[23bb007983] Bijlage behorende bij 23bb007982 over werkplan DCMR 2024
Tekst van het document
WİDCMR Rijnmond
Werkplan 2024 I 35
adequaat geluidsbeleid. Er is een concept opgesteld dat nog verder afgestemd moet worden. Dit loopt door in 2024. Wet- en regelgeving geluid Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet veranderen de regels over geluid. Ze zijn via het Aanvullingsspoor geluid geïntegreerd in de Omgevingswet. De meeste direct werkende regels over geluid worden opgenomen in het omgevingsplan. Deze werkplanpost wordt gebruikt voor de implementatie binnen DCMR van de nieuwe geluidregels. Daarnaast voor het volgen en zover mogelijk positief beïnvloeden van nieuwe wijzigingen in regelgeving omtrent geluid. D04 Zonering industrielawaai: Zonebeheer (1.12.c) De DCMR voert namens de gemeente Rotterdam het beheer uit voor een tiental gezoneerde terreinen, inclusief de Tweede Maasvlakte. In de Wet milieubeheer is geregeld dat vergunningen geweigerd kunnen worden indien niet voldaan kan worden aan de grenswaarde. Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet is deze regeling onderdeel van de bruidsschat en zal daarmee voorlopig blijven bestaan.
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning milieu op een bedrijventerrein dat is gezoneerd, of waarvoor aanvullend beleid is vastgesteld, toetst de DCMR of aan de grenswaarden wordt voldaan: is de vergunning inpasbaar in de zone respectievelijk voldoet de vergunning aan de beleidsafspraak? De toetsing (zonebewaking) gebeurt door middel van geluidmodellen die de DCMR beheert en onderhoudt. Met de geluidsmodellen wordt tevens inzichtelijk gemaakt hoeveel geluidruimte binnen een zone of beleidsafspraak beschikbaar is. In de Wet geluidhinder is zonebewaking een (wettelijke) gemeentelijke bevoegdheid. Deze wettelijke taak bestaat niet alleen uit zonebewaking, maar ook uit zonebeheer. De wettelijke zonebeheerder heeft de taak de geluidsboekhouding zodanig op orde te houden dat de beschikbare geluidruimte binnen de zone effectief en efficiënt beheerd wordt. Veranderingen binnen het terrein moeten in het beheermodel bijgehouden worden. Economische en ruimtelijke ontwikkelingen rondom het industrieterrein worden getoetst en geborgd in het model. De DCMR voert deze boekhouding voor de gemeente Rotterdam uit met behulp van het Informatiesysteem Industrielawaai (I-Kwadraat, I2). Jaarlijks rapporteert de DCMR per gezoneerd terrein over de verleende vergunningen en andere wijzigingen die hebben plaatsgevonden.
Als er zaken zijn die voor de gemeente van belang zijn, zoals een benodigde zone aanpassing, wordt erover in het rapport geadviseerd. Ook nieuwe AMvB bedrijven worden opgenomen in de zonebeheer modellen. Geluid in thematisch omgevingsplannen Om het Wgh-zonebeheer robuuster te maken heeft de gemeente Rotterdam afgelopen jaren gewerkt aan de voorbereiding van facetbestemmingsplannen voor de industrieterreinen Maasvlakte 2, Maasvlakte/Europoort, Botlek- Vondelingenplaat en Waalhaven-Eemhaven. De doelstelling van de facetbestemmingsplannen is tweeledig: het op voorhand verdelen van de beschikbare geluidsruimte over de kavels en het via beleid of regels in het bestemmingsplan sturen naar zo stil als redelijkerwijs mogelijk is. Het proces van voorbereiding van het facetbestemmingsplan geluid (FBG) is in 2022 gestopt. Momenteel is de gemeente bezig met een herijking van het programma. Nu de Omgevingswet van kracht is, wordt geen FBG meer gemaakt, maar wordt een thematisch omgevingsplan (TOP) opgesteld. Daarbij is de omzetting van de bestaande geluidgrenswaarden (MTG’s) naar ‘geluidproductieplafonds’ een nieuw onderdeel (extra ten opzichte van het FBG) waarvoor een zorgvuldig voorbereidingsproces moet worden doorlopen. Het onderdeel “nestgeluid” wordt bij de voorbereiding van het TOP verder uitgewerkt. Zie hiervoor ook 1.8g.
In 2022 is gestart met een meetprogramma (onderdeel van het PlanMER voor het FBG danwel het thematisch Omgevingsplan (TOP)) om tot betere uitgangspunten voor het nestgeluid te kunnen komen. De DCMR heeft als taak om deze processen en procedures te begeleiden en het bestuur hierover zowel inhoudelijk als procedureel te adviseren.
WİDCMR Rijnmond
Werkplan 2024 I 36
D05 Geluidsaneringen: Geluidsaneringen Rotterdam (1.12d) Voorbereidingswerkzaamheden voor geluidsaneringen bij woningen en adviezen hierover aan de opdrachtgever worden verantwoord op deze post. Er is hierbij aandacht voor mogelijke koppeling van de geluidsanering met energietransitie. Voor de geluidsaneringen zelf is een externe opdracht verstrekt door de opdrachtgever, zie hiervoor 4.3.3. 3.5.13
Cluster Omgevingsveiligheid (voorheen Externe veiligheid) (1.13)
A02 Beleidsadvies: Advies beleid Omgevingsveiligheid (1.13a) Algemeen SO is trekker en penvoerder van het omgevingsveiligheidsbeleid. VRR, HbR, DCMR en de provincie zorgen voor inhoudelijke inbreng die tijdens het DEVO wordt afgestemd. Omgevingsveiligheidsbeleid Voor het omgevingsveiligheidsbeleid wordt door gemeente Rotterdam ingezet op een tweetal sporen: 1. Vernieuwen GR-beleid. 2. Evaluatie GR en ontwikkeling omgevingsveiligheidsbeleid; Omgevingsveiligheid ontwikkelt zich voortdurend op het technisch vlak. Het rekenpakket waarmee de risicoberekening rondom risicobronnen wordt uitgevoerd wordt geregeld geactualiseerd. Er is een nieuwe rekenmethodiek afgesproken voor de aandachtsgebieden. Voor de PGS 15 opslagen betekent dit een wijziging van de eerder berekende aandachtsgebieden. Er loopt een landelijk project voor de risicoruimte rondom transportroutes gevaarlijke stoffen (Robuust Basisnet), de faalfrequentie van windturbines wordt gewijzigd en mogelijk wijzigen de probitrelaties. De provincie Zuid-Holland wil in overleg met de gemeenten het groepsrisico opnemen in haar beleid. De DCMR volgt deze ontwikkelingen en rapporteert hierover aan het DEVO. Elk jaar wordt in het DEVO de veiligheidscontour geëvalueerd en daarbij wordt tevens de risicocommunicatie betrokken. De DCMR is hierbij aangesloten.
Vernieuwing GR-beleid Rotterdam Het huidige Rotterdamse groepsrisicobeleid (GR-beleid) is gebaseerd op landelijke regelgeving dat onder de Omgevingswet niet meer op dezelfde manier terugkomt. Gezamenlijk met andere overheden, bedrijfsleven en belangenorganisaties heeft het Rijk een alternatief voor het huidige groepsrisicobeleid ontwikkeld. De kern van het nieuwe beleid zijn de aandachtsgebieden. In zo’n aandachtsgebied is extra aandacht nodig voor scenario’s als brand- en explosiegevaar bij het ontwerpen van gebouwen. Het lokale bevoegd gezag krijgt beleidsvrijheid binnen deze aandachtsgebieden. Ze dient te bepalen wanneer een ruimtelijke ontwikkeling voldoende verantwoord is voor omgevingsveiligheid. Daarnaast is het mogelijk om binnen een brand- en explosieaandachtsgebied een voorschriftengebied aan te wijzen waarbinnen bouwkundige maatregelen van toepassing zijn. Dit lokale beleid dient uiteindelijk een plek te krijgen in het onderdeel omgevingsveiligheid (of externe veiligheid) van het omgevingsplan Rotterdam. In het najaar van 2023 is begonnen om opnieuw de aandachtsgebieden met de nieuwe rekenmethodiek te berekenen. Hier wordt in 2024 mee door gegaan. De consequenties van de berekening worden besproken in het DEVO. De provincie heeft inmiddels de verantwoording van het groepsrisico als provinciaal belang gekenmerkt.
