CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb003527] Bijlage behorende bij 24bb003528 over Handboek Rotterdamse Stijl 2.0

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 26 juni 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Buitenruimte24.787 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

de ROTTER

Gemeente Rotterdam

de

ROTTER DAMSE stijl handboek voor ontwerp en inrichting van de openbare ruimte

Gemeente Rotterdam

ínhoud

Inleiding

5

Bijlagen

202

lį Stadsbrede doelen en principes

7

1.1 De drie stadsbrede doelen uit de visie openbare ruimte

2 Stad- en stadsdeelstructuur 2.1

12

Stadsbrede doelen vertaald in bouwstenen

1.2

Stadsbreed doel 1: Groen en duurzaam

1.3

1.4

17

48

Binnenstad

50

Stedelijke wijken

56

Groenstedelijke wijken

60

Buitendijks gebied

68

Stadsbrede doelen in de gebieden

72

18

Klimaat

20

Lijnen

75

Biodiversiteit

22

Wegen hoofdstructuur

80

Bodem en ondergrond

24

Wegen stadsdeelstructuur

96

Circulair Energie

26 28

Primaire waterkering

114

Waterlopen hoofdstructuur

120

Slimme Stad - digitale samenleving

30

Waterlopen stadsdeelstructuur

144

Stadsbreed doel 2: Van en voor iedereen

Plekken

167

33

Plekken hoofdstructuur

168

Plekken stadsdeelstructuur

172

2.2

2.3

Stadsbreed doel 3: Balans tussen modaliteiteiten:

HANDBOEK ROTTERDAMSE STIJL

Vier Gebieden

Groenblauwe structuur

voetganger, fiets, openbaar vervoer en auto

2

42

2.4 39

Accentlagen

177

Landschapshistorische laag

178

Romantische laag

180

Beschermde stadsgezichten

182

3 Beleid en de Rotterdamse Stijl 185

a Beheer

3.1

4.1

3.2

De Rotterdamse Stijl in de praktijk Relevante beleidskaders

186

195

Beheer en onderhoud openbare ruimte en assetmanagement

196

4.2

Technische kwaliteit en beeldkwaliteit

198

4.3

Beheer, onderhoud en planproces

199

4.4

Ontwikkelingen in beheer en onderhoud

200

4.5

Financiën

201

188

STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES

3

Inleiding

Voor u ligt het Handboek Rotterdamse Stijl, het handboek voor het ontwerp en de inrichting van de openbare ruimte in Rotterdam. Dit handboek biedt richtlijnen om onze stad aantrekkelijker te maken en de unieke identiteit te versterken. Met de focus op groen, gezondheid en efficiënt onderhoud streven we naar een optimale leefomgeving voor iedereen

Sinds de introductie van de Rotterdamse Stijl in 2008 zijn veel stra­

Druk op openbare ruimte flink toegenomen

ten, van groot naar klein, zoals de Vierhavenstraat, de Meent en de

Rotterdam groeit en in de stad wordt de openbare ruimte door meer

Bajonetstraat heringericht volgens de principes van het handboek:

en meer functies gebruikt. Het aantal inwoners neemt toe en bedrij­

Groen, met ruimte voor mensen, goed zittend meubilair en met ge­

ven willen zich hier graag vestigen. De druk op de openbare ruimte is

bruik van meer duurzame en eenduidige bestratingsmaterialen.

flink toegenomen, niet alleen door intensiever gebruik voor sporten, festivals en evenementen, maar ook doordat er meer gewandeld en

Door te werken met een handboek worden de typisch Rotterdamse

gefietst wordt. Tevens door de toename van verschillende modalitei­

karakteristieken van de openbare ruimte, zoals bijvoorbeeld de lig­

ten, met name de parkeerplaatsen, maar ook door het uitbreiden van

ging in de delta en nabijheid van de rivier versterkt. De Rotterdamse

de horeca in de openbare ruimte.

Stijl is een door de gemeenteraad vastgesteld kader (in 2009) en is

Daarnaast hebben we te maken met een aantal grote transities op

een Rotterdamse manier van werken aan de ontwikkeling van de

het gebied van mobiliteit, energie en klimaatadaptatie. Veel van deze

openbare ruimte.

transities landen in de openbare ruimte, boven en ondergronds, en

De straten krijgen meer verblijfskwaliteit, waarbij de balans moet

vragen om een andere verdeling en inpassing in deze ruimte. Denk

worden gezocht met de verkeersfunctie die straten voor voetganger,

bijvoorbeeld aan de overstap van verwarmen en koken met aardgas

fietser, openbaar vervoer en auto hebben. Hierdoor ontstaat er een

naar zonne- en windenergie (energietransitie), of aan veranderingen

openbare ruimte die optimaal te beheren en te onderhouden is. De

in de manieren waarop we in de toekomst reizen (mobiliteitstransitie,

kracht van dit handboek is dat het een stadsbreed en multidiscipli­

waaronder een versnellings- en toegankelijkheidsopgave voor het

nair kader geeft. Het versterkt de samenhang in het stedelijk net­

OV), of aan de gevolgen van de vergrijzing (demografische transitie).

werk, met oog en respect voor de verscheidenheid en identiteit van wijken en buurten. Daarnaast zorgt een beperkte maar kwalitatieve set van meubilair en bestratingsmaterialen voor een verbeterde en meer duurzame inkoop en opslag en daarmee ook het beheer.

Actualisatie van het handboek uit 2008 Voorgenoemde transities vragen om aanpassingen en duidelijke keuzes. De actualisatie van het handboek uit 2008 geeft handvatten voor de nieuwe ontwikkelingen en neemt spanning weg tussen ver­

4

HANDBOEK ROTTERDAMSE STIJL

schillende uitdagingen doordat er nieuwe principes en bouwstenen

meer eenheid en kan slimmer worden ingekocht. Hierdoor wordt ver­

zijn geformuleerd. Het geeft inzicht hoe keuzes worden gemaakt en

spilling tegengegaan, vermindert de gevoeligheid voor vernielingen

toekomstige innovatie wordt vormgegeven. Met dit geactualiseerde

en vandalisme en stijgt de (onder)houdbaarheid en levensduur.

handboek pakt Rotterdam door met een openbare rui mte die trends,

De uiteindelijke inrichting van de openbare ruimte wordt bepaald in

ontwikkelingen en transities omarmt.

projecten en de daarbij behorende inrichtingsplannen. De inwoners van Rotterdam worden bij deze projecten betrokken en gevraagd om

Het handboek Rotterdamse Stijl heeft drie doelen:

actief mee te denken over de inrichting.

1. Het bereiken van een stadsbrede ruimtelijke kwaliteit. Deze kwa­ liteit bestaat uit waarde voor gebruik, beleving en duurzaamheid.

Hoe werkt dit handboek?

2. Een openbare ruimte die na inrichting en de toe te passen materia­

Dit handboek is een beleidskader voor de inrichting van de open­

len goed te beheren en te onderhouden is, omdat de toe te passen

bare ruimte in Rotterdam. De principes en maatregelen vormen de

materialen bewezen geschikt te zijn voor het beoogde gebruik,

basis voor de inrichting van de openbare ruimte. Mogelijke afwijkin­

optimaal in te kopen zijn en op voorraad, waardoor vervanging

gen worden via de ambtelijke Adviescommissie Openbare Ruimte

eenvoudig mogelijk is.

(ACOR) vastgesteld. Ook testen, vernieuwingen en pilots worden

3. Het biedt een gemeenschappelijke taal voor alle professionals bin­

door deze adviescommissie beoordeeld en gemonitord. Beleids­

nen de gemeente, maar evengoed voor alle externe partijen zoals

aanpassingen vinden plaats onder de verantwoordelijk van afdeling

stadsmakers, ontwikkelaars, waterschappen, havenbedrijf, RET

Ruimte, Wonen en Milieu (RW&M).

en de Rotterdammers zelf. Voor wie is het handboek? Hoe is het handboek tot stand gekomen?

Zoals gezegd, het handboek geeft richting aan ontwerpers, project­

Dit geactualiseerde handboek is onder andere gebaseerd op de Om-

leiders, ontwikkelaars, beheerders en andere stadmakers (interne en

gevingsvisie Rotterdam (2021). De Omgevingsvisie beschrijft wat

externe belanghebbenden) die zich bezighouden met de inrichting

voor een stad we willen zijn en hoe we daar komen en biedt de kaders

en beheer van de openbare ruimte.

en inspiratie voor toekomstige ontwikkelingen. Het handboek Rot­ terdamse Stijl vertaalt daarnaast de ambities en kaders uit 'De Visie

Het Handboek Openbare Ruimte Rotterdamse Stijl is opgebouwd

Openbare Ruimte 2020 - 2030', naar stadsbrede doelen, opgaven en

uit vier delen.

ontwerpprincipes voor inrichting en beheer.

