CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb003527] Bijlage behorende bij 24bb003528 over Handboek Rotterdamse Stijl 2.0

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 26 juni 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Buitenruimte24.787 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

bare voorzieningen liggen verspreid in de wijk, gekoppeld aan de groenstructuur. Parkeren vindt in hoofdzaak plaats in de hoven en erven of op eigen terrein. Markante boomstructuren ontbreken, boombeplanting staat verspreid door de wijk.

gen waar bodemdaling geaccepteerd kan worden en waar niet in relatie tot toegankelijkheid, beeld- en gebruikskwaliteit en open­ baar groen.

64

HANDBOEK ROTTERDAMSE STIJL

Groenstructuur en biodiversiteit De groenstedelijke wijken van na 1970 worden gekenmerkt door een

" Om het ontmoeten en verblijven in de openbare ruimte te bevor­

informeel vormgegeven groenstructuur van singels, bomenrijen/

deren zullen meer specifieke voorzieningen die dit stimuleren op­

groepen en plantsoenen. De privétuinen vormen ook een belangrijk

genomen moeten worden in het openbare groen. Dit wordt ook

onderdeel van het groene beeld. De kleinschalige opzet maakt het

gedaan door het toevoegen van looproutes, het aanleggen van

vaak lastig om tot een opbouw van beplanting in lagen te komen.

plekken, meer bloeiend groen en het integreren van sportmoge­

Dit geldt ook voor de mogelijkheden voor extensief beheer en het

lijkheden.

toelaten van natuurlijke ontwikkeling van vegetatie.

Ontwikkelingen Groenstedelijke wijken van 1970-1990 De toename van het autobezit heeft ook op deze jonge wijken een beeldbepalend effect, ondanks dat de wijken op autobezit zijn ont­ worpen. De kleinschalige groenelementen en karakteristieke doorlo­ pende vloer van woonerven staan onder druk. De woonerven worden kaler en lopen vol met parkeer- en verkeersruimte en schuttingen. Tevens wordt het privégroen steeds steniger en minder zichtbaar. Schuttingen en andere afscheidingsvormen verbergen de rijkdom aan privégroen. Bewoners ervaren de verminderde mogelijkheid om elkaar te ont­ moeten in de openbare ruimte door het wegvallen van voorzieni ngen

Opgaven Groenstedelijke wijken van 1970-1990 " Het groen is door de versnippering erg kwetsbaar. Gezocht moet worden naar een inrichting en beheer dat het groen robuuster en duurzamer maakt. " Verhogen biodiversiteit door meer variatie in beplanting en in te richten voor de gidssoorten van de wijken na 1970: gewone dwergvleermuis, atalanta, sperwer. Tuinsteden: laatvlieger, bunzing, dagpauwoog. Groenstedelijke wijk Hoogvliet © Bas Czerwinski

" Bomen dienen geplant te worden op plaatsen met kwalitatief goe­ de groeiomstandigheden. De voorkeur gaat dan uit naar plaatsing

Door hun ligging tussen stad en buitengebied kunnen deze wijken wel een belangrijke verbinding vormen voor vliegende, maar vooral grondgebonden (kruipende) soorten en kleine zoogdieren.

van bomen in groenvakken en niet in trottoirs. " Voor het creëren van robuuste groenstructuur is het wenselijk de parkeerdruk te beperken in de woonerven en groen meer ruimte te geven.

Mobiliteit

" Behoud algemene kwaliteit ook in relatie tot bodemdaling. Afwe­

De woonerven kunnen de hoge parkeerdruk niet aan. De verkeers­

gen waar bodemdaling geaccepteerd kan worden en waar niet in

veiligheid en leefbaarheid komt daardoor sterk onder druk te staan.

relatie tot toegankelijkheid, beeld- en gebruikskwaliteit en open­

De doorgaande verkeerswegen in de groenstedelijke wijken vormen

baar groen.

barrières voor voetgangers en fietsers. Er is een uitgebreide wandel-

" De overgang van (semi)privégebied naar de openbare ruimte ver­

structuur met veel paden, maar deze is onherkenbaar. Het openbaar

dient aandacht. In de huidige situatie is de overgang vaak hard en

vervoer is minder toegankelijk. De groenstedelijke wijken kennen

staat men vanuit het gebouw direct tussen de geparkeerde auto's.

voornamelijk woonerven, die de hoge parkeerdruk niet aankunnen.

Zeker met het oog op toekomstige verdichting vereist dit aspect

De verkeersveiligheid en de leefbaarheid komt daardoor sterk onder

aandacht.

druk te staan.

STADSSTRUCTUUR

65

STADSSTRUCTUUR

zoals speelplekken en verblijfsplekken in de openbare ruimte.

Deels gebaseerd op de landschappelijke structuur De structuur van de wijk is deels gebaseerd op de landschappelijke structuur. Dit vormt vaak een casco waarbinnen een grote diversiteit aan buurten ligt. Programma is geconcentreerd in een centrumgebied en openba­ re voorzieningen liggen verspreid in de wijk, gekoppeld aan de groenstructuur. Bebouwing bestaat uit rijwoningen en twee-onder-één-kapwoningen, met vaak een apart gebiedje met vrijstaande villawoningen. Hoogbouw is gekoppeld aan het centrum, langs de hoofdstructuur of langs grote landschappelijke elementen als waterelementen of par-

STADSSTRUCTUUR

al

Ŝ

kruimten. De ontsluiting van de wijk is meervoudig, zowel richting de

al

omliggende wijken als het landschap. In het voorzieningencentrum

û i— U) z

is een pleinruimte. De wanden worden gevormd door appartemen­

O

kelpleinen: vrij van autoverkeer en parkeervoorzieningen.

tengebouwen met programma in de plint. Er zijn hoofdzakelijk win-

OĹ C.D

Er is een variatie te zien in de geslotenheid van de pleinruimten, af­ hankelijk van de aangrenzende bebouwing. Vaak is het centrumplein gekoppeld aan een grote openbare ruimte zoals een plas of een groot park waarnaar het zich opent. Parkeren vindt hoofdzakelijk plaats in de woonstraten of op eigen terrein. Nesselande © Iris van den Broek

Robuuste groenstructuur De hoofdverbindingen in de wijk hebben een robuuste groenstruc­ tuur. Groene (midden)bermen en waterstructuren zijn veelal opge­ nomen in de profielen. De maat en schaal heeft vaak een relatie met GROENSTEDELIJKE WIJKEN NA 1990

66

HANDBOEK ROTTERDAMSE STIJL

het onderliggende landschap.

Stedenbouwkundige structuur

In de woonstraten is het privégroen een belangrijke drager van het

Na 1990 vond opnieuw een omslag plaats. Het grondgebonden ka­

groene karakter. De wijk kent een boomstructuur op alle schaal­

rakter bleef, maar de als onoverzichtelijk ervaren woonerven werden

niveaus. In het ontwerp is tot in de woonstraten ruimte voor een

vervangen door stratenpatronen met een duidelijke hiërarchie. Deze was veelal gebaseerd op de landschappelijke onderlegger. De varia­

boomstructuur. De hiërarchie in het straten- en wegenpatroon wordt bepaald door de grootte en de soortkeuze. Vaak wordt de boom­

tie in architectuur en stedenbouwkundige principes werd groter. Een

structuur van het onderliggende landschap deels meegenomen in

vormentaal die bijvoorbeeld teruggrijpt naar het modernisme, de ja­

het ontwerp.

ren dertig of naar meer landelijke stijl. Wat betreft stedenbouwkun­

De inrichting van de openbare ruimte wordt vaak gekenmerkt door

dige principes wordt deels het tuindorp, de stadswijk of het woonerf

een specifiek voor deze wijken ontworpen set aan straatmeubilair

geciteerd. Voorbeelden van een groenstedelijke wijk na 1990 zijn de

en verhardingsmaterialen. De materialisering wijkt dus in meer of

wijken Nesselande en Park Zestienhoven.

mindere mate af van wat de standaard Rotterdamse Stijl voorschrijft.

