CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb007277] Bijlage 2 behorende bij 23bb007275 over 'STRIJDERS' - Stichting JOZ

Commissie Bestuur, Organisatie, Financiën en Veiligheid (2022 - 2026) 16 november 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Veiligheid43.789 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Met hun muts op, ogen bedekken, met hun handen gebaren maken” (Jongedame Delfshaven, 18 jaar) “Gewoon hoe ze lopen en dat ze zeggen van ‘Ja pass die bal nu’ ofzo. Ze doen gewoon een beetje alsof zij de baas zijn.” (Jongedame Delfshaven, 12 jaar)

25

Tezamen geven bovenstaande quotes een beeld bij de houding waarmee jongeren zich binnen de context van de straat presenteren aan anderen. Uit de laatste quote wordt bovendien duidelijk dat de performance van geweld niet alleen terug te zien is in deze kenmerkende houding, maar ook vorm krijgt aan de hand van een specifieke manier van praten. Een andere respondent illustreert dit aan de hand van een voorbeeld. “Nou gewoon, soms zijn er gewoon kleine voorvallen bijvoorbeeld. Sta je in de rij of zo. Of toen ik in een winkel werkte. Als je dan zei ‘je mag dit niet doen’, dan gelijk – terwijl je gewoon normaal tegen ze praat – helemaal gewelddadig op je afkomen zo van ‘wie denk je wel niet dat je bent’. Dat is altijd standaard het begin; openingszin. Dan komen ze agressief op je over terwijl je gewoon een hele normale vraag stelde, of je kwam voor jezelf op. En er was niets aan de hand. En dan ga je als meisje zijnde ook voor jezelf opkomen en dan is het weer van: ‘ze had een grote mond, ze zocht mij’. Terwijl jij alleen jezelf probeert te beschermen. Doe effe normaal, waarom praat je zo. Op straat precies hetzelfde. Iedereen komt agressief over in hoe ze praten. Er wordt meer straattaal gesproken dan gewoon normaal Nederlands. En veel met k [kanker], dat komt ook een beetje agressief over. Maar ook gewoon dingen die ze plaatsen.

Er is iets gebeurd en dan plaatsen ze een filmpje en dan zeggen ze van ja bijvoorbeeld een quote en dan ‘ik ga je slaan als je dat doet’. Veel dreigen.” (Jongedame Delfshaven, 21 jaar) Volgens deze respondent draagt niet alleen de toon waarmee wordt gesproken bij aan een gewelddadige performance, maar kan ook het gebruik van straattaal en meer specifiek het gebruik van “kanker” als scheldwoord agressief of dreigend overkomen. Het gebruik van taal om het gewelddadige karakter van hun performance kracht bij te zetten bleek op basis van onze netnografie ook online veelvuldig voor te komen. Waar jongeren online minder mogelijkheden hebben om zich agressief te presenteren aan de hand van hun (fysieke) houding of toon, staan de reacties op de door ons onderzochte kanalen bol van agressief taalgebruik. We zagen dit terug in de vorm van kortaf, directief en uitdagend taalgebruik, maar ook in de vorm van scheldwoorden – waarbij ook het woord kanker veelvuldig werd gebruikt. Een van de respondenten bevestigt dit beeld. “Ja heel eerlijk, ik ken er wel een paar die zich zo gedragen ook. Online zie ik dat soms bij comments, onder een post of zo. Dan zie ik dat jongens heel stoer proberen uit te komen.

Bijvoorbeeld ze zijn het ergens niet mee eens, dus dan gaan ze heel gewelddadig praten zo van: ‘je weet niet wie ik ben, je moet echt oppassen’ dit en dat.” (Jongedame Delfshaven, 20 jaar) Uit onze online etnografie bleken agressieve reacties opvallend vaak gericht aan vrouwen, die online van jongens maar weinig ruimte kregen om hun mening te verkondigen. Onderstaande comments illustreren dit beeld, waarbij opvalt dat de dame in kwestie wordt uitgemaakt voor “hoerenzoon”.

26

Volgens een van de geïnterviewde jongedames is de agressieve houding van de jongens overduidelijk het gevolg van onzekerheid. Volgens haar maken de jongens zich met het aannemen van deze houding groter dan ze daadwerkelijk zijn. “Dit gedrag herken ik wel. Ik heb wel een aantal dingen meegemaakt en met mijn eigen ogen gezien. Ik zie heel veel onzekere jongens. Heel erg onzeker. Zoekende naar ‘wat wil ik? Wil ik erbij horen of wil ik gewoon toekomst’. Dat is wel heel erg te zien ja. Ze uiten het op die manier ja. Het is lastig om met die gasten te communiceren. Je wil ze niet beledigen, maar je wil ze ook wel helpen eigenlijk. In eerste instantie zag ik jongens van 20 jaar en ouder die zich zo gedroegen, maar ik merk wel dat het steeds jonger wordt. Het gaat nu naar 15, soms 14. […] Ze willen heel graag hun mannetje staan. Ze zijn allemaal haantje de voorste. ‘Ik ben het en jij niet’, ‘ik ben de leider en jij niet’, ‘ik kan dat en jij niet’. Terwijl je 1 op 1 in gesprek gaat en dan zijn het hele intelligente jongens. Het heeft veel te maken met onzekerheid.” (Jongedame Delfshaven, 20 jaar) Volgens een van de andere meiden heeft de houding echter ook een belangrijke functie binnen de setting van de straat. In lijn met de literatuur over straatcultuur wijst zij op de manier waarop deze houding een belangrijk middel is in het voorkomen van daadwerkelijk fysiek geweld.

“Ja zeker, ik denk dat ze altijd, ja altijd, altijd gewoon zo zouden blijven. Dat je moet laten zien dat er niet met je gespeeld kan worden, anders gaan mensen over je heen lopen.” (Jongedame Delfshaven, 18 jaar) Andere respondenten wijzen erop dat in sommige gevallen deze houding juist kan leiden tot fysiek geweld, doordat jongeren worden uitgedaagd de daad bij het woord te voegen. “Ehm, hoe de mensen spelen op pleintjes bijvoorbeeld. Ze vechten ook snel. Als je voetbalt met iemand en je geeft per ongeluk een duwtje, gaan ze gelijk vechten.” (Jongedame Delfshaven, 19 jaar) “Ik ken ook jongens die dat online doen. Dat ze zeggen van ‘je moet niet fokken met mij’ en van ‘ja jongens willen biggie praten’ en zo. Ik heb ook weleens gezien op WhatsApp dat iemand op z’n status had gedaan van ‘iemand gaat vandaag geshankt 27

worden bij dat park’ en zo. Dan gaan ze helemaal afspreken alles.” (Jongedame Delfshaven, 12 jaar) Uit deze laatste quote wordt wederom duidelijk dat social media een belangrijke rol vertolken in de levens van jonge mensen en hoe het on- en offline domein in dit soort casuïstiek in grote mate vermengd raken. Op basis van de gesprekken met de jongedames uit Delfshaven blijkt niet alleen een gewelddadige houding, maar ook het plegen van daadwerkelijk fysiek geweld, statusverhogend te werken. “Het is niet dat er door vrouwen in Delfshaven wordt opgekeken tegen een vrouw die een steekpartij heeft gepleegd. Maar voor de mannen is het bijna een beloning, dan is het: ‘jij bent de man!’” (Jongedame Delfshaven, 20 jaar)

Illegale economie Op basis van de literatuur kunnen we stellen dat het binnen de setting van de straat statusverhogend werkt je te presenteren als iemand die in meer of mindere mate betrokken is bij de illegale economie. Vrijwel alle respondenten herkennen dit bij de jongemannen in Delfshaven, al valt op dat zij hier niet allemaal evenveel over kwijt willen. Een van de respondenten bevestigt dat betrokkenheid bij de illegale economie voor jongemannen binnen Delfshaven statusverhogend kan werken. “Je creëert een bepaalde status. Misschien omdat ze gewoon onzeker zijn denk ik. En dan vinden mensen je stoerder, als je met zulke dingen bezig bent. Dat denk ik. Ik denk dat sommige mensen het gewoon alleen doen voor de status.” (Jongedame Delfshaven, 21 jaar) Om door anderen gezien te worden als iemand die betrokken is bij de illegale economie, blijken jongeren – in lijn met de literatuur – een aantal manieren te hebben. In de eerste plaats komt uit de gesprekken naar voren dat jongeren zowel on- als offline proberen de indruk te wekken dat zij omgaan met mensen die zich binnen het criminele milieu begeven. “Iemand zit vast voor een klein dingetje, bijvoorbeeld ruzie met de politie. En dan gaan al zijn vrienden schrijven ‘free die, free die’ terwijl er helemaal niets aan de hand is. Gewoon zulke dingen.