" In het eerste hoofdstuk, getiteld "Stadsbrede doelen", worden de

Er wordt onderscheid gemaakt tussen de openbare ruimte die door alle Rotterdammers en bezoekers gebruikt wordt (de hoofd- en

opgaven en principes beschreven die als basis dienen voor de in­

stadsdeelstructuur) en de openbare ruimte die meer door directe

" Het tweede hoofdstuk biedt een overzicht van de hoofd- en stads­

buurtbewoners wordt gebruikt (de wijk/buurt-structuur).

richting van de openbare ruimte. deelstructuur van de openbare ruimte, inclusief principeprofielen en inrichtingsprincipes per gebied, lijn en plek.

Basiskwaliteit en extra's

- In hoofdstuk drie wordt verwezen naar de relevante beleidsdocu­

Het handboek Rotterdamse Stijl legt een basiskwaliteit vast die voor

menten waarop de Rotterdamse Stijl van toepassing is, en wordt

de hele stad op investerings- en onderhoudsniveau geldt. Daarnaast

de samenhang daartussen belicht. Daarnaast wordt in dit hoofd­

mag voor de hoofd- en deelstructuur een extra plus op de basiskwa­ liteit worden toegevoegd. Door te kiezen voor een beperkte set duurzame materialen ontstaat

stuk ook de Toolkit Bestrating en Meubilair besproken. " Het handboek eindigt met een vertaling van de principes van de Rotterdamse Stijl naar beheersopgaven in de openbare ruimte. STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES

5

Wl hui

Rotterdam verstedelijkt landschap © Frits Palmboom

i

Stadsbrede doelen en principes

Dit hoofdstuk vertaalt de drie stadsbrede doelen uit de Visie Open­ bare Ruimte (vastgesteld in 2019). De doelen uit de Visie uitgezet in opgaven, principes en bouwstenen. De opgaven zijn de vertaling naar oplossingen, de principes de uitgangspunten voor de inrichting van de openbare ruimte en de bouwstenen geven hier vervolgens maatregelen voor die de stadsmakers kunnen gebruiken.

STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES

".''-7.

E jW' “ ' 4İ.|hI EfccL.”f '' ^ . ......... —" ’ ’ ~~

y į Ir

ļtSL* * "p , r'1 ļ

ťİ i

De Rotterdamse openbare ruimte onderscheidt zich van andere ste­

verlaten. Met het plan-Rose (1854), een uitgekiend systeem van sin­

den door een aantal karakteristieken. Deze zijn het startpunt voor

gels, boezems en vlieten, werd niet alleen de waterhuishouding en

de inrichting, beheer en gebruik van de stad. Stadsbrede doelen en

waterkwaliteit van de stad verbeterd, maar ontstond ook een aan­

inrichtingsprincipes voor de openbare ruimte beginnen bij deze

trekkelijk woonmilieu met een netwerk van openbare ruimte voor

karakteristieken die op hun beurt bepaald zijn door de ondergrond

wandelen en verpozen.

van Rotterdam. Op, door- en met deze ondergrond heeft de stad haar

Het bombardment en de ontwikkeling van de verkeersmachine in de

kenmerkende structuren van wegen, waterlopen en bebouwing ge­

jaren 40-60, tezamen met de woonwijken in de tuinsteden, vormde

vormd, die als het ware in verschillende lagen nog herkenbaar zijn

een nieuwe autonome (occupatie)laag in de stadsplattegrond.

in de stad. Op de noordoever stierf het moerasbos dat achter de duinen lag af na de bedijking in de 13e eeuw en ontwikkelde dit zich tot een dik veenpakket. Dit veenpakket werd vervolgens ontgonnen tot een fijn­ mazig stelsel van smalle sloten en kavels loodrecht op de dijken en/ of kade; een patroon wat je ook nu nog terugvindt in het noord-zuid georiënteerde stratenpatroon op noord. Verder van de rivier af aan de noordkant, achter de Oudedijk - Overschiese Kleiweg, ontstaan door veenafgravingen voor het turf grote plassen. Na de droogmakerijen ontstaat hier een grootschaliger, ge­ ometrisch kavelpatroon waarbij alleen de Kralingse plas en Bergse Voor-en Achterplas gespaard zijn als grote plassen. Op de zuidoever wordt de inpoldering veel meer beïnvloed door de dynamiek van de delta, waar komvormige platen en eilandjes in ontstaan die een ringdijk krijgen en waar vervolgens weer afzettin­ gen langs komen. Nieuwe dijkjes worden hierlangs ontwikkeld die tezamen uiteindelijk het eiland van IJsselmonde vormen. Ook deze structuur is voor een deel nog terug te vinden in het stratenpatroon van de Zuidoever. Eerder volgde de verstedelijking van de stad deze ondergrond, maar door de eeuwen heen zijn door de occupatie nieuwe en andere lagen overheen gekomen.

Lange tijd werden vele ontwikkelingen door de haven, met haar in- en uitbreidingen en daarbij behorende infrastruc­ tuur, bepaald. De woon- en stadswijken voor de havenarbeiders volg­ den deze ontwikkeling. De kaden waren de eerste openbare ruimte waar niet alleen gewerkt en gehandeld werd, maar ook geflaneerd. Halverwege de 19e eeuw werd het stedelijk leven geteisterd door cholera-epidemieën en begonnen de gegoede burgers de stad te

STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES

9

STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES

Inleiding

STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES

De vijf karakteristieken van de openbare ruimte van Rotterdam De occupatielagen maken de openbare ruimte van Rot­ terdam onderscheidend en zijn samengevat in vijf ka­ rakteristieken. Deze vormen een continue waarde, een basis, die door de ontwikkelingen en transities te allen tijde versterkt en omarmd worden: een startpunt voor de inrichting, beheer en gebruik van de stad.

Rivier - Delta - Stad - Haven

Groenblauwe structuur

Rotterdam leeft met het water; door de ligging aan de mon­

Door de ligging in de delta speelt water ook in de stad een be­

ding van de Rijn-Maasdelta. De stad, haven en rivier vormen

langrijke rol in de vorm van singels, waterlopen en boezems.

de drie-eenheid in steeds wisselende relatie tot elkaar. De twee

De groenstructuur is meestal direct verbonden aan de water-

grote beeldbepalende natuurlandschappen, de rivieren en de

structuur, waardoor er sprake is van een robuust groenblauw

kust bij Hoek van Holland bepalen het karakter van Rotterdam.

netwerk, aangevuld met fijnmazige vergroening in buurten en

De Rotterdamse Rivieren - De Nieuwe Maas, Rotte en de Schie

wijken.

- zijn de slagaders van de Rotterdamse openbare ruimte en verbinden de stad met de regio en de wereld.

De Maas © Joep Boute

10

HANDBOEK ROTTERDAMSE STIJL

HeemraadssingeĮ © Joep Boute

STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES

De 'Rotterdammer'

Moderne binnenstad en boulevards

Archipel van buurten en wijken

Rotterdammers zijn trots op hun stad. De stad bestaat uit

Anders dan de meeste Nederlandse steden, kenmerkt het cen­

Alle buurten en wijken hebben betekenis en een historisch ver­

een diversiteit aan culturen, nationaliteiten, religies, waar­

trum van Rotterdam zich door een moderne binnenstad met

haal te vertellen. Die historische gelaagdheid draagt bij aan

den en normen, opinies en politieke voorkeuren. Deze

hoogbouw en brede boulevards die de verbinding leggen met

de herkenbaarheid en authenticiteit, het karakter van de stad.

verschillende groepen en individuen geven hun eigen in­

de regio. Mede door grote ingrepen als de vergroening en de

Die geschiedenis speelt een belangrijke rol bij de kwaliteit van

vulling aan het gebruik van de openbare ruimte in festivals,

verhoging van de verblijfskwaliteit, is de binnenstad van Rot­

de fysieke leefomgeving. Ook kunnen historie en erfgoed een

het ontmoeten in de openbare ruimte, straten en pleinen.

terdam de afgelopen tien jaar een aantrekkelijke plek om te

economische waarde vertegenwoordigen of (weer) vervullen

Rotterdam kent een levendige praktijk van stadsmakers: klein­

werken, te wonen en te vertoeven. Het is het meest bezochte

en zorgen ze voor een impuls voor verbeteringen, versterking

schalige particuliere stadsontwikkelingen, initiatieven van be­

deel van de stad en zal door de verdichting en de verwachte

van een gebied of plek, zoals het Lloydkwartier. De vitale ker­

woners, ondernemers en zelfstandigen in samenwerking met

groei van het toerisme alleen maar drukker worden. Boule­

nen vormen een bruisend hart waarin energie en dynamiek

woningbouwcorporaties, ontwikkelaars en de gemeente. Deze

vards, zoals de Coolsingel, Blaak, Pleinweg, Maasboulevard

samenkomen. Deze centrale kernen zijn van essentieel belang

typisch Rotterdamse stadmakerspraktijk is geworteld in een

en Schiekade vormen het cement van de stad. Ze vormen niet

voor het economische, culturele en sociale leven van Rotter­

lange lokale traditie van ondernemerschap, privaat-particu-

alleen belangrijke routes die de stad en haar wijken verbinden,

dam. Met een gevarieerd aanbod van winkels, horecagele­

lier-publieke stadsontwikkeling en een grote betrokkenheid

door hun woon-werkfunctie en de bijbehorende voorzieningen

genheden, culturele voorzieningen en groene ruimtes zijn de

van bewoners. Dit sluit ook goed aan bij de geest van de Om-

zijn ze ook van groot economisch belang. Een groot deel van de

vitale kernen aantrekkelijke plekken voor zowel bewoners als

Rotterdamse banen en werkgelegenheid bevindt zich langs

bezoekers om te wonen, werken en ontspannen.

gevingswet voor meer participatie.

deze wegen. Deze wegen maken de identiteit van gebieden en wijken.

