[24bb002719] Afschrift brief wijkraad Bloemhof met ongevraagd advies over Rol Gemeente, Overheden en grondbeleid bij bodemdaling
Tekst van het document
30
Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025
31
Deel II Strategie
3
Gebiedsgericht 3.1 We werken gebiedsgericht en samen met anderen
met (en afgestemd op) beleidsmatige en financiële kaders en gegevens over onze assets. De afstemming leidt tot het op elkaar aansluiten van initiatieven. In figuur 8 is een overzicht geschetst van de samenwerkingen in de buitenruimte.
Het stedelijk watersysteem overstijgt de wijk, daarom gaan we gebiedsgericht te werk. Gebiedsgericht werken vormt ook het uitgangspunt bij het samenwerken in de buitenruimte en bij het betrekken van de inwoners en organisaties bij de opgaven die in hun buurt van belang zijn, in de geest van de nieuwe Omgevingswet. Ook de drie waterschappen benoemen in hun Waterbeheerplannen de noodzaak om samen met andere partners te werken aan het stedelijk watersysteem. Bijlage 7 geeft een overzicht van de relevante samenwerkingsverbanden.
De uitkomst van het SPOR gaat naar het Programma Overleg Buitenruimte (POB). In het POB komen per gebied per half jaar verschillende partijen uit het betreffende gebied samen voor een overleg. Ook stakeholders die eerder niet aangesloten waren bij de SPOR kunnen nu aanhaken. Tijdens het overleg stemmen de partners allerlei zaken op elkaar af. Zowel interne partijen die gaan over verkeerslichten, blackspots, bruggen en tunnels, als externe partijen zoals netbeheerders waaronder Stedin, waterbedrijf Evides, traminfra (RET), woningcorporaties en water schappen. Voor de verschillende initiatieven stellen de partijen een projectscope en een tijdsvenster voor de uitvoering vast. Deze initiatieven vertalen we in jaarplannen.
In de gemeente Rotterdam hanteren we een gebieds gerichte strategie voor het scheiden van waterstromen, het creëren van berging bij hevige neerslag en voor grondwater. Dit werken we uit in een Functioneel Advies Water (FAW). Dit advies is het uitgangspunt in de samenwerking met andere partners in de buitenruimte.
3.2 Gebiedsgerichte strategie Scheiden waterstromen Het is onze opgave om waterstromen te scheiden. De mogelijkheden voor het afkoppelen van de neerslag van de riolering variëren per gebied. Binnen RoSA is gebiedsgericht onderzocht wat haalbaar en realistisch is. Hierbij is rekening gehouden met het verwachte vervangingsmoment van de bestaande riolering. Daarnaast lenen sommige gebieden zich beter voor het gescheiden afvoeren van waterstromen dan andere gebieden. Daarom verschilt de strategie voor het scheiden van waterstromen per gebied:
Samenwerken in de buitenruimte Fysieke projecten en activiteiten in de openbare ruimte komen tot stand tijdens een proces van planning en voorbereiding. Voor de buitenruimte bepalen we een integrale onderhoudsbehoefte, waarbij we de verschillende assets op elkaar afstemmen. De uitkomsten dienen we in bij de Stedelijke Programmering Openbare Ruimte (SPOR). Deze beschrijft de strategische opgave voor de hele stad Rotterdam voor een periode van vier tot twintig jaar. Dat doet de gemeente met diverse partners en in samenhang
Lange Termijn Investeringen Programma (LTP)
Begroting
Programma’s:
Nota Kapitaalgoederen Coalitieakkoord Beleidsmatige en financiële kaders
SAMP & AMP en
Stadsbeheer
Integrale onderhoudsbehoefte Groot onderhoud en einde levensduurvervanging
GRP
Data assets Figuur 8 Afstemming werken in de buitenruimte
4-20 jaar
Stadsontwikkeling
SPOR
Stedin Evides
1-4 jaar
en vele anderen
POB Matchen & makelen
Fysiek project
Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025
32
Deel II Strategie
• In het centrum en het dicht stedelijk gebied is weinig open water aanwezig en streven we naar voldoende alternatieve waterberging, infiltratie en vertraging van de afvoer van hemelwater. We zetten kleinschalig in op het afkoppelen van verhard oppervlak en de aanleg van gescheiden stelsels. De stedelijke verdichting vormt een extra uitdaging en het streven naar het volledig scheiden van afvalwater en hemelwater vergt dan ook een lange adem; • In de naoorlogse wijken zoals Schiebroek, Pendrecht, Zuidwijk, IJsselmonde, Prins Alexander en Hoogvliet (de groene stedelijke gebieden) is meer open water aanwezig. In deze wijken streven we een gescheiden inzameling en transport van hemelwater en afvalwater na. We verbinden grondwater met behulp van infiltratieen drainagesystemen – zonder bemaling – met de singels; • In het havengebied verwerken en lozen bedrijven zelf het opgevangen hemelwater op het oppervlaktewater. Bedrijven in het havengebied investeren ook zelf in het hergebruik van hun afval- en proceswater.
Een pers riolering verzamelt en transporteert het huishoudelijk afvalwater van de bedrijven naar de rioolwaterzuivering; • In de hoge duingebieden van Hoek van Holland zetten we in op de infiltratie van hemelwater als aanvulling op het grondwater; • Voor buitendijkse gebieden voeren we het hemelwater zoveel mogelijk rechtstreeks – zo mogelijk wel vertraagd – af naar de rivier. Bij soortgelijke gebieden als Schiemond, dat erg stenig is, kan een combinatie van water vasthouden ten behoeve van een groene aankleding, de leefbaarheid bevorderen.
Gebieden met hoge en lage grondwaterstanden De gemeente Rotterdam, de waterschappen en particulieren hebben allemaal hun eigen verantwoordelijkheid in het voorkomen van de structureel nadelige gevolgen van een hoge of lage grondwaterstand. De gemeentelijke grondwaterzorgplicht is een inspanningsverplichting (en dus geen resultaatverplichting) en is van toepassing op de openbare ruimte. Grondwater gaat voorbij aan grenzen en wensen. In een robuust stedelijk grondwatersysteem wordt de grondwaterstand niet beïnvloed door mechanisch voorzieningen. Onder sommige omstandigheden hebben hoge en lage grondwaterstanden nadelige gevolgen voor verschillende stedelijke functies. Om deze structureel nadelige gevolgen van grondwater te beperken en te voorkomen is er een collectieve samenwerking nodig. Hiervoor geldt het principe van ‘samenwerken vanuit eigen verantwoordelijkheden voor een gedragen gezamenlijk belang’. We volgen hiervoor drie stappen: 1. het (helpen) invullen van de particuliere grondwaterzorgplicht door particulieren; 2. het invullen van de gemeentelijke grondwaterzorgplicht wanneer er van een particulier niet gevraagd kan worden om zelf maatregelen te treffen om nadelige gevolgen zo veel mogelijk te voorkomen, míts het nemen van maatregelen in de openbare ruimte doelmatig is; 3.
het maken van een afweging tussen particulier en algemeen belang, gelet op effecten op de openbare ruimte en het stedelijk watersysteem.
Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025
33
Deel II Strategie
1. De particuliere grondwaterzorgplicht Het is de eigen verantwoordelijkheid van particulieren dat hun percelen en gebouwen in goede staat verkeren; dat is dus nadrukkelijk níet de verantwoordelijkheid van de gemeente. De particulier is verantwoordelijk voor de uitvoering van het benodigde onderzoek en daaruit voortkomende maatregelen. En dus ook voor de bekostiging van de aanvullende maatregelen
De particulier is in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor het benodigde onderzoek en de uitvoering van maatregelen op het eigen terrein. En dus ook voor de kosten die daarbij komen kijken. Maar wanneer er een redelijk vermoeden bestaat dat grondwaterproblemen in de openbare ruimte van invloed zijn op het functioneren van het systeem op het particuliere terrein, verricht de gemeente onderzoek.
De gemeente komt alléén in beeld wanneer er niet van een particulier gevraagd kan worden om dergelijke maatregelen te treffen.
