CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb004871] Bijlage 2 behorende bij 24bb004656 Herziening Stedenbouwkundig Plan 2024

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 28 augustus 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bouwen en Wonen19.686 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Programma en de openbare ruimte

0

10

20

30

40

50

60

70

80

90

De openbare ruimte rondom de drie bouwblokken kent een gewenst divers gebruik en karakter. Hierop aansluiten met en dit versterken door de programmering van het gebouwde programma is de opgave bij de ontwikkeling. Grofweg zijn vijf van karakter verschillende openbare ruimtes te

100

Stedenbouwkundig plan Rijnhaven

onderscheiden: de Stadsas, het Rijnhavenpark, de 2 entreepleinen en de straten tussen (en eventueel binnen) de bouwblokken. De stadsas (Posthumalaan-Hillelaan) maakt onderdeel uit van de hoofdstructuur van de stad en is de belangrijkste verbinding in de binnenstad op twee oevers. Aan deze boulevard ligt het accent op stedelijk (werk)programma, gericht op gebruikers en bezoekers van het gebied, zoals kantoren, bedrijfsruimte, dienstverlening, maatschappelijk programma (beperkt), horeca (beperkt) en servicegerichte functies. Het Rijnhavenpark en rondje Rijnhaven worden belangrijke recreatieve bestemmingen in de binnenstad. De functies die hieraan een plek vinden, zijn vooral gericht op recreatie, ontspanning, ontmoeten en uitgaan. Denk daarbij aan horeca, cultuur, co-working, sport en hotel. Er is een zorgvuldige overgang tussen het gebouwde programma en het parkprogramma vereist, zodat activiteiten zonder belemmering tussen binnen en buiten kunnen bewegen. Het entreeplein bij het Luxor Theater wordt een nieuw stedelijk podium waar bezoekers en bewoners van de stad elkaar kunnen ontmoeten, waar de dynamiek van de stad gevoeld en gevierd wordt met een waanzinnig Rotterdams uitzicht, ruimte voor evenementen en een groots sculptuur. Het Luxor Theater krijgt daarmee een ruimte waar het ook een buitenprogrammering kan verzorgen. Voor het aangrenzende programma in blok 3 ligt

het accent in de programmering op cultuur, horeca, hotel, kantoor, leisure, ontmoeten, uitgaan en 24uurs activiteiten. De straten tussen de bouwblokken en door blok 2 hebben een intiem(er) karakter en zijn 'shortcuts' tussen de twee stedelijke zijden waartussen de bouwblokken zich bevinden: fijnmazig weefsel tussen het Rijnhavenpark en stadsas. Van hieruit wordt de logistiek van bouwblokken geregeld, maar hieraan grenzen ook plintfuncties zoals (betaalbare) kantoor- en bedrijfsruimtes, maatschappelijke en/of gezondheidsfuncties en (hoek)horeca. Het programma op de hoeken, bij voorkeur overhoeks vormgegeven, is uitnodigend en open naar de aangrenzende omgeving. Het plein bij metrostation Rijnhaven wordt een belangrijke bestemming voor de bewoners van de Rijnhaven én de omliggende buurten. Hier kunnen bewoners van Rijnhaven, Katendrecht, Kop van Zuid en de Afrikaanderwijk elkaar ontmoeten als ze (dagelijkse) boodschappen doen, het gezondheidscentrum bezoeken, naar buurtactiviteiten komen in een buurtkamer of rond het plein afspreken met buren of vrienden, waar de kinderen kunnen spelen. Rondom het plein ligt het accent op ondersteunende functies en maatschappelijke voorzieningen op buurtniveau, zoals een buurtkamer, ouderenzorg, kinderopvang, sport, gezondsheidscentrum, horeca (beperkt) supermarkt, drogist en andere dagelijkse voorzieningen. De openbare ruimte

en het plintprogramma stimuleren verblijven en ontmoeten. De Rijnhaven heeft een variabel programma met een bandbreedte tussen de 230.000 en 350.000 m2 bvo (exclusief parkeren). Voor de gebiedsontwikkeling als geheel én de drie bouwblokken op zichzelf is vastgelegd dat het aandeel niet-woonprogramma ten opzichte van het totaal minimaal 25'^ en maximaal 35'^ bedraagt. En het woonprogramma dan dus minimaal 65'^ en maximaal 75'^ van het totaal omvat. Een echt gemengde programmering is dus ook op blokniveau een vereiste.

Wonen De Rijnhaven leent zich bij uitstek voor een hoogstedelijk en gedifferentieerd woonmilieu. De Rijnhaven is aantrekkelijk voor veel doelgroepen: jongeren, starters, singles, (kleine) stedelijk georiënteerde gezinnen en senioren. Het accent ligt op de kleinere huishoudens. Een voorstelbare segmentverdeling qua woninggroottes is als volgt: circa 60'^ meet 50-65 m2 gbo; circa 25'^ is 65-85 m2 gbo groot; circa 15'^ is groter dan 85 m2 gbo. Een deel van de woningen in het eerste segment, de 60'^ tussen de 50-65 m2, mag kleiner dan 50 m2 zijn mits het gemiddelde van het eerste segment niet kleiner is dan 50 m2. Het woonprogramma is gemaximeerd op een totaal van 262.500 m2 bvo.

Plan

De verdeling tussen huur en koop van de maximaal 3.000 woningen is ongeveer fifty-fifty. En om er voor te zorgen dat er voor iedereen een woonruimte te vinden is in de Rijnhaven wordt de naaststaande prijssegmentverdeling aangehouden, conform het door de gemeenteraad vastgestelde masterplan: -

20% sociale huur; 30% middensegment; 35% hoger segment; 15% topsegment.

Het heeft de sterke voorkeur om de sociale woningen in de Rijnhaven af te zetten bij een Rotterdamse woningcorporatie Z toegelaten instelling. In alle drie de bouwblokken zal ongeveer deze verdelingen het uitgangspunt zijn waarbij, afhankelijk van exacte programmatische uitwerking van de individuele bouwblokken, er uiteraard zowel flexibilteit als afhankelijkheid in de vereiste segmentsverdeling zit. Wat meer sociale huur en woningen geschikt voor senioren in blok

1, in combinatie met een woonzorgvoorziening, past bijvoorbeeld uitstekend bij de aansluiting op de omliggende buurten, behoeftes van die doelgroepen en de programmering rondom het plein. Voor blok 3 is juist meer hoger en topsegment wenselijk gezien de ambities van de bouwenvelop en aansluiting op het wenselijke niet-woonprogramma. Uiteindelijk zal elk bouwblok een interessante en gedifferentieerde mix aan woningen, functies én bewoners kennen. Vanuit het Langer Thuis Akkoord wordt bijzondere aandacht gevraagd voor de doelgroep ouderen. In 2035 is één op de vijf Rotterdammers ouder dan 65 jaar. Ook neemt het aantal 75-plussers toe. Om het langer zelfstandig wonen in de nabijheid van de eigen buurt mogelijk te maken, zijn geschikte woningen en innovatieve woon(zorg)concepten nodig. In de Rijnhaven, zeker blok 1, dient hieraan invulling gegeven te worden door het realiseren van kwalitatieve woon(zorg)concepten in alle segmenten.

Niet wonen Ook voorzieningen én arbeidsplaatsen zijn nodig voor de gewenste goede groei van de (binnen)stad. Het mixed-use programma van de bouwblokken maakt dat Rijnhaven een hoogstedelijke en dynamische omgeving kan worden. Een bestemming voor iedereen, op allerlei tijdstippen en momenten van de dag (én nacht): voor werk, Illustratieve schetsuitwerking van 'nachtleven' in de Rijnhaven

Stedenbouwkundig plan Rijnhaven

de dagelijkse boodschappen, lunch, zorg, cultuur, een middag van een city-trip, uitgaan, et cetera. Het niet-woonprogramma omvat minimaal een kwart van het gebouwd programma van een bouwblok. Dit niet-woonprogramma mag overal in de bouwenvelop gerealiseerd worden, maar zal hoofdzakelijk in de plint en Rotterdamse laag zijn plek vinden. Toch is het wenselijk ook in de hoogbouw niet-woonprogramma te realiseren, omdat dit ook de hoogbouw toegankelijker en openbaarder maakt en de stad op hoogte daarmee stukken interessanter. De niet-woonfuncties zijn belangrijk voor de juiste programmering en sfeer. In het bestemmingsplan Rijnhaven zijn maximale m2 bvo opgenomen voor diverse niet-woonfuncties, met een maximale totale omvang van 112.500 m2 bvo voor de gehele Rijnhaven. Het merendeel van de functies is opgenomen in een gemengde bestemming 'Centrum' die voor alle drie de blokken geldt. Sommige functies, zoals hotel en detailhandel, zijn toegewezen aan een specifiek bouwblok waarmee preciezer gestuurd is op de gewenste functiemix. Hieronder is het totaal aan niet-woonfuncties opgesomd, zoals vastgelegd in het bestemmingplan Rijnhaven: - Voor kantoorruimte is er 25.000 m2 bvo maxi­ maal mogelijk, 15.000 m2 bvo voor bedrijfs­ ruimte. Dienstverlening is mogelijk in de plint. Een diversiteit aan werkprogramma is daar­ mee mogelijk.

