[24bb003527] Bijlage behorende bij 24bb003528 over Handboek Rotterdamse Stijl 2.0
Tekst van het document
^ PRINCIPES
sen die de openbare ruimte willen gebruiken, evenals hun behoeften en voorkeuren. Om dit te bereiken, betrekken we de gebruikers bij
Toegankelijk, Leesbaar en Inclusief
het ontwerpproces. Het is cruciaal dat de dialoog over inclusie niet
De stad moet zodanig ontworpen zijn dat iedereen kan deelnemen
alleen aan de tekentafel plaatsvindt, maar dat stadbewoners hierbij
en gemakkelijk zijn gewenste bestemming kan bereiken. Dit bete
actief betrokken worden.
kent dat er rekening moet worden gehouden met diverse mobiliteits
De stad als huiskamer
voetgangers, voldoende fietspaden en goed openbaar vervoer.
Door straten en pleinen te ontwerpen als ontmoetingsplaatsen die
Straten, pleinen en parken moeten inclusief zijn en voor iedereen
contact bevorderen, streven wij naar sociale veiligheid in de open
toegankelijk, ongeacht hun achtergrond, fysieke mogelijkheden of
behoeften, zoals trottoirs en oversteekplaatsen die geschikt zijn voor
bare ruimte bevorderen.
leeftijd. Dit betekent dat er rekening moet worden gehouden met de
Aangezien het aantal Rotterdammers blijft groeien, moeten we
diversiteit van de bevolking bij het ontwerpen en inrichten van de
ervoor zorgen dat de stad met de nieuwe en bestaande inwoners
openbare ruimte, waaronder de juiste balans tussen de openbare en
meegroeit. Het aantal oudere Rotterdammers neemt toe en het is
commerciële ruimte zoals terras en reclame.
belangrijk dat ook ouderen die wat slechter ter been zijn, kinderen
" Ontwerp voor een diversiteit aan mensen, zorg voor een inrichting
die willen spelen en mensen met een beperking comfortabel kunnen
die geschikt is voor iedereen, ongeacht hun leeftijd (0 tot 100), en
Beleidslinks:
verblijven en verplaatsen. Daarom is het van belang om te investeren
houd rekening met de sociale context. Hierbij is extra aandacht
ABC Buitenruimte richtlijn
in een inclusieve, aantrekkelijke en gezonde openbare ruimte.
nodig voor ouderen, kinderen en mindervaliden. " Zorg voor voldoende rustpunten langs belangrijke wandelrou
ABC-ZETA richtlijnen ABC-Geveltuinen
Obstakelvrije loopruimte voor goede toegankelijkheid
ABC-Toegankelijke buitenruimte
Iedere Rotterdammer moet mee kunnen doen aan de samenleving.
meter een bankje te plaatsen op de plusroutes. Plusroutes zijn
Terrassenbeleid
De stad is van iedereen en kan door iedereen gebruikt worden. Uit
veelgebruikte routes langs voorzieningen als scholen, bibliothe
Initiatieven door bewoners
sluiting door privatisering van de openbare ruimte moeten we voor
ken, zwembaden en Huizen van de Wijk waar ook veel ouderen
Locatieprofielen
komen. Pleinen, parken en singels waarborgen voldoende ruimte
komen. Deze routes moeten optimaal worden ingericht volgens
Horecanota
voor iedere Rotterdammer.
34
HANDBOEK ROTTERDAMSE STIJL
tes. Volgens de plusrichtlijnen wordt geadviseerd om elke 200
...is toegankelijk en leesbaar zodat iedereen kan meedoen en de gewenste bestemming kan bereiken. ...is veilig en comfortabel en bestaat uit routes en plekken waar de voetganger voldoende ruimte en keuzevrijheid heeft om ongehinderd te lopen en te verblijven. ...is inclusief: de straten, pleinen en parken zijn van en voor iedereen. ...is gezond om in te verblijven en nodigt uit tot bewegen en gezond gedrag.
...is aantrekkelijk en uitnodigend: je wilt er graag verblijven.
Het uitgangspunt
Loopcondities
Ontwerpprincipes
Figuur 3: Loopcondities met bijbehorende ontwerpprincipes uit de loopwijzer
STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES
35
STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES
Loopcondities Een voetgangersvriendelijke stad waar de mens centraal staat
STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES
de ABC-richtlijnen voor toegankelijkheid. " Creëer oriëntatiemogelijkheden en contrastverschillen voor blin
gedrag. Dit kan worden bereikt door groene parken en recreatiege bieden te creëren, voldoende sportfaciliteiten aan te bieden en het
den en slechtzienden door het gebruik van natuurlijke gidslijnen
bevorderen van actief transport, zoals wandelen en fietsen.
en geleide lijnen waar nodig. Beperk hoogteverschillen door
" De omgeving moet uitnodigen om naar buiten te gaan, niet alleen
gelijkvloerse oversteekplaatsen te creëren of gebruik overbrug
voor noodzakelijke activiteiten zoals naar de supermarkt gaan,
gingen zoals hellingbanen voor rolstoelgebruikers, rollators en kinderwagens. " Richt toegankelijke verblijfs-en speelplekken in voor diverse doel groepen en speelvoorkeuren. Stem de inrichting af op de samen stelling en wensen van de wijk. " Zorg op ontmoetingsplekken voor voldoende toegankelijke zitplekken voor zowel individuen als diverse groepen.
maar juist ook om te ontmoeten. " Creëer ruimte op voetpaden voor ontmoeting en zorg voor vol doende diversiteit aan verblijfsplekken. " Ontwerp met condities voor prettig verblijf (zoals zon, wind, scha duw, licht, geluid) en sluit routes en plekken aan op de groen-blauwe structuur van de stad " Zorg voor een goede balans in plekken voor rust en reuring. " Zorg voor goede balans tussen de openbare ruimte en private
Veilig en comfortabel
invulling bijvoorbeeld geveltuinen. Maar let ook op commerciële
De openbare ruimte moet een gevoel van veiligheid en comfort bie
programmering, bijvoorbeeld terrassen.
den voor alle inwoners en bezoekers. Dit omvat adequate verlichting,
" Zorg voor voldoende ruimte in de openbare ruimte voor beweging,
veilige infrastructuur, toezicht en maatregelen om criminaliteit en
sport en spel. Dit kan variëren van informeel sporten, bootcamps
overlast te verminderen.
tot wandelroutes met voldoende variatie en brede speelstoepen
" Besteed aandacht aan sociale veiligheid volgens de landelijke
voor kinderen.
ZETA-richtlijnen: zichtbaarheid, eenduidigheid, toegankelijkheid en aantrekkelijkheid. Dit gaat bijvoorbeeld over 'zien en gezien' worden en goede verlichting in de avonduren.
" Benut de drempelruimte (de overgangszone tussen de voordeur en de stoep) voor ontmoeting " Afvalinzameling van huisvuil zo goed mogelijk inpassen. Plaats
" Zorg voor veilige en obstakelvrije oversteekpunten door inzet op
containers bij voorkeur in de zone van parkeerplaatsen, met oog
versmallen van rijbanen en het realiseren van oversteekplaatsen
voor ruimtelijke kwaliteit en toegankelijkheid. Voorkom plaatsing
in lijn met de looproutes. Hou hierbij rekening met de meest kwets
in de obstakelvrije loopruimte, op straathoeken of in openbaar
bare gebruikers van de straat zoals ouderen en kinderen.
groen.
" Verbind het programma van de plint (begane grondniveau van gebouwen) met de openbare ruimte. Stimuleer diverse (sociale)
Initiatieven in de openbare ruimte: participatie en zelfbeheer
programmering en goede overgangszone om sociale controle te
" Als uitgangspunt geldt dat initiatieven van bewoners maximaal
versterken.
de ruimte krijgen, mits er minimaal 2 meter obstakelvrije ruimte overblijft. De openbare ruimte is van en voor iedereen, en een ini
Aantrekkelijk en Gezond Aantrekkelijk en uitnodigend: De openbare ruimte moet aantrek kelijk en gastvrij zijn, zodat mensen er graag willen verblijven. Dit omvat aantrekkelijke architectuur, groenvoorzieningen, kunstwer
36
HANDBOEK ROTTERDAMSE STIJL
tiatief moet iets toevoegen dat inclusief en openbaar gebruikt kan worden. " Initiatieven op wijk- en buurtniveau, zoals woonstraten en buurtpleinen, worden gestimuleerd.
ken, gezellige plei nen, zitgelegenheid en plaatsen om te ontspannen.
