CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb002719] Afschrift brief wijkraad Bloemhof met ongevraagd advies over Rol Gemeente, Overheden en grondbeleid bij bodemdaling

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 15 mei 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bouwen en Wonen40.084 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Figuur 1 Het stedelijk watersysteem en de verantwoordelijkheden

De buitenruimte speelt een belangrijke rol in het voorkómen van wateroverlast bij hevige neerslag. Voor de verwerking van al dat hemelwater is het belangrijk dat er voldoende bergingsmogelijkheden zijn in de stad. Bij de (her)inrichting van bestaande buitenruimtes moet daarmee rekening gehouden worden, zodat de bergende functies niet verdwijnen. Ook door bodemdaling wordt de ondergrondse bergingsruimte namelijk steeds kleiner. De omvang van het stedelijk watersysteem Rotterdam heeft ruim 13.000 hectare verhard oppervlak. Daarvan is ruim 4.400 hectare aangesloten op de riolering. De lengte van de zogeheten vrijvervalriolering dat in beheer is bij de gemeente bedraagt ruim 2.600 kilometer. Van ruim 640.000 inwoners en duizenden bedrijven en industrie

wordt het huishoudelijk en bedrijfsafvalwater voor het overgrote deel via de riolering verzameld en getransporteerd naar de verschillende rioolwaterzuiveringen (RWZI). Slechts een beperkt aantal panden is vanwege de ligging niet aangesloten op de riolering. Het grootste gedeelte van het huishoudelijke afvalwater van deze panden wordt gereinigd door een IBA, een systeem voor individuele behandeling van het afval­water. Deze IBA’s (54 stuks) worden, namens de gemeente, onderhouden door het Hoogheemraadschap van Delfland. Een indruk van de omvang van de gemeentelijke riolerings-­ voorzieningen (‘assets’) is weergegeven in figuur 2. Een overzicht van de voorzieningen die van belang zijn, is opgenomen in bijlage 4.De RWZI’s van de Waterschappen

Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025

13

Deel I Het Rotterdams stedelijk watersysteem in perspectief

verwerken jaarlijks een mengsel van circa 80 miljoen m3 aan stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater.

Vrij vervalriolering 2.678 km

De RWZI’s Dokhaven en Kralingse Veer zuiveren het afvalwater van het dichtbebouwde stedelijk gebied en nemen daarmee het grootste deel voor hun rekening. Zij lozen het gezuiverde afvalwater vervolgens in de Nieuwe Maas of de Nieuwe Waterweg. De namen van de RWZI’s – inclusief het gebied waarvan ze het afvalwater zuiveren – zijn in figuur 3 weergegeven. Deze afvoer bestaat, naast een stelsel van schoonwaterriolen, uit greppels, wadi’s en zaksloten van waaruit het (is dit het hemelwaterafvoer?) infiltreert in de bodem en deels via het grondwater in de rivier terechtkomt. In het Westelijk Havengebied (Vondelingenplaat, Botlek, Europoort en Maasvlakte) wordt het huishoudelijk afvalwater grotendeels via een stelsel van gemalen en persleidingen afgevoerd naar de rioolwaterzuivering (RWZI). De vrijvervalriolering in het gebied betreft hoofdzakelijk hemelwaterafvoer. Deze afvoer bestaat uit naast een stelsel van schoonwaterriolen uit greppels, wadi’s en zaksloten van waaruit het water infiltreert in de bodem en deels via het grondwater in de rivier terechtkomt. Enkele deelgebieden van het havengebied, zoals het Waal- en Eemhavengebied, hebben gemengde stelsels met een overstort. Hierbij wordt het vuilwater door een gemaal en een pers­ leiding afgevoerd naar de RWZI. Al het afvalwater wordt verpompt naar de drie rioolwaterzuiveringen die in beheer zijn bij Waterschap Hollandse Delta.

De Maasvlakte en Europoort voeren af naar RWZI Oostvoorne, Botlek en Vondelingenplaat naar RWZI Hoogvliet en Waal-Eemhaven voert af naar RWZI Dokhaven. De verdeling van verantwoordelijkheden tussen de gemeente en het Havenbedrijf Rotterdam (HBR) is vastgelegd in de ‘Overeenkomst van overdracht van het functioneel beheer van de riolering in het Westelijk Havengebied’ (2006). Hierin staat dat de gemeente verantwoordelijk is voor het technisch en operationeel beheer, en ook voor het functioneel beheer van de riolering (persleidingen en schoonwaterriool). Andere voorzieningen voor het verwer-

Persleiding 365 km

1.711 km gemengd riool 567 km hemelwaterriool 183 km afvalwaterriool

Gemalen 964 totaal

Hemelwatervoozieningen

35 districtsgemalen 893 rioolgemalen 27 tunnelgemalen

4 waterpleinen 10 infiltratiereservoirs 2 retentiepleinen

Overig 3 bergbezinkbassins 515 overstortconstructies 295 terugslagkleppen 54 IBA’s (septic tanks)

175.000 kolken 1.646 afsluiters 2.000 peilbuizen

Figuur 2 Omvang van de assets van het stedelijk watersysteem

ken van hemelwater – zoals greppels, zaksloten, drainage en duikers – zijn in technisch en operationeel beheer bij het HBR. Het functioneel beheer ligt ook voor deze voorzieningen bij de gemeente Rotterdam. Voor het aansluiten van bedrijven op het bestaande persleidingsysteem gelden bepaalde voorwaarden. Zo mag er alleen huis-houdelijk afvalwater op de persleiding geloosd worden en geen hemelwater en proceswater.

VERKLARING

Oostvoorne

Kortenoord

Ridderkerk

Hoek van Holland

Kralingse Veer

Rozenburg

GEMEENTV

K

Oost

Groenendijk

Kortenoord

Ridd

Hoek van Holland

Kralingse Veer

Roze

Dokhaven

Hoogvliet

Oostvoorne

GEME

Groenendijk

Kortenoord

Ridderkerk

Hoek van Holland

Kralingse Veer

Rozenburg

0

5.000

10.000 m

´

RoSA Hoogvliet

K

Hoogvliet

Figuur 3 Overzicht afvalwaterzuiveringseenheden met de naam van elke RWZI

Groenendijk

Groenendijk

Dokhaven

VERKLARING

Dokhaven

H

Hoek van Holland

VERKLARING

VERKLARING

Dokhaven

Overzicht zuiveringskringen Rotterdam

Formaat:

A3

Schaal:

1:130.000

Datum:

13-11-2014

Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025

14

Deel I Het Rotterdams stedelijk watersysteem in perspectief

3

Ontwikkelingen in de maatschappij Het stedelijk watersysteem is als onderdeel van het ­ecologische, fysieke, sociale en economische systeem onderhevig aan maatschappelijke ontwikkelingen en ­transities. Tegelijk speelt het stedelijk watersysteem ook een belangrijke rol bij het vergroten van de weerbaarheid en veerkracht van Rotterdam. In dit hoofdstuk gaan we hier nader op in.

3.1 Het GRP en de perspectieven van Rotterdam Rotterdam heeft vijf perspectieven benoemd die richting geven aan de toekomst van de stad. De perspectieven zijn geen keuzemodel: ze zijn állemaal even belangrijk [3]. Ze vormen een richtinggevend ‘kompas’, zoals weergeven in figuur 4. Bij het ontwikkelen van dit GRP hebben we deze vijf perspectieven in acht genomen. Gezond Rotterdam draagt met een goed functionerend stedelijk watersysteem bij aan een gezonde stad. De gemeente zorgt ervoor dat woningen en bedrijven zijn aangesloten op voorzieningen voor het afvoeren van afvalwater. Daarnaast zorgt Rotterdam ervoor dat verstoringen in de afvoer via de riolering, persleiding en rioolgemalen zo weinig mogelijk voorkomen. Mocht er zich een storing voordoen in een (hoofd)rioolgemaal, dan wordt deze binnen 24 uur opgelost. In de meeste gevallen kunnen Rotterdammers bij storingen of calamiteiten het toilet blijven gebruiken.

