CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb003031] Bijlage 6 behorende bij 24bb003041 over Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 5 juni 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bouwen en Wonen21.678 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Bestemmingsplan Folkert Elsingastraat 2 april 2024

2

Inhoudsopgave 1.

Inleiding......................................................................................................................................... 4

2.

Ontvangen zienswijzen................................................................................................................ 5

3.

Beantwoording zienswijzen.........................................................................................................6 Reclamant 1....................................................................................................................................... 6 Reclamant 2..................................................................................................................................... 20 Reclamant 3..................................................................................................................................... 22 Reclamant 4..................................................................................................................................... 25 Reclamant 5..................................................................................................................................... 35 Reclamant 6..................................................................................................................................... 39 Reclamant 7..................................................................................................................................... 42

4.

Ambtelijke wijzigingen...............................................................................................................45 4.1 Nieuw stikstofdepositieonderzoek........................................................................................ 45 4.2 Aanvullende bodemonderzoeken .......................................................................................... 45 4.3 Jongeren ontmoetingsplek ......................................................................................................46 4.4 Nieuwe verkeersonderzoeken................................................................................................46 4.5 Bezonningstudie....................................................................................................................... 47 4.6 Geluidonderzoek ABT code 18188........................................................................................ 47 4.7 Nieuwe vastgestelde Rotterdamse Woonvisie 2040......................................................... 48

5.

Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen.........................................................................50 5.1 Wijziging naar aanleiding van zienswijze 4.18: maatschappelijke uitvoerbaarheid......50 5.2 Wijziging naar aanleiding van zienswijze 6.6: geluidonderzoek...................................... 51

3

1. Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan Folkert Elsingastraat heeft vanaf vrijdag 22 december 2023 gedurende een periode van 6 weken (dus tot en met donderdag 1 februari 2024) ter inzage gelegen. Tijdens deze periode was het voor eenieder mogelijk om een zienswijze op dit ontwerpbestemmingsplan in te dienen. Tijdens deze periode zijn 7 zienswijzen ontvangen die in deze Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen (hierna: zienswijzennota) beantwoord worden. De opbouw van deze zienswijzennota is als volgt. In hoofdstuk 2 is een overzicht opgenomen van de ontvangen zienswijzen. In hoofdstuk 3 worden alle ingediende zienswijzen één voor één beantwoord. De zienswijzen zijn voorzien van een voorstel voor beantwoording en van een conclusie of de zienswijze tot een voorstel tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan leidt. Na de behandeling van de zienswijzen, volgt in hoofdstuk 4 een toelichting op de voorgestelde ambtshalve wijzigingen voor het vast te stellen bestemmingsplan. In hoofdstuk 5 wordt een overzicht gegeven van de wijzigingen aan het bestemmingsplan naar aanleiding van zienswijzen.

4

2. Ontvangen zienswijzen Dit hoofdstuk biedt een overzicht van de ontvangen zienswijzen. Aan ieder van de ontvangen zienswijzen is een nummer toegekend. Deze nummering verwijst naar de nummers zoals die zijn gehanteerd bij de beantwoording per zienswijze in hoofdstuk 3. De nummering wordt ook gebruikt als bij de beantwoording van een zienswijze naar een van de andere zienswijzen wordt verwezen.

Nummer

Reclamant

1 2 3 4 5 6 7

Reclamant 1 Reclamant 2 Reclamant 3 Reclamant 4 Reclamant 5 Korfbalvereniging De Trekvogels Fairway Advocaten namens Indoor Ski Rotterdam

5

3. Beantwoording zienswijzen Reclamant 1 1.1. Beantwoording van de wethouder op de brief van reclamant Samenvatting Reclamant heeft op 21 september 2023 een brief aan het college gestuurd met vragen over de ruimtelijke ontwikkeling. Reclamant heeft het college gevraagd de inhoud mee te laten wegen bij besluit tot tervisielegging, wat niet is gebeurd volgens reclamant. Reclamant heeft een brief van wethouders Zeegers ontvangen op 2 januari 2024 (gedateerd 21 december 2023). Reclamant is ontevreden met de reactie die reclamant heeft ontvangen. Reclamant stelt dat de wethouder inhoudelijk onvoldoende op de vragen zijn ingegaan en een discussie uit de weg gaat. Reactie gemeente Wij vinden het jammer om te horen dat het antwoord op de brief van de reclamant voor de reclamant niet inhoudelijk genoeg is geweest. In zowel de ambtelijke gesprekken als de bestuurlijke beantwoording op de brieven van de reclamant is toelichting gegeven op de projectaanpak, de visie voor dit gebied en hoe dit project aansluit op de bestaande beleidskaders en collegedoelstellingen. De brieven van reclamant zijn ontvangen en meegenomen in de besluitvorming, maar hebben geen aanleiding gegeven tot aanpassing van het plan. Er is geprobeerd op een transparante manier te communiceren over hoe er vanuit de gemeente gekeken wordt naar de ontwikkeling en welke afwegingen er zijn gemaakt.

Helaas is het niet altijd mogelijk alle wensen in een plan in te passen. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ter kennisgeving aan te nemen.

1.2. Participatie Samenvatting Reclamant is ontevreden over het participatieproces. Reclamant stelt dat bewoners te weinig invloed/inspraak op het proces hadden en de keuzes die werden gemaakt. Reclamant stelt dat er geen ruimte was om eigen gedachten in te brengen en vindt het bezwaarlijk dat het bouwplan niet ter discussie stond, maar dit slechts mocht aanhoren. Reactie gemeente Zowel de ontwikkelaar als de gemeente hebben gedurende het hele proces getracht zo open en transparant mogelijk te communiceren over de ontwikkeling en de omgeving te informeren en waar mogelijk te betrekken. Er zijn per fase informatiebijeenkomsten georganiseerd om de reclamant en de omgeving op alle onderdelen te informeren over de bouwontwikkeling en de reclamant te laten reageren op de plannen. Om geen verkeerde verwachtingen te wekken is er elke keer gecommuniceerd in welke fase het plan zich bevond, wat het doel was van de bijeenkomst, of er sprake is van informatieverstrekking of participatie (meedenken) en welke zaken er in het plan vast stonden. In eerdere correspondentie is ook verwoord dat er bij een ontwikkeling als deze vele belangen spelen die zo goed mogelijk worden afgewogen en worden meegenomen in zoverre dat mogelijk is. De gemeente is van mening dat het communicatie- en participatieproces volgens de geldende regels is doorlopen.

Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze voor kennisgeving aan te nemen.

6

1.3. Verschil met geldende bestemmingsplan "Het Lage Land - Oosterflank" Samenvatting Reclamant stelt dat in het geldende bestemmingsplan "Het Lage Land - Oosterflank" de huidige projectlocatie bedoeld was voor ca. 90 woningen. Het ontwerpbestemmingsplan "Folkert Elsingastraat" beoogt een project dat tussen de 257 en 275 woningen realiseert. Reclamant stelt verder dat Stadsontwikkeling aan de bewoners had gecommuniceerd dat eventuele woningbouw niet hoger zou worden dan het Princestaete gebouw. Momenteel wordt een hogere bouwhoogte beoogd voor een aantal woongebouwen. Reclamant is verrast door het aantal woningen en de bouwhoogte. Reactie gemeente Het is begrijpelijk dat een groter woningbouwproject dan waar de bewoners rekening mee hebben gehouden, impact kan hebben op het woongenot. Het geldende bestemmingsplan "Het Lage Land - Oosterflank" geeft echter niet aan dat de huidige projectlocatie was bedoeld voor ca. 90 woningen. Op dit moment gelden daar de bestemmingen "Sport - Sport­ en speelterrein" en "Kantoor". Ook in de toelichting staat dit niet vermeldt. Op het moment van vaststelling van het geldende bestemmingsplan "Het Lage Land - Oosterflank" bestonden er nog veel onzekerheden over ontwikkelingen op verschillende locaties, waaronder de locatie aan de Folkert Elsingastraat.

