[24bb004562] Bijlage behorende bij 24bb004561 over Nota van Uitgangspunten Liduinalocatie
Tekst van het document
Liduinalocatie. Nota van Uitgangspunten - 3 juni 2024
Colofon Project
Deze Nota van Uitgangspunten 3 juni 2024 is opgesteld door het cluster Stadsontwikkeling, afdeling Ruimtelijk Ontwerp en Advies van de Gemeente Rotterdam.
Basisschool St. Liduinakerk
Projectleider:
Stiene Pilon
Gebiedsaccountmanager:
Michel de la Vieter
Stedenbouw:
Suzan de Wispelaere Paul Broekhuisen
Landschap:
Carin Jannink
Wonen:
Vincent Klijndijk
Mobiliteit
Thijs Visser Jasper Mallens
Stadsbeheer:
Martin de Kok
Duurzaamheid:
Bram Duivenvoorden
Markt- & Contractspecialist
Martine de Vos
Vastgesteld door:
Michel de la Vieter
Verantwoording beeldmateriaal: De auteur van het beeldmateriaal is vermeld in het hoofdstuk beeldverantwoording. Indien niet anders vermeld is het beeldmateriaal opgesteld door de gemeente Rotterdam. Dit document is vastgesteld door de gebiedsaccountmanager van Hillegersberg-Schiebroek op: xx maart 2024.
Pastorie
2
terug naar index
NvU Liduinalocatie
Inhoud Samenvatting����������������������������������� 4 1. Introductie������������������������������������ 6 1.1 Aanleiding 1.2 Opgave 1.3 Beleidskaders
2. Plangebied���������������������������������� 12 2.1 Locatie 2.2 Historie 2.3 Huidige situatie 2.4 Context
3. Ruimtelijke en programmatische uitgangspunten�������������������� 25
5. Mobiliteit������������������������������������� 52
8. Technische uitgangspunten��� 63
5.1 Bereikbaarheid
8.1 Afval
5.2 Voetganger
8.2 Peilmaat
5.3 Fiets
8.3 Kabels en leidingen
5.4 Auto
8.4 Nutsvoorzieningen, trafo’s en installaties
6. Duurzaamheid��������������������������� 56 6.1 Energietransitie
9. Proces������������������������������������������� 65
6.2 Circulair bouwen
9.1 Procedure
6.3 Klimaatbestendige stad
9.2 SMP en IP
6.4 Gezonde leefomgeving
9.3 Participatie encommunicatie
7. Milieu�������������������������������������������� 61
10. Bijlagen�������������������������������������� 67
7.1 Geluid
10.1 Concept Stedenbouwkundig Matenplan (SMP) 68
7.2 Luchtkwaliteit
10.2 Vuistregels
69
3.1 Programma
7.3 Externe veiligheid
10.3 Bouwvolume per laag
71
3.2 Stedenbouw
7.4 Bodem
10.4 Parkeernormen auto en fiets
73
3.3 Openbare ruimte
7.5 Wet natuurbescherming
10.5 Welstandsnota gebiedscriteria
77
4. Beeldkwaliteit��������������������������� 42
7.6 Water
4.1 Architectuur 4.2 Openbare ruimte
Inhoud
terug naar index
3
Samenvatting Op deze pagina is een samenvatting te vinden van de belangrijkste uitgangspunten voor deze ontwikkeling. In de rest van het NvU worden de uitgangspunten toegelicht.
Opgave
· recht doet aan het beeldbepalend cultuurhistorisch ensemble
De opgave bestaat uit het creëren van een herontwikkeling die
overblijft.
· cent herkenbaar te blijven en de nokhoogte van de pastorie
De klokkentoren dient vanaf openbaar gebied als hoogteac-
Mobiliteit
locatie is vanaf de Burg. L.F. de Montignylaan toegankelijk · De voor voetgangers en fietsers. Het voorplein is, op hulpdiensten na, volledig autovrij en vrij van (fiets)parkeren. Het overgrote
is maatgevend richting openbaar gebied. De nieuwbouw
deel van de buitenruimte, de formele voorzijde en informele
dient een geheel te vormen en aan te sluiten op de bestaande
binnentuin, is voetgangersgebied en ingericht als tuin.
van de Liduinakerk met pastorie, schoolgebouw en de bijho-
het binnenterrein is ruimte voor een verbindend tussenlid van
fietsenstalling dient inpandig te worden gerealiseerd, bij · De voorkeur in de parkeergarage, indien dat echt niet kan is de
rende buitenruimte waarbij oud en nieuw elkaar versterken en
maximaal 2 lagen. In het binnenterrein is een onderbouw van 3
westelijke zijde achter het schoolgebouw voorstelbaar. Fiet-
recht doen aan de maat en schaal van het Molenlaankwartier in
lagen met een terugliggende optopping van maximaal 5 lagen
sers kunnen deze stalling bereiken via het formele voorplein.
Hillegersberg.
voorstelbaar, deze vormt onderdeel van een tweede bebou-
Het ensemble fungeert als een scharnierpunt tussen de meer
wingslinie en schaalvergroting op het achterterrein.
· stedelijke schaal met centrumvoorzieningen van Hillegers-
klokkentoren en bestaat maximaal uit 3 lagen met kap. Richting
kan niet gesaldeerd worden, het parkeren dient op eigen · Erterrein te worden opgelost. De halfverdiepte parkeergarage zal
berg-Noord en het kleinschalige tuindorp ‘Molenlaankwartier’.
dakenlandschap bestaat vooral uit een kap of plat dak met · Het een verhoogde dakrand zodat klimaatinstallaties en/of zonne-
De locatie markeert de entree van het Molenlaankwartier. De
panelen uit het zicht blijven. Dakterrassen zijn niet toegestaan
singel en een parkeerhellingsbaan ingebed in het tuinontwerp.
herontwikkeling dient recht te doen aan deze positionering in
richting openbaar gebied.
Deze brug en parkeerinrit is onderdeel van de architectonische
De architectuur loopt door tot het maaiveld. Het gebouw en
en landschappelijke ontwerpopgave. De precieze locatie is na-
de wijk.
Ruimtelijke uitgangspunten
beeldbepalende gevelfront met de daarbij behorende · Het buitenruimte is één geheel, cultuurhistorisch waardevol en
· de halfverdiepte parkeergarage vormen één geheel, in de mate-
via de Burg. de Villeneuvesingel toegankelijk gemaakt kunnen worden voor auto’s met behulp van een nieuwe brug over de
der te bepalen en af te stemmen met de afdeling stadsbeheer.
rialisatie is geen verschil waarneembaar. De buitenruimte kent een tuinachtige invulling, met rechte keermuren en geen taluds.
Duurzaamheid
De collectieve buitenruimte is hét verbindend element van het
sterke voorkeur om meer elementen van het · Circulariteit: cultuurhistorisch ensemble te behouden of terug te brengen
pastorie, de klokkentoren, het hoofdgebouw van de school en
hele ontwikkeling. De buitenruimte dient dan ook hoogwaardig
in de nieuwbouw. Tijdens het ontwerpproces en de sloop van
de buitenruimte als bindend element.
te worden ingericht. Een landschapsarchitect dient onderdeel
de achterbouw dient goed gekeken te worden of materialen
De bestaande rooilijnen, hoekverdraaiingen en bijbehorende
te zijn van het ontwerpteam en een inrichtingsplan voor de
en constructies hergebruikt kunnen worden, te denken aan
buitenruimte is onderdeel van de bouwaanvraag. Er wordt
kozijnen, bakstenen en dakpannen in de nieuwbouw of in de
onderscheid gemaakt in 3 typen buitenruimte:
buitenruimte.
dient minimaal behouden te blijven. Deze bestaat uit de gehele
· onbebouwde buitenruimte richting openbaar gebied aan de
Burg. L.F. de Montignylaan en Burg.de Villeneuvesingel dienen
· ensemble. De buitenruimte bepaalt de woonkwaliteit van de
zoveel mogelijk gehandhaafd te blijven. Op het binnenterrein is
1. de formele voortuin en entree van het gebied aan de Burg. L.F.de
meer ruimte voor inbreiding en nieuwbouw op een halfverdiep-
Montignylaan als bindend element van de school, klokkentoren
te parkeergarage in een groene setting.
en pastorie.
· beeldbepalende panden ingepast te worden. Het uitgangspunt Het nieuwe bouwvolume dient met respect voor de bestaande is het toevoegen van heldere, eenvoudig en alzijdige volumes zodat de bestaande panden er als verbijzondering uitspringen. De halfverdiepte parkeergarage dient inpandig te worden
4
ingepast zodat voldoende buitenruimte rondom de bouwmassa
terug naar index
2. de informele zijtuin aan de Burg. de Villeneuvesingel als onderdeel van de singel-identiteit met de parkeerinrit naar de halfverdiepte parkeergarage. 3. de informele collectieve achtertuin met privéterras en een groe-
Programma
woonprogramma bestaat uit ca. 30 grote koopappartemen· Het ten in het duurdere segment met een maximum van 5.500m2 BVO excl. parkeren.