De gemeente toetst het benodigde maatregelenpakket dat voortvloeit uit het onderzoek. Het pakket bestaat in principe uit particuliere maatregelen en eventueel uit een (aanvullende) set van algemene maatregelen. Het particuliere en het algemene belang moeten in balans zijn. Het oplossen van een probleem op één plek - of binnen één gebied - mag zogezegd niet leiden tot nadelige gevolgen op een andere plek of in een ander gebied - zoals een naastgelegen perceel of wijk.
2. De invulling van de gemeentelijke grondwaterzorgplicht In situaties waar structurele nadelige gevolgen van hoge of lage grondwaterstanden worden ervaren, is het vaak effectiever om maatregelen in het openbare gebied te treffen dan in particuliere gebied. We brengen in zulke situaties geperforeerde leidingen (z.g drainage-infiltratie (DI) leidingen) aan in het openbare gebied rondom het particuliere terrein. Deze DI-leidingen functioneren op basis van natuurlijk verval en verbinden we met het oppervlaktewater. De grondwaterstand in deze DI-leidingen past zich min of meer aan aan het niveau van het oppervlaktewater. De DI-leidingen worden beheerd door de gemeente. Ook legt de gemeente Rotterdam bij rioolvervangingsprojecten, indien mogelijk, waterpasserende verharding. Bij nieuwbouw gebieden geven we voorwaarden mee aan de ontwikkelaar en toetsen we de plannen. Na het aanleggen van de DI-leidingen legt de gemeente Rotterdam uitleggers (aftakkingen) aan tussen deze leidingen en de particuliere erfgrens. Dat maakt het voor bewoners eenvoudiger en toegankelijker om hierop aan te sluiten met een particulier drainagesysteem. Ook brengt de gemeente waar mogelijk waterpasserende verharding aan, zodat het regenwater snel terechtkomt in het grondwater. Voor een goed en compleet beeld monitoren we de grondwaterstanden.
De gemeente Rotterdam hanteert als algemeen uitgangspunt dat het grondwater op een natuurlijke manier op peil blijft, bij voorkeur zonder actieve beïnvloeding door mechanische middelen. Het grondwatersysteem is dan namelijk minder gevoelig voor externe invloeden, het loopt minder risico op falen en is in staat om zichzelf te corrigeren. Het waterschap is verantwoordelijk voor het peilbeheer van het oppervlaktewater. Wijziging van oppervlaktewaterpeilen – via peilbesluiten - komt slechts sporadisch voor in het stedelijk gebied. Daardoor is de grondwaterstand in het stedelijke gebied over het algemeen redelijk stabiel. 3. Afweging tussen particulier en algemeen belang De gemeente kijkt bij doelmatigheidsafwegingen in het openbare gebied naar meerdere facetten, waaronder de aard, omvang, schaal, financiën en duur van te verwachten of ontstane problemen. Uit dit onderzoek blijkt wat de meest doelmatige aanpak is.
Bodemdaling en funderingen In sommige situaties is het geheel voorkomen van (grond) wateroverlast en/of -onderlast vrijwel onmogelijk. Ook op de langere termijn. Als gevolg van een slappe bodem is Rotterdam onderhevig aan zettingen. daardoor komen straten en wijken in de loop der tijd steeds lager te liggen. In het algemeen geldt dat de buitenruimte bij periodiek onderhoud of bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen weer wordt opgehoogd tot het uitgiftepeil. Om diverse redenen is dit niet altijd en overal mogelijk. Bijvoorbeeld als gevolg van de staat van de (verouderde) bebouwing die niet nderheid is. o De belangrijkste risicogebieden voor droogstand van houten paalfunderingen zijn bekend bij de gemeente (funderingsrisicogebieden). In het vorige GRP is de ambitie opgenomen om in de periode 2011-2021 in de meest urgente risicogebieden de riolen die vóór 1980 zijn aangelegd te vervangen of op een andere manier waterdicht te maken. Diverse projecten waarvan de voorbereiding voor uitvoering reeds was gestart, zijn doorgeschoven in de planning. Dit heeft diverse redenen, van afhankelijkheid van andere stakeholders tot nieuwbouwontwikkelingen en de gevoeligheid van ontvangend oppervlaktewater. Tot 2019 is 32 p rocent van deze riolen vervangen. Het streven is om de overige riolen – die niet voor 2021 vervangen konden worden – alsnog te vervangen in de periode 2021-2025.
Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025
34
Deel II Strategie
3.3 Gebiedsgericht maatwerk op basis van een Functioneel Advies Water (FAW) Het ontwerpproces voor het vervangen van de gemeentelijke riolering stemmen we af op andere ontwerpprocessen in de buitenruimte. Daarvoor maken we gebruik van het FAW.
Het Functioneel Advies Water (FAW) Het startpunt voor het werken aan het stedelijk watersysteem is het FAW. We maken een ontwerp waarbij we kijken naar het rioolstelsel, de grondwaterstand, het oppervlaktewater en de gehele buitenruimte. Het FAW-proces is ingedeeld in drie fasen: inventarisatie, variantenstudie en Functioneel Advies Water (figuur 9).
Abstract
beleidsmatig
1x 40-60 jaar
FAW
Fasering: • Inventarisatie • Variantenstudie • Functioneel Advies Water
Concreet fysiek
Figuur 9 FAW-proces als schakel tussen beleid en uitvoering van fysieke projecten
Deze planperiode werken we het FAW-proces verder uit, met een nadruk op: • het eerder betrekken van de bewoners, waterschappen en stedenbouwkundig ontwerpers; • het gebruiken van gidsprincipes als vertrekpunt. Deze gidsprincipes leiden in de eerste gesprekken tot inzicht en afspraken over de mogelijkheden en opgaven voor het stedelijk watersysteem, de buitenruimte en de ondergrond. In elke fase van het FAW-proces bepalen we of deze bakens voor het functioneel ontwerp voor het betreffende gebied bijgesteld moeten worden; • het koppelen het FAW-proces aan het ontwerpproces van de (her)inrichting van de buitenruimte. De eerste stappen van het proces worden eerder dan gepland opgestart, zodat de uitkomsten hiervan input leveren voor het te doorlopen ontwerpproces voor de buitenruimte. Op deze manier zorgen we ervoor dat het functioneel ontwerp van de riolering en het stedelijk watersysteem gelijk oplopen met het ontwerp van de buitenruimte. Alle maatregelen om het afvalwater, hemelwater en grondwater te verwerken worden uiteindelijk vastgelegd in het FAW. Dat vormt de basis voor de uitwerking van het voorlopig en definitief ontwerp.
Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025
35
Deel II Strategie
Gidsprincipes We maken gebruik van gidsprincipes (ontwerpuitgangspunten) om vroegtijdig het gesprek aan te gaan met andere belanghebbenden zoals waterschappen, bewoners en gebruikers van de buitenruimte. Gidsprincipes dragen bij aan een uitwerking van beleid en geven richting aan concrete oplossingen. Zolang het gidsprincipe eenvoudig te realiseren is, handelen we volgens dit principe. Loopt iets niet zoals gewenst, is er overleg nodig. Medewerkers vanuit verschillende afdelingen moeten gezamenlijk tot de best passende oplossing komen. Op deze manier wordt dreigende frictie tijdig gesignaleerd zodat er ruimte is om problemen voor te zijn of snel op te lossen. Kortom: een goed gidsprincipe geeft richting aan de dialoog. De door ons te gebruiken gidsprincipes zijn nog in ontwikkeling. De komende planperiode experimenteren we met de opgestelde gidsprincipes. Enkele voorbeelden zijn opgenomen in figuur 10.
3.4 Het uitgiftepeil als uitgangspunt Het uitgiftepeil is de beoogde hoogte van de buitenruimte, meestal aangeduid op een punt op de perceelgrens, tussen openbaar en particulier terrein. Omdat in grote delen van Rotterdam bodemdaling plaatsvindt, is ophoging van het maaiveld tot het uitgiftepeil nodig. Dit gebeurt bij nieuwbouwprojecten, herstructurering en riool- of wegonderhoud.