-

Voor commerciële voorzieningen is in totaal 43.000 m2 bvo aan ruimte beschikbaar. Dit is onderverdeeld in 10.000 m2 bvo hotel, 15.000 m2 bvo horeca, 15.000 m2 bvo cultuur en ont­ spanning en 3.000 m2 bvo detailhandel. Aan maatschappelijke voorzieningen is maximaal 25.000 m2 bvo in te vullen. Met dit metrage is meer dan invulling te geven aan de referentienormen maatschappelijke voorzie­ ningen (zie tabel hiernaast). Ook onderwijs zou een invulling kunnen zijn. Voor sport is een maximum van 15.000 m2 bvo opgenomen, wat ingevuld kan worden met allerlei soorten sport: een buurtsportzaal, een sportschool en/of padelbanen. In dit stedenbouwkundig plan is per bouwblok specifieker een bandbreedte per niet-woonfunctie vastgelegd. Zodat niet alle kantoor, sport en/of horeca in één van de bouwblok gerealiseerd kan worden. Op de volgende twee pagina's is de nadere onderverdeling per blok te vinden.

marktbenadering, net zoals bij wonen, percentages en prijsniveaus meegegeven worden. Ook het realiseren van specifieke voorzieningen en/of maatschappelijk programma, die anders moeizaam een plek vinden in de binnenstad, draagt bij aan de inclusiviteit. Ook dit zal bij de marktbenadering nader gespecificeerd worden. In blok 1 dient bijvoorbeeld een gezondheidscentrum van 1000 m2 gerealiseerd te worden; in blok 2 beschermd wonen (24 eenheden, circa 1.200 m2 bvo).

Rekenmodel Referentiewaarden maatschappelijke voorzieningen Rotterdam 202V ttoonwvng

IfcHPgn+p

Aísitui

tLl-liIlċJ'vĆū

SU

įq

1 'IJC'

*ta

0:7

J.13J

ĩtt

13

İ4&

9vū imĩfc

?n UfìWUfWClp

Etauftvmd HhHi

VA

Cia4HHWtQ

ÉŜ

iìŮ&ā V|tM uta lí

nrfM* l tbawfíľ

MnnfHA F? dn* aŗ Lifln

VrjàSUT^w»

'ŕvp»VT,i įÉfītJTi vņor j-njjii «n

ĵ»

Kuil VK « W»

Met deze mogelijkheden aan programmainvulling is een interessante en stedelijke mix in de Rijnhaven te realiseren, die zowel het stedelijke rondje Rijnhaven als de buurtfunctie rond metro Rijnhaven kan aanvullen en versterken. Een inclusieve programmamix vraagt echter meer dan alleen een diversiteit aan functies. Dan gaat het ook om diversiteit in prijssegmenten van de winkel-, bedrijfs- en/of kantoorruimte. Hiervoor zullen bij de

ŵsnui

7)1

ĊlİLí*1* v&fţmŕKřņ iMÿ

VVSJ

C.ULrlftM VMW

#77

Huisn

23

kCOŢTMrtt

f4

«21 1M TiJBO

ĩatíMĴ

In 41 ffttfi 4* Qiřtŵōò&to ŖiWtrtVMi «MywVjMdliGñg fi* MffiįfeOCŴftŕf ĽrtKri ruuftfctirGtr papirwų nw urwtafeii sowarwi dkdmui ųrt y jw #-mul

■ŵfitígţppfrninr«' įį 1 - : - \\_ -- -1-' -- ___ i F

h»1*

'iviňiļŕ’u’t'ŤT ~K.EUI*ņ~ *'AH

Plan

Blok 3 Blok 3 heeft een minimaal ontwikkelprogramma van 90.000 m2 bvo (fsi: 12,6) en maximaal 130.000 m2 bvo (fsi: 18,2). Minimaal 65% en maximaal 75% van het te ontwikkelen programma heeft de bestemming wonen, wat een bandbreedte van 58.500 - 97.500 m2 bvo woonprogramma betekent. In blok 3 mogen maximaal 1120 woningen gerealiseerd worden. Het niet-woonprogramma heeft een omvang van minimaal 25% (22.500 m2 bvo) en maximaal 35% (45.500 m2 bvo). Hiervoor zijn de volgende metrages voor blok 3 beschikbaar uit de bestemming 'Centrum': maatschappelijk detailhandel kantoor bedrijven dienstverlening horeca hotel cultuur en ontspanning sport

0 - 12.500 -

m2 bvo m2 bvo m2 bvo m2 bvo

5.000 - 15.000 1.000 - 7.500 (niet gelimiteerd) m2 bvo 1.500 - 7.500 5.000 - 10.000 m2 bvo 2.500 - 10.000 m2 bvo m2 bvo 0 - 7.500

Daarnaast dient een deel van het te ontwikkelen programma bestemd te zijn als 'ruimte voor sociale kwaliteit'. Dit wordt gerekend tot het niet-woonprogramma en omvat minimaal 2% en maximaal 5% van het totale blokprogramma: sociale kwaliteit 1.800 - 6.500 m2 bvo

Stedenbouwkundig plan Rijnhaven

Blok 2

Blok 1

Blok 2 heeft een minimaal ontwikkelprogramma van 60.000 m2 bvo (fsi: 9,6) en maximaal 100.000 m2 bvo (fsi: 16). Minimaal 65% en maximaal 75% van het te ontwikkelen programma heeft de bestemming wonen, wat een bandbreedte van 39.000 - 75.000 m2 bvo woonprogramma betekent. In blok 2 mogen maximaal 850 woningen gerealiseerd worden, waarvan minimaal 20% sociaal en bij voorkeur meer dan dat. Het niet-woonprogramma heeft een omvang een minimaal 25% (15.000 m2 bvo) en maximaal 35% (35.000 m2 bvo). Hiervoor zijn de volgende metrages voor blok 2 beschikbaar uit de bestemming 'Centrum':

Blok 1 heeft een minimaal ontwikkelprogramma van 80.000 m2 bvo (fsi: 10,3) en maximaal 120.000 m2 bvo (fsi: 15,5). Minimaal 65% en maximaal 75% van het te ontwikkelen programma heeft de bestemming wonen, wat een bandbreedte van 52.000 - 90.000 m2 bvo woonprogramma betekent. In blok 1 mogen maximaal 1030 woningen gerealiseerd worden, waarvan minimaal 20% sociaal en bij voorkeur meer dan dat. Het niet-woonprogramma heeft een omvang een minimaal 25% (20.000 m2 bvo) en maximaal 35% (42.000 m2 bvo). Hiervoor zijn de volgende metrages voor blok 1 beschikbaar uit de bestemming 'Centrum':

maatschappelijk detailhandel kantoor bedrijven dienstverlening horeca hotel cultuur en ontspanning sport

maatschappelijk detailhandel kantoor bedrijven dienstverlening horeca hotel cultuur en ontspanning sport

2.500 - 10.000 -

m2 bvo m2 bvo m2 bvo m2 bvo

2.500 - 7.500 2.500 - 10.000 (niet gelimiteerd) 1.000 - 5.000 m2 bvo m2 bvo 0 - 5.000 1.000 - 5.000

m2 bvo m2 bvo

Daarnaast dient een deel van het te ontwikkelen programma bestemd te zijn als 'ruimte voor sociale kwaliteit'. Dit wordt gerekend tot het niet-woonprogramma en omvat minimaal 2% en maximaal 5% van het totale blokprogramma: sociale kwaliteit 1.200 - 5.000 m2 bvo

7.500 - 15.000 m2 bvo 2.500 - 3.000 m2 bvo 0 - 7500 m2 bvo m2 bvo 2.500 - 7.500 (niet gelimiteerd) 1.000 - 5.000 m2 bvo m2 bvo 0 - 5.000 1.000 - 7.500

m2 bvo m2 bvo

Daarnaast dient een deel van het te ontwikkelen programma bestemd te zijn als 'ruimte voor sociale kwaliteit'. Dit wordt gerekend tot het niet-woonprogramma en omvat minimaal 2% en maximaal 5% van het totale blokprogramma sociale kwaliteit 1.600 - 6.000 m2 bvo

-------------------------------------------- Plan

3.4 Beeldkwaliteit De haven heeft in de afgelopen eeuw een grote stempel gedrukt op de ontwikkeling van de Rijnhaven. Vanaf de jaren '80-'90 vindt in het gebied een ingrijpende herstructurering plaats: van haven naar stad. Sindsdien hebben andere visies, economie en nieuwbouw een nieuw verhaal en nieuwe (tijds)laag toegevoegd aan het bestaande, zowel op de Kop van Zuid als Katendrecht. De ontwikkeling van de Rijnhaven is het sluitstuk van deze twee grootschalige gebiedstransformaties. Een aantal industriële iconen en/of havengebouwen en terreininrichting op sommige kades (zoals rails bijvoorbeeld) zijn nog steeds prominent zichtbaar in het gebied. Veel is echter ook verdwenen/gesloopt, zeker aan de oostzijde. De ooit zó beeldbepalende havenomgeving is in de loop der jaren op de achtergrond geraakt. Het behoud én versterken van deze tijdslaag is een belangrijke uitdaging voor de gewenste beeldkwaliteit van de Rijnhaven. Hoe kan het havenverleden afleesbaar blijven en de beleving ervan versterkt worden? Tegelijkertijd voor de Rijnhaven ook de vraag hoe om te gaan met, zich te verhouden tot, de nieuwbouw die er de laatste drie decennia is toegevoegd? Oftewel, hoe kan en moet de architectuur en beeldkwaliteit van de Rijnhaven reageren op de twee dominante tijdsperiodes die in het gebied aanwezig zijn?