Met andere woorden: in meer dan 99 procent van de tijd stroomt het stedelijk afvalwater naar de zuivering zonder dat Rotterdammers hier iets van merken. Circulair De afvalwaterketen richten we zo in dat we bijdragen aan een circulaire stad. Energie, warmte en grondstoffen die vrijkomen bij de bewerking en verwerking van het ­afval­water worden hergebruikt. Hierbij letten we ook op ­moge­lijke verontreiniging van afvalwater met bijvoorbeeld ­microplastics, medicijnresten, drugs en virussen. Ook bij vervanging en onderhoud van de riolering streven we naar circulariteit door vrijkomende materialen zoveel mogelijk opnieuw te gebruiken. Compact De komende decennia komen er in Rotterdam ongeveer 50.000 woningen bij. De hoeveelheid af te voeren afval­ water neemt daardoor toe. Dat heeft directe gevolgen voor het stedelijke watersysteem: de druk op de ondergrondse ruimte neemt toe, daardoor wordt de ruimte drukker. ­Tegelijkertijd biedt het ook kansen om te kijken hoe we bijvoorbeeld afvalwater makkelijker kunnen hergebruiken. Maar óók om hemelwater lokaal te verwerken op particuliere terreinen en in de openbare ruimte. Zo willen we ook bij een verdere verdichting en verstening van de stad wateroverlast en een slechte oppervlaktewaterkwaliteit voorkómen.

Circulaire afvalwaterketen in 2050

Een goed functionerend rioolstelsel voorkomt gezondheidsschade en bevordert de leefbaarheid.

Het watersysteem van de toekomst is alleen mogelijk als we alle Rotter­dammers erbij betrekken: voor, door en met de inwoners van Rotterdam. We maken Rotterdammers mede eigenaar van het watersysteem.

Figuur 4 Het GRP bekeken vanuit de vijf perspectieven

Ook bij stedelijke verdichting houden we vast aan de principes van scheiden van afvalwater en regenwater. We zorgen voor ruimte voor water en groen.

We maken gebruik van de vele innovaties die in Rotterdam ontwikkeld en gemaakt worden om te komen tot een circulaire afvalwaterketen.

Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025

15

Deel I Het Rotterdams stedelijk watersysteem in perspectief

Productief Werken aan het circulaire stedelijk watersysteem kan ­alleen door te innoveren. Zeker in het compacte stedelijk gebied waar de ruimte beperkt is. De digitalisering van stedelijke processen heeft een ongekende invloed op het afvalwaterbeheer. De integratie van slimme digitale infrastructuren biedt namelijk tal van toepassingen. En met de informatie die al voorhanden is, kunnen we flinke stappen zetten op het gebied van informatiegestuurd stedelijk ­afvalwaterbeheer. De digitalisering vraagt tegelijkertijd om extra waakzaamheid met het oog op cyberveiligheid. Inclusief De verhouding tussen overheid en maatschappij verandert sterk. De overheid kiest een andere en meer gelijkwaardige rol ten opzichte van inwoners, bedrijven en andere partijen in de stad. Het is meer ‘stadsbeheer met en door de ­inwoners’ dan ‘stadsbeheer voor de inwoners’. Dit heeft dan ook gevolgen voor de manier waarop het waterbeheer in de stad wordt gepland en uitgevoerd. Zo betrekken we alle Rotterdammers op diverse manieren bij de vormgeving en het inrichten van het stedelijk water­ systeem. De uitvoering van het GRP doen we wijkgestuurd en samen met de inwoners. Zo betrekken we bewoners bij het ontwerp en de inrichting van de straat en de aanleg van voorzieningen om hemelwater op te vangen. Bewoners worden gestimuleerd ook zelf hun straat te vergroenen door de aanleg van geveltuinen.

In het GRP wordt nadrukkelijk de verbinding gelegd tussen de riolering, het oppervlaktewatersysteem en de buitenruimte. Daarmee is er een expliciete relatie met onder andere de Visie Openbare Ruimte 2019-2020 Rotterdam en het urgentiedocument Rotterdams Weerwoord.

3.2.1 Visie Openbare Ruimte

In de Visie Openbare Ruimte [2] is de ambitie geformuleerd dat Rotterdam in 2030 een duurzame, groene en gezonde openbare ruimte heeft. Dit moet bijdragen aan een prettig leefklimaat voor bewoners, bezoekers en ­ondernemers. De ambitie sluit ook aan op de vijf perspectieven van ­Rotterdam (zie figuur 5). De Visie Openbare Ruimte benadrukt het belang van een integrale aanpak. Dat wil zeggen dat de straat bij onderhoud en vernieuwing opengaat van erfgrens tot erfgrens waarbij ook de vernieuwing van de buitenruimte plaatsvindt. Met ruimte voor meer groen en aandacht voor klimaat in lijn met de Rotterdamse Stijl. In dit document is vastgelegd welke materialen en producten er aangeboden worden en welke stijl we aanhouden. En, ook belangrijk: is dat het maaiveld weer wordt opgehoogd naar uitgiftepeil. Bij niet-integrale (oftewel singuliere projecten) wordt alleen de riolering aangepakt, zonder maaiveldophoging. Hierdoor zijn er slechts beperkte mogelijkheden om de kwaliteit van de buitenruimte te verbeteren en zo bij te dragen aan ­klimaatadaptatie.

Transistie naar duurzame energie, circulaire productie en recycling

Meer groen, klimaatadaptatie en wandel- en fietsroutes

3.2 Relatie met het Rotterdams Weerwoord en de Visie Openbare Ruimte

50.000 woningen erbij i.s.m. mobiliteit groen en voorzieningen

De wens is te komen tot een integralere aanpak. Daarvoor is een financieringsstrategie voor de lange termijn nodig. Vanuit de Visie Openbare Ruimte worden er diverse ­programma’s en thema’s gekoppeld, zoals: vervangingsprogramma’s voor riolering, wegen en groen, Rotterdams Weerwoord, Rotterdam gaat voor groen, woningbouw, energietransitie en mobiliteitstransitie. Door werkzaamheden te combineren, verlagen we de kosten en veroorzaken we minder overlast voor bewoners, ondernemers en bezoekers.

3.2.2 Rotterdams Weerwoord Gemengde wijken, voorzieningen en betaalbaarheid

Condities voor werken en leren in de nieuwe economie

Figuur 5 De Visie Openbare Ruimte bekeken vanuit de vijf perspectieven

Door klimaatverandering neemt de kans op overlast en schade door hevige neerslag, hitte, droogte en overstromingen toe. Dat levert in Rotterdam risico’s op voor de economie en onze veiligheid en gezondheid. Zo kan ­wateroverlast schade aan gebouwen veroorzaken. Maar ook lage grondwaterstanden – als gevolg van langdurige droogte – hebben schadelijke gevolgen. Extreem weer leidt tot een grotere kans op uitval van delen van vitale, kwetsbare functies in de stad.

Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025

16

Deel I Het Rotterdams stedelijk watersysteem in perspectief

Het Rotterdams Weerwoord is het Rotterdamse antwoord op de klimaatverandering. Rotterdam, als stad in de delta van Nederland met een dalende bodem, is kwetsbaar voor de gevolgen van klimaatverandering. Het voorbereiden van Rotterdam op die verandering – ook wel klimaatadaptatie genoemd – is nodig. Door nu actie te ondernemen, kan schade in de toekomst worden beperkt. Wel op een manier dat we flexibel zijn, zodat we bij nieuwe inzichten de aanpak kunnen bijstellen.

Het Rotterdams Weerwoord benoemt ook de keerzijden: • meer bomen en groen in de stad zorgen voor een grotere watervraag die de gevolgen van droge perioden versterken; • het vervangen van verharding door groen of waterdoorlatende verharding vergroot de opnamecapaciteit van neerslag én vult het grondwater aan. Dit is niet overal mogelijk en is zelfs onwenselijk in gebieden met (te) hoge grondwaterstanden.

Mogelijke maatregelen die in het Rotterdams Weerwoord worden benoemd zijn: • vergroening van de stad om hittestress tegen te gaan, dit draagt ook bij aan de vertraging en zuivering van neerslag; • vervanging van verharding door groen; dit vergroot de opnamecapaciteit van neerslag én zorgt voor het aanvullen van het grondwater. Dit is vooral goed voor gebieden met (te) lage grondwaterstanden; • het combineren van waterbergende voorzieningen op, rond en onder gebouwen met verkoelende maatregelen (zoals groene daken); dit draagt bij aan reductie van wateroverlast en verlaagt de temperatuur in de stad; • het hoger aanleggen van vitale voorzieningen; dit ­vermindert zowel risico’s van overstroming vanuit de rivier als door extreme neerslag.

