CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb004627] Bijlage 5 behorende bij 24bb004640 over nota zienswijzen Codrico terrein (met bijlage)

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 28 augustus 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bouwen en Wonen34.720 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Reclamant 16 pro forma - Omwonende 16.1 Pro forma Reclamant verzoekt om termijn te stellen voor het aanvullen van de gronden. Reactie Gemeente heeft de reclamant de gelegenheid geboden de zienswijze aan te vullen, maar de reclamant heeft hier geen gebruik van gemaakt. Voorstel Deze zienswijze wordt niet verder in behandeling genomen.

Pagina | 63

Reclamant 17 - Omwonende Reclamant woont in het woongebouw 't Leidsche Veem. 17.1 Strijdigheid met Woonvisie Woningbouwprogramma staat haaks op de Woonvisie, de regionale opgave en de behoeften van Rotterdammers, aspecten die hierbij een rol spelen zijn: 1. Het beoogde woningbouwprogramma is in strijd met de daadwerkelijke vraag in Rotterdam en de expliciete wens van de provincie om 2/3 betaalbaar te bouwen, waarvan 30-50% sociaal. 2. Zowel het bestemmingsplan als de omgevingsvergunningen waarborgen onvoldoende de bouw van 'voldoende sociale woningbouw'. 3. De nieuwbouwplannen stroken niet met de behoefte en betaalcapaciteit van de meeste Rotterdammers. De prijs-kwaliteitverhouding matcht niet met de daadwerkelijke behoefte van doorstromers en vestigers. Zo zijn de woningen in het plan doorgaans te klein. 4. De vraag naar de overige functies - kantoren, hotels en horeca - is onvoldoende bewezen. Reactie De ontwikkeling draagt wel degelijk bij aan de behoefte aan woningen die volgt uit het woningbouwprogramma, de regionale opgave en de behoefte van Rotterdammers. Hierna wordt dit aan de hand van de aangehaalde aspecten nader toegelicht: 1. Er is geen verplichting om 2/3 betaalbaar (sociaal + middensegment) te realiseren. Het programma voor de Codrico ontwikkeling is 50% betaalbaar.

Dit is vastgelegd in de NvU, die in overeenstemming is met het indertijd geldende woonbeleid en op basis waarvan een financiële bijdrage is verleend vanuit de Woningbouwimpuls. Het programma voor de Codrico ontwikkeling is ook goedgekeurd door Provincie Zuid-Holland. 2. De realisatie van sociale woningen in deze ontwikkeling is privaatrechtelijk vastgelegd. Wat betreft het aandeel sociaal, zie de beantwoording onder het voorgaande punt. 3. Gemeente Rotterdam hanteert het nieuw Rotterdams Kwaliteitsbeleid Wonen, dat voor verschillende woonmilieus en uiteenlopende woningtypes de minimale grootte definieert. De groottes voor het centrumstedelijke woonmilieu zijn overgenomen in de NvU voor de Codrico ontwikkeling. 4. De vraag naar de overige functies - kantoren, hotels en horeca - is wel degelijk bewezen. Hiervoor wordt verwezen naar de ladderonderbouwing van Sweco, welke is toegevoegd als bijlage 1 bij de toelichting van het (ontwerp)bestemmingsplan. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

17.2 Bouwhoogte en -volume strijdig met regels Bouwhoogte en -volume is in strijd met regels en belastend voor de omgeving en gezondheid, de volgende aspecten spelen hierbij een rol: 1. De voorziene bebouwing overschaduwd volledig de bestaande gebouwen, waardoor de unieke kwaliteiten en gelaagdheid niet meer gerespecteerd en behouden wordt. 2. De Hoogbouwvisie biedt de mogelijkheid de 'Rotterdamse laag' van 25 naar 40 meter te verhogen. In dit plan gaat het om meer dan 'accenten'. Daarbij komt dat de twee torens van het Wandblok met de bouwhoogte van 75 meter een aanzienlijke afwijking vormen voor het bouwvolume boven de 40 meter. 3. Door de massieve blokken van 75 meter, samen met de Toren van 220 meter ontstaat er een ware muur van hoogbouw, wat de Rijnhaven visueel aanzienlijk doet inkrimpen. De haven wordt daarmee gederangeerd tot een miezerig 'vijvertje'. 4. De hogere bebouwing zorgt voor omgevingshinder, namelijk voor de ongewenste schaduwvorming. Reactie Voor wat betreft de inpassing van de volumes en hoogte wordt verwezen naar de beantwoording onder punt B.1. Aan de hand van de aangehaalde aspecten vindt onderstaand de verdere beantwoording plaats: Pagina | 64

1.

Uit de figuren die zijn opgenomen onder de beantwoording van punt C.1 volgt dat de bestaande bebouwing niet volledig wordt overschaduwd. Bij de totstandkoming van de plannen is rekening gehouden met de in de omgeving aanwezige bebouwing. Over het volume en hoe en waar dit in het project opgenomen wordt in relatie tot de aanwezige bebouwing is goed nagedacht, zie hiervoor ook de beantwoording onder punt B.1. 2. De Hoogbouwvisie is van toepassing op de toren in de planvorming voor Codrico. De rest van de nieuwbouw betreft geen hoogbouw conform de definitie zoals gehanteerd in de Hoogbouwvisie: Hoogbouw wordt gedefinieerd als een gebouw waarvan de hoogste verdiepingsvloer op 70 meter of hoger ligt. Dat is bij het Wandblok en Veldblok niet het geval. De bouwhoogte van het Wandblok is niet afgeleid uit de Hoogbouwvisie, maar gebaseerd op de context: op het bestaande volume, op het rijksmonument en de opbouw met wandgebouwen langs de zuidzijde van de Rijnhaven. Zoals The View, Bayhouse en Fenix I. De twee accenten erop zijn vormgegeven als optoppingen, wat in de omgeving op vele plekken voorkomt. Het is dus een contextuele opbouw, wat inderdaad dan wel weer aansluit bij de Hoogbouwvisie, die spreek over een Rotterdamse laag (waarmee men een soort van basishoogte van volumes in het gebied bedoelt). 3.