· een publieke functie is voorstelbaar in het schoolgebouw.
ne erfafscheiding naar de naastgelegen percelen. NvU Liduinalocatie
Randvoorwaardenkaart - verdere uitleg in hoofdstuk 3
1. Introductie 1.1 Aanleiding 1.2 Opgave 1.3 Participanten 1.4 Beleidskaders
6
terug naar index
NvU Liduinalocatie
“Een bijzonder complex dat vanaf 1925 de toegang tot de wijk vanaf de Burgemeester Le Fèvre de Montignylaan zou markeren was het ensemble van scholen, kerk, pastorie en bejaardenwoningen van de in dat jaar opgerichte parochie van de heilige Liduina.” bron: Cultuurhistorische Verkenning (2017)
Middelbare school
Gr indw
eg
Gymzaal Zorggebouw
e Vill
e neu ve s i n
gel
PROJECT
B ur g
eme e
s te r d
Winkelcentrum Hillegersberg
B ur ge
meeste
r L .F. d
e M on
tignyla
an
HILLEGERSBERG-NOORD
St re
Winkelstraat Bergse Dorpstraat
kk
MOLENLAANKWARTIER ad
e
Locatie plangebied
8
terug naar index
NvU Liduinalocatie
In de Nota van Uitgangspunten (NvU) staan belangrijke zaken om tot realisatie van een bouwplan te kunnen komen. In dit document staan de uitgangspunten omschreven waaraan bouwplannen van ontwikkelaars en particuliere opdrachtgevers moeten voldoen. Dit document wordt gebruikt als toetsingskader omdat de ontwikkeling niet in het bestemmingsplan past. Tenslotte zorgt het opstellen van uitgangspunten ervoor dat de inbreng van de verschillende vakafdelingen (Stedenbouw, Wonen, Planologie, Landschap, Duurzaamheid, Mobiliteit) is afgestemd. De NvU wordt vastgesteld en is daarmee het bestuurlijk bekrachtigde kader voor ontwikkeling van bouwplannen.
schoolgebouw onderzocht in een aantal scenario’s, waarbij het zo
Programmatisch
veel mogelijk handhaven, respecteren en versterken van het be-
Daarnaast wordt een kleinschalig woonprogramma toegevoegd,
staande ensemble het uitgangspunt was. Vervolgens is daar één
maar wordt vooral bijgedragen aan de doorschuifmogelijkheden
voorkeursscenario uitgekomen in afstemming met de afdelingen
op de woningmarkt. Bij het cultuurhistorisch ensemble is een klein-
Cultuurhistorie, Welstand, Landschap en Mobiliteit. Deze ruimtelij-
schalig woonprogramma passend bestaand uit een aantal apparte-
ke verkenning heeft als input voor de NvU gediend. Het doel is één
menten en grondgebonden woningen in een setting met collectief
herontwikkeling van het gehele ensemble. De NvU wordt opgesteld
groen. De doelgroep die momenteel in te groot geworden gezins-
om af te wijken van het bestemmingsplan.
woningen wonen, zogenaamde empty-nesters, kunnen doorschui-
1.2 Opgave Ruimtelijk
ven naar gelijkvloerse appartementen. Zo komen die gezinswoningen vrij voor starters en gezinnen.
recht doet aan het beeldbepalend ensemble van de cultuurhisto-
1.3 Beleidskaders
risch waardevolle bebouwing en de bijhorende buitenruimte. De
De Liduinalocatie is gelegen in een gebied waarvoor meerdere
Het betreft de herontwikkeling van een beeldbepalend cultuurhis-
herontwikkeling dient bij te dragen aan het karakter van de statige
beleidskaders van toepassing zijn. Hieronder worden voor deze
torisch ensemble, de Liduinalocatie. Het ensemble bestaat uit een
omgeving met veel ruimte voor groen op een wijze die recht doet
locatie relevante aspecten per beleidskader op hoofdlijnen be-
schoolgebouw, de Liduinakerk met pastorie en bijbehorende bui-
aan de maat en schaal van het Molenlaankwartier. De gebouwty-
noemd. Aanvullende informatie is te vinden in de bijlagen.
tenruimte. De parochie in de Liduinakerk zal fuseren met kerken in
pologie dient te passen bij de welstandsgebiedstypologie ‘tuindor-
Overschie en Schiebroek tot een nieuw te bouwen parochiekerk in
pen’ en goed aan te sluiten op de aangrenzende gebiedstypologie
Schiebroek. Hierdoor komt het perceel van de Liduinakerk met bij-
‘historische linten en kernen’. Het programma dient goed te passen
Cultuurhistorische Verkenning Molenlaankwartier (2017) ·Historische waarden in wijken en gebieden zijn in de hele stad van
behorende pastorie en buitenruimte vrij voor herontwikkeling. Het
in de omgeving met een zorggebouw, school en een aanvulling te
belang. Daarom wordt het cultuurhistorisch verhaal van de hele
perceel van de Liduinakerk zal worden verkocht aan de ontwikke-
zijn op het omringende woonmilieu dat vooral bestaat uit grondge-
stad in beeld gebracht. Dit gebeurt door Cultuurhistorische Ver-
laar.
bonden woningen.
kenningen (CV). Dit zijn historische onderzoeken naar de steden-
Het schoolgebouw is al enige tijd niet meer als school in gebruik
Omgevingsvisie
werkt in het bestemmingsplan. De beeldbepalende panden worden
en is in tijdelijk beheer. Alleen het schoolgebouw is eigendom van
De herontwikkeling zal vooral bijdragen aan de toegenomen waar-
opgenomen als pand met cultuurhistorische waarde. Het Liduina
de gemeente, de omringende buitenruimte, zoals het schoolplein,
de van cultuurhistorisch behoud. In de omgevingsvisie koerst
ensemble van school, kerk en pastorie is aangewezen als beeldbe-
is eigendom van de kerk. Het schoolgebouw vormt onderdeel van
Rotterdam op goede groei: 1 van de 3 principes betreft het ontwik-
palende object maar heeft geen dubbelbestemming gekregen in
het ensemble en daarmee van de totale ontwikkeling, daardoor zijn
kelen vanuit eigen identiteit en bestaande kwaliteiten. Rotterdam
het bestemmingsplan in verband met eerdere ontwikkelingstudies.
beide percelen onlosmakelijk met elkaar verbonden.
verbindt de hedendaagse opgaven in de stad met de zorg voor en
Zie hoofdstuk 2.2 Historie Molenlaankwartier voor meer informa-
behoud van bestaande kwaliteiten en cultureel erfgoed. Bij nieuwe
tie.
1.1 Aanleiding
De opgave bestaat uit het creëren van een herontwikkeling die
bouw en de architectuur van een wijk. De uitkomsten worden ver-
Het beleid is ten aanzien van cultuurhistorische gebouwen en en-
ontwikkelingen zijn de karakteristieken van de plek het uitgangs-
sembles in de stad herijkt. Naar aanleiding van dit verscherpte
punt. Er wordt ruimte gecreëerd voor hergebruik en transformatie
beleid is in opdracht van de gemeente en een nieuwe ontwikke-
van bestaande elementen en toekomstgericht ontwerp. Zo raken
religieuze gebouwen (2020) ·EenAanpak onderzoek naar religieus gebouwd erfgoed in Rotterdam. Er
lende eigenaar (Hillinvest) een ruimtelijke verkenning door Mei
verleden, heden en toekomst met elkaar verweven. Het bestaande
is geïnventariseerd welke religieuze gebouwen Rotterdam kent,
architecten gedaan. Hier zijn de mogelijkheden voor hergebruik
wordt een nieuwe betekenis gegeven. Deze pijler is het belangrijk-
hoe ze gebruikt worden en wat hun cultuurhistorische waarde is.
en transformatie van de Liduinakerk, pastorie en bijbehorend
ste uitgangspunt voor de herontwikkeling.
