CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb008725] Bijlage 5 behorende bij 23bb008730 - MER Lumière/RISE

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 31 januari 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bouwen en Wonen37.060 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Bar/restaurant inclusief muziek inclusief toeslag*

Retailunit 5

Retailunit 4

Manhaveflat

7,538,5

52/-/-

52/49/-

22/22/-

46/43/-

53/46/-

25/25/22

26/26/23

Gebouw Weena

7,531,5

50/-/-

30/27/-

53/53/-

43/43/-

53/53/-

51/51/48

45/45/42

* op de gevels waar de bijdrage van de bar/het restaurant in de betreffende periode meer dan 12 dB onder het totale geluidsniveau is het

muziekgeluid niet als dusdanig herkenbaar. De toeslag van 10 dB is op deze punten niet toegepast.

De nieuw te realiseren terrassen bij het kantoor zorgen in de dagperiode voor een geluidsniveau tot 53 dB(A) op de Manhaveflat. Dit betreft stemgeluid. Hiermee wordt de grenswaarde uit stap 2 uit de VNG-publicatie overschreden, maar wordt wel voldaan aan de grenswaarde uit stap 3. VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering: stap 1 t/m 4: een korte toelichting De stappen hoe om te gaan met de richtwaarden voor een gemengd gebied uit de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ zijn samengevat: • Stap 1: als de richtafstand voor het aspect geluid niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect geluid in beginsel achterwege blijven: inpassing is mogelijk. • Stap 2: als stap 1 niet toereikend is, is inpassing mogelijk bij een geluidsbelasting op woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen in het gebiedstype gemengd gebied van o langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van 50, 45 en 40 dB(A) voor de dag-, avond- en nachtperiode; o maximaal geluidsniveau van 70, 65 en 60 dB(A); o Verkeersaantrekkende werking van 50, 45 en 40 dB(A).

• Stap 3: als stap 2 niet toereikend is, is inpassing mogelijk bij een geluidsbelasting op woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen in het gebiedstype gemengd gebied van: o langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van 55, 50 en 45 dB(A) voor de dag-, avond- en nachtperiode.; o maximaal geluidsniveau van 70, 65 en 60 dB(A), exclusief piekgeluiden door aan- en afrijdend verkeer; o verkeersaantrekkende werking van 65, 60 en 55 dB(A). Hierbij is een motivatie nodig waarom de situatie aanvaardbaar is, waarbij ook de andere bronnen in de omgeving worden betrokken. Het bevoegd gezag kan daarbij gebruikmaken van gemeentelijk geluidbeleid, als de te verwachten geluidsbelasting voldoet aan de in dat beleid vastgestelde grenswaarden voor het betreffende gebied.

blad 77 van 196

datum 1 december 2023 projectnummer 0476764.100 betreft Milieueffectrapport

•

Stap 4: bij een hogere geluidsbelasting dan aangegeven in stap 3 zal inpassing doorgaans niet mogelijk zijn. Als het bevoegd gezag niettemin tot inpassing wil overgaan, moet het dit grondig onderzoeken, onderbouwen en motiveren waarbij ook de cumulatie met eventueel al aanwezige geluidsbelasting moet worden betrokken.

De nieuw te realiseren terrassen voor de horecagelegenheid op de begane grond aan de zuidzijde zorgen voor geluidsniveaus op de Manhaveflat tot 52 dB(A) in de dag- en tot 49 dB(A) in de avondperiode. Dit betreft stemgeluid. Hiermee wordt voldaan aan de grenswaarde uit stap 3 uit de VNG-publicatie. De nieuw te realiseren terrassen voor de horecagelegenheid op de begane grond aan de noordzijde zorgen voor geluidsniveaus op het Weenagebouw tot 53 dB(A) in de dag- en avondperiode. Dit betreft stemgeluid. Hiermee wordt niet voldaan aan de grenswaarde uit stap 2 uit de VNG-publicatie en is in de avondperiode ook sprake van een overschrijding van de grenswaarde uit stap 3 uit de VNG-publicatie. In het Weenagebouw wordt in de huidige situatie niet gewoond; het feitelijk gebruik is een kantoorfunctie. Op de bestaande woonfuncties wordt aan de grenswaarde voldaan. Significante effecten zijn hier niet voorzien. Het stemgeluid van terrasbezoekers bij de bar/het restaurant van het hotel voldoet op de Manhaveflat aan de grenswaarde uit stap 3. Wanneer in de bar/het restaurant ook muziek gedraaid wordt, wordt op de Manhaveflat voldaan aan de grenswaarde uit stap 3 uit de VNG-publicatie. Op de woningen in de Lumière-toren wordt in de dagperiode en avondperiode voldaan aan de grenswaarde uit stap 2 uit de VNG-publicatie.

Als gevolg van het terras van Retailunit 4 voldoet de berekende geluidsbelasting op de woningen in de Manhaveflat aan de grenswaarde uit stap 2 uit de VNG-publicatie. Dit betreft stemgeluid. Het stemgeluid van terrasbezoekers op het terras van Retailunit 5 voldoet voor alle woningen aan de grenswaarden voor stap 2 uit de VNG-publicatie. Uit de resultaten volgt dat de maximale geluidsniveaus op de gevels van de gevoelige bestemmingen, veroorzaakt door roepende mensen op de terrassen van Lumière Lw = 90 dB(A)), overal voldoen aan de normstelling voor maximale geluidsniveaus uit stap 2 van de VNG-publicatie. Vanwege de mogelijkheid van schreeuwende mensen bij de bestaande horecabedrijven Retailunit 4 en 5 (T11 en T12), (bronvermogen van 115 dB(A)), treden hoge maximale geluidsniveaus op op de gevels van de Manhaveflat (54 dB(A)). Datzelfde geldt voor de zuidgevel van het Weenagebouw (83 dB(A)). Het feitelijk gebruik van het Weenagebouw is een niet-geluidsgevoelige kantoorfunctie. Effecten zijn hier dus niet voorzien. Uit bovenstaande resultaten volgt dat op de woonfuncties in de Manhaveflat de grenswaarden uit stap 2 en stap 3 van de VNG-publicatie vanwege verschillende terrassen worden gerespecteerd. Alle berekende geluidsniveaus voldoen aan de voor het plan Lumière voorgestelde gecumuleerde grenswaarde van 55 dB(A)-etmaalwaarde.

De omgeving rond het plangebied valt te typeren als een levendig uitgaansgebied, waar veel activiteit plaatsvindt in de dag-, avond- en nachtperiode. Met de beoogde ontwikkeling van het plan Lumière worden alleen terrassen toegevoegd die in de dag- en avondperiode geopend zijn. De terrassen passen daarom in deze dynamische omgeving waarin een hoog achtergrondgeluidsniveau aanwezig is van onder andere verkeer en stemgeluid. De berekende geluidsniveaus op geluidgevoelige bestemmingen zijn daarmee als aanvaardbaar te beschouwen. Significant negatieve effecten door bedrijfslawaai van nieuwe horeca zijn niet voorzien. De geluidsniveaus van schreeuwende mensen ontstaan met name in de avond- en nachtperiode vanwege de mensen die uitgaan in het gebied Lijnbaan, Kruiskade en Stadhuisplein. Omdat de mensen die deze maximale geluidsniveaus veroorzaken zowel op terrassen kunnen zitten, als in openbaar gebied over straat kunnen lopen, kunnen deze geluidsniveaus overal in de omgeving optreden. De maximale geluidsniveaus die op het terras van de bestaande bedrijven Chinny en Gilles lunchroom ontstaan, zijn daarom niet te onderscheiden van het geluid dat op straat ontstaat. De berekende maximale geluidsniveaus zijn daarom, ondanks de hoogte van de geluidsniveaus, als aanvaardbaar te beschouwen. Significant negatieve effecten door bedrijfslawaai van nieuwe horeca zijn niet voorzien.

blad 78 van 196

datum 1 december 2023 projectnummer 0476764.100 betreft Milieueffectrapport

Omdat de analyses op alternatief 2 gebaseerd zijn en hiermee significant negatieve effecten door bedrijfslawaai niet voorzien zijn, geldt dit logischerwijs ook voor alternatief 1. Geluidemissie nieuwe horeca RISE en Lumière op nieuwe functies Lumière Lumière ondervindt geen effecten van de voorziene horeca inclusief terrassen bij RISE. Effecten hierdoor zijn niet voorzien. De nieuwe terrassen bij Lumière kunnen effect hebben op de nieuwe geluidgevoelige functies van Lumière. In de volgende tabel zijn de geluidbelastingen van de verschillende terrassen op de gevels van Lumière weergegeven. Tabel 6-7 Maatgevende resultaten terrassen op Lumière in dB(A) in de dag-/avond-/nachtperiode (bron: DGMR)