" Bij initiatieven buiten de drempelruimte (een zone van 90 cm)
Gezond: De buitenruimte moet uitnodigen tot beweging en gezond
vindt advisering en toetsing plaats door het Kendoe-overleg. Om
pleinen en de openbare ruimte in de wijk niet belemmert en goed beheerd kan worden. Initiatieven in de hoofd- of stadsdeelstructuur zijn in principe niet gewenst, tenzij ze zich voegen naar de voorgeschreven structuren in de Rotterdamse Stijl op het gebied van beeld, gebruik, materi aalgebruik en beheer. Als er geen alternatief is voor het initiatief en de initiatiefnemer vasthoudt aan het initiatief, wordt het voorgelegd aan de ACOR (Advies Commissie Openbare Ruimte). Beoordeling en toetsing vinden in eerste instantie plaats via het Kendoe-overleg, met aan vullende afwegingen op basis van de kaders van de Rotterdamse Stijl en door de ACOR bij plaatsing op de stads hoofd- of deelstructuur. Initiatieven op (tijdelijk) braakliggende terreinen of op particu liere plekken, zoals binnentuinen, vallen buiten de kaders van de Rotterdamse Stijl. Zie voor meer informatie de notitie Particuliere initiatieven in de openbare buitenruimte.
Laadstation © Peter Goods
^ BOUWSTENEN
Openbare verlichting
Autoluwe fietsstraat
Straatmeubilair
OV halte & voorzieningen
Obstakelvrije loopruimte
Bus
Eenrichtingsverkeerstraat
STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES
37
STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES
te te zorgen dat het initiatief het functioneren van buurt- en wijk-
STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES
T
mé
‘j
ātafļŞ1 "J™3: '■J
t
ļ-,h
P
1
1
1WZ.
STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES
1.4 Balans tussen modaliteiten: voetganger, fiets, openbaar vervoer en auto
De behoefte aan gezonde, schone, innovatieve mobiliteit groeit. Het derde stadsbrede doel 'Balans tussen modaliteiten' gaat hier over. Door de groei van het fietsgebruik, waaronder ook fietsbezorgers en deelfietsen, is het huidige fietsnetwerk niet toereikend. De verdichting van de stad kan alleen als lopen, fietsen en OV-gebruik toenemen. Dit vraagt om meer beweegruimte voor de voetganger en de fietser en verbetering van oversteekbaarheid, toegankelijkheid, aantrekkelijkheid en veiligheid. Daarnaast betekent het investeren in verblijfskwaliteit zodat de stad meer kans biedt op ontmoetingen en uitnodigt tot gezond en actief bewegen. STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES
39
STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES
Balans tussen modaliteiten
^ OPGAVE
samenspraak met bewoners, ondernemers en partners in de stad.
ZORGEN VOOR EEN PRETTIGE, TOEGANKELIJKE EN
Hierbij ligt de focus op drie doelgebieden:
BEREIKBARE STAD
" Veilige en aantrekkelijke openbare ruimte " Bereikbaarheid voor iedereen
Rotterdam moet een gezonde, groene en aantrekkelijke stad zijn om
" Schoon en slim reizen
te wonen, werken en recreëren. Met de groei van de stad neemt het aantal verplaatsingen en aantal inwoners toe. Alle modaliteiten (lo pen, fiets, auto, OV) moeten daarbij op een slimme manier in balans worden gebracht om een prettige, toegankelijke en bereikbare stad
^ PRINCIPES
te zijn en blijven. Steeds meer mensen lopen, fietsen of pakken het openbaar vervoer.
Mobiliteit in een veilige en aantrekkelijke openbare ruimte
Het Rotterdam van nu is daar nog niet op ingericht.Er zijn veel fiets-
" De openbare ruimte wordt meer benut voor verblijf. Dit is prettig
files, en grote loopstromen die onvoldoende ruimte vinden in de be
om te wandelen of te fietsen. Tegelijkertijd moet ruimte worden
staande voet- en fietspaden. Dit zorgt voor onveilige situaties. Het is
geboden voor een goede inpassing van snel, toegankelijk en aan
van belang om meer ruimte voor voetgangers en fietsers te creëren
trekkelijk openbaar vervoer. Dit kan haaks staan op de wens om de
en goede openbaar vervoer verbindingen voor iedereen. Daarnaast blijft bereikbaarheid voor de auto en hulpdiensten belangrijk.
oversteekbaarheid te verbeteren. " Hierbij is aandacht voor het aanbrengen van meer groen, waterberging, en grotere biodiversiteit in de stad, waarbij het verminderen
Verbindingen binnen de wijken en juiste vormen van mobiliteit We bieden in de binnenstad en bij OV-knooppunten betere balans voor de voetganger, fietser, openbaar vervoer en de auto, zodat deze
van parkeerplekken op straat een optie kan zijn. " Investeringen in verkeersveiligheid en het Groen en aantrekkelij ker maken worden integraal afgewogen.
gebieden veilig en toegankelijk zijn. De verbindingen binnen de wij
" Deelmobiliteit wordt geordend aangeboden. Nieuwe vormen van
ken en de beschikbaarheid van de juiste vormen van mobiliteit zijn
(licht-elektrische) mobiliteit en deelmobiliteit worden goed en vei
daarin van groot belang. We stimuleren het verduurzamen van de stedelijke mobiliteit en de logistieke bewegingen in de stad, en ver duurzamen ook ons eigen wagenpark.
lig ingepast. " Bij de inrichting van voet- en fietspaden wordt gekeken naar ge bruik, waarbij veiligheid en oversteekbaarheid belangrijke aan dachtspunten zijn; hierbij wordt onder meer ingezet op hoogwaar
De stad wordt veiliger
dige grootstedelijke fietsroutes en een optimale toegankelijkheid
Met de lange termijnvisie voor ogen, worden op kortere termijn een
van het hoofdnetwerk van de voetganger.
Beleidslinks:
breed scala aan maatregelen uitgevoerd, uiteenlopend van fysieke
" Daar waar dat nodig is verlagen we de snelheid naar 30 km/uur in
Rotterdamse Mobiliteitsaanpak RMA
inrichtingen van straten en kruispunten tot handhaving op onge
het kader van verkeersveiligheid, met aandacht voor bereikbaar
Fietskoers 2025
wenst gedrag en het bevorderen van slim en gezond reizen. De stad
heid van hulpdiensten, tram en bus en het functioneren van de stad.
Rotterdam Loopt 2025
wordt daarmee veiliger en mensen worden uitgenodigd zich meer
RMA Multimodale netwerkkaart
lopend en fietsend te verplaatsen. De noodzakelijke bewegingen per
Bereikbaarheid voor iedereen
ASVV 2021 Richtlijn onder CROW
auto, o.a. logistiek, worden goed ingepast zodat de bereikbaarheid
" Met het Verkeerscirculatieplan als basis nemen we maatregelen
Ontwerpwijzer voetganger
van de stad, ondanks verdere verdichting, op niveau blijft. Voor de
waarmee de stad bereikbaar blijft en doorstroming gegarandeerd,
ABC-Richtlijnen buitenruimte
langere termijn worden de nodige structuuringrepen voorbereid die
waarbij een aantal belangrijke zwaardere infrabundels behouden
CROW Richtlijnen
met name het openbaar vervoer moeten versterken. Dit doen we in
blijft, gekoppeld aan snelle routes voor de hulpdiensten.
40
HANDBOEK ROTTERDAMSE STIJL
" Zorg voor voldoende vervoersmogelijkheden en het snel kunnen
luwer, waarbij gezorgd wordt dat iedereen zich - indien nodig met
bereiken van werk, voorzieningen en vrienden en familie zijn be
de auto - kan blijven verplaatsen, ondernemers hun winkel kunnen
langrijke factoren om 'mee te kunnen doen'.
bevoorraden en gebiedsontwikkelingen kunnen doorgaan. " De keuzemogelijkheden, de toegankelijkheid van de stad en de bereikbaarheid van voorzieningen voor iedereen worden vergroot.
