CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb003031] Bijlage 6 behorende bij 24bb003041 over Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 5 juni 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bouwen en Wonen21.678 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

3.3 Bezonning Samenvatting Reclamant stelt dat er sprake zal zijn van minder daglichttoetreding en geen zon op de woning van de reclamant en het perceel in de ochtend. Hierdoor zou minder woongenot ontstaan en eventuele toekomstige zonnepanelen zouden nu minder aantrekkelijk zijn. Reclamant wil graag de planschade vergoed krijgen. Reactie gemeente De huidige en toekomstige bezonning van de woning van de reclamant is onderzocht in de 'Zonnestudie nieuwbouwontwikkeling Folkert Elsingastraat', te vinden in bijlage 12 van het ontwerpbestemmingsplan "Folkert Elsingastraat". Hieruit is gebleken dat deze woning inderdaad in de ochtend minder zon op de woning en in de tuin zal krijgen als gevolg van het project. Er is uit de zonnestudie echter ook gebleken dat de woning na de nieuwbouwontwikkeling gedurende dag nog voldoende bezonning zal krijgen dat zal voldoen aan het gemeentelijk bezonningsbeleid (Afwegingskader bezonning). De woning ondervindt meer dan 2 uur zon op de toetsdatum van 21 september. Concreet zal de woning ongeveer tussen 10:21 uur en 16:26 uur op de toetsdatum bezonning ondervinden.

22

Daglichttoetreding is een ander criterium die wordt getoetst bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen. Dit wordt alleen getoetst voor de ontwikkeling zelf en niet voor de omliggende woningen. Dit wordt getoetst door het aantal ramen, en de grootte hiervan. Als er sprake is van schaduw krijgen woningen nog wel daglicht binnen, maar geen zon. Er is namelijk geen reden om aan te nemen dat er onvoldoende daglicht bij de omliggende woningen binnenkomt omdat er rondom de woningen voldoende ruimte is voor daglichttoetreding. Hierdoor is er ook geen reden om aan te nemen dat de woningen van de reclamant minder daglichttoetreding zullen ondervinden als gevolg van de nieuwbouw. Wat betreft de eventuele toekomstige zonnepanelen wordt verwezen naar geldende jurisprudentie van de Raad van State waarin werd geoordeeld dat de gemeenteraad in een stedelijke omgeving niet verplicht is die omgeving zo in te richten dat eigenaren van bestaande gebouwen, nu en in de toekomst, optimaal gebruik kunnen maken van zonnepanelen.5 Het is begrijpelijk dat eventuele schade die u door dit project mogelijk zou ondervinden impact heeft op u en uw woongenot en dat u dit graag vergoed zou willen krijgen. Eventuele waardedaling van het onroerend goed kan na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan aan de orde worden gesteld in de vorm van een planschadeclaim.

Dit kan tot vijf jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. Verwezen wordt naar de bepalingen van Afdeling 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

3.4 Parkeerterrein sportterrein Samenvatting Reclamant stelt dat het parkeerterrein van het nieuwe sportterrein en eventueel van de skien boksschool naast de Trekvogels zal leiden tot (geluids)overlast en lichthinder. Dit gaat ten koste van nachtrust en woongenot en handhaven is hier niet uitvoerbaar, stelt reclamant. Reclamant wil graag een aanpassing van de locatie van de nieuwe sportgebouwen, inzicht in opzet en voorzieningen en een concreet voorstel. Op voorhand zou er sprake zijn van planschade die reclamant vergoed wil hebben. Reactie gemeente Voor de beantwoording van deze zienswijze verwijzen wij graag naar de beantwoording van zienswijze 2.2. Voor het verzoek voor schadevergoeding verwijzen wij naar de beantwoording van de zienswijze 3.3. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ter kennisgeving aan te nemen.

3.5 Overlast en geluidshinder sportterrein Samenvatting Reclamant benoemt een aantal zaken waarmee bewoners last hebben van geluidsoverlast vanuit het sportterrein (zowel die binnen het plangebied valt, als de korfbalvereniging) en dat de klachten sinds 2002 bij DCMR bekend zijn. Reclamant maakt zich zorgen over de

5 Zie bijv. ABRvS 5 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3982; ABRvS 3 januari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2.

23

openbaarheid van het sportterrein. Reclamant voorziet overlast en verminderde nachtrust. Reclamant wil graag betere doordachte plannen en benoemt een aantal oplossingen die zouden helpen (zoals een sloot). Reclamant wil aanpassing van het plan en noodzakelijke voorzieningen en afspraken met betrekking tot handhaving/beheer/sociale veiligheid. Verder wil reclamant graag planschade vergoed krijgen. Reactie gemeente Voor het verzoek voor schadevergoeding verwijzen wij naar de beantwoording van de zienswijze 3.3. Voor het gedeelte over de openbaarheid en inrichting van het sportterrein en eventuele maatregelen die genomen zouden kunnen worden om de overlast tegen te gaan verwijzen wij graag naar de beantwoording van zienswijzen 2.2 en 2.3. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijzen ter kennisgeving aan te nemen.

3.6 Cumulatief effect geluid op huidige overlast van sportterreinen Samenvatting Reclamant ziet niet het cumulatief effect van het geluid van het sportterrein van De T rekvogels op de huidige geluidsoverlast terug in het bestemmingsplan. Ook twijfelt de reclamant aan de typering van 'rustige woonwijk' in de zin van de VNG-brochure. Reactie gemeente In het geluidrapport "Woningen Folkert Elsingastraat - Geluidsonderzoek" (d.d. 28 augustus 2023, code 18188, versie V006_DEF, opgesteld door ABT Velp) is ook de gecumuleerde geluidsbelasting beschouwd. Zie hiertoe hoofdstukken 4.3, 5.3 en bijlage 4. Deze gecumuleerde geluidsbelasting betreft de geluidbelasting vanwege alle omliggende wegen gecumuleerd met de geluidbelasting vanwege de nieuwe sportvelden en is bepaald op de gevels van de nieuwe woningen binnen de ontwikkellocatie. De twee sportvelden van de T rekvogels veroorzaken een geluidbelasting van ten hoogste 50 dB(A)-etmaalwaarde op de westelijk georiënteerde gevels van de noordelijke woning in blok 3 van de nieuwbouw. Voor deze berekening is een worstcase-scenario aangenomen, waarbij uitgegaan is van een bronvermogen van 89 dB(A) per veld. Zie hiertoe hoofdstuk 3.1 van het geluidrapport.

Geluid ten gevolge van feesten en partijen door de T rekvogels is niet meegenomen in deze gecumuleerde geluidsbelasting, omdat feesten en partijen incidenteel plaatsvinden (12 maal per jaar of minder) op basis van artikel 2.21 van het Activiteitenbesluit (artikel 22.73 van de Bruidsschat). Het geluid ten gevolge van feesten en partijen is daardoor niet representatief voor de geluidsemissie van de T rekvogels. Ook het geluid ten gevolge van baasjes die hun hond uitlaten, vandalisme (brommers en vuurwerk) en hangjongeren is niet meegenomen in de gecumuleerde geluidsbelasting. Reden hiervan is dat dit geluid niet onder enige regelgeving valt en een aspect is voor de openbare orde. Handhaving zal op het terrein zoals elke openbare ruimte/park plaatsvinden. Het sportterrein is momenteel aantrekkelijk voor hangjongeren omdat het afgelegen is en aan het zicht onttrokken. Het sportterrein wordt nu opener en er ontstaat meer zicht op het terrein door de gebouwen eromheen. De nieuwe woningen, de ski- en boksschool en De Trekvogels zullen zicht hebben op het sportterrein. Hierdoor komt er meer sociale controle op het sportterrein en wordt het minder aantrekkelijk voor hangjongeren. Als er dan toch overlast ontstaat door hangjongeren zal handhaving (openbare orde) hiertegen moeten optreden.