In feite is er dus sprake van uitzonderingsgebieden binnen de Rot­ terdamse Stijl. Ontwikkelingen Groenstedelijke wijken na 1990 De wijken die vanaf 1990 zijn gebouwd zijn nog te jong om echt van een algemene ontwikkeling te kunnen spreken. Wel is duidelijk dat ook hier de parkeer- en verkeersdruk hoger is dan waarop de wijken ontworpen zijn. Opgaven Groenstedelijke wijken na 1990 " Veel van de opgaven hangen samen het klimaatadaptiever maken STADSSTRUCTUUR

van deze wijken. Er dient een goede balans gevonden te worden in het bodemwatersysteem en de wateropgave. " De parkeerdruk is hoog in deze groenstedelijke wijken. Hierdoor ontstaat een spanningsveld met behoud van bestaande groene kwaliteiten en andere gebruiksruimte. " Verhogen biodiversiteit door meer variatie in beplanting en in te richten voor de gidssoorten van de wijken na 1990: huismus, icarusblauwtje en egel. " Groeiomstandigheden bomen verbeteren. " Betere aansluitingen voor fietsers en voetgangers op stedelijk weefsel. " In deze wijken zijn goede overgangszones tussen privé en open­ baar gebied essentieel, waaronder de verbinding tussen groene achtertuinen en de rest van de openbare ruimte. Aanvullend is er aandacht nodig voor de verstening van private buitenruimte. Uitzonderingsgebieden Binnen de groenstedelijke wijken na 1990 zijn ook enkele uitzonde­ ringsgebieden te identificeren (zie kaart in bijlage, pagina 209). Deze gebieden vragen een gefaseerde strategie om uiteindelijk te voldoen aan de inrichtingsprincipes en materialisatie van de Rotterdamse Stijl. Dit vraagt ook aandacht vanuit beheer, zodat de uitstraling en gebruik van de openbare ruimte op niveau blijven.

STADSSTRUCTUUR

67

Buitendijks gebied

Vanouds kent Rotterdam buitendijkse gebieden met voornamelijk

monsterrein) waarin vooral veel sociale woningbouw gerealiseerd

havengebonden bedrijvigheid. Gezien de ligging aan het water en

werd. Daarna volgde de Kop van Zuid met een veel gemeleerder pro­

de transitie van de havengebieden zijn dit bij uitstek gebieden die

gramma. Ervoor in de plaats komt een mix aan functies als wonen,

zich lenen voor een omslag naar woongebied en andere stedelijke

horeca, werkplaats, dienstverlening en cultuur. Met de afname van

functies.

de traditionele havenactiviteiten ontstond op de kades ruimte voor groen. Eerst in de vorm van robuuste boombeplantingen (de karak­

STADSSTRUCTUUR

teristieke iep), later is daar ook vlakgroen (sierheesters, gras) aan KARAKTERISTIEKEN

toegevoegd. Ook het verwijderen van parkeren van de kades is van

Stedenbouwkundige structuur

groot belang. Daarnaast is ook veel ruimte gemaakt voor ontmoeting

De buitendijkse gebieden omvatten voornamelijk (voormalige)

en verblijf en worden de aangebrachte comfortzones goed gebruikt

havengebieden, een enkele woonkern als Heyplaat, gebouwd voor

door wandelaars en voor sportieve activiteiten.

havenarbeiders, daargelaten. Met de transitie van haventerreinen naar andere bedrijvigheid en wonen ontstaat een nieuwe typologie.

Groenstructuur en Biodiversiteit

Kenmerkend voor de buitendijkse gebieden is dat ze niet beschermd

Rotterdam heeft een bijzondere positie als stad in de delta en kent

worden door dijken zoals elders in Rotterdam en regio, maar in hun

daardoor een bijzondere dynamiek met de getijdenwerking van de

geheel een verhoogde ligging hebben boven zeeniveau. Daardoor

Maas en de wisselende rivierstanden door de open verbinding met

is er directer contact met de rivier en de daaraan gebonden activi­

de zee. De Nieuwe Maas heeft in zijn geheel een zoet-zout overgang

teiten. Er is sprake van een havensfeer ook al nemen de traditionele

met een grote brakwaterzone en een uniek sterk wisselende salini-

havenactiviteiten af. Door de hoge ligging is contact maken met het

teit. De Maas heeft als een van de ecologische hoofdfuncties een

water vaak wel weer moeilijker. De korrel van de bebouwing is vaak groter dan in de binnendijkse gebieden. Havenbekkens zijn qua

dijks gebied heeft een opgave om een habitat te vormen voor diverse

migratieroute en stapstenen voor specifieke trekvissen. Het buiten­

vorm en schaal bepaald door ontwikkeling van functies; laden op

(semi)aquatische natuur en voor oever gebonden soorten en water­

kade, laden op water, containers en bulk.

dieren met als gidssoorten de meervleermuis, fint, libellen(rivierrombout), spindotter en bever.

Maritieme karakteristiek

Het is een opgave om binnen de voormalige, van oudsher stenige,

Kenmerkend zijn ook de langgerekte pieren en de lange rechtstan­

havengebieden de interactie tussen water en oevers terug te bren­

den van de havenstraten, veelal parallel aan de richting van de rivier

gen. Door meer natuurvriendelijk in te richten en getijdennatuur te

op de zuidoever en loodrecht op de rivier aan de noordzijde. Op de

ontwikkelen die ook bijdraagt aan de leefbaarheid in deze wijken,

zuidoever liggen de havenbekkens vooral buitendijks terwijl op de

vergroening en bescherming tegen overstroming.

noordoever de oudste havenbekkens voor een belangrijk deel bin­

Met het vergroenen van de stenige kade in de binnenstad met ver-

nendijks zijn komen te liggen. De latere bekkens op de noordoever

blijfsfunctie en met voldoende ruimte om te sporten, te wandelen en

zijn ook buitendijks. Vaak zijn er nog oude havencomplexen die be­

te verpozen is het gebruik toegenomen.

waard zijn gebleven en daardoor bijdragen aan de maritieme karak­

De opgave voor alle kades is om boomstructuren, (voornamelijk Iep)

teristiek van de buitendijkse gebieden. De openbare ruimte heeft

aan te helen en verder uit te breiden.

vaak een zeer robuust karakter met een grote mate van openheid. De traditionele havenactiviteiten en maritieme bedrijvigheid nemen

68

HANDBOEK ROTTERDAMSE STIJL

steeds sterker af, voor zover ze al niet helemaal verdwenen zijn. Dit

Mobiliteit De nieuwe ontwikkeling van de traditionele havengebieden naar

begon al in de jaren '80 met grote wooncomplexen (Schiemond, Si-

gemixte woning en werkgebieden gaat samen met een andere in-

STADSSTRUCTUUR

STADSSTRUCTUUR

69

Buitendijks is er speciale aandacht voor hubs waar vervoer over land wordt verbonden met vaste oeververbindingen (bruggen, tunnels) en vervoer over water. Watertaxi's en andere vormen van varend open­ baar vervoer met nul-emissie zullen een belangrijke bijdrage gaan leveren aan duurzame mobiliteit. We zetten in op betere OV-ontsluiting van economisch belangrijke gebieden (first & last mile).Parkeren vind waar mogelijk gebundeld plaats in Mobiliteithubs en minder op straat. Nieuwe vormen van (licht-elektrische) deelmobiliteit worden