Terras voor kantoor

Terras begane grond zuid

Terras begane grond noord

Bar/ Restaurant (enkel stemgeluid)

Bar/ Restaurant inclusief muziek inclusief toeslag*

Omschrijving

Hoogte (m)

Retailunit 5

Retailunit 4

Woningen/hotel noordgevel

28,958,4

41/-/-

22/19/-

43/43/-

33/33/-

43/43/-

45/45/42

41/41/38

Woningen/hotel oostgevel

28,958,4

51/-/-

15/12/-

41/41/-

41/41/-

51/51/-

47/47/44

46/46/43

Woningen/hotel zuidgevel

28,958,4

53/-/-

42/39/-

18/18/-

42/42/-

52/49/-

27/27/24

30/30/27

Woningen/hotel westgevel

28,958,4

50/-/-

45/42/-

19/19/-

23/23/-

33/31/-

26/26/23

26/26/22

Woningen noordgevel

64,5149,2

31/-/-

16/13/-

36/36/-

19/19/-

29/29./-

36/36/33

31/31/28

Woningen oostgevel

64,5149,2

36/-/-

11/8/-

36/36/-

38/38/-

48/48/-

42/42/39

42/42/39

Woningen zuidgevel

64,5149,2

39/-/-

33/30/-

14/14/-

38/38/-

38/38/-

25/25/22

25/25/22

Woningen westgevel

64,5149,2

43/-/-

37/34/-

15/15/-

19/19/-

29/29/-

21/21/18

19/19/16

* op de gevels waar de bijdrage van de bar/het restaurant in de betreffende periode meer dan 12 dB onder het totale geluidsniveau is het

muziekgeluid niet als dusdanig herkenbaar. De toeslag van 10 dB is op deze punten niet toegepast.

De nieuw te realiseren terrassen bij het kantoor/conferentiecentrum zorgen in de dagperiode voor een geluidsniveau tot 53 dB(A) op het hotel (in alternatief 1) en op woningen (in alternatief 2). Dit betreft stemgeluid. Hiermee wordt de grenswaarde uit stap 2 overschreden, maar wordt wel voldaan aan de grenswaarde uit stap 3. Het stemgeluid van terrasbezoekers bij de bar/het restaurant van het hotel voldoet op de Lumière-toren aan de grenswaarde uit stap 2. Wanneer in de bar/het restaurant ook muziek gedraaid wordt, wordt voldaan aan de grenswaarde uit stap 3. De hoogste geluidbelasting betreft 52/49 in de dag/avond dB(A) op de zuidgevel op het hotel (in alternatief 1) en op woningen (in alternatief 2). De rest van de geluidbelastingen voldoen aan stap 2 van de VNG-publicatie. De omgeving rond het plangebied valt te typeren als een levendig uitgaansgebied, waar veel activiteit plaatsvindt in de dag-, avond- en nachtperiode. Met de beoogde ontwikkeling van het plan Lumière worden alleen terrassen toegevoegd die in de dag- en avondperiode geopend zijn. De terrassen passen daarom in deze dynamische omgeving waarin een hoog achtergrondgeluidsniveau aanwezig is van onder andere verkeer en stemgeluid. De berekende geluidsniveaus op geluidgevoelige bestemmingen zijn daarmee als aanvaardbaar te beschouwen, inclusief gevelreductie.

Significant negatieve effecten door bedrijfslawaai van nieuwe horeca zijn niet voorzien.

blad 79 van 196

datum 1 december 2023 projectnummer 0476764.100 betreft Milieueffectrapport

Uit de resultaten volgt dat de maximale geluidsniveaus op de gevels van de gevoelige bestemmingen, veroorzaakt door roepende mensen op de terrassen van Lumière Lw = 90 dB(A)), overal voldoen aan de normstelling voor maximale geluidsniveaus uit stap 2 van de VNG-publicatie. Vanwege de mogelijkheid van schreeuwende mensen bij de bestaande horecabedrijven Retailunit 4 en 5 (T11 en T12), (bronvermogen van 115 dB(A)), treden hoge maximale geluidsniveaus op op de gevels van de nieuwe woningen binnen het plangebied Lumière (maximaal 72 dB(A)). De geluidsniveaus van schreeuwende mensen ontstaan met name in de avond- en nachtperiode vanwege de mensen die uitgaan in het gebied Lijnbaan, Kruiskade en Stadhuisplein. Omdat de mensen die deze maximale geluidsniveaus veroorzaken zowel op terrassen kunnen zitten, als in openbaar gebied over straat kunnen lopen, kunnen deze geluidsniveaus overal in de omgeving optreden. De maximale geluidsniveaus die op het terras van de bestaande bedrijven Chinny en Gilles lunchroom ontstaan, zijn daarom niet te onderscheiden van het geluid dat op straat ontstaat. De berekende maximale geluidsniveaus zijn daarom, ondanks de hoogte van de geluidsniveaus, als aanvaardbaar te beschouwen. Significant negatieve effecten door bedrijfslawaai van nieuwe horeca zijn niet voorzien.

Passendheid plan binnen het (bestaand) geluidklimaat Er is ook bestaande horeca in de omgeving van RISE en Lumiere. Gekeken is in hoeverre de voorgenomen ontwikkelingen effecten ondervinden van bestaande horeca in de omgeving. RISE De effecten van de bestaande horeca van het Stadhuisplein en de Kruiskade op de nieuwe woningen in RISE zijn onderzocht (bijlage 5). Uit de modelberekeningen blijkt dat dit geluid vooral relevant is voor de gevel aan de Coolsingel van de Coolsingeltoren. Op deze gevel wordt als maximale geluidbelasting door de horeca berekend 48 dB voor de nachtperiode, hetgeen met straffactor overeenkomt met 58 dB(A) etmaalwaarde (vooral bepaald door muzieklawaai). Op basis van de rekenresultaten dient geluidisolatie te worden toegepast die benodigd is om in de woningen te kunnen voldoen aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Hiertoe dient het invallende geluidniveau met tenminste 23 dB(A) te worden gereduceerd, waarbij tevens aandacht dient te worden besteed aan de reductie in de laagfrequente octaafbanden met middenfrequenties van 63 en 125 Hz, teneinde te kunnen waarborgen dat er geen sprake is van herkenbaar muziekgeluid. Dit geldt voor beide alternatieven. Lumière De horecabedrijven aan de Kruiskade hebben het grootste effect op Lumière. De horecabedrijven aan het Stadhuisplein hebben vanwege de grotere afstand een kleiner effect.

Aan de zuidwestzijde van het plan staat aan de Kruiskade in de huidige situatie al een gebouw met woningen (City House). Op het dak van deze flat wordt een dakpaviljoen gerealiseerd. In alternatief 1 (focus op werken) is sprake van de ontwikkeling van een hotel en hiermee een bufferlaag van 63 meter. Er zijn voor alternatief 1 drie toetspunten in beeld gebracht: 003, 004 en 005. In alternatief 2 is geen sprake van een hotel, maar van woningen. Hier is gerekend met de rekenpunten 703 en 704 (zie onderstaande figuur).

blad 80 van 196

datum 1 december 2023 projectnummer 0476764.100 betreft Milieueffectrapport

Figuur 6-17 Toetspunten (bron: DGMR)

Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat de nieuwe woontoren Lumière in alternatief 1 de bedrijfsvoering van de horecabedrijven niet belemmert. In alternatief 2 (focus op wonen) zijn de berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus vanwege Villa Thalia en De Beurs voor een aantal nieuwe woningen hoger dan de geluidsnorm van 40 dB(A) voor de nachtperiode. Dit komt doordat – in tegenstelling tot bij alternatief 1 – de woningen ook in de onderste 63 meter zijn gesitueerd. Op de lagere hoogte is sprake van een hogere geluidbelasting op de gevel. Het hotel is geen geluidgevoelige bestemming en beter geschikt dan wonen in een geluidbelaste omgeving. Om voor de nieuwe woningen binnen het plan Lumière te beoordelen of sprake is van een goed woon- en leefklimaat, is ook het cumulatieve geluidsniveau van alle horecabedrijven (Kruiskade en Stadhuisplein) beoordeeld. In de berekening is ook de bijdrage van het stemgeluid op de terrassen opgenomen. De resultaten staan in onderstaande tabel. Op locaties 703 en 704 zijn enkel in alternatief 2 woningen geprogrammeerd, op de andere locaties (op grotere hoogte) is dat het geval voor beide alternatieven. Tabel 6-8 Resultaten cumulatieve geluidsniveau alle horecabedrijven nachtperiode dB(A) (bron: DGMR)