Zoals in de toelichting in paragraaf 4.2.3 van het geldende bestemmingsplan is aangegeven waren er ideeën om daar een gemengde ontwikkeling te realiseren van kantoren en woningen, maar omdat er nog te veel onzekerheden hieromtrent bestonden, is deze ontwikkeling niet opgenomen in het bestemmingsplan. Het huidige bestemmingsplan laat geen woningen toe, ook niet op kleinere schaal (zie ook de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan, paragraaf 3.1.3). De stelling dat deze locatie daarom door het geldende bestemmingsplan was bedoeld voor ca. 90 woningen is onjuist. Zoals aangegeven in de brief die de reclamant van de wethouder Drs. C.M. Zeegers heeft ontvangen op 13 december 2023 komt het regelmatig voor dat een plan afwijkt van eerdere ideeën. Dat is ook het geval bij de beoogde projectlocatie aan de Folkert Elsingastraat. Het plan van de projectontwikkelaar en de eigenaar van het kantoorpand aan de Folkert Elsingastraat 3-9 past niet binnen het huidige bestemmingsplan, waardoor de medewerking van de gemeente noodzakelijk is.

Wanneer er een plan wordt ingediend dat niet past binnen het huidige bestemmingsplan moet het plan worden beoordeeld door verschillende afdelingen binnen de gemeente Rotterdam, waarbij gekeken wordt naar de wenselijkheid van het plan, of het past in het gebied, of het past in het beleid, of het aansluit bij collegedoelen, welke meerwaarde en/of kansen het oplevert voor de wijk Het Lage Land, de belangen in het gebied en of het plan haalbaar is. Wanneer dit positief wordt beoordeeld, wordt er een nieuw bestemmingsplan gemaakt voor de projectlocatie, wat geresulteerd heeft in het ontwerpbestemmingsplan "Folkert Elsingastraat". Het uiteindelijke plan is niet enkel een kwestie van financiële afwegingen geweest, maar is het resultaat van een integrale beoordeling, waarbij een afweging is gemaakt tussen de stedelijke belangen. Een dergelijke afweging leidt er soms toe dat sommige belangen zwaarder worden gewogen dan andere belangen. Dit is eerder naar de reclamant gecommuniceerd in bovengenoemde brief. In andere woorden is er een initiatiefnemer geweest die dit bouwplan naar voren heeft gebracht, die niet in het huidige bestemmingsplan paste en waardoor er een nieuw bestemmingsplan is gemaakt. Hierbij is gekeken naar verschillende aspecten van het plan, waaronder de zoals door de reclamant benoemde wenselijkheid van het aantal woningen en de bouwhoogte.

Wat betreft het aantal woningen is er rekening gehouden met de provinciale woningbehoefteraming WBR 2021 waaruit blijkt dat in de periode 2021-2030 in de Rotterdamse regio behoefte is aan 61.000 woningen. In het Regioakkoord Nieuwe Woningmarktafspraken Regio Rotterdam (januari 2019) is afgesproken dat Rotterdam zich inzet om 30.000 woningen toe te voegen (zie de toelichting van het

7

ontwerpbestemmingsplan, paragraaf 3.1.3). Er is dus grote behoefte aan woningen. Naast de kwantitatieve behoefte zijn er ook kwalitatieve behoeften. Het bouwplan voorziet de locatie van woningen in het middensegment op een goed ontsloten locatie, nabij een bestaand winkelcentrum, in een groene omgeving met een stedelijke uitstraling. Dit project zet in op het middensegment, waar stadsbreed veel vraag naar is. Dit sluit aan op provinciaal beleid, de Rotterdamse Woonvisie en het addendum daarop (zie toelichting, paragraaf 3.3). Het aantal woningen dat de initiatiefnemer beoogt past daarom in verschillende toepasselijke beleidsstukken. Voor een diepere toelichting op dit punt verwijzen wij graag naar de beantwoording van zienswijze 1.4. Wat betreft de hoogte van de gebouwen verwijzen wij graag naar de beantwoording van zienswijze 1.5. Het Winkelcentum Lage Land wordt versterkt door herontwikkeling en het toevoegen van nieuwe woningen. Lage Land en Prinsenland zijn vanouds buurten met veel ruimte, waar het fijn en rustig wonen is. Hier en daar worden nieuwe woningen toegevoegd. Bij de toekomstige OV-haltes van de doorgetrokken HOV-tramverbinding liggen logische plekken, maar ook op andere plekken brengen nieuwe woningen meer variatie in de woningvoorraad of ontstaat meer samenhang en intimiteit.

Nieuwe bebouwing versterken ruimten op plekken die nu nog soms anoniem of met onvoldoende kwaliteit beleefd worden. Zo stimuleren we kansen op goede ontmoetingen en activiteiten in aantrekkelijke ruimten. Ook zal door de toevoeging de balans in de woningvoorraad verbeteren en de doorstroming worden gestimuleerd. Lage Land en Prinsenland blijven wijken waar plaats is voor verschillende doelgroepen en waar ook gezinnen goed een plek blijven vinden. Door hier in de nabijheid van voorzieningen levensloopbestendige woningen met diensten en zorg toe te voegen, stimuleren we doorstromingskansen voor mensen die uit de grotere eengezinswoningen willen vertrekken. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

1.4 Woningbouwbestemming Samenvatting Reclamant stelt dat het plan in omvang en bouwhoogte te groot is voor de locatie. Andere ontwikkelingen die inmiddels zijn afgerond passen qua vorm, omvang en hoogte beter in de omgeving. Reclamant begrijpt niet hoe een visie van stedenbouw op de ontwikkeling Folkert Elsingastraat van 4 jaar geleden, toen woningen ook schaars waren, ineens zodanig kan verander waardoor het aantal beoogde woningen nu is verdrievoudigd. Reclamant denkt dat dit komt omdat de projectontwikkelaar winst moet maken. Reclamant is niet tegen woningbouw op de locatie, maar vindt kwaliteiten als groen en ruimte ook belangrijk. Reclamant wil niet dat de rustige wijk van Lage Land met eengezinswoningen waar kinderen rustig kunnen opgroeien te veel wordt verdicht waarbij groen en ruimte verdwijnt. De wijk is niet ontworpen voor zoveel woningen en de daarbij voortkomende verkeersdrukte. Reclamant voorziet dat de woningen in de toekomst minder gewild zijn dan nu. Reclamant denkt dat er meer behoefte is aan eengezinswoningen dan de woningen die nu gebouwd worden. Het plan staat haaks met het rapport Schaarste Rotterdamse Woningmarkt 2023 (16 oktober 2023), waarin staat dat er een grote vraag is naar eengezinswoningen en grote meergezinswoningen. Nu wordt er iets gebouwd dat niet aansluit bij de vraag.

Kleine woningen zoals deze passen beter in het centrum waar je meer voorzieningen hebt voor het stedelijke leven. Ook heeft de reclamant bezwaar tegen dat er geen sociale woningen zijn opgenomen in het plan.

8

Reactie gemeente De stelling dat in het geldende bestemmingsplan "Het Lage Land - Oosterflank" op deze locatie minder woningen werden beoogd is onjuist. Zie hiervoor de beantwoording van zienswijze 1.3. In de provinciale woningbehoefteraming (WBR) 2021 is genoemd dat er in de periode 2021­ 2030 behoefte is aan 61.000 woningen in de Rotterdamse regio. In het Regioakkoord Nieuwe Woningmarktafspraken Regio Rotterdam (januari 2019) is afgesproken dat Rotterdam zich inzet om 30.000 woningen toe te voegen. De locaties voor die woningen moeten binnen de grenzen van de gemeente Rotterdam gevonden worden. Hiervoor is nog maar één gemeenschappelijk instrument effectief, namelijk verdichten. Dit is benoemd in de regionale woonvisie 2021-2040. Verdichting is complex, kostbaar en niet overal op dezelfde manier toepasbaar. Ook vraagt verdichting aandacht voor de aanwezigheid van een groene omgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. Ook in het Lage Land moet verdicht worden, maar de gemeente is van mening dat bij dit ontwerpbestemmingsplan hier zorgvuldig mee is omgegaan en dat er in dit plan veel aandacht is voor groen en ruimte. Hoewel er verdicht wordt door middel van het nieuwbouwproject, wordt er ook ruimte gegeven aan groen en openheid in het plan. Wij begrijpen de bezorgdheid dat door te veel verdichten op termijn mogelijke problemen ontstaan.