De gemeente moet tot een afwegingskader komen, waarmee bij toekomstige omgevingsplannen en omgevingsvergunningen milieu via maatregelen aan bron en omgeving een optimale veiligheid gerealiseerd wordt. Ook moet op heldere en eenduidige wijze het groepsrisico bepaald en publiek verantwoord kunnen worden. SO stelt het beleid voor omgevingsveiligheid op de DCMR draagt bij aan de inhoudelijke inbreng. Gemeente Rotterdam heeft in het DEVO aangegeven dat de focus van de gemeente komt te liggen op het vernieuwen van het groepsrisicobeleid. De evaluatie van het groepsrisicobeleid is door de gemeente Rotterdam in 2023 opgepakt en uitgevoerd. De evaluatie levert input voor het nieuwe groepsrisicobeleid Rotterdam. Overleg hierover vindt plaats in het DEVO. De DCMR levert een belangrijke bijdrage bij de evaluatie en bij het opzetten van beleid en uitvoering van het groepsrisicobeleid. Het groepsrisicobeleid zal naar verwachting in de loop van 2024 zijn afgerond. Verder dient een monitoring en evaluatie plaats te vinden. Dit zal in het DEVO verder worden uitgewerkt.
WİDCMR Rijnmond
Werkplan 2024 I 37
Consequenties omgevingsveiligheid nieuwe (brand)stoffen In verband met veranderende emissie-eisen zijn diverse transportbranches op zoek naar alternatieve brandstoffen voor benzine, diesel en stookolie. Een aantal van deze nieuwe brandstoffen (energiedragers) heeft consequenties voor de omgevingsveiligheid. De ontwikkelsnelheid van de verschillende energiedragers verschilt. De DCMR zorgt op verzoek van de opdrachtgever voor de inhoudelijke inbreng op dit dossier in het DEVO. De nieuwe energiedragers zullen een enorm ruimtebeslag leggen op de haven. Gezamenlijk met de betrokken partijen onderzoekt de DCMR de ruimtelijke consequenties van de energietransitie. In het DEVO wordt vanuit verschillende hoeken de voortgang van de ontwikkelingen en ontwikkelsnelheden besproken. DCMR brengt waar nodig de inhoudelijke inbreng naar het DEVO. DEVO In opdracht van Team Milieu ondersteunt de DCMR inhoudelijk de Rotterdamse clusters en samenwerkingspartners bij beleidsontwikkeling en -uitvoering op het gebied van omgevingsveiligheid. Het overleg over dit beleidsterrein wordt gevoerd in het Dienstenbreed externe veiligheidsoverleg (DEVO). Het DEVO is het ambtelijk voorportaal voor bestuurlijke besluitvorming door wethouder, college en gemeenteraad.
Aan het DEVO nemen de gemeente Rotterdam (cluster SO, afdeling Ruimte, Wonen en Milieu (RWM), Team milieu), GGD, provincie Zuid-Holland, VRR, Havenbedrijf Rotterdam en de DCMR deel. De deelnemers informeren elkaar, stemmen beleid af, maken afspraken over proces en inhoud en bereiden besluitvorming voor. Alle relevante externe veiligheidsdossiers komen hierbij aan de orde. SO zit het DEVO voor en VRR voert het secretariaat. De verdere ontwikkeling van het omgevingsveiligheidsbeleid wordt projectmatig uitgevoerd. SO heeft in deze projecten de trekkersrol, de DCMR levert input en faciliteert. Wet- en regelgeving omgevingsveiligheid Het externe veiligheidsbeleid wordt met de komst van de Omgevingswet ingrijpend gewijzigd. Het ministerie van I&W geeft hieraan uitvoering via het programma Modernisering Omgevingsveiligheid (MOV). Hierbij wordt de huidige risicobenadering verbreed naar de effecten van een incident en het beperken hiervan door bijvoorbeeld het voorschrijven van maatregelen. Het ministerie van I&W ontwikkelt dit omgevingsveiligheidsbeleid met provincies, gemeenten, milieudiensten, veiligheidsregio’s en bedrijfsleven. Voor Rotterdam is het van belang deze ontwikkelingen goed te volgen en waar nodig te beïnvloeden om te voorkomen dat op rijksniveau keuzes gemaakt worden die ongunstig zouden uitpakken voor stad en haven.
In 2024 vindt de implementatie van het programma Modernisering Omgevingsveiligheid plaats. Vanuit de DCMR en in afstemming met Rotterdam wordt ervoor gezorgd dat gemeente, provincie, rijk en de uitvoeringspartners gezamenlijk de implementatie verwezenlijken. Ingezet wordt op Rotterdamse inbreng van praktijk casussen bij I&W waarbij beleidsonderdelen in de praktijk beproefd worden. De inzet op deze post wordt afgestemd in het DEVO en vervolgens voorgelegd aan de opdrachtgever. Het is de verwachting dat de berekeningen van de te wijzigen aandachtsgebieden nog niet zijn afgerond bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. De werkzaamheden die hier uit volgen blijven daardoor ook doorlopen, zoals het ontwikkelen van een beoordelingskader en afstemming tussen Rotterdam, gemeenten en Provincie Zuid-Holland. Door de komst van de Omgevingswet wordt de samenwerking tussen GGD, DCMR en de VRR anders, dit moet nog verder worden afgestemd in 2024. Integraal samenwerken en gezondheidsbescherming zijn nieuwe onderwerpen onder de Omgevingswet welke meegenomen moeten worden bij de beoordeling van plannen. Vanaf 2024 vraagt de advisering omgevingsveiligheid als voorbereiding voor de omgevingsplannen (uiterlijk 2032) inzet. Dat geldt in de tussentijd ook voor de verschillende losse bestemmingsplannen.
Daarnaast zullen bij inwerkingtreding van de Omgevingswet in de eerste periode nieuwe vraagstukken aan het licht komen die niet zijn voorzien in de voorbereidingen op de Omgevingswet.
WİDCMR Rijnmond
Werkplan 2024 I 38
3.5.14
Cluster Internationaal(1.14)
D25 Internationale betrekkingen: FONOMOC en Eurocities I Working group Air Quality (1.14a) FONOMOC De expert groep FONOMOC is onderdeel van de Working Group Noise van Eurocities. Voor FONOMOC wordt het voorzitterschap en secretariaat uitgevoerd. Het doel van deze groep is het uitwisselen van kennis en ervaring op het gebied van geluidmonitoring in steden, het bevorderen ervan en het toepassen van open standaarden voor monitoring. Er wordt op aangestuurd dat alle systemen een gelijk format gebruiken zodat de apparatuur universeel inzetbaar is en dat er geen afhankelijkheid ontstaat van één leverancier. Omdat de monitoringsresultaten belangrijk zijn voor beleidsmakers wordt we het verder uitbouwen van geluidmonitoring gestimuleerd, zowel kwantitatief als kwalitatief. DCMR levert inhoudelijke inbreng voor het uitvoeren van een peer review op een stedelijk monitoringsysteem om zo de kwaliteit te verhogen. De resultaten worden ook gedeeld met de Working Group Noise. Eurocities f Working group Air Quality Onder dit product vallen de werkzaamheden die samenhangen met het lidmaatschap van de Working Group Air Quality van Eurocities. In de werkgroep wordt er gekeken naar het behalen van de advieswaarden uit het WHO rapport. De vertaling van dit WHO advies in nieuwe luchtkwaliteitswetgeving wordt ook in 2024 besproken.
De voorbereiding van de nieuwe wetgeving wordt beïnvloed door te reageren op de green en white papers en op de stukken die meegenomen worden in het lobby circuit. Er worden ervaring uitgewisseld over LE-zones en andere maatregelen en samengewerkt met de working group Verkeer en klimaat. Een ander onderwerp voor 2024 is de inrichting van de supersites voor luchtkwaliteit.
3.5.15
Cluster Monitoring en databeheer (1.15)
A01 Advies milieuaspecten: Omnibusenquête (1.15a) Via de jaarlijks gehouden Omnibusenquête worden Rotterdammers regelmatig geconsulteerd over allerlei onderwerpen die relevant zijn voor onderdelen van de gemeente Rotterdam. Het onderdeel milieu (en gezondheid) en duurzaamheid wordt elke twee jaar opgenomen. DCMR faciliteert de gezamenlijke vrageninbreng vanuit Team Milieu, SO en GGD. De uitkomsten van de enquête zijn een belangrijke bron van informatie voor het opstellen van gemeentelijk beleid. De enquête zelf wordt uitgevoerd door de gemeentelijke serviceorganisatie Onderzoek en Business Intelligence (OBI). OBI draagt ook zorg voor de analyse van de gegeven antwoorden en stelt hierover een rapportage op. De DCMR bereidt de communicatie over de uitkomsten naar de wethouder voor. De enquête wordt gefinancierd vanuit de gemeente. In 2024 wordt het onderdeel milieu en duurzaamheid van de Omnibus enquête weer uitgezet. Voorbereiding hiervan heeft plaatsgevonden in 2023. A02 Advies milieuaspecten: Regionale Omgevingsinformatie (ROI) (1.15b) Onder de noemer ROI (Regionale Omgevingsinformatie) ontwikkelt DCMR informatieproducten ter ondersteuning van verschillende processen, op basis van gevalideerde en geborgde data. Sinds 2022 wordt daarbij een agile werkwijze gehanteerd, in een multidisciplinair team (MDT).