En gewoon hoe ze praten van, ja ze hebben dingen gezien of gehoord van anderen en ze gaan er dan over praten alsof ze het echt weten, terwijl je hebt het alleen gehoord van mensen, misschien gezien. Maar je hebt het niet eens gedaan. En dan doen ze zeg maar alsof ze erin zitten.” (Jongedame Delfshaven, 21 jaar) Jongeren proberen aan de hand van hun zijdelingse betrokkenheid bij criminaliteit of aan de hand van connecties die zij onderhouden met mensen die actief zijn binnen dit milieu zich aan anderen te presenteren als iemand die de weg kent binnen de illegale economie. Waar jongeren in de bovenstaande voorbeelden proberen status te ontlenen aan het criminele cv 28

van anderen, zinspelen zij in andere gevallen op hun eigen betrokkenheid bij de illegale economie. Volgens een van de respondenten maakt dit een belangrijk onderdeel uit van de performance van de jongens in het gebied. “Het lijkt bijna van: als je geen strafblad hebt, hoor je er niet bij. Je moet wel iets crimineels hebben gedaan.” (Jongedame Delfshaven, 20 jaar) Een van de respondenten schetst dat ook het moment waarop jongeren gedetineerd raken – of eigenlijk het moment dat zij vrijkomen – zich nadrukkelijk leent voor het claimen van criminele betrokkenheid. “Vaak van die jongens bijvoorbeeld ze zaten effe vast een paar dagen en gaan dan gelijk doen van ‘ja ik zat vast’. (Jongedame Delfshaven, 21 jaar) Ook het onderhouden van een goed crimineel netwerk kan volgens een van de meiden bijdragen aan de performance van straatidentiteit van jongeren. “Beste connecties met drugs-gerelateerde dingen. Ik denk dat ze dan zelf heel veel bezig zijn. Want dat hoor ik ook best wel veel van andere meisjes dat ze zeggen: ‘ja hij is echt een goede drugsdealer, want hij heeft veel connecties’.” (Jongedame Delfshaven, 19 jaar) Twee respondenten illustreren aan de hand van hun ervaringen als winkelmedewerker hoe jongens in Delfshaven hun betrokkenheid bij de illegale economie ook proberen te etaleren aan de hand van ogenschijnlijk criminele inkomsten.

“We zien het op werk, ze pronken er wel mee. Ze doen alsof. Ze zijn misschien een loopjongetje, maar doen alsof ze een beetje hoog zitten. Dat merk je met geld. Je merkt duidelijk het verschil tussen jongens die in de shit [criminaliteit] werken en jongens die een normale baan hebben. Dat merk je gewoon aan de manier hoe ze dat showen, hoe ze er uitzien, hoe ze uitstralen, dat merk je echt. Ze proberen indruk te maken met geld, merk ik. […] Wij werken als caissières en dan komen ze iets kleins halen en dan halen ze even een stapeltje eruit. Dan doen ze dat weer terug en betalen ze met kleingeld. De meeste jongens die netjes gewoon goed werken, die pinnen gewoon toch?” (Jongedames Delfshaven, 19 en 20 jaar) De meest directe manier voor jongeren om te zinspelen op hun betrokkenheid bij de illegale economie is door in beeld of woord te refereren aan de criminaliteit die zij gepleegd (zouden) hebben. Dit gebeurt bijvoorbeeld door online beelden te plaatsen van handelswaren of criminele oproepen. “Ja, jongens plaatsen dan op social media foto’s van drugs of van geld. Softdrugs. Blokjes en dan maken ze het zo klein. Je kunt zien dat het bedoeld is om te verkopen.” (Jongedame Delfshaven, 20 jaar)

29

“Ja ik weet niet echt iets. Dat ze pakketjes aan het brengen zijn, of ‘ik ga nepgeld ergens halen’ of zo. Ik heb wel eens Snaps gekregen van gasten met stapels geld of zo. Het gaat meestal om drugs of pasjes toch, hoe noem je dat? Ja zoiets, ik heb dat ooit gehoord. Dan doen ze geld naar een bankrekening toch? Spa’s of zo? Sappie’s?” (Jongedames Delfshaven, beiden 18 jaar) Volgens verschillende respondenten gebeurt het zinspelen op hun criminele betrokkenheid hoofdzakelijk op social media, waarbij met name Snapchat wordt genoemd als podium voor deze performance. Een van de respondenten schetst een voorbeeld van hoe het online domein jongeren mogelijkheden biedt om hun criminele betrokkenheid te betogen. “Ik denk online dat dat het meeste wordt gedaan, vooral met filmpjes. Van ‘hee kijk eens wat ik heb geflikt. Iemand in elkaar geslagen’. Of als we het hebben over criminaliteit, dan zag ik in mijn vroege jaren altijd screenshots van AD-berichten. Van ‘Huppelepup is overvallen’. En die gooit hij dan op zijn snapchatverhaal en dan gaat iedereen vragen ‘oh was jij dat?’ en dan gaat hij aan iedereen trots vertellen dat hij dat was. Of als ze ergens medeplichtig aan zijn. Soms zijn het hele kleine visjes, soms stond hij er alleen bij.

Maar hij wil gewoon laten zien van: ‘ik ben daar ook geweest!’ Of hij heeft alleen een verhoor gehad als getuige en hij gaat zeggen: ‘nee ik heb me beroepen op m’n zwijgrecht!’ Er komt een heel verhaal bij kijken…dus dat merk ik wel, maar vooral online, want dan is het beetje safe. Dan kunnen ze nog erger pronken dan in het echt. De oudere generatie kijkt niet zo snel mee, er zal niet zo snel gelekt worden omdat het een beetje in die kringen blijft. Het zal niet heel snel bij zijn moeder terechtkomen, of bij zijn broer, of zijn vader.” (Jongedame Delfshaven, 20 jaar) Ook offline blijken jongeren op te scheppen over hun betrokkenheid bij criminaliteit. Volgens een van de respondenten zijn de jongens – hoe graag ze ook willen worden gezien als crimineel – hierin echter niet roekeloos, maar passen ze goed op bij wie deze info terechtkomt. Op de vraag of zij het beeld herkent dat jongens zich graag associëren met criminaliteit, antwoordt zij als volgt. “Ja tuurlijk. Als zij iets hebben gedaan… wat ik heb gemerkt is dat ze altijd eerst een beetje terughoudend zijn, want ze schamen zich ergens wel een beetje. Maar misschien is dat naar mij toe. Maar als ze het vertellen, willen ze zo min mogelijk dat het bij de families terechtkomt. Dus als ze het hebben over hun stoere gedrag, dan moet dat ook echt in hun kringen blijven, binnen die straatcultuur blijven.

Want als je dan vraagt aan een familielid of aan een moeder; die weet niet wat haar zoon doet. Die denkt misschien gewoon dat hij naar school gaat. Dus ze hebben een bepaalde schaamte, dat ze denken ‘ik heb liever niet dat mijn familie wordt geassocieerd met mijn daden, maar ik wil wel gezien worden als crimineel’. Dus ze pronken er wel mee.” (Jongedame Delfshaven, 20 jaar)

30

Op de vraag welke vormen van criminaliteit binnen deze context statusverhogend werken, noemen respondenten met name drugs-gerelateerde delicten, maar ook high impact crimes als straatroven en overvallen blijken op basis van de gesprekken bevorderlijk voor de performance van straatidentiteit. “Overvallen, steekpartijen vinden ze geweldig. Drugs. Drugs dat tonen ze niet zo erg, daar praten ze heel graag over. Zo van: ‘ja ik heb dat’, ‘ik loop hiervoor’, ‘ik kook dit uit’ en ‘ik doe dat en zus en zo’.” (Jongedame Delfshaven, 20 jaar)

Antipathie jegens overheid Een belangrijk derde onderdeel van de performance van straatidentiteit vormt volgens de literatuur het tentoonspreiden van een zekere antipathie jegens de overheid – vaak de politie –, die wordt gezien als vertegenwoordiger van het systeem waardoor jongemannen zich buitengesloten voelen. Ook dit derde onderdeel wordt door veel meiden herkend in de presentatie van de jongemannen in Delfshaven. In sommige gevallen blijkt de moeizame relatie met bijvoorbeeld de politie het gevolg van eigen ervaringen met dienders. In de gesprekken kwamen specifiek de gebeurtenissen rondom de avondklokrellen en het bekend worden van de Whatsappgesprekken naar aanleiding van de dood van Hümeyra Öz naar voren. Waar de dynamiek tussen jongeren en de politie met betrekking tot de avondklokrellen kan worden getypeerd als rivaliteit, nemen de signalen met betrekking tot de racistische appjes zorgwekkendere vormen aan. “Ik denk wel dat veel jongeren nu wel denken van ‘ja fuck hun, we hebben niets meer aan hun. Als zij zo over ons praten.