Afvalwater
Gidsprincipe
Voor de meeste gebieden in Rotterdam zijn de uitgiftepeilen vastgelegd in de Peilenkaart Rotterdam. Voor nieuwe ontwikkelingen moet een uitgiftepeil aangevraagd worden bij de uitgiftepeilencommissie (UPC). Om het besluit van de UPC te borgen, is het wenselijk dat de vastgestelde uitgifte peilen worden opgenomen in het omgevingsplan, de omgevingsvergunningen en in overeenkomsten met projectontwikkelaars. Maatwerk is nodig als het beoogde uitgiftepeil leidt tot inpassingsproblemen of buitenpropor tioneel hoge kosten voor ophoging. Hierbij kan ook gekeken worden naar mogelijkheden om ophoging in de nabije toekomst te realiseren. Voor buitendijks gebied zijn voor de waterveiligheid generieke uitgiftepeilen vastgelegd in het Uitgiftepeilen beleid Buitendijks Gebied [8]. Tabel 4 geeft de generieke uitgiftepeilen weer. Hierbij is het basis+ peil bestemd voor vitale en kwetsbare functies. Voor het havengebied is met het Havenbedrijf Rotterdam (HbR) tot en met 2020 een tijdelijk beleid afgesproken.
Uitgiftepeil
Buiten de Maeslantkering
Binnen de Maeslantkering
Basis
NAP + 5,10 m
NAP + 3,60 m
Basis+
NAP + 5,50 m
NAP + 3,90 m
Tabel 4 Uitgiftepeilen buitendijks
Grondwater
Grondwaterstanden zijn het resultaat van het oppervlaktewaterpeil, bodemopbouw, be- / ontwateringsmiddelen onder vrijverval en hemelwater aanvulling (ofwel: geen actieve beïnvloeding met pompen)
Na rioolvervanging ligt het maaiveld op uitgiftepeil
Rioolbuizen en de stabiliteitskluit van bomen mogen elkaar niet raken
Gidsprincipe
Oppervlaktewater Riooloverstorten zitten op goed doorspoelbaar water
Hemelwater Afstromend regenwater is schoon genoeg voor oppervlaktewater Figuur 10 Voorbeelden gidsprincipes
Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025
Deel III
Rotterdams GRP-programma 2021-2025
36
Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025
37
Deel III Rotterdams GRP-programma 2021-2025
Doelen, functionele eisen en maatstaven geven richting aan het stedelijk watersysteem.
Wat moeten we nú ondernemen om ervoor te zorgen dat het stedelijk watersysteem ook in de toekomst goed blijft functioneren? In dit deel van het Gemeentelijk Rioleringsplan beschrijven we de concrete maatregelen en onderzoeken die daarvoor nodig zijn. Het Strategisch Assetmanagement Plan vormt de basis van de beheerstrategie van de gemeentelijke riolering en de in stand houding van het robuuste stedelijk watersysteem. De wettelijke zorgplichten zijn het uitgangspunt binnen het programma. We vullen de zorgplichten aan met doelen die van belang zijn voor de stad Rotterdam en haar inwoners. Deze doelen bereiken we door strategische principes omgevingsbewust toe te passen. Aspecten die daarbij een rol spelen, zijn in de voorgaande delen toegelicht. In dit deel werken we de doelen uit in functionele eisen. Onder functionele eisen verstaan we de eisen die de gemeente Rotterdam stelt aan de systemen en objecten. Dit betreft zowel de toepassing als de werking. Dus: wat ligt waar en wat moet het kunnen. Deze eisen zijn – net zoals de gestelde doelen – zoveel mogelijk beredeneerd en geformuleerd vanuit wenselijke en te bereiken effecten. Dus niet meer – zoals in het verleden – vanuit de te leveren inspanningen. We koppelen meetbare maatstaven aan de functionele eisen.
Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025
38
Deel III Rotterdams GRP-programma 2021-2025
1
Deelprogramma stedelijk afvalwater 1.1 Uitgangspunten voor het programma stedelijk afvalwater Doel Doelmatig hergebruik, benutten, inzameling en transpor teren van stedelijk afvalwater. Dat doen we met het oog op de volksgezondheid, een aantrekkelijke leefomgeving en een circulaire stad. Dit doel volgt uit de zorgplicht voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater. Deze zorgplicht is ook opgenomen in de nieuwe Omgevingswet. De gemeente Rotterdam vult dit hoofddoel aan met extra doelen, gericht op het creëren van een circulaire stad. De functionele eisen en maatstaven die we aanhouden, zetten we aan het eind van deze paragraaf uiteen. De gemeente zamelt stedelijk afvalwater in van particuliere percelen en transporteert dit naar de afvalwaterzuiveringsinstallaties. Met het oog op de volksgezondheid zorgen we
ervoor dat Rotterdammers niet in contact komen met verontreinigd afvalwater. Héél sporadisch kunnen Rotterdammers in uitzonderlijke situaties toch in contact komen met dit afvalwater. Bijvoorbeeld wanneer na een hevige regenbui (sterk verdund) afvalwater tijdelijk op straat staat, wanneer er overstortingen optreden of wanneer er inpandige wateroverlast ontstaat, bijvoorbeeld omdat de afvoer vanuit kelders en souterrains niet mogelijk is. Om deze doelen te bereiken, hanteert de gemeente Rotterdam de volgende strategische principes: Schoonhouden – scheiden – terugwinnen Deze strategische principes gaan ervan uit dat het ontstaan van afvalwater wordt voorkomen of beperkt. En dat verontreiniging van stedelijk afvalwater met andere stoffen of zaken, zoals doekjes of uitlogende stoffen (uit bouwstoffen) wordt voorkomen. Verder scheiden we de waterstromen zo veel mogelijk zodat het onder andere mogelijk wordt om grondstoffen en energie uit het afvalwater terug te winnen en te hergebruiken.
Functionele Eis
Maatstaf
Meetmethoden
Rotterdamse huishoudens en bedrijven zijn aangesloten op riolering of een gelijkwaardige voorziening.
Aansluitmogelijkheden op de gemeentelijke riolering zijn helder en geborgd in regel geving: Verordening beheer ondergrond/via Omgevingswet
Regels in relevante v erordening(en).
De inwoners van Rotterdam kunnen altijd bij reguliere weersomstandig heden (T=2) het huishoudelijk fvalwater lozen. a
• Bij verstoring van bedrijfsvoering treedt alternatieve bedrijfsvoering in werking; • Storingen aan de hoofdgemalen worden binnen 24 uur opgelost; • Onverwachte gebeurtenissen of incidenten worden adequaat opgepakt; • Bij hoogwater blijft de buitendijkse riolering functioneren.
Monitoring: De procesvoering is 24 uur per dag en zeven dagen per week operationeel.
Elke ingreep in het afvalwater transportsysteem draagt bij aan de circulaire economie en een circulaire waterketen.
• Het afvalwater wordt getransporteerd naar een zuivering waar grondstoffen worden teruggewonnen; • Materialen worden zoveel mogelijk hergebruikt; • Minimaal energieverbruik.
Monitoring circulaire projecten in het stedelijk afvalwatersysteem.
Rioolvervangingsprojecten voeren we integraal uit. De gemeentelijke riolering gaat ook bij nieuwbouw uit van uitgiftepeilen.
• Bij vervanging van riolering brengen we de buitenruimte terug naar uitgiftepeil, waar mogelijk; • Uitgiftepeilen en vloerpeilen zijn geborgen in het omgevingsplan; • Veroudering van het rioolstelsel gaan we zoveel mogelijk tegen.
De rioolvervangingsprojecten voeren we integraal uit. We monitoren gerealiseerde uitgiftepeilen en vloerpeilen bij nieuwbouw.
Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025
39
Deel III Rotterdams GRP-programma 2021-2025
1.2 Dit doen we de komende planperiode 1.2.1 Rotterdams Bestuursakkoord Water & Klimaat
• Opstellen Rotterdams Bestuursakkoord Water & Klimaat Voorheen verleenden de waterschappen aansluitvergunningen aan de gemeente voor de aansluiting van de eindgemalen op de RWZI’s. Dit is door veranderde wetgeving niet meer aan de orde. Om toch afspraken ten aanzien van de aanlevering van afvalwater aan de zuivering te maken is landelijk voorgesteld afvalwaterakkoorden te maken. Wij willen dit verbreden. Deze planperiode hebben we de intentie in samenspraak met andere samenwerkingspartners een bestuursakkoord Water & Klimaat op te stellen. Een bestuurlijk akkoord onderstreept onze ambitie om resultaten te behalen in het gehele stedelijk watersysteem. Specifieke zaken die in een afvalwaterakkoord worden afgesproken kunnen daarvan onderdeel uitmaken. Belangrijke onderwerpen, die een plaats krijgen, zijn: 1. de afspraken uit de (bestaande) kostenverdeling- en beheersovereenkomsten; 2. de afspraken over het afkoppelen van hemelwater. Water dat niet meer naar de zuiveringen wordt verpompt, moet elders worden verwerkt. Met name in het oppervlaktewatersysteem; 3. de afspraken over indirecte lozingen. Met de komst van de Omgevingswet, het Besluit Activiteiten Leefomgeving en de zogeheten ‘bruidsschat’ veranderen de regels rondom het afvalwater. In de komende GRP-periode onderzoeken we welke gebiedsgerichte regels er nodig zijn.
De gemeente en het waterschap geven samen met de DCMR invulling aan het risicogestuurd toezicht op indirecte lozingen van industriële bedrijven. Afhankelijk van de risico’s, stemmen ze de intensiteit van het toezicht daarop af.
1.2.2 Riolering bij nieuwbouw
• De gemeente stelt eisen • De aanlegkosten van de riolering zijn voor de initiatiefnemer Bij nieuwbouw is het de taak van de ontwikkelaar om een toekomstbestendig stedelijk watersysteem aan te leggen. Daarbij dient hij of zij rekening te houden met de strate gische principes en de regels in de verordening voor de aanleg van waterberging bij nieuwbouw. De voorwaarden die we hieraan stellen, zijn te vinden in het programma van eisen, te vinden op het (online) Waterloket. De aansluitingskosten van nieuwbouw op de gemeentelijke riolering zijn voor de eigenaar/initiatiefnemer. Tenzij de kosten voor de aansluiting zijn verwerkt in de grond exploitatie.
1.2.3 Assetmanagement vrijvervalriolering
Rioolvervanging vrijvervalriolering • We actualiseren de vervangingsstrategie en we verbreden de prioritering rioolvervanging • Deze vervangingsstrategie wordt toegepast in de Meerjarenonderhoudsbehoefte, waarbij we de 200 km als sturingsfactor gebruikenn • Daarvoor gebruiken we het FAW-proces We gaan geleidelijk over op een nieuwe vervangingsstrategie, zoals beschreven staat in deel II van dit GRP. Per situatie wegen we af wat de beste manier is om de levensduurverlenging te realiseren. Daarbij ontwikkelen we een voortgangsrapportage in samenhang met het Rotterdams Weerwoord gericht op kwaliteitsverbetering en de klimaatbestendigheid van het stedelijk watersysteem. Dat doen we door middel van vervanging, renovatie of reparatie. Daarbij letten we op klimaatadaptatie en de ambitie om stromen te scheiden. We houden ook rekening met meer én andere typen maatregelen dan puur alleen het vervangen van ‘buis-door-buis’. Het vervangen doen we gebieds gericht en zoveel mogelijk integraal. De stadsparken zijn een punt van aandacht bij een integrale aanpak. Met name in de naoorlogse wijken. Bij de toepassing van de normering van wateroverlast is het van belang dat de gevolgen voor
Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025
40
Deel III Rotterdams GRP-programma 2021-2025
deze groengebieden in kaart worden gebracht en waar nodig meegenomen in de integrale uitwerking.
toe. Het is dus zaak om vervuilde riolen op tijd te reinigen om dichtslibben en verstoppingen te voorkomen.
De gemaakte keuzes maken we transparant – in het kader van het FAW-proces. Bij voorkeur werken we integraal, maar als dat nodig is bekijken we of op beperkte schaal een werk ook singulier uitgevoerd kan worden.
In het reinigingsplan leggen we de strategie voor de rioolreiniging vast. Hierin staat de prioritering van de te reinigen riolen beschreven. De reinigingsacties voeren we gebiedsgericht uit op basis van inspectiegegevens, klachten en meldingen, specifieke stelselkenmerken en vervangingsbehoeftes.
Onderhoud vrijvervalriolen • Onderhoud aan de objecten regelen we in programma overeenkomsten (POK’s) Het onderhoud van het rioleringsstelsel is uiteraard noodzakelijk, en is een reguliere taak voor de gemeente. We maken onderscheid in periodiek en correctief onderhoud. Het periodiek onderhoud voeren we risicogestuurd uit op basis van gegevens die door analyses en metingen voorhanden zijn. Het correctief onderhoud voeren we uit zodra dat noodzakelijk is. Bijvoorbeeld naar aanleiding van klachten en meldingen of op basis van eigen waar nemingen. Voor ingrepen die jaarlijks plaatsvinden, stellen we programmaovereenkomsten (POK’s) op. We maken onderscheid tussen diverse POK’s: POK rioolreiniging Wanneer een riolering niet goed functioneert – bijvoorbeeld als gevolg van een verstopping – leidt dat tot overlast voor de inwoners. Wateroverlast kan leiden tot water op straat, ongedierte en – in extreme situaties – zelfs tot ziektes. Daarnaast kunnen riolen dichtslibben. Als gevolg daarvan neemt het beschikbare volume voor het bergen van (regen)water in het rioolstelsel af. De overstortfrequentie vanuit het rioolstelsel op het oppervlaktewater neemt dan
POK inspectie vrijvervalriolering Voor een risicogestuurd beheer is het van belang dat we inzicht hebben in de conditie van de riolering. Riool inspecties van vrijvervalriolen brengen de staat in beeld. De gegevens leggen we vast volgens de NEN EN-13508-2. Op basis van de uitkomsten beoordelen we of er vervolgstappen en maatregelen nodig zijn. Door middel van putvideo’s inspecteren we jaarlijks een groot gedeelte van het vrijvervalrioolstelsel. Aan de hand daarvan beoordelen we of een gedetailleerde inspectie nodig is. Een uitgebreidere inspectie doen we met een rijdende videocamera. We inspecteren rioleringen als ze dertig jaar geleden – of langer – zijn aangelegd. Uit ervaring weten we dat na dertig jaar de risico’s op falen toenemen. Aan het begin van de nieuwe planperiode actualiseren we de inspectiestrategie. POK inmeten We meten jaarlijks de diepteligging van een deel van het rioolstelsel. Zo komen we te weten of het afvalwater nog goed afstroomt richting het collecteurriool en het riool gemaal. Zetting – en met name ongelijkmatige zetting –
Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025
41
Deel III Rotterdams GRP-programma 2021-2025
vormt een risico voor het functioneren van het rioolstelsel. POK rioolaansluitingen Voor een kwaliteitsverbetering van de Rotterdamse buitenruimte is in 2019 besloten om als gemeente het beheer van huisaansluitingen op het riool in het openbaar gebied zelf uit te voeren. Dat betekent ook dat als er zich een verstopping in de rioolaansluiting zich in het openbare gebied voordoet, deze op kosten van de gemeente ongedaan gemaakt wordt. POK correctief en planmatig onderhoud Hieronder valt het voorkómen van onregelmatigheden aan de riolering die geen acuut gevaar vormen voor de volksgezondheid, de veiligheid of de bereikbaarheid voor de gebruikers van de Rotterdamse openbare ruimte. We noemen dit planmatig onderhoud. De werkzaamheden rondom het voorkomen van deze onregelmatigheden nemen niet meer dan vijf werkdagen in beslag. Mocht op voorhand blijken dat de werkzaamheden meer tijd kosten, vindt er altijd overleg plaats met de desbetreffende objectbeheerder riolering van de afdeling Water. Voor onregelmatigheden – niet planbare herstelwerkzaamheden – die binnen 48 uur opgelost moeten worden, bestaat er een POK correctief onderhoud. Door direct in te grijpen, voorkomen we dat er acuut gevaar ontstaat voor de volksgezondheid, veiligheid of bereikbaarheid.
