CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb003390] Bijlage 2A behorende bij 23bb003399 over Aanvulling ROER Verstedelijking Oostflank

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 14 juni 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Herziening Omgevingsvisie Oostflank42.907 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

4.1.2 Deelgebieden en bouwstenen Het plangebied is op basis van ruimtelijke kenmerken opgedeeld in de volgende deelgebieden: • Alexanderknoop • Het Lage Land • Boszoom • Kralingse Zoom • De Esch • Feyenoord City • Bloemhof/Hillesluis • Hart van Zuid.

De al in de omgevingsvisie opgenomen keuzes voor de verstedelijkingsopgave en de principes van de omgevingsvisie (met ‘goede groei’ als kernbegrip) zijn als uitgangspunt en kader gehanteerd. Met de bouwstenen die nu zijn benoemd, de referentiesituatie en de alternatieven die daarop zijn gebaseerd zijn de ‘redelijkerwijs te beschouwen alternatieven’ (de wettelijke verplichting voor een MER) in beeld.

23

Voor de bouwstenen is het uitgangspunt voor deze Aanvulling ROER dat de verstedelijking zal plaatsvinden op basis van de vigerende wet- en regelgeving. Dat houdt in dat de te bouwen woningen zullen voldoen aan de kwaliteitseisen (energiegebruik), maar dat in de twee alternatieven nog geen rekening is gehouden met locatiespecifieke vereisten op het vlak van water en bodem.

In het milieueffectrapport oeververbinding en HOV is beschreven welke overwegingen hebben geleid tot het voorkeursalternatief voor de oeververbinding plus OV, en hoe de milieugevolgen hierin zijn meegewogen. Dit voorkeursalternatief MIRT is onderdeel van de ontwerp-herziening van de Omgevingsvisie Rotterdam. In de NRD verstedelijking A-Z zijn twee modellen voor verstedelijking beschreven; één gekoppeld aan een oeververbinding uitgaande van een nieuwe metroverbinding en één gekoppeld aan een stadsbrug met een nieuwe tramverbinding. Na de afspraken over het voorkeursalternatief MIRT-verkenning oeververbindingen regio Rotterdam, is voor beide beschouwde verstedelijkingsalternatieven in deze Aanvulling ROER verstedelijking A-Z uitgegaan van alleen een nieuwe stadsbrug en hoogwaardige tramverbinding. Door de gekozen stadsbrug en tramverbinding als uitgangspunt te nemen voor beide alternatieven voor de verstedelijking kunnen de effecten van de verstedelijking worden onderzocht zonder bandbreedte in de effecten van de oeververbinding. Tussen de twee alternatieven is er wel een verschil: bij alternatief Spreiden wordt de tram doorgetrokken van Kralingse Zoom via de Boszoom en Het Lage Land naar de Alexanderknoop. Bij alternatief Concentreren loopt de tramverbinding van Zuidplein tot Kralingse Zoom, waarna kan worden overgestapt op de bestaande metro.

Deze werkwijze is mogelijk doordat bij het onderzoek naar de effecten van de oeververbinding al rekening is gehouden met twee varianten voor de verstedelijking Deze varianten voor de verstedelijking sluiten aan bij de varianten hoog en laag die al in het ROER voor de omgevingsvisie zijn beschouwd. In deze Aanvulling ROER worden de effecten beschreven van de verstedelijking, uitgaande van een nieuwe stadsbrug en HOV-tramkwaliteit, ten opzichte van de referentiesituatie zonder nieuwe oeververbinding.

Subvarianten ‘bodem en water sturend’ Op basis van de adviezen van de Commissie m.e.r. en de DCMR is ervoor gekozen te analyseren of vanuit het principe van ‘bodem en water sturend’ een andere invulling van de deelgebieden wenselijk zou zijn en zo ja, wat dan de inhoud van die invulling zou zijn. Deze analyse met aanvullende bouwstenen (subvarianten) is opgenomen in hoofdstuk 8. Uitwerking van de alternatieven In de periode van het opstellen van de NRD was er al wel zicht op een aantal bouwstenen, maar waren de alternatieven nog niet concreet ingevuld. Na de publicatie van de NRD zijn de bouwstenen en de alternatieven verder uitgewerkt. Hierbij zijn ook de onderstaande ontwikkelingen en voortgang van het proces meegenomen. Feyenoord City geen onderdeel autonome ontwikkeling Na het publiceren van de NRD heeft de Raad van State een uitspraak gedaan over het Bestemmingsplan Feyenoord City. De strekking van die uitspraak was dat het bestemmingsplan is vernietigd. Het gevolg daarvan was dat de ontwikkeling van Feyenoord City geen onderdeel meer kan zijn van de referentiesituatie. Dit heeft ertoe geleid dat de Aanvulling ROER ook een (nieuw) kader moet vormen voor een nieuw bestemmingsplan voor Feyenoord City. Om dat besluit mogelijk te maken zijn in de alternatieven ook bouwstenen opgenomen voor het deelgebied Feyenoord City.

Stadsbrug met hoogwaardige tram als uitgangspunt in de alternatieven In het kader van de MIRT-Verkenning Oeververbindingen regio Rotterdam is door de betrokken overheden (naast de gemeente Rotterdam zijn dat het rijk, de provincie Zuid-Holland en de MRDH) een voorkeursalternatief vastgesteld (figuur 4.2). Dit voorkeursalternatief voor de oeververbinding bestaat uit een multimodale brug voor tram, fiets en (in beperkte mate) autoverkeer. Een belangrijke conclusie uit de MIRT-onderzoeken is dat er voor een metro door het gebied onvoldoende vraag is: een metro levert, ook bij de voorgenomen verstedelijking in A-Z, te veel capaciteit. Het aantal te verwachten reizigers is onvoldoende ten opzichte van de capaciteit van een metro.

24

integrale alternatieven te onderzoeken die bestaan uit combinaties van de varianten van de oeverbindingen en varianten voor de verstedelijking.

4.2. Referentiesituatie

Voor de referentiesituatie is voor de autonome ontwikkelingen in het stedelijk gebied uitgegaan van vastgestelde ruimtelijke plannen. Dat betekent dat ontwikkelingen – zoals de bouw van woningen – waarover reeds een besluit is genomen, maar die nog niet zijn gerealiseerd onderdeel zijn van de toekomstige situatie. Het nieuwbouwprogramma in de referentiesituatie is klein (tabel 4.1). Het gaat om verspreid gelegen relatief kleine projecten. Alleen in Kralingse Zoom speelt een wat grotere transformatie van bedrijven (kantoren) naar wonen. Tabel 4.1: Kencijfers referentiesituatie woningen deelgebied Alexanderknoop

m2 1595

0

0

0

Boszoom

0

55

0

2300

2106

0

0

0

0

1100

2713

0

0

0

0

1134

1000

0

Feyenoord City Bloemhof/Hillesluis Hart van Zuid

25

m2

750

De Esch

In de effectbepaling voor de bouwstenen van de verstedelijking is rekening gehouden met de effecten van de oeververbinding en de HOV-verbinding in de gebruiksfase, waarbij vooral geluid van belang is. Op basis van de uitgevoerde onderzoeken voor de MIRT-Verkenning Oeververbindingen regio Rotterdam is geconcludeerd dat de keuze voor de oeververbinding en de keuze tussen tram of metro niet afhankelijk is van de precieze locatie en omvang van de verstedelijking, binnen de bandbreedte zoals vastgesteld in de omgevingsvisie (en vice-versa). Er is daarom geen noodzaak

voorzieningen

Lage Land Kralingse Zoom

Figuur 4.1: Voorkeursalternatief voor de oeververbinding (bron: MIRT-Verkenning, notitie effecten voorkeursalternatief.)

aantal 768

arbeidsplaatsen

4.3. De twee alternatieven 4.3.1 De bouwstenen De alternatieven Concentreren en Spreiden zijn samengesteld uit bouwstenen per deelgebied. De inhoud van de bouwstenen bestaat uit (verschillende) aantallen woningen en ruimte voor werkgelegenheid en voorzieningen (tabel 4.2). Daarnaast zijn in de bouwstenen kwaliteitsmaatregelen opgenomen (tabel 4.3). Figuren 4.3 en 4.4 geven het overzicht van de alternatieven en de bouwstenen. De hieronder aangegeven aantallen voor woningen, arbeidsplaatsen en voorzieningen komen boven op de referentiesituatie. Tabel 4.2: Kerncijfers van de bouwstenen (blauw = Concentreren, groen = Spreiden, wit = beide alternatieven)

deelgebied Alexanderknoop Lage Land Boszoom Kralingse Zoom De Esch

26

arbeidsplaatsen

voorzieningen

bouwsteen AK1

aantal 8.000

m2 240.000

m2 38.000

AK2

7.680

240.000

38.000

LL 1

1.000

0

0

LL 2

1.500

0

0

BZ 1

0

10.000

8.000

BZ 2

1.350

125.000

1.000

KZ

3.850

300.000

15.000

E1

5.000

140.000

27.000

E2

650

40.000

3.000

FC Basis

4.750

60.000

11.000

FC Plus

10.000

65.000

20.000

Bloemhof/Hillesluis

B/H

300

11.500

0

Hart van Zuid

HvZ

0

0

0

Feyenoord City

Figuur 4.2: Referentiesituatie

woningen

Tabel 4.3: Kwaliteitsmaatregelen in de bouwstenen (blauw = Concentreren, groen = Spreiden, wit = beide alternatieven) deelgebied bouwsteen Kwaliteitsmaatregelen / vergroenen

