CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb004627] Bijlage 5 behorende bij 24bb004640 over nota zienswijzen Codrico terrein (met bijlage)

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 28 augustus 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bouwen en Wonen34.720 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

10.14 Monumentale en beeldbepalende bebouwing Het Veldblok onttrekt rijksmonument Meelfabriek Latenstein en haar ensemble volledig aan het zicht van haar culturele en morele eigenaren. Reactie Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt B.4. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

10.15 Uitstellen besluitvorming rondom Silogebouw en verwijderen uit coördinatiebesluit Reclamant verzoekt om de besluitvorming met betrekking tot het Silogebouw tot nader order uit te stellen en het plan uit het coördinatiebesluit te lichten. Volgens reclamant is het ontwerp in strijd met ongeveer alles waarmee het in strijd zou kunnen zijn en gaat het tegen alle adviezen in van om advies gevraagde instanties. Reactie Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt I.1. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

10.16 Optopping Silogebouw Reclamant maakt bezwaar tegen de gedeeltelijke optopping van het Silogebouw tot 70 meter, met ook nog eens een doorlopende gevel opbouw vanaf de begane grond. Het robuuste karakter, het betonnen kubisme en het rafelige van het gebouw verdwijnt volledig. De optopping Pagina | 45

is een flagrante schending van het auteursrecht van de rijksarchitect en ontwerper van het gebouw. Daarnaast meent reclamant dat de optopping van het Silogebouw niet nodig is. Het voegt slecht een gering aantal woningen toe aan de 1500 die gepland staan. Dat die er überhaupt kunnen komen is al mooi genoeg én zwaar genoeg voor een wijk als Katendrecht. Reactie Wat betreft de bezwaren van reclamant m.b.t. de uiterlijke verschijningsvorm van de optopping wordt verwezen naar de beantwoording onder punt B.4. Ter plaatse van de optopping zijn 18 woningen voorzien. Ook al is dit aantal relatief beperkt, hiermee wordt wel degelijk een bijdrage geleverd aan de vraag naar woningen. Die woningen zijn bovendien onderdeel van de businesscase, en daarmee net zo relevant voor de haalbaarheid van de gehele ontwikkeling als de andere woningen en het overige programma. Hiervoor wordt ook verwezen naar de beantwoording onder punt B.1. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

10.17 Optopping Silogebouw veroorzaakt onttrekking aan zicht kubus De optopping zorgt ervoor dat de iconische kubus volledig aan het zicht onttrokken wordt voor een groot deel van Rotterdam. Reactie Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt B.3. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze voor kennisgeving aan te nemen.

10.18 Bezonning Silogebouw De optopping van het Silogebouw heeft vergaande consequenties voor de bezonning van de oostzijde van Fenix I. Reactie Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt C.1. Opgemerkt wordt dat ter plaatse van de oostgevel Fenix I de maximale zonafname 1:20 uur bedraagt als gevolg van de maximale planologische mogelijkheden van de gehele ontwikkeling. Dit wordt als een aanvaardbaar effect beoordeeld. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze voor kennisgeving aan te nemen.

Reclamant 11 - Huizenbeheer van Herk BV 11.1 Wijze van bestemming Katendrecht Reclamant staat positief tegenover de ontwikkelingen op Katendrecht en waardeert het dat de gemeente Rotterdam stappen heeft gezet om een bestemmingsplan op te stellen. Er is een onlogische keuze gemaakt om binnen twee maanden tijd het gehele schiereiland Katendrecht opnieuw te bestemmen, met uitzondering van één kleine strook. Reclamant meent dat het een onbegrijpelijke keuze is om deze kleine strook van het gebied niet te bestemmen. Reactie In paragraaf 1.1 van het (vastgestelde en inmiddels onherroepelijke) bestemmingsplan Katendrecht is uitgelegd waarom delen van het gebied Katendrecht buiten dit bestemmingsplan zijn gelaten, namelijk: "Omdat er verschillende grote ontwikkelingen in Katendrecht spelen is bij

de start van het bestemmingsplan de inzet geweest om één bestemmingsplan te maken voor zowel het bestaande gebied als alle ontwikkelingen. Het concept-ontwerpbestemmingsplan is het vooroverleg ingegaan als actualisering van de bestemmingsplannen voor het bestaande gebied én als planologisch kader voor nieuwe ontwikkelingen. Daarna is gebleken dat de Pagina | 46

procedures van de verschillende ontwikkelingen en van het bestemmingsplan te ver uiteen gingen lopen om nog één bestemmingsplan voor zowel het bestaande gebied en de nieuwe ontwikkelingen te kunnen maken. Voor deze ontwikkelingen worden afzonderlijke ruimtelijke procedures per ontwikkeling gevoerd. De locaties van de meeste ontwikkelingen zijn buiten het bestemmingsplan Katendrecht gelaten in plaats van deze locaties met de huidige bestemming in het bestemmingsplan op te nemen. Dit aangezien deze ontwikkelingen sterk verschillen van hoe deze locaties in de geldende bestemmingsplannen zijn bestemd, en de geldende bestemming daardoor geen juist beeld meer geeft van wat de gemeente de juiste invulling van deze locaties vindt". Het terrein van Codrico en de Yamaha-strook zijn twee van de ontwikkellocaties die buiten het bestemmingsplan Katendrecht zijn gelaten. Dat deze ontwikkellocaties ten opzichte van heel Katendrecht een beperkt oppervlak hebben is niet relevant. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

11.2 Wijzigingsbevoegdheid Conform de 'Startnotitie bestemmingsplan Katendrecht' was het uitgangspunt in 2018 dat de Codrico locatie en de Yamaha-strook ten minste een wijzigingsbevoegdheid zouden krijgen in het bestemmingsplan Katendrecht. Door de gemeente Rotterdam is nooit gemotiveerd waarom de keuze is gemaakt om - in strijd met het beleid - de Yamaha-strook uit te zonderen. Daarmee is het bestemmingsplan Codrico in strijd met het motiveringsbeginsel en is overduidelijk niet voldoende gekeken naar de belangen van reclamant. De gemeente kan echter nog steeds kiezen om naar aanleiding van deze zienswijze in het definitieve bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid op te nemen. Reactie Een startnotitie is een notitie waarin bij de aanvang van de actualisering van een bestemmingsplan voor een gebied, in dit geval Katendrecht, het doel en de uitgangspunten van de actualisatie worden geschetst op basis van de op dat moment beschikbare informatie en inzichten. Er kunnen geen rechten worden ontleend aan een startnotitie. Gedurende het opstellen van een bestemmingsplan kunnen de inzichten wijzigen over wat mogelijk en opportuun is om in het bestemmingsplan op te nemen. Dat is bij het bestemmingsplan Katendrecht (zoals bij punt 11.1 is aangegeven) ook gebeurd.