Wat moeten wij nog respect voor hun hebben.’ […] We hebben dingen gehoord wat er met zeg maar met getinte mensen is gebeurd, dus ik denk wel dat de meerderheid van de jongeren nu denken van, ‘wat moet ik nu respect naar jou toe tonen als jij geen respect voor mij hebt’.” (Jongedame Delfshaven, 16 jaar) In het overgrote deel van de gevallen lijkt de antipathie richting de overheid echter geen oorsprong te hebben in daadwerkelijke negatieve ervaringen. Volgens de geïnterviewde meiden vinden jongens het vooral belangrijk hun antipathie jegens met name te politie te etaleren, omdat ze hiermee voldoen aan specifieke gedragsverwachtingen die gelden binnen de setting van de straat. “Bij mij in de buurt is veel politie, want er zijn vaak spanningen. En dan zie ik jongens bijvoorbeeld als er één politie aan komt – niet eens voor hun – dan zie ik ze al wegrennen soort van. Of als de politie met hun aan het praten is, dan komen er andere jongens voorbij en dan hoor ik ze ‘free mn matties’ en zo schreeuwen en zo. Ja dat zie ik wel heel veel voorbij komen in de buurt. En op Snapchat ook eigenlijk. Dan zie ik heel veel jongens die dan staande worden gehouden die dan allemaal domme dingen zeggen tegen de politie en die dat dan ook filmen en ook plaatsen. Bijvoorbeeld als ‘ie 31

wordt staande gehouden dan zegt ie ‘ik word weer deze mongool staande gehouden terwijl ik helemaal niks heb gedaan, ze haten op mij’ dit en dat.” (Jongedame Delfshaven, 19 jaar) “Ik weet van mijzelf als ik niets verkeerd heb gedaan dat ik ook niet zo afschuwelijk tegen de politie ga doen. Maar ik weet wel van vrienden die groot gaan praten, gaan uitschelden, schreeuwen.” (Jongedame Delfshaven, 16 jaar) “Maar kom op, niet elke wijkagent die langs fiets ga je uitschelden of uitlokken. Je lokt het zelf uit. Hij loopt gewoon langs, hij vraagt jouw ID. doe je niks geef je gewoon je ID. Het is kut misschien 10x op een dag maarja als je niks te verbergen hebt. Ook heel vaak; dan vragen ze je ID en dan rennen ze weg. Maarja, voor wat. Voor wat ren je weg?” (Jongedame Delfshaven, 20 jaar) In lijn met de literatuur schetst een aantal respondenten dat de afkeer tegen de overheid niet altijd zulke expliciete vormen aanneemt als uit bovenstaande quotes naar voren komt. In sommige gevallen uiten jongeren hun antipathie tegen de overheid door bijvoorbeeld het rechtssysteem af te wijzen. Dit wordt mooi duidelijk aan de hand van de zogenaamde ‘free’uitdrukking, waarmee jongeren hun gedetineerde vrienden vrij wensen – zoals we ook zagen in de vorige paragraaf.

Naast dat deze uitdrukking gezien dient te worden als een steunbetuiging aan iemand die vastzit, kan deze worden opgevat als een aanklacht tegen het systeem. Degene die de uitspraak doet, pleit er namelijk voor een veroordeelde delinquent op vrije voeten te stellen. Een van de meiden schetst hoe deze free-boodschap met name online regelmatig voorbijkomt. “Ze kennen elkaar niet eens, maar ze zeggen gewoon ‘free’. Als je gewoon op insta gaat scrollen en je gaat kijken naar de jongens van Delfshaven, iedereen heeft wel ‘FREE’ in z’n bio staan. Ze willen heel graag laten zien van: ‘ik ken die gast in de bajes, dus ik ben ook crimineel.’ [..] En wat betreft zwijgrecht, volgens mij zijn ze nog nooit op verhoor geweest, kennen ze het artikel nog niet eens, maar toch roepen ze het overal. Heel veel wordt zwijgrecht ook als nickname gedaan.” (Jongedame Delfshaven, 20 jaar) Het belang dat het tentoonspreiden van een zekere antipathie jegens de overheid vertegenwoordigt voor straat georiënteerde jongeren wordt ook duidelijk uit onderstaande quote. Los van dat het afzetten tegen de politie statusverhogend werkt, kan iemands straatidentiteit volgens een van de respondenten namelijk zelfs in twijfel worden getrokken wanneer diegene zich níet afzet tegen de politie. “Iedereen heeft tegenwoordig problemen met de politie.

Ik denk dat het echt veel komt door de invloed van muziek en films, van wat ze zien van Amerika en zo. Ik snap sommige mensen hebben wel echt erge dingen meegemaakt, maar sommige mensen zeggen ook ‘ja fuck politie’, terwijl ze nog nooit in aanraking zijn geweest met politie. Het is gewoon een ding, iedereen haat de politie. En als je dat dan níet doet, dan krijg

32

je meteen veel mensen tegen je. Zo van: ‘waarom zeg je dat, zeker omdat jij braaf bent?’ Zulke dingen.” (Jongedame Delfshaven, 21 jaar)

Lokaliteit Volgens de literatuur hechten jongemannen die zich binnen een straatcultuur begeven veel waarde aan het communiceren van een connectie met hun eigen buurt en het afschilderen van deze plek af als een gevaarlijke en achtergestelde omgeving. De geïnterviewde meiden gaven zonder uitzondering aan de trots van jongens voor Delfshaven te herkennen. Deze trots krijgt volgens de meiden met name gestalte op social media, waar jongens op verschillende manieren – en op verschillende niveaus – aan hun lokale context refereren. “Ja op Insta hebben ze wel vaak namen met ‘Delfshaven’ daarachter. Of ‘Driehoek’, ‘DHK’.” (Jongedame Delfshaven, 19 jaar) “Op foto’s op social media doen ze ook tekens. Van die Driehoeken. En drie vingers voor West.” (Jongedame Delfshaven, 15 jaar) “Ze promoten hunzelf wel heel erg, ze willen wel laten zien waar ze vandaan komen. Met bijvoorbeeld ‘DHK’. Meestal gebruiken ze gewoon postcodes; 3026, 3025, dan weet je ook waar ze vandaan komen. ‘DHK’ zie je ook wel vaak, ‘Spangen’, maar ook ‘West’. Op de nicknames van hun social media accounts. Of in hun bio. Zo van: ‘ik kom van Rotterdam West; kijk uit’.” (Jongedame Delfshaven, 20 jaar) Uit de laatste quote blijkt dat de trots voor hun buurt in veel gevallen samenhangt met het afschilderen van deze context als een gevaarlijke plek.

Hoewel niet alle meiden dit zeiden te herkennen in de performance van de jongens in Delfshaven, geeft een aantal respondenten zicht op hoe dit proces in zijn werk gaat. “Ik denk het wel, want dat is ook status van waar je vandaan komt. Dan laten jongens gewoon zien dat je uit een gevaarlijke buurt komt, hij heeft daar gevaarlijke connecties, ik moet met hem geen grappen maken. Maar ik denk dat mensen het ook doen om zichzelf een beetje te beschermen tegenover andere mensen. Zeg maar ‘met mij kun je geen grappen maken, je kunt niet met mij spelen’.” (Jongedame Delfshaven, 21 jaar) “Wanneer er wat gebeurt, dus een inbraak of zo, dan zeggen ze: ‘ja heb je dat gezien? Dat was in mijn straat he. Weet je hoeveel geld hij had en dit dat.’” (Jongedame Delfshaven, 15 jaar) Los van dat jongeren het belangrijk vinden hun connectie met de buurt te communiceren, blijken zij volgens de geïnterviewde meiden ook druk te concurreren met andere wijken in Rotterdam. Jongens uit verschillende wijken blijken zowel on- als offline tegen elkaar op te boksen om wie de gevaarlijkste buurt is. Volgens een van de respondenten leidt deze strijd uiteindelijk ook tot daadwerkelijke vechtpartijen. 33

“Ja bij mij op school hebben we ook verschillende wijken, dus van over de brug tot aan de andere kant. Ze zeggen dan ‘heb je gezien wat ze bij ons op het pleintje hebben gedaan?’. En zegt een ander: ‘Nee man mijn pleintje was lauwer dan dit’.” (Jongedame Delfshaven, 15 jaar) “Ja, dan is het gelijk: ‘het is mijn buurt’. Ja, wat je online heel erg veel vindt is de discussies onderling. Dus als bijvoorbeeld jongens van Zuid dan iets plaatsen, dan móet iemand van West er iets op tegen zetten. Zo van: ‘oh nee wij kunnen dit beter’. En dan komt er onderling een discussie over ‘wij zijn beter’ en ‘wij zijn gevaarlijker’ en ‘kom maar naar mijn buurt!’ en zo komen die gevechten ook onderling. (Jongedame Delfshaven, 20 jaar) In opvallend veel gesprekken kwamen de recente en inmiddels beruchte avondklokrellen ter sprake. Een aantal respondenten geeft aan dat de jongens in Delfshaven het feit dat zij niet (groots) hebben kunnen rellen ervaren als een nederlaag ten opzichte van Rotterdam Zuid. Op de vraag of zij herkent dat jongeren hun wijk graag als ‘slecht’ of ‘gevaarlijk’ afschilderen, antwoordt zij als volgt. “Zeker, zeker! Vooral als het gaat wat er de afgelopen tijd is gebeurd, met de rellen. Delfshaven kon er niet tegen dat Zuid helemaal ondersteboven stond. Daar balen ze van, want Zuid is nu wel de hood van Rotterdam.