Eind 2023 is door de gemeenteraad de partiële herziening van de Omgevingsvisie Rotterdam voor de Oostflank vastgesteld, het gebied van de Alexanderknoop (omgeving treinstation Alexander) en het Zuidplein. Het Lage Land is hier onderdeel van. Leefbare en toekomstige wijken zijn expliciet uitgangspunt bij alle plannen die binnen dit gebied vallen. In het document wordt over verdichting gezegd dat de wijk drukker zal worden en het behoud van de huidige karakteristieken en kwaliteiten daarom de aandacht vragen. Tegelijkertijd betekent het toevoegen van woningen een impuls voor het winkelcentrum en het daar aanwezige aanbod dat hierdoor zijn waarde voor de toekomst zal behouden. In het rapport Schaarste Rotterdams Woningmarkt 2023 wordt in het hoofdstuk over woonvoorkeuren onder andere geconcludeerd dat in de koopsector, vergeleken met de huursector, de vraag sterker is naar eengezinswoningen, woningen met 4 kamers en meer in het hoge prijssegment. De conclusie in dit rapport is dat dit aanbod beperkt aanwezig is op de Rotterdamse markt. Er wordt bij dit rapport echter de kanttekening gemaakt dat het onderzoek de woonvoorkeuren van de deelnemers van het onderzoek inhoudt. Dit is aan de ene kant waardevol omdat het een indruk geeft van de wensen, maar aan de andere kant brengt het alleen een potentiële vraag en aanbod in kaart.

De praktijk kan er anders uitzien omdat voorkeuren kunnen veranderen en het uiteindelijke woningmarktgedrag er dan heel anders eruit komt te zien. Dit wil niet zeggen dat de gemeente vindt dat er niet voor gezinnen gebouwd moet worden. Het aantal gezinnen groeit iets meer, maar is in absolute aantallen vrij beperkt (bevolkingsprognose 2023). De gemeente ziet op deze locatie, dicht bij voorzieningen en met de opgave om te verdichten, een kans om woningen toe te voegen waar een grote behoefte aan is. Dit zijn woningen in het middensegment voor kleine(re) huishoudens. Het aantal ouderen in deze categorie huishoudens neemt toe. Op dit moment is 22% van de Rotterdamse huishoudens 65 jaar of ouder. Verwacht wordt dat dit aantal stijgt naar 26% in 2040. In het beoogde bouwprogramma valt 55% van de woningen in het middensegment. Bijna alle woningen zullen voldoen aan het tweesterrensysteem. Hierdoor zijn de woningen geschikt om er levensloopbestendig in te wonen (zie de beantwoording van zienswijze 1.8 een toelichting wat het levensloopbestendige woningen precies inhoudt). Het overgrote deel van de woningen krijgt het label seniorenwoning. Dit past binnen de doelstelling van de ouderen hub Lage Land/Prinsenland en draagt bij aan de doelstelling van het college om minimaal 10 woon(zorg)complexen te realiseren in deze collegeperiode.

9

T ot slot merkt reclamant op dat er geen sociale woningen in het plan zitten terwijl dit volgens de provincie wel zou moeten. De provincie heeft niet dwingend opgelegd dat er in een bepaald plan sociale woningen opgenomen moeten worden. Het geactualiseerd Regioakkoord 2022 bevat afspraken over de woningbouw in de gemeenten. Het gaat over de totale woningproductie, zowel door corporaties als marktpartijen, onderverdeeld naar verschillende prijssegmenten. Dit regioakkoord vormt de basis voor de Regionale Realisatieagenda regio Rotterdam die door de Provincie Zuid-Holland is opgesteld. Aan de hand van de realisatieagenda monitoren gemeenten de gemaakte afspraken over de woningbouwproductie en wordt eventuele bijsturing besproken. In Rotterdam worden de afspraken over de sociale woningvoorraad vastgelegd in de prestatieafspraken die met de woningcorporaties worden gemaakt. Voorstel Wij stellen u voor deze kennisgeving ter kennisgeving aan te nemen.

1.5 Bouwhoogte Samenvatting Reclamant stelt dat de hoogte van de gebouwen niet in verhouding staat met omliggende woongebouwen. Reclamant vindt de locaties waar nu bouwplannen zijn op de hoek van Nancy Zeelenbergsingel/Prinsenlaan (Prinsemolen) en Prinsenlaan betere locaties voor zulke hoogbouw. Het beleid neigt naar willekeur en opportunisme. Reclamant stelt dat de stedenbouwkundige onderbouwing te subjectief geformuleerd is om uitsluitend dit specifieke bouwplan mogelijk te maken. De gemeente wijkt substantieel af van eigen beleid qua bouwhoogte. Reactie gemeente Een zorgvuldige afstemming tussen de nieuwe bebouwing met de naastgelegen bebouwing is essentieel. Dit betekent herkenbare volumes die aansluiten op de bebouwing van het gebied. Er is voor deze locatie gekeken naar wat passend en maximaal mogelijk is in verhouding tot het gebied. Deze bevindingen zijn opgenomen in de Nota van Uitgangspunten dat is vastgesteld door het college voor dit plan.1 Bij elk bouwplan wordt gekeken naar wat past in de omgeving. Dat een andere locatie ook geschikt is voor hoogbouw neemt niet weg dat deze locatie ook als passend voor zulke hoge appartementengebouw wordt geacht. De stelling dat het beleid neigt naar willekeur en opportunisme is daarom naar mening van de gemeente onjuist. Voor dit plan zijn specifiek de volgende afwegingen gemaakt.

De bebouwing in het Lage Land is opgebouwd uit repeterende bouwblokken en eenheden in een zogeheten stempel en strokenverkaveling (zie welstandsparagraaf). Deze variëren van lage eengezinswoningen (2­ 3 laags) en middelhoge (6-8 laags) blokken tot hoge stroken bebouwing (10-14 laags) en hoogte accenten van (14 laags en hoger) (zie pagina 25 van de vastgestelde Nota van Uitgangspunten voor de Folkert Elsingastraat). De hoge stroken bebouwing en hoogte accenten in het gebied staan meestal langs deze hoofdstructuren en lange lijnen, zoals de Prinsenlaan, Koningslaan, Berlagestraat, Jacob van Campenweg of prominente en centrale plekken in de wijk zoals in het centrum of aan grote groengebieden. Deze locatie is gelegen aan de hoofdstructuur van de Koningslaan, in het centrumkwadrant naast het winkelcentrum en gelegen aan een groen sportcomplex. Voor de nieuwe woongebouwen wordt daarnaast goed gekeken naar wat er al in de omgeving aanwezig is. Voor de bouwhoogtes is daarbij goed gekeken of de nieuwe bouwontwikkeling aan de Folkert Elsingastraat in samenhang is met de al bestaande hoge bebouwing langs de hoofdstructuur van de Koningslaan.

Een hoogteaccent op de hoek van de 1 De Nota van Uitgangspunten is te vinden op de website van de Gemeenteraad Rotterdam, onder Overzichten, Brieven B&W, onder de naam "Wethoudersbrief Zeegers over nazending bijlage Nota van Uitgangspunten Folkert Elsingastraat 3-13", met datum 5 april 2024.

