CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb004562] Bijlage behorende bij 24bb004561 over Nota van Uitgangspunten Liduinalocatie

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 28 augustus 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bouwen en Wonen22.231 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Vuistregels overzicht beleid

Vuistregels

Het groene karakter van de Rotterdamse uitbreidingswijken en kleine kernen is de meest wezenlijke kwaliteit van deze wijken. Dit groene karakter wordt bepaald door een groot aantal verschillende groene en blauwe elementen die in de wijken aanwezig zijn: parken, singels, lanen, private en collectieve tuinen, groene erfafscheidingen, historische linten en restgroen. Veel van deze groenelementen zijn onderdeel van de verkaveling van de buurtjes. Het is belangrijk dat elke nieuwe bouwontwikkeling één of meerdere groene bouwstenen herbergt en zodoende een bijdrage levert aan het groene karakter van de wijk. Bij nieuwe ontwikkelingen in het gebied houden we rekening met bestaande boomstructuren. Waardevolle bomen dienen behouden te blijven, hetzij door ze in te passen in het ontwerp, hetzij door ze te verplanten. Welstandsnota Rotterdam (2012), Rotterdamse Stijl (2009), Natuurkaart Rotterdam (2014), Bouwen aan de groen Hillegersberg-Schiebroek (2013), Groenstudie Hoogvliet (2004), Natuurinclusief bouwen (2018)

overzicht beleid

5. Gebruikswaarde lange termijn

De grote kracht van de Rotterdamse uitbreidingswijken en kleine kernen is de verscheidenheid aan woonvormen. De Rotterdamse wijken zijn flexibel en kunnen meebewegen met de ontwikkelingen van leven, wonen en werken in de loop van de tijd: woon- en voorzieningengebouwen hebben gebruikskwaliteit op lange termijn. Ook nieuwe initiatieven worden zo ontworpen dat ze aanpasbaar zijn aan toekomstige ontwikkelingen. Nieuwe gebouwen moeten in de toekomst kunnen wisselen van programma, gebruik of doelgroep zonder grote aanpassingen aan de bouwkundige structuur. Daarnaast wordt ingezet op meer werkmilieus voor kleinere ondernemers en makers op buurt- en wijkniveau. Functiemenging is vooral kansrijk op plekken die goed multimodaal bereikbaar zijn (met name HOV knooppunten). Woonvisie Rotterdam (2016), Architectuurnota: Architectuur en Rotterdam (2019), Rotterdam Resilience Strategy (2016), Coalitieakkoord 2018-2022; Nieuwe energie voor Rotterdam, Nota Ruimte voor Bedrijven

2. Hergebruik gebouwen

De Rotterdamse uitbreidingswijken en kleine kernen herbergen een groot aantal gebouwen met cultuurhistorische waarde. Rotterdam hecht veel waarde aan de historische gelaagdheid van de stad en stuurt daarom bij ieder initiatief aan op hergebruik van waardevolle bestaande gebouwen. Dit kan variëren van zorgvuldige restauratie tot complete transformatie met andere functies. Uitzonderingen op deze regel kunnen worden gemaakt indien na zorgvuldige afweging op projectniveau blijkt dat er geen andere optie is dan slopen en nieuwbouw. Architectuurnota: Architectuur en Rotterdam (2010), Cultuurhistorische Verkenningen per deelgebied, Motie Cultuurhistorisch besef (2015), Besluitenlijstje Beschermd Stadsgezicht (2010), Woonvisie Rotterdam (2016), Handboek opstellen en borgen Cultuurhistorische Verkenningen (2017)

3. Woningdifferentiatie en woonkwaliteit

Rotterdam heeft grote behoefte aan kwalitatief hoogwaardige woningen voor de juiste doelgroepen op de juiste plek. Op wijkniveau streven we naar woningdifferentiatie in woninggrootte en prijs, die toekomstbestendig is. Nieuwe grotere woningbouwinitiatieven kennen een combinatie van kleine, middelgrote en grote woningen en een combinatie van prijssegmenten. Stadsbreed streven we naar de bouw van 18.000 woningen in deze collegeperiode: 20% daarvan zijn sociale woningen, 30% middensegment, 30% hoger segment en 20% topsegment. Aandachtspunten zijn: • Woningen kennen per initiatief een minimaal gemiddelde gebruiksoppervlakte van 70m2 en zijn nooit kleiner dan 60m2 (mogelijkheden voor een afwijkende gebruiksoppervlakte zijn opgenomen in het Nieuw Rotterdams Kwaliteitsbeleid Wonen). • Naast gebruiksoppervlakte zijn collectiviteit, flexibiliteit en gebruikskwaliteit altijd onderwerp van gesprek bij een nieuw initiatief. • Goed bruikbare (groene), royale privé-buitenruimten per woning. • Ruime verdiepingshoogten. • Bij wooncomplexen tot 50 eenheden aandacht voor ontmoeting. Bij grotere complexen is een gemeenschappelijke ruimte voor ontmoeting, sport of overige maatschappelijke activiteiten wenselijk, evenals de aanwezigheid van een portier of beheerder. • In het geval van een parkeergarage een tussenstop tussen de garage en entree woningen, met contact met de straat.

