[23bb007277] Bijlage 2 behorende bij 23bb007275 over 'STRIJDERS' - Stichting JOZ
Tekst van het document
Veel minder dan bij de mannen.” (Jongedame Delfshaven, 15 jaar) “Het gebeurt dat een vrouw je gewoon vies aankijkt, je bijna in je ziel aankijkt. Terwijl er helemaal niets aan de hand is. Je loopt gewoon rustig. Je bent gewoon aan het ademen. Je ademt alleen al en ze kijken boos naar jou. Dat is voor mij wat ik vind dreigend overkomen. Ik kan gelijk kijken van ‘wat kijk je’. En dan komt er gelijk weer een ruzie, en andersom. […] Het verschil met mannen is dat vrouwen veel gaan schreeuwen en praten en niet veel gaan doen soms. Terwijl er niets aan de hand is. Je loopt langs elkaar en dan kijk je elkaar vies aan. Maar ik heb die persoon nog nooit in m’n leven gezien, ik ken jou niet, en je kijkt al vies naar me. Misschien doe ik dat onbewust zelf ook wel, dat zou best wel kunnen. Het kan soms een schild zijn. Maar meer van: als jij vies naar mij kijkt dan denk ik ook: ‘wat moet je dan?’. Ik kijk misschien 47
ook wel onbewust vies. Ik ken mezelf, ik kan ook een bitch zijn. Dus het zou wel kunnen dat ik vies kijk, maar het zelf niet doorheb. Maar dat kan bij die andere mensen ook zo zijn. Ik denk sowieso dat je een attitude moet hebben hier, want je wil niet dat mensen over jou heen gaan lopen. Mensen in Delfshaven zijn sneller zeg maar ready om te vechten” (Jongedame Delfshaven, 21 jaar) Een van de respondenten gaf tijdens de gesprekken zicht op de reden die hierachter kan liggen. Volgens haar liggen de gedragsverwachtingen met betrekking tot geweld voor meiden anders dan voor jongens, waardoor eerstgenoemden zich minder gedwongen voelen aan de hand van groepsdruk fysiek geweld te gebruiken. “Ik denk wel dat het bij jongens eerder uitloopt op een gevecht. Vrouwen gaan eerst nog discussiëren. Weet je wat het ook met vechten is; ik denk dat het uitdagen is. Twee personen die tegenover elkaar staan die willen niet vechten, maar ze worden uitgedaagd door elkaar en door de mensen om hun heen en zo. En jongens zijn daar wat gevoeliger voor, die denken van ‘ik moet nu vechten anders ben ik een mietje’. En ik denk dat een meisje het langer volhoudt dat bekvechten.” (Jongedame Delfshaven, 18 jaar) Tot slot stelde een van de respondenten dat de houding die meiden ten opzichte van elkaar aannemen veel te maken heeft met of mensen elkaar kennen of niet.
Volgens haar is dat laatste in Delfshaven aan de hand van familierelaties in veel gevallen aan de orde. “Maar ik zeg eerlijk: in Delfshaven heb je ook merendeels familie. Ondanks dat er echt rotte appels bijzitten, is het wel familie. Mensen die elkaar kennen doen niet onaardig tegen elkaar. Als je elkaar kent kom je voor elkaar op en wil je het beste voor elkaar. Dat merk ik wel.” (Jongedame Delfshaven, 20 jaar)
Illegale economie Op basis van de literatuur kunnen we stellen dat het binnen de setting van de straat statusverhogend werkt je te presenteren als iemand die in meer of mindere mate betrokken is bij de illegale economie. Over de manier waarop vrouwen binnen hun presentatie verwijzen naar hun criminele betrokkenheid, waren de geïnterviewde professionals eensgezind. Vrijwel alle respondenten gaven aan dat dit meer “een jongensding” is en dat zij zelden meiden criminaliteit zien gebruiken om aan anderen een bepaalde indruk van zichzelf te wekken. Volgens een van de respondenten zijn het name de jongens die opzichtig posten over criminaliteit en “posten meiden meer quotes en foto’s van zichzelf”. Wel tonen de professionals zich bewust van het feit dat de meiden in Delfshaven vaak niet het achterste van hun tong laten zien; “ze zijn gewiekst in wat ze wel/niet vertellen”. Het zou hierdoor kunnen dat meiden hun vermeende betrokkenheid bij de illegale economie vaker naar voren brengen dan door professionals kan worden waargenomen. Een van de professionals stelt dat het ontbreken van
48
zicht op meiden niet alleen geldt voor hun presentatie, maar ook in grote mate voor hun daadwerkelijke betrokkenheid bij criminaliteit. “Ik heb nog in geen enkel gebied gehoord dat er een meisje naar voren komt bij criminele activiteiten. Ook niet in groepsaanpakken. Er zit geen enkele meid tussen. Dat moet dan wat zeggen, namelijk dat de meiden niet echt crimineel actief zijn. Zoals beroving, inbraak, diefstal. Ik heb het in nog geen enkel gebied gezien dat daar een meid tussen stond.” (Professional Delfshaven) Uit de interviewgesprekken met meiden uit Delfshaven komt een vergelijkbaar beeld naar voren. Hoewel de respondenten aangeven dat meiden wel degelijk betrokken zijn bij criminaliteit, stellen zij dat zij hier in ieder geval niet mee pronken. “Meiden niet echt, maar meer jongens denk ik. Ik heb nog nooit gezien dat dames dat doen. Vooral hier niet in Delfshaven. Maar bijvoorbeeld wat ik wel pas heb gezien waren meiden die online lachgas verkopen. Dat ze daar stoer over doen, met alleen maar meiden. Lachgasqueen of zoiets. Ze zochten ook nieuwe mensen en zeiden daarbij dat alleen meiden mochten reageren.” (Jongedame Delfshaven, 19 jaar) “Bij meisjes heb ik dat eigenlijk nog nooit meegemaakt. Ik weet wel dat zulke dingen gebeuren, dat meisjes zich daarmee bezighouden, maar ik zie meisjes er niet over opscheppen.
Je hoort wel eens wat, maar ik heb nog nooit een meisje gezien dat zegt van ‘he ik ga even..’. Meiden doen er in ieder geval niet stoer mee.” (Jongedame Delfshaven, 18 jaar) “Ik denk dat sommige meisjes dat wel doen, maar ik denk dat het bij veel meiden schaamte is. Dat mensen gaan zeggen van ‘huh je bent een meisje, waarom doe je dit’. Dat ze het misschien wel doen, maar er niet zo open over praten. Misschien naar jongens die ook in dat wereldje zitten, maar naar de buitenwereld niet. Je moet doen wat je moet doen, maar het is niet stoer om erover te praten. Ik vind het bij een jongen stoerder dan bij een meisje, maar het is gewoon.. ik vind het een afknapper als je ermee gaat opscheppen. Als iemand het doet die het er niet over heeft dan denk ik nog: ‘iedereen z’n eigen ding, het is goed dat je er niet mee opschept’. Als je er stoer over gaat doen, is dat echt een afknapper.” (Jongedame Delfshaven, 21 jaar) “Ik heb dat nooit gehoord dat een meisje zoiets heeft gedaan. Ik denk dat jongens het echt raar zouden vinden. Ze zouden haar niet serieus vinden.” (Jongedame Delfshaven, 15 jaar) Waar we zagen dat geweld zowel in de performance van mannen als van vrouwen een belangrijke rol lijkt te spelen, lijkt het pronken met betrokkenheid bij de illegale economie binnen de presentatie van jonge vrouwen in Delfshaven in zijn geheel afwezig.
Het claimen van criminele betrokkenheid vormt voor jonge vrouwen in Delfshaven – in tegenstelling tot voor hun mannelijke leeftijdsgenoten – geen manier om te scoren. 49
Antipathie jegens overheid Een belangrijk derde onderdeel van de performance van straatidentiteit vormt volgens de literatuur het tentoonspreiden van een zekere antipathie jegens de overheid – vaak de politie –, die wordt gezien als vertegenwoordiger van het systeem waardoor jonge mensen zich buitengesloten voelen. Uit de gesprekken met professionals blijkt dit proces bij meiden in Delfshaven beduidend minder te spelen dan bij de jongemannen. “Ik denk dat de meiden zich daar toch wel afzijdig van houden. Want ‘ik heb niets met justitie, dus ik hoef er ook niet bang voor te zijn. Ik doe niets illegaals, of wat niet mag. Ik heb niets te verbergen.’” (Professional Delfshaven) De meiden die hun antipathie tegen overheidspartijen wel laten merken, doen dit soms vanwege negatieve ervaringen die zij zelf met dienders hebben gehad. “Ja, doen ze wel. Politie wordt niet gezien als vriend: geen positieve ervaring met de politie. Ze voelen zich niet gehoord, niet erkend. Overigens, de positieve ervaringen worden niet verteld. Daarnaast zijn veel jongeren sceptisch over de corona-aanpak.” (Professional Delfshaven) “Ik hoor ze daar niet positief over praten, maar ook niet heel negatief. Soms is er wel angst voor de politie. Bijvoorbeeld bij een meisje bij een agent thuis was langsgekomen. Dat werd heel eng gevonden.