Schoon en slim reizen " Starten met een wijkaanpak om actieve mobiliteit (in relatie tot
Dit doen we door:
gebruik OV) te stimuleren en om met Rotterdammers in gesprek te
- Investeren in Hoogwaardig Openbaar Vervoer; verbindingen,
gaan over welke belemmeringen en kansen zij zien voor hun eigen
knooppunten en oversteekbaarheid gericht op veiligheid en toe gankelijkheid.
mobiliteit. " Mobiliteit kan ook tot overlast en beperkingen leiden, met name op
- Het aantrekkelijker en makkelijker maken om voor actieve mobi
het gebied van geluid, luchtkwaliteit en NOx en CO2. Te veel emis
liteit of andere vormen van schoon en gezond vervoer te kiezen.
sie is slecht voor de bewoners en bezoekers van de stad en beperkt
- Het aantrekkelijker maken van het gebruik en het vergroten van
de kansen voor woningbouw en ontwikkeling van maatschappelij
de capaciteit van P&R's aan de rand van de stad. - Realiseren van mobiliteitshubs.
ke voorzieningen. " Lang fietsparkeren geschiedt zoveel mogelijk inpandig en kort
- Faciliteren en stimuleren nieuwe mobiliteit en Mobility as a Service, het combineren van allerlei vormen van mobiliteit. " Streven naar toekomstbestendige, vrijliggende trambanen in het kader van doorstroming, bijvoorbeeld in de stadsstraten. De in tegrale uitwerking loopt van gevel tot gevel en staat in relatie tot andere modaliteiten.
fietsparkeren op toplocaties op straat. In de openbare ruimte landt het fietsparkeren zo veel mogelijk in de parkeerzone, aanvullend op goed geplaatste fietsnietjes waar de stoep breed genoeg is. " Deelmobiliteit, zowel auto, scooters als fietsen in afgesproken en gemarkeerde zones. Inzet op strategisch clusteren. " Laden en lossen zoveel mogelijk in parkeervakken. Stoep vrijhouden.
" Zoeken naar een betere balans tussen verschillende modaliteiten in de stad; de RMA Netwerkkaarten, die een uitvloeisel zijn van de
Openbaar vervoer
Rotterdamse Mobiliteits Aanpak of RMA, geeft duidelijkheid over
" OV-knooppunten worden mobiliteitshubs: die voor iedereen toe
welke modaliteit op welke route prioriteit krijgt als basis voor het
gankelijk zijn en mogelijkheid bieden om elkaar te ontmoeten en
verdelen van de ruimte.
je overstap te maken van de ene naar de andere modaliteit. De OV-knooppunten moeten daarbij worden bedient door goede en
^ BOUWSTENEN
aantrekkelijke openbaar vervoer verbindingen " Uitbreiding en verbeteren van de oeververbindingen voor voetgan
Obstakelvrije Įoopruimte
OV halte & voorziening
Eenrichtingsverkeerstraat
ger, fiets, OV en auto (waaronder de derde stadsbrug en vervoer over water).
Autoluwe fietsstraat
Tram (vrijliggend / in gras)
Autoparkeren
" Inzet op betere OV-ontsluiting van economisch belangrijke gebie den (first à last mile), waarbij versnelling van het OV een belangrij ke opgave is. Aanvullend kan vervoer over water, via de watertaxi
Fietsparkeren
Bus
Laad en loszones
zero-emissieboten een bijdrage leveren aan meer alternatieven voor duurzame mobiliteit.
(vrijliggend) Fietspad
Mobiele hub & (elektrisch) deelvervoer
Hulpdiensten
" Het inpassen van trambanen zo veel mogelijk in het gras met aan dacht voor veilige, hitte- en regenbestendige haltes. STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES
41
STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES
" De binnenstad en een aantal naastgelegen buurten worden auto-
Stadsstructuur hoofd- en stadsdeelstructuur
Dit hoofdstuk vertaalt de eerdergenoemde opgaven, principes en bouwstenen naar de inrichting van de openbare ruimte van Rotter dam. De plattegrond van de stad is te lezen als een samenhangend stelsel van lijnen, zoals wegen en waterlopen, gebieden (de wijken) en plekken zoals pleinen en parken. Dit stelsel heeft betekenis op verschillende schaalniveaus en wordt verdeeld in de hoofdstructuur, de stadsdeelstructuur en de wijk- en buurstructuur.
STADSSTRUCTUUR
Inleiding
Indeling Rotterdamse stijl
Ruimtelijke eenheden
In dit hoofdstuk worden in de structuur van de openbare ruimte drie
Op elk van deze drie niveaus worden ruimtelijke eenheden onder
schaalniveau's onderscheiden:
scheiden:
" Hoofdstructuur
" Gebieden
" Stadsdeelstructuur
" Lijnen
" Wijk- en buurtstructuur
" Plekken
Hoofdstructuur
Gebieden
De hoofdstructuur bestaat uit gebieden, lijnen en plekken. Hieronder
Bij gebieden beschrijven we de opgaven voor vier specifieke gebie
vallen de woongebieden, werkgebieden, de voornaamste infrastruc
den in Rotterdam. Deze vier gebieden verschillen in ruimtelijk op
tuur en het centrumgebied; de meest publieke plekken. Verder zijn
zicht veel van elkaar en vragen daardoor elk om een eigen inrichting. Lijnen
bijvoorbeeld het centrum(gebied), de kades langs de Maas, Rotte
Onder lijnen verstaan we de waterkering, waterlopen en straten die
en Schie (lijnen) en diverse plekken met een belangrijke functie op
de rui mtelijke samenhang van de stad bepalen.
recreatief, cultureel, economisch of educatief gebied. De hoofdstruc tuur wordt door alle Rotterdammers en bezoekers gebruikt.
Plekken De plekken zijn punten van herkenning met een bepalende werking,
Stadsdeelstructuur
zoals pleinen en parken en daarmee essentiële onderdelen die het
In de stadsdeelstructuur worden voornamelijk (infrastructurele)
leven in de stad aantrekkelijk maken.
lijnen en plekken zoals winkelgebieden, pleinen en parken met een belangrijke bovenwijkse functie onderscheiden. Deze worden door een kleinere groep gebruikt.
Accentlagen Bijzondere accenten zijn elementen die op alle schaalniveaus en binnen elke ruimtelijke eenheid in de openbare ruimte kunnen voor
Wijk en buurtstructuur
komen. Ze vormen de accentlagen en zijn van groot belang voor de
Openbare ruimte op een lager schaalniveau, waaronder wijk- en
beleving van de buitenruimte. De accentlagen typeren zich door zeer
buurtniveau, wordt momenteel verder uitgewerkt. Met Wijk aan Zet
specifieke stijlkenmerken waarin de historie van de stad tot uiting
is de impact op de inrichting van de openbare ruimte op dit moment
komt.
in ontwikkeling. Verdere uitwerking van dit schaalniveau zal in een
Vaak zijn het elementen en/of ensembles met historische, landschap
vervolgfase plaatsvinden en dan als bijlage aan dit document wor
pelijke en/of stedelijke karakteristieken. De drie accentlagen zijn
den toegevoegd.
de romantische laag, landschapshistorsche laag en de beschermde stadsgezichten.
STADSSTRUCTUUR
45
STADSSTRUCTUUR
in de hoofdstructuur elementen onderscheiden die op stedelijk en soms zelfs op regionaal of (inter)nationaal niveau van belang zijn,
STADSSTRUCTUUR
Vier gebieden
Hoofdstructuur lijnen en plekken
Accentlagen
Stadsdeelstructuur lijnen en plekken
46
HANDBOEK ROTTERDAMSE STIJL
HOOFDSTRUCTUUR GEBIEDEN
STADSDEELSTRUCTUUR
BINNENSTAD STEDELIJKE WIJKEN GROENSTEDELIJKE WIJKEN BUITENDIJKS GEBIED
LIJNEN
WEGEN
BOULEVARD
Binnenstadboulevard
WEGEN
LAAN M
Stadsboulevard
Stedelijk Groenstedelijk
Waterboulevard
Tuinstad
LAAN L
PARKWEG M STADSSTRAAT
PARKWEG L
Stadsstraat Tram gedeeld
DIJK
Tram vrijliggend
Infrabundel Landschappelijk element HAVENSTRAAT
WATERLOPEN
RIVIEROEVER
Havenlandschap Hoogstedelijk landschap Rivierenlandschap
BUITENDIJKS
WATERLOPEN
SINGELS
Eclectische stijl 1880 - 1920
BINNENDIJKS ROTTE
Tuindorp idylle 1920 - 1950
Stadswater
Moderne stijl 1950 - 1970
Lombard
Terug naar de kleine maat 1970 - 1990
Rottekade
Landelijke idylle 1990 - heden
Rottebocht
BOEZEM
Buitengebied
PLEKKEN
PARKEN
STADSPARK LANDSCHAPSPARK
KANAAL
PARKEN
STADSPLEIN
STADSDEELPARK RANDPARK SCHEG, GROENGORDELS
RIVIERPARK
PLEINEN
Romantische stijl rondom 1850
PLEINEN
STADSDEELPLEIN
CENTRA
SEMI OPENBAAR TERREIN
VERKEERSPLEIN
CENTRA
ACCENTLAGEN
HOOGSTEDELIJKE CENTRA
ROMANTISCHE LAAG LANDSCHAPHISTORISCHE LAAG BESCHERMD STADSGEZICHT
STADSSTRUCTUUR
47
STADSSTRUCTUUR
PRIMAIRE WATERKERING
STADSSTRUCTUUR
2.1 Vier gebieden
Het bereiken van de stadsbrede doelen, zoals beschreven in hoofd
De gebieden zoals deze nu voorliggen karakteriseren zich door
stuk 1, vraagt in veel gevallen om een gebiedsspecifieke aanpak. In
dat het gebied herkenbare stijlkenmerken heeft qua bebouwing,
deze paragraaf gaan we in op de karakteristieken van de gebieden,
bouwblok, hoogte, verkaveling, functies, maat en inrichting van de
beschrijven we hun ontwikkelingen en opgaven. Ook wordt per ge
openbare ruimte wat zich manifesteert in straatprofielen, mate van
bied specifiek per stadsbreed doel (zie hoofdstuk 1) aangegeven hoe
groen en ruimte. De gebiedsindeling is ook mede gebaseerd op de
het doel zich op hoofdlijnen vertaalt naar de gebiedsopgave.
kenmerkende, landschappelijke ondergrond en de hoogteligging.
