CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb007277] Bijlage 2 behorende bij 23bb007275 over 'STRIJDERS' - Stichting JOZ

Commissie Bestuur, Organisatie, Financiën en Veiligheid (2022 - 2026) 16 november 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Veiligheid43.789 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

1

2

“STRIJDERS” Een verkennend onderzoek naar de rol van meiden binnen de straatcultuur van Delfshaven

Uitgevoerd door:

Stichting JOZ

Auteur:

Jeroen van den Broek

In opdracht van:

Directie Veiligheid, gemeente Rotterdam

3

Met bijzondere dank aan: Krista Schram (Hogeschool Inholland) Tineke Hendrikse (Hogeschool Inholland) Habtom Ghebresellasie (Stichting JOZ) Iliass Tajdirti (Stichting JOZ) Asena Cakir (Stichting JOZ) 4

SAMENVATTING Vrijwel alle Nederlandse en internationale literatuur over straatcultuur gaat over mannen. Niet alleen ligt de focus van deze onderzoeken op de gedragingen van mannen, ook zijn zij degenen die worden geïnterviewd, geobserveerd en geanalyseerd. Op basis van recent wetenschappelijk onderzoek (Roks & Van den Broek, 2020) en de werkpraktijk van Stichting JOZ lijken echter ook jonge vrouwen een belangrijke rol te vertolken binnen het leven van de Rotterdamse straat. In dit onderzoek komen daarom nadrukkelijk de meiden – en de professionals die met hen werken – aan het woord. Centraal binnen deze studie staat de vraag welke rol meiden innemen binnen de straatcultuur van Delfshaven. Om antwoord te geven op deze vraag hebben we achtereenvolgens gekeken naar de manier waarop meiden zich presenteren, de positie die zij innemen en de manier waarop zij betrokken zijn bij zorgwekkende thema’s. Aan de hand van deze verkennende studie hopen we een eerste indruk te geven van de rol die meiden innemen binnen de context van de straat.

De straatcultuur van Delfshaven door de ogen van meiden De geïnterviewde meiden herkennen alle elementen van de performance van straatidentiteit die uit de literatuur naar voren komen bij jongemannen in hun eigen wijk. Volgens de geïnterviewde meiden proberen jongens in Delfshaven zich te presenteren als iemand die er niet voor terugdeinst geweld te gebruiken, de weg kent binnen de illegale economie, een zekere antipathie jegens de overheid koestert, zijn eigen buurt represent, seksueel masculien is en opzichtig consumeert. Aan de hand van hun levendige beschrijvingen van deze geldende gedragsverwachtingen, kunnen we voorzichtig stellen dat er in Delfshaven sprake is van een straatcultuur. Uit hun verhalen wordt bovendien duidelijk dat het online domein – en meer specifiek social media – een belangrijke rol vertolkt in de vorm en invulling die deze straatcultuur krijgt. Uit de manier waarop meiden in dit onderzoek on- en offline bevindingen door elkaar heen presenteren, valt op te maken dat het onderscheid tussen deze beide werelden door jongeren veel minder wordt ervaren dan door de gemiddelde volwassene. De manier waarop meiden de performance van jongens beschrijven, geeft ook inzicht in de manier waarop zij deze interpreteren.

In de eerste plaats twijfelen meiden aan de echtheid van de performance van jongens en hebben zij het gevoel dat zij zich stoerder voordoen dan ze in werkelijkheid zijn. In de tweede plaats maken de geïnterviewde meiden duidelijk dat zij de presentatie van de mannen verre van stoer vinden. Tijdens de interviews deden zij regelmatig lacherig over de indruk die jongens proberen achter te laten. Het feit dat de meiden weinig ontvankelijk lijken voor deze presentatie is enigszins ironisch omdat de literatuur stelt dat deze performance er juist in grote mate op gericht is om in de smaak te vallen bij vrouwelijke leeftijdsgenoten. Tot slot zeggen meiden een groot verschil te zien tussen hoe jongens zich los van elkaar gedragen ten opzichte van wanneer zij zich in een groep begeven. Groepsdruk lijkt een belangrijke rol te spelen in de manier waarop jongemannen in Delfshaven zich presenteren. 5

De presentatie van meiden binnen de straatcultuur van Delfshaven Hoewel de performance van straatidentiteit voor jongemannen in Delfshaven een belangrijkere rol lijkt te spelen dan voor meiden, wordt uit de gesprekken duidelijk dat ook laatstgenoemden beïnvloed raken door de aanwezige straatcultuur. Ook voor jonge vrouwen is overduidelijk sprake van een ‘apenrots’, waarop zij proberen zo hoog mogelijk te geraken door te voldoen aan geldende gedragsverwachtingen. Een aantal van de elementen van de performance van straatidentiteit van jongemannen worden door de respondenten herkend in de manier waarop meiden zich binnen Delfshaven presenteren. Ook meiden blijken zich binnen hun presentatie een gewelddadig imago aan te meten, hun antipathie jegens de overheid te etaleren, hun buurt te ‘representen’ en opzichtig te consumeren. Hoewel deze elementen door meiden op een andere – vaak meer vrouwelijke – manier worden ingevuld, vallen op een hoger abstractieniveau overeenkomsten te ontdekken met de manier waarop mannen zich presenteren. De meer masculiene elementen als het claimen van hun betrokkenheid bij de illegale economie, het afschilderen van hun eigen buurt als een gevaarlijke plek of het zinspelen op hun seksuele activiteiten blijven in de performance van meiden grotendeels achterwege.

Deze blijken uit de woorden van de meiden met name statusverhogend te werken voor jongemannen, en niet zozeer voor meiden. Hoewel de performance van straatidentiteit van meiden dus wel degelijk overeenkomsten vertoont met die van jongens, zijn er ook nadrukkelijk verschillen te ontdekken. Bovendien wordt duidelijk dat er voor meiden – in tegenstelling tot voor de jongens – niet per se één stereotype performance geldt. In de manier waarop meiden in Delfshaven zich presenteren vallen overduidelijk drie stereotype performances te herkennen die we kennen uit de literatuur. Verreweg de meeste meiden lijken zich te presenteren als ‘rustige meid’, wat betekent dat zij zich zo kuis en vrouwelijk mogelijk presenteren en dat zij bijzondere aandacht besteden aan hun fysieke voorkomen. Deze meiden schikken zich naar de klassieke genderrollen die binnen straatculturen prominent aanwezig zijn. Naast de identiteit van ‘rustige meid’, blijken meiden zich ook op een andere manier te kunnen presenteren om mee te tellen binnen de straatcultuur van Delfshaven. Een aanmerkelijk kleiner deel van de meiden presenteert zich als ‘one of the guys’, waarbij zij zich zoveel mogelijk proberen te presenteren naar de gedragsverwachtingen die voor mannen gelden, en de meer esthetische stijlelementen die daarbij komen kijken omarmen.

Deze meiden weigeren zich te schikken naar de rol van ‘good girl’ en streven ernaar een gelijke positie in te nemen ten opzichte van de jongens. Een eveneens klein gedeelte van de meiden presenteert zich als ‘hard to get’, waarmee niet zozeer wordt bedoeld dat zij enkel onbereikbaar zijn voor jongens, maar dat zij zich uitdagend profileren om eventuele avances van jongemannen vervolgens af te wijzen. Binnen het onderzoek kwamen ook meiden naar voren die zich presenteren als ‘promiscue’, maar die hiermee – ondanks het feit dat het hen wel degelijk iets kan opleveren – niet per se stijgen op de sociale ladder.