Een robuuste en klimaatbestendige inrichting vraagt de inzet van iedereen: van de gemeente, de waterschappen, de woningcorporaties, het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en de Rotterdammers. Met de waterschappen en woningbouwcorporaties maken we concrete uitvoerings­ afspraken over bijvoorbeeld aanvullende maatregelen bij rioolvervangingsprojecten, meer open water in de stad en extra projecten zoals waterpleinen. Dit GRP sluit aan op en draagt bij aan de doelen uit het Rotterdams Weerwoord. In de volgende hoofdstukken van dit GRP staat beschreven hoe we dat doen.

Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025

17

Deel I Het Rotterdams stedelijk watersysteem in perspectief

4

De belangrijkste opgaven voor het stedelijk watersysteem De gemeente heeft drie wettelijke zorgplichten. Of, zoals dat onder de nieuwe Omgevingswet wordt genoemd: taken op het gebied van watersystemen en waterketenbeheer. De drie specifieke ‘waterzorgplichten’ zijn: • Het beschermen van de volksgezondheid en het milieu door effectief inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater; • Het zoveel mogelijk voorkomen van wateroverlast door het inzamelen, vasthouden, transporteren, verwerken en hergebruiken van hemelwater; • Het zoveel mogelijk voorkomen of beperken van structureel nadelige gevolgen van een hoge of lage grondwaterstand door goed werkende maatregelen in openbaar gebied. In de komende planperiode geven we het stedelijk ­watersysteem verder vorm aan de hand van de volgende vijf doelen: 1. Een goed functionerend stedelijk watersysteem voor een aantrekkelijke stad Doelmatig hergebruik, benutten, inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater. Dit doen we voor de volksgezondheid, een aantrekkelijke leefomgeving en een circulaire stad;

2. Klimaatbestendig stedelijk watersysteem Benutten van hemelwater en zoveel mogelijk voorkomen van wateroverlast door slim inzamelen, vasthouden, trans­porteren, verwerken en hergebruiken van hemelwater; 3. Robuust grondwatersysteem Verkrijgen en behouden van een gezond en robuust grondwatersysteem via maatregelen in het openbaar gebied die de structurele nadelige gevolgen van een hoge of lage grondwaterstand zoveel mogelijk beperken; 4. Actieve communicatie en participatie Actief communiceren met en betrekken van ­Rotterdammers en Rotterdamse bedrijven over en bij de verdere ontwikkeling van het stedelijk watersysteem; 5. Innovatie, digitalisering en automatisering Streven naar innovaties en slim benutten van digitalisering en automatisering. In deel II ‘De strategie’ gaan we in op de vraag hoe we aan deze doelen gaan werken en welke instrumenten we daarvoor gebruiken. Welke concrete maatregelen worden genomen, staat beschreven in deel III ‘Het programma’. Op de volgende pagina’s beschrijven we alvast de ­ elangrijkste opgaven. b

Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025

18

Deel I Het Rotterdams stedelijk watersysteem in perspectief

Rotterdam sluit (afval)waterkringloop fosfaat, syngaat medicijnen water

voedsel

toiletpapier

warmte

decentraal

hemelwater

glastuinbouw

leefomgeving

stad/woning

industrie/bedrijven

stoffen

warmte water

energie water

water

fosfaat, energie

fosfaat, cellulose, syngas, etc.

water

centrale afvalwaterzuivering

Figuur 6 Rotterdam sluit de (afval)waterkringloop [13]

Doel 1: Een goed functionerend stedelijk ­watersysteem voor een aantrekkelijke stad

Van concept naar lange termijnstrategie Door de mondiale en regionale ontwikkelingen ziet ­Rotterdam er in 2050 anders uit. Vanuit het programma ­Rotterdamse Samenwerking in de Afvalwaterketen (RoSA) wordt er gewerkt aan de invulling en strategie van de ­Langetermijnvisie (Zie figuur 6). Onder andere met voorbeeld­projecten en een adaptieve routekaart. De contouren van een totaalconcept, waarbij het benutten van bruikbare grondstoffen in het afvalwater steeds beter zichtbaar worden, is nog niet af. Dit heeft te maken met beperkingen op gebied van veiligheid en de volksgezondheid. Ook is de technologie die dit alles mogelijk maakt nog volop in ontwikkeling. De gemeente Rotterdam zet vooralsnog in op het sluiten van de kringloop voor afval­water langs twee sporen: de lopende ontwikkeling vanuit de bestaande structuren van de afvalwaterketen en tegelijkertijd openstaan voor alternatieve technieken en initiatieven uit de samenleving voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afvalwater en hemelwater. RoSA is een samenwerking tussen de gemeenten ­Rotterdam en Capelle aan den IJssel, de drie Rotterdamse waterschappen en waterbedrijf Evides. De partijen weten elkaar goed te vinden en er zijn stappen gezet in de ­optimalisatie van het stedelijk watersysteem. Ook na het programma wordt de intensieve samenwerking voortgezet.

In de laatste fase van RoSA is de regionale studie een belangrijk gezamenlijk onderzoeksproject. In deze studie onderzoeken we hoe we het oppervlaktewatersysteem, de riolering en de afvalwaterzuiveringen nog beter op elkaar kunnen afstemmen. Zo onderzoeken we rondom de zuiveringen Groenedijk, Kralingse Veer, Dokhaven en Rozenburg of het afvalwater ook op andere locaties kan worden ­gezuiverd en wat het effect is voor deze zuiveringen ­wanneer er minder hemelwater naar wordt afgevoerd. ­Vervolgens kijken we naar de effecten voor het opper­ vlaktewatersysteem. Renovatie, vervanging en verbetering van de riolering De levensduur van een riool is eindig. Het is daarom zeer belangrijk voor het stelsel (en de stad) om tijdig te ­repareren, te renoveren en te vernieuwen om zo storingen door veroudering te voorkomen. De renovatie of vervanging van de riolering vindt gemiddeld eens per veertig tot zestig jaar plaats. In deel II van het GRP is opgenomen hoe we dit in de komende periode willen doen. We zetten in op de combinatie van het tegengaan van de veroudering en klimaatbestendigheid van de stad. Dat gaan we grotendeels doen in integrale projecten waarbij niet alleen het riool, maar ook de buitenruimte van erfgrens tot erfgrens wordt aangepakt. Samenwerking en gebiedsgericht maatwerk vormen hierbij het uitgangspunt.

Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025

19

Deel I Het Rotterdams stedelijk watersysteem in perspectief

Aanpak bodemdaling In het overgrote deel van Rotterdam is de bodem erg ­zettingsgevoelig. De bodem daalt twee tot vier millimeter per jaar. Op sommige plaatsen zelfs meer dan één centimeter per jaar. Op sommige locaties is er ook sprake van oudere en niet-onderheide bebouwing. Ofwel: bebouwing zonder paalfundering. Deze bebouwing zakt dus met de bodem mee. En daarnaast: de openbare ­ruimte en in het gebied gelegen wegen, riolering en groen. Rioolaansluitingen op die plekken kunnen door ongelijk­matige zetting afbreken. Het veranderende klimaat verergert de bodemdaling. Het periodiek ophogen van de openbare ruimte is een belangrijke opgave voor de gemeente. In deel II van het GRP beschrijven we hoe we willen omgaan met bewaken van het uitgiftepeil. Het onderhoud van het particuliere terrein valt buiten de verantwoordelijkheid van de gemeente. Op sommige ­locaties liggen woningen, tuinen en binnenterreinen lager dan de wegen en omringende openbare ruimte. Dit is een belangrijk aandachtspunt in de communicatie over de werkzaamheden. Het ophogen van de openbare ruimte is niet altijd mogelijk vanwege de verzakte staat van de particuliere percelen en bebouwing. In dit soort gebieden krijgen percelen met niet-onderheide bebouwing in toenemende mate te maken met terugkerende – en op den duur oncontroleerbare – wateroverlast.

