CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb003390] Bijlage 2A behorende bij 23bb003399 over Aanvulling ROER Verstedelijking Oostflank

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 14 juni 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Herziening Omgevingsvisie Oostflank42.907 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

42

Geluidhinder Op basis van expert judgment is ingeschat in hoeverre de verdichting A-Z leidt tot een toe- of afname van het aantal geluidgehinderden. Ten behoeve van deze beoordeling zijn ook geluidcontouren berekend. Hierbij zijn de verkeersgegevens gebruikt van het (uiteindelijke) integrale voorkeursalternatief. Deze aanpak is mogelijk omdat uit de verkeersanalyses blijkt dat de verschillen tussen de twee alternatieven, als het gaat om de verkeersintensiteiten op de A16 en het onderliggend wegennet, gering zijn. Dat heeft als gevolg dat ook ten aanzien van de bronsterkte van het wegverkeerslawaai de verschillen tussen de twee alternatieven onderling en met het uiteindelijke voorkeursalternatief, gering zijn. Geluidcontouren zijn berekend voor wegverkeerslawaai (figuur 5.12), spoorweglawaai (figuur 5.13), tramverkeer (figuur 5.14) en gecumuleerd weg, tram en spoor (figuur 5.16). Naast deze bronnen is bij de beoordeling ook geluid van industrie, overige bedrijvigheid (zijnde niet gesitueerd op een gezoneerd industrieterrein) en nestgeluid van aangemeerde schepen betrokken. Uit de afbeeldingen blijkt dat geluid van wegverkeer, en vooral van de snelwegen en de hoofdontsluitingswegen, de belangrijkste veroorzaker van hinder is. Uit de contourenkaarten blijkt overigens dat afscherming (door wallen of schermen, maar ook door bebouwing) de blootstelling aan geluid kan beperkingen.

Nabij de spoorlijnen (alleen van belang bij Alexanderknoop en Feyenoord City) is ook spoorweglawaai relevant. De bijdrage van de tram is relatief klein. In de referentie en bij de twee alternatieven wordt uitgegaan van de mobiliteitstransitie. Dit betekent dat de trends in de stedelijke mobiliteit van de afgelopen jaren doorzetten (minder met auto reizen en veel meer met de fiets, te voet en het openbaar vervoer). Voor de referentiesituatie wordt ervanuit gegaan dat de gemeente dit met flankerend beleid stimuleert (uitbreiding betaald parkeren, lagere parkeernormen, stimuleren deelauto’s, werkgeversaanpak en herinrichting van openbare ruimte). Dit is meegenomen in het verkeersmodel. In figuur 5.16 zijn de contouren van gecumuleerde geluid geprojecteerd op de bouwvlakken van de referentiesituatie en de twee alternatieven.

Figuur 5.11: Stille groengebieden in A-Z

43

Figuur 5.13: Geluidcontouren spoorlawaai (bron: Movares)

Figuur 5.12: Geluidcontouren wegverkeerslawaai (bron: Movares)

44

Figuur 5.14: Geluidcontouren tramverskeerslawaai (bron: Movares)

Figuur 5.15: Geluidcontouren gecumuleerd (bron: Movares)

45

De grootste toename van geluidhinder treedt op bij de bouwstenen in de Alexanderknoop en Kralingse Zoom. In beide alternatieven wordt daar een groot aantal woningen toegevoegd. Bij de Alexanderknoop gaat het om geluid van zowel trein als wegverkeer (A20,A16, Hoofdweg en Prins Alexanderlaan). In dit deelgebied geldt voor de beide alternatieven (bouwstenen AK1 en AK2) dat de kans op geluidhinder vooral zal toenemen als in de zone tussen de spoorlijn en de snelweg woningen worden toegevoegd. Bij de Kralingse Zoom (bouwsteen AK1 in beide alternatieven) zijn de A16, Kralingseplein en de Abram van Rijckevorselweg de belangrijke geluidbronnen voor woningen die in dit deelgebied worden toegevoegd. De Abram van Rijckevorselweg is ook voor de bouwsteen E1 (alternatief Concentreren) een bron van geluidhinder. In het alternatief Spreiden is ook bij de bouwsteen in de Boszoom tussen A16 aan de ene kant (momenteel (nog) zonder geluidschermen) en het wegverkeer en de tram langs de Boszoom aan de andere kant de kans op het toenemen van het aantal geluidgehinderden groot. De beoordeling van deze bouwsteen (BZ2 in alternatief Spreiden) is negatief ten opzichte van de referentiesituatie. De twee bouwstenen in Feyenoord City liggen in de invloedsfeer van de spoorlijn en de Stadionweg, maar hebben een relatief rustige kant langs de Nieuwe Maas.

Wel moet rekening worden gehouden met geluidhinder van de aanwezige bedrijven. Bij het alternatief Concentreren (bouwsteen FCPlus) worden veel woningen toegevoegd (waardoor de hinder kan toenemen)./ Dit wordt (door overkapping van een deel van de spoorlijn) deels teruggedrongen. Daarvan profiteren ook de bestaande aangrenzende woonwijken. Bij het alternatief Spreiden (FCBasis) worden minder woningen toegevoegd, maar ook geen afschermende maatregelen genomen. Ook in de Esch is de geluidbelasting hoog. Dit komt met name door de A16, Abram van Rijckevorselweg, Kralingse Zoom en de nieuwe oeververbinding. In de Esch is ten opzichte van Kralingse Zoom en Alexanderknoop wel meer ruimte om de beoogde verdichting akoestisch slim in te passen. Al met al kan worden vastgesteld dat geluidhinder een belangrijk issue is bij beide alternatieven. In vrijwel elk deelgebied speelt geluid een belangrijke rol. De beoordeling van de bouwstenen waar veel woningen worden toegevoegd nabij hoofdinfrastructuur (spoorweg en snelweg) is zeer negatief. Deze bouwstenen (in de deelgebieden Alexanderknoop en Kralingse Zoom) zijn in beide alternatieven aanwezig.

46

Figuur 5.16: Geluidcontouren (gecumuleerd) gerelateerd aan de deelgebieden . Links referentie, midden alternatief Spreiden en rechts alternatief Concentreren (bron contouren: Movares)

47

worden overschreden. Het is daarom van belang dat de luchtkwaliteit verder wordt verbeterd door de emissies te verminderen en de luchtkwaliteit te blijven monitoren.

Stille gebieden Voor de (bereikbaarheid van) stille gebieden is de beoordeling van de beide alternatieven positief. Beide alternatieven gaan uit van het toevoegen van groen en van maatregelen die leiden tot een betere bereikbaarheid van de groene en stille gebieden. Op de zuidoever profiteren ook de bestaande woonwijken daarvan.

Geur De geurcontour van AWZI Kralingseveer overlapt voor een klein deel met de beoogde verdichting in het concentratiemodel langs de Autolettestraat. Bij de exacte situering van de beoogde verdichting dient met deze geurcontour rekening te worden gehouden. Verder vormt het thema geur geen belemmering voor de beoogde verdichting in A-Z.

5.2.2 Luchtkwaliteit Stikstofoxiden en fijn stof Maatgevend voor de beoordeling van de luchtkwaliteit zijn de componenten stikstofoxiden en fijn stof (PM10, PM2,5).

5.2.3 Veiligheid Externe veiligheid De ambitie van Rotterdam voor externe veiligheid is ‘zoveel als mogelijk voorkomen dat bewoners worden blootgesteld aan risico’s van externe veiligheid en het beperken van de gevolgen van een incident’. Deze ambitie is gebruikt bij de beoordeling van de bouwstenen en de alternatieven. Bij de beoordeling is gekeken naar de ligging van de bouwstenen binnen aandachtsgebieden en de impact op het groepsrisico (GR) en plaatsgebonden risico (PR). Wat betreft aandachtsgebieden is met name gekeken naar brand- en explosieaandachtsgebieden. Binnen deze aandachtsgebieden zijn mogelijk extra maatregelen nodig vanwege een brand of explosie. Daarnaast kan een ruimtelijke ontwikkeling binnen een brand- en aandachtsgebied een relevant effect hebben op de hoogte van het groepsrisico. De kans dat een ruimtelijke ontwikkeling binnen een gifwolkaandachtsgebied ligt is veel groter, gelet op de omvang van deze aandachtsgebieden. Daarnaast zijn standaardeisen in het Bouwbesluit opgenomen om de impact van een mogelijke gifwolk te reduceren.