Want na wat er daar de laatste keer is gebeurd; daar wil je niet dood gevonden worden zeg maar.” (Jongedame Delfshaven, 20 jaar) Een andere respondent wijt het feit dat het in Delfshaven niet uit de hand is gelopen aan de trots van de jongens voor hun eigen buurt. “Ik heb dat één keer gemerkt. Toen de rellen een beetje actief waren. Toen wel. Toen wilden ze Delfshaven ‘erger’ maken. Uiteindelijk hebben ze toch niks gedaan, ik denk dat dat komt omdat ze toch trots zijn op de buurt.” (Jongedame Delfshaven, 19 jaar)

Seksuele masculiniteit Op basis van de literatuur vormt het communiceren van seksuele veroveringen en seksuele prestaties voor straat georiënteerde jongeren een voorname manier om hun mannelijkheid te bevestigen. Wanneer de onderzoeker in de interviewgesprekken schetste hoe in de literatuur over dit onderdeel van de performance van straatidentiteit wordt geschreven, maakten veel van de respondenten in woord en gebaar duidelijk dit volledig te onderschrijven. Een van de geïnterviewde meiden schoot in de lach. Op de vraag waarom zij moest lachen antwoordde zij met de volgende veelzeggende quote. “Ja ik vind het grappig dat u een jongen gewoon zó kan omschrijven. Echt! En het is ook nog waar.” (Jongedame Delfshaven, 16 jaar)

34

De respondenten gaven in de gesprekken veel voorbeelden van de manier waarop mannen in Delfshaven zich binnen de setting van de straat hypermasculien presenteren. Veel van deze ervaringen van jongedames vallen triest genoeg aan te merken als seksuele (straat)intimidatie en worden zelfstandig in hoofdstuk 7 behandeld. Uit de overige voorbeelden wordt duidelijk dat seksuele veroveringen voor jongens een belangrijk onderdeel uitmaken van hun performance. Volgens veel meiden openbaart deze houding zich dan ook voornamelijk wanneer jongens onder elkaar zijn en anderen hun presentatie kunnen aanschouwen. Op de vraag hoe zij deze hypermasculiene houding terugzien bij mannen, antwoordde een van de geïnterviewde meiden als volgt. “Ja zoals ik al zei gewoon een meisje aanspreken. En dan als hij haar Snap krijgt bijvoorbeeld dan voelt hij zich gelijk als een koning, weetje. Dan denkt hij: ‘ik heb het gedaan’. Hij doet dat niet alleen maar omdat hij dat meisje leuk vindt, maar ook om zichzelf uit te sloven.” (Jongedame Delfshaven, 16 jaar) Het belang dat het ‘fixen’ van meiden voor de performance van jongens vertegenwoordigt, wordt nog duidelijker uit de volgende quote. “Soms doen ze ook wedstrijden van ‘wollah ik ga haar eerder fixen als jou…’ en dan gaan ze ook echt wedden voor geld he! Dan zeggen ze van ‘oké probeer dan, wollah je krijgt 50 euro als je doet’.

Echt! En dan doen ze echt hun best om haar Snap te krijgen.” (Jongedame Delfshaven, 15 jaar) In veel gesprekken komt naar voren dat jongens er niet goed tegen kunnen als hun avances door meiden worden afgewezen. Volgens een van de geïnterviewde meiden vormt dit zelfs een wezenlijk onderdeel van hun presentatie als macho. “Ze kunnen er gewoon niet tegen als je ze afwijst. Sommige jongens weten niet wat ‘nee’ betekent. Als ze het niet kunnen fixen dan schelden ze je gewoon uit, dan ben je een ‘hoer’. Of dan ben je een ‘negerlover’. ” (Jongedames Delfshaven, 19 en 20 jaar) “Dat machogedrag herken ik. Je herkent een jongen die macho is, als hij ‘nee’ hoort. Want als hij nee hoort dan is het: ‘je bent een hoer’. Of ‘je bent helemaal niet interessant’. Of ‘ik wou je gewoon even regelen’. Dat zijn meestal de gasten die denken dat ze iedereen kunnen krijgen. Afwijzing in Delfshaven is een zwaar geval voor jongens… je moet bijna accepteren anders word je uitgescholden. Dus dat is wel heftig. En ook jongens onderling: ‘ik heb haar geregeld’. ‘Oh je hebt haar ook op Snap? Ik heb haar ook’. Drie gasten hebben haar op Snap; oh dan is ze vast wel makkelijk.” (Jongedame Delfshaven, 20 jaar) Ook binnen onze online etnografie kwam de door de respondenten geschetste werkelijk overduidelijk naar voren.

Jongemannen presenteren zich op social media als heteroseksuele ‘players’ die zonder moeite veel meisjes kunnen krijgen. Ook op social media blijken zij zich agressief op te stellen wanneer deze performance in twijfel wordt getrokken door andere gebruikers of wanneer zij afwijzing ervaren. 35

Opzichtige consumptie Tot slot speelt ook het openlijk etaleren van rijkdommen een belangrijke rol binnen de performance van straatidentiteit van jongemannen. De geïnterviewde meiden herkenden dit element zonder uitzondering bij de jongens in Delfshaven. In de eerste plaats speelt het tonen van cashgeld hierbij een belangrijke rol, zoals we eerder ook zagen in het voorbeeld van de caissières. “Altijd als ze contant geld hebben dan doen ze altijd al zo van alsof ze geld met iets hebben verdiend, terwijl ze het gewoon hebben gepind of zo. Dan pinnen ze heel hun salaris en gaan ze contant betalen, dat is ook imago zeg maar. Ik denk dat dat bedoeld is om te doen alsof ze dat met criminaliteit verdiend hebben. Je weet toch, ook om aantrekkelijk gevonden te worden bij meisjes, stoer doen. Zo van: ‘ik heb geld’.” (Jongedame Delfshaven, 21 jaar) Niet alleen het geld zelf, maar ook het uitgeven ervan vormt een belangrijk onderdeel van opzichtig consumeren. Een van de geïnterviewde meiden geeft twee voorbeelden van hoe dit op social media valt te ontwaren. “Je geld showen online. Gewoon filmpjes. Of bijvoorbeeld dat mensen ergens gaan eten en dan zetten ze de bon op Snap. Van een bedrag van 500 euro of zo dat ze dat gaan betalen, maar eindstand zijn ze daar met veel mensen en dan delen ze de rekening. Waar niets mis mee is, maar dan gaan ze stoer doen van ‘ik ga dat nu betalen’.

Maar je gaat dat niet betalen, want iedereen gaat het betalen. Dus doe rustig. […] Dat soort dingen, zo van ‘ik heb geld, ik heb 500 euro aan eten besteld’. Terwijl dat misschien de enige keer is in 5 maanden dat je uit eten gaat. En iemand gaat iedere dag uit eten en betaalt rustig 20 euro, uiteindelijk komt hij op hetzelfde bedrag uit.” (Jongedame Delfshaven, 21 jaar) “Ook op Snap de hele tijd laten zien wat ze aan hebben. Of dat ze gewoon op bepaalde plekken zijn waar meisjes zich toe aangetrokken voelen. Van ‘oh hij heeft geld’, daar gaan meisjes ook lekker op de laatste tijd; als ze zien hij heeft geld, een groot huis. Of een goede auto, dan worden ze daar ook door aangetrokken. En ik denk dat ze het daarom posten.” (Jongedame Delfshaven, 21 jaar) Zoals duidelijk wordt uit de laatste quote, speelt ook het etaleren van luxeproducten een belangrijke rol bij opzichtig consumeren. Volgens de meiden concurreren de jongens hierin met elkaar en vinden ze het belangrijk de nieuwste, de mooiste of de duurste producten te bezitten. In de gesprekken hebben we de meiden gevraagd welke producten hierbij status opleveren binnen de setting van de straat in Delfshaven. Volgens de respondenten geldt met name (dure) merkkleding als een belangrijk statussymbool. “Ze willen gewoon laten zien dat ze geld hebben door dat soort dingen te dragen. Louis Vuitton bijvoorbeeld.