De politie kwam voor haar oudere broer, die een vriendin van haar oudere zus had bedreigd omdat hij vond dat hun zus door haar toedoen het verkeerde pad op ging. De zus liep vaak van huis weg en ging met mensen om die hij niet zag zitten. Hij vroeg dan aan de zus: ‘Wat doe je onze familie aan?” (Professional Delfshaven) Een professional stelt dat meiden die vanuit het verleden negatieve ervaringen – zoals de afwezigheid van ouders of het opgroeien in een onveilige omgeving – hebben gehad, vervolgens autoriteitsproblemen krijgen die ervoor zorgen dat ze “kunnen knallen tegen alles”. Waar voor sommige meiden negatieve ervaringen met de overheid ten grondslag lijken te liggen aan hun houding jegens dienders, lijken meiden echter vooral te willen voldoen aan de geldende gedragsverwachtingen met betrekking tot de omgang met overheidspartijen. De geïnterviewde professionals schetsen hoe ze dit terugzien in manier waarop meiden in Delfshaven op hun social mediaprofielen teksten als “omerta [zwijgrecht]” en “snitches get stitches” plaatsen. De houding van de jongens in Delfshaven richting de politie lijkt een belangrijke rol te spelen in de manier waarop meiden zich opstellen. Een van de respondenten licht dit proces toe. “De wijkagent mag bij gratie dichtbij komen, maar de collega’s van ‘busjes’ kunnen ze niet luchten of zien.
Busjes komen alleen bij melding, dus komen boetes geven en of wegsturen. Die hebben daardoor een slecht imago en weinig vertrouwen. Het 50
vertrouwen moet worden gewonnen, persoonlijke aandacht is belangrijk. Ook meiden hebben een groot wantrouwen in de overheid. Het slechte gedrag van henzelf of de groep wordt ontkend. Ze nemen het hoe dan ook op voor de jongens. Je moet van de groep afblijven.” (Professional Delfshaven) Een aantal van de geïnterviewde professionals benoemt, tot slot, in de gesprekken de negatieve impact van de coronaregels op de relatie tussen jongeren en (vertegenwoordigers van) de overheid. Ook uit de gesprekken met de meiden kwam naar voren dat een beperkt deel van de jonge vrouwen in Delfshaven hun antipathie jegens de overheid naar voren brengt, al tekenen zij aan dat dit veel minder gebeurt dan bij hun mannelijke leeftijdsgenoten. “Is een kleine groep, maar het is er wel denk ik. De relatie met de politie is niet alleen minder problematisch dan bij mannen, meiden zijn over het algemeen ook gewoon minder problematisch. Eerlijk, als je op straat ziet.. het gebeurt wel, er gebeuren wel dingen, maar ik denk dat het gewoon minder is en daarom valt het ook gewoon minder op.” (Jongedame Delfshaven, 18 jaar) “Voor zover ik weet hebben de meiden die ik ken wel af en toe problemen met justitie, maar niet zoals de boys, dat ze elke keer worden gestopt en zo. Dus ik snap bij heel veel van die dames niet waar die haat voor de autoriteiten vandaan komt, dat ze daar ineens helemaal schijt aan hebben.
Like, jij hebt geen problemen met ze, zij hebben geen problemen met jou. Waar komt dit vandaan? Dat is toch ook wel de muziek die ze luisteren, de situaties die je ziet gebeuren.” (Jongedame Delfshaven, 22 jaar) De negatieve houding tegenover overheidsfunctionarissen is in sommige gevallen het gevolg van negatieve ervaringen met het systeem, bijvoorbeeld doordat iemand die zij kennen (in hun ogen) op een onbehoorlijke manier is behandeld door de politie. “Ik denk dat sommige meiden dat ook wel hebben. Ik heb zelf geen haatgevoelens maar ik vind ze ook niet leuk of zo. Ik heb er niets mee. Ze doen hun werk, klaar. Gewoon, ja wel, ik snap het wel, want sommige mensen hebben een broer of een neef die hard is aangepakt, dat ze daardoor politie gaan haten. Door wat in hun omgeving is gebeurd. Dat hoort gewoon zo, nieuwe regel of zo. Het is niet iets nieuws, iedereen haatte vroeger ook al de politie.” (Jongedame Delfshaven, 21 jaar) In de gesprekken werden de openbaar geworden Whatsappgesprekken van de politie naar aanleiding van de moord op Hümeyra Öz door de respondenten regelmatig naar voren gebracht. De gebeurtenissen – ook de moord zelf – lijken veel impact te hebben gehad in de buurt en de verschenen chatberichten lijken de verhoudingen tussen meiden – maar eigenlijk alle jongeren – en de politie op scherp te hebben gezet. Een van de meiden vertelt daarover het volgende.
51
“Ik denk wel dat veel jongeren nu wel denken van ‘ja fuck hun, we hebben niets meer aan hun. Als zij zo voor ons praten. Wat moeten wij nog respect voor hun hebben?’ De meisjes, maar ook andere jongeren. Het gaat om Black Lives Matter en over Humeyra en we hebben dingen gehoord wat er met zeg maar getinte mensen is gebeurd, dus ik denk wel dat de meerderheid van de jongeren nu denken van ‘wat moet ik nu respect naar jou toe tonen als jij geen respect voor mij hebt?’” (Jongedame Delfshaven, 16 jaar) De spanning die de racistische uitlatingen van agenten – en het feit dat zij mochten aanblijven – teweeg hebben gebracht, is ook online duidelijk merkbaar. Binnen onze online etnografie was dit bijvoorbeeld merkbaar onder een post over excuses van de Rotterdamse politie aan het adres van de familie van Hümeyra, gepost op het onder jongeren populaire Instagramaccount @cestmocro.
Meiden vragen zich onder de post openlijk af of de straf die de agenten hebben gekregen passend is en of niet alle agenten die zich aantoonbaar racistisch uitlaten zouden moeten worden ontslagen. Het valt op dat de toon waarin de meiden zich uitlaten jegens de politie aanmerkelijk fatsoenlijker is dan wat we normaal bij hun mannelijke leeftijdsgenoten terugzien. Net als de professionals, stellen de geïnterviewde meiden dat de houding van meiden tegenover met name de politie in veel gevallen niet veel te maken heeft met negatieve ervaringen. Meiden lijken vooral te willen voldoen aan de gedragsverwachting die voorschrijft dat men een zekere afkeer tegen de overheid communiceert. “Sommige meisjes zie je wel stoer doen tegen de overheid. Gewoon dat ze zeggen ‘fok de popo’ en zo, ‘ik ben niet bang voor ze’. Meestal zie je dat online, dat ze zeggen ‘ik
52
heb schijt aan ze’ en zo. Ze hebben niet eens per se ruzie met de politie, ze willen dan gewoon meer stoer doen denk ik.” (Jongedame Delfshaven, 12 jaar) “Ik hoor wel op Insta soms negatieve dingen die worden gezegd over de politie door meiden. Gewoon ook ‘fuck de politie’ en ‘ze zijn racisten’ en zo. Ik denk niet dat ze zelf iets hebben meegemaakt, ik denk dat het meer is om erbij te horen. Vroeger deed ik dat zelf ook. Dan dacht ik zo van: ‘ja, de politie haat echt op iedereen’. En toen had ik een situatie waarin ik de politie nodig had en toen besefte ik zo van: ‘het is niet zo’. Het hoort niet zo te zijn eigenlijk. Misschien zijn er wel situaties waarin het misging met de politie, maar op zich is niet iedereen zo. Dus niet iedere politieagent. Dat ik dat eerst dacht kwam door mijn vriendinnen waarmee ik vroeger omging. Die zeiden allemaal slechte dingen over de politie en over wat zij hadden meegemaakt en zo. Terwijl ik eigenlijk nooit eerder met de politie iets had meegemaakt. Dus ik dacht ook al gelijk: ‘oh de politie zal wel slecht zijn’.” (Jongedame Delfshaven, 19 jaar) “Soms zie je weer een foto van politie. Dan zijn mensen gewoon rustig aan het rijden en dan controle en dan meteen een foto met ‘fuck de politie’.