Doel 2: Klimaatbestendig stedelijk watersysteem

Klimaatbestendigheid Het voorkomen van wateroverlast bij hevige neerslag is een bestaande opgave. De volgende stap is het invoeren van een klimaatgerichte normering. Hoe we dat doen, wordt in deel II uiteengezet. We gaan in op meerdere belangrijke punten. Zoals het benutten van de openbare ruimte voor het tijdelijk bergen van water. Dit vraagt om een gedetailleerde analyse met een interne en externe risicodialoog op wijkniveau om de best passende oplossing per gebied te vinden. Hemelwater bergen en scheiden Vanuit RoSA werken we samen met de waterschappen aan de regionale studie. Hierin onderzoeken we de afkoppel­ ambitie om hemelwater apart te verwerken en de effecten hiervan op het oppervlaktewatersysteem. Tijdens deze planperiode bepalen we voor verschillende gebieden hoe we het hemelwater in de toekomst willen vasthouden, bergen en afvoeren. De oplossingsrichtingen die voort­ komen uit dit onderzoek, vormen een kader voor het ontwerp van de riolering binnen deze gebieden.

Doel 3: Robuust grondwatersysteem

Stappenplan en informeren Het uitgangspunt van het GRP is een robuust en klimaatbestendig grondwatersysteem. Daarmee bedoelen we een grondwatersysteem dat beïnvloed wordt door neerslag, het peil van het aanwezige oppervlaktewater, de bodem­ gesteldheid en aanwezige infrastructuur. De grondwaterstand in het openbaar gebied willen we vanuit de gemeente niet beïnvloeden met mechanische middelen. Op deze manier kunnen we het grondwatersysteem robuust, beheersbaar en klimaatbestendig houden. Bewoners en bedrijven kunnen lokaal overlast ervaren door een te hoge of te lage grondwaterstand. Daarom hebben we in deel II een stappenplan opgenomen waarin we beschrijven hoe de gemeente omgaat met haar zorgplicht voor het grondwater. Het is belangrijk dat de gemeente informatie over grondwater en gerelateerde onderwerpen deelt met ­bewoners, ondernemers, woningcorporaties en de waterschappen. Denk daarbij aan informatie rondom de zorgplicht voor het grondwater. Maar ook informatie over welke maatregelen particulieren zelf kunnen nemen. Ook hier vormen gebiedsgericht maatwerk en samenwerking met bewoners en ondernemers een belangrijk uitgangspunt van de strategie.

Doel 4: Actieve communicatie en participatie

Samen met anderen werken aan het stedelijk water­ systeem Door in een vroeg stadium van projecten en plannen input te vragen aan partijen uit de stad, verbeteren we plannen. Een grote opgave is om in de komende planperiode ­Rotterdammers meer en meer te betrekken bij en te laten meedenken of meebeslissen over maatregelen in hun leefomgeving . Het optimaliseren van het participatietraject met alle belanghebbenden sluit nauw aan bij het ­ otterdamse Weerwoord. R

Doel 5: Innovaties, digitalisering en automatisering

De Stad als meetnet De verdergaande digitalisering en automatisering bepaalt in de toekomst steeds meer het stedelijk waterbeheer. In het initiatief ‘Stad als meetnet’ zien we een goede mogelijkheid om tot meer samenhang in meetnetten te komen. Gebruikmaken van aanwezige innovatiekracht Om doelen te behalen moeten we volop gebruikmaken van de innovatiekracht die aanwezig is in de stad. Door het betrekken van en ruimte bieden aan ondernemers met innovatieve ideeën en oplossingen voor het stedelijk ­watersysteem, versterken we de economie en het imago van Rotterdam.

Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025

Deel II

Strategie

20

Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025

21

Deel II Strategie

Drie pijlers, elk met een eigen invulling, vormen de basis voor de strategie in deel II van het Gemeentelijk ­Rioleringsplan:

1. Slim beheer Het Rotterdamse rioolstelsel is een robuust systeem dat we met slim beheer in stand houden. Dat doen we door middel van risicogestuurd beheer, zodat publieke middelen efficiënt worden ingezet. Gezien de grote opgaven die er liggen, actualiseert de gemeente de bestaande vervangings­ strategie voor de vrijvervalriolering. 2. Klimaatgerichte normering In het Rotterdams Weerwoord staat de strategie voor een klimaatbestendig Rotterdam beschreven. In deze pijler gaan we dieper in op de klimaatgerichte normering. We zetten uiteen welke mate van wateroverlast we (on)acceptabel vinden en beschrijven de aanpak voor het ontwerpen van het adaptieve stedelijk watersysteem. 3. Gebiedsgericht werken We werken gebiedsgericht bij de werkzaamheden aan het stedelijk watersysteem. Daarbij kijken we ook naar de ­andere opgaven in dat gebied en verenigen waar mogelijk de werkzaamheden. We werken hiervoor actief samen met inwoners, bedrijven en andere partijen in Rotterdam.

Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025

22

Deel II Strategie

1

Slim beheer 1.1 Assetmanagement Omdat de gemeente Rotterdam haar financiële middelen zo effectief en efficiënt mogelijk wil inzetten, kiezen we voor assetmanagement – ook wel risicogestuurd beheer genoemd. Assetmanagement zorgt voor een optimale inzet van publieke middelen met een gespreide balans tussen risico’s, prestaties en kosten. Het Strategisch Asset­ management Plan [4] vormt de basis van de beheer­ strategie van de gemeentelijke riolering. In het Asset­ managementplan Water en Riolering [5] worden het plan en de aanpak voor water en riolering nader uitgewerkt. In het programma in deel III staat een nadere toelichting hierop. Programma van eisen stedelijk water Rotterdam kiest voor duurzame oplossingen bij het ver­ vangen van water- en rioleringsobjecten die in beheer zijn bij de gemeente. De functionele en technische eisen aan deze water- en rioleringsobjecten zijn vastgelegd in het Programma van Eisen Stedelijk Water (PvE Water). Dit PvE Water is te vinden op het Waterloket. De buitenruimte wordt ook ingericht om hemelwater op te vangen en te verwerken. Dat kan in de vorm van een ­waterplein waarin wij onderdelen actief als waterobject beheren. Of in de vorm van een lager gelegen groenstrook. Een groenstrook beheren we dan als groen en niet als waterobject.

We bepalen de komende periode of ­klimaatadaptieve oplossingen in de openbare ruimte wel of geen onderdeel zijn van de gemeentelijke riolering. Digitalisering en automatisering We vervangen, verwijderen of vernieuwen riolering. Het is om meerdere redenen belangrijk dat we deze verandering­en goed bijhouden. Gegevensuitwisseling en informatie­ stromen zijn niet meer beperkt tot één afdeling binnen de gemeente. En met behulp van een centraal meet- en regelsysteem besturen en volgen we de gemeentelijke riolering op afstand. Deze samenwerking met externe en interne partners stelt bepaalde eisen aan het gegevens­beheer en de toegankelijkheid. We werken aan een toekomstgericht waterbeheer. Daarom benutten we de mogelijkheden die de digitalisering en het gebruik van data bieden. De invloed van de digitalisering op het stedelijk watersysteem wordt in de toekomst steeds groter.

1.2 Actualisatie vervangings­strategie riolering: van buis naar buitenruimte Vervangingsstrategie vrijvervalriolering periode ­ 000-2020 2 Het is noodzakelijk jaarlijks riolen te vervangen om het gemeentelijke rioolstelsel robuust te houden. Vuistregel is dat een rioolbuis in Rotterdam een levensduur heeft van veertig tot zestig jaar. In de periode tussen 1965 en 1985 is er – vanwege de grote stadsuitbreidingen – veel nieuwe riolering aangelegd. Op basis van de gehanteerde levensduur is al deze riolering aan vervanging toe in de periode tussen 2015 en 2035. Om tijdig voorbereid te zijn op deze grote vervangingspiek is in het GRP 2000-2005 de strategie voor de rioolvervanging veranderd. Om deze klus te bewerkstelligen, is het aantal kilometers aan riool dat we per jaar vervangen destijds flink verhoogd. We hanteren deze strategie tot 2020 nog steeds maar hebben in de afgelopen periode wel ervaringen opgedaan die op bepaalde onderdelen aanpassingen van de strategie vragen. Analyse vervangingsstrategie De prioritering van de rioolvervanging is in de zogenaamde meerjarenonderhoudsbehoeften (MJOB) vastgelegd. ­Daarbij maken we onderscheid in singuliere en integrale projecten. In singuliere projecten wordt alleen het riool vervangen en de straat tussen de trottoirbanden hersteld.

