CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb003031] Bijlage 6 behorende bij 24bb003041 over Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 5 juni 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bouwen en Wonen21.678 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

42

overeenstemming over verwerving van het pand. Dit heeft ISSR de gemeente en het college in een brief van 26 juli 2023 nog voorgehouden. Reclamant stelt dat het uitgangspunt "nieuw-voor-oud" betekent dat de nieuwe huisvesting voor ISSR ruimtelijk, technisch en functioneel gelijkwaardig moet zijn aan het huidige pand. ISSR is van mening dat dat in het huidige ontwerpbestemmingsplan niet het geval is. Reclamant stelt dat de skischool momenteel niet positief bestemd is. Een positieve bestemming zou een bijbehorend bouwvlak van 500 m2 moet inhouden, waarbij de verhouding van het bouwvlak (24,5m x 20m) van belang is. Reclamant stelt dat deze afmetingen moeten worden opgenomen in de planregels om zekerheid te geven dat ISSR zich in het plangebied kan vestigen. Verder merkt ISSR op dat de gemeente voorbij is gegaan aan de afspraken die ISSR tegenover de gemeente heeft en die zij uitdrukkelijk niet heeft prijsgegeven. ISSR stelt dat voor hen de overeenstemming tussen hen, de gemeente en de projectontwikkelaar verder weg dan ooit is. Overeenstemming met alle partijen is noodzakelijk voor uitvoerbaarheid van het plan en zolang er geen overeenstemming is over de verplaatsing van ISSR zal de skischool op grond van de huurovereenkomst en de in 2018 bereikte overeenstemming met de gemeente over de verwerving van het pand haar positie met alle noodzakelijke middelen veiligstellen.

Reactie gemeente De gemeente is eigenaar van de gronden en het object aan de Folkert Elsingastraat 11 en zij heeft zich altijd het recht voorbehouden om de huur met ISSR op te zeggen. Die mogelijkheid heeft de gemeente nog steeds. Volgens de gemeente is er geen erfpachtovereenkomst met ISSR tot stand gekomen. Het voorstel d.d. 1 december 2016 was uitdrukkelijk gedaan onder voorbehoud van goedkeuring en bestuurlijke besluitvorming door de directie van Stadsontwikkeling en het college van B&W. Er was onder andere nog geen overeenstemming bereikt over de prijs (taxaties moesten nog plaatsvinden). ISSR is door de gemeente in oktober 2018 geïnformeerd dat de onderhandelingen beëindigd worden vanwege de beoogde gebiedsontwikkeling. De gemeente heeft in vervolggesprekken aangegeven dat zij als uitgangspunt voor de ontwikkeling heeft meegegeven dat de sportfuncties die aan de Folkert Elsingastraat zitten kunnen worden meegenomen in de ontwikkeling door de ontwikkelaar. Bovenstaande is toegelicht aan ISSR met daarbij de boodschap dat de gemeente geen partij is in de onderhandeling tussen ontwikkelaar en ISSR, maar enkel zal faciliteren dat de sportfuncties planologisch mogelijk zijn in het nieuwe bestemmingsplan. Dit is meegenomen door de bestemming en hetzelfde bouwvolume mogelijk te maken in het bestemmingsplan als in de huidige situatie.

Ter verduidelijking in de bestemmingsomschrijving van het ontwerpbestemmingsplan is omschreven dat de voor 'Sport - Sport- en speelterrein' aangewezen gronden bestemd zijn voor: a. sportvelden, speelterreinen en sporthallen met bijbehorende bebouwing en voorzieningen als erven, groen, ontsluitingswegen en -paden, parkeerterrein, waterlopen, en ongeorganiseerde sportactiviteiten zoals hardlopen, fitness, bootcamp, en diverse urban sports; In de bouwregels staat: a. op de voor 'Sport - Sport- en speelterrein' bestemde gronden mogen uitsluitend in de bestemming passende bouwwerken worden gebouwd zoals overdekte sportvoorzieningen, clubgebouwen, kleedgelegenheden, bergingen, lichtmasten, zomede bouwwerken, geen gebouwen zijnde, van waterbouwkundige aard. 4.2.2 Bebouwingsnormen a. de maximum bouwhoogte van gebouwen bedraagt 7 meter; b. de maximum oppervlakte aan gebouwen bedraagt 1.500 m2 bruto vloeroppervlakte.

