[24bb004562] Bijlage behorende bij 24bb004561 over Nota van Uitgangspunten Liduinalocatie
Tekst van het document
terug naar index
33
Halfverdiepte parkeergarage Parkeren vindt volledig in een (half)verdiepte inpandige parkeergarage plaats. Er zijn geen parkeerplaatsen in de buitenruimte op eigen terrein toegestaan. De contour van de parkeerbak dient minimale afmetingen te hebben met voldoende ruimte voor de benodigde bergingen en technische ruimtes. In totaal zijn maximaal 45 parkeerplaatsen te realiseren. De garage dient volledig onder de bouwmassa en kwalitatief in de architectuur opgelost te worden. Extra aandacht voor de halfverdiepte parkeerbak, deze dient ondergeschikt te blijven aan het ontwerp. Beperk het uitsteken van de parkeerbak ten opzichte van de bouwmassa, indien echt niet anders kan dient op het parkeerdek groen ingepaste terrassen te worden gerealiseerd. Het plan zal voor autoverkeer ontsloten worden via de Burgemeester de Villeneuvesingel. Een nieuwe brug over de singel is daarbij een nieuwe ingreep waardoor 1 boom gecompenseerd dient te worden in de openbare ruimte. Deze precieze locatie van de brug dient nader bepaald te worden door het ingenieursbureau en gemeentelijke landschapsarchitect. De kosten van deze brug zijn voor de ontwikkelaar. De parkeerinrit en hellingsbaan is onderdeel van het tuinontwerp waar het groene karakter leidend is. Bezoekersparkeren is in openbaar gebied buiten de kavel.
Flexibiliteit Nieuwe ontwikkelingen moeten niet alleen duurzaam zijn op het gebied van energie en klimaat, maar ook in de levensduur van het gebouw, de flexibiliteit in de inrichting en het gebruik is hierin bepalend. Gebouwen moeten met de stad en tijd mee kunnen groeien. Het moet daarom in de toekomst mogelijk zijn om het gebouw een andere functie te geven zonder dat er majeure (en vaak te dure) ingrepen nodig zijn. Denk hierbij aan verticale leidingtransport, verdiepingshoogtes voor diverse functies etc.
Sociale Veiligheid Bij het ontwerp van de nieuwbouw dient rekening te worden gehouden met de sociale veiligheid van het gebied en zijn bewoners. Dit betekent; geen onoverzichtelijke hoeken, voldoende verlichting, overzichtelijke entrees, afsluitbaarheid van de stallingsgarage envoldoende zicht vanuit de woningen op het openbare gebied.
34
terug naar index
NvU Liduinalocatie
3.4 Buitenruimte Visie collectieve buitenruimte De collectieve buitenruimte is hét verbindend element van het ensemble. De buitenruimte bepaalt de woonkwaliteit van de hele ontwikkeling. De buitenruimte dient dan ook hoogwaardig te worden ingericht met een overwegend groen en tuinachtig karakter passend bij het ensemble en de tuindorp identiteit. De buitenruimte is volledig autovrij op hulpdiensten na, er zijn geen parkeerplaatsen toegestaan. Een landschapsarchitect dient onderdeel te zijn van het ontwerpteam en een inrichtingsplan voor de buitenruimte is onderdeel van de bouwaanvraag. In de visie op de opgave en het tuinontwerp dient de bebouwing en de buitenruimte hand in hand te gaan. Er zijn 3 verschillende typen buitenruimte:
voortuin als entree van het gebied voor de school, klokkentoren · Formele en pastorie. Uitstraling van het formele voorplein is een open en groen A
beeld met toegankelijke entrees en routing voor voetgangers, fietsers zijn te gast. Te denken aan gras met een paar solitaire meerstammige heesters. Het zicht op het ensemble blijft open en herkenbaar; geen bergingen, fiets-of autoparkeren en losstaande bouwwerken.
· groene en natuurlijke kwaliteit dient gehandhaafd te worden; een
B Informele zijtuin als onderdeel van de singel identiteit. De bestaande
gelaagde opbouw van een natuurlijke oever bij de singel naar meer grovere beplanting richting de bebouwing.Te denken aan behoud van een paar grote bomen, grovere en ruige beplanting met grote bladeren. Ten behoeve van de nieuwe bebouwing zijn enkele doorzichten gewenst, maar de bebouwing en met name de hellingsbaan dient landschappelijk kwalitatief te worden ingepast met gelaagde en robuuste beplanting.
· Tuinachtige en lommerijke invulling met een informeel struinpad C Informele collectieve achtertuin met een groene erfafscheiding.
en zit-en ontmoetingsplekken voor de bewoners. Gedifferentieerd groen met vaste planten die de nieuwbouw landschappelijk laat landen op het maaiveld. Groen kwaliteit, biodiversiteit en rekening houden met wateroverlast na hevige regenval staan voor op. Op de weerwoordkaarten is de achtertuin grenzend aan de tuin van het zorggebouw aangewezen als aandachtsgebied voor water overlast. Er worden geen privé-tuinen uitgegeven, de terrassen dienen groen te worden ingepast. Aanleg en onderhoud van de collectieve tuin is voor rekening van de VVE. 3. Ruimtelijke en programmatische uitgangspunten
Typologie van de buitenruimte terug naar index
35
Bestaande bomen
goede bomen dienen zo veel mogelijk worden ge· Kwalitatief handhaafd of verplaatst. Te rooien bomen dienen gecompenseerd te worden op eigen terrein. Het nieuwe ontwerp dient rekening te houden met grote en waardevolle bomen.
goede bomeninventarisatie is benodigd zodat de gemeen· Een te kan beoordelen wat de kwaliteit van de bomen is. Hiervoor is een precieze inmeting van de bomen benodigd op kaart en een degelijke analyse van de kwaliteit van de bomen en de verwachte levensduur van de bomen.
Overgang gebouw en maaiveld Onder de nieuwbouw zit een geheel verdiepte of halfverdiepte parkeergarage tot maximaal 1,2 meter boven peil. De parkeerbak dient landschappelijk te worden ingepast, passend bij de beeldbepalende panden. Uitgangspunt zijn eenvoudige en heldere afleesbare volumes, ook voor de parkeergarage. De parkeergarage is onderdeel van de architectuur en dient in hetzelfde materiaal tot het maaiveld te worden gerealiseerd. Natuurlijke ventilatie van de parkeergarage is onderdeel van de architectuur: Grote metalen roosters of openingen in de parkeergarage waardoor de geparkeerde auto’s zichtbaar zijn dienen te worden voorkomen. Het hoogteverschil dient in de architectuur en tuinontwerp te worden opgelost met grondkerende elementen en groen, bijvoorbeeld in de vorm van geterrasseerde plantenbakken of in hoogte oplopende beplanting. Géén terpen of taluds in verband met de beperkte ruimte van de binnentuin. Afspraken over aanleg en beheer van de groen ingepaste parkeergarage onderdeel van het koopcontract en de VVE. Voor de overgang zijn 2 principe doorsnedes leidend.
Principe doorsnede 1
· tot het maaiveld en wordt landschappelijk ingepast op maai- · Tuinachtige invulling tot aan de rand van de bebouwing zodat · de parkeergarage zo veel mogelijk uit het zicht is, minimaal veldniveau ter plekke van de oranje zijdes (1). doorsnede 2: de parkeerbak steekt uit ten opzichte 1,2m hoge beplanting. · Principe van de bebouwing en het maaiveld. Deze overgang bevindt zich parkeergarage en hoogteverschil met rechte keer· Inpassing overwegend richting openbaar gebied waar het groene karakwanden, geen taluds. Principedoorsnede 1: de architectuur en parkeerbak loopt door
36
Doorlopende architectuur van woonlagen en parkeergarage.