Het Rijnhavenbekken wordt inderdaad omgeven door steeds meer grote en hoge bebouwing, wat de beleving van de ruimte en het bekken verandert. De gemeente vindt dit echter goed in balans en het wordt het nog beter in balans gebracht doordat er aan de zijde van de Kaap ook bebouwing met een goede maat/schaal gerealiseerd wordt. T evens is er nog steeds sprake van een groots havenbekken. De gemeente herkent zich er niet in dat er een miezerig 'vijvertje' overblijft. 4. Er is inderdaad sprake van een bepaalde mate van schaduwvorming. Dit is meegewogen in de beoordeling van de plannen en in de toelichting van het (ontwerp)bestemmingsplan is hierop ingegaan. Daaruit volgt dat er geen sprake is van onevenredige hinder voor de omgeving. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

17.3 Verkeersaantrekkende werking De verkeersaantrekkende werking heeft niet alleen effect op Katendrecht, maar ook op Wilhelminaplein, Entrepot en Afrikaanderwijk. Reactie Terecht wordt opgemerkt dat verkeer van en naar het Rijnhavengebied zich ook verdeelt over het grotere stedelijke wegennetwerk, zoals de Laan op Zuid, Stieltjesstraat en Willemsbrug. De verkeersmodelstudie die onderdeel uitmaakt van de planonderbouwing van de Codrico ontwikkeling is gebaseerd op regionaal verkeersmodel V-MRDH in planjaar 2030. In planjaar 2030 bevat het verkeersmodel de verschillende bouwplannen in de nabije omgeving, waaronder ook Wilhelminaplein, Entrepot en Afrikaanderwijk. Dit planjaar omvat zowel de plannen op de Pols waarvan reeds een bestemmingsplan is vastgesteld, als de overige plannen waar op dit moment de planvorming nog van loopt. Aanvullend wordt verwezen naar de beantwoording onder punt A.1. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze voor kennisgeving aan te nemen.

17.4 Verkeersafwikkeling De verkeersafwikkeling is niet doordacht, er is te weinig ruimte voor alle weggebruikers. Daarnaast is het aantal verkeersbewegingen te optimistisch (te klein) ingeschat. De volgende aspecten spelen een rol: 17.4.1. Het bestemmingsplan en de omgevingsvergunningen bevatten onvoldoende waarborgen voor het veiligstellen en verbeteren van de mobiliteit, verkeersafwikkeling en (verkeers)veiligheid.

Pagina | 65

17.4.2. Compenserend verkeer (taxi's, reparatiediensten, koeriers- en bezorgdiensten) zijn niet meegenomen in de berekening van de verkeersintensiteit en de analyse van de afwikkelingscapaciteit. 17.4.3. Uit de verkeersstudie blijkt dat het kruispunt Hillelaan - Brede Hilledijk nu al overbelast is. Dit zal met het voorgenomen plan alleen maar verder toenemen. 17.4.4. Ingrepen aan het verkeersnetwerk moeten vooraf inzichtelijk gemaakt worden. 17.4.5. Verkeersafwikkeling in het plangebied zelf is niet doordacht. 17.4.6. Brommers, scooters en motoren zijn niet meegenomen in het verkeerskundig onderzoek. Tevens is voor deze voertuigen en fietsen te weinig stallingsmogelijkheden voorzien voor zowel bewoners als bezoekers. 17.4.7. Uit de documentatie komt niet naar voren hoe de verkeersstromen naar de parkeerplaatsen toelopen en wanneer de voorgenomen parkeercapaciteit geheel benut zal worden. 17.4.8. Er is geen ruimte voor het parkeren van onderhoudsbusjes en mantelzorgers. 17.4.9. Het is schandalig dat de kortingen op de parkeerplaatsen alle groepen gebruikers/bewoners treffen, behalve de eigenaren van de grootste woningen die gegarandeerd een parkeerplaats hebben. 17.4.10. Veel gebruikers hebben geen vaste/gegarandeerde parkeerplaats. In de berekeningen van dubbelgebruik worden onrealistische aannames gedaan.

Reactie Er is uitvoerig onderzoek uitgevoerd naar de verkeersafwikkeling en de verkeersbewegingen. Hierna wordt dit aan de hand van de aangehaalde aspecten nader toegelicht: 17.4.1. Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt A.1. 17.4.2. Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt A.5. 17.4.3. Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt A.2. 17.4.4. Gebiedsontwikkeling is een dynamisch, langjarig proces. Gronden komen beschikbaar, bouwprojecten vinden doorgang, lopen door elkaar heen, worden opgestart en met regelmaat aangepast. De stad is nooit af en de behoefte aan woningen is onverminderd groot. T egelijkertijd heeft de gemeente mobiliteitsambities die continue aan tijdsgeest onderhevig zijn, ook verandert het gebruik van de verkeersmodaliteiten in de stad (mobiliteitstransitie). Doordat zowel (bouwplannen in) de stad als gemeentelijke mobiliteitsambities beweeglijk zijn, is het niet mogelijk om voorafgaand aan alle bouwplannen een verkeerssysteem vast te leggen. Daarom wordt in de RO-procedure van ieder bouwproject een planonderbouwing gemaakt, met daarin wat mobiliteit betreft een verkeersmodel-onderzoek. Het regionale V-MRDH verkeersmodel planjaar 2030 bevat de plannen die naar verwachting in 2030 gereed zullen zijn. Door te werken met planjaren monitort de gemeente of de planontwikkelingen in lijn blijven met het aanwezige verkeersnetwerk.

Uit de formele planonderbouwing volgen eventuele netwerkaanpassingen. Een voorbeeld hiervan is de extra linksaf-opstelstrook Wilhelminapier af als gevolg van de herziening bestemmingsplan Kop van Zuid, of de aanbevelingen die nu voorliggen voor de Codrico ontwikkeling, zoals ook beschreven onder A.2. 17.4.5. Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt A.1. 17.4.6. Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt A.6. Daarnaast wordt opgemerkt dat de beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022 minimumparkeernormen voorschrijft, voor zowel de auto als fiets. Volgens de beleidsregeling is het van belang om voor bewoners, werknemers en bezoekers onderscheid te maken in fietsparkeren van de normale/standaard fiets (60% van de vraag) en voor buitenmodelfietsen (gemiddeld 40% van de vraag), waarvan 10% sterk afwijkende buitenmodelfietsen (scooters, bakfietsen, etc.), 15% beperkt afwijkende fietsen (elektrische fietsen, fietsen met kratjes, etc.) en 15% sterk of beperkt afwijkende fietsen (te bepalen op basis van doelgroep). De beoordeling hiervan vindt plaats in het kader van de omgevingsvergunningaanvraag.