In de huidige situatie wordt in heel A-Z voldaan aan de huidige EU-grenswaarden. Echter ook onder de EU-grenswaarden kunnen gezondheidseffecten optreden. Mede vanwege deze gezondheidseffecten worden de EU-grenswaarden waarschijnlijk in 2030 aangescherpt. In de nabijheid van drukke wegen, zoals hoofdontsluitingswegen, snelwegen en smalle en drukke straten in stedelijk gebied kunnen gezondheidsrisico’s aanwezig zijn. In A-Z liggen diverse drukke hoofdontsluitingswegen en snelwegen (A16 en A20). In de huidige situatie is al een behoorlijk aantal mensen aanwezig die worden blootgesteld aan verontreinigde lucht. Toch is de beoordeling van de huidige situatie neutraal omdat de vigerende wettelijke normen niet worden overschreden. De verwachting is dat in de toekomstige situatie (de referentie voor deze Aanvulling ROER) de luchtkwaliteit zal verbeteren als gevolg van het schoner worden van auto’s, een groter aandeel schone verplaatsingen en een daling van de achtergrondconcentraties. Daartegenover staat dat meer woningen worden toegevoegd, ook in de nabijheid van drukke wegen. Hierdoor kan het aantal blootgestelden toenemen.

In de huidige situatie bevinden zich in A-Z diverse risicobronnen, waaronder risicovolle bedrijven (met name LPG-tankstations), hogedruk aardgasleidingen en vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor, weg en water, zie figuur ev 1. De gasleiding bij Feyenoord City in figuur 1 is inmiddels buiten gebruik.

In vergelijking met de referentiesituatie worden in de alternatieven Spreiden en Concentreren meer woningen toegevoegd. Omdat meer mensen worden blootgesteld aan luchtverontreiniging is de beoordeling negatief ten opzichte van de referentiesituatie. Dit speelt vooral in de deelgebieden Alexanderknoop (AK1, AK2), Boszoom (BZ1), Kralingse Zoom/Eur (AK1) en Feyenoord City (met name FCPlus, in mindere mate ook FCBasis). Voor het aspect luchtkwaliteit is de nieuwe EU-richtlijn voor luchtkwaliteit (met een sterke aanscherping van de normen voor stikstofoxiden en fijn stof) een belangrijk aandachtspunt. Het risico is aanwezig dat lokaal deze aangescherpte normen

48

groepsrisico wordt in Alexanderknoop de oriëntatiewaarde (landelijke richtwaarde voor het groepsrisico) overschreden. De overschrijding wordt veroorzaakt door de hoge personendichtheid in combinatie met transport van gevaarlijke stoffen over de snelweg en een hogedruk aardgasleiding. In A-Z bevinden zich ook twee tankstations waar in de huidige situatie de oriëntatiewaarde wordt overschreden. Het gaat om het LPG-tankstation aan de Abram van Rijckevorselweg 75 (deelgebied Kralingse Zoom/Eur) en het LPG-tankstation aan de Stadionweg 48 (deelgebied Feyenoord City. In en nabij Hart van Zuid zijn geen risicobronnen aanwezig. In de referentiesituatie worden woningen toegevoegd in de deelgebieden Alexanderknoop, Kralingse Zoom, Feyenoord City en Hart van Zuid. Voor de deelgebieden Alexanderknoop, Kralingse Zoom en Feyenoord City resulteert dit in een toename van het groepsrisico. Voor Hart van Zuid speelt dat niet omdat daar geen relevante risicobronnen aanwezig zijn. Voor Het Lage Land geldt dat de kleine toename van het aantal woningen in de referentiesituatie in combinatie met de plaats waar de woningen worden gerealiseerd naar verwachting geen relevante invloed heeft op het groepsrisico. Samenvattend kan worden gesteld dat de deelgebieden Alexanderknoop, Kralingse Zoom en Feyenoord City negatief worden beoordeeld voor het aspect externe veiligheid.

De twee alternatieven hebben als gevolg dat meer mensen (dan in de referentiesituatie) worden blootgesteld aan externe veiligheidsrisico’s. De toename van het groepsrisico is het grootst bij de bouwstenen AK1, AK2, KZ, FCBasis en FCPlus. Bij deze bouwstenen worden relatief veel woningen toegevoegd in gebieden waar risico’s voor externe veiligheid aanwezig zijn, vooral gerelateerd aan het transport van gevaarlijke stoffen. Ook bij de bouwsteen BZ2 is dat het geval, maar is het aantal woningen dat wordt toegevoegd wat kleiner dan bij de knopen. Bij de bouwsteen E1 wordt een fors aantal woningen toegevoegd, die deels relatief dicht bij de A16 zijn gesitueerd. De A16 is één van de risicobronnen in het gebied vanwege het transport van gevaarlijke stoffen. De twee bouwstenen in deelgebied Feyenoord City hebben een negatief effect op het groepsrisico. Bij FC Basis gaat het vooral om het toevoegen van woningen in de nabijheid van risicobronnen (met name het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor). Bij FCPlus is het aantal toegevoegde woningen veel groter, maar wordt de kans op een calamiteit verkleind door de overkapping van een deel van de spoorlijn (mits robuust genoeg). De twee bouwstenen in het Lage Land hebben een negatief effect op het groepsrisico als gevolg van het toevoegen van woningen.

Het effect voor dit deelgebied is relatief beperkt doordat de woningen op enige afstand van de belangrijke risicobronnen (spoor en A16/A20) zijn gesitueerd.

Figuur 5.17:. Risicobronnen A-Z. (bron: Signaleringskaart, 2023)

Er zijn in A-Z geen situaties waarbij (zeer) kwetsbare gebouwen of kwetsbare locaties gevestigd zijn binnen de aanwezige PR10-6 contouren. Ten aanzien van het

Geconcludeerd wordt dat in zowel de referentiesituatie als de twee alternatieven meer mensen worden blootgesteld aan risico’s van externe veiligheid. Tevens wordt

49

bij veel ontwikkelingen de afstand tussen risicobron en risico-ontvanger kleiner. In de alternatieven zal het aantal blootgestelden ten opzichte van de referentiesituatie verder toenemen. De toename van het groepsrisico is het grootst bij alternatief Concentreren omdat hier meer woningen worden toegevoegd in gebieden waar risico’s voor externe veiligheid aanwezig zijn. De bouwsteen BZ2 van alternatief Spreiden heeft een grotere impact op de externe veiligheid dan de bouwsteen BZ1 van alternatief Concentreren.

Het grootste deel van de Rotterdamse primaire waterkeringen voldoet in de huidige situatie aan de wettelijke veiligheidseisen. De veiligheidseisen (overstromingskansnormen) bieden de wettelijke normen voor de benodigde veiligheid, gegeven de mogelijke gevolgen. Dit zal in de toekomst het geval blijven. Er moeten wel voldoende mogelijkheden blijven voor de primaire keringen. Enkele dijkvakken langs de noordoever van de Nieuwe Maas voldoen niet aan de wettelijk gestelde eisen (nabij Maasboulevard/Boompjes en nabij Parksluizen). De Waterschappen nemen de benodigde voorbereidingen om de dijken in de toekomst te versterken. De status van de afgekeurde dijkvakken is geen acuut waterveiligheidsprobleem. Over de regionale waterkeringen zijn geen zorgen bekend. De laagst gelegen buitendijkse stedelijke kades van Rotterdam overstromen 10-15 keer per jaar. Zoals bijvoorbeeld bij het Bolwerk onder de Willemsbrug of bij de parkeerplaats Nautilus. Een overstroming van de laagste kades leidt in principe niet tot economische schade, er staan waarschuwingsborden en de kans op een slachtoffer is nihil. Eens in de 2 tot 10 jaar is er sprake van echt wateroverlast met mogelijk economische schade tot gevolg door overstroming van de buitendijkse gebieden. Water komt in kelders van de laagstgelegen panden en wegen raken onbegaanbaar.

