[24bb004871] Bijlage 2 behorende bij 24bb004656 Herziening Stedenbouwkundig Plan 2024
Tekst van het document
0
J Stedenbouwkundig plan Rijnhaven
1.12 Ruimte - expeditiestraat Expeditiestraten vormen een belangrijk en onderscheidend kenmerk van de Rotterdamse binnenstad. In het centrum zijn ze in alle soorten en maten te vinden. Deze straten vormen een merkwaardige eigen wereld, vaak open en publiek toegankelijk, soms in zichzelf gekeerd en gesloten. Met de ontwikkeling van de Rijnhaven borduren we voort op deze traditie door een onbebouwde ruimte aan de achterzijde (lees tussenzijde) van gebouwen te introduceren. De straten hebben een belangrijke functionele en collectieve betekenis. De straten worden gebruikt om de immer groeiende logistieke vraagstukken van wonen, werken en mobiliteit op te lossen. Daarnaast zorgt een mix van functies met adressen aan de (publiek toegankelijke) binnenplaats voor een aangenaam verblijfsklimaat. Blok 2 heeft een expeditiestraat op maaiveld, die verplicht 24/7 openbaar toegankelijk en minimaal 12m breed is (poortbreedte mag minder breed). Dit vanwege de logistieke route die erdoorheen loopt én de centrale afvalverzameling aan deze straat. Blok 1 en 3 hebben de mogelijkheid om de straat ook intern (als hof) en doodlopend op te lossen. De expeditiestraat is via opening in het bouwblok aan de tussenstraten bereikbaar en toegankelijk. Deze expeditiestraten biedt bij uitstek kansen voor huisvesten van betaalbaar programma.
Uitwerking
Illustratieve schetsuitwerking van een daklandschap waar stad - buurt - straat samenkomen.
Stedenbouwkundig plan Rijnhaven
1.13 Ruimte - dakoppervlak Het dakoppervlak van de Rotterdamse laag wordt ingezet om een tweede maaiveld te creëren in het bouwblok. Het daklandschap is overdag (openbaar dan wel collectief) toegankelijk. Ontmoeten, verblijven en verbinden staan er centraal, daarmee invulling gevend aan de ambitie van een inclusieve binnenstad. Aan de ontwerpers en ontwikkelaars de vrijheid voor de invulling van het daklandschap binnen het denkkader stad-buurt-straat. Op bouwblokniveau zijn de daken met elkaar verbonden en vormt het geheel een gemeenschappelijke buitenruimte c.q. daktuinenlandschapAroute. Hoogteverschillen per gebouw worden opgelost met trappen en/of hellingbanen, rekening houdend met mindervaliden. De etages grenzend aan het dak zijn zoveel mogelijk programmatisch en ruimtelijk gekoppeld aan dit daklandschap. Programma en ruimte van deze etages activeren en stimuleren het gebruik van het daklandschap. Op daken zijn private buitenruimtes toegestaan maar deze zijn altijd ondergeschikt aan het openbare en collectieve deel. Vastgoedeigenaren, ondernemers, bewoners en gemeente maken afspraken over de toegankelijkheid en openbaarheid, het meervoudig ruimtegebruik en het beheer van het daklandschap.
Collectief binnenruimte Collectief dak
Uitwerking
2.1 Sociaal - plintzone
plintzone
12 4,5 ŪL
Stedenbouwkundig plan Rijnhaven
De plint onderscheidt zich in de vormgeving van het gebouw. De wijze waarop programma toegankelijk en zichtbaar is, wordt vormgegeven en geplaatst in de plint, is van belang voor de beleving en functioneren van zowel het bouwblok als het (openbaar) gebied. Een goede plint (de programmering, verschijningsvorm, flexibiliteit en het beheer) is van essentieel belang voor een levendig en aantrekkelijk gebied en straatbeeld. De plintzone van het bouwblok is 12 meter hoog, en per architectonische eenheid verspringt de plinthoogte. Binnen die zone wordt daardoor een diversiteit gerealiseerd, waarmee een interessant beeld, passende invulling, focus en goeie overgang en ontworpen kan worden. De onbegrensde schaal van hoogbouw wordt hiermee teruggebracht naar een menselijke maat op de begane grond. Het is belangrijk dat de plint flexibel en adaptief is. Een verdiepingshoogte van minimaal 4,5 meter netto op de begane grond biedt die bewegingsvrijheid. Een terugliggende (demontabele) tussenverdieping, een mezzanine, in de stedelijke plint is gewenst. Dit draagt bij aan dieptewerking in en dynamiek van het gevelbeeld. Ook kan (een deel van) de kelderverdieping bij de plint te betrokken worden, bijvoorbeeld voor een mobiliteitshub en/of horeca. Bij het ontwerp van de ondergrondse parkeergarage dient hier rekening mee te worden gehouden.