Bij integrale projecten wordt naast het riool ook de weg van erfgrens tot erfgrens vervangen en, indien nodig, ­opgehoogd tot het uitgiftepeil. De afgelopen planperiode was een verhouding 50 procent integraal en 50 procent singulier het uitgangspunt, in de praktijk kwam dit echter uit op een hoger integraal percentage. We streven in de komende planperiode naar zo veel ­mogelijk integrale projecten. Daarbij spelen de volgende drie aspecten een belangrijke rol: 1. Klimaatbestendig en robuust stelsel De doelstelling vanuit het stedelijk watersysteem is dat we het stelsel robuust willen houden en klimaatadaptief willen maken. Dit vraagt om een integrale uitvoering. Een aanpak die wordt gesterkt door onze volgende bevindingen: • We merken steeds meer dat de oude strategie met ­singuliere projecten ten koste gaat van de robuustheid van het huidige rioolstelsel. Wanneer er niet tot het uitgiftepeil wordt opgehoogd, ontstaat onvoldoende afschot en moet afvalwater lokaal omhoog worden gepompt. Hierdoor ontstaan er allemaal kleine bemalings­gebieden die kwetsbaarder zijn en meer

Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025

23

Deel II Strategie

energie kosten. De ophoging van de buitenruimte is eigenlijk altijd noodzakelijk voor een goed functionerend rioolstelsel. • Bij singuliere projecten zijn er nagenoeg geen mogelijk­ heden om maatregelen te treffen die zorgen voor extra waterberging of die de sponswerking van de stad bevorderen. Bij integrale projecten zijn er juist veel kansen om klimaatadaptieve maatregelen onder- en bovengronds in de buitenruimte te nemen. • Per 1 januari 2020 beheert de gemeente ook de riool­aansluitingen (de huisaansluiting van het pand op de gemeentelijke riolering) in de openbare ruimte. Deze worden dan ook in het kader van rioolvervangings­ projecten vervangen tot aan de erfgrens. Bij singuliere projecten blijft de ingreep door de gemeente dus niet meer beperkt tot de straat (band tot band), maar ook van erfgrens tot erfgrens, evenwel zonder ophoging en klimaatadaptieve maatregelen. 2. Samenhang met andere assets De samenhang met andere assets en het feit dat nu de naoorlogse wijken aan de beurt zijn voor rioolvervanging vraagt om een integrale benadering. Om meerdere redenen: • Voor het realiseren van voldoende ontwateringsdiepte – voldoende afstand van het maaiveld tot het grondwater nodig voor draagkracht voor de wegconstructie e.d. – en het realiseren van voldoende gronddekking voor kabels en leidingen, waaronder het riool, is een ­ophoging tot uitgiftepeil nodig.

• De komende jaren vindt er vooral rioolvervanging plaats in de naoorlogse wijken. Deze wijken hebben veelal een open verkavelingsstructuur waarbij de gebouwen los in de ruimte staan en omgeven zijn door groengebieden en verhardingsvlakken. Hier is doorgaans beperkt riolering aanwezig. Deze wijken zijn op veel plekken al meer dan dertig centimeter verzakt. Het riool kan in

deze wijken alleen met ophoging van de buitenruimte, en dus een integrale aanpak, worden vervangen. • In de wijken met een meer open verkavelingsstructuur beperkt de integrale rioolvervanging zich tot het wegprofiel. Groengebieden – paden en plantsoenen tussen bouwblokken – worden in de huidige aanpak meestal niet meegenomen. Deze gebieden resteren na afloop van de vernieuwing als dieper gelegen gebieden. Dit kan nadelige gevolgen hebben voor het groen, omdat vernatting optreedt. Soms kan een lagergelegen gebied bewust een bestemming krijgen voor waterberging maar dan moet de groene inrichting daar wel toe worden aangepast. Dit pleit voor een bredere integrale benadering. 3. Koppeling met andere transities Het werken in integrale projecten is effectiever. We kunnen dan werk met werk maken door verschillende opgaven in de buitenruimte aan elkaar te koppelen. Dat maakt de werkzaamheden goedkoper en duurzamer. Voorbeelden hiervan zijn: • Bij gebiedsgerichte projecten vanuit andere actoren – zoals Stadsontwikkeling en de woningcorporaties – waarbij Stadsbeheer soms volgend is voor het onderhoudsgedeelte binnen deze projecten. Door vroegtijdig de koppeling te maken, vormen deze projecten onderdeel van de MJOB en verhogen we het integrati­e­ percentage.

De mogelijkheden voor een vroegtijdige koppeling van investeringen worden in beeld gebracht door het team van de stedelijke programmering openbare ruimte (SPOR), een samenwerking tussen de clusters Stadsbeheer, Stadsontwikkeling en Dienstverlening. • Vanuit de Nota Onderhoud Kapitaalgoederen 2019-2022 [11] is voor de assets wegen, groen en openbare verlichting de afgelopen planperiode ingezet op een strategie met een verhouding 50 procent integraal en

Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025

24

Deel II Strategie

50 procent singulier. Gedurende het voorbereiding­s­ traject van de singuliere werkzaamheden blijkt dat een deel daarvan door allerlei bijkomende aspecten toch integraal moet worden uitgevoerd. Dit leidde in de praktijk tot een verhouding van 70 procent integraal en 30 ­procent singulier. De aanvullig van het budget voor wegen en groen is dus noodzakelijk. De bovenstaande aspecten leiden tot de noodzaak van een andere vervangingsstrategie waarbij zoveel mogelijk gewerkt wordt in integrale projecten en de buitenruimte waar mogelijk teruggebracht wordt naar het uitgiftepeil. Het uitgangspunt van de strategie voor de rioolvervanging is het tegengaan van de veroudering van het stelsel en vooral het klimaatbestendig maken van de stad. De strategie om tweehonderd kilometer riool te vervangen in de planperiode gebruiken wij als sturingsfactor voor de invulling van de meerjarenonderhoudsbehoefte en de bepaling van de benodigde financiële middelen. Vanwege de integrale uitvoering van projecten is dit niet strikt veertig kilometer per jaar maar tweehonderd kilometer in de GRP periode. Ook voor de tweehonderd kilometer geldt dat een afwijking van enkele kilometers per jaar, vanuit kwaliteits­ oogpunt, acceptabel is. In de loop van de GRP periode ontwikkelen we een wijze om de voortgang van het GRP meer in samenhang met het Rotterdams Weerwoord te rapporteren.

De nadruk komt te liggen op het effect van de maatregelen ten aanzien van de kwaliteitsverbetering en de klimaatbestendigheid van het stedelijk watersysteem. De consequentie van een hoger integratiepercentage is dat de investeringsbudgetten voor wegen en groen wel toereikend moeten zijn voor een integrale aanpak van de buitenruimte. Zoals eerder al aangegeven is de planning van de rioolvervanging en andere assets vastgelegd in MJOB. De invloed van een gemeentebrede programmering en een investeringsprogramma voor de grote transitie­ opgaven zal zich hierin moeten vertalen.

1.3 Slim gebruik van het rioolstelsel Het verwerken van afvalwater Schoonhouden, scheiden en terugwinnen zijn leidend in de aanpak van de verwerking van het afvalwater. De gemeentelijke riolering voert het stedelijk afvalwater af naar de rioolwaterzuivering. We beperken het ontstaan van afvalwater uiteraard zoveel mogelijk. En we zien erop toe dat het afvalwater vervolgens zo min mogelijk wordt verontreinigd met ongewenste stoffen en zaken als zware metalen, vet en doekjes. Door het scheiden van de waterstromen maken we de terugwinning en het hergebruik van grondstoffen beter mogelijk. De riooloverstorten uit het gemengd rioolstelsel blijven aandacht houden. Daarbij ligt de nadruk op het monitoren en beperken van ongezuiverde lozingen. Bij riooloverstorten of bij incidenten, zoals persleidingbreuken, handelen we volgens vastgestelde richtlijnen en procedures die de negatieve gevolgen voor de omgeving beperken.

