[23bb008725] Bijlage 5 behorende bij 23bb008730 - MER Lumière/RISE
Tekst van het document
blad 25 van 196
datum 1 december 2023 projectnummer 0476764.100 betreft Milieueffectrapport
Figuur 2-7 Impressie van de bestaande situatie (links) en de toekomstige situatie (rechts) van RISE
Figuur 2-8 Schets van de torens (RISE) binnen de omgeving
blad 26 van 196
datum 1 december 2023 projectnummer 0476764.100 betreft Milieueffectrapport
Lumière Het voornemen op de Lumière-locatie is de realisatie van één toren van circa 200 meter. Een impressie van de inpassing van de toren binnen het gebied is te zien op onderstaand figuur. Het gebied wordt met de ontwikkeling van Lumière verdicht. Door de ruimte voor maatschappelijke, commerciële en dagelijkse voorzieningen in de plinten zorgt de ontwikkeling daarnaast voor levendigheid in de openbare ruimte. Ook kunnen deze collectieve voorzieningen ontmoetingen tussen bewoners faciliteren. De groene daken van het binnenhof zorgen voor een rustige, natuurlijke verblijfsplek.
Figuur 2-9 Impressie Lumière
2.3.2
Programmatische uitgangspunten Al gemaakte keuzes Voor RISE en Lumière zijn Nota’s van Uitgangspunten door de gemeente Rotterdam vastgesteld. Hierin zijn de basisprincipes voor de (her)ontwikkeling van beide locaties uiteengezet. Om tot deze vastgestelde producten te komen, hebben beide ontwikkelende partijen al meerdere verbeterslagen gemaakt ten aanzien van het programma en de stedenbouwkundige uitgangspunten. In de Nota’s van uitgangspunten zijn maximale volumes bij benadering aangegeven. Binnen de bebouwingsvolumes is ruimte om te schuiven met de programmatische invulling. Vanwege deze schuifruimte zijn in het MER twee alternatieven onderzocht. In navolging daarvan worden in het bestemmingsplan de daadwerkelijke maximale bouwhoogten vastgelegd. Als blijkt dat de in het bestemmingsplan gehanteerde volumes belangrijke nadelige milieueffecten opleveren worden oplossingsrichtingen of maatregelen onderzocht. Alternatieven Voorafgaand aan dit MER was de verwachting dat het milieuaspect ‘verkeer en vervoer’ een dominante factor is voor mogelijk nadelige milieueffecten (de kans op meer congestie, verkeersonveiligheid, geluidshinder en luchtverontreiniging). Hiervoor zijn in dit MER twee alternatieven beschouwd, zie volgende tabel. Alternatief 1 heeft meer focus op werken, waarbij het programma voor niet-woonfuncties groter is.
Bij alternatief 2 ligt de focus meer op wonen met een hoger aantal woningen en een lager programma niet-woonfuncties. De uitgangspunten van beide programma’s zijn in onderstaande tabel weergegeven. Het programma wijkt op een aantal punten af van de NRD. In paragraaf 1.3 is dit reeds nader toegelicht.
blad 27 van 196
datum 1 december 2023 projectnummer 0476764.100 betreft Milieueffectrapport Tabel 2-1 Programmatische uitgangspunten van beide alternatieven
Woningen [aantal] Kantoorruimte [m2] Hotel [m2] Maatschappelijke voorzieningen [m2] Commerciële voorzieningen [m2]
Alternatief 1: Focus op werken RISE Lumière Totaal 1.500 420 1.920 30.000 7.700 37.700 13.500 200 kamers 3.000 1.100 4.100 5.000 4.500 9.500
Alternatief 2: Focus op wonen RISE Lumière Totaal 1.820 520 2.340 0 7.700 7.700 10.700 0 10.700 2.850 1.100 3.950 4.500 4.500 9.000
blad 28 van 196
datum 1 december 2023 projectnummer 0476764.100 betreft Milieueffectrapport
3.
Beleidskader Dit hoofdstuk beschrijft de belangrijkste ruimtelijke kaders voor de ontwikkeling van RISE en Lumière en beschrijft in hoeverre het project past binnen deze beleidskaders. In de hoofdstukken 5 tot en met 8 is nader ingegaan op het beleid per milieuaspect.
3.1
Nationaal beleid Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de definitieve Nationale Omgevingsvisie (NOVI) aan de Tweede Kamer aangeboden. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Nederland heeft een aantal grote opgaven: de bouw van 1 miljoen nieuwe woningen, duurzaam energie opwekken, klimaatverandering en de overgang naar een circulaire economie. Deze opgaven vragen om veel ruimte. Daarom moeten keuzes gemaakt worden zodat Nederland ook voor toekomstige generaties een veilig, gezond en welvarend land kan blijven. De NOVI beschrijft welke uitdagingen er zijn, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes er gemaakt worden en welke richting wordt meegegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. In de NOVI worden vier prioriteiten aangegeven: • Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; • Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; • Sterke en gezonde steden en regio’s; • Een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Daarnaast worden in de NOVI in totaal 21 nationale belangen benoemd. De ontwikkelingen RISE en Lumière zijn woningbouwontwikkelingen, welke niet onder de primaire verantwoordelijkheid van het Rijk valt.
De voorgenomen ontwikkeling sluit wel aan op meerdere in de NOVI aangekaarte prioriteiten, opgaven en nationale belangen: nationale belangen gericht op het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit en het zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. Hiermee wordt bijgedragen aan de prioriteit om te voorzien in sterke en gezonde steden en regio’s. Door middel van de beoogde ontwikkeling ontstaat een aantrekkelijke omgeving om in te wonen en verblijven. De ontwikkeling van RISE en Lumière is hiermee niet in strijd met de toekomstvisie uit de NOVI.
3.2
Provinciaal beleid Omgevingsvisie Zuid-Holland (2022) Per 15 maart 2022 is de (geconsolideerde) Zuid-Hollandse Omgevingsvisie in werking getreden. Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. De omgevingsverordening wordt onder het volgende kopje beschreven. De huidige Omgevingsvisie is een samenvoeging van verschillende beleidsplannen. Op deze manier sorteert de provincie voor op de Omgevingswet. De visie bestaat uit een beschrijving van de ruimtelijke hoofdstructuur, de ontwikkelrichting van het omgevingsbeleid, de beschrijving van de omgevingskwaliteit om de ruimtelijke kwaliteit te kunnen verbeteren en de samenhangende beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving. Bovenregionaal warmtenetwerk De provincie zet zich in voor de realisatie van een bovenregionaal warmte-infrastructuur, als essentieel onderdeel van een goed functionerende warmtemarkt waarin de vraag naar warmte kan worden vervuld door een betaalbare, betrouwbare en duurzame warmtevoorziening.
blad 29 van 196
datum 1 december 2023 projectnummer 0476764.100 betreft Milieueffectrapport
Circulair Zuid-Holland De provincie treft maatregelen om de transitie naar een circulair Zuid-Holland te versnellen. Dit doet ze vanuit een rolopvatting die ieders verantwoordelijkheden intact laat. Het strategische doel is: 100 procent circulair ZuidHolland in 2050, met als tussendoel: 50 procent circulair in 2030. Compleet mobiliteitsnetwerk De provincie zet in op een compleet mobiliteitsnetwerk door kaders te stellen, vertegenwoordiging in diverse bestuurlijke organisaties, het verbeteren van de bereikbaarheid, verkeersveiligheid de keuzemogelijkheden tussen vervoersalternatieven. Verder wil de provincie deur-tot-deurverplaatsingen optimaliseren. Energietransitie in de gebouwde omgeving De provincie wil de transitie naar een energie-efficiënte samenleving bevorderen, zodat op termijn duurzaam en CO2-neutraal wordt voorzien in de energiebehoefte. Bestaande bebouwing wordt gereed gemaakt voor de energietransitie. Nieuwbouw (woningen én overige gebouwen) hoort energie neutraal of energieleverend te worden uitgevoerd. Gezonde leefomgeving De provincie streeft naar het voorkomen en verminderen van stress-gerelateerde ziektes door het aanbieden van verschillende soorten groen (bos, park, recreatieterreinen). Samen met partners zetten ze in op verhoging van de levensverwachting in verschillende wijken.