Voordeel van deze manier van werken is dat alle dienstonderdelen die nodig zijn om een product te maken gebundeld zijn in één team. Door de gebruikers vooraan in het ontwikkelproces te betrekken worden op maat gemaakte en gebruikersvriendelijke tools en oplossingen (informatieproducten) gebouwd. ROI wordt uitgevoerd onder begeleiding van een klankbordgroep, waarin provincie, gemeente Rotterdam en een tweetal regiogemeenten (BAR en Schiedam) zitting hebben Onder ROI valt ook het nakomen en uitbreiden van de afspraken ten aanzien van gegevensuitwisseling die onder de vlag van het Programma Milieu-Informatiemanagement (MiM) gemaakt zijn met het Havenbedrijf. MiM was het samenwerkingsprogramma van HbR, PZH, Rdam en DCMR, waarin DCMR tussen 2013 en 2020 samen met HbR tools (informatieproducten) ontwikkelde om de milieuruimte in de haven op een effectieve en efficiënte manier te beheren. MiM is eind 2020 als programma afgerond; de resterende werkzaamheden, zoals het beheer van de ontwikkelde tools
WİDCMR Rijnmond
Werkplan 2024 I 39
zijn ondergebracht in ROI. Afspraken over gegevensuitwisseling tussen HbR en DCMR zijn vastgelegd in een gegevensleveringsovereenkomst (GLO). Uitvoering van deze GLO vergt circa 400 uur per jaar, dit wordt gefinancierd door PZH en Rotterdam. Uitvoering bevoegd gezag taken m.e.r.: MEP projecten (1.15c) In het kader van de evaluatieplicht uit de Wet milieubeheer voert DCMR voor diverse m.e.r.-plichtige projecten Monitoring- en Evaluatieprogramma’s (MEP’s) uit. In 2022 is het MEP Haven bestuurlijk vastgesteld. Hierin is vastgelegd dat er jaarlijks een datarapportage en eens in de vijf jaar een evaluatierapport wordt opgesteld. Voor 2024 is, naast de datarapportage over 2023, de 1e evaluatie van het MEP Haven voorzien. Dit wordt de eerste evaluatie over het geïntegreerde MEP. In 2023 heeft DCMR verder gewerkt aan een Monitoring- en Evaluatieprogramma voor Feyenoord City (MEP FC). MEP FC wordt een MEP Nieuwe Stijl, in de geest van de Omgevingswet, waarbij het MEP niet alleen kijkt naar de effecten die in het MER voorspeld zijn (zoals MEP Haven doet), maar ook onderzoekt of de doelen van het plan gerealiseerd worden. Het MEP FC heeft vertraging opgelopen doordat de Raad van State het bestemmingsplan FC heeft vernietigd. In overleg met de projectleider FC worden in 2024 onderdelen van het oorspronkelijke MEP verder uitgewerkt en wordt een i-report gebouwd.
Tot slot is in 2023 het MEP Merwe-Vierhavens (MEP M4H) vastgesteld. Verdere uitwerking (protocolbladen) en uitvoering van het MEP (start dataverzameling, nulmeting) vindt plaats in 2024. Voor het onderdeel ‘geluid’ wordt binnen Rotterdam nog gezocht naar middelen. Met de start van de Omgevingswet per 1-1-2024 verandert de wettelijke evaluatieplicht uit de Wm in een monitoringplicht onder de Omgevingswet. Zowel MEP FC als MEP M4H sorteren daar al op voor. Het MEP Nieuwe Stijl wordt naar verwachting de nieuwe standaard (effectmeting plus doelbereik) voor degelijke trajecten. De DCMR heeft in 2023 in opdracht van de provincie Zuid-Holland een handreiking selectieve MER-evaluatie opgesteld. Daarin is vastgelegd voor welk type plannen en projecten een MEP zinvol is. Naar verwachting leidt toepassing van de handreiking tot een uitbreiding van het aantal monitoring- en evaluatietrajecten. Daarvoor is 500 uur extra opgenomen in het werkplan 2024. D11 Informatie-ontsluiting: Databeheer: GIS/geo-informatie en geo-visualisaties (1.15d) De kosten voor databeheer worden verdeeld over de participanten. Databeheer algemeen Databeheer in de strikte zin van het woord betreft het daadwerkelijk uitvoeren van het gegevensbeheer (zoals aanschaffen, beschrijven, opslaan, actualiseren, publiceren, archiveren en verwijderen) ten dienste van de primaire processen bij de DCMR.
DCMR heeft het databeheer geprofessionaliseerd in zogenoemde dataregisters. Het Dataloket vervult een belangrijke schakel tussen de registerbeheerders en de rest van de organisatie. Functie van het Loket is het stroomlijnen van de gegevensvragen die zowel van buiten komen als de vragen die binnen de organisatie leven. GIS/geo-informatie en geo-visualisaties In het dagelijks werk van DCMR wordt de inzet van geo-visualisaties en geo-toepassingen steeds belangrijker. De Omgevingswet eist veel meer toepassing van geo-informatie. Bovendien stelt het schaarser worden van de milieu- en fysieke ruimte in combinatie met een forse woningbouwopgave in de regio, hoge eisen aan de ruimtelijke informatievoorziening van DCMR. Onder de Omgevingswet vragen participatie en transparantie om een level playing field met betrekking tot (geo-)informatie. Mede in het licht van deze ontwikkelingen heeft DCMR de ambitie uitgesproken om een datagedreven organisatie te worden. Deze ambitie is onderschreven door het Algemeen Bestuur. Door data te voorzien van geo-referenties (coördinaten) wordt het mogelijk geo-analyses uit te voeren. Geo-informatie en kaarten worden behalve in het primaire proces ook weer gebruikt in diverse rapporten, notities, analyses en in overlegsituaties zoals bestuurlijke overleggen en participatietrajecten.
Daarnaast worden geo-visualisaties gebruikt om informatie over te brengen (en probleemstellingen helder te krijgen).
WİDCMR Rijnmond
Werkplan 2024 I 40
DCMR deelt data via webservices met participanten en met andere partijen. Met de ingerichte webservices worden geo-viewers ingericht. Deze geo-viewers zijn webbased applicaties waarmee kaartlagen online kunnen worden bekeken. Geo-viewers worden onder andere ingericht om het werk van DCMR-medewerkers te faciliteren bij bijvoorbeeld advisering van participanten aangaande VTHprocessen, RO-ontwikkelingen of MER-procedures, maar ook voor participanten zelf. Tevens worden geo-viewers ingericht en beheerd voor het informeren van burgers. Deze geo-viewers zijn benaderbaar via de website van de DCMR. Datakwaliteit Onder de noemer Databeheer wordt ook een bijdrage geleverd aan de verbetering van de datakwaliteit van de door DCMR gebruikte data. Beheer milieudeel Regionale Verkeers- en Milieukaart De Regionale Verkeers- en Milieukaart (RVMK) bestaat uit een verkeersdeel en een milieudeel, en voorziet in goede, regionaal afgestemde gegevens over verkeers- en milieueffecten. Jaarlijks wordt medio maart door de MRDH een verkeersdataset geleverd ten behoeve van milieumodellering. Deze dataset wordt door de DCMR verwerkt in de RVMK. Voor zowel lucht als geluidsmodellering geldt dat deze jaarlijks geüpdatete dataset gebruikt moet worden. De RVMK is zodanig opgebouwd, dat het alle wegkenmerken bevat die voor lucht- en geluidsmodellering noodzakelijk zijn.