STADSSTRUCTUUR

geordend aangeboden en goed en veilig ingepast. û ŰŨ C5

ONTWIKKELINGEN

U) al

In het buitendijks gebied zijn verschillende ontwikkelingen aan te

û z

wijzen die aandacht vragen bij het vormgeven van de stad.

i-

3 ŰŨ

" Voor de afname van havengebonden bedrijvigheid komen maak­ industrie en dienstverlening in de plaats. Nog vaker neemt wo­ ningbouw de plaats in van de havenactiviteiten. De ligging aan rivier en havenbekkens levert veel woonkwaliteit op. Ook voor horeca en culturele instellingen levert deze ligging aan het water een belangrijke meerwaarde. " Met een eigen mix aan bedrijvigheid, wonen en voorzieningen vor­

Veerlaan © Peter Schmidt

men de voormalige havens een uniek en aantrekkelijk stuk stad. Deze transitie vraagt om een zorgvuldige aanpak omdat niet iede­ re vorm van bedrijvigheid zich even goed laat mixen. richting van de straten. De gebieden worden waar mogelijk, zeker bij

" Met het stijgen van de zeespiegel en de extremere piekafvoeren

nieuwe gebiedsontwikkelingen zoals in M4H, primair ingericht voor

van de rivieren is extra bescherming tegen hoogwater nodig.

actieve mobiliteit en ontwerpen comfortabele voet- en fietspaden

" De rivier is stedelijk recreatiegebied van de stad, de openbare

waarbij je veilig kan oversteken en daar waar dat nodig en mogelijk

ruimte van de stad. Recreatieve, groene functies worden belang-

is wordt de snelheid verlaagd naar 30 km/uur. Daarmee worden de

rijker mede ten gevolge van verdichting en daarbij de toeganke­

straten veiliger en mensen worden uitgenodigd zich meer lopend

lijkheid van alle kades.

en fietsend te verplaatsen. De noodzakelijke bewegingen per auto,

" Transformatie naar woon- en woonwerkgebieden. Dit vraagt om

o.a. logistiek, worden goed ingepast zodat de bereikbaarheid van

meer waardering voor functiemix en behoud havenkarakter. En

de stad, ondanks verdere verdichting van de stad, op niveau blijft,

" Versterken en uitbreiden getijdenrivier en getijdennatuur.

openbaar vervoer en hulpdiensten. OV-knooppunten worden mobi-

" Programmering op en aan het water met behoud van toeganke­

liteitshubs: aantrekkelijke plekken om te verblijven, ontmoeten en overstap te maken naar een andere modaliteiten om verder te reizen. 70

HANDBOEK ROTTERDAMSE STIJL

relatie met rivier versterken.

waarbij rekening wordt gehouden met de belangen van ondermeer

lijkheid.

goed merkbaar is. Daarom zijn lokale adaptatie strategieën om om te gaan met overstromingsrisico nodig. Deze worden ontwikkeld door programma Rotterdams WeerWoord. Openbaarheid kade behouden en meer ruimte voor fietsers en voetgangers om in deze aantrekkelijke openbare ruimte te bewe­ gen en te verblijven. Goede verbindingen met het binnendijks gebied zijn noodzakelijk om de buitendijkse gebieden goed bereikbaar te houden voor alle bewoners. Vergroenen op de kade, getijdennatuur in het water voor de ka­ den. De Nieuwe Maas is een ecologische zoet-zout water struc­ door de kades en (getijden)oevers te verzachten en te vergroenen waar mogelijk. Deze gradiënt variaties aan oevers en (semi)natte plekken vormen een belangrijk habitat voor diverse flora- en faunasoorten gebonden aan riviermilieus. De ruimtelijke openheid en breedte van de kades vraagt om een inrichting met een menselijke maat om ook daar verblijfsplekken te kunnen maken. Op de hoofdstructuur vraagt dit altijd om een openbaar toegankelijke zone met een comfortzone, groen en ban­ Figuur 4: Onderverdeling haven-stad-rivier voor de Maas

ken van minimaal 30 meter breed. Programmering op en aan het water, de mix aan functies vraagt om een balans tussen verblijf, recreatie en bedrijvigheid. Het onderhoud en herstel van de kademuren is kostbaar en vraagt om een langetermijnplan voor behoud.

OPGAVEN

Comfortzones van 3.50 m ten behoeve van wandelaars en spor­

De hiervoor genoemde ontwikkelingen geven inhoud aan de opga­

tieve activiteiten zijn een essentieel onderdeel van de inrichting

ven voor het buitendijks gebied. Vanuit het Programma rivieroevers

van de kades.

en de rivier als getijdenpark is de Nieuwe waterweg ingedeeld in

Hoofdwaterkeringen in de langsrichting beter herkenbaar en aan­

drie zones voortgekomen aan hun context: havenlandschap, ste­

trekkelijker maken en in de dwarsrichting zorgdragen voor een

delijk landschap en rivierenlandschap. Deze vormen uitgangspun­

betere oversteekbaarheid.

ten bij de inrichting en programmering van de kaden. De hiervoor

De rivier nodigt uit om te sporten en te bewegen, bijvoorbeeld via

genoemde ontwikkelingen geven inhoud aan de opgaven voor het

het rondje bruggen.

buitendijks gebied. " Door zeespiegelrijzing en sterk fluctuerende rivierwaterpeilen biedt de verhoogde ligging van het buitendijks gebied niet vol­ doende bescherming, zoals bijvoorbeeld bij het Noordereiland al STADSSTRUCTUUR

71

STADSSTRUCTUUR

tuur en geeft kansen voor verdere ontwikkeling voor biodiversiteit

Stadsbrede doelen in de gebieden Groen en duurzaam

STADSSTRUCTUUR

Binnenstad

Stedelijke Wijken

Groenstedelijke wijken

Buitendijks

- De stadsboulevards en pleinen van de we­

- De concurrentie in de ondergrondse ruimte

- Sommige groenstedelijke wijken liggen in

- Het gebied moet beschermd worden tegen

deropbouw bieden ruimte aan meer groen,

is zeker in stedeiijke wijken groot. Het is van

diepe polders. Bodemdaling, grondwater en

overstromingen en overvloedig getij door de

bomen en verbiijfskwaiiteit Dit draagt bij aan

belang dat integraal gekeken wordt naar de

wateropvang vragen daarom extra aandacht

aanleg van een dijk of getijdennatuur, reke­

boven-en ondergrondse opgaven.

en innovatieve oplossingen. Ook het behoud

ning houdend met de havenidentiteit en het

het verminderen van hittestress en waterover­ last en is een kans om meer biodiversiteit toe

- Aandacht voor vrijwaringszones rondom bo­

te voegen en de hoeveelheid groen uit te brei­

men en groenstructuur is extra van belang in

den en biodiverser in te richten. - Zorg voor groeipiaatsverbetering van bomen,

krappe stadstraten in verband met inpassing van kabels en warmtenet.

van waardevoiie bomen in de te natte delen is

behoud van de landschappelijke kenmerken

hierbij een belangrijke opgave.

van het gebied.

- De groenstedelijke wijken vormen een scha­ kel in de biodiversiteit. Hierbij moet rekening

zoals het verbeteren van de bodemkwaliteit

- Doorgaande boomstructuren in de straten en

gehouden worden met het aanleggen van

en het vergroten van de beschikbare ruimte.

vergroenen is van belang voor de water- en

groene corridors en verbindingen tussen

hittestress-opgaven.

groengebieden in het ommeland.