POK kolken reinigen Door het periodiek reinigen van kolken en lijngoten ver minderen we de kans op water op straat als gevolg van hevige neerslag. Met deze preventieve maatregel voorkomt de gemeente verstopping in het rioolstelsel. De reiniging van alle straat- en trottoirkolken en lijngoten vindt één keer per jaar plaats. Op enkele plekken, zoals op de markt, gebeurt dit vaker. Naast het reinigen voeren we ook herstelwerkzaamheden uit aan een aantal kolken. POK inspectie en beoordelen collecteurriolen In de gemeente Rotterdam ligt zo’n veertig kilometer onderheid collecteurriool. Op basis van inspecties stellen we een beoordelingsrapportage op. Deze vormt de basis voor de voorbereiding op renovaties. We rapporteren over de gehanteerde inspectiemethode(s) en we beschrijven de bevindingen. Aanvullend beschrijven we de benodigde aanvullende onderzoeken voor de renovatie.
1.2.4 Assetmanagement Rioolgemalen • • • •
POK gemalen Gemaalrenovaties Energieneutrale gemalen Doorontwikkeling risicogestuurd beheren
POK gemalen De rioolgemalen zijn in eigendom en beheer van gemeente Rotterdam. Het beheer en onderhoud van de hoofdgemalen – die het stedelijk afvalwater direct via persleidingen afvoeren naar de RWZI’s – zijn voor rekening van de gemeente én de waterschappen. Het beheer van de oppervlaktewatergemalen is aan de waterschappen. Het Westelijk Havengebied vormt hierop een uitzondering.
In dit gebied beheren de bedrijven op particulier terrein zelf hun eigen pompen. De gemeente Rotterdam voert jaarlijks onderhoud uit aan de rioolgemalen. Dat gebeurt op drie manieren: door middel van periodiek onderhoud, storingsonderhoud en groot onderhoud bij gemalen. Bij periodiek onderhoud voeren we kleinschalige onderhoudswerkzaamheden uit. Bij storingsonderhoud gaat het om het snel verhelpen van verstoppingen en storingen. Voor het groot onderhoud stellen we jaarlijks een plan op. Hierin maken we maken onderscheid tussen gewone rioolgemalen en districts gemalen. Deze laatste zijn de hydrologische eenheden waaruit het rioolsysteem in Rotterdam is opgebouwd. Het groot onderhoud aan de districtsgemalen vergt vaak veel meer voorbereidingstijd vanwege de omvang en complexiteit. Typische technische afschrijvingstermijnen vormen de richtlijnen bij de vervanging: twintig jaar voor elektrische delen, veertig jaar voor mechanische delen en circa zestig jaar voor bouwkundige delen. We bepalen aan de hand van assetmanagement per gemaal de vervangingsstrategie. Voor het jaarlijkse onderhoud stellen we een POK gemalen op. De kosten hiervoor betalen we uit de exploitatie. Het vervangen van (onderdelen) van districtsgemalen betalen we uit het beschikbare investeringsbudget. Bij groot onderhoud stemmen we waar nodig af met de waterschappen.
Gemaalrenovaties De komende planperiode renoveren we een deel van het areaal. Het betreft hier bouwkundige, mechanische en/of elektrische renovaties. Energieneutrale gemalen • De komende planperiode investeren we in drieduizend vierkante meter zonnepanelen op daken van districts gemalen • Alle 22 gemalen op terreinen van volkstuinverenigingen bouwen we om naar gemalen die volledig draaien op zonne-energie • Verder onderzoeken we de mogelijkheid om gemalen meer te laten draaien op zonne-energie met opslag in zeezoutaccu’s • We onderzoeken riothermie binnen het innovatieproject ‘Gemaal van de Toekomst’ Doorontwikkeling risicogestuurd beheren • We controleren het functioneren van gemalen aan de hand van werkelijke en ontwerpcapaciteit met behulp van de applicatie Pro-inf (zie maatregelen digitalisering en automatisering, deel IV, paragraaf 4.2.2) • We gaan bij 35 districtsgemalen van een vijfjaarlijkse pomprevisie naar een gedifferentieerd beheer. Dat doen we aan de hand van trillingsmetingen. • We onderzoeken het effect van sterkere vervuiling op het functioneren van gemalen.
Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025
42
Deel III Rotterdams GRP-programma 2021-2025
1.2.5 Assetmanagement Persleidingen
• POK appendages: het onderhoud en de vervanging van afsluiters en ontluchters – ook wel appendages genoemd • Het onderhoud, de vervanging en de aanleg van persleidingen Marktontwikkelingen en het datagestuurd werken leveren veel nieuwe informatie op over de staat en het functioneren van persleidingen en appendages. Aan de hand van deze data en informatie stellen we in de aankomende planperiode van dit GRP een risicogestuurd onderhoudsprogramma op voor persleidingen. De komende jaren houden we rekening met een uitbreiding van de lengte aan persleiding. Door de bodemdaling wordt steeds vaker gekozen om het water van laag naar hoog te transporteren. Dit betekent een uitbreiding van het aantal rioolgemalen met bijbehorende persleidingen. Naar schatting komt er per jaar circa drie kilometer aan persleiding bij. Dit betekent dat er meer geld gemoeid gaat met de POK appendages. De komende planperiode renoveren of vervangen we een deel van de persleidingen.
1.2.6 Uitgiftepeilen
Rotterdam gaat uit van uitgiftepeilen • Uitgiftepeilen worden aangevraagd en getoetst • Voor buitendijks gebied zijn generieke uitgiftepeilen vastgesteld • Vastgestelde uitgiftepeilen worden geborgd via het omgevingsplan
Het uitgiftepeil is de beoogde hoogte van de buitenruimte, meestal aangeduid op een punt op de perceelgrens. De vastgestelde uitgiftepeilen houden we bij in de Peilenkaart Rotterdam. Voor nieuwe ontwikkelingen moet een uitgiftepeil aangevraagd worden bij de uitgiftepeilencommissie (UPC). Dit gebeurt meestal in het kader van het opstellen van een ruimtelijk plan (SMP/IP). Bepalen uitgiftepeil binnendijks Uitgiftepeilen voor binnendijks gebied bepalen we op basis van het vigerende oppervlaktewaterpeil. Dat is het peil waarop het waterschap het oppervlaktewater beheert. We kijken daarbij naar de benodigde drooglegging. De vuistregel voor nieuwe ontwikkelingen is de gewenste drooglegging in de buitenruimte van minimaal 1,20 meter. Deze drooglegging is belangrijk; hiermee zorgen we voor voldoende gronddekking van de ondergrondse infrastructuur zoals de hoofdriolering, kabels en leidingen. Maar ook voor voldoende ontwateringsdiepte voor de bovengrondse infrastructuur, zoals bestrating en wegen, zie figuur 11. Bij het vaststellen van het uitgiftepeil spelen ook verschillende omgevingsaspecten een rol. Het is dan ook van belang dat particuliere en openbare terreinen en gebouwen goed op elkaar aansluiten. Zo voorkomen we samen wateroverlast en bevorderen we de toegankelijkheid van straten naar gebouwen voor bijvoorbeeld minder validen en hulp diensten.
Het goed op elkaar aansluiten is ook belangrijk met het oog op perceeloverschrijdende voorzieningen als het riool en nutsvoorzieningen. Het is dus belangrijk dat ook particulieren hun erf ophogen bij onderhoudsophogingen in de openbare ruimte (zie figuur 12).
Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025
43
Deel III Rotterdams GRP-programma 2021-2025
Wanneer het beoogde uitgiftepeil leidt tot inpassings problemen of buitenproportioneel hoge kosten, is maatwerk nodig. Dat geldt ook voor plekken waar er door de waterschappen geen oppervlaktewaterpeil is vastgesteld. Dit is bijvoorbeeld het geval in wijken zonder representatief oppervlaktewaterpeil, zoals Spangen, Bospolder - Tussendijken en Coolhaven.
