CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb005184] Bijlage 1 behorende bij 24bb005183 - Ontwerpbestemmingsplan Hoge Wiek Rotterdam

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 28 augustus 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bouwen en Wonen26.630 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

26

Rotterdam bezit een vastgestelde Archeologische Waarden- en Beleidskaart (AWK), een vastgestelde Beleidsnota Archeologie 2008-2011 en een vastgestelde lijst met Archeologisch Belangrijke Plaatsen (ABP's), die opgenomen zijn in de eveneens vastgestelde Archeologieverordening Rotterdam. Genoemde beleidsinstrumenten moeten een tijdige en volwaardige inbreng van archeologische belangen bij ruimtelijke ontwikkelingen waarborgen. Relatie tot het plangebied Het plangebied kent volgens de Archeologische Waarden- en Beleidskaart Rotterdam (AWK 2005) een zeer hoge archeologische verwachtingswaarde, zie ook figuur 3.9. Figuur 3.9 Uitsnede Archeologische waarden- en beleidskaart Rotterdam

Conform het bestemmingsplan "Haringvliet" geldt voor de locatie een dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 1'. Dit betekent dat het verboden is zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders bepaalde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te doen c.q. te laten uitvoeren. Dit geldt voor bodemingrepen die dieper reiken dan respectievelijk 1,5 meter NAP, ongeacht de oppervlakte van de bodemingreep. Om de aanwezige archeologische waarden te blijven beschermen, zal het plangebied met voorliggend bestemmingsplan wederom van een dubbelbestemming worden voorzien. 3.3.6

Gebiedsplan Rotterdam Centrum

In 2016 is het gebiedsplan centrum vastgesteld en in 2017 is het plan gewijzigd. In het gebiedsplan wordt aan de hand van vijf te onderscheiden deelgebied aangegeven waar de gemeente op wil inzetten. Per wijk wordt stilgestaan bij een algemene beschrijving, gevolgd door kansen en bedreigingen. Vervolgens komen de opvallende scores uit het wijkprofiel aan de orde, gevolgd door de doelen en strategieën, prioriteiten en knelpunten. Daarnaast zijn er een aantal wijkoverstijgende thema's. Dit zijn: draaglijker, drugsoverlast, prestatie-inkoop Welzijn, Verkeersveiligheid, Leegstand op ooghoogte, verlichting, kunstwerken in de buitenruimte, stedelijk programma's Welzijn, meer wijkagenten in de wijk, parkeren en horeca. Relatie tot het plangebied

27

Het plangebied is gelegen binnen het deelgebied Stadsdriehoek en CS-kwartier. In Stadsdriehoek zijn vooral veel eenpersoonshuishoudens (62% van het totaal); huishoudens met kinderen (8%) zijn sterk in de minderheid. De gemiddelde leeftijd in het hele gebied ligt rond de 35 jaar, maar het aantal 65-plussers groeit snel. 66% van de inwoners heeft inkomsten uit werk. Het inkomen van bewoners in Stadsdriehoek is ten opzichte van het gemiddelde in Rotterdam hoog. De woningvoorraad is erg versnipperd qua eigendom en grotendeels in particuliere handen. Het aandeel van woningcorporaties is laag. De woontevredenheid is hoog in de Stadsdriehoek. De grootste uitdaging is om de functies van wonen, werken, uitgaan en het bezoeken van festiviteiten in redelijke harmonie naast elkaar te laten bestaan. Uit het wijkprofiel blijkt dat Stadsdriehoek op de meeste onderdelen gemiddeld en bovengemiddeld scoort. Het gaat dan bijvoorbeeld om onderdelen als capaciteiten van bewoners, de woontevredenheid en voorzieningen. De scores zijn lager op de onderdelen diefstal en overlast. Deze zijn verklaarbaar door de regionale winkel- en uitgaansfunctie van de wijk.

Strategieën waar op wordt ingezet zijn: aantrekkelijker verblijfsklimaat, inzet op gastvrijheid, inzet op levendigheid, betere fysieke inrichting, Met de beoogde ontwikkeling worden maximaal 400 studentenwoningen, maximaal 500 m2 horeca en maximaal 500 m2 kantoren en bedrijven tot en met categorie 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten mogelijk gemaakt. Hiermee worden de functies wonen, werken en uitgaan samengevoegd. Tevens wordt aandacht besteed aan de buitenruimte voor de toekomstige bewoners. Er zal zorg worden gedragen dat sprake is van een levendige plint waarbij ook aandacht is voor de verlichting, zodat er geen donkere plekken ontstaan wat het woonklimaat en de veiligheid ten goede komt. Een dergelijke ontwikkeling sluit aan bij de uitgangspunten van het gebiedsplan. 3.3.7

Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022

Vastgesteld op 16 december 2022 door de Rotterdamse Gemeenteraad De beleidsregeling 'Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022' is het instrument om het aantal auto- en fietsparkeerplaatsen te bepalen bij nieuwe bouwontwikkelingen en transformaties. De regeling waarborgt dat initiatiefnemers voldoende parkeercapaciteit realiseren voor auto en fiets bij ontwikkelingen waarvoor een omgevingsvergunning nodig is. Tot 16 december 2021 waren de auto- en fietsparkeernormen vastgelegd in de beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018. Deze is komen te vervallen met de inwerkingtreding van de nieuwe beleidsregeling. Relatie tot het plangebied Binnen het plangebied wordt voorzien in parkeergelegenheid op eigen terrein ten behoeve van de bewoners en bezoekers van de woonfunctie alsmede van de commerciële voorzieningen. Met de beoogde invulling kan aan het van toepassing zijnde parkeerbeleid worden voldaan. In paragraaf 6.4 wordt nader ingegaan op het aspect parkeren. In de planregels bij dit bestemmingsplan is een dynamische regeling opgenomen, waarmee wordt geborgd dat in het kader van de omgevingsvergunningaanvraag voor het aspect bouwen moet worden aangetoond dat wordt voldaan op het dat moment geldende parkeerbeleid. 3.3.8

Stedelijk Verkeersplan Rotterdam 2017-2030+

Vastgesteld op 11 mei 2017 door de Rotterdamse Gemeenteraad Het Stedelijk Verkeersplan is een plan waarbij bereikbaarheid in dienst van een economisch sterk en gezond Rotterdam staat. Het Stedelijk Verkeersplan zet de lange termijnvisie neer, waarbij het uitgangspunt is dat mobiliteit geen doel op zich is, maar een belangrijke randvoorwaarde voor een economische sterk, gezond en aantrekkelijk Rotterdam. De Rotterdamse Mobiliteitsagenda kent een drietal vertrekpunten: de groei en stedelijke verdichting van Rotterdam naar 690.000 inwoners in 2035; de economische vernieuwing (Next Economy) en de daarbij horende energietransitie; de stedelijke mobiliteitstransitie naar meer fiets- en ov-gebruik. Bovengenoemde ontwikkelingen zijn vertaald in een verschillend aantal kansen en bereikbaarheidsmaatregelen die bijdragen aan Rotterdam als levendige en sterke economische stad. Een goede balans in modaliteiten, oftewel een nieuw evenwicht tussen fietsers, voetgangers, auto’s en

28

het openbaar vervoer is daarbij vertrekpunt. Dit betekent dat de verdichting met woningen binnen het stedelijk gebied prioriteit krijgt en de transitie naar de Next Economy het regionaal en stedelijk vervoersnetwerk vorm geeft. Hierbij staat de gezondheid van de Rotterdammer voorop en wordt geïnvesteerd in slimme mobiliteit, waarbij de stad functioneert als proeftuin. De structuuringrepen binnen het Stedelijk Verkeersplan bieden de meeste kansen om een stedelijk en regionaal infrastructuur netwerk te vormen dat voldoende flexibel en genoeg adaptief is om de stad van de toekomst (Next City) vorm te geven. De mobiliteitsstrategie ontstaat vanuit de gewenste ruimtelijke en economische ontwikkeling van stad en regio en wordt -wanneer de bereikbaarheidsopgave in de toekomst verandertsteeds opnieuw aan de tijdgeest aangepast, omdat het geen volgordelijkheid kent. Dit leidt tot de volgende beleidskeuzen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

stimuleren van fiets en ov; een samenhangend regionaal en stedelijk netwerk: wegen en ov in evenwicht; regionale en stedelijke oeververbindingen: nieuwe en transformatie van bestaande; aantrekkelijke en levendige (Binnen)stad: de City Lounge versterkt; versterken nieuwe vervoerswijzen: vervoer over water en Last Mile-vervoer (d.w.z. het laatste deel van de reis); geen vervoersarmoede: sociale en maatschappelijke participatie versterkt; gezonde leefomgeving: versterken ruimtelijke kwaliteit, luchtkwaliteit en Zero Emissie; slimme mobiliteit: technologische innovatie en ict; gebieden Buiten de Ring: duurzaam verbinden.