6

Belangrijk is om in de eerste plaats nogmaals te benadrukken dat we hier te maken hebben met stereotypen. Deze vallen weliswaar overduidelijk te herkennen in de woorden van de respondenten, maar geven geen limitatieve opsomming van de manieren waarop meiden zich binnen de straatcultuur van Delfshaven (kunnen) presenteren. Sommige meiden zullen in zijn geheel niet onder een van deze categorieën kunnen worden geschaard, terwijl andere meiden binnen hun performance wellicht elementen uit verschillende stereotypen combineren. Hoewel het uitlichten van stereotypen van waarde is voor de analyse van dit onderzoek, zouden deze categorieën daarom nadrukkelijk geen eigen leven moeten gaan leiden (vgl. Harding, 2010: 186). In de tweede plaats wordt uit de beschrijving van de stereotypen duidelijk dat deze met name zicht geven op de frames die jongemannen in Delfshaven hanteren voor het categoriseren van de presentaties van vrouwen. Hoewel we in dit onderzoek nadrukkelijk de meiden aan het woord hebben gelaten, valt uit de manier waarop zij de verschillende gedragsverwachtingen bespreken op te maken dat deze in grote mate door de jongemannen zijn bepaald.

De positie van meiden binnen de straatcultuur van Delfshaven Op basis van de interviewgesprekken blijken meiden binnen de straatcultuur van Delfshaven – in lijn met de literatuur – een complexe en overwegend ondergeschikte positie in te nemen. In de eerste plaats blijken meiden elkaar veelvuldig te beconcurreren. De manier waarop meiden elkaar naar het leven staan leidt volgens de respondenten tot veel onzekerheid, bezorgt meiden een negatief zelfbeeld en veroorzaakt veel onderling wantrouwen. In de tweede plaats nemen meiden op basis van de gesprekken overduidelijk een achtergestelde positie in ten opzichte van hun mannelijke leeftijdsgenoten. Meiden krijgen te maken met andere gedragsverwachtingen en hun positie is absoluut niet gelijkwaardig aan die van de jongemannen in Delfshaven. De sociale onveiligheid die hieruit voortkomt wordt door meiden niet alleen in de fysieke buitenruimte, maar ook nadrukkelijk in het online domein ervaren. Meiden lijken deels als gevolg van deze sociale onveiligheid de publieke (on- en offline) buitenruimte te vermijden, waardoor zij zich in grote mate onttrekken aan het zicht van professionals.

Tot slot werd uit de gesprekken duidelijk dat sommige meiden met een Marokkaanse achtergrond een lastigere positie innemen dan andere meiden, omdat zij – behalve met de mores van de straat – te maken krijgen met sterke gedragsverwachtingen vanuit een deel van hun eigen gemeenschap. De bewegingsvrijheid van deze meiden lijkt op basis van de interviews niet alleen aanmerkelijk kleiner dan die van meiden met een andere achtergrond, maar ook dan die van hun mannelijke leeftijdsgenoten.

7

De betrokkenheid van meiden bij zorgwekkende thema’s Als we de betrokkenheid van meiden bij zorgwekkende thema’s bekijken, vallen een aantal zaken op. In de eerste plaats blijken de geïnterviewde meiden – op een enkeling na – ontzettend terughoudend in het delen van informatie, voornamelijk wanneer het gaat om gevallen waarbij meiden als dader in beeld zouden zijn – zoals bij ‘drugs’ of ‘vermogensdelicten’. Met name meiden met een Marokkaanse achtergrond tonen zich in de gesprekken bijzonder gesloten. In de tweede plaats blijken meiden op veel verschillende manieren betrokken bij thema’s als drugs, prostitutie en geweld. Uit de verhalen van zowel professionals als meiden blijkt het idee dat meiden met betrekking tot zorgwekkende thema’s alleen als slachtoffer in beeld zouden komen achterhaald. Met betrekking tot de verschillende thema’s zagen we voorbeelden van vrouwen als facilitator, toeschouwer, opstoker, medepleger en nadrukkelijk als dader. Enkel bij het thema seksuele straatintimidatie lijken vrouwen (vrijwel) uitsluitend betrokken als slachtoffer. In de gevallen waarin vrouwen bij de verschillende zorgwekkende thema’s als dader naar voren kwamen, werd uit de beschrijvingen van respondenten wel duidelijk dat zij vaak een ondergeschikte positie innamen ten opzichte van mannen.

Daarnaast valt op dat met betrekking tot de meeste thema’s het beeld van professionals grotendeels overeenkomt met wat de meiden in de interviews vertelden. Uitzondering hierop vormt het thema ‘seksuele straatintimidatie’, dat in de gesprekken met meiden veel prominenter naar voren kwam dan in de gesprekken met professionals. Zoals ook op andere plekken in deze studie naar voren kwam, blijkt het digitale domein binnen alle zorgwekkende thema’s een centrale plaats in te nemen. Social media beïnvloeden de manier waarop thema’s als geweld, roddelen en pesten, prostitutie en seksuele (straat)intimidatie tot uitdrukking komen in de dagelijkse levens van de meiden in Delfshaven.

Overkoepelende conclusies De vraag die in deze studie centraal staat blijkt geen eenduidig antwoord te kennen: de rol van meiden binnen de straatcultuur van Delfshaven is divers en bovendien complex. In de eerste plaats wordt duidelijk dat meiden een prominentere rol vertolken binnen straatcultuur dan in eerste instantie zichtbaar is voor professionals. Meiden zijn niet alleen vanaf de zijlijn betrokken, maar maken met hun presentatie, hun positie en hun betrokkenheid bij incidenten een belangrijk onderdeel uit van de straatcultuur in Delfshaven. Het idee dat meiden binnen deze cultuur alleen een rol hebben als lijdend voorwerp of slachtoffer lijkt op basis van de bevindingen in dit onderzoek achterhaald. Met betrekking tot zorgwekkende thema’s zagen we voorbeelden van vrouwen met een rol als facilitator, toeschouwer, opstoker, medepleger en nadrukkelijk als dader.

8

Net als hun mannelijke leeftijdsgenoten proberen meiden zo hoog mogelijk in de pikorde te geraken door zo goed mogelijk te voldoen aan de gedragsverwachtingen die binnen de setting van de straat gelden. Net als bij de mannen is opwaartse mobiliteit daarbij niet alleen mogelijk door zelf in aanzien te stijgen, maar ook door anderen naar beneden te halen. Respondenten beschrijven hoe deze concurrentiestrijd onder meiden in Delfshaven in alle hevigheid woedt, met grote persoonlijke problemen tot gevolg. Veel meiden geven aan dat er veel roddel en achterklap plaatsvindt en dat dit veel impact heeft op de sociale vrijheid die zij ervaren. Als gevolg hiervan heerst er in Delfshaven veel onderling wantrouwen. Hoewel meiden een belangrijkere rol spelen dan we tot nu toe wellicht aannamen, blijken zij in de hiërarchie echter wel degelijk onder hun mannelijke leeftijdsgenoten te staan. Jongemannen lijken in Delfshaven grotendeels te bepalen welke gedragsverwachtingen gelden en blijken ook met betrekking tot zorgwekkende thema’s eigenlijk altijd als ‘meerdere’ van jonge vrouwen te fungeren. Waar meiden dus een belangrijkere rol lijken te hebben dan we aannamen, lijken de meeste meiden nog steeds een ondergeschikte positie in te nemen ten opzichte van mannen.

In de rol die meiden vervullen valt heel sterk de invloed van klassieke man/vrouw-verhoudingen te herkennen die kenmerkend zijn voor straat- en volksculturen (Ilan, 2015). Uit de gesprekken bleken deze verhoudingen in de eerste plaats van belangrijke invloed op de binnen Delfshaven geldende gedragsverwachtingen voor meiden: zij zouden zich zo kuis en vrouwelijk mogelijk dienen te gedragen. Bovendien lijkt de onderschikte positie van vrouwen seksuele (straat)intimidatie in de hand te werken. Meiden worden in de (on- en offline) buitenruimte veelvuldig lastiggevallen door (jonge)mannen. Opvallend is dat de geïnterviewde meiden zowel de specifieke genderrollen als de intimidatie in grote mate lijken te hebben genormaliseerd. Hoewel zij aangeven er in hun dagelijkse doen en laten veel last van te ondervinden, schetsen zij dat ‘het wel te doen’ is en bovendien ‘niet beter te weten’. De rol van meiden binnen de straatcultuur van Delfshaven lijkt in grote mate het gevolg van bredere onderliggende structuren die niet van de ene op de andere dag gaan veranderen. Hoewel een enkele respondent zich hoopvol en strijdbaar toont, lijken veel meiden geen vertrouwen te hebben in dat hun rol in de nabije toekomst anders zal zijn. Meiden in Delfshaven lijken vooral hun gedrag aan te passen om negatieve consequenties te vermijden.