Hiertoe ontwikkelt de provincie onder andere een platform voor alle groeninitiatieven. Stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stads- en dorpsgebied Het beter benutten van de bebouwde omgeving krijgt ruimtelijke invulling door in te zetten op verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie. Indien een gemeente ruimtelijk wil ontwikkelen wordt de Ladder van duurzame verstedelijking doorlopen. Het doorlopen van de Ladder is beschreven onder het kopje ‘omgevingsverordening Zuid-Holland’. Omgevingsverordening Zuid-Holland (2022) De provincie Zuid-Holland wil een overheid zijn die anticipeert op veranderingen in maatschappij, economie en bestuur, en vanuit haar toegevoegde waarde bijdraagt aan maatschappelijke opgaven. De ontwikkeling die de provincie Zuid-Holland hierin doormaakt, sluit aan bij de uitgangspunten van de Omgevingswet die niet langer de sectorale beleidsvelden, maar de maatschappelijke opgave centraal stelt. De verordening is gericht op de onderlinge samenhang van de bewoonbaarheid van de provincie en de bescherming en verbetering van het milieu. Een bestemmingsplan kan voorzien in nieuwe ruimtelijke ontwikkeling als deze ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit voor inpassingen, aanpassingen en/of transformaties.
Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen, is het van belang dat er aandacht wordt besteed aan duurzame verstedelijking. De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instrument uit het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het instrument is in oktober 2012 ingevoerd en in juli 2017 geactualiseerd. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. Nieuwe ontwikkelingen (met wonen, bedrijven, zelfstandige kantoren, detailhandel en andere stedelijke voorzieningen) worden dan ook getoetst aan de Ladder: is er behoefte, is de ontwikkeling regionaal afgestemd en is het mogelijk om deze ontwikkeling plaats te laten vinden door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins. De afgelopen jaren is de bevolking van Rotterdam flink gegroeid. Naar verwachting zal deze groei aanhouden. In de periode 2015 tot en met 2020 groeide de bevolking van Rotterdam met gemiddeld 4.500 personen per jaar. Volgens de Rotterdamse bevolkingsprognose2 worden in 2040 733.000 Rotterdammers verwacht. Deze groei zal gepaard gaan met een vraag naar nieuwe woningen. In de komende jaren worden er woningen nieuw gebouwd, 2
Gemeente Rotterdam (OBI): Bevolkingsprognose 2022.
blad 30 van 196
datum 1 december 2023 projectnummer 0476764.100 betreft Milieueffectrapport
gerenoveerd en gesloopt. De prognose 2022 houdt rekening met een toename van de woningvoorraad van per saldo 49.000 woningen tot 2040.
Figuur 3-1 Verwachte bevolkingsgroei in Rotterdam tot 2040 (bron: gemeente Rotterdam (OBI))
De behoefte aan nieuwe woningen in de regio is inzichtelijk gemaakt met de Zuid-Hollandse Woningbehoefteraming 2021. Hierin is voor elke regio berekend hoeveel extra woningen er nodig zijn tot 2030 voor het huisvesten van nieuwe huishoudens. Dit is weergegeven in onderstaande tabel. Uit de tabel blijkt dat niet alleen Rotterdam te maken heeft met een groeiende vraag naar woningen, maar dat dit een regionale opgave is. Op korte termijn is de verwachting dat het woningaanbod naar verwachting achterblijft bij de woningbehoefte. Er zullen dus meer woningen gerealiseerd moeten worden om in de woningbehoefte te kunnen voorzien. Tabel 3-1 Groei van de woningbehoefte per regio tot 2030 (bron: woningbehoefteraming 2021, provincie Zuid-Holland)
Regio Alblasserwaard Drechtsteden Goeree-Overflakkee Haaglanden Hoeksche Waard Holland Rijnland Midden-Holland Regio Rotterdam Nader door provincie toe te delen
Toename woningbehoefte tot 2030 3.050 6.800 2.500 80.900 3.300 27.450 14.500 61.150 22.150
Door de groei van het aantal inwoners neemt de behoefte aan voorzieningen toe. Ook aan ruimte voor werken is sprake van een behoefte. Nieuwe kantoorontwikkelingen richten zich bij voorkeur op toplocaties. Een
blad 31 van 196
datum 1 december 2023 projectnummer 0476764.100 betreft Milieueffectrapport
bestemmingsplan kan voorzien in nieuwe kantoren binnen de grootstedelijke top- en centrumlocaties. Toevoeging van kwalitatief goed en modern/duurzaam aanbod van kantoorruimte is nodig op de toplocaties in Zuid-Holland omdat hier een tekort is. De plangebieden van RISE en Lumière zijn multimodaal ontsluiten en bevinden zich binnen een toplocatie. Voor commerciële voorzieningen (detailhandel) wordt ingezet op concentratie en bundeling. Qua omvang, functioneren en verwacht toekomstperspectief onderscheidt de binnenstad van Rotterdam zich ten opzichte van de andere centra. Ook heeft de binnenstad van Rotterdam een grote aantrekkingskracht op (inter)nationale bezoekers.
Figuur 3-2 Locaties kantoren en detailhandel (bron: Provincie Zuid-Holland)
De beoogde ontwikkeling van de woontorens RISE en Lumière midden in de stad sluit aan op de behoefte voor nieuwe woningen en ruimte voor werken. Middels verdichting wordt op deze wijze ruimte voor stedelijk wonen geboden op een goed bereikbare locatie. De ontwikkeling past binnen het bestaand stedelijk gebied van Rotterdam. Op basis hiervan is gesteld dat de ontwikkeling binnen de systematiek van de Ladder past en er sprake is van een duurzame stedelijke ontwikkeling. Verstedelijking en wonen De provincie voorziet op regionaal niveau, samen met gemeenten, marktpartijen en woningbouwcorporaties, in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen, waaronder de doelgroepen van het huurbeleid. Hierbij gaat de voorkeur uit naar nieuwe woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied en georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer. Nieuwe woningen dragen bij aan een aantrekkelijke woon- en leefomgeving in Zuid-Holland en zijn daarnaast energieneutraal of leveren energie en zijn toegerust op de gevolgen van klimaatverandering en bodemdaling. De ontwikkeling van RISE en Lumière geeft invulling aan de ambities voor de Omgevingsvisie van Zuid-Holland. RISE en Lumière voldoen aan de BENG norm en er wordt ingezet op circulariteit onder andere door het opstellen van materialenpaspoorten. Daarnaast zetten de ontwikkelingen in op het toevoegen van groene ruimtes en is de
blad 32 van 196
datum 1 december 2023 projectnummer 0476764.100 betreft Milieueffectrapport
bereikbaarheid met het openbaar vervoer zeer goed. Het bestaand stedelijk gebied wordt door de ontwikkeling van RISE en Lumière beter benut. De ambities van Rotterdam sluiten aan op de Omgevingsvisie van Zuid-Holland. Bijvoorbeeld op het gebied van ‘Gezonde Leefomgeving’, ‘Stedelijke ontwikkeling binnen bestaande stads- en dorpsgebied’ en ‘Verstedelijking en wonen’. Programma Ruimte (2019) Het programma ruimte is parallel opgesteld aan de Visie Ruimte en Mobiliteit. De vier rode draden die beschreven zijn in de Visie Ruimte en Mobiliteit en die richting geven aan de gewenste ontwikkeling en het handelen van de provincie, komen ook terug in dit Programma ruimte. Het gaat hierbij om: • Beter benutten en opwaarderen van wat er is; • Vergroten van de agglomeratiekracht; • Verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit; • Bevorderen van de transitie naar een water- en energie-efficiënte samenleving. RISE en Lumière zorgen voor het beter benutten van de bestaande ruimte, vergroten de ruimtelijke kwaliteit en zetten in op de energietransitie. Adaptieve agenda Zuidelijke Randstad De Zuidelijke Randstad is een mondiaal concurrerende regio en in 2040 moet die positie versterkt zijn. De Zuidelijke Randstad moet dan nog steeds tot één van de tien economisch krachtigste regio’s in Europa behoren. Rotterdam World Port draagt hieraan bij.