Relatie met het plangebied Met voorliggend plan wordt voorzien in sloop- nieuwbouw waarbij kan worden voorzien in extra studentenwoningen en een beperkt oppervlakte aan voorzieningen. In paragraaf 6.4 wordt ingegaan op het aspect bereikbaarheid. Daaruit volgt dat voldaan wordt aan de uitgangspunten van het verkeersplan. 3.3.9

Hoogbouwvisie 2019

Vastgesteld op 16 oktober 2019 een daarbij behorend addendum zoals vastgesteld op 1 juni 2023 Op 16 oktober 2019 is de Hoogbouwvisie 2019 vastgesteld. In de hoogbouwvisie is aangegeven waar, hoe en waarom hoogbouw in Rotterdam wenselijk is. De visie is een middel om tot kwalitatief goede hoogbouw te komen en schetst de ambities die de stad heeft op het gebied van het realiseren van hoogbouw die bijdraagt aan een aantrekkelijke stad. Deze hoogbouwvisie is een tweede update van de visie uit 2000, een eerste update vond plaats in 2011. De hoogbouwvisie kent drie schaalniveaus: de stad, de straat en het gebouw. Op elk van de niveaus zijn er onderwerpen die relevant zijn voor hoogbouw. In de visie zijn op het niveau van de stad hoogbouwzones aangegeven. De grens van de hoogbouwzone voor de binnenstad blijft en wordt uitgebreid met Pompenburg en de omgeving Rijnhaven. Daarnaast worden nog drie gebieden toegevoegd waar ook hoogbouw mogelijk wordt gemaakt. Het gaat hier om Feyenoord City, Hart van Zuid en Alexanderknoop. De minimale grens van de definitie hoogbouw is 70 meter. Deze grens is opgesteld in lijn met het Bouwbesluit. Dit betekent dat toetsing aan de hoogbouwvisie noodzakelijk is voor gebouwen die op grond van het Bouwbesluit als hoogbouw worden aangemerkt. Daarvan is sprake zodra de hoogste gebruiksverdiepingsvloer boven de 70 meter is gelegen.

Vanaf die hoogte gelden op grond van het Bouwbesluit andere normen met betrekking tot brandveiligheid, zoals ook beschreven in de Hoogbouwvisie. Indien sprake is van hoogbouw is toetsing aan de hoogbouwvisie aan de orde. Aspecten als windhinder, bezonning, woonklimaat, bereikbaarheid, parkeren en inpassing in het bestaande stedelijk weefsel (bebouwing en openbare ruimte) zullen daarbij in de besluitvorming moeten worden afgewogen. Gebouwen die niet als hoogbouw worden aangemerkt, behoeven niet aan de Hoogbouwvisie getoetst te worden. Relatie tot het plangebied Het plangebied is gelegen in de hoogbouwzone. Dit betekent dat hoogbouw daar wenselijk is. De locatie is aangewezen als comfortzone. Dit betekent dat wind en schaduw om aandacht vragen. De Hoogbouwvisie stelt dat er sprake is van hoogbouw als een gebouw hoger is dan 70 meter. Aangezien in de regels is geborgd dat de verdiepingsvloer van de hoogste verdieping niet hoger dan 70 meter mag

29

zijn is in dit geval geen sprake van hoogbouw en valt de ontwikkeling niet onder de werkingssfeer van de hoogbouwvisie. Desondanks is aandacht besteed aan het aspect windhinder (zie paragraaf 6.12) en bezonning (zie paragraaf 6.11). 3.3.10 Afwegingskader bezonning Vastgesteld op 9 september 2021 door de gemeenteraad In het Afwegingskader bezonning zijn kaders gesteld voor de effecten van bezonning van gevels van bestaande woningen als gevolg van nieuwe ontwikkelingen die met een bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt. Nieuwe ontwikkelingen die 1,5 maal hoger zijn dan de gemiddelde hoogte binnen 1 maal de straal van de hoogte van die ontwikkeling, worden aan een stappenplan getoetst. Dat geldt ook voor nieuwe ontwikkelingen hoger dan 10 meter die liggen op een binnenterrein. Aan de hand van dat stappenplan wordt beoordeeld of de ontwikkelingen voldoen aan de gestelde kaders voor bezonning op bestaande woningen. Relatie tot het plangebied Voor de beoogde ontwikkeling is een bezonningsstudie uitgevoerd. Daaruit volgt dat voldaan wordt aan het afwegingskader bezonning, zie ook paragraaf 6.11. 3.3.11 Nota Kantoren Rotterdam Op 12 maart 2020 heeft de gemeenteraad de Nota Kantoren vastgesteld.

Doel van het beleid is om richting te geven aan de ontwikkeling van de Rotterdamse kantorenmarkt, door: Het versterken van de nieuwe economie door concentratie van kantoren op zes locaties met de beste bereikbaarheid en verblijfskwaliteit, en ontwikkeling van specifieke clusters op vijf andere locaties; Een goede balans tussen vraag en aanbod door introductie van een Rotterdamse ladder (zodat snel duidelijk is of er een markttechnische onderbouwing is voor nieuwbouw); Het stimuleren van verduurzaming van de kantorenvoorraad en -omgeving. Het nieuwe Rotterdamse beleid sluit aan op de Strategie Werklocaties van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH), waarin de regiogemeenten afspraken hebben gemaakt over de programmering van kantoren, bedrijfsruimte en detailhandel. De Nota Kantoren vormt samen met de Nota Bedrijfsruimte 2020 en de Nota Detailhandel 2017 een totaalbeleid voor werklocaties in Rotterdam. Dit samenhangende beleid dient onder meer als basis voor gemeentelijke investeringen in de lokale economie. De lange termijn ambities voor kantoren zijn vertaald naar koersen per gebied voor de korte termijn. Relatie tot het plangebied Binnen Rotterdam zijn er verschillende toekomstbestendige vestigingsgebieden voor kantoren, de zogenaamde concentratiegebieden. De locatie is gelegen buiten een dergelijk concentratiegebied.

Vanwege de economische groei en de bevolkingstoename in Rotterdam en regio is uitbreiding van de voorraad gewenst met 80.000 m² t.o.v. de situatie begin 2019. Daarnaast is er ter compensatie van de transformatie nog 100.000 m2 nieuwe kantoren nodig. Dit is de kans om A-kwaliteit en grotere multi-tenant kantoren (15.000 tot 30.000 m2, met vloeroppervlakte van 1.500 m2 en soms meer) toe te voegen voor hoofdkantoren en nieuwe internationale gebruikers. Hoewel bijna 60 procent van de kantorenvoorraad energielabel C of hoger scoort, zal nog circa 400.000 m2 moeten worden geüpgraded om in 2023 te beschikken over tenminste energielabel C. Voor de nieuwbouw van circa 180.000 m2 kantoren zijn meer locaties nodig dan in het verleden bedacht. Want grote monofunctionele kantorenprojecten blijken te riskant en dragen vaak ook niet bij aan de gewenste levendigheid van de stad. Rond de grote OV-knopen is weliswaar ruimte, maar liggen ook complexe opgaven m.b.t. mobiliteit, energievoorziening en openbaar gebied. Upgrading van de bestaande voorraad is daarom ook van belang. Het toevoegen van 500 m2 aan kantoren draagt bij aan het realiseren van een levendige plint en zorgt slechts voor een beperkte toevoeging. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de wens om de voorraad

30

uit te breiden. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling met realisatie van een beperkt oppervlakte aan kantoren aansluit bij de Nota kantoren. 3.3.12 Nota van Uitgangspunten Voor de ontwikkeling is een Nota van Uitgangspunten opgesteld. Dit document vormt de basis voor de verdere ontwikkeling van de locatie waar de nota betrekking op heeft. De nota is vastgesteld op 2 februari 2021. De nota betreft randvoorwaarden voor de locatie Havenziekenhuis en directe omgeving. De directe omgeving bestaat uit de Hoge Wiek en het Haringvliet. De nota vormt de basis voor de verdere ontwikkeling van deze locaties. Voor de toekomst van het gebied wordt opnieuw gezocht naar een (publiek-) programmatische mix waarmee dit stuk stad een onderdeel wordt van de rest van de stedelijke ontwikkelingen in Rotterdam. Het gebied ligt op een schakelpunt tussen veel verschillende stukken stad. De verbinding van Oostplein met de rivier is een unieke kans die met deze ontwikkeling versterkt kan worden. De ligging van het plangebied bevindt zich tussen twee totaal verschillende sferen: die van de lange landschappelijke lijn van de Maasboulevard en van de kleine korrel en historie aan de Haringvliet. De architectonische opzet dient hier een passende omgang mee te vinden.

