[23bb008728] Bijlage 4 behorende bij 23b008730 - Toelichting ontwerpbestemmingsplan RISE
Tekst van het document
Vindplaatsen uit de Nieuwe tijd zullen vooral voorkomen in en op ophogingslagen op het overstromingsdek (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren). Hier zijn resten van de Doelen te verwachten. De verwachte archeologische waarden liggen binnen de verwachte verstoringsdiepte. Dit houdt in dat bij de beoogde sloop- en inrichtingswerkzaamheden eventueel aanwezige archeologische waarden in het plangebied kunnen worden aangetast of vernietigd. Op grond van het bureauonderzoek luidt het besluit voor het plangebied Hofplein 33 in Rotterdam dat er wel voorzieningen moeten worden getroffen om archeologische waarden te behouden of te ontzien. Conclusie Vervolgonderzoek wordt nodig geacht. Dit blijkt ook uit de beoordeling van het onderzoek door het BOOR (beleidsbesluit d.d. 15 juni 2020, kenmerk brief AS20/07562-20/0011158). Hoewel de concrete bodemingrepen ten tijde van de beoordeling nog niet bekend zijn, is wel duidelijk dat - op basis van de voorgelegde gegevens van de bouwplannen - het eventueel aanwezige bodemarchief verstoord of vernietigd zal worden. De hoge archeologische verwachting zal getoetst moeten worden middels een verkennend inventariserend booronderzoek door mechanische boringen. Het aantal en de diepte van de boringen dient te worden vastgelegd in een Programma van Eisen.
De inventarisatie, al dan niet na een karterende of waarderende fase, resulteert in het opstellen van een (selectie)advies, aan de hand waarvan een beleidsbeslissing (een selectiebesluit) kan worden genomen. Archeologische dubbelbestemming Een verkennend inventariserend booronderzoek zal worden uitgevoerd, naar aanleiding van het Programma van Eisen van Archeologie Rotterdam. Vooralsnog is in dit bestemmingsplan een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' opgenomen, om de bescherming van archeologische waarden te borgen.
3.3
Huidig gebruik
Het plangebied van RISE ligt aan een belangrijk verkeersplein in Rotterdam centrum. Het ligt direct aan het Hofplein, een verkeersrotonde. Hier splitst het verkeer af in zuidelijke richting naar de Coolsingel, in westelijke richting naar het Weena, in oostelijke richting naar het Pompenburg, en in noordelijke richting naar de Schiekade. Op de huidige locatie waar RISE is gepositioneerd, staat één pand uit de jaren ’50 en twee panden uit de jaren ‘80. Hier wordt momenteel gewoond en gewerkt. De plannen voorzien in het slopen van de bestaande bebouwing van het Pompenburgwoongebouw en het opnieuw opbouwen en inrichten van het gebied. De huidige inrichting van de openbare ruimte rondom de planlocatie is niet optimaal. De ruimte is sterk verhard en er is weinig ruimte voor langzaam verkeer. De gemeente is daarom begonnen met het herinrichten van de openbare ruimte, onder andere door het aanleggen van meer groen en ruimte
43
voor langzaam verkeer. De huidige situatie ter plekke is als volgt: 226 sociale huurwoningen Circa 22.000 m² bvo kantoren 155 parkeerplaatsen voor auto’s Een commerciële plint van circa 2.000 m² bvo Een collectieve binnentuin. Onderstaande figuur toont een impressie van het huidige gebruik.
Figuur 3.1: Impressie huidig gebruik (bron: Nota van Uitgangspunten RISE, september 2021, p.8)
3.4
Stadsgezichten en Monumenten
Algemeen De gemeente Rotterdam kent een groot aantal panden en gebieden die vanwege cultuurhistorische waarden worden beschermd. Voor de bescherming wordt gebruik gemaakt van bestaand instrumentarium – Erfgoedwet (2016) en Monumentenverordening Rotterdam 2010. Daarnaast krijgen rijks beschermde stadsgezichten, wederopbouwaandachtsgebieden en beeldbepalende panden op de verbeelding en in de regels van het bestemmingsplan de dubbelbestemming “Waarde – Cultuurhistorie”. Rijksmonumenten (RM) en Gemeentelijke monumenten (GM) Een rijks- of gemeentelijk monument kan zijn een gebouw, water, terrein of een ander object dat van nationaal belang is, of van algemeen belang voor Rotterdam is (gemeentelijk monument), vanwege de schoonheid, betekenis voor de wetenschap of de cultuurhistorische waarde. Dit is vastgelegd in respectievelijk de Erfgoedwet (2016) en de Monumentenverordening Rotterdam 2010. Bij een monument gaat het om één gebouw of complex, zowel buiten als van binnen. Voor een Rijksmonument geldt dat
44
het object ten minste vijftig jaar oud moet zijn. Als vanzelfsprekend is het verboden om wijzigingen aan te brengen aan een beschermd monument zonder vergunning. Beschermde stadsgezichten (BS) Rotterdam kent door haar stedelijke omgeving alleen beschermde stadsgezichten. Een beschermd stadsgezicht is een groep van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens schoonheid, onderlinge ruimtelijke structurele samenhang of wetenschappelijke waarde. De bescherming richt zich op de stedenbouwkundige karakteristiek en op een samenhangend geheel van straten en bebouwing. Het gaat om gebieden van voor 1945. Na aanwijzing van een beschermd stadsgezicht dient er binnen twee jaar een bestemmingsplan beschikbaar te zijn waarin de historische kwaliteiten en de relatie tot eventuele toekomstige ontwikkelingen vastliggen. Wederopbouwaandachtsgebieden Naast de van rijkswege beschermde stadsgezichten kent Rotterdam twee wederopbouwaandachtsgebieden van nationaal belang. Verder heeft de gemeente in de binnenstad een aantal wederopbouwaandachtsgebieden met een waardevolle samenhang tussen het stratenplan, de invulling van de bouwblokken en de architectuur. Bij nieuwe ontwikkelingen dient bekeken te worden hoe deze historische kwaliteiten kunnen worden behouden. Betreffende gebieden hebben geen wettelijke bescherming.
Beeldbepalende objecten (BO) In Rotterdam is een groot aantal gebouwen te vinden die geen status hebben als monument, maar wel cultuurhistorisch waardevol zijn, zogenaamde beeldbepalende objecten. Voor deze panden geldt geen wettelijke bescherming, maar de gemeente zet zich wel in om de waarden van deze panden te behouden. Relatie tot plangebied Binnen het bestemmingsplangebied is geen beschermd stadsgezicht gelegen. Binnen het bestemmingsplangebied zijn geen monumenten en/of beeldbepalende objecten gelegen. Aandachtspunt is de nabijheid van de ontwikkeling tot de rijksmonumenten stadhuis, Hilton Hotel, Thalia en Postkantoor. Cultuurhistorische verkenningen De resultaten van de uitgevoerde cultuurhistorische verkenning Weena - Hofplein (2021) zijn reeds toegelicht in 3.1 Ontstaansgeschiedenis. Uit een cultuurhistorische verkenning van het Weena-Hofplein (Voerman en Van Doorn 2021) komt het gebouw aan de Pompenburg naar voren als aan beeldbepalend pand, dat als prominent voorbeeld geldt van het Rotterdamse stedelijke beleid in deze jaren: sociale woningbouw midden in het stadscentrum, met een hoogstedelijke schaal, maar een menselijke maat. Door Hylkema is daarom een cultuurhistorische verkenning met waardestelling van De Pompenburg (van projectarchitect Carel Weeber) uitgevoerd, zie Bijlage 5 Cultuurhistorisch onderzoek Pompenburg.