DCMR beheert de RVMK in opdracht van de gemeente Rotterdam en de regiogemeenten. Deze datasets zijn opvraagbaar via https://www.dcmr.nl/verkeersgegevens-rvmk. In 2023 heeft de MRDH een nieuw verkeersmodel vMRDH 3.0 opgeleverd en deze is verwerkt in een nieuwe RVMK-netwerk. In 2024 dient dit RVMK-netwerk als basis voor de verwerking van geactualiseerde verkeersdata voor 2023, 2025, 2030 en 2040. Voor de RVMK wordt gebruik gemaakt van 2030 en 2040 verkeersdata. De overige jaren worden toegepast voor CIMLK. Het in 2024 opgeleverde verkeersmodel zal deels afwijken van het in 2023 opgeleverde verkeersmodel. Zoals gebruikelijk worden deze actualisaties vervolgens ook doorgevoerd in het RVMK-netwerk. Bij de verwerking van verkeersdata worden voor gemeentelijke en waterschapswegen de verkeersintensiteiten per rijrichting vastgelegd. Op basis van de BGT (Basisregistratie Grootschalige Topografie) worden rijlijnen geografisch gecorrigeerd, zodat verkeerstromen geplaatst worden op de locatie waar ze daadwerkelijk plaatsvinden. Bij de verwerking van data van provinciale wegen en rijkswegen wordt gebruik gemaakt van verkeersdata, die geleverd wordt door Rijkswaterstaat en de provincie Zuid-Holland binnen het CIMLK-traject. De totale verkeersaantallen die beschikbaar zijn vanuit CIMLK komen overeen met de verkeersaantallen zoals opgenomen in de RVMK.
Gemeenten leveren milieukenmerken (stagnatie, verhardingstype etc.) aan en deze worden verwerkt in het milieudeel van de RVMK. Daarbij wordt o.a. de aanwezigheid van gemiddelde snelheid, stagnaties, hoogteligging en stil asfalt vastgelegd. De RVMK dient als basisbestand voor een verdere verwerking in milieumodellen, zoals GeoNoise (geluid) en NSL (lucht). Met een RVMK-databestand kan niet direct gerekend worden. Zeker bij CIMLK is verdere verwerking van verkeers- en milieudata noodzakelijk om geschikte databestanden te creëren. Benodigde informatie over rekenpunten, maatregelengebieden, tunnelmonden, etc. wordt niet binnen het RVMK-project verzameld.
3.5.16
Cluster Relatiebeheer (1.16)
D14 Relatiebeheer: Accountbeheer Rotterdam (1.16a) In het kader van dit product worden onder andere de volgende werkzaamheden verricht: ^ Werkzaamheden en projectleiding ten behoeve van de werkplannen en voortgangsrapportages; ^ Werkzaamheden ten behoeve van het Participantenoverleg gemeenten; ^ Bestuurlijke advisering; • Procesbeheer, waaronder het RO-loket. D12 Voorlichting: Communicatie over de werkzaamheden van de DCMR (1.16b) Breed communiceren over het werk van DCMR; werken aan een schone, gezonde en veilige leefomgeving. Dit betreft vooral de volgende werkzaamheden:
WİDCMR Rijnmond
Werkplan 2024 I 41
^ ^ ^
^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^
Nieuws- en informatievoorziening en storytelling, voornamelijk via website en social media (incl. openbaarmaking over CIN-meldingen, handhavingsacties, bedrijvendossiers e.a.); Genereren media-aandacht voor relevante thema’s en issues; Ontwikkelen en uitvoeren communicatiebeleid DCMR, realiseren communicatieproducten zoals nieuwsberichten, publieksjaarverslag, infographics, video’s, animaties, factsheets, brochures, presentaties; Organiseren en uitvoeren communicatiepiket bij overlast en incidenten; Beantwoorden (pers)vragen over DCMR en over milieu incidenten die plaatsvinden in het gebied; Communicatieondersteuning bij beleidsprojecten en -programma’s; Communicatieondersteuning bij complexe bedrijfsdossiers; Voorbereiden van presentaties en mediaoptredens door de directie van de DCMR; Eindredactie en vormgeving van plannen, verslagen, rapportages en notities; Monitoren van media, social media om issues tijdig te signaleren; Contacten met stakeholders, netwerken voor crisis -en risicocommunicatie.
3.5.17
Cluster Projectbijdragen (1.17)
De bijdragen voor de projecten zijn als gevolg van de tariefstijging verhoogd met 5,207o ten opzichte van 2023 met uitzondering van de projecten I-kwadraat en luchtmeetnet. Aan de in deze paragraaf genoemde producten wordt door meerdere participanten en/of organisaties een bijdrage geleverd. Zie bijlage 7. WE-nose netwerk (1.17a) De meldkamer van de DCMR monitort het We-nose netwerk, waarbij verhoogde meetwaarden worden geregistreerd, geanalyseerd en in bepaalde gevallen onderzocht. Samen met andere stakeholders (leverancier e-Noses en bedrijven) wordt gewerkt aan het doorontwikkelen van het netwerk tot een Early warning systeem. Een e-nose is het feítelijke apparaat oftewel de ‘digitale neus’. We-nose staat voor het gezamenlijke project van HbR, bedrijfsleven, diensten, PZH en gemeenten om een netwerk van e-noses in Rijnmonds gebied in stand te houden ter vermindering van geuroverlast. Rotterdam en PZH betalen beide een bijdrage aan monitoring van het We-nose netwerk, zie hiervoor bijlage 6. De gemeente Rotterdam en PZH kennen het verbod op varend ontgassen. De provincie heeft dit in de Omgevingsverordening Zuid Holland (voorheen de PMV) opgenomen en betaalt daarvoor apart een bijdrage aan de meldkamer.
Met behulp van de ontgassingstool worden ontgassende schepen gesignaleerd en de gegevens die worden verzameld door middel van deze tool worden samen met andere (toezichthoudende) instanties (ILenT en het Havenbedrijf) gebruikt ter ondersteuning van toezicht en handhaving en de invoering van het Ontgassingsverbod. Het landelijke ontgassingsverbod zou in 2021 van kracht worden, maar dit is uitgesteld tot waarschijnlijk in 2024. De werkzaamheden van de DCMR voor het We-nose netwerk blijven hetzelfde zolang dit verbod nog niet van kracht is. Tot aan de inwerkingtreding van het landelijke verbod, is het verbod geregeld in de Omgevingsverordening Zuid Holland en ligt de toezichttaak bij de DCMR. Als het landelijke verbod er is, kan ook RWS toezicht gaan houden. Er zullen dan nieuwe afspraken moeten worden gemaakt met RWS over de financiering van de E-noses en de toezichttaak van de DCMR. Samenwerkingsknooppunt Rijnmond (SKP) (1.17b) Het samenwerkingsknooppunt Rijnmond (SKP) verricht werkzaamheden die erop gericht zijn een efficiënte en effectieve handhaving binnen de regio te bevorderen en de DCMR met externe ketens en handhavingspartners te verbinden. De SKP-bijdrage wordt ingezet om de Intelligence-taak uit te voeren. Kerntaak van Intelligence is het leveren van operationele informatie vanuit externe netwerken aan de afdeling Toezicht en Handhaving.
De intelligence-officer heeft hiermee een belangrijke rol in de informatie gestuurde aanpak die de DCMR voorstaat. De Intelligence-taak omvat onder meer:
WİDCMR Rijnmond
Werkplan 2024 I 42
^
^
Het onderhouden van een breed extern netwerk met inspectiepartners en ervoor zorgen dat daaruit signalen worden ontvangen ten behoeve van het DCMR-toezicht en/of dat een gezamenlijke aanpak tussen inspectiepartners wordt ingezet/bevorderd; Informatie gestuurde aanpak van het toezicht bij de afdeling Inspectie en Handhaving.
De bijdragen van de deelnemers aan het SKP zijn in overeenstemming met een vastgestelde verdeelsleutel. In bijlage 7 is aangegeven welke bijdrage de participanten hieraan leveren. Monitoring en Omgevingsinformatie (MOI) (1.17c) MOI is een project van alle participanten samen, waarin kwalitatief hoogwaardige data van binnen en buiten DCMR verzameld en bewerkt worden tot informatie in de vorm van beleidsindicatoren en kaarten. De indicatoren geven per gemeente informatie over de kwaliteit van de leefomgeving (in de vorm van kaarten) en de ontwikkelingen in de tijd daarin (in de vorm van grafieken). Ook is informatie opgenomen over de bronnen van milieubelasting en van activiteiten van overheden en stakeholders om zowel bronnen als kwaliteit te beïnvloeden. Informatie uit MOI wordt gepubliceerd op www.staatvanrijnmond.nl (interactieve website) en is van grote waarde bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De informatie is geordend in dashboards per Omgevingswetthema (gezondheid, bereikbaarheid, circulair etc.), en er is een uitgebreide databank met aanvullende informatie. De informatie kan naar eigen inzicht worden weergegeven en de site bevat diverse benchmark- en download-mogelijkheden. Ook de wijze waarop kaart-informatie getoond wordt is sterk verbeterd, door de inzet van nieuwe geo-software.