10

Folkert Elsingastraat en de Koningslaan is daarom goed stedenbouwkundig in te passen. Hierbij moet rekening gehouden worden met de bezonning en het ontwerp van de binnenruimtes. Voor het hoogteaccent aan de zijde van de Koningslaan wordt in de hoogte aansluiting gezocht bij 14 bouwlagen van de Grote Prins. Dit betekent dat het hoogteaccent maximaal 14 lagen hoog wordt. De bouwvolumes aan de Folkert Elsingastraat en langs het sportcomplex bestaan uit maximaal 6 bouwlagen. Dit sluit aan bij de laagbouw van de Grote Prins. Aan de westzijde is een tweede accent mogelijk in noord-zuid richting. Dit is maximaal 11 verdiepingen hoog. Dit sluit aan bij het 11-laagse bouwblok van de Grote Prins aan de overkant van de Folkert Elsingastraat. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

1.6 Bezonning Samenvatting Reclamant maakt bezwaar tegen de hoogte in verband met de afname van licht. Reactie gemeente Het is begrijpelijk dat de hoogte van de woongebouwen voor de reclamant zorgelijk is in verband met de bezonning van het woongebouw van de reclamant. Er is een zonnestudie uitgevoerd waarin gekeken is naar het effect van de gebouwen op de bezonning van omliggende woningen/gebouwen. In bijlage 12 van het ontwerpbestemmingsplan "Folkert Elsingastraat" ('Zonnestudie nieuwbouwontwikkeling Folkert Elsingastraat') is de bestaande en toekomstige zonsituatie van het woongebouw van de reclamant onderzocht. In de studie is het woongebouw van de reclamant aangegeven als pand H. Uit het onderzoek blijkt dat pand H een gewijzigde zonsituatie zal ondervinden na het realiseren van de nieuwbouw. Gedurende de dag verandert er niks aan de zonsituatie. Pas vanaf 17.26 uur zullen een aantal woningen een rand van schaduw ondervinden door de nieuwbouw (gebaseerd op de toetsdatum van 21 september) De woningen in het pand hebben voor de schaduwval die op 17.26 uur begint (die maar deels wordt veroorzaakt door de nieuwbouw) al meer dan twee uur zon. Rond 18.26 uur zal de zon ondergaan. Dit voldoet aan het beleid van de gemeente (Afwegingskader bezonning) dat woningen minstens twee uur bezonning moeten hebben en er hoeven geen maatregelen ondernomen te worden.

Wij begrijpen de zorgen van de reclamant, maar de nieuwbouw heeft maar een gering effect op de bezonning van pand H. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

1.7 Uitzicht en privacy Samenvatting Reclamant heeft bezwaar tegen de hoogte van de woongebouwen in verband met het verdwijnen van het uitzicht en de privacy van de reclamant. Reactie gemeente De gemeente erkent dat het uitzicht van de reclamant verandert door het bouwplan en dat de reclamant zicht op het bouwplan heeft. De afstand tussen het woongebouw van de reclamant en het dichtstbijzijnde woongebouw dat gebouwd zal worden bedraagt circa 50 meter. Een afstand van 50 meter is vrij fors in een stedelijke omgeving (ter vergelijking: een 'gemiddelde' stadsstraat heeft een breedte van 14 meter). De beïnvloeding van de privacy en het uitzicht is derhalve niet zodanig dat er geen sprake is van een goede ruimte ordening. Dit vindt steun in de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.2

2 Zie bijv. ABRvS 28 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:920.

11

Ook bestaat er in Nederland geen recht op uitzicht. Uit jurisprudentie van de Raad van State volgt voorts dat in een stedelijke omgeving een woonsituatie die vrij is van enige inkijk nu eenmaal niet kan worden gegarandeerd en dat er geen blijvend recht bestaat op vrij uitzicht.3 Daarbij is het bij het ontwerpbestemmingsplan ook van belang (geacht) dat het maximale volume en de bouwhoogte van het bestemmingsplan in dit geval passend zijn in deze omgeving alsook dat het bestemmingsplan voorziet in woningen waaraan grote behoefte bestaat. Aan deze belangen en omstandigheden is een zwaar(der) gewicht toegekend. Daarnaast verwacht de gemeente evenwel dat de voordelen van de ontwikkeling voor het gebied het één en ander zal compenseren. Overigens staan er tussen de nieuwe woongebouwen en het woongebouw van de reclamant aan de Koningslaan een bomenrij van grote bomen. Deze zullen voor enige privacy zorgen door het zicht vanuit de nieuwe gebouwen in de ramen van de woningen in het woongebouw te blokkeren en vice versa. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

1.8 Parkeren Samenvatting Reclamant maakt bezwaar tegen het toepassen van een zorgwonen norm ten behoeve van de parkeereis. Reclamant stelt dat er geen zorgwoningen aanwezig zijn in het plan. Verder maakt de reclamant bezwaar tegen de gevolgen van de uitvoering van de parkeervordering ten behoeve van het ontwerpbestemmingsplan, omdat hiervoor geen voorzieningen zijn getroffen. Reclamant stelt dat de huidige minimale beschikbare parkeerruimte voor bestaande woningen onder grote druk staat en er nauwelijks parkeerruimte is in het openbaar gebied. Reactie gemeente De Beleidsregeling parkeernormen auto en fiets 2022 zegt het volgende over de term 'zorgwoningen': zorg- of aanleunwoning: indien sprake is van een woning die nadrukkelijk is bestemd als een aanleunwoning of appartement met zorg binnen handbereik, een ouderenwoning, een woning in een serviceflat of een zelfstandige seniorenwoning. Zoals in paragraaf 4.2 in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan is aangegeven is 95% van de woningen van het plan geschikt als zelfstandige seniorenwoning. Dat zijn 244 woningen. De woningen voldoen hieraan doordat ze rollator bewoonbaar zijn. Concreet betekent dat het volgende: a. De woonkamer en het toilet bevinden zich op de begane grond of zijn met een lift of een stoeltjeslift bereikbaar. b. Drempels zijn maximaal 20mm hoog en hellingen zijn flauw. c.

De vrije doorgang is nooit smaller dan 800mm. Alle bovenstaande regels zijn van toepassing op 244 woningen voor de huiskamer, de keuken, het toilet, de doucheruimte en tenminste één slaapkamer. Daarnaast voldoen de individuele buitenruimtes aan de volgende eisen: a. Drempels zijn bij voorkeur niet aanwezig en in elk geval niet hoger dan 20mm. b. Sleuven (inclusief de aansluiting met de toegangsdeur en de muren) zijn maximaal 20 millimeter breed.

3 Zie bijv. ABRvS 30 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1780; ABRvS 24 augustus 2011, ECLI:NL:RVS:BR5649.

12

Er is een vrije draaicirkel van 1100 millimeter beschikbaar exclusief opstelruimte voor een tafel en twee tuinstoelen. d. De rollator kan de buitenruimte bereiken en naast de dichtstbijzijnde plaats voor een tuinstoel of bank gereden worden. c.

