hun contacten, vriendschapsrelaties en
voorname motieven om een wapen te dragen. Het
uitgaansgelegenheden kunnen navigeren.
eerste motief is angst voor criminaliteit. Jongeren
Afhankelijk van de online verkregen informatie
die wapens dragen geven aan dat zij dit doen
over wapenbezit, kunnen zij ervoor kiezen om met
omdat zij zich onveilig en bedreigd voelen. Het
deze jongeren al dan niet om te gaan (Roks et al.,
dragen van een wapen dient dan als
2022). Zowel jongens als meisjes volgen
zelfbescherming en geeft een gevoel van
specifieke sociale media-pagina’s om op de
veiligheid (Roks et al, 2022). Dit staat lijnrecht
hoogte te blijven van wat er in de stad gebeurt
tegenover het feit dat een toename van wapens
met betrekking tot wapens en geweld. Zo kunnen
op straat het buitenleven juist onveiliger maakt
zij een keuze maken wat de plaatsen betreft die zij
(Snippe et al., 2021). Het tweede motief is dat het
bezoeken of juist willen vermijden
dragen van een wapen status oplevert onder bepaalde straatculturen (Lemos, 2004; Weerman et al, 2022). Daarnaast noemt de literatuur andere oorzaken, zoals directe en indirecte ervaringen met geweld (Roks & Van den Broek, 2020; Snippe et al., 2021).
5.3
Wapengebruik
Beschrijving: Een andere manier waarop jongeren met wapens in contact komen is door dreiging met het gebruik ervan bij conflicten. Deze conflicten kunnen zowel online als offline starten of uit de hand lopen. Ook de dreiging met het gebruik van wapens kan zowel online als offline plaatsvinden. Op sociale media lijken conflicten sneller uit de hand te lopen dan offline. Online provocaties en bedreigingen kunnen leiden tot offline geweld (Peterson & Densley, 2017). Omgekeerd worden fysieke confrontaties gefilmd en online gedeeld (Roks en Van den Broek, 2020; Roks et al., 2022).
18
Risicogroepen en -motieven: Roks en anderen (2022) deden onderzoek onder Rotterdamse jongeren naar ‘wapengedrag’. Een kleine groep jongeren uit het onderzoek heeft wapens gedragen én gebruikt. Wanneer jongeren online vaak in contact komen met geweld en wapengebruik, vindt er zowel voor direct betrokkenen als voor getuigen een normalisering van (wapen)geweld plaats, waardoor het voor jongeren acceptabeler wordt of zelfs gewenst kan worden om ook zelf wapens te dragen of te gebruiken. Dit geldt met name voor jongeren die gevoelig zijn voor groepsdruk en jongeren met een verhoogd risico op probleemgedrag (Roks et al., 2022). Daarnaast lopen jongeren die online een gewelddadig beeld van zichzelf hebben neergezet het gevaar dat ze dat ze offline worden uitgedaagd om zich te bewijzen (Roks & Van den Broek, 2020). Onder jongeren die werkelijk wapens hebben gebruikt blijkt sprake te zijn van meer online
Sociale media en jeugdcriminaliteit
observatie van wapens. Door blootstelling aan
ook gangbaar in drillrapvideo’s, waarmee
criminele en grensoverschrijdende gedragingen
jongeren hun straatidentiteit uiten en het harde
en attitudes, online en/of offline, lopen jongeren
leven in achterstandsbuurten uitvergroten (Roks,
het risico om af te glijden richting de criminaliteit,
2020).
deviant gedrag te vertonen of er slachtoffer van te worden. Met name risicojongeren van 15 tot 23
Risicogroepen: Hoewel wapenbezit ook onder
jaar hebben een verhoogde kwetsbaarheid en
meisjes voorkomt, lijkt het showen van wapens
komen volgens de literatuur en berichten uit de
gedrag te zijn dat nagenoeg alleen onder jongens
media vaker in aanraking met vormen van
voorkomt (Roks et al., 2022).
criminaliteit, geweld en seksueel overschrijdend gedrag. We kunnen hierbij denken aan drugshandel, showen met crimineel verkregen geld, online vormen van fraude en oplichting, vechtpartijen, verbaal geweld, sexting en exposing (Tielens, 2021).