Stedenbouwkundig plan Rijnhaven

Twee karakters De twee karakters in het gebied, die zowel fraaie contrasten als interessante samensmelting geven, vormen de aanleiding en de inspiratie voor een nieuwe generatie gebouwen met een architectuur die zowel een duidelijke beeldreferentie heeft naar havenverleden als naarde vernieuwingsperiode. Het startsein voor de ontwikkeling van de Kop van Zuid markeert grofweg de tweedeling tussen beide perioden. In het tijdvak voor de vernieuwing bepaalden de vemen, loodsen, hijskranen en havenactiviteiten het aanzicht van de Rijnhaven. In eind járen '80 wordt een start gemaakt met de herstructurering van de Zuidkade en Wilhelminapier. Katendrecht volgt een jaar of 10

later. Een nieuw stedelijk (hoogbouw)milieu met een eigentijdse architectuur verrijst aan de kades. Het zijn deze twee karakters die het beeld en de identiteit van het gebied vormen. In de Rijnhaven speelt de confrontatie tussen beide perioden en stijlen een dynamisch spel, dat vanuit verschillende standpunten op contrasterende manieren beleeft kan worden. De maat en schaal, maar ook de architectuur van beide bouwperiodes zijn aspecten die het beeld van de Rijnhaven in scène zetten. Voorde ontwikkeling van de Rijnhaven is de ontmoeting van beide tijdslagen het principe van de beeldkwaliteit. Ontwerpers en ontwikkelaars worden uitgedaagd om een gebouwde omgeving te realiseren waarin geschiedenis én toekomst in het verlengde van elkaar benoemd kunnen worden.

Beeldkwaliteit principe Het gehanteerde principe van beeldkwaliteit stelt daarom de eigenheid van de plek centraal. Het principe van beeldkwaliteit gaat er vanuit dat beide karakters onderdeel worden van de architectuur en vormgeving van de bouwblokken. De blokken zijn onderverdeeld in min of meer twee zijdes: een oostzijde aan de Posthumalaan en een westzijde aan de Rijnhaven. Aan de Posthumalaan reageert de beeldkwaliteit en vormgeving op de eigentijdse architectuur uit de vernieuwingsperiode. De architectuur op de Kop van Zuid laat zich niet in één bouwstroom documenteren. In het 'Manhattan aan de Maas'

wedijverden alle gebouwen en torens met elkaar qua originaliteit, grootte en hoogte. Verwantschap kan worden gevonden in de neo-modernistische en (het vervolg daarop) super-modernistische architectuur. Gebouwen aan de Posthumalaan kunnen reageren op of een weerspiegeling zijn van de al in het gebied aanwezige (vernieuwings) architectuur of een van de huidige eigentijdse stroming(en). De Rijnhavenzijde, met name de Rotterdamse laag ervan, geeft repliek op de bouwkunst van de vemen en loodsen uit de havenperiode. De havenhistorie vormt aanleiding en inspiratie voor een nieuwe generatie gebouwen met een architectuur die een duidelijke beeldreferentie heeft naar dit imposante en identiteitsvolle verleden. De maat, schaal, materialen en bouwmethodieken zijn basiselementen die ingezet kunnen worden voor het herintroduceren van een havenarchitectuur aan de oostzijde van de Rijnhaven. Door de drie bouwblokken met dit principe van beeldkwaliteit op te bouwen en vorm te geven, voegt de Rijnhaven zich op vanzelfsprekende wijze in zijn omgeving, versterkt het de havenhistorische laag én geeft het tegelijkertijd de Rijnhaven ook zijn eigenheid. Op de volgende paginas is stapsgewijs dit principe geïllustreerd. En zijn de twee karakters kort uitgediept. Dit zal uitgebreider worden gevat en vastgelegd in een welstandsparagraaf voor de Rijnhaven.

Plan

Stap 0: historie De Rijnhaven heeft een geschiedenis met een beeldidentiteit van de haven, schepen, kranen, vemen en loodsen. Met de ontwikkeling van De Kop van Zuid is enerzijds deze historische laag aan de oostzijde volledig verdwenen, anderzijds is er een nieuwe eigentijdse beeldlaag rond de Rijnhaven toegevoegd. De manier waarop deze twee karakters elkaar ontmoeten en tot uitdrukking komen is kenmerkend voor de beeldkwaliteit in het gebied. Voor de Rijnhaven is het uitgangspunt dit contrast en dynamiek samen te voegen op blokniveau. Ontwerpvoorstellen worden uitgedaagd de beeldspecifieke vormtaal en architectuur van beide periode te onderzoeken. Kenmerkende elementen en principes van de stromingen te vertalen naar een bouwkunst die voortbouwt op de huidige tweeledige identiteit.

60 J Stedenbouwkundig plan Rijnhaven

Stap 1: ontwikkelkavels Om een architectonische tweedeling op blokniveau terug te brengen zijn de bouwblokken opgedeeld in een noord (Posthumalaan) en zuidzijde (Rijnhaven). De beeldkwaliteit aan de Posthumalaan weerspiegelt de in het gebied aanwezige neo- en super-modernistische architectuur uit de vernieuwingsperiode en/ of voegt een nieuwe tijdslaag toe door de eigentijdse architectuurstroming van huidige tijdsgeest als uitgangspunt te introduceren. De Rijhaven, met name in de Rotterdamse laag, reageert op de maat, schaal en architectuur van de vemen en loodsen. De dimensionering van havenpanden en opstallen bepaalt het ritme aan de kade.

Stap 2: Blok Rijnhavenzijde > vemen De ontwikkelkavels aan de Rijhavenzijd tectuur van de vemen. De volumes hebb vierkante c.q. rechthoekige massa. De m programma en plek. Het hoofdvolume (v tuur is een logisch gevolg van de toegep voor de architectuur van de voormalige ’

e reageren op de maat, schaal en archien een zwaar en massief karakter en een iassa wordt aangepast aan de logica van feem) blijft altijd afleesbaar. De architeciaste constructie en techniek, kenmerkend vemen.

Stap 3: Blok > loodsen De loodsen en hallen tussen de vemen waren meestal eenvoudige constructies van 1 laag hoog, waarin vooral de overslag plaatsvond. Ruimtes waar veel dynamiek was, waar een duidelijke relatie/stroom tussen kade en het achterland was. De typologie van de loodsen kan worden ingezet voor verbindingen, daglichttoetreding, een (collectieve) plek te activeren, accentueren en/of een logistieke functie toe te voegen. De typologie introduceert ook een menselijke maat en schaal in het blok. De loodsen geven meer gelaagdheid aan het principe voor beeldkwali­ teit; voor met name de plint Z Rotterdamse laag van de blokken.

Stap 4: Blok > Kop van Zuid t hoogbouw De bebouwing aan de Posthumalaan en hoogbouwtorens aan de Rijnhavenkade (boven de vemen) reageren op de neo- en super-modernistische architectuur van de Kop van Zuid en/of voegen een nieuwe tijdslaag toe door de eigentijdse architectuurstroming van huidige tijdsgeest als uitgangspunt te nemen. De volumes completeren de blokken en voegen zowel aan de Posthumalaan én skyline nieuwe dynamiek en karakter toe.