Aan het Boerengat liggen grote kansen om een kwalitatieve verblijfsplek aan het water te realiseren en looproutes te versterken. De nota begint met de beschrijving van de locatie en haar positie in stad. De vuistregels zijn leidend in alle ontwikkelingen in de stad en deze worden vervolgens thematisch toegelicht in de NvU. Tenslotte wordt toegewerkt naar het stedenbouwkundig matenplan (smp), dat als kader dient voor de verdere ontwikkeling en uitwerking. Zowel de uitbreiding van de hoogbouwzone als de uitbreiding van het ontwikkelgebied geven aanleiding voor het vergroten van de toegestane volumes. De ontwikkeling van het Havenziekenhuis en de Hoge Wiek staan weliswaar los van elkaar, maar vormen samen een samenhangend stedenbouwkundig ensemble, waarmee de hoogbouwzone aan de oostkant van de stad een (eerste) invulling krijgt en het gebied zich krachtig kan positioneren in de directe omgeving én op grotere schaal van de stad. De locatie Hoge Wiek functioneert als een schakel om de grote schaal van de Maasboulevard en de kleinere korrel van het bestaande stedelijk weefsel aan elkaar te verbinden. De Nota van Uitgangspunten geeft de kaders weer van de toekomstige gebiedsontwikkeling, zie ook onderstaande figuur. De bebouwing met de aanduiding 1 is het Havenziekenhuis, de bebouwing met aanduiding 2 is de beoogde ontwikkeling de Hoge Wiek. Figuur 3.10 Stedenbouwkundige

uitgangspunten (bron: Nota van Uitgangspunten).

31

Hoge Wiek De ligging op een zichtlocatie van ver in de bocht van de Maas vraagt om een inpassing op meerdere schaalniveaus. Het ensemble Havenziekenhuis - Hoge Wiek dient een gezamenlijkheid te vormen, waarbij de Hoge Wiek geen onderdeel mag zijn van de ‘wand’ langs de Maasboulevard, maar zich relatief autonoom. De rol van de Hoge Wiek ten opzichte van omgeving bestaat uit een schakelfunctie naar de omliggende ‘slabs’ toe. Het gebouw markeert de overgang van binnenstad naar stadswijk en vraagt daarom om een zorgvuldige begeleiding van de bocht, zowel op ooghoogteniveau als op skylineniveau. De plinten en de aansluiting op het maaiveld dient sterk te verbeteren ten opzichte van de huidige situatie. In de NvU wordt verder aangegeven dat een weerbare en veerkrachtige stad een stad is die voorbereid is op shocks (disruptieve gebeurtenissen, zoals een pandemie) en stresses (geleidelijke ontwikkelingen die potentieel uitlopen op disruptie, zoals klimaatverandering). Daarom is duurzaamheid van fundamenteel belang voor de leefbaarheid in Rotterdam: nu en in de toekomst.

Bij de herontwikkeling van de Hoge Wiek zijn veerkrachtig en duurzaam bouwen integraal onderdeel van de ontwerpopgave volgens het Duurzaamheidskompas: Pandemie-proof; Gebouwen aardgasvrij: aansluiten op restwarmte of vergelijkbaar alternatief; Waterberging van 50 mm over gehele oppervlak perceel; BENG-normering; Circulair slopen; Natuurinclusief bouwen; Bomen dienen tijdens de bouw beschermd te worden (incl. kroonprojecties). Wat betreft de parkeerbehoefte voor de nieuwe ontwikkeling op de locatie van de Hoge Wiek is zicht op een vrijstelling van de parkeerbehoefte. Het mobiliteitsgebruik van studenten en starters biedt de mogelijkheid om deze doelgroep te laten terugvallen op modaliteiten anders dan autoverkeer. Een vrijstelling van de parkeereis betekent dat toekomstige bewoners geen mogelijkheid meer krijgen om in aanmerking te komen voor een parkeervergunning. De ambitie is om de verblijfskwaliteit aan het water te verbeteren door het aantal parkeerplekken in de openbare ruimte te verminderen. Bij de Hoge Wiek komen in de nieuwe situatie geen parkeerplaatsen terug in de openbare ruimte. Het activeren van de omgeving van de Hoge Wiek is een belangrijke ambitie. Met de komst van een nieuwe trappartij bij de Boerengatbrug wordt dit gebied onderdeel van de wandelroutes rondom het Boerengat en langs de Haringvliet.

Een goede en veilige oversteek bij de Oostmolenwerf is daarbij cruciaal. De omgeving van de Hoge Wiek krijgt daarbij een eigen karakter en kan zodoende

32

onderscheidend zijn ten opzichte van de andere "koppen" rondom het Boerengat. De gehele openbare ruimte rondom de Hoge Wiek wordt daarbij autovrij en er worden geen parkeerplekken gerealiseerd. Voor de Hoge Wiek is verder vermeld dat er in aanvulling op de NvU een stedenbouwkundige verkenning zou worden gemaakt. Dit is gedaan in het ruimtelijk kader d.d. 2021 (gemeente Rotterdam). Hierin zijn de volgende stedenbouwkundige uitgangspunten opgenomen (zie ook figuur 3.11): Maximale bouwhoogte 70 meter, volgend uit hoogteopbouw langs de Maasboulevard, Hoogbouwzone afbouw richting flats; Hoogte Rotterdamse Laag gelijk getrokken met de voet van het Havenziekenhuis: 24 meter; Aanhouden rooilijnen Haringvliet Zuidzijde, in lijn met Havenziekenhuis; Overnemen hoekverdraaiing van Kraaijvangerflats; Onderzoeken mogelijkheid architectonische aansluiting bij andere flats: realiseren 'kraag'. Figuur 3.11 Stedenbouwkundige

uitgangspunten Hoge Wiek (bron: Ruimtelijk kader Hoge Wiek, gemeente Rotterdam)

Daken en plinten Plinten rondom dubbelhoog; Entrees alzijdig en rondom; Plinten (publiek) toegankelijk programma; Fietsenstallingen en andere voorzieningen uit de gevel, midden in het gebouw; Vloeiende aansluitingen op maaiveld en aansluiting op dijk; Plinthoogtes aansluiten bij plinthoogtes Havenziekenhuis zodat op ooghoogte aan de Oostmolenwerf een samenhangend beeld ontstaat; Daken intensief begroeid en toegankelijk met tenminste twee functies (bijv. verblijven en wateropvang), zie Vuistregels NvU. Openbare buitenruimte In standhouden landschappelijke lijn van het dijkprofiel langs de Maasboulevard inclusief de groene uitstraling (grastaluds); Rekening houden met de reservering van het nieuwe wegprofiel van de Oostmolenwerf; Geen parkeerplekken op het maaiveld terugbrengen; De parkeernormen dienen inpandig opgelost te worden; Fietsparkeren geheel inpandig oplossen; Publiek toegankelijke route langs Boerengat als onderdeel van de route langs het Haringvliet;

33

Rondom een levendige plint met functies en entrees die zorgt voor een levendige voetgangersroute Na overleg zijn er ten opzichte van de stedenbouwkundige verkenning een paar andere keuzes gemaakt, waarbij de basis uitgangspunten blijven gehandhaafd. Zo wordt vastgelegd dat de verdiepingsvloer van de hoogste verdieping niet hoger mag zijn dan 70 meter, sluit de bebouwing qua volume en uitstraling zoveel mogelijk aan bij de in de omgeving aanwezig en nog te realiseren bebouwing. Door te werken met verschillende bouwhoogte ontstaat een geleidelijke afbouw naar de sokkel. De Hoge Wiek krijgt een duidelijke kenmerkende hoogte die aansluit op de hoogte van het bestaande en toekomstige historische Havenziekenhuis, die met het bestaande een mooi ensemble en duidelijke Rotterdamse laag vormt.