Samen met de erfgoedeigenaren zijn het huidige gebruik, de cul-
1. Introductie
terug naar index
9
·In deWelstandsnota Welstandnota valt het plangebied onder het gebiedstype
juiste schaalniveau. Het belang van elk groenelement is verschil-
In deze publicatie is een aanpak beschreven om deze waardevolle gebouwen een duurzame toekomst te geven zodat deze centrale
‘Tuindorpen’. Het bouwplan zal worden getoetst aan de bepalingen
bomen worden in principe gehandhaafd. Alleen als het rooien van
bakens niet verloren gaan in de stad. De Liduinakerk is meegeno-
bij dit gebiedstype. Daarnaast gelden altijd en overal de vaste cri-
bomen onvermijdelijk is wordt onder voorwaarden meegewerkt,
men in deze inventarisatie, maar door de al lopende studie op deze
teria van reguliere en bijzondere gebieden. In deze NvU hebben de
zoals bijvoorbeeld het terugplanten van een boom met vergelijkba-
locatie heeft het geen dubbelbestemming gekregen.
welstandsbepalingen en de cultuurhistorische verkenning als basis
re waarde binnen het bouwproject.De regels die zijn opgenomen
gediend voor de ruimtelijke uitgangspunten en de beeldkwaliteit.
binnen deze nota dienen te worden meegenomen in de ontwikke-
Zie hoofdstuk 2.2 Historie Molenlaankwartier voor de welstands-
ling van de nieuwbouw en buitenruimte van de Liduinalocatie.
tuurhistorische waarde en de toekomstverwachtingen besproken.
·In het vigerende bestemmingsplan Molenlaankwartier en Lage Bestemmingsplan Molenlaankwartier en Lage Limiet
Limiet (onherroepelijk vastgesteld 2017-11-30) valt de locatie
criteria en hoofdstuk 4 Beeldkwaliteit voor meer informatie.
lend maar ze dragen allen bij aan de groenkwaliteit. Bestaande
Rotterdams Weerwoord ·Het klimaat verandert en de gevolgen in de stad zijn al merkbaar:
wingspercentage van 30% voor het gehele kavel en maximum
·De Rotterdamse Stijl formuleert voor verschillende gebiedstypo-
bouwhoogte van 15 m ter hoogte van de kerk, 4 meter ter hoogte
logieën de randvoorwaarden voor de inrichting van de openbare
voort. Om de stad voor te bereiden op dit veranderende klimaat
van het schoolgebouw en 8 meter ter plekke van het voormalige
ruimte. Deze leggen de karakteristieken vast om ook in de toekomst
is er het Rotterdams Weerwoord dat handvaten biedt voor een
verenigingsgebouw op het achterterrein. Binnen de bestemmings-
de diversiteit aan aantrekkelijke (woon)gebieden te kunnen behou-
klimaatadaptieve stad op het gebied van hitte, droogte, neerslag,
regels is woningbouw niet toegestaan.
den en versterken. Bij ontwikkelingen dient rekening te worden ge-
overstroming, bodemdaling en grondwater. Het biedt bijvoorbeeld
houden met de uitgangspunten zoals omschreven in het handboek
maatregelen om de stad te vergroenen en in te zetten op waterber-
Rotterdamse Stijl en de Toolkit Rotterdamse Stijl. De typologie van
ging. De wijkkaarten die in dit kader ontwikkeld zijn dienen als uit-
de buitenruimte is hier de Tuindorpidylle 1920-1940. Zie Hoofdstuk
gangspunt meegenomen te worden in de nieuwbouwontwikkeling
2.4 Huidige situatie voor meer informatie.
voor de Liduinalocatie.
·
·
binnen de regels ‘Maatschappelijk - 2’ met een maximum bebou-
8m 4m 15m
Rotterdamse Stijl (2008)
Vuistregels Bouwen in de Uitbreidingswijken en Kleine Kernen van Rotterdam (update 2021)
steeds hetere dagen, wateroverlast, verzakkende huizen, enzo-
Rotterdamse Omgevingsvisie - De Veranderstad; werken aan een wereldstad voor iedereen (2021)
De vuistregels geven de hoofdzaken weer van het gemeentelijk be-
Rotterdamse Omgevingsvisie beschrijft hoe de stad en de haven
leid voor de verschillende delen van de stad. Voor deze locatie zijn
er in de toekomst uit gaan zien. Het gaat over alle zaken die nodig
‘Versterken karakteristieken van de wijk, hergebruik gebouwen,
zijn om in Rotterdam te kunnen leven, wonen, werken, studeren en
Woningdifferentiatie en woonkwaliteit, behoud groene karakter,
recreëren. Denk daarbij aan gebouwen, water, lucht, bodem, natuur
plinten met hoge kwaliteit en aantrekkelijke daken’ belangrijk.
en wegen. In de omgevingsvisie staat wat Rotterdam in de toe-
·De studie ‘Bouwen aan een groen Hillegersberg-Schiebroek’ is een Bouwen aan een groen Hillegersberg-Schiebroek
afwegingskader voor bouwen in relatie tot groenkwaliteit. Nieuwe
komst wil zijn: sterk, veerkrachtig en toekomstbestendig. Belangrijke uitgangspunten voor de omgevingsvisie zijn de 5 perspectieven. Die beschrijven in één woord wat voor stad Rotterdam wil zijn: compact, duurzaam, productief, inclusief en gezond.
ontwikkelingen moeten passen in het groene karakter en een bijdrage leveren aan het versterken van de groenstructuur in de wijk. Ieder (bouw)initiatief dient een groene bouwsteen (bestaande uit bomen, heesters, gras, planten en/of water) te bevatten. Deze bouwsteen kan bijdragen als verbinding in het grootschalige groene raamwerk van de wijk. De bouwstenen worden geborgd op het
10
terug naar index
NvU Liduinalocatie
Woonvisie Rotterdam 2030 (2016) ·De Woonvisie verwoordt de ambities om van Rotterdam een aan-
dat de woning mee kan veranderen met de woonwensen van de bewoner. Voor extra woonkwaliteit worden enkele suggesties gedaan
Duurzaamheidskompas (2020) ·AmbitieRotterdams is o.a. om in 2022 minimaal 20 hectare groen meer te heb-
trekkelijke woonstad te maken voor iedereen. Centraal in de op-
die specifiek voor een doelgroep gelden, of meer algemeen zijn. Ui-
ben dan er was in 2018. Nieuwe woningen worden niet meer op het
gave staat het beantwoorden aan de groeiende vraag naar wonen
teraard is hier veel ruimte voor de visie van ontwikkelende partijen.
gas aangesloten. Het vergroenen van de stad dient meerdere doe-
in Rotterdam. Dit vereist een betere balans in de woningvoorraad;
Ook afwijkingen zijn mogelijk, de ruimte hiervoor is afhankelijk van
len, waaronder regenwaterberging bij piekbelasting en het voorko-
meer differentiatie en meer woningen in het midden- en hogere
bijvoorbeeld de plek in de stad en de beoogde doelgroep.
men van hittestress.
segment. Ook moet de kwaliteit van woningen en woonmilieus kind-vriendelijkheid en ruimte voor wooncarrière in de wijk. Ieder-
Rotterdam Architectuurstad (2019) ·Het Rotterdamse architectuurbeleid heeft als doel optimale condi-
een heeft daarbij recht op goed wonen, zonder woonoverlast en zo
ties te bieden om de kwaliteit van de ruimtelijke ontwikkeling van
lang mogelijk zelfstandig thuiswonend.
de stad te bevorderen en een intelligent architectuurklimaat in Rot-
worden versterkt, met aandacht voor duurzaamheid, flexibiliteit,
·In 2019 heeft de gemeenteraad een aanvulling op de Woonvisie Woonvisie Rotterdam 2030 Addendum (2016)
2030 vastgesteld: de nota ‘Thuis in Rotterdam’, Addendum op de
terdam te stimuleren. Het verbinden van het karakter en identiteit van de bestaande stad met de ruimtelijke vertaling van actuele opgaven staat hierbij centraal.
in Rotterdam nóg beter laten aansluiten op de behoeften van Rot-
RMA - Rotterdamse Mobiliteitsaanpak (2020) ·De RMA legt voor de toekomst de nadruk op drie V’s: Volume, Ver-
terdammers. Het addendum gaat o.a. uit van het versnellen op de
anderen en Verschonen. Minder korte autoritten, en minder vaak
woningvoorraadontwikkeling en het bevorderern van energiezui-
de auto pakken, maar kiezen voor openbaar vervoer of actieve en
nig en milieuvriendelijk wonen.