Principe doorsnede 2
inpassing van parkeergarage met minimaal. 1,5m hoge · Groene beplanting op maaiveld. het parkeerdek zijn terrassen uit het zicht vanaf openbaar · Op gebied voorstelbaar onder voorwaarden van een groene buitenrand ter hoogte van de groene zones met vaste beplanting van minimaal 1m hoog en een groene rand van min. 1,2m diep met
ter de boventoon dient te voeren. Dit stelt extra eisen aan de
een terugliggend transparant hekwerk. Dit betekent een grond-
groene inpassing van het hoogteverschil en uit het zicht houden
dekking van +50 cm voor de groene rand op het parkeerdek, to-
van de privé-terrassen.
taal ca. 1,70m hoogteverschil
terug naar index
NvU Liduinalocatie
Erfafscheiding
· architectuur. De erfafscheiding dient passend te zijn bij het
De erfafscheiding is onderdeel van de ontwerpopgave en de
Fietsenstalling
fietsenstalling dient inpandig te worden opgelost, met · De sterke voorkeur in de halfverdiepte parkeergarage en goed
karakter van het ensemble en het tuindorp: hoogwaardig en
bereikbaar vanaf openbaar gebied. Indien dat niet mogelijk is
kwalitatief uitgevoerd met een overwegend groen en tuinach-
dient de stalling tegen de erfgrens aan de westzijde onderdeel
tig karakter.
te vormen van de binnentuin. Deze positie op het binnenterrein
erfafscheiding dient aan te sluiten bij de buitenruimte · De typologie: formele groene voortuin: een lage groene erfafscheiding · deof een lage gebouwde erfafscheiding conform de bestaande A
situatie. Te denken aan een laag gemetselde muurtjes passend bij het tuindorp karakter en het formele karakter met een open en toegankelijke uitstraling.
zijtuin kent een gelaagde opbouw aan de singel. · deDe informele singel en bijbehorende beplanting functioneren als erfafB
scheiding aan deze zijde. Hier is een natuurlijke erfafschei-
kenmerkt zich in de huidige situatie al door een gesloten ergeschikte locatie. Daarnaast volledig uit het zicht vanaf openbaar gebied, maar wel goed bereikbaar vanaf het voorplein. De stalling vormt onderdeel van de erfafscheiding.
fietsenstalling is onderdeel van het totale ontwerp en de · De bouwaanvraag. Het is van belang dat de stalling een representatieve uitstraling heeft richting het nieuwe woongebouw.
fietsenstalling dient ingepast te worden in het tuinont· De werp met een minimale footprint zodat er voldoende ruimte overblijft voor de collectieve tuin en voldoende afstand tot de
behoud van bestaande bomen en opgaand groen richting de
achterbouw van het schoolgebouw(minimaal 7 meter) en de
bebouwing en het binnenterrein.
nieuwbouw (minimaal 10 meter op het smalste stuk).
· ter de boventoon te voeren met een groene erfafscheiding. Te
7m
fafscheiding van de naastgelegen percelen en is daarmee een
ding het uitgangspunt: een natuurlijke oever met beplanting,
C In de informele collectieve binnentuin dient het groene karak-
10m
typen erfafscheiding
stalling dient passend bij de groene erfafscheiding te wor· De den uitgevoerd en met kwalitatief hoogwaardig materiaal. Met
denken aan een volwaardige haag of opgaande beplanting bij
een tuinachtige karakter te denken aan een lichte constructie
een gemetselde tuinmuur nader te bepalen met de buren. Een
met klimplanten, een groen dak of een pergola die doorloopt in
groot deel van de woningen is georiënteerd op de binnentuin,
een beschutte ontmoetingsplek.
dus de erfafscheiding aan deze zijde dient recht te doen aan de woonkwaliteit.
de verschillende buitenruimte typen dient de erfaf· Ondanks scheiding een kwalitatief en op elkaar aangesloten geheel te vormen.
het bestemmingsplan zal geen bestemming ‘tuin’ worden · Inopgenomen, maar een ‘groen’ bestemming. Vergunningsvrije bouwwerken zijn nergens toegestaan en alle erfgrenzen zijn onderdeel van de architectuur ofwel als groenelement in beheer bij de VVE. Middels het koopcontract zal worden voorkomen dat bewoners zelf ongewenste erfafscheidingen, bijvoorbeeld schuttingen en/of schermen, kunnen realiseren. kunnen realiseren.
minimale afmeting buitenruimte tot de erfgrens: 10 meter inpassing met opgaande beplanting
3. Ruimtelijke en programmatische uitgangspunten
terug naar index
37
Optimalisatie perceelgrens De opzet van het plan bestaat uit een massa met een groene tuin rondom. De randen rondom de bebouwing zijn door de bestaande bebouwing en perceelgrens beperkt. De bestaande perceelgrens heeft aan de oostzijde een verspringend verloop met wisselend meer ruimte en halfverwege het perceel erg weinig ruimte. Er zijn opties om de perceelgrenzen te optimaliseren.
schematische weergave van de erfgrenscorrectie in rode kleur.
Erfgrenscorrectie:
Eén grote tuin:
De perceelgrens kan gecorrigeerd worden zodat een beter bruik-
De buitenruimte van het zorggebouw en de nieuwbouw kan één
baar perceel ontstaat voor zowel het woonprogramma op de Lid-
grote tuin vormen. Op een paar plekken kunnen doorsteken ge-
uinalocatie als ook voor het aangrenzende zorggebouw. Grondruil
maakt worden tussen de erfafscheiding. Zo kunnen beide partijen
van de erfgrens parallel aan de bebouwingsrichting zorgt voor de
de buitenruimte effectiever gebruiken en kan meer verblijfskwali-
uitwisselbaarheid van hetzelfde oppervlakte. Dit betekent wel een
teit worden toegevoegd.
herinrichting van de tuin van het zorggebouw en een verplaatsing van een bijgebouw op dat perceel.
38
terug naar index
NvU Liduinalocatie
Inrit (half)verdiepte parkeergarage De groene inrichting van de tuin heeft de overhand: de parkeerinrit is onderdeel van het tuinontwerp en dient in samenhang vormgegeven te worden
inrit van de parkeergarage maakt een subtiele insnede in de · debuitenruimte en is ingebed in het tuinontwerp. De inritconstructie en keerwanden dienen met beplanting · ingepast te worden. taluds, maar hoogte overbruggen met grondkering en · Geen keerwanden en passende beplanting. keerwand is één element, en de bovenkant van de muur · De dient gelijk te blijven. Geen getrapte keerwand. halfverdiepte parkeergarage is onderdeel van het gebouw · De en architectuur. Deze dient als één geheel gelezen te worden. Geen afwijkend materiaal, maar hetzelfde materiaal loopt door
inritconstructie ingepast met recht doorlopende keerwand
tot het maaiveld met architectonisch uitgevoerde ventilatie , te
keerwand met lommerijke beplanting ingepast, maar getrapte keerwand is niet wenselijk.
denken aan een metselverband met beluchting.
parkeergarage en ventilatie is onderdeel van architectuur
3. Ruimtelijke en programmatische uitgangspunten
gebogen keerwand is één geheel en onderdeel van de architectuur
terug naar index
39
Brug De singel is onderdeel van de idylle-identiteit uit de Rotterdamse Stijl. Singels (water, groen, verhardingen) worden als één geheel ontworpen. De singel dient herkenbaar te blijven met een continue oever:
opgelegd op oever, geen gebouwd bruggenhoofd zodat de singeloe· Brugaanlanding vers doorlopen brug passend bij de idylle sfeer van de singel conform Rotterdamse Stijl · Getoogde Contrast met brug van het zorgcomplex: luchtig, transparant en zo slank mogelijk · In samenhang met tuinontwerp en parkeerinrit vormgegeven · De precieze locatie van de brug en de curve van de inrit dient in het ontwerpproces · verder afgestemd te worden met afdeling Landschap, Stadsbeheer en Mobiliteit. is dat de ontsluiting zo gepositioneerd wordt dat de bomen aan de sin· Uitgangspunt gel kunnen worden behouden. In dit model is de positie zo gekozen, op de hartlijn van één boom, zodat maar één boom gerooid dient te worden, in plaats van twee bomen zodra de brug met bijbehorende constructie --tussen twee wortelgestellen terecht komt.
is gekeken hoe het gebruik van de de brug en schijnende koplampen zo min · Daarnaast mogelijk invloed heeft op de overburen. een boom op openbaar gebied ten behoeve van de brug gerooid moet worden, · Indien dient deze terug geplant te worden met een eerste ordegrootte boom. · De aanleg van de brug is voor de rekening van de ontwikkelaar.
luchtig en transparante brug
40
terug naar index
Getoogde brug met brugaanlanding opgelegd op de oever: doorlopend singeloever gewenst
NvU Liduinalocatie
bestaande singel
wild begroeide oeverlijn
continue oeverlijn
nieuwe singel
natuurvriendelijke oeverlijn
3. Ruimtelijke en programmatische uitgangspunten
continue oeverlijn
terug naar index
41
4. Beeldkwaliteit 4.1 Architectuur 4.2 Openbare ruimte
42
terug naar index
NvU Liduinalocatie
4.1 Architectuur
Bestaande bebouwing
Welstandscriteria Tuindorpen: Herkenbaar houden van de kenmerkende samenhang tussen de bestaande bebouwing, openbare ruimte en groenstructuur.
In de architectuur en beeldkwaliteit is eenheid en ingetogenheid in kleur, materiaal en detaillering gewenst zodat het passend is bij het karakter van de locatie. Rust en eenheid in het groen met krachtige en ingetogen nieuwbouw.
44
terug naar index
NvU Liduinalocatie
Welstandsnota gebiedscriteria Tuindorpen
De nieuwbouw is ingetogen en krachtig, kent een heldere hoofdvorm en zoekt contrast op met de bestaande architectuur, waardoor deze er als verbijzondering uitspringt. Zelfde kleurgebruik en groen als bindend element.