De on- en offline buitenruimte van Delfshaven geldt op basis van dit onderzoek voor veel meiden als een sociaal onveilige omgeving, die zij om deze reden in grote mate ontlopen. De rol die meiden innemen lijkt ook te worden beïnvloed door hun culturele achtergrond. Sommige meiden uit Delfshaven met een Marokkaanse achtergrond lijken niet alleen te worden beïnvloed door straatculturele gedragsverwachtingen, maar – meer dan andere meiden – ook in sterke mate door de opvattingen vanuit een deel van hun eigen gemeenschap. Deze meiden lijken meer in de gaten te worden gehouden, zich meer ‘gepast’ te moeten gedragen en worden volgens respondenten ook meer lastiggevallen. Bijkomende lastigheid is dat deze meiden aangeven in zekere mate zelf te worden gezien als schuldige als zij worden lastiggevallen en dat zij eventuele intimidatie minder goed kunnen bespreken met familie. 9

Meiden met een andere dan de Marokkaanse achtergrond geven aan zich in sommige gevallen – vooral wanneer zij met Marokkaanse vriendinnen zijn – ook aan te passen naar de gedragslijnen van een deel van de Marokkaanse gemeenschap in Delfshaven. In deze conclusie dient ook het belang dat het online domein vertegenwoordigt voor meiden te worden benadrukt. Social media lopen als een rode draad door de leef- en belevingswereld van meiden in Delfshaven, wat gevolgen heeft voor de rol die zij innemen. Hoewel specifieke genderrollen binnen straatcultuur op social media weliswaar in stand blijven, stelt Lane dat meiden binnen het online domein meer controle ervaren in sociale interacties (2019: 38). Op basis van de interviewgesprekken lijkt deze controle voor meiden in Delfshaven echter slechts gedeeltelijk op te gaan, omdat het gevaar van exposing of andersoortige shaming voortdurend op de loer ligt – zoals uitvoeriger wordt beschreven in het rapport van hogeschool Inholland (Schram, Eysink Smeets & Hendriksen, 2021). In de praktijk blijkt de voorname invloed van social media meiden met name kwetsbaarder te maken. Tijdens het onderzoek werd ook duidelijk dat er in Delfshaven in grote mate sprake is van een zwijgcultuur, die ook van invloed is op de meiden in het gebied.

Waar een aantal respondenten zich open toonden, bleken veel meiden bijzonder terughoudend in het delen van informatie, met name wanneer het aankwam op criminaliteit. Hoewel dit onderzoek een eerste waardevolle inkijk geeft in de rol van vrouwen binnen de straatcultuur van Delfshaven, leeft bij de onderzoekers daarom het gevoel dat we pas net een tipje van de sluier hebben opgelicht over de daadwerkelijke betrokkenheid van meiden bij verschillende zorgwekkende thema’s. Al met al vervullen meiden binnen de straatcultuur van Delfhaven – in lijn met wat hierover eerder is beschreven door andere onderzoekers – een complexe en overwegend ondergeschikte rol. Het beeld over de rol van meiden en de beperkingen die zij ervaren in hun sociale leven dat op basis van dit onderzoek naar voren komt is zorgwekkend en verdient aandacht. Opgroeien binnen de straatcultuur van Delfshaven is op dit moment voor veel meiden een strijd. Om deze conclusie evenwel te besluiten met een positieve noot, eindigen we met een hoopvolle quote van een van de respondenten over de meiden in Delfshaven, waaraan dit rapport zijn titel ontleent. “Het zijn strijders man. Hoe dan ook; ze laten het gebeuren. En dat vind ik iets heel knaps. Ze hebben allemaal doorzettingsvermogen.

En als ze de energie die ze in het negatieve steken, zouden steken in het positieve, zouden hier nu allemaal bazen zitten, CEO’s en weet ik veel wat.” (Jongedame Delfshaven, 22 jaar)

10

Inhoudsopgave 1. Inleiding ................................................................................................................... 12 2. Wat weten we al? .................................................................................................... 14 3. Methodologische verantwoording ....................................................................... 21 4. De straatcultuur van Delfshaven door de ogen van meiden ............................. 24 4.1 De performance van straatidentiteit van jongemannen in Delfshaven ............................. 24 4.2 Meiden over de performance van straatidentiteit van jongens ......................................... 37 4.3 Resumerend............................................................................................................................... 41

5. De presentatie van meiden binnen de straatcultuur van Delfshaven .............. 42 5.1 De performance van straatidentiteit van meiden in Delfshaven ........................................ 42 5.2 Stereotype performances van meiden in Delfshaven .......................................................... 70 5.3 Resumerend............................................................................................................................... 77

6. De positie van meiden binnen de straatcultuur van Delfshaven ...................... 79 6.1 De positie van meiden ten opzichte van elkaar .................................................................... 79 6.2 De positie van meiden ten opzichte van jongens ................................................................ 81 6.3 Meiden in een hybride werkelijkheid ..................................................................................... 83 6.4 De (on)zichtbaarheid van meiden .......................................................................................... 87 6.5 Leven in twee werelden ........................................................................................................... 91 6.6 Resumerend............................................................................................................................... 95

7. De betrokkenheid van meiden bij zorgwekkende thema’s ............................... 97 7.1 Meiden en geweld .................................................................................................................... 97 7.2 Meiden en drugs ..................................................................................................................... 104 7.3 Meiden en vermogensdelicten ............................................................................................. 108 7.4 Meiden en roddelen & pesten .............................................................................................. 111 7.5 Meiden en prostitutie ............................................................................................................. 117 7.6 Meiden en seksuele (straat)intimidatie ................................................................................ 124 7.7 Resumerend............................................................................................................................. 130

8. Conclusies & aanbevelingen ................................................................................ 132 8.1 Overkoepelende conclusies ................................................................................................... 132 8.2 Aanbevelingen ........................................................................................................................ 134

11

1. Inleiding Het begrip straatcultuur wordt in het publieke discours veelvuldig gebruikt om de waarden, gedragingen of uitingen van een bepaalde groep (met name) jonge mensen aan te duiden. De term valt terug te lezen in kranten en andere nieuwsmedia, wordt gebruikt in de werkpraktijk van het jeugdveiligheidsdomein en ook in beleidsstukken wordt melding gemaakt van het bestaan van een straatcultuur. Opvallend genoeg gaan de uitspraken over straatcultuur vrijwel zonder uitzondering over mannen en is het onderzoek dat zich richt op de manier waarop vrouwen zich binnen deze setting bewegen en gedragen zeer beperkt. Ook eerder onderzoek naar straatcultuur in Delfshaven richtte zich expliciet op jongemannen (Van den Broek, 2013; Van den Broek, 2017). In de praktijk zijn echter Zo blijkt uit onderzoek van Roks & Van den Broek (2020) dat meiden een belangrijke rol spelen binnen het steekwapengeweld onder jongeren in Rotterdam. Uit de analyse van politiedossiers blijken ruzies onder jongeren in veel gevallen te draaien om meiden, maar ook vaker dan verwacht blijken zij zelf als dader betrokken bij steekpartijen. Voorbeelden hiervan zijn de afgelopen tijd breed uitgemeten in de media. Ook in de online drillcultuur zagen de onderzoekers dat meiden een rol speelden, bijvoorbeeld omdat de vriendinnen van drillers via social media (met de dood) werden bedreigd.