De kansen in de zuidelijke regio liggen voornamelijk in de economie, agglomeratiekracht en verstedelijking en de duurzame leefomgeving. RISE en Lumière bieden ruimte voor verdere verstedelijking en het toevoegen van nieuwe ruimten voor economie. Dit kan een bijdrage leveren aan de economie van Rotterdam en de Zuidelijke Randstad. Metropoolregio Rotterdam – Den Haag Dit samenwerkingsverband bestaat uit 23 gemeenten die op gebied van verkeer, openbaar vervoer en economisch vestigingsklimaat een regio vormen. Er is een MIRT 3 -verkenning uitgevoerd (2017) naar het gebiedsgericht bereikbaarheidsprogramma Rotterdam-Den Haag. Met deze verkenning zijn oplossingsrichtingen en uitgangspunten voor de bereikbaarheid en verdere ontwikkeling van de regio benoemd. Het gaat om vier hoofdambities, namelijk: • Versterken ruimtelijk-economische structuur; • Vergroten aantrekkelijkheid leefmilieu; • Vergroten kansen voor mensen; • Vergroten aantrekkelijkheid vervoerssysteem. RISE en Lumière zorgen voor het beter benutten van het bestaand bebouwd gebied en voegen ruimte toe voor commerciële en maatschappelijke voorzieningen. Hiermee levert dit een bijdrage aan de ruimtelijkeconomische structuur van Rotterdam en de regio.
3.3
Gemeentelijke beleid Omgevingsvisie Rotterdam De gemeente zet onder de slogan ‘De veranderstad. Werken aan een wereldstad voor iedereen’ in op een nieuwe koers voor Rotterdam. De omgevingsvisie van Rotterdam schetst het toekomstbeeld van de stad, waarbij ingezet wordt op groei van de stad. Om deze groei in goede banen te leiden zet Rotterdam in op: • Prettig leven in de delta. Deze keuze is gericht op het creëren van een gezonde, groene en aantrekkelijke stad om te wonen, werken en recreëren; • Verstedelijken en verbinden. Er is gekozen om op een duurzame manier te verstedelijken. Met name rondom bestaand of nieuw hoogwaardig openbaar vervoer;
3
MIRT staat voor Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport
blad 33 van 196
datum 1 december 2023 projectnummer 0476764.100 betreft Milieueffectrapport
•
• •
Vitale wijken. Deze keuze richt zich op het toekomstbestendiger maken van wijken. Denk aan een divers aanbod van woon- en werk ruimte, maatschappelijke voorzieningen en een aantrekkelijke openbare ruimte; Energie- en grondstoffentransitie. Energie wordt schoner opgewerkt, anders gedistribueerd en de vraag wordt verminderd. Daarnaast worden materiaalkringlopen gesloten; Rotterdam vernieuwt het verdienvermogen. Door mee te vernieuwen en te innoveren wordt de sterke economische uitgangspositie van Rotterdam verbeterd.
In de omgevingsvisie is daarnaast aangegeven dat de binnenstad (waar het plangebied onderdeel van uitmaakt) een geschikte plek is om te verdichten. Er wordt met de ontwikkeling van RISE en Lumière op een duurzame manier ingezet op verstedelijking aangezien de ontwikkelingen nabij hoogwaardig openbaar vervoer zijn. De ontwikkelingen zorgen voor het toekomstbestendiger maken van de omgeving en zetten in op verduurzaming. De ontwikkeling van RISE en Lumière sluit daarmee aan op de omgevingsvisie van Rotterdam. Visie Openbare Ruimte (2019-2029) Rotterdam werkt continu aan het aantrekkelijker, groener en gezonder maken van de stad. Rotterdam staat voor grote transities, zoals de overgang naar een duurzame, circulaire en digitale stad. De openbare ruimte is daarnaast het visitekaartje van de stad, waardoor investeringen in de buitenruimte cruciaal zijn voor het vestigingsklimaat. Dit zorgt ervoor dat de openbare ruimte onder druk staat. De Visie Openbare Ruimte moet sturing geven aan verandering in de openbare ruimte en dient als afwegingskader voor verschillende claims op dezelfde openbare ruimte. In de Visie Openbare Ruimte zijn de volgende doelen geformuleerd: • Groenere en duurzame stad. Het groen voor mens en dier in de openbare ruimte moet uitgebreid worden. Er wordt ingezet op meer waterberging, minder hittestress en een grotere biodiversiteit.
Daarnaast moet de openbare ruimte prettig in gebruik en ecologisch verantwoord zijn; • Openbare ruimte voor iedereen. De stad moet sociaal en fysiek toegankelijk zijn voor iedereen. Daarnaast moet de openbare ruimte ontmoetingen mogelijk maken en uitnodigen tot beweging; • Ruim baan voor fietser en voetganger. De openbare ruimte moet uitnodigen om te fietsen en wandelen. De ontwikkeling van RISE en Lumière heeft, naast verdichting, tot doel om bij te dragen aan de levendigheid door een mix van functies te realiseren. Daarnaast wordt de openbare ruimte groener en aantrekkelijker ingericht, met ruimte voor fietsen en wandelen. De ontwikkeling past daarmee binnen het beleid van de Visie Openbare Ruimte. Hoogbouwvisie (2019) Rotterdam zet in op verdichting van de stad. Hoogbouw vormt daar een belangrijk onderdeel van, maar het moet wel bijdragen aan de aantrekkelijkheid van de stad. Hoogbouw biedt kansen voor verdichting, meer levendigheid en duurzaamheid. Maar hoogbouw brengt ook risico’s met zich mee. Denk aan het gevoel van anonimiteit of onveiligheid. De Hoogbouwvisie vormt daarom het kader waaraan hoogbouw (boven 70 meter hoog) aan moet voldoen.
Het gaat om: • Uitgangspunten voor het bouwvolume (plint, Rotterdamse laag, bovenbouw) en de inbedding van de hoogbouw in stad en straat (ooghoogte); • Kwaliteitseisen voor bijvoorbeeld collectiviteit, flexibiliteit en gebruik (afval, daken etc.) van het gebouw; • Nadrukkelijke aanbeveling om vroegtijdig rekening te houden met de milieuaspecten die opgenomen worden in het bestemmingsplan en getoetst worden in het kader van de omgevingsvergunningsaanvraag zoals bezonning, wind of geluid. De binnenstad van Rotterdam is in de Hoogbouwvisie aangewezen als een hoogbouwzone. De visie biedt duidelijke handvatten om hoogbouw, zoals RISE en Lumière, passend te implementeren in de stedelijke omgeving van Rotterdam. Woonvisie 2030 (2016) Wonen in Rotterdam wordt steeds aantrekkelijker. De Woonvisie Rotterdam gaat over hoe de stad zich positief kan blijven ontwikkelen als woonstad en beschrijft het vergezicht in 2030. De belangrijkste onderwerpen zijn groei, balans en kwaliteit. Voor 2030 zijn de volgende doelen beschreven:
blad 34 van 196
datum 1 december 2023 projectnummer 0476764.100 betreft Milieueffectrapport
• • • •
Er moet voldoende variatie in woningen zijn; De woningen moeten van goede kwaliteit en energiezuinig zijn; Het aantal middeldure en dure woningen is toegenomen; Het is goed wonen in de stad.
In 2019 heeft de gemeenteraad een aanvulling op de Woonvisie vastgesteld: de nota ‘Thuis in Rotterdam’, Addendum op de Woonvisie. Met het addendum wil de gemeente het woningaanbod in Rotterdam nog beter laten aansluiten op de behoeften van Rotterdammers. Met de ontwikkeling van RISE en Lumière worden extra woningen toegevoegd en neemt de variatie aan woningen toe. Rotterdamse Mobiliteitsaanpak (2020) Rotterdam staat voor een forse verstedelijkingsopgave. Dit leidt tot een toenemende vraag naar mobiliteit. In de Rotterdamse mobiliteitsaanpak is beschreven hoe in de binnenstad omgegaan moet worden met mobiliteit. In de binnenstad komen voetgangers en fietsers nog meer centraal te staan, zodat ook de verblijfskwaliteit en openbare ruimte verbeterd. Daarnaast moet het gebruik van het openbaar vervoer verder gestimuleerd worden. Bij de ontwikkeling van RISE en Lumière ligt de focus op het goed faciliteren van voetgangers en fietsers en benutten van het nabije openbaar vervoer, zodat automobiliteit nauwelijks noodzakelijk is. De ontwikkeling past daarmee binnen de Rotterdamse Mobiliteitsaanpak. Lijnbaanvisie (2017) Het Lijnbaanensemble is aangewezen als rijksmonument. De Lijnbaanvisie fungeert als leidraad voor de gewenste ontwikkeling van de Lijnbaan. In de Lijnbaanvisie zijn actiepunten genoemd voor de Lumière-locatie.