Jacoby Studios, Duitsland - David Chipperfield
Zelfde kleur-en (materiaal) gebruik waarbij ingetogen nieuwbouw eenzelfde soort verfijning heeft ten opzichte van de bestaande architectuur, maar op een eigentijdse manier. Klooster Oude dijk, Tilburg - Shift Architecture
4. Beeldkwaliteit
terug naar index
45
L: Eigentijds ontwerp qua kleurgebruik en vormentaal afgestemd op de oudbouw. Scharkering van losse onderdelen vormen samen een nieuw ensemble. R: Ambachtelijke detaillering en materialisering afgestemd op bestaand: veel reliëf in de gevel. St George’s Court, Engeland - APG Architecture Bellevue Residence, Engeland - Morris Company
Uitgangspunten voor de nieuwbouw: geen typische of klassieke woningbouwgevel, maar krachtige nieuwbouw en een typologie passend bij de cultuurhistorische gebouwtypologie van kerk, pastorie en schoolgebouw: te denken een gevelindeling passend bij de bestaande cultuurhistorische architectuur. Kannikegården, Denenmarken - Lundgaard & Tranberg Architects
46
terug naar index
NvU Liduinalocatie
Dakterras en buitenruimte in samenhang met architectonische eenheid. De hoofdvorm blijft herkenbaar door middel van uitsnedes of terugliggende 2- laagse setback. Spaarndammerhart, Amsterdam - Korthtielens architecten Woonhuis Blanco Koksijde, Belgie -BURO II & ARCHI+I
Overgang verhoogd privé-terras op maaiveld groen ingepast. Balkons blijven onderdeel van de hoofdvorm.
4. Beeldkwaliteit
terug naar index
47
L: Informeel karakter tussen de bouwblokken met geleidelijke overgang van privé naar collectieve binnentuin. R: Groene inpassing van privé terrassen op halfverdiept niveau met muurtjes en groen-blauwe voorzone.
BIGyard, Berlijn - Zanderroth Architekten CPO Amstelwijck, Amsterdam - Blauw Architecten
L: Ontmoetingsplekken tussen de beeldbepalende panden en de nieuwbouw, kenmerkende samenhang tussen bebouwing en buitenruimte R: Eenheid en ingetogenheid óók natuurinclusief & circulair: met een eigentijdse intepretatie van de monumentale gevels met geornamenteerde dakrand en geïntegreerde nestkasten HSK Klooster, Zwolle - Sacon Architect Hortus Lundi, Nijmegen - Architectuur Maken
48
terug naar index
NvU Liduinalocatie
4.2 Openbare ruimte
Formele voortuin grenzend aan de beeldbepalende panden met een open en groene uitstraling: grasveld, meerstammige heesters en bomen. Centraal Museum, Utrecht - SODA+
Erfafscheiding en overgang collectief naar privé in de vorm van lage muurtjes en gelaagd groen passend bij het Molenlaankwartier. Eelderdiephof, Utrecht - Quadrat
4. Beeldkwaliteit
terug naar index
49
Geleidelijke en groene overgang naar de privé-terrassen en collectieve binnentuin. Deeltuin, Utrecht - Delva Bosrijk,Eindhoven - ArchitectenCie
Struinpad in de binnentuin lommerijk met grindpaden en kleinschalige ontmoetingen. Bathhouse Garden, Engeland - Motif Landschape
50
terug naar index
NvU Liduinalocatie
Uitbreiding van de school, fietsenstalling en erfafscheiding vormen één familie met een tuinachtige en groene uitstraling. Fietsenstalling in een bouwwerk passend bij een tuin en het groene karakter te denken aan een lichte constructie met klimplanten, een groen dak of pergola die doorloopt in een beschutte ontmoetingsplek. NRE terrein, Eindhoven - Houben van Mierlo architecten
Verticaal groen en minimale verharding dragen bij aan de hittestress en vergoening in de stad. Capelle- MAAK
4. Beeldkwaliteit
terug naar index
51
5. Mobiliteit 5.1 Bereikbaarheid 5.2 Voetganger 5.3 Fiets 5.4 Auto
52
terug naar index
NvU Liduinalocatie
Mobiliteit staat in dienst van een goede bereikbaarheid, een gezonde leefomgeving, energietransitie, kwaliteit openbare ruimte en de ruimtelijke verdichting. Het aantrekkelijk houden van Rotterdam voor diverse gebruikers van de stad is steeds belangrijker. Dit betekent dat we de fietser, voetganger en het openbaar vervoer meer ruimte geven en minder ruimte wordt geboden aan het autoverkeer. Er wordt in Rotterdam ingezet op nieuwe, schone vervoersmiddelen en ander reisgedrag.
5.1 Bereikbaarheid ontwikkeling ligt aan de Burg. L.F. de Montignylaan, Burg. · De de Villeneuvesingel en dichtbij het kruispunt met de Grindweg en Argonautenweg. De uitvalswegen A12, A13, A16 en A20 zijn goed bereikbaar en met de nieuwe rijksweg tussen de A13 en A16 nog beter.
locatie is met openbaar vervoer goed bereikbaar. Recht · De voor de locatie is tramhalte Liduinaplein met tram 4 Heemraadsplein en om de hoek bij de Argonautenweg en Grindweg is de bushalte Bergse Dorpsstraat met bus 35 naar metro Melanchtonweg en 174 naar treinstation Rotterdam- Noord.
de omgeving zijn veel voorzieningen op loopafstand, 10 mi· Innuten lopen naar de Bergse plassen en de Bergse Dorpsstraat, de winkelstraat van Hillegersberg.
is de locatie goed verbonden met fietsverbindingen · Daarnaast naar het centrum van Rotterdam en de recreatiegebieden de Rottemeren en lage Bergse Bos.
Bereikbaarheid - bron: Mei architecten
5.2 Voetganger
basis van doelgroep). Bij buitenmodelfietsen is het belangrijk dat de sterk afwijkende fietsen (scooters en bakfietsen) op begane
vindt volledig in een (half)verdiepte parkeergarage · Parkeren plaats. Er worden geen parkeerplaatsen in de buitenruimte op
Het is van belang dat voetgangers de kavel op veilige wijze kunnen
grondniveau gerealiseerd moeten worden (zijn niet omhoog te til-
eigen terrein gerealiseerd. Er worden geen aparte parkeerplek-
bereiken. Het heeft de voorkeur om een veilige looproute naar de
len). Voor het fietsparkeren voor bezoekers van het gebied is het
ken voor bezoekers gerealiseerd op het terrein, deze dienen in
kavel te realiseren. Op de kavel zelf moet de toegankelijkheid voor
belangrijk dat deze stallingsplaatsen openbaar toegankelijk zijn en
de straat op openbaar gebied te parkeren.
voetgangers goed en veilig ingericht worden.
op loopafstand liggen van de bestemming.
·
In de gedachte van de RMA (Rotterdamse Mobiliteits AanHet realiseren van een werkbare oplossing voor fietsparkeren is
Bewoners en bezoekers worden gestimuleerd gebruik te maken
fietser en is op de hulpdiensten na volledig autovrij, ook geen
in principe een oplossing op maat waarbij de fietsparkeereis, be-
van duurzame vervoersmiddelen zoals (elektrische) fiets, OV en
parkeerplaatsen. De planlocatie is overwegend voetgangers-
staande fietsparkeerdruk, soort gebruiker, gebruikersduur, loopaf-
elektrische auto. Het autobezit (van 2e of 1e auto) wordt overbodig
gebied en goed toegankelijk vanuit de wijk. De collectieve
stand, locatie, bestemming, kwaliteit, ligging, sociale veiligheid en
gemaakt door bieden van alternatieven in de vorm van deelauto’s.
binnentuin kent struinpaden voor voetgangers.
gebiedskarakter belangrijke criteria zijn. Indien de combinatie van
en de postbode dienen dienen gebruik te maken · Bezorgservices van de te realiseren laad- en losvoorziening op de Montignylaan
factoren niet meegewogen worden zal de fietsparkeeroplossing
Autoparkeren
niet of onvoldoende gebruikt worden en zal “overlast” en verrom-
Het uitgangspunt is dat de benodigde parkeerplaatsen voor auto’s
meling van de buitenruimte, aantasting groen veroorzaakt worden
en fietsen op eigen terrein worden ingepast. De initiatiefnemer
in betreffend gebied. Hiernaast is het (financieel) van belang dat de
bepaalt aan de hand van gebiedsindeling en de daar geldende par-
fietsparkeeroplossing voorafgaand aan de (gebieds)ontwikkeling
keernormen de parkeereis per functie (gebruiksvloeroppervlak per
meegenomen wordt en niet achteraf pas in beeld komt. Om deze
wooneenheid) voor het gehele programma. De ontwikkellocatie ligt
reden dient een adviseur van het cluster fietsparkeren van SO Mo-
in gebiedstype C (overig gebied) voor het berekenen van de par-
biliteit (_SO_fietsparkeren@rotterdam.nl) een definitief akkoord
keereis. Als hulpmiddel voor het bepalen van de parkeereis voor de
te geven op de (tekst over de) uitgangspunten voor fietsparkeren
ontwikkeling is een tool beschikbaar. Zie: https://concern.ir.rotter-
gast. Op het voorplein zijn geen bergingen of fietsparkeren
bij ontwikkelingen. De adviseur van het cluster fietsparkeren zal
dam.nl/parkeereis
toegestaan.
de bovenstaande uitgangspunten meenemen in het uitwerkings-
Zie ook bijlage 10.3 voor aanvullende informatie.