In de toekomst neemt de kans op hoogwater langzaam toe door zeespiegelstijging (de waterhoogte stijgt) en buitendijkse bodemdaling (gebieden zakken als de buitenruimte niet wordt opgehoogd). Hierdoor zullen de kades van de buitendijkse gebieden vaker overstromen en dijken worden dan zwaarder belast. Om de kans niet toe te laten nemen, zijn maatregelen nodig. Buitendijks zijn maatregelen bijvoorbeeld ‘hoog genoeg’ of ‘adaptief’ bouwen, binnendijks spreken we veelal van een dijkversterking als maatregel. Zeespiegelstijging komt door klimaatverandering. De snelheid waarin dit gebeurt, kent een onzekerheidsmarge. Het Deltaprogramma gebruikt daarom de klimaatscenario’s van het KNMI om met deze onzekerheid om te kunnen gaan in beleid. • De landelijke en provinciale dijkversterkingen die het Rotterdamse binnendijks gebied beschermen houden rekening met het extremere W+ scenario. Bij dijkversterkingen wordt veelal 50 jaar vooruitgekeken. Dit W+ scenario verwacht een stijging van de zeespiegel tussen de 40-85 cm in 2100 t.o.v. 1990, op basis van KNMI2014. • Het Rotterdamse uitgiftepeilen beleid adviseert een uitgiftepeil gebaseerd op een iets minder hoge waterstand die ééns in de 1000 jaar kan voorkomen in het jaar 2100, bij het meer gematigde G+ scenario, eveneens gebaseerd op KNMI2014. Dit scenario verwacht een toename van de zeespiegel tussen de 3560 cm in 2100 t.o.v. 1990.

Dit beleid geldt voor nieuwbouw. Verwacht wordt dat het uitgiftepeilenbeleid in 2023/2024 wordt herzien als gevolg van nieuwe cijfers over zeespiegelstijging die het KNMI in oktober 2023 publiceert.

Waterveiligheid Het stedelijke deel van Rotterdam ligt voor het grootste deel onder de zeespiegel en is daarom kwetsbaar voor hoogwater op de Nieuwe Maas en Nieuwe Waterweg. Het gebied wordt door een systeem van waterkeringen (dijken, dammen, duinen en stormvloedkeringen) beschermd tegen hoogwater vanaf zee en rivieren. Binnendijks gebied wordt beschermd door de primaire waterkeringen langs de grote rivieren en ligt veelal onder NAP. In het binnendijkse gebied is de kans op overstromen heel klein vanwege sterke en hoge waterkeringen, maar kunnen de gevolgen bij doorbraak groot zijn.

Figuur 5.18: Buitendijks gebied

50

De groei van de stad zorgt ervoor dat de gevolgen van een overstroming gaan toenemen, zowel binnen- als buitendijks. Als een overstroming plaats vindt dan 1. Neemt het aantal mogelijke slachtoffers toe als er meer mensen gaan wonen, 2. Neemt de economische schade toe als er meer waarde in het gebied komt, 3. Neemt de maatschappelijke ontwrichting toe.

maatschappelijke ontwrichting neemt toe, maar niet significant omdat er al heel veel staat in het gebied. Om dijkversterking ook in de toekomst mogelijk te maken is het advies om een ruimte-reservering langs de waterkeringen aan te houden (een dijk wordt dan niet alleen hoger, maar vooral ook breder). Het is de inschatting dat de normering van de primaire waterkeringen deze toename in gevolgen voor de autonome ontwikkeling nog kan opvangen tot 2040. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat in A-Z de afgekeurde dijken bij de Maasboulevard, Boompjes en De Esch worden versterkt door het waterschap. Om dijkversterking ook in de toekomst mogelijk te maken is het advies om een ruimte-reservering langs de waterkeringen aan te houden (een dijk wordt dan niet alleen hoger, maar vooral ook breder).

Figuur 5.19: overstromingsrisico’s binnendijks

De staat van de waterveiligheid binnendijks is in de referentiesituatie overwegend positief. Ten opzichte van de huidige situatie leidt de autonome ontwikkeling • Tot een beperkte toename van de kans op een overstroming door zeespiegelstijging in de toekomst en bodemdaling, • Tot een beperkte toename van de gevolgen. De autonome ontwikkeling leidt tot meer mensen, meer economische activiteit, meer bebouwing en infrastructuur. De omvang van een dijkdoorbraak in schade, slachtoffers en

Figuur 5.20: Overstromingsrisico’s buitendijks

51

De staat van de waterveiligheid buitendijks is in de referentiesituatie matig. Ten opzichte van de huidige situatie leidt de autonome ontwikkeling: • Tot een toename van de kans op een overstroming buitendijks door zeespiegelstijging in de toekomst en bodemdaling, De sluitfrequentie van de Maeslantkering (bij 3.00m+NAP bij Rotterdam) zal bijvoorbeeld toenemen van grofweg ééns in de 10 jaar in 2021 naar eens in de 5 jaar in 2040 (Deltares, 2018).De autonome ontwikkeling leidt tot meer mensen, meer economische activiteit, meer bebouwing en infrastructuur. De gevolgen nemen toe. Ook het programma en bezoekersaantallen in de kwetsbare polder van De Esch kan toenemen (programma Rivieroevers). • Specifiek voor A-Z geldt dat de Nesserdijk (die polder De Esch beschermt) geen wettelijke norm heeft waaraan deze moet voldoen, het is een zogenaamde ‘overige’ kering. De dijk wordt alleen beheerd in de huidige status en zal daardoor door de tijd zwakker worden. Het officieel buitendijkse gebied bij polder De Esch krijgt daarmee een grotere kans om te overstromen ten gevolge van een dijkdoorbraak. Er kunnen dan in het natuurgebied snel flinke waterdieptes ontstaan met kans op slachtoffers.

• Rotterdam gebiedsgerichte adaptatiestrategieën voor buitendijkse gebieden kan inzetten, • In combinatie met een uitgiftepeilen beleid buitendijks. Echter, het gedeeltelijk afgraven van de natuurpolder en de Nesserdijk heeft zeer grote gevolgen voor de waterveiligheid. Er zijn compenserende en aanvullende versterkingsmaatregelen nodig bij en aan de primaire waterkering op noord. Op basis van de analyse van de kansen en gevolgen vanuit het perspectief van de waterveiligheid kan een aantal randvoorwaarden voor de verstedelijking worden benoemd. Deze zijn weergegeven in tabel 5.7. Tabel 5.7: Randvoorwaarden en type maatregelen voor verstedelijking vanuit waterveiligheid, waterrobuust en klimaatbestendig bouwen Waterdeelgebieden veiligAlexanderknoop, Lage Kralingse Zoom, De Esch, Feijenoord heid Land, Boszoom Bloemhof-Hillesluis city • Extra versterking aan of bij primaire waterkering bij afgraven Nesserdijk; • Ruimte reserveren voor mogelijke versterking van primaire waterkeringen in de toekomst • Aandacht voor veiligheid van de dijk indien Nieuwe Oeververbinding de primaire waterkeringen op noord of zuid raakt.

Laag 1: preventie

De bouwstenen leiden in A-Z tot hoofdzakelijk negatieve effecten voor verstedelijken binnendijks. Ten opzichte van de referentiesituatie leidt het niet tot een toename van de kans op een overstroming, wel tot een toename van de mogelijke gevolgen. Deze keuze leidt tot meer mensen, meer economische activiteit, meer bebouwing en infrastructuur achter de dijk. De omvang van een dijkdoorbraak in schade, slachtoffers en maatschappelijke ontwrichting neemt toe. Het is de inschatting dat de norm van de primaire waterkeringen de risico’s dan niet meer kan opvangen en dat dit zal leiden tot een strengere norm voor kerende dijken en kades. • Een deel van de verstedelijking is op Zuid, dit deel van de stad ligt relatief wat hoger en op steviger grond, en is daardoor wat minder kwetsbaar. • Noord omvat zowel ondiepe als diepe polders op relatieve slappe grond, die al kwetsbaar zijn voor bodemdaling en gevolgen van een overstroming. Gevolgen nemen toe en dit vraagt ook om maatregelen bij de verdere planuitwerking en een inspanning t.a.v. evacuatieplannen. Ten opzichte van de referentiesituatie leiden de bouwstenen voor verstedelijken buitendijks niet tot een toename van de kans op een overstroming, Wel tot een toename van de gevolgen. Het leidt tot meer mensen, meer economische activiteit, meer bebouwing en infrastructuur.

De omvang van een overstroming buitendijks in schade, slachtoffers en maatschappelijke ontwrichting neemt toe. Het is de inschatting dat we dit met de huidige koers en maatregelen die we nemen, deels kunnen opvangen omdat:

52

Laag 2: ruimtelijke maatregelen

Aangepast bouwen: verticale evacuatie in meerlaagse bouw.

Evacuatie- en crisisbeheerplannen; bescherming van vitale functies.

Evacuatie- en crisisbeheerplannen; bescherming van vitale functies.

Laag 3: beheermaatregelen

Beperkt en aangepast bouwen: gericht op verticale evacuatie in hoogbouw en/of voldoende shelters in directe nabijheid van (bestaande) woningen.