Profilering wonen in de Binnenstad (2011), Hoogbouwvisie (2011) Herziening 2019, Nieuw Rotterdams Kwaliteitsbeleid Wonen (2020), Woonvisie Rotterdam (2016), Coalitieakkoord 2018-2022: Nieuwe energie voor Rotterdam (2018), Gebiedsatlas 2.0 ontwikkeling woningvoorraad (2020), Addendum Woonvisie 2030 (2019), Actieplan middenhuur (2019)

Vuistregels bouwen in de Uitbreidingswijken en kleine kernen van Rotterdam | update 2021

69

terug naar index

2019

6. Inclusieve stad

Rotterdam streeft naar wijken waar het prettig wonen is en waar mensen de kansen krijgen om volop mee te doen in de samenleving. Hiervoor scheppen we de juiste condities zodat mensen daadwerkelijk mee kunnen doen en elkaar makkelijk kunnen ontmoeten. Maatschappelijke voorzieningen, woongebouwen en openbaar vervoer zijn toegankelijk en bruikbaar voor iedereen. Maar ‘meedoen’ gaat om meer dan toegankelijkheid voor mensen met een beperking en chronische ziekte. Het gaat bijvoorbeeld om werkgelegenheid, de mogelijkheid om andere mensen te ontmoeten of te kunnen bewegen als je geen geld voor de sportschool hebt. En om een sociaal veilige omgeving waar kwetsbare mensen tóch de deur uit durven. Of woonzorgconcepten waar mensen langer zelfstandig thuis kunnen wonen. Rotterdam richt zich bij herstructurering op goede fasering, goede communicatie, tijdige participatie en zorgvuldige herhuisvesting. Nieuwe initiatieven voorzien in voldoende vierkante meters maatschappelijk programma zoals opgenomen in de Referentiewaarden Maatschappelijke Voorzieningen.

Bouwmaatregelen Woningbouw Rotterdam (2018), Convenant Huisvesting Bijzondere Doelgroepen (2015), Motie Slim Faseren (2018), Referentiewaarden maatschappelijke voorzieningen (2020), Ruimte voor stad in balans (2018), Woonvisie (2016), Langer Thuis (2015), Bouwstenen Kindvriendelijke Wijken (2010), Addendum Woonvisie 2030 (2019), Actieplan middenhuur (2019), Lokale Agenda Toegankelijkheid (2021)

7. Veranderende mobiliteit

Mobiliteit staat in dienst van de gezonde leefomgeving, de energietransitie en de ruimtelijke verdichting. Dit betekent dat we de fiets, voetganger en openbaar vervoer meer ruimte geven en minder aan het autoverkeer. We zetten in op nieuwe schone vervoersmiddelen en ander reisgedrag. Parkeren: • In de uitbreidingswijken en kleine kernen liggen de kansen voor innovatieve parkeeroplossingen, zoals deelmobiliteit en Mobility as a Service (MaaS), voornamelijk rondom de OV-knooppunten. • Elk plan moet voorzien in beweeg- en parkeerruimte voor fietsparkeren, scooters, bakfietsen etc. en moet voldoen aan bijbehorende kwaliteitseisen. Ook wordt elektrisch rijden gefaciliteerd, zowel de bestaande als toekomstige laadinfrastructuur door middel van de EV-ready eis voor nieuwbouw parkeergelegenheid. Bij eengezinswoningen dientvoldoende ruimte voor fietsbergingen te worden voorzien.

Vuistregels bouwen in de Uitbreidingswijken en kleine kernen van Rotterdam | update 2021

NvU Liduinalocatie

Stadsdistributie: Logistieke voorzieningen worden inpandig ingepast, waarbij de bevoorrading vlot, veilig en schoon plaats kan vinden (bijvoorbeeld door inpandig laden & lossen, laad & los routes, restricties aan formaat/emissies voertuigen etc.). Rotterdamse mobiliteitsagenda 2015-2018 (2014), Stedelijk Verkeersplan Rotterdam 2030 (2017), Bouwverordening Rotterdam (2010), Fietsplan 2016-2018: Fietsen heeft voorrang (2016), Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam (2018), Rotterdamse MobiliteitsAanpak (2020)

8. Plinten met hoge kwaliteit

De plint en de erfafscheiding zijn beeldbepalend voor de kwaliteit op straat: het is Rotterdam op ooghoogte. De plint en de erfafscheiding markeert de overgang van privé naar de openbare ruimte. Bij woningen is het uitgangspunt: voordeuren/entrees aan de straat en zichtbaar in het straatbeeld. Als er geen ruimte is voor een voortuin kan de overgang met het trottoir met een zogenaamde drempelruimte (stoepzone) worden vormgegeven. De plint dient te voldoen aan de volgende kenmerken: • Royale verdiepingshoogte om kwaliteit toe te voegen en flexibiliteit in programma te bieden. • Een kwalitatief hoogwaardige uitstraling en zorgvuldige detaillering. • Duidelijk herkenbare entrees. • Erfafscheidingen zijn onderdeel van het ontwerp en ondersteunen het groene totaalbeeld van de wijk. • Vloeiende aansluiting op peilmaat buitenruimte. Aandacht voor privacy bewoners: geen glas tot aan de grond bij woningen aan de straat.