Fietsparkeren vindt inpandig plaats, dan wel in de (half)ver-
vraagstuk voor het onderdeel fietsparkeren, waarbij in de meeste
en te voet over het voorplein te verplaatsen.
5.3 Fiets
· kelijke entrees en routing voor voetgangers, fietsers zijn te
Het voorplein heeft een open en groen karakter met toegan-
· diepte parkeergarage of op het binnenterrein aan de westelijke
gevallen, naast de Beleidsregeling Parkeernormen, het Bouwbe-
Het aantal half-ondergronds te realiseren parkeerplaatsen bepaalt
zijde achter het schoolgebouw. zie kopje fietsenstalling. Op het
sluit 2012 medebepalend is. Het Rotterdamse fietsbeleid staat
het woningaantal. Verkenningen voorafgaand aan het opstellen
binnenterrein is de fietser te gast tot aan de fietsenstalling.
beschreven in de Fietskoers 2025, Zie ook bijlage 10.3 voor aanvul-
van deze NvU hebben geresulteerd in een opzet met 30 woningen
lende informatie.
en 45 pp. Als mogelijke uitwerking zou kunnen zijn:
5.4 Auto
woning
aantal
norm
aantal
65-85 m2 gbo
8
1,0
8 pp
85-120 m2 gbo
10
1,4
14 pp
>120 m2 gbo
12
1,8
22 pp
TOTAAL
30 won
Fietsparkeren De fietsparkeervraag van gebruikers dient binnen de plangrenzen van de ontwikkeling te worden gefaciliteerd. Voor een gemeenling de ingang op de juiste locatie is. Denk hierbij aan de loopaf-
· meester de Villeneuvesingel. Een nieuwe brug over de singel is
stand, de doorsteek naar een centrale hal, het hellingspercentage
daarbij een nieuwe ingreep waardoor 1 boom gecompenseerd
maar ook bijvoorbeeld aan de sociale veiligheid. Verder dient er
dient te worden in de openbare ruimte. Deze precieze locatie
ook rekening mee gehouden te worden dat er 40% van de fietspar-
van de brug dient nader bepaald te worden door het ingeni-
keerplaatsen geschikt moeten zijn voor buitenmodelfietsen (10%
eursbureau en gemeentelijke landschapsarchitect. De kosten
sterk afwijkend, 15% beperkt afwijkend en 15% sterk/beperkt op
van deze brug zijn voor de ontwikkelaar.
schappelijke fietsenstalling is het belangrijk dat deze fietsenstal-
54
Duurzame mobiliteit
pak) is het voorplein hét entreegebied voor de voetganger en
terug naar index
Het plan zal voor autoverkeer ontsloten worden via de Burge-
44 pp
NvU Liduinalocatie
laad en los voorziening voor postbode en bezorgservices
Uitgangspunten
· en goed toegankelijk vanuit de wijk. Het voorplein is
voetgangers-ontsluiting
fiets-ontsluiting
de voetganger heeft overal prioriteit op de planlocatie met een
fietsparkeren vindt inpandig plaats, bij voorkeur in de parkeerga-
wandel -en struinpad in de binnentuin en een verbinding over de
rage danwel in het binnenterrein aan de westelijke kant achter het
brug.
schoolgebouw. Fietser is te gast op het binnenterrein.
hulpdiensten-ontsluiting
auto-ontsluiting
hulpdiensten en verhuiswagens zijn bij uitzondering de enige voer-
auto is enkel toegestaan aan de oostzijde van het plot ter plaatse
tuigen die het voorplein op mogen.
van de parkeerinrit. Verder is het gebied volledig auto-vrij.
De planlocatie is overwegend voetgangersvriendelijk het entreegebied voor de voetganger en fietser en is op de hulpdiensten na volledig autovrij. De collectieve binnentuin kent een groene uitstraling met struinpaden voor voetgangers.
vindt inpandig plaats, dan wel in de · Fietsparkeren (half)verdiepte parkeergarage of op het binnenterrein aan de westelijke zijde achter het schoolgebouw. zie kopje fietsenstalling. Op het binnenterrein is de fietser te gast tot aan de fietsenstalling.
is volledig inpandig in de (half)verdiepte par· Parkeren keergarage. Geen parkeren in de gemeenschappelijke binnentuin, ook niet bij de pastorie.
auto én fiets dient te worden voldaan aan de ‘Be· Voor leidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022’
5. Mobiliteit
terug naar index
55
6. Duurzaamheid 6.1 Energietransitie 6.2 Circulair bouwen 6.3 Klimaatbestendige stad 6.4 Gezonde leefomgeving
56
terug naar index
NvU Liduinalocatie
6. Duurzaamheid
terug naar index
57
Duurzaamheid is van fundamenteel belang voor de leefbaarheid in Rotterdam: nu en in de toekomst. Bij nieuwe initiatieven is duurzaam bouwen integraal onderdeel van de ontwerpopgave. Een integraal duurzaam bouwproces vraagt om een andere kijk en aanpak die meer gericht is op bewustwording en ketensamenwerking. Een multidisciplinaire benadering verhoogd de technische en financiële haalbaarheid om integrale duurzaamheidsoplossingen succesvol toe te passen. Het Rotterdams Duurzaamheidskompas is overkoepelend voor al het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Rotterdam. Hierin geven we de richting aan hoe we de komende jaren werken aan een duurzame stad. Duurzaamheid is grofweg met vier thema’s te omschrijven: energietransitie, circulaire economie, klimaatbestendige stad en gezonde leefomgeving. Deze thema’s hebben invloed op elkaar en kunnen dus ook niet los van elkaar worden gezien. In het Rotterdams Duurzaamheidskompas is een overzicht gemaakt van alle doelstellingen die op het gebied van duurzaamheid zijn geformuleerd. Hierna wordt per thema uitgelicht waar het om gaat.
6.2 Energietransitie
wikkelingen in de omgeving ten aanzien van duurzame mobiliteit,
In 2050 hebben we een klimaatneutraal energiesysteem. Onze
en koude levering.
nieuw vastgoed en vergelijkbare afnemers van duurzame warmte
energievoorziening is schoon, slim, resilient en rechtvaardig. We kijken daarbij naar het opwekken, transporteren, opslaan en ge-
Het energieconcept van de nieuwbouw bestaat uit energietechnie-
bruiken van schone energie. De koelbehoefte van gebouwen wordt
ken met een lage CO2-uitstoot. De ontwikkeling heeft een zo laag
beperkt door doelgericht ontwerp en op duurzame wijze opgewekt.
mogelijke energievraag en -verbruik en maakt gebruik van zoveel
We gebruiken de beschikbare ruimte multifunctioneel; er komen
mogelijk duurzame energiebronnen. Randvoorwaarden is dat de
minimaal twee functies op het dak. Daken, gevels en infrastructuur
ontwikkeling geheel aardgasvrij is. Het energieconcept mag niet
worden benut voor de opwek van duurzame elektriciteit, waarbij
bijdragen aan het verhogen van hittestress op deze locatie in de
ook wordt gekeken hoe het ontwerp de opwek kan vergroten.
stad. Zo wordt er bijvoorbeeld geen gebruik gemaakt van woning gebonden energieoplossingen als lucht/water warmtepompen.
Voor mobiliteit betreft de energietransitie met name groei van Nul
Voor elektriciteit geldt dat zo min mogelijk gebruik gemaakt wordt
emissie mobiliteit en het afscheid nemen van fossiele brandstoffen.
van het elektriciteitsnet.
Voor de stedelijke omgeving betreffen de alternatieven voornamelijk batterij elektrisch aangedreven voertuigen en voor specifiekere
Procesafspraak
toepassingen kan gedacht worden aan waterstof. Alle parkeer-
Wij verwachten van de initiatiefnemer dat er onderzoek gedaan
voorzieningen op privaatterrein worden (constructief) voorbereid
wordt naar potentiële energieconcepten passend voor de gehele
op laadinfrastructuur. Er wordt rekening gehouden met elektrisch
ontwikkeling. Hierbij wordt gekeken naar de consequenties en kan-
vervoer en daarom worden extra elektranetten met voldoende ca-
sen ten aanzien van techniek, financiën en CO2-emissie. In het ver-
paciteit aangelegd voor laadinfrastructuur. Raadpleeg voor een
volgtraject wordt in afstemming met de gemeente het definitieve
opmaat advies het team Rotterdam Elektrisch via rotterdamelek-
energieconcept gekozen.
trisch@rotterdam.nl.