Dit is echter geen onderdeel van een bestemmingsplan, maar wel kan gesteld worden dat de situatie verbeterd. Voor de bestaande woningen met adres Folkert Elsingastraat 31 t/m 47 is het geluid van de Trekvogels

24

maatgevend vanwege de korte afstand van deze woningen tot de sportvelden. De cumuleerde geluidsbelasting ten gevolge van de bestaande sportvelden en de nieuwe sportvelden is niet bepaald voor de bestaande woningen rondom de ontwikkellocatie. De bestaande sportvelden van de Trekvogels vallen buiten de ontwikkeling en dit geluid blijft daarom ook ongewijzigd. Het is juist om te stellen dat het cumulatief effect van het geluid van de T rekvogels op bestaande woningen niet is meegenomen, maar dit hoeft ook niet vanwege bovenstaande reden. Voor een volledige uitleg over hoe de geluidbelasting van de T rekvogels is berekend verwijzen wij naar bijlage 3 van het bestemmingsplan. De nieuwe sportvelden worden met het nieuwe bestemmingsplan iets verplaatst richting het oosten. De nieuwe sportvelden komen daarmee zo'n 10 meter verder weg te liggen van de bestaande woningen met adres Folkert Elsingastraat 31 t/m 47, vergeleken met de bestaande situatie. Voor de bestaande woningen met adres Folkert Elsingastraat 31 t/m 47 neemt het geluid van deze sportvelden daardoor iets af, terwijl het maatgevend geluid van de Trekvogels gelijk blijft. Resumerend kan gesteld worden dat de cumulatieve geluidsbelasting op de gevels van de bestaande woningen met adres Folkert Elsingastraat 31 t/m 47 iets afneemt. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

3.7 Verkeersveiligheid Samenvatting Reclamant maakt zich zorgen over de verkeersveiligheid en parkeerdruk die het project zou veroorzaken. Reclamant stelt dat het uitgevoerde verkeersonderzoek niet alle ontwikkelingen in de buurt heeft meegenomen. Reclamant maakt zich zorgen over in- en achteruitrijdende auto's van woonerven die door toenemende verkeersdruk dit straks niet meer veilig kunnen doen. Reclamant wil aanpassing van het plan, noodzakelijke voorzieningen en een betere analyse van de verkeerssituatie. Reactie gemeente Voor de verkeersgroei verwijzen wij voor een deel naar het antwoord gegeven in de beantwoording van zienswijze 1.10. Daarin wordt ook uitleg gegeven dat wel alle ontwikkelingen in de buurt zijn meegenomen in het verkeersonderzoek. Bewoners zullen voor een deel te maken krijgen met een groei van het verkeer door de Folkert Elsingastraat langs hun woningen door alle geplande ontwikkelingen in de Oostflank. De Folkert Elsingastraat is en blijft een verkeersluwe 30 km/u straat met overwegend bestemmingsverkeer. De extra verkeerstoename door het plan met maximaal 275 extra woningen is modelmatig te bepalen op 70 motorvoertuigen extra in het drukste uur. Dat is grofweg per minuut ruim één auto extra dat langs de woningen zal rijden. Dit is een kleine toename waarvan verwacht wordt dat dit niet gaat leiden tot extra verkeershinder.

Het in- en achteruitrijden vanuit de oprit naar de Folkert Elsingastraat, of omgekeerd vanaf de Folkert Elsingastraat naar de oprit, zal hierdoor maar beperkt worden beïnvloed. De invloed is zo beperkt dat er niet gesteld kan worden dat er sprake zal zijn van een verslechtering van de verkeersveiligheid. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

Reclamant 4 Reclamant 4 zijn bewoners van nabijgelegen woningen in nabijgelegen flatgebouw. Zij stellen dat het bestemmingsplan in strijd is met artikel 3.1 Wro en de toelichting met artikel artikel 3.1.6 Bro. Reclamanten vragen de raad om dit bestemmingsplan niet vast te stellen.

25

Reclamant stelt dat er geen sprake is van goede ruimtelijke ordening gebaseerd op verschillende aspecten. Deze aspecten worden hieronder één voor één behandeld.

4.1 Bouwhoogte Samenvatting Reclamant stelt dat de hoogte van de nieuwe woongebouwen niet in verhouding staan tot de hoogte van omliggende gebouwen in de straat en dat hierdoor geen sprake is van goede ruimtelijke ordening Reactie gemeente Voor de beantwoording van deze zienswijze verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 1.5. Hierin wordt uitgelegd dat wij van mening zijn dat de bouwhoogte wel passend is voor de locatie. De gemeente is van mening dat er op dit punt daarom wel sprake is van goede ruimtelijke ordening. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

4.2. Toenemende geluidhinder en verslechtering luchtkwaliteit door toenemend aantal auto's Samenvatting Reclamant stelt dat de leefbaarheid wordt bedreigd door toenemende geluidhinder en drukte en verslechtering van luchtkwaliteit door de extra auto's van de toekomstige bewoners van de nieuwbouw. Reactie gemeente Wij begrijpen dat er zorgen kunnen bestaan over toenemende geluidhinder en verslechtering van luchtkwaliteit omdat er meer bewoners in de straat komen die een auto hebben. De luchtkwaliteit blijft echter binnen de wettelijke kaders en hoeft niet verder onderzocht te worden. In het akoestische onderzoek is de geluidbelasting berekend vanaf de Folkert Elsingastraat op de (zuid)gevel van de nieuwe gebouwen. De hoogst bepaalde geluidsbelasting ten gevolge van de Folkert Elsingastraat (inclusief de verkeersaantrekkende werking van de nieuwebouw) op deze gevel is 54 dB. Het onderzoek geeft geen aanleiding dat de waarde op de rest van de gevels op de bestaande gebouwen langs de Folkert Elsingastraat hoger zal zijn. Gezien het feit dat het hier een stedelijke situatie betreft is een geluidbelasting van ten hoogte 54 dB acceptabel. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

4.3. Onoverzichtelijke verkeerssituatie voor in- en uitrijdende auto's Samenvatting Reclamant stelt dat er onoverzichtelijke situaties ontstaan voor in- en uitrijdende auto's door het plan en dat hierdoor geen sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Reactie gemeente Voor de beantwoording van deze zienswijze verwijzen wij graag naar de beantwoording van zienswijze 3.7. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

26

4.4. Extra verstening en verminderd dierlijk leven Samenvatting Reclamant stelt dat er door het plan extra verstening ontstaat zonder rekening te houden met klimaatverandering en dat er sprake zal zijn van verminderd dierlijk leven en dat hierdoor geen sprake is van goede ruimtelijke ordening. Reactie gemeente De gemeente erkent dat er extra verstening door dit plan ontstaat. Voor de bouw van het complex moeten watergangen gedempt worden en bosplantsoen en bomen gerooid worden. De bomen en watergangen worden gecompenseerd, deels binnen het plangebied en deels op andere locaties. Dit zullen locaties zijn waar de compensatie bijdraagt aan de versterking van water- en ecologische structuren op het schaalniveau van de Alexanderpolder. De watercompensatie wordt voor het grootste deel gevonden in de Nieuwerkerkertocht aan de Prinsenlaan en in het plangebied. Door hier in de deze hoofdwatergang te compenseren wordt het watersysteem in dit peilgebied nog robuuster gemaakt. Dit is in samenspraak met het Hoogheemraadschap zo afgesproken. Bij deze watercompensatie worden ook natuurlijk vriendelijke oevers aangelegd waarvan het dierlijk leven van zal profiteren. Voor het compenseren van de bomen en het bosplantsoen is een bomenplan opgesteld. In dit plan worden verschillende locaties voorgesteld om te voldoen aan de compensatieplicht die gesteld wordt in de kapvergunning.