Opname uitgiftepeilen in het omgevingsplan Om de vastgestelde uitgiftepeilen te borgen is het wenselijk dat uitgiftepeilen worden opgenomen in het omgevingsplan, in omgevingsvergunningen en in overeenkomsten met projectontwikkelaars. We onderzoeken hoe we de vaststelling van uitgiftepeilen kunnen inpassen in de erkprocessen. w
Bepalen uitgiftepeil buitendijks Voor de waterveiligheid van buitendijks gebied zijn er generieke uitgiftepeilen vastgelegd in het Uitgiftepeilen beleid Buitendijks Gebied [8]. Zoals een basis uitgiftepeil en een basis+ uitgiftepeil. Het basis+ peil is gericht op vitale en kwetsbare functies. Daaronder vallen ziekenhuizen, BRZO-bedrijven, opslagplaatsen voor gevaarlijke goederen, ontsluitingswegen en nutsvoorzieningen buitens- en binnenshuis. Ook buitendijks gebied vereist in sommige gevallen maatwerk. Voorbeelden van dergelijke situaties zijn opgenomen in het beleid. Met het Havenbedrijf Rotterdam (HbR) is er voor het haven gebied een interim beleid afgesproken tot en met 2020. De Adaptatiestrategieën per gebied – opgesteld door het HbR – zijn leidend voor afspraken met bedrijven over waterveilige aanleg van nieuwe bebouwing en inrichting van nieuwe terreinen.
maaiveld ontwateringsdiepte grondwaterspiegel
drooglegging oppervlaktewaterpeil gronddekking
rioolbuis
Figuur 11 Ontwateringsdiepte/drooglegging/gronddekking
perceelgrens vloerpeil uitgiftepeil
particulier gebied
Figuur 12 Uitgiftepeil
straatpeil
openbaar gebied
Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025
44
Deel III Rotterdams GRP-programma 2021-2025
2
Deelprogramma hemelwater 2.1 Uitgangspunten voor het deelprogramma hemelwater Doel Het hemelwater benutten en hemelwaterwateroverlast voorkómen door het in te zamelen, vast te houden, transporteren, verwerken en hergebruiken. De gemeente Rotterdam scheidt schone en vervuilde waterstromen. Zo houden we schoon hemelwater en grondwater gescheiden van vuil huishoudelijk afvalwater. We streven ernaar zo min mogelijk hemelwater en grondwater naar de zuivering af te voeren. Het scheiden en het lokaal vasthouden en verwerken van schoon hemelwater draagt bij aan de klimaatadaptatie. We creëren meer en meer toepassingen om hemelwater als grondstof te gebruiken. Tegelijkertijd realiseren we meer ruimte om hemelwater vast te houden. Zo ontstaat er minder schade door wateroverlast. De functionele eisen en maatstaven die we hiervoor aanhouden, staan aangegeven aan het eind van deze paragraaf. Om dit doel te bereiken, hanteert de gemeente Rotterdam de volgende strategische principes:
Toepassen – vasthouden/bergen – afvoeren – accepteren • Toepassen: het lokaal hergebruiken van hemelwater • Vasthouden/bergen: het regenwater – tijdelijk – vasthouden in de openbare ruimte en op privaat terrein • Afvoeren: het (vertraagd) afvoeren van hemelwater naar de omgeving • Accepteren: accepteer dat er incidenteel wateroverlast optreedt Ter illustratie van wat er mogelijk is, benoemen we enkele concrete voorbeelden van elk principe: • Toepassen: regenwater benutten we voor het besproeien van de tuin, het wassen van ramen en voertuigen en het doorspoelen van het toilet. Regenwater kan ook ingezet worden als bluswater en voor koeling van gebouwen; • Vasthouden/bergen: daken zo inrichten dat ze water kunnen vasthouden, bijvoorbeeld door middel van begroeiing of letterlijk een waterberging. Het plaatsen van ondergrondse infiltratiereservoirs zoals ondergrondse kratten, lavakoffers, tonnen en bakken waarin we water bergen. We kunnen het water kan ook vasthouden in een regenwatervijver, wadi of in de ondergrond via een Urban Waterbuffer. Ook met extra ruimte voor oppervlaktewater en door flexibel peilbeheer in aanwezig oppervlakte water houden we water langer vast in de stad.
Functionele Eis
Maatstaf
Meetmethoden
Stromen scheiden: schoon hemel water en grondwater houden we apart van vuil huishoudelijk afvalwater.
De hoeveelheid stedelijk afvalwater naar de rioolwaterzuiveringen van de waterschappen neemt af. Het % verhard oppervlak waarvan het hemelwater niet meer op het riool is aange sloten dat naar de rioolzuiveringsinstallatie wordt verpompt neemt toe.
Monitoring hoeveelheden stedelijk afvalwater bij de zuivering. Monitoring omvang fgekoppeld oppervlak. a
Klimaatgerichte normering.
Klimaatgerichte ontwerpnormen zijn verder uitgewerkt en worden toegepast.
Toetsing van uitgevoerde rioolvervangingsprojecten en inrichtingsplannen buiten ruimte op de gebruikte ontwerpgegevens. Inzamelen en registreren van wateroverlastsituaties na het optreden van regenbuien.
Perceeleigenaar neemt verant woordelijkheid voor verwerking van hemelwater van privaat terrein.
Verplichtingen zijn helder en geborgd in r egelgeving, o.a.: • de hemelwaterverordening; • de verordening beheer ondergrond.
Registratie van maatregelen en rioolaansluitingen.
Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025
45
Deel III Rotterdams GRP-programma 2021-2025
• Afvoeren: het regenwater voeren we direct of indirect af naar het oppervlaktewater of de bodem door een stelsel van (hemelwater)riolen, DI(T)-riolen, gemalen en persleidingen. Via de waterpasserende verharding komt het in de bodem terecht. Het overtollige water voeren we vertraagd af met drainage naar het oppervlaktewater. • Accepteren: regenwater kan niet altijd en overal afgevoerd worden. Soms ontstaan er tijdelijk plassen regenwater op de straat en in de tuin. Ernstige hinder is daarbij natuurlijk onwenselijk.
2.2 Dit doen we de komende planperiode Scheiden van waterstromen • Toename van hemelwatervoorzieningen en hemelwaterriolen Door het lokaal verwerken van hemelwater scheiden we schone van vervuilde waterstromen. Zo bereiden we ons voor op de eventuele gevolgen van hevige neerslag gebeurtenissen en werken we aan een gesloten kringloop. We breiden de hoeveelheid hemelwatervoorzieningen en hemelwaterriolen in de planperiode van het GRP verder uit door de aanleg van groenblauwe voorzieningen. Klimaatgerichte normering • Uitwerken klimaatgerichte normering • Toetsen bestaande situatie met stresstest • Aangaan interne en externe risicodialoog ten behoeve van risicomatrix Een groot deel van neerslag als gevolg van zwaardere regenbuien voeren we af of bergen we gecontroleerd tijdelijk in de buitenruimte. Maar dat lukt niet volledig voor
alle situaties. Het is dan ook niet uitgesloten dat bewoners bij hevige buien soms wat hinder ondervinden. Zoals water op straat, in de tuin of – bij extreme gevallen – zelfs in huis. Aan de hand van een opgestelde klimaatgerichte normering geven we aan welke vormen van hinder we al dan niet acceptabel vinden. Dit heeft impact op de normeringen voor het stedelijke ontwerp. De klimaatgerichte normering passen we toe bij het ontwerp van het rioolstelsel bij rioolvervanging en de bij de her inrichting van de buitenruimte. Daarnaast toetsen we de bestaande situatie in de stresstest met een herhalingstijd van T=100 (klimaatscenario 2050). Om specifieker in te gaan op wat we onacceptabel of onwenselijk achten, moeten we meer ervaring opdoen bij het daadwerkelijk ontwerpen en toetsen van de normering. De komende planperiode werken we deze normering verder uit. We kijken daarbij naar differentiaties als panden, kwetsbare objecten, uitval van vitale voorzieningen en verminderde begaanbaarheid. De hinderclassificaties vullen we nog gedetailleerder in. We zetten een interne en externe risicodialoog op waarin de bovenstaande afwegingen leiden tot een risicomatrix.