Bovendien lijken meiden invloed te hebben op de dynamiek binnen straatcultuur doordat jongens aangeven specifiek gedrag te vertonen om indruk te maken op vrouwen, maar ook omdat meiden online aansluiting lijken te zoeken bij de gedragsverwachtingen die binnen Rotterdamse straatcultuur gelden – en die we tot nu toe vooral meer als “mannelijk” beschouwden. Ook Stichting JOZ signaleert binnen haar werk in Delfshaven een toename van de problematiek waarbij meiden betrokken zijn. Een groot deel van de meiden groeit – net als veel jongens – op in een kwetsbare omgeving. Hierdoor is ook deze groep vatbaar voor negatieve invloeden van ‘de straat’. Jongerenwerkers pikten het afgelopen jaar een aantal specifieke signalen op. Zo blijken structureel groepen meiden op straat te worden aangetroffen “die om groepen overlastgevende en criminele jongens heen hangen”. Jongerenwerkers beschrijven hoe zij in deze samenstelling “door middel van negatief gedrag om aandacht roepen”. Verder schetsen professionals

dat

een

groeiend

aantal

meiden

te

maken

krijgt

met

seksueel

grensoverschrijdend gedrag of dat zij betrokken zijn geweest bij (ernstige) geweldsincidenten. Ook vanuit het onderwijs hebben de jongerenwerkers zorgsignalen ontvangen over diverse meiden die om verschillende redenen voortijdig dreigen uit te vallen. In vrijwel alle gevallen speelden de problemen zich niet alleen op straat of op school, maar ook nadrukkelijk in het online domein af. Op platformen als Instagram, Snapchat en Telegram treffen de jongerenwerkers van JOZ veel negatief gedrag aan waarbij meiden betrokken zijn, zoals pesterijen en vormen van chantage. In het bijzonder benoemen zij het voorkomen van ‘exposing’ en ‘sextortion’. Parallel aan dit onderzoek heeft het lectoraat Publiek Vertrouwen in Veiligheid van Hogeschool Inholland daarom een onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van dit specifieke fenomeen binnen Delfshaven, omdat hierover specifieke zorgen bestaan (Schram, Eysink Smeets & Hendriksen, 2021). Op basis van de andere voorbeelden die 12

hierboven worden genoemd, rijst echter het vermoeden dat de rol die meiden spelen binnen de context van de straat veel diverser is dan we tot nu toe aannamen. Bovendien geven verschillende professionals aan handelingsverlegenheid te ervaren en tools te missen met betrekking tot het signaleren en aanpakken van meidenproblematiek in bredere zin. Waar de focus van het onderzoek van Inholland ligt op de betrokkenheid van jonge vrouwen bij sexting en exposing, richten we ons in dit onderzoek daarom op de bredere rol die meiden innemen binnen de straatcultuur van Delfshaven. Met dit verkennende onderzoek hopen we een eerste indruk te geven van deze rol. In hoofdstuk 2 werpen we een blik op de bestaande literatuur omtrent straatcultuur, waarna we in hoofdstuk 3 verantwoording afleggen voor onze methodologie. Om vast te stellen dat er in Delfshaven sprake is van een straatcultuur en om de contouren van deze arena te schetsen, vervolgen we met een beschrijving van de manier waarop meiden theoretische aspecten van straatcultuur terugzien binnen hun wijk (hoofdstuk 4).

Om de rol die meiden binnen deze setting innemen zo volledig mogelijk te kunnen beschrijven, geven we achtereenvolgens zicht op de manier waarop zij zich presenteren (hoofdstuk 5), welke positie zij innemen (hoofdstuk 6) en op welke manier zij betrokken zijn bij specifieke zorgwekkende thema’s (hoofdstuk 7) binnen de straatcultuur van Delfshaven. In hoofdstuk 8 sluiten we af met overkoepelende conclusies en een aantal praktische aanbevelingen.

13

2. Wat weten we al? In onderstaand hoofdstuk geven we een beknopt overzicht van een aantal belangrijke bestaande inzichten met betrekking tot straatcultuur, de performance van straatidentiteit en de rol van vrouwen binnen de context van de straat.

De straat als hybride werkelijkheid en symbolische ruimte Jongeren die zich in zekere mate buitengesloten voelen door de bredere samenleving, blijken in sommige gevallen binnen een straatcultuur op zoek te gaan naar het gevoel erbij te horen en belangrijk te zijn. Deze straatcultuur kan worden gedefinieerd als het geheel van normen, waarden, attitudes, opvattingen en uiterlijke verschijningsvormen die worden gedeeld en overgeleverd onder jongeren die zich in meer of mindere mate associëren met bepaalde gemarginaliseerde delen van de samenleving (Van den Broek, 2021). In het publieke discours lijkt overeenstemming te bestaan over de opvatting dat straatcultuur iets zorgwekkends is waartegen wij ons als bredere samenleving dienen te wapenen. Als we de media moeten geloven hangt straatcultuur in grote mate samen met overlast, onveiligheid en criminaliteit. Hoewel zorgen over straatcultuur wellicht begrijpelijk zijn, is het is echter goed mogelijk dat straatcultuur in de kern ook positieve aspecten omvat en dat het in meer of mindere mate behoren tot een straatcultuur ook prima kan zonder het vertonen van negatief gedrag of het omarmen van negatieve waarden. Bovendien lijkt op basis van onderzoek veel verschil te zitten in de mate waarin jongeren zich associëren met deze straatcultuur.

Ilan (2015: 8-12) meent daarbij dat straatcultuur moet worden gezien als een spectrum met verschillende gradaties, waarbij het niet per definitie gelijk moet worden gesteld aan criminaliteit en geweld, maar aan de zwakkere kant van het spectrum ook louter expressieve, performatieve aspecten kent zoals specifieke kledingstijlen (‘urban’ of ‘streetwear’), straattaal, (rap)muziek, ‘street food’ of ‘street sports’ (straatvoetbal of ‘free running’). Deze praktijken (‘street cool’) liggen volgens Ilan (2015: 102-125) in het verlengde van meer conventionele jongerencultuur en -stijlen en gaan hier na verloop van tijd ook onderdeel van uitmaken. In klassieke benaderingen van straatcultuur staat zonder uitzondering de buitenruimte van de verschillende stedelijke contexten centraal. Straatcultuur gaat volgens de auteurs over jongeren die veel tijd met elkaar doorbrengen op de fysieke straat. Deze straat heeft in onderzoeken naar gang- en straatculturen altijd een centrale rol gespeeld, omdat jongeren mede als gevolg van kleine behuizing en afwezige alternatieven vaak veroordeeld zijn tot de openbare ruimtes van hun buurt. De cultuur die in deze context ontstond werd om voor de hand liggende redenen gedoopt tot straatcultuur.

Waar het oorspronkelijke ontstaan van straatculturen daarmee ontegenzeggelijk samenhangt met fysieke publieke plekken als straten, pleinen en buurthuizen, is het de vraag of straatcultuur en de fysieke straat vandaag de dag nog noodzakelijkerwijs verbonden zijn (Van den Broek, 2013). Uit onderzoek van Ilan (2015) wordt duidelijk dat veel van de normen, waarden, attitudes, opvattingen en uiterlijke 14

verschijningsvormen van straatcultuur veel breder worden gedragen dan alleen op de fysieke straat(hoek). “Straat” heeft betrekking op culturele noties die weliswaar hun oorsprong vinden in gemarginaliseerde stedelijke contexten, maar inmiddels in veel gevallen zijn losgezongen van de daadwerkelijke straten van deze steden (Ilan, 2015: 11). Naast specifieke lokale straatculturen is er een meer universele straatcultuur ontstaan ‘that exists at the level of ideas and concepts’ (Ilan, 2015: 5). “De straat” dient als gevolg hiervan in toenemende mate te worden beschouwd als een symbolische in plaats van een fysieke ruimte. De digitalisering van onze samenleving lijkt van belangrijke invloed te zijn geweest op dit proces. De afgelopen jaren verschijnen steeds meer onderzoeken waarin niet zozeer offline settings, maar platformen als Twitter, Instagram en Snapchat een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling en verspreiding van straatcultuur (zie voor een overzicht Roks & Van den Broek, 2021). In ‘The Digital Street’ (2019) beschrijft Jeffrey Lane hoe de opkomst van social media en smartphones de context van de straat – en daarmee ook de vorm en inhoud van straatcultuur – wezenlijk hebben veranderd.