Een van de locaties is de sportvoorziening zelf. De bomen worden in dit gebied gekapt, een deel ervan moet dus ook in dit gebied terugkomen. Het planten van bomen in de sportvoorziening zorgt voor koele plekken en broed- en voedselvoorziening voor verschillende soorten dieren. Delen van het bosplantsoen worden gecompenseerd op plekken daar waar het ecologische verbindingen gaat versterken. In het ambitiedocument is in de ontwerpprincipes voor de openbare ruimte opgenomen dat de levensomstandigheden voor de egel (tuinen, hagen, groen netwerk), huismus (gebouwen, tuinen) -tweestippelig lieveheersbeestje (groene gevels/netwerk, tuinen) verbeterd moeten worden. Deze dieren zijn in de toolkit Biodiversiteit als gidssoorten benoemd voor de tuinstad. Het Lage Land is een tuinstad. Het vergroten van de biodiversiteit in de stad is een van de doelstelling in de door B&W vastgestelde Groenagenda voor Rotterdam. Daarnaast bevat het ontwerp van de nieuwe woongebouwen verschillende groene aspecten. Hiervoor verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 5.2. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

4.5 Minder licht- en luchttoetreding Samenvatting Reclamant stelt dat er sprake is van minder licht- en luchttoetreding. Reactie gemeente Het bestemmingsplan heeft het effect op de bezonning op de omliggende gebouwen onderzocht. Het resultaat hiervan is opgenomen als bijlage bij het bestemmingsplan als bijlage 12. Daglichttoetreding is een ander criterium die wordt getoetst bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen. Dit wordt alleen getoetst voor de ontwikkeling zelf en niet voor de omliggende woningen. Dit wordt getoetst door het aantal ramen, en de grootte hiervan. Als er sprake is van schaduw krijgen woningen nog wel daglicht binnen, maar geen zon. Er is namelijk geen reden om aan te nemen dat er onvoldoende daglicht bij de omliggende woningen binnenkomt omdat er rondom de woningen voldoende ruimte is voor daglichttoetreding. Hierdoor is er ook geen reden om aan te nemen dat de woningen van de reclamant minder daglichttoetreding zullen ondervinden als gevolg van de nieuwbouw. Luchttoetreding is geen bestaande norm binnen het omgevingsrecht en bestemmingsplannen. Hier wordt niet op getoetst en er is geen reden om aan te nemen dat de

27

omliggende bestaande woningen door het project onvoldoende luchttoetreding zouden hebben. Overigens blijkt uit de bezonningsstudie (bijlage 12, figuur 4) dat er geen sprake van een wijziging van de bezonning op de woningen van de reclamant als gevolg van het project. Het woongebouw waar de reclamant in woont is in de studie genummerd als pand J. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

4.6 Inkijk en uitzicht Samenvatting Reclamant stelt dat er door het plan sprake is van inkijk op hun woningen en dat het uitzicht van de reclamant verdwijnt en dat hierdoor geen sprake is van goede ruimtelijke ordening. Reactie gemeente De reclamant woont in het woongebouw de Ariane aan de Folkert Elsingastraat. Het is niet bekend waar precies de reclamant, bestaande uit twee bewoners, in het gebouw woont en of deze twee specifieke bewoners vanuit hun woning zicht hebben op het bouwplan. De gemeente erkent dat bepaalde bewoners van de Ariane zicht hebben op het bouwplan en dat het uitzicht voor hen verandert. De afstand tussen het woongebouw van de reclamant en het dichtstbijzijnde woongebouw dat gebouwd zal worden bedraagt circa 20 meter. Een afstand van 20 meter is gemiddeld in een stedelijke omgeving (ter vergelijking: een 'gemiddelde' stadsstraat heeft een breedte van 14 meter). De beïnvloeding van de privacy en het uitzicht is derhalve niet zodanig dat er geen sprake is van een goede ruimte ordening. Dit vindt steun in de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.6 Ook bestaat er in Nederland geen recht op uitzicht.

Uit jurisprudentie van de Raad van State volgt voorts dat in een stedelijke omgeving een woonsituatie die vrij is van enige inkijk nu eenmaal niet kan worden gegarandeerd en dat er geen blijvend recht bestaat op vrij uitzicht.7 Daarbij is het bij het ontwerpbestemmingsplan ook van belang (geacht) dat het maximale volume en de bouwhoogte van het bestemmingsplan in dit geval passend zijn in deze omgeving alsook dat het bestemmingsplan voorziet in woningen waaraan grote behoefte bestaat. Aan deze belangen en omstandigheden is een zwaar(der) gewicht toegekend. Daarnaast verwacht de gemeente evenwel dat de voordelen van de ontwikkeling voor het gebied het één en ander zal compenseren. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

4.7 Minder bomen Samenvatting Reclamant stelt dat er door het plan er sprake is van minder bomen en dat hierdoor geen sprake is van goede ruimtelijke ordening. Reactie gemeente De bomen moeten en worden gecompenseerd. Hiervoor is er een bomenplan gemaakt die onderdeel zijn van de opgave voor de ontwikkelaar. In de opgave voor de sportvoorziening is opgenomen dat er bomen en koele plekken gerealiseerd moeten worden. Er zal hierdoor geen vermindering van de aanwezige bomen plaatsvinden. Er komen juist 10% meer bomen bij ten opzichte van de huidige situatie. Deze worden deels in het plangebied gecompenseerd en deels elders in de omgeving. 6 Zie bijv. ABRvS 28 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:920. 7 Zie bijv. ABRvS 30 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1780; ABRvS 24 augustus 2011, ECLI:NL:RVS:BR5649.

28

Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

4.8 Onoverzichtelijke/onveilige verkeerssituatie Samenvatting Reclamant stelt dat de parkeervoorzieningen voor de nieuwe gebouwen zouden leiden tot onoverzichtelijke verkeerssituaties. Ook zou de kruising Folkert Elsingastraat - Koningslaan gevaarlijk worden. Verder is reclamant zich niet bewust dat de Folkert Elsingastraat een 30 km/u weg is. Reactie gemeente Voor de beantwoording van deze zienswijze verwijzen wij graag deels naar de beantwoording van zienswijze 1.7, wat betrekking heeft op verkeersdrukte en verkeersafwikkeling van nabije kruispunten. De Folkert Elsingastraat is een verkeersluwe 30 km/u-straat met lage snelheden. Aan het begin van de Koningslaan vanaf de Prinsenlaan hangt aan de rechterkant een verkeersbord "zone 30 km/u" (E10 A1-30). Dit bord begrenst een groter 30 km/u-zone waar onder andere de Koningslaan tot aan de Hoofdweg en de Folkert Elsingastraat deel van uitmaken. Op 30 km/u-wegen worden minder hoge eisen aan zichtlijnen bij het uitrijden van een garage gesteld. Toch kijken we bij het ontwerp van de uitrit of de zichtlijn naar links niet te veel geblokkeerd wordt door de huidige parkeerstrook. Zo nodig passen we dan deze parkeerstrook aan. In deze straat zelf verwachten we dat de toename van het verkeer door het plan, niet zal leiden tot meer verkeersonveiligheid. Er is een berekening gemaakt voor het kruispunt Prinsenlaan/Koningslaan.