Stationsplein © Peter Schmidt

Coolsingel © Peter Schmidt

Vergroend stadsplein © Arnoud Verhey

STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES

11

STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES

1.1 De drie stadsbrede doelen uit de Visie Openbare Ruimte

De Rotterdamse Stijl is gebaseerd op de Visie Openbare Ruimte

toepassen van grote boomkransen en plantvakken. Deze bouw­

(vastgesteld in 2019) en de Rotterdamse Omgevingsvisie (vastge­

stenen zijn uitgewerkt in: groen, water, ondergronds, meubilair Ã

steld in 2021). De Visie Openbare Ruimte beschrijft de doelen en op­

mobiliteit. De bouwstenen vinden we vervolgens ook terug in de

gaven waar de stad de komende tien jaar voor staat. De Visie Open­

principeprofielen en inrichtingsprincipes in hoofdstuk 3.

bare Ruimte benoemt drie stadsbrede doelen: Stadsbrede doelen vertaald in bouwstenen 1. Groen en duurzaam 2. Van en voor iedereen

In dit hoofdstuk worden verschillende bouwstenen geïntroduceerd

3. Balans tussen modaliteiten: voetganger, fiets, openbaar vervoer

ruimte op een effectieve manier vorm te geven. Deze bouwstenen

en auto

die ontwerpers en stadmakers kunnen gebruiken om de openbare bieden diverse maatregelen die kunnen worden toegepast, en hoe­ wel ze niet als een uitputtende lijst worden beschouwd, bieden ze

Doelen vertaald naar opgaves, principes en bouwstenen

de principeprofielen en inrichtingsprincipes, waardoor ze een prak­

dam worden de stadsbrede doelen vertaalt naar opgaves, principes

tische toepassing krijgen, dit is te vinden in hoofdstuk 2.

en bouwstenen.

Op de volgende pagina staat een overzichtstabel van deze bouwste­

" Een opgave is de vertaling naar oplossingen die de doelen leggen

nen. Deze vormt een waardevol instrument voor het ontwerpen van

op de inrichting van de openbare ruimte. Bijvoorbeeld het vermin­

de openbare ruimte en biedt een overzicht van verschillende mo­

deren van hittestress in stenige wijken.

gelijkheden om de gewenste principes en doelen te realiseren. Het

" De principes vertalen deze opgave naar stadsbrede uitgangs­ punten voor de inrichting van de openbare ruimte. Onafhankelijk

om een aantrekkelijke, functionele en duurzame openbare ruimte te creëren die past bij de Rotterdamse identiteit.

verminderen. " De bouwstenen geven verschillende maatregelen aan die ontwer­ pers en andere stadsmakers kunnen gebruiken. Bijvoorbeeld het HANDBOEK ROTTERDAMSE STIJL

doel is om de bouwstenen te gebruiken als inspiratiebron en leidraad

van de specifieke situatie geven de principes aan waar rekening mee gehouden wordt in het ontwerp. Bijvoorbeeld meer onthar­ den en meer groen toevoegen in het ontwerp om hittestress te

12

een basis voor het ontwerp. De bouwstenen worden geïntegreerd in

Op basis van de karakteristieken van de openbare ruimte van Rotter­

STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES

1. Groen à duurzaam

2. Van S voor iedereen

Een aantrekkelijke en groene openbare ruimte voor nu en de

Het ontwikkelen van een uitnodigende en robuuste openbare

3. Balans tussen modaliteiten: voetganger, fiets, openbaar vervoer en auto

toekomst is noodzakelijk om de gezondheid en leefkwaliteit

ruimte in de diverse stad vraagt om ontwerpen voor inclusieve

van de stad te behouden en te verbeteren. Meer en robuus­

en toegankelijke openbare ruimtes, waar iedereen een piek

biliteit groeit. Door de groei van het fietsgebruik, waaronder

tere groenblauwe structuren zijn nodig om ecologische en

heeft. Toegankelijkheid, ontmoeting en beweging zijn daarbij

ook fietsbezorgers en deeifietsen, is het huidige fietsnetwerk

recreatieve verbindingen te versterken en kiimaatbestendig

de sleutelwoorden. Dat vraagt erom dat we onze stad ontwer­

niet toereikend. De verdichting van de stad kan aiieen ais

te zijn. De inrichting van straten en plekken draagt bij en biedt

pen met een veelzijdige biik en voor leeftijden van 0-100 jaar.

iopen, fietsen en OV-gebruik toenemen. Dit vraagt om meer

De behoefte aan gezonde, schone, innovatieve en actieve mo­

ruimte aan transitie-opgaven zoals biodiversiteit, mobiliteit,

beweegruimte voor de voetganger en de fietser. Maar ook om

waterberging, hittestress, circulariteit en ondergrondse ruim-

sneiier en aantrekkelijker openbaar vervoer.

tevragen. Met het vergroenen van de stad en het verbinden

Daarnaast is verbetering van oversteekbaarheid, toeganke-

van het groen met elkaar, geven we stad een stevige impuls.

iijkheid, aantrekkeiijkheid en veiiigheid beiangrijk. Dit bete­ kent investeren in verbiijfskwaiiteit zodat de stad meer kans biedt op ontmoetingen en dit nodigt uit tot gezond en actief bewegen.

Tuschinskipark © Arnoud Verhey

Burgemeester Sint Jacobspiein © Arnoud Verhey

Cooisingei © Joep Boute

STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES

13

STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES

Bouwstenen

GROEN

WATER CC LU

CL

LU

i—i

CC

LU

O Q QLU LU

CLCLCÛCÛCÛiaCÛļS'iiítĮJtĮJZtĮJt/)

GROENBLAUWE STRUCTUUR

KLIMAAT

zI

BIODIVERSITEIT

Z N LU QtĹ

O 3 CC 3 is a

BODEM | ONDERGROND

ENERGIE

SLIMME STAD

cc O z O LU

Z LU

«I i-i >

W Ü!

14

HANDBOEK ROTTERDAMSE STIJL

^ ilt

ONDERGRONDS

STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES

WATER

MEUBILAIR EN MOBILITEIT

QEÜEI3

ö iQiam STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES

15

STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES

STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES

1.2 Groen en duurzaam

Het eerste stadsbrede doel ’Groen en duurzaam’ gaat over een aantrekkelijke en groene openbare ruimte voor nu en de toekomst. Deze is noodzakelijk om de gezondheid en leefkwaliteit van de stad te behouden en te verbeteren. Robuustere groenblauwe structuren zijn nodig om ecologische en recreatieve verbindingen te verster­ ken en bestendig te zijn voor klimaatverandering. De inrichting van straten en plekken draagt bij en biedt ruimte aan transitie-opgaven. Het stadsbrede doel Groen en duurzaam valt uiteen in zeven thema’s te weten: Groenblauwe structuur, Klimaat, Biodiversiteit, Bodem en ondergrond, Circulair, Energie en Slimme stad. Met het vergroenen van de stad en het verbinden van het groen met elkaar, geven we de stad een stevige impuls. STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES

17

STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES

Groenblauwe structuur

^ OPGAVE

Voor de groenstructuur zet de Rotterdamse Stijl in op:

NETWERK VAN RIVIEREN, WATERLOPEN

Uitbreiden: Op plekken waar nu een tekort is. Onder andere in de

EN GROEN VERSTERKEN

binnenstad, in stadswijken, bij nieuwe woningbouwlocaties en langs rivierkades.