Aangegeven kan worden dat voor de ontwikkeling van Codrico circa 4.400 fietsparkeerplaatsen nodig zijn waarvan circa 1.300 fietsparkeerplaatsen voor afwijkende maten inclusief circa 440 plekken voor bakfietsen en scooters.Het aantal fietsplekken in de Codrico ontwikkeling voldoet aan deze aantallen Pagina | 66

en verdeling in afwijkend formaat fietsachtigen, die de door de beleidsregeling worden voorgeschreven. 17.4.7. Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt A.4. 17.4.8. De reducties voor wat betreft het bepalen van de parkeerbehoefte zijn toegepast conform het gemeentelijke parkeerbeleid. Op het moment dat een initiatiefnemer ervoor kiest om parkeerplaatsen toe te wijzen aan woningen, dan is deze volledige parkeerplaats uitsluitend beschikbaar voor de bewoners van de betreffende woning en is een dergelijke parkeerplaats niet voor andere bewoners Z gebruikers beschikbaar. Bij het bepalen van de totale parkeerbehoefte is hier dan ook rekening mee gehouden. 17.4.9. De gemeentelijke parkeernormen in gebiedstype A bevinden zich veelal onder de één per woning en kunnen verder worden verlaagd met gebruik van verschillende vrijstellingsmogelijkheden. Tegenover deze vrijstellingen staat aanbod van mobiliteitsalternatief (deelmobiliteit, OV, fiets). Dat betekent dat niet iedere gebruiker of iedere bewoner van de Rotterdamse binnenstad een eigen auto zal kunnen bezitten. Inpassen van deze aantallen parkeerplaatsen zou niet alleen ruimtelijk en financieel een onmogelijkheid zijn, ook zou het resulteren in te grote hoeveelheden autobewegingen richting de binnenstad. De gemeente zet in de binnenstad in op verplaatsingen te voet, met de fiets of het OV.

Het gebruik van de parkeergarage en de toewijzing van de vakken daarbinnen, is aan de eigenaar van de parkeergarage. 17.4.10. Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt A.8. Daarnaast wordt het volgende opgemerkt. De Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam schrijft voor hoe dubbelgebruik wordt toegepast binnen bouwontwikkeling in de gemeente. Hiervoor gelden standaard aanwezigheidspercentages gedurende verschillende momenten van de dag. De berekening van de Codrico-ontwikkeling is getoetst aan deze methode en percentages. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze gegrond voor wat betreft de onderdelen 2 en 6 te verklaren en het onderzoek van Goudappel Coffeng te vervangen door een nieuwe versie van het onderzoek. Hiervoor wordt verwezen naar de Nota van wijzigingen onder punt 2.3 en 2.4. Wij stellen voor om de zienswijze ongegrond te verklaren voor de overige onderdelen.

17.5 Klimaatbestendigheid Het project draagt niet bij aan klimaatbestendigheid en maakt de omgeving ongezonder en onveiliger. De volgende aspecten spelen hierbij een rol: 1. Bouw in het buitendijks gebied brengt risico's met zich mee die onvoldoende zijn ondervangen in het bestemmingsplan en in de omgevingsvergunningseisen. 2. De grote druk op de bodem betekent een verzakkingsrisico voor de omliggende bouw. Veiligheid van de omliggende bestaande gebouwen is onvoldoende onderzocht en gegarandeerd. 3. Hoogbouw leidt tot verhoging van hittestress in het gebied en draagt bij tot de verslechtering van het klimaat in een bredere omgeving. Reactie De beantwoording vindt plaats aan de hand van de aangehaalde aspecten: 1. Bij de verdere uitwerking van de plannen wordt wel degelijk rekening gehouden met de buitendijkse ligging van het plangebied. Om aan de provinciale veiligheidsnorm voor lokaal individueel risico te voldoen geldt voor ontwikkelingen een uitgiftepeil van ten minste 3,30 meter boven NAP. De gemeente adviseert om buitendijks een uitgiftepeil te hanteren van 3,60 meter boven NAP (voor kwetsbare functies 3,90 meter boven NAP). Het oostelijk deel van de ontwikkeling sluit aan op de nieuwbouw van de Pols Noordzijde waar een peilmaat van +3,90 meter boven NAP gehanteerd wordt in verband met het overstromingsrisico. Dit heeft betrekking op de Toren en het Wandgebouw.

De kade aan de Rijnhavenzijde is bestaand en ligt op +3.30 meter boven NAP. In de buitenruimte zal deze hoogte overbrugd worden naar minimaal +3,60 meter boven NAP en bij voorkeur +3,90 meter boven NAP (zie ook paragraaf 2.2.2 en 5.3.3 van de toelichting van het (ontwerp)bestemmingsplan). Pagina | 67

2.

Ten behoeve van de ontwikkeling zijn reeds sonderingen uitgevoerd. De ontwikkeling zal rekening houden met de ter plaatse aanwezige bodemopbouw en de druk op de bodem. De zettingsanalyse zal in een later stadium (voorafgaand aan de bouw) gaan plaatsvinden. Hiermee is voldoende gewaarborgd dat er geen verzakking optreedt als gevolg van deze ontwikkeling. 3. Voor wat betreft hittestress wordt in de aanmeldnotitie (bijlage 18 behorend bij de toelichting bij het (ontwerp)bestemmingsplan) hierop ingegaan. In dat kader is een klimatologisch onderzoek uitgevoerd. Daaruit volgt de impact van de beoogde ontwikkeling ten aanzien van hittestress relatief beperkt is. Tevens geldt dat het project wel degelijke bijdraagt aan meer kwalitatief groen in het gebied. Het huidige groen ter hoogte van de Veerlaan/Timorstraat, dat bestaat uit een aantal bomen in een gazon, draagt zeer weinig bij aan het vergroten van de biodiversiteit en het reduceren van hittestress. Aangezien er momenteel op het Codrico terrein geen groen aanwezig is, zal er per saldo alleen maar groen bij komen tussen het Veldblok, het Fabrieksgebied en het Silogebouw. Bovendien zal dit groen veel diverser en gelaagder zijn, zowel inheems als uitheems, zodat de beplanting voorbereid is op een steeds warmer wordend klimaat. Daarnaast zal het een grotere diversiteit aan insecten en vogels trekken.