- De wateropgave in de binnenstad vraagt om meer ondergrondse oplossingen voor water-

- Het uitbreiden van de groenblauwe struc­

- Diversiteit van het nu soms eenzijdig groen

- Houd rekening met het uitgiftepeil van 3,6 meter. - Ontwikkel meer natte natuur en interactie tus­ sen water en groene oevers. - De combinatie van zoet- en zoutwatermilieus is uniek en vraagt om het aanpassen van de

tuur en ecologische verbindingen vraagt in

verhogen is een opgave. Bijvoorbeeld door

beplanting aan de grondwater- en waterkwa-

stedeiijke wijken extra aandacht. Zorg voor

het stimuleren van drielaagse beplanting, het

liteitsomstandigheden in het gebied, waarbij

om dubbel grondgebruik mogeiijk te maken,

verbindingen tussen aanwezige groenblauwe

creëren van verschillende groenstructuren

de natuurlijke getijdenprocessen worden on­

zoals het stapelen van kabels en leidingen en

structuren zoals singels en (wijk)parken.

met meer diversiteit aan beplanting.

dersteund.

berging. - Houd rekening met technische oplossingen

het gebruik van slimme constructies om ruim­ te te besparen zowel boven- als ondergronds

- Particulier initiatief (privaatgroen en geveltuinen) biedt kansen voor de vergroening van de stedeiijke wijken.

72

HANDBOEK ROTTERDAMSE STIJL

Stadsbrede doelen in de gebieden Van en voor iedereen

Binnenstad

Stedelijke Wijken

Groenstedelijke wijken

Buitendijks

- ProfieLen zijn relatief smaL en aandacht is no­

- Zorg voor een gebaLanceerde programmering

van de voetgangersruimte en verbLijfsptekken

dig om de minimaLe obstakeLvrije Loopruimte

van groene ruimtes, waarbij rekening wordt

bij aandacht is voor goede toegankeLijkheid

te reaLiseren.

gehouden met zoweL rustige aLs drukke pLek­

voor aLLe gebruikers en aantrekkeLijke zit of

ken.

verbLijfspLekken Langs het water.

- Meer aandacht voor kinderen in de binnen­ stad: speelruimte, speLaanLeidingen, veilig­ heid - Verminderen van de verkeersdruk en -snel­ heid in de binnenstad om ruimte te bieden aan andere modaliteiten - Bevorderen van de Levendigheid en gezellig­

- Programmering en voorzieningen vragen aandacht om een baLans te creëren tussen rustige en drukke gebieden - Ontwerp groene schooLpLeinen en pLeinen aLs sociaLe ontmoetingspLekken voor bewoners van de wijk

heid van de binnenstad door de binnenstad

- Oog voor groen in de wijk aLs beLangrijk eLe­

aantrekkelijk te maken voor de veelheid aan

ment voor de gezondheid en het weLzijn van

bezoekers (huiskamer van de stad)

de bewoners.

- Stimuleren van dubbeLgebruik van de open­

- Ontwerp schooLpLeinen en pLeinen aLs sociaLe

- Versterk de dijk aLs verbindende functie waar­

- MogeLijkheden voor recreatie en toerisme be­

ontmoetingspLekken voor bewoners van de

nutten. De ambitie is om een eindeLoos net­

wijk

werk van openbare kade te maken van waar­

- Zorg voor een goede aansLuiting op de groene omgeving buiten de wijk om een verbinding te

uit aLLe wijken aansLuiting vinden om Langs de rivier te recreëren.

creëren met de omgeving - OntwikkeL toeristisch/recreatieve routes die de groene eLementen van de wijk benadruk­ ken en de groene kwaLiteit van de wijk tonen

bare ruimte door bijvoorbeeLd de inrichting van muLtifunctioneLe pLeinen en straten - Bevorderen van groen in de binnenstad om de LuchtkwaLiteit te verbeteren en de stad Leefbaarder te maken - Een aandachtspunt is de toenemende (semi) privatisering en commerciaLisering van de openbare ruimte door horeca, bedrijven, fes­ tivaLs en evenementen.

STADSSTRUCTUUR

73

STADSSTRUCTUUR

- Verhogen van de kwaliteit en toegankelijkheid

Stadsbrede doelen in de gebieden Balans tussen modaliteiten

Binnenstad

STADSSTRUCTUUR

- Verbeteren van de loop- en fietsroutes in de

Stedelijke Wijken - Stimuleren van actieve mobiliteit zoals lopen,

Groenstedelijke wijken - Optimaliseren van fiets- en wandelroutes als

binnenstad, en een goede koppeling met OV

fietsen, en goede koppeling met OV (hubs).

zodat het aantrekkelijker wordt om de auto te

- Toegankelijkheid van ov-haltes verbeteren

- Parkeeropgave in kaart brengen waarbij re­

door stallings- en zitmogelijkheden toe te

kening wordt gehouden met het verminderen

voegen, beschutting tegen weer creëren te­

van autoafhankelijkheid en het stimuleren van

laten staan en hier te verblijven - Inventariseren van de huidige parkeerbehoefte en -gebruik in de binnenstad

gen zon en wind.

schakels tussen wijken en ommeland

deelmobiliteit

- Onderzoeken van alternatieve parkeermoge-

- Het in kaart brengen van de verkeerscirculatie

- Goede aansluitingen voor wandel, fiets- en

lijkheden, zoals parkeergarages aan de rand

in de wijk om knelpunten en mogelijkheden

OV-verbindingen binnen de wijk en als uit­

voor verbetering te identificeren.

valsbasis voor bezoek aan de natuur of om­

van de stad en/of parkeerplaatsen buiten de binnenstad met een goede verbinding naar het centrum

- Inventariseren van de huidige parkeerbehoefte en -gebruik in de stedelijke wijken

meland - Bevorderen van groene mobiliteit door het

- Herbestemming van bestaande parkeer­

- Herbestemming van bestaande parkeer­

plaatsen voor andere functies, zoals groen,

plaatsen voor andere functies, zoals groen,

beeld door het verbeteren van fietspaden en

speelplekken, terrassen, fietsenstallingen en

speelplekken, terrassen, fietsenstallingen en

voetpaden en het creëren van groene ontmoe­

laad- en losplekken voor vrachtwagens

laad- en losplekken voor vrachtwagens

tingsplekken.

74

HANDBOEK ROTTERDAMSE STIJL

stimuleren van fietsen en wandelen, bijvoor­

Buitendijks - Verbeter de oversteekbaarheid voor voetgan­ gers en fietsers - Creëren van veilige en aantrekkelijke fiets- en wandelroutes langs het water - Integratie van duurzame mobiliteitsoplossingen in de identiteit van het gebied en het landschap.

STADSSTRUCTUUR

STADSSTRUCTUUR

75

STADSSTRUCTUUR

1

74

)ĨĨERDAI

l' “

J fF- m '-Ü-

—

y'- ríi

...