6.1 Prestatie- en procesafspraken
Energieconcept Onder het energieconcept wordt warmte, koeling en elektriciteit
6.3 Circulair bouwen
Om de vaak algemene en/of abstracte beleidsdoelstellingen te con-
verstaan. Hierbij wordt in eerste instantie gebruik gemaakt van
De impact van materialen in de bouwketen in zowel de bebouwde
cretiseren voor deze ontwikkeling, zijn voor de duurzaamheidsam-
passieve (bouwkundige) oplossingen om energie te besparen.
omgeving als openbare ruimte is groot. Het doel van circulair bou-
bities prestatie- of procesafspraken opgenomen. Niet alle afspra-
Denk hierbij aan passieve oplossingen als overstekken en zonwe-
wen is om de milieu-impact van materialen en producten te verla-
ken kunnen in deze fase worden geconcretiseerd; voor een aantal
rende beglazing (zonwerend in de zomer, zon toelatend in de win-
gen door (1) het voorkomen en het verminderen van het gebruik
uitgangspunten geldt dat meer gegevens bekend moeten zijn om
ter).
van primaire grondstoffen, (2) het verlengen van de levensduur van
tot concrete afspraken te kunnen komen. Daarom zijn voor een aan-
58
producten en (3) het toepassen van materialen met een lage mili-
tal duurzaamheidsambities onderzoeksvragen of het opstellen van
Voor alle gebouwen in een gebied is het duurzamer om een ge-
eu-voetafdruk, waaronder hoogwaardig hergebruikte materialen
plannen van aanpak geformuleerd als zijnde een procesafspraak.
biedsoplossing te gebruiken dan voor elk gebouw afzonderlijk een
en hernieuwbare materialen.
In het vervolgtraject wordt in afstemming met de gemeente Rotter-
eigen energie-oplossing te bouwen. Het energieconcept dat wordt
dam deze afspraken definitief gemaakt en in nadere overeenkomst
gekozen is passend voor de gehele ontwikkeling én bij voorkeur
Bij de ontwikkeling van de Liduinalocatie wordt een waarde-scan
vastgelegd.
voor het omliggende gebied. Het gebied gebonden energieconcept
gedaan. Dit is een inventarisatie van wat er al in het gebied is en wat
houdt rekening met de huidige en (zo mogelijk) toekomstige ont-
behouden kan worden; als product, materiaal of als grondstof. Slo-
terug naar index
NvU Liduinalocatie
pen en demonteren van bestaande bouwwerken gebeurt op slimme en circulaire wijze. Hierbij wordt gestuurd op waarde-behoud en het beperken van afval. Van de uitkomende materialen wordt bij voorkeur zoveel mogelijk binnen de eigen projecten hergebruikt en anders zo dicht mogelijk bij de slooplocatie.
milieubelasting van het materiaalgebruik (MPG) voor de · De gehele ontwikkeling, mate van het gebruik van secundaire en biobased bouwma· De terialen, mate van losmaakbaarheid (bijvoorbeeld met de meetme· De thode opgesteld door de DGBC)
de mate waarop woningen zicht hebben op de lagergelegen daken. Hierbij worden de lagergelegen daken voor bijv. vergroening, waterberging en sociaal gebruik. Hogere daken worden bij voorkeur gebruikt voor energieopwekking en waterberging. Procesafspraak
Voor de nieuwe ontwikkeling geldt dat het gebruik van primaire
Wij verwachten van de initiatiefnemer dat er inzichtelijk gemaakt
(virgin) grondstoffen wordt beperkt. Om het gebruik van materia-
wordt op welke manier invulling gegeven wordt aan de voor deze
6.4 Klimaatbestendige stad
specifieke locatie klimaatadaptieve thema’s. De gemeente ver-
lijke schaduwprijs. Doel hierbij is dat er minimaal een verbetering
Klimaatadaptatie
maatbestendige maatregelen worden toegepast en wat de conse-
van 20% plaatsvindt ten opzichte van de wettelijke basis. Dit kan
Rotterdam is kwetsbaar voor de gevolgen van klimaatverandering
quenties en kansen zijn. In het vervolgtraject wordt in afstemming
bereikt worden door de toepassing van hergebruikte en hernieuw-
en de gevolgen raken iedereen in de stad. Aan de hand van zes kli-
met de gemeente Rotterdam de klimaatadaptieve maatregelen
bare materialen.
maatthema’s: extreme neerslag, droogte, hitte, grondwaterfluctua-
definitief en in nadere overeenkomst vastgelegd.
len met een lage milieu-impact tijdens de volledige levenscyclus van het gebouw te stimuleren streven we naar een zo laag moge-
wacht een plan van aanpak waarin concreet uitgewerkt is welke kli-
tie, bodemdaling en overstroming werken we aan het minimaliseren De Liduinalocatie wordt met een circulaire strategie ontworpen,
van de nadelige (toekomstige) gevolgen van klimaatverandering.
gerenoveerd en gebouwd met als doel een flexibel en toekomstbe-
Ecologie
stendig gebouw te realiseren. De ontwikkeling is multifunctioneel,
Om extreme neerslag het hoofd te kunnen bieden is het algemeen
De bouwopgave zorgt voor verdichting van de stad en drukt op het
aanpasbaar en veranderbaar voor verschillende gebruiksscena-
uitgangspunt dat tenminste 50mm van al het hemelwater binnen
beschikbare groen. Om de leefbaarheid te verbeteren wordt vanaf
rio’s gedurende het gebruik. Demontage en hoogwaardig herge-
het plangebied opgevangen en vastgehouden dient te worden.
2020, 20 hectare extra groen toegevoegd aan het stedelijk weefsel.
bruik na einde gebruiksduur is mogelijk gemaakt voor relevante
Daarnaast kan er ook extreme droogte en hitte ontstaan in een
Daarnaast wordt gekeken hoe divers en klimaatbestendig groen
gebouwonderdelen en digitaal dusdanig vastgelegd zodat o.a. een
gebied. Om de droogte tegen te gaan zullen maatregelen moeten
en een gezonde bodem kan bijdragen aan de biodiversiteit. De
demontageplan en relevante informatie voor hergebruik bekend en
worden genomen zodat nadelige gevolgen worden tegengegaan.
inrichting is in overeenstemming met het natuurdoeltype. Ontwik-
geborgd is.
Vervolgens zal de bebouwing tijdens hitte een koele, gezonde en
kelingen versterkten de ecologische biotopen en/of verbindings-
aantrekkelijke plek zonder nadelige gevolgen voor de omgeving er-
zones. Voor nieuwe gebouwen geldt dat ze natuurinclusief worden
Procesafspraak
omheen zijn. Aangezien ook het aantal droge zomers naar verwach-
ontworpen. Voor een aantal aandachtsgebieden wordt bovendien
Wij verwachten van de initiatiefnemer dat hij met een Plan van
ting tot 2050 verder toe zal nemen kan lokaal de grondwaterstand
geadviseerd een de stadsecoloog te betrekken, voor overige gebie-
Aanpak ‘Sloop’ inzichtelijk maakt op welke manier wordt gestuurd
hierdoor uitzakken. Hierdoor zal de inrichting en de bouw afge-
den wordt altijd geadviseerd ecologisch advies in te winnen, maar
op waarde-behoud van de bestaande materialen en het reduceren
stemd moeten worden op de lokale grondwaterstand en de fluctu-
hier kan het ook advies worden gegeven door een extern adviesbu-
van sloop-/bouwafval. Hierin is concreet uitgewerkt hoeveel van de
aties daarin. Bodemdaling zorgt daarnaast voor extra kwetsbaar-
reau. Zo behouden we de bijzonder flora en fauna in de stad.
uitkomende materialen uit sloop en bouw minimaal wordt herge-
heid bij wateroverlast, hitte, droogte en overstroming. De nadelige
bruikt, gerecycled en maximaal wordt gestort.
effecten van bodemdaling worden zoveel mogelijk voorkomen en
Per gebiedstype in Rotterdam is inzichtelijk gemaakt wat de aan-
het door de gemeente bepaalde uitgiftepeil wordt aangehouden.
dachtspunten zijn met betrekking tot flora en fauna waar in de ont-
Tevens verwachten wij van de initiatiefnemer een Plan van Aanpak
wikkeling rekening mee moet worden gehouden. Hiertoe wordt de
‘Bouw’ waarin concreet is uitgewerkt op welke manier invulling
Daarnaast is een uitgangspunt dat alle daken multifunctioneel wor-
wordt gegeven aan de eerder benoemde doelen van circulair bou-
den ingericht met minimaal twee functies. In Rotterdam spreken
wen. Hierin is concreet uitgewerkt welke ontwerp en uitvoerings-
we over de invullingen groen, water, opwekking energie en ver-
maatregelen worden toegepast, zoals:
blijfsfuncties. Bij de invulling zal rekening gehouden worden met
6. Duurzaamheid
gebiedsindeling van de Rotterdamse stijl gehanteerd.
terug naar index
59
Natuurinclusief bouwen
Uitgangspunten
Het plangebied bevindt zich nu niet in een ecologische verbin-
quickscan duurzame gebiedsontwikkeling helpt · De om vastgesteld beleid en ambities voor de locaties
dingszone en/of kerngebied. Dat wil overigens niet zeggen dat biodiversiteit niet gestimuleerd dient te worden. De gemeente wil de biodiversiteit in de stad niet alleen behouden, maar juist ook
inzichtelijk te maken.
