[23bb003360] Bijlage 5 behorende bij 23bb3365 - MER M4H (hoofdrapport)
Tekst van het document
Ruimtelijke kwaliteit De ambitie is om een aantrekkelijk, levendig en veilig gebied te ontwikkelen. De ruimtelijke hoofdstructuur van het toekomstige M4H is gebaseerd op de bestaande kwaliteiten: de karakteristieke kwaliteiten van het gebied, zoals de hoofdstructuur en beeldbepalende panden die maximaal worden benut. M4H kan als woon-werkgebied alleen floreren als het goed is verbonden met stad en haven. In het gebied worden zowel de zichtlijnen op de rivier versterkt, alsook de ruimtelijke verbindingen met de omgeving (over de dijk). Een aantrekkelijke, levendige en veilige omgeving komt ook tot uitdrukking in ruimte voor ontmoeting, onder andere in aantrekkelijke groene buitenruimtes die het nu nog stenige gebied mede 'verzachten'. Voor toetsing van het planvoornemen aan de ambitie 'ruimtelijke kwaliteit' wordt beschouwd of de effecten van een bepaald thema leiden tot impact op: " Doorbouwen op bestaande kwaliteiten: behoud van waardevolle bestaande structuren en beperkte sloop waardevolle gebouwen. De nieuwe ontwikkelingen versterken deze bestaande waardevolle structuren en gebouwen " Vizier op de rivier: voldoende zichtlijnen op de Maas " Ruimtelijk goed verbonden met de omgeving: voldoende verbindingen met omgeving a Landschappelijke inbedding met aantrekkelijke buitenruimtes: voldoende kwalitatieve groene buitenruimtes die met elkaar zijn verbonden
Bereikbaarheid Als gevolg van de ontwikkeling van M4H veranderen intensiteit, samenstelling en oriëntatie van het verkeer rond en in het gebied. Een transitie naar duurzame mobiliteit (verschuiving in de modal split ten gunste van meer OV en fiets en het voorkomen van een onevenredige toename van het autogebruik) is noodzakelijk om te komen tot een betrouwbaar netwerk voor personen en goederen en voor een aantrekkelijke en gezonde omgeving. Onderzocht wordt welke maatregelen nodig zijn om dit te verwezenlijken, met als randvoorwaarde om de doorstroming en bereikbaarheid van en naar M4H te garanderen. Onder duurzame mobiliteit valt ook collectief parkeren in parkeerhubs en voldoende fietsparkeerstallingen. Daarnaast moet M4H een verkeersveilig gebied worden waarbij men zich veilig kan verplaatsen.
Blad 47 van 379
MER Merwe-Vierhavens
Rotterdam projectnummer 0458108.100 12 april 2023 Programmabureau Rotterdam
antea'group
Voor toetsing van het planvoornemen aan de ambitie 'bereikbaarheid' wordt beschouwd of de effecten van een bepaald thema leiden tot impact op: a Duurzame mobiliteit: o modal split, ten gunste van OV, voetganger en fiets: o lager aandeel auto's ten opzichte van referentiesituatie o fijnmazig netwerk voor fiets en voetganger o collectieve (smart) vervoersystemen zoals deelfietsen, vervoer over water en first-lastmile oplossingen die (metrostations) Schiedam Centrum en Marconiplein verbinden met M4H " Doorstroming: geen structurele overbelasting van kruispunten " Verkeersveiligheid: goede ordening van auto- en vrachtverkeer ten opzichte van fietsverkeer en voetgangers en veilige fiets- en voetpaden " Parkeren: geen straatparkeren, maar realisatie van hubs (bovengrondse parkeervoorzieningen met aanvullende collectieve voorzieningen), voldoende fietsparkeergelegenheid in zowel stallingen als in de openbare ruimte
Gezondheid De ambitie is om in M4H een goede leefomgevingskwaliteit en een gezonde omgeving voor de huidige en nieuwe gebruikers (werknemers, bewoners en bezoekers) te creëren. De basis leefomgevingskwaliteit dient in elk geval te voldoen aan de wettelijke normen. De ambities voor gezondheid kunnen verdeeld worden in twee hoofdambities: beperking van milieuhinder en stimuleren van gezond gedrag. Maatregelen worden getroffen om hinder, zoals geluid, luchtverontreiniging, geur- of stofhinder, tegen te gaan. Er worden maximale normen gesteld aan milieuaspecten als geluid, luchtkwaliteit, geur, stof en externe veiligheid. Maatregelen die gezond gedrag stimuleren zijn de realisatie van voldoende kwalitatieve groene plekken, alsook ook verbindingen met parken rondom M4H. Op sommige locaties moet het echt rustig zijn als tegenwicht voor de dynamische omgeving. Naast een groene omgeving nodigt een beweegvriendelijke omgeving uit tot ontmoeten, sporten en spelen. Rookvrije schoolpleinen, sportverenigingen en speeltuinen zijn ook uitgangspunt voor M4H om gezond gedrag te stimuleren.