In de uiteindelijke parkeerberekening is slechts voor 60 woningen gebruik gemaakt van de specifieke parkeernorm voor zelfstandige seniorenwoningen. Voor de andere woningen is ondanks dat zij geschikt zijn als zelfstandige seniorenwoning, gebruik gemaakt van de reguliere parkeernorm. De zelfstandige seniorenwoningen passen dus in het beleid van de zorgwoningen en hiermee is er een sluitende parkeerberekening voor de stallingsgarage van het plan, met parkeernormen uit het parkeerbeleid 2022. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

1.9 Verkeersafwikkeling kruispunten Samenvatting Reclamant heeft zorgen over de verkeersafwikkeling van de auto's vanaf Klaas Timmerstraat naar de Prinsenlaan en vanaf de Folkert Elsingastraat naar de Koningslaan. Reactie gemeente Wij begrijpen de zorgen over de verkeersafwikkeling. Om de reclamant inzicht te geven op de verkeersafwikkeling hebben wij reden gezien om een doorstroomberekening te maken. Met een doorstroomberekening wordt gekeken naar alle relevante verkeerstromen op een kruispunt, waarmee aangegeven wordt hoeveel restcapaciteit het kruispunt heeft en wat de gemiddelde wachttijd is bij het kruispunt. De resultaten van deze berekeningen zullen als bijlage aan het bestemmingsplan worden toegevoegd. Samengevat is de uitkomst als volgt: voor de doorstroomberekening van het kruispunt Prinsenlaan/Klaas Timmerstraat zijn de Verkeersmodelcijfers "2030 Hoog" en "Modelcijfers 2040 Onderzoek Oostflank" gebruikt. Modelcijfers 2030 Hoog geven intensiteitscijfers voor de Prinsenlaan en de Koningslaan in 2030 in een hoog "beleidsarm" scenario. Dat betekent dat er of beperkt beleid wordt gemaakt om de groei van het gemotoriseerd verkeer te beperken en/of dat de resultaten van dit soort beleid beperkt zijn. In beide gevallen is er dan relatief veel gemotoriseerd verkeer.

In Modelcijfers 2040 Oostflank is ook de bouw van 30.000 woningen verwerkt zoals wordt vereist door het Regioakkoord Nieuwe Woningmarktafspraken Regio Rotterdam (januari 2019). De verschillen in beide modelcijfers voor de intensiteiten op de omringende wegen Prinsenlaan en Koningslaan zijn beperkt. Daarom is volstaan met een kruispuntberekening met de Modelcijfers 2040 Oostflank. Verder zijn in het model alle recente ontwikkelingen en geplande ontwikkelingen meegenomen in Prins Alexander en de overige in Oostflank van Rotterdam. De hoeveelheid verkeer dat vanaf de Folkert Elsingastraat naar de Prinsenlaan rijdt en omgekeerd is bepaald door een verkeersproductieberekening te maken voor het gehele stratengebied rond de Folkert Elsingastraat. Vervolgens is aangenomen dat: - 50% van de verkeersproductie per werkdag in- en uitrijdt via Klaas Timmerstraat; en - 50% in- en uitrijdt via de Koningslaan. T ot slot is (conform expert judgement van het ontwerpbestemmingsplan) voor een avondspits berekening aangenomen dat: - 35% (70% van de bovenstaande 50%) vanaf de Prinsenlaan naar de Klaas Timmerstraat rijdt; en

13

-

15^. (30% van de bovenstaande 50^.) vanaf de Klaas timmerstraat naar de Prinsenlaan rijdt.

Met de intensiteitscijfers is een doorstroomberekening gemaakt. Deze laat zien dat er ook in 2030 voldoende restcapaciteit is in de verkeersafwikkeling. Het huidige kruispunt zal dan ook zonder aanpassingen de verkeersintensiteiten kunnen verwerken. Er wordt volstaan met een berekening voor alleen dit kruispunt. Het andere kruispunt Folkert Elsingastraat/Koningslaan heeft een veel lagere verkeersbelasting op de Koningslaan. Daarom wordt geconcludeerd dat ook dit kruispunt de toegenomen verkeersintensiteiten ruimschoots kan verwerken, zonder dat er aanpassingen nodig zijn. De extra verkeerstoename door het plan met maximaal 275 extra woningen is modelmatig te bepalen op 70 motorvoertuigen extra in het drukste uur. Dat is grofweg per minuut ruim één auto extra dat langs de woningen zal rijden. Dit is een kleine toename waarvan verwacht wordt dat dit niet gaat leiden tot extra verkeershinder. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

1.10 Boks- en skischool Samenvatting Reclamant maakt bezwaar tegen de noodzaak om de boks- en skischool weg te bestemmen van de huidige plek. De noodzaak zou er niet zijn omdat de behoefte aan de functie blijft. Ook stelt de reclamant dat er geen garantie is op de terugkeer van deze functies op de locatie. Reactie De gemeente heeft als beginsel aangehouden dat de skischool en boksschool een nieuwe plek moeten krijgen binnen de gebiedsontwikkeling als daar ook afspraken over te maken zijn met de beide functies. Beide zijn dan ook planologisch mogelijk in het bestemmingsplan. De ski- en boksschool worden niet weg bestemd ten behoeve van woningen, maar de bestemming wordt verplaatst binnen het plangebied. Op deze manier zijn zowel de boks- en skischool als de woningen mogelijk binnen het plangebied. Als de ski- en boksschool niet verplaatst zouden worden, zijn ook de woningen niet mogelijk met behoud van het sportterrein. Het behoud van functies ligt echter maar ten dele in de invloedssfeer van de gemeente. Het zijn commerciële functies die zelf een afweging maken of zij hun bedrijfsvoering willen voortzetten. Het is echter de intentie dat de functies blijven binnen het plangebied. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

1.11 Handhaafbaarheid bronmaatregel scheidrechterfluiten Samenvatting Reclamant stelt dat de specifieke gebruiksregel (artikel 4.4 van de planregels) dat stelt dat het niet toegestaan is om fluiten te gebruiken met een bronvermogen van meer dan 109 dB(A) niet handhaafbaar is. Reactie gemeente Voor het geluidsonderzoek is het worstcasescenario genomen als uitgangspunt. Hierbij is er sprake van 4 verharde velden waar maximaal gebruik van wordt gemaakt van 8:00 t/m 23:00 (zowel door trainingen als door wedstrijden). In het worstcasescenario zou er sprake zijn van georganiseerde sport (bijv. een sportvereniging voor basketbal of korfbal). Maatgevend hierbij is de piekbelasting die wordt veroorzaakt door de fluitjes die gebruikt worden bij

14

dergelijk gebruik. Dat gezegd hebbende is de conclusie van het onderzoek dat er ook in deze situatie sprake is van een aanvaardbaar woon-en leefklimaat. De maatregel met stillere fluitjes is toegevoegd om het woon- en leefklimaat te verbeteren. In het hierboven beschreven scenario is het sportbedrijf beheerder van het sportcomplex en zouden dergelijke afspraken worden vastgelegd met de gebruiker. Zowel het sportbedrijf als de DCMR kunnen op deze afspraken handhaven. De ambitie van de gemeente is om hier een 'sportcomplex van de toekomst' te realiseren. Dat betekent dat we in willen zetten op een intensieve benutting, met diverse functies. Een combinatie van georganiseerde sport en ongeorganiseerde sport en kijken naar een andere inrichting van het complex die past binnen de ruimtelijke integratie. Bij dit project zal ook de omgeving betrokken worden, daarbij zal ook aandacht zijn voor beheer- en handhavingsvraagstukken. Voorstel Wij stellen u voor deze zienwijze ongegrond te verklaren.

1.12 Bruggen over watergangen Samenvatting Reclamant vindt het onduidelijk of er bruggen voor voetgangers en fietsers komen over de watergangen voor de verbinding naar het Kralingse Bos. Reactie gemeente De huidige route voor fietsers en voetgangers naar het Kralingse Bos blijft ongewijzigd en de nieuwe watergangen die gegraven worden naar aanleiding van dit ontwerpbestemmingsplan maken hier geen verandering in. Op het moment dat er oversteken gemaakt zouden moeten worden kan dat ofwel middels een brug ofwel middels een dam met een duiker gerealiseerd worden, maar dit zal nader bepaald worden en is geen onderdeel van dit ontwerpbestemmingsplan. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze voor kennisgeving aan te nemen.