Motieven: Jongeren zien vaak beeldmateriaal van leeftijdgenoten met wapens. Sommigen onder hen ambiëren een soortgelijk imago als de jongeren op dit beeldmateriaal. Jongeren geven aan dat zij status kunnen verwerven met het posten van vechtpartijen op Instagram. Er zijn
Jongeren die wapens gebruiken ervaren thuis
speciale accounts waarop zij het beeldmateriaal
meer financiële krapte en hebben vaker te maken
van vechtpartijen kunnen delen (Moors et al.,
met een problematische opvoedingssituatie. Ze
2019).
zijn veel meer gericht op de wereld buiten school, zien meer wapens online, horen vaker bij een problematische jeugdgroep en gebruiken relatief vaak drugs. Zij hebben ook een veel sterkere acceptatie van wapens en geweld, staan vijandiger tegenover de politie en hebben vaker recent geweld ervaren (Roks et al., 2022). De redenen die deze jongeren aangeven zijn defensief, expressief en instrumenteel van aard, zoals het tonen ervan en het gebruiken om dingen af te pakken van anderen en anderen te bedreigen (Roks et al., 2022).
Sommige High Impact Crime delictplegers betitelen het delen van beeldmateriaal van vechtpartijen daarentegen als ‘zielig’ of ‘dom’. Uit eigen ervaring geven zij aan dat het enerzijds wel status oplevert, maar dat je anderzijds daarmee bewijsmateriaal online plaatst. Deze ervaren jongeren maken een afweging tussen status en verhoogde pakkans, waarbij de balans eerder schiet naar pakkansreductie (Moors et al., 2019).
5.5
Drillrap
Beschrijving: Drillrap is een muziekstijl die
5.4
Showen met wapens
Beschrijving: Op sociale media wordt met wapens geshowd. Zo zien jongeren online regelmatig andere jongeren die steek- en vuurwapens tonen. Jongens plaatsen beeldmateriaal op sociale media waarop zij pronken met wapens of stoer gedrag tonen met wapens in hun handen.
Werkwijze en gebruikte media: De media waar jongens pronken met wapens zijn vooral Snapchat, Instagram en YouTube. Jongeren plaatsen hierop stories en beeldmateriaal (Tielens, 2021). Getoonde wapens zijn messen, machetes en vuurwapens. Dit soort uitingen zijn
Sociale media en jeugdcriminaliteit
ontstond in de Verenigde Staten. Jongeren in steden als New York en Chicago rapten over het geweld, de armoede en racisme. ‘Drill’ verwijst naar het geluid van vuurwapens dat in deze steden dagelijkse kost was. Via Groot-Brittannië kwam de drillrap in Nederland en ook in Rotterdam terecht. Uit onderzoek naar de drillrapcultuur in Rotterdam blijkt dat sociale media lijken te fungeren als katalysator voor conflicten tussen rivaliserende (groepen) jongeren (Roks en Van den Broek, 2020). In dit kader spelen de sociale media verschillende functies. Een eerste functie is de zelfpresentatie. Jongeren presenteren zich op
19
sociale media op een gewelddadige manier,
geheel geen onderdeel uitmaken van een
eventueel met wapens. Crimineel en gewelddadig
jongerengroep (Van Hellemont, 2012; Storrod &
gedrag en het gebruik van wapens worden in de
Densley, 2017; Van den Broek, 2013).
clips verheerlijkt. Drillrap beïnvloedt kijkers daarmee in hun gedrag (Snippe et al., 2021). De
De rol van drillrap en drillrappers is uitvoerig
gewelddadige presentaties dragen ook wel bij
beschreven door Roks en Van den Broek (2020).
aan online ruzies die hun weg naar de
Uit dit onderzoek bleek geen directe relatie tussen
offlinewereld vinden. Uit het onderzoek van Roks
verschillende steekincidenten in Rotterdam en
en Van den Broek (2020) blijkt overigens dat
drillrap(pers). Drillrap en drillrappers hebben
jongeren die zich online gewelddadig uiten, zich
mogelijk wel bijgedragen aan de populariteit van
offline veel minder gewelddadig gedragen.
