[23bb007983] Bijlage behorende bij 23bb007982 over werkplan DCMR 2024
Tekst van het document
Om meer gericht toezicht te houden op de geluidsoverlast door horecabedrijven wordt met behulp van data-analyse bepaald welke interventie nodig is om geluidoverlast voor burgers tot een minimum te beperken. Indien uit de data-analyse blijkt dat het aantal overlastmeldingen zich meer concentreert op een specifiek moment van de dag dan wel gebied wordt voor dat moment een gerichte
WİDCMR Rijnmond
Werkplan 2024 I 20
horecageluidmeetronde georganiseerd waarmee de kans van slagen om de overtreding te constateren bij betreffend horecabedrijf wordt vergroot. Indien een overtreding van de geluidnormen wordt geconstateerd, wordt handhavend opgetreden conform de horecanota Rotterdam. T02 Controle inrichting (repressief): Milieupiket Het milieupiket is een belangrijke schakel in het operationele toezicht. Het is ongepland en direct inzetbaar op basis van signalen van acute overlast of andere milieuproblematiek. Binnen het operationele toezicht wordt het milieupiket onder regie van de meldkamer ingezet om de bron van overlast te achterhalen. Zover mogelijk zet het milieupiket ook de eerste interventie in of wordt problematiek op een dusdanige wijze in kaart gebracht dat anderen dat kunnen doen. T02 Controle inrichting (repressief): Meldkamer De meldkamer van de DCMR vormt gedurende 24 uur per dag en 7 dagen per week, een schakel tussen de dienst, bewoners en bedrijven in het Rijnmondgebied. Binnen de meldkamer van de DCMR wordt operationeel toezicht uitgevoerd. Operationeel toezicht is gericht op het stoppen of (als dit niet mogelijk is) het in kaart brengen van de acute milieuoverlast, door het vinden van de bron en het (laten) uitvoeren van de eerste noodzakelijke interventie.
De ambitie is om het operationeel toezicht in de toekomst zo goed te kunnen uitvoeren dat milieuoverlast voorkomen wordt. Ter uitvoering van het operationele toezicht ontvangen meldkamer-inspecteurs, via onder meer telefoon en sensoren, signalen van milieuhinder vanuit de omgeving. Bewoners kunnen bij de meldkamer overlast in hun leefomgeving melden en de bedrijven melden verstoringen van hun processen. Deze signalen worden vervolgens door de meldkamer-inspecteurs geïnterpreteerd, gecombineerd en gekoppeld aan o.a. meteo- en sensorgegevens om de bron van overlast te achterhalen. Daarna beoordelen de meldkamer-inspecteurs of er direct acties ingezet moeten worden om de overlast te stoppen. Wanneer het stoppen van de overlast niet van afstand mogelijk is of er meer onderzoek nodig is, dan wordt het binnen de afdeling Inspectie en Handhaving georganiseerde milieupiket ingeschakeld om het voorval te onderzoeken. De meldkamer DCMR monitort het e-nose netwerk, niet alleen voor afwijkende patronen vanuit de industrie, maar ook op het verbod op varend ontgassen. Hiervoor is een tool op de e-noses geïnstalleerd en de meldkamer voert deze werkzaamheden uit voor de gehele provincie. Ook vervult de meldkamer de rol van backoffice tijdens de crisisbeheersing.
De meldkamer houdt tijdens een incident het overzicht van een crisissituatie en informeert zowel de piketmedewerkers in het veld als de directiewacht in het Regionaal Operationeel Team ROT, waar de incidentbestrijding gecoördineerd wordt. Verder wordt de directie, het bestuur en (indirect) de omgeving per mail door of op aangeven van de meldkamer, via het 24/7-communicatiepiket, geïnformeerd. Bij vijftien of meer overlastmeldingen per voorval, bij incidenten of bijzondere voorvallen bij Brzo en RIE4 bedrijven, of bij een groot incident, informeert de meldkamer het communicatiepiket, betrokkenen binnen de DCMR en de andere operationele diensten zoals politie, brandweer en het Havenbedrijf Rotterdam. Het communicatiepiket informeert vervolgens de bestuurders van de betrokken gemeenten en de provincie. Ook informeert het communicatiepiket de bewoners via website en het Twitter-account van de DCMR. Cluster Handhaving (1.3) 3.5.3 Bij constatering van overtredingen treedt de DCMR repressief op, volgens de ‘sanctiestrategie voor milieuovertredingen’. De sanctiestrategie geeft, in de vorm van een matrix, een richtinggevend kader voor het opleggen van een passende sanctie op basis van de ernst van de overtreding en het gedrag van de overtreder. Zie ook bijlage 4.
Bestuursrechtelijke maatregelen zijn een last onder dwangsom, een last onder bestuursdwang en de intrekking van de omgevingsvergunning. Strafrechtelijke maatregelen zijn een proces-verbaal, een voorlopige maatregel en een Bestuurlijke Strafbeschikking Milieu. Rotterdam streeft naar transparantie. In dat kader worden alle bestuursrechtelijke handhavingsbeschikkingen die door het college aan bedrijven worden opgelegd, gepubliceerd op de website van de DCMR.
WİDCMR Rijnmond
Werkplan 2024 I 21
3.5.4 Cluster Juridische werkzaamheden (1.4) Onder dit cluster vallen diverse juridische werkzaamheden, zoals werkzaamheden voor de verdediging van besluiten voor een bezwarencommissie, de rechtbank of de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ook juridische beleidswerkzaamheden vallen onder de werkzaamheden van het cluster. 3.5.5 Cluster Kwaliteit en ontwikkeling VTH (1.5) In het cluster Kwaliteit en ontwikkeling VTH zijn de Borgingstaken en de inhoudelijke uitwerking van het MJP en Themabeheer opgenomen. De benodigde uren worden over alle participanten verdeeld. Borgingstaken Op basis van de wet gelden eisen die erop neerkomen dat in de uitvoering van VTH-taken een complete plan-do-check-act cyclus (inclusief kwaliteitsborging) moet zijn opgenomen. Activiteiten die daarop betrekking hebben zijn: meerjarenprogrammering, uitvoeringsprogramma’s, monitoring, omgevings- en risicoanalyse, planning en control, werkinstructies en protocollen, plannen van aanpak (onder meer voor sancties, gedoogbeleid, en vergunning), volgen van ontwikkelingen in beleid en regelgeving voor VTH-taken en het voeren van overleg met externe partners. Dergelijke taken worden in dit werkplan samengevat met de term ‘borgingstaken’. Voor deze ‘borgingstaken’ wordt in totaal maximaal 6500 uur uit het gezamenlijke budget van de participanten ingezet.
Elke participant draagt bij aan deze borgingstaken, naar rato van de zwaarte van het bedrijvenbestand waarvoor de participant bevoegd gezag is. Het budget voor de borgingstaken is onderdeel van het budget dat op basis van de bedrijfskentallen wordt bepaald. Ook regie, verantwoording naar de participanten en monitoring (totaal 900 uur) betreffen de aansturing van de uitvoering en het verwerken van resultaten en zijn daarom toegevoegd aan de borgingstaken. Voor de implementatie van de Omgevingswet is 900 uur uit de dienstbrede borgingstaken toegevoegd aan de post beleidsontwikkeling. In bijlage 3 is een beschrijving van de werkzaamheden binnen borgingstaken opgenomen. Themabeheer en MJP Themabeheer en MJP gaan over de inhoudelijke ontwikkeling en sturing van de VTH-taken. 3.5.6
Cluster Regie Omgevingswet (voorheen Wabo regie) (1.6)
R01 Omgevingsvergunning: Regie Omgevingswet Door DCMR wordt gewerkt aan een efficiënte uitvoering van de Omgevingswet voor de opdrachtgever. Het gaat om procedure bewaking en de procesmatige behandeling van de aanvraag voor de onderdelen Bouwen, Reclame, Inritten, Kappen en Slopen (BRIKS), al dan niet samenlopend met een milieu-onderdeel en de procesondersteuning van alle beschikkingen die DCMR behandelt. Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn aanpassingen in de werkwijze noodzakelijk. Het procedurerecht verandert. Zo gaat de afhandelingstermijn van de meeste aanvragen van 26 naar 8 weken. De regie werkzaamheden zijn onder te verdelen in 3 hoofdgroepen: procesregie, procesondersteuning en coördinatie & juridische controle. Deze taken zijn sinds 1 januari 2023 verdeeld over twee verschillende teams. Procesregie Procesregie betreft het gehele proces van aanvragen regisseren. Het omvat onder andere het samenstellen en opstellen van brieven en beschikkingen met BRIKS-activiteiten, de bewaking op inhoud en tijdigheid, het in behandeling nemen en doorzetten naar backoffices, contacten onderhouden en het werken met het computersysteem Ari van de gemeente Rotterdam waarin het proces van de aanvragen centraal wordt behandeld en geadministreerd. Procesondersteuning Procesondersteuning betreft het administreren van aanvragen.