AK 1

Alexanderknoop AK 2

LL 1 Lage Land LL 2

BZ 1 Boszoom BZ 2

Kralingse Zoom

De Esch

KZ

E1

deelgebied

bouwsteen

E2

Ontwikkeling sterk centrum met eigenheid; Stadsproject / vergroenen Alexanderplein; Herinrichting / vergroenen Pr. Alexanderlaan; Nieuwe onderdoorgang spoor; Herinrichting / vergroenen Hoofdweg Ontwikkeling sterk centrum met eigenheid; Stadsproject / vergroenen Alexanderplein; Herinrichting / vergroenen Pr. Alexanderlaan; Nwe onderdoorgang spoor; Herinrichten/ vergroenen Hoofdweg Doorgetrokken HOV-verbinding tussen Kralingse Zoom en station Alexander Herinrichting en vergroening Pr. Alexanderlaan; Upgrade en vergroenen hoofdlanen. Herinrichting en vergroening Pr. Alexanderlaan; Prinsenlaan wordt Bos-as met doorgetrokken HOV tussen Kralingse Zoom en station Alexander incl. upgrade Prinsenpark. Toegang tot Kralingse Bos noordoostzijde en verbinding Rotte/Hillegersberg; Upgrade bufferzone A16 (LV en ecologisch groen); Sportcomplex van de Toekomst; Verbeteren onderdoorgangen A16, Prinsenlaan wordt Bos-as met HOV; Incl. verbeteren toegang tot Kralingse Bos; Upgrade bufferzone A16 (LV en ecologisch groen).

Herinrichting Boszoom inclusief doorgetrokken HOV tussen Kralingse Zoom en station Alexander Ontwikkeling sterk centrum met eigenheid, aantrekkelijke buitenruimte en goede voorzieningen voor fietsers en voetgangers; Doortrekken 'plaza' Erasmus Universiteit naar Brainpark aan oostzijde en naar Excelsior aan westzijde; Upgrade bufferzone A16 (LV en ecologisch groen); Herinrichting en vergroenen Abraham van Rijckevorselweg; Herinrichting Burg. Oudlaan als centrale groene as: kwalitatieve groene verbinding tussen Kralingse Bos en Rivierpark/Oude Plantage Nw rivierpark van nw getijdepark De Esch tot en met park Oude Plantage; Herinrichting en vergroenen Abraham van Rijckevorselweg;

FC Basis

Feyenoord City

FC Plus

Bloemhof/ Hillesluis

B/H

Hart van Zuid

HvZ

Kwaliteitsmaatregelen / vergroenen Nw rivierpark van nw getijdepark De Esch tot en met park Oude Plantage; Herinrichting en vergroenen Abraham van Rijckevorselweg; Ontwikkeling sterk centrum met eigenheid: station Stadionpark met, (deel-) mobiliteitshub en aantrekkelijke stationsomgeving, Rivierpark Feyenoord City Versterken (groene) verbinding tussen Hillesluis en rivierpark Feyenoord City Uitbreiden Rondje Stadionpark richting Oostdijk/Ringdijk Versmallen spoorbundel door verplaatsen opstelterrein Ontwikkeling sterk centrum met eigenheid: station Stadionpark met, (deel-) mobiliteitshub en aantrekkelijke stationsomgeving, Rivierpark Feyenoord City Aanleg park op nieuwe overkluizing spoor; Versterken (groene) verbinding tussen Hillesluis en rivierpark Feyenoord City; Uitbreiden Rondje Stadionpark richting Oostdijk/Ringdijk; Versterken (groene) verbinding tussen Hillesluis en rivierpark Feyenoord City Herinrichting / vergroenen Strevelsweg; Herinrichting / vergroenen Riederlaan, Groene Hilledijk en Beijerlandselaan. Herinrichting / vergroenen Strevelsweg

4.3.2 Alternatief Concentreren Dit alternatief gaat uit van een hoog programma, van zo’n 28 duizend woningen (boven op de referentiesituatie van 6.000 woningen), naast arbeidsplaatsen en voorzieningen. Het grootste deel van de verstedelijkingsopgave wordt geconcentreerd op de stedelijke centra: Alexanderknoop, Kralingse Zoom, De Esch en Feyenoord City. Bij de knopen wordt, naast woningen, ook ruimte geboden voor een toename in arbeidsplaatsen. Op de Alexanderknoop en Kralingse Zoom zal ruimte blijven voor kantoren, bij Feyenoord City wordt de focus gelegd op andere typen werkgelegenheid. Ook in De Esch wordt flink verstedelijkt. In dit alternatief worden de bestaande bedrijventerreinen Hoofdweg/Koperstraat en Stadionweg getransformeerd naar woongebied. Bij dit alternatief wordt uitgegaan van een tramverbinding van Zuidplein tot de Kralingse Zoom.

27

Daarnaast wordt op de knopen een concentratie van regionale en/of stedelijke voorzieningen voorzien. In de stedelijke centra wordt volop ingezet op een aantrekkelijke openbare ruimte voor voetgangers en fietsers. Autoverkeer wordt binnen de centra teruggedrongen en wordt zoveel mogelijk aan de randen afgevangen.

woonwijken in Het Lage Land. In Het Lage Land wordt een belangrijk deel van de inbreiding gerealiseerd op en rondom het winkelcentrum, waar de tram langsrijdt. Ook bij dit model zijn de randvoorwaardelijke ingrepen / kwaliteitsverbeteringen in het gebied o.a. de aanleg van een nieuw rivierpark ter hoogte van de Esch, het verbeteren van het fiets- en voetgangersnetwerk in het gebied en het verminderen van de barrière van wegen en spoorwegen.

In dit alternatief blijft de Boszoom nagenoeg vrij van verstedelijking. Het bestaande sportcluster wordt wel versterkt en efficiënter gebruikt door het concept ‘sportcomplex van de toekomst’ toe te passen. Ook wordt er ruimte gemaakt om de sportclubs van het complex Toepad te huisvesten.

Tram tussen Kralingse Zoom en Alexanderknoop In alternatief Spreiden is het doortrekken van de hoogwaardige tramverbinding van Kralingse Zoom naar de Alexanderknoop opgenomen. De aanleg van dit deze tramlijn is niet onderzocht in de MIRT-Verkenning oeververbindingen regio Rotterdam. Bij de beschouwing van de effecten van de bouwstenen is wel rekening gehouden met de aanwezigheid van de tram.

Randvoorwaardelijke ingrepen / kwaliteitsverbeteringen in het gebied zijn o.a. de aanleg van een nieuw rivierpark ter hoogte van de Esch, het verbeteren van het fietsen voetgangersnetwerk in het gebied en het verminderen van de barrière van wegen en spoorwegen. Onderdeel van dit alternatief is een overkluizing van de spoorlijn in Feyenoord City.

4.3.3 Alternatief Spreiden Dit alternatief gaat uit van een minder hoog programma, ongeveer 20 duizend woningen boven op de referentie van 6.000 woningen, met meer spreiding van het programma. Enkele bouwstenen Kralingse Zoom, Alexanderknoop) zijn in dit alternatief (qua programma) gelijk aan het alternatief Concentreren. In de Alexanderknoop blijft bij dit alternatief een deel van het bedrijventerrein Hoofdweg/Koperstraat bestaan, net als een deel van het bedrijventerrein Stadionweg bij Feyenoord City. Bij dit alternatief wordt de tram doorgetrokken van de Kralingse Zoom tot aan de Alexanderknoop. Het grootste deel van de verstedelijkingsopgave is geconcentreerd op de stedelijke centra: Alexanderknoop, Kralingse Zoom en Feyenoord City, maar in vergelijking met het alternatief Concentreren is de omvang kleiner. Hier wordt, naast woningen, ook ruimte geboden aan een toename in arbeidsplaatsen. Op de Alexanderknoop en Kralingse Zoom zal ruimte blijven voor kantoren, in Feyenoord City wordt de focus gelegd op andere typen werkgelegenheid. Daarnaast wordt op de knopen een concentratie van regionale en/of stedelijke voorzieningen voorzien. In de stedelijke centra wordt volop ingezet op een aantrekkelijke openbare ruimte voor voetgangers en fietsers, maar ook autoverkeer houdt een plek in deze verstedelijkingsvariant.