· zie: https://duurzaam.bouwenaanrotterdam.nl/
bevorderen. Daarom stimuleren we natuurinclusief bouwen. Natuurinclusief bouwen houdt in dat we zodanig bouwen dat natuurwaarden er baat bij hebben. In de nabijheid van het plangebied be-
Onderstaande prioriteiten komen naar voren uit de
vindt zich een ecologische verbinding langs de streksingel/Bergse
quickscan:
klimaatbestendige stad - hittestress locatie: ·Vergroening van gebouwen en buitenruimte, schaduw cre-
dorpsstraat
ëren in de buitenruimte en beperken van de gebouwschil
6.4 Gezonde leefomgeving
gaan hittestress tegen. Verkoelende verblijfsruimte worden gerealiseerd/gehandhaafd en gecombineerd met wa-
Intensiever ruimtegebruik brengt hinder, gezondheids- en veilig-
terberging. Bewust ontwerp van gebouwendraagt bij aan
heidsrisico’s, voor Rotterdammers met zich mee. Woningbouw-
het beperken van de koelvraag van gebouwen.
zoals op oude bedrijventerreinen, kades voor scheepvaart of dicht-
energietransitie- energietransport: ·Warmteoverdrachtstations worden inpandig gerealiseerd.
bij snel- en spoorwegen.
In straatprofielen is voldoende ruimte gereserveerd voor
plannen worden steeds vaker op milieubelaste locaties gebouwd,
(toekomstige) warmteleidingen. In dit projectgebied Voor een aantrekkelijke, leefbare en gezonde stad is schone lucht
vraagt dit extra aandacht omdat (delen van) de ondergrond
en een aangenaam akoestisch klimaat essentieel.
meer dan 75% van de ruimte al benut is.
ken van gemotoriseerd verkeer en zoveel mogelijk afstand houden
circulaire economie - inzameling GFE ·GFE-afval wordt gescheiden ingezameld in gestapelde
tot de bron is van belang. Met name voor kinderdagverblijven en
woningbouw. Veelgebruikte oplossingen voor inzameling
scholen gelden afstandseisen tot drukke wegen. Verder dient reke-
gfe hebben concurrentie met oplossingen voor ruimte in de
ning te worden gehouden met een geluidluwe aangename zijde en
ondergrond voor leidingen en kabels.
Het stimuleren van langzaam verkeer (fiets, voetganger), het beper-
buitenruime en akoestisch juiste indeling van ruimten (slaapkamer aan de geluidluwe zijde). Bij de inrichting van de openbare ruimte moet rekening worden gehouden met geluidbeleving. Mensen waarderen de openbare ruimte niet alleen op basis van wat zij zien, maar juist ook op basis van wat zij horen. Tot slot moet de bodem geschikt zijn voor de beoogde functie en dient externe veiligheid (vervoer van gevaarlijke stoffen en risico-
Duurzaam en natuurinclusief project met eigentijdse interpretatie
volle bedrijven) als inpassingsvraagstuk mee te worden genomen
van monumentale gevels met geornamenteerde dakrand + geïnte-
in de ruimtelijke inrichting. Vroegtijdig afstemmen met de Veilig-
greerde nestkasten.
heidsregio is daarbij van belang.
Hortus Lundi, Nijmegen - Architectuur Maken
6. Duurzaamheid
terug naar index
60
7. Milieu 7.1 Geluid 7.2 Luchtkwaliteit 7.3 Externe veiligheid 7.4 Bodem 7.5 Wet natuurbescherming 7.6 Water 7.7 Bezonning
61
terug naar index
NvU Liduinalocatie
7.1 Geluid
7.4 Bodem
7.8 Bezonning
Voor het bestemmingsplan is een akoestisch onderzoek nodig
In het bestemmingsplan moet worden aangegeven dat de beoogde
De waardering van bezonning op bestaande woningen dient on-
waarin wordt aangetoond dat de ontwikkeling voldoet aan de Wet
bestemming haalbaar is gezien de kwaliteit van de bodem.
derzocht en afgewogen te worden tegen de positieve effecten
geluidhinder. Als een hogere waardenbeluit nodig is, moet de ontwikkeling voldoen aan de eisen uit het gemeentelijke Ontheffingen-
van het verdichte nieuwbouw programma, tegen wijk-specifieke woonkwaliteiten, tegen eventuele negatieve beleving van bezon-
beleid.
7.5 Wet natuurbescherming
Dit beleid schrijft voor dat alle nieuwe woningen in principe over
Er moet een stikstofonderzoek worden gedaan waarbij moet aan-
zijn uitgewerkt in een nieuw afwegingskader bezonning. Bij de be-
tenminste één geluidsluwe gevel moeten beschikken. De slaapka-
getoond dat de ontwikkeling geen negatieve gevolgen voor de in-
sluitvorming over nieuwbouw moet inzichtelijk worden gemaakt
mers van een woning moeten zoveel mogelijk aan een geluidsluwe
standhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden heeft.
dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening waarbij er een
zijde worden gesitueerd. Om aan het Ontheffingenbeleid te kunnen
Er moet worden onderzocht door middel van een ecologische
evenwichtige afweging is gemaakt van alle belangen, waaronder
voldoen is het van belang om bij de situering en vormgeving van
quickscan of de nieuwe ontwikkelingen geen onoverbrugbare strij-
de toetsing van de effecten van hoge(re) gebouwen op omringen-
woningen rekening te houden met geluid. De DCMR stelt het hogere
digheden met de Wet natuurbescherming opleveren.
de woningen. Voor bestemmingsplannen/omgevingplannen geldt
ning (zoals oververhitting in de zomer), en dient in proportie te zijn tot het aantal nieuwbouwwoningen. Deze kwalitatieve afwegingen
waardenbesluit op. In het bestemmingsplan moet worden aangetoond dat er geen
dat de gehele voorgestelde bouwenvelop, inclusief planologische
7.6 Water
Afstand tot omliggende bebouwing
knelpunten ontstaan tussen de nieuwe ontwikkeling (geluidgevoelige bestemmingen of horeca) en de bestaande woningen of horeca.
· Waar komt het geluid vandaan? · Kan hier buiten de bebouwing om iets aan gedaan worden of · dient dit binnen de ontwikkeling opgelost te worden? Benoemen van de geluidsbronnen
ruimte voor balkons, getest moet worden op bezonning.
In overleg met de waterbeheerder wordt een watertoets opgesteld.
Alleen de bezonningssituatie van woningen die vallen binnen een
Als er water gecompenseerd dient te worden in de vorm van opper-
afstand van 3 maal de bouwhoogte van de nieuwbouw (tot een
vlaktewater of waterberging, dan moet dit in de regels van het be-
maximale afstand van 500 meter) wordt in beeld gebracht en be-
stemmingsplan worden opgenomen. In de Keur van het waterschap
trokken bij de afweging.
staat dat als bij nieuwbouw de toename van het verhard oppervlak groter is dan 500m2 er watercompensatie moet plaatsvinden. Deze
Toetspunten op gevels
watercompensatie moet gerealiseerd worden binnen het zelfde
De bezonning van alle gevels met ramen van een woning wordt op-
7.2 Luchtkwaliteit
peilvak. Aanleg kosten zijn voor de ontwikkelaar. Als het terrein lan-
geteld, met het midden van de buitengevel op 75 cm hoogte t.a.v.
ger dan 10 jaar braak ligt beschouwd HHSK dit als nieuw verhard
maaiveld als meetpunt. Ruimtes waar niet gewoond wordt (gara-
Bij het bestemmingsplan moet worden aangetoond dat de ontwik-
terrein en moet er watercompensatie gerealiseerd worden.
ges, bergingen, gebouwfaciliteiten, etc.) worden niet getoetst. Het
keling niet voor een overschrijding van de normen uit de Wet Lucht-
gaat om een representatieve toets, niet een exacte weergave van
kwaliteit zorgt, of als dit wel het geval is de ontwikkeling niet in be-
Naast deze eis van het waterschap heeft de gemeente ook een eis
het aantal woningen waar een afname is. De onderste laag wonin-
tekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging.
voor de aanleg van een waterberging op eigen terrein. In de VBOR
gen wordt hiervoor gemeten. Als deze boven andere functies zitten
is aangegeven dat bij nieuwbouw er 50mm waterberging op eigen
wordt de eerste of tweede laag gemeten, maar niet hoger. Dus niet
7.3 Externe veiligheid
terrein gerealiseerd moeten. Afval en regenwater dienen geschei-
alle woningen worden getoetst.