• Buitendijks het uitgiftepeilen beleid toepassen i.c.m. gebiedsgerichte adaptatiestrategie voor hoogwater (kades ophogen, aangepast bouwen (dryproof of wet-proof, enz.). • Rekening houden met de nieuwste inzichten KNMI. • Bij instandhouden polder De Esch en bij plaatsen brugpijlers aandacht voor beschermings-niveau van de Nesserdijk. Evacuatie- en crisisbeheerplannen; bescherming van vitale functies.

Figuur 5.21: Levensverwachting totaal respectievelijk in goede gezondheid (verschil ten opzichte van mediaan van alle wijken in Rotterdam) (bron: gezondheidinkaart.nl)

5.2.4 Gezond gedrag In het ROER is een beschrijving opgenomen van de gezondheidssituatie in Rotterdam en de relatie met omgevingsfactoren (de fysieke omgeving. Het overall- beeld is dat de levensverwachting in Nederland stijgt, maar dat Rotterdam in vergelijking met de rest van het land achterblijft en dat de verschillen binnen de stad groot zijn. Rotterdammers zijn ongezonder vergeleken met de rest van Nederland. Binnen de stad bestaan daarnaast grote gezondheidsverschillen. De belangrijkste oorzaken daarvan zijn opleiding, inkomen en werk (verschil ca. 3 jaar levensverwachting), ongezond gedrag (roken alleen al ca. 1,2 jaar verschil in levensverwachting), luchtverontreiniging (ca. 0,5 jaar verschil) en minder groen in de omgeving (ca. 0,3 tot 0,6 jaar). Voor aantallen jaren gezonde levensverwachting zijn deze verschillen nog groter (Rotterdam, 2019). Dit speelt binnen Rotterdam als geheel, maar komt ook binnen het plangebied van A-Z tot uiting (figuur 5.21). Het percentage volwassenen met overgewicht is bijvoorbeeld 65% in Bloemhof, tegenover Kralingen waar 25% van de volwassenen kampt met overgewicht (figuur 5.22).

Figuur 5.22 Aandeel mannen en vrouwen met obesitas (verschil ten opzichte van mediaan van alle wijken in Rotterdam) (bron: gezondheidinkaart.nl)

53

Gezond gedrag is een indicator in het aspect gezonde leefomgeving. Hieronder vallen de parameters voldoende beweging, gezonde voedselomgeving, mentale gezondheid en rookvrije generatie. Bij deze parameters speelt de fysieke buitenruimte een rol, maar dit is niet de enige factor van belang. Ook persoonlijke gedragsfactoren hebben een duidelijke invloed op deze parameters.

groen te realiseren en de bereikbaarheid van groene (en stille) plekken te verbeteren. Dat fungeert ook als uitnodiging om te bewegen. Bij alternatief Spreiden is van belang dat door de ontwikkeling van de Boszoom en de Bos-as de relatie tussen Het Lage Land en het Kralingse Bos (en verder naar het centrum) aantrekkelijker wordt gemaakt.

In het kader van deze Aanvulling ROER is voor dit aspect alleen gekeken naar de parameters Voldoende beweging en Mentale gezondheid. Gezien de inhoud van de alternatieven is er voor gekozen de parameters Gezonde Voedselomgeving en Rookvrije generatie niet te behandelen.

De beoordeling van de beide alternatieven is positief. Mentale gezondheid Mentale gezondheid is (naar verwachting) te verbeteren via gezond fysiek gedrag, maar ook door verbetering van de sociaal-economische omstandigheden. De woonomgeving speelt – als daarvoor de juiste de omstandigheden aanwezig zijn - een rol bij stressverwerking en tot rust kunnen komen. Meer zekerheid over werk en inkomen kan bijdragen aan het voorkomen en verminderen van onzekerheid en stress, en daardoor goed zijn voor de mentale gezondheid.

Voldoende beweging Gegevens over voldoende beweging zijn niet beschikbaar op het niveau van de deelgebieden van A-Z. De gegevens voor de wat grotere gebieden in het plangebied laten zien dat er (vergeleken met de rest van Rotterdam) relatief weinig wordt bewogen (figuur 5.23). Alleen in het gebied Kralingen-Crooswijk ligt het aandeel van de inwoners dat voldoet aan de beweegrichtlijn hoger dan het Rotterdamse gemiddelde.

In Rotterdam heeft 10,4% van de 19 t/m 64-jarigen een hoog risico op een depressie of een angststoornis. Onder ouderen (65 jaar en ouder) ligt dit op 8,0%. Dit is hoger dan in de rest van de Rijnmondregio (hier is dit respectievelijk 8,9 en 6,3%). Het risico verschilt per wijk, waarbij met name inwoners in Feijenoord een hoog risico hebben op psychische problematiek. In Rotterdam gaf in 2016 14% van de inwoners van 19 jaar en ouder aan zich ernstig eenzaam te voelen, ten opzichte van 12% in de rest van de regio Rijnmond. Dit percentage is gestegen ten opzichte van de jaren ervoor (8% in 2008, 14% in 2012). Eenzaamheid komt hierbij onder ouderen als onder volwassenen (19 t/m 64 jaar) ongeveer evenveel voor. Wel zijn er verschillen tussen wijken. Met name in Feyenoord, IJsselmonde en Charlois komt eenzaamheid veel voor. De relatie tussen de buitenruimte en de mentale gezondheid is niet scherp in beeld. In ieder geval kan de buitenruimte zo worden ingericht dat deze zo min mogelijk stress oplevert en geen belemmering vormt om aan activiteiten deel te nemen die een positief effect hebben op de mentale gezondheid. Hieronder vallen onder andere een buitenruimte met voldoende groen, een goede toegankelijkheid, voldoende rust, een goede sociale cohesie en het stimuleren van meer bewegen.

Gekeken naar de bovenliggende indicatoren, worden deze voor het grootste deel als redelijk beoordeeld. Wat hierbij opvalt is dat de probleemgebieden voor deze indicatoren zich allemaal opstapelen in dezelfde delen van de stad. De stadswijken Zuid, West en Centrum scoren negatiever als het gaat om groen, een goede toegankelijkheid, de balans tussen rust en reuring, de mate van sociale samenhang en hoe uitnodigend deze gebieden zijn om te bewegen. Dit zijn ook de gebieden waar problematiek op het gebied van mentale gezondheid zich het meeste voordoet. In de afgelopen jaren is het

Figuur 5.23 Aandeel van de inwoners dat voldoet aan de beweegrichtlijn (verschil ten opzichte van mediaan van alle wijken in Rotterdam) (bron: gezondheidinkaart.nl)

Beide alternatieven bevatten maatregelen om meer te bewegen. Er wordt meer ingezet op de fiets voor verplaatsingen en er worden maatregelen opgenomen om meer

54

aantal mensen met een depressie of angststoornis toegenomen. Ook het aantal mensen dat zich ernstig eenzaam voelt is de laatste jaren gestegen. Naast de fysieke buitenruimte is ook de sociaal-economische context van belang. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de beschikbaarheid en bereikbaarheid van passende werkgelegenheid.

5.2.5 Overzicht In onderstaande tabellen zijn de beoordelingen van de referentiesituatie en het effect van de bouwstenen weergegeven Tabel 5.8: Beoordeling van de referentiesituatie per deelgebied ge-

Gegevens over de mentale gezondheid zijn voor de afzonderlijke deelgebieden van A-Z niet beschikbaar. Voor wat grotere gebieden is het beeld dat binnen A-Z vooral op de linkeroever (Feyenoord, Charlois, IJsselmonde) het aandeel van de bewoners dat zegt gelukkig te zijn lager is dan het gemiddelde van Rotterdam (figuur 5.24).

zond

Alexanderknoop Lage Land Boszoom Kralingse Zoom Figuur 5.24 Aandeel van de inwoners dat zich tamelijk of heel gelukkig voelt (verschil ten opzichte van mediaan van alle wijken in Rotterdam) (bron: gezondheidinkaart.nl)

De Esch

De ruimtelijke en economische factoren die van belang kunnen zijn voor de mentale gezondheid worden door de voorgenomen ontwikkeling positief beïnvloed, maar er zijn ook bedreigingen. In beide alternatieven neemt het aantal inwoners toe (en daarmee ook de kans op negatieve interacties tussen inwoners en gevoelens van onveiligheid). Daartegen staan echter ontwikkelingen die positief inwerken op de mentale gezondheid. Het gaat daarbij om de sterke verbetering van de economische omgeving (meer en beter bereikbare passende werkgelegenheid), verbeteringen van de woonomgeving en meer en beter bereikbare groene en stille gebieden.