De rest van de verstedelijkingsopgave wordt in dit alternatief verspreid over het gebied, veelal gekoppeld aan de tramverbinding die doorloopt tot aan de Alexanderknoop: beperkte toename van woningen in de Esch, een nieuwe woonwijk op de kop van de Prinsenlaan langs de Boszoom en toevoeging van woningen in de bestaande

28

Concentreren

Spreiden

AK 2

AK 1 BZ2

BZ1

LL2

LL1

KZ

KZ

E1

E2

B/H

B/H

Hv Z

Hv Z

FCPlu s

Figuur 4.3: Alternatief Concentreren

Figuur 4.4: Alternatief Spreiden

29

FCBasis

Effecten en beoordeling van de bouwstenen 5.1. Goede omgevingskwaliteit 5.1.1 Bodem Bodem- en grondwaterverontreiniging De bodemkwaliteitskaart van Rotterdam (Nota Bodembeheer, DCMR 2013, zie figuur 5.1) geeft een indicatie van de huidige, gemiddeld verwachte bodemkwaliteit op gebiedsniveau (ruimtelijke eenheden). In het plangebied A-Z varieert de gemiddelde bodemkwaliteit van de bovengrond (0-1,0 m-mv) tussen de klassen natuur/landbouw, wonen, industrie en “verontreinigd” (zie onderstaande figuur). Verder zijn een aantal locaties bekend vanwege (ernstige) bodemverontreinigingen, zoals voormalige stortplaatsen en loswallen. Bij ontwikkelingen dient altijd te worden nagegaan middels bodemonderzoek of de locatie geschikt is voor het toekomstig gebruik, bijvoorbeeld voor ‘wonen met tuin’. Wanneer de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem een belemmering vormt voor het toekomstig gebruik dan dient de bodem gesaneerd te worden. Bij (her)ontwikkeling vindt daarnaast indien nodig een functiegerichte verbetering van de grond plaats in met name de bovengrond (contactzone) of leeflaag. De BKK-verschillenkaart geeft aan in welke gebieden (ruimtelijke eenheden) gemiddeld gezien nog een verbetering van de bodemkwaliteit wenselijk is, omdat de gemiddelde indicatieve bodemkwaliteit (0-1,0 m-mv) negatiever is dan de functieklasse in dezelfde ruimtelijke eenheid.

Het gaat daarbij om de paars gekleurde gebieden op de BKK-verschillenkaart. In het plangebied A-Z zijn Alexanderknoop, Kralingse Zoom, de Esch en Bloemhof-Hillesluis de belangrijkste aandachtsgebieden.

Figuur 5.1: Bodemkwaliteitskaart 0-1,0 m-mv

De staat van de bodemkwaliteit wordt in de referentiesituatie als redelijk beoordeeld, zowel voor Rotterdam als geheel als voor A-Z. Verspreid zijn er knelpunten en door autonome verstedelijking worden ambities voor een schonere bodem geleidelijk aan steeds meer gehaald. In algemene zin zal door verdichting en vergroening het gebied waar in Rotterdam en in het plangebied A-Z de bodemkwaliteitsklasse overeenkomt met de functie in 2030 enigszins in de referentiesituatie toenemen ten opzichte van de huidige situatie.

Daarnaast zijn Alexanderknoop, Kralingse Zoom, De Esch en Feijenoord City gebieden waar ook voormalige stortplaatsen en loswallen met baggerspecie worden aangetroffen. Op enkele locaties in Feijenoord City en in de Esch zijn er bovendien nog spoedeisende bodemverontreinigingen te verwachten. In de deelgebieden zijn geen spoedeisende gevallen van ernstige verontreiniging in het grondwater bekend. De voormalige gasfabriek Feijenoord valt buiten het plangebied van A-Z, maar vormt nog wel een aandachtspunt indien ontwikkelingen daar vlakbij plaatsvinden. Binnen A-Z worden hooguit kleinere locatie specifieke verontreinigingen in het grondwater verwacht.

30

‘wonen’ plaatsvindt. In het oostelijk deel van de Alexanderknoop voldoet de gemiddelde bodemkwaliteit al aan de bodemfunctie, waardoor verdichting daar tot een minder grote verbetering van de bodemkwaliteit leidt. Ook in de Kralingse Zoom voldoet de gemiddelde bodemkwaliteit nog niet aan de functie wonen. De verstedelijking leidt tot het veranderen van Brainpark 1, 2 en 3 + Victoriapark in een omgeving voor gemengd wonen en werken. Daarbij worden veel woningen toegevoegd in het gebied, een flinke toename ten opzichte van de referentiesituatie. Daarom wordt daar een positief effect verwacht op de bodemkwaliteit. In De Esch voldoet de gemiddelde bodemkwaliteit binnen een groot deel van het gebied evenmin aan de functie wonen. Daarnaast zijn daar een groot aantal baggerspecieloswallen aanwezig. Bij de verdichtingsopgave is verbetering van de bodemkwaliteit gewenst en moeten verontreinigingen afdoende worden gesaneerd. In de Esch wordt tevens voorzien in het aanleggen van een nieuw rivierpark. In polder De Esch is sprake van sterk verontreinigde grond als gevolg van een aanwezige baggerspecieloswal. Voor het beoordelen van het effect van de aanleg van het rivierpark op de bodemkwaliteit is het relevant of de polder hiervoor (deels) moet worden ontgraven en/of opgehoogd. Het is ook mogelijk dat de huidige maaiveldsituatie min of meer in stand wordt gehouden.

Het effect op de bodemkwaliteit kan pas worden beoordeeld in de fase van planuitwerking, wanneer het ontwerp van het rivierpark en de wijze van aanleg in beeld is. Binnen een groot deel van Bloemhof-Hillesluis is de gemiddelde bodemkwaliteit negatiever dan de woonfunctie. Daarom kan verdichting ook daar tot een functiegerichte verbetering van de bodemkwaliteit leiden. Fysische bodemkwaliteit Rotterdam en het plangebied A-Z is gedurende duizenden jaren opgebouwd uit verschillende sedimenten door afwisselende afzettingsmilieu ’s, onder invloed van de rivier (zand en klei), de zee (klei) en moerassen (veenvorming). Fysische bodemkwaliteit gaat over fysische eigenschappen zoals draagkracht en doorlatendheid van de bodem. De bovenste laag betreft de antropogene laag, die in het stedelijk gebied beinvloed is door menselijke ingrijpen, zoals ophoging, ondergrondse infrastructuur en bodemverbetering. Deze laag is sterk wisselend van samenstelling en doorlatendheid. De daaronder aanwezige holocene deklaag bestaat voornamelijk uit klei en veen en heeft in het algemeen een slechte doorlatendheid. De dikte varieert tussen 5 en 25 meter. Hieronder ligt het eerste watervoerende pakket. De top van dit pakket ligt op NAP-15 à -20 meter en de dikte varieert van 10 tot 20 meter. Deze laag bestaat uit zand en grind en is zeer doorlatend.

Onder dit pakket ligt vanaf NAP-25 à 35 meter de (eerste) slecht doorlatende laag, welke in Rotterdam relatief dun is (minder dan 5m). Het tweede watervoerende pakket is weer een goed doorlatende laag met een dikte variërend van 30 tot 100 meter.

Figuur 5.2: Verschil tussen de bodemkwaliteitsklasse van 0 tot 1 m-mv en de bodemfunctieklasse binnen de Ruimtelijke Eenheden uit de Bodemkwaliteitskaart van Rotterdam

Verstedelijking in A-Z leidt in het algemeen tot positieve effecten op bodem- en grondwaterverontreiniging en draagt daarmee in positieve zin bij aan het doelbereik. Dat geldt met name voor de deelgebieden Alexanderknoop, Kralingse Zoom, de Esch en Bloemhof-Hillesluis. Binnen het westelijk deel van het gebied Alexanderknoop, ten westen van de Prins Alexanderlaan, voldoet de gemiddelde bodemkwaliteit nog niet aan de functie wonen. De geplande verdichting leidt daar tot een significante verbetering van de bodemkwaliteit wanneer bij ontwikkelingen grond wordt toegepast die geschikt is voor de functie wonen en wanneer locatie specifieke verontreinigingen worden gesaneerd. Er zijn ook een tweetal voormalige stortplaatsen bekend die afdoende gesaneerd moeten worden wanneer herontwikkeling met functieverandering naar

31

De slappe, samendrukbare bodemlagen leiden, in combinatie met (periodieke) ophogingen met zand, bebouwing en verlagingen van grondwaterpeilen tot bodemdaling en versnellingen van de bodemdaling. De bodem in A-Z daalt met gemiddeld 0,5 tot 1 cm per jaar.