Centraal in het werk van Lane staat dat straatcultuur de afgelopen decennia onder invloed van deze digitale technologieën is losgezongen van zijn geografische locatie en tegenwoordig zowel een fysieke als een digitale component kent. Volgens de auteur moet de door hem beschreven ‘digitale straat’ daarbij nadrukkelijk niet worden gezien als een nieuwe context, maar veeleer als een uitbreiding en bewerking van de klassieke, fysieke straat (Lane, 2019: 164). Lane stelt dat beide settings ‘op elkaar lijken, elkaar vormen en naar elkaar verwijzen’ (2019: 2), waarmee zij kunnen worden aangemerkt als twee kanten van dezelfde medaille. Door de constante wisselwerking tussen de fysieke en de digitale component, kan worden gesteld dat straatcultuur in grote mate is gehybridiseerd. “De straat” dient daarmee niet alleen te worden beschouwd als een symbolische maar ook nadrukkelijk als een hybride ruimte, een context met wortels in de on- en offline werkelijkheid.

De performance van straatidentiteit Er is de afgelopen decennia in binnen- en buitenland veel wetenschappelijk onderzoek verricht naar straat- en gangculturen (zie voor een overzicht Roks & Van den Broek, 2017). Aan de hand van al deze onderzoeken hebben we inmiddels een redelijk goed beeld van welke gedragsverwachtingen er binnen de setting van de straat gelden. In de manier waarop jongeren zich binnen deze context presenteren valt op dat zij vooral bezig lijken een bepaald beeld van zichzelf neer te zetten. Hun identiteit lijkt niet zozeer te draaien om wie ze daadwerkelijk zijn, maar vooral om de indrukken die zij aan anderen weten te wekken. Hierin valt een theoretisch perspectief op identiteit (‘identity as performance’) te herkennen, dat schatplichtig is aan het werk van Erving Goffman. In The Presentation of Self in Everyday Life (1959) analyseert Goffman de manier waarop het individu in alledaagse situaties zichzelf en zijn activiteiten presenteert aan anderen en hij gebruikt hiervoor een tot in detail doorgevoerde analogie van een theatervoorstelling (Goffman, 1959: 9). In de manier waarop jongeren zich binnen de setting van de straat presenteren valt op dat zij zo straat mogelijk willen overkomen. 15

Meer specifiek vallen in hun presentatie een aantal prominente thema’s te herkennen aan de hand waarvan zij hun performance van straatidentiteit vormgeven (Roks & Van den Broek, 2017: 38-45)1. Het belangrijkste doel van hun performance is het verkrijgen van respect (Anderson, 1999; Bourgois, 2003; Hallsworth, 2013: 11; Sandberg & Pedersen: 2011: 4). Aan dit respect wordt binnen straatculturen een beduidend grotere waarde toegekend dan binnen onze bredere samenleving. Waar het begrip in het dagelijks spraakgebruik zoveel betekent als “eerbied” of “ontzag”, vertegenwoordigt respect binnen straatculturen een onmisbare vorm van sociaal kapitaal (Anderson, 1999: 66). In omgevingen waarin andere vormen van kapitaal grotendeels afwezig zijn, is dit ‘respect’ nauw verbonden aan een gevoel van eigenwaarde (Anderson, 1999: 66). In de literatuur vallen zes verschillende thema’s te onderscheiden aan de hand waarvan jongeren hun performance van straatidentiteit vormgeven in de ‘zoektocht naar respect’ (Bourgois, 2003). Centraal binnen de performance van straatidentiteit staat geweld (Anderson, 1999: 72; Wilkinson, 2001: 240; Bourgois, 2003: 24; De Jong, 2007: 144; Sandberg & Pedersen, 2011: 29; Hallsworth, 2013: 149; Ilan, 2013: 8; Roks, 2016: 179).

Binnen straatculturen – waar andere vormen van gezag in mindere mate voorhanden zijn – geldt geweld als een algemeen geaccepteerd middel voor het claimen van statusposities (Wilkinson, 2001: 240; De Jong, 2007: 154; Ilan, 2013: 8). Jongeren streven ernaar een gewelddadige reputatie te construeren door aan anderen de indruk te wekken dat zij (goed) kunnen vechten, maar vooral door te communiceren dat zij er niet voor terugdeinzen geweld te gebruiken. Het (re)construeren van gewelddadige reputaties blijft in veel gevallen beperkt tot het actief of passief dreigen met geweld. Naast het claimen van een gewelddadige reputatie, is er jongeren binnen een straatcultuur veel aan gelegen te zinspelen op hun betrokkenheid bij de illegale economie. Hoewel straatcultuur niet per definitie samenhangt met deze vormen van criminaliteit, kunnen kennis en knowhow van delicten als drugshandel, diefstal of oplichting van invloed zijn op de statusposities die jongeren op straat innemen; betrokkenheid bij de illegale economie werkt statusverhogend (De Jong, 2007: 205). Een belangrijk derde onderdeel van de performance van straatidentiteit vormt het tentoonspreiden van een zekere antipathie jegens de overheid, die wordt gezien als vertegenwoordiger van het systeem waardoor jongeren zich buitengesloten voelen.

Deze afkeer is lang niet altijd het gevolg van daadwerkelijke negatieve interacties met de overheid, maar neemt veel meer de vorm aan van een performance: voor een groot deel van de jongeren die zich associëren met straatcultuur vormt de haat tegenover overheidsinstanties met name een pose en een manier om hun identiteit te construeren (vgl Roks, 2016: 125-126). Ook het benadrukken van de (achtergestelde) lokale context waarin zij zich begeven, blijkt voor jongeren een belangrijk onderdeel te vormen van hun performance van straatidentiteit. Het belang van lokaliteit wordt duidelijk uit het feit dat zij hun wijk, straat of plein claimen en uitdragen deze plaats te representen. In veel gevallen lijken de jongeren het negatieve stigma dat op hun lokale omgeving rust te omarmen, uit te vergroten en te

1

In eerdere onderzoeken bleken deze thema’s ook voor jongeren uit Delfshaven een belangrijk onderdeel uit te maken van hun performance (Van den Broek, 2013; Van den Broek, 2017).

16

gebruiken om een geloofwaardige context te creëren voor hun performance van straatidentiteit. Ook seksuele masculiniteit speelt een belangrijke rol binnen de performance van straatidentiteit. Binnen straatcultuur is succes op seksueel gebied een belangrijke manier om te scoren. Het communiceren van seksuele veroveringen en seksuele prestaties vormt voor straat georiënteerde jongeren een voorname manier om hun mannelijkheid te bevestigen. Hoe meer een jongere kan opscheppen over zijn succes met vrouwen, hoe groter zijn status als ‘heteroseksuele “player”’ (De Jong, 2007: 164-165). Tot slot speelt ook het openlijk etaleren van rijkdommen een belangrijke rol binnen de performance van straatidentiteit. Jongeren die zich binnen straatculturen begeven hechten bovengemiddeld veel waarde aan het wekken van de indruk dat zij veel geld bezitten en dit zonder problemen kunnen uitgeven. Zij ontlenen status aan het aanschaffen en etaleren van luxeproducten als dure merkkleding, sieraden of voertuigen, of door veel geld te verbrassen aan activiteiten als gokken of uitgaan.