De groenblauwe structuur zowel binnen de stad, als naar buiten toe, naar het ommeland, vormt een gezonde, duurzame en alledaagse

Koesteren: Van bestaand groen met focus op parken, groene

omgeving. Hiermee wordt een aantrekkelijk recreatief netwerk

gordels en singels door bodemverbetering. Balans in gebruik

gecreëerd, waarmee de klimaatbestendigheid en de biodiversiteit

is essentieel om overprogrammering van bestaande (en soms

verhoogd wordt. Het doel is om een nog gezonder en aantrekkelijke

kwetsbare) parken te voorkomen.

openbare ruimtes te creëren met plekken om te verblijven, te ont­ moeten en te sporten. Door het verbinden van kleinere groenplekken

Verbeteren: Van de kwaliteit van groen en water met specifieke

in wijken en buurten, ontstaan groene zones, om zodoende tot een

focus op het vergroten van diversiteit, bevorderen van natuur­

netwerk te komen, ook in gebieden waar een tekort is aan groen. Bo­

waarden en optimaliseren van gebruiksmogelijkheden. Deze

dem- en watersystemen moeten sturend zijn voor de inrichting, dit

verbeteringen zijn met name van toepassing in de tuinsteden en in

betekent ook dat een integrale aanpak nodig is om de groenstructuur

de omgeving van rivieren en singels.

toekomstbestendig te houden. Verbinden: Van ontbrekende schakels zowel in de groenstructuur Inzet op toekomstbestendige bomen en beplanting

als bij waterverbindingen, waardoor er grotere robuuste structu­

Om een robuuste groenblauwe structuur te realiseren is de diversiteit

ren ontstaan voor mens en dier.

van het sortiment van groen en bomen noodzakelijk, zodat bij ziektes niet hele rijen bomen afsterven, maar andere soorten overeind blij­ ven staan. De inzet op toekomstbestendige bomen en beplanting is

Beleidslinks:

daarbij van belang. Dit betekent aandacht voor beplanting die past bij standplaatscondities, klimaatbestendigheid en ecologische

^ PRINCIPES

waarde, daarbij rekening houdend met toekomstbestendigheid en

Bodemkwaliteit

risicospreiding vanwege soortgebonden ziektes. Ook moeten we het

" Bodemkwaliteit als randvoorwaarde voor een gezonde bodem.

sortiment afstemmen op de biotoop van de betreffende locatie en

Zet in op bodemverbetering die past bij de bestaande bodemsa­

meer vaste beplanting met gelaagdheid toepassen die waardevoller

menstelling, zoals verschraling of verrijking. Een hoog gehalte aan

is voor de biodiversiteit en klimaatverandering. Zowel op het land als

organisch materiaal in bodem en plantvakken zorgt voor spons­

in het water, langs watergangen en groene oevers.

werking door het beter vasthouden van regenwater.

Visie openbare ruimte Boomstructuurvisie

Grote groeiplaatsen en goede bodemkwaliteit

Bomen

Sortimentslijsten beplanting

Aandacht is nodig voor voldoende groeiplaatsen en bodemkwaliteit,

" Bomen zijn toekomstbestendig en zorgen voor bodemverbete­

Beheeraanpak groen

zodat bomen en planten op een vitale wijze kunnen groeien en de na­

ring. Aandacht is nodig voor voldoende grote groeiplaatsen en

Bomen Buitenruimte Richtlijn

tuurlijke levensverwachting kunnen bereiken. Ondergrondse ruimte

een goede bodemstructuur zodat bomen op een vitale wijze hun

Standaard Wegenbouw Details

is maatgevend voor hoe groot en gezond een boom wordt, waarbij rekening gehouden wordt met de ondergrondse inrichting.

levensverwachting kunnen bereiken. " Bij voorkeur in open grond planten. Binnen verharding of in groene bermen een minimale breedtemaat van 3 m aanhouden, waarna bij

18

HANDBOEK ROTTERDAMSE STIJL

x 2.5 m.

" Minimale breedte 1 m bij gras, vaste planten en bodembedekkers, minimale diepte aan doorwortelbare grond 40 cm. " Minimale breedte 2 m bij (sier)heesters en minimale diepte aan

" Bij voorkeur bomen niet tussen parkeervakken. Indien nodig dan

doorwortelbare grond 60 cm.

bomen voldoende ruimte geven tussen de parkeervakken, dus

" Met minimale breedte 5 m bij bosplantsoen, en minimale diepte

streven naar 2.5 x 2.5 m. " 1e en 2e orde bomen hebben minimaal 25 m3 goed doorwortelbare

aan doorwortelbare grond 80 cm ook voor een plantvak met (3e

ondergrondse groeiruimte nodig. De diepte is minimaal 1 m (waar

" Bosplantsoen: inzetten op variatie en ecologische verbindingen,

de grondwaterstand lager ligt). " 3e orde bomen hebben minimaal 15 m3 bij goed doorwortelba­

waarbij gelaagdheid wordt meegenomen in de opbouw van bos­

grootte) bomen

plantsoen.

re ondergrondse groeiruimte nodig. De diepte is minimaal 0.8 m (waar de grondwaterstand lager ligt).

Overige principes groen

" Bomen op daken of andere dragende constructies: " Bij 1e en 2e orde bomen minimaal 25 m3 ondergrondse groeiruimte

" Hagen: minimale breedte bij hagen is 1 m. " Gazons: minimale breedte bij een nieuw ontwerp is 2 m.

bij een minimale diepte/leeflaag van 1 m en streven naar 1.2 m.

" Geveltuin: bij een standaard geveltuin is de maat niet meer dan 1,5

" Bij 3e orde bomen of kleine meerstammige bomen minimaal 15 m3 ondergrondse groeiruimte met een absolute minimale diepte

stoeptegel (45 cm), mits de obstakelvrije ruimte 2 m breed blijft. Indien meer ruimte gewenst is, kan naar alternatieven worden ge­

van 0.8 m. Streven naar 1 tot 1.2 m is wenselijk vanwege het in-

keken, zoals het aanleggen van een plantvak of het vergroten van

klinkproces.

een boomspiegel. " Natuurvriendelijke en groene oevers zijn een belangrijke bijdrage

Planten en plantvakken

aan de ontwikkeling van een gevarieerd en geschikt leefgebied

" Voor vaste planten, bodembedekkers en heesters gelden dezelfde

voor flora en fauna specifiek in en rondom water. Er zijn verschil­

inrichtingsprincipes als bovenstaand. " De minimale maat van een plantvak is 10 m2.

lende natuurvriendelijke oevertypes die mogelijk zijn, afhankelijk van de beschikbare ruimte en diepte.

^ BOUWSTENEN

Getijdenpark

Meer oppervlaktewater

Hagen

Singel

Wadi

Bosplantsoen

Boomspiegel

Waterloop

Bomenrijen

Grasberm

Groene Z natuurvriendelijke oevers

Park

Bomen

Pocketpark

Geveltuin

STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES

19

STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES

voorkeur in een plantvak van minimaal 2.5 x 2.5 m. " Minimale maat boomspiegel in halfverharding bovengronds is 2.5

STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES

Klimaat

^ OPGAVE DE STAD AANPASSEN OP EXTREMER WEER

toepassen van drempels en voldoende afstand te houden tussen straatniveau en vloerpeil.

De opgave is om een toekomstbestendige en klimaatadaptieve open­

Overstroming

bare ruimte te ontwikkelen door ons aan te passen op extremer weer,

" Veiligstellen van kwetsbare voorzieningen à routes voor calamitei-

zoals heftige neerslag, langdurige hitte en droogteperioden. Het doel is om zo beter om te gaan met klimaatverandering.

tenverkeer. " Dijkverhoging/verbreding en versterking niet onmogelijk maken. " Buitendijks: rekeninghouden met basisuitgifte bouwpeilen (+3.Ò

Landschap als buffer voor klimaatadaptie

m NAP of +3.Ç m NAP voor kwetsbare en vitale voorzieningen) of

Groen in de openbare ruimte, zowel op maaiveld, daken en gevels,

aanvullende maatregelen nemen, zoals vooroevers aanleggen om

werkt als spons zodat neerslag goed opgevangen wordt, waarbij de

overstromingsgevoeligheid te beperken. Waar nodig de openbare

koppeling tussen het maaiveld en de bodem van belang is. Groene verbindingen tussen stad en ommeland en groene natuurzones rond­ om de stad (zogenaamde greenbelts), zijn nodig om het landschap te

ruimte inrichten om tegen (tijdelijke) overstroming te kunnen. " Binnendijks: verticale evacuatiemogelijkheden uitbreiden op hoger gelegen openbare ruimte.

benutten als buffer voor klimaatadaptie. De opgave en ambitie ver­ schilt per gebied. Voor meer informatie zie het Programmakader Weer­

Hittestress

Woord 2030 en onderliggend kaartmateriaal voor de klimaatopgave,

" Zorgen dat de stad als geheel minder opwarmt door meer groen op

wijkkaarten en toolkit van Klimaatmaatregelen.

drie niveaus, minder verharding en meer natuurlijke of warmte re­ flecterende materialen. " Meer grote bomen met brede boomkronen voor koelte in straten, waarbij een toename van fijnstof voorkomen moet worden door

^ PRINCIPES

goede winddoorstroom. " Benut wind als natuurlijke ventilatie door in het ontwerp rekening

Neerslag " Hemelwater en afvalwater worden zoveel mogelijk gescheiden ver­ werkt. " Robuuster maken van het oppervlakte watersysteem door meer in­ filtratie en waar mogelijk extra open water toevoegen als buffer (zie beleidslinks). Beleidslinks:

" Vergroten van de lokale waterbergingscapaciteit conform de Ver­

te houden met luchtstromen. Schaduwplekken creëren binnen loopafstand voor de Rotterdammer. Door groene aantrekkelijke verblijfsplekken zoals wijk-, schoolpleinen en speeltuinen. Extra aandacht voor kwetsbare groepen zoals ouderen, kinderen en men­ sen met kwetsbare gezondheid. " Beter benutten van waterrecreatie op, aan en in het water, onder an­ dere door een goede zwemwaterkwaliteit van het oppervlaktewater.