In 2024 vindt actualisatie van de gepresenteerde informatie plaats, en wordt gewerkt aan het verder vullen van de door de toevoeging van nieuwe thema’s ontstane lacunes in indicatoren. Ook zal in 2024 weer ruim aandacht aan de communicatie richting deelnemers besteed worden. Het project MOI wordt gefinancierd door de provincie Zuid-Holland, de gemeente Rotterdam, de regiogemeenten en het Havenbedrijf. Deze organisaties sturen het project aan via de Stuurgroep Staat van Rijnmond. De inhoud van Staat van Rijnmond wordt bepaald in zogenoemde themawerkgroepen, waarin experts van de verschillende deelnemende organisaties zitten. Gemeentelijke crisisbeheersing (1.17d) De Wet op de veiligheidsregio’s is bij (multidisciplinaire) voorbereiding op ramp- en crisissituaties een belangrijke pijler. De wet stelt (kwaliteits-)eisen aan de organisatie en de deelnemers in een veiligheidsregio. Onder regie van de VRR ontwikkelen de partners in de VRR crisisscenario’s en crisisbeheersingsplannen. Veel aandacht gaat uit naar opleiden, trainen en oefenen. De DCMR werkzaamheden hierbij zijn het inbrengen van kennis en vertegenwoordiging in de VRR, deelname aan oefeningen en in stand houden van de crisisorganisatie binnen de DCMR. Beheer I-Kwadraat (1.17e) Het college is bij bedrijventerreinen met een geluidzone of een geluidafspraak verantwoordelijk voor het bewaken van de grenswaarden voor geluid.
De DCMR voert namens het college het beheer uit over de geluidzone en (deels) beleidsafspraak. Voor dit beheer gebruikt de DCMR het Informatiesysteem Industrielawaai (I-kwadraat, I2). Het maakt het mogelijk om gegevens bij te houden over de beschikbare geluidruimte, het deel daarvan wat al is uitgegeven en het deel daarvan wat nog beschikbaar is voor nieuwe inrichtingen of uitbreiding van bestaande inrichtingen. Verschillende projecten maken gebruik van I-kwadraat, zoals facetbestemmingsplannen en de Geluidkaarten (Europees). Alle participanten die een terrein in beheer hebben op basis van I-kwadraat leveren een bijdrage aan het in stand houden van dat systeem. In 2023 is de software van I-kwadraat aangepast op de Omgevingswet zodat er gerekend kan worden met geluidproductieplafonds op het moment dat gemeenten hun Omgevingsplannen hebben vastgesteld. RANOMOS (1.17f) Het beheer van het systeem RANOMOS+ is een gezamenlijk initiatief van de gemeente Rotterdam, provincie Zuid-Holland (PZH), Rotterdam The Hague Airport (RTHA) en de DCMR. Als uitvloeisel daarvan is bij de DCMR de Beheerorganisatie (BO) RANOMOS ondergebracht. Het systeem RANOMOS+ is in staat feitelijke vliegtuigbewegingen, geluidsproductie en meldingen (klachten) aan elkaar te relateren. Met behulp van dit systeem kan de backoffice klachtenbehandeling
WİDCMR Rijnmond
Werkplan 2024 I 43
nadere analyses uitvoeren over de meldingen die bij de DCMR zijn binnengekomen. De kosten voor het uitvoeren van beheer, onderhoud en exploitatie van RANOMOS+ worden gedeeld door de gezamenlijke financierende partijen (te weten gemeente Rotterdam, provincie Zuid-Holland en Rotterdam The Hague Airport), ieder voor 1/3 deel. Besluitvorming op bestuurlijk niveau vindt plaats in het presidium RANOMOS. De DCMR maakt, als adviseur, onderdeel uit van het presidium. De besluitvorming wordt ambtelijk voorbereid door vertegenwoordigers van de deelnemende partijen. In 2019 is de overeenkomst verlengd voor een nieuwe periode van 10 jaar. De RANOMOS-applicatie is in 2023 verder uitgebreid en aangepast zodat het proces voor het indienen van meldingen gebruikersvriendelijker is geworden en er meer mogelijkheden zijn om omwonenden van de luchthaven actief te informeren. In 2024 worden verdere aanpassingen en verbeteringen uitgevoerd, met als doel zo veel mogelijk tegemoet te komen aan de wensen van gebruikers. Luchtmeetnet (1.17g) Zie hiervoor 1.11c.
3.5.18
Cluster Materiele kosten (1.18)
Advertentiekosten De DCMR behandelt voor de gemeente Rotterdam vergunningaanvragen in het kader van de Omgevingswet. De gemeente plaatst de betreffende bekendmakingen met betrekking tot deze procedures op de Rotterdamse website. Mogelijk komt het nog sporadisch voor dat ook in de huis-aan huis bladen van omliggende gemeenten gepubliceerd moet worden. Daarom is een klein budget hiervoor gereserveerd, zodat deze kosten via het materiele kostenbudget kunnen worden gefinancierd. Uitvoeringsprogramma bedrijfsgerichte taken (UBT) Het onder andere laten uitvoeren van doelgroepenanalyses en het laten maken van communicatiemateriaal. Monstername indirecte lozingen Dit betreft de kosten voor het nemen van afvalwatermonsters bij indirecte lozingen. Abonnementskosten Gisweb Voor het gebruik van Gisweb worden abonnementskosten in rekening gebracht. Deze abonnementskosten zijn onder te verdelen in kosten voor de aansluiting op Gisweb, kosten voor het gebruik van Gisweb per aangemelde medewerker en kosten voor het gebruik van verschillende kaartlagen in Gisweb.Gisweb wordt gebruikt bij de advisering op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling. De Circulaire Materialenbank De Circulaire Materialenbank Rotterdam (voormalige Grondbank) ondersteunt de DCMR bij de uitvoering van het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit. Hiervoor wordt elk jaar een separate offerte opgesteld.
De werkzaamheden omvatten: ^ Het geven van beleidsadviezen over de regelgeving en grondstromen zowel binnen als buiten Rotterdam. Binnen Rotterdam betreft het met name het adviseren van interne afdelingen van de gemeente Rotterdam over relevante wet- en regelgeving als ook nieuwe ontwikkelingen, inzichten en beleid. Buiten Rotterdam betreft het met name advieswerkzaamheden waarbij gestreefd wordt naar een eenduidig, uitvoerbaar en handhaafbaar beleid, zowel regionaal als landelijk. ^ Het plannen, beheren en registreren van materiaalstromen die uit Rotterdam afkomstig zijn en worden toegepast en hierover rapporteren, waarbij de diverse materiaalstromen worden onderscheiden. ^ Het onderhouden van de interactieve bodemkwaliteitskaart. Deze kaart maakt het mogelijk om snel de mogelijkheden van grondverzet te zien tussen Maassluis, Nissewaard, Rotterdam, Schiedam en Vlaardingen. Ook de gemeenten Goeree-Overflakkee en Lansingerland worden hieraan binnenkort toegevoegd. Hierdoor wordt de uitwisseling van grond en baggerspecie tussen de verschillende gemeenten bevorderd.
WİDCMR Rijnmond
Werkplan 2024 I 44
^
Het namens Rotterdam en de DCMR deelnemen aan diverse overlegorganen en delen van kennis van het kennisplatform. Signalen binnen deze overleggen leveren input voor mogelijk nieuwe (beleidsmatige) aanpassingen en prioritering hiervan.
De bijdrage voor deze ondersteuning wordt betaald uit het materiële kosten budget. Verificatieonderzoeken Verificatieonderzoeken worden ingezet om de uitvoering van bodemsaneringen te controleren. Met een dergelijke onderzoek worden de putwanden en putbodem na een ontgraving bemonsterd om te controleren of het saneringsresultaat is behaald. Dit gebeurt als daar aanleiding toe is en is tot op heden slechts zeer sporadisch voorgekomen. De kosten worden uit het materiële kosten budget betaald. Inventarisatie ZZS bodem en grondwater Zie 3.5.10. Cluster Bodem, post 1.10b Adviezen van de Commissie voor de milieueffectrapportage (materiële kosten) De kosten van alle (vrijwillige en wettelijk verplichte) adviezen van de Commissie m.e.r. in m.e.r.procedures (planMER en besluitMER) moeten op grond van een wettelijke bepaling door het bevoegd gezag worden betaald. De gehanteerde tarieven worden jaarlijks vastgesteld en zijn afhankelijk van de omvang van een project/plan. De kosten voor een gemiddeld advies van de Commissie m.e.r. zijn ongeveer 21.000 euro. Het aantal te vragen adviezen is grotendeels afhankelijk van externe ontwikkelingen en is daardoor moeilijk in te schatten. Voor 2024 is in het materiële budget een reservering van C 60.000 opgenomen. Beheer geluidmonitoringssysteem Op 6 juli 2016 is de Overeenkomst Geluidmonitoringssysteem Stadhuisplein Rotterdam en omgeving getekend.