2.2 Lijnen

STADSSTRUCTUUR

In deze paragraaf worden lijnen beschreven op de hoofd- en stadsdeelstructuur. Het handboek Rotterdamse Stijl identificeert: - wegen - waterkeringen - waterlopen

STADSSTRUCTUUR

75

Continuïteit Continuïteit is belangrijk in de inrichting van de wegen, met een con­ tinu lengteprofiel, met eenduidige materialisering & meubilair en met een robuuste groenstructuur. Dit zorgt voor een samenhangend beeld en kwaliteit in gebruik. Een continue maatvoering en eenheid in principeoplossingen zijn daarbij van belang. De beschikbare ruim­ te is afhankelijk van de gewenste verkeersafwikkeling. De robuuste boomstructuur is het structurerende element voor ruimtelijke indeling en verblijfskwaliteit. Een continu profiel met voldoende groeiruimte onder en bovengronds is daarbij essentieel STADSSTRUCTUUR

om de boomstructuur te behouden en continuïteit te waarborgen bij maatwerk. Leeswijzer profielen Voor lijnen op de hoofd- en stadsdeelstructuur zijn richtlijnen in de vorm van principeprofielen (dwars & lengte) opgesteld. Wanneer de lijnen worden heringericht of er groot onderhoud plaatsvindt, leve­ ren de principeprofielen het startpunt voor een nieuw ontwerp. Voor de technische uitwerkingen wordt verwezen naar de Standaard We­ genbouw Details. De vele transities zoals beschreven in de stadsbrede doelen (hoofd­

Statenweg © David Rozing

stuk 2) hebben zoveel mogelijk een plek gekregen in de principepro­ fielen. In elk dwarsprofiel zijn meerdere flexibele ruimten aangegeven De lijnen zijn belangrijk voor de herkenbaarheid en zijn het ce­

de verschillende stedelijke transities aan de slag te gaan. Blijven bij­

ting krijgen. Per typologie wordt een identiteit ontleent aan de

voorbeeld de elektrische fietsen en andere snelle e-voertuigen op het

context van de bebouwing, stedenbouwkundige opzet en situe­

fietspad of gaan deze naar de rijweg? Moet er nog meer ondergrondse

ring van groen. De lijnen vormen de verbindende openbare ruimte

ruimte voor kabels en leidingen gereserveerd worden? Moet er meer

van de stad en functioneren als het cement. Ze zijn belangrijk voor

waterberging komen?

de herkenbaarheid van en in de stad.

Verder is niet iedere straat hetzelfde en zijn de verschillen in breedte en indeling vaak aanzienlijk. Onder de dwarsprofielen vinden we

De typologie van verschillende wegen wordt bepaald door de

76

HANDBOEK ROTTERDAMSE STIJL

door middel van een lichter vlak. De flexibele ruimte inspireert om met

ment van Rotterdam. Het is essentieel dat zij een heldere inrich­

stedenbouwkundige context, zoals de locatie in de stad (de bin­

de bouwstenen zoals in de stadsbrede doelen opgesteld. Ze geven

nenstad, stedelijke wijk of groenstedelijke wijk). De bebouwing,

ontwerpers aan wat de uitwerking van stadsbrede doelen zijn en

waaronder hoogte, korrelmaat, functie, plint, oriëntatie en adres­

bieden een breed palet aan keuzes bij de (her)inrichting van een lijn

sen, en de groenstructuur met bomen, bermen en groenvakken,

op de hoofd- en stadsdeelstructuur. Hierbij zijn de principes die zijn

zijn bepalende factoren per type.

uitgewerkt onder de stadsbrede doelen richtinggevend.

STADSSTRUCTUUR

Laan M middenberm

OVERZICHT WEGEN OP HOOFD- EN STADSDEELSTRUCTUUR

Binnenstadboulevard

Laan M zonder middenberm

Stadsboulevard

Laan M assymetrisch met middenberm

Waterboulevard

Parkweg M

Laan L

Stadsstraat

Parkwerg L

Havenstraat

STADSSTRUCTUUR

77

Leeswijzer Profielen boom is lichter als dit een aanzicht is (verder weg)

boom is donkerder als deze in de doorsnede staat

indien er een hartlijn aanwezig is, is het profiel symmetrisch

de afstand van de boomkruin tot aan de gevel is minimaal 2 m. (snoeibeleid)

Ÿ als er een trambaan is moet er altijd 3 meter ruimte tussen de bomen en tram zijn.

STADSSTRUCTUUR

deze vlakken geven de flexibele ruimte aan. Indien hier een boom staat is deze verplicht

afstand tot k&l 3,5

de obstakelvrije loopruimte voor voetgangers is minimaal 2 meter

de afstand van boomwortels tot de kabels en leidingen is minimaal 3,5 m

voor busroutes geldt als ontwerpeis mini­ maal 6,5 meter maar bij voorkeur 7 meter afhankelijk van de beschikbare ruimte

de blauwgrijze stippellijn geeft de gemiddelde grondwaterstand aan die is per gebied verschillend

de grijze vlakken zijn de kabels en leidingen en geven de indica­ tie van de minimale maat aan.

40 - 70 m 2

4,5

3,5

2-4 obstakelvrije zone

De maatvoering is een richtlijn en de minimale afstand

De bouwstenen geven de mogelijk­ heden voor de inrichting binnen de zones aan.

78

HANDBOEK ROTTERDAMSE STIJL

3,5

3

4,5

2

5-7

De volgende onderdelen komen in ieder principeprofiel terug:

Variatie in het ontwerp kan gevonden worden in de volgende prin­

" Doorsnede

cipes:

- Flexibele ruimte - Grondwaterstand " Afstand tot kabels en leidingen

" Bij de start van het project onderzoeken of aanpassingen in de verkeerstructuur meer mogelijkheden in de ruimte geven. " Inventariseren van de parkeerbehoefte en het parkeergebruik.

" Richtlijn maatvoering (vast à flexibel)

Mogelijke herbestemming van parkeerplaatsen voor andere func­

" Bovenaanzicht

ties.

" Bouwstenen

" Verminderen van het aantal (auto)rijbanen waarbij rekening wordt gehouden met de toegankelijkheid van hulpdiensten.

Veranderingsperspectief In ieder profiel zijn drie vaste elementen omschreven. Deze kunnen STADSSTRUCTUUR

niet zomaar verplaatst of verwijderd worden bij de (her)inrichting van een lijn. Zij vormen dus de uitgangspunten van het ontwerp: 1. de bebouwing 2. de boomstructuur (deze zou in principe meer dan 100 jaar mee moeten I kunnen gaan). 3. de obstakelvrije loopruimte voor voetgangers van minimaal 2 me­ ter breed. Op het moment dat de werkelijke situatie onvoldoende ruimte biedt om alle transities in te passen, zijn deze vaste elementen maatge­ vend als start- en eindpunt van het ontwerp. Dit is nog verder uitge­ werkt in de volgende vaststaande principes: " Behoud van de bomenstructuur met een vastgestelde hoeveelheid en minimale maatvoering ook voor ondergrondse groeiruimte. " Indien er een middenberm is, houdt deze een minimale maatvoe­ ring aan. " Garanderen van een obstakelvrije loopruimte met minimale maat­ voering en breedte van het trottoir voor de toegankelijkheid van voetgangers. " Handhaven van minimale afstanden tussen bomen, kabels en lei­ dingen.

STADSSTRUCTUUR

79

Wegen hoofdstructuur

De wegen op de hoofdinfrastructuur zijn beeldbepalend voor de vele

LAAN L

bezoekers, forenzen en bewoners die via deze lijnen de stad beleven

Lanen hebben een stroomfunctie voor voetgangers, fietsers en ge­

of doorkruisen (te voet, met de fiets, openbaar vervoer of per auto).

motoriseerd verkeer. Kenmerkend is vooral de robuuste bomenstruc­

Op hoofdstructuur verbinden de wegen de plekken met elkaar. Ze

tuur van bomen van de 1e grootte die een aaneengesloten bladerdak

vormen daarmee de belangrijkste structuren van de stad. De hoofd­

vormen.

STADSSTRUCTUUR

groenstructuur met laanbomen en doorgaande groene elementen vormt hier ook een belangrijk onderdeel van.

PARKWEG L

Er worden verschillend typen wegen onderscheiden met ieder een eigen karakter:

gemotoriseerd verkeer. Voor zover er sprake is van fiets- en wandel­

" Boulevard

paden zijn deze door brede bermen gescheiden van de rijwegen.