Eventuele extra maatregelen kunnen worden getroffen om de situatie verder te optimaliseren. Van significant negatieve effecten is geen sprake. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

17.6 Bebouwing in groen aangewezen gebied Het project draagt niet bij aan vergroening van het gebied en laat daarnaast openbaar groen gebied verdwijnen. Het verdwijnen van het beloofde park staat haaks op de afspraken die met de bewoners zijn gemaakt en strookt niet met de vergroeningsambities van de gemeente. Reactie Verwezen wordt naar de beantwoording onder F.1. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

17.7 Windhinder Bestemmingsplanregels stellen geen eisen ten aanzien van de windkwaliteit, noch toetsingskaders voor het beoordelen van de aanvaardbaarheid van windhinder. Reactie Gezien de resultaten van het windhinderonderzoek is er geen aanleiding om in het bestemmingsplan regels op te nemen ten aanzien van de windkwaliteit. Desondanks is hiervoor volledigheidshalve een voorwaardelijke verplichting opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan. Er wordt terecht aangegeven dat de voorwaardelijke verplichting in het ontwerpbestemmingsplan een onvoldoende toetsingskader is om de aanvaardbaarheid van het windklimaat te beoordelen. Mede om die reden wordt voorgesteld om het artikel te wijzigen zodat de voorwaardelijke verplichting een concrete toetsingskader bevat en een verplichting om eventueel benodigde maatregelen om de vereiste kwaliteit te behalen, ook daadwerkelijk te treffen en in stand te houden (zie ook de Nota van wijzigingen onder 1.2). Uit de toelichting van het (ontwerp)bestemmingsplan en het daarbij behorende windhinderonderzoek volgt dat windklasse D overal in de openbare ruimte wordt behaald. Het aspect windkwaliteit is aanvaardbaar en dit aspect staat de ontwikkeling niet in de weg staat.

Voorstel Wij stellen voor de zienswijze gegrond te verklaren en artikel 4.4.2 zodanig te wijzigen dat de planregel een concreet toetsingskader bevat, zie ook de Nota van wijzigingen onder 1.2.

17.8 Windhinder Pagina | 68

Het windhinderonderzoek is onvolledig, aangezien het uiteindelijke scenario van het Veldblok in de vorm waarvoor de omgevingsvergunning is aangevraagd niet is gedaan. Reactie Reclamant geeft aan dat het windhinder onderzoek onvolledig is, omdat de exacte uitwerking van het Veldblok niet is opgenomen in de studie. In het onderzoek is een groot aantal varianten doorgerekend. Het klopt wat reclamant stelt dat het volume van het Veldblok zoals dat met de omgevingsvergunning is aangevraagd, niet exact aansluit bij één van de onderzochte varianten. Er zijn echter wel soortgelijke volumes onderzocht voor het Veldblok. Op basis van kennis en ervaring is door Peutz vastgesteld dat het te verwachten windklimaat van het aangevraagde volume, vergelijkbaar zal zijn met een van de eerder onderzochte volumes (Veldblok model B in het windonderzoek). Daarmee kan worden vastgesteld het windhinderonderzoek wel degelijk volledig is als het gaat om de onderbouwing van het (ontwerp)bestemmingsplan. Aanvullend wordt verwezen naar de beantwoording onder punt D.1. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

17.9 Windklimaat rondje Rijnhaven Uit de windhinderstudie van Peutz blijkt dat de toegestane hoogbouw tot verslechtering van het windklimaat leidt. Windklimaat 'matig' tot 'slecht' (D en E) op de plaatsen die deel uitmaken van 'rondje Rijnhaven' staat haaks op het voornemen van de gemeente om een doorlopend recreatiegebied te creëren, waar mensen slenterend en zittend van de haven kunnen genieten. Reactie Wanneer wordt uitgegaan van doorlopen is geen sprake van windklimaat E. Bij de locaties die onderdeel uitmaken van het rondje Rijnhaven is het de verwachting dat naast het hoofdzakelijk doorlopen er ook locaties gecreëerd kunnen worden om te zitten/slenteren. Bij de benodigde inrichting van dit gebied zal rekening moeten worden gehouden met het windklimaat. Concreet betekent dit dat bij het bepalen van de locaties waar gezeten/geslenterd kan worden ook gezocht moeten worden naar een qua windklimaat optimale positie. Dit is overigens ook een samenspel met de verdere terreinindeling en de invloed daarvan op het (lokale) windklimaat. En wellicht ten overvloede wordt vermeld dat het windklimaat ook in de huidige situatie overwegend als matig of slecht moet worden beoordeeld in het licht van slenteren/zitten. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

17.10 Schaduwvorming Hoogbouw en optopping van de bestaande gebouwen leidt tot schaduwvorming op de delen van 'het rondje Rijnhaven'. Dit staat haaks op de belofte van een prettig verblijfsgebied in en rond de Rijnhaven. Reactie De gemeente heeft beleid voor bezonning van woningen (Afwegingskader bezonning) en de bezonning van de openbare ruimte (Hoogbouwvisie). In het bezonningsonderzoek is daarom de bezonning voor de bestaande woningen inzichtelijk gemaakt. Uit het bezonningsonderzoek valt echter af te leiden dat ter plaatse van het water van Rijnhaven inderdaad sprake is van schaduwwerking. Dit effect wordt in de bredere afweging tegen andere betrokken belangen (waaronder het belang van de woningbouw) aanvaardbaar geacht. Verder is de gemeente niet van mening dat de schaduwwerking een dusdanig effect heeft op het Rondje Rijnhaven dat het er niet langer prettig verblijven is. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

17.11 Bescherming monument en beeldbepalend gebouw Pagina | 69

De bescherming van het monument en het beeldbepalend gebouw is ondermaats. Het bestemmingsplan en de omgevingsvergunningen bieden onvoldoende waarborgen voor het behoud van het beeldbepalende monument (het Silo-gebouw) en zorgen ervoor dat het monument deels gesloopt wordt en voor een overgroot deel aan het zicht wordt onttrokken. Er lijkt geen rekening te worden gehouden met de cultuurhistorische verkenning welke is uitgevoerd door Crimson (2020). Concreet is het verzoek om de voorgenomen sloop van de delen van het complex van architect Vegter te heroverwegen, om minder volumetoevoeging toe te staan, de zichtbaarheid van het karakter van het monument te beschermen en scherpere eisen te stellen in het bestemmingsplan. Reactie Met de aanwijzing tot Rijksmonument is juist de bescherming van de bebouwing gegarandeerd. Voor wat betreft het Silogebouw, heeft de gemeente deze behandeld als beeldbepalend, ook al had het gebouw die status officieel niet. Met dit (ontwerp)bestemmingsplan wordt deze wel toegekend aan het silogebouw. En bescherming betekent niet dat er geen ontwikkeling en/of functiewijziging meer mogelijk is. Dit is echter alleen mogelijk wanneer deze het monument/beeldbepalende gebouw recht aan doet/de monumentwaarde respecteert. Verder wordt naar de beantwoording onder punt B.4.