Plan

Loodsen De loodsen en hallen op de kades en tussen de vemen waren eenvoudige en relatief lichte constructies van doorgaans 1 laag hoog, voorzien van hellende dakvlakken, die aanvankelijk nog rijkelijk geornamenteerd waren, maar later versoberden. Er zijn verschillende karakteristieken te benoemen. Deze karakteristieken kunnen een inspiratie vormen voor het terug te brengen loods typologie in de Rijnhaven ontwikkeling. Loodsen van plaatijzer kwamen langs de Rijnhaven veel voor, ook al voor de Eerste Wereldoorlog. De

I ndust riële ornamentiek

Grote, afsluitbare openingen

Stedenbouwkundig plan Rijnhaven

De hal: loodsen met veel daglicht

loodsen waren eenvoudig, maar zeker de oudste generatie was niet zo robuust als wij nu vaak denken. Zeker bij de loodsen van hout of baksteen was er vrijwel altijd sprake van een zekere ornamentiek, met name op de kopgevels. Ook de naam van het bedrijf of de hekwerken van de bedrijfslocaties waren (zwaar) geornamenteerd. De lengte van de loodsen was afgestemd op de lengte van de schepen: vaak lang. De loods had maar één eenvoudige functie: zeer tijdelijke opslag. Een simpele, geëxtrudeerde doos met een flauw zadel- of schaaldak (half rond) volstond. De loodsen hadden, al gelang hun positie haaks of parallel op de kade, grote deuren in de kop- of langsgevels, op regelmatige afstand. De hallen voor personentransport hadden vaak meerdere verdiepingen. Daglicht diende juist daar royaal toe te treden. Glas was hier juist bij uitstek van belang.

Vemen De veemarchitectuur was robuust, maar zeker niet zonder verfijning en vrijwel altijd expressief. Het was nooit een droge vertaling van programma en functionaliteit. Vooral opvallend was de diversiteit in de opbouw van de volumes, waarbij simpele blokvormige gebouwen werden afgewisseld met meer geknede massa's. De draagconstructie of dragende elementen waren in de gevel duidelijk zichtbaar gemaakt, net als de logistieke elementen voor op- en overslag of andere bedrijfsfuncties, die soms als een laag van techniek aan de gevel hingen. De gebouwen oogden zwaar, door het materiaalgebruik (baksteen al dan niet in combinatie met beton, of soms volledig beton) en de betrekkelijk dichte gevels. Bij het ontwerp van nieuwe veemvolumes is een genuanceerd spel met de beeldgeschiedenis een noodzakelijke voorwaarde voor een eindresultaat waarbij de Rijnhaven als historische havenkom herkenbaar blijft en de historische gelaagdheid ervaarbaar is. Dat betekent dat in het ontwerp de gebouwen een afwisselend silhouet hebben en dat tektoniek een belangrijke rol moet spelen. Speciale aandacht dient er te zijn voor de afwisseling in volumeopbouw en voor het kneden van de massa waar dit vanzelfsprekend is. Expressiviteit in de gevelcompositie is onmisbaar voor het realiseren van a rchitectuur die rond de haven op zij n plaats valt. Overhuiving

1 hoofd materiaal n 1 additief

Horizontaa I /verti caal

Plan

Karakteristieke havenarchitectuur rond de Rijnhaven, voorzien van nieuwe tijdlagen in de vorm van opbouwen en aanpassingen

Stedenbouwkundig plan Rijnhaven

Kop van Zuid - Hoogbouw De gebouwen uit de vernieuwingsperiode introduceren sinds de jaren '90 een nieuwe verhevenheid in het gebied. Sindsdien wedijveren de bouwontwikkelingen in de Kop van Zuid met elkaar qua grootte en hoogte. De hoogbouwarchitectuur laat zich niet makkelijk documenteren in één bouwstroom. Verwantschap kan worden gevonden in het supermodernisme. De gebouwen verbeelden architectuuropvattingen van de tijdsgeest (1990-heden) waarbinnen de ontwikkelingen tot stand zijn gekomen. Het eigentijdse is daarom naast het supermodernisme ook een belangrijk beginsel voor beeldkwaliteit. De architectuur van Kop van Zuid - Hoogbouw kan op twee verschillende manieren gemotiveerd worden en tot uiting komen: supermodernisme of het hedendaagse. Bij het supermodernisme worden de vorm en massa van het gebouw ingezet om een statement te maken. Beeldbepalende voorbeelden hiervan zijn o.a. De Rotterdam, INHolland en het KPN hoofdkantoor. Belangrijk kenmerk van de hedendaagse architectuur is het bewust omgaan met het klimaat. Gebruiken van duurzaam/circulair materiaal, plek voor biodiversiteit, focus op het energievraagstuk en het microklimaat. Andere aspecten zijn het gebruik van robotica (automatisering), parametrisch ontwerp (digitalisering) en nieuwe innovatieve bouwmaterialen (experiment).

Plan

3.5 Stadspark De drie nieuwe bouwblokken liggen op de overgang van de Posthumalaan, de verkeerslogistieke en representatief belangrijke boulevard van de stadsas naar de recreatieve ruimte van het Rijnhavenpark. Met het Rijnhavenpark wordt een heel nieuw parkgebied gerealiseerd in de context van een voormalige havenbekken in de binnenstad.. Het geheel leidt tot een metropolitaan parkmilieu in Rotterdam. Uitgaand van het in masterplan geponeerde parkconcept met drie parkdelen om het water, is eind 2021 het schetsontwerp opgeleverd door Michael van Valkenburgh Associates (MVVA) als volgende stap in de parkuitwerking.

Essentie parkopbouw Het parkontwerp baseert zich op de driedeling in de rondgang om het water. In de uitwerking worden verschillende plekken opgenomen in de zonering van strak vormgegeven randen (kaden, esplanade, parkkamers) naar een afwisselende, stoere en soms zelfs natuurlijk ogende waterkant. Aan de oostzijde van het havenbekken direct grenzend aan de nieuwe stadsblokken komt een glooiend parkdeel op vast land dat zich kenmerkt door een organische vormgeving. Hier ligt een langgerekte brede esplanade, inclusief twee entreepleinen, als route en voor verblijf voorlangs en rondom de plinten van de stadsblokken. Routes Schetsontwerp Rijnhavenpark

Stedenbouwkundig plan Rijnhaven

van het park sluiten via de esplanade aan op de

natuurlijker en rauwe inrichting langs het water en

drijvend park ligt als een eigenstandig lang en

stadsas, en de buurten aan de andere zijde ervan.

een meer 'cultuurlijke' vormgeving van het groen

strak vormgegeven object vrij en laag in het water op afstand van de kade. Het drijvend park aan de

De twee pleinen in beide hoeken vormen, in goede

en openbaar gebied (esplanade, parkkamers)

aansluiting op de metrostations, de hoofdentrees

grenzend aan de stadsblokken. Het brede pad

kaapse zijde is een opeenvolging van meerdere

tot het park. De ambitie is om deze tot levendige

slingert langs alle parkkamers én strandjes door

eilanden I steigers met mogelijkheden voor nog

verblijfsplekken uit te werken en als belangrijke

het glooiende maaiveld dat zijn hoogtepunt kent

nader te definiëren specifiek gebruik. Het water

ankerpunten in het aaneengesloten geheel van

in een opvallende rotsachtige wand in het park. De

rondom beide drijvende parken is bereikbaar,

de esplanade. De esplanade grenst aan meerdere

promenade functioneert als 'kortsluiting (snelle

'aanraakbaar' en toegankelijk.

groene parkruimten in het park. Deze manifesteren

route)' van de Wilhelminapier naar Kate ndrecht en

zich als een reeks kamers in het park die onderling

het verderop aan te leggen Nelson Mandelapark in

Samen vormen de drie parkdelen één park, maar

van identiteit verschillen.

de Maashaven.

verschillen onderling sterk van verschijningsvorm, zich spiegelend aan het aanliggende

Aan het water zijn enkele flauw aflopende

Langs de Wilhelminapier en de kade van

strandjes ingevoegd in het park. Deze worden

Katendrecht liggen de twee drijvende parkdelen

aan de noordzijde eenduidig van vorm en strak

ontsloten door de slingerende promenade in het

die beiden meebewegen met het getij. In de

gestileerd gelijk aan de Wilhelminapier. Oostelijk,

park die ligt op de overgang van de gevarieerde

vormgeving wordt hier de combinatie gezocht

grenzend aan de forse stadsblokken, is het park

stedenbouwkundig weefsel. Het park is daardoor

(met keien begrensde) waterrand naar de hoger

van aan havenarchitectuur gerelateerde vormen,

het omvangrijkst van oppervlakte en afwisselend

gelegen groene parkkamers. De slingerende

constructies en materialen, waarin verblijfsruimte

vormgegeven met robuust organisch groen. De

promenade vormt ook de zichtbare grens tussen de

en weelderig groen zijn gevat. Het noordelijk

zuidzijde langs Katendrecht varieert met enkele

'Civic and wild', opeenvolging van parkruimten van meer geordend langs de kaderand naar natuurlijker delen aan het water

Gevarieerde en goed bereikbare wateroevers (zowel vast als cd rijvend) voor verblijf nabij water

Spreiding van verschillende parkruimten om het water, waaronder ook enkele strandjes ingebed in het park

segmenten van een informeel karakter. De continuïteit van de rondgang om het water wordt gegarandeerd door meerdere routes en circuits tussen de drie parkdelen. De drie parkdelen maken samen met het toegankelijke en recreatief te gebruiken wateroppervlak het Rijnhavenpark.

kenmerkend zijn om een meervoudige gebruiks­ waarde. Tegen de achtergrond van de skyline, het water en de afwisselende parksferen, niet beperkt tot één vooropgezet gebruik, ontstaat ruimte die uitnodigt voor een breed en vrij in te vullen set van activiteiten.