43

c. d. e.

gebouwen voor sportvoorzieningen dienen op een afstand van ten minste 10 meter tot geluidsgevoelige objecten te worden gerealiseerd. lichtmasten, vlaggenmasten en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, behorende bij de sportvoorzieningen mogen niet hoger zijn dan 15 meter. bouwwerken, geen gebouwen zijnde behorende bij de inrichting van de openbare ruimte, met uitzondering van lantaarnpalen, mogen niet hoger zijn dan 2,40 meter.

Op de verbeelding van het bestemmingsplan is de bestemming Sport - Sport- en speelterrein aangegeven als S-SSP (licht groen). Binnen het gehele vlak zijn bovenstaande omschrijvingen, regels en normen toegestaan. In het huidige bestemmingsplan (NL.IMRO.0599.BP1096LLandOosterf-va01) staan dezelfde bestemmingsomschrijving en bouwregels. Het huidige pand van ISSR heeft een footprint van circa 490 m2 bruto vloeroppervlak. De conclusie van de gemeente is dat een nieuwe skischool past binnen de bestemmingsomschrijving en dat de nieuwbouw voor o.a. ISSR past binnen de maximale oppervlakte, bouwregels en bebouwingsnormen die opgenomen zijn het bestemmingsplan. Voorstel Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

44

4. Ambtelijke wijzigingen Het bestemmingsplan "Folkert Elsingastraat" is behalve als gevolg van ingediende zienswijze, ook om ambtshalve redenen op onderdelen aangepast. Dit hoofdstuk geeft een overzicht van deze wijzigingen en de achterliggende reden daarvoor. Hier onder zijn de ambtshalve wijzigingen kort inhoudelijk beschreven. Ambtshalve zijn bovendien enkele ondergeschikte tekstuele wijzigingen in de toelichting (spelfouten, niet lopende zinnen) doorgevoerd. Het betreft geen inhoudelijke wijzigingen. Deze vragen dan ook niet om nadere toelichting.

4.1 Nieuw stikstofonderzoek Aangezien de stikstofberekening is uitgevoerd met een verouderde versie van de AERIUScalculator, is het stikstofonderzoek geactualiseerd op basis van de meest recente AERIUScalculator (versie 2023.1). Voorgesteld wordt om bijlage 8 van de toelichting behorend bij het bestemmingsplan te vervangen voor het geactualiseerde onderzoek. Ook het geactualiseerde onderzoek wijst een stikstofdepositie van 0,0 mol/ha uit. De conclusie voor een goede ruimtelijke ordening blijft daarmee in stand. Voorgesteld wordt om bijlage 7 van de toelichting behorend bij het bestemmingsplan te vervangen de geactualiseerde memo stikstofberekening. Dit bevat geen inhoudelijke wijzigingen.

4.2 Aanvullende bodemonderzoeken In het ontwerpbestemmingsplan is verkennend bodemonderzoek opgenomen (bijlage 5). Op 4 oktober 2023 zijn twee vervolgonderzoeken uitgevoerd door Arnicon B.V. in opdracht van de projectontwikkelaar. Voorgesteld wordt om in bijlage 5 de twee vervolgonderzoeken op te nemen. Het eerste vervolgonderzoek (rapport 23-0447-O) betreft een herijking van het onderzoek op de locatie Folkert Elsingastraat 3-9 en het tweede vervolgonderzoek (rapport 23-0448-O) betreft een verkennend (water)bodemonderzoek en een waterbodemonderzoek op de locatie Folkert Elsingastraat 15. Dit is het achterliggende sportterrein. Beide vervolgonderzoeken concluderen dat de locaties geschikt worden geacht voor de beoogde bestemming. De conclusie voor een goede ruimtelijke ordening blijft daarmee in stand. Voorgesteld wordt om paragraaf 4.8 Bodem van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan aan te passen om de resultaten van de vervolgonderzoeken kenbaar te maken. In deze paragraaf staan de nummers van de bijlagen ook verkeerd vermeld. Met deze ambtelijke wijziging wordt voorgesteld deze nummers ook aan te passen. Voor gesteld wordt om de paragraaf als volgt aan te passen: Onderzoek Door IDDS is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 5.