Door een relatief beperkte autonome verstedelijking is in veel deelgebieden sprake van een neutraal tot negatief effect van ruimtelijke ontwikkelingen op bodemdaling. In Kralingse Zoom en in Hart van Zuid is zelfs sprake van een significant negatief effect, vanwege de vele, reeds lopende bouwplannen in die deelgebieden. Al met al blijft de situatie in A-Z met betrekking tot de fysische bodemkwaliteit matig. Er zijn nog redelijk wat knelpunten, en ambities om bodemdaling tegen te gaan worden bijna nergens gehaald. Verstedelijking in A-Z leidt tot negatieve effecten op de fysische bodemkwaliteit, vanwege verdergaande en een versnellende bodemdaling. In Kralingse Zoom en in de Esch nog meer dan in de andere deelgebieden van A-Z. De zone vanaf het Brainpark Rotterdam Kralingen tot en met het station Kralingse Zoom is namelijk een zone waar de hoogste zettingssnelheid in A-Z voorkomt (tot 1, 15 cm/jaar). In alle deelgebieden bevinden zich slappe en daarmee zettingsgevoelige veenlagen in de ondergrond, maar op noord zijn die veelal dikker dan op zuid. Het relatief diep gelegen Alexanderpolder is dus een gebied waar bodemdaling een belangrijk aspect is. Bovendien is dit kwelgebied zeer opbarst gevoelig voor grondwater, er kan niet zomaar ontgraven worden zonder extra maatregelen te nemen. Dat geldt zowel voor Alexanderknoop, als voor Lage Land en de Boszoom.

De relatief forse verdichtingsbouwstenen in Kralingse Zoom en in de Esch zullen ook daar voor een groot deel van die gebieden een verslechtering van de fysische bodemkwaliteit veroorzaken, met als resultaat een versnelling van de bodemdaling. Het negatieve effect van verdichting op bodemdaling is op Zuid over het algemeen minder groot.

5.1.2 Water Stedelijke watersystemen worden gekenmerkt door de aanwezigheid van riolering, grote hoeveelheden verhard landoppervlak en de productie van (vooral huishoudelijk) afvalwater. Het gecombineerde systeem van riool- en oppervlaktewater is in Rotterdam opgedeeld in hydraulische gebieden, waarbinnen het water onder natuurlijk verval afstroomt naar het laagste punt. Daartussen is weinig tot geen uitwisseling. Zo vallen de deelgebieden Alexanderknoop, Lage land en Boszoom samen in de hydaulische eenheid van Alexanderpolder. Kralingse Zoom en de Esch binnendijks vallen in de hydraulische eenheid Kralingen, Feijenoord City binnendijks behoort tot de eenheid IJsselmonde en Bloemhof-Hillesluis tot de eenheid Charlois-Feijenoord. Figuur 5.3: Zettingenkaart

Voor heel A-Z geldt dat er in de huidige situatie overal al sprake is van (soms hoge) zettingsgevoeligheid en bodemdaling. Die situatie wordt beoordeeld als matig.

32

wordt bereikt. Rotterdam ligt in het KRW-deelstroomgebied Rijn-West. Binnen het gebied A-Z ligt een deel van het KRW-waterlichaam de Nieuwe maas. De huidige waterkwaliteit varieert van matig tot negatief (Waterkwaliteitsportal 2023). In het plangebied A-Z zijn er zowel proces gestuurde als verblijftijd gestuurde watersystemen (zie figuur 5.5).

Figuur 5.4: Hydraulische gebieden

Oppervlaktewater (kwantiteit en kwaliteit) Plangebied A-Z bestaat voor ongeveer 5% uit oppervlaktewater. Maar de hoeveelheid oppervlaktewater is niet gelijkmatig over het plangebied verdeeld. Ten zuiden van de Nieuwe Maas is de hoeveelheid oppervlaktewater te klein. Het verhardingspercentage in A-Z is gemiddeld 50%. De sterkst verharde deelgebieden zijn Alexanderknoop. Bloemhof-Hillesluis en Hart van Zuid. De minst verharde deelgebieden zijn Boszoom (78% niet verhard) en De Esch (65% niet verhard). Door de hoge verhardingsgraad vindt inzijging, infiltratie van water in de bodem, vrijwel niet plaats. Om overbelasting van het oppervlaktewatersysteem en verdroging te beperken is er vanuit de waterschappen een compensatieverplichting voor verhardingstoenamen. Aanvullend geldt in Rotterdam een minimum bergingseis bij nieuwbouw (50 mm hemelwaterberging op de eigen kavel) en worden gemengde riolen vervangen door gescheiden stelsels (regenwater apart van afvalwater). Een aantal gebieden in de stad is gevoelig is voor slechte waterkwaliteit als gevolg van de hoge belasting met nutriënten door riooloverstorten. De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) beschermt de waterkwaliteit van alle wateren en stelt doelen om ervoor te zorgen dat de chemische en ecologische ‘goede toestand’ uiterlijk in 2027

Figuur 5.5: Procesgestuurde en verblijftijd gestuurde (gearceerd) wateren. Bron: Herijking Waterplan 2.

Deze beschrijven de potentieel haalbare waterkwaliteit. Bij procesgestuurde watersystemen (Alexanderknoop, Kralingse Zoom en de Esch) is het mogelijk door de relatief lange verblijftijd van het water (> 20 dagen) de waterkwaliteit te verbeteren via biologische processen mits de belasting voldoende laag is. De maximaal haalbare kwaliteit wordt nagestreefd door onderhoud- en inrichtingsmaatregelen (zoals de aanleg van natuurvriendelijke oevers (NVO’s)). Bij verblijftijd gestuurde

33

watersystemen (in de overige deelgebieden van A-Z) wordt de waterkwaliteit vooral bepaald door het inlaatwater. Hier valt vooral winst te behalen door de kwaliteit van het ingelaten water te verbeteren. In Rotterdam Zuid is daarom de Blauwe Verbinding ontwikkeld.

Hillesluis is gevoelig voor wateronderlast, omdat in periodes van droogte het grondwater diep wegzakt. Het kan leiden tot schade aan funderingen. Gebieden met een ontwateringsdiepte < 0,50 m zijn potentieel gevoelig voor wateroverlast. Dat lijkt het geval in delen van Lage Land en Kralingse Zoom. In natte periodes stijgt het grondwater en wordt de gemiddelde ontwateringsdiepte bijna overal in het plangebied A-Z minder dan 0,80 cm, en daarmee kwetsbaar voor langdurige of hevige neerslag. Er is dus weinig potentie voor sponswerking.

Hemelwater en afvalwater Klimaatverandering leidt tot meer droge zomers, waarbij de freatische grondwaterpeilen en oppervlaktewaterpeilen in de zomer uitzakken en rivierafvoeren laag zijn. Het risico op verzilting door kwel van brak water uit het 1e watervoerend pakket (WVP1) en indringing van zout water neemt hierdoor toe. Vooral de diepe polders in de deelgebieden Alexanderknoop, Lage Land en Boszoom zullen hier last van hebben. In deze deelgebieden is het raadzaam eventuele watercompensatie daar ruim te nemen. Klimaatverandering kan ook leiden tot wateroverlast. Wateroverlast kan zowel veroorzaakt worden door extreme neerslag en water op straat als door grondwaterfluctuaties door neerslag of droogte. De mate van overlast en de oorzaak van de overlast, is onder andere afhankelijk van gebied specifieke kenmerken zoals de hoogteligging, ontwateringsdiepte en opbouw van de bodem. Binnen A-Z bestaat de meeste kans op wateroverlast in de diepe polders bij Alexanderknoop, het Lage Land en Boszoom en in de gebieden met geringe ontwateringsdiepte in Bloemhof-Hillesluis en Hart van Zuid. In het kader van het Weerwoord Rotterdam is de stedelijke wateropgave opnieuw bepaald.

Dit is gedaan door te kijken in welke peilgebieden water op straat staat na een extreme regenbui van 100 mm in 2 uur (bij een dergelijke bui is het rioolstelsel volledig gevuld en zijn alle riooloverstorten verdronken; oppervlaktewater en riolering zijn één systeem geworden). Op basis van uitgevoerde modelberekeningen is vooral Bloemhof-Hillesluis een risicovolle buurt met een extra waterbergingsopgave als gevolg (RoSa-2019). Het afvalwater van het ten noorden van de Nieuwe Maas gelegen gedeelte van het gebied A-Z wordt voor het grootste deel verwerkt in de afvalwaterzuiveringsinstallatie (AWZI) Kralingseveer. De biologische capaciteit van AWZI Kralingseveer is op dit moment (2022) al voor 90% benut. Het afvalwater van het gedeelte van A-Z ten zuiden van de maas wordt verwerkt in AWZI Dokhaven. De toename van afvalwater zal in de autonome ontwikkeling al binnen enkele jaren de maximale biologische capaciteit van afvalwaterzuiveringsinstallatie Kralingseveer overschrijden.