10. Bouwplaatsinrichting en kwaliteit in de tijdelijke situatie

In Rotterdam wordt voortdurend gebouwd en daardoor is de dynamiek groot. Een goede invulling bij leegstand en een goede uitstraling van een bouwplaats zijn belangrijk, zodat de leefomgeving ook in tijdelijke situaties haar kwaliteit behoudt. • Bouwplaatsinrichting is vanaf start ontwerp integraal onderdeel van de opgave. Daarbij hoort het opstellen van een BLVC-plan conform format. Bouwlogistiek dient te worden afgestemd met de afdeling Stadsbeheer. • In afwachting op de start bouw: de tijdelijke situatie dient kwaliteit te bieden voor de omgeving. Denk daarbij aan communicatie met en participatie van omwonenden, programmering, evenementen, en bijzondere vormgeving. • Tijdens de bouw: de overlast voor de omgeving dient zoveel mogelijk te worden beperkt. Denk hierbij aan: rijroutes bouwverkeer, inrichting bouwlocatie, inbeslagname openbare weg, geen parkeerplaatsen op de bouwplaats en alternatieven voor dieselaggregaten voor opwekken bouwstroom. • Bomen worden beschermd. Lokale opslag vermindert transport. Gebruik van hub’s. Landelijke richtlijnen bouw- en sloopveiligheid (2012), Binnenstadsplan 2008-2020 ‘Binnenstad als City Lounge’ (2008), Programma Rotterdam Circulair 2019-2023

11. Architectenkeuze

Rotterdam is architectuurstad. De architectonische kwaliteit van gebouwen is van groot belang voor de kwaliteit van de stad. Het formuleren van de opgave, het programma en het vinden van de juiste architect is essentieel en gebeurt bij voorkeur in gezamenlijk overleg tussen opdrachtgever en gemeente. De opdrachtgever heeft hierbij de beslissende stem. Architectuurnota: Architectuur en Rotterdam (2019), Architectenprotocol

Architectuurnota: Architectuur en Rotterdam (2019), Welstandsnota Rotterdam (2012), Gebiedsgerichte Visies en Masterplannen, Rotterdamse Stijl, Handboek openbare buitenruimte (2009), Bouwstenen Kindvriendelijke Wijken (2010)

Gebiedsontwikkelaars en secretarissen IJsselmonde/Pendrecht/Zuidwijk Mark Sutherland mr.sutherland@rotterdam.nl Maarten Grotholt (secretaris) mw.grotholt@rotterdam.nl

9. Duurzame gebouwen

Duurzaamheid is van fundamenteel belang voor de leefbaarheid in Rotterdam: nu en in de toekomst. Bij nieuwe initiatieven is duurzaam bouwen integraal onderdeel van de ontwerpopgave. Duurzaamheid kent vijf componenten: • Energie: Rotterdam is in 2050 aardgasvrij. Woningen worden ontworpen op een lage energievraag en voorzien zoveel mogelijk in hun eigen energiebehoefte. Alle nieuwbouwprojecten in de groene woonwijken van Rotterdam worden verplicht op industriële restwarmte aangesloten, of een vergelijkbaar alternatief. • Klimaat: In Rotterdam bouwen we klimaatadaptief om hiermee schade of duurdere herstelmaatregelen in de toekomst te voorkomen. Gebouwen en hun omgeving dragen bij aan een klimaatrobuuste inrichting. Bij nieuwe bouwwerken en nieuwe terreinverharding van 500 vierkante meter en groter moet 50 mm waterberging worden aangelegd. De waterberging geldt voor het verhard oppervlak (dak en terreinverharding) en moet na 50 uur weer beschikbaar zijn voor de volgende bui. Hittestress gaan we tegen door het reduceren van hitte in de stad en door hittebestendig te ontwerpen. Voor buitendijkse gebieden geldt een minimaal uitgiftepeil om de gevolgen van een overstroming bij hoogwater te beperken. • Circulair: Rotterdam streeft naar circulair. Daarom wordt ‘slim’ en ‘sociaal’ gesloopt en worden materialen hergebruikt. Nieuwe gebouwen gebruiken een materialenpaspoort.