Bijvoorbeeld het verzenden en definitief opmaken van brieven en beschikkingen, het opstellen van kennisgevingen, overzichten en het archiveren.
WİDCMR Rijnmond
Werkplan 2024 I 22
Coördinatie Å juridische controle Coördinatie Å juridische controle betreft het coördineren en controleren van het proces rondom aanvragen. De juridische controle is met name gericht op het controleren van de kwaliteit en samenhang in het geval van meervoudige aanvragen (bouw en milieu). 3.5.7 Cluster Overige VTH-taken (1.7) In dit cluster zijn VTH-taken opgenomen die niet meegenomen worden in de budgetteringsmethodiek VTH-taken voor bedrijven. Voorbeelden zijn een WOO-verzoek, werkzaamheden voor Bibob en beoordeling rapportages in het kader van de European Pollution Release and Transfer Registry (EPRT-R). Voor toezicht op asbestverwijdering worden aparte afspraken gemaakt. Zie hiervoor hoofdstuk 6. A01 Advies milieuaspecten: Geothermie taken (1.7e) Voor geothermieprojecten worden de regulerings- en toezicht en handhavingstaken met de invoering van de Omgevingswet gedecentraliseerd. De bevoegd gezag rol verschuift voor onderdelen van het ministerie naar de gemeenten. Gemeenten krijgen onder andere bevoegdheden met betrekking tot het verlenen van meervoudige omgevingsvergunningen en toezichtstaken. Momenteel worden er gesprekken gevoerd tussen OD’s en SodM om te bekijken in hoeverre OD’s toezichtstaken voor gemeenten zouden kunnen uitvoeren, hoewel er stemmen opgaan het vooral zo te laten als het momenteel is, nl. SodM houdt de toezichtstaken. Omvang is nog niet bekend.
Er zijn vooralsnog geen uren gereserveerd voor deze taak in het werkplan. R08 Behandeling tijdelijke activiteiten (1.7h) Acceptatie van een kennisgeving van het tijdelijk uitvoeren van activiteiten die een belasting voor de omgeving vormen. De DCMR behandelt en controleert kennisgevingen voor indirecte lozingen bij bijvoorbeeld gevelreinigers en grondwaterbemaling bij bouwwerken en bodemsaneringen. R09 Behandeling melding Bal voor het aanleggen en gebruiken van een gesloten bodemenergiesysteem (1.7i) Beoordeling van een melding Bal voor het aanleggen en gebruiken van een gesloten bodemenergiesysteem. Deze activiteit valt onder een Milieubelastende activiteit uit het Bal (paragraaf 3.2.6). T01 Controle inrichting (preventief): Controles Label C (1.7l) Het toezicht en handhaving op de Label C plicht voor kantoren wordt gecontinueerd T09 Controle op Gesloten Bodemenergiesystemen (GBES) (1.7o) Bij het toezicht op gesloten bodemenergiesystemen (GBES) wordt de focus gelegd op de risico’s bij aanleg die genoemd zijn in de signaalrapportage van de ILENT. Hierbij kan gedacht worden aan fouten bij het afvullen van boorgaten en het gebruik van schadelijke smeermiddelen. Doel is om 250Zo van de startmeldingen GBES fysiek in het veld te controleren.
Daarbij zal tijdens gecombineerde gebiedscontroles in het kader van toezicht op grondverzet en bodemwerkzaamheden, ook toezicht worden gehouden op eventueel niet gemelde aanleg van GBES-systemen. Het toezicht op gesloten bodemenergiesystemen op grond van de regelgeving in het Bal is een taak die met de invoering van de Omgevingswet in het basistakenpakket zit. Het toezicht is vanaf 2023 in het werkplan opgenomen. Voor het toetsen van de meldingen was al eerder met de opdrachtgever afgesproken dat de DCMR deze taak uitvoert.
3.5.8
Cluster Omgevingsadvies (voorheen Ruimtelijke ontwikkeling) (1.8)
A01 Advies milieuaspecten: Gebiedsontwikkeling projecten (1.8a) Op verzoek van SO adviseert de DCMR bij gebiedsontwikkeling. Deze inhoudelijke en procesmatige informatie is in veel gevallen bedoeld voor ontwikkelvisies of ontwikkelprojecten. Bij de adviezen wordt gebruik gemaakt van landelijke en provinciale wet- en regelgeving. Ook de op stedelijke schaal opgestelde beleidskaders en visies zoals de Omgevingsvisie, worden meegenomen in het advies.
WİDCMR Rijnmond
Werkplan 2024 I 23
In Rotterdam worden initiatieven tot gebiedsontwikkeling of bouwplannen door SO zelf of door marktpartijen genomen. SO heeft naast een initiërende rol voor marktpartijen ook een faciliterende rol. Om initiatieven verder te brengen, worden in samenspraak met de DCMR, (milieu)randvoorwaarden meegegeven. Dit gebeurt op verzoek in de vorm van een door de DCMR op te stellen haalbaarheidsscan (QuickScan milieu). Hierin wordt beknopt informatie gegeven over de milieuwet- en regelgeving en milieubeleidskaders. In voorkomende gevallen wordt, samen met SO, deelgenomen aan overleggen met ontwikkelende partijen om de milieurandvoorwaarden helder uit te leggen. Door de grote woningbouwopgave in Rotterdam worden nieuwe initiatieven steeds vaker in complexe gebieden ontwikkeld waar de kwaliteit van de leefomgeving al onder druk staat. De DCMR denkt hierin mee en adviseert zodanig dat ook in deze complexe gebieden voor nieuwe bewoners een aanvaardbaar leefomgevingsklimaat kan worden gewaarborgd. Voorbeelden van initiatieven in complexe gebieden zijn het ontwikkelen van woontorens in het centrumgebied, transformatie van kantoren naar wonen en woonlocaties langs infrastructuur en of in gebieden waar haven- en bedrijfsactiviteiten en wonen naar elkaar toegroeien dan wel mengen.
A01 Advies milieuaspecten: Omgevingsplannen (1.8b) Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet is aan de actualisatieverplichting van bestemmingsplannen in zijn huidige vorm een einde gekomen. Lopende procedures worden nog wel afgerond. Qua publiekrechtelijke producten voor planvorming wordt nu overgestapt naar omgevingsvisie, omgevingsplannen, de binnenplanse en de buitenplanse omgevingsplanactiviteit ((B)OPA). Gedurende een nog lopende procedure van een al voor 1-1-2024 gestart bestemmingsplan beoordeelt de DCMR de milieuonderzoeken en denkt mee over de milieuparagraaf en planregels. Indien er sprake is van een m.e.r.-beoordeling procedure vraagt SO de DCMR om een akkoord op de agendapost behorende bij de start van de procedure van een gebiedsbestemmingsplan. In de ontwerp- en vaststellingsfase van het bestemmingsplan vraagt SO de DCMR in alle gevallen om een akkoord op de agendapost. Voorafgaand aan de start van een omgevingsplan stelt de DCMR een QuickScan milieu, inclusief nulstap advies m.e.r. op. Deze werkafspraken wijzigen vooralsnog niet. Er zijn (werk)afspraken gemaakt tussen SO en DCMR over de werkwijze onder de Omgevingswet. Daarnaast levert de DCMR-adviezen op en voert werkzaamheden uit voor andere ruimtelijke producten die in het besluitvormingsmodel voor ruimtelijke ontwikkelingen gemeente Rotterdam zijn opgenomen.