Ook ten aanzien van het opnemen van wijzigingsbevoegdheden zijn de inzichten van de gemeente gewijzigd, met name omdat de Omgevingswet deze planvorm niet meer kent. De reclamant begint dit punt met bestemmingsplan Katendrecht, en trekt daaruit conclusies over het (ontwerp)bestemmingsplan Codrico. Wij volgen de reclamant hierin niet. Het (ontwerp)bestemmingsplan Codrico is een projectbestemmingsplan voor alleen de ontwikkeling van het Codrico terrein. Wij zien geen redenen waarom het (ontwerp)bestemmingsplan Codrico ook de Yamaha-strook en de daar voorziene ontwikkelingen mogelijk zou moeten maken met een wijzigingsbevoegdheid. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

11.3 Bestemmingsplan Codrico terrein in combinatie met Yamaha-strook Als gevolg van het niet meenemen van de (concrete) plannen voor onder andere de Yamahastrook is een onvolledig beeld gevormd voor het bestemmingsplan Codrico. Met name de zone rond het zogenaamde Wandblok en de Toren is nog niet voorzien van een heldere aansluiting op de voorgenomen projecten in onder andere de Yamaha-strook. De werking van het bestemmingsplan Codrico en samenhang van de posities in de Yamaha-strook is onvoldoende gewaarborgd. Reactie De Yamaha-strook (en ook andere in de omgeving voorziene ontwikkelingen) bevindt zich inderdaad buiten het bestemmingsplangebied van het Codrico terrein en is daarom niet meegenomen. Opgemerkt wordt dat op basis van gewijzigde inzichten is besloten wel degelijk Pagina | 47

een m.e.r.-beoordeling op te stellen voor het hele gebied waarin de ontwikkelingen in de omgeving van het Codrico terrein zijn meegenomen. Daarbij is ook de Yamaha-strook meegenomen. Op deze manier worden de ontwikkelingen in de omgeving van het Codrico terrein - ondanks dat hiervoor nog geen planologische procedure is doorlopen - wel degelijk meegenomen bij het beoordelen van de milieueffecten. In de beantwoording onder punt H.1 wordt hier uitgebreider op ingegaan. Hier wordt dan ook naar verwezen. De aansluiting op het openbaar gebied maakt onderdeel uit van de verdere uitwerking van de plannen en valt buiten de werkingssfeer van een bestemmingsplan. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

11.4 M.e.r.-beoordeling De gemeente Rotterdam heeft gekozen voor een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Uit de ter beschikking gestelde ruimtelijke onderbouwing, toelichting en overige bijlagen kan onvoldoende opgemaakt worden op basis van welke uitgangspunten de gemeente Rotterdam heeft geoordeeld dat voor dit bestemmingsplan geen formele m.e.r.-beoordeling dient te worden verricht. Reclamant wordt graag gekend in de overwegingen van de gemeente een formele m.e.r.-beoordeling voor dit bestemmingsplan achterwege te laten. Daarbij verneemt reclamant graag waarom overige projecten in de buurt niet zijn meegenomen in de vormvrije m.e.r.beoordeling. Niet alleen is het plan Codrico namelijk zelf afhankelijk van overleg met ontwikkelaars van omliggende projecten, tevens zijn andere ontwikkelingen in de nabijheid afhankelijk van de ontwikkeling van Codrico. Immers, andere ontwikkelingen zullen moeten worden aangepast op het plan van Codrico. Zodoende kan niet worden gesproken van een autonoom stedelijk ontwikkelingsproject. Reactie Verwezen wordt naar de reactie onder punt H.1. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze gegrond te verklaren. Voorgesteld wordt de m.e.r.-beoordeling voor Pols Noord alsmede het daarbij behorende besluit als bijlage aan het bestemmingsplan toe te voegen en te verwerken in paragraaf 6.13 van de toelichting van het bestemmingsplan.

Hiervoor wordt verwezen naar de Nota van wijzigingen onder punt 2.5, 2.6 en 2.7.

11.5 Mobiliteit Het onderwerp mobiliteit wordt alleen beoordeeld voor het bestemmingsplan op zichzelf in haar relatie met de verkeersbewegingen over de Brede Hilledijk/Veerlaan. Wat reclamant betreft is het bestemmingsplan op dit punt niet zorgvuldig beoordeeld in het perspectief van haar bredere (bestaande én nog te realiseren) directe omgeving. Reactie Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt A.1, A.2, A.3 en A.7. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

11.6 Financiële en technische uitvoerbaarheid In het kader van de uitvoerbaarheid stelt reclamant vraagtekens bij de financiële en technische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Aspecten die in dat kader een rol spelen zijn: 1. De uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan hangt in grote mate af van de haalbaarheid en de timing van de verplaatsing van de huidige fabriek naar de Giessenweg in de Spaanse Polder. 2. Er is privaatrechtelijke medewerking van grondeigenaren in de directe omgeving nodig voor het tot stand komen van de ontsluiting van parkeergarage onder het Wandblok. Concreet betekent dit dat toestemming van onder andere reclamant nodig om onder het Wandblok de parkeergarage uit te voeren. Hierover is nog geen overeenstemming bereikt. Pagina | 48

3.

In de toelichting wordt slechts summier ingegaan op de financiële haalbaarheid. Dit terwijl de financiering van het project niet gegarandeerd is. Voor een ambitieus bestemmingsplan dat woontorens van ruim 200 meter toestaat, dient een solide financiële onderbouwing te zijn. Deze ontbreekt vooralsnog.

Reactie De financiële en economische uitvoerbaarheid speelt inderdaad en rol bij het (ontwerp)bestemmingsplan. In dat kader wordt het volgende opgemerkt: 1. Voor de verplaatsing van de fabriek wordt via een separate procedure een vergunning aangevraagd. Deze aanvraag is reeds ingediend. In het (ontwerp)bestemmingsplan is (in artikel 4.4.4) opgenomen dat woningen in gebruik mogen worden genomen op het moment dat de bedrijfsactiviteiten van Codrico B.V. aan de Rijnhaven Zuidzijde 15 in Rotterdam geheel zijn beëindigd. Uit een externe beoordeling die de gemeente heeft laten uitvoeren blijkt dat de ontwikkeling economisch uitvoerbaar is. Daarbij is ook rekening gehouden met de verplaatsing van de fabriek naar de Spaanse Polder. Met voorgaande is de uitvoerbaarheid van het (ontwerp)bestemmingsplan voldoende ondervangen en verdere afspraken zijn vastgelegd in een anterieure overeenkomst. 2. Voor wat betreft de privaatrechtelijke medewerking van de grondeigenaren in de directe omgeving voor het tot stand komen van de ontsluiting van de parkeergarage onder het Wandblok wordt het volgende opgemerkt. Onder leiding van de gemeente zijn de ontwikkelaars in Pols Noord, waaronder reclamant, met elkaar aan het toe werken naar een gezamenlijke ontsluiting van de verschillende parkeergarages. Voor Codrico gaat dit om de ontsluiting van de parkeergarage onder het Wandblok.

Voor de realisatie van de gezamenlijke ontsluiting is de medewerking nodig van zoveel mogelijk partijen in de omgeving Pols Noord, hoe minder losse uitritten hoe beter voor de totale gebiedsontwikkeling. Samen met deze partijen is de gemeente de afgelopen periode druk bezig geweest om dit te organiseren. Met een gemeenschappelijke uitrit kan een groter autoluw gebied worden gecreëerd en wordt een gezamenlijke entree van meerdere ontwikkelingen gerealiseerd i.p.v. elke ontwikkeling een eigen entree. Dit is een duurzamere oplossing voor het gebied en verhoogt de kwaliteit van de verschillende ontwikkelingen en het gebied verder. De gemeente streeft ernaar dat op het moment van vaststelling van dit bestemmingsplan alle partijen in het gebied, waaronder reclamant, een overeenkomst zullen hebben ondertekend op basis waarvan zij een (financiële) bijdrage leveren aan deze gezamenlijke ontsluiting. Op dat moment is er privaatrechtelijke overeenstemming bereikt tussen gemeenten en reclamant over de komst van de parkeertunnel. Het gebrek aan (privaatrechtelijke) overeenstemming staat dan niet langer in de weg aan de realisatie van de parkeertunnel. Verder merken bij op dat de gronden van Van Herk niet benodigd zijn om tot een gemeenschappelijke uitrit te komen.