Het in werking treden van de nieuwe Omgevingswet ­betekent een wijziging van de regels voor directe en ­indirecte lozingen. Particulieren en bedrijven hebben een lozingsvergunning nodig wanneer een lozing van afvalwater niet algemeen is geregeld. Ook als het gaat om een lozing in het riool of op het oppervlaktewater. Bedrijven zijn ­bovendien gehouden aan milieuregels. In Rotterdam houdt de Milieudienst Rijnmond (DCMR) toezicht op de naleving hiervan. De DCMR voert aangekondigd en onaangekondigd controles uit en controleert bedrijven frequenter als hun activiteiten grote risico’s vormen voor het milieu en/of als eerder is geconstateerd dat zij de milieuregels slecht ­ aleven. n Met het in werking treden van de Omgevingswet vervallen diverse rijksregels, waaronder een aantal regels over directe en indirecte lozingen. Het is dan aan decentrale overheden de taak deze regels in te vullen en te handhaven. Verwerken hemelwater Bij het verwerken van hemelwater houden we ons aan de volgorde: toepassen, vasthouden/bergen, afvoeren en accepteren. Onder accepteren verstaan we het accepteren van een bepaalde mate van overlast en een bepaalde hinder die nu eenmaal hoort bij de verwerking van hemelwater.

Waar voorheen het stelsel van riolen, rioolgemalen en ­persleidingen hemelwater afvoerde, houden we met onze nieuwe strategie hemelwater vast in de buitenruimte, zowel bovengronds als ondergronds (sponswerking van de stad). Dit doen we zowel in de openbare ruimte als op private terreinen. Het hemelwater wordt zoveel vertraagd als mogelijk afgevoerd naar de ondergrond en het oppervlaktewater. Voor situaties waarvoor wel een versnelde afvoer noodzakelijk is – bijvoorbeeld hevige neerslag – onderzoeken gemeente en samen­werkings­partners in de Regionale Studie of de overstortbemaling in de toekomst ingezet kan worden voor het u ­ itmalen van schoon regenwater. Circa 60 procent van de stad is privé-eigendom. De ­eigenaren van private terreinen zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor het verwerken van het hemelwater. Nu verwerkt de gemeente Rotterdam nog het overgrote deel; dat verandert dus. We betrekken particulieren meer bij deze transitie van de verwerking. Daar is de afgelopen jaren al actief aan gewerkt in het Rotterdamse Weerwoord en via Watersensitive. Dat laatste is een beweging om bewoners te informeren over en te mobiliseren voor het samenwerken bij het treffen van lokale maatregelen. Via een gemeentelijke verordening stellen we verplichtingen aan verwerking van regenwater (zie paragraaf 2.2).

Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025

25

Deel II Strategie

Nieuwe Omgevingswet maakt samenwerken over lozingsregels en oppervlaktewaterkwaliteit nodig Voor een goede overgang van de oude naar de nieuwe situatie is er de zogenoemde bruidsschat. Deze bevat de regels over de gedecentraliseerde onderwerpen. De bruidsschatregels voor de gemeente komen bij ­inwerkingtreding van de Omgevingswet automatisch in het omgevingsplan terecht, zie hieronder bij figuur 8. Ditzelfde geldt voor de bruidsschatregels voor de waterschapsverordening. Dat betekent dat de voormalige rijksregels voor lozen op oppervlaktewater en de voormalige rijksregels voor lozen op of in de bodem of de riolering, die nu nog bij elkaar staan in onder andere het Activiteitenbesluit, van elkaar worden losgetrokken. In de praktijk betekent dit dat er een belangrijke wissel­ werking zal ontstaan tussen de aanpassing van de ­lozingsregels van de bruidsschat in het omgevingsplan en de aanpassing van de corresponderende lozings­ regels in de waterschapsverordening. Deze regelgeving moet goed op elkaar blijven aansluiten. Om dat te ­bewerkstelligen is samenwerking en afstemming in een vroegtijdig stadium noodzakelijk.

OMGEVINGSWET

De bruidsschat

De gemeente moet het waterschap betrekken bij het opstellen van lozingsregels. Wijzigt een lozingsregel in het omgevingsplan van de gemeente, dan kan dit voor het waterschap aanleiding zijn om ook de lozingsregels in de waterschapsverordening aan te passen. En ­andersom. Omdat Rotterdam in het gebied van drie waterschappen ligt, is het noodzakelijk om hierin samen op te trekken. Het nieuwe beleid uit de waterbeheerprogramma’s van de waterschappen – die eind 2021 worden vastgesteld – wordt vertaald in regels die in de waterschapsverordening komen. Deze programma’s bevatten onder andere maatregelen voor het verbeteren van de oppervlakte­ waterkwaliteit. Ook komen in het nieuwe stelsel bepa­ lingen ter bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit. Onder de oude regelgeving zijn lozingen op het oppervlaktewater vanuit een openbaar ontwateringsstelsel of een openbaar hemelwaterstelsel toegestaan (artikel 3.14 van het Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi)). Uitgangspunt hierbij is dat hemelwater in beginsel als ‘schoon’ wordt beschouwd en dat voor kwetsbare ­oppervlaktewateren maatwerkoplossingen worden ­afgesproken. De handhaving van regels voor deze kwetsbare gebieden is erg belangrijk voor de samenwerking met de waterschappen.

Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, komen verschillende rijksregels te vervallen. Denk bijvoorbeeld aan regels over geluid en geur voor horeca. Deze regelgeving wordt aan de decentrale overheden overgelaten. Zij kunnen hiervoor hun eigen afwegingen maken. Voor een goede overgang van de oude naar de nieuwe situatie is er de bruidsschat.

Gemeente

Bruidsschat

Set regels over de gedecentraliseerde onderwerpen die wordt toegevoegd aan het omgevingsplan of de waterschapsverordening.

Gemeente

Invoeringsbesluit De bruidsschat wordt uitgewerkt in het Invoeringsbesluit van de Omgevingswet.

Gemeenten en waterschappen kunnen de regels uit de bruidsschat vanaf dag één van de Omgevingswet aanpassen of laten vervallen.

Waterschap Omgevingswetportaal.nl | maart 2018

Figuur 7 De bruidsschat [6]

Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025

26

Deel II Strategie

De waterkwaliteit in watergangen en plassen We streven naar een gezonde oppervlaktewaterkwaliteit. Voorheen hadden verbetermaatregelen vooral betrekking op de overstorten vanuit het gemengde rioolstelsel. Het effect van deze overstorten op de oppervlaktewaterkwaliteit is in voorgaande GRP-perioden aangepakt en uitgewerkt. De riooloverstortingen uit de gemengde riolering blijven wel een punt van aandacht. Regenbuien worden door de klimaatverandering immers heftiger en frequenter. Daarom moeten we afstromend hemelwater zoveel mogelijk lokaal vasthouden. Nu stroomt dat veelal nog af via een gemengd rioolstelsel. Door hemelwater lokaal vast te houden en te verwerken, dringen we de vervuiling van het oppervlaktewater terug. Echter, lokaal vasthouden is lang niet overal mogelijk. Dan lozen we ook rechtstreeks op het oppervlaktewater. Het onderzoek van Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (10) over afkoppelen geeft inzicht in de effecten. Het netto effect van minder overstortend rioolwater vanuit een gemengd stelsel, minder gebiedsvreemd inlaatwater, meer verversing en doorspoeling maar tegelijkertijd een toename van de belasting op jaarbasis vanuit de hemelwaterriolen is uiteindelijk veelal positief voor de waardering van de lokale oppervlaktewaterkwaliteit. De waterschappen spreken daarbij echter wel hun zorg uit over de lokale waterkwaliteit.