wapens onder jongeren, maar ook die rol lijkt enorm af te nemen. Jongeren vinden dat het ‘uit
Een tweede functie waarvoor jongeren sociale
de mode raakt’ (Roks et al., 2022). Ook blijkt dat
media gebruiken is het beledigen, uitdagen en
drill(rap) geen noemenswaardige rol speelt als
bedreigen van rivaliserende groepen, ook door
aanleiding van steekwapengebruik (Roks et al.,
wapens in beeld te brengen. Zo sturen jongeren
2022).
elkaar foto’s of video’s waarop zij met steek- of vuurwapens te zien zijn om anderen schrik aan te
Het risico dat drillrappers wel lopen is dat niet alle
jagen of uit te dagen. Dit betekent overigens niet
jongeren door hun online gangsterimago heen
dat rivaliserende groepen elkaar bij offline
kunnen kijken. Hierdoor kunnen deze jongeren
confrontaties meteen steken of neerschieten. Het
offline ook wel door andere jongeren worden
gebeurt vaker dat een rivaal (zonder wapens)
uitgedaagd, wat mogelijk een groter
wordt aangepakt en dat dit wordt gefilmd en
geweldsrisico voor deze jongeren betekent (Roks
online wordt gedeeld (Roks et al., 2022).
et al., 2022).
Uit politieregistraties blijkt de rol van sociale
Sociale media worden ook gebruikt voor meer
media in de gevallen van steekwapengebruik
gerichte bedreigingen, eventueel gepaard met
zeker relevant. Uit politieregistraties blijkt dat
beeldmateriaal waarop wapens te zien zijn (Roks
conflicten soms online (lijken te) beginnen en
et al., 2022). Ook uit het onderzoek van Roks en
offline hun vervolg krijgen. Ook blijkt uit de
Van den Broek (2020) blijkt dat conflicten soms
registraties dat fysieke confrontaties tussen
online lijken te beginnen en offline hun beslag
jongeren werden gefilmd en online werden
krijgen.
verspreid (Roks et al., 2022).
5.6
Showen met luxe artikelen
Werkwijze en sociale media: Drillrappers
Beschrijving: Deze categorie betreft geen
plaatsen hun filmpjes veelal op YouTube. Hun
criminaliteit, maar het showen met luxe artikelen
interacties op platformen als Snapchat, Whatsapp
die zijn verkregen uit crimineel geld. Door luxe
en Instagram leiden geregeld tot online ruzies die
producten in beeld te brengen, meten jongeren
zowel online als offline enorm kunnen escaleren.
zich een financieel zeer welvarend imago aan
De drillrapcultuur wordt al snel gelinkt aan jeugdcriminaliteit en geweld. Echter is het nog de
(Veblen, 2017; Goverts en Roks, 2020; Ilan, 2020; Roks & Van den Broek, 2020).
vraag in hoeverre deze link één-op-één gemaakt
Werkwijze en gebruikte media: Op Snapchat en
kan worden, aangezien de drillrap voor de ene
Instagram komen veel foto’s voor van jongeren
jongere een pose is en voor de ander een echte
met grote stapels geld, dure auto’s, merkkleding,
identiteit (Ilan, 2020). Ook zijn er jongeren die
sieraden en andere dure artikelen (Tielens, 2021).
zich online een gangster-imago aanmeten, maar
20
Sociale media en jeugdcriminaliteit
Dit zien we ook terug in drillrap-opnamen op
verwachting lastiger te overtuigen (Snippe et al.
YouTube (Irwin-Rogers et al., 2018; Ilan, 2020).
2021).
Motieven: Het online showen met luxe, weelde en
Campagnes zijn een manier om te investeren in
geld (afkomstig uit criminele activiteiten) geeft de
bewustwording. Volgens de literatuur dienen
impressie van succes en er wordt status aan
campagnes bij voorkeur gericht te worden op de
verbonden. Het is niet zozeer een getrouwe
meest risicovolle jongeren. Dit zijn jongeren die
afspiegeling van de werkelijkheid, maar een
wapengebruik acceptabel vinden, reeds wapens
performance die een impressie geeft van de
hebben gebruikt en/of al betrokken zijn geweest
straatcultuur, identiteit en imago. Het beeld van
bij geweldsincidenten. De campagnes moeten wel
succes, rijkdom en status dat op sociale media
aansluiten bij de leefwereld van de jongeren,
wordt geschetst heeft een grote
bijvoorbeeld door jongeren in de campagnes een
aantrekkingskracht op jongeren (Tielens, 2021).
rol te geven (Tielens, 2021; Roks et al., 2022).