Programmakader WeerWoord 2030

ordening Beheer Ondergrond Rotterdam (VBOR): 50 mm waterber-

Klimaatopgave in kaart

ging voor nieuwe ontwikkelingen (Hemelwaterverordening) en het

Droogte

afkoppelen van verharding van bestaande gebouwen en terreinen.

" Sponswerking vergoten door water langer vast te houden voor dro­

Wijkkaarten Klimaatmaatregelen toolkit Handleiding windhinder

" Vergoten van de sponswerking door infiltratie in de ondergrond en afwatering naar groen (opties voor maatregelen zijn afhankelijk van locatie, grondwaterstanden, maaiveld inrichting en beheer). " Creëer zoveel mogelijk buffercapaciteit op straat. Hemelwater mag woningen niet binnenstromen, dus er is aandacht nodig voor het

20

HANDBOEK ROTTERDAMSE STIJL

ge periodes. " De condities van de plek (soort grond, zon/schaduw) bepalen wel­ ke beplanting geschikt is, om zodoende bestendig te zijn tegen kli­ maatverandering. Aandacht is altijd nodig voor goede groeicondities t.a.v. voeding, bodem en grondwater.

wateringsdiepte gewenst voor een vitaal groen- en boomareaal.

" Bodem- en grondwater zijn een sturend systeem voor ruimtelijke

Innovaties tussen ontwerp, aanleg en beheer kunnen mogelijke

planning. Een betere sponswerking door infiltratie van neerslag,

oplossingen bieden voor een robuuste groenstructuur met een

zorgt voor een natuurlijker grondwatersysteem

hoge waterstand.

" De 'natuurlijke' grondwaterstand is het uitgangspunt. Er vindt daarom zoveel mogelijk, geen actief, grondwaterpeilbeheer plaats

Waterberging

door middel van pompen.

" Om wateroverlast nu en in de toekomst te voorkomen is het be­

" Regenwater infiltreren bij een lage grondwaterstand

langrijk om in het ontwerp rekening te houden met waterber-

" Draineren bij grondwateroverlast toepassen. De ambitie is om de

gingsoplossingen, bijvoorbeeld door het opvangen van water,

drainage en/of infiltratie niet te verbinden met de riolering, maar

zoals infiltratiekratten, het toevoegen van oppervlaktewater en

met oppervlaktewater, zonder mechanische middelen.

het afwateren op groen, bijvoorbeeld in wadi's. " Bij afwateren op groen moet rekening gehouden worden met de

Bodemdaling

volgende afwegingen: vervuiling, zoutbelasting, de waterber-

" Uitgiftepeil hanteren bij nieuwe ontwikkelingen, ook bij herinrich­

gingscapaciteit van het groen en de grond, de hoogte van het

ting en onderhoud openbare ruimte.

groen en type vegetatie.

" Integreren van natuurlijke processen, ca. 0,5 - 1 cm per jaar daling. Hierbij dient men rekening te houden met eisen vanuit toeganke­

Windhinder

lijkheid en minimale afstanden tot het grondwater voor beplantin­

" Houd rekening met windhinder en bezonning op plekken in de

gen.

openbare ruimte die door veel mensen gebruikt worden. Wind­

" Bodem-watersysteem en natuurlijke condities zijn sturend voor

hinder is een grote factor voor een aangenaam verblijfsklimaat

de inrichtingsmogelijkheden. Gebied specifieke afwegingen zijn

op loop- of verblijfsniveau, zowel rondom hoogbouw als lagere

nodig bijvoorbeeld voor het integraal ophogen, het aanpassen

gebouwen. Koppel vooraf een specifieke kwaliteit aan een plek

van openbare ruimte op hoge grondwaterstanden, of vernatting.

(loop, slenter of verb lij fskw aliteit) zodat voor, tijdens en achteraf

Adaptatie tot lagere grondwaterstanden is een aandachtspunt

in het ontwerpproces onderzoek gedaan wordt naar de effecten van (hoge) gebouwen op wind.

voor groen. Dit is niet altijd mogelijk en er is een minimale ont-

^ BOUWSTENEN

Park

Bomen

Vaste beplanting

Getijdenpark

Meer oppervlaktewater

Pocketpark

Hagen

Grasberm

Singel

Wadi

Bosplantsoen

Drielaagse beplanting

Kruidenrijk grasland

Waterloop

Waterdoorlatende verharding

Bomenrijen

Boomspiegel

Geveltuin

Groene / natuurvriendelijke oevers

Waterberging / groen

STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES

21

STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES

Grondwater

STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES

Biodiversiteit

^ OPGAVE

^ PRINCIPES

DIVERSITEIT VAN PLANTEN EN DIEREN KOESTEREN, VERBETEREN ÉN UITBREIDEN

Diversiteit is het hoofdprincipe dat wordt gediend door de uitvoering

De achteruitgang van biodiversiteit is samen met klimaatverande­

is om natuurinclusief te ontwerpen, te ontwikkelen en te beheren met

ring een bedreiging voor de leefbaarheid in de stad voor mens en

samenhang tussen gebouw en straat. Aandacht is nodig voor ecolo­

dier. De stad is bij uitstek een plek voor meer planten en dieren. Ech­

gische structuren (groenblauwe plekken en verbindingen) tussen

ter staat de biodiversiteit in de stad staat onder druk door klimaat­

stad en ommeland voor uitwisseling van en tussen soorten.

van alle 4 V's (Verbinding, Voedsel, Verblijven en Veiligheid). Het doel

verandering, verdichting en een sobere inrichting van de openbare ruimte. Traditioneel beheer van de versteende openbare ruimte en particuliere tuinen dragen hier ook aan bij. Hierdoor gaat de ecolo­ gische kwaliteit van veel groen verloren en neemt het in omvang af.

Diversiteit als hoofdprincipe " Afwisseling in en binnen gebieden, habitats, vegetatiestructuren en ook in hoogteverschillen en geleidelijke overgangen. " Gradiënten tussen zon en schaduw, nat en droog en verschillende

Denken vanuit biodiversiteit; flora én fauna In de stad zijn veel verschillende leefgebieden, ook wel kernbiotopen

oppervlakken (glad en ruw, porositeit) toepassen. " Verhogen van de diversiteit van beplanting en het boombestand.

(zie kernbiotopenkaart). De opgave, inrichting en beheerprincipes

Denk hierbij aan leeftijdsverschillen, genetische diversiteit in soor­

per gebied zijn afhankelijk van het type kernbiotoop en locatie t.o.v.

ten (dan minder kwetsbaar voor ziekten à plagen), verschillen in

de ecologische structuur in de stad. Kijk hierbij naar de context van aangrenzende omgeving, gebouwen en openbare ruimte. Deze vor­ men samen de leefomgeving.

bloeitijd en verschillen in dichtheid en hoogte. " Toepassen van gelaagdheid in beplanting, waaronder het streven naar groen op 3-lagen (kruiden, struiken en bomen) en toevoegen van kruidenrijk grasland.

Divers groen als basis voor voedselketen en ecosysteem Een diversiteit van planten en dieren begint bij gevarieerd groen. De

Verbindingen

twee hoofdambities zijn om in te zetten op: Een robuuste ecologische

" Zorg voor goede verbindingen op straat- en stadsstructuurniveau

structuur en het scheppen van randvoorwaarden om in alle kernbio-

en naar het ommeland met lijnvormige groenelementen, bijvoor­

topen een basiskwaliteit aan biodiversiteit te behalen.

beeld door bomenrijen, hagen, bermen, wiggen, scheggen en sin­

Net als voor mensen, is de volledige leefomgeving van flora en fauna

gels. Zorg voor (onverlichte) verbindingen via vegetatie, water en

van belang. Het is noodzakelijk om de condities voor een grotere bio­

bodem.

diversiteit te verbeteren. Het begint met de abiotische factoren als

" Hef barrières in routes op voor dieren op, maak binnenterreinen

Beleidslinks

bodemgesteldheid, water, lichtcondities, verharding, temperatuur

toegankelijk waar mogelijk, en realiseer nieuwe groenblauwe ver­

Biodiversiteitskader

en wind. Deze zijn voorwaardelijke voor de biotiek; de invloed van

bindingen. Dit betekent nadenken over doorlopende structuren

Uitvoeringsagenda biodiversiteit

de levende organismen op de omgeving.

zoals bomenrijen, ecoducten, fauna passages en natuurvriende­

Kernbiotopenkaart

lijke oevers.