Locatie

Omschrijving

Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau nachtperiode dB (A) Hoogte (m)

Grenswaarde (dB (A))

Cumulatief

Overschrijding

003

Woningen zuidgevel Lumière

64,5

40/55

49

9/-

004

Woningen oostgevel Lumière

64,5

40/45

51

11/-

005

Woningen oostgevel Lumière

64,5

40/55

50

10/-

703

Woningen zuidgevel Lumière

35,3

40/55

51

11/-

704

Woningen oostgevel Lumière

28,9

40/55

54

14/-

Om te beoordelen of sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat wordt aangesloten bij de grenswaarde die volgt uit de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering 4. Hierin is een grenswaarde opgenomen van 50 dB(A) voor de etmaalwaarde, die overeen komt met 40 dB(A) voor de nachtperiode – zoals ook is opgenomen in het Activiteitenbesluit. De gemeente heeft de mogelijkheid om langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus toe te staan die hoger zijn dan de grenswaarde van 40 dB(A) uit stap 2. Het bevoegd gezag moet daarvoor motiveren waarom het geluidsniveau voor de betreffende situatie acceptabel wordt geacht.

De VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering is een algemeen geaccepteerd beoordelingskader voor het beoordelen van milieueffecten van bedrijfsmatige functies in de ruimtelijke ordening. 4

blad 81 van 196

datum 1 december 2023 projectnummer 0476764.100 betreft Milieueffectrapport

Uit de resultaten volgt dat het gecumuleerde langtijdgemiddelde beoordelingsniveau op de zuid- en oostgevel in de nachtperiode hoger is dan de grenswaarde van 40 dB(A). De overschrijding bedraagt in alternatief 1 maximaal 11 dB en in alternatief 2 maximaal 14 dB. Het stemgeluid van de terrassen van George en De Beurs levert de maatgevende bijdrage. Op de noord- en westgevel voldoet het berekende langtijdgemiddeld beoordelingsniveau voor bijna alle woningen aan de grenswaarde van 40 dB(A). In onderstaande figuren staat het geluidsniveau op de gevels in de nachtperiode weergegeven.

Figuur 6-18 Cumulatieve geluidsniveau nachtperiode horecabedrijven Stadhuisplein en Kruiskade dB(A) voor alternatief 1 (bron: DGMR)

Figuur 6-19 Cumulatieve geluidsniveau nachtperiode horecabedrijven Stadhuisplein en Kruiskade dB(A) voor alternatief 2 (bron: DGMR)

blad 82 van 196

datum 1 december 2023 projectnummer 0476764.100 betreft Milieueffectrapport

Om vast te stellen of voor de nieuwe woningen binnen het plan Lumière sprake is van een goed woon- en leefklimaat, is ook de invloed van de bedrijfsactiviteiten van het Dakpaviljoen van City House inzichtelijk gemaakt. In de berekening zijn de bijdrage van het stemgeluid, de installaties en het muziekgeluid vanuit de open deur van het restaurant opgenomen. Uit de resultaten volgt dat het berekende langtijdgemiddelde geluidsniveau voor een deel van de woningen in de dag- en avondperiode hoger is dan de grenswaarde uit stap 2 van de VNG-publicatie. Het maatgevende geluidsniveau ontstaat met toepassing van de straffactor van 10 dB, als gevolg van het stemgeluid op de onderste laag met woningen van Lumière aan de westzijde (toetspunt 812). De grenswaarde wordt op een groot deel van de woningen op de west- en zuidgevel overschreden. Op de noord- en oostgevel voldoet het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau voor alle woningen aan de grenswaarde. Vanwege het dakpaviljoen ontstaat geen relevante cumulatie met de overige horecabedrijven aan het Stadhuisplein en de Kruiskade. Conclusie bedrijfslawaai (horeca) Voor wat betreft de effecten van RISE – en met name de horeca in RISE en de daarbij behorende terrassen – op de bestaande woningen in de omgeving blijkt uit de berekeningen dat de geluidbelasting onder de normen blijft, ook voor de maatgevende nachtperiode.

Voor één onderdeel van de horeca in RISE (Rooftopbar) blijkt dat extra aandacht nodig is voor de geluidisolatiewaarden van het glas om te kunnen voldoen aan de normen. Voor wat betreft de effecten van (de horeca van) Lumière en de daarbij behorende terrassen op bestaande woningen in de omgeving blijkt uit de berekeningen dat de geluidbelasting, zonder maatregelen), vanwege muziekgeluid vanuit de bar/het restaurant van het hotel niet voldoen aan de normstelling (50 dB(A) uit het Activiteitenbesluit. Op de Manhaveflat is sprake van een overschrijding van 10 dB in de dagperiode en 14 dB in de avondperiode. Maatgevend is de (achtergrond)muziek op het terras op de derde verdieping. Voor de rest van de woningen (bestaand en nieuw) wordt voldaan aan de richtwaarden voor stap 2 of stap 3 uit de VNG-publicatie. Deze waarde zou overeenkomen met een negatieve beoordeling voor beide alternatieven als gevolg van de normoverschrijding bij de Manhaveflat. Om aan de geluidsnormen van het Activiteitenbesluit te voldoen, is als maatregel geborgd in het bestemmingsplan, dat het nieuw te realiseren terras van het restaurant op de derde verdieping geen muziekgeluid mag produceren. Door het treffen van deze mitigerende maatregel in de regels van het bestemmingsplan voldoet de geluidbelasting op de Manhaveflat wel aan de normen van het Activiteitenbesluit.

Door deze maatregel wordt ook voldaan aan de maximale geluidniveaus (LA,max) en cumulatieve geluidbelasting door horeca.. Samengevat leidt dit tot een licht negatieve (-) beoordeling voor beide alternatieven (in plaats van een negatieve beoordeling zonder de mitigerende maatregel). Er is geen sprake van overschrijdingen, maar hoewel sprake is van een dynamische omgeving waarin reeds een hoog achtergrondgeluidsniveau aanwezig is (o.a. verkeer en stemgeluid), is wel sprake van een bijdrage aan dit geluidsklimaat. Hierbij heeft alternatief 1 heeft minder geluidgevoelige bestemmingen die blootgesteld worden aan bedrijfsgeluid dan alternatief 2. Het verschil is echter niet significant, in beide alternatieven wordt aan stap 2 of 3 uit de VNG-publicatie voldaan en kennen derhalve dezelfde score.

6.1.4.4

Cumulatieve geluidbelasting RISE De optredende geluidbelasting als gevolg van weg- en railverkeerslawaai ter plaatse van de gevel met woningen van RISE is maximaal 62 dB (exclusief aftrek) voor wegverkeerslawaai en 59 dB voor railverkeerslawaai. Dit geldt voor beide alternatieven. De cumulatieve geluidbelasting van deze bronnen tezamen is maximaal 64 dB. Het grootste aandeel hiervan is wegverkeerslawaai. De maximale geluidbelasting door de horeca is berekend op maximaal 58 dB etmaalwaarde. De nieuwe horeca is ondergeschikt aan de geluidbelasting van bestaande horeca en draagt niet bij aan een toename van de gecumuleerde geluidbelasting. Lumière

blad 83 van 196

datum 1 december 2023 projectnummer 0476764.100 betreft Milieueffectrapport

De optredende geluidbelasting als gevolg van weg- en railverkeerslawaai ter plaatse van de gevel met woningen van Lumière is maximaal 55 dB (exclusief aftrek) voor wegverkeerslawaai en 54 dB voor railverkeerslawaai. De optredende geluidbelasting als gevolg van de horecagelegenheden aan het Stadhuisplein en de Kruiskade bedraagt maximaal 64 dB(A)-etmaalwaarde. De cumulatieve geluidbelasting van deze bronnen tezamen is maximaal 65 dB. Het grootste aandeel hiervan is horecalawaai. Conclusie en beoordeling cumulatieve geluidbelasting van alle geluidbronnen De cumulatieve geluidsbelasting van alle geluidbronnen bedraagt ten hoogste 64 (RISE) en 65 (Lumière) dB (zie volgende tabel). Het wegverkeerslawaai is de meest dominante bron bij RISE. Bij Lumière is het geluid van bestaande horeca maatgevend. De gecumuleerde geluidbelasting in de referentiesituatie en de plansituatie blijft nagenoeg gelijk. Echter worden er wel geluidgevoelige bestemmingen (woningen) in het gebied toegevoegd en neemt het aantal mensen die blootgesteld worden aan deze geluidbelasting toe. Dit geldt voor beide alternatieven. Tabel 6-9 Overzicht optredende geluidbelastingen per geluidbron en de gecumuleerde geluidbelasting (bron: Peutz)