" Laan L

Deze typologie komt voor in groenstedelijke wijken. De bomenstruc­

" Parkweg L

tuur wordt gekenmerkt door losse groepen bomen van verschillen­

Bij een parkweg ligt het accent bij de doorstroomfunctie meer op

de ordegroottes, mogelijk ook gecombineerd met heestergroepen. BOULEVARD

Een parkweg is een type weg dat zich onderscheidt door zijn groene

Boulevards bieden vooral ruimte voor ontmoeting, flaneren en ver­

kenmerken.

blijf. De boulevards zijn de hoofdverbindingsroutes van de stad. De bomenstructuur van boulevards bestaat uit een robuuste boombeplanting van soorten van de 1e orde aan weerszijden van de boule­ vard, zodat in het midden een vista ontstaat. De boulevard kent een formeel en (hoog)stedelijk karakter.

Boulevard

80

HANDBOEK ROTTERDAMSE STIJL

Laan L

Parkweg

STADSSTRUCTUUR

Binnenstadboulevard Stadsboulevard Waterboulevard

WEGEN OP HOOFDSTRUCTUUR

Laan L Parkwerg L

STADSSTRUCTUUR

81

STADSSTRUCTUUR

Op deze pagina zijn een aantal lengteprofielen uitgewerkt, die ieder

lost. Hierdoor wordt het stroomlijnprofiel niet onderbroken, waarbij

het principe van de typologie uitleggen. Hierin zijn een aantal be­

zelfs de middenberm een constante maat aanhoudt.

langrijke zaken opgenomen die voor elk profiel gelden en die over­

Hierbij is het doorzetten van de bomenrijen bij de kruising erg be­

eenkomen met de eerdergenoemde lijnen. Voor het lengteprofiel van

langrijk: onderbreek de bomenstructuur zo min mogelijk. Afstem­

de kruising zijn nog een aantal extra randvoorwaarden belangrijk:De

ming met mobiliteit is noodzakelijk om de vrije zone van een kruising

parallelstructuur moet zo veel mogelijk worden doorgezet, waarbij

te definiëren.

afslagen bij een kruising zo veel mogelijk in de berm worden opge­

82

HANDBOEK ROTTERDAMSE STIJL

JUUMUMUĽ STADSSTRUCTUUR

VtVvVVv I----------------------------------------------------------------------------Laan Boulevard

Stadsstraat met gedeeld gebruik

Parkweg

STADSSTRUCTUUR

83

Kruising Het profiel van de kruising is gebaseerd op die van de stadsboulevard, waarbij alle princi­ pes op dezelfde manier gelden en die in principe op alle profielen kan worden toegepast. Er zijn extra flexibele zones aan het profiel toegevoegd, die als mogelijk voorsorteerstrook functioneren, waardoor het stroomprofiel van de typologie kan worden doorgezet. Dit komt erop neer dat de middenberm van breedte varieert, afhankelijk van de voorsorteerstrook. De bomenrij loopt idealiter door, en wordt zo min mogelijk onderbroken. Afstemming met Mobiliteit is noodzakelijk om de afstand te bepalen

STADSSTRUCTUUR

STEDENBOUWKUNDIGE CONTEXT OMSCHRIJVING

voornamelijk stadswijken en binnenstadcontext, stedelijk

BEBOUWING

grote, voornamelijk gesloten bouwblokken, 4-6 lagen, boulevards in de binnenstad met een setback van hoogbouw, wonen-kantoren-winkels-voorzieningen. Adres aan voetpad

PLINT

levendige plinten

PROFIEL DWARS

verkeerskundig vanuit basis symmetrisch. Voetpad, rijstroken, mid­ denberm met tram (genoeg ruimte voor afslagen), parallelstructuur (minimaal 4.5 meter) in bestaande situatie.

LENGTE

lage aansluitingsdichtheid, alleen aansluitend op wijken

VOETPADEN

minimaal 5 meter, liefst 7 meter of meer. 2-4 meter obstakelvrije loopruimte

RUIMTELIJKE CONTEXT BOMEN

symmetrische boomstructuur van 2 x 2 bomen, 1e grootte bomen, open vista in het middengebied. 3.5 meter afstand ondergrond

MIDDENBERM

minimaal 6 meter breed, 2 laags groen (gras met bomen)

BERMEN

flexibel, maar indien toegepast, minimaal 3 meter breed, gras bermen of grote boomspiegels, gelaagdheid 2 lagen. Flexibele zone is toegevoegd ten behoeve van potentiële voorsorteerstroken.

GROENVAKKEN

op voetpaden, tot 3 lagen groen, zo veel mogelijk voor wateropvang

GEVELTUINEN

nee, tenzij schaal en maat passend

VAN EN VOOR IEDEREEN OVERIGE ASPECTEN

integrale inpassing van gevel tot gevel, waaronder: - tram afschermende maatregelen: bij voorkeur een haag (en anders maatwerk) - oversteekbaarheid (bijv. minimaal 500 meter) - drempelzone - dwarsrelaties fiets en voetganger

84

HANDBOEK ROTTERDAMSE STIJL

V

Y Y

f

T\\' ~.7ľV“ r.-T:,-. 7.7 'T ŕľ ~

'

T:T.Ţ .7 ~ ċ'77;- ;.:’ċv

•.’••7.' .' 7: . : :

“ 7

7

STADSSTRUCTUUR

^

r

~ 7

“ -r-..— '7- —'

3

3,5

;

: - 'ţ; . T:

, ; :.t

afstand tot k&l 3,5

40 - 70 m 5-7

2

7,5

3,5

3,5

3

3

7

3

3,5

2

5-7

2-4 obstakelvrije zone

STADSSTRUCTUUR

85

Boulevard | Binnenstadboulevard Voor de binnenstadboulevard is geen dwarsprofiel uitgewerkt omdat dit vaak op zichzelf staande projecten zijn. Boulevards bieden vooral ruimte voor ontmoeting, flaneren en verblijf. De stroomfunctie van de binnenstadsboulevard is gericht op voetgangers en fietsers, en minder op gemoto­ riseerd verkeer. De bomenstructuur van boulevards bestaat uit een robuuste boombeplanting van soorten van de 1e orde aan weerszijden van de boulevard, zodat in het midden een vista ontstaat. De boulevard kent een formeel en (hoog)stedelijk karakter.

STADSSTRUCTUUR

STEDENBOUWKUNDIGE CONTEXT OMSCHRIJVING BEBOUWING

binnenstadcontext, stedelijk gemengd woon-werkmilieu grote, voornamelijk gesloten bouwblokken, 4-6 lagen, boulevards in de binnenstad met een setback van hoogbouw

PLINT

levendige plinten

PROFIEL DWARS

verkeerskundig vanuit basis symmetrisch. Voetpad, rijstroken, mid­ denberm met tram (genoeg ruimte voor afslagen), parallelstructuur (minimaal 4.5 meter) in bestaande situatie. Asymmetrie van het fietspad is niet wenselijk

LENGTE

veel aansluiting van buurten, afslagen binnen maat van bermen

VOETPADEN

minimaal 5 meter, liefst 7 meter of meer. 2-4 meter obstakelvrije loopruimte, overige delen van voetpad ingericht als meubilairzone of groenvak (tot 3 lagen)

RUIMTELIJKE CONTEXT BOMEN

symmetrische boomstructuur van 2 x 2 bomen, 1e grootte bomen, open vista in het middengebied. 3.5 meter afstand ondergrond tot k&l