De nadere uitwerking van deze processen in (standaard) werkafspraken gaat nog plaatsvinden. A01 Advies milieuaspecten: Onderbouwingen BOPA (voorheen goede ruimtelijke onderbouwingen) (1.8c) Het komt regelmatig voor dat nieuwe initiatieven niet passen in het geldende omgevingsplan. Om mee te kunnen werken aan deze initiatieven wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid om buitenplans af te wijken middels een buitenplanse omgevingsplan activiteit (BOPA). Bij deze procedures voert de DCMR op verzoek van SO een beoordeling uit van de onderbouwing en de bijbehorende milieuonderzoeken. De wettelijke en beleidsmatige milieurandvoorwaarden worden door DCMR of door DCMR en BWT gezamenlijk, meegegeven aan en/of besproken met de initiatiefnemer. A01 Advies milieuaspecten: Bouwplannen (inclusief Omgevingstafel) (1.8d) De DCMR neemt deel aan de Bebouwingscommissie (BBC) en het Ruimtelijk intaketeam (RIT) van de gemeente Rotterdam. De BBC wordt de toekomstige omgevingstafel zoals bedoeld in de handreikingen omgevingswet. Het Ruimtelijk intaketeam (RIT) wordt de toekomstige intaketafel van de gemeente Rotterdam. Op deze wijze wordt in een zeer vroeg stadium van het planproces aangegeven wat de milieurelevantie is van een plan. Milieuaspecten kunnen een rol spelen bij de beoordeling van wenselijkheid, kansen en risico’s in ruimtelijke projecten.
In samenspraak met SO worden de van belang zijnde milieuonderwerpen voor plannen naar initiatiefnemers gecommuniceerd. Dit blijkt een efficiënte werkwijze waarmee de goede onderbouwingen behorende bij de plannen van betere kwaliteit zijn en de beoordeling hiervan minder vertraging in de procedure oplevert. De verantwoording van de voorbereiding en deelname aan deze wekelijkse overleggen vallen onder deze post.
WİDCMR Rijnmond
Werkplan 2024 I 24
In het RIT (intaketafel) en in de BBC (omgevingstafel) wordt de DCMR voor sommige initiatieven verzocht een haalbaarheidsscan milieu (ook wel QSM-light genoemd) op te stellen. Een QSM-light is een eerste inventarisatie van de milieukansen en -knelpunten. Tevens wordt aangegeven welke milieuonderzoeken noodzakelijk zijn. Advies milieuaspecten: RO-advies veiligheid (1.8e) Voor Rotterdam worden, in het kader van omgevingsveiligheid, veiligheidsrapporten behorend bij de veiligheidsparagraaf bij de ruimtelijke plannen beoordeeld op juistheid en volledigheid. Het gaat hierbij om de beoordeling van de plaatsgebonden- en groepsrisico’s van inrichtingen met gevaarlijke stoffen en de relevante transportroutes (weg, water, spoor en buisleidingen). Daarnaast worden voor QuickScans en omgevingsplanwijzigingen voor nieuwe ontwikkelingen de aandachts- en voorschriftengebieden en maatregelen in beeld gebracht ten behoeve van de verantwoording van het groepsrisico. Financieel wordt het product ondersteund middels een Doeluitkering in het Gemeentefonds. Rotterdam vergoedt het product vanuit deze Doeluitkering. Op verzoek van de opdrachtgever voert de DCMR-werkzaamheden uit voor transport gevaarlijke stoffen en grote gebiedsplannen. Het zijn risicoberekeningen voor de transportroutes met gevaarlijke stoffen.
Voorheen voerde het ingenieursbureau Rotterdam risicoberekeningen uit voor grotere gebiedsplannen met het doel een gebied in te richten. In 2023 is gevraagd aan de DCMR deze taak uit te voeren. De feitelijke ontwikkelaars leveren in een later stadium de specifieke plannen aan, die DCMR beoordeelt. Deze beoordeling vindt plaats door een andere medewerker dan diegene die de berekeningen heeft uitgevoerd. Er is dus gezorgd voor een functiescheiding. A01 Advies milieuaspecten: Wet- en regelgeving RO (1.8f) Om kwalitatief goede en tijdig actuele en complete milieu-informatie te geven is het noodzakelijk om de wet- en regelgeving secuur bij te houden. Voor 2024 zijn ontwikkelingen in het kader van de Omgevingswet de belangrijkste speerpunten. A01 Advies milieuaspecten: RO gerelateerde geluidproblematiek (nestgeluid) (1.8g) In het Programma van eisen van de opdrachtgever staat aangegeven dat met name de complexe geluidvraagstukken in stad en haven kunnen ingrijpen op de bouwopgave en daarbij steeds meer inzet vergen. Om de opdrachtgever hierbij te adviseren is deze post in het werkplan opgenomen. Het gaat voor 2024 specifiek over de problematiek rondom nestgeluid, veroorzaakt door afgemeerde schepen in de buurt van woningen. Nestgeluid moet meegenomen worden in Geluidsproductie Plafonds (GPP’s), daar is voorwerk voor nodig en afstemming met Regiogemeenten.
Deze GPP’s zijn onderdeel van de invoering van de Omgevingswet en zullen tussen 2024 en 2032 worden opgesteld. Daarvoor is het nodig te inventariseren wat er aan bouwplannen is in de buurt van havens, wat de gemeente wil qua planning van de GPP’s en hoeveel de GPP’s moeten worden opgehoogd vanwege het nestgeluid. Ook is het belangrijk te inventariseren wat de staat van vergunningen is t.a.v. nestgeluid: is het eerder al meengenomen of niet? Dit kan per vergunning verschillend zijn. Voor toezicht & handhaving en de meldkamer zijn de werkafspraken t.a.v. handhaving bij nestgeluidklachten geactualiseerd in 2023. In 2024 worden deze afspraken geëvalueerd. Er zijn regelmatig klachten en soms worden dwangsommen opgelegd vanwege overlast door nestgeluid. Op het gebied van nestgeluid is veel afstemming nodig met Rotterdam, Havenbedrijf en andere partners. Dit gebeurt deels via het RAK (zie post 1.12a) en soms apart. Met de opdrachtgever is afgesproken om halverwege 2024 de voortgang op deze post te bekijken en gezamenlijk na te gaan of het volledige beschikbare budget nodig is voor deze werkzaamheden. R25 Advies milieuaspecten: Hogere waarde (1.8h) DCMR stelt al jaren, met inachtneming van het Ontheffingsbeleid Wet geluidhinder, hogere waarde besluiten voor de gemeente op. Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden in beginsel geen hogere waarden besluiten meer opgesteld.
Voor een deel loopt dit werk echter nog wel een tijd door (overgangsregels). In de nieuwe situatie zal geluid een integraal onderdeel van de planbeoordeling vormen en aan het ‘moederbesluit’, het omgevingsplan/ de afwijking
WİDCMR Rijnmond
Werkplan 2024 I 25
omgevingsplanactiviteit, worden gekoppeld. De rol van de DCMR wordt daarmee een andere. Deze post wordt daarom na invoering van de Omgevingswet geleidelijk een onderdeel van de overige adviezen voor ruimtelijke plannen. A04 Beoordeling MER-plicht/0-stapsadvies (1.8i) Advies over de vraag of voor een te nemen besluit het uitvoeren van een milieueffectrapportage (mer)beoordelingsprocedure of het doorlopen van een mer-procedure noodzakelijk is. Met gemeente Rotterdam zijn er werkafspraken over de advisering in een vroeg stadium van een ruimtelijk besluit. Intern zijn er eveneens werkafspraken over de advisering in een vroeg stadium over omgevingsvergunning activiteit milieu en de beoordeling of een m.e.r.(beoordeling) noodzakelijk is. A07 Mer-beoordelingsprocedure voor ruimtelijke besluiten (1.8j) Voorbereiding van en besluitvorming van mer-beoordelingsbesluiten ten behoeve van besluitvorming over ruimtelijke besluiten. A08 Mer-procedure voor ruimtelijke besluiten (1.8k) Uitvoering van de advisering en administratieve taken voor de milieueffectrapportage (mer)-procedure voor ruimtelijke besluiten en programma’s. R60 Mer-beoordelingsprocedure voor omgevingsvergunning milieubelastende activiteit (1.8l) Voorbereiding van en besluitvorming van mer-beoordelingsbesluiten ten behoeve van besluitvorming over omgevingsvergunningen milieubelastende activiteit (mba).
R61 Mer-procedure voor omgevingsvergunning milieubelastende activiteit (1.8m) Uitvoering van de besluitvorming, advisering en overige taken voor de milieueffectrapportage (mer)procedure voor omgevingsvergunningen milieubelastende activiteit (mba).