De berekening laat zien dat ook met alle ontwikkelingen in het gebied het verkeer in 2030 verwerkt kan worden. Het kruispunt Koningslaan/Folkert Elsingastraat is veel minder zwaar belast met verkeer. Dus hier geldt zeker dat er geen aanpassingen nodig zijn aan het kruispunt. Doordat er geen significante verkeersdrukte verwacht wordt, zijn er ook geen verwachtingen dat de kruispunt gevaarlijk(er) zouden worden door dit project. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

4.9 Geluid- en luchtkwaliteit Samenvatting Reclamant stelt dat de extra verkeersbewegingen zouden leiden tot extra geluidhinder en verslechtering van de luchtkwaliteit, die al slecht zou zijn (volgens de gegevens van: Check je plek van de Atlas Leefomgeving). Reactie gemeente Voor de beantwoording van deze zienswijze verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 4.2. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

4.10 In strijd met Omgevingsvisie Samenvatting Reclamant stelt dat het plan in strijd is met het beleid van de Omgevingsvisie waardoor het vertrouwensbeginsel zou zijn geschonden. De Omgevingsvisie zou beogen meer ruimte te geven aan voetgangers en fietsers en minder auto's faciliteren. Daarnaast benoemt de reclamant citaten van de Raad over het Lage Land waarin gesteld zou worden dat de dominantie van auto's en matige ov-kwaliteit de leefkwaliteit van de wijken onder druk zet. Een ander citaat ziet op duurzame mobiliteit en het aanpakken van geluid- en luchtkwaliteit

29

en verkeersveiligheid door wijken autoluw te maken. Het ontwerpbestemmingsplan zou in strijd zijn met dit beleid en faciliteert niet in duurzame mobiliteit. Verder zou het plan de gezondheid van de bewoners niet beschermen. Reactie gemeente De Omgevingsvisie beschrijft de visie van de gemeente op verschillende opgaves zoals mobiliteit. Het geeft ons een richting in deze opgaves en geeft aan wat we willen en wat we niet willen. In het planproces is zorgvuldig gekeken naar de inpassing van het project in de omgeving en de impact op de omgeving. Dat de leefomgeving verandert is een feit, maar daarom worden er op alle thema's ook eisen meegegeven in de Nota van Uitgangspunten voor de ontwikkeling (zie de beantwoording van zienswijze 1.5 voor de vindplaats van de Nota van Uitgangspunten). De gemeente heeft het bestemmingsplan hieraan getoetst. Ook moet het voldoen aan de eisen die worden geteld in de Nota van Uitgangspunten, wet- en regelgeving en beleid zoals de Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022. Hierin staat per gebied aangegeven aan welke normering voldaan moet worden. In het bestemmingsplan is aangegeven aan welke parkeernorm voor zowel auto's als fietser deze ontwikkeling moet voldoen. In zoverre is er geen strijd met het vertrouwensbeginsel.

In de Omgevingsvisie Oostflank is opgenomen dat het de ambitie is (op lange termijn) dat de toekomstige HOV (hoogwaardig openbaar vervoer) verbinding tussen Zuidplein en de Kralingse Zoom wordt doorgetrokken naar de Alexanderknoop. Hiervoor is een indicatief tracé opgenomen in de Omgevingsvisie. Voor een toelichting wat er in dit project wordt gedaan op het gebied van duurzaamheid en duurzame mobiliteit verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 1.16. Wat betreft het beschermen van de gezondheid van de bewoners wijzen wij erop dat alle relevante milieuaspecten zijn onderzocht en binnen de norm blijven. Hieruit volgt dat er geen ongezonde woon- en leefomgeving ontstaat. Deze stelling is daarom onjuist. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

4.11 Hittestress Samenvatting Reclamanten twijfelen aan hoofdstuk 3.2.1. van de toelichting waarin staat dat de woningen klimaatrobuust ontwikkeld worden. Zij vrezen voor hittestress die al extra aanwezig is in de straat (verwijzend Check je plek van de Atlas Leefomgeving. Door de extra bebouwing zullen zij minder goed hun woningen kunnen luchten en de verstening (specifiek de keuze van de materialen) en gebrek aan bomen leiden tot extra hitte. Bewoners van de Ariane zijn voornamelijk ouderen die hier kwetsbaar voor zijn, maar het bestemmingsplan zou hier geen rekening mee houden. Reactie gemeente Voor de beantwoording van deze zienswijze verwijst de gemeente naar de beantwoording van zienswijze 1.13. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

4.12 Groen voor omwonenden Samenvatting

30

Hoofdstuk 4.11 van de toelichting zou groen garanderen voor de nieuwe bewoners. Reclamanten vragen zich af of voor omwonenden een ander beleid geldt. Reactie gemeente Het bestemmingsplan realiseert groen binnen het plangebied. Dit wordt voor de nieuwe woongebouwen gerealiseerd door middel van bijvoorbeeld groene daken, nestkasten voor vogels, vlinders en vleermuizen. Voor een dieper antwoord over hoe groen voor de nieuwe gebouwen gerealiseerd worden verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijzen 1.16 en 5.2. Het sportterrein is momenteel afgesloten en niet toegankelijk voor omwonenden. Door het sportterrein openbaar te maken hebben omwonenden ook baat bij het beschikbare groen op deze locatie. Groen buiten het plangebied is geen onderdeel van dit bestemmingsplan. Het is onjuist om te stellen dat voor omwonenden een ander beleid geldt. Wel erkennen wij dat het uitzicht van de reclamant veranderd. Momenteel hebben zij een groener uitzicht, en door de nieuwe woongebouwen zal hier minder zicht op zijn. Wij erkennen dat dit voor de omwonende bewoners spijtig kan zijn. Echter is er in Nederland geen recht op (groen) uitzicht. Zie hiervoor de beantwoording van zienswijze 1.7. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

4.13 Parijs Akkoord Samenvatting Het materiaalgebruik van stenen en beton leidt tot extra CO2 uitstoot. Reclamanten vragen zich of het koolstofbudget van Nederland om onder de 1,5 graden Celsius opwarming te blijven niet het gebruik van deze materialen zou verbieden (Parijs akkoord). Dit is in strijd met een goede ruimtelijke ordening omdat het opwarmen van de aarde leidt tot slechter woon- en leefklimaat. Het beleid van de Omgevingsvisie voor het beperken van CO2 en het gebruik van bepaalde materialen wordt onvoldoende toegepast in dit plan. Reactie gemeente Het Klimaatakkoord van Parijs stelt een doel om de stijging van de wereldwijde gemiddelde temperatuur ruim onder 2 X te houden ten opzichte van het pre-industriële niveau en ernaar te streven de stijging te beperken tot 1,5 X. Landen zijn in grote mate vrij zelf te bepalen hoe het doel behaald zal worden. De Nederlandse klimaatdoelen zijn vervolgens vastgelegd in de Klimaatwet. De Klimaatwet is een wet die zich richt tot de Minister van Klimaat en Economische Zaken om met beleid te zorgen dat 'Nederland' de gestelde doelen uit de Klimaatwet haalt. De wet verplicht de overheid een Klimaatplan op te stellen. De wet biedt zelf geen inhoudelijke bepalingen hoe dat die doelen behaald dienen te worden. De wet werkt niet door naar lagere overheden zoals gemeenten, en werkt ook niet door in bestemmingsplannen.

Er zijn ook geen andere wettelijke kaders die verplichten om voor een bestemmingsplan te onderzoeken hoeveel CO2-budget voor een plan beschikbaar is. Ook hoeft voor een bestemmingsplan niet aangetoond te worden of de hele ontwikkeling in 2050 energieneutraal is, en hoeft geen onderzoek gedaan te worden naar klimaatschade. Deze zaken zijn daarom ook niet onderzocht. Evenwel onderschrijven wij het belang van het Klimaatakkoord van Parijs en het tegengaan van de opwarming van de aarde in algemene zin. De gemeente Rotterdam heeft een Klimaat Actieplan dat een overzicht bevat van alle acties die de gemeente uitvoert om in 2030 de stad groener en gezonder te maken. Het Klimaat Actieplan bevat nu nog geen concrete CO2normen of andere normen voor nieuwbouwprojecten waaraan getoetst moet worden. Wel is de gemeente van mening dat duurzaamheid bij dit plan een belangrijk thema is. Het plan bevat verschillende onderdelen die duurzaamheid bevorderen. Hiervoor verwijzen wij naar de beantwoording op zienswijzen 1.16, 4.4, en 4.15.