Deze dient als verdieping en als toetsingskader. Daaruit volgt dat de massa van het gebouw een positieve waarde heeft als vormend stedenbouwkundig element. De architectonische afwerkingen en de interieurindelingen en -afwerkingen zijn indifferent, deze kennen geen bijzondere architectonische expressie behalve de entrees en trappenhuizen. Het gebouw heeft cultuurhistorisch een positieve waarde als voorbeeld van het (gedifferentieerd) denken over sociale woningbouw in de jaren tachtig. Dit denken uitte zich in de keuze om ook Rotterdammers met een kleine portemonnee de mogelijkheid te bieden om in het centrum van de stad te wonen, waar tot dan toe alleen plek was voor kantoren en gebouwen met andere commerciële functies. Dit geeft de Pompenburg sociaalhistorische betekenis. Het advies is om de oorspronkelijke cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische kernwaarden van het gebouw Pompenburg een rol te laten spelen bij eventuele toekomstige ontwikkelingen. De oorspronkelijke ontwerpuitgangspunten van Weber kunnen gezien worden als inspiratie. Hier wordt bij de verdere uitwerking van het plan zoveel mogelijk rekening mee gehouden. Zo wordt bijvoorbeeld in het beoogde ontwerp wederom duidelijk voorzien in een plint en rekening gehouden met de menselijke maat. Aanvullend is een bouwhistorische verkenning met waardenstelling en advies uitgevoerd ter plaatse van
45
het pand aan Coolsingel 6 (het zogeheten Cools en/of EN-NEN gebouw van architect A. Bodon, 1954-1960). De resultaten zijn opgenomen in Bijlage 6 Cultuurhistorische verkenning Coolsingel 6. De bouwgeschiedenis, het pand (inclusief wijziging van elementen) en de waardestelling komt aan bod. De waardenstelling bestaat uit een externe waardenstelling en een interne waardenstelling. In de interne waardenstelling wordt de aangetroffen monumentwaarde in kaart gebracht. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen elementen die van essentieel belang zijn voor de aangetroffen monumentwaarde, elementen die een ondersteunende rol hebben in de monumentale waarde van het pand en elementen die een indifferente (of soms storende) rol spelen in de monumentale waarde. Uit de rapportage blijkt dat aan het pand de volgende interne waardestelling toe te kennen is: De constructie met betonnen kolommen, vloeren en balklagen heeft een positieve waarde. Het gewijzigde exterieur heeft een indifferente monumentwaarde, evenals het gewijzigde interieur. De witte balustrades op het betonnen overstek van de plint aan de voorzijde en onder de pergola behoren tot het oorspronkelijke ontwerp en hebben een positieve monumentwaarde. Voorts wordt een advies gegeven met aanbevelingen voor de herontwikkeling. De adviezen zijn meegenomen in de verdere planuitwerking.
In navolging op dit onderzoek, is - met het oog op de verdere planvorming - bovendien een meer concrete en gedetailleerde analyse gemaakt van de oorspronkelijke kernkwaliteiten van het gebouw. Deze rapportage is opgenomen als Bijlage 7 Analyse oorspronkelijke kernkwaliteiten Coolsingel 6. Deze cultuurhistorische verkenning is een analytische en beeldende rapportage, en geeft een uitgebreidere analyse en waardering van de oorspronkelijke kwaliteiten van het Cools of EN-NEN gebouw. Bij de herontwikkeling van deze locatie wordt namelijk uitgegaan van sloop, en vervolgens ingezet op een reconstructie van dit gebouw. Bij het respecteren van die kwaliteiten zijn verschillende scenario’s denkbaar. Daarom zijn de relevante aspecten gerubriceerd onder de volgende drie benaderingen: Koesteren / herstellen: strikte benadering waarbij de genoemde kwaliteiten en aspecten zo goed mogelijk worden aangehouden bij de reconstructie. Herinterpreteren / voortborduren: vrijere benadering waarbij de genoemde kwaliteiten en aspecten in de geest van de plek en het gebouw - een uitwerking kunnen krijgen bij de reconstructie. Demonteren / hergebruiken: oorspronkelijke beeldbepalende onderdelen van het gebouw die - indien mogelijk - gedemonteerd, opgeslagen en herplaatst kunnen worden bij de reconstructie (circulariteit). De uitgangspunten worden meegenomen in de verdere uitwerking van het bouwplan.
Welstandsbeleid Conform de Welstandsnota Rotterdam (2012) en het welstandsbeleid, is het plangebied gelegen in het gebiedstype 'Centrumgebied', met welstandsniveau 'bijzonder' (Centrummix en grenst aan hoofdwegenstructuur). De relevante passages uit de welstandsnota worden hieronder weergegeven. Centrumgebied (Welstandsnota, deel 1: Welstandsbeleid) Rotterdam heeft een voor Nederlandse begrippen bijzondere binnenstad vooral vanwege de architectuur uit de wederopbouwperiode en de opvallende skyline. De binnenstad bestaat uit verschillende deelgebieden die sterk van elkaar verschillen voor wat betreft ontstaan, ontwikkeling en huidig karakter. Het centrumgebied is een staalkaart van verschillende architectuurstijlen en handschriften uit verschillende perioden, en valt als 'huiskamer van stad en regio' onder het bijzondere welstandsniveau. In het centrumgebied richt welstand zich met name op twee belangrijke aspecten van de stad: enerzijds het omgaan met specifieke wederopbouwarchitectuur en anderzijds de kwaliteit van het permanente veranderingsproces - van opknapbeurt tot algehele transformatie. Ten aanzien van beide aspecten geldt dat het welstandsbeleid is gericht op het voortbouwen op de aanwezige rijkdom en niet zozeer op het conserveren van het verleden, hoewel dat laatste wel deel kan uitmaken van het welstandsbeleid.
Dit zal zeker het geval zijn voor de Aandachtsgebieden Wederopbouw en de panden en ensembles die zijn aangewezen als gemeentelijk- of rijksmonument zoals bijvoorbeeld het Lijnbaanensemble. Bij vernieuwing bestaat de rol van welstand met name uit toetsing van de wijze waarop nieuwbouw 'zich gedraagt' in het betreffende straatbeeld en van de positie van nieuwe gebouwen in de verschillende ensembles waartoe ze kunnen behoren. Het gaat daarbij om de balans tussen verschil en overeenkomst
46
in vorm, schaal en textuur. Bij het ruimtetype 'tribune' is het van groot belang dat bij de welstandstoets niet alleen wordt gekeken naar de plek van het gebouw in het betreffende straatbeeld, maar ook naar de positie die het in verschillende ensembles - vaak gevormd door gebouwen uit verschillende periodes en heel uiteenlopend van karakter -inneemt. Bij het ruimtetype 'wand' moet vooral worden gelet op de samenhang binnen de ensembles. Centrummix (Welstandsnota, deel 2: Rotterdam Karakteristiek) In het Basisplan uit 1946 bleef de grondvorm van de historische binnenstad gehandhaafd. Tegelijk hield het plan een ingrijpende stedenbouwkundige transformatie in. Radicale vernieuwing vond met name in het gebied ten noorden van de (West)Blaak plaats. De verkeersstructuur kreeg in het plan veel aandacht, evenals de beoogde functies. Wonen werd teruggedrongen; de dichtheid van het vooroorlogse centrum werd als veel te hoog gezien. Industrie werd zo veel mogelijk uit de binnenstad geweerd. Winkels, kantoren en voorzieningen kwamen ervoor in de plaats. De binnenstad werd opgevat als centrum van de hele stad en de omringende regio. De Leuvehaven werd verbreed en de Coolsingel werd doorgetrokken langs de haven, zodat de stad een 'venster op de rivier' kreeg.
De organisatie van het verkeer en de nagestreefde functiescheiding zijn in feite de dragers van het plan en de gerealiseerde wederopbouw-stad, met hoofdverkeerswegen als Coolsingel en Blaak, knooppunten als Hofplein, Beursplein en Churchillplein, voetgangerswinkelstraten, gemengde verkeers-/winkelstraten en expeditiestraten, pleinen en woon-en expeditiehoven. De hoofdverkeerswegen werden uitgevoerd als boulevards, met aparte verkeersstroken en brede trottoirs. Winkels werden vanaf de straatzijde toegankelijk gemaakt voor publiek en via expeditiehoven aan de achterzijde voor leveranciers. Er ontstond daardoor een 'dubbelstructuur' met een voorkant met winkels en publieksfuncties en een achter- en binnenkant met bevoorrading, ambachtelijke bedrijvigheid, etc. In verticale zin: beneden winkels, boven woningen. De hoven vormen een zeer kenmerkend onderdeel van de Rotterdamse wederopbouw; ze dienen ter bevoorrading e.d. en voor parkeren (expeditiehof), maar zorgen ook voor licht en lucht voor de omringende etagewoningen (woonhof). De woningen worden meestal aan de straatkant ontsloten. De hoven zijn afwisselend toegankelijk via poorten in de gevelwand of via openingen tussen de bouwblokken. Op deze wijze zijn zowel gesloten bouwblokken ontstaan als open en halfopen verkavelingen.