In onderstaande figuur is de mate van kwel (blauw) of infiltratie (rood) vanuit het 1e watervoerend pakket in het diepe grondwater aangegeven.

Figuur 5.6: Kwel en infiltratie

Grondwater (kwantiteit en kwaliteit) Het ondiep grondwater speelt een belangrijke rol bij de sponswerking van het landschap. Gebieden waar ondiep grondwater dieper onder het maaiveld staat kunnen meer neerslag tijdelijk bufferen. Gebieden waar ondiep grondwater inzijgt naar diep grondwater, zijn het meest geschikt voor infiltratie, mits de bodem niet slecht doorlatend is. Klimaatverandering speelt daarbij een rol. Een gebied als Bloemhof-

Daaruit blijkt dat in de diep gelegen polders ten noorden van de Nieuwe Waterweg/Maas, zoals in Lage Land, relatief veel kwel optreedt. Dit water is vaak brak of zout van karakter. Dit water komt in het ondiep grondwater of het oppervlaktewater terecht en leidt daar tot verhoging van het zoutgehalte. In Alexanderknoop, Boszoom en de Esch is sprake van lichte kwel. Infiltratie beperkt zich op noord tot een

34

smalle strook buitendijks gebied langs de Nieuwe Maas (en de bodem van die waterloop) en tot een groter gebied bij Kralingen. Het gaat om lichte infiltratie. Alleen ter plaatse van de voormalige baggerspecieloswallen nabij Kralingse Zoom en de Esch is sprake van relatief grotere infiltratie. Op zuid kent vooral Bloemhof-Hillesluis lichte kwel. Diepe grondwaterkwaliteit wordt vooral bedreigd door grondwateronttrekkingen. De kwaliteit van het diepe grondwater staat onder druk door het zouter worden, doorslag van (historische) bodemverontreinigingen en door de injectie van niet schoon water. Gebieden met veel kwel én zout of brak water in het diepe grondwater zijn gevoelig voor verzilting.

• Overbelasting van het rioolsysteem bij een groot aanbod van water (bijvoorbeeld bij extreme neerslag). • Overbelasting van het oppervlaktewatersysteem bij een groot aanbod van hemelwater of afvalwater (langdurige neerslag). • Lage afvoer van het oppervlaktewatersysteem in perioden met weinig neerslag en daardoor het binnendringen van zout water. • Onvoldoende aanvulling van het ondiepe grondwater. • Lage grondwaterstand door lekkende rioleringen. • Onvoldoende aanvulling van het diepe grondwater.

Doorslaggevend voor het functioneren en voor de gezondheid van het toekomstige watersysteem zijn: • De effectieve verhardingstoename (of -afname). • De gerealiseerde ontmenging van vuile en schone waterstromen: bij nieuwbouw en rioolvervanging wordt gescheiden stelsel aangelegd. In de beoordeling van de referentiesituatie wordt ervan uitgegaan dat bij autonome ontwikkelingen het Rotterdamse beleid met betrekking tot de verwerking van hemelwater op eigen terrein en het aanleggen van gescheiden rioolstelsels ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd. De staat van het watersysteem varieert dan van matig tot redelijk. Alleen de Boszoom springt eruit: daar is de toestand van het water over het algemeen goed te noemen. Er is voldoende oppervlaktewater, weinig verharding en een beperkte belasting van het systeem.

Tabel 5.1: Oppervlaktes per deelgebied (in hectares) Deelgebied

V0 Referentie Verhard

Door verstedelijking zal in de meeste deelgebieden de verharding in A-Z gaan toenemen. Bij verhardingstoename is het realiseren van watercompensatie verplicht. Het heeft sterk de voorkeur watercompensatie uit te voeren in de vorm van oppervlaktewater. Nieuw aan te leggen verharding moet worden aangelegd conform de hemelwaterverordening (d.w.z. afgekoppeld). In sommige deelgebieden neemt de verharding af, bijvoorbeeld door transformatie van bedrijventerreinen naar gemengd wonen-werken, met meer ruimte voor vergroening. Op basis van de toekomstige woontypologieën is in december 2022 door Gemeente Rotterdam-SO een indicatieve inschatting gemaakt van de toekomstige verharding voor de beide ontwikkelmodellen en de huidige hoeveelheid oppervlaktewater. De uitkomsten van deze schatting zijn in onderstaande tabel samengevat. Bestaande, nog niet ingevulde, wateropgaven zijn hierin niet meegenomen. Ook is er nog geen rekening gehouden met watercompensatie in de vorm van nieuw oppervlaktewater. Op basis van deze tabel zijn vervolgens weer globale inschattingen gemaakt van de benodigde ruimte voor berging van water als gevolg van verstedelijking en klimaatverandering (zie verderop).

Water

V1/ V0,5_Concentratie

V2/ V0,5_Spreiding

Verhard

Verhard

Water

Water

Alexanderknoop

50,3

4,0

42,7

4,0

42,7

4,0

Lage Land

104,8

15,9

105,6

15,9

109,7

15,9

Boszoom

14,8

3,9

14,8

3,9

21,9

3,9

Kralingse Zoom

37,0

4,6

40,4

4,6

40,6

4,6

De Esch

54,5

14,0

62,3

14,0

63,2

14,0

Feyenoord City

52,3

2,9

63,5

2,9

63,5

2,9

Bloemhof/ Hillesluis

98,.2

1,0

97,8

1,0

97,8

1,0

Hart van Zuid

48,5

0,3

3,5

0,3

35,7

0,3

A-Z totaal

461,3

46,9

463,2

46,9

475,4

46,9

Toename van bebouwing en verharding leidt daarmee hoofdzakelijk tot negatieve effecten op het watersysteem. Vooral verstedelijken in Lage Land en Boszoom (model spreiden) en in de Esch en Feyenoord City (model concentreren) worden om die reden negatief beoordeeld. Realisatie van de bouwsteen voor een robuuste, groene

Toename van verstedelijking leidt tot een toename van:

35

en waterrijke Bos-as langs de Prinsenlaan biedt daarentegen kansen voor een sterke verbetering van het bodem- en watersysteem in het peilgebied Alexander. In Alexanderknoop, en Bloemhof-Hillesluis zijn de effecten relatief beperkt. De verstedelijking in Alexanderknoop leidt tot minder verharding en bedrijvigheid en meer afkoppeling van hemelwater en vergroening, terwijl de verstedelijking in BloemhofHillesluis relatief klein is en ook tot meer afkoppeling van hemelwater en vergroening zal leiden. De eis tot de aanleg van watercompensatie bij verhardingstoename of demping van oppervlaktewater is beleidsmatig goed verankerd zodat de ontwikkelingen in A-Z naar verwachting het oppervlaktewatersysteem niet zullen verslechteren. Naar verwachting zal watercompensatie in de toekomst steeds vaker moeten worden uitgevoerd als een mix van nieuw of te verbreden oppervlaktewater, droge berging en overige bergingsmaatregelen. De ontwikkelingen geven ook de kans in deelgebieden met weinig water de wateropgave in te vullen. In de deelgebieden Kralingse Zoom en Bloemhof-Hillesluis moet het oppervlaktewatersysteem worden versterkt.

Verkenning benodigde ruimte voor waterberging Bij de beoordeling van de bouwstenen en de ruimtelijke haalbaarheid moet rekening worden gehouden met de ruimte die nodig is voor het (tijdelijk) bergen van water, bijvoorbeeld in verband met extreme neerslag. Dit is ook noodzakelijk vanwege het beleid van het kabinet over ‘water en bodem sturend’ en de aanvullende bouwstenen (zie hoofdstuk 6 per deelgebied). In de tabellen 5.2 en 5.3 zijn per alternatief en deelgebied de claims voor water inzichtelijk gemaakt, indicatief op basis van kentallen voor stedelijke milieus. De claims komen voort uit de eis voor 50 mm berging (VBOR) op het niveau van bouwplots, de 10 tot 15% watercompensatie voor verhardingstoename (waterschappen) en het streven naar 5 tot 10 % waterberging (Kamerbrief Bodem en Water Sturend). Hierbij is vooral de laatste eis (5 tot 10% van het areaal moet beschikbaar zijn voor waterberging) maatgevend (in ieder geval voor diepe polders). Op basis van de gebruikte gegevens maakt het alternatief Spreiden in de deelgebieden Lage Land en Boszoom de aanleg van meer berging en watercompensatie nodig dan het alternatief Concentreren.