Hieruit blijkt dat er enkele lichte verontreiniging ter plaatse aanwezig zijn, maar deze vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Vervolgens zijn door Arnicon B.V. twee vervolgonderzoeken uitgevoerd. Deze zijn opgenomen in bijlage 5. Rapport 23-0447-) betreft een herrijking van het onderzoek op de locatie Folkert Elsingastraat 3-9 en Rapport 23-0448-O betreft een verkennend (water)bodemonderzoek en een waterbodemonderzoek op de locatie Folkert Elsingastraat 15. Dit is het sportterrein in het plangebied. Beide vervolgonderzoeken concluderen dat de locaties geschikt worden geacht voor de beoogde bestemming. Rapport 23-0447-O concludeert specifiek dat de bodemverontreiniging als "onverdacht" wordt geclassificeerd. Rapport 23-0448-O concludeert specifiek dat er, met uitzondering van plaatselijk barium in het grondwater geen

45

verontreinigen aangetoond worden die afwijken van de algemene bodemkwaliteit. De hypothese "verdacht" voor de bodeverontreiniging wordt verworpen. De bodemverontreiniging buiten de gedempte sloten worden als "onverdacht" geclassificeerd. De vervolgonderzoeken bevestigen de conclusie dat de locaties geschikt worden geacht voor de beoogde bestemming. Binnen het plangebied zijn watergangen aanwezig. Door middel van een waterbodemonderzoek (bijlage 6) is bepaald wat de milieuhygiënische kwaliteit van de waterbodem is. Het vrijkomende slib van de watergang en de onderliggende bodem zijn verspreidbaar op de aangrenzende percelen. De kwaliteit van de waterbodem vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling

Conclusie De resultaten van de bovenvermelde onderzoeken vormen geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.

4.3 Jongeren ontmoetingsplek Naar aanleiding van een zienswijze is geconstateerd dat de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan de verdwijning van de jongeren ontmoetingsplek niet noemt. Hiertoe wordt voorgesteld om voor de duidelijkheid hier de toelichting op aan te passen. Concreet wordt voorgesteld om paragraaf 2.1, 2.2 en 5.3 aan te passen. Voorgesteld wordt om in paragraaf 2.1, onder de laatste huidige alinea de volgende passage toe te voegen: Ten oosten van het sportterrein, aan de Koningslaan, staat een gebouw dat ' functioneert als een jongeren ontmoetingsplek. Deze is momenteel permanent gesloten.

Voorgesteld wordt om in paragraaf 2.2, onder het kopje 'de indoorskihal en boksschool', onder daarvan de laatste alinea, de volgende passage toe te voegen: Jongeren ontmoetingsplek Onderdeel van het plan is het sloten van de huidige jongeren ontmoetingsplek. Dit is een klein gebouw dat permanent gesloten is. Hiervoor komt geen bebouwing voor terug. De functieaanduiding 'jongeren ontmoetingsplek' vervalt en dit terrein zal als Groen bestemd worden, met een dubbele bestemming Waarde - Archeologie.

Voorgesteld wordt om paragraaf 5.3 als volgt te herschrijven: Artikel 3 Groen De gronden aan de oostzijde van het plangebied hebben de bestemming Groen en zijn daarmee bestemd voor groenvoorzieningen. De huidige functieaanduiding jongeren ontmoetingsplek verdwijnt naar aanleiding van het slopen het aanwezige gebouw dat functioneert als een jongeren ontmoetingsplek.