Geluidbron

Maximale geluidbelasting RISE

Lumière

Wegverkeerslawaai

62 dB

55 dB

Railverkeerslawaai

59 dB

54 dB

Horecageluid

58 dB

64 dB

Cumulatie

64 dB

65 dB

Het geluidbeleid van de gemeente Rotterdam stelt geen grens aan de hoogte van de gecumuleerde geluidbelasting. Ook in het Actieplan Geluid 2019-2023 van de gemeente Rotterdam (december 2019) is niets opgenomen over de aanvaardbaarheid van deze gecumuleerde geluidbelasting. Daarom is de methode van Miedema toegepast om de aanvaardbaarheid van de gecumuleerde geluidbelasting te bepalen. Op basis van de rekenmethode Miedema wordt een geluidsniveau onder 50 dB als ‘goed’ beoordeeld. Tot 55 dB is de milieukwaliteit ‘redelijk’. De milieukwaliteit bij een geluidsniveau van 64 en 65 dB is geclassificeerd als ‘tamelijk slecht’. Deze geluidbelastingen zijn niet vreemd in een sterk stedelijke omgeving waarin de voorgenomen ontwikkelingen gelegen zijn, maar zijn wel aan de hoge kant. Beide alternatieven voegen geluidgevoelige bestemmingen (woningen) toe in een omgeving met een tamelijk slechte geluidbelasting. Dit is negatief (-) beoordeeld voor beide alternatieven. Er zijn maatregelen nodig ter mitigatie van de geluidbelasting op de gevel. Op basis van de hoogte van de gecumuleerde geluidbelasting dient geluidisolatie te worden bepaald die benodigd is om in de woningen te kunnen voldoen aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Bij de beoogde ontwikkeling wordt rekening gehouden met de relatief hoge geluidbelastingen, en wordt horeca binnen het plan op zorgvuldige wijze ingepast.

In het kader van het hogere waardenbeleid vraagt de geluidsbelasting in relatie tot de nadere uitwerking van het plan om aandacht. Wanneer niet alle woningen over een geluidluwe gevel beschikken kan ook compensatie plaatsvinden bijvoorbeeld door te voorzien in een geluidluwe buitenruimte. Dit vraagt nog om nadere uitwerking.

6.1.5

Effectbeoordeling De tabel hieronder geeft samengevat de totaalbeoordeling van de onderdelen die onder geluid vallen weer. Tabel 6-10: Beoordeling geluid

Thema Geluid

Aspect Wegverkeerslawaai Spoorweglawaai Bedrijfslawaai (horeca) Cumulatieve geluidbelasting

Alternatief 1 werken 0 0/-

Alternatief 2 wonen 0 0/-

blad 84 van 196

datum 1 december 2023 projectnummer 0476764.100 betreft Milieueffectrapport

Mogelijke effecten van de onbenutte planologische mogelijkheden op RISE en Lumière? De onbenutte planologische mogelijkheden kunnen effecten hebben op de geluidbelasting (afscherming, reflectie) van RISE en Lumière. In de omgeving van Lumière is sprake van planologische onbenutte ruimte waarbij de bestaande bebouwing fors kan worden opgehoogd. In de omgeving van RISE is hier in beperktere mate sprake van dan bij Lumière. Het verkeer als gevolg van de beoogde ontwikkelingen is maatgevend voor het bepalen van de impact van de ontwikkelingen op het geluid in de omgeving. In het verkeersmodel wordt uitgegaan van invulling van de planologische onbenutte ruimte. De bebouwingssituatie in het geluidmodel gaat uit van de referentiesituatie, en dus niet van alle planologische onbenutte ruimte. Dit leidt mogelijk tot een afschermende werking van geluid of zorgt voor reflecties van geluid. In het akoestisch onderzoek is geconcludeerd dat de ontwikkelingen van RISE en Lumière geen significant effect hebben op de optredende geluidbelasting in de omgeving van de plannen. Een wijziging van de referentiesituatie zal niet tot andere uitkomsten leiden. Ten aanzien van afscherming en reflectie ten gevolge van andere bouwvolumes treden wel effecten op. Als alle onbenutte planologische ruimte benut wordt, dan zorgt dit met name bij Lumière voor extra afschermende werking op grotere hoogte.

De geluidbelasting op de gevel ten gevolge van wegverkeer op het Weena neemt hier af. De cumulatieve geluidbelasting neemt daardoor ook af. Voor RISE is dit effect niet aan de orde. Een verandering van de referentiesituatie leidt daarom niet tot een wijziging in de beoordelingen.

6.1.6

Mitigatie en compensatie Per ontwikkeling toetsen aan de Wet geluidhinder Voor elke ontwikkeling wordt voor het ruimtelijk besluit een geluidonderzoek uitgevoerd waarin getoetst wordt aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder. Op basis hiervan kan vastgesteld worden of per relevante geluidbron wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde of dat het nodig is om hogere waarden vast te stellen. In het kader van het hogere waardenbeleid vraagt de geluidsbelasting in relatie tot de nadere uitwerking van het plan om aandacht. Daarnaast worden hierin de bouweisen vanuit het bouwbesluit en het activiteitenbesluit meegewogen. In het Activiteitenbesluit is een aantal mogelijkheden voor individueel maatwerk opgenomen. Het gaat bijvoorbeeld om het vaststellen van een hogere of lagere waarde dan de standaard grenswaarde. Een maatwerkvoorschrift kan ook betrekking hebben op het vaststellen van voorzieningen en gedragsregels om te bereiken dat aan de geluidsnormen wordt voldaan. Bijvoorbeeld het dichthouden van ramen en deuren of aanbrengen van geluidsbegrenzers bij muziekgeluid. Stedenbouwkundige opzet Vaak zijn er mogelijkheden de kans op geluidshinder te verminderen met akoestisch slimme keuzes in de stedenbouwkundige opzet. Ook de locaties en inrichting van buitenruimtes en het openbare gebied vragen aandacht.

Slaapkamers bij voorkeur aan de stille zijde Ontwikkelaars situeren de slaapkamer van woningen waarbij de geluidbelasting boven de voorkeursgrenswaarde komt bij voorkeur aan de stille zijde. Dit ter bevordering van de nachtrust in geluidbelast gebied. Rekening houden met de positionering van de niet-woonfuncties De positionering van de niet-woonfuncties wordt verder onderzocht om het wegverkeerslawaai te beperken. Vooral langs doorgaande wegen ligt de geluidbelasting door wegverkeerslawaai op plintniveau hoger, dit zijn de ideale plekken om niet-woonfuncties (voorzieningen, kantoren, bedrijvigheid enzovoort.) te vestigen om zo een buffer te creëren tussen het wegverkeerslawaai en de geluidgevoelige bestemmingen die daarboven worden gesitueerd.

blad 85 van 196

datum 1 december 2023 projectnummer 0476764.100 betreft Milieueffectrapport

Als de onderste bouwlagen bij RISE een woonfunctie zouden krijgen zijn ingrijpende maatregelen noodzakelijk om te kunnen voldoen aan de grenswaarde, in het kader van horeca. Het toekennen van een woonbestemming aan de onderste bouwlagen ligt daarom niet voor de hand. Voorkomen/beperken geluidsweerkaatsing van gebouwen In bebouwde gebieden kan door het toepassen van geluidsabsorberende materialen een sterke weerkaatsing van het geluid voorkomen worden. Door een gevel waar dit van toepassing op kan zijn uit te voeren met dempend materiaal, of niet te vlak of schuin hellen naar boven toe, wordt het geluid respectievelijk gedempt, verstrooid of naar boven weerkaatst. Groenstructuren om geluid te verstrooien Beplanting zorgt voor een zeer lichte verstrooiing van het geluid. Akoestische compensatie Akoestische compensatie kan bijvoorbeeld worden gezocht in het stellen van strengere eisen aan het contactgeluid tussen woningen, het creëren van gemeenschappelijke geluidluwe buitenruimtes en extra maatregelen die de akoestische kwaliteit van de openbare ruimte ten goede komen. Bij RISE wordt ingezet op akoestische compensatie door het ontwikkelen van geluidluwe gemeenschappelijke daktuinen.