De regels voor de verwerking van hemelwater op eigen terrein worden onderdeel van het omgevingsplan • Implementeren verordeningen voor afkoppelen en waterberging • Aanleggen van uitleggers in rioolvervangingsprojecten • Rioolaansluitvergunningen op basis van de Verordening Beheer Ondergrond Rotterdam De bestaande subsidieregeling klimaatadaptatie stimuleert bewoners en bedrijven om de verantwoordelijkheid voor de verwerking van regenwater op eigen terrein op te pakken.
Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025
46
Deel III Rotterdams GRP-programma 2021-2025
Voor nieuwbouw stellen we in een toegespitste verordening regels op. Daarmee scheppen we duidelijkheid over de verantwoordelijkheid van de private eigenaar. We verplichten de verwerking van hemelwater op privaat terrein bij nieuwbouwprojecten met een perceeloppervlak groter dan vijfhonderd vierkante meter. De capaciteitseis voor het bergen van hemelwater is dat 50 millimeter neerslag die binnen een uur valt moet worden opgevangen. Op deze manier wordt het overgrote deel van de neerslag op eigen terrein verwerkt. Bij bestaande bouw is het belangrijk dat hemelwater niet meer naar de waterzuivering stroomt, maar aansluit op het hemelwaterstelsel. In de verordening voor het afkoppelen staan de vereisten die we toepassen bij rioolvervangingsprojecten. In de verordening geven we de situaties aan waarin het verplicht is om hemelwater apart aan te bieden voor afvoer vanaf het perceel. In de rioolvervangings projecten leggen we uitleggers vanaf het hoofdriool aan tot aan de erfgrens. De verordening voor het afkoppelen maakt bij invoering van de Omgevingswet deel uit van het omgevingsplan van de gemeente Rotterdam. De rioolaansluitvergunning voor het aansluiten op de gemeentelijke riolering is geregeld in de Verordening Beheer Ondergrond Rotterdam. Ook deze verordening heeft in de toekomst wellicht een relatie met het omgevingsplan.
Implementatie klimaatadaptief bouwen • Regels voor klimaatadaptief bouwen in het omgevingsplan De gemeente heeft na de inwerkingtreding van de Omgevingswet een aantal jaren om een omgevingsplan op te stellen. De door het Rijk opgestelde ‘Handreiking decentrale regelgeving klimaatadaptief bouwen en inrichten’ kunnen we gebruiken als inspiratiebron om eventuele regels in het omgevingsplan vorm te geven op het gebied van wateroverlast, hittestress en droogte. Bij de start van het ontwikkel- en ontwerpproces brengen we het vasthouden/bergen van hemelwater onder de aandacht • Actieve inbreng van watervraagstukken bij de ruimtelijke planvorming, water is een ordenend principe • Water is een thema in de wijkgerichte risicodialoog In het kader van het bestemmingsplan – en straks het omgevingsplan – overlegt de gemeente met initiatiefnemers over de gevolgen voor het beheer van watersystemen. De gemeente geeft hier actief invulling aan samen met de waterschappen en ontwikkelaars. Bij wijzigingen in het bestemmingsplan en het omgevingsplan geven waterschappen een water(toets)advies. Hetzelfde gebeurt tijdens het proces van de wijkgerichte risicodialoog. Buitenruimte benutten voor hemelwater • Implementatie FAW-proces en hemelwatermatrix in ontwerpproces
Voor de verwerking van hemelwater in de buitenruimte hanteren we de principes toepassen – vasthouden/bergen – afvoeren – accepteren. We stellen een Functioneel Advies Water (FAW-proces) op waarbij we tijdens het ontwerp proces gebruikmaken van de hemelwatermatrix en de Rotterdamse Toolkit Hemelwatervoorziening – dat zijn bouwstenen voor de klimaatgerichte inrichting. Gebiedsgerichte bepaling oplossingsrichting hemelwater • Uitwerken afkoppelmogelijkheden in relatie tot oppervlaktewatersysteem met de waterschappen • Gebiedsgericht maatwerk met de waterbeheerders bij afkoppelen op kwetsbare wateren Samen met de waterschappen werken we aan een stedelijk watersysteem waarbij we regenwater in het stedelijk watersysteem bergen en afvoeren. Meerdere factoren zijn hierbij van invloed. Zoals de bodemgesteldheid, de grondwaterstand en de nabijheid van oppervlaktewater. Het oppervlaktewatersysteem vormt een geïntegreerd onderdeel van het stedelijk watersysteem. Meer open water met een ruimtelijke kwaliteit is een belangrijke integrale oplossing. Naast het bergend vermogen en de afvoercapaciteit voor neerslag is het ook van belang voor de grondwaterstand en heeft het meerwaarde voor droogte, hittestress en bodemdaling. De waterschappen spelen een cruciale rol bij de invulling van zowel de klimaatopgave als de afkoppel ambitie.
Ook werken de waterschappen nog aan de (her) invulling van bestaande waterbergingsopgaven (herijking waterplan 2, [9]). Vanuit het programma RoSA werken we de Regionale Studie verder uit, waarbij we de afkoppelambitie en de doorwerking naar het oppervlaktewatersysteem nog meer vormgeven. In de planperiode van dit GRP bepalen we voor verschillende gebieden de opgave en oplossingsrichting voor het afkoppelen en bergen/vasthouden van hemelwater. In o verleg met de waterbeheerders stellen we de omvang van deze gebieden vast. De oppervlaktewaterkwaliteit blijft beschermd, met als uitgangspunt dat afgekoppeld hemelwater van de openbare ruimte schoon is. We bespreken de afkoppelplannen met de waterschappen. Daar waar oppervlaktewater extra kwetsbaar is voor verontreiniging, kiezen we met de waterbeheerder voor gebiedsgericht maatwerk. Aanpassing van het rekenmodel • Maken 2D-rekenmodel stedelijk watersysteem De gemeente ontwikkelt een aangepast rekenmodel voor het ontwerpen en toetsen van het stedelijk watersysteem. De huidige modellen bieden hiervoor onvoldoende ogelijkheden. m Eisen hemelwaterriolen en voorzieningen • Verder uitwerken Programma van Eisen Stedelijk Water (PvE Water) De functionele en technische eisen aan waterobjecten in beheer van de gemeente Rotterdam zijn vastgelegd in het PvE Water.
In deze planperiode werken we het PvE Water verder uit en starten we met de implementatie.
Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025
47
Deel III Rotterdams GRP-programma 2021-2025
Actualiseren en uitbreiden hemelwatermatrix • Actualisatie en implementatie hemelwatermatrix De keuze voor de juiste hemelwatervoorziening verschilt per locatie en project. De hemelwatermatrix (2012) ondersteunt bij het selecteren van de juiste voorziening. We actualiseren de komende periode de hemelwatermatrix, waarbij we ook de waterschappen betrekken. We passen ook de Rotterdamse Toolkit Hemelwatervoorziening aan. We verankeren de toolkit in de Rotterdamse stijl voor het openbare gebied. Deze hemelwatermatrix stellen we ook beschikbaar voor het gebruik voor privaat gebied.
Wanneer hemelwatervoorzieningen een – overwegend – andere functie hebben, komt het beheer en onderhoud gedeeltelijk ook voor rekening van de wegbeheerder of groenbeheerder. Denk daarbij aan waterpasserende wegverharding of wadi’s.
Assetmanagement gemeentelijke hemelwater voorzieningen • Opstellen POK hemelwatervoorzieningen • Monitoring hemelwatervoorzieningen • Verbetering brengen in het verkrijgen en verwerken van revisiegegevens
We stellen een POK hemelwatervoorzieningen op voor de invulling en uitvoering van een inspectieprogramma, onderhoudsprogramma en het programma Assetmanagement. Gelet op de samenhang van het rioolstelsel en andere voorzieningen die deel uitmaken van de openbare ruimte, stellen we waar nodig per voorziening een apart beheer- en monitoringsplan op. In het beheerbestand verbeteren en automatiseren we de vastlegging van de hemelwatervoorzieningen. Die gegevens zijn voor iedereen – zoals inwoners, bedrijven, waterschappen – inzichtelijk. Op basis van de beschikbare gegevens – zoals de ligging hoogte, breedte en diepte – kan er desgewenst een 3D-visualisatie gemaakt worden.
