CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb008725] Bijlage 5 behorende bij 23bb008730 - MER Lumière/RISE

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 31 januari 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bouwen en Wonen37.060 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

blad 97 van 196

datum 1 december 2023 projectnummer 0476764.100 betreft Milieueffectrapport

Ten noorden van de beoogde ontwikkeling is het spoortraject 'Rotterdam Lombardijen – Rotterdam CS’ gelegen. Over deze route worden brandbare en toxische vloeistoffen en gassen vervoerd. Voor deze risicobron geldt een minimale veiligheidsafstand van 200 meter. De spoorweg bevindt zich op circa 125 meter afstand van de beoogde ontwikkeling. Hiermee zijn de externe veiligheidsrisico’s nader inzichtelijk gemaakt met een kwantitatieve risicoanalyse (QRA). De zogeheten fN-curve hieronder laat het groepsrisico zien voor de referentiesituatie en de plansituatie (alternatieven zijn niet onderscheidend in dezen).

Figuur 6-23 Groepsrisico referentie versus plan

Uit de QRA (Peutz, 2022) voor het spoortraject volgt dat er een lichte toename wordt verwacht in het maximale aantal slachtoffers ten opzichte van de referentiesituatie. Dit betreft maximaal 3.369 slachtoffers in alternatief 1 en 2, ten opzichte van maximaal 3.022 slachtoffers in de referentiesituatie. De oriëntatiewaarde wordt zowel in de referentiesituatie als toekomstige situatie overschreden. De overschrijdingsfactor heeft in de referentiesituatie een waarde van 4,3 en voor alternatief 1 (focus op werken) en alternatief 2 (focus op wonen) een waarde van 4,4. Ondanks dat er sprake is van de toevoeging van meer personen binnen het invloedsgebied van het spoor neemt hiermee het groepsrisico door het planvoornemen niet significant (<10%) toe ten opzichte van de referentiesituatie. Aangezien sprake is van een overschrijding van de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico is een verantwoording van het groepsrisico opgesteld waarin maatregelen zijn opgenomen die het veiligheidsrisico verantwoord maken (zie ook de paragraaf mitigatie/compensatie in 6.4.4). Lumière In de omgeving van Lumière bevinden zich dezelfde risicobronnen, maar de afstand hiertoe is groter. Er zijn geen risicobronnen die relevant zijn voor het externe veiligheidsrisico voor toekomstige inwoners van Lumière. Er treedt geen effect op.

Conclusie In de referentiesituatie is reeds sprake van een overschrijding van het groepsrisico. Voor beide alternatieven geldt dat het groepsrisico zeer beperkt toeneemt ten opzichte van de referentiesituatie (overschrijdingsfactor van 4,4 ten opzichte van 4,3). Deze toename is dermate beperkt (<10%) dat dit niet tot wezenlijke effecten leidt ten aanzien van externe veiligheid. Het groepsrisico neemt niet relevant toe ten opzichte van de referentiesituatie. Hierdoor zijn beide onderdelen neutraal (0) beoordeeld.

blad 98 van 196

datum 1 december 2023 projectnummer 0476764.100 betreft Milieueffectrapport

6.4.5

Effectbeoordeling De tabel hieronder geeft samengevat de totaalbeoordeling van de onderdelen die onder externe veiligheid vallen weer. Tabel 6-24 Beoordeling externe veiligheid

Thema Externe veiligheid

Aspect Plaatsgebonden risico Groepsrisico

Alternatief 1 werken 0 0

Alternatief 2 wonen 0 0

Mogelijke effecten van de onbenutte planologische mogelijkheden op RISE en Lumière? Indien bepaalde planologische onbenutte ruimte niet is meegenomen in de berekeningen leidt dit niet tot grotere risico’s te gevolge van gevaarlijke stoffen. De planologische onbenutte ruimte maakt namelijk geen (extra) vervoer van gevaarlijke stoffen en/of opslag daarvan mogelijk. Een verandering van de referentiesituatie kan leiden tot een lager risico nabij Lumière aangezien de bebouwing voor een afschermende werking zorgt tussen het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor en het plan. Dit geldt niet voor RISE. Mogelijk is er een grotere populatie aanwezig als alle onbenutte planologische ruimte benut wordt dan nu berekend met het model. In dat geval zal het groepsrisico iets hoger liggen dan nu de verwachting is. De invloed van RISE en Lumière op het groepsrisico blijft in dit geval hetzelfde, of wordt naar verhouding kleiner. Het groepsrisico neemt in dit geval beperkt toe door een toename van het aantal personen in het gebied. Een verandering in de referentiesituatie leidt daarom niet tot een andere beoordeling van externe veiligheid.