Naar verschijningsvorm zijn de gesloten blokken (plint met drie lagen en hoger) als wanden te typeren, die de straatruimte strak begrenzen, en de vaak open blokken (composities met afwisseling tussen laag en hoog) als tribunes. Conclusie In de planuitwerking wordt rekening gehouden met cultuurhistorische waarden. Het bouwplan zal in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning worden voorgelegd voor advies aan de commissie Welstand en Monument Rotterdam. De welstandscommissie zal het ontwerp van het bouwplan toetsen aan de vastgestelde welstandsnota / criteria. Zodoende is het aspect cultuurhistorie voldoende geborgd.
47
Hoofdstuk 4 4.1
Planbeschrijving
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de opzet van het plan, de planologische ontwikkelingen en de juridische planbeschrijving.
4.2
Opzet van het plan
Voor RISE is een Nota van Uitgangspunten (NvU) opgesteld, zie ook paragraaf 2.3.1. In de NvU zijn de uitgangspunten voor de herontwikkeling van de kavel geformuleerd. Op de RISE-locatie worden drie torens gerealiseerd; de Coolsingeltoren, de Hofpleintoren en de Weenatoren. Een impressie van de torens is gegeven in onderstaande figuren. De torens worden ontwikkeld in lijn met de gemeentelijke ontwikkelingsrichting van de Binnenstad. RISE sluit aan bij de in de omgevingsvisie gedefinieerde ‘goede groei’. Er wordt een gebied gerealiseerd met een hoge dichtheid en een aantrekkelijk woon- en werkmilieu. Daarbij moet er een balans ontstaan tussen reuring van de stad en voldoende rust. De torens zorgen voor meer functiemenging in het gebied. Naast woonruimte en kantoren is er ook plek voor maatschappelijke voorzieningen. De locatie is zeer aantrekkelijk door de ligging in het centrum van Rotterdam, tegen het Central Business District (CBD) van Rotterdam aan. Voorzieningen voor dagelijkse benodigdheden zijn op loopafstand. Ook bus, tram, metro en het Centraal Station van Rotterdam liggen binnen 10 minuten lopen. Zoals beschreven in paragraaf 2.3.7 Hoogbouwvisie 2019, wordt hoogbouw op deze locatie passend geacht.
48
Figuur 4.1: Impressie toekomstige situatie (bron: Nota van Uitgangspunten RISE, september 2021, p.8)
49
Figuur 4.2: Schetsimpressie van RISE in haar context, met de drie torens: de Coolsingeltoren, de Hofpleintoren en de Weenatoren (bron: Nota van Uitgangspunten RISE, september 2021, p.10) 4.2.1
Programma
Het beoogde toekomstige programma is in basis als volgt: Wonen: 1.500 woningen Hotel: 13.500 m2 bvo (240 kamers) Kantoren: 26.500 m2 bvo (waarvan 1.000 m2 bvo betaalbare bedrijfsruimte) Commerciële voorzieningen: 5.000 m2 bvo (waarvan maximaal 3.000 m2 horeca) Maatschappelijk 3.000 m2 bvo (kinderdagverblijf, beschermd wonen en gezondheidscentrum) Parkeervoorzieningen met innovatief mobiliteitsconcept Gemaakte keuzes In de Nota van Uitgangspunten (2021) was het volgende programma voorzien: Tenminste 226 (of meer) sociale huurwoningen Circa 1.100 woningen (vrije sector huur & koop) Collectieve daktuin Gemengde plint met horeca, nachthoreca, commercieel, kleinschalige bedrijvigheid Minimaal 1.000 m2 betaalbare bedrijfsruimte Circa 22.000 m2 bvo kantoren, waarbij een groter volume onder voorwaarden is toegestaan Hotel Maatschappelijke voorzieningen (zorg en gezondheid, beschermd wonen, kinderdagverblijf) Innovatief mobiliteitsconcept Minstens 20% van het woonprogramma bestaat uit sociale huur en minstens 50% van de woningen is betaalbaar (de grenzen tussen sociale en vrije sector huur en betaalbare en dure woningen worden ieder jaar aangepast). Ten opzichte van de Nota van Uitgangspunten (NvU), worden in dit bestemmingsplan zodoende meer woningen en meer kantoren mogelijk gemaakt.
Wel wordt nog steeds aan de minimale percentages voor sociale huur en betaalbare woningen uit de NvU voldaan. Het beoogde woonprogramma is vanwege de gewenste flexibiliteit en behoefte aan woningen met maximaal 1.500 woningen hoger dan waar in de NvU van is uitgegaan. Voor wat betreft het kantoorprogramma is in de NvU aangegeven dat 22.000 m2 bvo, net als in de huidige planologische situatie, gewenst is. Meer vierkante meters kunnen worden
50
toegestaan wanneer hier een grote afnemer beschikbaar is. Aangezien uit de ladderonderbouwing blijkt dat er voldoende behoefte is, en het in de lijn der verwachting ligt dat een grote afnemer zich zal aandienen, wordt in het bestemmingsplan in totaal 26.500 m2 bvo aan kantoorruimte toegestaan. Daarnaast wordt voorzien in een gemengd programma bestaande uit maximaal 13.500 m2 voor en hotel, maximaal 5.000 m2 bvo aan commerciële voorzieningen toegestaan (waarvan maximaal 3.000 m2 bvo horeca). RISE kent verschillende ruimten waar stedelijke interactie kan plaatsvinden en waar gebruikers worden gestimuleerd door collectieve voorzieningen. Dit kan zowel in de voorzieningen ten behoeve van de woningen plaatsvinden, maar ook in de commerciële en maatschappelijke voorzieningen. Onderdeel hiervan is bijvoorbeeld een centrale en publieke huiskamer welke bestemd zal zijn voor zowel stedelijke als buurtgerichte activiteiten gedurende de dag als de avond. Daarnaast kan ook ruimte ten behoeve van kleinschalige culturele voorzieningen worden ingericht, denk bijvoorbeeld aan een kunstinstallatie of lezing, en sport & speelruimte. Met het bestemmingsplan worden daarom - in lijn met de NvU - ook activiteiten ten behoeve van cultuur en ontspanning toegestaan.
Om te borgen dat wordt voorzien in maatschappelijke functies met een bepaalde omvang zijn in de planregels minimale vierkante meters vastgelegd, te weten 300 m2 voor een kinderdagverblijf, 700 m2 voor zorgwoningen en 1.100 m2 voor gezondheidscentrum.. Ten aanzien van de horeca is het van belang dat er op dit moment twee horecalocaties zijn die beschikken over een nachtvergunning. Op 14 oktober 2021 is een motie Rave at RISE aangenomen waarmee wordt ingezet om nachthoreca binnen het plangebied in te passen. Uit het akoestisch onderzoek (zie bijlage 16) volgt dat dit inpasbaar is. In de planregels is door het opnemen van een voorwaardelijke verplichting geborgd dat voordat de bebouwing voor horeca mag worden gebruikt een akoestisch onderzoek moet worden overhandigd. Dit geldt ook voor de terrassen. Daarbij is de locatie van de mogelijke horeca en daarbij behorende terrassen op de verbeelding aangegeven. Hierbij is onderscheid gemaakt in verschillende horeca categorieën, zoals reeds toegelicht in paragraaf 2.3.13. In de NvU zijn de basisprincipes voor de (her)ontwikkeling uiteengezet. Inmiddels zijn diverse uitwerkingsslagen gemaakt, om het programma te finetunen maar ook om de stedenbouwkundige uitgangspunten en principes te verfijnen. Als gevolg is het wenselijk meer ruimte te gebruiken voor technische installaties en een beperkt hogere Rotterdamse laag toe te staan.
In het bestemmingsplan wordt ruimte geboden om in deze uitwerking te kunnen voorzien, zodat het bestemmingsplan geen belemmeringen oplevert voor de nadere planuitwerking. Het plan zal voorzien in daktuinen alsmede dakterrassen. De bewoners van de Coolsingeltoren kunnen hoogstwaarschijnlijk gebruik maken van het dakterras boven het hotel (Stadhuiszijde). Een deel van het dakterras aan de Coolsingel is gereserveerd voor gebruikers en bezoekers van het hotel. De overige daken zijn toegankelijk voor de bewoners van de Weena- en Hofpleintoren. Daarnaast zal een deel van het dak als daktuin worden ingericht. Dit deel van het dak wordt met intensief groen ingericht. In totaal is sprake van ruim 1.200 m2 bvo (geluidluwe) buitenruimte.