Daarnaast is over het volume en hoe en waar dit in het project opgenomen wordt in relatie tot de aanwezige monumentale en beeldbepalende bebouwing goed nagedacht, zie ook de beantwoording onder B.1. Daarbij is wel degelijk rekening gehouden met de uitgevoerde cultuurhistorische verkenning waarnaar wordt verwezen. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

17.12 Participatie De participatie is ondermaats geweest. Er was enkel sprake van informeren en er was geen ruimte voor inspraak. De meeste afspraken werden achter de schermen gedaan, middels achterkamertjespolitiek, wat het vertrouwen in het stadsbestuur en de ontwikkelaar ernstig ondermijnt. Reactie Ten behoeve van de ontwikkeling is wel degelijk een uitvoerig participatietraject doorlopen, zie ook paragraaf 9.1 van de toelichting behorend bij het (ontwerp)bestemmingsplan. Daarnaast is op de website https://hetcodricoterrein.nl/ de nodige informatie te raadplegen. RED Company heeft in zowel de periode 2020-2021 als in de zomer van 2023 meerdere participatiemomenten georganiseerd. De uitkomsten en opzet van deze participatieronden is vastgelegd in verslagen, welke zijn toegevoegd als bijlage 15, 16 en 17 bij de toelichting van het (ontwerp)bestemmingsplan. In de verslagen is uitvoerig ingegaan op de vragen die gesteld zijn door de bezoekers en in hoeverre dit geresulteerd heeft in eventuele wijzigingen van het ontwerp. De participatie heeft plaatsgevonden op het niveau van Informeren en Raadplegen. Volgens de participatiecirkel die we als gemeente hanteren gaat het hier om het participatieniveau Meedenken (Raadplegen) en Meeweten (Informeren).

Het verspreidingsgebied van de uitnodiging voor de participatie over het Codrico terrein betrof alle bewoners van Katendrecht en van de Wilhelminapier. Het hele verspreidingsgebied omvatte ca. 5.000 adressen. Daarnaast heeft tijdens de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan een informatieavond plaatsgevonden. Het doel van deze avond is informeren, waarbij geïnteresseerden vragen kunnen stellen over de beoogde ontwikkeling en de wijze van bestemmen. Op basis daarvan kunnen zij bepalen of ze wel of niet een zienswijze willen indienen.

Voorstel Pagina | 70

Wij stellen voor de zienswijze voor kennisgeving aan te nemen.

17.13 Verzoek aanpassing plan Het verzoek is om in de plannen ruimte te maken voor de maakindustrie en werkplaatsen/ateliers voor publieke gebruiken. Reactie Volgens het (ontwerp)bestemmingsplan zijn bedrijfsactiviteiten tot en met milieucategorie 2 toegestaan alsmede bedrijven die daarmede naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn. Op deze wijze is wel degelijk ruimte aanwezig voor het vestigen van eventuele bedrijven in de maakindustrie. Ook ateliers en werkplaatsen/ateliers zijn daarmee toegestaan. Op het moment dat het gaat om ruimtes voor publieke gebruiken dan gaat het mogelijk meer om ruimten met een maatschappelijke functie. Het (ontwerp)bestemmingsplan biedt reeds ruimte voor maatschappelijke voorzieningen, zodat wel degelijk ruimte aan dergelijke functies wordt geboden. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze voor kennisgeving aan te nemen.

17.14 Noodzaak en motivering coördinatiebesluit ontbreekt Er bestaat geen noodzaak tot een gecoördineerd besluit en er wordt ook geen motivering voor gegeven. Reactie Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt I.1. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

17.15 Crisis- en herstelwet Reclamant geeft aan dat in de aankondiging van het bestemmingsplan niet is aangegeven dat de Crisis- en herstelwet van toepassing is, maar dat dit wel is opgenomen in de ontwerpomgevingsvergunningen. Reclamant vraagt zich af hoe dit zit. Reactie De ontwikkeling van het Codrico terrein is een gebiedsontwikkeling als bedoeld in 3.1 van bijlage I bij de Crisis- en herstelwet (Chw). Dit betekent dat op zowel het bestemmingsplan als de omgevingsvergunningen Afdeling 2 Chw van toepassing is, zie hiervoor artikel 1.1, lid 1 sub a en sub b Chw. In het geval van omgevingsvergunningen is dit opgenomen in het besluit zelf. Voor het bestemmingsplan geldt dat hiervan mededeling zal worden gedaan in de kennisgeving van het vaststellingsbesluit. Het gevolg van het van toepassing zijn van deze afdeling, is dat er afwijkende procedureregels gelden voor de beroepsprocedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dit geldt dus zowel voor het bestemmingsplan als voor de omgevingsvergunningen. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze voor kennisgeving aan te nemen.

Zienswijze 18 - Is komen te vervallen Reclamant 19 - Omwonende Reclamant woont in het woongebouw Fenix I. 19.1 Woo-verzoek Reclamant heeft een Woo-verzoek ingediend en wacht nog op de verstrekking van de documenten. Het idee is ontstaan dat moedwillig wordt aangestuurd op een onomkeerbare situatie. Dat kan en mag niet volgens reclamant het resultaat zijn van besluitvorming door een Pagina | 71

coalitie die in het coalitieakkoord nog een speerpunt maakte van transparantie. Reclamant stelt voor om het gecoördineerde besluit tot het verlenen van de omgevingsvergunningen en het wijzigen van het bestemmingsplan uit te stellen tot uit de aangevraagde documenten dat geen van de betrokkenen een verborgen en niet verdedigbaar belang hebben en daarnaar hebben gehandeld. Reactie Het Woo-verzoek is nog in behandeling. Ondertussen zijn er drie besluiten en twee sets documenten met de reclamant gedeeld. Op dit moment wordt er gewerkt om verder invulling te geven aan het verzoek. Wij zien geen reden om de verlening van de omgevingsvergunningen uit te stellen in afwachting van de afronding van het Woo-verzoek. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

19.2 Coördinatiebesluit Het coördinatiebesluit lijkt een poging een zorgvuldige afweging van belangen te vermijden en een aanzienlijk belang vanuit de vastgoedsector te belonen. Reactie Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt I.1. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

Reclamant 20 - Omwonende Reclamant woont in het woongebouw Fenix I. Reclamant is op hetzelfde adres woonachtig als reclamant 8. 20.1 Uitzicht Reclamant heeft een appartement in Fenix I met uitzicht op het monument. Met de beoogde ontwikkeling zal een groot deel van dit monument vanuit Katendrecht volledig aan het zicht worden onttrokken. Reactie Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt B.3. Er wordt erkend dat het uitzicht wijzigt, maar dit is geen aanleiding om de bouwmogelijkheden in het bestemmingsplan te wijzigen. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze voor kennisgeving aan te nemen.