De gemeente Rotterdam bespreekt daarom deze plannen met de waterschappen. Op plekken waar het oppervlaktewater extra kwetsbaar is voor verontreiniging, kiezen we samen met de waterbeheerder voor gebiedsgericht maatwerk. Verwerken grondwater Een belangrijk uitgangspunt in de verwerking van het grondwater is een grondwaterstand die niet beïnvloed wordt door mechanische middelen maar alleen door de aanvulling van neerslag, interactie met aanwezige oppervlaktewater, door de bodem­opbouw en aanwezige infrastructuur zoals bijvoorbeeld drainage-­infiltratieleidingen. Dat noemen we een robuust en klimaatbestendig grondwatersysteem. Dat is van belang voor een duurzaam gebruik van de buitenruimte en het behoud van een robuust grondwatersysteem, nu en in de toekomst. Meerdere factoren beïnvloeden de grondwaterstand in het stedelijk gebied. Zoals de hoeveelheid hemelwater, de aan­wezige ondergrondse infrastructuur, de bodemopbouw en – wanneer dit in de nabijheid aanwezig is – het oppervlaktewater. In een onverstoorde bodem vormen hemelwater, grondwater en oppervlaktewater een samenhangend ­systeem. Een versnippering van het grondwatersysteem is onwenselijk, omdat dit het grondwatersysteem ­ omplexer maakt. c

Voor een goede verwerking zijn er bepaalde aandachtspunten en -gebieden: • Bij een grote mate van verharding en – lokaal – weinig groen komt het hemelwater nauwelijks ten goede aan de grondwateraanvulling; • Een verstoring van het grondwaterverloop door aanwezige ontwateringsmiddelen op zowel gemeentelijk als privaat terrein en ondergrondse constructies; • Lokaal (on)gewenste verhoging of verlaging van de grondwaterstand door ingrepen en activiteiten in het stedelijk gebied. Deze lokale beïnvloeding heeft een negatief effect op het gebruik van de buitenruimte voor andere activiteiten. Gelet op het gebruik van de buiten­ ruimte is de gewenste drooglegging – het hoogteverschil tussen het oppervlaktewaterpeil en het maaiveld – bij nieuwbouw en herstructureringsgebieden minimaal 1,20 meter. Voor de bestaande bebouwde omgeving hanteren we een drooglegging van 1 meter, omdat aa­nsluiting bij bestaande bebouwing anders lastig is. De gewenste drooglegging is belangrijk voor voldoende ontwateringsdiepte voor bovengrondse infrastructuur, zoals bestrating en wegfundering, hiervoor geldt een minimale ontwateringsdiepte van 0,80 meter ten opzichte van uitgiftepeil.Voor het openbaar groen zoals plant­soenen en parken geldt een minimale ontwaterings­diepte van 0,50 meter ten opzichte van het uitgiftepeil.

In verzakte gebieden met ongefundeerde panden is deze minimaal gewenste ontwateringsdiepte meestal niet haalbaar. Voor deze gebieden – en in funderings­risicogebieden – hanteren we geen algemene richtlijn. Onze ambitie is om hemelwater lokaal te verwerken. Met andere woorden: we houden het hemelwater vast en bergen en verwerken het op de plaats waar het valt. In stedelijke gebieden zorgen een waterpasserende verharding en infiltratievoorzieningen ervoor dat het regenwater tot het grondwater doordringt (sponswerking van de stad). De grondwaterstand is te beïnvloeden door de aanleg van geperforeerde leidingen zoals drainage-infiltratie (DI) ­leidingen. Deze leidingen functioneren op basis van ­natuurlijk verval. De grondwaterstand in deze DI-leidingen stelt zich in op het niveau van het oppervlaktewater. ­Hiermee faciliteren we stedelijke activiteiten zoals wonen. Met uitleggers (aftakkingen) vanaf deze DI-leidingen tot aan de erfgrens reikt dit effect zo ver mogelijk, liefst tot aan de erfgrens. De bewoners hebben dan de mogelijkheid hierop aan te sluiten. Met een grondwatermeetnet monitoren we de grondwaterstanden en brengen deze in kaart. Deze gegevens worden gepubliceerd via het gemeentelijke GISWEB, het Geodata Informatie Systeem, en zijn voor iedereen in te zien.

Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025

27

Deel II Strategie

2

Klimaatgerichte normering 2.1 Klimaatgerichte normering rioolstelsel en buitenruimte Voor de verwerking van het hemelwater wordt de buitenruimte steeds belangrijker. Daarnaast is het essentieel dat ook private percelen worden benut voor hemelwater­ verwerking. De klimaatgerichte normering geeft aan hoe we dit op een doelmatige wijze gaan doen. In de klimaatgerichte normering geven we aan welke ­neerslaggebeurtenissen maatgevend zijn bij het verwerken van (hevige) neerslag, welke situaties in de stad we ­onderscheiden en welke hinder als gevolg van (hevige) neerslag we acceptabel vinden, en welke niet. Daarbij gaan we uit van twee vormen van zorgplicht: de gemeentelijke zorgplicht voor het verwerken van het hemelwater in openbare ruimte en de particuliere zorgplicht voor de ­verwerking op het particuliere terrein. In de komende ­planperiode doen we ervaring op met de toepassing van de normering en werken deze verder uit. Maatgevende regengebeurtenissen Voor het stedelijk gebied ligt de focus van een klimaat­ gerichte normering op de verwerking van het hemelwater tijdens piekbuien in de zomerperiode. Tijdens en na deze hevige buien moet de neerslag in een hoog tempo ­verwerkt worden om grote hinder te voorkomen. Maar de afvoercapaciteit van het rioolstelsel en de buitenruimte is uiteraard beperkt.

Hindergradatie en knelpunten Niet alle hinder is gelijk. Daarom onderscheiden we drie hindergradaties: • hinder: er ontstaan kortdurend beperkte hoeveelheden ‘water op straat’; • ernstige hinder: er ontstaan forse hoeveelheden ‘water op straat’ en ‘water op de stoep’. Met een tijdsduur die oploopt tot enkele uren; • zeer ernstige hinder: een zodanige hevige en langdurige regenval dat er op grotere schaal overlast ontstaat. Overlast die van invloed is op infrastructuur en gevolgen heeft voor panden, kwetsbare objecten en vitale voorzieningen. Door hinder ontstaan knelpunten. We onderscheiden de volgende type knelpunten door wateroverlast: • overlast die ontstaat bij overstromingen in panden; • uitval van vitale voorzieningen en objecten, denk aan ziekenhuizen, zorginstellingen, culturele instellingen, voorzieningen voor elektriciteit, communicatie en calamiteitenorganisatie; • een verminderde bereikbaarheid, waarbij wegen niet meer begaanbaar zijn en het openbaar vervoer stilvalt. Binnen een verminderde bereikbaarheid is ook nog onder­ scheid tussen verschillende vormen van infrastructuur binnen de stad. Denk bijvoorbeeld aan tunnels, OV-infrastructuur, wijkontsluitingswegen voor auto’s en calamiteiten­ verkeer. Sommige onderdelen zijn gevoeliger voor het ­onderlopen dan andere.

Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025

28

Deel II Strategie

In de klimaatgerichte normering (tabel 1) categoriseren we welke knelpunten ontstaan bij verschillende neerslag­ gebeurtenissen. Per risicocategorie geven we aan of we dit acceptabel, onwenselijk of onacceptabel vinden. We gaan uit van neerslaggebeurtenissen met een bepaalde herhalingstijd, namelijk de buien die eens in de 2 jaar (T=2), 10 tot 25 jaar (T=10/25) of 100 jaar (T=100) vallen. Indicatief kunnen daar hoeveelheden neerslag aan gekoppeld ­worden. Zo hoort bij een T=100 een bui van 70 mm in één uur in het klimaatscenario 2050 van het KNMI. Vervolgens hebben we per risicocategorie een handelingsperspectief bepaald (tabel 2).

Toepassing bij ontwerp en toetsing De komende planperiode werken we uit welke risico’s en mate van overlast we (on)acceptabel vinden. Daarvoor moeten we meer ervaring opdoen met deze klimaatgerichte normering. We kijken naar de impact van neerslag op ­panden, uitval van vitale, potentieel kwetsbare voor­ zieningen en verminderde begaanbaarheid. En we geven een extra invulling aan de hindergradaties: wat is bijvoorbeeld e ­ rnstige hinder bij een pand of object? Hierbij ­betrekken we interne en externe partijen. Kanttekening bij de normering blijft dat ze gebaseerd is op modelberekeningen en dat de werkelijkheid kan afwijken.