51
Figuur 4.3: Impressie beoogde invulling buitenruimte met daktuinen en dakterrassen
De huidige loopverbinding tussen Hofplein en de Doelstraat, die nauwelijks herkenbaar is door de overbouwing, is smal en niet uitnodigend. Met de nieuwe verbinding tussen het Hofplein en de Doelstraat wordt een prominente doorgaande openbare verbinding, die door de opening van de bebouwing aan het Hofplein en begeleidende gevelwanden een herkenbaar onderdeel is van een fijnmazig netwerk van Rotterdamse stadsstraten. Daarmee wordt de openbare ruimte rondom RISE beter gekoppeld met andere openbare ruimtes in de omgeving en wordt een connectie gemaakt met de omliggende verblijfsplekken. De voetganger staat hierbij centraal en beweegt zich vrij door het gebied. Zo ontstaat een nieuwe verbinding met groen als belangrijk leidmotief, die het karakter heeft van een beschutte verblijfsplek, als overloop van het Hofplein.
4.3
Ontwikkelingen
Notitie Reikwijdte en Detailniveau - Lumière Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een actueel planologisch kader om de beoogde ontwikkeling RISE mogelijk te maken. In dit kader is relevant om te benoemen dat voor RISE en Lumière een m.e.r.-procedure wordt doorlopen. De m.e.r. heeft enkele verplichte procedurestappen. De start van de m.e.r. begint met de kennisgeving op basis van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (hierna: NRD). In de NRD staan de projectuitgangspunten, de te onderzoeken milieuthema’s en alternatieven (dit noemen we de ‘reikwijdte’). Daarnaast staat in de NRD op welke wijze het onderzoek wordt verricht (dit is het ‘detailniveau’). Voor de Centrumontwikkelingen Rotterdam, te weten: RISE en Lumière, heeft het college B&W van gemeente Rotterdam een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD, 22 april 2022) op 7 juni 2022 vastgesteld. In de binnenstad van Rotterdam wordt in de komende jaren gewerkt aan meerdere (her)ontwikkelingen en opgaven in de openbare ruimte. Op het kruispunt van de Lijnbaan, het Schouwburgplein en het Rotterdam Central District ligt de ontwikkeling met de naam Lumière. De kavel is momenteel bebouwd met naoorlogse bebouwing. In de plint zijn voornamelijk winkels gevestigd die bestaan uit één laag. Binnen beide ontwikkelingen, RISE en Lumière, worden torens met een gemengde functie gerealiseerd.
Samen creëren deze projecten zo’n 1.800 woningen en meer dan 38.000 m2 aan bedrijfsruimte verdeeld over vier torens. De bedrijfsruimte (voornamelijk als kantoorruimte) bestaat al en wordt met het plan vervangen.
52
Het ontwikkelen van deze locaties versterkt de bestaande hoogstedelijke omgeving. De ontwikkelingen dragen bij aan het realiseren van de woning- en verdichtingsopgave in Rotterdam. Daarnaast zorgen ze voor een meer uitnodigende leefomgeving, een mix van functies in het gebied en meer stedelijk groen. Rotterdam Central District - Hofplein Rondom Weena en Hofplein speelt een aantal hoogbouw initiatieven in zowel de ontwikkelingsgebieden Rotterdam Central District (RCD) en Pompenburg als ook - vanuit de markt geïnitieerd - in het noordelijke Lijnbaan- en Laurenskwartier. Deze grootschalige ontwikkelingen bieden de kans om het aanbod van (betaalbare) woningen en maatschappelijke voorzieningen in het centrum te vergroten, de leefbaarheid van dit gebied te verhogen en ze kunnen met innovatieve concepten bijdragen aan de mobiliteitstransitie. Tenslotte dragen zij ook bij aan het vormgeven van de skyline en de unieke uitstraling van dit onderdeel van het centrumgebied, zeker wanneer daarbij voldoende aandacht besteed wordt aan het maken van een hoogwaardige openbare ruimte met voldoende ruimte voor sporten, verblijven, ontmoeten en groen. De gemeente Rotterdam investeert in zeven grote stadsprojecten met als doel een beter leefklimaat in de stad voor de bewoners, ondernemers en bezoekers. Het Hofplein is onderdeel van één van de zeven projecten: De Groene Long.
Overige (potentiële) ontwikkelingen Onderstaande figuur toont de locaties van diverse (gebieds)ontwikkelingen rondom RISE.
53
Figuur 4.4: Potentiële ontwikkelingen aan de noord/oostzijde van RISE (bron: NRD, 22 april 2022, p.10), plangebied RISE rood uitgelicht 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
RISE Lumière Schiekadeblok Overig Rotterdam Central District Pompenburg ASR Hotel Centraal (Kruiskade) Hart 010
Het project Schiekadeblok bevat de nieuwbouw van kantoorgebouwen, twee woontorens (maximaal 200 en 70 meter) met een levendige plint, de renovatie en vernieuwing van bestaande panden aan de Delftsestraat en het Schieblock en de aanleg van een nieuwe openbare ruimte. In het Rotterdam Central District zijn nog twee grote projecten in voorbereiding: The Modernist en Tree House. Beiden zijn reeds planologisch mogelijk gemaakt. The Modernist is een gemengd kantoor- en wooncomplex dat op de hoek van het Kruisplein en Weena wordt gerealiseerd. Tree House wordt gebouwd op het Delftseplein. Het gebouw is ongeveer 130 meter hoog met maximaal 41.000 m² bvo. In
54
de onderste lagen komen horeca en een debatcentrum, waarboven ongeveer 15.000 m² kantoren worden gebouwd. Het bovenste deel van de toren krijgt ongeveer 280 woningen. De gebiedsontwikkeling Pompenburg bestaat uit vier bouwvlekken en de herinrichting van de buitenruimten en het park. Het betreft een woonblok aan het Stroveer, een woontoren aan Pompenburg, een bouwblok met 2 torens aan Heer Bokelweg en een horecapaviljoen. De ontwikkeling ASR voorziet vier varianten met daarin (gedeeltelijk) sloop en nieuwbouw van de bestaande bebouwing, en nieuwbouw van minimaal één toren van 150 meter hoogte aan het Weena of maximaal twee torens van 150 en 200 meter. Het programma voorziet in een mix van kantoren, woningen en commercieel programma (plint) en parkeervoorzieningen voor fietsers en auto’s. Dit betreft een herontwikkeling van het Grand Hotel Central. De voorgestelde herontwikkeling bestaat uit het handhaven van de bestaande voorgevel, het terugbouwen van het bestaande hotelvolume en het toevoegen van een nieuw volume. Hart010 beslaat het gebied rondom het kruispunt Coolsingel/Westblaak. Dit gebied wordt herontwikkeld door transformatie, nieuwbouw, aanpak van de openbare ruimte en een vernieuwing van OV-knooppunt Beurs. Onder andere het kantoorgebouw Coolse Poort wordt gerenoveerd en getransformeerd naar 37.000 tot 51.000 m² bvo hotel en kantoor.
Conclusie Voor de beoogde ontwikkeling wordt een MER opgesteld, waarin voldoende rekening wordt gehouden met de ontwikkelingen in de omgeving. In paragraaf 6.1 word het MER nader toegelicht.