1.13 Hittestress Samenvatting Reclamant heeft bezwaar tegen het opofferen van groen en water in het ontwerpbestemmingsplan. Reclamant stelt dat de koelfunctie verloren gaat en er hittestress voor terugkomt. Reactie gemeente De gemeente erkent dat hittestress een belangrijk thema is en dat dit van invloed is op de inwoners van de gemeente. Hitte is een complex thema waar nog veel over onbekend is. Op dit moment kunnen we het effect van een project op het hitte eiland effect niet goed kwantificeren. Er worden rekenmodellen gemaakt, maar de techniek hiervoor is nog niet bruikbaar genoeg. De gemeente is wel hard bezig om dit inzichtelijk te krijgen. Ook is er om redenen zoals hiervoor beschreven nog geen beleid over hitte en kunnen bestemmingsplannen hier nog niet aan getoetst worden. De gemeente erkent dat de Atlas Leefomgeving laat zien dat het warmer is in het Lage Land dan in landelijk gebied. Ook verwijst de gemeente naar de gemeentelijke kaarten van het Rotterdams Weerwoord. De data van deze kaarten zijn zoveel mogelijk gebaseerd op eigen data en zijn daarmee gedetailleerder dan de Atlas kaarten waar reclamant naar verwijst. Hoewel het hitte eiland effect aanwezig is in het Lage Land is het voor Rotterdam, vergeleken met andere gebieden binnen Rotterdam, een nog relatief koele wijk.

De Atlas Leefomgeving vergelijkt met landelijke gebieden, waardoor het Lage Land warmer lijkt dan wanneer men het vergelijkt met Rotterdamse gebieden.

15

Het is lastig om effectief maatregelen te nemen tegen het hitte eiland effect. Wat er precies gedaan moet worden om de bebouwing te compenseren kunnen we nog niet kwantificeren, maar de gemeente neemt, met de kennis die zij heeft, wel bepaalde maatregelen in dit plan om (extra) hitte zoveel mogelijk te voorkomen. Daarbij dient de kanttekening geplaatst te worden dat één project geringe invloed zal hebben op het hitte eiland effect. Desalniettemin zullen er in de nieuwe situatie groene daken gerealiseerd worden om het reflecterend vermogen van de daken te verminderen. Voor zover er sprake is van een verhardingstoename wordt dit gecompenseerd door vergroening of aanleg van water. Daarnaast zullen de te kappen bomen gecompenseerd worden. Hiervoor is een bomencompensatieplan gemaakt die onderdeel is van de opgave voor de ontwikkelaar. In het gebied zullen, deels in het plangebied, deels elders, 10% meer bomen geplant worden dan er in de huidige situatie aanwezig zijn. In de opgave voor de ontwikkeling van het sportcomplex is opgenomen dat er bomen en koele plekken gerealiseerd moeten worden. Hierdoor hoopt de gemeente dat de huidige koelfunctie van de bomen blijft bestaan voor de omgeving. Het water dat gedempt wordt zal ook worden gecompenseerd. Hiervoor is een watercompensatieplan gemaakt dat onderdeel is van de opgave voor de ontwikkelaar.

Overigens is hiervan niet de verwachting dat dit een effectieve maatregel tegen hittestress is, omdat ook water warmte vasthoudt. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

1.14 Provinciale ontheffing Wet natuurbescherming Samenvatting Reclamant stelt dat het procedureel ongeoorloofd is dat de provincie in september 2023 het besluit heeft genomen tot een ontheffing onder de Natuurbeschermingswet (hierbij gaan wij ervan uit dat de reclamant de Wet natuurbescherming bedoelt, omdat de Natuurbeschermingswet sinds 2017 is opgegaan in de Wet natuurbescherming) voor de aanwezige vleermuizen, terwijl het college het besluitvormingsproces over het bestemmingsplan "Folkert Elsingastraat" nog moet opstarten. Reclamant vraagt zich af wat de bevoegdheid van de gemeenteraad dan nog is om zich hierover uit te spreken. Reactie gemeente Uit het ecologische onderzoek volgt dat een ontheffing van de Wet natuurbescherming (Wnb) nodig is. Het (zicht op het kunnen) verkrijgen van de ontheffing is onderdeel van de onderbouwing dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De ontheffing zelf volgt echter een eigen procedure, los van de bestemmingsplanprocedure. Hierbij is de provincie het bevoegd gezag en niet de gemeente. Dit betekent dat de provincie besluit over het verkrijgen van de ontheffing. Een ontheffing van de Wnb moet aangevraagd worden door de initiatiefnemer. Het staat een initiatiefnemer vrij om de ontheffing aan te vragen wanneer dat het beste schikt. De ontheffing kan daarom voor, tijdens of na de bestemmingsplanprocedure worden aangevraagd.

In dit geval heeft de initiatiefnemer ervoor gekozen de ontheffing tijdens de bestemmingsplanprocedure aan te vragen. Naast de ontheffing is uiteraard ook een vastgesteld bestemmingsplan nodig in het besluitvormingsproces. Hier besluit de gemeenteraad over. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

16

1.15 Groenbestemming jongerencentrum Koningslaan Samenvatting Reclamant stelt dat er geen meerwaarde is in dat in het ontwerpbestemmingsplan het stukje groen aan de Koningslaan als groen wordt bestemd, terwijl dat in het geldende bestemmingsplan al zo was bestemd. Reactie gemeente Het huidige bestemmingsplan "Het Lage Land - Oosterflank" bevat momenteel op de locatie van het jongerencentrum een functieaanduiding "jongeren ontmoetingsplek", met een groenbestemming en een dubbelbestemming voor archeologie. Het gebouw dat bij de functieaanduiding "jongeren ontmoetingsplek" hoort zal volgens het projectplan worden gesloopt en hiervoor komt geen bebouwing terug. Om het bestemmingsplan op de beoogde situatie te laten passen wordt de huidige functieaanduiding "jongeren ontmoetingsplek" verwijderd, en blijven alleen de groenbestemming en de dubbelbestemming "Waarde Archeologie" over. Nieuwe bestemmingsplannen hebben ook de functie om plekken die worden opgenomen en waarvan de bestemming in het nieuwe bestemmingsplan niet zal veranderen als zodanig te bestemmen. Zo bescherm je het huidig gebruik en ontstaan er geen onduidelijke situaties. Daarom heeft het ontwerpbestemmingsplan "Folkert Elsingastraat" dit stukje weer als groen bestemd. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

1.16 Duurzaamheid Samenvatting Reclamant stelt dat het duurzamer is om het leegstaande kantoorgebouw om te bouwen naar woningbouw. Reclamant stelt dat als er toch gebouwd moet worden, het beperkt moet blijven tot het oorspronkelijke plot (Folkert Elsingastraat 3-9). Planologisch is er geen noodzaak de ski- en boksschool te slopen. Voor de duurzaamheid moeten er woningen gebouwd worden waar noodzaak voor is in de toekomst. Reclamant vraagt of er in het plan iets wordt gedaan aan duurzame mobiliteit naast de fietsenstalling. Reactie gemeente Op het gebied van duurzame mobiliteit geldt voor de parkeergelegenheid op eigen terrein dat de parkeergarage EV Ready moet zijn. Dat betekent dat de parkeergarage bouwkundig voorbereid zal zijn op de plaatsing van laadpunten voor elektrische auto's en dat de netaansluiting van parkeergarageAgelegenheid voorbereid is op het gelijktijdig laden van 20% van de parkeerplaatsen. Daarnaast spelen natuurinclusief, klimaatadaptief en duurzaamheid een belangrijke rol bij het ontwerp en de bouw van het woonproject. Zo hebben de appartementen geen gasaansluiting, zijn ze goed geïsoleerd en aangesloten op stadsverwarming, alsook voorzien van vloerverwarming en -koeling. Daarnaast wordt een van de woonblokken volledig in hout (CLT) gebouwd. Dit 6-laagse gebouw zal vanaf de 1e verdieping worden opgebouwd uit CLTwanden en CLT-vloeren.

Tot slot worden er nestkasten voor vogels, vlinders en vleermuizen geplaatst en worden er groene daken met wateropslag aangelegd. Bij de twee hoogste woongebouwen zijn de bovenste bouwlagen zodanig ontworpen dat in de toekomst de woninggrootte kan worden aangepast. De constructie is hierop voorbereid. Over de noodzaak van deze woningen verwijzen wij naar de beantwoording van zienswijze 1.4.