Parkprogramma

Het park ligt midden in wat een hoogstedelijk binnenstadsmilieu gaat worden. Er wordt uitgegaan van een intensief gebruik van de parkruimte. Natuurlijk zal de drukte gedurende de dag variëren,

Bijzonder aan het parkontwerp is het grote absorptievermogen voor verblijf en bewegen van meerdere gebruikersgroepen. Ook is de bereikbaarheid van het water, overal rond het bekken gemaximaliseerd. Dit is essentieel voor de aanraakbaarheid, toegankelijkheid en het recreatief gebruik van het water. Met de rondgang door de drie parkdelen doorkruist men een opeenvolgende reeks uitgesproken en karaktervolle plekken, die variëren in beeld en

Brooklyn Bridgepark, ©MVVA

Stedenbouwkundig plan Rijnhaven

scala aan ruimten voorzien. Enerzijds uitnodigend voor grote drukte en ingericht voor een intensief gebruik, anderzijds meer beschut als 'stillere' plek waar men zich rustig kan terugtrekken. Er is de mogelijkheid voor een mix aan activiteiten, parkprogramma en evenementen. Het gebruik is op te delen in drie categorieën: dagelijks, specifiek en bijzonder gebruik.

maar met het vorderen van de avond wordt het er rustiger. De openbare ruimte direct grenzend aan de nieuwe bouwblokken behoort tot de drukkere delen van het park. Met de horeca en voorzieningen in de plinten is de esplanade jaarrond tot de langst bezochte delen van het park. In het netwerk van paden en ankerplekken is een

Het dagelijks gebruik als stadspark is bedoeld voor omwonenden en werkenden, maar ook voor bezoekers van de aan het park omliggende voorzieningen. Gekoppeld aan de verschillende wandelroutes zijn er rondom meerdere informele ruimten. De inrichting heeft aandacht voor flaneren en verblijf in en langs botanisch schoon en recreatief en stedelijk genot (skyline, horeca). Daarnaast biedt het park als voorruimte

Parkentrees en de diversiteit in het padenstelsel

Brooklyn Bridgepark, ©MVVA

van aanwonende bewoners en gezinnen de gelegenheid voor een dagelijks bewegen ('bootcamp' en hardlooprondjes) en het vrije spel in de informele ruimten. Dan is er als tweede het specifiek gebruik dat samenhangt met de ligging aan water. Met het verzachten van de oorspronkelijke scherpe overgang naar het water (kadewanden) door het aanbrengen van een variatie aan flauwe en lage oeverranden is de toegankelijkheid en 'aanraakbaarheid' van het wateroppervlak gemaximeerd. "In het Rijnhavenpark wordt het water gevierd". Zwemmen in open water, en vooral de schaal waarop dat mogelijk wordt in het hart van de stad, is een 'unique selling point' van dit park. In de variatie van strandjes, steigers en stenen trappen wordt de gang naar het water

uitnodigend voor meerdere leeftijdsgroepen. Boven op het vertier langs de oevers biedt het grote wateroppervlak ruim baan voor verschillende vormen van (handgedreven) waterrecreatie. Optioneel zijn iconische objecten, waaronder een op havenarchitectuur geïnspireerde speelattractie, een drijvend zwembad of een publiekstrekker. Oftewel bijzondere en hoogstedelijke objecten met een aantrekkingskracht op de ruime omgeving. En als laatste categorie het bijzondere gebruik. Temporeel, incidenteel en tijdelijk biedt het park ruimte aan stedelijke evenementen. Deze kunnen variëren van omvang en intensiteit, mits passend binnen de schaal en draagkracht van de park ruimten en de frequentie voor de wijk. Hiermee ontstaat de mogelijkheid om het park jaarrond actief te houden en dat het ook in de stillere

seizoenen opveert. De programmering levert een bijdrage aan de evenementenkalender van de stad. Het scala van stedelijke evenementen variërend van zomerfestivals, buitenensembles, watersport tot een seizoensijsbaan dient wel gedoseerd te worden. Maar het park volledig omringd door programma en horeca in de omliggende bebouwing onderscheidt zich met een dynamisch profiel van oevers en wateroppervlak van andere buitenruimten in de stad. Het locatieprofiel van het Rijnhavenpark zal met het gereedkomen van de aanleg van het park worden afgerond en in de tijd verder worden aangescherpt.

ERASMUSBRUG-----------

Brooklyn Bridgepark, ©MVVA

Ruimte voor een divers parkprogramma op de vaste land en (drijvende parkdelen

Brooklyn Bridgepark, ©MVVA

Plan

La i 1 Lrj

a

1|1|^ ^

|P*“ ' fiŕ.ï9į

«f ~ļHL

0-4 M| ;'

PaBįLp

S "

^ŭŭÉiw

Ěi

1

iMBftWltji } a ! " ^■iHļ '.. 'J*ľ

1

wkundig plan Rijnhaven

4

ŗ J 7: JC ř"r*ļ

t

„v įŗ**^ -

^ ^jļ 1?, J

já*JÍ

lĩ

* 7

'i

ŞļļSjbļ?

''*j

' ii

■^CWWr

3.7 Stad, buurt, straat Een prettige woonomgeving is afhankelijk van veel factoren: veiligheid, voorzieningenaanbod, sfeer, weinig overlast, sociaal contact met de buren, et cetera. Samen geven deze, wanneer in orde, een goed gevoel bij de woonomgeving, een buurt waar je je thuis voelt. Niet overal in de binnenstad is die balans er. Op sommige plekken is aanwezigheid van en de aantrekkingskracht op bezoekers van de binnenstad (werkenden, toeristen, Rotterdammers) zo groot dat de bewoners uit de directe omgeving bijvoorbeeld voor dagelijkse boodschappen en/of eerste lijnszorgbehoefte niet in de buurt terecht kunnen. Of is het er vaak zo druk met 'vreemden' en ontbreken ontmoetingsplekken voor buurtbewoners, waardoor eenzaamheid kan optreden. Zonder aandacht en urgentie hiervoor zal in de Rotterdamse binnenstad de economische betekenis (lees financiële opbrengst) van ruimte dominant worden ten koste van maatschappelijk gebruik met waarden, die minder goed of niet in geld uit te drukken zijn. Het succes van de stad én de concurrentieslag om de ruimte die daardoor plaatsvind, heeft zonder maatregelen verdringing als gevolg. De winnaars in de 'concurrentieslag' kunnen ruimte vermarkten aan de hoogste bieder, wat leidt tot hoge pacht- en vastgoedprijzen en/of kunnen de prijzen van de huur, café latte, natuurwijn en biologische boodschappen wel

betalen. De keerzijde van deze ontwikkeling is de verschraling in de diversiteit en het gebruik van de voorzieningen en uitsluiting van bepaalde doelgroepen en functies in de binnenstad. Op het moment dat te veel ondernemers, investeerders en instellingen op één plek in de binnenstad alleen focus hebben op 'de stad' (lees: voor bezoekers/ hoge inkomens waar de de hoogste opbrengst/ beleggingswaarde te verdienen is), gaat dat ten koste van ruimte voor functies die waardevol en essentieel zijn voor het (samen)leven in 'de buurt en straat'. In het kielzog van deze wedloop verandert ook de openbare ruimte in een omgeving die mensen buitensluit. Het fenomeen treft vooral buurtbewoners met 'kleine' portemonnee, die hun straat/buurt zien veranderen. Een inclusieve gebiedsontwikkeling houdt hier bewust rekening mee. Voor de Rijnhaven ligt hier een belangrijke uitdaging in het verschiet, want hoe kan een inclusieve openbare ruimte en dito (woon-) ruimteverdeling en voorzieningenaanbod recht doen aan de belangen en behoeften van zowel de gewenste investeerders en bezoekers als de bewoners van het gebied? Op de Kop van Zuid en Katendrecht is afgelopen decennia hard gewerkt aan de transformatie van haventerrein naar gemengd woon-werkgebied. Grote bedrijven, overheden, instellingen, allerlei soorten horeca én nieuwe bewoners hebben zich gevestigd op de Pier en de Kaap. Musea, hotels,

filmhuis, theaters en binnenkort een designwarenhuis en een nieuw stadspark trekken veel bezoekers. De vele bezienswaardigheden maken van de Rijnhaven nu al een populaire plek. Van deze trekkracht profiteren veel voorzieningen in het gebied. Met de toenemende populariteit komt ook de bijbehorende druk op de ruimte. Met als risico dat buurtfuncties moeite hebben om te overleven en/of niet gerealiseerd worden en de openbare ruimte wordt overlopen door bezoekers die een prettige woonomgeving in de weg staan. Om buurtbewoners, zowel de bestaande als de nieuwe inwoners van de Rijnhaven, perspectief te bieden op een inclusieve leefomgeving hebben we een denkkader opgesteld, dat richting moet geven aan een evenwichtige en rechtvaardige verdeling van programma en ruimte.