Feyenoord City Bloemhof/Hillesluis Hart van Zuid

55

veiligheid

drag

gezond gedrag

waterveiligheid

lucht

externe veiligheid

Stille gebieden

deelgebied

Geluidgehinderden

geluid

luchtkwaliteit

ge-

5.3. Woonomgeving

Tabel 5.9: Beoordeling van de effecten van de bouwstenen (ten opzichte van de referentiesituatie)

bouwsteen

Stille gebieden

luchtkwaliteit

externe veiligheid

waterveiligheid

gezond gedrag

lucht

Geluidgehinderden

geluid

veiligheid

gezond gedrag

AK1

--

±

-

--

±

+

AK2

--

±

-

--

±

+

LL 1

-

+

±

-

-

±

LL 2

-

+

-

-

-

+

BZ 1

-

+

±

-

±

±

BZ 2

--

+

-

--

-

+

KZ

--

±

-

--

±

+

E1

--

±

-

-

-

+

E2

-

±

±

±

±

+

FC Basis

--

±

-

--

±

+

FC Plus

-

+

-

--

±

+

Bloemhof/Hillesluis

B/H

±

+

±

±

±

±

Hart van Zuid

HvZ

-

±

-

±

±

±

deelgebied Alexanderknoop

Lage Land

Boszoom

Kralingse Zoom

De Esch

Feyenoord City

5.3.1 Wonen Kwaliteit van de woningen De kwaliteit van de woningvoorraad van de woningen in de zone die binnen de afbakening van A tot Z ligt verschilt nogal. In wijken als Het Lage Land en Kralingen-Oost is het risico op funderingsherstel klein en is de energetische kwaliteit over het algemeen redelijk. In de wijken Bloemhof en Hillesluis zijn de woningen echter over het algemeen van mindere kwaliteit. Het risico op funderingsherstel is een stuk groter, en de energetische kwaliteit van de woningen is minder goed. Er is hier de afgelopen jaren al geïnvesteerd om de kwaliteit van de woningen te verbeteren, maar veel woningen zijn nog steeds in matige staat. In de referentiesituatie worden er in de zone A tot Z ongeveer 6.000 nieuwe woningen bijgebouwd. Dat betekent niet automatisch dat de kwaliteit van bestaande woningen erop vooruitgaat. Wel neemt het aandeel woningen van goede kwaliteit toe in de zone, omdat de nieuwe woningen met alle huidige eisen en bouwmethoden van goede kwaliteit zullen zijn. Dit geldt in de referentiesituatie vooral voor de gebieden Alexanderknoop, Het Lage Land, Kralingse Zoom, Feyenoord City en Hart van Zuid. In de andere deelgebieden wordt niet tot nauwelijks verdicht. Ook wordt de aanpak van de bestaande wijken, met bijvoorbeeld het voortzetten van NPRZ, doorgezet. Daardoor zal ook de kwaliteit van bestaande woningen verder verbeteren.

In het alternatief Spreiden worden extra woningen ten opzichte van de referentiesituatie toegevoegd (grofweg 20.000 bovenop de referentiesituatie), maar minder dan in het alternatief Concentreren. Dat betekent dat het aandeel nieuwe, en daarmee goede woningen, omhoog gaat. Daarmee verbetert de situatie voor de kwaliteit van de woningvoorraad. In de deelgebieden waar flink verstedelijkt wordt zal dat sterker gelden dan in de gebieden waar minder wordt toegevoegd. Voor Bloemhof en Hillesluis geldt dat er wel iets wordt toegevoegd, maar het effect van die 300 woningen is beperkt. In Hart van Zuid worden geen woningen meer bovenop de referentiesituatie gebouwd, dus ten opzichte van de referentiesituatie vindt hier geen verbetering plaats. In Feyenoord City (FCBasis) worden echter wel flinke aantallen nieuwe woningen toegevoegd, waardoor meer bewoners van de omliggende kwetsbare wijken de kans krijgen om naar een kwalitatief betere woning door te verhuizen. De situatie op Zuid zal – gezien de huidige kwetsbare voorraad – meer verbeteren dan op de noordoever, waar de woningen in de wijken die binnen A tot Z vallen of daaraan grenzen al beter van kwaliteit zijn.

56

In De Esch (E2) worden in alternatief Spreiden zo’n 650 woningen toegevoegd, waardoor de situatie iets verbeterd. Bij Kralingse Zoom (KZ), de Alexanderknoop (AK2) en ook de Boszoom (BZ2) worden forse woningaantallen toegevoegd. De situatie kwaliteit van woningen verbetert daarmee vooral voor de omliggende wijken, want in de wijken zelf zijn op dit moment slechts weinig woningen te vinden. In Het Lage Land (LL2) wordt ook verdicht, en wordt de woningvoorraad dus kwalitatief iets beter.

vergrijzing – en de beschikbaarheid van (bereikbare) werkgelegenheid. Over het geheel zal dat betekenen dat in de referentiesituatie de woningvoorraad in beter in balans zal komen. Zowel op de noord- als de zuidoever zal dit het geval zijn. In de deelgebieden waar meer woningen worden toegevoegd, is de kans groter om wijken in balans te brengen. Dat geldt in de referentiesituatie voornamelijk voor Feyenoord City, Hart van Zuid, Kralingse Zoom en de Alexanderknoop. Ook de omliggende wijken profiteren hiervan. Het is van belang dat bij de (planning van) de verdeling rekening wordt gehouden met de demografische ontwikkelingen en sociaal-economische ontwikkelingen, zodat ook in de toekomst de woningvoorraad in balans blijft.

In het alternatief Concentreren komt er een flink aantal woningen bij: zo’n 28.000 bovenop de referentie. Dat betekent dat het aandeel nieuwe, en daarmee goede woningen, sterk omhoog gaat. Daarmee verbetert de situatie voor de kwaliteit van de woningvoorraad. In de deelgebieden waar flink verstedelijkt wordt (Feyenoord City, De Esch, Kralingse Zoom, Alexanderknoop) zal dat sterker gelden dan in de gebieden waar minder wordt toegevoegd. Ook voor alternatief Concentreren betekent dit dat de relatieve kwaliteitsverbetering van de voorraad op Zuid sterker is dan op Noord, omdat de wijken op Noord al een relatief betere kwaliteit van woningen kennen. In de deelgebieden Feyenoord City, Kralingse Zoom en de Alexanderknoop worden er zeer forse woningaantallen toegevoegd, wat de kwaliteit van de voorraad ten goede komt. Deze gebieden kennen echter in de huidige situatie niet zoveel woningen, dus de verbetering ten opzichte van de huidige situatie geldt vooral voor de omliggende wijken. In dit alternatief wordt de Boszoom (BZ1) niet bebouwd, en ook in Hart van Zuid worden geen woningen toegevoegd. In Bloemhof en Hillesluis en in iets grotere mate in Het Lage Land wordt enigszins verdicht, waardoor de situatie zeer licht verbetert. In De Esch (E1) komen er grofweg 5.000 nieuwe woningen bij, waardoor de gemiddelde kwaliteit van de woningen sterk verbetert.

Balans in woonsegmenten In een aantal deelgebieden is al een (groot) aantal woningen aanwezig, in enkele deelgebieden (Boszoom, Kralingse Zoom, Alexanderknoop) nog niet of nauwelijks. De meest recente geverifieerde cijfers over de verdeling van de huidige woningen over de woonsegmenten is weergegeven in figuur 5.24. Op zuid is het aandeel Sociaal basis erg hoog en het aandeel Sociaal plus en Middelduur laag; het hoger- en topsegment ontbreekt. In de wijken op de noordoever is er een minder ongelijke verdeling over de segmenten.