gezonde mobiliteit. Het lopen naar dagelijkse voorzieningen wordt
Woonvisie. Met het Addendum wil de gemeente het woningaanbod
·Het Nieuw Rotterdams Kwaliteitsbeleid Wonen heeft als doel het Nieuw Kwaliteitsbeleid Rotterdams Wonen (2020)
makkelijk en aangenamer gemaakt. In buurtwinkelcentra is het belangrijk te investeren in verblijfskwaliteit en alternatieven voor de auto te faciliteren door goede wandel- en fietsroutes naar buurt-
realiseren van woonkwaliteit ten behoeve van een toekomstbe-
winkelcentra. Bij de inrichting moeten de voetganger en fietser op
stendige woningvoorraad. De locatie van de ontwikkeling is van
de eerste plek staan.,
belang voor de bepaling van het woonmilieu. Die geeft een ondergrens aan voor de gemiddelde woninggrootte. Om ontmoetingen te faciliteren is collectiviteit van belang. Hoe dit wordt ingevuld is
·
Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam (2022)
sterk afhankelijk van bijvoorbeeld locatie en doelgroep. We willen
Deze beleidsregeling heeft als doel om bij nieuwe bouwontwikke-
initiatiefnemers uitdagen dit thema op passende wijze op te pak-
lingen voldoende parkeergelegenheid te garanderen voor auto’s en
ken. Flexibiliteit is altijd van belang om in de toekomst een ander
fietsen voor de beoogde functies, zoals benoemd in de aanvraag
programma mogelijk te maken en daarmee onnodige afvalstromen
omgevingsvergunning.
en kosten te beperken. Flexibiliteit van de woning zelf zorgt ervoor
1. Introductie
terug naar index
11
2. Plangebied 2.1 Locatie 2.2 Historie 2.3 Huidige situatie 2.4 (Toekomstige) ontwikkelingen
12
terug naar index
NvU Liduinalocatie
Voormalige schoolgebouw met voorplein en naastgelegen woning
Liduinakerk met kenmerkende klokkentoren
Pastorie en groene voorruimte
Centrumvoorzieningen om de hoek van locatie: supermarkt en cafés
Streksingelplantsoen aan de kop van de Boezemvaart
Naastgelegen zorggebouw aan de Burgemeester de Villeneuvesingel, voor de nieuwbouw onderdeel van de stedenbouwkundige en architectonische eenheid.
2.1 Locatie Het ensemble van de Liduinakerk, pastorie en school is gesitueerd aan het begin van de Burgemeester Le Fevre de Montignylaan aan de noordzijde van de Bergse plassen in Hillegersberg. Op een knooppunt van een vijftal verschillende structuren: een hoger gelegen dijkweg, de Bergse Dorpstraat/Straatweg die vervolgens doorgaat in de Grindweg, de Argonautenweg met centrumvoorzieningen en de Streksingel met boezemvaart en een fraaie bomenrij onderdeel van het groensysteem en het Prinses Beatrixplantsoen. Het is een samenkomst van wegen op een hoogteplateau afkomstig van het afgeveende en later weer ingepolderde land, ook wel bekend als de steilrand, waardoor de Liduinakerk goed zichtbaar is vanaf het knooppunt. De locatie is een markante plek die de toegang van het tuindorp Molenlaankwartier markeert, een luxe woonwijk met een rijke en gevarieerde openbare ruimte.
Aan de rand van het hoogteplateau
14
terug naar index
Situering in Hillegersberg - knooppunt van vijf structuren
NvU Liduinalocatie
Positionering: Knooppunt De locatie is een scharnier tussen de grotere stedelijke korrel met centrumvoorzieningen en supermarkten aan de Argonautenweg en aan de andere kant de kleinschalige korrelgrootte van het tuindorp ‘Molenlaan’ met aaneengeschakelde grondgebonden woningen. De Liduinalocatie vormt een intermediair tussen beide schalen en kent een tweezijdige oriëntatie, enerzijds richting de Burg. L.F. de Montingylaan als herkenningspunt vanaf het stedelijke knoopunt en anderzijds richting de Burg. de Villeneuvesingel en het Liduinaplantsoen met een overwegend groen karakter. Aan de zijde van de Burgemeester de Villeneuvesingel is al reeds een schaalvergroting ontstaan door de nieuwbouw van het verzorgingstehuis en de nieuwbouw van de schoolcomplexen. De massieve klokkentoren, terugliggende rooilijn en hoekverdraaiing markeren de entree van het gebied. Het ensemble gaat een relatie aan richting het stedelijke knooppunt met het voorplein en plantsoen door de hoekverdraaiing van de klokkentoren, maar ook met het Molenlaankleinschalige Molenlaankwartier
kwartier door de verdraaiing van de pastorie aan de singel richting het Liduinaplein. Het trapeziumvormige voorplein wordt verder afgebakend door de terugliggende bebouwing onderdeel van de bebouwingsstructuur aan de Burg. L.F. de Montignylaan. Met de gevel van de school parallel aan het plein en de hoekwoning die met de zijgevel het plein omkadert. De groene scheggen rondom de pastorie zijn onderdeel van een ruimtelijke sequentie van overhoekse plekken aan deze laan.
grootschalige voorzieningencluster
Op een knooppunt van structuren, identiteiten en korrelgroottes
2. Plangebied
terug naar index
15
2.2 Historie Molenlaankwartier
Historische ontwikkeling Molenlaankwartier - bron : Ruimtelijke verkenning - Mei architecten
16
terug naar index
NvU Liduinalocatie
Het Molenlaankwartier is een woonwijk met een bijzondere gelaagdheid in architectuur (jaren ‘20 en ‘30 woningen, naoorlogse woningen en villabouw), maar met constante ruimtelijke principes. Het creëren van een aantrekkelijke groene woonwijk met een hoge architectonische kwaliteit was de rode draad voor de uitbreidingsplannen.
1877 - Polderlandschap als basis
als basis: Voordat de eerste uitbreidingsplannen voor · Polderlandschap het Molenlaankwartier in 1920 getekend werden, was dit deel van Hillegersberg onderdeel van de rond 1770 drooggemaakte Boterdorpse Polder. De grenzen, historische routes en de inrichting van de Boterdorpse Polder met de langgerekte, oost-west georiënteerde kavels zijn in grote mate sturend geweest voor de huidige opzet van de wijk. hybride tuindorp: de Molenlaan, een lijn in de oude polderstructuur, · Een dient als hartader van de wijk met daaromheen een aantal ringwegen met bebouwing en een groter aaneengesloten groensysteem met een net van wandelwegen, bestaande uit singels met boombeplanting, plantsoenen, beplante overhoeken en voortuinen. Het groen vervulde op zowel regionaal als lokaal niveau een rol, voor een zo groen mogelijk straatbeeld. Deze verschillende schaalniveaus van groenstructuren zijn rondom
Topografische kaart met kerkprojectie: de drooggemaakte Boterdorpse Polder met langgerekte, oost-west georiënteerde kavels zijn in grote mate sturend geweest voor de huidige opzet van de wijk.
de Liduinakerk goed waarneembaar. De grote structuren bestaande uit de Streksingel met een fraaie bomenrij welke doorloopt in het Prinses Beatrixplantsoen en de bomenlaanstructuur aan de Burg. Le Fevre de Montignylaan. Vervolgens de driehoekige plantsoenen, onder andere aan het Liduinaplein en de kop van de singel met mee ontworpen bakstenen muurtjes en beplanting. En als laatste de groene stempels onderdeel van de losstaande bebouwing met beplante overhoeken, groene voortuinen en hagen. systeem van ringwegen en groenstructuren verdeelde het naoorlogse · Het deel van de wijk in een aantal bebouwingsvelden met een eigen typologie of signatuur. De bebouwingtypologieën werden geclusterd: het merendeel van de terreinen werd bestemd voor eengezinswoningen in een open bebouwing en afgewisseld met velden voor bungalows en velden met bijzondere bebouwing, zoals scholen en kerken. Het veld van de Liduinakerk met de pastorie en het schoolgebouw kan gezien worden als een veld met bijzondere bebouwing en is verder ingevuld met o.a. een woonzorglocatie en een middelbare school.
2. Plangebied
De parochie van de heilige Liduina gesticht in 1925 als een van de eerste bouwwerken in het polderlandschap. De kruisvormige noodkerk St. Liduinakerk met muziektent functioneerde als beginpunt en markering van de nog te verder ontwikkelen Burg .L.F. de Montignylaan.
terug naar index
17
Opbouw in viertal fasen: Het Molenlaankwartier is grofweg in vier fasen tot stand gekomen; fases die elk een eigen bebouwingsbeeld opleverden.
1921 - Uitbreidingsplan Hillegersberg
1925 - Uitbreidingsplan Molenlaankwartier
Historische linten en van het plan afwijkende bebouwing:
1e bouwgolf: standaard wordt gezet met plannen aan weerszijden van de Molenlaan en niet geheel
Naast de historische bebouwingslinten, is er nog een aantal vroege gebouwen of complexen die afwe-
conform de in het uitbreidingsplan geschetste idylle van voorname villa’s in het groen, maar gescha-
ken van het geplande karakter van het Molenlaankwartier als luxe woonwijk in een open bebouwing,
kelde woningen en een complex van 100 arbeiderswoningen met winkels. De architectuur van deze
bijvoorbeeld een woonbuurtje van acht witte huizen gebouwd in de oksel van de Strekkade en de Bur-
vroegste bouwinitiatieven zijn relatief sober. Enige uitzonderingen daargelaten: de Parochie van de
gemeester Le Fèvre de Montignylaan.
heilige Liduina wordt gesticht met bebouwing ontworpen door Architect J. van Teeffelen.