3.5.9
Cluster Beleidsadvisering (1.9)
A01 Advies milieuaspecten: Omgevingswet (1.9a) De kosten voor deze werkzaamheden worden verhoudingsgewijs verdeeld over de participanten. Per 1 januari 2024 geldt de Omgevingswet. Deze wet grijpt in op de wijze waarop de leefomgevingskwaliteit beschermd en beheerd wordt. De Omgevingswet heeft daardoor consequenties voor alle participanten en voor DCMR. Samen met de participanten heeft DCMR zich voorbereid. De wet heeft gevolgen voor de wijze waarop de beleidsadvisering, ruimtelijke en gebiedsadvisering, vergunningverlening, toezicht en handhaving plaatsvindt. Op 1 januari 2024 is de regio gereed om te starten, echter nog niet klaar. In 2024 wordt de samenwerking voortgezet in de vorm van nazorg. Gemeentelijke contactpersonen voor de Omgevingswet, waterkwaliteitsbeheerders, GGD, VRR, HbR en DCMR trekken hierbij samen op in het Rijnmondberaad Omgevingswet en het programmamanagersoverleg Omgevingswet. DCMR blijft zijn faciliterende rol vervullen binnen het Rijnmondberaad met als doel om met de gemeentelijke contactpersonen voor de Omgevingswet Rijnmond breed kennis, maar vooral ook ervaringen te blijven delen. Ook in 2024 gaat DCMR verder met inhoudelijke verdieping op de Omgevingswet.
Gelet hierop spant DCMR zich ook in 2024 in op de volgende gebieden: ^ Goede samenwerking met de participanten onder andere binnen het Rijnmondberaad Omgevingswet; ^ Beschikbaar hebben van actuele kennis en gegevens over de gebiedskwaliteit; ^ Investeren op gebied van inhoudelijke kennis van de wet; ^ Verkennen van veranderingen in processen en producten. DCMR houdt de Rotterdamse clusters op de hoogte van mogelijke consequenties.
WİDCMR Rijnmond
Werkplan 2024 I 26
A02 Beleidsadvies: Adviezen aan bestuur (1.9b) De DCMR ondersteunt en adviseert de gemeente Rotterdam ten aanzien van milieu, daar waar dit raakt aan de taken van de DCMR. De werkzaamheden bestaan uit het leveren van de inhoudelijke input voor agendaposten, beantwoording van schríftelijke vragen en afhandeling van toezeggingen en moties van de gemeenteraad. Daarnaast voorziet de DCMR Rotterdam van bestuurlijk relevante informatie, om zowel inhoudelijke als procesmatige besluiten te kunnen nemen. Verzoeken om advies van het bestuur worden, voor zover van toepassing, met de betrokken dienst(en) opgepakt. De formele bestuurlijke advisering verloopt via dir. Stedelijke Inrichting/ Team Milieu dan wel een andere Rotterdamse afdeling of cluster. A02 Beleidsadvies: Advisering Milieu en leefomgevingskwaliteit (1.9c) Op verzoek van of in overleg met de opdrachtgever geeft de DCMR adviezen over milieu en leefomgeving. De DCMR onderhoudt contact en werkt samen met de Directie Veiligheid van Bestuurs- en concernondersteuning op het gebied van horeca en evenementen en toezicht en handhaving bij inrichtingen. Ook adviseert de DCMR de Directie Veiligheid bij de afhandeling van vragen, verzoeken en klachten van burgers en ondernemers, die zijn ingediend bij het veiligheidsloket. Gebiedsgerichte samenwerking tussen de clusters en de gebieden loopt in Rotterdam via gebiedsnetwerken.
Het Gebiedsprogramma bestaat uit de gebiedsplannen en de jaarlijkse uitvoeringsplannen met generieke en gebiedsgerichte inspanningen. Ad hoc advies en contact ten behoeve van de gebieden, gebiedsnetwerken en het gebiedsprogramma wordt ook via deze post verantwoord. De communicatie tussen de DCMR en de gebieden loopt via de accounthouders van SO, tenzij er uitdrukkelijk andere afspraken met de opdrachtgever zijn gemaakt. Onder deze post wordt ook de behandeling verantwoord van meldingen over laagfrequent geluid en adviezen over APV gerelateerde zaken. Zover gewenst, levert de DCMR een bijdrage aan bewonersplatforms. Tijdens een bewonersplatform ontmoeten inwoners, milieuvergunningplichtige bedrijven en lokale overheden elkaar om constructief over hinder en veiligheid te praten. Doel van de bewonersplatforms is enerzijds het bieden van inzicht in hoe bedrijven omgaan met milieu, veiligheid en anderzijds het over en weer informeren over elkaars standpunten en wensen. Het achterliggende idee is dat hierdoor wederzijds inzicht en begrip ontstaat, wat bijdraagt aan de kwaliteit van het leefmilieu van de inwoners van het Rijnmondgebied. A02 Beleidsadvies: Milieu en gezondheid (1.9d) Publieksinformatie Lucht (PIL) DCMR en de GGD beantwoorden samen publieksvragen over lokale luchtkwaliteit en gezondheid.
Het instrument dat hiervoor gebruikt wordt, de PIL-database, krijgt jaarlijks een update. De database bevat gegevens over de luchtkwaliteit van zowel het afgelopen jaar als de verwachtingen voor de komende jaren. De database wordt in oktober/november 2024 opnieuw gevuld met de resultaten uit de NSL Monitoringstool over 2023. Op basis van de PIL- database worden inmiddels ook nieuwe informatieproducten gemaakt, bijvoorbeeld een gebiedsdekkende kaart. Deze kaart is vervolgens een zelfstandig product en wordt getoond op de website van DCMR, zie https://www.dcmr.nl/luchtkwaliteit-rotterdam-noord. Hiermee zijn de PIL-resultaten publiekelijk toegankelijk. A02 Beleidsadvies: Circulaire economie (1.9e) Bevorderen van de transitie naar een circulaire economie is onderdeel van het coalitieakkoord van het Rotterdamse gemeentebestuur 2022-2026 en is geborgd in het uitvoeringsprogramma Rotterdam Circulair. De DCMR faciliteert Rotterdam met advies en ondersteunende werkzaamheden. Daarnaast worden, passend binnen het programma Rotterdam Circulair, de volgende projecten (verder) ontwikkeld en uitgevoerd: ^ Adviseren van en actief deelnemen aan de uitvoeringsorganisatie die is opgezet voor het programma Rotterdam Circulair (op het onderdeel wet- en regelgeving-belemmeringen wegnemen);
WİDCMR Rijnmond
Werkplan 2024 I 27
^ ^ ^
^
Beantwoorden van vragen van Rotterdamse ondernemers over circulaire regelgeving. De vragen komen bij de DCMR binnen via het Rotterdamse circulair Loket; Op verzoek adviseren over en beoordelen van initiatieven en ontwikkelingen in de stad en de haven die de transitie naar de circulaire economie kunnen versnellen; Op verzoek en in overleg vertegenwoordigen van Rotterdam in overleggen en bijeenkomsten over de circulaire economie (bijvoorbeeld in het kader van de City deal Circulaire economie en het Grondstoffenakkoord); Ondersteunen van de ontwikkeling van grondstofketens en materialenhubs om het aandeel van hergebruik van grondstoffen te vergroten. Hubs zijn opslagplaatsen van grondstoffen uit (circulaire) sloopprojecten en bouwprojecten.
Naast deze werkzaamheden die worden uitgevoerd op basis van het werkplan, wordt er ook op programmatische wijze aan dit onderwerp aandacht besteed door middel van het programma Circulaire Economie en Energietransitie van de bebouwde omgeving. Zie hiervoor 3.1. A01 Advies milieuaspecten: Novex (1.9f) In het Rotterdamse havengebied wordt samengewerkt aan de oplossing voor drie urgente concrete kwesties op het gebied van de fysieke leefomgeving. Rijk en regio hebben afspraken gemaakt en gezamenlijk de krachten gebundeld voor het oplossen van de grote uitdagingen die in het plan van aanpak ‘Transitie Rotterdamse haven’ zijn beschreven. DCMR heeft ook een (nader te beschrijven) rol in de governance voor dit NOVEX gebied. Havenvisie en NOVEX Haven worden in de concepten van de governance rondom NOVEX Haven aan elkaar gekoppeld. A01 Advies milieuaspecten: Programma Haven, wonen en geluid (1.9g) Het DCMR- programma Haven, Wonen en Geluid heeft als doel om de leefomgevingskwaliteit in het havengebied en haar invloedsfeer te bevorderen. Geluid heeft een directe invloed op de gezondheid van de bewoners. Interne kennis, informatie en gegevens worden bij elkaar gebracht om een zo integraal mogelijk advies te kunnen geven over ontwikkelingen in het havengebied.