De overeenkomst was 3 jaar geldig. Per 1 juli 2019 is de overeenkomst formeel geëindigd. In de overeenkomst waren afspraken gemaakt met de DCMR en de ondernemers over de verdeling van de kosten en het beheer en onderhoud van het monitoringssysteem. De jaarlijkse kosten hebben betrekking op onderhouds- en abonnementskosten en bestaan onder andere uit de kosten voor dataopslag, webtoegang, onderhoud en servicebezoeken, elektriciteitskosten voor de meetstations op de woonflats en het internetabonnement dat één van de horeca gelegenheden afgesloten heeft voor het verbinden van het systeem. De totale kosten bedroegen circa C 9.000 per jaar. In de overeenkomst was afgesproken dat van de jaarlijkse kosten 500Zo ten laste van het werkplan Rotterdam komt en de overige 5007o verdeeld wordt over de deelnemende horecabedrijven. Door de realisatie in 2018 van studentenwoningen op korte afstand van de horeca-inrichtingen is de geluidsituatie nog ingewikkelder geworden. Hierdoor is ook een conflict ontstaan tussen de gemeente en de horeca-ondernemers. Gemeente Rotterdam is in overleg met de horeca ondernemers/eigenaars horeca panden en de eigenaar van de studentenwoningen om tot een oplossing te komen. Hierbij ligt er een voorstel voor geluidisolerende maatregelen bij horeca en studentenwoningen gecombineerd met een nieuw/vernieuwd geluidmonitoringssysteem.
De DCMR is op verzoek van de gemeente bezig met een procedure voor het opleggen van maatwerkvoorschriften voor de horeca aan zowel het Stadhuisplein als de Kruiskade. Hierbij wordt een verplichting opgenomen om aangesloten te zijn bij het geluidmonitoringssysteem. Er zullen nieuwe afspraken gemaakt gaan worden over het geluidmonitoringssysteem. In een dergelijke overeenkomst worden nieuwe afspraken vastgelegd over de financiering, de aanschaf, het onderhoud en kalibratie van het monitoringssysteem. Tot die tijd wordt het huidige geluidmonitoringssysteem in stand gehouden, waarbij de kosten voor de jaarlijkse onderhouds- en abonnementskosten tijdelijk volledig worden betaald via het werkplan. Daarom is ook voor 2024 een reservering gemaakt in het materiele kostenbudget ter grootte van C 10.000. In dit bedrag zijn geen kosten opgenomen voor vervanging van apparatuur. De apparatuur is inmiddels zodanig oud dat defecten niet meer onder garantie gerepareerd kunnen worden. Eventuele kosten zullen gefinancierd moeten worden uit de stelpost onvoorzien.
WİDCMR Rijnmond
Werkplan 2024 I 45
Afhandeling meldingen RTHA De gemeente Rotterdam heeft zitting in de Bestuurlijke Regiegroep RTHA (BRR). In opdracht van de BRR is bij de DCMR de backoffice behandeling meldingen ten gevolge van vliegtuigbewegingen ondergebracht. Het besluit hiertoe is genomen op 26 oktober 2015 en betreft een doorlopende opdracht. Deze bijdrage wordt gebruikt voor het behandelen van meldingen door vliegverkeer. De meeste meldingen worden ontvangen over vliegtuigbewegingen van en naar Rotterdam The Hague Airport. Ook de participanten PZH, Schiedam en Lansingerland betalen hier aan mee, evenals de luchthaven. De meeste meldingen komen van de inwoners van genoemde participanten. Maar er komen ook steeds meer meldingen en vragen van inwoners van andere participanten, uit vrijwel de gehele regio Rijnmond en ook van daar buiten. Overige posten Voor de materiele kosten voor het Rotterdams milieucentrum wordt verwezen naar 3.5.9 cluster Beleidsadvisering post 1.9j. Stelpost onvoorzien De stelpost onvoorzien wordt in beginsel gebruikt voor de overige ‘materiële kosten’. Bijvoorbeeld voor het financieren van dienstreizen of ten behoeve van inhuur van benodigde expertise. Ook onvoorziene kosten vallen hieronder. Het budget van de stelpost is verhoogd ten opzichte van 2023 vanwege de invoering van de Omgevingswet.
De invoering vraagt in 2024 extra aandacht en mogelijk (zie paragraaf 1.7 Impact Omgevingswet) is meer uren inzet nodig.
WİDCMR Rijnmond
Werkplan 2024 I 46
4.
Aanvullende opdrachten 4.1
Werkplan Nieuwe energie
4.1.1 Inleiding In het Programma van eisen van de opdrachtgever is de DCMR door gemeente Rotterdam gevraagd een offerte in de vorm van een werkplan in te dienen voor de taken die de DCMR uitvoert voor de Afdeling Duurzaamheid van Rotterdam. Er is een budget van C 350.000,- beschikbaar voor deze werkzaamheden. De landelijke doelstelling om 550Zo CO2-reductie te realiseren voor 2030 vraagt om een forse energieén economische transitie van Rotterdam. De DCMR verzorgt de monitoring van de inzet en doelstellingen met betrekking tot de Rotterdamse CO2-uitstoot. Daarnaast voert de DCMR vanuit de VTH-taken het energietoezicht op bedrijven uit en levert het ondersteuning om de benodigde energiebesparingen te bevorderen bij onder andere bedrijventerreinen. 4.1.2 De ambities voor Rotterdam in 2023 De DCMR verzorgt de monitoring van de Rotterdamse collegetarget 2022-2026: De DCMR levert de onderbouwing van de Rotterdamse bijdrage aan de landelijke reductienorm van 550Zo in 2030 en daarvoor wordt voor het stedelijk gebied ingezet op minimaal 250Zo CO2-reductie in 2025, gemeten ten opzichte van 1990. Om de aangescherpte landelijke norm van 550Zo CO2-reductie in 2030 te halen, moet Rotterdam meer maatregelen nemen, met name in het stedelijk gebied.
Rotterdam stuurt op merkbare effecten van het beleid: ^ de doelmatigheid van de huidige programma’s wordt getoetst en van toekomstige maatregelen om CO2 te reduceren. Rotterdam investeert in projecten met de hoogste reductie van uitstoot van schadelijke stoffen per bestede euro en het verminderen van de afhankelijkheid van fossiele bronnen. ^ Rotterdam laat de inzet en doelstellingen monitoren door DCMR, zodat tijdig kan worden bijgestuurd als de dalende trend onvoldoende doorzet om de landelijke norm van -550Zo CO2 reductie te halen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de verantwoordelijkheden van het Rijk, de haven en de stad. 4.1.3
Inzet DCMR
Inzet DCMR tot nu toe DCMR heeft zich in de afgelopen jaren bewezen als: ^ Kenniscentrum voor een aantal belangrijke duurzaamheidsspeerpunten van het Rotterdam waaronder CO2-opslag (CCS), biomassa/biobrandstoffen, energiebesparing bij de industrie, maar vooral ook het MKB en instellingen en tenslotte ook met betrekking tot benutting van restwarmte; ^ Autoriteit voor dataverzameling en monitoring van o.a. CO2-reductie en inzet van hernieuwbare energie in Rotterdam; ^ Expert op gebied van de relatie tussen de diverse energievraagstukken, bijvoorbeeld over vraagstukken van energie in relatie tot ruimtelijke ontwikkeling; ^ Adviseur voor beleidsbeïnvloeding en lobby richting met name het Rijk en de EU. Inzet van de DCMR in 2024 De DCMR geeft via de volgende pijlers input en ondersteuning aan de gemeente Rotterdam: ^ Bedrijven • Monitoring energie en CO2 • Projectmanagement De begroting per pijler is gegeven in Tabel 6. Details over de activiteiten per pijler worden toegelicht in bijlage 2a.