Toolbox natuurindusief ontwerpen Gedragscode bescherming

Voedsel

Vuistregels voor bouwen

" Zorg voor de jaarronde aanwezigheid van voedsel en vocht voor (gids)soorten door een jaarronde bloeiboog en meer beplanting toe te voegen die zaden, bloemen, bessen, noten of vruchten dra-

22

HANDBOEK ROTTERDAMSE STIJL

" Toevoegen van kruidenrijk gras als voedsel voor insecten, die weer voedsel zijn voor grotere soorten. " Bodem- en groeiplaatsverbetering en planten voeden met orga­ nisch materiaal (bij voorkeur door circulaire groene stromen) Verblijven " Ontwikkel rust- en verblijfplaatsen, zodat (gids)soorten (dieren en insecten) kunnen uitrusten, overwinteren en voortplanten, zoals nestkasten, hagen en oude bomen. Denk ook aan inrichting van de gevel met reliëf waardoor hoekjes en kiertjes ontstaan (vuistregels voor bouwen). Veiligheid " Zorg voor rust en veiligheid voor dieren. Zoals door natuurvriende­ lijke verlichting, donkere verbindingen, gifvrije en veilige plekken en routes door beschutting als schuilmogelijkheden tegen predatoren.

Paradijslaan © Arnoud Verhey

^ BOUWSTENEN

Park

Hagen

Grasberm

Getijdenpark

Pocketpark

Drielaagse beplanting

Geveltuin

Singel

Bosplantsoen

Boomspiegel

Nestgelegenheid

Waterloop

Bomenrijen

Vaste beplanting

Wadi

Openbare verlichting

Groene / natuurvriendelijke oevers

Bomen

Kruidenrijk grasland

Meer oppervlaktewater

STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES

23

STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES

gen. (zie assortimentslijst beplanting biodiverse en klimaatbestendige soorten).

STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES

Bodem en ondergrond

^ OPGAVE INTEGRATIE VAN DE ONDERGROND IN

wacht worden maar nog niet gerealiseerd worden zoals bomen, worden hier nog niet in meegenomen.

DE RUIMTELIJKE ORDENING Kabels & leidingen De ruimte in ondergrond wordt steeds schaarser en de ruimteclaims specifiek in de ondergrond nemen toe. De ordening van de onder­ grond moet meegenomen worden om bewust te zijn van de impact van keuzes bovengronds op de ondergrond. Effectievere indelingen, dubbel ruimtegebruik en een visie op moge­

" Kabels en leidingen zoveel mogelijk bundelen in het oppervlak en de diepte. " Drinkwaterleiding op afstand houden van warmtenet en niet onder parkeervak. Beïnvloeding door andere leidingen zoveel mogelijk beperken.

lijke vrijwaringszones zijn noodzakelijk om bovengronds voldoende

" Transformatorhuisjes, schakelkasten, Warmte Overdracht Stati­

ruimte te hebben en te houden voor bomen, groen en waterinfiltratie.

ons (WOS-stations) en dergelijke zoveel mogelijk volgens de in-

Wanneer de ondergrond niet effectiever ingericht wordt heeft dit

passingsladder (pagina 29) toepassen. Momenteel zijn de VBOR

consequenties voor de keuzes voor de bovengrondse inrichting.

(Verordening Beheer Ondergrond Rotterdam) en HBOR (Hand­ boek Beheer Ondergrond Rotterdam) leidend. " Riolering moet onder vrij verval aangelegd worden en is gehouden aan een bepaalde diepte. Warmtenet kan variabeler aangelegd

^ PRINCIPES Algemeen

Bomen in de bodem

" Grondwatersysteem en natuurlijke condities zijn sturend voor de

" Deze principes vullen de bovengrondse richtlijnen voor het plaat­

inrichtingsmogelijkheden. " Uitgangspunt is dat er voldoende groeiruimte gereserveerd is

Groenblauwe structuur. " Zet in op aaneengesloten groeiplaatsen voor bomen.

groen is een minimale ontwateringsdiepte gewenst voor een vitaal groen- en boomareaal.

" 2,5 m minimale afstand van boomhart tot kabels en leidingen voor

echt nodig is. " De kwaliteitsverbetering van de levende bodem en de groeiplaats­ verbetering is een uitgangspunt.

3e orde bomen en 3,5 m minimale afstand voor 1e en 2e orde bo­ men. " Aandacht voor en streven naar een goede boomgrondkwaliteit met hoog organisch gehalte (levende bodem en vochtvasthoudend) en zorgen voor een goede kwaliteit groei plaats voor de bomen. " In zettingsgevoelige gebieden kiezen voor boomsoorten die tegen

Beleidslinks: Koersnota bodem

Ordening

Nota bodembeheer

" Ruimtereserveringen worden zoveel mogelijk aangebracht daar

Toolkit kabels Å leidingen

waar voorzien wordt dat een warmtenet in de toekomst een plek

HBOR (Handboek Beheer

gaat krijgen. In dit proces worden andere onder- en bovengrondse

Ondergrond)

objecten, bestaand of voorzien, zoveel mogelijk integraal betrok­

VBOR (Verordening Beheer

ken. Een aandachtspunt is dat: De formele reserveringen nu alleen

Ondergrond Rotterdam)

gelden voor het warmtenet. Andere netwerken en objecten die ver­

HANDBOEK ROTTERDAMSE STIJL

sen van bomen aan, zoals beschreven in paragraaf 2.2.1 van de

voor bomen en groen en dat waterinfiltratie een plek heeft. Vanuit

" Bodem niet onnodig afdichten met verharding, alleen waar het

24

worden in diepte.

ophoging kunnen of voor soorten die snel vervangbaar zijn omdat zij een kortere levenscyclus hebben (circa 40 jaar). " Anticipeer op verzakkingen door innovatieve inrichting en tech­ nische oplossingen

STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES

Werkzaamheden ondergrond © Peter Schmidt

^ BOUWSTENEN ļ

Waterberging Z groen

Bosplantsoen

Boomspiegel

Groene / natuurvriendelijke oevers

Ruimtereservering warmtenet

Bomenrijen

Vaste beplanting

Meer oppervlaktewater

Nutsvoorziening

Bomen

Kruidenrijk grasland

Wadi

Kabels à leidingen

Drielaagse beplanting

Grasberm

Waterdoorlatende verharding

Bundelen van leidingen

STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES

25

STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES

Circulair

^ OPGAVE

^ PRINCIPES

GRONDSTOFFEN EN MATERIALEN ZO LANG MOGELIJK GEBRUIKEN

Hergebruik " Gebruik van nieuw materiaal wordt voorkomen door zoveel moge­

Het landelijke en lokale doel is om in 2050 volledig circulair te zijn.

lijk hergebruik van materialen en reststromen, waarbij materialen­

Eén van de vijf hoofdkeuzes die in de Omgevingsvisie is gemaakt is

depots benut worden waar nodig. Dit betekent:

om ten behoeve van CO2-reductie de schouders te zetten onder de

a. Bij de start van een (her)inrichtingsproject wordt bepaald welke

grondstoffentransitie, om materiaalkringlopen te gaan sluiten.

materialen op die plek vrijkomen en wat daarmee gedaan kan

Er zijn sinds 2008 al stappen gezet rond circulariteit, zoals een

worden én welke bestaande materialen er in de materialende­

bomenbank, speeltoestellen depot en (pilots met) hergebruik van

pots aanwezig zijn. De beschikbaarheid en inzet wordt onder­

bestratingsmaterialen bij groot onderhoud. De Rotterdamse Stijl

zocht en met behulp van Afwegingskader Hergebruik wordt

draagt bij aan duurzaamheid, omdat wordt gewerkt met een beperkt

gekeken hoeverre hergebruik mogelijk en wenselijk is.

en eenduidig assortiment van materialen. Hierdoor kan efficiënt wor­

b. Bij projecten in de openbare ruimte die al zijn ingericht met ma­

den ingekocht, kunnen materialen makkelijker opnieuw worden ge­

terialen uit de Rotterdamse Stijl wordt ingezet op 100^. circulair

bruikt en kunnen aan de leveranciers ook makkelijker eisen worden

door hergebruik in hetzelfde of andere projecten zolang de tech­

gesteld ten aanzien van circulariteit.

nische einde levensduur niet is bereikt. Daarbij wordt gebruik gemaakt van depots voor tijdelijke opslag.