4.4 Nieuwe verkeersonderzoeken Naar aanleiding van verschillende zienswijzen over de verkeersafwikkeling en de verkeerstoename zijn extra verkeersonderzoeken uitgevoerd. Voorgesteld wordt om de berekeningen en de resultaten hiervan als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan toe te voegen.

46

4.5 Bezonningstudie Bijlage 12 mist in tabel 1 informatie over pand J. Er is wel onderzoek gedaan naar de bezonning van pand J als gevolg van het project, maar dit was niet opgenomen in tabel 1. Voorgesteld wordt om pand J in tabel 1 toe te voegen met de volgende informatie: Wijziging: Nee Oorzaak: Pand ligt aan zuidkant van nieuwbouw en ervaart daarom geen wijzigingen.

4.6 Geluidonderzoek ABT code 18188 Naar aanleiding van zienswijze 6.6 is het geluidonderzoek ABT code 18188 aangepast. Echter bleek dat de relevante paragraaf (op bladzijde 10 van het onderzoek), meerdere fouten te bevatten. Voorgesteld wordt om deze paragraaf aan te passen via een ambtelijke wijziging. Naar aanleiding van een zienswijze is gebleken dat de bijlagen van het geluidrapport niet de invoergegevens en berekeningsresultaten van de Trekvogels bevatten. De berekeningen zijn wel gemaakt (de resultaten staan in het rapport). Voorgesteld wordt deze gegevens in de bijlagen toe te voegen. Verder is gebleken er is gerekend op basis van vier korfbalvelden. Echter heeft de T rekvogels maar twee korfbalvelden. Uit nieuwe berekeningen blijkt dat het langtijdgemiddeld beoordeelingsnvieau Lar,LT (ten gevolge van de T rekvogels) op woonblok 3 van het project ten hoogste 50 dB(A)-etmaalwaarde (45 dB(A) in de dagperiode en 45 dB(A) in de avondperiode) bedraagt. Dit is 1 dB hoger dan wat het geluidrapport vermeldt. Voorgesteld wordt het geluidrapport hierop aan te passen. De T rekvogels veroorzaken vooralsnog geen overschrijding van het Activiteitenbesluit (Bruidsschat) op de gevels van de nieuwe woningen. Afsluitend is gebleken dat in bijlage 4 van het geluidrapport het geluid van de T rekvogels niet is meegenomen in de berekening van de gecumuleerde geluidsbelasting.

Op punten 97047,49/439447,94 en 97047,56/439447,68 (de twee meest westelijk gelegen toetspunten = de maatgevende toetspunten op woonblok 3 voor de T rekvogels) bedraagt het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT door het industrielawaai ^sportvelden) ten hoogste 47 dB(A)-etmaalwaarde. Dat kan alleen maar ten gevolge van de nieuwe sportvelden, omdat de bestaande Trekvogels korfbalvelden een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT veroorzaken van 50 dB(A)-etmaalwaarde. Gezien de geluidsbijdragen van de nieuwe sportvelden en het wegverkeer is het geluid van de T rekvogels alleen relevant ter plaats van de noordwesthoek van woonblok 3. De gecumuleerde geluidsbelasting daar bedraagt niet meer dan 51 dB op de westelijk georiënteerde gevels in woonblok 3. Hoe zuidelijker deze gevels zijn gelegen des te lager de gecumuleerde geluidsbelasting (verder weg van de sportvelden). Op de noordelijke gevels van woonblok 2 is het geluid van de nieuwe sportvelden maatgevend en hoe verder naar het oosten des te minder geluid van de T rekvogels. Voorgesteld wordt de tekst in het geluidrapport als volgt aan te passen: Over de Trekvogels in het geluidrapport code 18188 staat op bladzijde 10/122 het volgende: "De sportvelden ten westen van de locatie zullen naar verwachting geen overschrijding veroorzaken van de etmaalwaarde van 50 dB(A).