20.2 Bezonning Door de voorgestelde hoogte van het Veldblok verdwijnt de zon aan de oostzijde van Fenix I volledig tot ca. 11.30 uur, terwijl reclamant nu vrijwel de hele ochtend van de zon kan genieten. Reactie Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt C.1. Voor de woning van reclamant geldt dat sprake is van een maximale afname van 1:20 uur en dat er in de plansituatie 03:50 uur zon resteert. Hoewel er een afname van het aantal zonuren (in de ochtend) optreedt, is dit geen aanleiding om de bouwmogelijkheden in het bestemmingsplan te wijzigen. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

20.3 Strijdigheid met bestemmingsplan "Katendrecht-Pols" Reclamant geeft aan dat het bestemmingsplan "Katendrecht-Pols" met voeten wordt getreden, het gebied waar het Veldblok moet komen te staan, heeft de bestemming 'Erf', wat een parkje Pagina | 72

moet worden. Reclamant wil dat de voorgenomen ontwikkeling niet ten koste gaat van de al minimale aanwezige groenvoorzieningen. Daarnaast wordt geen rekening gehouden met de aangegeven hoogten in het bestemmingsplan "Katendrecht-Pols". Reactie Het (ontwerp)bestemmingsplan voor het Codrico terrein voorziet het betreffende plangebied van een nieuw planologisch kader, zodat de beoogde herontwikkeling van het gebied mogelijk wordt gemaakt. Het (ontwerp)bestemmingsplan vervangt het aangehaalde bestemmingsplan "Katendrecht-Pols" en het bestemmingsplan "Katendrecht-Kern". In dit kader wordt opgemerkt dat volgens het eerder geldende bestemmingsplan "Katendrecht-Pols" ter plaatse van het plangebied sprake was van een bestemming 'Bedrijf-3'. De plankaart waarnaar wordt verwezen, lijkt er één van een eerder geldend bestemmingsplan te zijn welke inmiddels is vervangen door voornoemd bestemmingsplan. Volgens het bestemmingsplan "Katendrecht-Kern", was sprake van een bestemming 'Bedrijven'. Met het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan krijgen de gronden waar de bebouwing is voorzien een bestemming 'Gemengd' en de omliggende gronden krijgen een bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied'. Binnen deze bestemming zijn groenvoorzieningen wel degelijk toegestaan. Voor de inrichting van het openbaar gebied wordt nog een inrichtingsplan opgesteld.

Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

20.4 Bouwhoogte Reclamant verzoekt de optopping van het Silogebouw en de hoogte van het Veldblok aan te passen, al dan niet de besluitvorming daaromtrent uit te stellen en deze gebouwen niet mee te nemen in het bestemmingsplan. Reactie Het Veldblok en het Silogebouw maken onderdeel uit van de integrale herontwikkeling van het Codrico terrein. De gemeenteraad heeft besloten om het bestemmingsplan en de benodigde omgevingsvergunningen voor de ontwikkeling van het Codrico ontwikkeling in één gecoördineerde procedure voor te bereiden. Daarnaast geldt dat de uitwerking van zowel het Veldblok als Silogebouw gereed is om te worden vergund. Deze zienswijze geeft geen aanleiding om daarvan af te wijken. Voor een toelichting op de stedenbouwkundige uitwerking van de (her)ontwikkeling van deze gebouwen, wordt verwezen naar punt B.1. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

Reclamant 21 - Is komen te vervallen (ondergebracht onder 6) Reclamant 22 - Omwonende Reclamant woont in het woongebouw Fenix I. 22.1 Gevolgen voor kwaliteit en leefbaarheid omwonenden De ontwikkeling is veelomvattend en heeft grote gevolgen voor de directe omgeving en daarmee de kwaliteit en leefbaarheid van de woning van reclamant. Reactie Begrijpelijk is dat de reclamant aangeeft dat de ontwikkeling veelomvattend is. Het betreft inderdaad een herontwikkeling waarmee een significant woonprogramma op de locatie wordt toegevoegd. De gemeente heeft echter een forse woningbouwopgave en het is een uitdaging om daar invulling aan te geven. Met het vertrek van de fabriek naar de Spaanse Polder is het de uitgelegen kans om dit gebied te transformeren naar een woon-werklocatie welke zorgvuldig tot stand is gekomen. In het kader van het (ontwerp)bestemmingsplan is toegelicht dat de impact van het vertrek van de huidige fabriek, een locatie waar volgens het eerder geldende planologische kader bedrijfsactiviteiten tot en met een milieucategorie 4 van de lijst van Pagina | 73

bedrijfsactiviteiten waren toegestaan, en de herontwikkeling betekent. In de toelichting behorend bij het (ontwerp)bestemmingsplan is in dat kader expliciet beoordeeld of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De invloed van het plan ten opzichte van de omgeving is hierbij inzichtelijk gemaakt. Uit deze toets is gebleken dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze voor kennisgeving aan te nemen.