In de uiteindelijke situatie nadat grondruilen hebben plaatsgevonden op basis van de te realiseren plannen is er geen grond van derden nodig om de tunnel te realiseren. Over deze grondruilen zijn in voor- en anterieure overeenkomsten afspraken gemaakt. 3. Uit een beoordeling die de gemeente heeft laten uitvoeren blijkt dat de ontwikkeling economisch uitvoerbaar is. Daarmee is dit in het kader van het (ontwerp)bestemmingsplan voldoende ondervangen en verdere afspraken zijn vastgelegd in een anterieure overeenkomst. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

11.7 Participatie Er heeft geen serieuze participatie plaatsgevonden. De voorzitter van reclamant geeft aan bijeenkomsten te hebben bijgewoond, maar er was geen gelegenheid om te participeren. Er was enkel sprake van het zenden van informatie, inspraak op de plannen is er op geen enkele wijze geweest. Reactie Pagina | 49

Ten behoeve van de ontwikkeling is wel degelijk een uitvoerig participatietraject doorlopen, zie ook paragraaf 9.1 van de toelichting behorend bij het (ontwerp)bestemmingsplan. Daarnaast is op de website https://hetcodricoterrein.nl/ de nodige informatie te raadplegen. RED Company heeft in zowel de periode 2020-2021 als in de zomer van 2023 meerdere participatiemomenten georganiseerd. De uitkomsten en opzet van deze participatieronden is vastgelegd in verslagen, welke zijn toegevoegd als bijlage 15, 16 en 17 bij de toelichting van het (ontwerp)bestemmingsplan. In de verslagen is uitvoerig ingegaan op de vragen die gesteld zijn door de bezoekers en in hoeverre dit geresulteerd heeft in eventuele wijzigingen van het ontwerp. De participatie heeft plaatsgevonden op het niveau van Informeren en Raadplegen. Volgens de participatiecirkel die we als gemeente hanteren gaat het hier om het participatieniveau Meedenken (Raadplegen) en Meeweten (Informeren). Het verspreidingsgebied van de uitnodiging voor de participatie over het Codrico terrein betrof alle bewoners van Katendrecht en van de Wilhelminapier. Het hele verspreidingsgebied omvatte ca. 5.000 adressen. Daarnaast heeft tijdens de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan een informatieavond plaatsgevonden.

Het doel van deze avond is informeren, waarbij geïnteresseerden vragen kunnen stellen over de beoogde ontwikkeling en de wijze van bestemmen. Op basis daarvan kunnen zij bepalen of ze wel of niet een zienswijze willen indienen. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

11.8 Detailhandelsprogrammering nog niet gereed De detailhandelsprogrammering is nog niet af, nu geen integrale afweging van het gehele gebied is gemaakt. Voor commerciële ruimtes in het Codrico gebied, de Yamaha-strook én commerciële ruimten in Katendrecht-Pols is nog geen integrale visie opgesteld. Zonder een overkoepelende visie is het roekeloos om voor Codrico wel een bestemmingsplan vast te stellen. Reactie Uit het door Sweco uitgevoerde ladderonderzoek (bijlage 1 behorend bij de toelichting van het (ontwerp)bestemmingsplan) blijkt dat er behoefte is aan het beoogde detailhandelsprogramma. Opgemerkt wordt dat ook de provincie heeft aangegeven dat het programma wat hen betreft akkoord is en past binnen de omgevingsverordening. Er is voor het bestemmingsplan Rijnhaven, waar 3.000 m2 detailhandel mogelijk wordt gemaakt, een distributieplanologisch onderzoek verricht dat duidelijk maakt dat de groei van het aantal woningen in Feijenoord draagvlak biedt voor een omvangrijk detailhandelsprogramma. Deze locatie zal gefaseerd inspelen op de nieuwe vraag en hierop wordt in de loop der tijd getoetst. Door de toevoeging van detailhandel en andere consumentenvoorzieningen draagt dit plan juist bij aan de behoefte van bewoners en bezoekers in de toekomst.

Daarnaast werken de ontwikkelende partijen, waaronder reclamant, en de gemeente al een tijd gezamenlijk aan een integrale visie voor de programmering van het Pols Noord-gebied. Deze integrale visie is recent afgerond, maar al geruime tijd is de richting ervan bekend. Die inzichten zijn meegenomen in het bepalen van het aantal meters detailhandel en is dus alles behalve roekeloos verlopen. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

11.9 Strijdig besluit Reclamant geeft aan de besluitvorming omtrent ontwerpbestemmingsplan is genomen in strijd met het beginsel van zorgvuldige voorbereiding (art. 3:2 Awb), zonder de benodigde belangenafweging (art. 3:4 lid 1 Awb) en in strijd met het evenredigheidsbeginsel (art. 3:4 lid 2 Awb), alsmede in strijd met het motiveringsbeginsel (art. 3:46 Awb). Reactie Pagina | 50

De stelling van reclamant dat het ontwerpbestemmingsplan is strijd is met de Awb, wordt niet gedeeld. De betreffende artikelen uit de Awb zijn wel degelijk gevolgd en doorlopen. Zo heeft de gemeente de nodige kennis omtrent de af te wegen belangen vergaard (conform artikel 3:2) en heeft de gemeente de bij het besluit betrokken belangen afgewogen (conform artikel 3:4). Daarbij is geconcludeerd dat geen sprake is van onevenredig nadelige gevolgen als gevolg van het besluit (conform artikel 3:4 lid 2). In dit kader wordt opgemerkt dat in de toelichting behorend bij het (ontwerp)bestemmingsplan is getoetst of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, ofwel of onder andere de aspecten uitzicht, privacy en zonlicht onevenredig verslechteren voor omwonenden. De invloed van het plan ten opzichte van de omgeving is hierbij beoordeeld. Uit deze toets is gebleken dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening en er geen onevenredige hinder wordt verwacht. Hiermee berust het besluit op een deugdelijke motivering zoals wordt vereist conform artikel 3:46 van de Awb. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

Reclamant 12 - Omwonende Reclamant woont in het woongebouw Fenix I. 12.1 Bebouwing in groen aangewezen gebied Reclamant geeft aan niet tegen de ontwikkeling van Katendrecht-Pols te zijn, gezien het huidige tekort aan woningen. Echter, mag het niet ten koste gaan van de al minimale groenvoorzieningen in het gebied. Aan reclamant is bij de start van het huurcontract van een woning in Fenix I de toezegging gedaan dat ernaast een park aangelegd zou worden. Met het ontwerpbestemmingsplan is op dit stuk groen het Veldblok gepland. Het verzoek is om de bestemming park te behouden en alleen het Codrico terrein zelf te bebouwen. Het stuk groen heeft namelijk ook een sociale functie, het bevordert de sociale cohesie in het gebied tussen oud- en nieuw Katendrecht. Zo zijn er onder andere gezamenlijke brunches, skaters uit de buurt en kinderen die komen voetballen. Reactie Verwezen wordt naar de beantwoording onder F.1. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

12.2 Bezonning De bouw van het Veldblok en het optoppen van het Silogebouw zorgen ervoor dat een groot deel van de ochtendzon verdwijnt. In de zomer heeft reclamant zon van 6.00 - 13.00 uur, dit zal voor meer dan de helft worden gereduceerd. Reactie Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt C.1. Voor de woning van reclamant geldt dat sprake is van een maximale afname van 00:10 uur en dat er in de plansituatie 04:55 uur zon resteert op 21 september. Dit is dus een zeer minimale afname van het aantal zonuren. De stelling dat de bezonning met meer dan de helft wordt gereduceerd, is onjuist. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

12.3 Bereikbaarheid (hulpdiensten) en verkeersveiligheid Door de extreme dichtheid van de woningbouw komt de bereikbaarheid en de verkeersveiligheid onder druk te staan. Reclamant maakt zich zorgen over de bereikbaarheid van hulpdiensten. Reactie

Pagina | 51

Ten behoeve van de ontwikkeling is zowel door Goudappel Coffeng als Royal Haskoning DHV een verkeerskundig onderzoek uitgevoerd. Het voorstel is om dit laatste onderzoek volledigheidshalve aan de toelichting van het bestemmingsplan toe te voegen. In afgelopen jaren is de hoeveelheid doorgaand verkeer op de Erasmusbrug reeds afgenomen, toch kent de corridor Erasmusbrug - Hillelaan - Maashaven vandaag de dag nog altijd een relatief groot aandeel gebiedsvreemd doorgaand autoverkeer dat geen herkomst of bestemming heeft direct rondom de Rijnhaven en Katendrecht. In de berekeningen met het verkeersmodel van de MRDH blijkt dat door de toename aan bestemmingsverkeer door de komst van alleen ontwikkelingen bij de Rijnhaven en Katendrecht dit aandeel doorgaand verkeer verminderd. Dit is goed te zien in de modelresultaten dat het verkeer Katendrecht in- en uitgaand Katendrecht via de Brede Hilledijk drukker wordt, maar dat het totale aandeel verkeer op de Hillelaan ongeveer gelijk blijft aan de huidige intensiteiten. Kortom: de bouwprojecten in de zuidelijke binnenstad rondom de Rijnhaven zorgen voor een verandering in de samenstelling van het type autoverkeer dat rijdt op de Postumalaan en Hillelaan. Het doorgaande autoverkeer vindt meer zijn weg via het omliggende stedelijke wegennet.