WİDCMR Rijnmond
Werkplan 2024 I 47
Tabel 6: Begroting per pijler Pijler
Begroting
1. Bedrijven (1.1-1.4) 2. Monitoring energie (2.1-2.7) 3. Projectmanagement (3.1)
C C C
138.000 198.000 14.000
Totaal werkplan Nieuwe energie
c
350.000
4.1.4 Afstemming DCMR met gemeente Rotterdam Wanneer DCMR een activiteit opstart, wordt dit afgestemd met de gemeente Rotterdam; Per jaar worden drie voortgangsrapportages geleverd, waarvan de laatste tevens de eindrapportage (jaarverslag) is: o t/m april o t/m augustus o t/m december; ^ Op basis van de voortgangsrapportages bespreekt de DCMR de financiële uitputting en inhoudelijke voortgang (inclusief go/no-go-beslissing voor activiteiten) met de gemeente Rotterdam; ^ Op basis van financiële uitputting of andere redenen kunnen aanvullende en/of gewijzigde afspraken worden gemaakt over de toewijzing van middelen aan de diverse pijlers en specifieke activiteiten; ^ De voortgangsrapportages worden uiterlijk 1 maand na afloop van de betreffende periode naar de gemeente verstuurd. De laatste voortgangsrapportage (jaarverslag), wordt uiterlijk twee maanden na afloop van het jaar naar de gemeente verstuurd. ^ ^
WİDCMR Rijnmond
Werkplan 2024 I 48
4.2 4.2.1
Werkplan Asbest Inleiding
In het Programma van eisen van de opdrachtgever is de DCMR door gemeente Rotterdam gevraagd offerte in de vorm van een werkplan in te dienen voor de uitvoering van de asbesttaken die met ingang van 1 januari 2022 door BWT aan de DCMR zijn overgedragen. Er is een budget van C 732.348,-. beschikbaar voor deze werkzaamheden. Tot het verbod in 1994 is asbest veelvuldig toegepast in woningen en bedrijfsgebouwen. Kleine asbest vezels, die in gebonden toestand onschadelijk zijn, vormen onder andere als gevolg van verwering of bij het ondeskundige verwijderen een gevaar voor de gezondheid. Sinds 1 juli 2017 is in het Besluit omgevingsrecht het basistakenpakket van de omgevingsdiensten opgenomen. Hierin is onder meer bepaald dat het toezicht op asbestverwijdering door omgevingsdiensten moet worden uitgevoerd. Sinds 2022 voert de DCMR deze taak uit voor Rotterdam. Er wordt hard gewerkt aan het opbouwen van een level playing field voor het gehele DCMR gebied. 4.2.2 De ambities voor Rotterdam in 2024 De afgelopen jaren is onderzoek gedaan naar de vitaliteit van de bestaande woningvoorraad in Rotterdam. Uit dit onderzoek blijkt dat een groot deel van de huidige woningvoorraad niet voldoende toekomstbestendig is. Rotterdam wil Rotterdammers steunen bij het toekomstbestendig maken van hun woning.
Buiten het energiezuiniger maken van de huizen is het in kaart brengen van achterstallig onderhoud, zoals het vervangen van loden leidingen en asbest, een onderdeel van het onderzoek naar de ‘vitale woningvoorraad’ van de afdeling Bouw- en Woningtoezicht. In 2023 zijn er, mede in het kader van voorlichten en verbinden, een aantal sessies georganiseerd voor medewerkers van de Gemeente Rotterdam. Tijdens deze sessies zijn de basisbeginselen van asbestherkenning meegegeven en de werkwijze van het asbestteam toegelicht. In 2024 wordt verder gewerkt aan het versterken van de samenwerking tussen BWT en DCMR. Dit met als doel om de verschillende toezichtsrollen van beide diensten te versterken. 4.2.3 Inzet van de DCMR in 2024 Voor 2023 was de prognose van het aantal sloopmeldingen 2.870 stuks. Deze prognose lijkt in lijn te zijn met het werkelijk aantal behandelde meldingen en heeft geen bijstelling nodig voor 2024. In 2023 is het kental, ten opzichte van 2022, bijgesteld van 2 uur per sloopmelding naar 1,5 uur per sloopmelding. Dit bijgestelde kental is in 2023 krap gebleken. De extra benodigde uren gaan ten koste van de uren voor fysiek toezicht. Vooralsnog wordt het kental niet aangepast. Omdat het aantal meldingen een inschatting is die jaarlijks kan schommelen, blijft de afspraak staan om af te rekenen op basis van gerealiseerde uren.
De werkzaamheden in 2024 bestaan uit: ^ Toetsen en afhandelen van de (asbest)meldingen (1000Zo); ^ Het houden van toezicht op de verwijdering van asbest (100Zo van de meldingen); ^ Het houden van administratief toezicht op 1007o van de saneringen om de keten te controleren.
milieudienst
ÖŴDCMR Rijnmond
Werkplan 2024 I 49
De begroting is gegeven in Tabel 7. Details over de activiteiten per onderdeel worden toegelicht in bijlage 2b. Tabel 7: Begroting per onderdeel Onderdeel/taak 1.Toetsen en afhandelen van de (asbest)sloopmelding en het inventarisatierapport (2 uur) 2.Toezicht asbestverwijdering 100Zo (6 uur) 3.Administratief toezicht 1007o (1 uur) 4. Handhaving en calamiteiten Totaal werkplan Asbest
4.2.4 ^ ^
kental
aantal prognose voor 2024
uren 2024
Begroting 2024
1,5
2870
4305
C 499.328
6
287
1722
C 199.731
1
287
287
C 33.289 Nacalculatie C 732.348
6.314
Afstemming DCMR met gemeente Rotterdam
De werkzaamheden zijn afgestemd met de gemeente Rotterdam. Per trimester wordt de voortgang omtrent het aantal meldingen doorgegeven aan de gemeente.
WİDCMR Rijnmond
Werkplan 2024 I 50
4.3
Overige opdrachten
Een aantal werkzaamheden worden buiten het werkplan om gefinancierd. Hieronder een overzicht van de verschillende additionele budgetten. 4.3.1 Bodem De volgende activiteiten ten behoeve van het bodembeheer worden additioneel, buiten het werkplan om, gefinancierd: ^
^
^
Taken die de DCMR uitvoert voor de nazorg van bodemsanerings- en bodembeheerlocaties, waarvoor het bestuur aan het Leidingenbureau en beheer Ondergrond, Cluster Stadsbeheer, jaarlijks budget ter beschikking stelt. Het gaat om periodieke monitoring van restverontreinigingen na sanering en van stortplaatsen waar beheermaatregelen van toepassing zijn. De DCMR adviseert over de programmering en beoordeelt offertes en (monitorings-)rapportages van het Ingenieursbureau. Periodiek wordt de voortgang besproken. Voor de DCMR gaat het jaarlijks om ca. C30.000. Hiervoor wordt elk jaar een nieuwe offerte opgesteld; Taken die de DCMR uitvoert in het kader van de gebiedsgerichte aanpak (GGA) in het Havengebied. Voor de DCMR gaat het in 2024 om ca. C75.000.In december 2018 is de Handreiking GGA Botlek bestuurlijk vastgesteld en is ook het grondwaterstromings- en stoftransportmodel CARROT (Coordinated Approach Remediation ROTterdam) voor bedrijven en hun adviseurs beschikbaar gekomen. In 2021 is door het bestuur besloten de aanpak uit te rollen in het gehele havengebied, uitgezonderd Maasvlakte I en II en de woonkernen Heijplaat, Pernis en Rozenburg.
Ten behoeve van het uitwerken en concretiseren van de gebiedsgerichte aanpak zijn met het ministerie van Infrastructuur en Milieu afspraken gemaakt over een rijksbijdrage en zijn met Rijkswaterstaat afspraken gemaakt over een afwegingskader voor uitstroom van verontreiniging vanuit de landbodem naar het open water. De DCMR levert een grote bijdrage aan de projectgroep GGA. Sinds de bestuurlijke vaststelling van de Handreiking is de DCMR Gebiedscoördinator GGA en faciliteert de DCMR het Bodemloket GGA. Inmiddels hebben al een aantal bedrijven een LokatieBeheerPlan GGA (LBPg) laten vaststellen. Er is veel aandacht voor om meer bedrijven te laten deelnemen aan deze (vrijwillige) aanpak. De werkzaamheden vinden buiten de kaders van het werkplan plaats, op basis van separate rijksfinanciering. Rotterdam heeft hiervoor al 15,65 miljoen euro ontvangen. In totaal staat er bij het ministerie nog een reservering van 14,35 miljoen euro voor de vervolgfasen. Er lopen meerdere projecten, vaak langjarig, die een relatie hebben met klimaatdoelstellingen en inrichting van de buitenruimte. Deze zijn passend binnen de nieuwe visie ‘bodem en water sturend’. Financiering van de projecten verloopt via het restbudget van de post ‘coördinatie bodemsanering’ uit het werkplan (voorschot met specifiek bestedingsdoel).