22.2 Ruimtelijke indeling Nico Koomanskade 95 - 101 In de huidige ruimtelijke indeling van de Nico Koomanskade is voor de kadewoningen (huisnummers 95 - 101) de privacy en veiligheid van de bewoners slecht gewaarborgd. In tegenstelling tot de bedoeling van de gemeente destijds, wat inhield dat voetgangers, fietsers en scooters de route van het spoor zouden volgen, verloopt het verkeer veelal direct langs de gevels van de kadewoningen. Door de plaatsing van het Veldblok pal op de route van het spoor, zal dit alleen maar erger worden. Het verzoek is om de buitenruimte van de kadewoningen zo in te richten dat passanten richting de waterkant van de kade worden geleid en worden weggeleid van de gevels van de woningen. Reactie Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt G.1. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

Reclamant 23 - Omwonende Reclamant woont in het woongebouw Fenix I. 23.1 Aantasting monumentale waarde De monumentale waarde van Meelfabriek Latenstein, incl. de grote silo en de iconische groene kubus wordt enorm aangetast in negatieve zin door de hoogte van de diverse bouwprojecten. Reactie Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt B.1 en B.4. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

23.2 Hoogte bebouwing niet passend Het karakter van de wijk Katendrecht wordt met de beoogde ontwikkeling (nog verder) aangetast, de solitaire toren is echt niet passend op de kade van de Rijnhaven. Reactie Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt B.1. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

23.3 Bezonning Licht en zon zullen verder verdwijnen voor de achterliggende woongebouwen. Reactie Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt C.1. Voor de woning van reclamant geldt dat sprake is van een maximale afname van 00:35 uur en dat er in de plansituatie 09:20 uur zon resteert op 21 september. Voor wat betreft daglicht kan het gelet op de afstand van de woning van de reclamant tot het Veldblok nooit zo zijn dat ter plaatse van de woning van de reclamant sprake is van te weinig daglicht. Pagina | 74

Voorstel Wij stellen voor de zienswijze voor kennisgeving aan te nemen.

23.4 Bebouwing in groen aangewezen gebied Het kleine stukje groen wordt opgeofferd voor het Veldblok. Reactie Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt F.2. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

23.5 Aantasting bomenrij De geplande tunnel onder de Brede Hilledijk zal de prachtige bomenrij aldaar aantasten. Reactie De Brede Hilledijk en de daar geplande tunnel maken geen onderdeel uit van het (plangebied van) het (ontwerp)bestemmingsplan Codrico terrein. Voor dit gebied zal nog een inrichtingsplan moeten worden opgesteld, zie ook de beantwoording onder F.2. Hier wordt dan ook niet nader op ingegaan. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze voor kennisgeving aan te nemen.

23.6 Beperkte beroepsmogelijkheden door coördinatiebesluit Door de gecoördineerde besluiten wordt de beroepsmogelijkheid onaanvaardbaar beperkt. Reactie Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt I.1. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

23.7 Verkeersafwikkeling De enorme hoeveelheid woningen leidt ertoe dat de bereikbaarheid van Katendrecht per auto nog moeizamer wordt, evenals het uit Katendrecht rijden. Reactie Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt A.3. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

23.8 Plinten Reclamant vraagt zich af hoe de nieuwe plinten worden gevuld, aangezien er nu al veel leegstand is in de plinten van gebouwen. Reactie De invulling van de plinten zal bestaan uit functies die met het (ontwerp)bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt. Uit de uitgevoerde ladderonderbouwing volgt dat daar behoefte aan is. De initiatiefnemer zal gezamenlijk met de gemeente een plintenstrategie uitwerken. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze voor kennisgeving aan te nemen.

Reclamant 24 - Omwonende Pagina | 75

Reclamant woont in het woongebouw Fenix I.

24.1 Uitstellen besluitvorming en Veldblok uit coördinatiebesluit Verzoek van reclamant is om de besluitvorming met betrekking tot het Veldblok tot nader order uit te stellen en het Veldblok uit het coördinatiebesluit te lichten. Volgens reclamant kan de omgevingsvergunning niet worden afgegeven omdat een omvangrijke, belangrijke en zeer ter discussie staande wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk is voor realisatie. De bezwaren voor het Veldblok zijn zo talrijk, dat het volgens reclamant verstandig is het Veldblok ook uit het coördinatiebesluit te halen. Hierdoor kunnen de bezwaren in een niet beperkte bezwaarprocedure getoetst worden. Reactie Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt I.1. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

24.2 Veldblok Het Veldblok is geen serieuze toevoeging als het gaat om het oplossen van de woningnood. Het is slechts het creëren van meer meters BVO een dus winst voor de ontwikkelaar. Reactie Ter plaatse van het Veldblok zijn op dit moment 195 woningen voorzien. Hiermee wordt wel degelijk een significante bijdrage geleverd aan de vraag naar woningen en daarbij kan het beoogde aantal woningen -zoals in de NvU is vastgelegd - zonder de woningen in dit gebouw niet worden behaald. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

24.3 Woonprogramma Veldblok Het Veldblok voldoet ten onrechte niet aan de door de gemeente opgestelde voorwaarde dat minimaal 20% oplopend naar 30% van de nieuwbouwplannen uit sociale woningbouw bestaat. Reactie De minimum percentages waar reclamant naar verwijst, zijn stedelijke doelstelling en zijn niet op ieder project rechtstreeks van toepassing. In de NvU voor de Codrico ontwikkeling is het aandeel sociaal vastgesteld op 10%. In aanvulling daarop wordt vermeld dat het Rotterdamse woningbouwprogramma, inclusief de Codrico ontwikkeling met verdeling over prijssegmenten volgens de NvU, ook door de Provincie is goedgekeurd. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

24.4 Privacy Het Veldblok tast direct de privacy van de bewoners van Fenix I aan de oostzijde aan. Reactie Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt B.5. Er wordt erkend dat het uitzicht wijzigt, maar dit is geen aanleiding om de bouwmogelijkheden in het (ontwerp)bestemmingsplan te wijzigen. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

24.5 Uitzicht Het Veldblok tast direct het uitzicht van de bewoners van Fenix I aan de oostzijde aan. Pagina | 76

Reactie Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt B.3. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze voor kennisgeving aan te nemen.