Deze punten gaan over vergroenen, het activeren van het binnengebied (Lijnbaanhof), het versterken van de wederopbouw en het versterken van de route naar het RCD. De ontwikkeling van Lumière sluit goed aan op deze actiepunten. Hotelbeleid Rotterdam (2021) Rotterdam is gegroeid en heeft zich steeds meer ontwikkeld als aantrekkelijke plek om te wonen, werken en recreëren. Niet alleen het inwonertal van Rotterdam nam toe, ook het aantal banen en het aantal bezoekers steeg. De ambitie van het hotelbeleid is een gecontroleerde groei van de hotelsector verspreid over de stad. Hotelontwikkelingen in de Binnenstad zijn onder voorwaarden (rond Centraal station, Coolsingel, Blaak) alleen nog wenselijk in het gedefinieerde business district en het Rijnhavenkwartier. RISE en Lumière zijn binnen het Central business district gesitueerd en sluiten hiermee aan op het beleid. Nota kantoren Rotterdam (2019) Om de groei van de stad in goede banen te leiden en tegemoet te komen aan de veranderende eisen van bedrijven, bewoners, bezoekers en investeerders is nieuwbouw, transformatie en herontwikkeling een must. Het Rotterdamse kantorenbeleid gaat uit van een gebiedsgerichte aanpak. Speciale status heeft het Central Business District (CBD) dat in lijn met de provinciale en regionale kantorenstrategie als toplocatie zal worden versterkt.
Dit sluit aan op de ontwikkeling van kantoren in RISE en Lumière. Detailhandel Rotterdam (2017) Met het detailhandelsbeleid zet Rotterdam in op een krachtige, toekomstbestendige winkelstructuur, waarbij de consument centraal staat, zodat sprake is van een compleet, compact, comfortabel en levensvatbaar centrum. De Binnenstad is het belangrijkste winkelgebied van Rotterdam. Aangezien RISE en Lumière zich in de binnenstad bevinden levert de voorliggende ontwikkeling een bijdrage aan een krachtige winkelstructuur. Horecanota Rotterdam (2023) De horeca heeft zwaar te lijden gehad onder de beperkende maatregelen vanwege Covid-19. Het is onzeker hoe het toekomstige horecalandschap eruit komt te zien. De nieuwe horecanota is naar verwachting eind 2023 klaar.
blad 35 van 196
datum 1 december 2023 projectnummer 0476764.100 betreft Milieueffectrapport
4.
Onderzoeksmethodiek Dit hoofdstuk beschrijft hoe het MER voor RISE en Lumière is opgesteld en welk beoordelingskader daarbij is gehanteerd.
4.1
Referentiesituatie (2033) De effecten van RISE en Lumière zijn beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie is bij bestemmingsplannen 10 jaar in de toekomst, dus in dit geval het jaartal 2033. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen in 2033, maar zonder de ontwikkeling van RISE en Lumière. De autonome ontwikkelingen betreffen ontwikkelingen die los van de voorgenomen activiteiten optreden in en rondom het plangebied in 2033. Dit zijn vastgestelde ontwikkelingen of ontwikkelingen waarvan de planologische procedure reeds is opgestart en waarvoor minimaal een voorovereenkomst is gesloten met de gemeente Rotterdam. Met al deze ontwikkelingen wordt rekening gehouden bij het bepalen en beoordelen van de effecten van RISE en Lumière. In de vigerende bestemmingsplannen rondom het plangebied zijn onbenutte planologische mogelijkheden waar geen autonome ontwikkelingen gepland zijn in 2033. Deze onbenutte planologische ruimten zijn geen onderdeel van de referentiesituatie. Echter kunnen deze onbenutte planologische ruimten in de toekomst wel benut gaan worden. Hier zijn echter nog geen concrete plannen voor. Om de gevolgen van benutting van deze planologische onbenutte ruimten wel inzichtelijk te maken is hier in het MER aandacht aan gegeven. Hoe hier invulling aan gegeven is, is verwoord in paragraaf 4.2.
Hieronder is toelichting gegeven op de huidige situatie en de referentiesituatie in 2033. Huidige situatie (2023) De huidige situatie is de feitelijk gerealiseerde situatie in 2023 (anno nu) in de omgeving en op de kavels van RISE en Lumière. Autonome ontwikkelingen (tot 2033) De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen tot 2033. Autonome ontwikkelingen bevinden zich doorgaans binnen studiegebied van het MER zodat wederzijdse beïnvloeding meegenomen kan worden in het onderzoek. Binnen die straal is er sprake van een autonome ontwikkeling indien een ontwikkeling binnen enkele jaren wordt gerealiseerd. Het gaat zoals eerder vermeld om vastgestelde ontwikkelingen of ontwikkelingen waarvan de planologische procedure reeds is opgestart en waarvoor minimaal een voorovereenkomst is gesloten met de gemeente Rotterdam. De planologische status kan per ontwikkeling verschillen: 1. Ontwikkelingen die planologisch mogelijk zijn gemaakt (middels bestemmingsplan of omgevingsvergunning) én waarvan de verwachting is dat die binnen enkele jaren worden gerealiseerd; 2. Ontwikkelingen waarvoor een planologische procedure is opgestart (bestemmingsplan of omgevingsvergunning), maar die nog niet is vastgesteld, en waarvan de verwachting is dat die binnen enkele jaren worden gerealiseerd; 3.
Ontwikkelingen waarvoor een voorovereenkomst is gesloten met de gemeente Rotterdam, maar waarvoor een afwijking (binnenplans of buitenplans) van het bestemmingsplan of een nieuw bestemmingsplan nodig is, en die binnen enkele jaren worden gerealiseerd; 4. Infrastructurele projecten waarvan de planvorming in een vergevorderd stadium is en/of waarover bestuurlijke besluitvorming heeft plaatsgevonden en waarvan de verwachting is dat die binnen enkele jaren worden gerealiseerd. Voor RISE en Lumière gaat het om de volgende autonome ontwikkelingen (zie figuur 1.4). Met alle autonome ontwikkelingen wordt rekening gehouden bij het beschrijven en beoordelen van de effecten van RISE en Lumière. De situatie per autonome ontwikkeling is als volgt:
blad 36 van 196
datum 1 december 2023 projectnummer 0476764.100 betreft Milieueffectrapport
• • •
•
Ontwikkelingen die planologisch mogelijk zijn gemaakt en die binnen enkele jaren worden gerealiseerd: Tree House (nr. 4), Hotel Centraal (nr. 7), Schiekadeblok (nr. 3) en The Modernist (nr. 10); Ontwikkeling waarvoor een planologische procedure is opgestart en die naar verwachting binnen enkele jaren wordt gerealiseerd (Pompenburg (nr. 5); Ontwikkelingen waarvoor een voorovereenkomst is gesloten met de gemeente Rotterdam en waarvoor een afwijking van het bestemmingsplan nodig is en die binnen enkele jaren worden gerealiseerd: ASR (nr. 6) en Hart010 (nr. 8); Infrastructurele projecten waarvan de planvorming in een vergevorderd stadium is en/of waarover bestuurlijke besluitvorming heeft plaatsgevonden en die binnen enkele jaren worden gerealiseerd: Hofplein (nr. 9).