6.4.6

Mitigatie en compensatie In de voorliggende situatie met betrekking tot het spoor zijn de mogelijke ongevalsscenario's het ontstaan van een fakkelbrand, BLEVE en giftige wolk. De mogelijke maatregelen om de zelfredzaamheid en de beheersbaarheid te bevorderen zullen zich dan ook voornamelijk op deze scenario's moeten richten. • Wat betreft de giftige wolk zijn eenvoudige maatregelen mogelijk, zoals centraal en eenvoudig uitschakelbare en afsluitbare ventilatievoorzieningen en luchtbehandelingsinstallaties; • Daarnaast is het van belang dat er op adequate wijze van de risicobronnen af gevlucht kan worden; • De bereikbaarheid en de aanwezigheid van voldoende bluswater zijn maatregelen die de effecten kunnen verkleinen; • De toekomstige bevolking dient daarnaast goed geïnformeerd te worden over hoe te handelen bij een calamiteit. Hiertoe zal een adequaat ontruimings- en alarmeringsplan opgesteld worden.

blad 99 van 196

datum 1 december 2023 projectnummer 0476764.100 betreft Milieueffectrapport

6.5

Gezondheid

6.5.1

Beoordelingskader Het thema ‘gezondheid’ omvat de aspecten, die de fysieke gezondheid van mensen in het gebied en de omgeving bepaalt en/of bevordert. Het gaat daarbij om gezondheidsbescherming (concentraties luchtverontreinigende stoffen en de hoogte van geluidbelasting), maar ook over de mogelijkheden en maatregelen die bevorderen dat gebruikers in het gebied bewegen. Tabel 6-25 Beleidskader overige gezondheidsaspecten

Kader

Nationaal preventieakkoord Omgevingsvisie Rotterdam

Visie Openbare Ruimte (2019-2029)

Beleid op het gebied van duurzame mobiliteit (zie ook hoofdstuk 5) Rotterdams Weerwoord

Actieplan Geluid 2019-2023 Beleidsregel buitenklimaat: Luchtkwaliteit bij scholen en

Belangrijkste randvoorwaarde / uitgangspunt Nationaal beleid Dit akkoord dat op nationaal niveau is afgesloten richt zich op het terugdringen van roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik. Dit teneinde de bevolking van Nederland gezonder te krijgen zonder grote ingrepen die direct belastend op het individu werken. Gemeentelijk beleid De verschillende ambities uit de omgevingsvisie van Rotterdam dragen bij aan het beschermen en bevorderen van de gezondheid van Rotterdammers. • Prettig leven in de delta. Het creëren van een gezonde, groene en aantrekkelijke stad nodigt uit om gezonder te leven, meer naar buiten te gaan, en sociale contacten op te zoeken. • Verstedelijken en verbinden. Duurzame verstedelijking zorgt voor een verbetering van de leefomgeving op aspecten als luchtkwaliteit en geluid. • Vitale wijken. Gaat ook over maatschappelijke voorzieningen en een aantrekkelijke openbare ruimte. Voorzieningen als sportgelegenheden en gezond voedselaanbod stimuleert een gezondere levensstijl. • Energie- en grondstoffentransitie. Door het schoner opwekken van energie wordt luchtvervuiling tegengegaan. De visie heeft als doel om : • een Groenere en duurzame stad te realiseren; • een Openbare ruimte voor iedereen te creëren; • ruimte te maken voor Fietsers en voetgangers.

Deze doelen dragen bij aan een openbare ruimte die uitnodigt om te bewegen, buiten te verblijven en sociale contacten op te zoeken. Gemeente Rotterdam heeft verschillende beleidsstukken die zijn gericht op het stimuleren van duurzame en schone mobiliteit. Zoals het autoluw maken van de binnenstad, fietsen en wandelen meer ruimte geven en het opzetten van mobiliteitshubs. Dit beleid zorgt voor schonere lucht en nodigt uit om meer te bewegen. Gezondheidsbescherming Om met periodes van hitte te kunnen omgaan, wil de gemeente: ▪ Doorgaan met het vergroenen van de buitenruimte, daken en gevels, in het bijzonder op plekken waar overlast door hitte het meest voorkomt (versteende en schaduwarme gebieden). ▪ Hittebestendig bouwen en inrichten als eis meegeven bij het ontwerpen van nieuwe gebouwen en buitenruimte. ▪ Samen met beheerders van groen, stedelijke infrastructuur en gezondheidsspecialisten procedures afspreken om problemen bij hitte te voorkomen, waaronder het ontwikkelen van een lokaal hitteplan. ▪ Meer kennis ontwikkelen over de effecten van hitte op mensen, buitenruimte en infrastructuur en over de meest effectieve maatregelen in specifieke situaties. Gemeente Rotterdam heeft een Actieplan opgesteld om geluidhinder actief tegen te gaan. Bovenop de wettelijke normen zoals hierboven genoemd, stelt de gemeente een ‘plandrempel’ vast van 53 dB.

Boven dit geluidniveau worden er aanvullende maatregelen getroffen om de hinder tegen te gaan. Wegverkeerslawaai heeft hierbij de prioriteit. ▪ Met deze richtlijn wordt gepoogd de potentiële gezondheidseffecten van luchtverontreinigende stoffen op gevoelige bestemmingen te beperken. Onder gevoelige bestemmingen worden verstaan: scholen (lager en voortgezet onderwijs) en kinderdagverblijven.

blad 100 van 196

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=8d062e43-29d2-47cf-bca0-f9038c38d0e7