Deze vier sportvelden worden beheerd door sportvereniging Trekvogels en worden hoofdzakelijk gebruikt voor korfbalactiviteiten. Aanvullend is er een indicatieve berekening door ons uitgevoerd, waaruit blijkt dat de geluidbelasting vanwege deze velden de etmaalwaarde van 50 dB(A) niet zal overschrijden. Voor deze berekening is een worstcase scenario aangenomen, waarbij uitgegaan is van een bronvermogen van 89 dB(A) per veld.

47

Volgens de website van de sportvereniging Trekvogels, bevindende trainingen zich binnen de zaal plaats, wat betekent dat de berekende geluidbelasting als conservatief kan worden beschouwd. De conclusie van de indicatieve berekening is dat de geluidbelasting als gevolg van korfbalactiviteiten maximaal 49 dB(A) zal bedragen bij Blok 3. Deze sportvelden hebben geen impact op andere woonblokken. Desalniettemin zullen we bij het beoordelen van het woon- en leefklimaat wel rekening houden met de aanwezigheid van deze sportvelden. Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau is bepaald voor de dagperiode en avondperiode. Meerdere plots van het rekenmodel zijn in bijlage 1 opgenomen. Bijlage 2 bevat de invoergegevens." Voorgesteld wordt deze tekst te vervangen met de volgende tekst: "De sportvelden ten westen van de locatie zullen naar verwachting geen overschrijding veroorzaken van de etmaalwaarde van 50 dB(A). Deze twee sportvelden worden beheerd door sportvereniging Trekvogels en worden gebruikt voor korfbalactiviteiten. Aanvullend is er een indicatieve berekening door ons uitgevoerd, waaruit blijkt dat de geluidbelasting vanwege deze velden de etmaalwaarde van 50 dB(A) niet zal overschrijden. Voor deze berekening is een worstcase scenario aangenomen, waarbij uitgegaan is van een bronvermogen van 89 dB(A) per veld.

De conclusie van de indicatieve berekening is dat de geluidbelasting als gevolg van de korfbalactiviteiten door de Trekvogels ten hoogste 50 dB(A) in de dag- en avondperiode zal bedragen op de westelijk georiënteerde gevels van de meest noordelijke woningen in Blok 3. Op alle overige gevels van de nieuwe woningen is de geluidsbelasting significant lager. Het geluid ten gevolge van de activiteiten door de korfbalvereniging Trekvogels leidt door de nieuwe woningbouw niet tot een overschrijding van de vigerende geluidgrenswaarden. De nieuwe woningen zijn geen belemmering voor de uitvoering van de activiteiten door de korfbalvereniging. Gezien de geluidsbijdragen van de nieuwe sportvelden en het wegverkeer (zie hoofdstuk 4.1 en 4.3 ) is het geluid van de Trekvogels alleen relevant ter plaatse van de noordwesthoek van woonblok 3. De gecumuleerde geluidsbelasting bedraagt op de westelijk georiënteerde gevels van de meest noordelijke woningen in Blok 3 niet meer dan 51 dB. Hoe zuidelijker deze gevels zijn gelegen des te lager de geluidsbijdrage van de Trekvogels. Op de noordelijk georiënteerde gevels van woonblok 2 is het geluid van de nieuwe sportvelden maatgevend en hoe verder naar het oosten des te minder geluid van de Trekvogels.

Omdat het geluid van de T rekvogels alleen plaatselijk op de westelijk georiënteerde gevels in het noordelijk deel van woonblok 3 relevant is, is dit geluid niet verder betrokken in het bepalen van de gecumuleerde geluidsbelasting (zie hoofdstuk 4.3). Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau is bepaald voor de dagperiode en avondperiode. Meerdere plots van het rekenmodel zijn in bijlage 1 opgenomen. Bijlage 2 bevat de invoergegevens."