In de gemeente Rotterdam bevinden zich diverse bovenen ondergrondse hemelwatervoorzieningen. Denk aan bergbezinkbassins, bovengrondse waterbassins in waterpleinen, infiltratievelden, waterpasserende verharding, wadi’s en ondergrondse infiltratiereservoirs bestaande uit kratten, shells of lavakoffers.
We plaatsen op basis van beheer- en monitoringsplannen extra peilbuizen – projectpeilbuizen – waarmee we de werking monitoren van waterpleinen, infiltratievelden, wadi’s en ondergrondse infiltratiereservoirs. Door waar nodig het peilbuizenmeetnet aan te vullen, kunnen we desgewenst waterpasserende verharding monitoren.
Vaak bestaan deze voorzieningen uit meerdere samen hangende elementen die zich boven- en ondergronds bevinden. De aan- en afvoer van water vindt plaats via drainagebuizen, hemelwaterriolen en vrijvervalriolen eventueel met behulp van gemalen en pompen. Deze voorzieningen behoren tot de gemeentelijke riolering, beheer en onderhoud komen ten laste van de rioolheffing.
Registratie hemelwatermaatregelen op particulier terrein • Opstellen registratiesysteem hemelwatermaatregelen privaat terrein Het aantal hemelwatervoorzieningen op particulier terrein neemt in de komende planperiode toe. Daarom is het registreren van maatregelen op particulier terrein nood zakelijk. Op die manier houden we overzicht op hoe het totale watersysteem functioneert bij neerslag.
Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025
48
Deel III Rotterdams GRP-programma 2021-2025
3
Deelprogramma grondwater 3.1 Uitgangspunten voor het programma grondwater Doel Het behoud en ontwikkelen van een gezond, robuust en klimaatbestendig systeem. We treffen maatregelen in het openbaar gebied waarmee we structureel nadelige gevolgen van een te hoge of te lage grondwaterstand voorkomen of beperken. Op deze manier houden we de stad Rotterdam aantrekkelijk en leefbaar, ter ondersteuning van stedelijke activiteiten zoals wonen, werken en recreëren. Hiervoor treffen we maatregelen in het openbaar gemeentelijk gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand te voorkomen of te beperken. Dit voor zover het treffen van
die maatregelen doelmatig is en niet behoort tot de taak van een waterschap, provincie of het Rijk. De gemeente Rotterdam heeft een regierol in het coördineren van de werkzaamheden van verschillende partijen bij ingrepen in het openbaar gebied en het particuliere terrein. De func tionele eisen en maatstaven die we aanhouden, geven we aan op het eind van deze paragraaf. Strategische principes • We hanteren als uitgangspunt een grondwaterstand die beïnvloed wordt door neerslag, het peil van het aanwezige oppervlaktewater, de bodemopbouw en aanwezige infrastructuur. • De stedelijke functie volgt en past zich aan aan het aanwezige (grond)water- bodemsysteem. • Die grondwaterstand in het openbaar gebied wordt niet beïnvloed met mechanische middelen zoals pompen.
Functionele Eis
Maatstaf
Meetmethoden
We scheiden stromen: grondwater wordt zoveel mogelijk apart gehouden van vuil s tedelijk afvalwater. De eigenaar is zelf verantwoordelijk voor de verwerking van grondwater op eigen terrein.
Aansluitmogelijkheden voor grondwaterlozingen op de gemeentelijke riolering (voorkeursvolgorde: 1) DI(T)-riool, 2) hwa riool en 3) gemengd riool) zijn helder en geborgd in regelgeving: • Verordening beheer ondergrond (huidig recht) Via Omgevingswet
Registratie van rioolaansluitingen.
Het zoveel mogelijk voorkomen van problemen als gevolg van structurele grondwater onder- en overlast door middel van doelmatige maatregelen in openbare ruimte
• De gemeente volgt drie stappen (zie deel II, paragraaf 3.2) in overleg (gemeente, particulieren, waterschap) over het gewenste pakket aan doelmatige maatregelen; • In de openbare buitenruimte is bij nieuwbouw en herstructureringsgebieden de gewenste drooglegging minimaal 1,20 m; • In gebieden met gefundeerde panden is de minimaal gewenste ontwateringsdiepte in openbaar gebied 0,80 m ten opzichte van uitgiftepeil; • In gebieden waar de panden niet gefundeerd zijn is deze minimaal gewenste ontwateringsdiepte meestal niet haalbaar. Voor deze gebieden en in funderings- risicogebieden hanteren we geen algemene maatstaf maar is het maatwerk; • Voor openbaar groen (plantsoenen en parken) geldt een minimaal gewenste ontwateringsdiepte van 0,50 m t.o.v. het maaiveld.
Een registratie van grondwater meldingen en onitoring van m grondwater standen in openbaar gebied met behulp van het peilbuizen meetnet.
Rotterdammers en vastgoed- eigenaren beschikken over kennis van het (grond)watersysteem en de relaties tot de stedelijke functies zoals wonen, werken, verkeer en de verdeling van de verantwoordelijk heden en gevolgen voor hun woning, fundering, tuin en huisaansluitingen.
De gemeente communiceert over de grondwaterzorgplicht, het grondwatersysteem en de verdeling van de verantwoordelijkheden. De gemeente informeert over de grondwatersituatie in het gebied en mogelijke handelingsperspectieven.
Communicatie- uitingen.
Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025
49
Deel III Rotterdams GRP-programma 2021-2025
De gemeente informeert en communiceert (loketfunctie) met bewoners, ondernemers, woningcorporaties en het waterschap over grondwater-gerelateerde onderwerpen. Denk daarbij aan wat de gemeente onderneemt in het kader van haar zorgplicht. Maar ook over maatregelen die particulieren zelf op eigen terrein of aan de eigen woning of ander bouwwerk, kunnen nemen. Zoals de aansluiting op openbare infiltratie- en/of drainageleidingen, of het nemen van bouwkundige maatregelen zoals het waterbestendig maken van ondergrondse ruimtes en het herstellen van schade aan de fundering.
3.2 Dit doen we de komende planperiode Aanleggen van DI-leidingen • Toename van de lengte DI-leidingen • Opstellen beheer aanpak DI-leidingen In gebieden waar we structureel nadelige gevolgen van het grondwater verwachten, legt de gemeente Rotterdam bij rioolvervangingsprojecten in het openbare gebied drainage- infiltratie (DI) leidingen aan. Deze leidingen functioneren op basis van natuurlijk verval en sluiten we aan op het oppervlaktewater. Hierdoor stelt de (grond)waterstand in de DI-leidingen zich ongeveer in op het niveau van het oppervlaktewater. Met de aanleg houden we rekening met de minimaal gewenste ontwateringsdiepte in openbaar gebied in relatie tot de gebruiksfunctie van het gebied. Assetmanagement gemeentelijke grondwater voorzieningen • Inventarisatie areaal DI-leidingen • Opstellen POK beheer grondwatervoorzieningen Deze planperiode gaan we verder met de inventarisatie van het te beheren areaal aan drainage. We vullen het beheerbestand verder aan met nieuwe aangelegde drainage- infiltratieleidingen. Omdat drainage-infiltratie invloed heeft op grondwaterstanden is het belangrijk dat we goed zicht hebben op de totale omvang en situatie. In een POK grondwatervoorzieningen wordt het risico gestuurd beheer voor grondwatervoorzieningen – zoals drainage – verder ingevuld en uitgevoerd.
Daarbij gaan we op twee manieren te werk: • wijkgestuurd: naar aanleiding van meldingen/klachten en eigen waarnemingen van mogelijke risico’s op structurele nadelige gevolgen vindt er beheer en onderhoud plaats; • datagestuurd: als monitoringsresultaten uit het gemeentelijk peilbuizenmeetnet wijzen op mogelijke structureel nadelige gevolgen, vindt er beheer en onderhoud plaats.