De woongebieden zijn globaal in vier gebieden te onderscheiden:
Dit verklaart waarom de gebiedsindeling in dit document op onder
Binnenstad, Stedelijke wijken, Groenstedelijke wijken (waaronder
delen kan afwijken van andere gebiedsindelingen, zoals we die bij
tuindorpen, tuinsteden en stedelijke ontwikkelingen na 1970), en
voorbeeld in de Welstandsnota aantreffen. Dit geldt met name voor
het Buitendijkse gebied. De gebiedsindeling in dit handboek is ge
het buitendijks gebied.
baseerd op ruimtelijke karakteristieken en vindt geen basis in be stuurlijke gebiedsindelingen. De binnenstad is het centrum waar een veelheid aan functies ge mengd voorkomen en heeft een grote representatieve waarde heeft voor de hele stad: het visitekaartje of de huiskamer van de stad. De dichtbebouwde stedelijke wijken, veelal gebouwd tussen 1900 1930, vormen een schil rondom de binnenstad. Zij hebben een be perkte ruimte, waardoor groen- en recreatiegebieden schaars zijn. De groenstedelijke wijken zijn de stedenbouwkundige reactie op de dichtheid van de stedelijke wijken. Aan de groenstedelijke wijken liggen verschillende stedenbouwkundige planconcepten ten grond slag maar als gemeenschappelijke noemer hebben ze een relatief lage dichtheid en veel groen. De woongebieden in het buitendijks gebied kunnen stedenbouw kundig zeer verschillend zijn maar hebben door hun specifieke lig ging een bijzonder karakter. 48
HANDBOEK ROTTERDAMSE STIJL
STADSSTRUCTUUR
Binnenstad Stedelijke wijken
INDELING GEBIEDEN
Groenstedelijke wijken Buitendijks gebied
STADSSTRUCTUUR
49
Binnenstad
Rotterdam verandert in een rap tempo, waarbij we steeds meer wil
Verschillende "kwartieren'
len bereiken binnen een beperkt gebied dat niet groter wordt. Dat
De binnenstad is in stedenbouwkundig opzicht geen homogeen ge
geldt in het bijzonder voor de binnenstad waar de dynamiek het
bied. Allereerst is een sterk onderscheid te maken tussen de histo
grootst is en opgaven en ontwikkelmogelijkheden zich opstapelen.
rische delen die niet of in beperkte mate onder het bombardement geleden hebben en de gebieden van de Wederopbouw na de Tweede
STADSSTRUCTUUR
Wereldoorlog. Zo zijn er zeer verschillende "kwartieren" te onder KARAKTERISTIEKEN
scheiden.
Stedenbouwkundige structuur De stedenbouwkundige gelaagdheid is een bekende karakteris
verkaveling die sterk doet denken aan het gesloten bouwblok. De
tiek van de binnenstad. Het groeiproces van de binnenstad wordt
omgeving van de Pannenkoekstraat en Botersloot zijn karakteristie
gekenmerkt door grote ingrepen en schoksgewijze ontwikkelingen.
ke voorbeelden: relatief kleinschalig en aangesloten op het weefsel
De moderne stad van de Wederopbouw na de Tweede Wereldoor
van de klassieke stad.
log heeft aanvankelijk een monofunctioneel centrum en brede op
In het Lijnbaankwartier treft men een open verkaveling en een ster
In de omgeving van de Mariniersweg treft men een meer klassieke
Amerikaanse stedenbouw gebaseerde stadsboulevards. De grote
ke functiescheiding. De Lijnbaan en de Lijnbaanhoven zijn unieke
ingrepen van later zijn beeldbepalend voor de binnenstad.
openbare ruimtes uit de Wederopbouwperiode met het eerste voet
De belangrijkste ontwikkeling is de sprong over de rivier. Hierdoor is
gangersgebied van Europa in 1953.
de Nieuwe Maas niet meer de grens van de binnenstad, maar is deze
Karakteristiek voor de Binnenstad van Rotterdam zijn de doorgaan
midden in het stadscentrum komen te liggen. Daarmee zijn de oe vers aan weerszijden van de rivier markante onderdelen geworden
de open ruimtes en de schaalvergroting ten opzichte van de klas sieke stad. Recent zijn nog grotere schaalsprongen gemaakt met
van de publieke ruimte van de binnenstad. In dit document is ervoor
bouwhoogten voor woontorens die uniek zijn voor Nederland zoals
gekozen de buitendijkse delen van de binnenstad bij Buitendijks ge
bijvoorbeeld de Zalmtoren en Cooltoren.
bied te behandelen, omdat de fysieke karakteristieken onderschei dend van elkaar zijn.
Verscheidenheid aan functies
Markante knooppunten
is de brede mix aan winkelaanbod, horeca, cultuur, leisure en ha
Andere markante knooppunten zijn het Centraal Station en omge
venactiviteiten. Van alle gebieden is de verscheidenheid aan func
ving, de Binnenrotte met de Markthal, de vernieuwde omgeving station Blaak en het Museumkwartier met het Depotgebouw en
ties en de menging van deze functies in de binnenstad het hoogst.
Museum Boijmans Van Beuningen. Dit stelsel van knooppunten, verbonden door boulevards en stadsstraten, geeft de binnenstad
plekken en routes van rust aan bewoners en bezoekers. Het contrast tussen de plekken met rust en die met reuring be
van Rotterdam voor een groot deel zijn unieke karakter.
paalt voor een groot deel de aantrekkelijkheid van de binnenstad.
Boulevards
boulevards en de stadspleinen worden dan ook plekken met veel
Onderscheidend voor de identiteit van de Rotterdamse binnenstad
De binnenstad dankt hieraan zijn levendigheid, maar biedt ook
Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen zoals de Rijnhaven en langs de De stedenbouwkundige structuur heeft een open verkaveling met
levendigheid zorgvuldig ingepast naast plekken met meer rust. Het
veel omvangrijke, vaak hoge gebouwen. Dit geeft een sterk contrast
uitgangspunt is een centrum op twee oevers: een onderscheid in
met de gesloten bouwblokken van de vooroorlogse gebieden. De
oriëntering, korrelmaat en andere zaken wat bij het buitendijks ge
centrumboulevards, zoals de Coolsingel en Blaak, zijn samen met de
bied hoort
genoemde knooppunten de grootste doorgaande openbare ruimtes. 50
HANDBOEK ROTTERDAMSE STIJL
STADSSTRUCTUUR
STADSSTRUCTUUR
51
gietransitie brengt uitbreiding en aanpassingen van ondergrondse systemen met zich mee. Dit geeft een beperking op de groei en plaat singsmogelijkheden van bomen. Mobiliteit De binnenstad kenmerkt zich door boulevards tot diep in de binnen stad, anders dan andere steden. Het ontbreekt aan een fijnmazig netwerk voor fietsers en voetgangers, waarbij autoverkeer dominant is. Brede boulevards zorgen voor de doorstroming, maar vormen in
STADSSTRUCTUUR
feite barrières vanuit de verschillende kwartieren voor de voetgan gers en vanuit het centrum richting de omgeving, waaronder de Goudsesingel en de 's Gravendijkwal. De binnenstad heeft een goed
Q
č t/)
OV netwerk met metrostations, trams en de bus. Inmiddels is hier ook deelvervoer aan toegevoegd. Het park en walk principe, waarbij
CÛ
grote parkeergarages om het centrum heen zijn geplaatst, heeft het aantal parkeerplaatsen in de stad laten verminderen. Tevens worden er grote stappen in het fietsparkeren gemaakt. ONTWIKKELINGEN De binnenstad van Rotterdam is constant in ontwikkeling, deze dyna mische ontwikkeli ngen vormen het karakter van de stad en vereisen aandacht bij projecten en het vormgeven van de stad. " Tot 2040 stijgt het aantal inwoners van de binnenstad naar ver
Eendrachtsplein © Arnoud Verhey
wachting met 60.000; bijna een verdubbeling van de toename vergeleken met het aantal nu. Ook het aantal werknemers in dit ge bied en het aantal bezoekers en toeristen neemt fors toe. Nieuwe woningen, kantoren en vrijetijdsprogramma's worden toegevoegd Groenstructuur en Biodiversiteit De gelaagdheid van de stedenbouwkundige structuur heeft ook ge resulteerd in een typerende groenstructuur. De historische gebieden
" Het aantal voetgangers en fietsers en de daarmee samenhangen
en binnenterreinen. De Singels van Rose hebben een uniek karakter.