31

Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

4.14 Waterafvoer Samenvatting Reclamanten vragen zich verder af hoe de waterafvoer wordt geregeld. Dit zien ze onvoldoende terug in het plan en is in strijd met het klimaatadaptatie deel van de Omgevingsvisie. Reactie gemeente Voor het ontwerpbestemmingsplan is een watercompensatieplan gemaakt die onderdeel zijn van de opgave voor de ontwikkelaar. Het water dat verdwijnt voor het plan wordt deels in het plangebied gecompenseerd en deels in het peilgebied. De huidige verbinding voor de afvoer van het water blijft in stand. De waterafvoerroute wordt verplaatst maar blijft intact. Het nieuwbouwproject wordt aangelegd met een gescheiden rioolsysteem waarmee gezorgd wordt voor minder belasting op het rioolsysteem en daarmee de kans op riooloverstort wordt verminderd. Ook wordt binnen de nieuwbouw voldaan aan de 50 millimeter bergingseis die is opgenomen in de VBOR (Verordening Beheer Ondergrond Rotterdam). Hiermee wordt het rioolsysteem en het openbare gebied bij neerslagsituaties minder belast. Dit is een verbetering ten opzichte van de huidige situatie. Op deze manier wordt klimaatadaptatie gerealiseerd door het plangebied minder kwetsbaar te maken voor eventuele extra neerslag die door klimaatverandering zou kunnen plaatsvinden. Dit is gedaan door het waterbeheer, zowel boven- als ondergronds te verbeteren.

Er is daarom geen reden om aan te nemen dat dit in strijd is met de Omgevingsvisie op het gebied van klimaatadaptatie. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

4.15 Windhinder Samenvatting Reclamanten stellen dat er onvoldoende onderzoek is geweest naar windhinder. Reactie gemeente In Rotterdam is windonderzoek verplicht bij hoogbouw van 70 meter of hoger. Het hoogste gebouw van dit project is 44 meter hoog. Windonderzoek is volgens het beleid van Rotterdam (Hoogbouwvisie 2019 met addendum 2022) niet verplicht. Windonderzoek is niet geëist in de Nota van Uitgangspunten of de anterieure overeenkomst met de ontwikkelaar omdat verdere beleid op dat moment nog niet was vastgesteld (Handleiding Windhinder en Windgevaar 2023). Dit beleid raadt windonderzoek aan wanneer het gebouw meer dan twee keer zo hoog is als bebouwing in de omgeving. Hier is geen sprake van. Het hoogste gebouw is net zo hoog als de bestaande toren aan de Prinsenlaan, één bouwblok verderop. De Princestaete aan de Koningslaan telt 9 verdiepingen en is dan ongeveer 27 meter hoog. Het hoogste gebouw van het project is dus niet meer dan twee keer zo hoog als gebouwen in de buurt. Het beleid raadt ook windonderzoek aan als het gebouw hoger is dan 30 meter en een hoge verblijfskwaliteit gewenst is. Uit deze regel zou een windonderzoek gedaan kunnen worden, maar dit is nogmaals niet verplicht. De gemeente is van mening dat niet nodig is aangezien de omliggende woningen en speeltuinen/sportterrein op dermate afstand liggen dat er geen windhinder wordt verwacht.

Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

32

4.16 Belangenafweging Samenvatting Reclamanten stellen dat hun belangen onvoldoende zijn betrokken en afgewogen. Reactie gemeente Voor deze beantwoording verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 1.2, waarin ook de belangenafweging wordt toegelicht. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

4.17 Participatie Samenvatting Reclamanten stellen dat zij te weinig inspraak hebben gehad. Reactie gemeente Voor de beantwoording van deze zienswijze verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 1.2. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze voor kennisgeving aan te nemen.

4.18 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Samenvatting Reclamant mist een verslag over de maatschappelijke uitvoerbaarheid in de toelichting. Reactie gemeente Maatschappelijke uitvoerbaarheid staat opgenomen in hoofdstuk 6 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. Voor deze zienswijze hebben wij hoofdstuk 6 nog een keer bekeken en zijn we tot de conclusie gekomen dat deze paragraaf inhoudelijk uitgebreider kan worden beschreven. Daarom zal deze paragraaf aangepast worden met een ambtelijke wijziging. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze gegrond te verklaren en de toelichting naar aanleiding van deze zienswijze als volgt aan te passen: Voorgesteld wordt om de huidige tekst in paragraaf 6.2 (maatschappelijke uitvoerbaarheid) te vervangen met de volgende tekst: 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid In het kader van het overleg bij de voorbereiding van bestemmingsplannen, als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening, is het concept ontwerpbestemmingsplan toegezonden aan: o Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard; o DCMR Milieudienst Rijnmond; o Evides; o N.V. Nederlandse Gasunie; o Ministerie van Defensie; o Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie; o K.P.N. Telecom;

33

o o o o o o o o o o

Luchtverkeersleiding Nederland; Metropoolregio Rotterdam Den Haag; Monet, beheerder telecommunicatiemasten; Prorail; VRR, Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond; Rijkswaterstaat, Directie Zuid-Holland; Stedin, regionale netbeheerder gas en elektriciteit; VWS Pipelinecontrol; Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam (BOOR) Waterschap Hollandse Delta.

Er is een reactie ontvangen van de in de volgende paragrafen genoemde overlegpartners. De reactie van het BOOR en van het Hoogheemraadschap hebben geleid tot aanpassingen in de toelichting. 6.2.1. Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam (BOOR) BOOR heeft verzocht om de toelichting van het bestemmingsplan onder paragraaf 4.9 Archeologie en cultuurhistorie, onder het kopje 'onderzoek' subkopje 'archeologie' te verduidelijken en aan te passen. Reactie Aan het verzoek van BOOR is tegemoetgekomen. Het bovenstaande kopje is aangepast aan de voorgestelde formulering van BOOR. 6.2.2. Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard Het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK) is de waterbeheerder in het plangebied en heeft de volgende opmerkingen over de watercompensatie. Percentage compensatie voor toename verharding In het toegezonden concept ontwerpbestemmingsplan is een compensatie voor de toename van de verharding van 5% opgenomen. Dit is te weinig. Het HHSK verzoekt om een minimale compensatie voor toename verharding in dit gebied van 14,8% op te nemen. Compensatielocatie Het HHSK verzoekt de specifieke locatie van waar het water wordt gecompenseerd op te nemen in het plan. Ook wijst de HHSK de gemeente erop dat de watercompensatie eerste gegraven dient te worden voordat er verhard oppervlakte mag worden aangebracht en de sloot gedempt wordt.

Reactie Percentage compensatie voor toename verharding In de voorwaardelijke verplichting van het artikel 'Sport - Sport - en speelterrein' is het percentage van 5‘ft vervangen door Dit is in paragraaf 4.4 Water beschreven. Compensatielocatie In paragraaf 4.4 Water is toegelicht waar wordt gezocht naar locaties voor compensatie. Figuur 4.8 is toegevoegd met de zoeklocaties weergegeven. 6.2.3. Provincie Zuid-Holland, afdeling Ruimte, Wonen en Bodem Provincie Zuid-Holland heeft aangegeven dat het concept ontwerpbestemmingsplan voldoet aan het provinciaal beoordelingskader.

34

Reactie Dit wordt ter kennis aangenomen. 6.2.4. Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) De VRR constateert met betrekking tot dit plan geen relevante fysieke veiligheidsaspecten. De VRR adviseert wel zorg te dragen voor toereikende bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen bij de ontwikkelingen zodat de hulpdiensten bij een incident adequaat kunnen optreden. Reactie Deze aspecten worden meegenomen in de uitvoering van het plan, maar dit betreffen geen aspecten die in het bestemmingsplan worden opgenomen.

4.19 Verkoop van appartementen Samenvatting Reclamanten vinden de start van de verkoop van de appartementen door de projectontwikkelaar voorbarig. Reactie gemeente Voor de beantwoording van deze zienswijze verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 1.20. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ter kennisgeving aan te nemen.

Reclamant 5 Reclamant 5 is een bewoner van een nabijgelegen woning. Reclamant vraagt om aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan.