Figuur 5.25: Verdeling van de huidige woningvoorraad over de woonsegmenten

In de referentiesituatie zullen er flink wat woningen bijkomen volgens de verdeling 25-40-20-15 (25% sociale huur, 40% middenhuur, 20% duurder en 15% topsegment). Deze voorraad kan nog gespecifieerd worden per ontwikkeling. In sommige wijken kan het wenselijk zijn om meer sociale of betaalbare woningen toe te voegen, in andere wijken kan het wenselijk zijn om juist duurdere woningen toe te voegen. Er is daarbij een relatie met de demografische ontwikkelingen – zoals het risico op

Omdat de prijzen de afgelopen jaren sterk gestegen zijn en de bouwkosten zijn toegenomen, zal het de aankomende jaren de uitdaging zijn om betaalbare woningen toe te voegen om de woningmarkt in balans te houden. De beide alternatieven voor A - Z kunnen hieraan bijdragen, omdat woningen in bestaande wijken die uit balans

57

zijn of dreigen te raken worden toegevoegd. Dit geldt bijvoorbeeld voor een wijk als Kralingen-Oost, waar met de verdichting in de Kralingse Zoom, de Brainparken en Excelsior kansen liggen om ook betaalbare woningen toe te voegen. De bouwsteen KZ zit in beide alternatieven. In Bloemhof en Hillesluis kan lichte verdichting in combinatie met de aanpak van NPRZ zorgen voor een betere balans in de voorraad. Ook dit is onderdeel van beide alternatieven. Daarbij zorgen nieuwe woningen in het naastgelegen deelgebied Feyenoord City ervoor dat de balans kan verbeteren. Bouwsteen FC Basis (alternatief Spreiden) biedt daartoe kansen met een beperkte toevoeging van woningen. Bij de bouwsteen FCPlus worden veel meer woningen toegevoegd. Dit kan – door het grotere aantal -een positief effect hebben op de balans in de woningvoorraad, maar er is ook een risico dat bouwen in hoge dichtheden ten koste gaat van bepaalde woonsegmenten. Dit geldt ook voor de bouwstenen E1 en AK1 die onderdeel zijn van alternatief Concentreren.

A-Z ten zuiden van Maas is de groei van het aantal en aandeel ouderen bovengemiddeld hoog. Er is een bovengemiddelde groei in wijken als Bloemhof en Hillesluis, terwijl er juist in Het Lage Land niet zo’n sterke groei plaatsvindt. In de wijken waar de woningen niet geschikt zijn voor ouderen neemt de vraag juist sterker toe dan in de wijken waar juist veel geschikte woningen voor ouderen zijn. Het toevoegen van woningen aan de voorraad én de upgrade van bestaande woningen kan bijdragen aan het verminderen van de onbalans tussen vraag en aanbod. In alternatief Spreiden worden meer woningen gebouwd dan in de referentiesituatie. Dit betekent dat er meer kans is op het realiseren van geschikte woningen voor verschillende doelgroepen, zoals ouderen. Dit betekent een flinke vooruitgang, vooral op Zuid, waar de voorraad steeds meer uit verhouding dreigt te raken. Dit geldt voor Bloemhof en Hillesluis met een beperkte toevoeging, en het geldt zeker voor Feyenoord City (bouwsteen FCBasis) Daarnaast biedt alternatief Spreiden een grotere kans om (in aantallen) een grotere diversiteit aan woningen te realiseren dan in de referentiesituatie. Zo kunnen ruimere woningen voor gezinnen gebouwd worden, waar in de stad veel behoefte aan is. Ook worden meer centrumstedelijke woonmilieus aangeboden op de knopen. Tegelijkertijd vraagt het voldoende sturing op woonproducten.

Dit is iets waar in het vervolgproces rekening mee gehouden dient te worden.

De relatief kleine toevoegingen in Het Lage Land (bouwstenen LL1 en LL2) en in de Boszoom (BZ2) bieden kansen voor het verbeteren van de balans in de woonsegmenten. Alternatief Concentreren kan leiden tot relatief meer hoogbouw en kleinere woningen, terwijl alternatief Spreiden meer kans biedt om verschillende woonmilieus en woonsegmenten aan te bieden (maar wel in kleinere aantallen). In beide alternatieven is het betaalbaar houden van de woningvoorraad een grote uitdaging de komende jaren. Zeker het middensegment verdient hierbij aandacht.

In het alternatief Concentreren worden fors meer woningen gebouwd dan in de referentiesituatie. Dit betekent dat er meer kans is op het realiseren van geschikte woningen voor verschillende doelgroepen, zoals ouderen. Dit is een flinke vooruitgang, vooral op Zuid, waar de voorraad steeds meer uit verhouding dreigt te raken. Dit geldt enigszins voor Bloemhof en Hillesluis met een beperkte toevoeging, en zeker voor Feyenoord City (bouwsteen FCPlus). Het grotere aandeel nieuw toegevoegde woningen leidt voor bepaalde doelgroepen tot meer kansen voor een geschikte woning. Voor gezinnen is echter de verwachting dat dit alternatief verhoudingsgewijs minder nieuwe woningen zal opleveren, gezien de hoge dichtheden die gerealiseerd worden en de daardoor (per woning) kleinere beschikbare ruimte. Wel worden in alternatief Concentreren meer centrumstedelijke milieus aangeboden. Het goed laten aansluiten van vraag en aanbod vraagt voldoende sturing op woonproducten. Dit is iets waar in het vervolgproces rekening mee gehouden dient te worden.

Toekomstbestendigheid Met name voor de doelgroepen jongeren en ouderen is te weinig aanbod van geschikte woningen op de juiste plek. In Rotterdam zijn nu in theorie wel voldoende geschikte woningen voor ouderen . Deze zijn echter niet altijd voor ouderen beschikbaar, betaalbaar of niet meer geschikt als ouderen hulp of zorg nodig hebben. Daarnaast staan ze niet altijd op de gewenste locatie (bij voorzieningen) of voldoen ze niet meer aan de woonwensen van de ouderen.Het aantal woningen dat geschikt is voor ouderen is hoog in wijken als Het Lage Land en Kralingen-Oost, terwijl dat in Bloemhof en Hillesluis veel minder het geval is. Door voor ouderen geschikte woningen worden ouderen verleid om uit een reguliere eengezinswoning te verhuizen. Door gericht voor studenten te bouwen worden zij verleid te kiezen voor de echte studentenwoningen, in plaats van het delen van een grotere reguliere woning. Op deze manier komen eengezinswoningen vrij voor gezinnen. Het aantal huishoudens met ouderen zal toenemen door de vergrijzing. Tot 2035 komen er in heel Rotterdam naar schatting 28.000 huishoudens van ouderen bij. Dat is een groei van 40% ten opzichte van 2016. In het centrum en de wijken van

58

verkeersroutes); daardoor blijft de situatie grofweg gelijk. Bij de Kralingse Zoom worden veel ingrepen gepleegd in de openbare ruimte, waardoor de kwaliteit sterk verbetert. Ook wordt er verdicht waardoor de druk toeneemt, maar per saldo verbetert de situatie. In De Esch wordt in alternatief Spreiden licht verdicht en wordt een deel van de polder De Esch afgegraven. De polder wordt wel heringericht tot rivierpark en verbonden met de Oude Plantage. De Abram van Rijckevorselweg wordt heringericht. Per saldo wordt de situatie iets minder positief, voornamelijk door het deels afgraven van de polder. Voor alternatief Concentreren worden dezelfde openbare ruimte ingrepen gedaan als in de Spreiden, er wordt echter zeer fors meer verdicht. Dit zet de openbare ruimte onder druk, en krijgt daardoor een flink negatieve score. Bij Feyenoord City wordt fors verdicht, maar ook wordt er een nieuw rivierpark aangelegd. Ook de verbindingen tussen Hillesluis en het rivierpark worden verbeterd. In het alternatief Spreiden wordt iets minder verdicht dan in het alternatief Concentreren, wordt nog veel forser ingegrepen in de openbare ruimte, met onder andere een park als overkluizing van het spoor. Hierdoor zal voor dit deelgebied de situatie in beide alternatieven verbeteren, met positieve uitstralingseffecten voor achterliggende wijken als Bloemhof en Hillesluis.

In Bloemhof en Hillesluis zelf komen er beperkt woningen bij en worden de Strevelsweg, Riederlaan, Groene Hilledijk en Beijerlandselaan aangepakt, waardoor de situatie licht verbetert. In Hart van Zuid wordt de Strevelsweg aangepakt, maar dat heeft een minimaal effect.