Urgentie circulair werken steeds groter Het halen van de technische levensduur en verlengen van de levens­

Gebruik van de Circulariteitsladder

duur van assets en materialen in de openbare ruimte, hergebruik van

" De circulariteitsladder geeft aan hoe omgegaan wordt met be­

materialen, en gebruik van minder (nieuwe) milieubelastende mate­

staand materiaal en natuurlijke bronnen. Het streven is om de ver­

rialen draagt bij aan de milieu- en klimaatdoelstelli ngen. Ook maken

schillende treden van de circulariteitsladder te implementeren in

de stijging van inkoopprijzen, schaarste en langere leveringstijden

het ontwerp, zoals in de PvE fase en grote onderhoudsprojecten.

van grondstoffen de urgentie van circulair werken steeds groter. De transitie naar circulariteit geeft richting aan het ontwerp van de

Materialen met minder impact op het milieu

openbare ruimte; we bewegen naar 'circulair tenzij'. Hierbij gaan

" Gebruik van materialen met een lage milieuvoetafdruk. Waaron­

circulariteit, goede basiskwaliteit van openbare ruimte en herken­

der hoogwaardig hergebruikte materialen en materialen die zijn

baarheid hand in hand.

gemaakt van hernieuwbare grondstoffen. Materiaalkeuze vraagt altijd om afwegingen tussen duurzaamheid, gewenste beeldkwa­

Beleidslinks:

Complexe en langjarige opgave

Programma Rotterdam Circulair

Circulair maken van de openbare ruimte is een complexe, langjari­

2023-2026

ge en urgente opgave om de doelen voor 2030 te halen. Deze hangt samen met mijlpalen zoals de Nota Vervangingsinvesteringen die in

poort van het ontwerp). Dit gaat zowel over de milieukosten van

2025 uitkomt met richtinggevende uitspraken over het effect van cir­

productie en gedurende de hele levenscyclus. Door de juiste keu­

culariteit voor de grote assetgroepen wegen, groen, riool en spelen.

zes te maken, is veel milieuwinst te halen.

Blijven leren en pilotgewijs 'oefenen' met circulair materiaalgebruik blijft belangrijk en daarvoor geeft de Rotterdamse Stijl en de ACOR ruimte. 26

HANDBOEK ROTTERDAMSE STIJL

liteit, plek, circulariteit en financiën. " Informatie over het materiaal wordt vastgelegd en toegankelijk gemaakt voor toekomstig (her)gebruik (in een materialenpas­

" Het ontwerp creëert waarde voor de toekomst door met een hergebruikgedachte te ontwerpen. Bijvoorbeeld door rekening te hou­ den met modulariteit. Hiervoor worden de Standaard Wegenbouw Details (SWD) en Toolkit waar nodig aangepast. " Houd rekening met de transitie naar circulair, meerdere levens­ cycli, aanpasbaarheid, verplaatsbaarheid, beperkt beheer en onderhoud. Dit geldt voor de keuze in materiaal en aanwezige natuurlijke bronnen. " Groene stromen hergebruiken komt duurzaamheid ten goede en sluit aan bij opgaves om bodemkwaliteit en organisch gehalte te verbeteren.

Circulair afval scheiden © David Rozing

PRODUCT SLIMMER

R0 REFUSE

MAKEN

Product overbodig maken door van z'n functie af te zien, of die met een radicaal ander product te leveren

GEBRUIKEN EN R1 RETHINK

Productgebruik intensiveren (bijvoorbeeld door pro­ ducten te delen, of multifuntionele producten

R2 REDUCE

Product efficiënter fabriceren door minder grondstoffen en materialen in het product, of in het gebruik ervan

LEVENSDUUR

R3 RE-USE

PRODUCT EN

Hergebruik van afgedankt, nog goed product in dezelf­ de functie door een andere gebruiker

VERLENGEN VAN R4 REPAIR

Opknappen of moderniseren van oud product

R6 REMANUFACTURE

Onderdelen van afgedankt product gebruiken in nieuw

ONDERDELEN

product met dezelfde functie R7 REPURPOSE

Afgedankt product of onderdelen daarvan gebruiken in nieuw product met andere functie

NUTTIG TOEPASSEN

R8 RECYCLE

VAN MATERIALEN

Materialen verwerken tot dezelfde (hoogwaardige) of mindere (laagwaardige) kwaliteit

R9 RECOVER

Verbranden van materialen met energieterugwinning

Figuur 1: Circulariteitsladder

STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES

27

STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES

Ontwerpen voor hergebruik in de toekomst

STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES

Energie

^ OPGAVE DUURZAME ENERGIE OPWEKKEN, DISTRIBUEREN, EN

van belang om ecologische kwaliteiten, beeldkwaliteit en socialeen verkeersveiligheid te borgen.

GEBRUIKVERMINDEREN Inzicht in ruimtevragen van nutsvoorzieningen Vanuit duurzaamheid en robuuste systemen is het een urgente op­

" Warmteoverdrachtstations en elektriciteitshuisjes worden zo­

gave om energieverbruik en CO2 uitstoot terug te dringen in Rotter­

veel mogelijk inpandig gerealiseerd. In straatprofielen voldoende

dam. Hierdoor is een verduurzamingsopgave in de openbare ruimte

ruimte reserveren voor (toekomstige) warmteleidingen.

ontstaan.

" Streven naar meer ordening in plaatsing van nutshuisjes door mid­

Er ontstaat een steeds grotere vraag naar schone energieopwekking

del van de inpassingladder:

en die landt ook vaker in de openbare ruimte. Hierbij is het belangrijk

A. Voorkomen

dat we ons richten op grootschalige, goed geplaatste zonnepanelen

B.

die geen negatieve impact hebben op de beleving van de openbare

C. Integreren

ruimte en autonoom of direct op het net kunnen worden aangeslo­

D.

Uit het zicht

ten. De consequentie van de energietransitie zoals het plaatsen van

Beeldkwaliteit: zo min mogelijk en zo goed mogelijk ingepast, waarbij de hoofdgroenstructuur, beschermd stadsgezicht,

warmtenetten en warmte-koude opslagen heeft een grote impact op

(speel)pleinen en groen worden ontzien. Zo veel mogelijk in

de ruimte in de ondergrond en zal ook bovengronds tot groeiende

lijn met parkeervakken.

ruimteclaims leiden. Voor meer informatie over de energietransitie en warmtenet zijn kaarten beschikbaar.

Laadpunten (pleinen), deelvervoer en hubs:

Daarnaast zal de elektrificering zijn weerslag hebben op de inrich­

" Zet in op slimme inrichting in de openbare ruimte door combina­

ting van de openbare ruimte, bijvoorbeeld door de impact van de

ties tussen energie laadpunten(pleinen) te maken. Gebruik deel­

laadinfrastructuur en de uitbreiding en optimalisering van elektriciteitshuisjes. Schoon vervoer zal gestimuleerd worden zoals de (elektrische)fiets en deelvervoer. Dat betekent meer geparkeerd deelvervoer, extra elektrahuisjes, laadpalen en soms de aanleg van Mobiliteithubs.

vervoer en OV-hubs met slimme masten. " Aandachtspunt bij het laden is de inpassing van de grote transformatorhuisjes die nodig zijn bij walstroom en snelladers. " Houd rekening met het geprognosticeerde aantal laadpunten op de parkeervoorziening. " Oplaadinfrastructuur voor zowel auto, scooters als fietsen in afge­ sproken specifieke zones, deze zijn nog nader uit te werken.

^ PRINCIPES

Zonnepanelen & windenergie " De Rotterdamse Zonneladder maakt duidelijk in welke rangorde

Beleidslinks: Lichtplan Rotterdam

Openbare verlichting

Rotterdam Transitievisie Warmte

" De primaire taak van openbare verlichting is het zorgen voor de

de gemeente Rotterdam de vier themagebieden wil benutten voor de opwek van duurzame elektriciteit:

Regionale Energiestrategie Rotterdam

sociale veiligheid en de verkeersveiligheid van de openbare we­

A.

- Den Haag

gen en gebieden.