4.7 Nieuwe vastgestelde Rotterdamse Woonvisie 2040 Op 14 maart 2024 heeft de gemeenteraad de Rotterdamse Woonvisie - een koers tot 2040 en acties voor de komende 5 jaar vastgesteld. Deze Woonvisie vervangt de Woonvisie uit 2016. Voorgesteld wordt om de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan hierop aan te passen.

48

Voorgesteld wordt paragraaf 3.3.2 van de toelichting te vervangen met de volgende tekst: Rotterdam is een stad in beweging. Steeds meer mensen willen er wonen, werken en verblijven. Het realiseren van voldoende woningen, werkgelegenheid en voorzieningen is essentieel om deze trek naar de stad op te kunnen vangen. Daarnaast is het bieden van een fijn en betaalbaar thuis aan alle huidige inwoners minstens zo belangrijk. Steeds meer Rotterdammers hebben moeite om een betaalbare en passende woning te vinden. Om Rotterdammers meer perspectief te bieden op een betaalbare woning die past bij hun behoeften zullen er vooral meer woningen in het middensegment moeten komen. De absolute omvang van de sociale voorraad dient daarbij stabiel te worden gehouden. De Rotterdamse Woonvisie heeft twee onderdelen: de visie op het gebied van wonen met een doorkijk tot 2040 en een concreet uitvoeringsprogramma met maatregelen voor de komende 5 jaar. Om hieraan te voldoen heeft Rotterdam de volgende actiepunten opgesteld: 1. Meer en betaalbare woningen Er wordt geprobeerd het absolute aantal sociale woningen stabiel te houden en het aantal woningen in het middensegment, voor zowel huur als koop wordt vergroot. De belangrijkste maatregelen: ^ Per jaar wordt met de bouw van 3.500-4.000 woningen door nieuwbouw en tijdelijke woningen gestart.

De stad wordt uitgedaagd om in de bestaande voorraad meer woonruimte te maken (denk aan optoppen en woningdelen). ^ Er wordt bij nieuwbouw tot 2026 gestuurd op 55% betaalbare woningen (20% sociaal en 35% middensegment en vanaf 2026 op 65% betaalbare woningen (25% sociaal en 40% middensegment) en deze zijn bedoeld voor mensen met een bijbehorend salaris. ^ Er worden maatregelen genomen voor meer middensegment, door de inzet van koopinstrumenten en financiële middelen. Betaalbaarheid door gebruik te maken van zowel publieke als privaatrechtelijke instrumenten wordt geborgd. ^ Er is aandacht voor de snelheid van bouwen van betaalbare woningen: er komt een nieuwe Rotterdamse Bouwwet, waarbij wordt geëxperimenteerd met flexibiliteit in regelgeving voor betaalbare woningen zonder de kwaliteit en de omgeving uit het oog te verliezen. 2. Toekomstbestendige en vitale wijken 3. Huisvesting en aandachtsgroepen 4. Betere positie op de woningmarkt

Toesting In het plangebied worden woningen ontwikkeld die aansluiten op de woningbehoefte. Er worden voornamelijk woningen in het middensegment gerealiseerd. Dit sluit aan bij de Woonvisie.

Voorgesteld wordt verder paragraaf 3.3.3 Addendum Woonvisie 2030: Thuis in Rotterdam (2019) eruit te halen. De paragrafen van hoofdstuk 3 zullen opnieuw genummerd worden. Waar verder in de toelichting de Woonvisie 2030 genoemd wordt, zal worden vervangen met Woonvisie 2040.

49

5. Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen Het bestemmingsplan "Folkert Elsingastraat" is ook naar aanleiding van zienswijzen aangepast. Hieronder wordt een overzicht gegeven van deze wijzigingen.