Figuur 4-1 Plansituatie incl. autonome ontwikkelingen (bron: Peutz).
blad 37 van 196
datum 1 december 2023 projectnummer 0476764.100 betreft Milieueffectrapport
Hier onder zijn de nummers uit figuur 4.1 nader uitgewerkt. 3. Schiekadeblok (vastgesteld plan) Voor het Schiekadeblok, gelegen in het RCD, is in 2020 een Nota van Uitgangspunten vastgesteld door de gemeenteraad en in januari 2022 heeft het college van B&W het stedenbouwkundig plan vastgesteld. Het project bevat de nieuwbouw van kantoorgebouwen, twee woontorens (maximaal 200 en 70 meter) met een levendige plint, de renovatie en vernieuwing van bestaande panden aan Delftsestraat en het Schieblock en de aanleg van een nieuwe openbare ruimte. De totale ontwikkeling omvat tussen de 110.000 en 140.000 m 2 bvo, waarvan maximaal 50.000 m2 bvo kantoor en circa 65.000 m2 bvo wonen, met een maximum van 650 nieuwe woningen. In de bebouwing op de spoorstrook wordt vooral kantoorruimte mogelijk gemaakt (maximaal 39.000 m 2 bvo). Er worden circa 230 parkeerplaatsen gerealiseerd in een ondergrondse parkeergarage. In de bestaande panden aan de Delftsestraat en het Schieblock worden de bestaande werkruimtes en kantoren voor een creatieve doelgroep ingericht. Tevens is er ruimte voor horeca. Het bestemmingsplan is op 20 oktober 2022 door de gemeenteraad vastgesteld. 4. Tree House (vastgesteld plan) Voor het overige gebied van RCD is nog een groot project in voorbereiding: Tree House. Dit project is reeds planologisch mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan Rotterdam Central District.
Ook zijn hierin planologische ruimtes opgenomen voor uitbreiding van Delftse Poort en de Unilever-locatie. Tree House wordt gebouwd op het Delftseplein. Het gebouw is circa 130 meter hoog en maximaal 41.000 m² bvo. In de onderste lagen komen horeca en een debatcentrum, waarboven circa 15.000 m² bvo kantoren worden gebouwd. Het bovenste deel van de toren krijgt ongeveer 280 woningen. In de kelder komt er een voorziening voor fietsparkeren voor de bewoners en gebruikers van het gebouw. Auto’s worden elders, in bestaande garages, geparkeerd. 5. Pompenburg (planologische procedure is opgestart) De gebiedsontwikkeling Pompenburg bestaat uit vier bouwvlekken en herinrichting van buitenruimten en een park. Het betreft een woonblok aan het Stroveer, een woontoren aan Pompenburg, een bouwblok met twee torens aan Heer Bokelweg en een horecapaviljoen. In totaal gaat het om ongeveer 1.100 woningen, 7.500 m² bvo kantoor/hotel, 4.000 m² bvo aan winkels en horeca, en 2.900 m² bvo filmhuis. De Nota van Uitgangspunten is in mei 2022 vastgesteld. Voor dit gebied wordt een projectbestemmingsplan voorbereid die qua planning mogelijk gelijk loopt met dit MER. Er wordt voor Pompenburg een separate m.e.r.-beoordeling opgesteld. 6.
ASR (voorovereenkomst gesloten) De ontwikkeling ASR (op de kruising Weena/Weena-Zuid/Kruiskade) is geprojecteerd op de huidige locaties van het kantoorpand Weena 70 en de parkeergarage Kruiskade 21. Beide locaties maken onderdeel uit van het gebied met samengestelde bouwblokken in het noordelijke Lijnbaan-kwartier, oftewel de zuidzijde van Weena. Deze zone grenst in het noorden aan Weena en het RCD, in het oosten aan Hofplein en de Coolsingel, in het westen aan de Westersingel en het stationsplein en in het zuiden gaat het gebied aan de Kruiskade over naar het winkelen uitgaansgebied Lijnbaankwartier. Het voorstel van de eigenaar voorziet vier varianten met daarin (gedeeltelijk) sloop en nieuwbouw van de bestaande bebouwing, en nieuwbouw van minimaal één toren van 150 meter hoogte aan het Weena of maximaal twee torens van 150 en 200 meter hoog waarbij de volumes op beide kavels gekoppeld zijn via een horizontaal volume (‘brug’). Het programma voorziet een mix van kantoren, woningen en commercieel programma (plint) en parkeervoorzieningen voor fietsers en auto’s. Het initiatief van de eigenaar past niet binnen het vigerende bestemmingsplan Lijnbaankwartier-Coolsingel, vastgesteld op 17 oktober 2019. Er is een (binnenplanse) afwijking van het bestemmingsplan nodig en hiervoor is een voorovereenkomst met de gemeente Rotterdam getekend. 7.
Hotel Centraal (Kruiskade) (vastgesteld plan) Dit betreft een herontwikkeling van het Grand Hotel Central. De voorgestelde herontwikkeling bestaat uit het handhaven van de bestaande voorgevel, het terugbouwen van het bestaande hotelvolume en het toevoegen van een nieuw volume. Het toegevoegde volume zal aan de straatzijde 5 meter terugspringen en voegt zich in het patroon van de zuidelijk gelegen blokken tussen Lijnbaan en Coolsingel. Het project omvat een hotel met 245 kamers en een separaat te exploiteren restaurant op de begane grond. De totale hoogte van het project bedraagt circa 56 meter. Deze herontwikkeling is op 24 december 2019 vergund. Bij de rechtbank loopt nog een
blad 38 van 196
datum 1 december 2023 projectnummer 0476764.100 betreft Milieueffectrapport
beroepszaak. Het gaat hier om een binnenplanse procedure waarvoor een vergunning is verleend door de gemeente Rotterdam. 8. Hart 010 (voorovereenkomst gesloten) Het gebied rondom het kruispunt Coolsingel/Westblaak wordt herontwikkeld door transformatie, nieuwbouw, aanpak van de openbare ruimte en een vernieuwing van OV-knooppunt Beurs. Het kantoorgebouw Coolse Poort wordt gerenoveerd en getransformeerd naar 37.000 tot 51.000 m² bvo hotel en kantoor. Van dit programma bestaat 40% uit hotel en 60% uit kantoor. Het kantoorgebouw De Blaker aan de Westblaak wordt gesloopt. Hier komt de Westblaaktoren van 200 meter hoog met 84.000 m² bvo nieuwe stedelijke functies. De helft van dit programma bestaat uit commerciële functies, maatschappelijke voorzieningen en mobiliteit/logistiek. De andere helft bestaat uit 550 tot 700 nieuwe woningen. Bij metrostation Beurs zal circa 3.000 m² bvo nieuw programma worden toegevoegd. De invulling van dit programma wordt nader uitgewerkt. Door de vernieuwing van het OV knooppunt kan de frequentie op metrolijn E verhoogd worden en krijgt het station een kwaliteitsimpuls. De aanpak van de buitenruimte bestaat met name uit het beter verbinden van de Coolsingel en de Westblaak met het Binnenwegplein. Er is een voorovereenkomst gesloten met de gemeente Rotterdam en een Nota van Uitgangspunten vastgesteld (februari 2022).
Voor een aantal beoordelingsaspecten is deze ontwikkeling niet relevant en ligt deze buiten de invloedsfeer van het planvoornemen, zoals in het geval van bezonning en windhinder. 9. Herinrichting Hofplein (infrastructureel project) De gemeente Rotterdam wil het Hofplein aanpakken. In de huidige situatie heeft het Hofplein enkel een verkeersafwikkelende functie: een grote rotonde met in het midden een fontein. De gemeente wil de rotonde en de openbare ruimte eromheen herinrichten. Het moet een toegankelijker plein worden waar de verkeersafwikkelende functie wordt beperkt en waar meer ruimte voor groen, voetgangers en ontspanning is. De figuren 4.2 en 4.3 tonen de huidige aanblik van de rotonde en een artist impression van een heringericht Hofplein. Voor de herinrichting van het Hofplein is een voorlopig ontwerp opgesteld. Het begin van de uitvoering van de herinrichting staat gepland voor 2024. Bovendien past het ontwerp binnen het huidige vigerende planologische kader. N.B. In de NRD was de herinrichting van het Hofplein benoemd als raakvlakproject. Echter, omdat de planvorming in vergevorderd stadium is, is in dit MER er van uit gegaan dat het wel een autonome ontwikkeling is en daarmee onderdeel van de referentiesituatie is. Om een worst-case-beeld te schetsen is een extra gevoeligheidsanalyse opgenomen over de effecten van een niet-heringericht Hofplein.