Maatregelen in verband met realisatie horeca bij RISE Een bijzonder punt van aandacht is de onderlinge geluidisolatie tussen horeca inrichtingen maar ook de geluidisolatie naar eventueel bovenliggende hotelkamers. Bij nadere uitwerking dient hier voldoende aandacht aan te worden besteed. Zo zullen er geen hotelkamers mogelijk zijn direct boven een horeca inrichting waar 105 dB(A) muziekgeluidsniveau het uitganspunt is. Bij ruimten waar sprake is van een hoog muziekgeluidniveau is de uitwerking van de gevel van belang. Een hoge geluidisolatiewaarden kan gerealiseerd worden met bijvoorbeeld: • Een betonwand van tenminste 300mm voorzien van een vrijdragende voorzetwand bestaande uit tenminste 3 * 12,5 mm fermacel op een luchtspouw van tenminste 500mm die is voorzien van 200mm minerale wol; • Lichtere geveldelen die worden toegepast dienen als dubbele gevel te worden gerealiseerd en de spouw tussen deze geveldelen tenminste 1m is en de spouw wordt voorzien van absorptie. De toegangsdeuren van de horecagelegenheden worden voorzien van een sluisconstructie die in ieder geval gedurende de aanwezigheid van het muziekgeluid op het exploitatie geluidniveau in gebruik is, waarbij de geluidsisolerende deuren van deze sluisconstructie slechts worden geopend voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.

De geluidbijdrage van in- en uitlaatroosters van de installaties mogen zeer beperkt zijn (vraagt veel demping in de kanalen en akoestische optimalisatie posities (dat zal in een vervolg fase nog nader moeten worden uitgewerkt). Maatregelen in verband met realisatie woningen bij Lumière De hoogste geluidbelasting van de horecabedrijven aan de overzijde van de Kruiskade is ter plaatse van de Manhave-flat hoger dan ter plaatse van de onderste woonlaag in de Lumière-toren. De bestaande woningen in de Manhave-flat bepalen daarmee de maximale geluidsruimte voor deze horecabedrijven. Als de horecabedrijven Beurs en Villa Thalia ter plaatse van de Manhaveflat voldoen aan de geluidnormen uit het Activiteitenbesluit, dan hoeven geen maatwerkvoorschriften vanwege de planrealisatie van de Lumière-woontoren te worden vastgesteld. Maatregelen in verband met realisatie horeca bij Lumière Om aan de geluidsnormen uit het Activiteitenbesluit te voldoen, is het nodig in de planregels op te nemen dat het nieuw te realiseren terras van het restaurant op de derde verdieping geen muziekgeluid ten gehore kan brengen. Deze maatregel is reeds geborgd en ook in de beoordeling als zodanig verwerkt (licht negatief in plaats van negatief).

blad 86 van 196

datum 1 december 2023 projectnummer 0476764.100 betreft Milieueffectrapport

De geluidsbelasting op de Manhaveflat vanwege het muziekgeluid afkomstig van de bar (hotel, op de 2e verdieping) voldoet wel aan de normen uit het Activiteitenbesluit. De voorwaarde hierbij is dat in de avondperiode het geluidsniveau binnen maximaal 75 dB(A) bedraagt. Uitgangspunt van het onderzoek is dat bij het restaurant aan de zuidzijde geen muziek gedraaid wordt op het terras. Als het in een later stadium wel wenselijk is dat in het restaurant muziek gedraaid wordt, moet de zuidgevel gesloten zijn. Deuren moeten in dat geval met een sluisconstructie toegang geven tot het terras, zodat de geluidsemissie beperkt blijft.

blad 87 van 196

datum 1 december 2023 projectnummer 0476764.100 betreft Milieueffectrapport

6.2

Trillingen

6.2.1

Beoordelingskader Trillingen in gebouwen kunnen veroorzaakt worden door treinverkeer, transportmiddelen op de weg (zoals vrachtwagens) en installaties in gebouwen. De bodem, water of het beton kan trillingen verspreiden. Deze trillingen kunnen voelbaar zijn voor inwoners nabij de bronnen. Dit kan als onplezierig of storend ervaren worden. Als het vaak of langdurig optreedt kunnen trillingen leiden tot negatieve gezondheidseffecten, zoals slaapverstoring, vermoeidheid, verminderende prestaties en lichamelijke klachten. Wanneer er gedurende een lange periode herhaald voorkomende trillingen zijn, kan dit leiden tot negatieve effecten. Voor het meten en beoordelen van hinder door trillingen wordt Richtlijn B ‘Hinder voor personen in gebouwen door trillingen, Meet- en beoordelingsrichtlijn’ (Stichting Bouwresearch, SBR-richtlijn B, 2002) gebruikt. De streefwaarden voor de functie wonen uit deze richtlijn zijn in onderstaande tabel weergegeven. Tabel 6-11 SBR-richtlijn B, 2002 (in Vmax) voor de functie wonen

Periode Dagperiode (07:00u-19:00u) Avondperiode (19:00u-23:00u) Nachtperiode (23:00u-07:00u)

A1 0,1 0,1 0,1

A2 0,4 0,4 0,2

A3 0,05 0,05 0,05

De optredende trillingniveaus voldoen aan de streefwaarden indien voldaan wordt aan één van onderstaande twee voorwaarden: 1. de waarde van de maximale trillingsterkte in een ruimte (V max) is kleiner dan A1; 2. de waarde van de maximale trillingsterkte in een ruimte (Vmax) is kleiner dan A2, waarbij de trillingsterkte over de beoordelingsperiode in deze ruimte (Vper) kleiner is dan A3. Voor het in beeld brengen van de effecten van trillingen voor RISE en Lumière is getoetst aan de streefwaarden van de SBR-richtlijn B. Deze streefwaarden zijn geen wettelijke grenswaarden. Wel worden deze in de jurisprudentie gehanteerd ter bepaling van de beoordelingscriteria. Het beoordelingskader voor trillingen is weergegeven in de volgende tabel. Tabel 6-12 Onderzoeks- en beoordelingskader trillingen

Aspect

Criterium

Trillingen

Trillingsniveaus

Kwantitatief / kwalitatief onderzoek Kwantitatief

Methode en informatie Verandering blootstelling aan trillingen ten gevolge van railverkeer. Toets aan SBR-richtlijn B.

Trillingen ten gevolge van de aanlegfase van RISE en Lumière zijn beschreven in paragraaf 8.2 (hinder tijdens de bouw). Hoe zijn de onbenutte planologische mogelijkheden meegenomen? De planologische onbenutte ruimte is niet van invloed op trillingen. Andere bouwvolumes in de referentiesituatie leiden niet tot een verandering van trillingen nabij RISE en Lumière. Een wijziging in de referentiesituatie ten aanzien van de onbenutte planologische ruimte leidt daarom niet tot een andere beoordeling voor trillingen.

6.2.2

Huidige situatie Trillingen langs het spoor ontstaan als een trein over rails rijdt. Dan zorgt de wrijving van de wielen op de rails voor trilling. Ook kan de beweging van treinen op het spoor zorgen voor (laagfrequente) trillingen in de bodem. Nabij spoorlijnen is binnen een afstand van circa 50 tot 100 meter (afhankelijk van bodemopbouw, type treinverkeer, etc.) mogelijk sprake van het optreden van trillinghinder. De ontwikkeling RISE ligt op circa 120 meter afstand van het treinspoor. Lumière ligt op een veel grotere afstand, namelijk circa 260 meter.

blad 88 van 196

datum 1 december 2023 projectnummer 0476764.100 betreft Milieueffectrapport

Figuur 6-20 Het plangebied van RISE ligt op ongeveer 120 meter afstand van het spoor

Op het spoortraject nabij het plangebied is sprake van goederenvervoer. Goederenvervoer per spoor van/naar de Rotterdamse haven vindt plaats via de Betuwelijn die ten zuiden van Rotterdam loopt. Op de spoorverbinding nabij het plangebied RISE reden volgens ProRail5 in 2021 circa 5.000 goederentreinen. Dit goederen vervoer heeft voor zover bekend geen hinder door trillingen veroorzaakt. Dit komt overeen met de SBR-richtlijn die stelt dat er op grotere afstand dan 100 meter vanaf het spoor geen hinder wordt verwacht. Op het Hofplein, de Coolsingel en Pompenburg rijden trams. De mate van hinder door trillingen als gevolg van tram- en metroverkeer is aanzienlijk geringer dan van treinverkeer. Trillingen door wegverkeer treden met name op als zware voertuigen over een oneffen wegdek rijdt (zoals klinkers) en bij overgangen in het wegdek (zoals drempels). Daarbij is de rijsnelheid een belangrijke factor. Op de straten rondom het plangebied RISE ligt asfalt en zijn geen drempels aanwezig. Rondom het plangebied Lumière liggen op de Kruiskade en de Karel Doormanstraat klinkers en op de kruising Lijnbaan-Kruiskade ligt een drempel. De straten rondom het plangebied zijn geen doorgaande routes, waardoor alleen bestemmingsverkeer wordt verwacht. De wegen zijn smal waardoor dit (zware) verkeer naar verwachting geen hoge snelheid zal hebben.