Die vind ik echt lelijk. ‘Koelkasttas’ noemen mensen die wel eens, die van Louis Vuitton haha. Maar de helft draagt ook neppe. Of ze dragen een muts en 36

dan een sjaal en dan die tas, allemaal van Louis Vuitton.” (Jongedame Delfshaven, 19 jaar) “LV, Louboutins, jasje, broek, misschien schoenen, riem, tasjes, vooral tasjes. En schoenen en ik weet niet gewoon zulke dingen, maar bij meisjes is dat precies hetzelfde. Als ze aangetrokken willen worden door zulke jongens moeten ze ook er zo uitzien.” (Jongedame Delfshaven, 21 jaar) “Ik denk toch wel schoenen, merkjas. Bij mij op school moet een winterjas wel echt een merkjas zijn. Dus Canada Goose, Monclair, Parajumper. En de schoenen gewoon van Nike. Ik denk dat schoenen en jassen in de winter toch wel het belangrijkste is waar ze naar kijken. En daarna trainingspakken. En dan als ze een keer in een spijkerbroek komen en dan zo’n mooi truitje erbij dan zeggen ze: ‘Hé je bent met spijkerbroek gekomen!’ Dat vinden ze dan sjiek.” (Jongedame Delfshaven, 15 jaar) Hoewel het dragen van kleding van merken als Louis Vuitton, Canada Goose en Louboutin bijdraagt aan de performance van straatidentiteit, wordt uit bovenstaande quotes ook duidelijk dat niet altijd duidelijk wordt of de kleding die jongens dragen wel echt is. Volgens een van de respondenten heeft dit ertoe geleid dat kleding niet langer geldt als de beste manier om opzichtig te consumeren, maar dat jongeren inmiddels naar andere artikelen grijpen voor het neerzetten van een geloofwaardige performance.

“Ja je ziet het natuurlijk aan de kleding. Iedereen wil merk aan. Vooral Louis Vuitton, Gucci, Louboutin, de grote merken die je niet haalt met een vakkenvullersalaris. Als je daar iemand mee zag, dan dacht je een jaar of drie geleden; ‘oké, dikke schoenen’. Maar de laatste jaren is het ‘oh hij draagt vast 1 op 1, dus vast nep’. Dus als je nu echt wil scoren is het met auto’s, zo van: ‘ik kan een huurbak huren’. Want je kan geen neppe Audi huren, snap je? Maar je kan wel een nep Louis Vuitton tasje hebben. Dus auto’s zijn wel echt het belangrijkste nu. Het is gewoon patsergedrag.” (Jongedame Delfshaven, 20 jaar) Een aantal andere geïnterviewde meiden geeft aan dat veel van de jongens in Delfshaven zich absoluut geen (huur)auto kunnen veroorloven en dus wel degelijk aan de hand van kleding proberen te scoren.

4.2 Meiden over de performance van straatidentiteit van jongens Zoals duidelijk wordt uit voorgaande paragraaf, zien de geïnterviewde meiden de elementen van de performance van straatidentiteit uit de literatuur in grote mate terug bij de jongens in Delfshaven. Uit de manier waarop de respondenten deze performance beschrijven, komen een aantal belangrijke inzichten naar voren.

37

“Ze praten gewoon over zulke dingen, terwijl ze twee uur later bij hun oma slapen” In de eerste plaats wordt uit de gesprekken met de geïnterviewde meiden duidelijk dat zij de presentatie van de jongemannen zien voor wat het is: een performance. Door de gesprekken heen geven de meiden geregeld aan te twijfelen aan de echtheid van de manier waarop de jongens zich presenteren en stellen ze dat de jongens vooral bezig lijken met het wekken van indrukken aan anderen. Volgens verschillende respondenten is er de jongens vooral veel aan gelegen aan te sluiten bij de gedragsverwachtingen van ‘de groep’. “Ze willen erbij horen, bij het groepje zeg maar. Ook al is hij niet deel van dat groepje, dan wil hij het zo laten lijken en geaccepteerd worden. Hij wil net als zij zijn. Door de zelfde dingen te doen, door hetzelfde te zeggen, of bijvoorbeeld zelfde kleren, uiterlijk, zelfde kapsel of houding” (Jongedame Delfshaven, 16 jaar) Met name als het aankomt op het schermen met criminele betrokkenheid, benadrukken de meiden het performatieve karakter van de verhalen van die de jongens over zichzelf vertellen. Uit de woorden van de meiden blijkt dat de performance van de jongens soms ver afstaat van de werkelijke situatie. “Ja ja ja! Ja ze sloven zich daarmee uit weet je. Ja ze scheppen op over wat ze zouden doen, en als je dat echt zou doen zou het niet iets zijn om over op te scheppen.

Ja, het slaat nergens op. Ze praten gewoon over zulke dingen, terwijl ze twee uur later bij hun oma slapen” (Jongedames Delfshaven, beiden 18 jaar) “Drugs, daar praten ze heel graag over. […]Terwijl ze volgens mij niet eens weten wat ze moeten doen haha, maar ze praten erover. Ze doen altijd alsof ze alles weten, maar als je tegen ze zegt: hoe vouw je dan zo’n pony pack, dan zeggen ze: dat weet ik eigenlijk niet.” (Jongedame Delfshaven, 20 jaar) “Maar kom op, niet elke wijkagent die langs fiets ga je uitschelden of uitlokken. Je lokt het zelf uit. Hij loopt gewoon langs, hij vraagt jouw ID. Doe je niks; geef je gewoon je ID. Het is kut misschien tien keer op een dag maar ja, als je niks te verbergen hebt. Ook heel vaak; dan vragen ze je ID en dan rennen ze weg. Maar ja, voor wat. Voor wat ren je weg? Dat showtje dat erbij komt kijken, dat vinden ze heerlijk.” (Jongedame Delfshaven, 20 jaar) Ook in de gesprekken over opzichtig consumeren valt op dat de geïnterviewde meiden niet zonder meer meegaan in de indrukken die de jongemannen proberen te wekken. “Bij mij persoonlijk werkt het niet. Want je kan die stacks hebben, maar dat is misschien het enige geld dat je hebt en op je bankrekening heb je precies niks. En iemand kan betalen met 5 euro en die heeft misschien 10.000 euro op zijn bankrekening. Dus het zegt niets. Dat stapeltje zegt precies niks.

Misschien is dat je enige geld dat je nog hebt en heb je niet eens een baan meer.” (Jongedame Delfshaven, 21 jaar)

38

Met betrekking tot de seksuele masculiniteit schetsen de vrouwen eveneens dat de indrukken die jongens in Delfshaven proberen te wekken soms ver afliggen van hun werkelijke identiteit. Onderstaande casus die door een van de meiden tijdens de gesprekken naar voren werd gebracht, illustreert deze performativiteit uitstekend. “Ik wil daar wel wat over vertellen, over dat al die jongens zich voordoen als super hetero. Ik ken een jongen die zelf homo is en ik kan je zeggen dat hij de meerderheid van jongens op straat wel een blowjob heeft gegeven. Zeker zes of zeven jongens uit Delfshaven. Maar al die jongens zijn wel super hetero. Ik kan je dat garanderen. Die jongens die blowjobs van hem krijgen die schelden op straat homo’s uit als ze die zien. Ze voldoen helemaal aan dat plaatje van seksuele masculiniteit. Dan denk ik: ‘en jij zelf dan?’ Ik denk niet dat de meiden hier in de wijk dat [het verrichten van seksuele handelingen] zouden doen en dat weten die jongens heel goed. Die jongens benaderen hem, want het is in Delfshaven bekend dat hij dit doet. Hij wordt dan geappt met ‘Op deze tijd ben je hier, en zoveel geld krijg je. Zorg maar dat je er bent.’ Ze maken ook video’s, zowel die jongen zelf als zijn ‘klanten’. Dat vind ik wel apart. Want de jongens weten het onderling van elkaar niet. Veel meiden in Delfshaven weten het wel, via die andere jongen.