Terwijl; je bent gewoon aangehouden omdat ze gewoon aan ‘t checken zijn.” (Jongedame Delfshaven, 21 jaar) “Vroeger merkte je het wel dat als er politie langskwam dat iedereen dan raar ging doen, weg ging lopen of rennen, terwijl je niks doet. Er is niks. Je staat gewoon te praten in een groepje. Gelijk chaos, politie, loop weg, capuchon op, terwijl er is niks. Gewoon beetje stoer doen, capuchon op. Maar dat was toen ik 12 was, toen ik op basisschool zat.” (Jongedame Delfshaven, 21 jaar) Net als de professionals, vermoedt ook een aantal meiden dat de opstelling van jongens hierin sturend is. Met andere woorden: meiden zouden zich met name negatief opstellen tegen dienders omdat ze dit zien bij jongens in de buurt. “Absoluut. Ja. Kijk weetje, wat ik zelf vind is dat de meiden van tegenwoordig gewoon meer een beetje de boys daarin beginnen na te praten. Ik vind dat het niet originele ideeën van zichzelf zijn, maar meer gewoon van: ‘oh ja m’n vriend zit vast: fuck de politie dit dat’. Wanneer politie voorbij komt stoer doen: ‘Fuck de overheid’. Inderdaad wanneer hun mattie vast zit, ‘free dit free dat’.
Bla bla dat ik denk: ‘ja? Weet je zeker free hem?’” (Jongedame Delfshaven, 22 jaar) Een van de geïnterviewde jongedames zegt zich niet te herkennen in het beeld dat meiden zich afzetten tegen de politie, maar stelt wel dat veel meiden niet graag in contact treden met dienders “Ze zetten zich niet af tegen de politie, maar het zijn ook geen types die heel snel naar de politie zullen gaan. Dat heb ik ook gemerkt in Delfshaven.” (Jongedame Delfshaven, 20 jaar)
53
Lokaliteit Volgens de literatuur hechten jongemannen die zich binnen een straatcultuur begeven veel waarde aan het communiceren van een connectie met hun eigen buurt en het afschilderen van deze plek af als een gevaarlijke en achtergestelde omgeving. Uit de gesprekken blijkt dat professionals dit proces maar in beperkte mate terugzien bij de meiden in Delfshaven. Een aantal professionals geeft aan dat het communiceren van de connectie met de buurt vooral als een jongensding gezien dient te worden. “Bij de jongens heb je dat echt wel. Als je uit Spangen komt, dan kom je uit Spangen! Maar bij die meiden heb ik dat eigenlijk nog niet voorbij zien komen. Ik volg van alles uit Spangen, toen met die drillrap enzo. De postcode daar is 2726, dus als ik daar op zoek op Instagram, dan kom ik eigenlijk alleen maar jongens tegen. Dus die verbondenheid met de wijk zie ik bij meiden niet echt terug.” (Professional Delfshaven) Een aantal professionals herkent de trots voor de buurt bij meiden wel in de manier waarop zij op hun social mediaprofielen de toevoeging ‘west’ achter hun naam plakken, om hun verbinding met Rotterdam West te expliciteren. In sommige gevallen is de trots van de meiden in Delfshaven volgens de respondenten echter eerder gericht op familie of etnische- of geloofscultuur. “Ze voelen zich erg verbonden met eigen buurt.
Geen idee waarom ze zo verbonden zijn met de buurt waar ze zijn opgegroeid. Misschien omdat familie hier woont? Daarnaast halen ze ook hun identiteit uit de buurt. Maar op wat voor een manier ze dat doen, kan ik niet echt onder woorden brengen.” (Professional Delfshaven) “Nee, eerder trots op Rotterdam en op hun eigen cultuur. Op hun geloof, ze identificeren zich daarmee. Ze zijn ook trots op familie, er is veel wij-gevoel. Turkse kinderen voelen zich ook vaak Turks. Ze spreken die taal ook en weten veel over het land van herkomst van de ouders.” (Professional Delfshaven) Waar het uiten van een zekere trots voor de buurt bij sommige meiden wordt herkend, geven de geïnterviewde professionals unaniem aan dat de meiden in Delfshaven hun wijk – in tegenstelling tot de jongens – niet afschilderen als een gevaarlijke plek. Waar de jongemannen in Delfshaven trots lijken op de achtergesteldheid van hun wijk, benadrukken meiden vaker de positieve aspecten van de buurt. “Ja, ze zijn erg trots op eigen buurt. Dit geldt met name voor de jongens. Ook meiden zijn trots op spangen, maar meer om met spangen positieve stappen te maken naar het verbeteren van de buurt.” (Professional Delfshaven) Ook in de gesprekken met de meiden blijkt het claimen van lokaliteit niet voor alle meiden in Delfshaven dezelfde waarde te vertegenwoordigen.
Voor veel meiden lijkt hun trots voor de buurt niet per se samen te hangen met een negatief stigma, maar eerder met de manier waarop 54
zij zich thuis voelen in Delfshaven en het feit dat de wijk de afgelopen jaren positieve ontwikkelingen heeft doorgemaakt. “Ze gebruiken termen als ‘Westside’, ‘Delfshaven’ of ‘daar achter Maccie’. Als je gewoon op Instagram kijkt, als je in hun bio kijkt. Dan zie je toch wel ‘ja, 010 Delfshaven’. Het is wel echt iets dat ze laten zien, van bijna van ‘ja ik ben een soort trots op mijn wijk want wij komen van niks en wij staan daar wel’. Ik heb daar persoonlijk niet veel mee. Ik zie dat niet helemaal van wat mensen daar zo stoer aan vinden. Wat ik van die anderen begrijp is: ze zijn hier opgegroeid, ze hebben de wijk gezien hoe het eerst was, toen het er nog slechter aan toe was en zo. En dat ze nu zeggen: wij hebben het gemaakt omdat ze een beetje geld in hun zak hebben. ‘Wij zijn van Delfshaven, wij zijn hier hard geworden, wij gaan het hier nu goed doen voor de mensen’. Zulke dingen. Dat maakt voor hun het verschil, dat ze denken dat ze van helemaal niets komen. En dat ze daarom zeggen: ‘hier worden mensen hard gemaakt dus wij gaan deze buurt nu weer goed maken met die hardheid’.” (Jongedame Delfshaven, 22 jaar) “Ik ben wel trots op mijn wijk, ja. Ik ga niet zeggen van ‘Hè waarom woon ik hier?’ of zo. Dat kan je niet zeggen. Ik weet niet, ik ben hier gewoon gewend. In Noord zou ik bijvoorbeeld echt niet kunnen wonen, daar is het gewoon anders. Kijk in Noord, ik weet niet.
Het is gewoon anders. Ik was pas nog bij mijn vriendin haar moeder in Noord, ik kwam thuis, ik zei wel tegen mijn moeder ‘het is echt anders’. Ik voel me echt veilig hier. Ook al hoor je soms criminaliteit dit dat, maar ik voel geen angst of zo. Dat ik denk dat ik niet in het donker buiten kan lopen of zo.” (Jongedame Delfshaven, 15 jaar) Een aantal respondenten geeft aan wel degelijk te herkennen dat meiden het stoer vinden hun buurt af te schilderen als een gevaarlijke plek, al tekenen zij aan dat dit minder gebeurt dan bij hun mannelijke leeftijdsgenoten. Uit de woorden van de geïnterviewde meiden lijkt dit een manier om zichzelf te beschermen, omdat het andere mensen kan afschrikken. “’Ja ik kom van daar’, ‘oh ze heeft zeker broers, haar broers komen ook van daar. Ik moet zeker uitkijken’. Meiden gebruiken dat onderling dus ook. Ik denk ook dat mensen trots zijn op waar ze vandaan komen. Vooral de negatieve dingen. Tegenwoordig hoef je niet eens te zeggen, gewoon: ‘ik kom van Delfshaven’. Dan weten mensen genoeg. Meestal zeggen mensen: ‘ik kom van West’, ‘Waar West? Oh Delfshaven of Spangen’, dan denken mensen wel van: ‘oh ja, je komt van daar’. Dus Delfshaven heeft wel een naam. Eigenlijk is dat overal in Rotterdam wel zo, alle wijken.” (Jongedame Delfshaven, 21 jaar) “Dan vertellen ze wat er allemaal in Delfshaven gebeurt.