1934 - Uitbreidingsplan Molenlaankwartier
1954 - Uitbreidingsplan Noorden van de Voorplas
2e bouwgolf:
afronden en stroomlijnen: gevelwanden van laagbouw met een grote eenheid in de architectoni-
o.a. gebied aan Burgemeester Le Fèvre de Montignylaan wordt gevuld met woningbouw. De archi-
sche uitwerking. Twee-onder-een-kappen en rijtjeswoningen met diepe voortuinen wisselen elkaar
tectuurstandaard ligt hoog, met aandacht voor een zekere eenheid in alle verscheidenheid. Voor het
af. Daarnaast ook een hoogbouwcomplex, etagebouw en een aantal flats. In deze periode is de ge-
eerst werd met architectuur ook vorm gegeven aan de publieke ruimte: gedetailleerde gevelwanden
velwand aan de Grindweg van de locatie gevuld met twee-onder-een kappers en rijtjeswoningen.
met slimme hoekoplossingen begeleiden een rijke openbare ruimte met een afwisseling van beplante
Daarnaast is rond 1954 de kerk ingrijpend vergroot naar plannen van J. Hendriks, W. van der Sluys
overhoeken, singels, monumentale bomen en kleine pleinen. Zowel de vooroorlogse als de naoorlogse
en L.A. van den Bosch door onder andere een klokkentoren voor de oude kerk te plaatsen.
woningbouw laat een grote rijkdom of plasticiteit in het gevelbeeld zien. De plasticiteit wordt tot stand
18
gebracht door de toepassing van samengestelde kapvormen, vormgegeven schoorstenen, verschillen-
1965-heden: de blik naar binnen
de vensterformaten in één gevel, erkers, balkons (soms inpandig), terugliggende en naar voren sprin-
Eind jaren zestig bleek de vraag naar luxe woning¬bouw ongekend groot, met name de bungalows
gende geveldelen. De Liduinalocatie was onderdeel van de fase van 1922-1940. “Een bijzonder complex
waren populair. De rijke architectuur die in de jaren dertig en vijftig nog een belangrijke bijdrage
dat vanaf 1925 de toegang tot de wijk vanaf de Burgemeester Le Fèvre de Montignylaan zou markeren
vormde aan het straatbeeld, is hier echter verstopt in naar binnen gekeerde buurtjes. In deze perio-
was het ensemble van scholen, kerk, pastorie en bejaardenwoningen van de in dat jaar opgerichte pa-
de is het bejaardenhuis gesloopt en een nieuw woonzorgcentrum voor ouderen teruggebouwd. Op
rochie van de heilige Liduina.”
het achterterrein is een nieuwe school en gymzaal gebouwd in een afwijkende opzet.
bron: cultuurhistorische verkenning ‘Molenlaankwartier‘
terug naar index
NvU Liduinalocatie
Waardering Cultuurhistorische Verkenning (2017) D. Van waarde vanwege de markante ste-
Mozartlaan
denbouwkundige situering aan het begin van Burgemeester Le Fèvrelaan met voorplein en de ensemblewaarde. Beeldbepalende gebouwen
I
31 waardering
Burgemeester Le Fèvre de Montignylaan 7-19 Van Beethovenlaan
Ensemble van school, kerk en pastorie.
B
Daarnaast het beginpunt en een hoekverbij-
A
zondering van twee kenmerkende gevelwan- Grindweg
Molenlaan
E
den en groenblauwe structuurlijnen, de Burg. L.F. de Montignylaan en de Villeneuvesingel.
Grindweg
C
E
D
structuur / route
Burg L F de Montignylaan
F
water- en groenstructuur Terbregse Rechter Rottekade
G
kenmerkende gevelwand
Breedveldsingel D
H
J
boom rijksmonument
K
gemeentelijk monument
L
toekomstig gemeentelijk monument BBP historische linten 2012
Strekkade
voorstel BBP
Structuren en routes
Water- en groenstructuur
tier ligt hoog, met aandacht voor een zekere eenheid in alle ver-
Van waarde is de begrenzing van de wijk door historische routes
Van waarde voor de ruimtelijke kwaliteit van de wijk zijn de singel-
scheidenheid. Met architectuur wordt in het Molenlaankwartier,
met elk een eigen karakteristiek: de Grindweg, de Strekkade en de
structuren met (boom)beplanting. De singels en beplante wegen
en zeker in het vooroorlogse deel, vorm gegeven aan de publieke
monument
Terbregse Rechter Rottekade. Van belang zijn de hoogteverschillen
vormen een bewust ontworpen groensysteem, dat een grote bijdra-
ruimte: gedetailleerde gevelwanden met slimme hoekoplossingen
12
tussen deze structuren en de lager liggende woonwijk, de pandsge-
ge levert aan de ruimtelijke kwaliteit van het Molenlaankwartier.
begeleiden een rijke openbare ruimte. Behoud de stedenbouwkun-
wijze opbouw en de bescheiden maat en schaal van de bebouwing.
Van waarde is de ruimtelijke rijkdom door een variatie aan straat-
dige en architectonische eenheid in de bij de waardering genoem-
profielen, singels met boombeplanting, gerende vormen van plant-
de gevelwanden.
Van waarde is de hoofdstructuur van de wijk: een systeem van een
soenen, beplante overhoeken en voortuinen die bijdragen aan het
binnenring (Van Beethovenlaan, Burgemeester F.H. van Kempen-
groene straatbeeld.
singel, Burgemeester Le Fèvre de Montignylaan) en een buitenring
Voorstel aanvullende beeldbepalende panden In de CV zijn aanvullend gebouwen of complexen geselecteerd, die
(Mozartlaan, Nachtegaallaan, Burgemeester de Villeneuvesingel)
Bebouwingsbeeld
vanwege hun stedenbouwkundige ligging, bijzondere architectoni-
met een hoogwaardige inrichting van de openbare ruimte.
De bijzondere gelaagdheid in architectuur levert een rijk bebou-
sche kwaliteit of typologische uniciteit een belangrijke functie in
wingsbeeld op. De architectuurstandaard in het Molenlaankwar-
het straatbeeld vervullen. Het ensemble is daar onderdeel van.
2. Plangebied
terug naar index
19
Welstand gebiedstype: Tuindorpen – groen en kleinschalig karakter De cultuurhistorische waardering is gedetailleerd opgenomen in de welstandscriteria en is een belangrijk startpunt voor de nieuwe ontwikkeling. in ontwerp: bebouwing, openbare ruimte en groen · Eenheid vormen een afgerond, samenhangend geheel. functies zoals een kerk zijn op centrale plekken · Bijzondere gesitueerd. de paden staan hagen. · Langs De hoeken van de bouwblokken bestaan vaak uit meerdere · aaneen gebouwde volumes. straatwanden zijn meestal vormgegeven met kleine spron· De gen in de rooilijn en subtiele verdraaiingen.
Bij de tuindorpen van vóór 1940 is sprake van eenheid in ontwerp: bebouwing, openbare ruimte en groen vormen een afgerond, samenhangend geheel. Zowel plattegrond als bebouwing dragen een duidelijk ontwerpstempel. De hiërarchische opbouw is een-
Ruimtelijke inpassing
passen binnen de architectonische eenheid · Bouwinitiatieven van het ensemble (in dit gebiedstype gevormd door rijen woningen), blijven daaraan ondergeschikt en verstoren deze niet.
voudig en wordt versterkt door de bebouwing. Bijzondere functies zoals winkels, een kerk of een school zijn op centrale plekken gesitueerd. De straten variëren in lengte en bestaan uit rijen woningen die meestal een voortuin hebben. Langs de paden staan hagen. De hoeken van de bouwblokken bestaan vaak uit meerdere aaneen gebouwde volumes. De straatwanden zijn meestal vormgegeven met kleine sprongen in de rooilijn en subtiele verdraaiingen. Uitgangspunt van het ruimtelijke beleid en de welstandstoets is het behouden dan wel herkenbaar houden van de kenmerkende sa-
Verschijningsvorm
Nieuwbouw heeft een heldere en eenvoudige hoofdvorm. · Aanen uitbouwen, dakkapellen, dakopbouwen en andere · ingrepen aan het hoofdgebouw zijn in samenhang met de architectonische eenheid ontworpen.
koppen van een woningrij, aan het plein of op de hoek van · De de straat worden verbijzonderd. elementen binnen een gevelwand (dakvlak, gootlijn, · Bindende ingangspartijen, schoorstenen, balkonstroken e.d.) blijven bij
menhang tussen bebouwing, openbare ruimte en groenstructuur.
verbouw in stand of sluiten bij nieuwbouw aan op het bestaan-
Bij renovaties gaat het erom de woningen in de gevelwand zo veel
de.
mogelijk identiek te houden, bindende elementen te handhaven en de helderheid van de overgangen tussen privégroen en groene openbare ruimte te bewaren. Bij nieuwbouw is het van belang om te streven naar een bloksgewijze aanpak, waarbij de nieuwbouw is afgestemd op de omliggende bebouwing en op het groene karakter van het tuindorp.
elementen zoals voordeuren, vensters en schoor· Ritmerende stenen zijn bij vervanging per architectonische eenheid gelijk of krijgen tenminste dezelfde vormentaal.
erfafscheidingen zijn onderdeel van de architecto· Gebouwde nische eenheid. duidelijke onderscheid tussen privégroen en (groene) · Het openbare ruimte blijft intact, voor zover mogelijk met behoud van de oorspronkelijke groene of gebouwde erfafscheidingen en voortuinen. Materiaal, kleur en detaillering
is ambachtelijk en benadrukt het kleinschalige · Detaillering karakter van de bebouwing. en detaillering zijn afgestemd op die van de · Materialen oorspronkelijke bebouwing (vooral baksteen, hout en zink) en kwalitatief ten minste gelijkwaardig daaraan.