Voor de ontwikkeling moet het plaatsgebonden risico en het
met met wateroverlast na hevige regen in de omgeving.
den te worden afgevoerd. Er dient rekening te worden gehouden
Lengte meting
groepsrisico moeten inzichtelijk worden gemaakt en het groepsri-
Er wordt op 21 september gemeten van zonsopgang tot zonsonder-
sico moet verantwoord worden aan de hand van een advies van de
gang.
VRR, het Externe veiligheidsbeleid” (2013) van de VRR en het Beleidskader Groepsrisico Rotterdam.
8. Technische uitgangspunten 8.1 Afval 8.2 Nutsvoorzieningen , kabels en leidingen 8.3 Peilmaat
63
terug naar index
NvU Liduinalocatie
8.1 Afval
Een aantal voorbeelden van (toekomstige) alternatieven zijn:
worden opgenomen. De impact op de plintgevel en buitenruimte
Voor het ophalen van huisvuil is Stadsbeheer Schone Stad verant-
· ner die bovengronds het zelfde zijn als de standaard wijkcon-
woordelijk. Dit is mogelijk middels (ondergrondse) wijkcontainers
tainers maar ondergronds een grote capaciteit hebben. Voor-
voor een op maat advies het team Rotterdam Elektrisch via rotter-
in de openbare ruimte of (rol-)containers gestald in een inpandige
deel hiervan is dat er bovengronds met minder inzamelpunten
damelektrisch@rotterdam.nl.
ruimte. Na de inwerkingtreding van het bouwbesluit van 2012 is de
een grotere capaciteit kan worden geleverd. Met name voor
eis van een gemeenschappelijke inpandige opslagruimte voor huis-
ontwikkelingen op een relatief kleine oppervlakte een hoge
houdelijk afval komen te vervallen. Deze wijziging heeft zowel ge-
dichtheid van woningen wordt ingericht kan dit aantrekkelijk
volgen voor nieuwbouw als bestaande bouw. Nu in de regelgeving
zijn voor de inzameling van huishoudelijk restafval. Hierbij zijn
Er zijn twee uitgiftepeilen bekend langs Burg.L.F. de Montignylaan:
de eis ontbreekt van een gemeenschappelijke containerruimte,
er bovengronds minder inzamelpunten nodig. Wel dient er tij-
-5,4 en -2,6 meter NAP. Grenzend aan openbaar gebied ligt de loca-
hoeven noch de eigenaren bij bestaande bouw noch de projectont-
dens de inrichting en ontwerp fase rekening gehouden worden
tie dus scheef. De initiatiefnemer dient zelf de rest van het terrein
wikkelaars bij nieuwbouw te voorzien in een dergelijke functionali-
met de ondergrondse ruimte behoefte.
in te meten, dit loopt ook naar achteren sterk af. Deze hoogtever-
Inpandige voedselvermaler / grinder, deze techniek wordt in
schillen dienen te worden opgelost in de architectuur en/of het tui-
teit. Dit betekent een grotere aanslag op de buitenruimte als er niks geregeld wordt.
Ondergrondse containers met grote capaciteit, dit zijn contai-
· het buitenland al breder ingezet maar is in Nederland eigenlijk
moet worden geminimaliseerd. De bebouwing dient EV-ready te zijn voor het toekomstig gebruik van elektrisch vervoer. Raadpleeg
8.3 Peilmaat
nontwerp.
nog niet toegepast. Voor de toepassing van deze techniek is Voor Schone Stad is het uitgangspunt voor afvalinzameling voor
het van belang om aan het begin van het ontwerp traject stil te
Het is niet toegestaan het perceel te egaliseren met de bedoeling
nieuwe gestapelde bouw, als gevolg van de aanpassing in het be-
staan bij het ruimtebeslag van een dergelijk systeem binnen
dit zoveel mogelijk waterpas te leggen. Een verhoogd plateau of
leid, als volgt; Het inzamelen van de verschillende afvalstromen
het gebouw. Daarnaast moet er goed stilgestaan worden
een terp is niet wenselijk; gevraagd wordt een genuanceerde om-
(Huishoudelijk restafval, glas, papier en groente-, fruit- en etensres-
bij de aspecten van eigendom en beheer en onderhoud van
gang met bestaande hoogteverschillen die aanleiding vormen voor
ten) voor gestapelde nieuwbouw projecten dient in de buitenruimte
het systeem. Momenteel loopt er een traject bij Schone Stad
architectuur en een tuininrichting met een menselijk maat en sub-
worden gefaciliteerd. Bij een nieuwe ontwikkeling dient gekeken
waarin naar een pilot wordt gewerkt waar dit systeem kan
tiele overgangen.
te worden of er mogelijk al voldoende inzamelcapaciteit in de na-
worden toegepast zodat ervaring kan worden opgedaan met
bije omgeving aanwezig is. Als dit niet het geval is zal er o.b.v. de
een dergelijk systeem zodat ervaring kan worden opgedaan
uitgebreide behoefte aan inzamelcapaciteit door Schone Stad (in
met het systeem.
afstemming met de ontwikkelaar en ontwerper van Stadsontwikkeling) een nieuwe voorziening moeten worden ingericht voor de
De inzameling zal plaatsvinden met behulp van extra toe te voegen
afvalinzameling.
ondergrondse containers. Het vinden van een geschikte locatie in het openbare gebied is een opgave in verband met de vele kabels
Het inzetten van de “standaard” ondergrondse (pers)containers is
en leidingen. De zoeklocatie is aan de Streksingel bij het plantsoen
hierbij het uitgangspunt voor de afvalstromen huishoudelijk restaf-
aan de Boezemvaart. De verdere positie en inpassing dient nader
val, papier en glas. Voor de inzameling van groente-, fruit- en etens-
uitgewerkt te worden met stadsbeheer en de landschapsontwer-
resten wordt de GFE cocon toegepast. Waar de standaard inzamel-
per.
middelen niet passen in de nieuwe ontwikkeling is het mogelijk om in afstemming met Schone Stad, de ontwikkelaar en de ontwerper van Stadsontwikkeling alternatieve oplossingen voor het inzame-
8.2 Nutsvoorzieningen, kabels en
len van de verschillende afvalstromen in te richten. Het is aan te ra-
leidingen
den om dit vroegtijdig in het ontwerptraject te doen zodat er ruimte
Nutsvoorzieningen, transformatorruimtes en installaties dienen in
is voor verschillende oplossingen.
overleg met de betrokken diensten/instanties in de bebouwing te
8. Technischeuitgangspunten
zoeklocatie container
terug naar index
64
9. Proces 9.1 Procedure 9.2 SMP en IP 9.3 Participatie en communicatie
65
terug naar index
NvU Liduinalocatie
Deze Nota van Uitgangspunten is erop gericht het initiatief voor de ontwikkeling van het Liduina ensemble tot uitvoering te brengen. Dit hoofdstuk geeft uitleg over het proces richting de realisatie.
Als de impact van het initiatief op de buitenruimte groot is moet een IP opgesteld worden of tenminste een schets gemaakt worden van het aanhelen van de buitenruimte. In Rotterdam wordt uitgegaan van een gewenste drooglegging van 1,2 meter. Dit houdt vaak in de wens om het huiidige uitgiftepeil te verhogen. In het geval van het project Liduinakerk dient vooralsnog te worden uitgegaan van de
9.1 Procedure
huidige uitgiftepeilen omdat het hier grotendeels gaat om het handhaven van de bestaande gebouwen en bomen.
Het initiatief is niet passend binnen het vigerend bestemmingsplan, een project bestemmingsplan is vereist. De Nota van Uitgangspunten wordt gebruikt als toetsingskader voor met name het privaat-
9.3 Participatie en communicatie
rechtelijke traject behorende bij dit project. De gemeente wil onder voorwaarden meewerken aan de benodigde wijziging van het
Indien een initiatief niet past binnen het vigerend (bestemmings-
bestemmingsplan. Een van die voorwaarden betreft het recht doen
plan) Omgevingsplan Rotterdam dan volgt een planologische pro-
aan de cultuurhistorische betekenis van het gebouwenensemble.
cedure. De nieuwe Omgevingswet schrijft voor dat communicatie en participatie voorafgaand aan (terinzagelegging) de aanvraag omgevingsvergunning dient plaats te vinden.