Bijvoorbeeld als hier iets is gebeurd ofzo, dan zeggen ze van ‘ja er is hier gisteren iemand gestoken’ of zo en dat vinden ze dan stoer om te vertellen” (Jongedame Delfshaven, 12 jaar) “Ja, ik herken dat wel. ‘Ik kom van Driehoek’ zeggen ze dan, ‘Delfshaven’ ook wel. Dan zijn het soms van die wijken tegen elkaar soort van. Over Delfshaven wordt dan gedacht: 55
Oh dat is wel een hele erge, enge buurt. Er zijn wel meiden die dat doen, maar heel veel minder dan jongens.” (Jongedame Delfshaven, 19 jaar) Het hierboven beschreven proces viel ook binnen onze online etnografie te onderscheiden. Meiden lijken de reputatie van hun buurt te gebruiken om zich te beschermen of in de hoop met rust gelaten te worden. Uit de gesprekken kwam ook heel duidelijk een keerzijde van het negatieve stigma van Delfshaven naar voren. Waar de reputatie van de buurt mannen kan voorzien in een zekere geloofwaardigheid, stelt een aantal meiden dit juist als een last te ervaren. “Ik zeg niet met trots dat ik uit Delfshaven kom, dan word ik meteen gezien als ‘straatwijf’. Dames uit Rotterdam zullen niet 1, 2, 3 zeggen dat ze uit Delfshaven komen. Rotterdam West wordt meteen gelinkt aan.. dat je een troepwijf bent. Je bent troep want je komt uit Delfshaven. Voor jongens is dat stoer, maar voor vrouwen juist niet.” (Jongedame Delfshaven, 15 jaar) Waar jongens het in het licht van hun performance van straatidentiteit waarderen om als ‘tuig’ te worden bestempeld, is het label ‘troep’ voor vrouwen juist desastreus voor hun imago.
Seksuele masculiniteit Op basis van de literatuur vormt het communiceren van seksuele veroveringen en seksuele prestaties voor straat georiënteerde jongeren een voorname manier om hun mannelijkheid te bevestigen. Met betrekking tot dit onderdeel van de performance van straatidentiteit lijkt de presentatie van meiden het duidelijkst te verschillen van die van hun mannelijke leeftijdsgenoten. Waar we in de vorige paragraaf zagen dat jongens aan anderen vooral de indruk proberen te wekken dat zij seksueel actief zijn en gemakkelijk meiden kunnen scoren, lijken de gedragsverwachtingen voor jonge vrouwen hier haaks op te staan. Professionals geven aan dat het grootste gedeelte van de meiden zich graag presenteert als iemand die zich juist kuis gedraagt. “Wat betreft seksualiteit is de norm voor meiden toch anders dan voor jongens in de straatcultuur. Voor meiden is nog altijd de norm dat het niet stoer is om veel jongens te hebben gehad. Meiden letten op hun imago. Ze willen niet overkomen als ‘makkelijk’. Dat is ook de reden hun ‘Hans’ niet op de foto’s staan die ze posten van hun luxe levensstijl. Alles gaat zoveel mogelijk stiekem.
Ze zeggen bijvoorbeeld ook tegen hun ouders dat ze ergens waren met een nichtje of een vriendin, terwijl ze uit waren met een jongen.” (Professional Delfshaven) In de praktijk blijken echter niet alle vrouwen aan deze gedragsverwachtingen te willen of kunnen voldoen. Sommige vrouwen benutten volgens een van de professionals hun seksualiteit om bij jongens specifieke dingen voor elkaar te krijgen.
56
“Hoe gaan dames met deze ‘macht ’om? Sommigen maken er handig gebruik van: ze gebruiken hun vrouwelijke kanten om dingen gedaan te krijgen bij jongens, bijvoorbeeld ‘ritselen’. Dit doen ze door te flirten, maar ook door tijdens een onenigheid tussen jongens het op te nemen voor één van beiden en er vervolgens wat terug voor te verwachten van die jongen voor wie ze het opneemt. Echter, het is een enkeling die dit op deze manier doet, ze zijn ondervertegenwoordigd.” (Professional Delfshaven) De manier waarop meiden hun seksualiteit presenteren is logischerwijs feminiener dan de meer masculiene wijze waarop mannen dat doen. Vanuit het idee “vrouwelijk te willen zijn” streven meiden binnen hun performance echter soms stereotype beelden na die professionals zorgen baren. Deze meiden proberen zich zowel on- als offline uitdagend te kleden of gedragen, maar zichzelf tegelijk te presenteren als ‘onbereikbaar’ voor de jongens. “In de tijd van Hümeyra was er een groep die zich ‘High class’ meiden noemde. Er waren ruzies op social media en meiden die in dure auto’s stapten. Dat is inmiddels minder.
Er zijn projecten ingezet zoals ‘Girls talk’ voor meiden waarin ze werken aan eigenwaarde, grenzen stellen, seksuele weerbaarheid.” (Professional Delfshaven) “Tegelijkertijd maak ik me ook zorgen over de stereotypen over wat een leuk meisje is en waaraan meiden graag willen voldoen: dikke lippen, grote billen. Ook daarom posten meiden sexy pics. […] Je ziet niet dat meiden zozeer opzichtig consumeren, maar wel dat ze pronken met hun lichaam. Ze posten sexy beelden en willen vervolgens vooral uitstralen dat ze niet makkelijk te krijgen zijn. ‘Hard to get’ spelen.” (Professional Delfshaven) “Maar ik weet dat meiden op school filmpjes mochten maken. Ze filmden elkaar tijdens het doen van seksueel getinte dansjes. Die filmpjes staan online. Ik zie ook op straat, dat ze zulke uitdagende dansjes doen.’ (Professional Delfshaven) “Ze ziet dan ook meiden die zich zo kleden dat het verkeerde aandacht van jongens trekt terwijl ze zegt dat niet te willen. Strakke, korte kleding, diepe decolletés. Meiden moeten leren duidelijk grenzen aan te geven. Vaak motiveer ik meiden om aangifte te doen als er grenzen zijn overschreden.” (Professional Delfshaven) De professionals geven aan zich in het bijzonder zorgen te maken om meiden die zich presenteren als promiscue en die door jongens in meer of mindere mate worden misbruikt.
“Naast het feit dat meiden een bepaalde ‘macht’ kunnen hebben, zijn er meiden in de groep die het ‘sletje’ zijn. Dit is geen bewuste keus, maar dit is van die meiden meer een manier om erbij te horen. De ‘sletjes’ zijn zichtbaar binnen de Antilliaanse en Kaapverdische groep, maar niet bij de Marokkaanse groep. Maar die zijn wel er! Meiden die zich zo presenteren hebben vaak een problematische thuissituatie, LVB, financiële
57
problemen, familie in gevangenis en zijn vrij jong seksueel actief. Op hun 13e of 14e.” (Professional Delfshaven) “In de drillrapgroepen zie je geen meiden in de kern van de groep, namelijk de groep die geweld gebruikt. Je ziet ze wel in clips terugkomen, meer als gebruiksvoorwerp. Het verwachtingspatroon dat ik voor de meiden in deze groepen zie is het zijn van accessoire. Ze hebben geen actieve rol in groep, maar ze zijn nodig voor seksuele lusten, dat zie je ook in clips. Heel stereotype.” (Professional Delfshaven) “Deze meiden vinden vaak dat ze geen ‘nee’ mogen zeggen maar ook niet claimend mogen zijn.” (Professional Delfshaven) Dat het feit dat specifieke meiden worden gezien als promiscue niet altijd te wijten is aan hun eigen performance, wordt duidelijk uit een voorbeeld dat door een van de professionals wordt gegeven. Het seksuele imago van meiden blijkt door jongeren onderling gebruikt te worden om statusposities in de buurt te bevechten. “Meiden zijn achter elkaars rug vaak jaloers. In het geval van het 13-jarige meisje waren ze jaloers op haar ronde vormen waardoor ze er veel ouder uitzag dan dat ze was. Meiden maken zo’n meisje dan bij jongens zwart achter haar rug door te zeggen dat ze ‘makkelijk’ is. Daarmee hopen ze dat jongens op haar afknappen. Ironisch genoeg heeft dat zwartmaken juist vaak een tegengesteld effect.