In de bestaande panden binnen het plangebied is voor zover bekend geen sprake van trillingshinder.

6.2.3

Referentiesituatie Voor het aspect trillingshinder geldt dat de referentiesituatie gelijk is aan de huidige situatie. Er zijn namelijk geen wezenlijke veranderingen voorzien op het spoor. Daarnaast blijft het tram- en metronetwerk met de herinrichting van het Hofplein behouden.

6.2.4

Effectbeschrijving Ten aanzien van spoorlijnen zijn geen trillingen te verwachten op zowel RISE als Lumière. Beide ontwikkelingen liggen buiten de 50-100 meter zone van het spoor waarbinnen trillinghinder mogelijk is, conform de SBR-richtlijn. Er is dus geen effect van trillingen afkomstig van de spoorlijnen te verwachten. Ook trillingen ten gevolge van de tram- en metrolijnen zijn uitgesloten aangezien de bouwkundige eigenschappen, zoals de funderingen, van RISE en Lumière dermate zwaar zijn dat de kleine trillingen die veroorzaakt kunnen worden door trams en/of metro’s 5

ProRail. Ontwikkeling spoorgoederenverkeer in Nederland. 2021 vergeleken met 2020.

blad 89 van 196

datum 1 december 2023 projectnummer 0476764.100 betreft Milieueffectrapport

’een trillinghinder veroorzaken bij de woningen. De ontwikkeling leidt tot een beperkte toename van verkeer (zie hoofdstuk 5), waardoor ook het aandeel zwaar verkeer in slechts beperkte mate toeneemt. Dit wegverkeer zal gezien de lage snelheid en het gebrek aan drempels en voetovergangen in het wegdek ook geen wezenlijk effect op trillingen hebben.

6.2.5

Effectbeoordeling Ter plaatse van de ontwikkelingen RISE en Lumière worden geen structurele trillingen verwacht. Trillingshinder treedt mogelijk alleen incidenteel op door zwaar vrachtverkeer. Er worden daarmee geen significant negatieve effecten door trillingen van zowel rail- als wegverkeer verwacht. Daarnaast worden er binnen RISE en Lumière geen functies gerealiseerd die tot trillingshinder voor de omgeving kunnen leiden. Het effect van trillingen is derhalve neutraal (0) beoordeeld. Tabel 6-13 Beoordeling trillingen

Thema Trillingen

6.2.6

Aspect Trillingniveaus

Alternatief 1 werken 0

Alternatief 2 wonen 0

Mitigatie en compensatie Er is vanuit het thema trillingen geen aanleiding om mitigerende en/of compenserende maatregelen te treffen.

blad 90 van 196

datum 1 december 2023 projectnummer 0476764.100 betreft Milieueffectrapport

6.3

Luchtkwaliteit

6.3.1

Beoordelingskader Beleidskader Het beleidskader voor het thema luchtkwaliteit is samengevat weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 6-14 Beleidskader luchtkwaliteit

Kader

Wet Milieubeheer

▪

▪ WHO-streefwaarden

▪

Beleidsregel buitenklimaat: Luchtkwaliteit bij scholen en kinderdagverblijven 2012

▪

▪

▪

Koersnota Schone Lucht (2019-2022)

▪

▪

▪

Belangrijkste randvoorwaarde / uitgangspunt Nationaal beleid In de Wet milieubeheer zijn de grenswaarden vastgesteld voor zeven stoffen en richtwaarden voor vijf stoffen met betrekking tot de concentraties in de buitenlucht. In Nederland zijn NO 2 en PM10 het meest kritisch. Daarnaast is per 1 januari 2015 ook voor zeer fijn stof (PM 2,5) een jaargemiddelde grenswaarde van kracht. In het algemeen geldt dat bij voldoen aan de wettelijke normen voor deze stoffen (NO2 en PM10 en PM2,5, zie Tabel 6-15), een overschrijding van de normen voor de overige stoffen redelijkerwijs kan worden uitgesloten. De World Health Organization (WHO) stelt gezondheidsbescherming centraal. Voor luchtkwaliteit heeft WHO streefwaarden voorgeschreven. Deze streefwaarden gaan uit van een ambitieuzere inzet op een gezondere leefomgeving (zie Tabel 6-15). De WHO-streefwaarden zijn wat vrijblijvender dan de wettelijke grenswaarden. Gemeentelijk beleid Met deze richtlijn wordt gepoogd de potentiële gezondheidseffecten van luchtverontreinigende stoffen op gevoelige bestemmingen te beperken. Onder gevoelige bestemmingen worden verstaan: scholen (lager en voortgezet onderwijs) en kinderdagverblijven. In de Beleidsregel is vastgelegd dat voor nieuwe scholen en kinderopvang binnen 100 meter vanaf een rijksweg en binnen 50 meter vanaf een drukke stedelijke weg een nee-tenzij benadering geldt.

Ongeacht de luchtkwaliteit worden geen nieuwe gevoelige bestemmingen gerealiseerd in de eerstelijns bebouwing bij wegen met meer dan 10.000 motor-voertuigbewegingen per etmaal binnen een afstand van 50 meter van de rand van de weg. Alle straten in Rotterdam voldoen in 2020 aan de Europese normen: In 2020 zijn alle knelpunten op het gebied van luchtkwaliteit opgelost; in geen enkele straat worden de Europese normen nog overschreden. Verbetering van de gemiddelde luchtkwaliteit in heel Rotterdam in 2022: In 2022 is de luchtkwaliteit in de hele stad verbeterd. Niet alleen de concentratie van stikstof (NO 2) moet omlaag, maar ook de concentraties fijnstof (PM10, PM2,5) en roet. WHO-advieswaarden in 2025: In 2025 is in de hele stad de luchtkwaliteit in overeenstemming gebracht met de advieswaarden van de World Health Organization (WHO) voor NO2 en PM10. Daarnaast wordt voor roet voldaan aan de informele richtwaarde van de WHO.

Tabel 6-15 geeft de wettelijke grenswaarden voor de belangrijkste maatgevende stoffen voor luchtkwaliteit weer. In een aparte kolom zijn de streefwaarden opgenomen die worden voorgeschreven door de World Health Organization (WHO). Tabel 6-15 Normen lucht verontreinigde stoffen.

Stof

Toetsingsperiode

Wettelijke grenswaarde

NO2 PM10 PM10

Jaargemiddeld Jaargemiddeld Etmaalgrenswaarde

PM2,5

Jaargemiddeld

40 μg/m3 Maximaal 40 μg/m3 Maximaal 35 maal per jaar meer dan 50 μg/m3 Maximaal 25 μg/m3

WHO advieswaarde (2021) Maximaal 10 μg/m3 Maximaal 15 μg/m3 Maximaal 3 à 4 maal per jaar meer dan 45 μg/m3 Maximaal 5 μg/m3

blad 91 van 196

datum 1 december 2023 projectnummer 0476764.100 betreft Milieueffectrapport

Onderzoeksopzet De ontwikkelingen van RISE en Lumière leiden (mogelijk) tot veranderingen in de concentratie luchtverontreinigende stoffen als gevolg van veranderingen in het autoverkeer. In een luchtkwaliteitsonderzoek (bijlage 9) zijn de effecten van het planalternatief berekend. Beoordelingscriteria De beoordelingscriteria voor het thema luchtkwaliteit staan in Tabel 6-16. Tabel 6-16 Beoordelingscriteria luchtkwaliteit

Thema

Aspecten

Luchtkwaliteit

Concentraties (PM10, PM2,5 en NO2)

Kwantitatief / kwalitatief onderzoek Kwantitatief

Methode en informatie Verandering van de concentraties luchtverontreinigende stoffen. Inclusief toets aan de wettelijke waarden en WHO-advieswaarden.