De toename van de hoeveelheid afvalwater is op basis van het programma globaal ingeschat per deelgebied. Deze is het grootst in het concentratiemodel, vanwege een groter ruimtelijk programma. Opgemerkt moet worden dat het spreidingsmodel een uitgebreider rioolnet nodig maakt, hetgeen extra kosten geeft. Maar zowel bij het spreidingsmodel als bij het concentratiemodel is de toename van de afvalwaterproductie zo groot dat de huidige capaciteit van AWZI Kralingseveer wordt overschreden. De overschrijding betreft de door de AWZI verwerkbare vuillast. Volumereductie alleen, door het scheiden van avalwater en hemelwater, kan dit niet oplossen. Daarbij komen nog de toekomstige strengere normen, die ook uitbreiding vragen van de zuiveringen, omdat het te lozen water schoner moet worden. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkelingen in A-Z is het dus noodzakelijk dat er een oplossing wordt gevonden voor het capaciteitstekort, en toekomstige kwaliteitstekort. Decentrale zuivering in het plangebied lost dit waarschijnlijk niet op, er moet rekening worden gehouden met uitbreiding van bestaande AWZI’s of aanleg van een nieuwe AWZI.

Tabel 5.2: Benodigde ruimte voor waterberging bij de bouwstenen van Concentreren Hydraulische gebieden

Deelgebied AZ

Pr. Alexander

Alexanderknoop Lage Land Boszoom Kralingse Zoom De Esch Feijenoord City BloemhofHillesluis De Esch buitendijks Feijenoord City buitendijks

Diepe polder Kralingen

Bij beide alternatieven is er voor A-Z als geheel sprake van een verhardingstoename, in de zin van een toename van afgedekt bodemoppervlak. Bij beide modellen neemt het risico op een grondwatertekort daardoor toe. Het alternatief Spreiden kent een ongeveer 6 keer zo grote verhardingstoename dan het alternatief Concentreren is daarom ongunstiger voor de grondwaterhuishouding. Binnen A-Z is niet in álle deelgebieden sprake van een verhardingstoename; in Alexanderknoop en Bloemhof-Hillesluis is bij beide ontwikkelmodellen een verhardingsafname en dat veroorzaakt daar een relatief gunstiger effect op grondwater.

IJsselmonde Charlois-Feijenoord Kralingseveer buitendijks WSHD buitendijks

36

Ruimteclaims water (indicatief o.b.v. kentallen) 50 mm 50 mm Watercompen- Minimum opperberging berging satie voor vervlak volgens: conform conform harding toe5-10% waterberVBOR in VBOR In name Waterging, m3 ha. schappen in in diepe polders ha. uit kamerbrief “Water en bodem sturend” in ha. 11.174 672 2.413

3,7 0,2 0,8

3,4 0,2 0,7

4,2 - 8,4 11,7 - 23,3 3,3 - 6,5

6.606 20.068

2,2 6,7

1,3 4,0

3,6 - 7,3 7,7 - 15,4

9.869

3,3

2,0

3,9 - 7,9

21.551 7,2 4,3 7,2 - 14,4 Gebiedsgerichte adaptatiestrategie, dry- en wetproof bouwen Uitgiftepeilen 3.60 – 3.90 m +NAP Gebiedsgerichte adapatiestrategie, dry- en wetproof bouwen Uitgiftepeilen 3.60 – 3.90 m +NAP

In tabel 5.3 is de totale hoeveelheid (ruimte voor) oppervlaktewater (bestaand oppervlaktewater + compensatiewater) voor de beide alternatieven vergeleken met de ruimteclaim die voortkomt uit ‘Water en Bodem Sturend. De 50mm bergingseis uit de VBOR is hierin niet meegenomen omdat deze voor de initiatiefnemer van de verhardingstoename is en moet worden gerealiseerd op bouwkavel/bouwblokniveau.

principes voor de inrichting van een robuust, klimaatbestendig systeem. Daarbij staat voorop dat de waterbergingsopgave in de deelgebieden zelf moet worden opgelost: afwenteling naar andere (lager gelegen gebieden) mag niet plaatsvinden. Dit uitgangspunt geldt voor alle deelgebieden (en ook de omringende gebieden buiten A-Z). Omdat het hydraulisch gebied Prins Alexander één van de diepste polders van Nederland is het wenselijk dat in de deelgebieden Alexanderknoop, Lage Land en Boszoom minimaal 10% van het areaal beschikbaar is voor waterberging. Voor het hele hydraulische gebied Prins Alexander moet er dan 38,3 hectare geschikt zijn en beschikbaar zijn voor waterberging (bestaand en nieuw).

Tabel 5.3: Benodigde ruimte voor waterberging bij de bouwstenen van Spreiden Hydraulische gebieden

Pr. Alexander Diepe polder Kralingen

IJsselmonde Charlois-Feijenoord Kralingseveer buitendijks WSHD buitendijks

Deelgebied AZ

Alexanderknoop Lage Land Boszoom Kralingse Zoom De Esch Feijenoord City BloemhofHillesluis De Esch buitendijks Feijenoord City buitendijks

Ruimteclaims water (indicatief o.b.v. kentallen) 50 mm 50 mm Watercompen- Minimum opperberging berging satie voor vervlak volgens: conform conform harding toe5-10% waterberVBOR in VBOR In name Waterging, m3 ha. schappen in in diepe polha. ders uit kamerbrief “Water en bodem sturend” in ha. 11.174 17.738 5.954

3,7 5,9 2,0

3,4 5,3 1,8

4,2 - 8,4 11,7 - 23,3 3,3 - 6,5

6.695 20.493

2,2 6,8

1,3 4,1

3,6 - 7,3 7,7 - 15,4

9.869

3,3

2,0

3,9 - 7,9

De benodigde waterbergingsopgave kan gedeeltelijk als droge berging (bijvoorbeeld door greppels en wadi’s) ingevuld worden; er is dan alleen water als daar noodzaak toe is. Om te zorgen dat het systeem voldoende snel grote neerslaghoeveelheden kan bergen moet de waterberging zoveel mogelijk gespreid door het gebied aangelegd worden. Grote transportafstanden moeten voorkomen worden. De opgave kan worden ingevuld door bestaande waterlopen te verbreden of te vergroten, nieuwe waterverbindingen toe te voegen en aan het oppervlaktewatersysteem droge berging in de vorm van greppels en wadi’s toe te voegen. In de hydraulische gebieden Prins Alexander, Kralingen en IJsselmonde kan dit het beste door het bestaande watersysteem robuuster te maken. Binnen de Prins Alexanderpolder moet de waterbergingsopgave binnen de afzonderlijke deelgebieden (of nog kleinere subgebieden daarbinnen) worden opgelost. Dit impliceert dat het deelgebied Boszoom geen functie heeft voor het opvangen van water uit de andere deelgebieden.

21.551 7,2 4,3 7,2 - 14,4 Gebiedsgerichte adaptatiestrategie, dry- en wetproof bouwen Uitgiftepeilen 3.60 – 3.90 m +NAP Gebiedsgerichte adapatiestrategie, dry- en wetproof bouwen Uitgiftepeilen 3.60 – 3.90 m +NAP

In hydraulisch gebied Charlois-Feijenoord zijn weinig bestaande waterlopen aanwezig en moeten vooral nieuw oppervlaktewater en droge berging worden toegevoegd Alleen deelgebied Bloemhof-Hillesluis voldoet (in beide varianten) niet aan de minimumeis uit Water en Bodem Sturend. Deelgebied Bloemhof-Hillesluis omvat echter maar een klein gedeelte van het hydraulische gebied Charlois-Feyenoord. Alle andere deelgebieden hebben bij beide alternatieven meer (ruimte voor) oppervlaktewater dan volgens de minimumeis van Water en Bodem Sturend nodig is (5%). Alleen deelgebied De Esch voldoet op dit moment aan de eis van 10% waterberging.

Hoewel dat niet kwantitatief in beeld is gebracht is duidelijk dat ook in de referentiesituatie voldoende ruimte voor waterberging zou moeten worden gezorgd. De bestaande wijken in de diep polder zijn immers tot stand gekomen zonder rekening te houden met de (nieuwe) uitgangspunten voor ‘bodem en water sturend’ (5-10% ruimte voor waterberging). Ontwikkelprincipes voor een robuuste, klimaatbestendige waterhuishouding De analyse van het watersysteem en de doorkijk naar de ontwikkeling van het klimaat, met onder andere een grotere kans op het optreden van extreme neerslag (zeer veel neerslag in een korte tijd in een beperkt gebied) leidt tot een aantal

37

Tabel 5.4: De totale hoeveelheid oppervlaktewater (bestaand oppervlaktewater + compensatiewater) voor de beide varianten vergeleken met de ruimteclaim uit Water en Bodem Sturend. Hydraulische gebieden

Prins Alexander Diepe polder Kralingen

IJsselmonde CharloisFeijenoord

Deelgebied A-Z

Alexanderknoop Lage Land Boszoom Kralingse Zoom De Esch Feijenoord City BloemhofHillesluis

Minimum oppervlak volgens: 5-10% waterberging, in diepe polders uit kamerbrief “Water en bodem sturend” in ha.