Jongens denken dat zij dan vast ook kans maken bij zo’n makkelijk meisje en gaan haar daardoor juist aandacht geven.” (Professional Delfshaven) Als gevolg van de geldende gedragsverwachtingen – en het feit dat de verwachtingen voor meiden lijken te conflicteren met die van jongemannen – is er volgens professionals een zorgelijk seksueel speelveld ontstaan waarop niet altijd even goed zicht kan worden verworven. “Je weet niet wat er echt gebeurt, je hebt meer een onderbuikgevoel. Waar alcohol is, drugs wordt gebruikt en waar meiden bij zijn… Je hebt een onderbuikgevoel. Je vraagt aan meiden of alles goed gaat, of ze dingen moeten doen die ze niet willen doen… Maar daar gaan ze niet op in.” (Professional Delfshaven) Een van de geïnterviewde professionals stelt wel enigszins zicht te hebben op de manier waarop de hierboven beschreven performances tot uiting komen in daadwerkelijk contact tussen jongeren. “De seksuele contacten tussen meiden en jongens zijn heel vluchtig en worden via social media gelegd met kandidaten in heel Nederland en soms zelf België. Ik gebruik een stappenplan om te praten over seks. Dat loopt van (1) contact maken, via (2) elkaar leren kennen en (3) intimiteit, zoals knuffelen uiteindelijk naar seksualiteit. In de praktijk slaan jongeren stap 2 en 3 over.” (Professional Delfshaven)
58
De manier waarop jongeren binnen Delfshaven hun seksualiteit invullen lijkt soms te botsen op de meer behoudende thuiscultuur waarmee veel jongeren te maken hebben. “Soms ontstaan ook lastige situaties van meisjes die seksueel contact hebben gehad met een jongen. Achteraf zegt ze dan dat het tegen haar wil is gebeurd, omdat ze er spijt van heeft of bang is voor de gevolgen thuis. De jongen raakt dan in de knoop omdat hij van iets wordt beschuldigd terwijl hij dacht dat ze instemde met de seks die ze hadden.” (Professional Delfshaven) Ook als we met de meiden spreken, blijkt de manier waarop jonge vrouwen in Delfshaven zich presenteren wezenlijk af te wijken van die van de jongens. Waar jongens zich druk tonen met het communiceren van zoveel mogelijk ‘veroveringen’, blijkt voor vrouwen monogamie juist status op te leveren. “Voor meiden is het stoer om gewoon één boy te hebben, dat is wel stoer. Maar niet om veel jongens te hebben” (Jongedame Delfshaven, 12 jaar) Waar bij mannen een duidelijk ideaal bestaat met betrekking tot de manier waarop zij hun seksualiteit presenteren – waarbij zij zo goed mogelijk proberen te voldoen aan het stereotype ‘heteroseksuele player’ (De Jong, 2007: 164-165) – geven de respondenten aan dat dit voor meiden minder eenduidig is. “Het verschilt echt per dame.
Waar het bij mannen eigenlijk voor allemaal hetzelfde: als je heel veel dames regelt ben je de man. Is het bij dames best wel verdeeld. Je hebt een aantal dames die zeggen: als jij heel veel wordt geregeld, dan wordt ze meteen gezien als goedkoop type. Maar je hebt ook dames die hartstikke onzeker zijn van zichzelf en die zien dat als voorbeeld. Dus die vinden haar wel de bom. Als jij gewoon zeker van jezelf bent, zul je niet zo snel denken: ‘oh dat meisje dat 40/50 jongens heeft op Snap, dat is een dame waar ik naar opkijk’. Zij kijken misschien weer naar andere dingen op. Een dame die een studie heeft, haar baan heeft et cetera. Maar een dame die onzeker is kijkt naar haar en denkt: ‘oh zij krijgt heel veel aandacht, oh zulke Snaps’. Dus bij ons vrouwen is dat heel verdeeld.” (Jongedame Delfshaven, 20 jaar) De verdeeldheid waar deze respondente over spreekt kwam ook naar voren in de andere gesprekken die met meiden zijn gevoerd, waarin verschillende type performances naar voren kwamen. Net als de professionals spraken de respondenten van meiden die zich presenteren als ‘hard to get’. “Kijk, tegenwoordig is het zo ze willen zich allemaal heel sexy kleden en zo. Maar toch op een bepaalde manier laten weten van je kan mij niet krijgen want ik ben beter dan jij. Het is niet per se waar, maar het is wel een bepaald beeld dat ze willen geven.
Van ‘oke ik ben tof, ik loop in m’n dure kleding, decollete’tje, je ziet m’n kont ditdat.’ Allemaal leuk en aardig, maar je kunt niet aan mij komen. Als je tegen me praat is het ‘nee iel, zwerver’. Het is toch een bepaalde vorm van dat je aandacht krijgt, maar dat je 59
die aandacht niet hoeft terug te geven. Meiden willen gewoon meer het idee hebben van; als ik het wil, dan kan ik het krijgen. Ik hoef alleen maar zo [knippen in vingers] te doen.” (Jongedame Delfshaven, 22 jaar) Uit een van de dubbelinterviews ontstond een mooie discussie tussen twee respondenten die licht schijnt op deze verschillende manieren waarop wordt aangekeken tegen de manier waarop vrouwen hun seksualiteit presenteren. De onderzoeker vroeg de respondenten of meiden meer gewaardeerd worden als zij zich losbandig voordoen, of juist wanneer zij zich ‘hard to get’ opstellen. Respondent 1: “Als een meisje zich als een slet gedraagt, wordt dat het meest gewaardeerd. Maar dan krijgt ze geen respect. Wel in je gezicht, dan gaan ze doen dat je belangrijk bent en heel leuk, maar dat is niet de realiteit.
Om echt respect te krijgen zou je als vrouw meer hard to get moeten doen” Respondent 2: “Niemand boeit op straat of jij hard to get bent als die gene jou niet wilt.” Respondent 1: “Ja maar als je slet bent word je toch niet…” Respondent 2: “…maar je krijgt ook geen respect omdat je geen seks hebt, niemand gaat voor jou applaudisseren hoor!” Respondent 1: “Ja maar als slet word je wel gewoon snel aangesproken en zo” Respondent 2: “Maar ze praten nu over respect, je weet toch wanneer boy zegt…” Respondent 1: “...ja maar dan krijg je voor allebei geen respect” Respondent 2: “Ik denk dat je als vrouw geen respect krijgt, niet op dezelfde manier als je man bent van dat je veel geld hebt ofzo.” Respondent 1: “Nee als vrouw krijg je dat niet” Interviewer: “Hoe kan een vrouw wel respect krijgen binnen die setting?” Respondent 1: “Ik denk dat vrouwen onder elkaar wel tegen elkaar op kijken van ‘zij heeft een leuke man’ of ‘zij ziet er leuk uit’, of ‘zij heeft dit of dat’. Maar echt naar elkaar op kijken zoals mannen dat onder elkaar doen, zo doen wij dat niet” Interviewer: “Is er geen manier voor vrouwen om hoger te komen in de pikorde?” Respondenten gezamenlijk: “Nee” Interviewer: “Dat is dan een beetje een trieste conclusie als ik dat hoor, wat moeten jullie dan doen binnen die wereld om gezien te worden als een stoere meid of zo?.”
60
Respondent 2: “Dat willen wij helemaal niet. We willen niet gewaardeerd worden door mensen van straat. Liever door familie en zo. Wat mensen binnen die straatcultuur van me denken boeit me niet.” (Jongedames Delfshaven, beiden 18 jaar) Volgens deze twee zelfde respondenten draait veel in de manier waarop naar vrouwen wordt gekeken om uiterlijk, al plaatsen zij dit wel in een bredere context. Respondent 1: “Ik denk dat jongens niet per se knap hoeven te zijn om meisjes te kunnen krijgen. Ja ik denk dat meisje wel echt knap moet zijn, als je als meisje geld hebt en je bent lelijk maakt dat niet uit. En als jongen hoef je niet per se knap te zijn.” Respondent 2: “Ja maar dat is niet alleen straatcultuur, een man is niets als die niet succesvol is en een vrouw niets als ze niet knap is. Dat is niet echt zo, maar dat is hoe mensen dat zien. Als een vrouw er goed uitziet is het gewoon goed. Dat is niet typisch straatcultuur. Ja dat is overal zo. Het is niet eerlijk, absoluut.” Interviewer: “Maar ik denk dat binnen die bredere samenleving intelligentie ook wel wordt gewaardeerd, of een goede baan…” Respondent 1: “Ja als je die gene goed leert kennen is het voor de man ook wel belangrijk als je intelligent bent.
Maar als iemand jou gewoon zo op straat ziet boeit het niemand dat je intelligent bent maar of je er goed uit ziet.” Respondent 2: “Ja, precies, maar ik denk dat binnen die straatcultuur is het ook; mensen willen gewoon neuken, om het zo maar te zeggen. Mensen zijn niet op zoek naar een vrouwtje of zo snapje. Dat komt wel, maar dat komt later. Dat zoeken ze niet in de wijk.” Respondent 1: “Weet je hoe vaak het met Marokkaanse jongens gebeurt dat ze gewoon hier zo met meisjes gaan spelen en vervolgens gewoon een meisje uit Marokko halen.” (Jongedames Delfshaven, beiden 18 jaar) Ook andere geïnterviewde meiden benoemen het belang dat uiterlijk voor vrouwen vertegenwoordigt. “Ik denk dat meisjes er vooral mooi uit willen zien om aantrekkelijk te zijn. Make up, mooie kleren, mooie schoenen, mooie alles zeg maar. Waardoor meisjes ook aangetrokken worden door mannen. Als een meisje veel jongens aantrekt wordt ze door jongens vooral een hoer gevonden. Soms ziet een meisje er gewoon leuk uit omdat ze dat zelf wil, zonder dat ze aandacht zoekt en dan wordt ze een hoer gevonden. Terwijl ze gewoon niks doet. Vrouwen zeggen dan: ‘ze loopt aandacht te zoeken’. Vrouwen worden onderling door elkaar wel veel gehaat, merk ik.