34

Hoofdstuk 4 4.1

Planbeschrijving

Inleiding

In voorliggend hoofdstuk wordt het plan nader toegelicht. Ingegaan wordt op de opzet van het plan, de ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt alsmede de juridische planbeschrijving.

4.2

Ontwikkelingen

De beoogde ontwikkeling bestaat uit het realiseren van maximaal 400 studentenwoningen. Daarnaast wordt voorzien in maximaal 500 m2 horeca en maximaal 500 m2 kantoren en bedrijven tot en met categorie 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten.

4.3

Juridische planbeschrijving

Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling worden nieuwe functies in het plangebied gerealiseerd. De van toepassing zijnde bestemmingen zijn hieronder nader toegelicht. 4.3.1

Wonen

De beoogde bebouwing binnen het plangebied heeft de bestemming 'Wonen' gekregen. Binnen deze bestemming zijn op alle verdiepingen studentenwoningen toegestaan. Op de begane grond en eerste verdieping zijn horeca 1 (daghoreca), kantoren en bedrijven tot en met categorie 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten toegestaan. Ook zijn er parkeervoorzieningen, (dak)terrassen en (dak)tuinen, voorzieningen van openbaar nut en daarbij behorende voorzieningen binnen deze bestemming mogelijk. In de planregels zijn de maximale woningaantallen en het maximaal aantal vierkante meters aan overige functies vastgelegd. Ook de maximale bouwhoogte is in de regels vastgelegd. Om te borgen dat sprake blijft van een goed woon- en leefklimaat is voor de beoogde horeca-activiteiten een voorwaardelijke verplichting opgenomen. 4.3.2

Verkeers- en verblijfsgebied

De bestemming "Verkeer - Verblijfsgebied" is opgenomen voor de voorzieningen ten behoeve van wandelen, verblijven en spelen (zoals trottoirs, voetpaden en trappen) en voorzieningen voor rijdende en stilstaande voertuigen (zoals rijstroken, fietspaden, parkeerplaatsen en parkeergarage). Daarnaast ook voor groenvoorzieningen, waterpartijen, waterlopen en overige in het kader van de waterhuishouding nodige voorzieningen. Binnen deze bestemming zijn tevens bouwwerken voor kleinschalige openbare nuts-, verkeer- en vervoersvoorzieningen en terrassen ten behoeve van een horecavestiging die is toegelaten op grond van een aangrenzende bestemming toegelaten. Dit betekent dat veranderingen in de inrichting van de openbare ruimte kunnen worden doorgevoerd zonder planherziening (mits de veranderingen passen binnen deze bestemming). 4.3.3

Parkeerregeling

Dynamische verwijzing Op 1 juli 2018 zijn de stedenbouwkundige voorschriften uit de Bouwverordening 2010 van de gemeente Rotterdam, waaronder de voorschriften over parkeernormen, komen te vervallen. Dat betekent dat vanaf dat moment niet meer getoetst kan worden aan die voorschriften en dus geen parkeernormen meer gelden. Gelet daarop, is op 1 februari 2018 over parkeren beleid vastgesteld. Het betreft de "Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022” (hierna: de beleidsregeling). De beleidsregeling is op 16 december 2021 vastgesteld. De beleidsregeling geeft normen voor parkeren van auto's én fietsen. Aan deze normen moet voldaan worden bij een omgevingsvergunning voor het bouwen of bij een omgevingsvergunning voor het gebruiken van gronden of bouwwerken. Om aan dit beleid te kunnen toetsen is in het bestemmingsplan in artikel 10 een bepaling opgenomen

35

waarin staat dat alleen een omgevingsvergunning voor het bouwen of gebruiken van gronden of bouwwerken mag worden verleend als sprake is van voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen op basis van het geldende beleid ten aanzien van parkeren in de gemeente Rotterdam. De bepaling is vormgegeven als een zogenaamde “dynamische verwijzing". Dat wil zeggen dat alleen wordt geregeld dat er voldoende parkeergelegenheid moet zijn voor fietsers en auto's conform het in de gemeente Rotterdam geldende parkeerbeleid. In de bepaling wordt expliciet verwezen naar de hiervoor genoemde beleidsregeling of de rechtsopvolger daarvan. Op deze manier wordt tegemoet gekomen aan eventuele wijzigingen van het beleid en wordt voorkomen dat het bestemmingsplan dan moet worden aangepast. Met de bepaling is bedoeld dat bij het verlenen van een omgevingsvergunning voldoende parkeergelegenheid moet zijn voor auto's en fietsen op basis van parkeerbeleid van de gemeente Rotterdam dat geldt op het moment van verlenen van de omgevingsvergunning. Beleidsregeling De op dit moment geldende “Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022” is via de volgende link te raadplegen: Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022 De desbetreffende beleidsregeling geeft parkeernormen voor zowel auto's als fietsen.

Bij de omgevingsvergunning voor het bouwen of voor het gebruiken van gronden of bouwwerken wordt een parkeereis gesteld conform de gebiedsindeling die bij de beleidsregeling als bijlage is opgenomen. De parkeereis moet in beginsel volledig op eigen terrein worden opgelost. Er kunnen aanvullende voorwaarden worden gesteld, bijvoorbeeld ten aanzien van de inpassing van de parkeervoorzieningen in het gebouw of de omgeving, het laden en lossen etc. van de parkeereis kan (geheel of gedeeltelijk) worden afgeweken. Tevens kan vrijstelling van de parkeereis worden verleend. In de beleidsregeling wordt beschreven onder welke omstandigheden daar sprake van is. In paragraaf 6.4 wordt nader ingegaan op het aspect parkeren. 4.3.4

Waarde - Archeologie 1

Het plangebied kent een archeologische verwachtingswaarde. In lijn met het vigerende bestemmingsplan is vanwege deze archeologische verwachtingswaarde een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' opgenomen. 4.3.5

Waterstaat - Waterkering

De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor een waterkering.

36

Hoofdstuk 5

Water

5.1

Beleidskader

5.1.1

Rijksbeleid

In 2009 is de Waterwet in werking getreden. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Het Nationaal Water Programma 2022-2027 bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het ruimtelijk beleid. Op basis van de Waterwet is het Nationaal Water Programma voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. In het Nationaal Water Programma egt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast. 5.1.2

Provinciaal beleid

De provincie ziet het als haar rol om te zorgen dat gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen een goede afweging maken van de hoogwaterrisico's. Gemeenten worden gevraagd bij nieuwe ontwikkelingen en herstructureringen in buitendijkse gebieden een inschatting te maken van het slachtofferrisico bij overstromingen en te verantwoorden hoe zij daarmee zijn omgegaan. Het beleidskader is opgenomen in de Provinciale Visie ruimte en mobiliteit en in de Provinciale Verordening Ruimte. 5.1.3

Gemeentelijk beleid

Rotterdams Weerwoord Het college van B&W heeft in februari 2019 het Rotterdams Weerwoord vastgesteld. Het Weerwoord is het Rotterdamse antwoord op de klimaatverandering. Als stad in de delta van Nederland met een dalende bodem is Rotterdam kwetsbaar voor de gevolgen van klimaatverandering. Klimaatadaptatie, het aanpassen van Rotterdam aan die verandering, is nodig. Want de gevolgen van extremer weer raken iedereen. Om hevige regenval, maar ook langdurige droogte en hitte, grondwater onder- en overlast en bodemdaling aan te pakken zijn sneller en meer ingrepen noodzakelijk in openbaar gebied en op particulier terrein. Door nu actie te ondernemen, kan schade in de toekomst worden beperkt. Tegelijk is flexibiliteit nodig om de aanpak bij te kunnen stellen op basis van nieuwe inzichten. Het Rotterdams Weerwoord richt zich vooral op maatregelen op wijkniveau. In 2019 wordt samen met de waterschappen gewerkt aan uitvoeringsafspraken. Gemeentelijk rioleringsplan Het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) Rotterdam 2021-2025 is een wettelijk verplicht meerjarenbeleidsplan, dat alle aspecten op het gebied van de grondwater- en rioleringstaken van de gemeente Rotterdam behandelt. Het plan is in overleg met de waterkwaliteitsbeheerders opgesteld. Voor de planperiode 2021-2025 heeft Rotterdam vijf doelen geformuleerd: 1. 2. 3. 4. 5.