Dit vertaalt zich door in meer autobewegingen via de Laan op Zuid alsook via de Stieltjesstraat en Willemsbrug, waar nog enige restcapaciteit is in het autonetwerk. De bouw aan het Rijnhavengebied als onderdeel van de zuidelijke binnenstad is ook een geleidelijk proces. De bouw zal zich voortzetten in een tijdsperiode van vele jaren. Daarmee zal ook de verkeerssituatie in de zuidelijke binnenstad een geleidelijke transitie doormaken, naarmate steeds meer gebouwen worden opgeleverd. Naast het aangetoonde effect op het aandeel doorgaand verkeer, zet de gemeente voor bestemmingsverkeer in op meer verplaatsingen per OV, met de fiets of te voet. Bijvoorbeeld ook met de inzet op (bezoekers)parkeren aan de randen van de stad in de P+R voorzieningen. Tezamen met de beoogde aanpassingen aan de opstelvakken van de Brede Hilledijk zal de verkeersafwikkeling op de Postumalaan/ Hillelaan na realisatie van alle ontwikkelingen ordentelijk kunnen functioneren en dus ook voldoende ruimte bieden aan hulpdiensten. In aanvulling hierop wordt verwezen naar de reactie onder punt A.1 en A.2. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

12.4 Monumentale en beeldbepalende bebouwing Het Veldblok onttrekt Rijksmonument Meelfabriek Latenstein en haar ensemble volledig aan het zicht van haar culturele en morele eigenaren, de bewoners van Katendrecht. Dit is tevens in strijd met artikel 5.130 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl) onder d eerste lid. Reactie Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt B.4. In aanvulling daarop wordt opgemerkt dat de procedure is gestart volgens de voor 1 januari 2024 geldende wet- en regelgeving, waardoor het Bkl niet van toepassing is. Desondanks is het behoud van cultureel erfgoed wel degelijk van belang. Dit is ook de reden dat de monumentale bebouwing is voorzien van een dubbelbestemming, waardoor de bescherming van het monument is gewaarborgd. Het Veldblok is zorgvuldig ontworpen als onderdeel van het Codrico-ensemble. Voor de ontwikkeling is een cultuurhistorisch onderzoek opgesteld, waarin o.a. de waarden van het ensemble wordt beschreven (bijlage 3 bij het (ontwerp)bestemmingsplan). In afstemming met de Commissie voor Welstand en Monumenten en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed is het uiteindelijke ontwerp voor het Veldblok tot stand gekomen. En waarvoor uiteindelijk ook door de Commissie voor Welstand en Monumenten en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed positief advies is afgegeven.

Reclamant stelt dat het monument aan het zicht onttrokken wordt van de Katendrechters. Met de realisatie van het Veldblok is dat vanuit bepaalde (zichts)hoeken het geval, wanneer je het Veldblok niet toerekent aan het ensemble. Echter, de bebouwing van het ensemble wordt juist zichtbaarder en beleefbaarder doordat het voormalige fabrieksterrein en delen van het monumentale ensemble openbaar gebied dan wel openbaar toegankelijk worden. Bovendien wordt met het plan voor Codrico het monumentale ensemble zorgvuldig gerestaureerd en een Pagina | 52

nieuw leven gegeven, daarmee de monumentale waarde langdurig behouden; voor iedereen, ook alle Katendrechters. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren

Reclamant 13 - Frame Onroerend Goed Maatschappij B.V. 13.1 Negatieve effecten van ontwikkeling op perceel reclamant Reclamant vraagt onderbouwd kennis te nemen van het negatieve effect van de nieuwe ontwikkeling op haar percelen, te weten: 1. Uitzichtverlies 2. Aantasting situerings-waarde tijdens de bouw en definitief 3. Aanzuigwerking verkeer- en parkeerbewegingen 4. De (on-) bereikbaarheid van en naar de locatie 5. De ontstane vermindering van werk- en woongenot in de definitieve situatie 6. In het geheel betreft het de moeilijk voorspelbare fasering en de duur van de bouw van het gebied. En in de definitieve situatie de impact op de openbare ruimte en daarmee, de ruimtelijke ordening. Reactie Naar aanleiding van de effecten van de ontwikkeling van de reclamant het volgende: 1. Voor wat betreft uitzichtverlies wordt verwezen naar de beantwoording onder punt B.3. 2. Bouwoverlast is een uitvoeringsaspect, dit wordt niet onderzocht in het kader van het bestemmingsplan. Voorafgaand aan de werkzaamheden wordt een zogenaamd BLVCplan opgesteld. Hierin zijn maatregelen opgenomen om overlast zo veel mogelijk te voorkomen. Daarnaast zijn er wettelijke regels vastgelegd in het Bouwbesluit (wetgeving tot 2024) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (wetgeving vanaf 2024) waarmee rekening gehouden moet worden. De regels gaan over tijden en geluidproductie van de werkzaamheden.

Overlast wordt hiermee zo veel mogelijk voorkomen of beperkt. 3. Voor wat betreft de effecten voor het aspect verkeer en parkeren wordt verwezen naar de beantwoording onder punt A.1, A.2 en A.3. 4. Voor wat betreft de (on-) bereikbaarheid van en naar de locatie wordt verwezen naar de beantwoording onder punt A.1, A.2, A.3 en A.4. 5. Voor wat betreft de ontstane vermindering van werk- en woongenot in de definitieve situatie wordt niet ontkend dat de situatie en het uitzicht wijzigt. Ter plaatse van het plangebied wordt vervangende nieuwbouw gerealiseerd, die zorgvuldig wordt ingepast in de omgeving. De gewijzigde situatie kan, en zal volgens de gemeente, ook een vermeerdering van het werk- en woongenot opleveren, bijvoorbeeld door meer voorzieningen in de buurt, meer bruikbare groenvoorzieningen, et cetera. Voor omwonenden, zo ook voor de reclamant is sprake van een gewijzigde situatie als het gaat om uitzicht. Wanneer toch een waardedaling van het onroerend goed plaatsvindt als gevolg van deze ontwikkeling, kan na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan een planschadeclaim worden ingediend. 6. Het bestemmingsplan gaat niet over de fasering en duur van de bouw. In het kader van de omgevingsvergunningaanvraag wordt een BLVC-plan opgesteld waarin hier nader op zal worden ingegaan.