Dat heeft denk ik veel te maken met onzekerheid en jaloezie.” (Jongedame Delfshaven, 21 jaar) Hoewel uit bovenstaande bespreking duidelijk naar voren komt dat de ideale performance voor vrouwen verre van eenduidig is, lijken de geïnterviewde meiden het erover eens dat er 61
ten opzichte van de manier waarop mannen zich presenteren in grote mate sprake is van een dubbele moraal. “Ik denk wat stoer wordt gevonden is dat ‘ie eigenlijk elk meisje kan fixen dat ‘ie wil. Bij een jongen wordt dan helemaal niet gezegd dat hij een hoer of een slet is. En de meiden vinden het ook minder erg als een jongen met meerdere meisjes naar bed is gegaan, dan wanneer een meisje met meerdere jongens naar bed is gegaan.” (Jongedame Delfshaven, 19 jaar) “Als ze ‘ja’ zeggen op alles wat de man zegt, ik denk dat de man dat geweldig zou vinden. Haar naam wordt dan wel genoemd van ‘ja ze is makkelijk, ze is dat en dat’ maar een meisje die ‘ja’ zegt is wel een pluspunt voor jongens. Maar als een vrouw overal ‘ja’ op zegt denk ik als vrouw wel: ‘waar is je zelfrespect?’ Je zelfrespect moet echt hoog liggen vind ik. Ik vind dat je jezelf gewoon moet zijn.” (Jongedame Delfshaven, 16 jaar) “Meiden showen niet echt met jongens, zo van ‘ja ik heb met hem gechilld’.. jongens gaan gelijk slecht denken over dat meisje. Als een meisje heeft gechilld met heel die vriendengroep, is ze gelijk verpest. Niemand gaat haar dan meer serieus nemen.
Bij jongens boeit het niet, maar voor meiden is het gelijk verpest: ‘Nee man, ze heeft met iedereen gechilld, zeg wollah je gaat met haar?!’ Zo is dat voor meiden.” (Jongedame Delfshaven, 15 jaar) Waar losbandigheid mannen status oplevert, wordt van vrouwen verwacht dat zij zich ‘rustig’ gedragen. Een van de geïnterviewde meiden beantwoordde de vraag wat een jonge vrouw in Delfshaven moet doen om gewaardeerd te worden wat dat betreft veelzeggend. “Gewoon thuis zitten, ik weet niet. Ze waarderen het als een meisje rustig is, niet te druk is op straat. Niet te veel zeg maar op bepaalde plekken begeven waar bepaalde mensen zijn.” (Jongedame Delfshaven, 21 jaar) Deze gedragsverwachtingen – en meer specifiek de dubbele moraal – kwamen ook in ons online onderzoek overduidelijk naar voren in de manier waarop vrouwen online werden bejegend. Vrouwen worden regelmatig uitgemaakt voor ‘kech’, ‘hoer’ of ‘slet’ als zij (profiel)foto’s of teksten posten die volgens jongens niet voldoen aan de normen die voor vrouwen zouden gelden. In sommige gevallen gaat het hier om content die enige naaktheid bevat, zoals een foto met een blote buik, decolleté of strakke kleding. In de meeste gevallen worden meiden door jongens echter aangesproken op zaken die nog veel minder om een oordeel vragen, zoals het dragen van make-up of het überhaupt verkondigen van hun mening.
De meiden wordt online bijzonder weinig ruimte geboden zich überhaupt ergens mee te bemoeien. Veelzeggend is onderstaande reactie van een jongeman op een meisje dat aangaf zichzelf knap te vinden.
62
Ook de overtuiging dat voor mannen hele andere standaarden gelden dan voor meiden, is online veelvuldig terug te zien. Een duidelijk voorbeeld van deze dubbele moraal vormen de reacties op een post van wederom het Instagramaccount @cestmocro, waarover meerdere van onze respondenten vertelden. Een jongedame reageert op de vraag of je geld zou neerleggen voor een hartoperatie voor je ex-partner met het volgende antwoord.
De reactie van de dame wordt direct opgevolgd door een bericht van een jongeman die insinueert dat de dame in kwestie er veel exen op heeft nagehouden, waarmee hij zinspeelt op haar promiscuïteit. In de reacties die volgen wordt door een andere dame aan de jongen gevraagd hoeveel exen hij zelf dan wel niet gehad heeft, waarna een andere jongen haar herinnert aan de volgens hem geldende dubbele moraal.
63
Opzichtige consumptie Tot slot speelt ook het openlijk etaleren van rijkdommen een belangrijke rol binnen de performance van straatidentiteit van jongemannen. Volgens de geïnterviewde professionals speelt dit opzichtig consumeren ook in de presentatie van vrouwen een rol. Volgens de respondenten hechten vrouwen echter minder belang aan het etaleren van hun rijkdom en gebruiken ze hier bovendien deels andere artikelen of symbolen voor dan jongens. Sommige professionals benoemen hierbij – net als bij de mannen – een focus op merkkleding, maar in de gesprekken werden ook tassen, nepkleding, nepnagels en schoenen genoemd als symbolen die vrouwen belangrijk vinden. Volgens de professionals levert het dragen van dergelijke accessoires meiden status op. “Het is sowieso een hype onder jongeren om merkkleding te dragen. Als het geen bovenkleding is, dan is het schoenen, tas.. ik ben niet goed in merken, of iets wel of niet nep is. Maar opvallend is dat veel jongeren merkkleding dragen. En dat is bij jongens en meiden, maar ook bij alle afkomsten. Als je dure merkkleding hebt is dat een soort status in een groep. Dan is het de vraag: ‘waar haal je het vandaan?’ Daar kan ik geen antwoord op geven… (Professional Delfshaven) Uit bovenstaand citaat wordt bovendien duidelijk dat professionals soms niet begrijpen hoe deze jonge meiden aan zulke dure spullen komen.
Een aantal andere respondenten stelt dat sommige meiden hiervoor mannen uit de buurt gebruiken. “Uit eten gaan, merkkleding, hoge eisen aan uiterlijk, dure make-up, VIP-tafel bij het uitgaan. Allemaal dingen die meiden belangrijk vinden en ze ook nastreven. Soms zetten ze daar jongens bij in. Waarom is dit zo belangrijk? Voor status binnen de groep en op school.” (Professional Delfshaven) “Op social media wordt ook vaak een ideaalbeeld neergezet van een relatie. Meiden laten foto’s zien van zichzelf met hun vriend waarop ze net dure spullen hebben gekregen. De realiteit is: als dat je ideaal is als meisje, dan kom je al gauw uit op een crimineel vriendje.” (Professional Delfshaven) “Voor vrouwen geldt hetzelfde. Als zij behoren tot leden van groep; als een jongen in dure merkkleding loopt, dan steekt hij het meisje ook in dure kleding.” (Professional Delfshaven) In sommige gevallen wordt de opzichtige consumptie van meiden in Delfshaven niet door hun partners gefinancierd, maar putten zij uit alternatieve bronnen van inkomsten. Opvallend vaak benoemden professionals dat sommige meiden hun opzichtige consumptie financieren met inkomsten uit activiteiten die in meer of mindere mate kunnen worden aangemerkt als prostitutie.
64
“Die meid gaf aan dat ze geld wilde en zich daarom prostitueerde. Ze had die keuze zelf gemaakt. Je merkt daaraan dat aanzien onder deze meiden heel belangrijk is.” (Professional Delfshaven) “Er zijn ook meiden die hun dure levensstijl etaleren op social media. Ze posten dan foto’s van zichzelf in een duur restaurant, Aqua Asia bijvoorbeeld, of in een dure Mercedes. Met die foto’s kunnen ze ook een ‘schijnwereld’ creëren. Het kan bijvoorbeeld zijn dat ze toevallig een kennis hebben met zo’n wagen ermee op de foto gaan. […] In overeenstemming met ‘straatcultuur’ ambiëren veel meiden in Delfshaven een dure levensstijl. Die kunnen ze op twee manieren krijgen. Door zelf de criminaliteit in te gaan of door zich te laten fêteren door ‘sugar daddies’. Dat laatste is vaker het geval dan het eerste. Sugar daddies worden binnen de straatcultuur ‘Hansjes’ genoemd, naar het nummer ‘Hans betaalt de schade’. Meiden posten vervolgens foto’s van duur eten en prijzige drankjes, maar zorgen ervoor dat ‘Hans’ er niet opstaat. […] Meiden doen er alles aan om een luxe leven te kunnen leven, ook als dat betekent dat ze seksuele handelingen moeten verrichten bij een ‘Hans’ of zich moeten prostitueren.