24.6 Bebouwing in groen aangewezen gebied Reclamant heeft de woning gekocht met de toezegging van de aanleg van een mooi park aan de oostzijde. Naast het feit dat het park nog steeds niet is aangelegd, wordt het als dumpplek van de gemeente gebruikt. Het Veldblok wordt nu deels gebouwd op het stuk grond met de bestemming openbaar groen (park). Het verzoek is om de bestemming park te behouden en alleen het Codrico terrein zelf te bebouwen, mogelijk ook als dit ten koste gaat van het Veldblok. Reactie Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt F.1. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

24.7 Bezonning Door de bouw van het Veldblok gaat reclamant een groot deel van de ochtendzon missen. Voor sommige woningen aan de oostzijde en het Boutique hotel is dit de enige zonneschijn die zij ontvangen. Reactie Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt C.1. Voor de woning van reclamant geldt dat er geen afname van bezonning optreedt als gevolg van dit plan. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

24.8 Mobiliteit Door de enorme toename van het aantal woningen op Katendrecht, levert dit problemen op voor de mobiliteit. Nu wordt ervan uitgegaan dat veel mensen geen auto meer hebben, maar dat is een utopie. De mens wil flexibele mobiliteit en zal dus vooral een eigen auto willen. Reactie Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt A.1, A.2 en A.3. Verder wordt opgemerkt dat toekomstige bewoners van de Codrico ontwikkeling er bewust voor kiezen om in de Rotterdamse binnenstad te gaan wonen en daarbij wel of geen parkeerplaats af te nemen. De gemeente zet in de binnenstad in op meer verplaatsingen te voet, met de fiets of het OV (metrostation Rijnhaven is nabij gelegen). Toekomstige gebruikers en bewoners worden uitgesloten van een parkeervergunning voor straatparkeren. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

24.9 Hoogte Veldblok Het Veldblok is veel te hoog en staat overigens niet in de pols van Katendrecht, maar valt in de historische kern. Daar gelden andere hoogbouwbepalingen. Reactie Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt B.1. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren. Pagina | 77

24.10 Afstand tussen Veldblok en Fenix I Het Veldblok staat te dicht op het architectonisch bekroonde Fenix I en neemt de glans en schoonheid van het toekomstig monumentale gebouw en haar omgeving weg. Reactie Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt B.2. Gemeente is overigens verheugd te lezen dat reclamant Fenix I een monumentwaardig gebouw vindt. Wij zijn ook trots op die ontwikkeling. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

24.11 Monumentale en beeldbepalende bebouwing Het Veldblok onttrekt Rijksmonument Meelfabriek Latenstein en haar ensemble volledig aan het zicht van haar culturele en morele eigenaren. Reactie Verwezen wordt naar de beantwoording onder punt B.4. Voorstel Wij stellen voor de zienswijze ongegrond te verklaren.

Reclamant 25 - Is komen te vervallen (ondergebracht onder 10) Reclamant 26 - Is komen te vervallen (ondergebracht onder 10) Reclamant 27 - Is komen te vervallen (ondergebracht onder 10) Reclamant 28 - Is komen te vervallen (ondergebracht onder 10)

Pagina | 78

pEUTZ Notitie betreft:

Bestemmingsplan Codrico Terrein Aanvullende input voor Nota zienswijzen m.b.t. bezonning Fenix I

1

datum:

22 april 2024

referentie:

OO/OO/ /HA 8751-20-NO

Inleiding

In notitie HA 8751-15-NO-002 wordt input gegeven voor de op te stellen Nota zienswijzen. Aanvullend daarop bevat voorliggende notitie nadere informatie over de bezonningsduur ter plaatse van een aantal specifieke gevels van appartementengebouw Fenix I:

2

-

Begane grond, hoekwoning noord/oostgevel

-

2e verdieping, midden oostgevel

-

4e verdieping, hoekwoning noord/oostgevel

-

4e verdieping, midden oostgevel

-

4e verdieping, hoekwoning zuid/oostgevel

-

5e verdieping, hoekwoning zuid/oostgevel

-

6e verdieping, midden oostgevel

-

7e verdieping, hoekwoning noord/oostgevel

-

8e verdieping, hoekwoning zuid/oostgevel

-

9 e verdieping, hoekwoning noord/oostgevel

-

10e verdieping hoekwoning noord/oost/zuidgevel

Bezonning

Op de te beschouwen woninggevels zijn meetpunten in het 3D-model geplaatst. Afhankelijk van de oriëntatie is de letter a, b of c toegevoegd voor respectievelijk de oostgevel, de noordgevel en de zuidgevel. Een afbeelding van het model met de meetpunten is te zien in f 2.1. De beoordeling wordt betrokken op de gezamenlijke bezonning van deze geveldelen, waarbij tenminste 1 van de gevels in de zon moet vallen om als bezonning mee te tellen in het totaal.

peutz bv, postbus 696, 2700 ar zoetermeer, +31 85 822 87 00, info@peutz.nl, www.peutz.nl kvk 12028033, voorwaarden volgens DNR 2011, lid NLingenieurs, btw NL.004933837B01, ISO-9001:2015

HA 8751-20-NO 1

f 2.1 Aanvullend aanzicht meetpunten Fenix I

Uit tabel t 2.1 volgt dat ter plaatse van alle getoetste appartementen op de toetsingsdatum 21 september ruimschoots voldaan wordt aan het criterium van 2 uren bezonning na realisatie van

de

beoogde

ontwikkeling.

De

afname van

de

bezonning

op

de

toetsingsdatum is op geen van de onderzochte geveldelen meer dan 1 uur en 20 minuten. 12.1 Rekenresultaten afwegingskader bezonning Verdieping nummer

Plansituatie oost

noord

totaal

a

b

BG

03:55 09:45

03:55 05:05 04:55 03:50 05:10 04:50 04:00 05:25 04:00 04:15 03:00

00:00

373 4e 374 4e 375 4e 376 5e 377 6e 378 7e 379 8e 380 9e 381 10e 382 2e

04:55 03:50 09:50 04:50 04:00 09:55 04:00 09:20 03:00

zuid C

09:45 00:00 09:50 00:00 09:55 00:00 00:00 00:00

09:20

Referentiesituatie oost noord totaal

a

b

04:40 09:45 05:05 05:10 09:50 05:15 05:20 09:55 05:20 09:55 03:00

04:40 05:05 05:05 05:10 05:10 05:15 05:20 05:25 05:20 05:20 03:00

00:00

zuid C

totaal

a

b

00:45

00:45

00:00

09:45

00:00

00:00

00:10

00:10

01:20

01:20

00:00

00:00

00:25

00:25

00:00 09:50

00:00 09:55

00:00 00:00 00:00

Afname bezonning noord oost

09:55

01:20

01:20

00:00

00:00

01:20

01:20

00:35

01:05

00:00

00:00

Beoordeling zuid C voldoet voldoet voldoet

00:00

voldoet voldoet voldoet

00:00

voldoet voldoet

00:00 00:00 00:00

voldoet

00:35

voldoet voldoet

ŝ

|

Deze notitie bevat 2 pagina's HA 8751-20-NO 2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=df506cad-e4f8-4ac1-84eb-c9c1c294a5ca