In de toelichting behorend bij het (ontwerp)bestemmingsplan is derhalve getoetst of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, ofwel of onder andere de aspecten uitzicht, privacy en zonlicht onevenredig verslechteren voor omwonenden. De invloed van het plan ten opzichte van de omgeving is hierbij beoordeeld. Uit deze toets is gebleken dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening en er geen onevenredige hinder wordt verwacht. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

13.2 M.e.r.-beoordeling Pagina | 53

De gemeente Rotterdam heeft gekozen voor een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Uit de ter beschikking gestelde stukken kan onvoldoende opgemaakt worden op basis van welke uitgangspunten de gemeente Rotterdam heeft geoordeeld dat voor dit bestemmingsplan geen formele m.e.r.-beoordeling dient te worden verricht. De informatie geeft onvoldoende houvast om de impact van het bestemmingsplan te kunnen beoordelen. Reclamant wordt graag gekend in de overwegingen van de gemeente een formele m.e.r.-beoordeling voor dit bestemmingsplan achterwege te laten. Reactie Opgemerkt wordt dat op basis van gewijzigde inzichten is besloten wel degelijk een m.e.r.beoordeling op te stellen voor het hele gebied Pols-Noord waarin diverse ontwikkelingen worden meegenomen. Op deze manier worden deze ontwikkeling meegenomen bij het beoordelen van de milieueffecten en wordt een zorgvuldige afweging omtrent de milieueffecten genomen. In aanvulling hierop wordt verwezen naar de beantwoording onder punt H.1 waar uitgebreid op de m.e.r.-beoordeling wordt ingegaan. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze gegrond te verklaren. Voorgesteld wordt de m.e.r.-beoordeling voor Pols Noord alsmede het daarbij behorende besluit als bijlage aan het bestemmingsplan toe te voegen. Hiervoor wordt verwezen naar de Nota van wijzigingen onder punt 2.5, 2.6 en 2.7.

13.3 Mobiliteit Het onderwerp mobiliteit wordt voor het bestemmingsplan alleen beoordeeld ten aanzien van haar relatie met de verkeersbewegingen over de Brede Hilledijk/Veerlaan. Wat reclamant betreft is het bestemmingsplan op dit punt niet zorgvuldig beoordeeld in het perspectief van haar directe omgeving. Reactie Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt A.1, A.2, A.3 en A.7. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

13.4 Mobiliteit en parkeeraspecten De plannen op en rond Katendrecht vragen om een diepgaandere uitwerking van alle mobiliteit en parkeeraspecten in plaats van sec. het bestemmingsplan gekoppeld aan de strategie van 'opknippen'. Reactie In het V-MRDH modelonderzoek dat voorligt ter planonderbouwing, zijn alle ontwikkelingen tot planjaar 2030 meegenomen. Zodoende is de verkeersgeneratie van de totale planontwikkeling op Katendrecht beschouwd en is van opknippen geen sprake. De parkeeropgave van de Codrico ontwikkeling is voorzien binnen de Codrico ontwikkeling, zoals dit ook zal gebeuren binnen de andere lopende bouwprojecten. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

13.5 Vrijstelling parkeernormen Onduidelijk is op welke gronden voor Codrico een bijzonder gemeentelijk belang is gediend dat een vrijstelling van de parkeernormen rechtvaardigt. Reactie De parkeerberekening van Codrico is conform de normering uit beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022, waarbij voor het autoparkeren de kortingen uit het parkeernormenbeleid zijn afgetrokken voor: OV-nabijheid, deelauto-aanbod en MaaS-aanbod. Onder de beantwoording van punt A.7 is hier nader op ingegaan. Het artikel bijzonder Pagina | 54

gemeentelijk belang, waarbij de parkeereis (gedeeltelijk) wordt kwijtgescholden, is anders dan reclamant stelt, niet toegekend aan dit plan. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

13.6 Parkeeroverlast Er wordt op geen enkele wijze zekerheid geboden dat de ontwikkeling van het Codrico terrein niet voor parkeeroverlast zal zorgen. Reclamant is bevreesd dat alsnog sprake zal zijn van parkeeroverlast op straat en in de buurt. De bestaande ondergrondse garages voorzien reeds in de bestemde/gebouwde parkeerbehoefte van gebouwen en functies. Daarbij is ook nog geen zicht op een oplossing voor het parkeren van Santos, De Bund, The View II en de locatie van Van Herk. Reactie Er is sprake van een ongewenste situatie indien de ontwikkeling van het Codrico terrein parkeeroverlast zou veroorzaken. Hier is dan ook uitvoering aandacht aan besteed en in de planregels is geborgd dat in het kader van de omgevingsvergunning moet worden aangetoond dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Daarnaast is zoals benoemd op en rond Katendrecht betaald parkeren aanwezig waarbij bewoners worden uitgesloten van het recht op een vergunning voor straatparkeren. Straatparkeerders vallen daarmee in het betaald parkeerregime. Dit is een maatregel om overlast te voorkomen. Zie ook de reactie onder punt A.3 en A.8. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

13.7 Financiële en technische uitvoerbaarheid In het kader van de uitvoerbaarheid stelt reclamant vraagtekens bij de financiële en technische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Aspecten die in dat kader een rol spelen zijn: 1. De uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan hangt in grote mate af van de haalbaarheid en de timing van de verplaatsing van de huidige fabriek naar de Giessenweg in de Spaanse Polder. Als de Codrico-fabriek niet verhuist, zijn de mogelijkheden voor de bedrijfsvoering onder het overgangsrecht zeer beperkt. Er is geen plan b of mogelijkheid dat de fabriek op Katendrecht in een 'andere' vorm haar activiteiten (tijdelijk) voortzet binnen de kaders van het ontwerpbestemmingsplan. 2. Er is privaatrechtelijke medewerking van grondeigenaren in de directe omgeving nodig voor het tot stand komen van de ontsluiting van parkeergarage onder het Wandblok. Concreet betekent dit dat toestemming van onder andere reclamant nodig om onder het Wandblok de parkeergarage uit te voeren. Hierover is nog geen overeenstemming bereikt. 3. In de toelichting wordt slechts summier ingegaan op de financiële haalbaarheid. Dit terwijl de financiering van het project niet gegarandeerd is. Voor een ambitieus bestemmingsplan dat woontorens van ruim 200 meter toestaat, dient een solide financiële onderbouwing te zijn. Deze ontbreekt vooralsnog.

Reactie De financiële en economische uitvoerbaarheid speelt inderdaad en rol bij het bestemmingsplan. In dat kader wordt het volgende opgemerkt: 1. Voor de verplaatsing van de fabriek wordt via een separate procedure een vergunning aangevraagd. Deze aanvraag is reeds ingediend. In het (ontwerp)bestemmingsplan is (in artikel 4.4.4) opgenomen dat woningen in gebruik mogen worden genomen op het moment dat de bedrijfsactiviteiten van Codrico B.V. aan de Rijnhaven Zuidzijde 15 in Rotterdam geheel zijn beëindigd. Uit een externe beoordeling die de gemeente heeft laten uitvoeren, blijkt dat de ontwikkeling economisch uitvoerbaar is. Daarbij is ook rekening gehouden met de verplaatsing van de fabriek naar de Spaanse Polder. Inmiddels is ook de ontwikkelovereenkomst voor Spaanse Polder ten behoeve van de verhuizing van Codrico door de ontwikkelaar ondertekend. Met voorgaande is de uitvoerbaarheid van het

Pagina | 55

(ontwerp)bestemmingsplan voldoende ondervangen en verdere afspraken zijn vastgelegd in een anterieure overeenkomst. 2. Voor wat betreft de privaatrechtelijke medewerking van de grondeigenaren in de directe omgeving voor het tot stand komen van de ontsluiting van de parkeergarage onder het Wandblok wordt het volgende opgemerkt. Onder leiding van de gemeente zijn de ontwikkelaars in Pols Noord, waaronder reclamant, met elkaar aan het toe werken naar een gezamenlijke ontsluiting van de verschillende parkeergarages. Voor Codrico gaat dit om de ontsluiting van de parkeergarage onder het Wandblok. Voor de realisatie van de gezamenlijke ontsluiting is de medewerking nodig van zoveel mogelijk partijen in de omgeving Pols Noord, hoe minder losse uitritten hoe beter voor de totale gebiedsontwikkeling. Samen met deze partijen is de gemeente de afgelopen periode druk bezig geweest om dit te organiseren. Met een gemeenschappelijke uitrit kan een groter autoluw gebied worden gecreëerd en wordt een gezamenlijke entree van meerdere ontwikkelingen gerealiseerd i.p.v. elke ontwikkeling een eigen entree. Dit is een duurzamere oplossing voor het gebied en verhoogt de kwaliteit van de verschillende ontwikkelingen en het gebied verder.