Er zijn meiden die daarover ook open zijn en erover posten op social media.” (Professional Delfshaven) “Meiden komen soms aan geld voor deze uitgaven door prostitutie, of in contact komen met volwassen mannen die veel geld hebben. Beide heb ik zelf niet meegemaakt, maar meer van horen zeggen. Ze komen aan geld door dingen te doen voor mannen, die ze eigenlijk niet willen doen. Dat kan van alles zijn. Ik hoop dat ze zich als slachtoffer ziet, maar ik ben bang dat ze denkt van, dat ze het ompraat van, dat ze geen slachtoffer is. Dat ze dat zichzelf aanpraten. Daar ben ik bang voor. Hoe ze zichzelf wel zien? Tsja, ik denk dat ze de knop omdraait. Ze denkt er niet over na. Dat ze er ook niet over praat, maar gewoon doet. Ze focust op wat het oplevert en verder schakelt ze het uit.” (Professional Delfshaven) Volgens de geïnterviewde professionals is de opzichtige consumptie onder meiden grotendeels terug te voeren op de onderlinge competitie die ze ervaren, die soms al met de paplepel wordt ingegoten. Meerdere professionals benoemen in de gesprekken de manier waarop ouders het idee van “wat vindt de buitenwereld van mij?” overbrengen op hun kinderen. “Hoort ergens in de basis ook bij dat het gezin aan de buitenwereld niet te kort wilt doen, dat ze het niet goed hebben. Dus je ziet vaak in zo een woning toch de grootste TV hangen, terwijl der niet eens een bank staat.
Ze hebben allemaal een smartphone, maar aan een laptop voor school ontbreekt het. Daarin merk je dan toch wel dat er ook vanuit huis opgelegd wordt om wel status te hebben, ook al heb je schulden.. dat is in de straatcultuur net zo goed. Als wij feitelijk gaan zien en in de woning komen, zien we gezinnen waarvan de jongen bijvoorbeeld maar één trainingspak hebben. Voor ons een 65
voordeel, want we herkennen ze altijd op de camera’s. Ook merk je dat er in de straatroof niet een telefoon wordt gestolen, maar een paar schoenen bijvoorbeeld.” (Professional Delfshaven) Hoewel een van de professionals de competitie tussen meiden verrassend genoeg bestempelt als iets goed, ziet hij toch ook wel een aantal zorgelijke elementen. “Bij meiden in Delfshaven ligt de nadruk meer op geld. Het draait om: ‘wat straal je uit?’. Wellicht door de leefwereld waar zij zich in bevinden. Bij allochtone meiden wordt in hun leefwereld veel vergeleken, dit gebeurt al door de ouders. Bijvoorbeeld: het buurmeisje heeft een 9 voor de toets, waarom heb jij een 6? […] Het is erg competitief en er is veel (onderlinge) bewijsdrang. Dit wil zeggen: ‘als zij mooie schoenen heeft, moet ik dat ook’, ‘als je een goed cijfer hebt, dan wil ik dat ook’, ‘als je geld verdient, dan wil ik dat ook’. Ik vind dat overigens niet negatief, het is namelijk gezond: je haalt het positieve in elkaar naar boven, gezond onderdeel van de ontwikkeling. Dat je elkaar positief stimuleert om het beste uit jezelf te halen. Echter, er zijn ook valkuilen. Bijvoorbeeld: sommige meiden hebben rijkere ouders, deze meiden krijgen dingen van hun ouders. De armere meiden kunnen die meiden niet evenaren, maar toch proberen ze het door bijvoorbeeld al hun salaris uit te geven aan die schoenen.
En wat als er niet voldoende geld is om die meiden te evenaren? Meiden kunnen soms heel ver gaan voor iets wat zij willen: meiden zijn heel beïnvloedbaar en kwetsbaar. Ze gaan de verkeerde kant op, bijvoorbeeld door premium snapchataccounts te nemen waarop ze intieme beelden delen voor geld. Ook veelgebruikt is Onlyfans. Meiden verdienen 4000 tot 5000 euro per maand.” (Professional Delfshaven) Ook in deze laatste quote komen heel duidelijk activiteiten naar voren die kunnen worden aangemerkt als (lichte) vormen van prostitutie. OnlyFans is een platform waarop gebruikers geld kunnen verdienen als zij abonnees aantrekken, wat vaak gebeurt door het tonen van seksueel getint materiaal. ‘Snapchat Premium’ is een vergelijkbaar fenomeen dat door gebruikers van Snapchat zelf is bedacht en waar het platform niet aan meewerkt. Met andere woorden: ‘Snapchat Premium’ is geen bestaande dienst van het platform. Gebruikers kunnen vaak voor een paar euro een abonnement nemen, waarmee zij zich verzekeren van seksueel getint of pornografisch materiaal van degene op wie zij zich abonneren – of denken te abonneren. Uit de gesprekken met de meiden in Delfshaven komt een wisselend beeld naar voren met betrekking tot opzichtig consumeren. Een aantal respondenten stelt dat voor vrouwen het pronken met geld of bezittingen minder belangrijk is dan voor hun mannelijke leeftijdsgenoten.
Een van hen beschrijft hoe vrouwen geld vooral functioneel gebruiken, en niet zozeer om mee te pronken. “Ik denk dat jongens het belangrijker vinden. Weet je wat het verschil is tussen jongens en meisjes? Wij vinden geld niet belangrijk. We moeten wel geld hebben zodat we leuke 66
dingen kunnen doen, leuke dingen kunnen kopen. Maar jongens is het ‘als je geen geld hebt heb je geen leven’. Mensen gaan over je heen lopen, mensen gaan je niet zien staan, meisjes gaan je niet willen. Dat is hoe hun denken, maar bij ons is dat niet. Als we geld hebben en we kunnen wat leuks doen, doen we dat. Als we wat leuks kunnen kopen, kopen we dat. Als we geen geld hebben, doen we dat niet.” (Jongedame Delfshaven, 18 jaar) Volgens deze respondent is het kunnen tonen en uitgeven van geld voor jongens dus aanmerkelijk meer van belang voor hun positie in de buurt dan voor jonge vrouwen. Een van de andere respondenten schetst dat vrouwen bovendien een stuk verstandiger met hun ‘snelle geld’ omgaan dan de jongemannen in Delfshaven. “Ik heb wel het gevoel dat vrouwen verstandiger met hun snelle geld omgaan dan mannen, niet altijd. Aan de andere kant ik zie die meids ook die dingen kopen: dikke kleding, dure sieraden, nieuwste telefoon. Maar ik zie wel, tenminste de dames die ik ken die zulke dingen doen, ze sparen ook. Ik zie veel van die jongens die blijven maar uitgeven, uitgeven, uitgeven. Maar ik zie wel dames die hebben een bepaald doel ik hun hoofd, willen ze een nagelsalon beginnen of iets met haren gaan doen. Gaan ze geld aan de kant zetten. Ze gaan wel uitgeven, maar ze zetten ook geld aan de kant.
En na een tijd beginnen ze gewoon wit hun zaakje, en ze doen wel dingen aan de zijkant, maar ze hebben tenminste wel wit wat op papier. In tegenstelling tot de mannen, waar zij heel vaak gewoon in dat systeem blijven en niets wit op papier doen.” (Jongedame Delfshaven, 22 jaar) Waar de respondenten die hierboven aan het woord komen schetsen dat vrouwen minder waarde hechten aan opzichtig consumeren, onderschrijven veel van de meiden – net als de professionals eerder – de concurrentiestrijd die onder meiden in Delfshaven gaande zou zijn met betrekking tot het etaleren van met name (dure) kleding. Uit hun verhalen rijst een beeld waarin vrouwen wel degelijk veel waarde hechten aan de indruk die zij maken op anderen aan de hand van hun bezittingen. “Wat ik wel merk is dat dames nu wel heel erg hebben ‘ik moet ook een Gucci, ik moet ook Louis Vuitton hebben, ik moet ook Chanel sneakers hebben’. Bij ons is het een beetje in mate. Sommige vrouwen zijn helemaal van top tot teen merk en dan denk ik: ‘ik heb jou gewoon in de Jumbo zien werken, hoe kom je daar aan?’ Maar goed, ieder zijn eigen ding. En je hebt gewoon dames die er hard voor werken om iets te kunnen kopen. Die er niet per se bij willen horen, maar die het gewoon mooi vinden.