Figuur 4-2 Hofplein huidige situatie
blad 39 van 196
datum 1 december 2023 projectnummer 0476764.100 betreft Milieueffectrapport
Figuur 4-3 Hofplein beoogde toekomstige situatie
10. The Modernist (vastgesteld plan) Voor het overige gebied van RCD is er nog een groot project: The Modernist. Dit project is reeds planologisch mogelijk gemaakt en er is een onherroepelijke omgevingsvergunning. The Modernist is een gemengd kantoor- en wooncomplex dat op de hoek van het Kruisplein en Weena wordt gerealiseerd. Er komt ongeveer 14.000 m² kantoren en 370 woningen. Het bestaande kantoorgebouw van ongeveer 9.000 m² wordt hiervoor gesloopt. De woningen worden gerealiseerd in een toren van 70 meter en een toren van 125 meter. Er wordt een ondergrondse garage gebouwd, voor ongeveer 60 auto’s, die aangesloten wordt op de gemeentelijke garage onder het Kruisplein. Ook de bestaande bovengrondse parkeergarage, die behouden blijft, zal aangesloten worden op deze ondergrondse autoroute. Het fietsparkeren voor het nieuwe complex wordt ondergebracht in de bestaande parkeergarage.
4.2
Omgang met planologisch onbenutte ruimte Locaties onbenutte planologische ruimte In de nabijheid van RISE en Lumière is sprake van onbenutte planologische ruimte (binnen het vigerend bestemmingsplan Lijnbaankwartier-Coolsingel dat op 3 februari 2022 door de gemeenteraad van Rotterdam is vastgesteld). Deze onbenutte planologische ruimte bestaat enerzijds uit onbenutte bouwmogelijkheden en anderzijds uit onbenutte gebruiksmogelijkheden. De planologische ruimte is in veel gevallen al langere tijd aanwezig in de (voorheen) ter plaatse vigerende bestemmingsplannen. In de omgeving van Lumière is sprake van planologische onbenutte ruimte aan de west-, oost- en noordzijde van de projectlocatie. Voor een deel van de aanwezige bebouwing geldt dat het bouwvolume kan worden opgehoogd tot 150 meter. Dit geldt voor de bebouwing langs de Weena (ten noorden van de projectlocatie) en voor een deel langs de Lijnbaan (ten oosten van de projectlocatie). Voor de overige aangrenzende bebouwing is een bouwhoogte van 40 meter toegestaan. De huidige bebouwing is echter lager. De gronden hebben een gemengde bestemming en een functieaanduiding voor kantoor. De invulling kan hiermee in principe uit diverse functies bestaan, waaronder kantoren, wonen, detailhandel, horeca en maatschappelijke voorzieningen. In de omgeving van RISE is ook sprake van onbenutte planologische ruimte.
Voor een deel van de aanwezige bebouwing geldt dat het bouwvolume kan worden opgehoogd. Echter het gaat hier om relatief beperkte ophogingen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij het Stadhuis en het politiebureau aan de Doelwater, waar een bouwhoogte van 40 meter is toegestaan en de huidige bebouwing in werkelijkheid lager is. De planologisch onbenutte ruimte is in het blauw afgebeeld in figuur 4.4. Dit ter vergelijking met de huidige situatie (in het grijsbruin afgebeeld) én de autonome ontwikkelingen (in het geel afgebeeld) (zie ook paragraaf
blad 40 van 196
datum 1 december 2023 projectnummer 0476764.100 betreft Milieueffectrapport
4.1). De blauw gekleurde gebouwen overlappen (deels) met de grijsbruine en gele gebouwen. Het centraal station heeft bijvoorbeeld nog een kleine hoeveelheid planologische onbenutte ruimte. Ter vergelijking van de autonome situatie en de situatie met invulling planologisch onbenutte ruimte, zie figuur 4.1.
Figuur 4-4 Bestaande situatie (grijsbruin) met RISE en Lumière (oranje), autonome ontwikkelingen (geel) en onbenutte planologische ruimte (blauw) (bron: Peutz)
Behoudens de autonome ontwikkelingen, zie paragraaf 4.1, zijn er geen plannen bij de gemeente Rotterdam bekend dat binnen enkele jaren gebruik wordt gemaakt van deze onbenutte planologische ruimte. Deze onbenutte planologische ruimte is daarom geen onderdeel van de referentiesituatie. Om toch een beeld te geven van de effecten die samenhangen met benutting van deze planologische ruimte is daar in dit MER aandacht aan besteed. Zo ontstaat een totaalbeeld van (milieu)effecten welke het bevoegd gezag kan betrekken in de (toekomstige) besluitvorming. Hoe is de onbenutte planologische ruimte meegenomen in het effectenonderzoek? Dit MER maakt per thema uit het beoordelingskader (zie paragraaf 4.3.1) een vergelijking tussen de plansituatie en de referentiesituatie. De geconstateerde effecten worden vervolgens beoordeeld (zie paragraaf 4.3.2). Bij het thema verkeer en de daaraan gerelateerde thema’s luchtkwaliteit, geluid (verkeerslawaai) en gezondheid wordt impliciet rekening gehouden met de planologisch onbenutte ruimte. Dit komt omdat het verkeersmodel dat gebruikt is voor de verkeersberekeningen al rekening houdt met de ruimte in de vigerende bestemmingsplannen (benut en onbenut). Daarom is de onbenutte planologische ruimte impliciet meegenomen in de effectbeschrijvingen en beoordelingen voor deze thema’s.
Bij de beschrijving en beoordeling van de effecten van de overige (milieu)thema’s uit het beoordelingskader zijn de verkeersgegevens niet relevant, maar kunnen de bouwvolumes wel van belang zijn. De effecten van de onbenutte planologische ruimte voor de overige thema’s zijn niet meegenomen in de beoordeling, omdat de beoordeling gebaseerd is op een vergelijking tussen de referentiesituatie en de plansituatie. De effecten van de
blad 41 van 196
datum 1 december 2023 projectnummer 0476764.100 betreft Milieueffectrapport
onbenutte planologische ruimte zijn als zodanig wel inzichtelijk gemaakt, maar maken dus geen onderdeel uit van de beoordeling van de effecten die het gevolg zijn van realisatie van RISE en Lumière. Er is wel getoetst of de effecten van de onbenutte planologische ruimte kunnen leiden tot een andere beoordeling in dit MER. In de betreffende hoofdstukken (5, 6, 7 en 8) is per (milieu)thema onder de paragraaf ‘Beoordelingskader’ toegelicht op welke manier de onbenutte planologische ruimte is meegenomen in het onderzoek.
4.3
Beoordelingsmethodiek
4.3.1
Beoordelingskader In het MER zijn ten behoeve van de effectbeschrijving en -beoordeling drie situaties beschouwd: • De huidige staat van de leefomgeving; • De autonome situatie in 2033 zonder ontwikkeling van RISE en Lumière (de referentiesituatie); • En de plansituatie (bestaande uit de autonome situatie met de twee alternatieven voor RISE en Lumière). De effecten van de beoogde ontwikkeling van RISE en Lumière worden in het MER systematisch beschreven en beoordeeld aan de hand van een beoordelingskader. Dit beoordelingskader is weergegeven in tabel 4.1. Het beoordelingskader geeft aan hoe de effecten in het MER in beeld zijn gebracht, op basis van welke thema’s en criteria, en aan de hand van welke onderzoeksmethoden, informatie of data. Voor relevante thema’s zijn naast de effecten in de gebruiksfase (vanaf het moment dat RISE en Lumière in gebruik worden genomen), ook effecten in de aanlegfase in beeld gebracht. De effecten die in deze periode kunnen plaatsvinden zijn apart beoordeeld onder het thema ‘hinder tijdens de bouw’.