Voor toetsing van het planvoornemen aan de ambitie 'gezondheid' wordt beschouwd of de effecten van een bepaald thema leiden tot impact op: " Milieu: voorkomen geluidhinder, voorkomen luchtvervuiling, voorkomen geur- en stofhinder en zo weinig mogelijk externe veiligheidsrisico's " Hittestress: beperken van hittestress door de realisatie van een doorlopende groenstructuur en koele verblijfsplekken aan het water en voldoende watertappunten " Verblijfsruimten: voldoende kwalitatieve (groene) plekken waar het echt rustig is als tegenwicht voor de dynamische omgeving, voldoende plekken voor ontmoeten en voldoende verbindingen met parken rondom M4H " Beweging: een beweegvriendelijke omgeving, dat uitnodigt om te ontmoeten, sporten en spelen " Gezonde leefstijl: rookvrije schoolpleinen, sportverenigingen, kinderboerderijen en speeltuinen
Duurzaamheid Voor wat betreft de duurzaamheidsambities ligt de nadruk op het gebied van energie (gebruik, productie en besparing) en circulariteit (hergebruik van grondstoffen, (bouw)materialen en afvalscheiding). M4H zal duurzame energie produceren en gebruiken. Er wordt gezocht naar een optimale inzet voor gebruik van (lokale) restwarmte en (lokale) zonne-energie vanaf daken en gevels. In hubs
Blad 48 van 379
MER Merwe-Vierhavens
Rotterdam projectnummer 0458108.100 12 april 2023 Programmabureau Rotterdam
antea'group
wordt energie opgewekt, opgeslagen en lokaal uitgewisseld. Het streefbeeld is dat aardgas niet meer wordt gebruikt voor verwarming en warm water (wel voor elektriciteit), maar op den duur wordt uitgefaseerd. Nieuwbouw (zowel woningen als de niet-wonen functies) wordt aardgasloos opgeleverd. Vertrekpunt is zoveel mogelijk energie-efficiënt bouwen, waarbij minimaal moet worden voldaan aan de BENG-eisen (Bijna Energieneutrale Gebouwen), zodat de energievraag voor koude en warmte geminimaliseerd wordt. De vergroening zal ook bijdragen aan de beperking van de vraag naar koeling. Nieuwe gebouwen krijgen een materialenpaspoort. Onderzocht wordt of materiaal uit gedemonteerde gebouwen en van opgebroken buitenruimte herbruikbaar is (urban mining). Afval van bedrijven wordt zoveel mogelijk collectief ingezameld.
Voor toetsing van het planvoornemen aan de ambitie 'duurzaamheid' wordt beschouwd of de effecten van een bepaald thema leiden tot impact op: " Duurzame energie: optimaal gebruik van (lokale) restwarmte, (lokale) zonne-energie vanaf energiedaken en gevels en andere duurzame energiebronnen " Gas: uitfaseren van gas (einddatum = 2035), nieuwbouw is aardgasloos " Energie-efficiency gebouwen: nieuwbouw voldoet minimaal aan BENG-eisen " Circulariteit van grondstoffen en materialen: nieuwe gebouwen hebben een materialenpaspoort, zoveel mogelijk urban mining " Afvalscheiding: zoveel mogelijk collectieve inzameling van bedrijven
3.4
Te onderzoeken alternatieven en varianten De basis voor het nieuwe bestemmingsplan is het Ruimtelijk Raamwerk M4H. Het raamwerk vormt het belangrijkste kader voor alle ruimtelijke en programmatisch relevante aspecten van deze gebiedsontwikkeling. In het MER worden de milieueffecten van het planvoornemen met een bandbreedte in het programma in beeld gebracht. In deze paragraaf wordt beschreven hoe de programma-alternatieven (met een bandbreedte in het programma) is samengesteld en in combinatie daarmee welke mobiliteitsvarianten zijn onderscheiden. Programma-alternatieven
Ligging conserverende gebieden en ontwikkelgebieden In Figuur 3-3 zijn reeds de ontwikkel- en conserverende gebieden in M4H weergegeven. De conserverende gebieden (lichtroze vlakken in Figuur 3-3) zijn kavels die in hoofdzaak door het Havenbedrijf in erfpacht zijn uitgegeven aan bedrijven. Op deze kavels zal naar verwachting de hier reeds aanwezige bedrijvigheid in de planperiode worden voortgezet. Dit ruimtegebruik wordt als uitgangspunt bij het maken van het nieuwe bestemmingsplan en het milieuonderzoek gehanteerd.