Totale oppervlakte water huidig + watercompensatie Waterschappen Alternatief Concentreren

Alternatief Spreiden

4,2 - 8,4 11,7 - 23,3

7,4 16,1

7,4 21,2

3,3 - 6,5

4,6

5,7

3,6 - 7,3 7,7 - 15,4

6,0 18,0

6,0 18,1

3,9 - 7,9

4,3

4,3

7,2 - 14,4

5,4

5,4

5.1.3 Natuur Binnen de gemeentegrenzen van Rotterdam liggen delen van de Natura 2000-gebieden Solleveld en Kapittelduinen, Voordelta en Oude Maas. In het zuidoosten, bij de Maasvlakte, grenst daarnaast het Natura 2000-gebied Voornes Duin aan de gemeentegrens van Rotterdam. Voor de Natura 2000-gebieden zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd per habitattype of soort. Naast Natura 2000-gebieden bestaat er ook het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Eiland van Brienenoord en natuurpolder de Esch zijn beide NNN-gebieden, gelegen binnen het plan- en studiegebied van A-Z.

Figuur 5.7: Natuurgebieden en ecologische kerngebieden (hotspots)

Verbindingszones zijn routes waarlangs dieren en planten, die van groot belang zijn voor de natuur in Rotterdam, zich kunnen verplaatsen. Via deze routes staan kerngebieden met elkaar en met het landelijk gebied rond Rotterdam in verbinding. Door het aanleggen van nieuwe routes of het verbeteren van bestaande routes wordt voorkomen dat soorten geïsoleerd raken van soortgenoten. In en om de stad vallen de verbindingen vaak samen met waterlopen en recreatieve routes. In het plan- en studiegebied van A-Z gaat het daarbij op noord om groenstructuren langs de Prinsenlaan in Lage Land, de Boszoom, Kralingse Zoom, Burgemeester Oudlaan en de Nesserdijk in de Esch, inclusief het buitendijks gebied. Op zuid gaat het om het Rondje Stadionpark, het Varkenoordse park, Molenvliet en Smeetlandse dijk als groene routes naar het Zuiderpark. Daarnaast vormt de Maas een belangrijke verbindingszone door

Daarnaast zijn er de ecologische kerngebieden in Rotterdam, de zogenaamde “ecologische hotspots”, waar belangrijke concentraties van bijzondere planten- en dierensoorten aanwezig zijn, die kenmerkend zijn voor Rotterdam. De ambitie voor de kerngebieden is om hier een stabiel ecosysteem te behouden of te creëren. De grote stedelijke (en stadsrand) parken, het Kralingse Bos en de stijlranden van de polders vormen o.a. de kerngebieden. In het plan- en studiegebied A-Z (zie onderstaande kaart) zijn dat naast het Kralingse Bos ook de (bos-) parken en groene randgebieden in de Boszoom, Kralingse Zoom en de Esch, de Nieuwe Maas als getijdenrivier (met getijdennatuur in natuurpolder de Esch en op Eiland van Brienenoord) en de twee (bos-) parken De Twee Heuvels in Feijenoord City en Zuiderpark bij Hart van Zuid.

38

Rotterdam. Hoewel er groenstructuren aanwezig zijn is de verwachting dat het grootste deel van de structuren op ecologisch vlak niet van hoge waarde is. Ze worden vaak onderbroken door infrastructuren en de focus heeft de afgelopen jaren vooral gelegen op inrichting en beheer van groen met oog op andere functionaliteiten dan de waarde voor natuur of biodiversiteit. Dit is terug te vinden in de wijk typologieën uit de Rotterdamse Stijl en de beheerstrategieën uit de Beheervisie. Het grootste deel van de stad en ook van het plan- en studiegebied A-Z wordt beheerd als cultuurlijk: gericht op gazons, (monotone) bomen e.d., groenstructuren waar relatief weinig variatie in beplanting wordt toegepast. Daarnaast ontbreekt het er aan schuilmogelijkheden, voedsel, voortplantingsplaatsen. Al deze factoren zijn essentieel voor een groot aandeel soortgroepen. Alleen in Lage Land, de Esch en in IJsselmonde ten zuiden van Feijenoord City wordt een meer natuurlijk beheer toegepast en is de variatie in beplanting wat groter.

Vanwege de achteruitgang van de biodiversiteit is in Rotterdam het programma biodiversiteit opgezet. Vanuit dit programma is een natuurindicatiekaart opgesteld voor de Gemeente Rotterdam. Deze geeft per deelgebied een indicatie van de biodiversiteit. Het aandeel waarnemingen is niet evenredig verdeeld over de stad, waarbij sommige stadsdelen veel waarnemingen opleveren, maar enkele andere juist zeer weinig. Daarom wordt momenteel een stadsbreed meetnet voor monitoring van biodiversiteit uitgezet. Uit de huidige kaart valt op dat in het A-Z gebied Kralingse Plas/Bos en de Boszoom als waarnemingsgebied zeer hoog scoren. De hoge score is ook deels beïnvloed door de grotere hoeveelheid data die voor deze gebieden beschikbaar is. Dat geldt ook voor De Esch, het gebied rondom Feyenoord City en IJsselmonde, die op grond van beschikbare waarnemingen eveneens hoog scoren qua biodiversiteitsklasse. Op basis van aanwezige biotopen is een relatief hoge biodiversiteit hier ook zeker realistisch. De wijken Zuidplein, Alexander en Bloemhof Hillesluis scoren laag qua biodiversiteitsklasse, vanwege het zeer beperkte aantal waarnemingen wat hiervoor gebruikt kon worden. Echter een lage biodiversiteit is hier ook daadwerkelijk te verwachten door het grote areaal aan versteende omgeving en een beperkt groenoppervlak.

De biodiversiteit in en rond Rotterdam staat onder druk. In Nederland als geheel neemt ze al jaren af3. Rotterdam scoort daarbij ver onder het nationaal gemiddelde (Nationale Monitor Duurzame Gemeenten, 2018).

De beoordeling van de staat van de natuur in de referentiesituatie is al met al matig tot negatief. Autonome verstedelijking in de knooppunten leidt tot een toename van de recreatiedruk, met name in de ecologische kerngebieden. Het ontbreekt in A-Z aan goede ecologische verbindingen tussen de kerngebieden. De biodiversiteit is over het algemeen matig. De effecten van de bouwstenen per deelgebied ten opzichte van de referentiesituatie zijn voor natuur vooral negatief voor natuurgebieden en kerngebieden, vanwege toenemende recreatiedruk en stikstofdepositie (zie ook de bijlage met een risicoanalyse voor Natura 2000 gebieden). Maar effecten zijn positief als het gaat om toenemende ecologische verbondenheid, wat ook goed uitpakt voor biodiversiteit. Als het gaat om verstedelijken in de Boszoom of de Esch zijn de effecten van verstedelijken voor natuur echter hoofdzakelijk negatief. De bouwsteen voor een Bos-as door Boszoom en Lage Land biedt daarentegen een uitgesproken kans voor ecologisch verbinden van en voor de biodiversiteit in de betreffende kerngebieden.

5.1.4 Landschap en cultureel erfgoed Het plan- en studiegebied A-Z wordt van oudsher gekenmerkt door oude stadswijken (Hart van Zuid, Kralingen), tuindorpen (Bloemhof-Hillesluis), tuinsteden (Lage

Figuur 5.8: Biodiversiteitsindicatiekaart 3

Wageningen UR, (2019), Convention on biological diversity. Sixth national report of the kingdom of the Netherlands

39

Land), en wijken van na 1970 (Kralingse Zoom, Feijenoord City). Er zijn bijzondere plekken, zoals de stedelijke subcentra en verkeersknooppunten (-pleinen) in Alexanderknoop, Kralingse Zoom, Feijenoord City en Hart van Zuid, maar ook het stadspark Kralingse Bos en de rivierparken langs de Nieuwe Maas (de Esch, Eiland van Brienenoord).

Honingerdijk en Nesserdijk (de Esch) en de Dordtsestraatweg (Hart van Zuid). En verspreid in het plangebied liggen historische monumenten, met name in het gebied De Esch (zoals de watertoren en de historische drinkwaterbassins). Het plangebied A-Z heeft over het algemeen redelijk tot hoge archeologische verwachtingen direct onder het maaiveld. Het Lage Land kent zeer hoge archeologische verwachtingen, ook dieper onder maaiveld, evenals Hillesluis.

Figuur 5.10: Archeologische Waarden- en Beleidskaart Rotterdam

Samenvattend kunnen de oorspronkelijke, karakteristieke landschappen in A-Z als overwegend positief worden beoordeeld, maar heeft de tand des tijds deze wel op veel plaatsen aangetast en is de huidige situatie overall eerder als redelijk te beschouwen. Hetzelfde geldt voor het landschappelijk en archeologisch erfgoed. De staat van het gebouwd erfgoed is over het algemeen nog wel overwegend positief te noemen. Verstedelijking zal in de autonome ontwikkeling vooral in de Kralingse zoom een effect kunnen hebben op het karakteristiek landschap rond de EUR, naar verwachting eerder positief dan negatief (versterking van het Campus landschap). In Hart van Zuid worden meer negatieve effecten verwacht op het landschappelijk erfgoed, maar ook positieve op het gebouwd erfgoed. Al met al is en blijft de algehele staat van het landschap en het cultureel erfgoed in de autonome ontwikkeling voor heel A-Z naar verwachting redelijk, en voor het gebouwd erfgoed overwegend positief.