5.7
Mogelijkheden voor preventie
Op het gebied van wapengeweld noemt de
5.7.1.2
Wegnemen onveiligheidsgevoelens
Hoe meer wapens er in omloop zijn, hoe onveiliger de straat is en hoe meer jongeren mogelijk
literatuur meerdere mogelijkheden voor
geneigd zijn om een wapen in bezit te hebben of
preventie. Zo worden kluiscontroles op scholen
bij zich te dragen. Om deze cyclus te doorbreken
aanbevolen, wapencontroles in de horeca en
is investering nodig in het wegnemen van het
preventief fouilleren in openbare ruimten. Ook
ervaren onveiligheidsgevoel (Snippe et al., 2021).
zou het contact tussen politie, gemeente en
Jongeren die een wapen dragen uit
horecabedrijven versterkt moeten worden voor de
zelfverdediging, blijven een wapen dragen zolang
preventieve aanpak van offline wapengeweld
zij geloven dat hun (vermeende) tegenstanders
(Snippe et al., 2021). Daarnaast worden
een wapen op zak hebben. De ervaren veiligheid
investeringen genoemd in de mindset van jongeren en gerichte online maatregelen.
5.7.1 Investeren in de mindset
en de overtuiging dat het dragen van een mes je ‘veiliger’ maakt, spelen hierin een rol (Snippe et al., 2021).
Met betrekking tot de mindset dient gewerkt te
5.7.1.3
Conflicthantering
worden aan de bewustwording en
Veel geweldsincidenten tussen jongeren kennen
(on)veiligheidsgevoelens van jongeren.
een lang voortraject, waarin conflicten sluimeren en escaleren. Vaardigheden in conflicthantering
5.7.1.1
Bewustwording
zouden kunnen voorkomen dat conflicten
Het eerste preventieve doel is het vergroten van
escaleren in geweldsincidenten. Derhalve zou
de bewustwording over de risico’s van wapens.
geïnvesteerd moeten worden in de
De aanname hierbij is dat bewustwording van de
conflicthanteringsvaardigheden van jongeren,
risico’s bijdraagt aan het verminderen van
bijvoorbeeld via lesprogramma’s binnen het
wapenbezit en wapengebruik. Jongeren dienen
onderwijs, door het jongerenwerk of door
zich bewust te worden dat het gebruik van
wijkagenten (zie ook Tielens, 2021).
wapens kan leiden tot zeer ernstig letsel en dat er hoge straffen staan op wapenbezit en
5.7.1.4
wapengebruik (Snippe et al., 2021).
De combinatie van repressie en zorg blijkt
Bewustwording zal waarschijnlijk het beste
effectiever wanneer deze zich richt op het
resultaat genereren bij jongeren die uit
systeem waarin de jongere zich bevindt en niet
stoerdoenerij een wapen dragen. Jongeren die
alleen op de jongere zelf. Daarmee wordt bedoeld
wapens instrumenteel gebruiken zijn naar
dat ook ouders, scholen, vrienden en andere
Sociale media en jeugdcriminaliteit
Systeembenadering bij interventies
21
betrokkenen onderdeel uitmaken van de
Rotterdam is het online surveilleren tot heden niet
interventie. Integrale en systeemgerichte
of onvoldoende van de grond gekomen, onder
programma’s blijken het meest effectief in het
andere door een gebrek aan capaciteit bij de
voorkomen van jeugdcriminaliteit (vergeleken
politie (Snippe et al., 2021).
met interventies (uitsluitend) gericht op school, op de groep, of op het individu) (Manuel & Jorgensen,
Een tegengeluid op de online surveillance aanpak
2013; Vries et al, 2015; Snippe et al., 2021).
is dat verwijderd beeldmateriaal ook wel weer op
Manuel en Jorgensen (2013) komen tot deze
andere plaatsen op het internet terug te vinden is.