Uit onderzoek van de Gezondheidsraad blijkt dat er aanwijzingen zijn dat blootstelling aan verhoogde concentraties ultrafijnstof (UFP) een verhoogd risico op nadelige gezondheidseffecten kan veroorzaken. Vooralsnog ontbreken inzichten en rekenmethoden om de blootstelling en gezondheidseffecten te kunnen bepalen maar wel is duidelijk dat de maatregelen om blootstelling aan fijnstof en NO 2 te verminderen ook de uitstoot van en blootstelling aan UFP terugdringen en daarmee positief bijdragen. Denk bijvoorbeeld aan het stimuleren van de mobiliteitstransitie, waarmee fietsen, wandelen en het openbaar vervoer wordt gestimuleerd en het gebruik van de auto wordt ontmoedigd. Wijze van beoordeling De effectbeoordeling van de luchtkwaliteit vindt plaats op basis van onderstaande classificering. Als grens is de zogeheten NIBM (Niet In Betekende Mate)-grens aangehouden: dit is een rekenmethode waarbij tussen de -1,2 en +1,2 μg/m3 de bijdrage als ‘niet in betekende mate’ (NIBM) wordt gedefinieerd en daarmee neutraal (0) scoort. Vervolgens is in stappen van deze 1,2 μg/m3 de score positiever of negatiever. Het gaat hierbij om een gemiddelde van de verschillende toetspunten tezamen (tenzij er meerdere duidelijk afwijkende waarden zijn). De toetspunten waarop in het luchtkwaliteitsonderzoek de effecten zijn bepaald staan in Tabel 6-17.

Tabel 6-17 Nadere detaillering beoordeling effecten op de luchtkwaliteit.

Bijdrage 2,4 en -3,6 μg/m3 -1,2 en -2,4 μg/m3 -1,2 en +1,2 μg/m3 +1,2 en +2,4 μg/m3 +2,4 en +3,6 μg/m3 > +3,6 μg/m3

Beoordeling + 0/+ 0 0/--

Hoe zijn de onbenutte planologische mogelijkheden meegenomen? De verkeerscijfers en de verandering daarvan zijn bepalend voor de luchtkwaliteit. Het verkeersmodel gaat uit van de invulling van planologisch onbenutte ruimte. Hiermee zijn in de situatie voor 2033 de verkeersbewegingen vanuit de onbenutte planologische ruimte meegenomen en maakt dit onderdeel uit van de referentiesituatie. Dit kan gezien worden als worst-case situatie.

6.3.2

Huidige situatie Aan de hand van de monitoringstool van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is gekeken naar de rekenpunten in het plangebied. In onderstaande tabel zijn de maximale achtergrondconcentraties voor het jaar 2020 weergegeven. Hieruit blijkt dat voor zowel stikstofdioxide als fijnstof geldt dat de concentratie onder de wettelijke grenswaarde ligt, maar wel boven de WHO-advieswaarde.

blad 92 van 196

datum 1 december 2023 projectnummer 0476764.100 betreft Milieueffectrapport Tabel 6-18 Maximale achtergrondconcentratie in de huidige situatie (2020) (bron: NSL monitoringstool)

NO2

29,2

Wettelijke grenswaarde (μg/m3) 40

PM10

19,2

40

15

PM2,5

10,5

25

5

Maximale achtergrondconcentratie 2020 (μg/m3)

6.3.3

WHO-advieswaarde (μg/m3) 10

Referentiesituatie De verkeersgegevens zoals gepresenteerd in hoofdstuk 5 zijn gebruikt om de referentiesituatie voor het aspect luchtkwaliteit te bepalen. Concentraties stikstofdioxide (NO 2) Een belangrijke bron die bijdraagt aan de concentratie stikstofdioxide is het wegverkeer. In de omgeving van de plangebieden liggen een aantal drukke wegen met veel verkeer dat optrekt, afremt en invoegt. Op basis van de verkeergegevens uit hoofdstuk 5 wordt in de referentiesituatie een achtergrondconcentratie van 18,4 µg/m 3 verwacht en een maximale concentratie van 19,4 µg/m3. Dit ligt ver onder de wettelijke grenswaarde voor stikstofdioxide (40 µg/m3), maar wel boven de WHO-advieswaarde (10 μg/m3). Concentraties fijnstof (PM10 en PM2,5) Fijnstof (PM10) zijn alle luchtverontreinigende stofdeeltjes tot een grote van 10 micrometer doorsnede. Fijnstof is van nature aanwezig als gevolg van chemische processen in de lucht en natuurlijke bronnen zoals zeezout en bodemstof. Een belangrijk deel wordt echter toegeschreven aan menselijke activiteiten zoals industrie en landbouw. In tegenstelling tot stikstofdioxide draagt verkeer beperkt bij aan de uitstoot van fijnstof. Van fijnstof is aangetoond dat het inademen van fijnstof negatieve gezondheidseffecten heeft. Met name de luchtwegen en het hart- en vaatstelsel wordt aangetast. Er is daarom ook geen gezonde en veilige grens aangetoond.

Elke vermindering van fijnstof heeft hierdoor een positieve bijdrage aan de gezondheid. De Nederlandse grenswaarde van fijnstof (PM10) ligt op 40 µg/m3. De WHO heeft in 2021 gesteld dat er gestreefd moet worden naar een concentratie van maximaal 15 µg/m 3. In de referentiesituatie betreft de concentratie 16,2 µg/m3. Dit ligt dus ver onder de wettelijke grenswaarde, maar wel boven de WHO-advieswaarde. PM2,5 is fijnstof waarbij de deeltjes kleiner dan 2,5 micrometer doorsnee zijn. In de referentiesituatie bedraagt de concentratie in de plangebieden 8,6 µg/m3. Ook voor PM2,5 geldt dat de concentratie in de referentiesituatie ver beneden de wettelijke grenswaarde ligt (25 µg/m3), maar wel boven de WHO-advieswaarde (5 µg/m3).

6.3.4

Effectbeschrijving In het kader van het MER is een onderzoek uitgevoerd naar het effect van de ontwikkelingen RISE en Lumière op de luchtkwaliteit ter plaatse van diens omgeving (zie bijlage 9). Als gevolg van de beoogde ontwikkelingen is mogelijk sprake van een toename van luchtkwaliteitsbepalende stoffen (PM 10, PM2,5 en NO2). Aangezien de beoogde ontwikkelingen gasloos zullen worden uitgevoerd is alleen de emissie ten gevolge van de verkeersbewegingen relevant. Uit de resultaten van het onderzoek volgt dat: • Zowel in 2033 zonder de realisatie van de beoogde ontwikkelingen als in 2033 na de realisatie geen sprake is van overschrijding van de wettelijke grenswaarden voor de stoffen NO2, PM10 en PM2,5; • Aangezien de toename van de concentraties van voornoemde stoffen minder bedraagt dan 3% van de grenswaarden sprake is van een 'niet‘in betekenende mate bijdragen' (NI’M) van de plannen; • De alternatieven leiden niet tot een verbeterde luchtkwaliteit.

blad 93 van 196

datum 1 december 2023 projectnummer 0476764.100 betreft Milieueffectrapport

Tabel 6-19 Luchtkwaliteitsbepalende stoffen in de referentiesituatie (2033) en de toekomstige situatie inclusief plan (2033)

Concentratie

Referentiesituatie 2033 (μg/m3)

NO2 PM10 PM2,5

19,4 16,5 8,7

Situatie 2033 inclusief RISE en Lumière (μg/m3) Alternatief 1 (focus op werken) Alternatief 2 (focus op wonen) 19,5 19,5 16,5 16,5 8,7 8,7

Opgemerkt wordt dat op hogere hoogte de concentratie aan luchtkwaliteitsbepalende stoffen als gevolg van de beoogde ontwikkeling lager zal zijn. De mogelijke luchtverontreiniging als gevolg van de beoogde ontwikkeling wordt in voorliggende situatie veroorzaakt door verkeer. Naarmate de hoogte toeneemt wordt de afstand tot het verkeer groter en neemt de concentratie van luchtkwaliteitsbepalende stoffen mede af doordat deze door de wind worden verspreid en verdund. Geconcludeerd kan worden dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkelingen zal opleveren. De beoogde ontwikkelingen gaan niet gepaard met negatieve effecten voor de omgeving en maatschappelijke functies wat het aspect luchtkwaliteit betreft.

6.3.5

Effectbeoordeling De beoogde ontwikkeling van RISE en Lumière leidt tot een toename van de concentraties van NO 2, PM10 en PM2,5 tussen de -1,2 en +1,2 μg/m3. Het effect van luchtkwaliteit is derhalve neutraal (0) beoordeeld. Tabel 6-20 Beoordeling luchtkwaliteit

Thema Luchtkwaliteit

Aspect Concentraties (PM10, PM2,5 en NO2)

Alternatief 1 werken 0

Alternatief 2 wonen 0

Mogelijke effecten van de onbenutte planologische mogelijkheden op RISE en Lumière? De effecten met betrekking tot extra verkeersbewegingen door de onbenutte planologische mogelijkheden zijn meegenomen in de beoordeling van de luchtkwaliteit. Invulling van de planologische onbenutte ruimte leidt niet tot een verandering van de luchtkwaliteit. De beoordeling wijzigt hierdoor niet.