2.2 Sociaal - encroachmentzone 1 x gevelgeleding blok
De encroachmentzone (overgangszone) creëert ruimte tussen het bouwblok en de direct aangrenzende openbare ruimte. In deze zone is de uitwisseling tussen privé en openbaar en de gewenste mate van interactie op elkaar af te stemmen mede afhankelijk van het beoogd programma in de plint. Om dit vorm te kunnen geven, is een ruimte bij de rooilijn naar buiten en/of binnen opgenomen. Het toepassen van een terugliggende plintgevel en/of uitkragend gevelvlak draagt ook bij aan een prettige beleving van de straat op ooghoogte. De gevel ter hoogte van de plint en de Rotterdamse laag maximaal 3 meter uitkragen hiervan (in de tussenstraten echter niet tot zeer beperkt toegestaan). Een terugspringend geveldeel binnen het bouwvlak is ook mogelijk en niet begrenst. Op deze manier kan een menselijk maat worden aangebracht en op plekken een intieme(re) sfeer ontstaan. Om variatie en dynamiek in het gevelbeeld te waarborgen dienen per gevelzijde verschillende ontwerpoplossingen voor de gevelgeleding te worden toegepast. De demarcatie kan bijvoorbeeld vormgegeven worden bij de beëindiging van een architectonische eenheid in het gevelaanzicht.
2x gevelgeleding blok
Plint Rotterdamse laag Encroachmentzone Rooilijn
Uitwerking
Illustratieve schetsuitwerking van een overstap ter hoogte van het daklandschap waar stad - buurt - straat samenkomen.
Stedenbouwkundig plan Rijnhaven
2.3 Sociaal - veiligheid door ontmoeting Hoogbouw biedt kansen voor verdichting, maar daarbij komen een aantal extra uitdagingen. Een belangrijk vraagstuk van wonen op hoogte is (sociale) veiligheid en ondermijning. Aandacht voor aspecten als anonimiteit en individualiteit bij het ontwerpen maakt wonen in hoogbouw veiliger en prettiger. Een belangrijke factor om de veiligheid in hoogbouw te vergroten, is te voorkomen dat ondermijnende praktijken gemakkelijk en ongezien verdwijnen achter de voordeur van het appartement. Daarom gelden er voorwaarden voor de bereikbaarheid en toegankelijkheid van woningen. Het is niet toegestaan om vanuit de parkeergarage via de lift of het trappenhuis direct een woning te kunnen betreden. De route vanuit de stallingsgarage (auto en/of fiets) gaat altijd via een overstap: via het openbaar gebied (extern) of een publieke/collectieve plek (intern). Dit kan georganiseerd worden in de plint door een uitgang te maken op straat dan wel een interne publieke ruimte (centrale entreehal). Of door een overstap op andere plekken te realiseren, bijvoorbeeld bovenop de Rotterdamse laag of een overstapverdieping in een toren waar ook een collectieve ruimte aangekoppeld is. De liftkernen en trappenhuizen ter hoogte van een overstappunt zijn fysiek van elkaar gescheiden om zichtbaarheid te garanderen en ontmoeting en interactie uit te lokken.
op rotterdamse laag ontmoetingsruimte
parkeergarage
plint
Rotterdamse laag
Uitwerking
Illustratieve schetsuitwerking van een gangpad in de Rotterdamse laag 7 hoogbouw, die als 'straat' werkt
Stedenbouwkundig plan Rijnhaven
2.4 Sociaal - lift, trap en gangpad Het sociale vraagstuk van wonen in hoogbouw is een belangrijk thema bij het realiseren van een prettige woonomgeving in de Rijnhaven. Binnen het bouwblok is extra aandacht vereist voor het ontwerp en functioneren van de gebouwontsluiting, verkeersruimte en collectieve voorzieningen om ontmoeting en sociale interactie te stimuleren en te faciliteren. In het ontwerp van de verkeersruimte van en naar de eigen woning dienen momenten en plekken ingebouwd te worden voor ontmoeting, om een praatje te maken en familiariteit met (de ritmes van) andere bewoners op te bouwen. Op deze manier wordt eenzaamheid én ondermijning tegengaan, herkenning en buurt- en thuisgevoel gestimuleerd. Door gangpaden, noodtrappen, liften en collectieve voorzieningen binnen het bouwblok (deels) te verbinden en delen met elkaar, ontstaan hybride vormen van gebruik. Deze 'verticale straat' vragen om creatieve oplossingen op aspecten als toegankelijkheid, eigenaarschap en beheer. Een goeie aansluiting van deze 'verticale straat'
solitaire verbindingen
gedeelde verbindingen
op de stad is van cruciaal belang voor het slagen ervan. In de plint dient deze overgang met veel zorg en royaal vormgegeven te worden.
Uitwerking
2.5 Sociaal - entree's en korrel programma's Op de begane grond zijn ogen op straat, goede programmering van de plint en interactie op de overgang tussen openbaar gebied en privé domein erg belangrijk. Dit is de ruimte waar bewoners, bezoekers en ondernemers elkaar ontmoeten, waar aantrekkelijke stedelijkheid moet ontstaan en toegankelijkheid, diversiteit en inclusiviteit ook fysiek vorm krijgen. De plint, de invulling en de korrelgrootte (S, M, L, XL) ervan, dient aan te sluiten op context van de omgeving waar deze aangrenst. De stadsas vraagt iets anders dan een tussenstraat, zoals ook bijvoorbeeld beide pleinen verschillen. Het noordelijke plein nabij het Nieuwe Luxor heeft een stedelijk karakter met ruimte voor cultuur, evenementen en activiteiten en is een echte publiekstrekker voor de stad. Het oppervlak van de voorzieningen heeft daarom overwegend een grote(re) korrel (L,XL). Het zuidelijke plein krijgt daarentegen een belangrijke functie voor de buurt, een plek voor de dagelijkse boodschappen, zorgfuncties, horeca; een ontmoetingsplek voor de inwoners van Rijnhaven en de omliggende buurten. Dit vraagt een diversere en kleinere korrel (L, M, S).
00 J Stedenbouwkundig plan Rijnhaven