De performance van straatidentiteit van vrouwen Het doorgronden van zowel straatcultuur als straatidentiteit is cruciaal om te begrijpen welk belang “de straat” voor jongeren vertegenwoordigt. Omdat binnen onderzoek naar straatcultuur en straatidentiteit vrijwel zonder uitzondering wordt gesproken over de gedragingen van mannen, wordt de rol van vrouwen slechts mondjesmaat belicht. Volgens sommige onderzoekers is dit een logisch gevolg van het feit dat straatcultuur in grote mate geslachtsgebonden is en nauw verwant is aan – zoals we hierboven al zagen – noties van masculiniteit (Sandberg & Pedersen, 2011: 29-30). Deze belangrijke rol van mannelijkheid binnen straatcultuur past in de traditie van volksculturen, waarin klassieke man/vrouwverhoudingen in veel gevallen de boventoon voeren2. Volgens Ilan (2015: 48) kan de nadruk op masculiniteit binnen straatcultuur zelfs gezien worden als een overdreven vorm van deze patriarchale hegemonie, die ervoor zorgt dat vrouwen binnen straatculturen structureel een ondergeschikte positie innemen (El Hadioui, 2011: 37; Ilan, 2015: 44). Zowel Anderson (1999: 154) als El Hadioui (2011: 37) stellen daarbij dat het (seksueel) gebruiken van vrouwen bevorderlijk is voor de masculiniteit en daarmee de straatidentiteit van jongemannen die zich binnen deze context begeven.

In veel gevallen komen vrouwen binnen de literatuur naar straatcultuur dus aan bod wanneer wordt beschreven hoe de performances van mannen tot doel hebben indruk te maken op vrouwen of hoe (seks met) een vrouw kan dienen als trofee voor mannen (Anderson, 1999: 150; Ilan, 2015: 48). Op basis van de literatuur kunnen we stellen dat vrouwen binnen straatculturen complexe en overwegend ondergeschikte posities innemen (Ilan, 2015: 46). Kritische onderzoekers stellen echter dat de voorname rol van mannen binnen straatculturen het gevolg is van de focus van criminologische studies. Hun kritiek richt zich op het feit dat de criminologie in grote mate wordt gedomineerd door mannelijke onderzoekers, maar 2

Volgens Ilan (2015:9) kan straatcultuur zelfs in brede zin worden gezien als ‘volkscultuur anno nu’.

17

voornamelijk op het gegeven dat criminologisch onderzoek voor het leeuwendeel is gericht op de rol van (jonge)mannen. De kern van hun betoog is dat door de context van de straat te benaderen als een mannenwereld – en deze ook nog eens door de ogen van mannelijke onderzoekers te beschouwen – men hoogstwaarschijnlijk ook een mannenwereld zal aantreffen (vgl. Sandberg en Pedersen, 2011: 29). De critici wijzen erop dat het negeren van meiden als een relevante onderzoekspopulatie een goede doorgronding van criminologische thema’s in de weg staat. Om straatcultuur beter te kunnen beschrijven en begrijpen is het volgens hen daarom belangrijk ‘to move beyond the traditional focus on males’ (Heimer & De Coster, 1999: 278). In ieder geval kan worden gesteld dat de focus van studies naar straatcultuur tot op heden in grote mate is gericht op de gedragingen van (jonge)mannen. Toch komt in de literatuur de identiteit van vrouwen binnen deze setting wel in de kantlijn aan bod. Waar de nagestreefde performance van straatidentiteit voor mannen in vrijwel alle gevallen gelijk is – en draait om de zes eerder besproken thema’s – lijkt de ideale performance van vrouwen minder eenduidig. In de literatuur vallen drie verschillende stereotype performances te herkennen waarmee vrouwen respect kunnen afdwingen binnen de setting van de straat.

De eerste van deze performances komt voort uit de hierboven beschreven traditionele genderrollen die binnen straatcultuur nog sterk van kracht zijn. Binnen de literatuur wordt deze klassieke stereotype performance betiteld als ‘good girl’ (Harding, 2010: 166). Van een good girl wordt verwacht dat zij goed is in het huishouden, kinderen kan opvoeden, dat zij fysiek aantrekkelijk is voor mannen en dat zij zich op seksueel gebied kuis gedraagt (El Hadioui, 2011: 37; Ilan, 2015: 45). Uit deze laatste gedragsverwachting blijkt meteen de aanwezigheid van een dubbele moraal, aangezien we eerder zagen dat binnen de performance van mannen promiscuïteit juist geldt als iets positiefs. Uit onderzoek van Harding (2010: 166) blijkt het voor een good girl verder van belang dat zij gefocust is op de toekomst, zich inzet op school en bij voorkeur ook een baan heeft. Ook hierin wordt een belangrijk verschil zichtbaar ten opzichte van de performance van mannen, aangezien laatstgenoemden in hun presentatie met name gericht zijn op kortetermijngenot, en associaties met conventionele bezigheden als school en werk juist inbreuk maken op hun performance van straatidentiteit (Roks & Van den Broek, 2017: 46). Uit de literatuur blijken echter niet alle vrouwen bereid zich te schikken naar deze ondergeschikte rol.

De tweede stereotype performance wordt opgevoerd door vrouwen die tot doel hebben binnen straatculturen dezelfde positie in te nemen als mannen (Sandbergen & Pedersen, 2011: 29). Binnen de literatuur wordt deze performance wel betiteld als ‘she-male’ – niet te verwarren met ‘shemale’ (Hallsworth, 2013: 75). Om deze performance vorm te geven, bedienen deze vrouwen zich van kenmerken die over het algemeen meer worden gezien als ‘mannelijk’. Met andere woorden: vrouwen die deze rol aannemen proberen zich meer te profileren als mannen, met als doel dezelfde positie te kunnen innemen als mannen. Dit betekent dat vrouwen binnen hun performance zinspelen op hun bereidheid tot het gebruik van geweld, hun betrokkenheid bij de illegale economie en in sommige gevallen hun seksuele veroveringen (Bourgois, 2003: 231; Sandbergen & Pedersen, 2011: 28; Ilan, 2015: 46). 18

Bovendien bedienen zij zich binnen hun performance van meer esthetische elementen die worden gezien als mannelijk, zoals een specifieke houding, kledingstijl of taalgebruik (Sandberg & Pedersen, 2011: 28-29; Ilan, 2015: 46). Vrouwen die zich langs deze weg presenteren als one of the guys, lopen vaak het risico door andere mannen ook zo behandeld te worden. Met het claimen van deze identiteit lopen vrouwen daarmee meer risico om in (gewelddadige) confrontaties te belanden (Sandberg & Pedersen, 2011: 28). Het lijkt erop dat vrouwen om geaccepteerd te worden in de pikorde zich niet alleen als een man dienen voor te doen, maar zich zelfs nog een tikkeltje stoerder dienen te gedragen dan hun mannelijke evenknieën. Tot slot valt er binnen de literatuur nog een derde stereotype performance van vrouwen te onderscheiden, waarin beide bovengenoemde archetypes samensmelten. Zogenaamde ‘bad girls’ combineren binnen hun performance de vrouwelijke stijlelementen van ‘good girls’ met de meer masculiene gedragingen die we terugzien bij ‘one of the guys’ (Ilan, 2015: 45). Deze vrouwen voldoen in hun houding, taalgebruik en vooral voorkomen volledig aan het plaatje van ‘sexy vrouw’ dat past binnen de performance van good girl, maar zullen er niet voor terugdeinzen op een meer masculiene manier te reageren op ongewenste toenadering of provocaties van mannen.