blad 42 van 196
datum 1 december 2023 projectnummer 0476764.100 betreft Milieueffectrapport Tabel 4-1 Beoordelingsaspecten MER RISE en Lumière Thema Aspecten Verkeer en vervoer
Verkeersintensiteiten Verkeersafwikkeling
Kwantitatief / kwalitatief onderzoek Kwantitatief Kwantitatief
Verkeersveiligheid OV, fiets- en voetgangersverbindingen Wegverkeerslawaai Spoorweglawaai Bedrijfslawaai (horeca) Cumulatieve geluidbelasting Trillingsniveaus
Kwalitatief Kwalitatief
Luchtkwaliteit
Concentraties (PM10, PM2,5 en NO2)
Kwantitatief
Externe veiligheid
Plaatsgebonden risico Groepsrisico
Kwantitatief Kwantitatief
Gezondheid
Gezondheidsbescherming Groen in de buurt Gezonde leefstijl Archeologische waarden Cultuurhistorische waarden Landschappelijke waarden Ruimtelijke kwaliteit (gebruiks-, toekomst- en belevingswaarde) Bodemgesteldheid (opbouw, dichtheid en verzakking) Bodemkwaliteit Ruimtegebruik in de bodem Niet gesprongen explosieven Waterveiligheid Oppervlaktewater Waterkwaliteit Grondwater Wateroverlast Beschermde soorten Beschermde gebieden (NNN en Natura 2000) Bezonning
Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief
Windhinder
Kwantitatief
Hittestress
Kwalitatief
Energie en circulariteit
Energiebesparing en -opwekking Circulariteit Afval
Kwantitatief
Hinder tijdens de bouw
Knelpunten voor de leefbaarheid tijdens de aanlegfase
Kwalitatief
Geluid
Trillingen
Ruimtelijke kwaliteit
Bodem
Water
Ecologie Stadsklimaat
Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwalitatief
Kwantitatief Kwantitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief en kwantitatief Kwantitatief
Kwalitatief Kwalitatief
Methode en informatie Verandering van verkeersintensiteiten op omliggende wegen. Effect op capaciteit en doorstroming omliggende wegen. Verandering verkeersveiligheid. Aansluiting plangebied op verbindingen. Modelberekening en toets aan wettelijke grenswaarden. Verandering van geluidbelasting.
Verandering blootstelling aan trillingen ten gevolge van railverkeer. Toets aan SBR-richtlijn B. Verandering van de concentraties luchtverontreinigende stoffen. Inclusief toets aan de wettelijke waarden en WHO-advieswaarden. Signaleringskaart externe veiligheid. Op basis van een EVonderzoek naar de potentiële effecten van de transportroutes over het spoor en andere relevante risicobronnen. Beschrijving van de veranderende gezondheidssituatie. Bijdrage aan een gezonde levensstijl, beweging en recreatieve mogelijkheden. Beleidsadvieskaart gemeente Rotterdam, monumentenregister, provinciale cultuurhistorische waardenkaart. Verandering van waarden.
Bodemonderzoek en bodembeleidskaarten.
Informatie waterschap. Op basis van expert judgement. (Digitale) watertoets. Ingaan op waterbergingseis. Klimaatatlas provincie Zuid-Holland.
Veld- en bronnenonderzoek, Stikstofberekening Bezonningsonderzoek. Verandering van bezonning op omliggende bebouwing. Rekenkundig windhinderonderzoek. Verandering van het windklimaat in relatie tot de omgeving. Hittestresskaart Rotterdam. Verandering van hittestress. Op basis van expert judgement. Inzicht in welke duurzame energieoplossingen er bestaan en welke potenties er benut kunnen worden. Mate van circulair bouwen. Mate waarin hergebruik en recycling wordt toegepast in afvalverwerking. Hinder tijdens de bouw ten gevolge van verkeer, geluid, luchtverontreiniging, trillingen en stof.
Plangebied en studiegebied Het plangebied is het gebied waar de voorgenomen activiteiten (zoals beschreven in hoofdstuk 2) worden ondernomen. Milieueffecten kunnen in het plangebied, maar ook daarbuiten optreden. Voor bepaalde thema’s is daarom niet alleen gekeken naar het plangebied, maar ook naar het studiegebied. Het studiegebied is het gebied waar als gevolg van de voorgenomen activiteiten effecten kunnen optreden. Het studiegebied kan dus groter zijn dan het plangebied. Dit verschilt per thema. In de effecthoofdstukken van dit MER (hoofdstuk 5, 6, 7 en 8) is duidelijk gemaakt wat het studiegebied is voor de thema’s.
blad 43 van 196
datum 1 december 2023 projectnummer 0476764.100 betreft Milieueffectrapport
Mitigerende en/of compenserende maatregelen Uit de beoordeling van de alternatieven voor RISE en Lumière kunnen negatieve effecten volgen. In dat geval worden per thema na de betreffende beoordeling mitigerende en/of compenserende maatregelen voorgeschreven. Deze maatregelen zijn nodig om de eventuele negatieve effecten op het milieu (verder) te beperken of te voorkomen. Deze maatregelen dienen zoveel mogelijk geborgd te worden in het ruimtelijke besluit (het bestemmingsplan), zodat gegarandeerd wordt dat de te verwachten negatieve milieueffecten niet optreden.
4.3.2
Beoordelingswijze De effecten in dit MER worden beoordeeld met plussen (+) en minnen (-). In de beoordelingssystematiek wordt rekening gehouden met het feit dat er ten opzichte van de referentiesituatie ook sprake kan zijn van geringe toeen afnamen van effecten. Deze effecten zijn maar beperkt onderscheidend, maar om te voorkomen dat deze effecten te snel genuanceerd worden tot geen effect of worden overschat, zijn deze in de gehanteerde systematiek aangeduid met de scores 0/+ (licht positief) of 0/- (licht negatief). Voor de effectbeoordeling wordt daarom gebruik gemaakt van een zevenpuntsschaal (zie volgende tabel). Tabel 4-2 beoordelingsschaal
Beoordeling Omschrijving zeer positief + positief 0/+ enigszins positief 0 neutraal 0/enigszins negatief negatief -zeer negatief
Veel van de milieueffecten zijn beoordeeld op basis van deelonderzoeken, waarvan de resultaten in de onderzoeken zijn verwoord en onderbouwd. Daarbij is verwezen naar de betreffende milieuonderzoeken die als bijlage bij het MER zijn opgenomen. De deelonderzoeken gaan altijd uit van een worst-case situatie. Dit betekent dat de effecten nooit positiever beschreven en beoordeeld zijn dan de werkelijkheid. De werkelijkheid kan daarentegen wel positiever uitvallen. De motivatie van de gegeven beoordelingen is opgenomen in de effecthoofdstukken van dit MER (hoofdstukken 5, 6, 7 en 8). Een samenvatting van alle beoordelingen is opgenomen in hoofdstuk 9.
4.4
Opbouw effecthoofdstukken In de hoofdstukken 5 tot en met 8 is een gelijke opbouw gehanteerd: • Eerst is beschreven welke beoordelingscriteria zijn gehanteerd bij het bepalen van de effecten; • Daarna is inzicht gegeven in de huidige situatie en de referentiesituatie per aspect; • Vervolgens is inzicht gegeven in de effecten van de planalternatieven. Bij de effectbeschrijving zijn de effecten van de alternatieven afgezet tegen de referentiesituatie. Hier is voor elk aspect ook het studiegebied en eventuele cumulatie met andere ontwikkelingen beschreven; • Op basis van de effectbeschrijving is een beoordeling gegeven van de effecten op de criteria uit het beoordelingskader; • Na de beoordeling is, indien relevant, ingegaan op de effecten van de onbenutte planologische ruimte; • Tot slot is, waar relevant, ingegaan op mitigerende maatregelen.
blad 44 van 196
datum 1 december 2023 projectnummer 0476764.100 betreft Milieueffectrapport
5.
Bereikbaarheid In dit hoofdstuk komen de relevante aspecten met betrekking tot verkeer en vervoer aan bod en zijn de effecten van het planvoornemen beoordeeld. Ten grondslag aan deze analyse ligt een verkeersonderzoek.