Vrouwen kunnen daar heel erg in concurreren, zeker in de Marokkaanse cultuur: ‘als zij een Louis Vuitton-tasje heeft, dan móet ik m ook hebben’.” (Jongedame Delfshaven, 20 jaar) “Haha, ik heb nog nooit iemand gezien met Zeeman kleding ofzo. Het is altijd het duurste merk. Of het moet een merk zijn. Schoenen tegenwoordig, ik zie bijna niemand met Zaraschoenen. Ik draag het nog wel heel vaak, omdat ik ze leuk vind. Maar bij 67
anderen zie ik Nike, Adidas, Gold Bananas, Gucci, Fendi” (Jongedame Delfshaven, 15 jaar) “Die meiden concurreren ook heel erg met elkaar. Bijvoorbeeld; dit is een Zara jasje he [wijst naar haar jasje], zo’n ander meisje heeft die ook. Dus zo’n meisje vroeg aan een ander meisje kan je dat artikelnummer naar mij sturen zodat bij Zara kan je hem gewoon scannen en dan krijg je hem gelijk. En toen riep een ander meisje in de aula; ‘nee niet geven want dan gaat ze weer zelfde kopen’. En ik had dat gehoord en dat meisje zei ‘hier neem de mijne maar’. Snap je? Maar dat zie je ook vaak: ‘nee ik heb hem al eerder gekocht’. Meiden gunnen elkaar minder. Er is meer jaloezie en concurrentie. Ook toen had ik nieuwe merkschoenen besteld en die had ik toen aan op school, en toen kwam een ander meisje 4 weken later met diezelfde schoenen. Kwamen er allemaal meiden naar me toe; ‘ja ze heeft dezelfde merkschoenen als jij gekocht he’. Haha laat haar aandoen, boeit mij niet. En dat meisje, ze voelt zeg maar dat die andere meisjes over haar praten, komt ze naar mij toe; ‘je vindt het toch niet erg dat ik dezelfde schoenen heb?’ Ik zeg; ‘nee man, waarom zou ik dat erg vinden?’.” (Jongedame Delfshaven, 15 jaar) “Het is bij de meiden wel anders dan bij de jongens, want vrouwen showen denk ik alleen bij meisjes zeg maar, dat ze het beter hebben dan zij natuurlijk.
Je wilt jezelf hoger laten zien dan anderen.” (Jongedame Delfshaven, 18 jaar) “Tuurlijk, ik merk wel dat de een beter wil zijn dan de andere. Of het nu meisjes zijn of jongens. Iedereen wil hogerop komen. Meiden doen dat onderling vooral met merk” (Jongedame Delfshaven, 19 jaar) Waar we zagen dat bij de jongens het opzichtig consumeren gestalte kreeg aan de hand van cashgeld, kleding, auto’s en andere luxeproducten, lijkt voor vrouwen met name het dragen van merkkleding van belang. In de gesprekken hebben we uitgevraagd welke merken en welke kledingstukken voor vrouwen binnen Delfshaven daarin specifiek statusverhogend werken. De respondenten noemden merken als Yeezy, Balenciaga, Louis Vuitton, Canada Goose, Parajumper, Alexander McQueen, Gucci en Fendi, en meer gebruikelijke – maar binnen straatculturen traditioneel populaire – merken als Nike en Adidas. Volgens de geïnterviewde meiden zijn met name jassen en schoenen van deze merken bevorderend voor de performance van vrouwen. Een van de respondenten schijnt licht op de mogelijke verklaring hiervoor. “Het draait vooral om schoenen en jassen. Kleding dat duur is bij vrouwen, dat merk je niet zo snel. Bij jongens zie je de logo’s vaak, maar bij vrouwenkleding niet.
Jassen kun je wel zien, maar aan een broek, t-shirt of trui zie je niet zo snel of ‘ie duur is” (Jongedame Delfshaven, 18 jaar) Het dragen van specifieke kleding werkt niet in alle gevallen statusverhogend, maar blijkt uit de gesprekken ook andere associaties met zich mee te kunnen brengen. Een van de geïnterviewde meiden geeft zicht op de manier waarop het dragen van bepaalde 68
kledingstukken door meiden in Delfshaven door jongemannen wordt gelinkt aan specifiek gedrag. “Er is nu een hoofddoek, Bylima, als je die draagt ben je de bom. Maar als je die draagt word je door de heren meteen geassocieerd. Dan ben je een afgetrapte vrouw, volgens hen. Die hoofddoek kost 60 tot 100 euro. De jongens in de wijk hebben een bepaald beeld over meisjes die goedkoop zijn en meisjes die niet goedkoop zijn. Dus meisjes die heel snel te regelen valt en ander soort meisjes. Daar hebben ze bepaalde kledingstukken aan gelinkt… dat is niet terecht, want ik ken genoeg meiden die er misschien wel zo uitzien, maar die laten zich echt niet ompraten door eentje die zegt dat je er leuk uitziet.” (Jongedame Delfshaven, 20 jaar) Dat dit proces ook vice versa gebeurt, wordt duidelijk uit het vervolg van haar relaas. “Maar dames zelf ook, wij hebben ook een bepaald beeld van de jongens. Wij knappen bijvoorbeeld zwaar af op Louis Vuitton-tasjes. Wij hebben ook een bepaald beeld gecreëerd. Ik knap ook af op jongens die de hele dag rondjes rijden in hun huurbak. Ik zeg altijd: ‘soort zoekt soort’.” (Jongedame Delfshaven, 20 jaar) Net als de professionals benoemen de jongedames dat de presentatie van meiden niet altijd even echt hoeft te zijn. In de eerste plaats speelt nepmerkkleding daarin een belangrijke rol.
Volgens een aantal respondenten dragen meiden merkkleding om mee te kunnen draaien in de hierboven beschreven concurrentiestrijd, ondanks het feit dat ze deze financieel eigenlijk niet kunnen bijbenen. In de gesprekken komt echter ook een interessante manier naar voren waarop social media een rol spelen in het opzichtig consumeren. “Zeg maar, zo’n oude vriendin wil rijk lijken. Ze maakt screenshots van foto’s en zegt: ‘ik heb dit gehaald’, terwijl het niet zo was. Of dan deelt ze bijvoorbeeld een foto van een hele grote mooie douche, en zegt ze: ‘ik ben verhuisd, dit is mijn nieuwe douche’. Of van een hele grote inloopkast: ‘dit is mijn inloopkast, ik ga het nog inrichten’. En bijvoorbeeld toen had ze opeens allemaal Dior make-up. […] Ze wil veel aandacht. Op een gegeven moment was de leugen zo uit de hand gelopen dat er bijna een gevecht was op school.” (Jongedame Delfshaven, 15 jaar) “Veel mensen staan ergens in de stad en dan lopen ze ergens en dan filmen ze de winkels. Of dat je in dure winkel staan en dan maak je een foto van dat je in de winkel staat, maar je maakt geen foto van wat je hebt gekocht.
Of foto van de tassen van merken die je hebt gekocht, gewoon kleine dingetjes .” (Jongedame Delfshaven, 21 jaar) Meiden blijken aan de hand van posts op social media de indruk te wekken dat zij producten van specifieke merken hebben aangeschaft, terwijl voor andere gebruikers niet altijd duidelijk wordt in hoeverre dit echt zo is. Social media bieden jongeren op deze manier nieuwe kansen voor het neerzetten van hun performance van straatidentiteit, maar vergroten tegelijk de twijfel over de echtheid van deze presentaties.
69
5.2 Stereotype performances van meiden in Delfshaven Zoals in het theoretisch kader naar voren kwam, valt er voor jongemannen die zich binnen een straatcultuur begeven duidelijk één stereotype performance van straatidentiteit te kenschetsen. In paragraaf 4.1 beschreven we dat de geïnterviewde meiden deze performance ondubbelzinnig terugzien bij hun mannelijke leeftijdsgenoten in Delfshaven. De manier waarop vrouwen zich binnen de setting van de straat presenteren is op basis van de literatuur minder eenduidig. Zoals beschreven in het theoretisch kader vallen niet één, maar grofweg drie stereotypen performances te onderscheiden: ‘good girls’ die zich kuis en vrouwelijk presenteren, ‘one of the guys’ die zich naar de gedragsverwachtingen van jongemannen presenteren en ‘bad girls’ die in hun presentatie vrouwelijke stijlelementen combineren met meer masculiene aspecten. Los van het feit dat deze frames subjectief zijn en vaak niet gebaseerd op persoonlijke ervaringen van de jongens die ze hanteren, moge duidelijk zijn dat de manier waarop meiden zich presenteren niet een-op-een valt onder te brengen in deze drie categorieën. Met andere woorden: geen enkele jongedame die zich binnen de setting van de straat begeeft zal volledig voldoen aan een van deze stereotypen.