9.2 SMP en IP
In geval van een Omgevingsvergunning ‘buitenplanse omgevings-
Bij de Nota van Uitgangspunten wordt een stedenbouwkundig ma-
planactiviteit’ (BOPA) is de initiatiefnemer primair verantwoorde-
tenplan (SMP) opgesteld. In het SMP staan onder andere de volgen-
lijk voor de participatie met de belangrijkste stakeholders uit de
de elementen aangegeven:
directe omgeving rondom het initiatief. Bij woningbouw is partici-
· Huidig peil en uitgiftepeil aangrenzend openbaar gebied · Omgeving en landmeetkundige assen (coördinaten) · Uitgiftegrenzen · Rooilijnen, bebouwingscontouren en bouwhoogtes
patie verplicht en een indieningsvereiste. In geval van een (bestemmingsplanprocedure) omgevingsplanprocedure is de gemeente primair verantwoordelijk voor de participatie.
De bestaande perceelgrens kan gecorrigeerd worden zodat een beter bruikbaar perceel ontstaat voor zowel het woonprogramma op
In beide gevallen werken initiatiefnemer en gemeente samen om
de Liduinalocatie als ook voor het aangrenzende zorggebouw van
een goede inhoudelijk invulling te geven aan het participatietraject.
Laurens. Grondruil van de erfgrens parallel aan de bebouwingsrichting zorgt voor de uitwisselbaarheid van hetzelfde oppervlakte. Dit betekent wel een herinrichting van de tuin van het zorggebouw en een verplaatsing van een bijgebouw op dat perceel. De grondruil betreft private grond met de naastgelegen zorginstelling Laurens. De gemeente is hierin geen partij; er vindt immers geen gemeentelijke gronduitgifte plaats. De correctie is meegenomen in het concept-SMP.
9. Proces
terug naar index
66
10. Bijlagen 10.1 Stedenbouwkundig matenplan (SMP) 10.2 Vuistregels 10.3 Bouwvolume per laag 10.4 Parkeernormen auto en fiets 10.5 Welstandsnota gebiedscriteria
67
terug naar index
NvU Liduinalocatie
10.1 Stedenbouwkundig matenplan (SMP) - concept 18
VERKLARING SMP:
BR
PROJECTGRENS
22
TOEKOMSTIGE BEBOUWING
1 16
BEBOUWING
20
TOEKOMSTIGE TOPO ( GEEN BEBOUWING ) TOPOGRAFIE ( GEEN BEBOUWING )
18
UITGIFTEGRENS ( STREEPLIJN IS FICTIEF ) VOLWAARDIGE HAAG OF TUINMUUR N.T.B. NATUURLIJKE OEVER ERFAFSCHEIDING (TAULUD + BEPLANTING) LAGE GROENE ERFAFSCHEIDING MAX 1,20M HOOG
14
BEHOUD EN HERSTEL GEMETSELD MUURTJE
16
PARKEERBAK UITKRAGEND (MAX 1,5m DIEP) BALKON / GALERIJ / LUIFEL BIJ NIEUWBOUW / OVERKRAGING KADASTRALE GRENS 12
H= 3,3
BOUWHOOGTESCHEIDING
D 23
8.00
12
H= 11,4
ingel
PUNT BEKEND ALS COORDINAAT ( SO-SB Afd. Basisinformatie )
13/BN-13/
44.70° 46.47
ingel uves illene
4
BEHOUD EN RENOVATIE VAN BESTAANDE BEELDBEPALENDE BOUWDELEN
5
2
n.t.b.
11
2
H= ca.7,2
A
17
.31
16
7
,2
1
HOOFDGEBOUW SCHOOL
2
KLOKKENTOREN LIDUINAKERK
3
PASTORIEWONING MET VIDE
AB
T
T H= 1 .18
13
13 BR
4.00 _
MARKANTE ZICHTHOEKEN OPEN HOUDEN POSITIE EN MAXIMALE OVERKRAGING BALKONS (MAX. 1,5M DIEP)
23.04
19
A
BR
T
21
23
25
T
27
NK
BR
5.00 _
4.59
POSITIE EN MAXIMALE AFMETINGEN TERRASSEN I.V.M. GROENE INPASSING GROEN PARKEERDEK HALFVERDIEPTE GARAGE (MAX. +1,2M T.O.V. MAAIVELD)
NK
23.80
VERSTERKEN EN VERGROENEN VERBINDENDE BUITENRUIMTE GRENZEND AAN OPENBAAR GEBIED (indeling indicatief) STEDENBOUW :
3
4.7
2°
37.89
2.60 _
H=
n.t.b.
.90
20
9
B .66
H= 13,2
CULTUURHISTORISCHE WAARDE:
ster
7 H= T
BO
7
emee
H= 10,2 goot
H= 13,2 nok
7
ENTREE GARAGE
emee
H=
INRIT (Half-verdiepte parkeergarage met landschappelijke inpassing) ENTREE (Met brievenbussen in klokkentoren)
de V
.19
13
1
TOEKOMSTIGE BOOM
6
Burg
T
Burg
.37
.40
13
22
T H= 5
8
ster
7
1,2
1,2
H=
H=
H=
°
.58
T
6
5.6
TE ROOIEN BOOM
de V
֍
BOUWHOOGTE IN METERS BESTAANDE BOOM
10
illene
.50
19
4.50 93
T
H= 7,2
C
8
MAATVOERING IN METERS VASTGESTELD PEIL T.O.V. N.A.P. (GW - uitgiftenpeilencommissie)
H= 20
BR
uves
E
4.95 _
H= 16,2
35.53
10
AS LANDMETEN EVENT. MET COORDINATEN ( SO-SB Afd. Basisinformatie )
14
.30
֍
GROENBLAUW DAK I.C.M. COLLECTIEF DAKTERRAS
A
FORMELE GROENE VOORTUIN MET GEMETSELD MUURTJE
B
INFORMELE GROENE ZIJTUIN MET SINGELKWALITEIT
C
INFORMELE COLLECTIEVE GROENE ACHTERTUIN MET WANDELPAD
D
POTENTIELE PERCEELGRENSCORRECTIE
E
FIETSENSTALLING TEGEN ERFGRENS ONDERDEEL VAN BINNENTUIN
14.71
BUITENRUIMTE ALS BINDEND ELEMENT :
A
Burgemeester Le Fèvre de Montignylaan
A
BR
MOBILITEIT:
2-
NIEUWE SINGELBRUG T.B.V. PARKEERGARAGE - PRECIEZE LOCATIE IN TE METEN
2/
SO
Lid
uin
A
ap
lei
n
6
9
Gebied: Hillegersberg-Schiebroek
Akkoord definitief plan d.d.:
Planteam:
SO/PMB:
Opdr.g.:
Wouter Pijpers
15-01-2024
SO/ROA:
GAM:
Getekend door
Datum
Liduinalocatie Hillegersberg - Molenlaankwartier
2 BR
8
NK
Schaal: 1:500 Formaat: A2 Buurt: 6510
10. Bijlagen
Versie
Concept Stedenbouwkundig matenplan
10
Ch
ab ot
laa n
4
Bestandsnaam: HS_MK_SMP_Liduinalocatie_20-02-2024.dwg Stadsontwikkeling Ruimtelijk Ontwerp & Advies
TE - 24 / 00000
Bladnr:
1
/1
terug naar index
68
10.2 Vuistregels 4. Behoud groene karakter
Duurzame toekomstwaarde Vuistregels
overzicht beleid Rotterdamse uitbreidingswijken en kleine kernen hebben een rustig en groen karakter met een breed aanbod aan voorzieningen. Ze zijn echter constant in ontwikkeling en moeten kunnen meebewegen met hoe geleefd en gewoond wordt in de stad, nu en in de toekomst. Rotterdam richt zich op een duurzame toekomstwaarde voor deze wijken: economisch, sociaal, recreatief en cultureel. Bouwprojecten dienen daarom toekomstbestendig te zijn (robuust en resilient) en toekomstwaarde voor de wijk te creëren.
Vuistregels overzicht beleid Vuistregels overzicht beleid
1. Versterken bestaande kwaliteiten van de wijk
De Rotterdamse uitbreidingswijken en kleine kernen zijn onderling verschillend van sfeer en identiteit. Deze staan beschreven in de Welstandsnota. Bouwprojecten gaan zorgvuldig om met de bestaande context, versterken het karakter van de wijk of voorzien de wijk van een kwalitatieve verbijzondering. Bij ieder initiatief is vereist: • Een analyse van de wijk en een bouwplan dat daaruit volgt (eigentijdse interpretatie of historiserend). • Een passende verhouding tot de cultuurhistorie van de plek. • Het behoud of versterken van 1) de samenhang met de stad, 2) de stedenbouwkundige structuur van de wijk, 3) de maat en schaal van het stedelijk weefsel en 4) de rooilijnen en gevelwand, waarbij het gesloten bouwblok veelal uitgangspunt is. Welstandsnota Rotterdam (2012), Welstandsnota: gebiedskarakters (2012), Cultuurhistorische verkenningen, Bouwverordening Rotterdam (2010), Gebiedsgerichte Visies en Masterplannen, Handboek opstellen en borgen Cultuurhistorische Verkenningen (2017)