MIDDENBERM

minimaal 6 meter breed, 2 laags groen (gras met bomen)

BERMEN

flexibel, maar indien toegepast, minimaal 3 meter breed, gras

GROENVAKKEN

op voetpaden, tot 3 lagen groen, zo veel mogelijk voor wateropvang

GEVELTUINEN

nee, tenzij schaal en maat passend

bermen of grote boomspiegels, gelaagdheid 2 lagen

VAN EN VOOR IEDEREEN OVERIGE ASPECTEN

integrale inpassing van gevel tot gevel, waaronder: - tram afschermende maatregelen - oversteekbaarheid (bijv. minimaal 500 meter) - drempelzone - dwarsrelaties fiets en voetganger

86

HANDBOEK ROTTERDAMSE STIJL

Blaak, Coolsingel, Schiedamsedijk, Westblaak

STADSSTRUCTUUR

STADSSTRUCTUUR

87

Boulevard | Stadsboulevard Boulevards bieden vooral ruimte voor ontmoeting, flaneren en verblijf. De stroomfunctie is gericht op voetgangers, fietsers en veel minder op gemotoriseerd verkeer. De bomenstruc­ tuur van boulevards bestaat uit een robuuste boombeplanting van soorten van de 1e orde aan weerszijden van de boulevard, zodat in het midden een vista ontstaat. De boulevard kent een formeel en (hoog)stedelijk karakter.

STEDENBOUWKUNDIGE CONTEXT OMSCHRIJVING

voornamelijk stadswijken en binnenstadcontext, stedelijk gemengd woon-werkmilieu

STADSSTRUCTUUR

BEBOUWING

grote, voornamelijk gesloten bouwblokken, 4-6 lagen, boulevards in de binnenstad met een setback van hoogbouw, wonen-kantoren-winkels-voorzieningen. Adres aan voetpad

PLINT

levendige plinten

PROFIEL DWARS

verkeerskundig vanuit basis symmetrisch. Voetpad, rijstroken, mid­ denberm met tram (genoeg ruimte voor afslagen), parallelstructuur (minimaal 4.5 meter) in bestaande situatie. Asymmetrie van het fietspad is niet wenselijk

LENGTE

lage aansluitingsdichtheid, alleen aansluitend op wijken

VOETPADEN

minimaal 5 meter, liefst 7 meter of meer. 2-4 meter obstakelvrije loopruimte, overige delen van voetpad ingericht als meubilairzone of groenvak (tot 3 lagen)

Tram: Bree, Burgemeester van Walsumweg, Goudsesingel, Henegouwerlaan, Laan op Zuid, Oostplein, Pompenburg, Stadhoudersweg, Stadionweg, Schiekade,

RUIMTELIJKE CONTEXT

Schieweg, Varkenoordseviaduct, Westzeedijk BOMEN

symmetrische boomstructuur van 2 x 2 bomen, 1e grootte bomen,

Zonder tram: Breeweg, Coen Moulijnweg, Doklaan, Dordtselaan, Dorpsweg,

open vista in het middengebied. 3.5 meter afstand ondergrond

‘s-Gravendijkwal, Pleinweg, Oostmolenwerf, Statenweg, Strevelsweg,

MIDDENBERM

minimaal 6 meter breed, 2 laags groen (gras met bomen)

Rochussenstraat, Weena

BERMEN

flexibel, maar indien toegepast, minimaal 3 meter breed, gras

GROENVAKKEN

op voetpaden, tot 3 lagen groen, zo veel mogelijk voor wateropvang

GEVELTUINEN

nee, tenzij schaal en maat passend

bermen of grote boomspiegels, gelaagdheid 2 lagen

VAN EN VOOR IEDEREEN OVERIGE ASPECTEN

integrale inpassing van gevel tot gevel, waaronder: - tram afschermende maatregelen: bij voorkeur een haag (en anders maatwerk) - oversteekbaarheid (bijv. minimaal 500 meter) - drempelzone - dwarsrelaties fiets en voetganger

88

HANDBOEK ROTTERDAMSE STIJL

STADSSTRUCTUUR

afstand tot k&l 3,5

40 - 70 m 5-7

2,

4,5

3

3,5

3,5

3

3

3,5

3,5

3

4,5

2

H g

y

5-7

2-4 obstakelvrije zone

BB an ram iā

y H i a iā [3

s

1 ü Q

11 Q

m

H [3

1 Q

1 iā ñ

B

STADSSTRUCTUUR

89

Boulevard | Waterboulevard STEDENBOUWKUNDIGE CONTEXT OMSCHRIJVING

voornamelijk stadswijken en binnenstadcontext, stedelijk gemengd woon-werkmilieu aan de hoofdstructuur Nieuwe Waterweg

BEBOUWING

grote, voornamelijk gesloten bouwblokken, 4-6 lagen, wonen-kantoren-winkels-voorzieningen. Adres aan voetpad

PLINT

levendige plinten

STADSSTRUCTUUR

PROFIEL DWARS

verkeerskundig symmetrisch profiel. Voetpad, rijstroken, mid­ denberm (genoeg ruimte voor afslagen), parallelstructuur (met fietspad) in bestaande situatie. Onderscheid tussen doorgaande wegenstructuur en kade. Asymmetrie van het fietspad is niet wenselijk

LENGTE

veel aansluiting van buurten, afslagen binnen maat van de bermen

VOETPADEN

minimaal 5 meter, liefst 7 meter of meer. 2-4 meter obstakelvrije loopruimte, overige delen van voetpad ingericht als meubilairzone of groenvak (tot 3 lagen)

RUIMTELIJKE CONTEXT BOMEN

asymmetrische boomstructuur van 2 x 1 bomen aan een zijde, minimaal 1 aan de andere zijde (waterkant). 1e grootte orde bomen aan bebouwingszijde, open vista in het middengebied. 3.5 meter

Boompjes, Brielselaan, Doklaan, Hillelaan, Maasboulevard,

afstand ondergrond tot k&l

Maashaven Oostzijde, Posthumalaan, Waalhaven Oostzijde

MIDDENBERM

minimaal 6 meter breed

BERMEN

flexibel, maar indien toegepast, minimaal 3 meter breed, gras

GROENVAKKEN

op voetpaden, tot 3 lagen groen, zo veel mogelijk voor wateropvang

GEVELTUINEN

nee, tenzij schaal en maat passend

bermen of grote boomspiegels, gelaagdheid 2 lagen

VAN EN VOOR IEDEREEN OVERIGE ASPECTEN

integrale inpassing van gevel tot gevel, waaronder: - oversteekbaarheid (bijv. minimaal 500 meter) - drempelzone - dwarsrelaties fiets en voetganger

90

HANDBOEK ROTTERDAMSE STIJL

STADSSTRUCTUUR

afstand tot k&l 3,5

5-7

3,5

3

S y

1 é3

3,5

3,5

1

i

1

1

3,5

3,5

3

4

n

ko

3

Į5

2-4 obstakelvrije zone

lis ü y

o es h

n é

m b

u

H n

E [3

0

ū ē

cn

STADSSTRUCTUUR

91

Laan L Lanen hebben een stroomfunctie voor voetgangers, fietsers en gemotoriseerd verkeer. Kenmerkend is vooral de robuuste bomenstructuur van bomen van de 1e grootte die een aaneengesloten bladerdak vormen.

STEDENBOUWKUNDIGE CONTEXT OMSCHRIJVING

zowel stadswijken als groenstedelijke context, gevarieerd woon-werk-voorzieningen

BEBOUWING

gevarieerde hoogte, korrelmaat soms gesloten bouwblok in stads­ wijken, soms losse volumes, stedelijke wijken

STADSSTRUCTUUR

PLINT

gevarieerd

PROFIEL DWARS

verkeerskundig vanuit basis symmetrisch. Voetpad, rijstroken, mid­ denberm met tram (genoeg ruimte voor afslagen), parallelstructuur (minimaal 4.5 meter) in bestaande situatie.