de parkeerbehoefte van fietsen neemt fors toe. Rui mte en samen
het Scheepsvaartkwartier verbindt, is daarvan het meest markante voorbeeld. De delen van de binnenstad die met de Wederopbouw tot stand zijn
HANDBOEK ROTTERDAMSE STIJL
daarvan het gevolg zijn.
kennen een robuuste groenstructuur opgebouwd uit parken, singels De Westersingel, die de moderne binnenstad met het Oude Westen en
52
aan de bestaande stad. " Een intensiever en diverser gebruik van de openbare ruimte zal
hang is nodig om deze groei in goede banen te leiden. " De druk op de ondergrond neemt verder toe ten behoeve van energietransitie, digitalisering, waterberging en bovenal groeiruimte voor de bestaande en groeiende boomstructuur.
gekomen hebben een bomenstructuur die sterk gekoppeld is aan
" De klimaatopgave voor de binnenstad behoeft grote aandacht, ze
de boulevards, de stadsstraten en de kades. Onder andere de ener-
ker op opgaven zoals extreme neerslag en hittestress. Het risico op
OPGAVEN Voor de binnenstad zijn in het kader van de integrale gebiedsuitwerking van de Omgevingsvisie algemene opgaven benoemd die zijn uitgewerkt in perspectieven en gebiedskeuzes. Algemene opgave is om in de binnenstad, waar de beschikbare rui mte beperkt is en de druk hoog, te komen tot integrale oplossingen. Al deze ambities geven inhoud aan de opgaven van de binnenstad. Om de ontwikkelingen te sturen en te accommoderen zijn er verschil lende specifieke opgaven te benoemen voor de binnenstad die inte graal onderdeel zijn van de verdichting van de binnenstad.
de stad en de regio is groot. Het gaat erom dat we ruimte creëren voor gebruikers en groen, bijvoorbeeld door minder parkeerplaat sen op straat (waar mogelijk) en door ruimte slimmer en dubbel te gebruiken. Andere vormen van bevoorrading van winkels en bedrijven zijn in dit verband interessant. " Om het ontmoeten en verblijven in de openbare rui mte te bevorde ren in de binnenstad zullen meer specifieke voorzieningen die dit stimuleren opgenomen moeten worden in het openbare en semi private groen. " De identiteit van de verschillende boulevards wordt versterkt door
Centraal Station © Peter Schmidt
vergroening, nieuwe programmering en gebruik van de openbare ruimte. grote materiële schade neemt toe als er geen klimaatadaptieve maatregelen worden genomen.
" De binnenstad op twee oevers (de uitwerking van de Omgevingsvisie) plaatst de rivier in het centrum van de stad; een moderne
" De toenemende weersextremen zoals de vaker voorkomende
stad aan de rivier. De opgave is het verder versterken van het ste
warme en droge omstandigheden hebben ook gevolgen voor de
delijk recreatielandschap in de stad door vergroening op de kades,
biodiversiteit. " De urgentie van een meer groene openbare ruimte neemt toe als gevolg van de klimaatopgave maar ook vanwege de groei van be
programmering op en aan het water, routes naar en langs de rivier en aanleg van nieuwe parken in de havenbekkens (Maashaven park en Rijnhavenpark).
volking en bezoekersaantallen en daarnaast vanwege het feit dat
" Waterveiligheid kan grote gevolgen hebben voor de kades en de
nagenoeg de gehele woning- en werkvoorraad voorziet in slechts
relatie van de stad met de rivier. Ontwerpen toetsen aan watervei
beperkt relatief stenige (balkons) openbare ruimte. " Verstedelijking vindt hoofdzakelijk plaats langs boulevards en OV-knooppunten " De binnenstad van Rotterdam is per definitie divers waarmee inclusiviteit van iedere opgave vanzelfsprekend is.
ligheid is een continu proces met dynamische randvoorwaarden waarin de relatie met de rivier centraal staat. " De klimaatopgave in de binnenstad behoeft grote aandacht, ze ker op opgaven zoals extreme neerslag en hittestress en impact op flora en fauna. Daardoor is extra aandacht nodig voor goede STADSSTRUCTUUR
53
STADSSTRUCTUUR
" Het economische belang van een aantrekkelijke binnenstad voor
finitie een functiemix waar ontmoetingsplekken voor interactie onmisbaar zijn. Het zoeken naar balans in gebruik is een continue opgave in de dy namiek van de binnenstad. De functiemix kent een ingewikkelde logistiek. In samenhang met logistieke centra zal een efficiëntere kleinschaligere logistiek uitkomst bieden om ruimte op straat te maken, waarbij de balans tussen de openbare ruimte en horeca belangrijk is. Het bieden van voldoende plekken voor rust in de dynamiek op loop- en fietsafstand van de woning en werkplek, waarbij verkeers STADSSTRUCTUUR
veiligheid is meegenomen om zodoende actief vervoer te kunnen stimuleren. Mensen hebben mobiliteit nodig om te leven, te werken, te recreë ren en te sporten; kortom om deel te nemen aan de maatschappij. Voor een betere balans tussen de diverse verkeersmodaliteiten is een vernieuwd verkeer- en parkeerbeleid noodzakelijk, waarin meer ruimte en verblijfskwaliteit wordt geboden aan voetgangers en fietsers en minder ruimte is voor autoverkeer en voor het par keren van auto's op straat. Met circulatieplannen als basis nemen we maatregelen waarmee de stad bereikbaar blijft en de doorstro ming verbetert. Verder zetten we via wijkaanpakken in om actieve mobiliteit (in relatie tot gebruik OV) te stimuleren en om met Rotterdammers
Plein 1940 © Peter Schmidt
in gesprek te gaan over welke belemmeringen en kansen zij zien voor hun eigen mobiliteit. We werken samen met organisaties in
54
HANDBOEK ROTTERDAMSE STIJL
waterhuishouding voor bomen, planten en drinkgelegenheden
de stad, onder andere via de Fietsalliantie en mobiliteitspartij-
voor fauna. In de binnenstad speelt ook een grote wateropgave;
en. Hiermee werken we gefaseerd aan de invoering van autoluw
juist door beperkte onder- en bovengrondse ruimte is integrale
beleid en bieden handelingsperspectief voor Wijk aan Zet en de
samenwerking noodzakelijk.
wijkraadakkoorden.
" Biodiversiteit en de bodemkwaliteit verbeteren is ook een grote
De binnenstad als visitekaartje van de stad met bijbehorend in
opgave in de versteende binnenstad. De gidssoorten voor deze
tensief gebruik vergt naast hoge investeringen bovenal intensief
biotoop zijn: gewone dwergvleermuis, zwarte roodstaart en steen hommel.
beheer en onderhoud. Er is meer vraag naar groene verbindingen (voor mens en dier),
" Een inclusief stadscentrum vereist een toegankelijke programme
bereikbaarheid (primair voor actieve mobiliteit en OV) en ver-
ring in de openbare ruimte. Gezien de 'superdiversiteit' die Rotter
blijfskwaliteit (voor ontmoeting, ouderen en vooral ook spelende
dam kenmerkt, de grote verscheidenheid aan achtergronden van
kinderen).
de bewoners, is het belangrijk om de openbare ruimte inclusief,
Het stimuleren van het gebruik van openbaar vervoer vereist on
toegankelijk en gastvrij te ontwerpen. Het stadscentrum is per de
der meer dat de metrohaltes voorzien worden van een eigentijdse
uitstraling terwijl de functionaliteit en veiligheid gewaarborgd blijven. Hierbij dienen de stations toegankelijk te zijn van en voor iedereen. Mobiliteit " In de binnenstad en bij OV-knooppunten wordt steeds meer ruimte geboden aan de fietser, de voetganger en het OV. De herinrichting van de Coolsingel is een goed voorbeeld van deze ontwikkeling, waarin de ruimtelijke indeling van de boulevards aangepast wordt om de stad aantrekkelijker en gezonder te maken. De verstedelij king wordt geconcentreerd binnen de bestaande stad om de stad STADSSTRUCTUUR
te versterken, zodat onder andere voorzieningen voor meer men sen goed bereikbaar zijn. " In de binnenstad zetten we in op het bevorderen van slim en ge zond reizen. De stad wordt daarmee veiliger en mensen worden uitgenodigd zich meer lopend en fietsend te verplaatsen. De noodzakelijke bewegingen per auto, o.a. logistiek, worden goed ingepast zodat de bereikbaarheid van de stad, ondanks verdere verdichting, op niveau blijft. Voor de langere termijn bereiden we de nodige structuuringrepen voor die met name het openbaar ver voer moeten versterken. " De binnenstad en een aantal naastgelegen buurten maken we autoluwer, maar we zorgen dat iedereen zich - indien nodig met de auto - kan blijven verplaatsen, ondernemers hun winkel kun nen bevoorraden en gebiedsontwikkelingen kunnen doorgaan. We vergroten de keuzemogelijkheden, de toegankelijkheid van de stad en de bereikbaarheid van voorzieningen voor iedereen.