Denkkader: stad, buurt en straat Als gemeente hebben we een breder belang voor ogen. We willen in de gebiedsontwikkeling Rijnhaven sturen op de economische betekenis én maatschappelijke waarden van ruimte en programma. We vragen ontwikkelaars, beleggers en ontwerpers niet alleen aan de fysieke vorm van het programma (de gebouwde stad) te werken maar ook aan de inclusiviteit en de sociaal maatschappelijke aspecten ervan (de geleefde stad). Om te kunnen sturen op een evenwichtige verdeling van ruimte en programma hanteert de gemeente een denkkader, dat de bebouwde en

Plan

onbebouwde ruimte van het plan verdeelt in de categorieën stad, buurt en straat. Deze begrippen bakenen domeinen af waarin de openbare-, semi-openbare, collectieve en private ruimte is vastgelegd en programma is onderverdeeld in verschillende schaalniveaus waarop deze economisch belang en een maatschappelijke waarde vertegenwoordigen. Hiernaast is op kaart aangegeven waar welke categorie (stad, buurt of straat) dominant is en mag zijn rond de Rijnhaven. Hieronder worden de categorieën toegelicht.

Stad

Legenda Openbare ruimte stad Openbare ruimte buurt Openbare ruimte straat Ruimte + programma (verticale) straat Ruimte + programma stad Ruimte + programma buurt Ruimte + programma stad + buurt

Stedenbouwkundig plan Rijnhaven

De aantrekkings- en concurrentiekracht van de Rijnhaven is groot. Het gebied heeft een belangrijke betekenis voor de stad, een waarde die soms ook de belangen van de buurt overstijgt. Het stadsleven is hier dynamisch en is ieder uur van de dag in beweging. In de Rijnhaven zoeken we programma en activiteiten die deze dynamiek versterken, maar niet zondermeer. Meer van hetzelfde is onwenselijk. Dat betekent dat er goed gekeken moet worden naar welke voorzieningen, en voor wie, er al in de omgeving aanwezig zijn. En daarop verder 'programmeren'. Het voorzieningenaanbod van de nieuwbouw ademt diversiteit in de volledige breedte: complementair, versterkend én inclusief. Programma dat past bij 'stad' valt onder de (bestemmingsplan)categorieën: cultuur, leisure, hotel, horeca, maatschappelijke voorzieningen, dienstverlening, hoger onderwijs en kantoren.

Deze stedelijke activiteiten en programma's zijn georganiseerd aan de esplanade in voornamelijk de plint en Rotterdamse laag van bouwblokken aan de stadsas, het rondje Rijnhaven en de entreeplein bij het Nieuwe Luxor.

Buurt Dagelijkse en basisvoorzieningen, zoals een supermarkt, bakker, drogist, kapper, huisarts, sporthal of bloemenzaak maar ook buurtcafé en theehuis zijn belangrijk voor een buurtgevoel, omdat deze het belang van de eigen (doel-) groep overstijgen. En een collectief netwerk en ontmoeting organiseren waarmee een positieve bijdrage aan het buurtleven en lokale gemeenschap wordt geleverd. Ook gedeelde voorzieningen, onderdeel van een collectief woonconcept, vallen onder deze categorie: zoals wellness en fitnessruimte, logeerkamer voor gasten en een gezamenlijke woon-, keukenkamer, daktuin en werkplekken. Langs het rondje Rijnhaven, zeker op de Wilhelminapier, is er nauwelijks 'buurt' aanwezig. Om hierin balans te brengen, voortbouwend op ontwikkeling in Katendrecht Pols én tegelijkertijd verbinding te leggen met Afrikaanderwijk wordt er een concentratie van 'buurt' rond het entreeplein metro Rijnhaven een concentratie dagelijkse en basisvoorzieningen te realiseren en hier de 'buurt' een eigen (ontmoetings-)plek te geven. Ook in de tussenstraten en de logistieke straat in bouwblok 2

zijn functies en voorzieningen voor de buurt geconcentreerd als afval&recycling, (deel) mobiliteit, betaalbare (bedrijfs)ruimtes. In de bouwblokken dienen de publieke, semipublieke en collectieve ruimten zoals het dak, overstap van stijgpunten en/of de entreehal(len) mogelijkheid te bieden om buurt(relatiesAleven) en ontmoeting(en) te faciliteren.

Straat Wonen op hoogte onttrekt zich voor een groot deel aan het leven op straat, en op die straat in de Rijnhaven is de stad dominant. Het sociaal contact met buren speelt zich vooral af op de gang, de (centrale) hal of lift; op die momenten en plekken onderweg kunnen buurtbewoners elkaar tegenkomen, ontmoeten en in contact te komen en routines op te bouwen. Aandacht voor het vormgeven van deze 'reis' met vernauwingen en verbredingen, die zowel terloopse als geregelde ontmoetingen mogelijk maken, is daarom van belang. Op de 'reis' naar buiten/binnen passeert de bewoner (collectieve) voorzieningen en ruimte(s), zoals de brievenbus/pakketwand, fietsenstalling, lift, hal, daktuin, de conciërge, noodtrappenhuis die wanneer met aandacht ervoor ontworpen - een 'verticale straat' kan gaan vormen. De beleving van en kans op ontmoeting in die route van/naar de eigen voordeur is bepalend voor het thuis- en buurtgevoel in hoogbouw. In de Rijnhaven zetten we in op realisatie van die verticale straten.

Plan

Straat

Buurt

ìtad

1952

2013

2025

ibam Hadramawt

Unite d'habitation

De Rotterdam

Rijnhaven

Bewoners

Woningbouwvereniging

Ommuurde stad

Tuinstad

Verticale stad

Beschutting

Gemeenschap

Service, dienstverlening

Vastgoedontwikkelí

Vastgoedontwikkelaar, woningbouwvereniging en bewoner Ommuurd,

verticale stad

Beschutting, gemeenschap en service

De ontwikkeling van hoogbouw

technieken hebben een belangrijke impact gehad op

In de loop van de geschiedenis heeft hoogbouw een

de vorm en het uiterlijk van hoge gebouwen. Maar ook

hoogbouw een oplossing is? In de afgelopen decennia

grote verandering doorgemaakt. De ontwikkeling

veranderende idealen en opvattingen over de manier

is hoogbouw ingezet om allerlei programma's en

van materialen en constructietechnieken hebben

waarop we onze leefomgeving vormgeven hebben

doelgroepen te huisvesten. Met in het begin specifieke

een belangrijke stempel gedrukt op de bouwfysica

invloed uitgeoefend op het wonen op hoogte.

aandacht voor gemeenschapsvorming en later meer voor

en de bouwkunst. De eerste torens in de 16e eeuw werden opgetrokken uit modder en gebouwd door

huisvestingsdiscussie over, voor welke doelgroepen

de economische belangen van het bruisende stadsleven. Als we de historische ontwikkeling van hoogbouw langs

In de ontwikkeling van de Rijnhaven willen we beide

de handen van de bewoners. De uitvinding van beton

het denkkader stad, buurt en straat leggen, valt op dat

werelden verenigen. Om dit voor elkaar te krijgen,

en de lift maakte het mogelijk om flatgebouwen op

de rol en betekenis van programma en ruimte van een

hebben we een ideale mix voor ogen met een natuurlijk

grote schaal en seriematig te bouwen. Niet veel later

belang en ideaal voor de straat en buurt langzaam naar

evenwicht dat rekening houdt met de waarde en

zorgde de introductie van staalconstructiewerk ervoor

een waarde en relevantie voor de stad is verplaatst. Deze

betekenis van ruimte én programma voor de doelgroepen

dat hoogbouw tot grote hoogte steeg. Innovaties en

beweging maakt onderdeel uit van een aanhoudende

op de schaal van stad, buurt en straat.