Een goed functionerend stedelijk watersysteem voor een aantrekkelijke stad Klimaatbestendig stedelijk watersysteem Robuust grondwatersysteem Actieve communicatie en participatie Innovatie, digitalisering en automatisering

Hemelwaterverordening en waterberging Het klimaat verandert, extreem weer komt steeds vaker voor. Daardoor neemt de kans op overlast en schade door hevige neerslag toe. Om de stad voor te bereiden op een extremer klimaat zijn de volgende regelingen ingesteld: Bestaande situaties: de Hemelwaterverordening voor het afkoppelen van verharding van bestaande gebouwen en terreinen. Nieuwbouw: de eis van 50 mm waterbergen bij nieuwbouw in de Verordening Beheer Ondergrond Rotterdam (VBOR).

37

5.2

Samenwerking met de waterbeheerder

De gemeente Rotterdam werkt in overleg met alle betrokken waterbeheerders aan een gemeenschappelijke procedurele en inhoudelijke invulling van de Watertoets en de waterparagraaf. Conform de Watertoets heeft de gemeente in algemene zin overleg gevoerd met de waterbeheerders. Het plangebied is gelegen binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Op basis van de Keur verlenen de waterschappen vergunningen voor werken op, in en rond watergangen en waterkeringen en voor werken die de waterhuishouding beïnvloeden. De gemeente Rotterdam (Stadsbeheer, afdeling Water) is de rioolbeheerder. Waterbeheerprogramma 2022-2027 In dit programma beschrijft het hoogheemraadschap zijn visie en ambities voor het waterbeheer. Naast de wettelijke taken heeft het hoogheemraadschap voor de periode 2022-2027 ook specifieke ambities en doelen. Deze worden in aan de hand van de volgende drie thema's uiteengezet: 1. Een veilige en aantrekkelijke leef- en werkomgeving voorbereid op de verandering van het klimaat. Door de omgeving aan te passen aan het veranderende klimaat blijft het mogelijk om de taken in de toekomst goed uit te voeren. Het vasthouden van regenwater kan helpen verdroging te bestrijden, de waterkwaliteit te verbeteren en wateroverlast te voorkomen. Waar nodig zullen ook dijken versterkt moeten worden. 2.

Een duurzaam waterschap voor de wereld van morgen. Het hoogheemraadschap wil de eigen bijdrage aan klimaatverandering verkleinen en het hergebruik van grondstoffen vergroten. In samenwerking met andere partijen wil het hoogheemraadschap ook een bijdrage leveren aan de verbetering van de waterkwaliteit en de vergroting van de biodiversiteit. 3. Water en waterschap als onderdeel van de samenleving. Het hoogheemraadschap staat in dienst van de gebruikers en wil vanuit die verbondenheid samen aan de wateruitdagingen werken. Tevens wil zij graag het waterbewustzijn vergroten en het versterken van participatie. Digitalisering en innovatie speelt daarbij een steeds belangrijkere rol.

5.3

Huidige watersysteem

5.3.1

Oppervlaktewater

Het plangebied is gelegen aan het Boerengat te Rotterdam. Binnen het plangebied is geen sprake van primair oppervlaktewater. De locatie grenst echter aan het Boerengat, welke is aangewezen als overig oppervlaktewater, zie ook figuur 5.1. Figuur 5.1. Uitsnede Legger Watersystemen (bron: Hoogheemraadschap van Schieland en Krimpenerwaard

38

5.3.2

Grondwater

Voor grondwater is een peilbuis in de nabije omgeving van het plangebied gelegen (buiscode 130567). Deze peilbuis meet de ontwateringsdiepte (de afstand tussen het maaiveld en het grondwaterpeil). Uit de gegevens blijkt dat het grondwater zich circa 2 meter onder het maaiveld bevindt. Een afstand tussen maaiveld en grondwaterpeil van meer dan 80 centimeter betekent dat (de kans op) grondwateroverlast beperkt zal blijven. 5.3.3

Waterkering

Een deel van het plangebied is gelegen binnen de beschermingszone van een primaire waterkering, zie ook figuur 5.2. Aangezien het plangebied gelegen is binnen een beschermingszone is voor de handelingen hierbinnen een watervergunning noodzakelijk. Binnen een dergelijke zone mag namelijk gebouwd worden mits het belang van de waterkering hierdoor niet wordt geschaad. Om binnen deze zone te bouwen, dient een schriftelijk advies van de dijkbeheerder te worden ingewonnen, alvorens een ontheffing kan worden verleend. Figuur 5.2. Uitsnede Legger Watersystemen (bron: Hoogheemraadschap van Schieland en Krimpenerwaard

39

5.3.4

Riolering

De bebouwing binnen het plangebied zal worden aangesloten op een gescheiden rioleringsstelsel.

5.4

De wateropgave

5.4.1

Oppervlaktewater

De beoogde ontwikkeling leidt niet tot een toename van het aantal vierkante meters verhard oppervlakte. Watercompensatie is dan ook niet aan de orde. Conform het Gemeentelijk Rioleringsplan dient 50 mm water geborgen te worden. Hier zal aan worden voldaan. 5.4.2

Grondwater

De beoogde ontwikkeling leidt niet tot een toename van het verhard oppervlak. Gezien diepte van de beoogde kelder heeft de ontwikkeling in zijn geheel geen invloed op de grondwaterstand. Afstemming met het hoogheemraadschap zal nog plaatsvinden. 5.4.3

Waterkering en waterveiligheid

Waterkering Om te borgen rekening wordt gehouden met de ligging in de beschermingszone van een waterkering mis het plangebied conform het thans geldende bestemmingsplan, wederom voorzien van een dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' gekregen'. Waterveiligheid binnendijks Het plangebied ligt binnendijks, binnen de primaire waterkeringen van dijkring PSA 015. Deze dijkring heeft een overschrijdingskans van 1/10.000 per jaar. Dit betekent dat deze waterkering is ontworpen om een waterhoogte te keren met een terugkeertijd van gemiddeld eens per 10.000 jaar. De gevolgen van een overstroming binnendijks (bij een dijkdoorbraak) zijn afhankelijk van meerdere

40

aspecten, zoals de locatie waar de overstroming plaatsvindt, de afstand tot de waterkering en de maaiveldhoogtes in het gebied. Om een indicatie van de risico's te krijgen heeft de provincie Zuid-Holland voor de gehele provincie berekend welke gebieden in de huidige situatie bij een doorbraak van de primaire waterkering onder water lopen en indicatief welke overstromingsdiepte er op de kwetsbare locaties bereikt kan worden. Bij een dijkdoorbraak blijft (volgens beschikbare gegevens in het vigerende bestemmingsplan) het plangebied droog. Dit komt door de relatief hoge ligging van het plangebied. 5.4.4

Riolering

De ontwikkeling zal worden aangesloten op een gescheiden rioleringsstelsel. Ten aanzien van de belasting van het bestaande rioolstelsel worden geen belemmeringen verwacht.