De gemeente streeft ernaar dat op het moment van vaststelling van dit bestemmingsplan alle partijen in het gebied, waaronder reclamant, een overeenkomst zullen hebben ondertekend op basis waarvan zij een (financiële) bijdrage leveren aan deze gezamenlijke ontsluiting. Op dat moment is er privaatrechtelijke overeenstemming bereikt tussen gemeenten en reclamant over de komst van de parkeertunnel. Het gebrek aan (privaatrechtelijke) overeenstemming staat dan niet langer in de weg aan de realisatie van de parkeertunnel. In de uiteindelijke situatie nadat grondruilen hebben plaatsgevonden op basis van de te realiseren plannen is er geen grond van derden nodig om de tunnel te realiseren. Over deze grondruilen zijn in voor- en anterieure overeenkomsten afspraken gemaakt. 3. Uit een externe beoordeling die de gemeente heeft laten uitvoeren blijkt dat de ontwikkeling economisch uitvoerbaar is. Daarbij is ook rekening gehouden met de verplaatsing van de fabriek naar de Spaanse Polder. Daarmee is dit in het kader van het (ontwerp)bestemmingsplan voldoende ondervangen en verdere afspraken zijn vastgelegd in een anterieure overeenkomst. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

13.8 Participatie Er heeft geen serieuze participatie plaatsgevonden. Reclamant is niet voor de bijeenkomsten uitgenodigd en heeft deze dus ook niet bijgewoond. Reactie Ten behoeve van de ontwikkeling is wel degelijk een uitvoerig participatietraject doorlopen, zie ook paragraaf 9.1 van de toelichting behorend bij het (ontwerp)bestemmingsplan. Daarnaast is op de website https://hetcodricoterrein.nl/ de nodige informatie te raadplegen. RED Company heeft in zowel de periode 2020-2021 als in de zomer van 2023 meerdere participatiemomenten georganiseerd. De uitkomsten en opzet van deze participatieronden is vastgelegd in verslagen, welke zijn toegevoegd als bijlage 15, 16 en 17 bij de toelichting van het (ontwerp)bestemmingsplan. In de verslagen is uitvoerig ingegaan op de vragen die gesteld zijn door de bezoekers en in hoeverre dit geresulteerd heeft in eventuele wijzigingen van het ontwerp. De participatie heeft plaatsgevonden op het niveau van Informeren en Raadplegen. Volgens de participatiecirkel die we als gemeente hanteren gaat het hier om het participatieniveau Meedenken (Raadplegen) en Meeweten (Informeren). Het verspreidingsgebied van de uitnodiging voor de participatie over het Codrico terrein betrof alle bewoners van Katendrecht en van de Wilhelminapier. Het hele verspreidingsgebied omvatte ca. 5.000 adressen.

Daarnaast heeft tijdens de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan een informatieavond plaatsgevonden. Het doel van deze avond is informeren, waarbij geïnteresseerden vragen Pagina | 56

kunnen stellen over de beoogde ontwikkeling en de wijze van bestemmen. Op basis daarvan kunnen zij bepalen of ze wel of niet een zienswijze willen indienen. Wij hebben helaas moeten constateren dat reclamant inderdaad niet is uitgenodigd voor de informatieavond die is georganiseerd in het kader van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Huurders van de eigendommen van reclamant zijn echter wel uitgenodigd. Daarbij wordt opgemerkt dat reclamant wel betrokken is (geweest) bij diverse projecten op Katendrecht en op regelmatige basis met de gemeente in overleg is. Ook wordt door reclamant geparticipeerd in diverse overleggen met andere ontwikkelaars als het gaat over BLVC, ontsluiting van parkeergarages, de retailvisie, mobiliteit etc. Reclamant is daarmee naar ons oordeel wel voldoende op de hoogte van en betrokken bij de diverse plannen, waaronder voorliggend (ontwerp)bestemmingsplan. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

Reclamant 14 - Botman Advocatuur namens omwonende Reclamant woont in het woongebouw Fenix I. 14.1 Hoogte bebouwing niet passend De maximale bouwhoogte in het nieuwbouwplan kent een ongefundeerde hoogte. Voor alle gebouwen geldt dat deze niet aansluiten bij de omliggende bebouwing, welke een lagere maximale bouwhoogte kent. Niet valt in te zien waarom voor de maximale bouwhoogte niet bij de woning van cliënt, of andere omliggende bebouwing, kan worden aangesloten. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt zou dit ook een stuk logischer zijn. Ook wordt niet duidelijk onderbouwd waarom er gekozen wordt voor deze hoogte. Reactie Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt B.1. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

14.2 Aantal woningen per gebouw Onduidelijk is hoeveel woningen er per gebouw gerealiseerd mogen worden. Omdat het aantal woningen per gebouw niet is gemaximeerd kan er in theorie zelfs een veelvoud aan woningen worden gerealiseerd. Reactie Het maximaal aantal woningen dat gebouwd mag worden is vastgelegd in artikel 4.3.1 van de planregels. Het maximale aantal woningen geldt inderdaad niet per gebouw, maar voor de gehele ontwikkeling. Dit betekent echter niet dat er een veelvoud aan woningen gerealiseerd kan worden. Te allen tijde dient binnen het bestemmingsplangebied aan het maximale aantal woningen te worden voldaan dat in de planregels is vastgelegd. Het aantal woningen per gebouw wordt beperkt door de maximale bouwvolumes die middels bouwvlakken op de verbeelding zijn vastgelegd. Het is niet noodzakelijk om het aantal woningen per gebouw vast te leggen. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

14.3 Ontwerp in strijd met welstand Niet valt in te zien waarom op deze locatie niet wordt gekozen voor appartementencomplexen die passen bij het behoud van de fabriek. Het plan is volgens reclamant in strijd met de welstand. Reclamant wenst te benadrukken dat hij er recentelijk ter plaatse woonachtig is en de gemeente reclamant heeft voorgehouden dat deze fabriek zijn identiteit zou houden.

Pagina | 57

Reactie De Commissie voor Welstand en Monumenten, die het mandaat heeft plannen te toetsen aan de welstandsnota en cultuurhistorie, heeft een positief advies (d.w.z. akkoord) gegeven. Verder deelt de gemeente de opvatting van reclamant niet dat de fabriek zijn identiteit verliest door deze herontwikkeling. Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt B.1. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

14.4 Begrippen ontbreken in planregels Het bestemmingsplan mist begrippen voor het definiëren van de planregels. Het gaat om de begrippen 'wonen' of hetgeen onder 'een woning' of 'huishouden' dient te worden verstaan. Reactie Het klopt dat het (ontwerp)bestemmingsplan geen definitieomschrijving kent van het begrip 'woning'. Wij zien er ook geen aanleiding toe omdat er geen reden is om nadere invulling te geven aan dit begrip. Op grond van het normale spraakgebruik is voldoende duidelijk is wat hieronder wordt verstaan. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

14.5 Doelgroepen en prijsklassen van de woningen ontbreken In de toelichting van het bestemmingsplan zijn de doelgroepen van de woningen en de prijsklassen van de woningen te weinig onderbouwd. Dit is niet alleen onzorgvuldig, maar ook in strijd met een goede ruimtelijke ordening en het rechtszekerheidsbeginsel. Voorts is geen rekening gehouden met de maximale planologische mogelijkheden. Reactie Het woonprogramma zal voorzien in woningen voor diverse doelgroepen. De verhouding huur koop is circa 65-35%. Vanuit zowel stedelijk beleid als de locatie is een inzet op het realiseren van minimaal 50% van het woonprogramma in het betaalbare segment, waarbij er circa 150 sociale woningen gerealiseerd worden. De beoogde segmentverdeling qua woninggroottes is als volgt: circa 50% is 40-65 m2 gbo, circa 25% is 65-85 m2 gbo, circa 25% is groter dan 85 m2 gbo. In de anterieure overeenkomst zijn de afspraken omtrent het woningbouwprogramma vastgelegd. In het (ontwerp)bestemmingsplan is uitgegaan van een realistisch te verwachten maximaal planologische invulling van de ontwikkeling. In de toelichting behorend bij het (ontwerp)bestemmingsplan is in dat kader expliciet beoordeeld of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De invloed van het plan ten opzichte van de omgeving is hierbij inzichtelijk gemaakt.