Stedenbouwkundig plan Rijnhaven

De stad beleefbaar op hoogte

RESTAURANT

KEUKEN

HOBBY GASTENKAMER

KANTOOR

De straat ruimte voor ontmoeting

WOONKAMER

De buurt plek voor omwonende SCHOENMAKER ARENWIN STOMERIJ KINDERDAGOPVANG

KAPPER DAKLOZENOPVANG

BUURTSUPER BIOSCOOP SCHOENMAKER BIERBROUWERIJ

HORECA

POSTKANTOOR

LUXORPLEIN

Plan

Uitwerking

4

1

2

Ontwikkeleenheden Bouwvlak hoogbouw

Planregelkaart

Stedenbouwkundig plan Rijnhaven

4.1 Planregels Planregels De planregels en regelkaart zijn de basis van het stedenbouwkundig plan voor de verdere uitwerking en vervolgstap in de planvorming: de concrete ontwerpen en plannen voor de 3 bouwblokken. De planregels zijn randvoorwaardelijk. Een ontwerp voor (een deel van) een bouwblok wordt hieraan getoetst en dient in principe aan al deze regels te voldoen. De regels gaan in op aspecten die betrekking hebben op de massa, korrel, rooilijnen, bouwhoogte, programma en plint. Maar ook voor sociale aspecten en doelstellingen zijn regels geformuleerd. Op een aantal aspecten zijn de regels een aanvulling op of aanscherping van de Hoogbouwvisie en/of andere Rotterdams beleid. Uiteraard is niet uit te sluiten dat afwijken van een planregel mogelijk moet zijn. Bijvoorbeeld wanneer er een beleidswijziging plaatsvindt na vaststelling van dit stedenbouwkundig plan, wat dan in een nota van uitgangspunten voor (een deel van) een bouwblok word vastgelegd. Of wanneer er wel in de geest van de regel, de ambitie erachter, ontworpen wordt, maar niet aan de letter van de planregel voldaan én het beter ontwerp en/ of beter functionerend programma oplevert. Dan kan na afstemming met het planteam gemotiveerd afgeweken worden.

Spelregelkaart De spelregelkaart verbeeld de mogelijkheden en onmogelijkheden van het stedenbouwkundig plan. Deze kaart is een samenvattende verbeelding van diverse (niet alle) regels. Alle planregels zijn ook afzonderlijk toegelicht en onderverdeeld in twee categorieën: ruimte en sociaal. Deze zijn op de navolgende pagina's te vinden. Daarnaast zijn voor enkele planregels aanvullende richtlijnen opgesteld die een voorkeursrichting bieden in de geest van het plan. In specifieke situaties kunnen richtlijnen anders worden uitgewerkt dan voorgeschreven, mits het geen afbreuk doet aan de hoofdopzet en ruimtelijke kwaliteit. Dit wordt gezamenlijk getoetst en besloten in het planteam. Binnen de meeste planregels is er veel vrijheid en flexibiliteit om in de daadwerkelijke uitwerking van de plannen de gebouwen en ambities vorm te geven.

als een soort leidraad voor de 'juiste' uitwerking van de individuele bouwblokken. We willen met dit stedenbouwkundige plan juist ontwerpvrijheid en -inspiratie (mee)geven zodat ontwerpers, ontwikkelaars hun visie, expertise en ambitie op de Rijnhavenontwikkeling kunnen loslaten.

Voorbeelduitwerking Er is een voorbeelduitwerking gemaakt, die laat zien hoe met inachtneming van de regels verschillende ruimtelijke en programmatische uitwerkingen van de gebouwen mogelijk zijn. Deze voorbeelduitwerking, die aan het eind van deze paragraaf staat, is voor Stadsontwikkeling Rotterdam een hulpmiddel geweest om de gestelde planregels voor de Rijnhavenontwikkeling te valideren en studies uit te voeren, bijvoorbeeld ten aanzien van wind, zon en programma. De voorbeelduitwerkling is geenszinds bedoeld

Uitwerking

1.1 Ruimte - bouwenvelop De maximale afmeting van de bouwenvelop staat per blok vastgelegd in het bestemmingsplan Rijnhaven. Binnen de contouren van deze envelop dient het bouwplan te passen. 250

250 m

De bouwenveloppen in het (bestemmings)plan zijn ruim opgezet. Dit geeft vrijheid en flexibiliteit om te verkennen en te ontwerpen hoe vorm en massa van het te ontwikkelen programma zich voegt in de context van de Rijnhaven. Die ruimte en flexibiliteit geeft niet alleen ontwerpvrijheid, deze is ook nodig zodat optimaal rekening gehouden kan worden met de invloed van zon en wind op gebouwen en de openbare ruimte in de omgeving.

200 m

200 180 m

180

120 m

120_ _ _ _ _ _H&OiiOUW

180 m

120 m

WILHELMINAPIER

KATENDRECHT

40 12 0

. plirtlOiiiiiiiii Max. bouwenvelop

blok 3

blok 2

blok 1

In de bouwenvelop is de Rotterdamse laag begrensd op 40 meter hoogte. De hoogte van verdiepingen in de Rotterdamse laag zijn minimaal 3,3 meter bruto*. De plintzone op de begane grond heeft een maximale hoogte van 12 meter. De hoogte van de begane grondverdieping in de plintzone is minimaal 4,5 meter netto**. De afmetingen van de bouwenveloppen en demarcatie van de hoogbouw verschillen per bouwblok. * bruto verdiepingshoogte = som van de netto hoogte van deze bouwlaag en de dikte van de erboven liggende vloer ** netto verdiepingshoogte = de hoogte van deze bouwlaag gemeten van de bovenkant van de vloer tot de onderkant van het plafond.

80

i Stedenbouwkundig plan Rijnhaven

1.2 Ruimte - programma per blok Per bouwblok is een minimaal en maximaal metrage van het te ontwikkelen programma vastgesteld op basis van een minimaal (230.000 m2) en maximaal programma (350.000m2) voor de gehele ontwikkeling. In de basis is 65% - 75% van het totaalmetrage per blok bestemd voor woonprogramma. De bandbreedte in m2 bruto vloeroppervlak is per blok verschillend. Door het voorschrijven van een bandbreedte speelt het stedenbouwkundig plan in op mogelijk veranderende marktcondities gedurende de looptijd van de gebiedsontwikkeling. Ook geeft het keuzevrijheid bij de ontwikkeling. De positie van de bouwblokken in relatie tot de omgeving en vormgeving van het hoogbouwsilhouet bepalen de verdeling van het minimale en maximale laadvermogen per blok. Het minimaal en maximaal te ontwikkelen metrage per bouwblok is exclusief parkeren.

Max. bouwenvelop Min. 230.000 m2 Max. 350.000 m2

Blok 1 Blok 2 Blok 3

min. 80.000 m2 (FSI 10,3) max. 120.000 m2 (FSI 15,5) min. 60.000 m2 (FSI 9,6) max. 100.000 m2 (FSI 16,0) min. 90.000 m2 (FSI 12,6) max. 130.000 m2 (FSI 18,2)

max. 130.000 m2

max. 100.000 m2

max. 120.000 m2

min. 90.000 m2

min. 60.000 m2

min. 80.000 m2

Uitwerking

ík

*

1.3 Ruimte - hoogbouwsilhouet Door het opnemen van een bandbreedte voor het te ontwikkelen bouwprogramma per blok zijn er vele ontwikkelscenario's qua bouwhoogte en verhoudingen ertussen mogelijk. De aanblik van het hoogbouwsilhouet heeft een belangrijke relatie met het aantal vierkante meters programma in het bouwblok. Op het moment dat het er een hoger of een lager metrage aan programma gerealiseerd wordt, verandert de verhouding van het silhouet. Om te sturen op een evenredig hoogbouwsilhouet zijn er spelregels opgesteld die de maximale en minimale hoogte van torens en minimale afstand tussen de hoogbouwtorens onderling beschrijven.

250

200

-O 180

180

20 30

O

150 30

120

120^

O

O

10

Minimale I maximale bouwhoogte: 75

Ò

A

Max. bouwenvelop O L . „f-J

A BD C E F

Max. - min. bouwhoogte Minimaal verhouding silhouet

Minimale afstand/verhouding: AZF BZC DZE EZF

Stedenbouwkundig plan Rijnhaven

min. 200m Z max. 250m min. 65m Z max. 120m min. 120m Z max. 180m min. 75m Z max. 180m min. 150m Z max. 200m

Toren A is min. 30m hoger dan toren F Toren C is min. 30m hoger dan toren B Verschil in bouwhoogte is min. 10m Toren F is minimaal 20m hoger dan toren E

1.4 Ruimte - verjongen Aan de opbouw van het hoogbouwsilhouet zijn planregels verbonden. De onderstaande voorwaarden volgen hoofdzakelijk de beleidslijnen uit de Hoogbouwvisie. Op een bepaalde hoogte boven de Rotterdamse laag wijken de spelregels uit het stedenbouwkundig plan af van deze visie. Het verjongen van de bovenbouw wordt door twee invalshoeken bepaald: een maximale vloeroppervlakte van hoogbouw en een absolute maat. Bovenop de Rotterdamse laag zijn beide meetinstrumenten begrenst, daarboven zijn de dimensies daarvan losgelaten. Op de Rotterdamse laag mag de diagonaal van de torens B en D niet groter zijn dan 42 meter (30 x 30, een oppervlakte van 900 m2). De torens C en E* hebben een maximale diagonaal van 49,5 meter boven de Rotterdamse laag (35 x 35, een oppervlakte van 1.225 m2). Torens A en F hebben een maximale diagonaal van 56 meter boven de Rotterdamse laag en/of een maximaal oppervlak van 1.600 m2.

Max. bouwenvelop

Rotterdamse laag.