17

Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ter kennisgeving aan te nemen.

1.17 Financiële en economische haalbaarheid Samenvatting Reclamant heeft bezwaar tegen de nodeloos hoge kosten van de uitvoering van dit plan en de uiteindelijke kosten op de gemeenschap. Reactie gemeente Onderdeel van het bestemmingsplan is de financiële uitvoerbaarheid van de ontwikkeling. De kosten die gemaakt moeten worden voor de realisatie van het plan hangen logischerwijs samen met de grootte van de ontwikkeling en de impact die dit heeft op de bestaande omgeving. Dat deze kosten "terugverdiend" moeten worden in de ontwikkeling is ook logisch. De kosten die de gemeente moet maken om de ontwikkeling mogelijk te maken zoals de kosten om de benodigde gronden uit te geven en het openbaar gebied weer in te richten moeten worden betaald door de ontwikkelaar. Uiteindelijk gaat het erom dat er een ontwikkeling tot stand komt welke passend is in de omgeving, de beleidsdoelstellingen en de ambities van de stad. Dat geeft uiteindelijk de doorslag om een bestemmingsplan te wijzigen. Zoals verwoord in de beantwoording van zienwijze 1.11 heeft de gemeente wel de ambitie om te investeren in het sportcomplex. Dit dient echter een maatschappelijk doel. De stelling dat hier nodeloos hoge kosten worden gemaakt is gebaseerd op het argument dat er ook een kleiner plan gerealiseerd had kunnen worden en is subjectief. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze voor kennisgeving aan te nemen

1.18 Alternatieven Samenvatting Reclamant stelt voor om het gehele sportveld mee te nemen voor de ontwikkeling van woningbouw omdat hier al 10 jaar niet meer gesport wordt. In de Omgevingsvisie Oostflank worden sportvelden waar wel gesport wordt getransformeerd naar woningbouw. Er zou daarom geen reden zijn om dat hier niet te doen met handhaving van het bestaande water en groen. Reclamant stelt verdere alternatieven voor waarin eengezinswoningen of blokjes appartementen kunnen worden ontwikkeld. Reactie gemeente Voor toelichting hoe de gemeente heeft gekeken naar de beoogde ontwikkeling verwijst de gemeente naar de beantwoording van zienswijzen 1.3 en 1.4. De verdichtingsopgave is complex, kostbaar en niet overal op dezelfde manier toepasbaar. Verdichting vraagt ook aandacht voor de aanwezigheid van een groene omgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten (zie de Regionale Woonvisie regio Rotterdam 2021­ 2040). De gemeente vindt het belangrijk dat de gelegenheid tot sport en bewegen dicht bij de Rotterdammer wordt gefaciliteerd. In een groeiende stad neemt de behoefte aan sportvoorzieningen toe. De gemeente wil deze locaties niet naar de buitenranden van de stad verplaatsen. Zoals in de visie 'Sportcomplex van de toekomst' is opgenomen zet de gemeente in op onder meer intensivering van bestaande complexen.

Het terrein aan de Folkert Elsingastraat biedt een goede gelegenheid om in te zetten op diverse sportieve doelstellingen, zoals het terrein efficiënter benutten, toegankelijker te maken voor wijkbewoners en een plek waar georganiseerd en ongeorganiseerde sport een plek heeft. De stelling dat in de Omgevingsvisie Oostflank beoogd wordt om sportvelden te transformeren naar woningbouw is incorrect. In de Omgevingsvisie Oostflank is hierover opgenomen dat in de gebiedsontwikkeling het aantal sportvelden niet zal verdwijnen, wel soms in de nabijheid verschuiven. Ook staat er verwoord dat het belangrijk is om binnen de Oostflank het aantal

18

sportvelden te behouden. Deze moeten goed ingepast worden, goed bereikbaar zijn en op fietsafstand van nieuwe en bestaande woonwijken. Het is mogelijk dat het soms noodzakelijk is om sommige sportvelden te verplaatsen, om ruimte te maken voor woningen. Hier is geen sprake van. Het sportveld kan op de locatie blijven terwijl er tegelijkertijd ruimte komt voor woningen. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ter kennisgeving aan te nemen.

1.19 Communicatie kopers nieuwbouw Samenvatting Reclamant vindt dat kopers van de nieuwe woongebouwen actief geïnformeerd moeten worden over toekomstige plannen, zoals een tram voor het gebouw die in de Omgevingsvisie Oostflank genoemd wordt. Reclamant vraagt verder waarom maar twee van de vier woonblokken in de verkoop staan. Reactie gemeente De gemeente gaat officieel niet over de communicatie met (toekomstige) kopers. Dit is geen onderdeel van een bestemmingsplan. De ontwikkelaar van het project is hier verantwoordelijk voor. Het is gebruikelijk dat de verkoop van een project met zoveel aantal woningen gefaseerd de verkoop in gaat, dus niet alle woningen/woonblokken in één keer. Daarnaast is de bouw ook gefaseerd, dus in verschillende fasen onderverdeeld. Hierover zal in een latere fase gecommuniceerd worden. Voor informatie over de verkoop van het project verwijzen wij u graag naar de verkoopwebsite. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ter kennisgeving aan te nemen.

1.20 Bodemonderzoek Samenvatting Volgens de bijlagen Bodem zou in 2019 een verkennend bodemonderzoek zijn uitgevoerd aan de Folkert Elsingastraat 3-9 door bureau Inventerra. Daar zou een lichte verontreiniging van kwik en barium zijn geconstateerd. Reclamant maakt bezwaar tegen dat er geen actueel vervolgonderzoek heeft plaatsgevonden op basis waarvan die verontreiniging wel of niet wordt gesaneerd. Reactie gemeente Het is begrijpelijk dat de reclamant zich zorgen maakt over bodemverontreiniging en hierover vragen stelt. In paragraaf 4.8 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan is aangegeven dat de geconstateerde verontreiniging geen belemmering vormt om het bestemmingsplan uit te voeren. In navolging op het onderzoek van 2019 zijn recent twee vervolgonderzoeken uitgevoerd. Eén onderzoek betreft een herijking van het onderzoek op de locatie Folkert Elsingastraat 3-9 en het tweede onderzoek betreft het achterliggende sportveld. In de conclusies van beide onderzoeken staat vermeld dat de locatie geschikt is voor de beoogde bestemming. Deze twee vervolgonderzoeken worden als bijlagen aan het bestemmingsplan toegevoegd. Met deze vervolgonderzoeken verandert de conclusie van de toelichting van dit ontwerpbestemmingsplan over het stukje bodem niet.

Er zal geen sanering van de bodem plaatsvinden in het plangebied omdat uit de onderzoeken blijkt dat de bodem 'schoon' genoeg is voor de bestemming. Het ontwerpbestemmingsplan zal hierop worden aangepast via een ambtelijke wijziging. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

19

Reclamant 2 Reclamant 2 is bewoner van een nabijgelegen woning ten opzichte van het project.

2.1 Bezonning Samenvatting Reclamant stelt dat het project leidt tot meer schaduw, minder daglicht en minder ochtendzon. Daarnaast levert het de reclamant directe schade op doordat eventuele toekomstige zonnepanelen minder rendement zouden gaan opleveren. Reactie gemeente Het is begrijpelijk dat de reclamant zorgen heeft over de hoogte van de woongebouwen in verband met de bezonning van de woning (en/of het terrein) van de reclamant. Er is een zonnestudie uitgevoerd waarin gekeken is naar het effect van de nieuwe woongebouwen op de bezonning van omliggende woningen. In bijlage 12 van het ontwerpbestemmingsplan "Folkert Elsingastraat" ('Zonnestudie nieuwbouwontwikkeling Folkert Elsingastraat') is de bestaande en toekomstige zonsituatie van de woning van de reclamant onderzocht. Deze woning is gelegen in het blok dat in deze studie genummerd is als O. In de tabel van paragraaf 3.5 (pagina 17 en 18) van bijlage 12 is zichtbaar dat er voor blok O geen wijziging is in de hoeveelheid zon of schaduw op 21 september. De schaduw die de woning ervaart wordt in de huidige en toekomstige situatie veroorzaakt door de Folkert Elsingastraat 4-24 (nader toegelicht op pagina 17 van bijlage 12). Het project brengt voor deze woning geen wijziging in de bezonning. Echter moet daarbij vermeld worden dat alleen de bezonning op de gevel wordt getoetst conform gemeentelijk beleid.