STADSSTRUCTUUR
55
Stedelijke wijken
De stedelijke wijken vormen een herkenbare schil rond het centrum.
Mix aan functies
Ze vertegenwoordigen het stedelijke wonen; divers en druk. De wij
De diverse stadsstraten, lanen en enkele boulevards zijn niet alleen
ken, veelal gebouwd tussen 1900 en 1930, bieden plek aan zowel wo
ruimtelijk sterk bepalend. De plinten van de gebouwen herbergen vaak
nen als aan detailhandel en werklocaties. Het zijn intensieve wijken,
een rijk aanbod aan voorzieningen en vele vormen van bedrijvigheid
zowel in termen van bebouwing als in gebruik, met weinig openbare
waardoor zij ook voor de werkgelegenheid van groot belang zijn. Daar
ruimte. In die beperkte ruimte zijn veel activiteiten waardoor het
boven bevinden zich doorgaans woningen. Deze mix aan functies is
straatbeeld zeer levendig is.
een belangrijke kwaliteit van deze wijken en geeft levendigheid en een aantrekkelijke uitstraling als woon-, winkel-, ontmoetings- en uitgaans
STADSSTRUCTUUR
gebied. KARAKTERISTIEKEN
Door de beperkte hoeveelheid openbare ruimte worden de pleinen
Stedenbouwkundige structuur
intensief gebruikt, deze pleinen zijn de huiskamers van de wijk waar
Bij de ongeplande stadswijken is de landschappelijke onderlegger
ontmoeting, ontspanning, sport en spel in een aangename duurzame
bepalend geweest voor de stedenbouwkundige structuur. Dit uit zich
omgeving plaatsvinden.
in een gevarieerder straatbeeld met een kleinere korrelmaat. Bij de geplande stadwijken liggen stedenbouwkundige concepten
Groenstructuur en Biodiversiteit
ten grondslag aan de bouwkundige, functionele en groenstructuur.
Er is een belangrijk onderscheid te maken tussen geplande en on
De kwaliteit van de geplande stadswijken zit dan ook in een ster
geplande stadswijken. In de geplande stadswijken zijn de singels,
ke samenhang tussen architectuur, stedenbouw, inrichting van de openbare ruimte en de bijzondere monumentale gebouwen. De
waaronder die uit het unieke Singelplan van Rose, één van de meest bepalende groenblauwe structuren. Deze structuren zijn behalve voor
straten zijn stenig, zo ook de sporadische plekken en pleinen in de
de mens ook voor dieren belangrijke verbindingen die gekoesterd en
buurten. De architectuur van de wijken wordt gedomineerd door ge
versterkt moeten worden.
sloten bouwblokken met schuine kap of plat dak. Rode baksteen is het dominante materiaal.
De plantsoenen en parken zijn, naast de singels, onderdeel van het stedenbouwkundig plan. Het zijn door hun inrichting en gebruik
Met name in de geplande wijken zijn de gevels voor Rotterdamse
vaak karakteristieke plekken en dragen zo in sterke mate bij aan de
begrippen gedetailleerd. Er is variatie in de architectuur op straat- of
aantrekkelijkheid van deze wijken als woonmilieu. In de ongeplande
blokniveau met accenten en unieke hoekoplossingen. Gezamenlijk zijn het dichtbebouwde wijken met relatief smalle straten en kleine
wijken zijn de pleinen vaak restruimten, ontstaan door geleidelijke ontwikkeling of door sloop. De pleinen en straten zijn doorgaans
binnenterreinen. Vanouds is er weinig openbare ruimte en is het een
spaarzaam beplant, wat een kans geeft en een opgave is voor het
relatief stenige omgeving.
toevoegen van meer en biodiverser groen.
Verder geldt voor geplande én ongeplande stadswijken:
In de groenstructuur en de openbare ruimte zijn er veel opgaven voor
" Het gesloten bouwblok vormt de basis
klimaatbestendigheid en biodiversiteit. Deze plekken kunnen toe-
" Strakke gevellijn en rooilijn
komstbestendig gemaakt worden door te ontwerpen met aandacht
" Scherpe overgangen privé/openbaar, vaak collectieve binnenter
voor opgaven zoals grondwater, hittestress, biodiversiteit, gezond
reinen.
heid, wateropvang, droogte en overstroming. Zowel voor de geplande
" Veelal smalle profielen van niet meer dan 10-12m; bij de gewenste
als ongeplande wijken geldt dat door het ontbreken van voortuinen er
ruimte voor trottoirs is tweezijdig parkeren daar dan lang niet altijd
geen privégroen is dat het openbare profiel een groener beeld geeft.
mogelijk.
Daar tegenover staat dat binnen de bouwblokken vaak veel (privé) groen aanwezig is dat voor de woonkwaliteit van groot belang is.
56
HANDBOEK ROTTERDAMSE STIJL
STADSSTRUCTUUR
STADSSTRUCTUUR
57
vele obstakels op de trottoirs blijft er vaak weinig ruimte over voor voetgangers. Aandacht voor de twee meter obstakelvrije loopruimte is noodzakelijk. Naast de gebruikelijke bomen en lichtmasten zijn ook reclamebor den, uitstallingen, terrassen, standplaatsen, fietsen en andere gepar keerde voertuigen obstakels voor de voetgangers. In de woonstraten zijn de trottoirs vaak smal waardoor de toegankelijkheid voor men sen met een beperking en spelende kinderen beperkt is. Parkeren is een dominante functie en vindt overwegend in de openbare ruimte
STADSSTRUCTUUR
plaats. Het openbaar vervoer is relatief goed. al
Ŝ
ONTWIKKELINGEN
al
In de stedelijke wijken zijn verschillende ontwikkelingen aan te
û
wijzen die aandacht vragen bij het vormgeven van de stad.
i—
co
" De toename van het autobezit in de afgelopen decennia heeft grote gevolgen gehad voor de inrichting van de straat. Trottoirs en boomstructuren hebben plaatsgemaakt voor meer verkeeren parkeerruimte, met name voor fietsen. De ruimte voor verblijf, sport en spel op straat is sterk verminderd, mede ook door de toe name van obstakels als los geparkeerde fietsen, deelscooters en
Noordmolenstraat © Roel Dijkstra
containers voor afvalinzameling. Ook een aantal binnenterreinen is aan de verkeersruimte toegevoegd. Het areaal aan groen is af genomen, het aantal gebruikersgroepen blijft onverminderd groot. De stedelijke wijken karakteriseren zich door de bebouwing met
" Overprogrammering van pleinruimten heeft geresulteerd in een
vele verblijfplaatsen voor flora en fauna in de vorm van dakpannen,
zijdig ingerichte pleinen. De grootschalige stadsvernieuwing heeft
hoekjes en kiertjes. De goed ontwikkelde achtertuinen en de aan
een verschraling van het beeld en een vervlakking van de relatie
wezigheid van oudere bomen vormen de basis van de ecologische
tussen bebouwing en openbare ruimte opgeleverd. Actuele bouw-
waarde van de stedelijke wijken. Het toevoegen van robuuste groene
opgaven zijn kleiner van schaal en spelen meer in op de maat en
plekken in combinatie met een sterke ecologische hoofdstructuur, in
schaal van de stadswijken.
de vorm van bomenstructuren, struikenlagen en ecologische oevers,
" De openbare ruimte is voor een heel groot deel de enige gebruiks
stimuleren de biodiversiteit. De gidssoorten van deze biotoop zijn:
ruimte buitenshuis voor de bewoners omdat maar een klein deel
gierzwaluw, boomblauwtje en egel.