Contour bebouwing Veijongen Max. diagonaal

Verjongen Toren A dient minimaal 2 keer te verjongen. Torens C, E* en F dienen minimaal 1 keer te verjongen. * geldt niet voor toren E wanneer onder de 120m, dan maximale diagonaal 42 meter 7 geen verjonging vereist

Uitwerking

1.5 Ruimte - verdikken De torens aan de entreepleinen, op de koppen van de bouwblokken (toren A en F) hebben de mogelijkheid af te wijken van, 'te spelen met' de verjongingsregel. Aan beide verblijfspleinen is met deze planregel extra ontwerpvrijheid om de vormgeving van openbare ruimte en bebouwing op elkaar af te stemmen en/of de torens te verbijzonderen. De verjongingsplanregel blijft gelden voor toren A en F, maar de mogelijkheid wordt geboden de gestelde en vereiste afwijkende diameters om te draaien, waardoor er een verdikking (in plaats van verjonging) naar boven toe ook mogelijk is. Daarbij nog steeds in achtnemend de invloed van zon, wind, et cetera die de ruimtelijke stapeling heeft op zijn omgeving, teneinde een optimale omgevingskwaliteit te realiseren. Max. bouwenvelop Bebouwing hoogbouwtoren Diagonaal Verdikken

Stedenbouwkundig plan Rijnhaven

1.6 Ruimte - beeldkwaliteit Het principe van beeldkwaliteit stelt de eigenheid van de plek centraal. De Rijnhaven ontleent haar identiteit aan de twee tijdslagen die in het gebied aanwezig zijn. Het startsein voor de ontwikkeling van de Kop van Zuid markeert grofweg de tweedeling tussen beide perioden. In het tijdvak voor vernieuwing domineren vemen, loodsen, hijskranen en havenactiviteiten het aanzicht. Eind jaren '80 wordt een start gemaakt met de herstructurering van de Wilhelminapier en Zuidkade. Een nieuw hoogbouwmilieu met een eigentijdse architectuur verrijst op de kade. De twee karakters vormen aanleiding en inspiratie voor een nieuwe generatie gebouwen met een architectuur die een duidelijke beeldreferentie heeft naar zowel het havenverleden als de vernieuwingsperiode. De zijde aan de Rijnhaven refereert qua maat, schaal en architectuur aan de vemen en loodsen uit de periode voor vernieuwing. De zijde aan de Posthumalaan reageert op de nieuwe stad, de periode na herstructurering. De gebouwen hebben een eigentijdse uitstraling refererend naar de hedendaagse architectuurpraktijk. De confrontatie tussen beide bouwstijlen is het spel dat op verschillende manieren beleeft kan worden in het gebied.

Uitwerking

1.7 Ruimte - architectonische eenheden De bouwblokken zijn opgedeeld in meerdere kavels, die ervoor zorgen dat er minimaal een bepaalde hoeveelheid architectonische eenheden (te ontwikkelen gebouwen/gebouwdelen) per blok én per gevel gerealiseerd worden. De afmetingen van de kavels zijn niet exact voorgeschreven, maar illustratief weergegeven ten einde het minimale aantal architectonische eenheden duidelijk te maken. Ontwerpvoorstellen zijn vrij om de definitieve maat van de ontwikkelkavels te bepalen, mits: voldoende rekening wordt gehouden met de ontsluiting en maatvoering van de interne en/ of externe expeditiestraat; het aantal eenheden per blok en de verdeling daarvan per zijde gelijk blijft aan de gehele lengte van het aanzicht, zoals weergegeven op de verbeelding; de maat en schaal van ontwikkelveld 1a over­ eenkomt met de maat en schaal van de vemen in het gebied. De Cultuurhistorische verkenning en het Beeldkwaliteitsplan bieden handvatten om tot een gemotiveerde maatvoering te komen. In overeenstemming met de gemeente worden de afmetingen van de architectonische eenheden definitief vastgelegd.

Stedenbouwkundig plan Rijnhaven

1.8 Ruimte - eenheid in verscheidenheid De bouwblokken zijn samengesteld uit verschillende architectonische eenheden (gebouwen Z gebouwdelen) die zich in vorm, massa en beeldtaal van elkaar onderscheiden. Om dit te bereiken hebben de gebouwen een afwijkende maat en schaal in breedte en hoogte. De combinatie van verschillende gebouwen en bouwhoogte resulteert in een gevarieerd gevelaanzicht op maaiveld en daklandschap (het tweede maaiveld) op de Rotterdamse laag van de bouwblokken. De gebouwen Z gebouwdelen binnen het bouwblok verschillen ter hoogte van de Rotterdamse laag van bouwhoogte. Per gebouw zit er minimaal één verdieping (3,5 meter netto) hoogteverschil. De daken van de gebouwen Z gebouwdelen per bouwblok vormen samen één (collectief) daklandschap met trap- en eventuele brugverbindingen.

Uitwerking

1.9 Ruimte - ruimtelijke opbouw De geleding van de bouwblokken in verticale richting is bepalend voor het aanzicht van het ensemble op afstand en de beleving ervan op maaiveld. De beëindiging van de voet van de hoogbouwtorens reageert op het principe van beeldkwaliteit. Aan de zijde van de Posthumalaan kan de voet van de hoogbouwtoren landen op zowel maaiveld, de plint of de Rotterdamse laag. De toren kan qua architectuur op zichzelf staan, en bijvoorbeeld 'landen' op maaiveld en/of op de Rotterdamse laag. Of de toren maakt onderdeel uit van een 'sokkel' (Rotterdamse laag, plint). Aan de Rijnhaven landt de voet van de hoogbouwtoren op de Rotterdamse laag en/of op het maaiveld. De toren reageert in dat laatste geval op het principe van vemen en loodsen maar vormt een eigen architectonische eenheid.

Posthumalaan

Posthumalaan

Rijnhaven

Stedenbouwkundig plan Rijnhaven

Posthumalaan

Rijnhaven

1.10 Ruimte - technische ruimte In hoge gebouwen neemt de complexiteit en veiligheidseisen ten aanzien van brand, constructie, fundering en logistiek toe. Om te voorkomen dat dit leidt tot een optelsom aan claims op schaarse ruimte in de plint zijn er regels opgesteld. In het bouwblok kunnen technische ruimtes een plek vinden in de parkeergarage, plint, een speciaal ontworpen technische verdieping en de kroon van het gebouw. In de plint zijn de technische en serviceruimtes (zoals fietsenstalling, afval, nutsvoorzieningen, bergingen, gebouwinstallaties, et cetera) bij voorkeur ontsloten aan de expeditiestraat. Vanaf de publieke straat zijn deze ruimtes niet zichtbaar, wel toegankelijk en ontsloten door bij voorkeur gecombineerde toegangen. Vanuit resilience-overwegingen (vanwege de buitendijkse ligging) is het niet toegestaan om vitale voorzieningen op te nemen in de ondergrondse stallingsgarage. Technische en servicevoorzieningen worden bij voorkeur geclusterd worden op één verdiepingsvloer. De (infrastructuur van de) technische installaties op het daklandschap van de Rotterdamse laag en/ of in de gevel maken integraal onderdeel uit van de architectuur van het gebouw(deel). Installaties in de kroon van een toren zijn uit het zicht en een integraal onderdeel van het ontwerp.

Kroon

Technische verdieping

Kroon

Rotterdamse laag

Expeditiestraat

Parkeergarage

Uitwerking

1.11 Ruimte - binnenhoven Belangrijke aspecten voor aantrekkelijke binnenhoven zijn de toetreding van daglicht en zon, afdoende afmeting, beperkte windhinder en vooral enige mate van rust. De hoven vormen een stille(re) en informele zijde van het bouwblok. De binnenplaatsen hebben een belangrijke functie als ontmoetingsplek. Een minimale ontwerpmaat voor de breedte van binnenhoven is niet voorgeschreven. De uitdagende en complexe maat en schaal van de vemen vraagt om vrijheid ten einde met creatieve ontwerpoplossingen een aangename binnenplaats in het bouwblok te creëren. Ontwerpvoorstellen worden daarom kwalitatief beoordeeld. Aspecten als geluid, wind en zon alsook collectiviteit, toegankelijkheid en openbaarheid dienen in de ontwerpoverweging te worden meegenomen. Ontwerpers en ontwikkelaars zijn vrij om de positie van de binnenhoven te bepalen, behalve in blok 2 (waar het hof samenvalt met de expeditiestraat). Deze vrijheid kan leiden tot open of gesloten bouwbloktypologieën. Hoven kunnen met de voet landen op de begane grond, plint of in de Rotterdamse laag. Ook deels overdekte binnenhoven (atria) zijn een mogelijkheid. Waar publiek toegankelijke expeditiestraten en binnenhoven op privaat gebied ontstaan, maken eigenaren en gemeente afspraken over de bereikbaarheid en het beheer daarvan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=5ff3eb99-a9f5-4224-8099-53892906b2a4