4.4
Juridische planbeschrijving
4.4.1
Centrum
Het gehele plangebied heeft de bestemming 'Centrum gekregen. Binnen deze bestemming worden diverse functies toegestaan, waarvan de omvang is gemaximaliseerd in de specifieke gebruiksregels. Commerciële voorzieningen zijn mogelijk gemaakt in de vorm van bedrijven t/m categorie 2, dienstverlenende bedrijven en horeca. Maatschappelijke voorzieningen zijn toegestaan, waarbij de minimale omvang van een kinderdagverblijf, zorgwoningen en een gezondheidscentrum is opgenomen. Bovendien worden de functies hotel, kantoor en woningen toegestaan. Dit geldt ook voor functies ten behoeve van cultuur en ontspanning. Gebouwen zijn toegestaan binnen het bouwvlak en dienen qua bouwhoogte te voldoen aan de opgenomen maatvoeringsaanduidingen. Ook is een ondergrondse parkeergarage binnen deze bestemming mogelijk binnen de daarvoor opgenomen aanduiding. Ter plaatse van de beoogde glazen overkapping is een specifieke bouwaanduiding opgenomen, zodat de onderdoorgang is geborgd. Aangezien vanwege het windklimaat luifels nodig zijn, zijn deze op de verbeelding van een aanduiding voorzien en dient op deze locaties een luifel te worden gerealiseerd. 4.4.2
Waarde - Archeologie
In de regels is ter bescherming van de archeologische waarden in het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' opgenomen. Voor bouw- en graafwerkzaamheden dieper dan 1,5 meter beneden het maaiveld, ongeacht de oppervlakte, is een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden benodigd. 4.4.3
Verkeer - Verblijfsgebied
De bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied is opgenomen voor de ontsluitingswegen met de bijbehorende trottoirs. En daarnaast voor pleinen, snippergroen, speeltoestellen, kunstwerken en dergelijke. Binnen deze bestemmingen is ook de aanleg van nieuwe waterpartijen en watergangen mogelijk indien dit vanuit het oogpunt van waterbeheer wenselijk is. Dit betekent dat veranderingen in de inrichting van de openbare ruimte kunnen worden doorgevoerd zonder planherziening (mits de veranderingen passen binnen deze bestemming).
55
Hoofdstuk 5
Water
5.1
Beleidskader
5.1.1
Rijksbeleid
In 2009 is de Waterwet in werking getreden. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Het Nationaal Waterplan (2016-2021) bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het ruimtelijk beleid. Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. In het Nationaal Waterplan legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast. 5.1.2
Provinciaal beleid
Het Provinciaal Waterplan Zuid-Holland 2010-2015 (11 november 2009 vastgesteld door Provinciale Staten van Zuid-Holland) bevat de hoofdlijnen van het provinciaal waterbeleid voor deze periode. Het plan komt in plaats van het waterbeleid zoals is vastgelegd in het beleidsplan Groen, Water en Milieu (2006). Het provinciaal waterplan vervangt tevens het Grondwaterplan 2007-2013 en beschrijft dus ook het strategische grondwaterbeleid voor Zuid-Holland. De provinciale rol in het waterveld spitst zich toe op kaderstelling en toezicht. 5.1.3
Regionaal beleid
De gemeenteraad van Rotterdam heeft op 18 september 2007 het Waterplan2 Rotterdam vastgesteld. Het Waterplan 2 is een gezamenlijk en integraal product van alle waterbeheerders in de regio. In het Waterplan 2 staat in hoofdlijnen beschreven hoe de gemeente Rotterdam en de waterschappen de komende tijd willen omgaan met het water in de stad. Hierbij wordt met name gekeken naar drie cruciale ontwikkelingen: Een hogere waterstand door de stijging van de zeespiegel. In buitendijkse gebieden ontstaan risico's op overstromingen. Versterking van waterkeringen is onvermijdelijk; Wateroverlast door toenemende neerslag. Door klimaatsverandering kan er in korte tijd veel neerslag vallen. Om dat water te verwerken is opvang en berging nodig; Strengere eisen aan de kwaliteit van het water. Rotterdam wil een aantrekkelijke waterstad zijn, met schoon, helder en plantrijk water. De stad moet bovendien voldoen aan de eisen uit de Europese Kaderrichtlijn Water. Er worden voor alle wateren in de stad kwaliteitsbeelden opgesteld volgens die eisen. Het Waterplan 2 biedt tevens een perspectief voor Rotterdam als waterstad in 2030. De gemeente en de andere waterbeheerders hebben op 5 juni 2013 de herijking van het Waterplan 2 vastgesteld. Dit betreft een herijking van de realisatiestrategie en de introductie van een nieuw uitvoeringsprogramma 2013-2018. 5.1.4
Gemeentelijk beleid
Gemeentelijk rioleringsplan Het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) Rotterdam 2021-2025 is een wettelijk verplicht meerjarenbeleidsplan, dat alle aspecten op het gebied van de grondwater- en rioleringstaken van de gemeente Rotterdam behandelt. Het plan is in overleg met de waterkwaliteitsbeheerders opgesteld. Voor de planperiode 2021-2025 heeft Rotterdam vijf doelen geformuleerd: 1. 2. 3. 4. 5.
Een goed functionerend stedelij kwatersysteem voor een aantrekkelijke stad Klimaatbestendig stedelijk watersysteem Robuust grondwatersysteem Actieve communicatie en participatie Innovatie, digitalisering en automatisering
Hemelwaterverordening en waterberging
56
Het klimaat verandert, extreem weer komt steeds vaker voor. Daardoor neemt de kans op overlast en schade door hevige neerslag toe. Om de stad voor te bereiden op een extremer klimaat zijn de volgende regelingen ingesteld: Bestaande situaties: de Hemelwaterverordening voor het afkoppelen van verharding van bestaande gebouwen en terreinen. Nieuwbouw: de eis van 50 mm waterbergen bij nieuwbouw in de Verordening Beheer Ondergrond Rotterdam (VBOR).
5.2
Samenwerking met de waterbeheerder
De gemeente Rotterdam werkt in overleg met alle betrokken waterbeheerders aan een gemeenschappelijke procedurele en inhoudelijke invulling van de Watertoets en de waterparagraaf. Conform de Watertoets heeft de gemeente in algemene zin overleg gevoerd met de waterbeheerders. Het plangebied is gelegen in het beheersgebied van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Het plangebied is in de huidige situatie volledig verhard en is niet gelegen in de nabijheid van een oppervlaktewater. De gemeente Rotterdam (Stadsbeheer, afdeling Water) is de rioolbeheerder. Op basis van de Keur verlenen de waterschappen vergunningen voor werken op, in en rond watergangen en waterkeringen en voor werken die de waterhuishouding beïnvloeden. Daarnaast heeft het hoogheemraadschap een waterbeheerprogramma opgesteld. Waterbeheerprogramma 2022-2027 In dit programma beschrijft het hoogheemraadschap zijn visie en ambities voor het waterbeheer. Naast de wettelijke taken heeft het hoogheemraadschap voor de periode 2022-2027 ook specifieke ambities en doelen. Deze worden in aan de hand van de volgende drie thema's uiteengezet: 1. Een veilige en aantrekkelijke leef- en werkomgeving voorbereid op de verandering van het klimaat. Door de omgeving aan te passen aan het veranderende klimaat blijft het mogelijk om de taken in de toekomst goed uit te voeren.
Het vasthouden van regenwater kan helpen verdroging te bestrijden, de waterkwaliteit te verbeteren en wateroverlast te voorkomen. Waar nodig zullen ook dijken versterkt moeten worden. 2. Een duurzaam waterschap voor de wereld van morgen. Het hoogheemraadschap wil de eigen bijdrage aan klimaatverandering verkleinen en het hergebruik van grondstoffen vergroten. In samenwerking met andere partijen wil het hoogheemraadschap ook een bijdrage leveren aan de verbetering van de waterkwaliteit en de vergroting van de biodiversiteit. 3. Water en waterschap als onderdeel van de samenleving. Het hoogheemraadschap staat in dienst van de gebruikers en wil vanuit die verbondenheid samen aan de wateruitdagingen werken. Tevens wil zij graag het waterbewustzijn vergroten en het versterken van participatie. Digitalisering en innovatie speelt daarbij een steeds belangrijkere rol. Opgemerkt wordt dat voorliggende waterparagraaf reeds is afgestemd met het hoogheemraadschap. Naar aanleiding van het advies is voorliggende paragraaf aangevuld met het waterbeheerprogramma en is ingegaan op de nabijgelegen inlaatleiding. Het hoogheemraadschap verwacht echter niet dat het plan nadelige invloed zal hebben op het watersysteem, zie ook Bijlage 8 Advies hoogheemraadschap.
5.3
Huidige watersysteem
5.3.1
Oppervlaktewater
Het plangebied is volledig verhard. Ten noordwesten van de locatie is de Hofpleinvijver gelegen. Verder zijn er in de nabijheid geen watergangen aanwezig. 5.3.2
Grondwater
Er zijn peilbuizen rondom het plangebied aanwezig, waardoor er een beeld ontstaat van de gemiddelde ontwateringsdiepte (afstand tussen maaiveld en grondwaterpeil) in het gebied. De gemiddelde ontwateringsdiepte ligt rond 1 meter nabij het plangebied.