Zodat bestuurders wanneer het nodig is, in staat zijn gefundeerde keuzes te maken om tot een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving te komen. Complexe geluidvraagstukken in het Havengebied en haar invloedssfeer krijgen hier een plek (voorheen Stad en Haven). De werkzaamheden zijn divers en omvatten in ieder geval het volgende: ^ Programmasturing Haven, Wonen en Geluid. ^ Deelname aan overlegstructuren zoals o.a. MO HMRO en DO HMRO. ^ Advies aan de opdrachtgever over complexe geluidvraagstukken in stad en haven ^ Coördinatie op diverse onderwerpen waaronder TOP, GPP’s, hinderbeleving. ^ Activiteiten volgend uit het nog te vormen programma havengeluid en omgeving (HGO) van o.a. de gemeente Rotterdam. A01 Advies milieuaspecten: Havenvisie (1.9h) Begin 2020 is de Havenvisie 2030 met uitvoeringsagenda vastgesteld. Het convenant is ondertekend door het HbR, Deltalinqs, Gemeente Rotterdam, Provincie Zuid-Holland, het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Ook de regiogemeenten zijn betrokken. De DCMR adviseert de gemeente Rotterdam en neemt deel aan de projectgroep Havenvisie en andere overleggen. Daarnaast wordt een bijdrage geleverd aan de agendering van havenzaken in het DO Haven, Milieu en RO, en de Wethoudersstaf. Ook worden vragen vanuit deze overleggen binnen de DCMR uitgezet.
In de projectgroep is afgesproken om aandacht te besteden aan de monitoring van de resultaten van de Havenvisie. Op de post Havenvisie worden de uren verantwoord voor het meedenken, afstemmen en organiseren. De werkelijke uitvoering omvat vele projecten van het opstellen van beleid voor omgevingsveiligheid tot planvorming Tweede Maasvlakte. De uitvoering van deze projecten valt onder andere posten in dit werkplan.
WİDCMR Rijnmond
Werkplan 2024 I 28
A02 Beleidsadvies: Activiteiten rondom luchthaven RTHA (1.9i) Door Rotterdam The Hague Airport (RTHA) is een nieuwe aanvraag in voorbereiding voor een nieuw Luchthavenbesluit (LHB). In 2023 is de formele procedure gestart, die doorloopt tot in 2024. De DCMR wordt betrokken bij het adviesproces. Voorts spelen er diverse externe ontwikkelingen. Bijvoorbeeld een brede landelijke maatschappelijke discussie over luchtvaart. Vanuit steeds meer gemeenten is aandacht voor de toename van het vliegverkeer, de routes die worden gevlogen en de hinder die wordt ervaren. Dit is ook terug te zien in de sterke toename van het aantal meldingen over de luchthaven. Bewoners hebben via een inspraakreactie hun zorg geuit richting raden en colleges over de leefomgevingskwaliteit. De provincie Zuid-Holland laat de huidige maatschappelijke en economische waarde van het vliegveld Rotterdam The Hague Airport onderzoeken en tevens de waarde van de locatie voor eventuele alternatieve functies. Op landelijk niveau spelen ook diverse ontwikkelingen die lokaal impact hebben zoals de Luchtvaartnota, de Luchtruimherziening en de Programmatische Aanpak Meten Vliegtuiggeluid. In deze trajecten is nadere of verdere uitwerking aan de orde. Daardoor zal dit dossier ook in 2024 nadrukkelijk op de agenda staan en daarmee de nodige inzet van de DCMR gaan vragen.
De DCMR adviseert en ondersteunt SO over de positionering in dit dossier. D13 Project bevordering milieubewustzijn: Duurzame burgers - subsidiemanagement (1.9j) Dit product betreft het beoordelen van het werkplan Rotterdams Milieucentrum (RMC) voor 2025, het opstellen van een subsidieverleningsbeschikking over de basis- en groepensubsidie 2025, het beoordelen van het jaarverslag van het RMC over 2023, het beoordelen van het accountantsverslag over 2023, het deelnemen aan het jaarlijkse voortgangsoverleg en het onderhouden van de contacten met het RMC. Daarbij wordt aangesloten bij de regels in de subsidieverordening Rotterdam. De subsidie aan het RMC wordt betaald uit het materiele kostenbudget van het werkplan.
3.5.10
Cluster Bodem (1.10)
A01 Advies milieuaspecten: Inventarisatie ZZS bodem en grondwater (1.10b) In het dossier Zeer Zorgwekkende Stoffen, waaronder PFAS, zijn belangrijke nieuwe inzichten ontstaan met bepalende invloed op de ruimtelijke ontwikkelingen. Om meer inzicht te krijgen in het voorkomen van deze stoffen is een pilot gestart. Vanuit een inventarisatie van welke stoffen voor zouden kunnen komen in de grond en het grondwater van Rotterdam is een zogenaamde shortlist samengesteld. In 2023 heeft een verkenning op analyseerbaarheid en haalbaarheid voor wat betreft kosten plaats gevonden. Daarna is gestart met daadwerkelijk onderzoek naar een selectie van stoffen uit de shortlist. In 2024 wordt daar aan een vervolg gegeven en wordt gewerkt aan de interpretatie van resultaten en de communicatie daarover. Hiervoor is materieel budget opgenomen, zie 2.4. A02 Beleidsadvies: Beleid bodem (1.10c) Algemeen Om voor Rotterdam ontwikkelingen te kunnen beïnvloeden op het gebied van implementatie en uitvoering van landelijk en/of Europees bodembeleid neemt de DCMR op strategische posities deel aan landelijke projectgroepen. De knelpunten die worden gesignaleerd worden teruggekoppeld aan het bestuur en de directies van betrokken clusters binnen Rotterdam. Hier worden vervolgens keuzes gemaakt over de te volgen Rotterdamse koers.
Nieuwe bodemroute Met de komst van de Omgevingswet is ook in Rotterdam ingezet op een nieuwe rol voor bodem en ondergrond. De uit de Omgevingswet voortkomende Omgevingsvisie Rotterdam wordt leidend. Hierin heeft Rotterdam 5 perspectieven benoemd waarmee het Rotterdamse grondgebied in samenhang kan worden ingevuld; de compacte stad, de gezonde stad, de inclusieve stad, de duurzame stad en de productieve stad. Bij de uitwerking van deze vijf hoofdkeuzes is blijvende aandacht voor omgevingskwaliteit en leefomgeving nodig.
WİDCMR Rijnmond
Werkplan 2024 I 29
De inrichting van de stad staat in de omgevingsvisie centraal en daarmee de gebruikswaarde van de bodem en ondergrond. Hiermee worden bodem en ondergrond onderdeel van de afWegingssystematiek bij de inrichting van de stad. Hiermee wordt invulling gegeven aan de kaderbrief ‘Bodem en water sturend’ van het ministerie van I&W van november 2022. Concreet betekent dit dat de mogelijkheden van de bodem en ondergrond worden benut voor maatschappelijke opgaven, zoals voor energietransitie (warmte-koude-opslag, geothermie), de vergroening van de stad, en de wateropgave voor een aantrekkelijke en leefbare stad. Kortom, van een sectoraal naar een integraal bodembeleid waarbij bodem en ondergrond een wezenlijke bijdrage leveren aan de maatschappelijke opgaven waar de stad voor staat. Hoe richting wordt gegeven aan deze nieuwe bodemroute wordt benoemd in de Koersnota Bodem. Deze is in 2021 afgerond. In 2022 en 2023 zijn acties uit de Koersnota opgepakt en zijn er nieuwe acties op verzoek van het bestuur aan toegevoegd. In 2024 wordt hier verder vervolg aan gegeven. Monitoring bodemsaneringsoperatie In het kader van de bewaking van de doelstellingen en de haalbaarheid van het Convenant Bodem en Ondergrond 2015 -2020 zijn jaarlijks landelijke monitoringsrondes uitgevoerd om de voortgang van het convenant te bewaken.