Uit deze toets is gebleken dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

14.6 Privacy Bij de realisatie van de beoogde nieuwbouw wordt geen rekening gehouden met de privacy van de omwonenden. Reactie Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt B.5. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

14.7 Uitzicht Bij de realisatie van de beoogde nieuwbouw zal het uitzicht volledig tenietgaan. Pagina | 58

Reactie Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt B.3. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze voor kennisgeving aan te nemen.

14.8 Geluidsoverlast Reclamant maakt zich zorgen over de geluidsoverlast ten gevolge van het bouwen, maar ook de overlast na realisatie ervan. Reactie Bij bouwwerkzaamheden zal er altijd wat geluid geproduceerd worden. Dit zorgt soms voor overlast bij omwonenden. De mate van geluidsoverlast is erg afhankelijk van het constructief ontwerp, de bouwmethodiek, bouwplaatsinrichting, transportrouting en andere maatregelen. In de ontwerpkeuzes en het uitvoeringsplan van het Codrico terrein is altijd aandacht besteed aan de omgeving. Dit heeft zich niet beperkt tot geluid(overlast), maar ook bodemvervuiling, stank, stofvorming, trillingen, zettingen, lichtvervuiling, verkeersmaatregelen en veiligheid komen hierbij aan bod. De bouwbranche is gereguleerd door middel van het (voorheen geldende) Bouwbesluit, wat te allen tijde wordt gevolgd. Hierin staat bijvoorbeeld dat er op werkdagen tussen 07:00 en 19:00 gewerkt mag worden, opdat er geen overlast is in de ochtend, avond en de weekenden. Buiten de minimale vereisten uit het Bouwbesluit wordt er gestreefd de omgevingshinder waar mogelijk tot het minimum te beperken. De uitwerking hiervan is samengevat in het BLVC-plan, wat staat voor Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid en Communicatie. In dit plan worden deze thema's uitgelicht en worden de genomen preventieve en correctieve maatregelen specifiek beschreven.

Dit plan is in samenwerking met de Gemeente Rotterdam gemaakt en onderdeel van de vergunningsaanvraag. Hiermee wordt gestreefd de hinder in alle bouwfases naar een acceptabel niveau te brengen. Hieronder worden voor de grootste geluidsbronnen de maatregelen kort beschreven: ^ Het bovengrondse sloopwerk zal waar mogelijk uitgevoerd worden volgens de Japanse sloopmethode. Japans slopen is het slopen van een gebouw waarbij zo min mogelijk ruimte om het gebouw heen ingenomen wordt, en juist zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van het gebouw zelf. Hier wordt het gebouw van bovenaf naar beneden verwijderd en wordt het sloopafval via de liftschachten van het gebouw zelf afgevoerd. ^ De paalfundering wordt gerealiseerd met grout-injectie schroefpalen waarbij de geluidshinder tot een minimum wordt beperkt, ten opzichte van gangbaar paalsysteem waarbij moet worden geheid. ^ Er wordt onderzocht om de bouwkuip uit te voeren met een cutter-soil-mix (csm-)wand in plaats van de traditionele damwand. Het aanbrengen van een csm-wand is een trillingsarme uitvoeringsmethode. ^ De bovenbouw zal gebouwd worden met een meeklimmend veiligheidsVbouwscherm. Dit betekent dat de bouw altijd binnen een afgeschermde omgeving wordt gedaan. Hiermee wordt geluid-, stof- en lichthinder afgeschermd en wordt directe blootstelling van de omgeving voorkomen.

^ Het aantal transportbewegingen wordt geminimaliseerd door vrachten van verschillende partijen te combineren op één transport en deze just-in-time aan te voeren. Daarnaast wordt onderzocht om grote bouwelementen of grote hoeveelheden te transporteren per schip/duwbak, waarmee exceptioneel transport over de weg wordt geminimaliseerd. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze voor kennisgeving aan te nemen.

Pagina | 59

14.9 Akoestisch onderzoek In het akoestisch onderzoek is geen rekening gehouden met de maximaal planologische mogelijkheden. Reactie Voor wat betreft het akoestisch onderzoek is wel degelijk rekening gehouden met de maximaal planologische mogelijkheden. De maximale volumes zijn gemodelleerd en er is rekening gehouden met de verkeersaantrekkende werking van het plan zoals dat in het verkeersmodel is opgenomen. Verder wordt verwezen naar de beantwoording onder punt E.1. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

14.10 Windhinder De bouw van zeer hoge gebouwen zorgt voor windhinder. Bij het beoogde plan wordt onvoldoende onderzocht wat de gevolgen voor omwonenden zijn. Reactie Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt D.1. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

14.11 Uitgangspunten parkeeronderzoek Bij het onderzoek naar de parkeerbehoefte is niet uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden. Reactie Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt A.8. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

14.12 Notitie verkeersafwikkeling onvolledig In de notitie betreffende de verkeersafwikkeling wordt geen expliciete rekening gehouden met de cumulatieve impact van alle andere nieuwbouwplannen in de nabije omgeving. Reactie Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt A.1. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

14.13 Onvolledigheid verkeerskundig onderzoek In het verkeerskundig onderzoek ontbreekt de specifieke route van de verkeersstromen naar de parkeerplaatsen. Zo hebben de parkeergarage van het Veldblok en de Fenix Q-park gedeeltelijk dezelfde toegangsweg. Reactie Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt A.4. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

14.14 Onvolledigheid analyse Goudappel Coffeng

Pagina | 60

In de analyse van Goudappel Coffeng is geen vermelding gemaakt van de parkeerbehoefte voor brommers, scooters en motoren. Reactie Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt A.6. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze gegrond te verklaren en het onderzoek van Goudappel Coffeng te vervangen door een nieuwe versie van het onderzoek. Hiervoor wordt verwezen naar de Nota van wijzigingen onder punt 2.3 en 2.4.