5.1 Wijziging naar aanleiding van zienswijze 4.18: maatschappelijke uitvoerbaarheid Zienswijze 4.18 heeft aanleiding gegeven om paragraaf 6.2 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan aan te passen. Voorgesteld wordt om de huidige tekst in paragraaf 6.2 te vervangen met de volgende tekst: 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid In het kader van het overleg bij de voorbereiding van bestemmingsplannen, als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening, is het concept ontwerpbestemmingsplan toegezonden aan: o Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard; o DCMR Milieudienst Rijnmond; o Evides; o N.V. Nederlandse Gasunie; o Ministerie van Defensie; o Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie; o K.P.N. Telecom; o Luchtverkeersleiding Nederland; o Metropoolregio Rotterdam Den Haag; o Monet, beheerder telecommunicatiemasten; o Prorail; o VRR, Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond; o Rijkswaterstaat, Directie Zuid-Holland; o Stedin, regionale netbeheerder gas en elektriciteit; o VWS Pipelinecontrol; o Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam (BOOR) o Waterschap Hollandse Delta. Er is een reactie ontvangen van de in de volgende paragrafen genoemde overlegpartners. De reactie van het BOOR en van het Hoogheemraadschap hebben geleid tot aanpassingen in de toelichting. 6.2.1.

Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam (BOOR) BOOR heeft verzocht om de toelichting van het bestemmingsplan onder paragraaf 4.9 Archeologie en cultuurhistorie, onder het kopje 'onderzoek' subkopje 'archeologie' te verduidelijken en aan te passen. Reactie Aan het verzoek van BOOR is tegemoetgekomen. Het bovenstaande kopje is aangepast aan de voorgestelde formulering van BOOR. 6.2.2. Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard Het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK) is de waterbeheerder in het plangebied en heeft de volgende opmerkingen over de watercompensatie. Percentage compensatie voor toename verharding

50

In het toegezonden concept ontwerpbestemmingsplan is een compensatie voor de toename van de verharding van 5'^ opgenomen. Dit is te weinig. Het HHSK verzoekt om een minimale compensatie voor toename verharding in dit gebied van 14,8'^ op te nemen. Compensatielocatie Het HHSK verzoekt de specifieke locatie van waar het water wordt gecompenseerd op te nemen in het plan. Ook wijst de HHSK de gemeente erop dat de watercompensatie eerste gegraven dient te worden voordat er verhard oppervlakte mag worden aangebracht en de sloot gedempt wordt. Reactie Percentage compensatie voor toename verharding In de voorwaardelijke verplichting van het artikel 'Sport - Sport - en speelterrein' is het percentage van 5% vervangen door 14,8%. Dit is in paragraaf 4.4 Water beschreven. Compensatielocatie In paragraaf 4.4 Water is toegelicht waar wordt gezocht naar locaties voor compensatie. Figuur 4.8 is toegevoegd met de zoeklocaties weergegeven. 6.2.3. Provincie Zuid-Holland, afdeling Ruimte, Wonen en Bodem Provincie Zuid-Holland heeft aangegeven dat het concept ontwerpbestemmingsplan voldoet aan het provinciaal beoordelingskader. Reactie Dit wordt ter kennis aangenomen. 6.2.4. Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) De VRR constateert met betrekking tot dit plan geen relevante fysieke veiligheidsaspecten.

De VRR adviseert wel zorg te dragen voor toereikende bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen bij de ontwikkelingen zodat de hulpdiensten bij een incident adequaat kunnen optreden. Reactie Deze aspecten worden meegenomen in de uitvoering van het plan, maar dit betreffen geen aspecten die in het bestemmingsplan worden opgenomen.

5.2 Wijziging naar aanleiding van zienswijze 6.6: geluidonderzoek Zienswijze 6.6 heeft aanleiding gegeven om een paragraaf van het geluidonderzoek ABT code 18188 aan te passen. Voorgesteld wordt de tekst als volgt aan te passen: Toelichting: Op pagina 10/122 de volgende huidige paragraaf te verwijderen uit het onderzoek: "Volgens de website van de sportvereniging Trekvogels" t/m met de aanwezigheid van deze sportvelden".

Overigens is deze paragraaf verder aangepast via een ambtelijke wijziging. Voor de volledige vervangende tekst verwijzen wij naar hoofdstuk 4, paragraaf 4.6.

51

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=ff2d704d-40f9-4d8f-8a68-28dd96914737