6.3.6

Mitigatie en compensatie Uit de berekening blijkt dat de ontwikkeling van RISE en Lumière een zeer beperkte impact heeft op de luchtkwaliteit. Het verbeteren van de luchtkwaliteit vraagt om samenwerking op een hoger schaalniveau (denk bijvoorbeeld aan verkeersbeperkende maatregelen in de omgeving). Toch zijn er wel maatregelen die lokaal of op gebouwniveau kunnen bijdragen aan een verbeterde luchtkwaliteit en gezonder leefklimaat. Het gaat om onderstaande maatregelen. • Door de bebouwing uit te rusten met een goed ventilatie- of filtersysteem, waarvan de inlaat op een locatie van de bron af gepositioneerd is, kan de hoeveelheid luchtvervuiling binnen het gebouw verminderen; • Conform de ‘Beleidsregel buitenklimaat: Luchtkwaliteit bij scholen en kinderdagverblijven 2012’ worden nieuwe scholen en kinderdagverblijven gerealiseerd op een minimale afstand van 100 meter vanaf een rijksweg en 50 meter vanaf een drukke stedelijke weg. Rijkswegen zijn hier niet relevant maar drukke stedelijke wegen wel.

blad 94 van 196

datum 1 december 2023 projectnummer 0476764.100 betreft Milieueffectrapport

6.4

Externe veiligheid

6.4.1

Beoordelingskader Het kader voor wetgeving en beleid voor het thema externe veiligheid is samengevat weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 6-21 Kader wetgeving en beleid externe veiligheid

Kader

Bevi, Bevt en Bevb (Besluit externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen)

▪

▪

▪

Omgevingsveiligheid onder de Omgevingswet

▪

Belangrijkste randvoorwaarde / uitgangspunt Nationaal beleid Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6/jaar-contour (die als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten aanwezig zijn of geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaar-contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. In de besluiten is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Bij deze verantwoordingsplicht dient het bevoegd gezag de toename van het groepsrisico te onderbouwen en te verantwoorden.

Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of ze het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar acht. In de aankomende Omgevingswet is het noodzaak voor gemeenten om zelf eigen beleid op te stellen hoe om te gaan met risicobronnen. Hiervoor worden aandachtsgebieden aangewezen (t.a.v. brand, explosie en gifwolk). De gemeenten worden aangespoord om deze gebieden als voorschriftengebieden aan te wijzen, waarbinnen maatregelen en omgangsvormen worden geformuleerd om de omgevingsveiligheid te borgen.

Het beoordelingskader voor externe veiligheid is in de volgende tabel weergeven. Tabel 6-22 Beoordelingskader voor externe veiligheid

Aspect

Criterium

Externe veiligheid

Plaatsgebonden risico Groepsrisico

Kwantitatief kwalitatief onderzoek Kwantitatief Kwantitatief

/

Methode en informatie Signaleringskaart externe veiligheid. Op basis van een EV-onderzoek naar de potentiële effecten van de transportroutes over het spoor en andere relevante risicobronnen.

Hoe zijn de onbenutte planologische mogelijkheden meegenomen? Binnen het invloedsgebied van het spoor is de populatie meegenomen bij de berekening van het groepsrisico. In eerste aanleg wordt wat de populatie betreft uitgegaan van de huidige situatie, aangevuld met de personen die op grond van de geldende bestemmingsplannen redelijkerwijs te verwachten zijn. Hiermee is in principe een groot deel van de planologische onbenutte ruimte meegenomen. Door gemeente Rotterdam is een rekenmodel aangeleverd waarin de populatie in de omgeving is opgenomen. Het invloedsgebied (4.000 meter rondom het spoortraject) is echter dermate groot dat het goed mogelijk is dat hier niet alle planologische onbenutte ruimte in is verwerkt. In paragraaf 6.4.5 is beschreven wat hiervan het effect is.

blad 95 van 196

datum 1 december 2023 projectnummer 0476764.100 betreft Milieueffectrapport

6.4.2

Huidige situatie Risicovolle bronnen rondom de plangebieden Met de ontwikkeling van de torens worden kwetsbare objecten, voornamelijk woningen, gerealiseerd. De externe veiligheidsrisico’s di’nen daarom in beeld gebracht te worden voor de ontwikkelingen. Dit is zowel voor Lumière als voor RISE beschouwd. In de nabijheid van RISE en Lumière liggen de volgende risicobronnen zoals weergegeven in de figuur hieronder.

Figuur 6-21 Ligging van de risicobronnen rondom het plangebied

De tabel hieronder geeft de invloedsgebieden en de geldende afstanden tot zowel RISE als Lumière weer. Tabel 6-23 Invloedsgebieden van risicobronnen en de geldende afstanden tot RISE en Lumière

Risicobron

Invloedsgebied

Afstand RISE

Afstand Lumière

1. Transport over spoor

200 meter

125 meter

260 meter

2. David Lloyd Sport & Health Club - Ben–hemplein 10

90 meter

355 meter

470 meter

3. Transport over water

1.070 meter

1.100 meter*

1.200 meter*

4. Bunker-Rama B.V - Maa–kade 33

-

1.500 meter

1.600 meter

5. Ammoniakkoelinstallatie – Nassaukade 3

-

1.900 meter

2.000 meter

6. Hunter Douglas Europe B.V – Piekstraat 2

90 meter

2.600 meter

2.700 meter

*Hoewel de ontwikkelingen buiten het invloedsgebied liggen is een groepsrisicoverantwoording ten aanzien van de Nieuwe Maas wel noodzakelijk.

De meeste risicobronnen zijn niet relevant voor het externe veiligheidsrisico, met uitzondering van de transportroute voor gevaarlijke stoffen over de spoorlijn.

blad 96 van 196

datum 1 december 2023 projectnummer 0476764.100 betreft Milieueffectrapport

Vliegverkeer boven het plangebied Het vliegveld Rotterdam The Hague Airport (RtHA) ligt op circa 4,5 km van het plangebied. Er zijn voor de binnenstad van Rotterdam geen beperkte bouwhoogtes vanwege het vliegverkeer omdat er geen vliegroutes over de binnenstad gaan. Ook verantwoording van het groepsrisico is voor het plangebied niet benodigd omdat deze gelegen is buiten het verantwoordingsgebied voor het vliegveld.

6.4.3

Referentiesituatie Riscovolle bronnen rondom de plangebieden Voor het aspect risicovolle bronnen is de referentiesituatie gelijk aan de huidige situatie. Er zijn geen voorziene veranderingen of toevoegingen van risicovolle bronnen in de direct omgeving van het plangebied. Vliegverkeer boven het plangebied Voor het aspect vliegverkeer is de referentiesituatie gelijk aan de huidige situatie. In de referentiesituatie ligt het plangebied nog steeds buiten het verantwoordingsgebied voor het vliegveld. Vanwege de hoogbouw in de binnenstad zullen vliegroutes ook in de toekomst niet over de binnenstad lopen.

6.4.4

Effectbeschrijving Voor de effectbeschrijving bij externe veiligheid is gebruik gemaakt van het onderzoek van Peutz (bijlage 10). In dit onderzoek is voor beide alternatieven het groepsrisico berekend. De berekende fN-curves voor het groepsrisico zijn op onderstaand figuur weergegeven. Uit deze berekening blijkt dat er geen wezenlijk onderscheid bestaat tussen de alternatieven.

Figuur 6-22 Groepsrisico voor de referentiesituatie (groen) en toekomstige situatie (alternatief 1 (focus op werken) in blauw, alternatief 2 (focus op wonen) in rood)

De ontwikkelingen zelf betreffen geen risicovolle activiteiten. Er worden geen functies toegevoegd die zorgen voor een toename van gevaar op de bestaande omgeving. De effectbeschrijving is hieronder per ontwikkeling afzonderlijk beschouwd. RISE Zoals blijkt uit Tabel 6-23 zijn de meeste risicobronnen niet relevant voor het externe veiligheidsrisico, met uitzondering van de transportroute voor gevaarlijke stoffen over de spoorlijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=8d062e43-29d2-47cf-bca0-f9038c38d0e7