Hij laat mensen video’s en berichtjes ervan zien.” (Jongedame Delfshaven, 16 jaar) De jongens uit het bovenstaande voorbeeld presenteren zich naar hun vrienden toe – en binnen de bredere straatcultuur van Delfshaven – als (overdreven) hetero jongemannen, terwijl de in dit voorbeeld geschetste seksuele handelingen daar niet bepaald op aansluiten. Opvallend genoeg valt in de directieve manier waarop zij de jongen benaderen voor het verrichten van seksuele handelingen weer wel een masculiene houding te ontdekken. De casusschets maakt inzichtelijk hoe het voor de jongeren dus met name belangrijk is welke indruk zij aan anderen wekken, meer dan hoe zij zich daadwerkelijk gedragen. Terwijl uit de literatuur naar voren komt dat de performance van straatidentiteit van jongemannen er deels op gericht is om in de smaak te vallen bij vrouwen, lijken de jongens uit Delfshaven op basis van de interviewgesprekken ironisch genoeg het tegenovergestelde te bereiken. Waar we al zagen dat meiden de performance van mannen niet altijd even serieus nemen, maakten zij in de gesprekken ook duidelijk dat zij de manier waarop de jongemannen zich presenteren verre van stoer vinden. In de gesprekken kwamen termen als ‘kinderachtig’, ‘nietszeggend’ en zelfs ‘walgelijk’ naar voren wanneer werd gesproken over de manier waarop jongens zich presenteren.

In veel van de gesprekken deden meiden lacherig over de manier waarop jongens hun best doen om te voldoen aan de gedragsverwachtingen die binnen de setting van de straat gelden. Deze houding van meiden kwam ook naar voren binnen ons online onderzoek, bijvoorbeeld wanneer beelden werden gedeeld waarop jongens pronkten met (ogenschijnlijk) criminele inkomsten.

39

“Wanneer ze alleen zijn, staan ze stoeptegels te tellen” In veel van de gesprekken werd door de geïnterviewde meiden gerefereerd aan het verschil tussen de manier waarop jongens zich presenteren in een groep, ten opzichte van wanneer ze alleen zijn. Volgens de meiden valt de besproken performance van straatidentiteit vrijwel uitsluitend waar te nemen wanneer de jongens zich in een groep bewegen en zijn de jongens 1-op-1 ‘bijna niet terug te herkennen’. De invloed van groepsdruk op de performance van staatidentiteit lijkt op basis van de gesprekken met de meiden enorm. Een van de respondenten vertelt over een jongen die haar op haar werk benaderde. “Ja hij was wel aardig en hij zei niks verkeerds of zo. Het was ook gewoon een jongen van de buurt. Soms denk ik van wanneer je zo’n jongen ziet, je zou echt denken dat die brutaal is, maar wanneer hij zo met jou praat is het een hele andere jongen. Als hij met zijn vrienden is, is hij heel anders. Dan is hij zo een beetje de baas van die vriendengroep, dit dat. Maar wanneer die met mij praat dan herken ik hem niet gewoon als die jongen. Hij praat ook geen straattaal meer.

Gewoon nette woorden.” (Jongedame Delfshaven, 15 jaar) Op basis van de door de meiden geschetste ervaringen met mannen – en met name het grote verschil in de manier waarop zij zich in verschillende situaties presenteren – rijst het vermoeden dat jongemannen binnen Delfshaven zich wellicht op een andere manier zouden wíllen gedragen richting vrouwen dan dat ze onder druk van de groep nu vaak doen. Deze stelling raakt aan eerdere bevindingen van Anderson (1999: 153) die in zijn klassieke werk over straatcultuur stelt dat veel jongemannen wel degelijk goede intenties richting vrouwen hebben, maar hier vaak niet naar handelen omdat deze haaks staan op de geldende normen binnen hun groep van peers. Deze normen hebben niet alleen betrekking op de manier waarop jongens vrouwen aanspreken, maar ook nadrukkelijk op het aangaan van liefdesrelaties. Een van de geïnterviewde meiden schetst hoe zij verwacht dat dit ook geldt voor de praktijk van Delfshaven . “Ik denk als een jongen alleen op straat loopt en als hij je aankijkt dan glimlacht hij maar als hij met zijn vrienden is, is hij een ander persoon. Ik denk dat het ligt aan met wie je bent op dat moment en dat ze zich daarom zo groot en sterk willen laten zien. Meer dan wanneer ze alleen zijn. Bijvoorbeeld een jongen en een meisje hebben een relatie en die jongen is van de wijk en het meisje ook.

Ik weet zeker dat die jongen naast zijn vrienden anders is als dat hij alleen is met dat meisje. Hij wil niet aan zijn vrienden laten merken dat hij een relatie met haar heeft.” (Jongedame Delfshaven, 15 jaar) De manier waarop de jongens omgaan met meiden wanneer zij met hun vrienden zijn, werkt niet alleen op dat moment verstorend. Meerdere meiden geven aan de jongens door wie zij eerder op een respectloze manier (vanuit een groep) zijn benaderd, in eventuele volgende situaties ook niet meer serieus te nemen – ook al is hun gedrag op dat moment ‘normaal’ en respectvol.

40

“Vooral in groepen doen jongens heel stoer. Zodra ze individueel lopen, is er niets aan de hand. Er hoeft er maar één bij te staan en heel zijn gedrag verandert. Want wanneer ze alleen zijn is het poeslief en dan kijken ze je niet eens aan, staan ze stoeptegels te tellen. En wanneer ‘ie met zn vrienden is, is het psst psst psst. Dan lach ik jou uit hoor! Het is heel erg groepsdruk.” (Jongedame Delfshaven, 20 jaar)

4.3 Resumerend Al met al herkennen de geïnterviewde meiden alle elementen van de performance van straatidentiteit van jongemannen die uit de literatuur naar voren komen. Volgens de geïnterviewde meiden proberen jongens in Delfshaven zich te presenteren als iemand die er niet voor terugdeinst geweld te gebruiken, de weg kent binnen de illegale economie, een zekere antipathie jegens de overheid koestert, zijn eigen buurt represent, seksueel masculien is en opzichtig consumeert. Aan de hand van hun levendige beschrijvingen van deze geldende gedragsverwachtingen, kunnen we voorzichtig stellen dat er in Delfshaven sprake is van een straatcultuur. Uit hun verhalen wordt bovendien duidelijk dat het online domein – en meer specifiek social media – een belangrijke rol vertolkt in de vorm en invulling die deze straatcultuur krijgt. Uit de manier waarop meiden in dit onderzoek on- en offline bevindingen door elkaar heen presenteren, valt op te maken dat het onderscheid tussen deze beide werelden voor jongeren veel minder wordt ervaren dan door de gemiddelde volwassene. De manier waarop meiden de performance van jongens beschrijven, geeft ook inzicht in de manier waarop zij deze interpreteren. In de eerste plaats twijfelen meiden aan de echtheid van de performance van jongens en hebben zij het gevoel dat zij zich stoerder voordoen dan ze in werkelijkheid zijn.

In de tweede plaats maken de geïnterviewde meiden duidelijk dat zij de presentatie van de mannen verre van stoer vinden. Tijdens de interviews deden zij regelmatig lacherig over de indruk die jongens proberen achter te laten. Het feit dat de meiden weinig ontvankelijk lijken voor deze presentatie is enigszins ironisch omdat de literatuur stelt dat deze performance er juist in grote mate op gericht is in de smaak te vallen bij vrouwelijke leeftijdsgenoten. Tot slot zeggen meiden een groot verschil te zien tussen hoe jongens zich los van elkaar gedragen ten opzichte van wanneer zij zich in een groep begeven. Groepsdruk lijkt een belangrijke rol te spelen in de manier waarop jongemannen in Delfshaven zich presenteren.

41

5. De presentatie van meiden binnen de straatcultuur van Delfshaven In het vorige hoofdstuk zagen we dat meiden de uit de literatuur afkomstige elementen van de performance van straatidentiteit in grote mate herkennen in de manier waarop jongemannen in Delfshaven zich presenteren. Omdat in de literatuur betrekkelijk weinig bekend is over de performance van straatidentiteit van meiden, hebben we tijdens de interviews respondenten ook nadrukkelijk gevraagd in hoeverre deze elementen opgaan voor jonge vrouwen. Met andere woorden: in hoeverre werkt het ook voor meiden uit Delfshaven statusverhogend om zich naar deze gedragsverwachtingen te presenteren? De zes elementen van de performance van straatidentiteit dienden op deze manier als leidraad voor de interviewgesprekken. Op basis van deze gesprekken bespreken we in paragraaf 5.1 de manier waarop meiden zich presenteren binnen de straatcultuur in Delfshaven. In paragraaf 5.2 behandelen we een aantal stereotypen performances die vallen te herkennen in de bespreking van deze bevindingen.