Het Convenant is in 2020 afgelopen en de invoering van de Omgevingswet is uitgesteld naar 1 januari 2024. Om zicht te houden op de voortgang van de bodemsaneringsoperatie zijn in 2021,2022 en 2023, door het ministerie van I&W monitoringsrondes uitgevoerd. Voor 2024 en verder zijn nieuwe afspraken met het ministerie nodig over de voortzetting van de gemeentelijke bodemtaken. De SPUK-middelen bodem (Specifieke UitKering) gaan hier onderdeel van worden. De DCMR volgt de ontwikkelingen op de voet en sluit aan bij landelijke overleggen hierover, verzamelt de eventuele gegevens voor verantwoording en stelt zover nodig de voortgangsrapportage voor Rotterdam op. Nota bodembeheer Rotterdam In 2023 is de herziene nota Bodembeheer Rotterdam vastgesteld. In deze nota is het bestaande beleid vastgelegd en heeft een herziening plaatsgevonden voor de dossiers PFAS, lood en asbest. In 2023 is ook gestart met onderwerpen voor de toekomstige nota bodembeheer. Hier wordt in 2024 mee door gegaan. Tevens wordt in 2024 verder invulling gegeven aan de implementatie van het nieuwe beleid. Ook wordt onverminderd ingezet op instelling van een regionaal bodembeleid. Hiervoor is afstemming nodig met de Rijnmond gemeenten.
Omgevingsvisie en -plan De ondergrond is het natuurlijk kapitaal van de stad en wordt daarom zo duurzaam, veilig en optimaal mogelijk benut, beschermd en verbeterd bij de maatschappelijke opgaven en ontwikkelingen die op de stad afkomen. Om dit te realiseren is beleid, met een langetermijnvisie, ontwikkeld en vastgelegd in de Omgevingsvisie Rotterdam. Aan een verdere uitwerking in het omgevingsplan wordt gewerkt via verschillende werkgroepen samen met de gemeentelijke diensten, het HbR en andere betrokken partijen. Daarnaast wordt met alle betrokken partijen ingezet op optimalisatie van werken onder de Omgevingswet. D03 Coördinatie bodemsanering: Uitvoeringsprogramma bodemsanering (1.10e) Ten behoeve van de bewaking en sturing van de voortgang en de financiële verantwoording van de rijksmiddelen wordt jaarlijks door de DCMR een Uitvoeringsprogramma Bodemsanering Rotterdam (UP) opgesteld. In het UP is per aandachtsveld de voortgang aangegeven en zijn aandachtspunten benoemd. Het door het Rijk toegekende budget is waarschijnlijk ontoereikend voor de onderzoek of aanpak van alle spoedlocaties of locaties waar risico’s niet zijn uitgesloten. Dit maakt keuzes noodzakelijk. Deze worden in de diverse werkgroepen en sturingsoverleggen besproken.
D11 Bodemdatabeheer en bodemtelefoon (1.10f) Bodemdatabeheer Er wordt structureel aandacht besteed aan het reguliere bodemdatabeheer om de datakwaliteit op orde te houden. Gegevens kunnen worden geraadpleegd via “Omgeving in Kaart”. De verzamelde data zijn de basis voor de monitoring van de voortgang van de bodemsaneringsoperatie. Bodemtelefoon
WİDCMR Rijnmond
Werkplan 2024 I 30
Inwoners en bedrijven uit Rotterdam stellen schriftelijke en telefonische vragen over bodemkwaliteit en bodemsanering aan de DCMR. Deze vragen worden behandeld door de Bodemtelefoon. Een deel van de vragen wordt sinds een aantal jaren ondervangen door de GIS-tool op de website van DCMR. De vastgoedmarkt verlangt echter daarnaast een bevestiging van de gemeente van de juistheid van het raadplegen van informatiesystemen door intermediairs. A03, R13, R14, R39, R55, T08: Vooroverleg, beschikking bodemsanering, Behandeling melding sanering van de bodem (MBA’s bodem, voorheen BUS-melding), beschikking bedrijvenregeling bodemsanering, maatwerkvoorschriften, beoordeling rapportage bodemonderzoek. (1.10d, 1.10i, 1.10j, 1.10l, 1.10m, 1.10n) Per 1-1-2024 is de bodemwetgeving veranderd met de komst van de Omgevingswet. De BUSmeldingen en een deel van de beschikkingen zijn vervangen door Milieubelastende Activiteiten (MBA) (behandeling melding sanering van de bodem). Indien het niet mogelijk is om te saneren via de standaardoplossing van de MBA saneren is een maatwerkbesluit nodig. Veel lopende saneringen vallen nog onder de Wet bodembescherming via het Overgangsrecht tot dat is besloten over het evaluatieverslag en het nazorgplan.
De subsidieregeling onder het Besluit financiële bepalingen bodemsaneringen kent een eindtermijn: de verlening van subsidie is mogelijk tot 31-12-2024, de vaststellingsbesluiten dienen voor 1-1-2030 genomen te worden. Het toepassen van grond via het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit is onder de Omgevingswet een MBA. Ook voor het thema grondwater heeft per 1-1- 2024 een belangrijke wijziging plaatsgevonden: de Provincie Zuid-Holland is bevoegd gezag geworden voor de grondwaterverontreinigingen die niet onder het overgangsrecht vallen. Daarbij is van belang dat in de Zuid Hollandse Omgevingsverordening aanvullende regels zijn opgenomen over de activiteit grondwatersanering, de toevalsvondst grondwaterverontreiniging en de nazorg op grondwaterverontreiniging. Saneren van grondwater is een MBA. Voor activiteiten in de grond kan dus naast een “grond” MBA ook de MBAgrondwater van toepassing zijn, waarbij nadere afstemming nodig is. Met de provincie Zuid-Holland is afgesproken dat de bevoegdheden van het grondwater voor historische verontreinigingen in het havengebied bij de gemeente Rotterdam blijven. De provincie is wel betrokken bij invulling van de Gebiedsgerichte Aanpak (GGA) van het grondwater in het havengebied.
In 2024 gelden de wettelijke taken en bevoegdheden op grond van de Wet bodembescherming (Wbb) via het overgangsrecht voor lopende saneringen en locaties die in het verleden zijn beschikt als ernst/spoed. Daarnaast gelden de Milieubelastende Activiteiten voor graafwerkzaamheden, het saneren van de bodem, het toepassen van grond en bagger, het tijdelijk opslaan van grond en bagger via het spoor van de Omgevingswet. De DCMR voert deze taken uit. Verder worden jaarlijks beoordelingen in verband met geschiktheid voor het gebruik afgegeven en worden adviezen verstrekt aan SO ten behoeve van het verstrekken van omgevingsvergunningen voor het bouwen van verblijfsruimten. De DCMR verzorgt tevens het aanleveren van besluiten en contouren ten behoeve van de kadastrale registratie. T09 Controle bodembescherming: Handhaving bodem (1.10o) Ketentoezicht Door de grote verscheidenheid aan (vaak landelijk opererende) partijen in de grondsaneringsketen is het risico groot dat er iets fout kan gaan. Doordat de gevolgen van onjuist handelen bovendien vaak onomkeerbaar zijn, is goed toezicht en adequate handhaving van groot belang. In de grondsaneringsketen zijn meerdere toezichtsinstanties betrokken. Elke instantie ziet toe op naleving van een deel in de keten. In het kader van de circulaire economie zal het onderscheid tussen afvalstof en grondstof meer fluïde worden.
Dit vraagt om beter zicht op de keten. Binnen de DCMR wordt nauw
WİDCMR Rijnmond
Werkplan 2024 I 31
samengewerkt tussen Wabo-toezicht op afval- en grondstromen en bodemtoezicht. De keten wordt door beide disciplines in de gaten gehouden om eventuele barrières en lekstromen te identificeren. Administratieve taken Alle start-, wijzigings-, afwijkings-, einddiepte- en eindmeldingen die binnenkomen worden verwerkt. De administratieve afhandeling wordt in de handhavingszaak opgeslagen. Toezicht Bal In het kader van de bevoegd gezag taak van de gemeente, vindt toezicht op de saneringen plaats via onder andere de milieubelastende activiteiten ‘graven en saneringen’ van de Omgevingswet. Tijdens het toezicht wordt erop toegezien of de bodemsaneringen door erkende bodemintermediairs worden uitgevoerd en of de saneringen in overeenstemming met het saneringsplan of de melding worden uitgevoerd en het saneringsdoel wordt behaald. Toezicht vindt voor zover mogelijk risicogericht plaats op cruciale momenten, zoals bij het bereiken van de einddiepte. Toezicht toepassen bouwstoffen en grond op of in de bodem Van gemelde toepassingen van grond, baggerspecie en bouwstoffen wordt gecontroleerd of de toepassingen in overeenstemming met de meldingen plaatsvinden en of de toepassingen overeenstemmen met de eisen uit het Bal. Afgekeurde meldingen worden in het bijzonder meegenomen tijdens het toezicht.