20
terug naar index
NvU Liduinalocatie
2.3 Historie ensemble Historie Ensemble
ensemble is in de cultuur historische verkenning opge· Het nomen als beeldbepalend: ‘‘Een bijzonder complex dat vanaf 1925 de toegang tot de wijk vanaf de Burgemeester Le Fèvre de Montignylaan zou markeren was het ensemble van scholen, kerk, pastorie en bejaardenwoningen van de in dat jaar opgerichte parochie van de heilige Liduina.”
1925 is tijdens het Uitbreidingsplan Molenlaankwartier de · Inparochie van de heilige Liduina gesticht naar een ontwerp van Architect J. van Teeffelen.
1934 is het gebied verder uitgebreid met een pasto· Omstreeks rie, zesklassige roomskatholieke jongensschool, verenigingsgebouw en een rusthuis. Huize Liduina werd opgericht als het wooncomplex annex bejaardenhuis voor de eigen bejaarden van de parochie van Sint Liduina in Hillegersberg. Het geheel vormde één herkenbaar ensemble.
1954 is de kerk ingrijpend verbouwd en vergroot door J. · InHendriks, W. van der Sluys en L.A. van den Bosch door een uitbreiding rondom de kerk en een toevoeging van een klokkentoren in Delftse School aan de voorzijde.
is het rusthuis gesloopt en vervangen door het huidige · 1986 verzorgingshuis. Het toenmalige gebouw van Liduina was te verouderd en renovatie daardoor te duur. Eerst werd het klooster voor de helft afgebroken en werd de ene vleugel van het huidige gebouw opgebouwd. Daarna kon de andere kant onder handen worden genomen. In dit huis is er plek voor 111 mensen.
is het verenigingsgebouw gesloopt · 2012 De school is niet meer in gebruik en wordt tijdelijk beheerd. · 2018 worden er plannen gemaakt voor één nieuw kerkgebouw · in Schiebroek waar een paar parochies fuseren, het kerkgebouw zal zijn functie verliezen.
verwachting zal in de periode 2024-2026 het nieuwe kerk· Naar gebouw de Verrijzeniskerk te Schiebroek worden gerealiseerd.
2. Plangebied
Luchtfoto van het ensemble voor de sloop van het verengingsgebouw op het achterterrein en de nieuwbouw van het verzorgingstehuis aan de Villeneuvelsingel. Daarnaast de gymzaal op het achterterrein onderdeel van de Toorop middelbare school. De ingrijpende verbouwing en vergroting van de kruiskerk met nieuwe klokkentoren en uitbreiding aan de achterzijde is goed zichtbaar vanuit de lucht. Tevens het groene karakter rondom de kerk en pastorie als onderdeel van de singelstructuur en kenmerkende bomenlaan aan de Burg. L.F. de Montignylaan.
terug naar index
21
Historie Liduina ensemble
Historische ontwikkeling Liduina ensemble - bron : Mei architecten
22
terug naar index
NvU Liduinalocatie
2.4 Huidige situatie Status van de huidige panden De uitbreiding van de kerk heeft de nodige wijzigingen gebracht; de oorspronkelijke kerk is in alle hoeken uitgebouwd. De bestaande structuren zijn aangepast op een manier waardoor weinig bestaande elementen uit de jaren ‘30 herkenbaar zijn gebleven. Het gevelfront is uitgebouwd met een massieve klokkentoren uit de jaren ‘50 en aan de achterzijde zijn de oorspronkelijke gevelopeningen op een vrij grove manier dicht gezet. Dit heeft aan de binnenzijde geresulteerd in een meer gesloten en donkere binnenruimte. De kenmerkende elementen worden bij het vertrek van parochie uit de kerk gehaald, glas in lood elementen, de kerkbel en andere elementen aan het gebouw.
dichtgezette gevelopeningen (1955)
2. Plangebied
zijbeuken met cassetteplafonds (1955)
terug naar index
23
Typologie buitenruimte Rotterdamse stijl Tuindorpidylle 1920-1940 De singels in de tuindorpen uit de jaren ’20 en ’30 zijn veelal wat smaller met lagere, aangrenzende bebouwing. De lange waterpartijen kennen relatief steile taluds. Gebruik is gemaakt van solitaire bomen en korte bomenrijen.
singel
De buitenruimte rondom de locatie bestaat uit een formele zijde aan de Burg. L.F. de Montignylaan met driehoekige scheggen, een trapeziumvormig voorplein en pastoriegroen de hoek om. Aan de oostkant van de Burg. de Villeneuvesingel is een constante singelzijde: een bomenlaan met villa’s in het groene woonmilieu. Aan de zijde van de singel zijn drie verschillende singel identiteiten te herkennen. De westelijke
Drie verschillende singel identiteiten
zijde van de singel bestaat uit aan de noordzijde een goed intact gehouden alzijdige singelvijver, de formele oever bij het zorggebouw en de informele zijoever bij de liduinalocatie met overwoekerd groen. Door de toevoeging van het nieuwe zorggebouw zijn de verschillende singel identiteiten ontstaan en is het goed voorstelbaar dat de zijoever van de Liduinalocatie een nieuw eigen karakter krijgt.
Constane gevellijn met villa’s in groen woonmilieu
statige bomenlaan
24
terug naar index
NvU Liduinalocatie
3. Ruimtelijke en programmatische uitgangspunten 3.1 Cultuurhistorie 3.2 Programma 3.3 Stedenbouw 3.4 Openbare ruimte
25
terug naar index
NvU Liduinalocatie
3. Ruimtelijke en programmatische uitgangspunten
terug naar index
26
3.1 Cultuurhistorie Het ensemble is als beeldbepalend object opgenomen in de cultuurhistorische verkenning. Het is een cluster van verschillende typen bebouwing en maatschappelijk programma die onderdeel vormden van een groter geheel. Het huidige ensemble bestaat uit een schakering in volumes en kappen. Van dit ensemble zijn door de jaren heen al enkele elementen gesloopt of verbouwd. De oorspronkelijke kerk is in het straatbeeld niet meer volledig herkenbaar door de uitbreiding in de jaren ‘50 met de toevoeging van de klokkentoren. De oriëntatie en positionering van deze klokkentoren vormt een herkenbaar baken in de wijk. Het beeldbepalende ensemble wordt gevormd door massa, ruimte en groen. Architectuur en buitenruimte vormen één geheel. Uitgangspunt vanuit het welstandsbeleid: behouden dan wel herkenbaar houden van de kenmerkende samenhang tussen bebouwing, openbare ruimte en groenstructuur. De 3 onderstaande punten zijn uitgangspunten vanuit de cultuurhistorie voor deze ontwikkeling.