5.1 De performance van straatidentiteit van meiden in Delfshaven In paragraaf 4.1 deden we verslag van hoe meiden in Delfshaven de performance van mannen beschrijven en interpreteren. Binnen dit onderzoek zijn we echter vooral geïnteresseerd in de presentatie van deze meiden zelf. Omdat maar weinig bekend is over de manier waarop jonge vrouwen zich binnen de setting van de straat presenteren, hebben we de respondenten gevraagd in hoeverre deze elementen van de performance van straatidentiteit van jongemannen opgaan voor de meiden in Delfshaven. We presenteren steeds eerst de bevindingen uit de gesprekken met professionals en daarna die van de meiden uit Delfshaven.

Geweld Volgens de literatuur streven jongemannen binnen straatculturen ernaar een gewelddadige reputatie te construeren door aan anderen de indruk te wekken dat zij (goed) kunnen vechten, maar vooral door te communiceren dat zij er niet voor terugdeinzen geweld te gebruiken. Hoewel de professionals aangeven dat het aannemen van een gewelddadige houding voor meiden aanmerkelijk minder van belang lijkt dan voor jongens, stelt het grootste deel van de respondenten deze houding wel degelijk te herkennen bij meiden in Delfshaven. “Bij vechtpartijen in en rond de school zijn steeds vaker meiden betrokken. Ik heb het gevoel dat meiden een inhaalslag maken en dat die vooral is gelinkt aan de urban cultuur.” (Professional Delfshaven)

42

“Ik zie dat minder dan bij jongens. Maar ik denk wel dat er zulke meiden rondlopen. Die stoer willen zijn, dat soort gedrag willen vertonen. Intimidatie, iemand anders pesten of neerhalen om zelf beter naar voren te komen. Ik denk dat het met name in groepsverband is. Of dat ze het individueel doen weet ik niet, maar wel in groepsverband. Dus in je eentje intimideren om stoer te doen voor de anderen.” (Professional Delfshaven) “Meiden zijn vaak onderdeel van een grotere groep en in die groep moeten ze laten zien dat ze niet over zich heen laten lopen. Ze sturen dan dus die dreiging naar die andere meiden, maken hier screenshots van en sturen die screenshots naar de rest van de groep. De groep gebruikt dit vervolgens als bewijs naar andere, rivaliserende groepen dat niet met hen te sollen valt.” (Professional Delfshaven) Een van de professionals geeft aan dat meiden niet alleen zelf gewelddadig presenteren, maar dit imago ook met een specifieke reden ‘extern’ zoeken in een vriendje. “Meiden vinden het fijn om te weten als jongens hun mannetje staan en als ze weten dat iemand hen kan beschermen. De ene ‘gek’ kan tegen de volgende ‘gek’ op. Dus ze hebben vaak niet de meest ‘normale’ ex-en.

Het is dan fijn als je nu een vriendje hebt, die jou kan beschermen van je ex.” (Professional Delfshaven) Als we professionals vroegen naar of meiden binnen de manier waarop ze zich presenteren plaats inruimen voor geweld, beginnen opvallend veel professionals over de vermeende messenproblematiek onder jongeren. Zo vertelt een van de respondenten dat er op Instagram filmpjes rondgaan van meiden die ruzie hebben en messen tonen. Ze stelt dat deze video’s moet worden gezien in het licht van ‘de onveilige cultuur’. “Meiden plaatsen zulke filmpjes uit zelfbescherming. Ze willen daarmee laten zien: ‘Met mij valt niet te fokken’. Daadwerkelijk geweld onder meiden is minder voorkomend, al is het door corona ook relatief rustig op straat.” (Professional Delfshaven) Ook een aantal andere respondenten begon uit zichzelf over de zorgen omtrent messengeweld. Het tonen en dragen van messen lijkt daarbij niet alleen een manier om een bepaald imago aan te meten, maar moet volgens de professionals vooral worden gezien als een vorm van zelfverdediging. “We zien bij preventief fouilleeracties dat meiden meer messen dragen. Het is normaler om een mes te hebben, zeker bij meiden die meer op straat rondhangen. Ze zeggen dat ze dat doen omdat iedereen het doet, omdat ze zichzelf moeten kunnen verdedigen: ‘Als een ander het heeft en ik raak in de problemen, dan sta ik 1-0 achter’.

Vaak zeggen ze wel van ‘ik ga het niet gebruiken, maar heb het preventief bij me’. Deze redenen worden door zowel jongens als meiden genoemd. Op sommige scholen is het dragen van een mes min of meer normaal geworden. Er zijn ook meiden die zelf

43

conflicten hebben en dan denken van ‘ik neem ook een mes mee’. (Professional Delfshaven) Dat de zorgen omtrent het bezit en het etaleren van messen niet beperkt blijven tot het dreigen met geweld, wordt duidelijk uit de woorden van een van de professionals. “Pasgeleden was er een situatie in Delfshaven waarin een meisje werd neergestoken door een ander meisje. Er is helaas messengeweld. Het is een trend om een mes op zak te dragen. Ook bij meiden. Ik denk wel dat dat ene incident heel schokkend was, maar ik denk niet dat ze daarom nu geen mes meer op zak dragen. Dus het zou zomaar weer kunnen gebeuren. Dat hoop je niet, daar zetten we ook op in. We hebben voorlichting. Je hoort ze zeggen: ‘dat draag ik voor mijn eigen veiligheid’, maar dat is natuurlijk niet zo. Het is stoer doen. Ik denk meer dat het te maken heeft met hun imago. Het zou me niet verbazen als ze stoer doen om indruk te maken op jongens. Ik heb de gesprekken niet met die doelgroep gevoerd, maar het zou me niet verbazen.” (Professional Delfshaven) Waar de professionals die hiervoor aan het woord kwamen geweld – en in het bijzonder messengeweld – herkennen in de presentatie van meiden in Delfshaven, stelt een aantal andere respondenten opvallend genoeg dit beeld niet te onderschrijven “Ik heb nog geen één keer een gewelddadige meid meegemaakt. Er is meer spelletjesgedrag: gek doen, gillen.

(Professional Delfshaven) Een van de professionals stelt bovendien met betrekking tot messen dat “meiden zelf niet vaak wapens dragen”. Wel spreekt zij van normvervaging met betrekking tot wapens en geweld in bredere zin: “Meiden schrikken niet meer zo van wapens. Meiden gaan ook geweld niet uit de weg, het hoort bij het leven” (Professional Delfshaven) Ook uit de gesprekken met de meiden komt naar voren dat geweld in de presentatie van jonge vrouwen in Delfshaven een belangrijke rol inneemt. Volgens een aantal meiden is de manier waarop vrouwen zich presenteren in dezen grotendeels vergelijkbaar met de manier waarop de jongemannen dit doen. “Ja ik heb dat ook wel eens meegemaakt. Dat meiden ook zeiden van: ‘je weet niet wie ik ben, je moet echt oppassen voor me’. Meestal is er dan een discussie gaande, en als ze dan niets meer weten dan zeggen ze dat.” (Jongedame Delfshaven, 19 jaar) “Ik had wel een vriendin, die woont hier in Delfshaven. Ze had een heel kort lontje. Zij droeg wel altijd messen bij zich. En bij mij probeerde ze daar wel stoer over te doen, van: ‘ik heb een mes bij me’, ‘ik heb broers die in de drugs zitten’. Dat soort dingen. En dat ze ook iemand heeft gestoken. Maar ik weet op zich niet of dat waar is. Ik zag dat ze heel vaak ruzie kreeg met andere meiden en zo. En dat ze dan als ze ruzie kreeg

44

altijd eindigde met: ‘je weet echt niet met wie je te maken hebt!’ En toen ik dat zag ik dacht gelijk; ik kan hier niet mee omgaan.” (Jongedame Delfshaven, 19 jaar) “Ehm ja tegenwoordig zie je dat het wel letterlijk meer met geweld is en zo. Dat meiden in een keer ook op vechten zijn, dat ze met wapens op zak lopen. Dat je toch wel denkt, ‘hmm’. Weet je wat het is. We leven natuurlijk nu in 2021, vrouwen hebben zoiets van: ‘we moeten ons nu bewijzen, dat we gewoon veel beter zijn dan de mannen. Wat zij kunnen, dat kunnen wij beter’. Ik weet niet hoe dat zo snel ineens is gekomen. Ik moet zeggen een paar jaar terug had ik niet het idee dat het zo heftig was. Maar ik denk dat het ook een stukje komt door wat er vorig jaar natuurlijk is gebeurd met corona. Dat mensen thuis zitten en dat ze gaan beseffen: ‘hee ik moet geld verdienen’, ‘ik moet dit doen’, ‘ik heb deze plannen’. En dat ze ineens gaan denken van ‘hee ik moet die switch gaan maken’. En dan komen ze natuurlijk in een andere lifestyle en daar komen andere dingen bij kijken. Denken ze toch van ‘oke nu kan ik snel geld verdienen dit dat’ maar daar komt ook een bepaalde status, imago bij kijken, waarvan ze denken die moet ik er nu ook bij betrekken. (Jongedame Delfshaven, 22 jaar) “Ik weet veel meisjes hier die lopen wel met een taser gewoon, omdat daar makkelijker aan te komen is natuurlijk dan een echt pistool.