• Gezond: Op basis van de ligging van de locatie wordt onderzocht of er geen sprake is van geluids-, geur- of fijnstof-overlast. Dit geldt ook voor het aspect omgevingsveiligheid. Maatregelen dienen integraal te worden opgenomen in de ruimtelijke kwaliteit van het ontwerp. • Natuur: In Rotterdam is de aandacht voor de natuur in de stad sterk toegenomen. Rotterdam houdt rekening met flora en fauna bij de inrichting van de stad en de ontwikkeling van gebouwen: natuurinclusief bouwen. Voor de verschillende wijken in de stad is er een overzicht gemaakt van te nemen maatregelen. Voor nieuwe gebouwenis te denken aan het toepassen van groene hagen en gevels en nestmogelijkheden en het beperken van verharding van privéterrein. Aandacht voor effect spiegelende gevels op fauna.

Overschie en HillegersbergSchiebroek Eline van der Doe km.vanderdoe@rotterdam.nl Sandra van der Leer (secretaris) ba.vanderleer@rotterdam.nl Prins-Alexander Raimond Fraanje rj.fraanje@rotterdam.nl Kadischa Ait Ben Ali (secrataris) k.aitbenali@rotterdam.nl Hoogvliet en Hoek van Holland Ferry Pronk f.pronk@rotterdam.nl Sarah Pranger (secrataris) s.pranger@rotterdam.nl Rozenburg en Pernis Ferry Pronk f.pronk@rotterdam.nl Ingrid Kievit (secrataris) ih.kievit@rotterdam.nl Vreewijk Paul van der Veen ap.vanderveen@rotterdam.nl Victor Nijensteen (secretaris) va.nijensteen@rotterdam.nl

Convenant aardgasvrij, Convenant klimaatadaptief bouwen, Milieubeleid Rotterdam (2015), Rotterdam Resilience Strategy (2016), Programma Duurzaam 2015-2018: Duurzaam dichter bij de Rotterdammer (2015), Gebiedsgerichte Visies en Masterplannen voor deelgebieden, Natuurinclusief bouwen (2019), Herijking beleid (grond)uitgiftepeilen in buitendijks gebied (2018), Programma Rotterdam Circulair 2019-

Vuistregels bouwen in de Uitbreidingswijken en kleine kernen van Rotterdam | update 2021

2023, Rotterdam gaat voor groen (2019), Urgentiedocument Rotterdams Weerwoord (2019), Verordening Beheer Ondergrond Rotterdam (2021)

Vuistregels bouwen in de Uitbreidingswijken en kleine kernen van Rotterdam | update 2021

10. Bijlagen

terug naar index

70

10.3 Bouwvolume per laag Bijgaand een theoretische proefberekening en hoe het maximaal

Proefberekening met woningaantallen, woninggroottes en parkeerbalans

BVO (bruto vloer oppervlak) van 5.500m2 verdeeld is over de verschillende bouwmassa’s en bouwlagen. In de plattegronden zijn de

Optie 1

m2 BVO per bouwlaag van pastorie, klokkentoren, nieuwbouw en

Woninggrootte aantal

parkeernorm

aantal pp

oppervlakte

school in beeld gebracht. De weergegeven BVO’s zijn inclusief de

65-85 m2 gbo

5

1,0 pp/won

5 pp

5 x 75 m2 gbo

= 375 m2 gbo

loggia’s, half-inpandige balkons en ruimte voor architectuur.

85-120 m2 gbo

3

1,4 pp/won

4 pp

3 x 120 m2 gbo

= 360 m2 gbo

>120 m2 gbo

20

1,8 pp/won

36 pp

20 x 125 m2 gbo

= 2700 m2 gbo

TOTAAL

28 won

45 pp

TOTAAL

= 3435m2 gbo

Er wordt uitgegaan van een parkeergarage van maximaal 45 parkeerplaatsen bepaald door de maximaal toelaatbare contour in verhouding tot de buitenruimte. Dit aantal bepaalt het maximaal

Optie 2

te realiseren woningen. Met een totaal BVO van ca. 5.500m2 en

Woninggrootte aantal

parkeernorm

aantal pp

oppervlakte

30 woningen komt het gemiddelde BVO per woning op ca. 180

65-85 m2 gbo

7

1,0 pp/won

7 pp

7 x 75 m2 gbo

= 525 m2 gbo

m2 BVO. Met een vormfactor van 65% (aan de lage kant vanwege

85-120 m2 gbo

8

1,4 pp/won

11 pp

8 x 110 m2 gbo

= 880 m2 gbo

gedeeltelijk hergebruik van bestaand vastgoed) is het gemiddeld

>120 m2 gbo

15

1,8 pp/won

27 pp

15 x 140 m2 gbo

= 2100 m2 gbo

GBO(gebruiksoppervlakte) ca. 145 m2 GBO. Als voorbeelduitwer-

TOTAAL

30 won

45 pp

TOTAAL

= 3505m2 gbo

king zijn meerdere opties mogelijk. Deze voorbeelden geven aan wat er onder ca. 30 woningen verstaan wordt en aan welke band-

Optie 3

breedte er gedacht kan worden.