LENGTE VOETPADEN

veel aansluiting van buurten, afslagen binnen maat van de bermen minimaal 5 meter. 2-3 meter obstakelvrije loopruimte, overige delen van voetpad ingericht als meubilairzone of groenvak (tot 3 lagen)

RUIMTELIJKE CONTEXT BOMEN

symmetrische, continue boomstructuur van minimaal 4 bomen. 1e

MIDDENBERM

minimaal 6 meter breed, 2 laags groen (gras met bomen)

Tram: Vierhavenstraat, Westzeedijk Zonder tram: Hoofdweg, John. F. Kennedyweg, Matlingeweg,

BERMEN

flexibel, maar indien toegepast, minimaal 3 meter breed, gras

Tjalklaan, Stadhoudersweg, Zuiderparkweg

grootte, continue bladerdak. 3.5 meter afstand ondergronds tot k&l

bermen of grote boomspiegels, gelaagdheid 2 lagen GROENVAKKEN

op voetpaden, tot 3 lagen groen, zo veel mogelijk voor wateropvang

GEVELTUINEN

nee, tenzij schaal en maat passend

VAN EN VOOR IEDEREEN OVERIGE ASPECTEN

integrale inpassing van gevel tot gevel, waaronder: - tram afschermende maatregelen: bij voorkeur een haag (en anders maatwerk) - oversteekbaarheid (bijv. minimaal 500 meter) - drempelzone - dwarsrelaties fiets en voetganger

92

HANDBOEK ROTTERDAMSE STIJL

I

STADSSTRUCTUUR

afstand tot k&l 3,5

50 - 70 m 5

3

4,5

3

3,5

3,5

3

3

7

3

3

3,5

3,5

3

4,5

3

5

2-3 obstakelvrije zone

ükd

ga n g i i g ^

u

i g i i g is ga hb

STADSSTRUCTUUR

93

Parkweg L Bij een parkweg ligt het accent bij de doorstroomfunctie meer op gemotoriseerd verkeer. Voor zover er sprake is van fiets- en wandelpaden zijn deze door brede bermen gescheiden van de rijwegen. Deze typologie komt voor in groenstedelijke wijken. De bomenstructuur wordt gekenmerkt door losse groepen bomen van verschillende ordegroottes, mogelijk ook gecombineerd met heestergroepen. Een parkweg is een type weg dat zich onderscheidt door zijn groene kenmerken.

STADSSTRUCTUUR

STEDENBOUWKUNDIGE CONTEXT OMSCHRIJVING

groenstedelijke context, een weg door een parkachtige setting

BEBOUWING

verschillende hoogtes en functies, geen addressen of oriëntering op weg, beperkt zichtbaar achter groen

PROFIEL DWARS

verkeerskundig vanuit basis symmetrisch. Voetpad, rijstroken, mid­ denberm (genoeg ruimte voor afslagen), met fietspad in bestaande situatie. Asymmetrie van het fietspad is niet wenselijk

LENGTE

weinig aansluiting van buurten, afslagen binnen maat van de bermen

VOETPADEN

minimaal 3 meter. 2 meter obstakelvrije loopruimte, overige delen van voetpad ingericht als meubilairzone als onderdeel bredere groenzone

RUIMTELIJKE CONTEXT Abram van Rijckevorselweg, Doenkade, Hoeksebaan, G.K. van BOMEN

losse structuur van boomgroepen, variatie aan grootte, gelaagdheid 3 lagen: boom-heester-kruidenlaag. 3.5 meter afstand ondergrond tot k&l

BERMEN

minimaal 4 meter breed, bloemrijke bermen

GROENVAKKEN

geen

GEVELTUINEN

nee, tenzij schaal en maat passend

VAN EN VOOR IEDEREEN OVERIGE ASPECTEN

integrale inpassing van gevel tot gevel, waaronder: - oversteekbaarheid (bijv. minimaal 500 meter) - drempelzone - overzicht voor voetganger en fietser door bijvoorbeeld voet- en fietspaden dicht bij elkaar te leggen - sociale veiligheid

94

HANDBOEK ROTTERDAMSE STIJL

Hogedorpweg, ‘s-Gravendijkwal, Groene Kruisweg, Vaanweg, Zuiderparkweg,

I

I

STADSSTRUCTUUR

afstand tot k&l 3,5

60 - 80 m 1

1

2,5

3,5

1,5

3

1,5

3,5

3,5

min. 4

3,5

3,5

1,5

3

1,5

3,5

2,5

1

2,5

1

2 obstakelvrije zone

ES

E3 STADSSTRUCTUUR

95

STADSSTRUCTUUR

Wegen stadsdeelstructuur

Net als bij de hoofdstructuur gaat het bij de wegen op de stadsdeel-

Deze typologie komt voor in groenstedelijke wijken. De bomenstruc­

structuur om continuïteit en diversiteit, waarbij de stadsdeellijnen de

tuur wordt gekenmerkt door losse groepen bomen van verschillen­

delen van de stad met de hoofdstructuur verbinden en de stadsde­

de ordegroottes, mogelijk ook gecombineerd met heestergroepen.

len onderling. Deze wegen worden door minder bezoekers gebruikt,

Een parkweg is een type weg dat zich onderscheidt door zijn groene

maar zijn ze essentieel voor de verbinding tussen stadsdelen.

kenmerken.

Er worden verschillend typen wegen onderscheiden met ieder een eigen karakter:

STADSSTRAAT

" Laan M

ten kenmerken zich door gemengde functies, van winkelen, bedrij­

" Parkweg M

ven, kantoren in de plinten en meestal woningen erboven. De korrel-

" Stadsstraat

maat is kleinschaliger waardoor een grotere afwisseling in de plinten

" Havenstraat

ontstaat. Waar dat kan, zijn stadsstraten voorzien van bomenrijen

Een stadsstraat is een straat binnen de stedelijke wijken. Stadsstra­

die bijdragen aan een aantrekkelijker verblijfsklimaat. LAAN M Lanen hebben een stroomfunctie voor voetgangers, fietsers en ge­

HAVENSTRAAT

motoriseerd verkeer. Kenmerkend is vooral de robuuste bomenstruc­

De havenstraat typologeert zich door de nabijheid van water die

tuur van bomen van de 1e grootte die een aaneengesloten bladerdak

zowel invloed heeft op de functie als het uiterlijk van de straat. De

vormen. Op de stadsdeelstructuur hebben de lanen verschillende

typologie van een havenstraat is meestal lange rechte lijnen met

vormen, namelijk: stedelijk, groenstedelijk en tuinstad.

een grotere korrelmaat van gebouwen, die soms losstaande, soms een gesloten bouwblok vormen. Er zijn vaak doorzichten naar het

PARKWEG M

water die zowel invloed hebben op de functie als het uiterlijk van de

Bij een parkweg ligt het accent bij de doorstroomfunctie meer op

straat. Het landschap en karakter van een havenstraat kunnen sterk

gemotoriseerd verkeer. Voor zover er sprake is van fiets- en wandel­

variëren, afhankelijk van de specifieke locatie en ontwikkelingfase.

paden zijn deze door brede bermen gescheiden van de rijwegen.

\

0 Q Laan M

96

HANDBOEK ROTTERDAMSE STIJL

Parkweg M

Stadsstraat

Havenstraat

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=eb662cf0-f76d-4020-8cac-ffdaa75ad978