41

Hoofdstuk 6 6.1

Milieu

Inleiding

Rotterdam is een compacte stad. Compact bouwen biedt aan de ene kant grote voordelen voor milieu en duurzaamheid op een hoger schaalniveau (minder mobiliteit, minder aantasting van natuurlijk en landelijk gebied). Aan de andere kant kan door compact bouwen de milieubelasting in de stad toenemen. Dit wordt de paradox van de compacte stad genoemd. Rotterdam moet bovenal een leefbare stad zijn. Een woonomgeving met weinig milieuhinder is één van de aspecten die de leefkwaliteit bepalen naast bijvoorbeeld voorzieningen, bereikbaarheid, kwaliteit van de publieke ruimte en sociale veiligheid. Het milieubeleid in Rotterdam is erop gericht om ondanks de verdichting en intensivering van de stad toch de milieubelasting terug te dringen en de leefkwaliteit te verbeteren. In het bestemmingsplan moet in het kader van een goede ruimtelijke ordening een afweging worden gemaakt van de wijze waarop milieubelastende en milieugevoelige bestemmingen ten opzichte van elkaar moeten worden gesitueerd. De essentie en het gewicht van milieuonderwerpen is afhankelijk van het gebied, de opgave en eventuele wettelijke eisen. De gemeente Rotterdam is verplicht om bij de voorbereiding van het bestemmingsplan te onderzoeken welke (milieu)waarden bij het plan in het geding zijn en wat de gevolgen van het plan zijn voor deze waarden. Voor de meeste milieuthema's is er landelijk milieuwetgeving aanwezig.

Een voorbeeld hiervan is de Wet geluidhinder. Daarnaast is er voor sommige milieuthema's Rotterdams beleid aanwezig. De voor dit plan relevante thema's worden hieronder verder uitgewerkt.

6.2

Milieu effectrapportage

6.2.1

Algemeen

De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel bij het nemen van besluiten. Op deze manier krijgt het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming. De m.e.r.-procedure is gekoppeld aan de 'moederprocedure'. Dit is de procedure op grond waarvan de besluitvorming plaatsvindt, bijvoorbeeld de bestemmingsplanprocedure, of een omgevingsvergunningsprocedure. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU-richtlijn m.e.r. Deze richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r. bestaat een belangrijk onderscheid tussen bijlage C en bijlage D. Voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit bijlage C geldt een m.e.r.-plicht. In bijlage D staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht dan wel een plan-m.e.r. plicht geldt indien de grenswaarden worden overschreden in geval van respectievelijk een besluit of een plan. Bij de m.e.r.-beoordeling dient te worden beoordeeld in hoeverre er sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Kunnen belangrijke nadelige milieugevolgen worden uitgesloten, dan is een m.e.r. niet noodzakelijk.

Voor elk besluit dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst die onder de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd in hoeverre belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd.

42

Figuur 6.1 Overzicht verschillende m.e.r.-procedures

(bron: www.infomil.nl )

Met het op 7 juli 2017 in werking getreden wijziging Besluit m.e.r. dient bij elk plan waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde een aanmeldnotitie te worden opgesteld. 6.2.2

Plangebied

Het bestemmingsplan Hoge Wiek Rotterdam maakt in totaal maximaal 400 studentenwoningen, maximaal 500 m2 aan horeca 1 en maximaal 500 m2 aan kantoren en bedrijven tot en met milieucategorie 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten mogelijk. Deze mogelijkheden moeten worden gezien als een activiteit (categorie D11.2) die voorkomt op de D-lijst van het Besluit m.e.r. Tabel 6.1 Relevant onderdeel D. Activiteiten, plannen en besluiten, ten aanzien waarvan de procedure als bedoeld in de artikelen 7.16 tot en met 7.20 van de wet van toepassing is

D 11.2

Kolom 1

Kolom 2

Kolom 3

Kolom 4

Activiteiten

Gevallen

Plannen

Besluiten

De aanleg, In gevallen waarin de wijziging of activiteit betrekking heeft uitbreiding van op: een stedelijk 1°. een oppervlakte van ontwikkelings 100 hectare of meer, project met 2°. een aaneengesloten inbegrip van gebied en 2000 of meer de bouw van woningen omvat, of winkelcentra 3°. Een of bedrijfsvloeroppervlakte parkeerterrein van 200.000 m2 of meer. en.

De structuurvisie, De vaststelling van bedoeld in de het plan, bedoeld in artikelen 2.1, 2.2 en artikel 3.6, eerste lid, 2.3 van de Wet onderdelen a en b, ruimtelijke ordening, van de Wet ruimtelijke en het plan, bedoeld ordening dan wel bij in artikel 3.1, eerste het ontbreken daarvan lid, van die wet. van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.

Een stedelijk ontwikkelingsproject is m.e.r.-beoordelingsplichtig wanneer de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Omdat de ontwikkeling niet boven de drempelwaarde van 2.000 woningen dan wel 200.000 m2 of meer bvo ligt het totale plan onder de drempelwaarden waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht dan wel een planMER-plicht geldt (kolom 2). Op basis van Europese regelgeving dient een vormvrije-m.e.r.-beoordeling plaats te vinden. Doel van deze vormvrije-m.e.r.-beoordeling is het toetsen of een plan of besluit voorziet in, of een kader vormt voor, activiteiten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. Met een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling is gemotiveerd dat de ontwikkeling niet leidt tot significante negatieve milieueffecten (zie bijlage 10). De ontwikkeling ligt niet in of nabij een gevoelig gebied, zoals de ecologische hoofdstructuur of een Natura 2000-gebied. Bovendien heeft de ontwikkelingen vanwege de beperkte omvang geen grote negatieve effecten op het milieu. Dit blijkt uit de milieuonderzoeken waarvan de resultaten beschreven zijn in voorliggend hoofdstuk van dit bestemmingsplan.

Op grond van het bovenstaande is het bestemmingsplan Hoge Wiek Rotterdam niet m.e.r.-beoordelingsplichtig en daarmee ook niet m.e.r.-plichtig.

43

6.2.3

Conclusie

Het plangebied ligt niet in of nabij een gevoelig gebied, zoals de ecologische hoofdstructuur of een Natura 2000-gebied. Op grond van het bovenstaande is bestemmingsplan Hoge Wiek Rotterdam niet m.e.r.-beoordelingsplichtig en daarmee ook niet m.e.r.-plichtig. Het bestemmingsplan is eveneens niet kaderstellend voor mogelijke toekomstige m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten, zodat het bestemmingsplan niet planm.e.r.-plichtig is.

6.3

Milieuzonering

6.3.1

Algemeen

Bij goede ruimtelijke ordening hoort het voorkomen van voorzienbare hinder door bedrijven en andere activiteiten. Hiervoor bestaan voor nieuwe situaties geen wettelijke normen. In het Rotterdamse beleid voor milieuzonering wordt gebruik gemaakt van indicatieve gebiedstypen en een bedrijvenlijst die is opgesteld door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering). De VNG-uitgave geeft informatie over milieuhinder van vrijwel alle bedrijfstypen en andere activiteiten. Hierin zijn voor de milieuaspecten geur, stof (luchtkwaliteit), geluid en gevaar indicatieve afstanden bepaald. De aard van de hinder is bepalend voor de vraag in hoeverre tussen een belastende en een gevoelige functie verweving mogelijk is, dan wel ruimtelijke scheiding noodzakelijk is. De VNG-uitgave bevat een tabel met de indicatieve afstanden. Hiermee kan de vraag worden beantwoord welke afstand aanvaardbaar is tussen een nieuw bedrijf en woningen en tussen nieuwe woningen en bedrijven, of welke bedrijven aanvaardbaar zijn in een gebied met functiemenging. Bij gebieden met functiemenging kan gedacht worden aan stadscentra, winkelcentra, horecaconcentratiegebieden, zones langs stedelijke wegen, woongebieden met kleinschalige en ambachtelijke bedrijvigheid, gebieden nabij industrieterreinen. In deze gebieden is een combinatie van wonen en werken vaak mogelijk.