5.3.2 Woonomgeving Openbare ruimte In de huidige situatie zijn er flinke verschillen tussen wijken. Het Lage Land kent een vrij groene, ruime opzet. Bloemhof en Hillesluis zijn daarentegen juist vrij stenig, maar kennen ook een aantal aantrekkelijke groenstructuren. In de referentiesituatie worden hier en daar wat ingrepen gepleegd wat betreft de openbare ruimte. Hierdoor zal de kwaliteit van de openbare ruimte vooruit gaan. Tegelijkertijd wordt hier en daar ook verdicht, wat extra druk op de openbare ruimte legt. In de Alexanderknoop worden woningen en arbeidsplaatsen toegevoegd, en worden de kantoorlocaties vergroend. Per saldo is dat een neutraal effect. In Het Lage Land wordt verdicht en wordt het winkelcentrum vergroend, per saldo ook een neutraal effect. In deelgebied Kralingse Zoom wordt fors verdicht en zijn in de referentiesituatie nog geen forse openbare ruimte-ingrepen voorzien, waardoor de situatie verslechtert. Bij Feyenoord City gaat de verdichting hand in hand met vergroening (Stadionweg en Marathonweg, Rondje Stadionpark), hierdoor wordt het per saldo beter. In Bloemhof en Hillesluis wordt de Kokerstraat vergroend, waardoor het heel lichtjes beter wordt. Ook in Hart van Zuid gaan verdichting en vergroening (Gooilandsingel, Zuiderparkweg en groen dak Startmotor) hand in hand, waardoor de situatie verbetert.

Hitte In de huidige situatie is te zien dat de situatie qua hitte nogal verschilt tussen de deelgebieden binnen A - Z. Het Kralingse Bos, Kralingen Oost en De Esch kennen een vrij groot verkoelend effect van groen en water. Ook wijken als Het Lage Land en Prinsenland hebben relatief veel groen en water, en zijn daardoor relatief koeler. Op de noordoever is vooral de Alexanderknoop en omgeving steniger, en daardoor warmer. Op de Zuidoever springen de wijken Bloemhof en Hillesluis er negatief uit, omdat groen en water relatief schaars zijn en het verkoelend effect daarmee klein is. Ook de omgevingen van de grote ov-knopen zijn over hget algemeen vrij stenig en daardoor warmer. In de referentiesituatie zullen de beperkte maatregelen die autonoom zijn voorzien lokaal tot kleine verbeteringen leiden in vergelijking met de huidige situatie.

Bij de ontwikkeling van A - Z gaat verdichting hand in hand met een kwaliteitsslag in de openbare ruimte. Dat betekent niet noodzakelijk meer groen, maar wel kwalitatief hoogwaardiger groen. In gebieden als de Alexanderknoop en Feyenoord City is hier ook sterk behoefte aan. In de Alexanderknoop wordt flink verdicht wat meer druk zet op de openbare ruimte, maar die wordt dan ook flink heringericht. De Hoofdweg, Alexanderplaats en de Prins Alexanderlaan worden allemaal aangepakt. Dit levert per saldo een plus op. In de Alexanderknoop wordt fors verdicht in beide varianten, maar gelijktijdig flink geïnvesteerd in de openbare ruimte. Hierdoor verbetert de situatie ten opzichte van de referentie. In het spreidingsmodel wordt in Het Lage Land verdicht maar ook krijgt de Prinsenlaan (transformatie tot ‘Bos-as’ in het alternatief Spreiden) een kwaliteitsslag. Dit levert een plus op. In het alternatief Concentreren wordt minder verdicht in Lage Land en ook minder geïnvesteerd in de openbare ruimte; een neutrale score. In de Boszoom wordt in het spreidingsmodel fors verdicht maar wordt ook de Bos-as gerealiseerd. De openbare ruimte wordt op die manier intensiever benut maar ook kwalitatief verbeterd; een licht negatieve score.

In het concentratiemodel wordt in de Boszoom iets geïntensiveerd qua voorzieningen en werkgelegenheid en vinden er minder grote ingrepen plaats in de openbare ruimte (geen Bos-as, maar bijvoorbeeld wel betere toegang tot het Kralingse Bos en betere langzaam

In A - Z gaat verdichting hand in hand met een kwaliteitsslag in de openbare ruimte, waarbij groen een verkoelend effect kan hebben. In gebieden als de Alexanderknoop is hier ook sterk behoefte aan. Er zal een positief effect optreden door met ingrepen als de herprofilering van de Hoofdweg en de vergroening van de Alexanderplaats bij de Alexanderknoop. Dit zal het gebied wat minder stenig maken, en daardoor voor de Alexanderknoop een licht verkoelend effect hebben. Dit geldt voor beide alternatieven. In het Lage Land veranderd met lichte verdichting en lichte vergroening niet

59

zoveel wat betreft hitte. Voor de Boszoom geldt voor alternatief Spreiden dat de situatie enigszins verslechtert; er wordt verdicht en dat wordt niet volledig gecompenseerd door groen- of wateringrepen. De Boszoom scoort neutraal in het alternatief Concentrereren. In knopen als Kralingse Zoom en Feyenoord City wordt fors verdicht maar worden ook grote groeninvesteringen gepleegd, waardoor de situatie gelijk blijft. Voor De Esch verslechtert de situatie licht in alternatief Spreiden en sterk in het alternatief Concentreren, door de grote verdichting die er plaatsvindt. In Bloemhof en Hillesluis wordt kleinschalig vergroend, wat een licht positief effect heeft op het verminderen van hittestress. In Hart van Zuid verandert er nauwelijks wat in de plannen na 2030.

voorzieningen meer draagvlak door het toevoegen van nieuwe bewoners; dit geldt bijvoorbeeld in De Esch, waar de bestaande voorzieningenstructuur kwetsbaar is. In variant concentratie zullen nieuwe voorzieningen meer rond knooppunten gerealiseerd worden (Alexanderknoop, Kralingse Zoom, Stadionpark en Hart van Zuid). Dit is vooral gunstig voor stedelijke voorzieningen, waar veel mensen (ook uit de regio) gebruik van kunnen maken, en voor de mensen die nabij deze knopen wonen. Zo zal de Veranda, die nu een gebrek heeft aan dagelijkse voorzieningen nabij, sterk profiteren van nieuwe voorzieningen bij Feyenoord City. De toenemende ruimtedruk door verstedelijking maakt meervoudig gebruik en/of intensiever gebruik van voorzieningen noodzakelijk. Betaalbaarheid van maatschappelijke voorzieningen is een aandachtspunt; dit in meerdere mate voor variant concentratie dan voor de variant spreiding. Met de stijgende prijzen per vierkante meter dreigen bepaalde voorzieningen die door de markt moeten worden gerealiseerd buiten de boot te vallen. Sturing hierop is belangrijk in het vervolg om te zorgen dat alle benodigde voorzieningen er ook echt komen, zeker in de concentratievariant.

Voorzieningen Informatie over de voorzieningen (beschikbaarheid, afstand, bereikbaarheid e.d.) is opgenomen in de wijkmonitor. Met betrekking tot de voorzieningen het volgende worden waargenomen: • grosso modo ligt de tevredenheid over de voorzieningen ten zuiden van de Maas lager dan ten noorden van de Maas; • in de periode 2014-2022 is er voor beide delen van het studiegebied geen stijgende of dalende trend waarneembaar; • ten zuiden van de Maas ligt de beoordeling voor één wijk duidelijk lager dan voor de andere wijken; dit is Oud-IJsselmonde ; deze wijk is ook op de kaartbeelden zichtbaar met relatief negatieve beoordelingen.

5.3.3 Mobiliteit Verkeersveiligheid Het aantal door de politie geregistreerde verkeersgewonden in Rotterdam neemt de laatste jaren af. Dit is onder andere een gevolg van de Rotterdamse aanpak die zich vooral richtte op het aanpakken van black spots – locaties waar veel ongelukken gebeuren. Ondanks deze daling is het aantal verkeersslachtoffers, ca 1.000 in 2020, te hoog. Vooral voetgangers, fietsers, bromfietsers en snorfietsers zijn kwetsbaar en dan met name jongeren en ouderen. Op hoofdlijnen zijn er drie ontwikkelingen die effect hebben op het aantal verkeersslachtoffers in de autonome situatie: 1. Door de groei van de stad zal ook de mobiliteit voor alle verkeersmodaliteiten groeien. Als de groei van de stad wordt gerealiseerd door een verdere verdichting en zonder aanvullende maatregelen, neemt de beschikbare ruimte voor verkeer af; modaliteiten komen letterlijk dichter bij elkaar te rijden. Het wordt drukker met meer kans op ontmoetingen tussen verschillende vervoerswijzen en daardoor mogelijk meer ongevallen met ernstige afloop. 2. Meer ouderen in het verkeer. Ouderen zijn kwetsbaarder dan jongeren. Een ongeval waar een oudere bij betrokken is zal daarom eerder tot een gewonde leiden dan een ongeval met een jongere. Daarnaast kennen ouderen een verminderende rijvaardigheid en gevaarherkenning door afnemende functiestoornissen. 3. Technologische ontwikkelingen.