14.15 Parkeerplaatsen De hoeveelheid parkeerplaatsen wijkt ten onrechte af van de CROW-normen. Reactie Het klopt dat het aantal parkeerplaatsen lager is dan CROW in richtlijnen omschrijft. Nieuwbouwontwikkelingen binnen de gemeente worden getoetst aan het parkeernormenbeleid. De lagere normen voor autoparkeren uit het parkeernormenbeleid zijn passend bij het stedelijk beleid van de gemeente. In de Rotterdamse binnenstad wordt door de gemeente ingezet op meer verplaatsingen te voet, met de fiets of het OV (metrostation Rijnhaven). Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

14.16 Stikstofdepositieberekening De stikstofdepositieberekening vertoont een te optimistisch karakter. Reactie Voor de aanlegVbouwfase is voor de bepaling van de verkeersbewegingen uitgegaan van kentallen voor de aanlegVbouw van appartementen. Deze kentallen zijn gebaseerd op inventarisaties die zijn uitgevoerd voor de inzet van materieel bij diverse recente woningbouwprojecten. De emissies ten gevolge van de aanleg van woningen zijn sterk afhankelijk van onder andere de bouwwijze, type woningen en gebruikte materialen. Doorgaans neemt de emissie per woning af naarmate het aantal woningen dat gelijktijdig gerealiseerd wordt toeneemt. Gezien het grote aantal woningen dat in onderhavig plan wordt gerealiseerd, is hiermee geen sprake van een onderschatting. Daarnaast is in het onderzoek - in het kader van een worst case benadering - rekening gehouden met een zeer ruime rijroute van het verkeer. Het aantal verkeersbewegingen tijdens de gebruiksfase is op basis van het verkeerskundig onderzoek door het bureau Goudappel Coffeng bepaald. Hier is geen sprake van een aanname maar van een concrete berekening van het te verwachten aantal verkeersbewegingen op basis van het maximale programma dat met het (ontwerp)bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt. Ook hiervoor geldt dat er een zeer ruime rijroute is gemodelleerd, waardoor sprake is van een worst case benadering.

Dit betreft daarom eveneens geen onderschatting. Daarbij is voorgesteld het maximale aantal parkeerplaatsen vast te leggen in de regels, zodat de verkeersaantrekkende werking nooit hoger zal zijn dan waar in het stikstofdepositieonderzoek van is uitgegaan, zie ook de beantwoording onder punt A.1. Verder wordt opgemerkt dat het meest nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied, de Biesbosch, zich bevindt op circa 20 kilometer afstand ten zuidoosten van het plangebied. Dat feit alleen al maakt dat het niet aannemelijk is dat er effecten te verwachten zijn van de beoogde planontwikkeling. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

14.17 Bezonning Reclamant geniet erg van de opkomende zon. Na realisatie van de plannen zal dat niet meer het geval zijn. De woning van reclamant zou niet meegenomen zijn in de bezonningsstudie. Pagina | 61

Reactie Op grond van de systematiek van het Afwegingskader bezonning, worden alleen toetspunten geplaatst op (en resultaten weergegeven van) de woningen op de eerste woonlaag. Dit betekent dat de woning van reclamant niet is voorzien van een toetspunt, nu de woning van reclamant zich niet op de eerste (maar op de zesde) woonlaag bevindt. Naar aanleiding van de zienswijze is de bezonning op de woning van reclamant in beeld gebracht. Voor deze woning geldt dat sprake is van een maximale afname van 00:25 uur en dat er in de plansituatie 04:50 uur zon resteert op 21 september (zie bijlage 1 bij deze zienswijzenrapportage). De afname van de zonuren is op deze woning dus relatief beperkt. Voor een uitgebreidere toelichting op bezonning wordt verwezen naar de beantwoording onder punt C.1. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze voor kennisgeving aan te nemen.

14.18 Afbreuk van waardering en aanzicht monument De monumentale status van Meelfabriek Latenstein wordt ernstig geschaad door de beoogde nieuwbouw. Er zal sprake zijn van aanzienlijke afbreuk van zowel de waardering als het aanzicht van het monument. Om deze reden kan het monument niet worden opgenomen in het coördinatiebesluit. Reactie Reclamant stelt dat de monumentale status zwaar aangetast wordt in aanzicht en waardering. En dat het monument daarom geen onderdeel van het coördinatiebesluit zou moeten zijn. Gemeente heeft een andere zienswijze op deze punten dan reclamant en staat daarin niet alleen. In de planvorming is juist het rijksmonument (met het Silogebouw met de nieuwbouw eromheen) integraal beschouwd, ontworpen en gewogen op onder andere aanzicht/waardering. Het plan met de diverse deelprojecten is integraal voorgelegd aan zowel de Commissie voor Welstand en Monumenten en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Zij zijn verantwoordelijk voor de toetsing van ruimtelijke kwaliteit en erfgoedwaarde. Beide hebben een positief advies afgegeven. Zonder die positieve adviezen had het rijksmonument ook geen onderdeel uit kunnen maken van het coördinatiebesluit. Voor een reactie op het betrekken van de omgevingsvergunning in het coördinatiebesluit wordt verwezen naar de beantwoording onder punt I.1. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

14.19 Aanleg park De gemeente heeft in het verleden toegezegd om het openbare terrein om te vormen tot een park. Reactie Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt F.1. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

Zienswijze Reclamant 15 - Pathé Theaters BV Reclamant heeft tevens een separate zienswijze ingediend op de ontwerpomgevingsvergunning. Deze wordt bij de behandeling van de zienswijzen op deze ontwerpbesluiten behandeld. 15.1 Realisatie bioscoop

Pagina | 62

Reclamant vreest dat de komst van nieuwe bioscopen binnen het plangebied Codrico terrein zal leiden tot onnodig nieuw ruimtebeslag met onaanvaardbare structurele leegstand elders tot gevolg. Reactie Er is een behoefteonderzoek uitgevoerd door Sweco (zie bijlage 1 bij de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan). Uit dit onderzoek volgt dat er behoefte bestaat aan een bioscoop in het (plan)gebied. Ook volgt uit het onderzoek dat deze functie goed past bij de positionering van het gebied, de horeca en overige publieksfuncties in het gebied versterkt en bijdraagt aan de bekendheid van het terrein en de leefbaarheid en levendigheid van het gebied. Dit zijn eveneens eens belangrijke pijlers voor de gemeente bij de ontwikkeling van het Codrico terrein en breder bij de ontwikkeling van de Pols van Katendrecht, waarbij dit gebied een binnenstedelijke recreatieve functie krijgt. Daarnaast wordt er in Feijenoord de komende jaren veel nieuwe woningen gerealiseerd, wat maakt dat er een groei zal optreden van het aantal inwoners en bezoekers. De gemeente ziet op basis van het behoefteonderzoek wel aanleiding om de omvang van een bioscoop te beperken. In het onderzoek wordt aangegeven dat er een kwantitatieve behoefte is van 1.500 m2.

Voorgesteld wordt om -gelet op de uitkomsten van het onderzoek- het bvo voor een bioscoop te maximeren in de planregels van het bestemmingsplan tot 1.500 m2. Dit is een kleinschalig bioscoop. Hiermee wordt voldoende gewaarborgd dat er geen overaanbod ontstaat en dat de functie niet van een omvang is die concurreert met het bestaande aanbod van bioscopen. Voorstel Wij stellen voor de zienwijze gegrond te verklaren en een maximale omvang van een bioscoop te borgen in de planregels door artikel 4.3.3 sub e aan te vullen zoals in de Nota van wijzigingen onder punt 1.1 is voorgesteld.

15.2 Toevoegen begrippen Het ontwerpbestemmingsplan staat binnen het plangebied ook bioscopen toe met een commercieel concept vergelijkbaar met reclamant. Reclamant stelt zich op het standpunt dat de behoefte aan dit soort reguliere, commerciële bioscopen niet uit de plantoelichting van het ontwerpbestemmingsplan volgt. Onder de definitie van "cultuur en ontspanning" valt een bioscoop. Reclamant betoogt dat het wenselijk is om onder de functie "cultuur en ontspanning" de begrippen 'kleinschalig filmhuis' of 'kleinschalig filmtheater' op te nemen i.p.v. bioscoop. Reactie Wij menen dat met het voorstel onder 15.1 om de omvang van de functie te begrenzen, tegemoet wordt gekomen aan het verzoek van reclamant om de kleinschaligheid van de functie te borgen in het bestemmingsplan. Voorstel Wij stellen voor de zienwijze gegrond te verklaren en artikel 4.3.3 sub 3 van de planregels aan te scherpen, zie ook punt 1.1 van de Nota van wijzigingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=df506cad-e4f8-4ac1-84eb-c9c1c294a5ca