Woninggrootte aantal

parkeernorm

aantal pp pp

oppervlakte

65-85 m2 gbo

15

1,0 pp/won

15 pp

15 x 80 m2 gbo

= 1200 m2 gbo

85-120 m2 gbo

10

1,4 pp/won

14 pp

10 x 100 m2 gbo

= 1000 m2 gbo

>120 m2 gbo

9

1,8 pp/won

16 pp

9 x 150 m2 gbo

= 1350 m2 gbo

45 pp

TOTAAL

= 3550m2 gbo

TOTAAL

71

terug naar index

34 won

NvU Liduinalocatie

Opbouw totale bouwvolume max. 5500m2 Laag -1: parkeergarage

Laag 0: begane grond

Laag 1

TOTAAL PARKEERBAK: 1600m2 BVO

TOTAAL BEGANE GROND WONEN: 2020m2 BVO

TOTAAL 1e LAAG WONEN: 1827m2 BVO

•

met ca. 45 parkeerplaatsen op -2,0m peil waarvan 300m2 BVO

•

School: 164m2 bestaand+ 42m2 uitbouw = 206m2 BVO

•

School: 164m2 BVO bestaand

voor bergingen en technische ruimtes

•

Pastorie: 258 m2 BVO bestaand

•

Pastorie: 208 m2 BVO bestaand

waarvan 85 m2 BVO voor stijgpunten

•

Nieuwbouw: 1556m2 BVO incl. klokkentoren

•

Nieuwbouw: 1455m2 BVO

•

fietsenberging: 135 m2 tot max. 160 m2

•

exclusief (half)inpandige buitenruimte

•

Laag 2

Laag 3

Laag 4

TOTAAL 2e LAAG WONEN: 1168m2 BVO

TOTAAL 3e LAAG WONEN: 247m2 BVO

TOTAAL 4e LAAG WONEN: 247m2 BVO

•

Nieuwbouw kerkgebouw: 717 m2 BVO

•

Nieuwbouw kerkgebouw heeft kap met nokhoogte ca. 13m

•

Nieuwbouw achterbouw: 247m2 BVO

•

Nieuwbouw achterbouw: 451m2 BVO

•

Nieuwbouw achterbouw: 247m2 BVO

•

exclusief (half)inpandige buitenruimte

•

exclusief (half)inpandige buitenruimte

•

exclusief (half)inpandige buitenruimte

10. Bijlagen

terug naar index

72

Kaart: Gebiedsindeling Beleidsregeling Parkeernormen voor auto en fiets gemeente Rotterdam 2022 - locatie ligt in gebied C.

10.4 Parkeernormen auto en fiets

73 terug naar index NvU Liduinalocatie

Autoparkeren

Fietsparkeren

de openbare ruimte dienen te worden afgestemd met de adviseur

De mobiliteitstransitie heeft ook zijn doorwerking in het Parkeer-

De fietsparkeervraag van gebruikers (bewoners, werknemers, etc.)

van het cluster fietsparkeren en de landschaparchitect. De precie-

beleid. Middels de Beleidsregeling parkeernormen auto en fiets

dient binnen de plangrenzen van de ontwikkeling te worden gefaci-

ze inpassing van eventueel benodigde fietsnietjes in de openbare

wordt onder meer bijgedragen aan het stimuleren van alternatie-

liteerd. Dit geldt tevens voor de fietsparkeervraag voor bezoekers

ruimte worden in het IP traject voor de buitenruimte bepaald.

ven voor de eigen auto en het beter benutten van parkeercapaciteit

van de voorzieningen in de ontwikkeling, niet zijnde bewoners of

in de omgeving. Voor het berekenen van de parkeereis dienen de

werknemers. Voor het fietsparkeren voor bezoekers van het gebied

Voor zowel bewoners, werknemers en bezoekers is het van belang

parkeernormen van gebiedstype C te worden aangehouden, zie blz.

is het belangrijk dat deze stallingsplaatsen openbaar toegankelijk

onderscheid te maken in fietsparkeren van normale/standaard fiets

72. Verder maken ook parkeereisen voor fietsen onderdeel uit van

zijn en op loopafstand liggen van de bestemming conform de uit-

(60% van de vraag) en voor gemiddeld 40% deelfietsen, deelscoo-

de regeling om het fietsbezit en -gebruik te stimuleren.

gangspunten van de Beleidsregeling. Het realiseren van een werk-

ters, buitenmodelfietsen (bakfietsen, fietsen met kratjes, etc.)