maar een tuin of een (collectief) binnenterrein tot zijn/haar be schikking heeft. Omdat stadswijken ook gewild zijn bij gezinnen
Mobiliteit De openbare ruimte wordt intensief benut waardoor de trottoirs druk worden gebruikt. Er is ook weinig ruimte is voor de fietser. Door de 58
HANDBOEK ROTTERDAMSE STIJL
met (kleine) kinderen wordt dit gebrek aan eigen buitenruimte nijpend en neemt de druk op de openbare ruimte extra toe. " Tegelijkertijd wordt de ruimte geclaimd voor veel functies en ge-
OPGAVEN De hiervoor genoemde ontwikkelingen geven inhoud aan de opga ven voor stedelijke wijken. " Straten, zoals buurtstraten, beter inrichten voor verblijf en ontmoe ting, aansluitend op de Rotterdamse Mobiliteits Aanpak (RMA). Dit maakt een goede parkeerstrategie belangrijk om meer ruimte te kunnen bieden aan voetganger, verblijf, groen en fietsparkeren. " De hittestress maakt het noodzakelijk dat elke bewoner en gebrui ker van de stad een groene en koele plek op loopafstand heeft. Te vens geven de bomen schaduw aan de opwarmende woningen. op het gebied van waterbeheer, waarbij samenwerking op zowel onder- als bovengrondse ruimte van cruciaal belang is vanwege beperkte beschikbaarheid. " In de versteende stadswijken zijn de binnenterreinen van de bouwblokken vaak groen. Het (openbaar) toegankelijk maken van dit collectieve groen en het verbinden ervan met het openbaar groen vereist veel aandacht omdat dat het de gebruiksmogelijkhe den van het groen sterk vergroot en een belangrijke bijdrage kan leveren aan het vergroten van de biodiversiteit. " Er moet zorgvuldig gekeken worden hoe ruimteclaims van opga
Bloemhof © Arnoud Verhey
ven zoals energietransitie, warmtestations enzovoorts ingepast kunnen worden door vooraf te kijken welke ruimtelijke invulling het best past in een wijk. Door op tijd concurrerende ruimteclaims privatiseerd door autogebruik, laden en lossen, terrassen en tijde
te bespreken kan de leefbaarheid van de openbare ruimte, behoud
lijke evenementen.
van bomen en aantrekkelijke uitstraling zoveel mogelijk worden
" De steeds omvangrijkere ondergrondse infrastructuur bepaalt
nagestreefd. Met name de afstemming van bovengronds en onder
meer en meer wat er bovengronds mogelijk is aan bijvoorbeeld
gronds vereist maatwerk en vraagt om innovatie in de ondergrond.
boombeplanting. Elektrificatie en warmtenet zijn voorbeelden van
" Pleinen en plekken gevarieerder inrichten en diverser maken ten
nieuwe infrastructurele voorzieningen die zowel ondergronds als
opzichte van elkaar zodat zij geschikt zijn voor meerdere gebrui
bovengronds veel ruimte kosten. " Zettingsverschillen als gevolg van bodemdaling vormen een steeds groter probleem.
kersgroepen, waaronder nadrukkelijk ook voor spelende kinderen en ouderen. " In deze dichtbebouwde wijken zijn goede overgangszones tussen privé en openbaar gebied essentieel, waaronder de verbinding tussen groene achtertuinen en de rest van de openbare ruimte.
STADSSTRUCTUUR
59
STADSSTRUCTUUR
" Een aanzienlijk aantal wijken staat voor een belangrijke uitdaging
Groenstedelijke wijken
De reactie op de compactheid en stenigheid van de stadswijken was
Publieke gebouwen staan op prominente plekken en zijn in stijl met
een keur aan groene stadsconcepten die elkaar in de loop van de 20e
de architectuur van de wijk. Programma is toegevoegd aan kleine
eeuw opvolgden. Gemeenschappelijke noemers in deze concepten
pleintjes of op bijzondere (hoek)punten: winkels in de plint met een
zijn de planmatige ontwikkeling en het, ruimere, groene karakter van
bovenwoning. De tuindorpen hebben vaak een overwegend stenig
deze wijken. De principes voor de planmatige ontwikkeling zijn per
karakter met een robuuste boomstructuur.
bouwperiode echter heel verschillend.
STADSSTRUCTUUR
De ruimere opzet van de groenstedelijke wijken biedt mogelijkheden
Groenstructuur en Biodiversiteit
voor de toevoegen van drie lagen in de beplanting, zoals meer krui-
De tuindorpen worden gekenmerkt door een zorgvuldig ontworpen
denrijkgrasland en struweel. Extensief beheer en het toelaten van
groenstructuur in de vorm van singels, lanen, plantsoenen en kleine
natuurlijke ontwikkeling van vegetatie bieden een leefgebied voor
parken. Een groot deel van de groenstructuur wordt bepaald door
een groot aantal dier- en plantensoorten.
privétuinen. Grotere groengebieden zijn gekoppeld aan de hoofd structuur en liggen aan de rand van de wijk. De tuindorpen vormen een belangrijk biotoop op zichzelf en is
TUINDORPEN
daarbij ook een verbinding vanuit het ommeland naar het stedelijk
Stedenbouwkundige structuur
gebied. Robuuste verbindingen voor vliegende, maar vooral grond
De oudste tuindorpen zijn in de twintiger en dertiger jaren van de vori
gebonden (kruipende) soorten, lees kleine zoogdieren, is essentieel
ge eeuw gebouwd als reactie op de toenmalige volkswoningbouw, die
voor de biodiversiteit voor het gehele stedelijke gebied. Gidssoorten
als te stedelijk werd ervaren. Opdrachtgevers waren op zoek naar meer
tuindorpen: egel, huismus en tweekleurig lieveheersbeestje.
dorpse oplossingen voor de grote woningbouwopgaven. Dit resulteerde in zeer zorgvuldig ontworpen stedenbouwkundige plannen met een duidelijke hiërarchie in ruimten en een verzorgde architectuur en meer
De smalle straten in de tuindorpen kunnen de hoge parkeerdruk niet
ruimte voor groen, waaronder bomen, singels en voortuinen. Vreewijk is
aan. De verkeersveiligheid en leefbaarheid komen daardoor sterk
hiervan een klassiek voorbeeld.
onder druk te staan. Voetpaden zijn erg smal en ontbreken soms.
Meer dorps dan stedelijk karakter
Ontwikkelingen tuindorpen
Het zijn gewaardeerde rustige groene woonwijken. Zij worden voor
" Het typische groene karakter van de tuindorpen staat onder druk.
een groot deel bepaald door een sterke samenhang tussen architec
Het straatbeeld wordt gedomineerd door de auto. De toch al smal
tuur, stedenbouw en inrichting van de openbare ruimte. De architec
le woonstraten met voortuinen hebben daardoor aan uitstraling
tuur is kleinschalig en heeft overwegend een meer dorps dan stede
ingeboet. Ook de parkeerdruk langs de singels en lanen bepaalt
lijk karakter. Rode baksteen en een pannenkap zijn dominant in het
" Verdichting en de steeds grotere mogelijkheden om vergunnings-
verdraaiingen in het stratenpatroon of (onder) doorgangen geaccen
vrij te bouwen resulteert vaak in een afname van de groene ruim
tueerd met architectonische accenten verlevendigen het beeld.
te. Het beslag van de bebouwing is vergroot, waardoor de tuinen kleiner worden.
ge opbouw met een duidelijke hiërarchie en subtiele richtingveran-
" De groene kwaliteit van de voortuinen, een van de beeldkenmer-
deringen in het stratenpatroon van woonstraten en hoofdverbindin
ken, staat onder druk door een verdere verstening van de tuinen.
gen terwijl in de nieuwere tuindorpen een overwegend orthogonale structuur gerealiseerd is. HANDBOEK ROTTERDAMSE STIJL
in hoge mate het straatbeeld.
straatbeeld. De tuinafscheidingen, muur of haag, zijn mee ontworpen,
De oude tuindorpen worden gekenmerkt door een heldere planmati
60
Mobiliteit
STADSSTRUCTUUR
Tuindorpen Tuinsteden
GROENSTEDELIJKE WIJKEN
Wijken na 1970 Wijken na 1990
STADSSTRUCTUUR
61
TUINSTEDEN Stedenbouwkundige structuur De tuinstadtypologie is onlosmakelijk verbonden met de modernis tische stedenbouw van na de Tweede Wereldoorlog die tot eind zes tiger jaren leidend was bij de stadsontwikkeling. Het omspoelende groen tot op gebouwniveau en de open verkavelingsstructuur met gevarieerde semi-openbare ruimten, waren vernieuwend ten opzich te van de voorgaande typologieën. Er is afgestapt van de grondge bonden woonwijk, ten behoeve van een mix van gelaagd en grond gebonden. Een voorbeeld van een tuinstedelijke wijk is Ommoord, STADSSTRUCTUUR
Pendrecht of Lombardijen. Licht, lucht en ruimte Ook ten opzichte van wat na de tuinstad aan, meestal grondgebon den, typologieën volgde, is dit type sterk onderscheidend. De archi tectuur is modernistisch, waarbij licht, lucht en ruimte de kernbegrip pen vormen. De materialisatie was vernieuwend door hoofdzakelijk met beton, staal en glas te werken. De constructies zijn licht, evenals de kleur. De detaillering is sober en doelmatig. De variatie in archi tectuur is het meest zichtbaar op het niveau van de stempel, strook of rijwoning. Tuinsteden worden gekenmerkt door een open verkaveling in een
Groenstedelijke wijk © Nadine van den Berg
orthogonale structuur, opgebouwd uit stempel en strokenbouw, met een duidelijke hiërarchie: hoogbouw, middelhoge portiekflats en eengezinswoningen. De rooilijnen verspringen en de overgang Opgaven tuindorpen
van openbaar privé is ontworpen, door privé, gemeenschappelijk of
" Het terugdringen van de parkeerdruk, als eerste langs de singels.
openbaar groen.