Blad 49 vai 379
MER Merwe-Vierhavens
Rotterdam projectnummer 0458108.100 12 april 2023 Programmabureau Rotterdam
antea'group
URBAN COMMUNITIES MERWEHAVEN URBAN DISTRICT MARCONIKWARTIER
GUSTOWEG
.
MAKERS MIX KEILEKWARTIER
Tk
VIERHAVENS FTR
Figuur 3-3: Ontwikkelgebieden en conserverende gebieden M4H (de conserverende gebieden zijn licht roze gekleurd).
Ontwikkelgebieden De ontwikkelgebieden (donker roze vlakken in Figuur 3-3 zijn: 1)
Kavels waarop dit moment een bepaald type activiteit plaatsvindt en waar in de planperiode ook een ander type activiteit ontplooid kan worden. Uit het MER zal moeten blijken of in het bestemmingsplan zowel de huidige als de nieuwe activiteiten bestemd kunnen worden. Als dit mogelijk is, faciliteert het bestemmingsplan op deze manier economisch realistische en ruimtelijk inpasbaar geachte veranderingen.
2)
Kavels waarop nu geen activiteiten plaatsvinden en/of kavels waarvan de huidige activiteiten binnen de planperiode eindigen. Het ruimtegebruik kan voor deze kavels ontwikkelgericht bestemd worden, mits de milieueffecten dat toelaten. De verwachting is dat deze kavels binnen de planperiode volledig gevuld worden met de nieuwe activiteiten. Uitgangspunt voor het onderzoek betreft een programma met een lage en een hoge bandbreedte. Uit het MER zal moeten blijken of en onder welke voorwaarden deze kavels ontwikkeld kunnen worden.
Laag en hoog programma ontwikkelgebieden Het planvoornemen omvat een bandbreedte in het ruimtelijk programma tot het einde van de bestemmingsplanperiode, dat uitgaat van een hoog en een laag programma. Door het onderzoeken van een bandbreedte wordt inzichtelijk gemaakt welk programma in de komende tien jaar realiseerbaar is binnen wet- en regelgeving en de gestelde ambities voor het plangebied, mede afhankelijk van de daadwerkelijke economische groei en maatschappelijke ontwikkelingen. Deze bandbreedte is voor de ontwikkelgebieden tezamen (donker roze gekleurde gebieden in Figuur 3-3) ingeschat in de Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD). Voorafgaand aan het uitvoeren van de onderzoeken is een rekenfout geconstateerd in het spreadsheet waarmee het programma is bepaald. De rectificatie van deze rekenfout leidt tot een groter "Hoog" programma voor Marconikwartier en daarmee voor het totaal. De onderliggende motivering wijzigt niet. In de onderstaande tabel is het totaal programma opgenomen.
Blad 50 van 379
MER Merwe-Vierhavens
Rotterdam projectnummer 0458108.100 12 april 2023 Programmabureau Rotterdam
antea'group
Tabel 3-3: Programma ontwikkelgebieden Merwe-Vierhavens (Bron: NRD, 2019). Vervallen Programma Laag Hoog cf. NRD Werken (aantal m2 bvo)
Correct Hoog 547.466 m2
349.000 m2
Woningen (aantal) Voorzieningen (aantal m2 bvo)
4.626
7.052
85.769 m2
137.027 m2
Nadere invulling per deelgebied Voor de ontwikkelgebieden, die zijn onderverdeeld in vier deelgebieden Marconikwartier, Keilekwartier, Galileipark en Merwehaven, is de bandbreedte van het programma vervolgens nader uitgewerkt. Hierbij is naast het aantal woningen en aantal m2 bvo werken en voorzieningen ook de bandbreedte in de Floor Space Index (FSI), de maximale milieucategorie en de maximale schaal van de bedrijven (omvang) afgebakend. Deze bouwstenen vormen het uitgangspunt voor het te onderzoeken planvoornemen (laag en hoog programma) in het MER. Figuur 3-4 toont de te ontwikkelen deelgebieden en Tabel 3-4 de aangehouden bandbreedte.