Van waargenomen niet-meldingplichtige toepassingen van bouwstoffen worden bij twijfel de milieuhygiënische verklaringen opgevraagd en gecontroleerd. Van bekende bouwstoffentoepasssingen die geen functie meer vervullen, wordt er op toegezien dat deze worden verwijderd dan wel dat de toepassing wordt ontmanteld. De DCMR heeft in een vroeg stadium bijgedragen aan de landelijke discussie over de toepassing van thermisch gereinigde grond. Het toezicht op dergelijke grond- en overige circulaire stromen en discussies hieromheen vraagt ook in 2024 inzet. Toezicht kleinschalig grondverzet Voor de milieubelastende activiteit ‘graven in grond verontreinigd op- en onder de interventiewaarde’, zijn de regels in het Bal verscherpt ten opzichte van de Wbb. Het melden van deze activiteit moet nu vanaf 50 m3 bij niet ernstig verontreinigde grond gebeuren. Met de inwerkingtreding van het Bal zal deze grens liggen bij het graven onder de 25 m3, ongeacht de klasse. Kleine ontgravingen, in grond boven de interventiewaarde, onder de 25 m3 zullen niet meer meldingsplichtig zijn vanuit de Omgevingswet. Eerder had Rotterdam voor het ontgraven van kleine partijen de Richtlijn Kleinschalig Grondverzet (RKG). Deze richtlijn vervalt na inwerkingtreding van de Omgevingswet. Daarna worden door middel van gebiedscontroles beperkte graafactiviteiten getoetst aan het Bal.
Niet gemeld grondverzet Met informatiegestuurd toezicht probeert de DCMR zoveel mogelijk niet-gemeld grondverzet (nietgemelde bodemsaneringen of niet-gemelde toepassingen van grond en baggerspecie) in beeld te krijgen. Door hiertegen op te treden, verwacht de DCMR een verbetering van het meldgedrag. Toezicht lozen Met het in werking treden van de Omgevingswet, komen de Blbi-regels over het lozen buiten inrichtingen in de bruidsschat van de omgevingsplannen van de gemeenten. Dit tot het moment dat deze regels zijn opgenomen in het Omgevingsplan. DCMR voert het toezicht op deze lozingen risicogericht uit, waarbij bij saneringen ook steekproefsgewijs ook monsters worden genomen om de effectiviteit van de zuivering te controleren. Voorvallen Via de meldkamer of via handhavingbodem@dcmr.nl worden regelmatig meldingen van calamiteiten of voorvallen ontvangen. Indien deze voorvallen buiten de inrichtingen plaatsvinden, wordt beoordeeld of hier toezicht op uitgevoerd moet worden. Indien dit noodzakelijk is wordt dit opgepakt en afgehandeld.
WİDCMR Rijnmond
Werkplan 2024 I 32
T10 Gebiedstoezicht bodembescherming (nieuw) (1.10p) Buiten het toezicht op gemelde toepassingen en saneringen voert DCMR regelmatig gebiedsgerichte controles uit. Hierbij wordt zo veel mogelijk aangesloten op het toezicht op gemelde activiteiten. Er wordt specifiek gekeken naar niet gemelde toepassingen, grondwaterbemalingen, opslagen van grond en saneringen. Voor sommige secundaire materialen onder de Omgevingswet bestaat geen informatieplicht. Bij verkeerd toepassen van deze materialen zijn er echter wel risico’s voor de omgeving. Daarom is gebiedsgericht toezicht belangrijk.
3.5.11
Cluster Lucht (1.11)
A01 Advies milieuaspecten: Beleidsvoorbereiding Lucht (1.11a) Algemeen Het Rotterdamse beleid is gericht op het halen van de grenswaarden voor de luchtkwaliteit en het realiseren van de doelstellingen uit het Schone Lucht Akkoord (SLA) zoals gezondheidsverbetering en verminderde blootstelling aan luchtverontreiniging (vastgelegd in de Koersnota 2.0). De Europese commissie heeft recent een voorstel gedaan voor aanscherping van de richtlijn luchtkwaliteit. DCMR biedt ondersteuning met onder andere modelberekeningen en luchtkwaliteitmetingen en denkt mee en adviseert over de invulling van nieuw beleid. Het realiseren van oplossingen voor knelpunten blijkt complex in Rotterdam. Een goed inzicht in emissies, de mate van beïnvloedbaarheid daarvan en de effecten op de concentraties van met name NO2, roet, fijnstof en ultrafijnstof is daarbij van groot belang. De DCMR rekent op verzoek van de opdrachtgever scenario’s door, zodat beleidskeuzes en/of bestuurlijke keuzes beter kunnen worden onderbouwd. Het SLA geeft veel aandacht aan de gezondheidseffecten van luchtvervuiling. De uitstoot van fijnstof en roet door verkeer en houtkachels blijken hierbij belangrijke factoren in de komende jaren. DCMR adviseert op verzoek van de opdrachtgever over diverse luchtgerelateerde onderwerpen.
Voorbeeld hiervan is het onderzoek naar de concentraties ultrafijn stof op diverse plekken in het Rijnmondgebied. Een ander belangrijk onderdeel uit het SLA is het scherper vergunnen. In 2023 zijn de eerste stappen gemaakt om dit onderwerp uit te werken. In 2024 wordt hiermee verder gegaan en wordt scherper vergunnen toegepast in vergunningprocedures. Rotterdam spant zich al lang in voor een nationaal verbod op varend ontgassen. DCMR is ook in 2024 betrokken bij de implementatie van het verbod, onder andere bij het verder beproeven van ontgassingsinstallaties. Advisering in het dossier vindt plaats via de Rotterdamse werkgroep ontgassen. Verduurzaming mobiliteit Behalve ondersteuning op de thema’s lucht en geluid die een relatie hebben met mobiliteit, biedt DCMR met een specifieke rol en expertise vanuit breder perspectief ondersteuning aan de verduurzaming van het transport in de regio. In 2024 gaat dit onder meer om de volgende werkzaamheden: ^ In Rotterdam en de Metropoolregio wordt gewerkt aan diverse projecten en initiatieven om de milieu-impact van verkeer en vervoer terug te dringen en transport te verduurzamen. Op basis van gemaakte werkafspraken om tot meer synergie te komen tussen de Verkeersonderneming (VO), SO/Mobiliteit en DCMR, worden betrokken partijen geïnformeerd over in uitvoering zijnde programma’s/projecten en wettelijke taken/verantwoordelijkheden.
DCMR informeert bedrijven over Ecostars en Greendeal en geeft aan VO en SO door welke bedrijven geïnteresseerd zijn. VO en SO koppelen resultaten terug aan DCMR, die bedrijven zo nodig aanspreekt op wettelijke verantwoordelijkheid (zorgplicht). Periodiek vindt monitoring en evaluatie plaats; ^ Het klimaatberaad heeft een taakopdracht aan de Mobiliteitstafel gegeven om wettelijke normstelling ten behoeve van de verduurzaming van vervoer verdergaand te ontwikkelen. De normstellende regeling beoogt, binnen een pakket verleidende maatregelen bij werkgevers, de CO2-uitstoot in werkgebonden mobiliteit terug te dringen. De regelingen concentreren zich op werkgebonden personenmobiliteit en goederenvervoer. Beide regelingen worden opgenomen in de Omgevingswet en vereisen een aanpassing in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). De normstellende regeling maakt onderdeel uit van een breder pakket en wil bij werkgevers vooral
WİDCMR Rijnmond
Werkplan 2024 I 33
een positieve, op actie en eigen verantwoordelijkheid gerichte aanpak van hun mobiliteit ondersteunen. Het verbeteren van de communicatie tussen bedrijf, instelling en overheid is essentieel voor het reduceren van de milieu-impact van bedrijfgerelateerd transport. Rapportage luchtkwaliteit Voor de monitoring van luchtkwaliteit wordt het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) gebruikt. Het CIMLK wordt onder andere gebruikt voor: ^ Gemeenten, provincies en het Rijk moeten jaarlijks omgevingswaarden voor luchtkwaliteit monitoren. De monitoringsplicht staat in artikel 20.1 van de Omgevingswet. ^ Conform de Schone Lucht Akkoord-afspraken monitoren de SLA-deelnemers óm het jaar de luchtkwaliteit. Zie artikel 11 Schone Lucht Akkoord. Voor de nationale rapportage luchtkwaliteit over 2023 worden in 2024 door DCMR verkeerscijfers en milieukenmerken verwerkt in het CIMLK format en aangeleverd aan Bureau Monitoring van het ministerie van I&W. Daarnaast geeft DCMR input aan SO ten behoeve van analyses, tabellen, kaarten (2024, 2025 en 2030) en blootstellingsgegevens. D19 Meting en monitoring milieukwaliteit: Beheer luchtmeetpunten (1.11b) De actuele luchtkwaliteit en het effect van genomen maatregelen zijn beter inzichtelijk geworden door de meetpunten op Rotterdams grondgebied.