Vaak aanpandig, bij lichte bedrijvigheid, of naast elkaar, bij de iets zwaardere bedrijven en met aandacht voor de ontsluiting bij bedrijven met een verkeersaantrekkende werking. De gemeente Rotterdam bestemt in haar bestemmingsplannen de functies zoals agrarische doeleinden, kantoren, detailhandel, horeca, maatschappelijke voorzieningen, sport of recreatie als zodanig en niet als bedrijfsbestemming. In de bijgevoegde bedrijvenlijst zijn deze bestemmingen dan ook niet opgenomen. Voor het inpassen van die functies wordt echter wel gebruik gemaakt van de VNG-uitgave. Daarnaast geldt dat inrichtingen moeten voldoen aan het Activiteitenbesluit milieubeheer. 6.3.2

Plangebied

Voor de gebiedstypering wordt gebruik gemaakt van de kaart bij het boekje Bedrijven en Milieuzonering Rotterdam. De gemeente Rotterdam heeft de VNG-lijst vertaald naar de Rotterdamse situatie en heeft daarbij een verdeling aangegeven in woongebied, gemengd woongebied/overgangsgebied en industriegebied I, II, III. De gedachte hierachter is dat de indicatieve afstanden van de VNG bedoeld zijn vanaf een bedrijf van gemiddelde omvang tot woningen in een woonwijk. Voor gemengde gebieden of bij industriegebieden, en/of bedrijven die aanzienlijk kleiner zijn dan een gemiddeld bedrijf biedt het Rotterdamse beleid een standaard om gemotiveerd af te wijken van de indicatieve afstanden. Bedrijven in de nabije omgeving van het plangebied Conform het bestemmingsplan "Haringvliet" is in de omgeving van het plangebied sprake van de enkelbestemmingen 'Maatschappelijk', 'Gemengd - 1', 'Gemengd - 2', 'Gemengd - 3' en 'Wonen'. Het gebied kan derhalve als gemengd gebied worden gekwalificeerd. De richtafstanden kunnen in gemengd gebied met één stap worden verlaagd. Zie hiervoor ook onderstaande figuur 6.2, aan de linkerzijde van het plangebied. Figuur 6.2 Bestemmingen rondom het plangebied (bron: QGIS, eigen bewerking)

44

'Maatschappelijk' Op circa 30 meter ten westen van het plangebied is vooralsnog de bestemming 'Maatschappelijk' van toepassing (voor dit gebied wordt een nieuw bestemmingsplan voorbereid waarmee woningen ter plaatse mogelijk worden gemaakt). Deze gronden zijn vooralsnog enkel bestemd voor maatschappelijke voorzieningen en het daarbij behorende erf. Onder maatschappelijke voorzieningen worden voorzieningen op het gebied van onderwijs, religie, gezondheidszorg, cultuur, maatschappelijke dienstverlening en publieke dienstverlening verstaan. Dergelijke functies kennen maximaal de milieucategorie 2. In gemengd gebied dienen dergelijke functies een richtafstand van 10 meter ten opzichte van gevoelige functies (woningen) aan te houden. Aan deze richtafstand wordt derhalve voldaan. 'Gemengd - 1' Op circa 110 meter ten noordwesten van het plangebied is de bestemming 'Gemengd - 1' van toepassing. Deze gronden zijn bestemd voor (uitsluitend op de begane grond) detailhandel, dienstverlening, kantoren, maatschappelijke voorzieningen en horeca, en tevens voor woningen, gebouwde parkeervoorzieningen en bijbehorende voorzieningen als groen, ontsluitingswegen en -paden alsmede berg- en stallingsruimte. Dergelijke functies kennen maximaal de milieucategorie 2. In gemengd gebied dienen dergelijke functies een richtafstand van 10 meter ten opzichte van gevoelige functies (woningen) aan te houden.

Aan deze richtafstand wordt derhalve voldaan. 'Gemengd - 2' Op circa 55 meter ten zuidwesten van het plangebied is de bestemming 'Gemengd - 2' van toepassing. Deze gronden zijn bestemd voor (uitsluitend op de begane grond, eerste en tweede verdieping) kantoren en maatschappelijke voorzieningen, en tevens voor woningen, gebouwde parkeervoorzieningen en bijbehorende voorzieningen als groen, ontsluitingswegen en -paden alsmede berg- en stallingsruimte. Dergelijke functies kennen maximaal de milieucategorie 2. In gemengd gebied dienen dergelijke functies een richtafstand van 10 meter ten opzichte van gevoelige functies (woningen) aan te houden. Aan deze richtafstand wordt derhalve voldaan. 'Gemengd - 3' Op circa 250 meter ten oosten van het plangebied is de bestemming 'Gemengd - 3' van toepassing. Deze gronden zijn bestemd voor kantoren, maatschappelijke voorzieningen, woningen, een

45

cateringbedrijf, horeca, gebouwde parkeervoorzieningen en bijbehorende voorzieningen als groen, ontsluitingswegen en -paden alsmede berg- en stallingsruimte. Dergelijke functies kennen maximaal de milieucategorie 2. In gemengd gebied dienen dergelijke functies een richtafstand van 10 meter ten opzichte van gevoelige functies (woningen) aan te houden. Aan deze richtafstand wordt derhalve voldaan. 'Wonen' Op circa 70 meter ten zuiden en 110 meter ten noorden van het plangebied is de bestemming 'Wonen' van toepassing. Deze gronden zijn bestemd voor woningen, met de daarbij behorende voorzieningen zoals (inpandige) bergingen en garageboxen, aanbouwen, alsmede tuinen, groen, water en ontsluitingswegen en -paden. Ook ter plaatse van de bijbehorende aanduiding zijn horeca (uitsluitend op de begane grond) en dienstverlening (hypnotherapeut) toegestaan. Deze functies zijn naast woningen toegestaan, waardoor deze functies geen belemmeringen voor het plangebied op een afstand van 70 meter opleveren. Conform het bestemmingsplan "Struisenburg" zijn in de nabijheid van het plangebied de enkelbestemmingen 'Gemengd - 5', 'Gemengd - 8' en 'Wonen' gelegen. Zie onderstaande figuur 6.3, aan de rechterzijde van het plangebied. Figuur 6.3 Bestemmingen rondom het plangebied (bron: QGIS, eigen bewerking)

'Gemengd - 5' Op circa 145 meter ten oosten van het plangebied is de bestemming 'Gemengd - 5' van toepassing. Deze gronden zijn bestemd voor woningen, en uitsluitend op de begane grond en eerste verdieping kantoren met een b.v.o. van maximaal 750 m2 per kantoorvestiging, bedrijven t/m categorie 2 met uitzondering van SBI-code 451,452 en 454, dienstverlening, praktijkruimten, maatschappelijke voorzieningen met uitzondering van geluidgevoelige objecten, gebouwde parkeervoorzieningen, detailhandel met een b.v.o. van maximaal 190 m2 en voorzieningen behorend bij bovengenoemde functies, zoals berg- en stallingsruimten, erf, tuin, groen, waterpartijen, ontsluitingspaden. Dergelijke functies kennen maximaal de milieucategorie 2. In gemengd gebied dienen dergelijke functies een richtafstand van 10 meter ten opzichte van gevoelige functies (woningen) aan te houden. Aan deze

46

richtafstand wordt derhalve voldaan. 'Gemengd - 8' Op circa 75 meter ten zuidoosten van het plangebied is sprake van een bestemming 'Gemengd - 8'. Deze gronden zijn bestemd voor bedrijven t/m categorie 2 met uitzondering van SBI-code 451,452 en 454, kantoren van maximaal 750 m2 b.v.o. per kantoorvestiging, dienstverlening, praktijkruimten, maatschappelijke voorzieningen met uitzondering van geluidgevoelige objecten, sport- en recreatiegebouwen totaal maximaal 4.000 m2 b.v.o., conferentie-oorden en congrescentra totaal maximaal 4.000 m2 b.v.o., wonen tevens voor een bijzonder woongebouw totaal maximaal 800 m2 b.v.o., hotel met keuken totaal maximaal 2.500 m2 b.v.o., horeca totaal maximaal 1.500 m2 b.v.o en voorzieningen behorend bij bovengenoemde functies zoals berg- en stallingsruimten, erf, groen, buitenruimte/dakterrassen, waterpartijen, ontsluitingspaden. Dergelijke functies kennen maximaal de milieucategorie 3.1. In gemengd gebied dienen dergelijke functies een richtafstand van 30 meter ten opzichte van gevoelige functies (woningen) aan te houden. Aan deze richtafstand wordt derhalve voldaan. 'Wonen' Op circa 80 meter ten oosten van het plangebied geldt een bestemming 'Wonen'.