Programma verdeling MER M4H Deelgebied GUSTOWEG
Galileipark Keilekwartier Marconikwartier Merwehaven Plangrens
VIERHAVENS FTR
Figuur 3-4: Te ontwikkelen deelgebieden M4H.
Uitzondering van deze programma invulling is het terrein in het deelgebied Marconikwartier ten noorden van het Galileipark (terrein in het westelijk deel van deelgebied M5). Hier zijn geen woningen toegestaan. De deelgebieden FTR, Gustoweg en Vierhavens blijven bestemd voor de aanwezige bedrijvigheid. Hier zal dus ook geen functiemenging plaatsvinden. Tabel 3-4: Invulling programmamix per deelgebied (bron: NRD M4H, 2019). Deelgebied Marconikwartier Galileipark Merwehaven
Keilekwartier
230.662 - 331.671 m2
121.674 - 185.890 m2
Werken
111.224 - 181.254 m2
113.675 - 198.480 m2
27.137 - 39.020 m2
97.339 - 148.712 m2
Voorzieningen
27.806 - 45.313 m2
20.060 - 35.026 m2
13.568 - 19.510 m2
24.335 - 37.178 m2
0,7 - 1,0
1,0 - 2,0
1,5 - 2,5
o
FSI
1
Geen
o
139.029 - 226.576 m2
UJ
Wonen
Blad 51 van 379
MER Merwe-Vierhavens
Rotterdam projectnummer 0458108.100 12 april 2023 Programmabureau Rotterdam
Milieucategorie
Schaal bedrijven
Tot 3.1 (mits de feitelijke belasting niet hoger is dan milieucategorie 2) Tot 1.000 m2
antea'group
Tot 4.2
Tot 2
Tot 3.1
500 - 5.000 m2
Tot 1.000 m2
Tot 2.000 m2
Gedeeltelijke dezonering industrieterrein Met het planvoornemen wordt het bestaande geluidgezoneerde industrieterrein verkleind - delen worden gedezoneerd om hier transformatie naar een gemengd werk-woongebied mogelijk te maken, zowel in M4H als ook in het Schiedamse Noord-Mathenesse. De dezonering heeft voornamelijk betrekking op de gebieden aan de noord- en oostzijde van het plangebied (zie onderstaand figuur). In hoofdstuk 6 geluid wordt hier nader op ingegaan.
I
I Voorgenomen nieuwe zonering ļ Te dezoneren deel
Figuur 3-5: Beoogde nieuwe geluidzonering binnen M4H.
Ligplaatsen Het aantal ligplaatsen per ligplaatsvak is in de toekomstige (plan)situatie anders dan in de huidige situatie en de referentiesituatie (zie Figuur3-6). Deze wijzigingen worden met name doorgevoerd vanwege het nestgeluid afkomstig van aangemeerde schepen (zie hoofdstuk 6 Geluid). Het verschil ten opzichte van de referentiesituatie is een reductie in het aantal ligplaatsvakken in het gros van het plangebied. Aan de oostzijde van de lange Merwepier worden aanvullende ligplaatsen voor binnenvaartschepen voorzien, waarmee het aantal van 8 naar 14 gaat. Voor de zeeschepen wijzigt het aantal ligplaatsen niet. De figuur hierna geeft het maximaal aantal afgemeerde schepen per ligplaatsvak in de toekomstige situatie weer.
Blad 52 va 379
MER Merwe-Vierhavens
Rotterdam projectnummer 0458108.100 12 april 2023 Programmabureau Rotterdam
antea'group
Aantal ligplaatsen per ligplaatsvak: zeevaart/binnenvaart Tuísendij TUG Merwehaven
Van Uden NZ
Matlien
Van Uden ZZ
TUG Lekhaven
Continental Juice
Figuur3-6: Aantal ligplaatsen M4H in plansituatie voor vertrek Van Uden (blauw = nieuwe ligplaats, rood = bestaand, grijs = verdwijnend, cijfers bij de ligplaatsen: links = gemiddeld aantal afgemeerde schepen zeevaart, rechts = gemiddeld aantal afgemeerde schepen binnenvaart, zwarte ovalen duiden op maatwerk in plaats van datagedreven bepaling).