Herhalingstijd neerslaggebeurtenis

T=2

T=10 ~ T=25

T=100 (in 2050)

Hoeveelheid neerslag (indicatief)

20 mm/h

48 mm/h

70 mm/h

Doel

Ontwerp rioolstelsel

Ontwerp en toetsen rioolstelsel en inrichting openbare ruimte

Toetsen Stresstest risico’s

Beschouwde assets1

Riolering en primaire deel openbare ruimte voor zover gekoppeld aan de riolering

Riolering, primair en secundair deel openbare ruimte

Riolering, primair en secundair deel openbare ruimte, oppervlaktewater en privaat terrein

Te gebruiken gegevens

Ontwerpgegevens

Ontwerp- en schouwgegevens

Schouwgegevens

Hindergradatie

T=2

T=10 ~ T=25

T= 100 (2050)

Hinder

l Onwenselijk

l Acceptabel

l Acceptabel

Ernstige hinder

l Onacceptabel

l Onwenselijk

l Acceptabel

Zeer ernstige hinder

l Onacceptabel

l Onwenselijk

l Onwenselijk

: Verdeling assets in de openbare ruimte onderscheiden in een: • primair deel, zoals waterpleinen, wadi’s, watergangen, waterbergende straten (waterpasserende verharding) en ondergrondse bassins; • secundair deel, zoals parken, plantsoenen, parkeerplaatsen en wegen.

1

Tabel 1 Klimaatgerichte normering

Risicocategorie

Handelingsperspectief

Onacceptabel

Bij T=2: Meenemen bij ontwerp van het rioolstelsel bij rioolvervanging

Onwenselijk

Combineren met geplande werkzaamheden aan het rioolstelsel en in de buitenruimte (meekoppelen). Aanvullende onderhoudsmaatregelen zoals bijvoorbeeld extra reinigingsacties van kolken kunnen ook tot verbetering leiden.

Acceptabel

Geen directe aanleiding tot fysieke aanpassingen van het rioolstelsel en openbare ruimte door de gemeente

Tabel 2 Risicocategorie en bijbehorend handelingsperspectief

Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025

29

Deel II Strategie

2.2 Klimaatgerichte normering privaat terrein De Wet milieubeheer biedt de gemeente de bevoegdheid bij verordening regels te stellen voor de verwerking van het hemelwater op particulier terrein. Nieuwe regels zijn gewenst, in lijn met de doelen van het Rotterdams Weerwoord. Daarom legt de gemeente deze regels vast in toegespitste verordeningen. Onderscheid nieuwbouw en bestaande bebouwing We begrijpen dat het wijzigen van de verwerking van hemelwater bij bestaande bebouwing een lastige opgave is. Toch is het van blijvend belang dat bewoners en bedrijven in de eerste plaats worden gestimuleerd dit zelf op te pakken. Het Rotterdams Weerwoord zet hier ook op in; de bestaande stimuleringsregeling Klimaatadaptatie moet daarbij helpen. Daarnaast is het bij rioolvervangingsprojecten waarbij ook hemelwaterriool wordt aangelegd van belang dat hemelwater van het gemengde stelsel zo veel mogelijk wordt afgekoppeld en aangesloten op centrale hemelwatersystemen in het openbaar gebied. We stellen hiervoor een hemelwaterverordening op. Daarnaast stellen we nieuwe regels op voor de verwerking van hemelwater voor nieuwbouw, waarbij hemelwater zo min mogelijk via de openbare ruimte wordt afgevoerd. Woningcorporaties Woningcorporaties bezitten 46 procent van alle huizen in Rotterdam. Dat maakt de corporaties een belangrijke partij om mee samen te werken.

In het kader van het Rotterdams Weerwoord willen we de komende planperiode meer en betere afspraken maken over klimaatadaptieve maatregelen bij renovatieprojecten. We gaan hiervoor een duurzame relatie aan met de corporaties. Afstemming en implementatie De verordeningen hebben ook invloed op de regels die de waterschappen stellen ten aanzien van de uitbreiding van verhard oppervlak en het lozen van afstromend hemelwater op het oppervlaktewater. Met deze partijen heeft in het voortraject afstemming plaatsgevonden. De waterschappen ondersteunen de vaststelling van de verordeningen.

We registreren de maatregelen. Dit is nood­zakelijk om het overzicht over het totale stedelijk water­systeem te behouden. In de komende planperiode werken we het registratiesysteem en de controle, monitoring en handhaving van de voorzieningen nader uit. Minimale eis waterberging bij nieuwbouw De minimale capaciteitseis om hemelwater op eigen terrein te bergen bij nieuwbouw is 50 millimeter. Op deze manier wordt het overgrote deel van de neerslag op eigen terrein verwerkt. De 50 millimeter is onder vrijwel alle omstandig­ heden een redelijke eis, als we afgaan op de te verwachten 70 millimeter neerslag in één uur zoals weergeven in tabel 3. Deze tabel is afkomstig van de Werkgroep ­standaardisatie stresstest wateroverlast (Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie, 14 juni 2018, ‘Standaardisatie neerslag­ gebeurtenissen stresstest wateroverlast). De tabel geeft de verwachte herhalingstijden weer voor neerslag­ gebeurtenissen. Dit zowel voor het huidige klimaat als voor het ­klimaat in 2050. De neerslaghoeveelheid sluit ook aan bij de ontwerpnorm waarmee we de komende planperiode ervaring opdoen in het ontwerp van de buitenruimte.

Beleidsregels Voor de toepassing van de bevoegdheid om in een ver­ ordening een omgevingsvergunning te verlenen waarmee wordt toegestaan dat niet wordt afgekoppeld of de vereiste waterberging niet (of niet volledig) wordt gerealiseerd zijn onderstaande beleidsregels van toepassing: • het college van B&W kan een omgevingsvergunning verlenen als bij nieuwbouw de maatregelen voor hemelwater in de directe omgeving of binnen de hydraulische eenheid genomen worden in plaats van op eigen terrein. Het alternatief moet op korte en langere termijn een meerwaarde hebben voor de omgeving op waterhuishoudkundig en ruimtelijk gebied; • het college van B&W verleent een omgevingsvergunning om af te wijken van de verplichting tot afkoppelen als aantoonbaar is dat de te maken private kosten voor het afkoppelen van de bestaande woning hoger uitvallen dan € 500,-. Dan wordt redelijkerwijs geen inspanning van de perceeleigenaar verwacht. Bij grotere gebouwen (en terreinen) zoals wooncomplexen, onderwijsinstellingen e.d. wordt een inspanning tot € 10 per m² als redelijk beschouwd.

Schaal

Duur

Herhalingstijd huidig klimaat (jaar)

Hoeveelheid huidig klimaat (mm)

Hoeveelheid klimaat 2050 (mm)

Lokaal

1 uur

100 250

60 75

70 90

2 uur

1000

130

160

48 uur

100 250 1000

100 (115) 115 (140) 135 (190)

120 (135) 130 (165) 160 (220)

Regionaal

Tabel 3 Statistiek neerslaggebeurtenissen stresstest wateroverlast [7]

Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025 Deel II Strategie

2.3 Klimaatadaptief bouwen Het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie is een gezamenlijk plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk. Het plan betreft de aanpak van wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen. De gemeente Rotterdam is actief betrokken bij dit proces, zowel in de stuurgroep als in verschillende werkgroepen. Binnen het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie werken we onder andere aan een standaardisatie van de stresstest en de neerslaggebeurtenissen. Het Rijk heeft knelpunten onderzocht bij klimaatadaptief bouwen en inrichten. In de daaruit voortgekomen Hand­ reiking is een voorstel voor decentrale regelgeving voor klimaatadaptief bouwen en inrichten opgenomen. Wanneer we overgaan tot het hanteren van regels bij klimaatadaptief bouwen kunnen we deze Handreiking gebruiken als ­inspiratiebron. De regels kunnen betrekking hebben op het tegengaan van wateroverlast, hittestress, droogte en gevolgen van overstromingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=3fe0b1a4-0ada-4cef-8fcd-61e76189af02