5.1 Participatie Samenvatting Reclamant stelt dat het participatieproces eenzijdig was en er geen mogelijkheid was tot inspraak/invloed. Het bestond uit voorlichting en informatieavonden en er was geen sprake van professionele begeleiding in een participatieproces zoals dit het geval was bij andere bouwprojecten in Rotterdam door bureau Awareness. Er is geen gehoor gegeven aan de bewoners wanneer zij aangaven mee te willen denken aan de inrichting van de buitenruimte. Reclamant is op bezoek geweest bij de gemeentelijke ambtenaar waarin zou zijn afgesproken dat de ambtenaar contact zou opnemen als de inrichting van de buitenruimte meer concreet zou worden. Echter is het ontwerp bestemmingsplan in augustus 2023 gepubliceerd zonder tussentijdse overleg met reclamant. Reactie gemeente In het bestemmingplan worden de bestemmingsplanregels vastgesteld. Hierin leggen we vast welke bestemmingen mogelijk zijn en wat het maximaal toelaatbare is. In het bestemminsplan wordt nog niet de inrichting van het sportcomplex en de woonomgeving vastgelegd. Dit doorloopt zijn eigen (inrichtingsplan)procedure, met een eigen participatieproces. Dat is op dit moment nog niet het geval. De gemeente heeft opdracht gegeven aan het Sportbedrijf voor verkennend onderzoek. In dit onderzoek wordt de eerste stap in het participatieproces gezet door input op te halen bij de omgeving.

Hierna zal er voor het sportcomplex een inrichtingsplanprocedure gestart worden. Het ontwerpbestemmingsplan staat hier los van. Daarom is het ontwerpbestemmingsplan gepubliceerd zonder tussentijdse overleg tussen de ambtenaar en reclamant. Wel heeft de

35

reclamant (en de omgeving) een uitnodiging gekregen voor een toelichting over het bestemmingsplan. Tijdens deze bijeenkomst is ook toelichting gegeven over de voortgang van het project als geheel. Voor de beantwoording van deze zienswijze omtrent het participatieproces verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 1.2. Voor de procedure die gevolgd wordt voor de inrichting van het sportterrein verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 2.2. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ter kennisgeving aan te nemen.

5.2 Duurzaam, klimaatbestendig, circulair, natuurinclusief woongebouw Samenvatting Reclamant heeft bedenkingen bij het type gebouw dat wordt gebouwd en stelt dat dit een uitgelezen kans was om een klimaatbestendig, natuurinclusief, circulair en energieneutraal te bouwen. Er zou nu gekozen worden voor een gebouw wat weinig kwaliteit aan de leefomgeving toevoegt en woonkwaliteit wegneemt. Ook stelt de reclamant dat, omdat er geen concurrentie was, de ontwikkelaar niet uitgedaagd werd om te komen met duurzame plannen. Reactie gemeente Los van de aanwezigheid van wel of geen concurrentie wordt er in de regel een Nota van Uitgangspunten vastgesteld waarin voor klimaatbestendigheid/duurzaamheid uitgangspunten worden opgenomen (zie de beantwoording van zienswijze 1.5 voor de vindplaats van de Nota van Uitgangspunten). Hierop gebaseerd maakt de ontwikkelaar de bouwplannen. Het type gebouw is overigens geen onderdeel van een bestemmingsplan, maar voor de bouwvergunning. De gemeente heeft desondanks wel aandacht voor de duurzaamheid, klimaatbestendigheid, enzovoorts van het woongebouw in dit ontwerpbestemmingsplan. Deze eisen zijn vastgelegd in de Nota van Uitgangspunten. De uitgangspunten die hierin staan komen voort uit het beleid. Daarnaast wordt er wel gekeken naar welke aspecten het meest van meerwaarde kunnen zijn in ene gebied.

In hoofdstuik 4.11 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan zijn de duurzaamheidsaspecten van het bouwplan omschreven. Het plan zet in op het gebied van circulariteit, energietransitie, klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen in op verschillende aspecten. Zo wordt een deel van het plan uitgevoerd in CLT bouw, zijn er groene, blauwe en gele (zonnepanelen) daken, wordt er aangesloten op het warmtenet en wordt er in het plan een mix van beplantingen aangebracht op de galerijen, balkons en de daktuin. De ontwikkeling voldoet aan de eisen die de gemeente heeft gesteld ten aanzien van duurzaamheid, klimaatbestendigheid, enzovoorts. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

5.3 Bezonning Samenvatting Reclamant stelt dat er sprake is van persoonlijke schade door de onrechtmatige daad van het bouwbesluit. De schade wordt veroorzaakt door verminderde daglicht- en zontoetreding op het perceel van de reclamant. Volgens de zonnestudie (bijlage 12 van het ontwerpbestemmingsplan) zou op het pand van de reclamant geen sprake zijn van verminderde bezonning door de nieuwbouw. Reclamant bestrijdt deze conclusie gebaseerd op een uitspraak van de leverancier van de zonnepanelen van de reclamant. Reclamant vraagt om schadevergoeding en wil graag contra expertise in laten zetten.

36

Reactie gemeente Het is begrijpelijk dat de hoogte van de woongebouwen voor de reclamant zorgelijk in verband met de bezonning van het terrein van de reclamant. Er is een zonnestudie uitgevoerd waarin gekeken is naar het effect van de gebouwen op de bezonning van omliggende woningen. In bijlage 12 van het ontwerpbestemmingsplan "Folkert Elsingastraat" ('Zonnestudie nieuwbouwontwikkeling Folkert Elsingastraat') is de bestaande en toekomstige bezonning van de woning van de reclamant onderzocht. Deze woning bevindt zich in pand P zoals deze in de studie is benoemd. In tabel 1 van de bijlage op de zesde pagina is zichtbaar dat er voor de woningen in pand P geen wijziging is in de hoeveelheid zon of schaduw op 21 september. Het pand ligt namelijk te ver van de nieuwbouw vandaan. Het project brengt voor deze woning geen wijziging in de zonsituatie, waardoor de huidige zonnepanelen ook geen minder rendement zouden moeten opleveren. De reclamant bestrijdt echter het resultaat van de zonnestudie en stelt dat er wel sprake is van minder zon- en daglichttoetreding, gebaseerd op een uitspraak van de leverancier van de zonnepanelen van de reclamant. Reclamant stelt dat dat er sprake is van minder zon en daglicht op het dak in de ochtend als resultaat van de nieuwbouw.

Wij vinden het vervelend dat het resultaat van de zonnestudie uitgevoerd door HDFE bv en de uitspraak van de leverancier van de zonnepanelen van de reclamant verschillen en het is begrijpelijk dat de reclamant zich hier zorgen over maakt. Er zijn echter wel wat nuances aan te brengen. In de zonnestudie wordt er beoordeeld wat de effecten op de gevel van de woning zijn, niet op het dak of tuin. In het rapport kan men zien dat er extra schaduw valt in de tuin van pand P, maar dit is geen toetsingscriterium en daarom ook niet meegenomen in het rapport. Het is niet uitgesloten dat er eventueel schaduw op pand P op het dak zou vallen als gevolg van de nieuwbouw, maar dit is in het rapport niet afgebeeld en ook geen toetsingscriterium. Het is ook niet uitgesloten dat er in de winterperiode mogelijk meer schaduw aanwezig zou kunnen zijn, maar ook dit is niet het toetsingscriterium (dit hoeft op basis van het Afwegingskader bezonning niet getoetst te worden). Mogelijk is de leverancier van de zonnepanelen uitgegaan van de bezonning van het dak en ook op andere data dan de toetsdatum van het bezonningsonderzoek (dit is 21 september), maar het rapport is gebaseerd op de correcte uitgangspunten, hierdoor is het niet nodig om een nieuwe zonnestudie uit te voeren. De gemeente ziet hierdoor ook geen aanleiding om contra expertise in te schakelen omdat het rapport volstaat.