Door zich uitdagend uit te dossen kunnen ‘bad girls’ aan anderen de indruk wekken dat zij zich deze performance kunnen permitteren binnen de (gevaarlijke) setting van de straat. Hiervan gaat de boodschap uit dat zij zelf stoer of gewelddadig genoeg zijn om zichzelf te verdedigen, of dat zij door sociale, familiale of romantische connecties zich geen zorgen hoeven te maken (Ilan, 2015: 47). Kortom: ‘bad girls’ presenteren zich als stoere, gevaarlijke, sexy vrouw die niemand iets kan maken. Belangrijk om te benoemen is dat bovenstaande stereotypen met name zicht geven op de frames die jongens hanteren voor het categoriseren van meiden die zich binnen straatculturen begeven. Los van het feit dat deze frames subjectief zijn en vaak niet gebaseerd op persoonlijke ervaringen van de jongens die ze hanteren, is het evident dat de manier waarop meiden zich presenteren niet een-op-een valt onder te brengen in deze drie categorieën (Harding, 2010: 167-168). Met andere woorden: geen enkele jongedame die zich binnen de setting van de straat begeeft zal volledig voldoen aan een van de hier besproken stereotypen.

Bovendien moet volgens verschillende onderzoekers het aandeel van vrouwen dat zich presenteert als ‘one of the guys’ of ‘bad girl’ niet worden overschat en zijn stereotype beelden van dergelijke performances enigszins een eigen leven gaan leiden (Hallsworth, 2011: 169; Ilan, 2015: 45). Door de sterk aanwezige traditionele man/vrouw-verhoudingen binnen straatculturen lijken verreweg de meeste vrouwen zich te bedienen van de performance van ‘good girl’. Hoewel verschillende onderzoekers stellen dat de rol van vrouwen binnen straatcultuur niet overschat dient te worden, zijn er binnen (onder andere) Delfshaven concrete aanwijzingen te vinden voor de overtuiging dat vrouwen wel degelijk een belangrijke rol spelen binnen het leven van de straat. Bovendien zijn bovenstaande inzichten omtrent de positie van vrouwen binnen straatcultuur alle afkomstig uit studies die een sterke focus kennen op (de gedragingen 19

van) mannen. Om straatcultuur als geheel van een goede duiding te kunnen voorzien, is het belangrijk onderzoek te verrichten waarin juist deze jonge vrouwen en de rollen die zij innemen centraal staan. In dit onderzoek hopen we daar een eerste stap op te zetten.

20

3. Methodologische verantwoording Zoals uit de inleiding naar voren kwam, maken verschillende ketenpartners binnen Delfshaven zich zorgen om de rol die meiden innemen binnen de straatcultuur van Delfshaven. Tegelijk geven zij aan onvoldoende zicht te hebben op wat er precies speelt en een zekere handelingsverlegenheid te ervaren. Meer inzicht in de rol die meiden innemen is om die reden vereist, in het bijzonder ook om ketenpartners beter toe te rusten op de uitvoering van hun werkzaamheden. Omdat er nog maar weinig bekend is over de rol van vrouwen binnen straatcultuur, betreft dit een verkennend, exploratief onderzoek met een brede focus. Het doel is om een eerste beeld te geven van de rol die meiden innemen binnen deze context. De volgende onderzoeksvraag staat in dit onderzoek centraal: welke verschillende rollen spelen meiden van 10 tot 23 jaar binnen de on- en offline straatcultuur in Delfshaven?

3.1 Onderzoeksmethoden Om deze onderzoeksvraag te beantwoorden is er tussen december 2020 en september 2021 een verkennende, kwalitatieve studie verricht. We hebben hierbij gebruik gemaakt van verschillende onderzoeksmethoden- en bronnen. In de eerste plaats is een literatuurstudie verricht naar de beschikbare nationale en internationale literatuur met betrekking tot straatcultuur, met bijzondere aandacht voor de rol die meiden binnen deze setting innemen. De bekende literatuur over straatcultuur en straatidentiteit bood belangrijke input voor de andere onderzoeksmethoden en gaf richting aan de dataverzameling. Bovendien speelde de literatuur een belangrijke rol in de analyse van de bevindingen. De belangrijkste pijler van deze studie bestaat uit het afnemen van semigestructureerde interviews met zowel meiden uit Delfshaven als professionals die werkzaam zijn in het gebied. Er zijn in totaal 16 meiden geïnterviewd en 19 professionals. De interviews met meiden zijn afgenomen door Stichting JOZ, terwijl onderzoekers van Hogeschool Inholland de professionals hebben geïnterviewd. De selectie van de meiden is verlopen via de jongerenwerkers van Stichting JOZ, die respondenten uit hun eigen professionele netwerk hebben benaderd.

Tijdens vrijwel alle gesprekken met de meiden – en in ieder geval die met minderjarige respondenten – is naast de onderzoeker steeds een jongerenwerker aanwezig geweest. De meiden zijn meestal alleen, maar in sommige gevallen boelbewust met zijn tweeën en in een enkel geval met zijn drieën tegelijk geïnterviewd. Deze manier van interviewen – die gezien kan worden als mini-focusgroep – heeft belangrijke inzichten opgeleverd met betrekking tot de bereidheid van respondenten om te praten over specifieke onderwerpen en heeft met name licht geschenen op de invloed van specifieke groepsdynamieken. In de gesprekken hebben we de respondenten theoretische begrippen uit de literatuur over straatcultuur en straatidentiteit voorgelegd om vast te stellen in hoeverre en op welke manier er in Delfshaven sprake is van een straatcultuur, en welke rol zowel jongens als meiden hierin innemen. De gesprekken met de meiden zijn met toestemming opgenomen, verbatim 21

uitgewerkt en geanalyseerd. De bevindingen zijn in anonieme vorm verwerkt tot deze rapportage. Naast het literatuuronderzoek en de diepte-interviews, is binnen deze studie ook een beperkt netnografisch onderzoek verricht. De term netnografie werd geïntroduceerd om te verwijzen naar een manier om de centrale principes van etnografisch onderzoek toe te passen op het bestuderen van digitale gegevens die openbaar op het internet worden gedeeld (Kozinets, 2002; Kozinets, 2015: 79; Costello, et al., 2017). Voor de netnografie binnen deze studie heeft een junior-onderzoeker van Hogeschool Inholland twintig instagrampagina’s geanalyseerd die volgens medewerkers van JOZ populair zijn onder jongeren die zich binnen de straatcultuur van Delfshaven begeven. Voorbeelden van deze pagina’s zijn @paraat.nl, @gaande en @cestmocro. De onderzoeker heeft op deze pagina’s twee weken lang geanalyseerd op welke manier vrouwen reageerden op content, hoe er op hen werd gereageerd en hoe de positie van vrouwen in de content zelf ter sprake kwam. Dit heeft geresulteerd in 560 screenshots van interacties waarin meiden een rol spelen. Deze zijn geanalyseerd en hand in hand met de bevindingen uit de diepte-interviews verwerkt in de rapportage.

Als onderdeel van de analyse zijn op verschillende momenten tijdens het onderzoek tussentijdse bevindingen voorgelegd aan een aantal meelezers met expertise in meidenwerk in Delfshaven.

3.2 Respondenten De kwalitatieve interviews vormen de belangrijkste methode van dataverzameling binnen dit onderzoek. In totaal zijn in het kader van deze studie 35 personen geïnterviewd, waarvan 16 jonge vrouwen uit Delfshaven en 19 professionals die werkzaam zijn in het gebied. De 16 meiden die in het kader van dit onderzoek zijn geïnterviewd waren tussen de 12 en 22 jaar oud en hadden een Marokkaanse, Turkse, Antilliaanse, Kaapverdiaanse, Spaanse, Nigeriaanse of deels Nederlandse achtergrond. In overleg met de opdrachtgever zijn tijdens het onderzoek een aantal respondenten met een specifieke achtergrond toegevoegd aan de onderzoeksgroep, omdat er sprake was van een oververtegenwoordiging van meiden met een Marokkaanse achtergrond. Uiteindelijk hebben 9 van de 16 respondenten een Marokkaanse achtergrond, wat representatief is voor de doelgroep die jongerenwerkers in de praktijk van Delfshaven signaleren. Om de herleidbaarheid van de antwoorden van de respondenten te minimaliseren, is bij de quotes in dit rapport alleen de leeftijd van de respondenten vermeld. Alle respondenten zijn meiden die de jongerenwerkers van JOZ direct of indirect kennen aan de hand van hun werk in de wijk.