Er is niet onderzocht, en dit is ook geen wettelijk toetsingscriterium, of het dak van de woning een verandering van bezonning door het project zal ondervinden. Hierdoor is het niet uitgesloten dat het dak van de reclamant minder bezonning dan voor de realisatie van het project zou kunnen ondervinden. Uit bijlage 12, figuur 6, lijkt er wel sprake te zijn van verminderde bezonning van het dak voor een deel van blok O. Het is echter vaste jurisprudentie dat dat de gemeenteraad in een stedelijke omgeving niet verplicht is de omgeving zo in te richten dat eigenaren van bestaande gebouwen, nu en in de toekomst, optimaal gebruik kunnen maken van zonnepanelen.4 Het staat de reclamant echter vrij om een planschade procedure te starten wanneer de reclamant acht dat er sprake is van schade. Eventuele waardedaling van het onroerend goed kan na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan aan de orde worden gesteld in de vorm van een planschadeclaim. Dit kan tot vijf jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. Verwezen wordt naar de bepalingen van Afdeling 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

2.2. Overlast parkeerterrein Samenvatting Reclamant maakt zich zorgen over het parkeerterrein dat direct naast de woning van reclamant komt te liggen. Reclamant stelt dat het zal zorgen voor geluidsoverlast, lichtoverlast (van koplampen) en privacy. Reclamant vraagt of het parkeerterrein in de avond dicht gaat. Reactie Het is begrijpelijk dat de reclamant zorgen heeft over het sportterrein en eventuele overlast die de reclamant zou kunnen ondervinden hierdoor. De gemeente heeft de ambitie om het 4 Zie bijv. ABRvS 5 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3982; ABRvS 3 januari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2.

20

sportcomplex meer open te stellen. Er wordt nu een eerste verkenning uitgevoerd door het Sportbedrijf Rotterdam waarvoor alle stakeholders om input worden gevraagd. Hoe het sportcomplex er precies uit zal gaan zien wordt uitgewerkt in een inrichtingsplan. Dit is een ontwerp waarin de inrichting voor het gebied wordt bepaald. Onderdeel van deze procedure is een participatieproces met alle belanghebbenden uit de omgeving. De opgave is om de verschillende belangen en ambities te vertalen in een breed gedragen inrichtingsplan. Op dit moment kan er nog niet inhoudelijk op al de punten van de reclamant een oplossing worden verwoord. Wel kunnen wij aangeven dat er nog geen afspraken gemaakt zijn om het nieuwe parkeerterrein af te sluiten en dat maatregelen om overlast te voorkomen, zoals het plaatsen van een heg ter voorkoming van inschijnende koplampen, bespreekbaar zijn. Dit en andere maatregelen zullen onderwerp van gesprek zijn voor het inrichtingsplan. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ter kennisgeving aan te nemen.

2.3. Overlast sportterrein Samenvatting Reclamant stelt dat het geplande sportterrein in combinatie met het terrein van De T rekvogels overlast zal veroorzaken. Reclamant vraagt of het terrein na 23.00 uur dicht gaat, of dat het nog openbaar toegankelijk is. Reactie Met de groei van de stad neemt ook de behoefte aan sport toe. Gezien de druk op de ruimte zetten we vanuit sport in op het intensiveren en efficiënt gebruik van de bestaande sportcomplexen. Het terrein aan de Folkert Elsingastraat is momenteel een afgesloten sportcomplex, waar net als in de rest van de stad intensivering wordt nagestreefd. Dit kan al binnen de huidige juridische kaders. In het nieuwe bestemmingsplan worden daar nu juist regels aan verbonden die er in het huidige bestemmingsplan niet zijn. We leggen nu vast wat een maximale belasting mag zijn. Op dit moment vindt een verkenning plaats vanuit het Sportbedrijf om te zien wat de mogelijkheden en behoeften zijn, zowel vanuit de georganiseerde sport als de ongeorganiseerde sport. Hier zal vervolgens een ontwerp uit volgen, inclusief aandacht voor de wijze waarop het terrein wordt beheerd. Dat laatste is afhankelijk van het type sport dat hier van toepassing gaat zijn. Georganiseerde sport kan worden afgesloten en heeft een gelimiteerd tijdvak.

Daarnaast zal de intensivering en inrichting van het terrein ook moeten leiden tot een verhoogde sociale controle. Het zicht op het terrein zal namelijk toenemen, bijvoorbeeld door de sport- en skischool en de bewoners van de nieuwe woongebouwen. De T rekvogels als vaste gebruiker van het naastgelegen sportterrein blijft. Er komt dus meer toezicht op het gebruik van het sportterrein. Dit helpt bij handhaving wanneer er gekozen wordt voor ongeorganiseerde sport. Overlast ten gevolge van buitensporig gedrag (denk aan hangjongeren) is een aspect voor de openbare orde. Handhaving zal op het terrein zoals bij elke openbare ruimte/park plaatsvinden. Het sportterrein is momenteel aantrekkelijk voor hangjongeren omdat het afgelegen is en bijna geheel aan het zicht onttrokken. Door het verhoogde zicht en sociale controle wordt het sportterrein minder aantrekkelijk voor hangjongeren. Als er dan toch overlast ontstaat door hangjongeren zal handhaving hiertegen moeten optreden. Dit is echter geen onderdeel van een bestemmingsplan. De inrichting van het sportterrein moet nog vastgesteld worden. Dit gaat via een apart inrichtingsproces waar ook participatie een onderdeel van zal zijn. Hierbij zal er dan ook aandacht zijn voor beheer- en handhavingsvraagstukken. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ter kennisgeving aan te nemen.

21

Reclamant 3 Reclamant 3 is bewoner van een nabijgelegen woning.

3.1 Participatie Samenvatting Reclamant is ontevreden over het participatieproces en vindt dat de bewoners te beperkt invloed hebben mogen uitoefenen op het ontwerpproces en de keuzes. Reactie gemeente Voor de beantwoording van deze zienswijze verwijzen wij graag naar de beantwoording op zienswijze 1.2. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze voor kennisgeving aan te nemen.

3.2 Alternatieven onderzoek en impactonderzoek Samenvatting Reclamant stelt dat er onvoldoende onderzoek is gedaan naar varianten/opties op de projectlocatie en de impact/gevolgen op de duurzaamheid, leefbaarheid, sociale- en verkeersveiligheid. Reactie gemeente Gedurende het project zijn er door de ontwikkelaar verschillende scenario's voor de ontwikkeling gepresenteerd aan de gemeente. Aspecten zoals duurzaamheid, leefbaarheid en sociale- en verkeersveiligheid zijn onderwerpen die in de planvorming besproken worden en waar uitgangspunten voor worden opgesteld. De scenario's zijn niet gepresenteerd aan de omgeving omdat deze niet voldeden aan de kaders die de gemeente heeft meegegeven. Deze uitgangspunten voor de ontwikkeling op thema's zoals duurzaamheid en mobiliteit zijn in de Nota van Uitgangspunten meegegeven aan de ontwikkelaar (zie de beantwoording van zienswijze 1.5 voor de vindplaats van de Nota van Uitgangspunten). In het bestemmingsplan wordt de impact op de omgeving op deze thema's onderzocht en wordt beargumenteerd dat het een uitvoerbaar/haalbaar plan. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=ff2d704d-40f9-4d8f-8a68-28dd96914737