Bebouwing Bebouwing
:
1. Eenheid in herkenbaar gevelfront Behoud van beeldbepalend gevelfront minimaal bestaande uit;
· Klokkentoren en hoekverdraaiing van de achterbouw · Gehele pastoriewoning · Voorgebouw van de school
27
terug naar index
Voorplein Voorplein Één grote massa 2. Bindende buitenruimte
· Voorplein gecreëerd door terugliggende rooilijn en hoekver· draaiing van Liduinakerk en pastorie groene entree van de wijk in samenhang met groene ruim· een tes van scheggen en singelstructuren Buitenruimte als verbindend element rondom de bebouwing
ruimtelijk principe korrelgrootte: klein houden
Groene inrichting Groene inrichting 3. Aansluiten bij korrelgrootte ensemble en Ensemble waarde omgeving elementen die samen een geheel vormen · losse wisselende hoogtes en hoekverdraaiing · nieuw volume op binnenterrein zodat het bestaande gevelfront · behouden blijft
NvU Liduinalocatie
3.2 Programma
dan 60m2. Voor grondgebonden programma wordt een minimale
bindend, dus de schuifruimte zit in woninggrootte en aantallen.
gebruiksoppervlakte van 95m2 gbo gehanteerd. Echter zien we ge-
Er kunnen ca. 30 woningen gerealiseerd worden.
zien de locatie en het segment hier liever grotere woningen met va-
Het programma dient goed te passen in de omgeving en een aanvulling te zijn op het omringende woonmilieu wat vooral bestaat uit grondgebonden koopwoningen in het hogere prijssegment.
riatie in oppervlakte tussen de 85-150m2. De totale bouwenvelop
· appartementen in het hogere prijssegment.Dit draagt bij aan
· maissonettes in volledige nieuwbouw. In de gerenoveerde
Het beoogde programma binnen de ontwikkeling bestaat uit
binnen het gebouw bevindt zich vooral in de · Ontmoeting klokkentoren, daar zijn de brievenbussen van alle woningen en
in woningen met een gemiddeld oppervlakte van ca. 145 m2 gbo.
mogelijk andere kleine collectieve voorzieningen geclusterd.
Woningtypologie bestaat uit appartementen met terras of
het doorschuiven op de woningmarkt in deze wijk.
pastorie kunnen 1 a 2 woningen gerealiseerd worden. Dit zal
Deze woningen zijn goed geschikt voor bewoners van momen-
een uniek woonproduct opleveren met de gedeelde vide in het
· teel grote (grondgebonden) gezinswoningen, die graag kleiner,
Inclusiviteit
180 m2 bvo. Uitgaande van een vormfactor van 80% resulteert dit
omvat ca. 5.500 m2 bvo. Dit resulteert in ca. 30 woningen van ca.
midden. Hier kunnen twee huishoudens samenwonen. In de
binnentuin is een collectieve buitenruimte voor alle bewo· De ners. In combinatie met het bouwwerk van de fietsenstalling kan daar een ontmoetingsplek gerealiseerd worden.
dak van tweelaagse tussenstuk te midden van de nieuw· Het bouw dient bij voorkeur als collectief dakterras ingericht te worden.
gelijkvloers, met lift en levensloopbestendig willen wonen. Zo
kop van het schoolgebouw kunnen na renovatie ook 2 wonin-
komen gezinswoningen voor starters en jonge gezinnen vrij.
gen gerealiseerd worden, zij zullen de bestaande entree van
bebouwing dient alzijdig georiënteerd te zijn. De entrees · De aan de westzijde zijn makkelijk bereikbaar vanaf het voorplein.
de school delen. De nieuwbouw is bereikbaar via de markante
Entrees aan de oostzijde dragen bij aan een goed gebruik van
klokkentoren en biedt nieuwe hedendaagse woningen in een
collectieve binnentuin. De massa staat midden op het plot en is
cultuurhistorische en groene setting.
omzoomd door groen en heeft dakterrassen en gevelopeningen
Het gaat om een uniek woonproduct bestaand uit ruime wo-
rondom.
pastorie blijft behouden. Hier zijn woon-werkconcepten · De goed voorstelbaar. Hier kunnen één of meer huishoudens komen te wonen.
Wonen
· ningen in het topsegment. Met een renovatie van de bestaande
De Liduinalocatie is een verdichtingslocatie met een bijzondere
panden, een halfverdiepte parkeergarage en nieuwe toegangs-
locatiekwaliteit waarbij de functie wordt omgezet naar wonen. We
brug. Het gaat om een woonproduct waar de nadruk minder
kunnen hier een bijzondere woningbouwlocatie realiseren met een
ligt op grote privé buitenruimtes, de identiteit wordt bepaald
aansprekende typologie; wonen in en naast een kerkgebouw is een
door het wonen in een gemeenschappelijke tuin. De nadruk
aanwinst voor de wijk en biedt bewoners een bijzonder woonmilieu.
ligt op het collectieve, niet op het individuele passend bij het
De woningen zijn geschikt voor kleine huishoudens en gezinnen, de
oorspronkelijke gebruik van de locatie.
oren. Dit geeft ruimte voor doorstroming; empty nesters die nu nog
gaat het om maximaal 5.500 m2 BVO dit is incl. de vier· Totaal kante meters voor de half-inpandige balkons, loggia’s, vides
een grote eengezinswoning in de buurt bezitten, kunnen hier een
en architectonische verbijzonderingen. De pastorie is ca. 470
riante woning betrekken met nieuwbouwkwaliteit. Ook met het oog
m2 BVO. Het hoofdgebouw van de school is ca. 330 m2 BVO
op een veranderende zorgvraag, kan dit een goede stap zijn in hun
met een mogelijke uitbreiding van ca. 85 m2 BVO. De nieuw-
wooncarrière. De eengezinswoning wordt dan weer vrijgespeeld
bouw bedraagt ca. 4615m2 dit is inclusief de klokkentoren
voor een gezin.
op de begane grond (ca. 100m2) voornamelijk inzetbaar voor
verwachting is dat de woningen aantrekkelijk zullen zijn voor seni-
het trappenhuis en collectieve ruimtes voor ontmoeting. De
28
Hier passen woningen bij in het hogere en topsegment met een
bouwenvelop is strak omlijnd en de footprint van de parkeer-
royale gebruiksoppervlakte. Conform het Kwaliteitsbeleid Wonen
garage geeft ruimte aan ca. 45 parkeerplaatsen. Afhankelijk
geldt hier een minimaal gemiddelde gebruiksoppervlakte van
van de woninggrootte en desbetreffende parkeernorm wordt
70m2 voor appartementen, de woningen mogen niet kleiner zijn
het aantal woningen bepaald. De aantal parkeerplaatsen zijn
terug naar index
NvU Liduinalocatie
Randvoorwaardenkaart Cultuurhistorische ensemble waarde behoud en volledige renovatie van beeldbepalend gevelfront minimaal bestaande uit: 1
hoofdgebouw school
2
klokkentoren Liduinakerk
3
pastoriewoning met vide
A B verbindende buitenruimte grenzend aan openbaar gebied
Stedenbouw 3L
bouwhoogte op halfverdiepte parkeergarage (max. +1,2m) maximale bebouwingscontour nieuwbouw hoofdentree met brievenbussen in klokkentoren entrees indicatief markante zichthoeken positie en maximale overkraging balkons (max. 1,5m diep) positie en maximale afmetingen terrassen i.v.m. groene inpassing groen parkeerdek halfverdiepte garage (max. +1,2m t.o.v. maaiveld) energiedak groenblauw dak i.c.m. collectief dakterras
Buitenruimte als bindend element bestaande perceelgrens D
potentiële perceelgrenscorrectie met zorggebouw
A
formele voortuin en hoofdentree van gebied
B
informele zijtuin aan de singel
C
informele collectieve achtertuin met wandelpad groene erfafscheiding behoud of verplant z.v.m. bestaande bomen op eigen terrein
Mobiliteit A
voetgangersgebied (op hulpdiensten na) volledig autovrij wandelpad bewoners fietsenstalling tegen erfgrens onderdeel van binnentuin
P
inrit (half)verdiepte parkeergarage als insnede in de tuin nieuwe singelbrug t.b.v. parkeergarage - precieze positie n.t.b.
3.3 Stedenbouw De parochie in de Liduinakerk zal samengaan met de kerken in Overschie en Schiebroek tot een nieuw te bouwen parochiekerk in Schiebroek. Hierdoor komt het perceel van de Liduinakerk met bijbehorende pastorie en buitenruimte vrij voor herontwikkeling. Het schoolgebouw en schoolplein is al enige tijd niet meer in gebruik en wordt tijdelijk beheerd. De herontwikkeling naar woningbouw biedt kansen om het cultuurhistorisch ensemble nieuw
Maximale bouwenvelop Het maximale bouwvolume bestaat allereerst uit behoud en
leven in te blazen. De herontwikkeling zal bijdragen aan het karakter van de statige omgeving met veel ruimte voor groen op een wijze die recht doet aan de maat en schaal van het Molenlaankwartier. De gebouwtypologie dient te passen bij de welstandsgebiedstypologie ‘tuindorpen’ en aan te sluiten op de aangrenzende gebiedstypologie ‘historische linten en kernen’.