57
Een afstand tussen maaiveld en grondwaterpeil van meer dan 80 centimeter betekent dat (de kans op) grondwateroverlast beperkt zal blijven. 5.3.3
Waterkering
Binnen de projectlocatie zijn geen waterkeringen met daarbij behorende beschermingszones gelegen.
Figuur 5.1: Uitsnede Legger HHSK, plangebied bij benadering rood omcirkeld (bron: schielandendekrimpenerwaard.nl/kaart/HHSKopdeKaart) 5.3.4
Riolering
Het plangebied valt binnen het rioleringsdistrict 9 (Westersingel). In het plangebied ligt een gemengd stelsel, wat betekent dat het huishoudelijk afvalwater gezamenlijk met het hemelwater wordt afgevoerd naar de afvalwaterzuivering (AWZI). District 9 voert het afvalwater af naar AWZI Dokhaven. Nabij het te slopen en te bouwen pand ligt een belangrijke inlaatleiding van het hoogheemraadschap, zie figuut 5.2. Bij de uitvoering van de activiteiten moet daar voldoende rekening mee worden gehouden.
58
Figuur 5.2: Locatie inlaatleiding (Bron: advies Hoogheemraadschap, d.d. 27 juli 2022)
5.4
De wateropgave
5.4.1
Oppervlaktewater
Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de realisatie van drie woontorens. In de huidige situatie is de grond ter plaatse reeds volledig verhard en bevindt zicht ter plaatse grotendeels bebouwing. Voorliggend plan voorziet niet in een toename van verhard oppervlak en compensatie is dehalve niet benodigd. Als gevolg van voorliggend plan wordt tevens geen nieuw oppervlaktewater gerealiseerd. Op de lager gelegen bouwdelen worden daken groen ingericht, om te zorgen voor een verbeterde waterberging. De 'groene kroon' zal gedeeltelijk zichtbaar zijn vanaf straatniveau. Conform de VBOR is de minimale capaciteit van de hemelwaterberging 50 mm ten opzichte van het oppervlak van het nieuw aan te brengen bouwwerk en terreinverharding. In dit geval is het terrein reeds grotendeels verhard en bebouwd. Desondanks wordt vanwege het beoogde plan voorzien in 50 mm waterberging. Uitgaande van een bouwvlak van circa 7.450 m2 betekent dit (7.450 m2 x 0,05 m1) 372,50 m3 aan benodigde waterberging. De benodigde waterberging zal ter plaatse van het plangebied en mogelijk ter plaatse van het Hofplein worden gerealiseerd. In de planregels is middels een voorwaardelijke verplichting vastgelegd dat hierin voorzien dient te worden. 5.4.2
Grondwater
Aangezien het plangebied in de huidige situatie reeds volledig is verhard, is een impact op de grondwaterstand als gevolg van een toename in verharding niet te verwachten. Er wordt rekening gehouden met de mogelijke invloed op het grondwater als gevolg van beoogde realisatie van een ondergrondse parkeergarage. 5.4.3
Waterkering en waterveiligheid
Er zijn geen ontwikkelingen voorzien in de directe nabijheid van de waterkeringen. De ontwikkelingen in het plangebied hebben geen significante invloed op het veiligheidsrisico binnendijks.
59
5.4.4
Riolering
Het bestemmingsplan maakt een toevoeging van programma mogelijk. De hoeveelheid afvalwater die in het gebied wordt geproduceerd (en via het riool moet worden afgevoerd) neemt hierdoor toe. Bij de beoogde herontwikkeling zal rekening worden gehouden met de inlaatleiding van het hoogheemraadschap. Belemmeringen worden hier vooralsnog niet verwacht.
60
Hoofdstuk 6 6.1
Milieu
Milieueffectrapportage
Het instrument milieueffectrapportage wordt gebruikt om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming. De basis hiervan ligt in de EU richtlijn m.e.r. De richtlijn is van toepassing op de milieueffectbeoordeling van openbare en particuliere projecten die aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De Europese regelgeving is in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd in de Wet milieubeheer en in het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In de bijlagen behorende bij het Besluit m.e.r. zijn de m.e.r.-plichtige activiteiten (de C-lijst) en de m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten (de D-lijst) beschreven. Daarbij geldt een bandbreedte. Bovendien dienen bij de afweging ook nog andere factoren te worden betrokken en dient nagegaan te worden of er significant negatieve effecten te verwachten zijn op natuurgebieden. Relatie tot plangebied Voor de beoogde ontwikkeling is een MER opgesteld (zie bijlage 1 en 2). Vanwege de cumulatie met het nabijgelegen project Lumière zijn de beoogde ontwikkelingen in het MER in samenhang beschouwd. Voorafgaand aan het MER is een Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) opgesteld, waarin is beschreven op welke wijze de milieueffecten inzichtelijk worden gemaakt. Dit startdocument is verzonden naar de overlegpartners (bestuursorganen) en heeft ter inzage gelegen.
Hiermee heeft eenieder de mogelijkheid gekregen om te reageren op de reikwijdte en het detailniveau van het planMER. Het MER wordt gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan formeel in procedure gebracht. Op dat moment vindt ook de wettelijk verplichte toetsing door de Commissie voor de m.e.r. plaats. Aan de hand van de NvU (zie ook paragraaf 2.3.1 Nota van Uitgangspunten RISE) zijn de maximale bouwvolumes bepaald. Alleen als blijkt dat de gehanteerde volumes vanuit een van de te onderzoeken aspecten belangrijk nadelige milieueffecten oplevert, worden oplossingsrichtingen of maatregelen onderzocht. Binnen het maximale bebouwingsvolume is ruimte om te schuiven met de programmatische invulling. Vanwege deze schuifruimte wordt in het MER een tweetal alternatieven onderzocht. Deze worden hieronder toegelicht. Alternatief 1: focus op werken. Het programma van de Nota van Uitgangspunten is hierbij leidend. Hier gaat het om 1.500 woningen. Daarnaast is er 30.000 m² kantoorruimte, 13.500 m² hotel, 3.000 m² maatschappelijke voorzieningen en 5.000 m² commerciële voorzieningen. Alternatief 2: focus op wonen. In dit alternatief worden meer woningen en geen kantoorruimte gerealiseerd. Het gaat dan om 1.820 woningen, 0 m² kantoor, 10.700 m² hotel, 2.850 m² maatschappelijke en 4.500 m² commerciële voorzieningen.
In het MER zijn drie situaties beschouwd: de huidige staat van de leefomgeving; de autonome situatie in 2033 zonder ontwikkeling van RISE en Lumière (de referentiesituatie); en de plansituatie (bestaande uit de autonome situatie en de twee alternatieven voor RISE en Lumière). Het MER gaat in aanvulling op voornoemde situaties volledigheidshalve ook in op effecten die (kunnen) optreden als onbenutte planologische ruimte, waar nog geen concrete plannen voor zijn, gerealiseerd worden. De effecten van de beoogde ontwikkeling van RISE en Lumière worden in het MER systematisch beschreven en beoordeeld aan de hand van een beoordelingskader. In figuur 6.1 is de beoordeling opgenomen. Figuur 6.1: Beoordelingen alternatieven ontwikkeling RISE & Lumière
61
Op basis van de beoordeling gedaan in het MER kan gesteld worden dat de alternatieven weinig onderscheidend van elkaar zijn ten aanzien van de milieueffecten. Ofwel het alternatief gefocust op meer woningen, ofwel het alternatief gefocust op meer niet-woonfuncties (werken), beide hebben een vergelijkbare impact op het milieu. Het enige aspect waarin de beoordeling tussen de twee alternatieven verschilt is bedrijfslawaai (horeca). Dit verschil komt doordat in alternatief 2 woningen zijn geprojecteerd in de onderste verdiepingen, terwijl in alternatief 1 ervan uitgaat dat woningen pas op hogere hoogte worden gerealiseerd. Als gevolg fungeren in alternatief 1 de tussenliggende verdiepingen als bufferzone tussen de horeca activiteiten en de beoogde woningen. Waar aanvankelijk gedacht werd dat de verkeersgeneratie van beide alternatieven sterk uiteen zou lopen, is gebleken dat de effecten marginaal zijn. Dit werkt ook door in de verkeersgerelateerde milieuaspecten. Geluid – en met name dus het wegverkeerlawaai – is vooral voor RISE een prominent aandachtspunt. Hierom zijn ook de GES-scores behorend bij de gezondheids-bescherming negatief. De geluidbelasting is hoog (tot ruim boven de maximale ontheffingswaarde) aan de Hofplein-zijde en deels aan de Coolsingel.