Figuur 5.9: Historisch landschap en groen, Cultuurhistorische Waardenkaart Rotterdam Vreewijk ten zuiden van Bloemhof-Hillesluis vormt een beschermd stadsgezicht, evenals Kralingen grenzend aan de Kralingse Zoom. Tot de historische infrastructuur behoren onder meer de Kralingse weg en Gravenweg (Kralingse Zoom),

De effecten van de bouwstenen voor verstedelijken zijn wat betreft landschap en cultureel erfgoed met name in de Boszoom en de Esch hoofdzakelijk negatief. Een

40

grotere verstedelijking van de Boszoom betekent een ingrijpende verandering van het groene karakter van dit stedelijk landschap naar een meer bebouwd landschap. Hoewel de barrièrrewerking zou kunnen verminderen betekent verdichting in deze groene zoom, als uitloper van het Kralingse Bos, onmiskenbaar een wijziging van karakter van het stedelijk landschap. De stad, de bebouwing rukt op richting het Kralingse Bos. Bouwhoogte en zichtlijnen zijn dan van belang om in ogenschouw te nemen. De grotere verstedelijking zal een evenredig grotere impact hebben op het bodemarchief. Bij de realisatie van de vergroening en herinrichting kan gepaard gaan met werkzaamheden die de bodem zullen verstoren. Hierdoor zal er een nadelig effect op de staat van het bodemarchief zijn. Ook in de Esch valt een forse wijziging van het karakteristieke landschap te verwachten. De huidige karakteristiek wordt aangetast. De oeververbinding brengt ingrepen in de huidige structuur met zich mee. Het natuurlijke karakter van polder de Esch dreigt te worden aangetast, dijkstructuren worden aangetast of verdwijnen. Hiermee ondergaat een oud poldergebied een forse transformatie. Van zeer negatieve impact op het areaal gebouwd erfgoed is de mogelijke verdwijning van een monumentale boerderij.

Zowel stedelijk landschap als gebouwd en aangelegd erfgoed gaan er in behoud van karakteristiek en cultuurhistorische waarde op achteruit. De werkzaamheden voor de afgraving aan de Nesserdijk en de natuurpolder als onderdeel van een nieuw rivier- en getijdepark zullen ook archeologische waarden kunnen verstoren. De mate waarin de dijk en polder worden afgegraven is bepalend voor de mate van bodemverstoring. E1 heeft door het grotere aantal woningen (ook buitendijks) een waarschijnlijk grotere impact op landschap en cultureel erfgoed dan E2. Ook de herinrichting van het rivierpark tot aan de Oude Plantage kan een bedreiging vormen voor archeologische (bekende) waarden.

Tabel 5.5: Beoordeling van de referentiesituatie per deelgebied; uitgangspunt is de wordtcase per categorie

Positieve effecten zijn te verwachten voor het karakteristieke landschap in Lage Land. De ingrepen ter verbetering van het groen en openbare ruimte kunnen versterkend werken op de huidige stedelijke en landschappelijke kwaliteiten. Of dat daadwerkelijk het geval is hangt af van de mate van respect voor de bestaande structuren en de mate van versterking hiervan. Het algemene beeld voor de rest van A-Z is wat betreft landschap en cultureel erfgoed voornamelijk neutraal tot licht negatief.

Feyenoord City

Alexanderknoop Lage Land Boszoom Kralingse Zoom De Esch

Bloemhof/Hillesluis Hart van Zuid

5.1.5 Overzicht In onderstaande tabellen is de beschrijving in de voorgaande paragrafen vertaald in een beoordeling. De linkertabel bevat de beoordeling van de referentiesituatie. In de rechtertabel is aangegeven wat het effect is van de bouwstenen ten opzichte van de referentiesituatie.

41

gebouwd erfgoed en archeologie

landschap en erfgoed

landschap

bioiversiteit en verbondenheide

natuur

natuurgebieden

oppervlaktewater, systeem en kwaliteit

water

grondwater, hemelwater, afvalwater

fysische kwaliteit

deelgebied

chemische kwaliteit

bodem

5.2. Veilige gezonde fysieke leefomgeving

Tabel 5.6: Beoordeling van de effecten van de bouwstenen (ten opzichte van de referentiesituatie) landschap en erfgoed

bouwsteen

grondwater, hemelwater en afvalwater

oppervlaktewater (systeem en kwaliteit)

gebieden

biodiversiteit en verbondenheid

landschap

gebouwd erfgoed en archeologie

natuur

fysische kwaliteit

water

chemische kwaliteit

bodem

AK1

++

-

-

-

-

±

±

±

AK2

+

-

-

-

-

±

±

±

LL 1

±

-

-

-

--

+

+

±

LL 2

+

-

--

-

--

++

+

±

BZ 1

±

±

-

±

-

+

-

±

BZ 2

+

-

--

-

--

--

-

-

KZ

±

-

-

-

--

+

±

±

E1

++

--

--

-

--

-

--

--

E2

+

-

--

-

-

±

--

-

FC Basis

+

±

--

-

±

+

±

±

FC Plus

+

±

--

-

±

++

±

±

Bloemhof/Hillesluis

B/H

+

±

±

+

±

+

±

±

Hart van Zuid

HvZ

±

±

±

±

±

±

±

±

deelgebied Alexanderknoop

Lage Land

Boszoom

Kralingse Zoom

De Esch

Feyenoord City

5.2.1 Geluid Bij dit aspect wordt gekeken naar het aantal geluidgehinderden en naar de beschikbaarheid en bereikbaarheid van relatief stille en groene gebieden (zoals parken en singels) vanuit de woningen. Hierbij is een afstand van 300 meter loopafstand aangehouden. De indicator ‘geluidhinder’ is in de huidige situatie beoordeeld op basis van de huidige geluidbelasting en aantal geluidgehinderden. In de huidige situatie bevinden zich in A-Z diverse geluidbronnen. De belangrijkste geluidbronnen zijn het spoor, snelwegen (A16 en A20), hoofdontsluitingswegen, scheepvaart (o.a. nestgeluid) en industrie/bedrijvigheid. De geluidbelasting verschilt aanzienlijk per deelgebied. Met name in Alexanderknoop, Boszoom, Feyenoord City en Hart van Zuid is sprake van een hoge geluidbelasting. In Alexanderknoop is dit het geval vanwege de bedrijvigheid, A20, de Hoofdweg en het spoor. Feyenoord City kent meerdere geluidbronnen zoals industrie, een voetbalstadion, scheepvaart en drukke wegen waaronder de Stadionweg en Olympiaweg. Hart van Zuid heeft onder andere te maken met geluid afkomstig van het winkelcentrum, Ahoy, het ziekenhuis, bedrijvigheid en drukke wegen zoals de Strevelsweg. Het deelgebied Boszoom is een relatief smalle strook en wordt gedomineerd door het geluid van de A16. Deze gebieden krijgen daarom in de huidige situatie een negatieve score.

De overige deelgebieden bevatten ook geluidbronnen, maar zijn relatief stiller ten opzichte van de hiervoor beschreven deelgebieden. In de referentiesituatie blijft geluidhinder een belangrijk aandachtspunt. Van belang hierbij is dat door de autonome ontwikkelingen het aantal inwoners en (potentieel) geluidgehinderden toeneemt, terwijl anderzijds er ontwikkelingen (zoals ten aanzien van de mobiliteit) zijn die kunnen bijdragen aan het verminderen van de geluidemissie. In figuur 5.11 is aangegeven in hoeverre er op loopafstand (300 meter) toegang is tot parken en singels in A-Z. De witte vlekken binnen de rood omrande ontwikkelvelden tonen voor welke delen de loopafstand tot dit groen groter is dan 300 meter. Te zien is dat de Boszoom op zichzelf als groengebied wordt beschouwd en daarom zeer positief scoort. In grote delen van Alexanderknoop en Kralingse Zoom is geen toegang tot groene gebieden op 300 meter loopafstand. Ook in delen van de Esch, Feyenoord City en Hart van Zuid ontbreekt het aan toegang tot groen op 300 meter loopafstand. Deze deelgebieden scoren negatief. In Het Lage Land en Bloemhof & Hillesluis is op de meeste plekken toegang tot groen. Echter zijn er ook binnen deze gebieden plekken waar geen toegang is tot groen op 300 meter loopafstand.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=1ed163dc-615c-4631-a061-0eb1fb1e5f27