renovatie van het kenmerkende en bestaande cultuurhistorische gevelfront. Het aanzicht en de compositie vanaf openbaar gebied dient in stand te blijven, bestaande uit minimaal:
hoofdgebouw van de school · het originele klokkentoren en aansluitend een volume die qua kor· relgrootte en goothoogte passend is bij de pastorie en kerk · gehele pastorie met kenmerkende vide en interne kwaliteit Als het gevelfront en de bestaande korrelgrootte intact blijft, is nieuwbouw met een terugliggende optopping op het binnenterrein mogelijk indien oud en nieuw stedenbouwkundig in balans zijn en een overtuigend geheel vormen. Uitgangspunt voor de nieuwbouw zijn heldere en eenvoudige volumes zodat de beeldbepalende panden er als verbijzondering uitspringen en voldoende buitenruimte rondom de bebouwing blijft. Het nieuwe bouwvolume dient met respect voor het ensemble ingepast te worden waarbij de klokkentoren als hoogteaccent herkenbaar blijft. Het bouwvolume op het binnenterrein bestaat uit 3 onderdelen: 1. de nieuwe achterbouw passend bij de klokkentoren: in lijn met de bestaande footprint, massa en kenmerken van het kerkgebouw zodat het aanzicht en de korrelgrootte vanaf de straat hetzelfde blijft. Dit betekent een onderbouw van maximaal 2-3 lagen met kap en een goothoogte conform de bestaande kerk. 2. een verlaagd en inspringend tussenstuk van 2 lagen: om het volume ter plekke van de kerk helder en herkenbaar te houden, verbindt een tussenlid van 2 lagen de inbreiding op het binnenterrein passend bij de korrelgrootte. 3.
Nieuwbouw op het binnenterrein bestaande uit een 3-laagse onderbouw met een opbouw van bij voorkeur 1 laag, maximaal 2 lagen.
Het totale nieuwe volume is zo gedimensioneerd dat er een efficiënte parkeergarage onder past, dit betekent voor de woningbouw een maximale footprint van 1.550 m2 BVO en in totaal maximaal 5.500 m2 BVO. Het bouwvolume dient een heldere hoofdvorm te krijgen, Helder en eenduidige nieuwbouw volume: zo veel mogelijk behoud van cultuurhistorische gevelfront en inbreiding op het achterterrein.
30
terug naar index
met herkenbare hoeken en dakbeeïndiging.
NvU Liduinalocatie
Maximale bebouwingslijnen en rooilijnen Aangezien het gevelfront van het ensemble intact dient te blijven, volgt de rooilijn de bestaande bebouwing met uitzondering op het binnenterrein. De compositie richting openbaar gebied wordt getypeerd door een verspringende gevellijn en een opvallend hoekverdraaiing van de kerk en pastorie. De pastorie en kerk zijn in de huidige situatie met elkaar verbonden, maar ten behoeve van de luchtigheid en doorwaadbaarheid in het gebied wordt de pastorie losgekoppeld. Het nieuwe bouwvolume achter de klokkentoren voegt zich grotendeels in de footprint van de bestaande kerk en dient goed aan te sluiten op de hoogteverschillen van de klokkentoren met een symmetrische kruiskap. De verdraaiing van de pastorie en de voormalige kerk wordt parallel doorgezet in het volume op het binnenterrein, hierdoor blijft er voldoende buitenruimte rondom de massa. De hoekverbijzondering wordt zo juist versterkt tussen de afwijkende posities van het bestaande verzorgingsgebouw en gymzaal. De maximale rooilijn op het binnenterrein verspringt zodat de massa uit samengestelde volumes bestaat en er voldoende afstand blijft vanaf de perceelgrenzen en de omliggende bebouwing. De optopping van de 4e en 5e laag zijn even groot en hebben een setback rondom zodat deze massa voldoende ondergeschikt blijft aan de hoofdmassa.
De asymmetrische setback op de 4e en 5e laag zorgt voor een functionele buitenruimte aan de zuid-westzijde.
Maximale contour bouwvolume en maximale contour halfverdiepte parkeergarage
3. Ruimtelijke en programmatische uitgangspunten
maximale roolijnen en bestaande footprint kerkgebouw
terug naar index
31
Compositie
Door het tweelaagse tussenlid wordt de achterste massa gelezen
Entrees
De maximale bouwenvelop is zo gecomponeerd dat de klokkento-
als een losstaand volume op het binnenterrein. De inbreiding op
De hoofdentree van de nieuwbouw bevindt zich in de klokkentoren,
ren als hoogteaccent herkenbaar blijft en de achterbouw qua volu-
het achterterrein valt weg achter het gevelfront vanaf de Burg.L.F.
hier hangen de brievenbussen voor alle woningen en is de toegang
me aansluit op de klokkentoren en pastorie. Vanaf de singel is de
de Montignylaan en is waar te nemen als bebouwing op de tweede
naar de parkeergarage. Ook voor de pastorie en het schoolgebouw.
nieuwbouw achter de klokkentoren ondergeschikt aan de pastorie
linie. Vanuit cultuurhistorie wordt op deze manier het meest recht
Het behoud van de klokkentoren dient ook in de plattegronden een
en komt de bouwhoogte niet boven de pastorie uit. De aansluiting
gedaan aan het beeldbepalende gevelfront vanaf openbaar gebied.
logische uitwerking te hebben, te denken aan een lange entreehal
van de klokkentoren en de nieuwbouw vraagt een overtuigend loca-
De nieuwbouw dient goed in te spelen op de schakering van het be-
conform bestaand gebruik in het kerkgebouw. De nieuwbouw dient
tiespecifiek ontwerp en een passende architectonische bewerking
staande ensemble en gevelfront.
alzijdige ontworpen te worden, zo zijn ook entrees in de binnentuin
van de gevel.
32
terug naar index
voorstelbaar en dragen bij aan een levendige binnentuin.
NvU Liduinalocatie
Half-inpandige balkons
grote privé buitenruimtes, de identiteit wordt bepaald door het wo· Geen nen in een gemeenschappelijke tuin. voor de bouwmassa zijn helder en eenvoudige volumes: · Uitgangspunt geen grote uitkragingen. Vermijd elementen die los aan de massa hangen
Positie en maximale contour (half)inpandige
half-inpandige balkons
en het volume extra opdikken. Inpandige balkons (loggia’s) zijn overal mogelijk, maar is het uitgangspunt aan de zijde richting openbaar gebied. Half-inpandige balkons met een maximale overkraging van 1,5 meter zijn
balkons en terras
het parkeerdek dienen de balkons groen · Op worden ingepast inpandige balkons (loggia’s) aan de · Volledig zijde richting openbaar gebied en onderdeel van de architectuur
mogelijk op de aangewezen posities. Half-inpandige balkons dienen onderdeel te zijn van de architectuur en het bouwvolume. Verhoogde dak-
terras op dek
rand is onderdeel van het dakterras op het binnenterrein.
· werk van ca. 1,5m en dienen groen te worden ingepast, dit betekent ca. Terrassen op de halfverdiepte parkeerbak hebben een terugliggend hek-
terras
0,5m extra gronddekking voor de groene inpassing van de balkons op de parkeergarage.
grondgebonden woningen krijgen terrassen grenzend aan het collec· De tieve groen, er worden geen tuinen uitgegeven. Er zal er geen bestemming
inpandige balkons
‘Tuin’ in het bestemmingsplan worden opgenomen. Vergunningsvrije bouwwerken zijn hiermee uitgesloten, zodat de relatief kleine gemeenschappelijke tuin qua omvang gewaarborgd blijft. Dakinvulling
Dak en collectief terras
privé dakterras
· De kap achter de klokkentoren dient één overtuigend geheel te vormen · en architectonisch ingepast. De kap heeft een max. nokhoogte: 13,2 m Daken dienen met kap of een groen / energiedak worden uitgevoerd.
groenblauw dak
en een max. goothoogte: 10,2 m. Er zijn geen dakkapellen toegestaan zodat een strak en helder volume ontstaat .
· dak zodat de heldere hoofdvorm van de massa herkenbaar blijft. De uit-
Voor de nieuwbouw op het achterterrein wordt uitgegaan van een plat
collectief groendak
daken met aandacht voor ecologie en · groene biodiversiteit daken - zonnepanelen met een · groenblauwe sedumdak dakterras op achterbouw met verhoog· privé de dakrand
groen dak
breiding achter de school mag met kap of plat dak worden afgewerkt. Technische installaties zijn onderdeel van het dakontwerp en uit het zicht vanaf maaiveld.
geen dakterrassen op het dak toegestaan met uitzondering van · Erdezijn 2e en 3e laag op het binnenterrein (beige en groen). Het dak van het tweelaagse tussenlid kent een collectief en groen karakter. Hekwerk passend bij de architectuur dient ca. 1,5m afstand te houden vanaf de dakrand zodat deze uit het zicht is. Het hekwerk van het dakterras op de 3e laag is uit het zicht door een opgetrokken gevel als borstwering (verhoogde dakrand) van max. 1,2m hoogte. 3. Ruimtelijke en programmatische uitgangspunten