Van de 16 interviews zijn er uiteindelijk 14 gebruikt in deze studie omdat een van de meiden geen raakvlak bleek te hebben met de straatcultuur in Delfshaven (en de bevindingen uit dit interview daarmee vrijwel geen waarde hadden voor de studie) en een andere jongedame na afloop van het interview haar medewerking introk.

22

Ook met betrekking tot de professionals zijn de eerste respondenten geworven via het netwerk van Stichting JOZ. Vervolgens is aan de hand van de sneeuwbalmethode door Hogeschool Inholland contact gelegd met nieuwe respondenten. Als gevolg van de corona-pandemie zijn naast 14 face-to-face interviews ook 2 telefonische en 3 online interviews afgenomen. De geïnterviewde

professionals

zijn

vanuit

verschillende

functies

werkzaam

voor

de

(vreemdelingen)politie, jongerenwerk, gemeente, Openbaar Ministerie, handhaving of in het onderwijs. Om de privacy van de professionals te waarborgen hebben wij hun specifieke functie of de instantie waarvoor zij werken niet benoemd in het rapport. Deze gegevens zijn bij de onderzoekers uiteraard bekend en kunnen in overleg in sommige gevallen worden gedeeld.

23

4. De straatcultuur van Delfshaven door de ogen van meiden Vrijwel alle Nederlandse en internationale literatuur over straatcultuur gaat over mannen. Niet alleen ligt de focus van deze onderzoeken op de gedragingen van mannen, ook zijn zij degenen die worden geïnterviewd, geobserveerd en geanalyseerd. De rol van vrouwen komt vaak slechts zijdelings aan bod en bovendien wordt vrouwen vrijwel nooit gevraagd naar hún kijk op wat zich binnen de setting van de straat afspeelt. In dit hoofdstuk komen daarom nadrukkelijk de jongedames uit Delfshaven aan het woord. Om vast te stellen dat er überhaupt zoiets bestaat als een straatcultuur in Delfshaven, hebben we de respondenten als eerst een aantal theoretische inzichten voorgelegd over dit fenomeen met de vraag of zij deze herkennen uit hun lokale context. Omdat cultuur – en dus ook straatcultuur – zich moeilijk laat omschrijven, hebben wij hun elementen van de eerder besproken performance van straatidentiteit voorgelegd. Deze elementen vallen namelijk concreet te herkennen in de zelfpresentatie van jonge mensen. Doordat cultuur en identiteit in grote mate samenhangen – de cultuur waartoe mensen behoren beïnvloedt namelijk de manier waarop zij zich presenteren en deze presentatie heeft andersom invloed op de cultuur waarbinnen dit gebeurt – kunnen we langs deze weg toch zicht krijgen op bepaalde culturele noties.

Door de wisselwerking tussen (straat)identiteit en (straat)cultuur wijst de aanwezigheid van de elementen van de performance van straatidentiteit op een bredere straatcultuur waarbinnen deze presentatie tot stand komt. Met andere woorden: indien de geïnterviewde respondenten deze elementen herkennen in het gedrag van jonge mensen in hun buurt, is het aannemelijk dat er binnen Delfshaven sprake is van een bredere straatcultuur – hoewel deze op zichzelf moeilijk valt aan te wijzen. In dit hoofdstuk worden de inzichten uit de interviewgesprekken de meiden hand in hand gepresenteerd met de bevindingen van ons netnografisch onderzoek. In paragraaf 4.1 beschrijven we de contouren van een straatcultuur in Delfshaven door de ogen van meiden en in paragraaf 4.2 besteden we nadrukkelijk aandacht aan de manier waarop de meiden uit ons onderzoek de performance van jongens binnen deze setting aanschouwen, waarderen en interpreteren.

4.1 De performance van straatidentiteit van jongemannen in Delfshaven De thema’s die in deze paragraaf achtereenvolgens besproken worden, maken op basis van eerdere onderzoeken onderdeel uit van de performance van straatidentiteit. Dit houdt in dat straat georiënteerde jongemannen proberen aan de hand van deze thema’s respect af te dwingen binnen de setting van de straat. Zoals eerder benoemd kent respect hierbij niet de meer klassieke betekenis van eerbied of ontzag, maar vormt het veel meer een onmisbare vorm van kapitaal die nauw verbonden is aan de eigenwaarde van deze jongemannen. Met andere woorden: het is voor jongeren die zich binnen deze setting begeven ontzettend belangrijk dat

24

zij van anderen dit respect genieten. De straatcultuur waarbinnen deze jongeren dit respect najagen, laat zich typeren als een soort apenrots, waarop verschillende jongeren zo hoog mogelijk proberen te geraken. Hoger in de pikorde belanden kan door het opvoeren van een geloofwaardige performance van straatidentiteit, maar ook nadrukkelijk door de performance van anderen binnen deze setting in twijfel te trekken, te ridiculiseren of aan te vallen. Belangrijk om nogmaals te benadrukken is dat straatcultuur anno 2022 zowel on- als offline vorm en invulling krijgt (Lane, 2019). Voor jongeren zijn digitale technologieën – en de mogelijkheden die deze hun bieden – niet meer dan een vanzelfsprekend onderdeel van het leven in een gedigitaliseerd tijdperk (boyd, 2014: 14). Als gevolg hiervan blijken jongeren in veel gevallen maar weinig onderscheid te ervaren tussen on- en offline. Dit werd ook duidelijk uit de interviewgesprekken met jongeren, waarbij (feitelijke) on- en offline casuïstiek veelvuldig door elkaar heen ter sprake kwam. Om recht te doen aan deze dynamiek worden ook in onderstaande paragrafen on- en offline bevindingen bewust door elkaar gepresenteerd.

Geweld Volgens de literatuur streven jongemannen binnen straatculturen ernaar een gewelddadige reputatie te construeren door aan anderen de indruk te wekken dat zij (goed) kunnen vechten, maar vooral door te communiceren dat zij er niet voor terugdeinzen geweld te gebruiken. Alle geïnterviewde meiden geven aan deze presentatie te herkennen in het gedrag van de jongens in Delfshaven. Een aantal meiden schetst dat deze gewelddadige reputatie vooral vorm krijgt aan de hand van een specifieke houding van de jongens. “Ik denk ook dat ze geen emotie tonen tegen hun vrienden toe. Zichzelf stoerder, groter laten lijken. Te laten zien dat ze alles kunnen hebben.” (Jongedame Delfshaven, 16 jaar) “Ja dat ze snel aangevallen voelen, dan gaan ze gelijk in de zelfverdediging.” (Jongedame Delfshaven, 20 jaar) “Ik denk ook gewoon de manier, de blik die ze bij het lopen hebben. Gewoon wat ze uitstralen.” (Jongedame Delfshaven, 19 jaar) “Ze hebben heel erg een muur om zich heen gebouwd. Als iemand onbekend komt dan hebben wel gelijk een reflex naar je toe. Dus het wel meteen zo van: Pas op, het is mijn wijk. Kijk uit, jij komt hier niet vandaan. Snap je? Dat is hoe ze zich opstellen. Kijk bij mij zullen ze dat niet doen want ik woon hier. Maar anderen moeten oppassen wat ze doen.” (Jongedame Delfshaven, 20 jaar) “Ja dat ze hun ogen bedekken en dat ze heel erg gevaarlijk eruit wilt zien.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=73c93f1f-6073-4c59-a000-c2963b3b1db2