Nu al zijn veel nieuwe auto’s (en soms fietsen!) voorzien van slimme veiligheidssystemen die communiceren met andere weggebruikers en de rijsnelheid in toom houden. Voorbeelden zijn adaptieve

Alternatief Spreiden De nieuwe voorzieningen die in A-Z gerealiseerd worden komen ook ten goede aan bewoners van de bestaande, omliggende wijken. Tegelijkertijd krijgen bestaande voorzieningen meer draagvlak door het toevoegen van nieuwe bewoners; dit geldt bijvoorbeeld in De Esch, waar de bestaande voorzieningenstructuur kwetsbaar is. In variant spreiding ontstaat een fijnmazigere spreiding van voorzieningen, hierdoor kunnen ook huidige knelpunten in bestaande wijken zoals De Esch beter worden opgelost. De toenemende ruimtedruk door verstedelijking maakt meervoudig gebruik en/of intensiever gebruik van voorzieningen noodzakelijk. Betaalbaarheid van maatschappelijke voorzieningen is een aandachtspunt; dit geldt in mindere mate voor de variant spreiding dan voor de variant concentratie. Met de stijgende prijzen per vierkante meter dreigen bepaalde voorzieningen die door de markt moeten worden gerealiseerd buiten de boot te vallen. Sturing hierop is belangrijk in het vervolg, om te zorgen dat alle benodigde voorzieningen er ook echt komen. Alternatief Concentreren De nieuwe voorzieningen die in A-Z gerealiseerd worden komen ook ten goede aan bewoners van de bestaande, omliggende wijken. Tegelijkertijd krijgen bestaande

60

cruisecontrol en ISA. ISA zorgt ervoor dat het moelijker wordt of zelfs onmogelijk om op wegen harder te rijden dan wettelijk is toegestaan. Na 2030 is het wagenpark verhoudingsgewijs merendeels voorzien van dergelijke systemen. Deze technische innovaties kunnen een positief effect hebben op de verkeersveiligheid. Hoe groot de effecten de komende twintig jaar kunnen zijn van elk van deze ontwikkelingen op de verkeersonveiligheid is moeilijk aan te geven. Per saldo is het de verwachting dat deze ontwikkelingen op het schaalniveau van heel Rotterdam elkaar opheffen. Dat betekent dat verkeersveiligheidssituatie in de autonome situatie niet verbetert en hetzelfde wordt beoordeeld als in de huidige situatie.

Alternatieven In alternatief Spreiden is gekozen voor verdichting binnen de bestaande stad en meer gespreid. Tegelijkertijd is er meer ruimte voor voetgangers en fietsers, voorzieningen nabij, en wordt het ov sterk verbeterd (o.a met het doortrekken van de tram van Kralingse Zoom naar de Alexanderknoop). Dit zorgt ervoor dat bovenop de autonome groei van schone voertuigen nog meer schone verplaatsingen plaatsvinden, omdat meer mensen voor andere modaliteiten dan de auto kiezen. In alternatief Concentreren is gekozen voor een nog stevigere verdichting binnen de bestaande stad. Tegelijkertijd komt er meer ruimte voor voetgangers en fietsers, voorzieningen nabij, en wordt het ov verbeterd (minder fors dan in alternatief Spreiden; geen tram tussen Krralingse Zoom en Alexanderknoop). Dit zorgt ervoor dat bovenop de autonome groei van schone voertuigen nog meer schone verplaatsingen plaatsvinden, omdat meer mensen voor andere modaliteiten dan de auto kiezen.

Alternatief Spreiden In het alternatief Spreiden wordt de stad verder verdicht, en tegelijkertijd krijgen fietsers, voetgangers en ov een prominentere plek. Voorzieningen komen meer in de nabijheid, waardoor het nog gemakkelijk wordt om de auto te laten staan en een andere modaliteit te gebruiken. Er komen echter wel veel mensen bij, wat betekent dat het aantal autobewegingen grofweg hetzelfde zal blijven als dat op dit moment het geval is. Het anders inrichten van straten met meer ruimte voor fiets en voetganger – en waar de auto minder hard rijdt – is positief voor de verkeersveiligheid. Als er al een ongeval plaatsvindt, is de afloop naar verwachting minder erg.

Bereikbaarheid Om de bereikbaarheid te duiden is gekeken naar herkomst-bestemmingsrelaties. Deze geven aan hoe lang het duurt om van één punt naar een ander punt te komen. Dit is gedaan voor de modaliteiten auto, ov en fiets voor een aantal maatgevende punten in het studiegebied en daarnaast ook Den Haag Centraal. De reistijdverschillen zijn berekend en gemiddeld voor elk punt als herkomst, en voor elk punt bestemming. De cijfers geven aan hoeveel sneller of langzamer je vanuit een punt gemiddeld naar al die andere punten komt, of hoeveel sneller of langzamer je gemiddeld vanuit de andere punten naar dat punt komt. De reistijdwinsten of -verliezen zijn berekend in minuten.

Alternatief Concentreren In het alternatief Concentreren wordt de stad verder verdicht – nog meer dan in de spreidingsvariant, en tegelijkertijd krijgen fietsers, voetgangers en ov een meer prominentere plek. Voorzieningen komen meer in de nabijheid, waardoor het nog gemakkelijk wordt om de auto te laten staan en een andere modaliteit te gebruiken. Er komen echter wel veel mensen bij, wat betekent dat het aantal autobewegingen grofweg hetzelfde zal blijven als dat op dit moment het geval is. Het anders inrichten van straten met meer ruimte voor fiets en voetganger – en waar de auto minder hard rijdt – is positief voor de verkeersveiligheid. Als er al een ongeval plaatsvindt, is de afloop naar verwachting minder erg.

De referentiesituatie in 2040 (inclusief al meer dan de helft van het totale verstedelijkingsprogramma van A-Z) is vergeleken met twee varianten. Allereerst gaat het om het voorkeursmodel uit de MIRT-verkenning oeververbindingen, met een nieuw station stadionpark en een nieuwe brug met een HOV-tram tussen Zuidplein en Kralingse Zoom. Daarnaast hebben is gekeken naar een duurtrekking van de tram naar de Alexanderknoop (in alternatief Spreiden). De verstedelijking wijkt in het verkeersmodel (MIRT voorkeursmodel en pakket A-Z) iets af van de alternatieven Spreidenen Concentreren. De cijfers laten zien dat voor de herkomst-bestemmingsrelaties niet zozeer de verstedelijking effect heeft op de reistijden, maar vooral de mobiliteitsingrepen..

Schone verplaatsingen Schone verplaatsingen zijn gedefinieerd als verplaatsingen met schone motorvoertuigen, OV, fiets (elektrisch en niet-elektrisch) en lopen. Er is sprake van een geleidelijke groei van het aandeel schone verplaatsingen. Deze wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door meer fietsgebruik (elektrisch en niet-elektrisch). Op de langere termijn is een verdergaande verschoning van de verplaatsingen te verwachten, met name door de verdergaande elektrificatie van het autopark, de groei van het fiets- en OV-gebruik en het weren van oude, vervuilende auto’s. Autonoom wordt de situatie dus beter.

Alternatief Spreiden In alternatief Spreiden zijn een station Stadionpark, een brug en een HOV-tramlijn van Zuidplein via Kralingse Zoom naar station Rotterdam Alexander opgenomen. Dit zorgt voor zeer forse reistijdverbeteringen voor het openbaar vervoer, zeker voor bepaalde deelgebieden. Zo gaan Het Lage Land, de Boszoom, Feyenoord City en

61

Bloemhof en Hillesluis er flink op vooruit. In andere deelgebieden verbeteren de reistijden ook, maar iets minder sterk. Den Haag Centraal wordt beter bereikbaar vanuit A-Z; zo’n 6 minuten reistijdwinst. Het is een indicatie dat met de voorgestelde ingrepen dit deel van A-Z sterker wordt aangetakt op de Randstad. Ook voor fietsers worden reistijden korter; dit geldt het meest voor Feyenoord City, maar zeker ook voor De Esch en Bloemhof en Hillesluis. Ook voor alle andere gebieden zien we een verbetering. Dit heeft uiteraard te maken met de nieuwe brug, die Noord en Zuid verbindt. Voor automobilisten blijft de reistijd grofweg hetzelfde, maar verbetert heel erg licht voor Bloemhof en Hillesluis, Feyenoord City en De Esch, waarschijnlijk als gevolg van de mogelijkheid die de nieuwe stadsbrug (beperkt gebruik door auto’s) biedt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=1ed163dc-615c-4631-a061-0eb1fb1e5f27