" Waar door intensivering van de bebouwing het groen is afgeno
Parkeren vindt plaats in de woonstraten of in parkeerkoffersAvelden.
men zal het resterende groen een kwaliteitsslag moeten krijgen
Een parkeerkoffer is een cluster parkeerplaatsen (veelal bestaan
naar meer biodiversiteit, beeldkwaliteit en gebruikswaarde.
de uit een inrit aan de straatzijde met aan beide zijden haakspar-
" Specifiek in tuindorpen is aandacht nodig voor toegankelijke ver-
keerplaatsen). Voorzieningen zijn geclusterd in het centrum van de
blijfs-en speelplekken voor diverse doelgroepen en speelvoorkeu-
wijk. Er is asymmetrie in de profielen, ook bij winkelcentra. Publie
ren van kinderen; hiervoor zijn mogelijk meer speelplekken nodig
ke functies liggen verspreid, gekoppeld aan de groenstructuur. De
of bredere speelstoepen. " Ook hier zijn er opgaven in het kader van de energietransitie die boven- en ondergronds ruimteclaims tot gevolg hebben. " Grote zettingsverschillen als gevolg van bodemdaling.
62
HANDBOEK ROTTERDAMSE STIJL
pleinruimten zijn overwegend onderdeel van de losse bouwblokken en het omringend groen. Speelplekken zijn gekoppeld aan de groen structuur.
semiprivatisering toe waardoor voormalig openbaar groen minder toegankelijk wordt. Gidssoorten voor de tuinsteden zijn laatvlieger (vleermuis), bunzing en dagpauwoog. Mobiliteit De doorgaande verkeerswegen in de tuinsteden vormen barrières voor voetgangers en fietsers. Er is een uitgebreide wandelstructuur met veel paden, maar deze is onherkenbaar. Het openbaar ver voer is minder toegangelijk, de tuinsteden zijn voornamelijk autogeoriënteerd. Vanuit de beslotenheid van een blok kom je vaak op grote parkeerterreinen uit, waarbij de overgangszone tussen de be
Ontwikkelingen tuinsteden " In de tuinsteden ligt een verdichtingsopgave die op gespannen voet staat met de oorspronkelijke, ruime opzet. Dit wordt veroor zaakt door het feit dat de verdichting bestaat uit grondgebonden, grotere woningen met privégroen. Het oorspronkelijke ontwerp en het onderliggende gedachtegoed passen maar moeizaam in de nieuwe bouwopgave. " Door het ruim aanwezige groen maken bewoners daar meer ver spreid gebruik van en is het ontmoeten minder vanzelfsprekend. Door het nogal monotoon ingerichte en beheerde groen en het
Tuinstad Lage land © Rhalda Jansen
vaak ontbreken van specifieke trekkers zoals speelplekken en buurttuinen wordt dit nog verder versterkt. De oriëntering wordt Groenstructuur en Biodiversiteit
daardoor ook bemoeilijkt, zeker voor de ouder wordende bevol
Het groen is doorlopend en omringend groen op alle schaalniveaus.
king. Daarnaast zorgt een deel van het groen ook voor gevoelens
De boomstructuur is sterk bepalend in de hiërarchie voor de stra ten en scheggen. Zowel de structuur (hoeveelheid, grootte) als de soortkeuze is van groot belang. De plaatsing is sterk gekoppeld aan
van sociale onveiligheid. " Ontmoeten van bewoners vindt vaak plaats in de centra van de tuinsteden en nabij (speel)voorzieningen.
het totaalbeeld en maakt bewust onderdeel uit van de zichtlijnen
" De toename van het autobezit heeft voor een verstening van de
en perspectieven in de wijk, uniek voor de tuinsteden. De toepas
straten gezorgd. Het groen in de straten, maar ook delen van het
sing van grovere heesterbeplanting en goedkoper te onderhouden
structurele groen heeft plaatsgemaakt voor parkeer- en verkeers
groen heeft geleid tot vervlakking en verschraling van het groen.
ruimte.
Kenmerken voor de tuinsteden zijn verder de schaalsprongen tus
" Het karakteristieke winkelplein met zijn niet-begrensde ruimte is
sen woonomgeving, buurt en wijkgroen. Grote delen van het groen
vaak vervangen door een meer klassieke typologie met duidelijk
zijn in handen van woningcorporaties of Verenigingen van Eigena ren. In sommige wijken zoals Ommoord en Zuidwijk neemt deze
omgrensde ruimten. " Tevens wordt het privégroen steeds steniger en minder zichtbaar. STADSSTRUCTUUR
63
STADSSTRUCTUUR
bouwing en het parkeerterrein ontbreekt.
Schuttingen en andere afscheidingsvormen verbergen de rijkdom aan privégroen. " Het kenmerkende, overvloedige groen van de tuinsteden is veel
" Verhogen biodiversiteit door meer variatie in beplanting en in te richten voor de gidssoorten van de tuinsteden: laatvlieger, bun zing, dagpauwoog.
al in eigendom en beheer bij woningcorporaties. Mede door de beperkte financiële middelen bij de corporaties is de aandacht voor het beheer van dit groen verslapt. Het groen is daardoor nogal
GROENSTEDELIJKE WIJKEN VAN 1970-1990
monotoon ingericht en beheerd en heeft een beperkte gebruiks-
Stedenbouwkundige structuur
en belevingswaarde.
De vaak als monotoon ervaren tuinsteden met veel (middel)hoog-
STADSSTRUCTUUR
" Bodemdaling en de daarmee gekoppelde wateropgave in de tuin
bouw kregen hun stedenbouwkundige opvolger in de vorm van wij
steden is fors door de relatief lage ligging. Hierdoor is aandacht
ken met voornamelijk grondgebonden woningen die voorzien zijn
nodig voor de grondwaterstand, het regelmatig ophogen van de
van een voor- en achtertuin. De groenstedelijke wijken zijn rustig en
openbare ruimte en het behoud van de beschikbare doorwortel-
kindvriendelijk en primair ingericht op een (jong) gezinsleven. Een
bare rui mte voor groenvakken en bomen.
typisch groenstedelijke wijk uit de jaren '70 is de wijk Zevenkamp. Deze wijken zijn relatief autonome woonmilieus aan de rand van het
Opgaven tuinsteden
stedelijk gebied, dichter bij het omringende landschap dan bij het
" Meer samenwerking tussen de eigenaren/beheerders van de ver
centrum. Kenmerkend voor deze wijken is het woonerf. Er werd na
schillende (semi)publieke ruimten, veelal gemeente en woning
drukkelijk niet gestreefd naar monumentaliteit maar naar kleinscha
corporaties, is nodig om integraal te kunnen ontwerpen en behe
ligheid. Hiërarchie in het stratenpatroon is er dan ook nauwelijks.
ren tussen wijk, straat en binnenterrein om daardoor een hogere
De woningen zijn georiënteerd op hoven en erven en niet op de rij
kwaliteit te kunnen leveren aan het geheel: meer belevingen en
wegen voor het gemotoriseerd verkeer. Langs deze wegen liggen de
beter gebruik.
achterkanten van de woningen, de achtertuinen zijn afgeschermd
" Juist in de tuinsteden is er bij grondgebonden woningen een af
met opgaand groen. De woningen zijn voornamelijk eengezinswo
name te zien van groene tuinen en een toename van schuttingen.
ningen, op enkele plekken zijn hoogteaccenten gemaakt met mid-
Door het aanwezige straatgroen heeft dit nog beperkt effect. Daar
delhoogbouw.
waar snippergroen verkocht wordt, waardoor de schutting direct
Het programma is geconcentreerd in een centrumgebied en open
aan openbaar gebied grenst is dit een aandachtspunt. " Grote zettingsverschillen door bodemdaling resulteren in verzak king van de openbare ruimte en gebouwen. " Behoud algemene kwaliteit ook in relatie tot bodemdaling. Afwe