bare oplossing voor fietsparkeren is een oplossing op maat waarbij Er geldt geen betaald parkeren in het gebied van de ontwikkelloca-

de fietsparkeereis, bestaande fietsparkeerdruk, soort gebruiker,

De adviseur van het cluster fietsparkeren zal de volgende uitgangs-

tie, daarom kan niet van de parkeereis worden afgeweken op basis

gebruikersduur, loopafstand, locatie, bestemming, kwaliteit, lig-

punten meenemen in het uitwerkingsvraagstuk voor het onderdeel

van artikel 13. Er kan op grond van artikel 12 alleen een korting toe-

ging, sociale veiligheid en gebiedskarakter belangrijke criteria zijn.

fietsparkeren, waarbij in de meeste gevallen, naast de Beleidsrege-

gepast worden in verband met de nabije aanwezigheid van tram-

Indien de combinatie van factoren niet meegewogen worden zal de

ling Parkeernormen, het Bouwbesluit 2012 mede bepalend is:

halte lijn 4 met een korting van 10%.

fietsparkeeroplossing niet of onvoldoende gebruikt worden en zal “overlast” en verrommeling van de buitenruimte, aantasting groen

1a. Uitgangspunt voor bewoners en werknemers is een inpandige

veroorzaakt worden in betreffend gebied. Hiernaast is het (financi-

oplossing;

eel) van belang dat de fietsparkeeroplossing voorafgaand aan de

1b. Uitgangspunt voor bezoekers van voorzieningen in de ontwik-

(gebieds)ontwikkeling meegenomen wordt en niet achteraf pas in

keling (niet zijnde bewoners of werknemers) is het uitgangspunt

beeld komt. Om deze reden dient een adviseur van het cluster fiets-

dat dit op eigen terrein of inpandig wordt gerealiseerd.

parkeren van SO Mobiliteit een definitief akkoord te geven op de

1c. Uitgangspunt voor bezoekers van het gebied is dat deze stal-

uitgangspunten voor fietsparkeren bij ontwikkelingen.

lingsplaatsen in de openbare ruimte op loopafstand van de bestemming worden gerealiseerd.

Voor zowel bewoners, werknemers en bezoekers is het van belang

2. Loopafstanden;

onderscheid te maken in fietsparkeren van de normale/standaard

3. Soort fietsen, inclusief aandacht voor buitenmodelfietsen, elek-

fiets (60% van de vraag) en voor gemiddeld 40% deelfietsen, deel-

trische fietsen en snor-/bromfietsen;

scooters en zogenaamde buitenmodelfietsen (bakfietsen, fietsen

4. Bestemming;

met kratjes, etc.)

5. Gebruiker; 6. Gebruikersduur;

In beginsel leidt dit voor bezoekers van de voorzieningen tot open-

7. Locatie;

baar toegankelijke oplossing binnen de projectgrenzen. In overleg

8. Kwaliteit;

met de adviseur van het cluster fietsparkeren kan hier op sommige

9. Ligging ten opzicht van fietsroute en ingang bestemming;

locaties onderbouwd vanaf geweken worden en kan ruimte gevon-

10. Karakter gebied.

den worden (wellicht tegen financiële compensatie) ruimte in een openbare fietsenstalling of in fietsparkeervoorzieningen op straat.

Het Rotterdamse fietsbeleid staat beschreven in de Fietskoers

Fietsparkeervoorzieningen mogen niet leiden tot aantasting van

2025.

het openbaar groen en overlast veroorzaken door storende elementen in de buitenruimte. Inpassing van fietsparkeervoorzieningen in

10. Bijlagen

terug naar index

74

Bijlage 4. Normen en aanwezigheidspercentages als bedoeld in artikel 3, tweede en achtste lid, artikel 5, eerste en derde lid, artikel 6, tweede lid, artikel 7, artikel 9, artikel 11, artikel 14 en artikel 18, eerste lid van de Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022 Bijlage 2. Normen fiets woonfunctie als bedoeld in artikel 17 van de Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022

Tabel 4.1 Normentabel auto woonfunctie Woonfunctie (m² gbo)

< 40 m² 40 tot 65 m² 65 tot 85 m² 85 tot 120 m² ≥ 120 m²

Aantal autoparkeerplaatsen per woning Gebiedstype A Gebiedstype B hoogstedelijk gebied stadswijken 0,10 0,10 0,40 0,50 0,60 0,80 1,00 1,00 1,20 1,20

Aan de parkeereis voor fietsen kan worden voldaan door deze in een gezamenlijke stalling uit te voeren. Hiervoor gelden de volgende normen:

Gebiedstype C overig gebied 0,10 0,60 1,00 1,40 1,80

Soort woning (m2 gbo) Appartement <40 m² Appartement 40 tot 65 m² Appartement 65 tot 85 m² Appartement 85 tot 120 m² Appartement ≥120 m² Rij- en vrijstaande woningen Studentenhuizen