Hier dient rekening mee gehouden te worden: hetzij de functies aan de geluidbelaste zijde dienen zoveel mogelijk niet-woonfuncties te zijn, of de woningen dienen tot relatief grote hoogte (ongeveer 50 meter) met dove gevels uitgevoerd te worden. In het kader van voorliggend bestemmingsplan is een concrete berekening uitgevoerd waaruit de daadwerkelijk te verwachten
62
geluidbelasting volgt, zie ook paragraaf 6.6. Aan de hand daarvan is bij de verdere uitwerking van het plan rekening gehouden met de geluidbelasting én het van toepassing zijnde Ontheffingsbeleid Wet geluidhinder. Overige negatieve milieueffecten zijn veelal in beperkte mate negatief en kunnen middels de mitigerende maatregelen beperkt worden. Onder andere voor geluid, externe veiligheid, luchtkwaliteit, ecologie en gezondheid kunnen maatregelen getroffen worden die een positieve bijdrage leveren. Voor RISE wordt met voorliggend bestemmingsplan - mede vanwege de de geluidbelasting ten gevolg van horeca - alternatief 1 mogelijk gemaakt waarbij woningen vanaf de 8e bouwlaag worden toegestaan. In de planregels is dit vastgelegd en is tevens vastgelegd dat maximaal 1.500 woningen zijn toegestaan alsmede maximaal 26.500 m² kantoorruimte, 13.500 m² hotel, 3.000 m² maatschappelijke voorzieningen en 5.000 m² commerciële voorzieningen. In navolging van het MER is vanwege stedenbouwkundige redenen en het gecoördineerd doorlopen van de omgevingsvergunningaanvraag met het bestemmingsplan ervoor gekozen om het bestemmingsplan meer te laten aansluiten bij het beoogde ontwerp. Dit heeft ertoe geleid dat de hoogteaccenten minder flexibiliteit bieden en de laagbouw deels naar beneden is bijgesteld. In onderstaande tabel worden de resultaten uit het MER samengevat weergegeven per onderwerp.
Daarbij worden de voorgestelde mitigerende maatregelen benoemd en wordt aangegeven op welke wijze daar in voorliggend bestemmingsplan mee is omgegaan.
Onderwerp en effectbeschrijving MER
Mitigerende maatregelen
Koppeling met dit bestemmingsplan
Verkeer en vervoer
63
Doordat er meer verkeer bijkomt, In verband met het Ten behoeve van het neemt ook de kruispuntbelasting toe. toenemende verkeer is bestemmingsplan is een Op bijna alle kruispunten blijft de het van belang om verkeerskundig onderzoek belasting onder de gestelde verder in te zetten op uitgevoerd, zie bijlage 23. grenswaarde. Uit de kruispuntbelasting een modal shift (meer Daaruit volgt dat geen komt naar voren dat ook de ov- en fietsgebruik en verkeerskundige knelpunten kruispunten Schiekade - Heer minder autogebruik). Er worden verwacht (zie ook Bokelweg en Pompenburg wordt bijgedragen aan paragraaf 6.11). Haagseveer aandachtspunten zijn. Uit de modal shift door in een nadere beoordeling blijkt dat beide te zetten op het Bij de ontwikkeling wordt kruispunten het toegenomen verkeer openbaar vervoer, een aandacht besteed aan het van het plan kunnen verwerken. Er streng parkeerbeleid en inzetten op de modal shift en worden geen knelpunten verwacht in de kwalitatief goede wordt sterk ingezet op verkeersdoorstroming op beide langzaam alnternatieve vorm en van kruispunten door de komst van RISE verkeerverbindingen. In mobiliteit. Vanwege de ligging en Lumière.
Echter is het advies om het vervolg van de nabij het centraal station en het algehele studie uit te voeren naar de planvorming kunnen inzetten van deelauto's alsmede verkeerdoorstroming in het gebied maatregelen worden het ruimschoots voorzien in rondom Lumière en RISE doordat er uitgewerkt die aan fietsparkeergelegenheid kan vele wijzigingen plaatsvinden (effecten deze modal shift worden volstaan met een laag herinrichting Hofplein en alle autonome bijdragen. aantal parkeerplaatsen. ontwikkelingen in dit deel van Rotterdam). In de planregels is een Meer verkeer betekent een grotere voorwaardelijke verplichting kans op ongevallen. Doordat de opgenomen voor het aspect toename relatief beperkt is ten parkeren, zodat te allen tijde opzichte van het verkeer dat al over de geborgd is dat wordt voldaan onderzochte wegen rijdt is de verwacht aan het gemeentelijke niet dat de ontwikkeling leidt tot parkeerbeleid. Bij de verdere nieuwe verkeersonveilige punten in uitwerking van de planning (in Rotterdam. Daarnaast blijft de het kader van de bereikbaarheid van het OV omgevingsvergunning voor het gewaarborgd en wordt niet verwacht aspect bouwen) wordt dat het extra fiets- dan wel aangetoond welke maatregelen voetgangersverkeer tot knelpunten zal daadwerkelijk worden leiden. doorgevoerd. Geluid
64
De ontwikkelingen leiden niet tot een - Op basis van de Ten behoeve van de toetsing noemenswaardige verandering van de hoogte van de aan de Wet geluidhinder is een geluidbelasting in de omgeving ten gecumuleerde akoestisch onderzoek, zie ook opzichte van de referentiesituatie. De geluidbelasting dient bijlage 14. Uit het onderzoek ontwikkeling van RISE en Lumière leidt geluidisolatie te worden volgt dat de weliswaar tot meer bepaald die benodigd is voorkeursgrenswaarde van de verkeersbewegingen, echter is deze om in de woningen te beoogde woningen ten gevolge toename te beperkt om een kunnen voldoen aan van weg- en railverkeerslawaai significante toename van de een aanvaardbaar wordt overschreden. De geluidbelasting in de omgeving te woon- en leefklimaat. maximale ontheffingswaarden veroorzaken. - Per ontwikkeling worden niet overschreden. Voor Voor het geluid ten gevolge van weg- toetsen aan de Wet de beoogde ontwikkeling zullen en railverkeer zal uit een akoestisch geluidhinder derhalve hogere waarden onderzoek moeten blijken wat de - Slaapkamers bij verleend moeten worden. In het daadwerkelijk te verwachten voorkeur aan de stille ontwerp wordt rekening geluidbelasting betreft. Op het moment zijde gehouden met de hoge dat sprake is van een overschrijding - Rekening houden met geluidbelasting.
Vanuit het van de maximale ontheffingswaarde de positionering van de gemeentelijk beleid worden zullen gevels doof uitgevoerd moeten (niet-)woonfuncties. voorwaarden gesteld voor het worden. Voor het overige zal vanwege - Voorkomen/beperking ontwerp. Deze eisen zijn in het de te verwachten geluidbelasting geluidsweerkaatsing hogere waardenbesluit hogere waarden moeten worden van gebouwen. vastgelegd. Door in de aangevraagd. Vanwege de - Groenstructuren om planregels hiernaar te verwijzen geluidbelasting is het noodzakelijk om geluid te verstrooien. is geborgd dat aan deze mitigerende maatregelen te treffen. voorwaarden voldaan dient te Voor wat betreft het horecalawaai geldt worden. dat gezien de ligging in stedelijk Daarnaast is de locaties van gebied en de heersende horeca op de verbeelding achtergrondgeluidniveaus kan worden vastgelegd en is middels een overwogen om een hogere voorwaardelijk verplichting geluidbelasting toe te staan dan de geborgd dat de beoogde horeca normen die in het Activiteitenbesluit en daarbij behorende terrassen zijn opgenomen (door bijvoorbeeld aan grenswaarden moeten maatwerkwerkvoorschriften toe te voldoen. passen). Door hier medewerking aan te verlenen kan bijvoorbeeld een hogere bezetting dan wel drukker terras worden toegestaan. Vanwege de reeds heersende achtergrondgeluidniveaus in de referentiesituatie is het effect van de horeca beperkt.