B. Infrastructuur

Leidraad Zonne-energie Multifunctionele daken

" Gebruik warm en wit licht om bij te dragen aan de sociale veilig­ heid en prettige beleving op straat. " Gebruik verlichting die zuinig is in gebruik en beperk verlichting tot waar noodzakelijk om hinder voor dieren te voorkomen. Het is

28

HANDBOEK ROTTERDAMSE STIJL

Daken en gevels

C. Water D. Land " Windenergie-objecten vallen veelal samen met bouwopgaven.

Extra objecten in buitenruimte voorkomen. Bijvoorbeeld door efficiënt gebruik te maken van bestaande netaansluitingen UIT HET ZICHT Als er toch objecten nodig zijn, heeft het de voorkeur de objecten zoveel mogelijk op privaat terrein te plaatsen om de druk op de buitenruimte te beperken. En op privaat terrein heeft inpandige of ondergrondse plaat­ sing weer de voorkeur. Bijvoorbeeld door koppeling met nieuwbouw, in parkeergarages of in technische ruimtes van bebouwing. INTEGREREN Wanneer objecten in de buitenruimte onvermijdelijk zijn, heeft integra­ tie met bestaande objecten in de buitenruimte de voorkeur. Het liefst zo compact mogelijk. Te denken valt aan fietsenstalling, wachtruimte bus, pakjesstation enz. BEELDKWALITEIT Voor plaatsing van losse objecten in buitenruimte geldt een minima­ le beeldkwaliteit. Die is afhankelijk van de typologie van het gebied. Het begint met de juiste vormentaal. Daarna volgt passende textuur en kleurgebruik. Camouflage technieken zoals vergroenen of beschilderen moet worden voorkomen en geld als laatste redmiddel. De vormgeving van de objecten moet verrommeling voorkomen. Willemsplein ©Joep Boute

Figuur 2: Inpassingsladder

^ BOUWSTENEN Ruimtereservering warmtenet

Openbare verlichting

Nutsvoorziening

Straatmeubilair

Mobiele hub & (elektrisch) deelvervoer

STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES

29

STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES

VOORKOMEN

STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES

Slimme Stad

digitale samenleving

^ OPGAVE

" Voorkom onnodige plaatsing in de openbare ruimte. Wanneer

VEILIGE, INCLUSIEVE EN KANSRIJKE DIGITALE

nodig dan volgens een inpassingsladder. Bij de plaatsing van

MAATSCHAPPIJ

antennes en antenne opstelpunten worden de richtlijnen van het antenne-beleid gevolgd.

De openbare ruimte wordt steeds digitaler. Denk hierbij aan nieu­ we vormen van verbonden mobiliteit waarbij verkeersdeelnemers

Regie op (digitale) buitenruimte

communiceren met elkaar en met objecten in de omgeving. Maar

" Waar nodig ter beschikking stellen van slimme masten met onder­

ook andere vormen van energie-uitwisseling en het verzamelen van

liggend netwerk. Doel is hiermee wildgroei van digitale opstelpun­

data over de status van objecten, stromen van mensen of omgeving.

ten te voorkomen bv. toename van camera's, sensoren en andere

Steeds meer partijen in de stad verzamelen met sensoren en digitale toepassingen data.

" Nieuwe sensoren dragen bij aan het slim inwinnen en beheren van

De EU en de Nederlandse regering hebben als doel te komen tot een

digitale toepassingen. informatie voor de opgaven van de stad.

veilige, inclusieve en kansrijke digitale maatschappij. De openbare

" Streef naar het efficiënt combineren van digitale functies en sen­

en online ruimte zijn een publiek goed, waarbij de overheid primair

soren in bestaand straatmeubilair, zoals een slimme lichtmast ver­

verantwoordelijk is voor ontwikkeling, veiligheid, privacy, beheer,

rijkt met sensoren om het aantal objecten op straat te beperken

onderhoud en gebruik ervan. Denk aan de toepassingen van Arti­

of snelladers te combineren met parkeerautomaten of slim in te

ficial Intelligence en de inzet van sensoren voor mobiliteit, toezicht

passen in de straat. Zie onderstaande richtlijnen uit het Antenne-

en beheer- en onderhoudswerkzaamheden. De Telecomwet stelt dat

beleid:

de gemeente haar assets (in de breedste zin van het woord, inclusief

- Er moet zoveel mogelijk worden aangesloten bij bestaande be­

infrastructuren) ter beschikking moet stellen aan externe partijen voor de uitrol van 5G small cells (kleine antennes).

bouwing of elementen; - Plaatsing zoveel mogelijk uit het zicht; - De installaties in de openbare ruimte dienen waar nodig zoveel mogelijk doelmatig te worden geïntegreerd in de omgeving bij voorkeur, in de civiele kunstwerken, gebouwen of het straatmeu-

^ PRINCIPES

bilair; - De installaties mogen geen afbreuk doen aan de visuele kwaliteit

Algemeen

van een gebouw en de omgeving.

" Niet alle digitale toepassingen in de buitenruimte zijn gewenst.

- Specifiek voor antennes en small cells:

Middels het afwegingskader voor Sensoren, Data en AI kan hierin

- De plaatsing op bestaande antennemasten of andere bestaande

Beleidslinks:

een afweging in worden gemaakt. Dit stelt algemene richtlijnen

bouwwerken zoals hoogspanningsmasten, civiele kunstwerken,

Afwegingskader voor sensoren, data

vast voor vanuit het maatschappelijk en ethisch belang om te stu­

straatmeubilair (bv abri), verkeersportalen en lichtmasten heeft

en AI

ren op het toepassen van sensoren, data, en AI-online in de open­

Antenne beleid

bare ruimte en het informeren van bewoners. In eerste instantie

- Streven naar zoveel mogelijk medegebruik van grote en kleine

Toolkit RS

voor digitale toepassingen van de gemeente zelf, maar waar mo­

antennemasten en onderliggende beschikbare digitale infra­

Standplaatsbeleid

gelijk ook voor bedrijven en particulieren.

structuren (meervoudig ruimtegebruik).

" Het gebruik van gemeentelijke (sensor)data door (externe) partij­ en stimuleren en reguleren.

30

HANDBOEK ROTTERDAMSE STIJL

nadrukkelijk de voorkeur.

op: A. Op assets van de gemeente, zoals op (slimme) lichtmasten of gebouwen. Vanuit ruimtelijke ordening wenselijk om antennes op gemeentelijke assets te plaatsen. Dat betekent eenduidig­ heid, en regie over waar/in welke vorm en zorgvuldige onder­ bouwing voor keuze plaatsing. B. Op bestaande assets van de telecompartij of derden C. Op nieuwe assets van de telecompartij of derden Slim straatmeubilair " Bepaalde typen straatmeubilair kunnen meerdere functies bevat­ ten en kunnen gecombineerd worden met sensoren, laadstations en camera's. Bijvoorbeeld bestaande lichtmasten worden waar nodig vervangen door slimme masten binnen het huidige netwerk. Deze moeten qua vormgeving aan de Rotterdamse Stijl voldoen en de uitgangspunten daarvan. " Waar een slimme mast al staat, worden in de nabije omgeving geen andere opstelpunten geplaatst. Alleen als meervoudig ruim­ tegebruik redelijkerwijs niet mogelijk is kan een nieuw object toe­ gestaan worden. Laadstation © Peter Goods

^ BOUWSTENEN n

1™1 Nutsvoorziening

Straatmeubilaii

STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES

31

STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES

" De 5G small cells (antennes) worden bij voorkeur eerst geplaatst

-

^ r

ļJH

^Hļnå|pg|| ■l

STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES

STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES

1.3 Van en voor iedereen

Het tweede stadsbrede doel ’Van en voor iedereen’ gaat over het ontwikkelen van een uitnodigende en robuuste openbare ruimte in de diverse stad. Dit vraagt om ontwerpen voor inclusieve en toegan­ kelijke openbare ruimtes, waar iedereen een plek heeft. Toeganke­ lijkheid, ontmoeting en beweging zijn daarbij de sleutelwoorden. Dat vraagt erom dat we onze stad ontwerpen met een veelzijdige blik en voor leeftijden van 0-100 jaar. STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES

33

STADSBREDE DOELEN EN PRINCIPES

Van en voor iedereen

^ OPGAVE

Om goede toegankelijkheid te garanderen, wordt er binnen de Rot­

ZORGEN VOOR AANTREKKELIJKE, INCLUSIEVE EN

terdamse Stijl een basismaat van 2 meter voor de obstakelvrije loop­

VEILIGE OPENBARE RUIMTE

ruimte aangehouden. Hierbij wordt uitgegaan van de ontwerpwijzer Rotterdam Loopt (hyperlink) en volgt het ontwerp en de profieluit-

De openbare ruimte wordt gebruikt om te verplaatsen en te verblij­

werking de principes voor drie type straten (basisniveau, stadsstraat

ven. Om aan beide functies te voldoen, is het essentieel dat de open­

& laan en boulevards). Het is van belang dat de inrichting past bij

bare ruimte aantrekkelijk, toegankelijk en veilig is voor iedereen, van

het gebruik van de straat in relatie tot de proportionele ruimte. Voor

0 tot 100 jaar. De stad ontwerpen we voor iedereen: alle mensen die

straten met horeca en terrassen blijven de richtlijnen gelden volgens

gebruik willen maken van de openbare ruimte, ongeacht hun motie­

de Horecanota. Voor de drukste evenementenlocaties zijn locatie-

ven, culturele achtergrond, inkomen, gender, leeftijd, fysieke of men­

profielen ontwikkeld.

tale conditie. Op deze manier willen we recht doen aan de diverse bevolking van Rotterdam en samenleven in een stad waar niemand in de meerderheid is. Dit doen we door rekening te houden met de diversiteit van de men­

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=eb662cf0-f76d-4020-8cac-ffdaa75ad978