conclusie na een systematische review naar
Daarnaast zijn berichten en filmpjes in besloten
interventies gericht op het afnemen van storend
groepen op het internet niet altijd strafbaar. De
of crimineel gedrag onder jongeren.
centrale overheid heeft informatie rondom de
Systeemgerichte en familiegerichte interventies
mogelijkheden om online-berichten te
bleken de meest positieve resultaten op te
verwijderen opgenomen in de CCV-toolbox
leveren, met succesratio’s van 63% en 57% van de
(Snippe et al, 2021).
interventies. De overige interventies hadden een succesratio van 22%. Ook blijken interventies met looptijden van minimaal vier tot zes maanden effectiever dan kortere interventies (Snippe et al, 2021).
Faciliteren van drillrap
Drillrap wordt in veel studies benaderd vanuit de problematische kant. Maar drillrap is ook een uiting van kunst en cultuur. De gemeente Breda heeft het initiatief genomen om drillrappers te
De systeemaanpak is tevens een investering in
faciliteren. De jongeren worden in een
hechtere banden met familie en vrienden. Deze
muziekstudio door pedagogisch medewerkers
hechtere banden vergroten de subjectieve
begeleid in hun creatieve muzikale ontwikkeling.
veiligheidsbeleving en verkleinen daarmee het
De medewerkers zijn daarbij alert op het effect
risico op wapendragen. Ook zijn jongeren met een
van de filmpjes op de bredere jeugd. Deze
hecht netwerk minder kwetsbaar voor pestgedrag
begeleiding is in Breda onderdeel van de
op straat en voelen zij zich minder verleid door
preventieve aanpak (Snippe et al., 2021).
gangs of jeugdgroepen (Traynor, 2016).
5.7.2 Online maatregelen Gezien veel werving online plaatsvindt, zijn preventieve maatregelen ook in de online wereld vereist. 5.7.2.1
5.7.2.3
Tegengaan van verkoop aan minderjarigen
Wanneer wapens minder makkelijk beschikbaar zijn voor jongeren, zal naar verwachting ook de aankoop van wapens door minderjarigen afnemen. De centrale overheid werkt aan een
Opsporing op internet
In meerdere grote gemeenten surveilleert de politie in het kader van haar opsporingstaak actief op het internet en laat waar mogelijk illegale content verwijderen (Snippe et al., 2021). Daarnaast zijn er gemeenten (Almere, Amsterdam, Den Haag, Leidschendam-Voorburg en Nissewaard), die hun jeugd online laten monitoren door digitale jeugdagenten. Amsterdam heeft daarnaast een pilot gestart om online groepsprocessen te monitoren, om actie te kunnen ondernemen bij dreigende (online) situaties die tot wapengeweld kunnen leiden. In
22
5.7.2.2
wettelijk verbod op de verkoop van messen aan minderjarigen. Jongeren die ook na invoering van het wettelijk verbod nog de behoefte hebben om een wapen aan te schaffen, zullen naar verwachting wel op een andere wijze toegang tot wapens zoeken en vinden. Ook zal het effect bij jongeren die wapens dragen of wapens gebruiken relatief laag zijn. De jongeren die wapens dragen doen dit vanuit hun onveiligheidsbeleving. Bij de jongeren die wapens gebruiken is er sprake van meer complexe problematiek. Maatregelen gericht op de
Sociale media en jeugdcriminaliteit
beschikbaarheid van wapens lossen deze problemen niet op (Roks et al, 2022; Tielens, 2021). Desalniettemin zal een wettelijk verbod op verkoop aan minderjaren op z’n minst een drempel opwerpen en de verkoop aan minderjarigen verlagen (Snippe et al., 2021). 5.7.2.4
Landelijke stappen
Het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft reeds een aantal maatregelen in gang gezet. Zo onderzoekt het ministerie de mogelijkheden om strafbare online content met illegaal wapenbezit voor het publiek ontoegankelijk te maken en om de juridische mogelijkheden tot het verwijderen van strafbare online uitingen te verbreden. Daarnaast onderzoek het ministerie de mogelijkheden voor het traceren van content in besloten online groepen die mogelijk verstorend zijn voor de fysieke openbare orde (Snippe et al., 2021).