Het gaat om de volgende projecten: o het effect van klimaatverandering op de grondwatertemperatuur o een vervolgonderzoek op het effect van hoogbouw in het centrumgebied op de draagkracht van de ondergrond o een onderzoek gericht op de bodemkwaliteit en ecologische situatie in een aantal parken o onderzoeken over de bodemkwaliteit bij Wadi’s o het verder digitaliseren en toegankelijke maken van de grondwaterdata o een onderzoek naar het effect van stijgend rivierpeil door zeespiegelstijging
4.3.2 Lucht Vanwege het wegvallen van Rijksgelden is er voor het onderwerp lucht geen additionele financiering beschikbaar in 2024.
^
^
4.3.3 Geluid In vervolg op de projecten ISV3 en ISV-G voert de DCMR, in opdracht van SI/Milieu, voor de gemeente Rotterdam de sanering uit en doet onderzoek in het kader van de reguliere geluidsaneringssubsidie SSV. De geluidssanering betreft wegen waarbij de gemeente Rotterdam de verantwoordelijkheid heeft voor het wegbeheer en woningen die in het verleden zijn gemeld in het kader van de A-, B- of eindmeldingslijst. Verder wordt ondersteuning verleend bij allerhande geluidssaneringsprojecten waarbij bron- overdrachts- en gevelmaatregelen aan de orde zijn; Op verzoek van Directie Veiligheid (afdeling Stadszaken, Team Evenementen) levert DCMR advies met betrekking tot de geluidsaspecten bij evenementenvergunningen. Dit advies bestaat uit het adviseren van geluidsvoorschriften bij evenementenvergunningen, adviseren en monitoren
WİDCMR Rijnmond
Werkplan 2024 I 51
tijdens evenementen en het aanleveren van evaluatiepunten met betrekking tot de evenementen. Deze activiteiten worden gefinancierd uit twee verschillende budgetten: o Voor zover de evenementen plaatsvinden binnen inrichtingen, die vallen onder de milieuwetgeving, worden de advies- en toezichtsuren ten laste van het werkplan gebracht (Bkl en preventief toezicht). Dit betreft meestal evenementen in de buitenruimte van voetbalstadions, beurscomplexen (Ahoy, RDM Onderzeebootloods), horeca-inrichtingen, etc. o Voor zover de evenementen in de openbare ruimte plaatsvinden worden de advies- en toezichturen door middel van een externe opdracht gefinancierd door Directie Veiligheid. Dit betreft vooral evenementen in parken, op pleinen en op de openbare weg. Korte beschrijving werkzaamheden
Resultaten/ mijlpalen
Advisering, toezicht en monitoring en evaluatie van geluidsaspecten bij evenementen in (de buitenruimte van) milieuinrichtingen
Advies voor circa 10 A-, 3 A+ en 12 Adviseur voor Directie B-evenementen; toezicht en Veiligheid, Team monitoring bij circa 1 A-, 1 A+- en 10 Evenementen, financiering B-evenementen; evaluatie bij circa 3 vanuit WP Rotterdam A-, 3 A+- en 12 B-evenementen
Advisering, toezicht en monitoring en evaluatie van geluidsaspecten bij evenementen in de openbare ruimte (parken, pleinen of openbare weg)
Advies voor circa 20 A-, 12 A+-, 36 B- en 2 C-evenementen; toezicht en monitoring bij circa 1 A-, 8 A+-, 33 B en 2 C-evenementen; evaluatie bij circa 5 A-, 8 A+-, 33 B- en 2 Cevenementen
Rol DCMR en betrokken partners
Adviseur voor Directie Veiligheid, Team Evenementen, financiering via externe opdracht door Directie Veiligheid
4.3.4 Chemisch advies De taak chemisch advies (advisering bij incidenten met gevaarlijke stoffen) is per 1 januari 2018 overgenomen door de VRR. De DCMR voert de taak nog wel gedeeltelijk uit onder verantwoordelijkheid en op kosten van de VRR. De afspraken hierover tussen de DCMR en de VRR zijn vastgelegd in een Dienstverleningsovereenkomst (DVO). Binnen de gemeente Rotterdam zijn de verantwoordelijkheden voor deze taak per 1 januari 2018 overgegaan van de directie SO naar de directie Veiligheid en vastgelegd in een aanvullende DVO tussen de directie Veiligheid en de VRR.
WİDCMR Rijnmond
Werkplan 2024 I 52
Bijlagen Bijlage 1
Overzichtstabel DCMR werkzaamheden Rotterdam
WT = wettelijke taak Nr.
Cluster
Nr. PDC
(Sub)product PDC
Korte beschrijving werkzaamheden
Resultaten Z mijlpalen
Rol DCMR en betrokken partners
Prognose uren
Prognose middelen Euro's
Programma Milieubeheer 1.1a WT
Reguleren
OA03
Vooroverleg
1.1b WT
Reguleren
OA06
Advies Omgevingstafel
1.1c WT
Reguleren
OR01
Omgevings vergunning MBA
Advisering van de initiatiefnemer van een activiteit voorafgaand aan de indiening van de formele aanvraag voor een vergunning of ontheffing. Wettelijk kader: Omgevingswet, Omgevingsbesluit, Bbl, Bal, Awb e.a.
DCMR uitvoerder, Bureau Omgevings vergunning afnemer
990
f 127.868
DCMR uitvoerder, Bureau Omgevings vergunning afnemer
500
f 64.580
Advisering van de initiatiefnemer van een activiteit voorafgaand aan de indiening van de formele aanvraag voor een vergunning of ontheffing.
DCMR uitvoerder, Team Bibob, Bureau Omgevings vergunning afnemer
14.664
f 1.893.951
Besluit strekkende tot toestemming voor het uitvoeren van activiteiten die een belasting voor het milieu kunnen vormen. ^ Betreft: Omgevingsvergunning MBA, Revisievergunning, Wijziging omgevingsvergunning, Intrekkingsbesluit (op verzoek en ambtshalve), Geactualiseerde omgevingsvergunning mba, Verklaring van geen bezwaar, Regie Omgevingswet. Ook juridische beleidsondersteuning ten behoeve van deze post valt hieronder.
ōŴDCMRRljSmSSd
Werkplan 2023 I 53
1.1d WT
Reguleren
OR03
Behandeling melding Bal
Beoordeling van een melding in het kader van het Bal betreffende het uitvoeren van activiteiten die een belasting voor het milieu kunnen vormen.
DCMR uitvoerder, Bureau Omgevings vergunning afnemer
1.893
f 244.500
1.1e WT
Reguleren
OR04
Maatwerkbesluit Besluit bevattende nadere voorschriften betreffende het uitvoeren van activiteiten die een belasting voor het milieu kunnen vormen. Ook de maatwerkbesluiten die voorheen onder maatwerk Blbi vielen (cluster overige VTH), vallen hier nu onder.
DCMR uitvoerder, Bureau Omgevings vergunning afnemer
2.329
f 300.814
1.1f WT
Reguleren
R05
Gelijkwaardigheidsbesluit
DCMR uitvoerder, Bureau Omgevings vergunning afnemer
75
f 9.687
Op aanvraag/verzoek kan toestemming worden verleend om, in plaats daarvan, een gelijkwaardige maatregel te treffen. Met de gelijkwaardige maatregel wordt ten minste hetzelfde resultaat bereikt als met de voorgeschreven maatregel is beoogd. Deze werkzaamheden worden niet verwacht dit jaar en er is geen budget voor begroot in het werkplan.
1.1g WT
Reguleren
OR06
Besluit overleggen rapportage
Besluit strekkende tot de verplichting tot het overleggen van een rapportage. Deze werkzaamheden worden niet verwacht dit iaar en er is geen budget voor begroot in het werkplan.
1.1h WT
Reguleren
OR08
ōŴDCMRRljSmSSd
Behandeling tijdelijke activiteiten
Acceptatie van een kennisgeving van het tijdelijk uitvoeren van activiteiten die een belasting voor de omgeving vormen.
DCMR uitvoerder, Bureau Omgevings vergunning afnemer DCMR uitvoerder, Bureau Omgevings vergunning afnemer
Werkplan 2024 I 54
1.1i WT
Reguleren
OR42
Besluit op verplichte rapportages
Beoordeling van een, volgens wet- en regelgeving, verplicht door bedrijven in te dienen rapportage, welke goedkeuring van het bevoegd gezag behoeft.
DCMR uitvoerder, Bureau Omgevings vergunning afnemer
1.1j WT
Reguleren
OT05
Beoordeling verplichte rapportage
Beoordeling van een, volgens wet- en regelgeving, met betrekking tot milieubelastende activiteiten verplichte in te dienen rapportage.