Als de reclamant meent dat er schade wordt ondervonden door het plan dan kan de reclamant eventueel een planschadeprocedure starten. Hierbij verwijzen wij graag naar afdeling 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Eventuele waardedaling van het onroerend goed kan na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan aan de orde worden gesteld in de vorm van een planschadeclaim. Dit kan tot vijf jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. Als laatste moet er onderscheid worden gemaakt tussen daglichttoetreding en bezonning. Het bovenstaande rapport gaat over bezonning. Daglichttoetreding is een ander criterium die wordt getoetst bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen. Dit wordt alleen getoetst voor de ontwikkeling zelf en niet voor de omliggende woningen. Dit wordt getoetst door het aantal ramen, en de grootte hiervan. Zelfs als er sprake is van schaduw krijgen woningen nog wel daglicht binnen, maar geen zon. Daglichttoetreding wordt nooit getoetst voor omliggende woningen. Er is namelijk geen reden om aan te nemen dat er onvoldoende daglicht bij de omliggende woningen binnenkomt omdat er rondom de woningen voldoende ruimte is voor daglichttoetreding. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

37

5.4 Inrichting van de buitenruimte Samenvatting In het verleden heeft de openbaarheid van de buitenruimte geleid tot overlast. De gemeente, Dienst Handhaving, politie en DCRM gaven een voorkeur aan om het sportterrein af te sluiten. Reclamant heeft bezwaar tegen de openbaarheid van het toekomstige sportterrein en dat deze niet afgesloten kan worden. De handhaafbaarheid van het terrein na 23.00 uur is onuitvoerbaar. De openbaarheid van het terrein leidt tot vermindering van woongenot en schade en hinder die reclamant graag vergoed zou willen krijgen. Ook de verkoopwaarde van de woning zal verminderen door de openstelling van het terrein, waarvoor reclamant de gemeente aansprakelijk zou willen stellen. Reclamant wil geen hoog hek om het terrein af te sluiten, want dit zou leiden tot verminderd uitzicht en woongenot. Reclamant stelt een sloot voor. Reactie gemeente Voor het verzoek voor schadevergoeding verwijzen wij naar de beantwoording van de zienswijze 3.3. Voor de beantwoording omtrent de afsluitbaarheid van het sportterrein verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 2.2 en 2.3. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ter kennisgeving aan te nemen.

5.5 Ligging korfbalkantine Samenvatting Reclamant noemt het een gemiste kans om de korfbalkantine niet van nieuwbouw te voorzien. Momenteel heeft het onvoldoende gelegenheid tot ventilatie en geeft snel geluidoverlast Reactie gemeente De gemeente ziet zelf ook kansen om het clubgebouw van de korfbalvereniging te vernieuwen. Het ontwerpbestemmingsplan biedt deze mogelijkheid. Op dit moment is de gemeente bezig met een verkenning voor een nieuw gebouw met een wijkvoorziening in combinatie met een clubgebouw voor de korfbalvereniging. De gemeente ziet met nieuwbouw ook de kans om de geluidsoverlast voor omwonenden te verminderen. Bij nieuwbouw zal de geluiddichtheid van het gebouw toenemen en het gebouw kan beter georiënteerd worden waarmee de geluidsoverlast voor de omgeving afneemt. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ter kennisgeving aan te nemen.

5.6 Geluidonderzoek sportterrein Samenvatting Reclamant stelt dat de geluidoverlast van het sportterrein van de T rekvogels is niet cumulatief onderzocht. Reclamant zegt dat er wordt gerekend met afstandsnormen die voorbijgaan aan het type bebouwing rond de gebouwen. Reclamant wil hier ook graag contra expertise. Reactie gemeente Wij verwijzen voor de beantwoording van deze zienswijze naar de beantwoording van zienswijze 3.6. Het geluidsonderzoek is naar mening van de gemeente volgens de juiste

38

normen en juiste uitgangspunten uitgevoerd. De gemeente ziet hierdoor ook geen aanleiding om contra expertise in te schakelen omdat het rapport volstaat. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

5.7 Geluid- en lichthinder door sportterrein Samenvatting Reclamant stelt dat er overlast door geluid zal komen door de sportterreinen. Reclamant ziet graag een aardenwal om dit en lichthinder te dempen. Ook verwacht reclamant dat het parkeerterrein voor de sportactiviteiten zal leiden tot extra geluidshinder, wat leidt tot verminderd woongenot en verminderde verkoopwaarde. Reactie gemeente Voor de beantwoording van deze zienswijze verwijzen wij graag naar de beantwoording van zienswijze 2.2 en 2.3. Een aardewal kan bij het inrichtingsproces bespreekbaar zijn. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ter kennisgeving aan te nemen.

5.8 Onveilige verkeerssituatie Samenvatting Reclamant stelt dat toekomstige ontwikkelingen van de leegstaande kantoorgebouwen in Folkert Elsingastraat niet in het verkeersonderzoek zijn meegenomen. Verder zou de gehanteerde autonorm voor de nieuwbouw te laag zijn. Er zullen dus meer verkeersbewegingen komen dan wat is berekend. Dit verhoogt de parkeerdruk en zorgt voor onveilige situaties. Het uitrijden van auto's van eigen terrein wordt bemoeilijkt. Reactie gemeente Reclamant verwijst in de zienswijze naar de leegstaande kantoorpanden aan de Folkert Elsingastraat 34 en 42. Op dit moment is er geen lopend project voor de herontwikkeling van deze gebouwen. Deze data worden daarom ook niet meegenomen in de verkeersberekeningen. De Folkert Elsingastraat is een verkeersluwe 30 km/u straat met overwegend bestemmingsverkeerd. De extra verkeershoeveelheden door het plan zijn beperkt en zullen de verkeersveiligheid niet verslechteren. Voor de wijze waarop de berekeningen zijn uitgevoerd verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 1.10. Voor de veiligheid van in- en achteruitrijdende auto's verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 3.7. Voor de parkeerdruk verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 1.8. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

Reclamant 6 Reclamant 6 is een korfbalvereniging direct gelegen aan het plangebied aan de westelijke zijde.

6.1 Parkeergelegenheid Samenvatting Het was bij de reclamant bekend dat de ski- en boksschool aan de Waghemakerestraat zou worden gevestigd, niet direct aan het gebouw van de T rekvogels. Hierdoor zouden hun parkeerplaatsen verdwijnen. Reclamant vraagt waar leden en bezoekers van de Trekvogels en de bezoekers van de ski- en boksschool dan kunnen parkeren. Verder is de fietsenstalling

39

en de opslagruimte van de scholen en T rekvogels verdwenen op de impressie tekening. Reclamant vraagt waar er hier rekening mee is gehouden. Reactie gemeente Het is begrijpelijk dat er bij reclamant zorgen bestaan over het eventueel verdwijnen van de parkeerplekken. De parkeerplaatsen die op dit moment op het sportcomplex aanwezig zijn, zullen echter niet verdwijnen maar op een andere plek op het sportcomplex terugkomen. Dat gezegd hebbende staat de beschikbare ruimte onder druk en zal er goed gekeken worden wat waar noodzakelijk is. De gemeente verwacht dat het eventueel verdwijnen van de parkeerplekken niet zal leiden tot een te hoge parkeerdruk. Van de bestaande parkeerplekken op andere locaties kunnen dubbel gebruik gemaakt worden. Hiermee wordt bedoeld dat in de werkdagavond er bijvoorbeeld standaard geen docenten langs de Waghemakerstraat geparkeerd staan. Er is dan voldoende parkeergelegenheid voor de leden van De Trekvogels die doordeweeks in de avond trainen. Op werkdagen overdag is de sportactiviteit maar voor 50% door autoparkeerders bezocht. Veel bewoners die in de Folkert Elsingastraat wonen zullen dan met de auto weg zijn. Dan is er sprake van een auto aanwezigheid van 50%. Dit en de locatie voor fietsen en materiaalopslag zal in het inrichtingsplan nader onderzocht worden. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ter kennisgeving aan te nemen.