Deze meetpunten maken deel uit van een groter regionaal netwerk met in totaal veertien meetpunten in het Rijnmondgebied. Financiering vindt plaats door Provincie en Rotterdam samen. Twee van de regionale meetpunten behoren toe aan het RIVM. De werkzaamheden voor de luchtmeetpunten bestaan uit regulier onderhoud, validatie en publicatie van meetcijfers in rapportages en via app en internet. Specifiek voor Rotterdam worden analyses gemaakt uit de meetcijfers, zoals de ontwikkelingen van de verkeersemissies, de impact van de milieuzone, stof- en benzeenbelasting langs de Waterweg (o.a. Hoek van Holland), enzovoort. Met de publicatie van de jaarrapportage en het publiceren van alle automatische meetstations op de website www.luchtmeetnet.nl wordt aan de informatieplicht uit de luchtwetgeving voldaan. In 2021 is een nieuw vijfjarenplan voor het meetnet afgerond, waarmee de werkzaamheden voor de periode 2021-2025 worden beschreven. De kosten voor het luchtmeetnet, die voorheen in het materiele budget werden begroot, zijn vanaf 2021 ondergebracht in een projectbijdrage. Op deze wijze zijn schommelingen in de uitgaven per jaar beter op te vangen. Om een indruk te krijgen van de optredende concentraties en de invloed van verschillende broncategorieën is in 2018 is een begin gemaakt met het meten van ultrafijn stof (UFP).
Deze metingen zijn sinds 2021 onderdeel van het reguliere meetnet. In het kader van UFP werkt DCMR samen met RIVM voor de realisatie van een supersite in Rijnmond en faciliteert DCMR TNO in het onderzoek naar de samenstelling van fijnstof. DCMR blijft deelnemen in deze samenwerkingsvormen om maximaal te kunnen profiteren van de inspanningen binnen onze regio.
3.5.12
Cluster Geluid (1.12)
A01 Advies milieuaspecten: Secretariaat Regionaal Afsprakenkader (RAK) (1.12a) Secretariaat Regionaal Afsprakenkader (RAK) Op 8 juli 2015 ondertekenden de provincie Zuid Holland, de gemeenten Rotterdam, Brielle, Maassluis, Nissewaard, Schiedam, Vlaardingen, Westvoorne, Deltalinqs, het Havenbedrijf Rotterdam en de DCMR voor het eerst een afsprakenkader over geluid en ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied Rijnmond-West. Hierin is geregeld op welke manier de betrokken partijen in het gebied samenwerken om haven en woonkernen binnen de geldende geluidskaders te kunnen blijven ontwikkelen. In 2023 is het convenant geactualiseerd.
WİDCMR Rijnmond
Werkplan 2024 I 34
De looptijd van het geactualiseerde convenant is gekoppeld aan de vaststelling van de geluidproductieplafonds onder de Omgevingswet. Partijen streven ernaar om op dat moment een aangepast convenant (de volgende actualisatie) in werking te laten treden. De DCMR voert het secretariaat. Het secretariaat word gefinancierd door de provincie Zuid-Holland, gemeente Rotterdam, het Havenbedrijf en de deelnemende regiogemeenten ieder voor een vierde deel. Inmiddels neemt ook Albrandswaard deel aan de overleggen en maken Brielle en Westvoorne deel uit van de nieuwe gemeente Voorne aan Zee. De eerste jaren sinds ondertekening van het convenant stonden vooral in het teken van gezamenlijk overleg over nieuwe woningbouwplannen. De komst van de Omgevingswet, het vooruitzicht op GPP’s, de toenemende druk op woningbouw, beschikbare geluidruimte en voorkomen van geluidoverlast voor bewoners en het vinden van een balans tussen ontwikkelingen in de haven enerzijds en woningbouw anderzijds maken dat het accent van de overleggen is verschoven. Gingen de overleggen voorheen over het bespreken van concrete procedures, tegenwoordig wordt meer gesproken over visie en toekomstige ontwikkelingen. Het belang van het RAK-overleg blijft daarmee onverminderd hoog.
Het RAK-overleg draagt bij aan de economische ontwikkelingen en de bouwopgave in het gebied en zorgt voor het tijdige bespreken van belangen tussen betrokken partners. A02 Beleidsadvies: Beleid geluidshinder (1.12b) Algemeen In opdracht van SI/Milieu ondersteunt de DCMR de Rotterdamse clusters en samenwerkingspartners bij het systematisch terugdringen van geluidshinder in de stad. In december 2019 is het Actieplan geluid 2019-2023 vastgesteld. Na de vaststelling is begonnen met de uitvoering van de acties en dit loopt door in 2024. Dit vergt ook inzet van de DCMR. De inzet richt zich met name op het meedenken over hoe de bouwopgave van Rotterdam zo kan worden gerealiseerd dat ook qua geluid een fijne en gezonde leefomgeving ontstaat. Daarnaast wordt gewerkt aan onderstaande projecten. Geluidsoverleggen Tussen de opdrachtgever en de DCMR vindt periodiek een regie overleg geluid plaats. Hierin worden afspraken gemaakt over de aanpak van de diverse geluidonderwerpen en de rol van de DCMR daarin. Actieplan geluid In 2024 wordt het nieuwe Actieplan geluid 2024-2028 opgesteld. De lijn van het huidige Actieplan zal worden voortgezet. De Koersnota Geluid geeft hierbij de hoofdrichting aan. DCMR biedt als vraagbaak en sparringpartner inhoudelijke ondersteuning om tot een zo goed mogelijke gebalanceerde invulling van het Actieplan te komen.
Geluidbeleving (voorheen Stille groene gebieden) In 2020 is gestart met gesprekken met de afzonderlijke projectmanagers van 8 stedelijke projecten met een groen component, waaronder de Hofplein, Hofbogen, Schouwburgplein, Rijnhaven en Getijdenpark, Alexanderplein en Westblaak. Doel is om deze gebieden voor gebruikers optimaal in te richten door deze te onderzoeken op geluidsbeleving. Het stappenplan dat hiervoor is opgesteld loopt door in 2024. Vanuit de DCMR wordt expertise beschikbaar gesteld. Er worden Soundscape metingen verricht volgens de norm NEN-ISO 12913-1:2014 en er worden traditionele geluidsmetingen uitgevoerd. Door deze aanpak wordt de geluidbeleving gerelateerd aan de geluidbelastingen en kan de geluidkwaliteit worden geëvalueerd. Na realisatie van het project kan via nieuwe metingen en vergelijkende luistertesten de verbetering van de geluidkwaliteit worden vastgesteld. In 2023 is de pilot GLIMI gestart in Rozenburg. Het project beoogt om de geluidomgeving meetbaar te maken en burgerparticipatie te ondersteunen met een portal. Hierdoor wordt inzicht verkregen waarmee de kwaliteit van de leefomgeving wordt behouden en verbeterd. De pilot is in 2023 afgerond. In 2024 wordt een vervolgonderzoek uitgevoerd om zo stappen te kunnen maken in de verbetering van de geluidkwaliteit in het gebied.
Actualisatie ontheffingsbeleid Met het van kracht worden van de Omgevingswet vervalt het stelsel van Ontheffingsbesluiten hogere waarden en daarmee dus ook het daaraan gekoppelde Hogere waardenbeleid dat Rotterdam in 2007 heeft vastgesteld. Er is gekeken hoe dit beleid Omgevingswetproof kan worden omgezet naar een