Tabel 4.2 Normentabel auto niet-woonfuncties

Tabel Korting parkeereis voor nabijheid openbaar vervoer OV-halte

laag rek beschikbaar zijn. Aantal autoparkeerplaatsen per 100 m² bvo tenzij anders bepaald in de 0 tot 400 meter 400 tot 800 meter 800 tot 1200 meter opmerking Gebiedstype Gebiedstype Gebiedstype -50% -40% -30% A B C hoogstedelijk stadswijken overig -40% -30% -20% gebied gebied 0,76 1,00 1,20 -30% -20% -10% 0,72 0,80 0,80

Opmerking

Rotterdam Centraal Beurs, Blaak, Alexander en Schiedam Centrum

Werken

Kantoor

Overige treinstations Bedrijfsverzamelgebouw /

Atelier

Overige RSR/metrostations in gebiedstype A -30% Arbeidsintensief / en B

75

Dubbellaags parkeren is toegestaan, maar er moeten per woning altijd minimaal twee plekken in een

Hemelsbrede afstand ontwikkeling - entree OV-halte

Functie

Aantal fietsparkeerplaatsen 2 2 3 3 4 5 1 per kamer

-20%

0,67

-10%

1,20

bezoekersextensief bedrijf (industrie, laboratorium, Overige tramhaltes in gebiedstype A -30% -20% -10% werkplaats, etc.) Arbeidsextensief / C 0,19 0,30 RSR/metrostations in gebiedstype -20% -10% -5% (behalve Hoek van Holland Nesselande) bezoekersextensief bedrijf (loods, opslag, Overige tramhaltes in gebiedstype -20% -10% -5% transportbedrijf etc.)B Winkelen Commerciële 1,20 2,00 RSR/metrostation in Nesselande -5% 0% dienstverlening en kantoren -10% met baliefunctie Overige tramhaltes in gebiedstype C -10% -5% 0% Detailhandel inclusief 0,38 2,50 kringloopwinkel en apotheek Artikel 13. Korting van de parkeereis voor gebouwen met een bijbehorende of2,50 Supermarkt 0,38 toegewezen Mandjessupermarkt parkeervoorziening: betaald parkeergebied Maximale omvang 0,0 0,0 1. Indien een ontwikkeling in betaald parkeergebied voorziet in extra fietsparkeerplaatsen 500 m² bvo

2,00

0,60

2,50

2,50

2,80 0,0 NvU Liduinalocatie

terug index opnaar eigen terrein, kan de autoparkeereis met ten hoogste 10% worden verlaagd in de

verhouding twee fietsparkeerplaatsen in plaats van één autoparkeerplaats. Deze extra raadsvergadering van: fietsparkeerplaatsen worden gerealiseerd op eigen terrein en zijn bedoeld voor lang raadsstuk 21bb16085 parkeren.

16 december 2021 pagina 16

Oplaadpunten voor elektrische voertuigen

Oplaadpunten bij bestaande gebouwen met eigen parkeerterreinen

oplaadpunten geschikt te maken voor ‘smart charging’ en ‘load ba-

Het Bouwbesluit geeft minimumeisen. Het cluster Rotterdam Elektrisch adviseert om toekomstbestendig te bouwen door rekening te

Bewoners en gebruikers van gebouwen die beschikken over par-

dat bij uitbreiding van het aantal oplaadpunten een verzwaring van

houden met de verwachte laadvraag. Daarnaast is het advies om de

keerplaatsen op eigen terrein, kunnen geen oplaadpunten in de

de elektriciteitsaansluiting nodig is. Raadpleeg voor een opmaat

oplaadpunten geschikt te maken voor ‘smart charging’ en ‘load ba-

openbare ruimte aanvragen. Plaatsing van oplaadpunten op eigen

advies het cluster Rotterdam Elektrisch van SO Mobilieit via Rotter-

lancing’. Hierdoor wordt tegen relatief beperkte kosten voorkomen

terrein valt onder de eigen verantwoordelijkheid van burgers en

damelektrisch@rotterdam.nl.

dat bij uitbreiding van het aantal oplaadpunten een verzwaring van

bedrijven, individueel of verenigd in een Vereniging van Eigenaren

de elektriciteitsaansluiting nodig is. Raadpleeg voor een opmaat

(VvE).

lancing’. Hierdoor wordt tegen relatief beperkte kosten voorkomen

advies het cluster Rotterdam Elektrisch van SO Mobilieit via Rotterdamelektrisch@rotterdam.nl.

Een bestaand gebouw, anders dan een woongebouw, met een parkeergelegenheid met meer dan 20 parkeerplaatsen in het gebouw

Zie de bijlage voor aanvullende informatie over oplaadpunten in

of buiten het gebouw op hetzelfde perceel heeft met ingang van

nieuwbouw, de openbare ruimte, bestaande gebouwen en ingrij-

1 januari 2025 tenminste een oplaadpunt. Dit is geregeld in het

pende renovaties.