6.2 Stillere scheidsrechterfluiten Samenvatting Het bestemmingsplan stelt dat als bronmaatregel tegen de overschrijding van de voorkeurswaarde gedacht kan worden aan het gebruik van stilleren fluitjes en het aanpassen van de trainingstijden. Reclamant stelt dat het laatste niet mogelijk is en dat het gebruik van stillere fluitjes niet met hen is besproken en lastig in te voeren is. Reactie gemeente In de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan "Folkert Elsingastraat" (pagina 46) en in artikel 4.4 van de planregels staat dat het op de gronden die bestemd zijn voor Sport- Sport­ en speelterrein het niet toegestaan is om (scheidsrechter)fluiten te gebruiken met een bronvermogen van meer dan 109 dB(A). De T rekvogels bevinden zich op een sportterrein dat geen onderdeel is van dit ontwerpbestemmingsplan; de korfbalvereniging bevindt zich buiten het plangebied. Deze planregel is daarom niet van toepassing op de korfbalvereniging en hun scheidsrechters. Deze planregel geldt alleen voor fluiten die gebruikt worden op het oostelijke sportterrein dat zich binnen het plangebied valt. Dit geldt ook voor de trainingstijden. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ter kennisgeving aan te nemen.

6.3. Eten op zaterdagen en aanmoedigen ploegen in verband met geluid Samenvatting Reclamant vraagt hoe het geluid wordt gemeten als er op zaterdagen na de wedstrijden van de korfbalvereniging leden met elkaar op het veld of in de kantine eten. Ook vraagt de reclamant of het aanmoedigen van ploegen op e vereniging als verwaarloosbaar omgevingsgeluid wordt gezien in de berekende geluidsbelasting. Reactie gemeente Het bestemmingsplan verandert niks aan de positie van de reclamant en legt De Trekvogels geen aanvullende maatregelen op. De T rekvogels hoeven daarom alleen te voldaan aan (het

40

voormalige) Activiteitenbesluit milieubeheer. Het eten op zaterdagen op de velden komt bijvoorbeeld dus niet in het geding door het ontwerpbestemmingsplan. Dit geldt ook voor het aanmoedigen van ploegen bij De Trekvogels. De activiteiten worden niet gereguleerd door het Activiteitenbesluit. De berekeningen van het nieuwe sportterrein zijn correct uitgevoerd en de uitgangspunten zijn goed. Dit geldt voor de vereniging binnen en voor de nieuwe sportvelden. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ter kennisgeving aan te nemen.

6.4 Juistheid van berekende geluidsbelasting Samenvatting Reclamant vraagt of de berekende geluidsbelasting correct is als er rekening wordt gehouden met dat er op de vereniging schoolsport plaatsvindt en het sportbedrijf de ruimte kan verhuren aan derden? Reactie gemeente Voor de geluidsberekeningen maakt het niet uit of er sprake is van schoolsport. Er is namelijk uitgegaan van een bepaalde 'worst case' geluidsuitstraling van de 4 sportvelden van 08:00 tot 23:00 uur. Ook maakt het niet uit dat de Trekvogels de ruimte kan verhuren aan derden. Of er nu sprake is van schoolkinderen of derden die gebruik maken van de sportvelden of de kantine van de Trekvogels, de geluiduitstraling blijft ongewijzigd. Voor de geluiduitstraling van de sportvelden is zoals gezegd uitgegaan van een 'worst case' situatie en voor de geluiduitstraling van de kantine kan niet worden uitgegaan van de situatie van feesten en partijen, maar moet worden uitgegaan van de representatieve situatie met alleen achtergrondmuziek in de kantine. Verondersteld is dat voor de geluidsituatie van de T rekvogels de doordeweekse avondperiode bepalend is. Dit omdat in de avondperiode de toetswaarde 5 dB strenger is dan in de dagperiode en dat in de avondperiode trainingen kunnen voorkomen van 19:00 tot 23:00 uur. Bij deze trainingen is geen publiek aanwezig.

De weekendsituatie is niet beschouwd, omdat deze als niet-representatief is verondersteld. De weekendsituatie komt namelijk minder vaak voor dan de doordeweekse situatie en de weekendsituatie kent normaliter geen drukke avondperiode. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ter kennisgeving aan te nemen.

6.5 Berekende geluidsbelasting Samenvatting Reclamant vraagt of het geluid van het beoogde sportterrein is meegenomen in de berekende geluidsbelasting. Reactie gemeente In het geluidrapport "Woningen Folkert Elsingastraat - Geluidsonderzoek" (d.d. 28 augustus 2023, code 18188, versie V006_DEF, opgesteld door ABT Velp) is ook de gecumuleerde geluidsbelasting beschouwd. Zie hiertoe hoofdstukken 4.3, 5.3 en bijlage 4. Deze gecumuleerde geluidsbelasting betreft de geluidbelasting vanwege alle omliggende wegen gecumuleerd met de geluidbelasting vanwege de sportvelden en is bepaald op de gevels van de nieuwe woningen binnen de ontwikkellocatie.

41

Als de reclamant geïnteresseerd is in het geluid van de vereniging (en overlast van hangjongeren), dan verwijst de gemeente naar de beantwoording van zienswijze 3.6. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ter kennisgeving aan te nemen.

6.6 Onjuistheden geluidsonderzoek ABT code 18188 Samenvatting Het geluidsonderzoek stelt dat de trainingen in een zaal plaatsvinden waardoor de geluidsbelasting als conservatief kan worden beschouwd. Reclamant stelt dat dit onjuist is en dat er in de periode maart-oktober op het kunstgras wordt getraind, en alleen buiten deze periode, waar mogelijk, in een zaal. Reactie gemeente Wij hebben het onderzoek op basis van deze zienswijze nog een keer bekeken en hebben geconcludeerd dat de opmerking dat de sportactiviteiten van de Trekvogels op deze locatie plaatsvinden in de/een zaal incorrect is. Deze opmerking dient daarom aangepast/verwijderd te worden. Er is bij de berekeningen in het uitgegaan van een worstcase situatie met trainingen op het buitenterrein. De geluidsbelasting op de gevel van de nieuwbouw van het bestemmingsplan, vanwege de sportactiviteiten van De T rekvogels, zijn hierdoor wel correct bepaald. Voorstel Wij stellen u voor de zienswijze gegrond te verklaren en naar aanleiding van deze zienswijze het ABT geluidsonderzoek code 18188 als volgt aan te passen: Toelichting: Op pagina 10/122 de volgende huidige paragraaf te verwijderen uit het onderzoek: "Volgens de website van de sportvereniging Trekvogels" t/m met de aanwezigheid van deze sportvelden".

Er worden ook ambtelijke wijzigingen voorgesteld voor het stuk over het geluid van de T rekvogels in het geluidsonderzoek (blz 10). Hiervoor verwijzen wij naar hoofdstuk 4, paragraaf 4.6 voor de volledige vervangende tekst. Het aangepaste ABT geluidonderzoek code 18188 wordt als bijlage bij het ontwerpbestemmingsplan gevoegd.

Reclamant 7 Reclamant 7 is de skischool welke wordt gesloopt voor de bouw van de woontorens en zal worden verplaatst naar het achterliggende sportterrein.

7.1 Juridische positie van de skischool en geen positieve bestemming voor de skischool Samenvatting Reclamant stelt dat de gemeente het pand in 2016 aan de skischool (ISSR) heeft aangeboden in vorm van een eeuwigdurende erfpacht, canon volledig afgekocht, met de rechten van erfpacht op de opstallen. In 2018 heeft ISSR het aanbod geaccepteerd en zou daarmee een overeenkomst tot stand zijn gekomen. Reclamant stelt dat de gemeente daarna de verdere uitwerking en uitvoering van de overeenkomst heeft opgeschort en feitelijk gestaakt in verband met de plannen van de projectontwikkelaar. ISSR heeft gesprekken gevoerd met de gemeente en de ontwikkelaar sinds 2018 om een nieuwe plek voor de skischool te vinden. ISSR zou medewerking hebben verleend onder uitdrukkelijk voorbehoud van al haar rechten onder de lopende huurovereenkomst en de afspraken met de gemeente over de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=ff2d704d-40f9-4d8f-8a68-28dd96914737