Er zijn maatregelen nodig ter mitigatie van de geluidbelasting op de gevel. Luchtkwaliteit
65
Zowel in 2033 zonder de realisatie van Bebouwing voorzien In voorliggend de beoogde ontwikkelingen als in 2033 van een goed ventilatie- bestemmingsplan is middels is na de realisatie geen of filtersysteem, een luchtkwaliteitsonderzoek sprake van overschrijding van de waarvan de inlaat op wederom aangetoond dat met wettelijke grenswaarden voor de stoffen een locatie van de bron de ontwikkeling van RISE NO2, PM10 en PM2,5. Aangezien de af gepositioneerd is. ruimschoots aan de van toename van de concentraties van toepassing zijnde voornoemde stoffen minder bedraagt Conform de grenswaarden wordt voldaan dan 3% van de grenswaarden sprake is 'Beleidsregel (zie ook paragraaf 6.7 en van een 'niet in betekenende mate buitenklimaat; bijlage 15). Vanwege het bijdragen' (NIBM) van de plannen. De luchtkwaliteit bij mogen realiseren van een ontwikkelingen hebben een zeer scholen en maatschappelijke functies, beperkte impact op de luchtkwaliteit. kinderdagverblijven waaronder een school en Desondanks zijn er maatregelen die 2012' worden nieuwe kinderdagverblijf is de kunnen bijdragen aan een verbeterde scholen en planregels opgenomen dat luchtkwaliteit en gezonder kinderdagverblijven kinderopvang en scholen, zoals leefklimaat.
gerealiseerd op een bedoeld in de "Beleidsregel minimale afstand van buitenklimaat: luchtkwaliteit bij 100 meter vanaf een scholen en kinderdagverblijven", rijksweg en 50 meter niet zijn toegestaan binnen 50 vanaf een drukke meter vanaf de rand van de stedelijke weg. buitenste rijbaan van de volgende wegen: Coolsingel, Hofplein en Pompenburg. In het kader van de omgevingsvergunning voor het aspect bouwen wordt nader uitgewerkt welk ventilatie- of filtersysteem wordt toegepast. Externe veiligheid
66
Vanwege het ten noorden van het - Centraal en Met het uitgevoerde onderzoek plangebied gelegen spoortraject is een eenvoudig externe veiligheid (zie paragraaf QRA uitgevoerd. Daaruit volgt dat een uitschakelbare en 6.5 en bijlage 11) worden de lichte toename wordt verwacht in het afsluitbare resultaten uit het MER maximale aantal slachtoffers. Ondanks ventilatievoorzieningen bevestigd. Vanwege de dat er sprake is van de toevoeging van en overschrijding van de meer personen binnen het luchtbehandelings-insta oriëntatiewaarde wordt het invloedsgebied van het spoor neemt llaties groepsrisico in dit hiermee het groepsrisico door het - Adequaat van de bestemmingsplan verantwoord planvoornemen niet significant (<10%) risicobron af vluchten en is advies van de VRR toe ten opzichte van de - Bereikbaarheid en ingewonnen. Mede naar referentiesituatie. Aangezien sprake is aanwezigheid van aanleiding daarvan is in de van een overschrijding van de voldoende bluswater planregels een voorwaardelijke oriëntatiewaarde voor het groepsrisico - Toekomstige verplichting opgenomen voor het is een verantwoording van het bevolking dient toepassen van een mechanisch groepsrisico opgesteld waarin geïnformeerd te worden ventilatiesysteem. maatregelen zijn opgenomen die het over hoe te handelen bij In het kader van de veiligheidsrisico verantwoord maken.
een calamiteit omgevingsvergunning voor het Met betrekking tot het spoor zijn de aspect bouwen wordt nader mogelijke ongevalsscenario's het uitgewerkt welk ventilatie- of ontstaan van een fakkelbrand, BLEVE luchtbehandelingssysteem en giftige wolk. De mogelijke wordt toegepast. maatregelen om de zelfredzaamheid en de beheersbaarheid te bevorderen zullen zich dan ook voornamelijk op deze scenario's moeten richten. Gezondheid Voor geluid neemt de geluidbelasting - Herinrichting van het Met het bestemmingsplan is met de twee alternatieven nauwelijks gebied door verharding geborgd dat waterberging wordt toe. Hiermee blijft de te vervangen door groen gerealiseerd en wordt het milieugezondheidskwaliteit dan ook als elementen en waar realiseren van groen in de vorm 'onvoldoende' tot 'ruim onvoldoende' mogelijk met van daktuinen dakterrassen etc geclassificeerd. waterdoorlatende expliciet mogelijk gemaakt. Bij Bij de realisatie van RISE gaat de tegels. de verdere uitwerking van de huidige collectieve binnentuin verloren. - Ongezonde plannen wordt rekening Wel is er bij de ontwikkeling een eetgelegenheden gehouden met de te verwachten collectieve daktuin voorzien. Hiermee uitsluiten. geluidbelasting, zoals wordt de verloren groene verblijfsruimte - Beperk mogelijkheden vastgelegd in het hogere gecompenseerd en verbeterd. voor houtstook. waardenbesluit.
Maatregelen die de - Barbecues alleen gezondheidsbescherming positief toestaan in speciaal beïnvloeden zijn reeds beschreven daartoe aangewezen onder 'geluid' en 'luchtkwaliteit' gebieden. daarnaast kunnen maatregelen worden - Extra watertappunten getroffen ten behoeve van het groen in in de openbare ruimte de buurt en een gezonde levensstijl. aanleggen. Water
67
Binnen of grenzend aan het plangebied Wateroverlast dient Binnen het plangebied zal is geen sprake van waterkeringen dan voorkomen te worden. worden voorzien in de nodige wel oppervlaktewater. Daarnaast is Wateropvang voor waterberging. In de planregels geen sprake van een vertraagde is een voorwaardelijke compensatieverplichting als gevolg van waterafvoering is aan te verplichting opgenomen het toevoegen van verhard bevelen. waarmee wordt geborgd dat oppervlakte. hierin moet worden voorzien. Bij de realisatie van nieuwbouw mogen conform het beleid geen uitloogbare bouwmaterialen (zoals koper, zink, lood, nikkel en chroom) worden gebruikt op plaatsen, die in contact zouden kunnen komen met hemelwater. De voorgenomen ontwikkeling heeft hiermee geen invloed op de (grond)waterkwaliteit ter plaatse. Er zal bij het realiseren van ondergrondse voorzieningen, zoals een parkeergarage, geborgd moeten worden dat er geen negatieve effecten optreden op de grondwaterstromen. In het kader van duurzaam waterbeheer is het gewenst om bij alle nieuwbouw maximale afkoppeling van het hemelwater toe te passen. Het schone hemelwater dient geïnfiltreerd te worden in de bodem of anders via een bodempassage afgevoerd te worden naar het oppervlaktewater. De bebouwing binnen het plangebied zal worden aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel.
Conform het beleid dient te worden voorzien in waterberging. Ecologie
68
Het effect op stikstofgevoelige - Bouwwerkzaamheden Bij de verdere uitwerking van de habitattypen is beperkt. Ten behoeve zoveel mogelijk buiten plannen zal rekening worden van de ontwikkeling dient te worden het broedseizoen gehouden met de volgens de aangetoond dat de aanleg- en uitvoeren. Wnb van toepassing zijnde bouwfase zo wordt ingericht dat gen - Rekening houden met zorgplicht. In dat kader zal sprake is van een toename aan maatregelen /rekening rekening worden gehouden met stikstofdepositie. houden met de in het MER benoemde Vanwege de territoriale aard van de broedvogels met aandachtspunten die volgen uit slechtvalk, en gezien de nabijheid van niet-jaarrond de onderzoeken die in bijlage een ander broedpaar met nestkast, beschermde nesten, de 19 en bijlage 20 zijn kan een nest op de onderzoeklocatie slechtvalk en algemene opgenomen. redelijkerwijs worden uitgesloten. grondgebonden Bij aanvullend onderzoek zijn geen zoogdieren relevante huismussen of (sporen van) beschermde soorten. nestlocaties waargenomen en zijn geen rust- en/of verblijfplaatsen gevonden voor vleermuissoorten. Bij de voorgenomen sloop- en nieuwbouwwerkzaamheden worden daarom geen rust- en/of verblijfplaatsen beschadigd en/of vernield en is geen sprake van opzettelijke verstoring. Daarnaast zijn er ook geen andere beschermde soorten aangetoond in (relatie tot) de bebouwing op de onderzoekslocatie.