5.1
Beoordelingskader Het beleidskader voor het thema verkeer en vervoer is samengevat weergegeven in Tabel 5-1. Tabel 5-1 Beleidskader verkeer en vervoer
Kader
Strategische Agenda 2020 van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH)
Stedelijk verkeersplan Rotterdam 2017-2030 (2017) OV-visie 2018-2040 (2017)
Fietskoers 2025 (2019)
Stappenplan zero emissie Stadslogistiek (2019) Rotterdamse Mobiliteitsaanpak (2019)
Belangrijkste randvoorwaarden/ uitgangspunt Regionaal beleid ▪ Meer mensen op de fiets naar het werk, dat is de ambitie van de 23 gemeenten in de metropoolregio. Naast Metropolitane Fietsroutes, die lopen door meerdere gemeenten, willen de gemeenten en de MRDH samen de komende jaren ook de veelgebruikte routes tussen en in steden en dorpen verbeteren. Dit heet het ‘regionaal basisnetwerk fiets’. ▪ Er wordt ingezet op openbaar vervoer dat meegroeit met het toenemende aantal inwoners. Wat daarvoor nodig is, is gebundeld in het programma OV NEXT (schaalsprong ov). Gemeentelijk beleid ▪ Een autoluwe binnenstad, meer auto’s ’n garages en minder op straat ▪ Een betere aansluiting van West en Zuid op regionale en stedelijke openbaar vervoersnetwerken ▪ Zuid en de binnenstad beter met elkaar verbinden ▪ Meeliften op kansen en projecten in de stad ▪ OV en verstedelijking gaan hand in hand ▪ Schaalsprong in bereikbaarheid op zuid ▪ Dragend hoofdnet en transformatie van ontsluitend vervoer ▪ Oeververbindingen voor het OV versterken ▪ Oude lijn als derde metrolijn gebruiken ▪ Herpositionering tramnetwerk ▪ Zelfrijdende metro, zero-emissie en zelfrijdende auto faciliteren ▪ Verhogen van de maatschappelijke prestatie Een transitie naar meer lopen, fietsen en OV : ▪ Ruimte maken voor snelle en langzame fietsers ▪ Multifunctionele mobiliteitshubs, deelmobiliteit en verbeteren fietsparkeren ▪
Meer aandacht voor nieuwe fietsers en veilig fietsen ▪ De Rotterdamse fietsalliantie ▪ De binnenstad ontwikkelen tot Zero Emissie zone: verminderen aantal ritten in de stad en verschonen van de vrachtvoertuigen die de stad in moeten ▪ In 2025 alle bevoorrading alleen nog door uitstootvrije voertuigen ▪ Ruim baan voor voetgangers, fietsers en OV: van doorkruisen naar verblijven ▪ Veilige en gezonde verbindingen: van indeling op modaliteit naar indeling op snelheid ▪ Iedereen kan meedoen! Verrijking mobiliteitskeuzes ▪ Vitaal economisch verkeer: efficiënte en schone logistiek
Het beoordelingskader voor verkeer en vervoer is in de volgende tabel weergeven.
blad 45 van 196
datum 1 december 2023 projectnummer 0476764.100 betreft Milieueffectrapport
Tabel 5-2 Beoordelingskader verkeer en vervoer Thema Aspecten Kwantitatief / kwalitatief onderzoek Verkeer en Verkeersintensiteiten Kwantitatief vervoer Verkeersafwikkeling Kwantitatief Verkeersveiligheid OV, fiets- en voetgangersverbindingen
Kwalitatief Kwalitatief
Methode en informatie Verandering van verkeersintensiteiten op omliggende wegen. Effect op capaciteit en doorstroming omliggende wegen. Verandering verkeersveiligheid. Aansluiting plangebied op verbindingen.
De ontwikkeling van Lumière en RISE heeft effecten op de bereikbaarheid en verkeersstromen in het plangebied en de omgeving daarvan. In het kader van het MER voor de ontwikkeling van Lumière en RISE is een verkeersonderzoek uitgevoerd (bijlage 2). Voor dit onderzoek is gebruikgemaakt van het regionale verkeersmodel MRDH-versie 2.8 (hierna v-MRDH). Dit verkeersmodel is het regionale verkeersmodel van de metropoolregio Rotterdam-Den Haag. De vulling van het model is conform de bijbehorende modeluitgangspunten voor het basisjaar en prognosejaren (zie: www.mrdh.nl/project/verkeersmodel voor documentatie). De huidige situatie is gekalibreerd door middel van regelmatige tellingen, zodat het goed overeenkomt met de werkelijkheid. Het verkeersmodel bevat het basisjaar 2016 en een aantal prognosejaren, onder andere 2021 en 2030. In dit onderzoek zijn de jaren 2021 voor de huidige situatie en prognosejaar 2033 toegepast. Omdat het jaar 2033 niet standaard in het verkeersmodel is opgenomen, is deze opgebouwd op basis van interpolatie tussen de prognosejaren 2030 en 2040. Voor dit onderzoek wordt daarnaast een speciale versie van het model gebruikt.
Deze versie is een aangepaste versie van het basismodel met alle beoogde ontwikkelingen in de omgeving van het Rotterdam Central District (met daarin de in paragraaf 4.1 beschreven autonome ontwikkelingen in meegenomen), aangeleverd door de gemeente Rotterdam. Daarnaast is het verkeersmodel een multimodaal verkeersmodel. Dat wil zeggen dat naast het auto- en vrachtverkeer ook berekeningen zijn uitgevoerd met openbaar vervoer en fiets door het verkeersmodel. Ook is hierin de herinrichting van het Hofplein een uitgangspunt. De herinrichting van het Hofplein was ten tijde van het opstellen van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD), zie paragraaf 1.3, en de start van het opstellen van het verkeersrapport, zie bijlage 2, geen autonome ontwikkeling, maar een raakvlakproject. Er is daarom voor gekozen om een gevoeligheidsanalyse te doen waarin de effecten onderzocht zijn bij de herontwikkeling van het Hofplein. Deze gevoeligheidsanalyse is opgenomen in het verkeersrapport en in paragraaf 5.7 van het milieueffectrapport. Ten tijde van het opstellen van het milieueffectrapport is de herinrichting van het Hofplein een autonome ontwikkeling geworden, zie paragraaf 4.1. Uit de gevoeligheidsanalyse komt naar voren dat er een ander verkeersbeeld ontstaat. Dit is echter niet het gevolg van RISE en Lumière, maar van de inrichting van het Hofplein.
De effectbeschrijving en beoordeling ten gevolge van RISE en Lumière wijzigt daarom niet ten gevolge van de resultaten van de gevoeligheidsanalyse. Hoe zijn de onbenutte planologische mogelijkheden meegenomen? De vigerende bestemmingsplancapaciteit is meegenomen in het verkeersmodel. Het verkeersmodel gaat hiermee uit van de invulling van planologisch onbenutte ruimte. Hiermee zijn in de situatie voor 2033 dus ook de verkeersbewegingen vanuit de onbenutte planologische ruimte meegenomen.
5.2
Huidige situatie De plangebieden van RISE en Lumière liggen in het centrum van Rotterdam. Het plangebied van Lumière ligt aan de Lijnbaan, de Kruiskade en de Karel Doormanstraat, die vervolgens uitkomt op het Weena. Het plangebied van RISE ligt aan de Doelstraat, Haagseveer, Coolsingel en Pompenburg. Beide ontwikkelingen zijn dus direct op de hoofdinfrastructuur in het centrum aangesloten. Ook liggen de plangebieden op geringe afstand van het centraal station en het fietsnetwerk van het centrum. Verkeersintensiteiten en verkeersafwikkeling Lumière is voor het autoverkeer ontsloten via de Karel Doormanstraat die vervolgens aansluit op het Weena. RISE krijgt twee ontsluitingen, één via de Doelstraat die uitkomt op de Coolsingel en één via de Haagseveer welke
blad 46 van 196
datum 1 december 2023 projectnummer 0476764.100 betreft Milieueffectrapport
vervolgens aansluit op de Pompenburg. Via de Weena, Coolsingel en de Pompenburg kan het autoverkeer zich makkelijk verplaatsen binnen Rotterdam en ook richting de snelwegen. In Figuur 5-1 zijn de relevante wegvakken weergegeven. Deze wegvakken zijn geselecteerd op basis van verkeerseffecten en het belang binnen het netwerk. Vervolgens zijn in Tabel 5-3 van de relevante wegvakken de etmaalintensiteiten (afgerond op honderdtallen) in de huidige situatie 2021 weergegeven.
RISE
Figuur 5-1 Gehanteerde wegvakken in het verkeersonderzoek Tabel 5-3 Intensiteiten voor diverse wegvakken
Nr
Wegvak
Tussen
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Weena (tunnel) Weena Pompenburg Pompenburg Schiekade Coolsingel Coolsingel Karel Doormanstraat Doelwater Haagseveer
Conradstraat – Karel Doormanstraat Poortstraat – Hofplein Hofplein – Haagseveer Haagseveer – Goudsesingel Hofplein – Delftsestraat Hofplein – Doelwater Doelwater – Meent Weena – Kruiskade Coolsingel – Raam Pompenburg – Galerij
Huidige situatie mvt/etm 10.000 20.500 17.900 16.300 21.700 18.300 17.200 8.800 1.500 3.400