Ik weet van een paar dames die lopen wel gewoon echt met pistool, ja en de jongere meiden lopen nu vaak met mes omdat ze toch een beetje tot die drillcultuur willen behoren. Bij die jongere meisjes heb ik wel gewoon het idee dat het is om bij een bepaald soort groep te horen. Om te laten zien van ‘hee wij kunnen ook hierin meedraaien’. Maar bij de oudere dames die ik ken en die bijvoorbeeld met wapen lopen, daarbij durf ik wel te zeggen die doen het voor hun veiligheid. Omdat zij bepaalde dingen hebben gedaan waardoor zij niet meer het idee hebben dat ze op straat zonder iets kunnen rondlopen. […] Maar kijk dat zie je nu bij die jongere meisjes die zeg maar nu met wapens beginnen te lopen, kijk nu doen ze dat om stoer te zijn, maar omdat ze bepaalde dingen gaan doen hebben ze het later wel nodig omdat ze weten dat ze bepaalde dingen hebben gedaan. Ze groeien door naar die andere groep. Dit gebeurt veel meer dan je in eerste instantie denkt. Van wat ik heb meegemaakt in ieder geval: ik vind het een groter probleem dan dat ik in eerste instantie dacht. Want ik wist wel ‘mensen lopen hier gestrapped dit dat’, maar toen ik met bepaalde mensen om begon te gaan hier dacht ik wel: ‘ok, het gebeurt vaker dan dat ik dacht’.

Het is wel gewoon bijna iets normaals geworden hier, het dragen van messen of iets van een pistool; iets om mee te schieten.” (Jongedame Delfshaven, 22 jaar) “Online doen ze het door zichzelf te filmen en dan gewoon van die gekke verhalen te vertellen en zo. Op openbaar. Het is gewoon grappig eigenlijk.” (Jongedame Delfshaven, 18 jaar) “Wat ik had gezien, zo’n meisje had ruzie en ze keek vies naar zo’n ander meisje. Toen werd dat andere meisje gelijk boos en ging ze achter haar aanrennen. En toen volgende 45

dag kwamen ze met 30 mensen op haar af, maar die nicht kwam op voor haar.” (Jongedame Delfshaven, 12 jaar) Een aantal respondenten geeft aan dat deze gewelddadige manier van presenteren zeker niet opgaat voor alle meiden in Delfshaven, maar lijkt voorbehouden aan een specifieke groep meiden. “Als je bij jongens kijkt dan is misschien 90 procent van de jongens zo, en graag wilt laten zien dat je geen spelletje met ze kan spelen. En ik denk dat het bij dames ook zo is, maar dat het gewoon 10 procent is ofzo. Denk niet dat je veel van zulke meiden hebt.” (Jongedame Delfshaven, 18 jaar) “Ik denk dat dat meer is bij de dames die al met criminaliteit te maken hebben gehad. Die in dat circuit zitten. Dus ook contact hebben met die jongens. Die zoiets hebben van: ik ga me beter maar zo gedragen, zodat ik bij de jongens hoor. Dan dat ze mij gaan gebruiken. En daar komt dat van ‘kom maar niet aan me’ vandaan. Het is niet dat er door vrouwen in Delfshaven wordt opgekeken tegen een vrouw die een steekpartij heeft gepleegd.” (Jongedame Delfshaven, 20 jaar) Uit de interviewgesprekken wordt duidelijk dat ook bij andere meiden binnen Delfshaven geweld wel degelijk onderdeel uitmaakt van de manier waarop zij zich presenteren, maar dat dit over het algemeen op een andere, meer feminiene manier wordt ingevuld.

“Ik denk dat het op straat wel hetzelfde is, van gewoon laten zien je kan geen spelletjes met mij spelen (…) Het is eigenlijk hetzelfde, maar dan alleen wat kattiger of zo. Als je ze niet eens hebt aangekeken dan zeggen ze gelijk al wat. Ja, vrouwen zijn gewoon iets kattiger, maar ik denk dat het verder op hetzelfde neerkomt als bij de mannen. Het is iets meer vrouwelijk, meer met woorden. Intimiderend overkomen. Maar ook dat kan gewoon uitlopen op een gevecht.” (Jongedame Delfshaven, 18 jaar) “Meiden zijn bitchie tegen elkaar, zo kun je het omschrijven. Ze glimlachen niet eens. Ik denk dat het komt doordat ze te hoog zijn van hunzelf. Ze denken: ‘ik ben hier’. Want dit is niet getto, getto is bij Spangen maar als je hier bent zie je wat er gebeurt. En de meiden die hier lopen denken van ‘o, ik word aangesproken dus ik moet HC [high class] lijken tegenover de meisjes.’ En als je ze wil helpen bijvoorbeeld door met ze te lopen omdat je weet wat er kan gebeuren, kijken ze je zo aan van ‘dat hoeft niet, ik ben goed voor mijzelf’. Dan denk ik ‘oke, het was goed bedoeld, maar als het niet hoeft dan hoeft het niet.’ Ze willen geen emoties laten zien of niet laten zien zeg maar dat ze onder de indruk zijn van wat mensen van ze zeggen en van ze vinden.

Ze willen met een straight face op straat lopen omdat ze denken dat er dan niets gebeurt.” (Jongedame Delfshaven, 16 jaar) “Meisjes kijken vooral vies; jaloezie, afgunst. Ik ken die meiden niet. Maar die je wel kent die lachen even nep en dan gaan ze weer door. Die je niet kent die kijken niet vriendelijk, 46

alsof we ze wat hebben aangedaan. Terwijl we ze niet eens kennen. Ik merk gewoon bij Delfshaven: de één wil beter zijn dan de andere, of het nou meisjes zijn of jongens. De een wil gewoon beter zijn dan de ander. Volgens mij draait het gewoon om stoer doen.” (Jongedame Delfshaven, 19 jaar) “Ik had een keer ruzie met zo’n meisje en toen had ze op haar verhaal gezet ‘scheld haar uit’ en zo. Ze zei zo van ‘ja ze wil stoer praten’ en toen ging ze dat op haar verhaal zetten met ‘voeg haar toe en scheld haar uit’. Dat was via Snap.” (Jongedame Delfshaven, 12 jaar) “Dames hebben tegenwoordig ook wel gewoon zo’n houding, gewoon een beetje bepaalde schijtfactor. Dat ze laten zien het boeit me niet, en-anders-wat? Ja dat zie je gewoon heel erg, bij sommigen zie je heel erg dat het ze wel iets doet, maar ze proberen te doen van ‘eh, ik ben van hier, hier sta ik, dit dat’.

Bij dames komt het vaak over als een bepaald soort arrogantie, bij mannen komt het wat sneller als intimiderend over, maar bij dames komt het heel snel over als een bepaalde vorm van arrogantie.” (Jongedame Delfshaven, 22 jaar) De gewelddadige presentatie van het merendeel van de vrouwen lijkt op basis van bovenstaande quotes vooral te bestaan uit houdingen, boos kijken, “HC (high class) doen” en schelden, wat volgens de respondenten soms wordt verward voor arrogantie – waar het bij mannen meer wordt gezien als intimiderend. In de gesprekken benoemden vrouwen ook een ander concreet verschil tussen de presentatie van meiden en jongens in Delfshaven. Volgens de respondenten leidt de manier waarop vrouwen zich presteren minder vaak tot daadwerkelijk fysiek geweld. “Ja ik weet niet. Je hebt wel van die meisjes die denken dat ze wat populairder zijn en dat ze dan ze dan gaan zeggen; ‘je moet niet zo tegen mij praten anders krijg je echt klappen’. Volgens mij heeft het veel met trots te maken. Trots staat bij ons Marokkanen echt altijd op nummer 1. Maar vaak komt het niet tot echt vechten. Je ziet ze alleen zo schreeuwen tegen elkaar, uitschelden en dan zo met hun handen praten in hun gezicht. Maar echt vechten gebeurt niet veel, dat is dit jaar misschien maar twee keer gebeurd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=73c93f1f-6073-4c59-a000-c2963b3b1db2