Bouwbesluit 2012, afdeling 5.4 “Laadinfrastructuur voor elektrisch

Oplaadpunten in de openbare ruimte De oplaadpunten in de openbare ruimte (ook voor elektrische deelauto’s) worden geplaats in opdracht van de gemeente. Hiervoor

vervoer, nieuwbouw en bestaande bouw”. Voor gedetailleerde informatie verwijzen wij u naar de artikelen en toelichting in het Bouwbesluit 2012.

dere marktpartijen. Het aantal oplaadpunten, welke type laadop-

Oplaadpunten bij nieuwbouw of ingrijpende renovaties

lossingen en bij welke (parkeer)plaatsen is ten alle tijde maatwerk

In het Bouwbesluit 2012, afdeling 5.4 “Laadinfrastructuur voor

en bepaalt de gemeente aan de hand van de laatste stand van za-

elektrisch vervoer, nieuwbouw en bestaande bouw” is een verplich-

ken, prognose kaarten en andere afwegingscritera. Het e.a heeft

ting opgenomen dat bij de ontwikkeling van nieuwe bouwplannen

invloed op de benodigde energie in het gebied en het ondergrond-

met meerdere parkeerplaatsen op hetzelfde terrein een minimum

se leidingennetwerk. Het is cruciaal dat de adviseur van het clus-

aantal oplaadpunten geïnstalleerd moeten worden en/of leidingen

ter Rotterdam Elektrisch van SO Mobiliteit betrokken wordt bij de

doorgevoerd moeten worden naar parkeerplaatsen. Dit geldt ook

uitwerking. Zie ook het Kader voor de plaatsing van laadinfrastruc-

voor ingrijpende renovaties. Voor gedetailleerde informatie verwij-

tuur voor elektrische voertuigen mei 2020.

zen wij u naar de artikelen en toelichting in het Bouwbesluit 2012.

heeft de gemeente een concessieovereenkomst met een of meer-

Het Bouwbesluit geeft minimumeisen. Het cluster Rotterdam Elektrisch adviseert om toekomstbestendig te bouwen door rekening te houden met de verwachte laadvraag. Daarnaast is het advies om de

10. Bijlagen

terug naar index

76

10.5 Welstandsnota gebiedscriteria

77

terug naar index

NvU Liduinalocatie

Welstandsnota gebiedscriteria Tuindorpen Uitgangspunt van het ruimtelijke beleid en de wel­ standstoets is het behouden dan wel herkenbaar houden van de kenmerkende samenhang tussen bebouwing,

elementen zoals voordeuren, vensters en schoor· Ritmerende stenen zijn bij vervanging per architectonische eenheid gelijk

en de helder­heid van de overgangen tussen privégroen

erfafscheidingen zijn onderdeel van de architecto· Gebouwde nische eenheid. duidelijke onderscheid tussen privégroen en (groene) · Het openbare ruimte blijft intact, voor zover mogelijk met behoud

en groene openbare ruimte te bewaren. Bij nieuwbouw

van de oorspronke­lijke groene of gebouwde erfafscheidingen

is het van belang om te streven naar een bloksgewijze

en voortuinen.

openbare ruimte en groenstructuur. Bij renovaties gaat het erom de woningen in de gevelwand zo veel mogelijk identiek te houden, bindende elementen te handhaven

historische linten

Planlocatie

of krijgen tenminste dezelfde vormentaal.

tuindorpen

aanpak, waarbij de nieuwbouw is afgestemd op de omliggende bebouwing en op het groene karakter van het tuindorp. Ruimtelijke inpassing

passen binnen de architec­tonische · Bouwinitiatieven eenheid van het ensemble (in dit gebiedstype

Materiaal, kleur en detaillering

is ambachtelijk en benadrukt het kleinschalige · Detaillering karakter van de bebouwing. en detaillering zijn afgestemd opdie van de · Materialen oorspronkelijke bebouwing (vooral baksteen, hout en zink) en

Planlocatie ligt in gebiedstype tuindorpen maar grenst aan het type historische linten en kernen.

kwalitatief ten min­ste gelijkwaardig daaraan.

gevormd door rijen woningen), blijven daaraan ondergeschikt en verstoren deze niet. Verschijningsvorm

heeft een heldere en eenvoudige · Nieuwbouw hoofdvorm. en uitbouwen, dakkapellen, dakopbou­wen · Aanen andere ingrepen aan het hoofdgebouw zijn in samenhang met de architectonische eenheid ontworpen.

koppen van een woningrij, aan het plein of op de · De hoek van de straat worden verbijzon­derd. elementen binnen een gevelwand · Bindende (dakvlak, gootlijn, ingangspartijen, schoorste­nen, balkonstroken e.d.) blijven bij verbouw in stand of sluiten bij nieuwbouw aan op het bestaande.

Bron: Welstandsnota Rotterdam

10. Bijlagen

terug naar index

78

Liduinalocatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=e3ca43ca-1605-4c6e-b2b3-75b9fe53cd0e