Deze gronden zijn bestemd voor woningen met de daarbij behorende voorzieningen zoals (inpandige) bergingen en garageboxen, aanbouwen, bijgebouwen, alsmede tuinen, groen, water en ontsluitingswegen en -paden. In gemengd gebied dienen functies een richtafstand van 30 meter ten opzichte van woningen aan te houden. Aan deze richtafstand wordt derhalve voldaan. In aanvulling op bovenstaande wordt opgemerkt dat voor het uitoefenen van bedrijfsactiviteiten, bijvoorbeeld voor technische installaties, te allen tijde voldaan moet worden aan het Activiteitenbesluit. Bedrijven in het plangebied Het plangebied van dit bestemmingsplan is volgens de Rotterdamse systematiek aangeduid als een gemengd gebied. Dit houdt in principe in dat binnen het plangebied activiteiten in de milieucategorieën 1 en 2 direct naast gevoelige functies als wonen zijn toegestaan. Met voorliggend bestemmingsplan worden ter plaatse van het plangebied naast wonen ook bedrijfsactiviteiten toegestaan. De omvang hiervan is beperkt, het betreft immers 500 m2 horeca en 500 m2 aan kantoren/bedrijvigheid. Deze inrichtingen hebben maximaal een milieucategorie 2, wat betekent dat ze direct toelaatbaar worden geacht naast hindergevoelige functies zoals wonen. Op basis van het Rotterdamse gebiedstype 'gemengd gebied' gelden er namelijk geen richtafstanden.

Dit bestemmingsplan bevat geen bestemmingen waarbinnen bedrijven zijn toegestaan, behoudens bedrijven in de vorm van detailhandel, dienstverlening, horeca, maatschappelijke doeleinden en kantoren. De enige mogelijkheid tot andersoortige bedrijvigheid wordt geboden in de vorm van de bedrijf aan huis-regeling binnen de centrumbestemming. Deze bedrijvigheid is ondergeschikt aan de woonfunctie en mag ten hoogste in categorie 2 vallen. Hinderveroorzakende bedrijven zijn dus niet toegestaan op basis van dit bestemmingsplan. Horeca is toegestaan voor zover het een categorie 1 betreft. Het gaat daarmee niet om een discotheek, bardancing en/of partycentrum. Ten behoeve van de beoogde horeca-activiteiten binnen het plangebied is een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Daarin is opgenomen dat gebruik van de gronden ten behoeve van horeca en daarbij behorende terrassen uitsluitend is toegestaan indien met een akoestisch wordt aangetoond dat - rekening houdend met stemgeluid - de maximale geluidbelasting op de gevel van aanwezige en geprojecteerde woningen en andere geluidgevoelige objecten voldoet aan het Activiteitenbesluit milieubeheer dan wel de eventueel van toepassing zijnde maatwerkvoorschriften. Volledigheidshalve is voor de beoogde horeca een akoestisch onderzoek uitgevoerd waaruit blijkt dat aan het Activiteitenbesluit kan worden voldaan, zie ook bijlage 5.

Horecageluid De ontwikkeling staat maximaal 500 m2 horecaruimte toe. In het kader van de ontwikkeling is een akoestische beoordeling uitgevoerd aangaande de bescherming tegen geluid afkomstig van deze horeca-activiteiten en de om het plan gelegen bestaande woningen. De geluidbelasting op de gevels van het nieuwbouwplan is bepaald ten gevolge van alle geluidrelevante activiteiten van de horeca-activiteiten. Aan de hand hiervan is enerzijds bepaald of er in de toekomstige situatie sprake is van een akoestisch

47

verantwoord woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwbouwwoningen en bestaande woningen in de directe omgeving van het plangebied (en of de nieuwe inrichting kan voldoen aan de normstelling uit het Activiteitenbesluit). Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een goede ruimtelijke ordening. In het onderzoek zijn uitgangspunten aangehouden met betrekking tot het beoogde terras binnen het plangebied. De uiteindelijke exacte geluidbelasting ten gevolge van de terrassen is afhankelijk van de exacte invulling en omvang van deze terrassen en eventuele bouwkundige maatregelen die in de nieuwbouw worden opgenomen. In de planregels van dit bestemmingsplan is geborgd dat voordat de gronden in gebruik worden genomen voor de horeca-activiteiten en bijbehorende terrassen er een akoestisch onderzoek overlegd moet worden, waaruit blijkt dat ter plaatse van bestaande en geprojecteerde woningen voldaan wordt aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit en/of de eventuele van toepassing zijnde maatwerkvoorschriften. Uit het onderzoek volgt dat voor alle nieuwe woningen en alle omliggende bestaande woningen een akoestisch goed woon- en leefklimaat kan worden gewaarborgd in de toekomstige situatie. De uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan is hiermee aangetoond.

Gelet op voorgaande, vormt het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmering voor de vaststelling dit bestemmingsplan. 6.3.3

Conclusie

Ter plaatse van het plangebied zal gezien de beoogde functies sprake zijn van een goed- woon en leefklimaat. Dit aspect vraagt dan ook niet om nadere aandacht.

6.4

Verkeer en parkeren

6.4.1

Algemeen

Het plan omvat de woningen en daarbij behorende voorzieningen horeca, kantoor en bedrijven tot en met categorie 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten. Deze functies kennen een verkeersaantrekkende werking. Om te bepalen wat de invloed hiervan op de omgeving is, is de verkeersaantrekkende werking in deze paragraaf inzichtelijk gemaakt. De gemeente Rotterdam beschikt over eigen parkeerbeleid. Voor het bepalen van de parkeerbehoefte wordt dan ook getoetst aan de 'Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022'. De beleidsregeling is op 16 december 2021 vastgesteld. De beleidsregeling geeft normen voor parkeren van auto's én fietsen. Aan deze normen moet voldaan worden bij een omgevingsvergunning voor het bouwen of bij een omgevingsvergunning voor het gebruiken van gronden of bouwwerken. Om aan dit beleid te kunnen toetsen is in het bestemmingsplan in artikel 10 een bepaling opgenomen waarin staat dat alleen een omgevingsvergunning voor het bouwen of gebruiken van gronden of bouwwerken mag worden verleend als sprake is van voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen op basis van het geldende beleid ten aanzien van parkeren in de gemeente Rotterdam. Het bevoegd gezag kan geheel of gedeeltelijk afwijken van de parkeernormen. De afwijking moet goed en navolgbaar onderbouwd worden.

Van het afwijken van de parkeereis kan sprake zijn bij: Maatwerk: de afwijking moet onderbouwd worden aan de hand van specifieke kenmerken van de locatie, functie of doelgroep van het project. Locatie: er moet sprake zijn van een locatie waar het feitelijk onmogelijk is om geheel of gedeeltelijk aan de parkeereis te voldoen of waar het in alle redelijkheid onmogelijk of onwenselijk is om geheel of gedeeltelijk te voldoen aan de parkeereis. De volgende bijzondere vrijstellingen kunnen worden toegepast: Nabijheid OV-stations: Als een ontwikkeling wordt gerealiseerd in de nabijheid van specifieke OV-stations wordt de autoparkeereis verminderd conform de opgenomen tabel. Extra fietsparkeerruimte: als een ontwikkeling in betaald parkeergebied voorziet in extra fietsparkeervoorzieningen op eigen terrein, wordt de autoparkeereis met maximaal 10% verlaagd in de verhouding twee fietsparkeerplaatsen in plaats van één autoparkeerplaats. Deze extra

48

fietsparkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd op eigen terrein en zijn bedoeld voor langparkeerders (bewoners, werkers, studenten). Deelauto’s: als bij een woningontwikkeling in betaald parkeergebied structureel, dat wil zeggen voor minimaal 10 jaar, commercieel aangeboden deelauto’s ter beschikking worden gesteld op geoormerkte deelautoparkeerplaatsen, wordt de autoparkeereis met maximaal 20% verlaagd in de verhouding één autoparkeerplaats met deelauto in plaats van vijf gewone autoparkeerplaatsen. De deelauto’s mogen ook worden geplaatst in een nabijgelegen parkeervoorziening op geoormerkte deelautoparkeerplaatsen. Mobility as a Service (MaaS): als bij een ontwikkeling in betaald parkeergebied gebied voor alle toekomstige gebruikers Mobility as a Service structureel, dat wil zeggen voor minimaal 10 jaar, beschikbaar wordt gesteld, wordt de autoparkeereis met maximaal 20% verlaagd. 6.4.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=c60b5789-bdb5-4ce8-aa1c-da5cd5b16f0e