5.7.3 Hulppunten
5.8
Samengevat
In dit hoofdstuk zijn we ingegaan op wapenhandel, wapenbezit en wapengeweld in relatie tot sociale media. Ook de drillrapcultuur en het showen met wapens en luxeartikelen zijn aan de orde gekomen. Daarnaast hebben we de mogelijkheden voor preventie besproken. Wapenhandel: Wapens worden veelvuldig op sociale media te koop aangeboden. Dit gebeurt vooral op Telegram, maar ook op Snapchat. Op Snapchat benadert de handelaar jongeren via een persoonlijk bericht of post hij/zij een advertentie. Op Telegram zijn er groepen voor wapenhandel waar iedereen lid van kan worden. Bij wapenhandel worden voornamelijk jongens en mannen benaderd. Wapenhandel leidt tot wapenbezit, wat vaker onder jongens dan onder meisjes voorkomt. Wapenbezit: Twintig procent van de Rotterdamse jongeren heeft wel eens een wapen in bezit gehad
Jongeren die slachtoffer zijn geweest van een
of gebruikt. Jongeren die een wapen dragen doen
geweldsincident, worden bedreigd of zich om
dit vooral omdat ze zich onveilig of bedreigd
andere redenen onveilig voelen, zijn vaker
voelen in een bepaalde omgeving. Ook levert het
gemotiveerd om een wapen te dragen. Dit kan
dragen van een wapen in sommige straatculturen
mogelijk voorkomen worden als deze jongeren
status op. Jongeren die wapens dragen zijn vaker
ergens laagdrempelig terecht kunnen met hun
dan andere jongeren recent slachtoffer geweest
zorgen over hun veiligheid, bedreigingen
van geweld, zijn impulsiever, hebben een grotere
(anoniem) kunnen melden en op andere mogelijke
vriendengroep op straat en online en behoren
manieren gesteund kunnen worden (Tielens,
vaker bij jeugdgroepen. Ook hebben ze een
2021).
grotere acceptatie van wapengebruik en een minder welvarende achtergrond.
Het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft reeds verkennende stappen ondernomen in de
Wapengebruik: Snapchat, Instagram en YouTube
richting van een mogelijk Meldpunt Online
zijn belangrijke media waarop wapenbezit
Openbare Orde Content (MOOC). Het MOOC kan
kenbaar wordt gemaakt, gewelddadige berichten
worden ingeschakeld als het gaat om
worden gedeeld, drillrap wordt gedeeld en
onrechtmatige of strafbare content op het internet
jongeren elkaar uitdagen. Deze sociale media
die een acuut gevaar oplevert voor de openbare
vormen een omgeving waar conflicten tussen
orde. De oprichting van een dergelijk meldpunt zal
jongeren ontstaan. Jongeren gebruiken hun
zowel landelijke als lokale consequenties hebben
wapen zowel om deze te tonen als om te
in termen van menskracht voor het vervolg van de
bedreigen. Jongeren die wapens gebruiken zitten
meldingen. Ook zullen media platforms moeten
vaak met een veelvoud aan problemen: hun
meewerken aan het vervolg van de meldingen
financiële thuissituatie is slecht, hun opvoeding
(Snippe et al., 2021).
problematisch, ze hebben vaak geweld ervaren en
Sociale media en jeugdcriminaliteit
23
gebruiken relatief vaak drugs. Ook hebben ze een
banden met familie en vrienden, waardoor de
veel sterkere acceptatie van wapens en geweld.
subjectieve veiligheidsbeleving vergroot wordt.
Drillrap: Drillrappers plaatsen hun filmpjes veelal
Preventieve maatregelen in de onlinewereld zijn
op YouTube. Hun interacties op platforms als
onder meer online surveillance/ opsporing via
Snapchat, Whatsapp en Instagram leiden
internet door de politie, waarbij illegale content
geregeld tot online en offline ruzies. De
verwijderd wordt, het tegengaan van
drillrapscene wordt al snel gelinkt aan
wapenverkoop aan minderjarigen (wettelijk
jeugdcriminaliteit en geweld, al is het de vraag in