Mobiliteitsvarianten De effecten van het planvoornemen op de mobiliteit binnen en buiten M4H zijn voor het lage en hoge programma in beeld gebracht. Bij de eerste toetsing van de effecten van het planvoornemen zijn nog geen extra maatregelen meegenomen op het gebied van reduceren parkeervraag, mobiliteitsinnovaties en op het gebied van fiets en OV. Dit is dus een worst-case benadering (mobiliteitspakket S). Variant 1
Programma Laag
Mobiliteitspakket S
2
Hoog
S
Toelichting mobiliteitspakketten Geen mobiliteitsmaatregelen
Op basis van de effecten van het planvoornemen zijn vervolgens drie nadere varianten beschouwd met een hoger ambitieniveau voor mobiliteit. Mobiliteitspakket M is ambitieus voor wat betreft de inzet op mobiliteitsinnovaties, OV, fiets, deelmobiliteit en parkeerreductiemaatregelen om zo een verschuiving in de modal split te realiseren ten gunste van het OV, de fiets en de voetganger. In mobiliteitspakket L is een hoge ambitie opgenomen en wordt volop ruimte geboden aan voetgangers, fietsers en openbaar vervoer om zo een verschuiving in de modal split te realiseren ten gunste van het OV, de fiets en de voetganger.. Figuur 3-7 geeft de verschillen tussen de vijf mobiliteitsvarianten visueel weer. In het achtergrondrapport Mobiliteit (Goudappel Coffeng, 2020) is per mobiliteitspakket aangegeven wat de exacte vulling is. Variant 3 4
Programma Laag Hoog
Mobiliteitspakket M M
5
Hoog
L
Toelichting mobiliteitspakketten Inzet op mobiliteitsinnovaties, meer gebruik openbaar vervoer, fiets en deelmobiliteit. Meerdere maatregelen ter reductie van parkeervraag voor auto's. Bijv. 50% parkeren in hubs in Merwehaven, Marconikwartier en Keilekwartier en groot deel dubbelgebruik van parkeerplaatsen. Hoge inzet op mobiliteitsinnovaties, meer gebruik openbaar vervoer, fiets en deelmobiliteit. Bijv.
Blad 53 van 379
MER Merwe-Vierhavens
Rotterdam projectnummer 0458108.100 12 april 2023 Programmabureau Rotterdam
antea'group
-
toepassing Mobility as a Service (alternatieve mobiliteitsarrangements-vormen). Vele maatregelen ter reductie van parkeervraag voor auto's. Bijv. 100% parkeren in hubs in Merwehaven, Marconikwartier en Keilekwartier en volledig dubbelgebruik parkeerplaatsen.
Twee varianten voor worst-case benadering Planalternatief
Laag programma - mobiliteitspakket S
Hoog programma - mobiliteitspakket S
Drie nadere varianten van het Planalternatief
fffl- Jfflffl » fffl fffl Laag programma - mobiliteitspakket M
Hoog programma - mobiliteitspakket M
Hoog programma - mobiliteitspakket L
Figuur 3-7: Te onderzoeken mobiliteitsvarianten.
Er is geen 'Variant 6 - Laag programma met mobiliteitspakket L' in beeld gebracht. Variant 5 (hoog programma en ambitie L) laat de effecten zien van een groter programma, de effecten van variant 6 zullen in elk geval niet groter zijn. Verder is variant 6 niet realistisch, omdat deze niet rendabel
In hoofdstuk vijf Mobiliteit (beoordeling) zijn eerst de effecten van een laag en hoog programma met mobiliteitspakket S (zonder extra maatregelen voor het beperken van de ruimte voor de auto op basis van het principe auto te gast) beoordeeld en vervolgens de drie nadere varianten met mobiliteitspakket M en L.
Blad 54 va 379
MER Merwe-Vierhavens
Rotterdam projectnummer 0458108.100 12 april 2023 Programmabureau Rotterdam
antea'group
4
Opzet van het MER
4.1
De onderzoeksopzet op hoofdlijnen De transformatie van M4H zal vele jaren in beslag nemen. Op basis van de meest recente inzichten en modellen zijn effecten en keuzes inzichtelijk gemaakt. Dit betekent echter niet dat deze in de toekomst mogelijk anders kunnen zijn. Dit vraagt om een flexibel en toekomstbestendig MER. Om dit vorm te geven werkt dit MER toe naar een voorkeursalternatief waar een spelregelkader aan gekoppeld is. Om tot dit voorkeursalternatief te komen, zijn voor diverse thema's nog nadere afwegingen nodig. Deze worden dan ook in beeld gebracht. Na afronding van dit MER wordt door actieve monitoring gekeken of de gemaakte keuzes en het bijbehorende spelregelkader nog kloppen of dat bijsturing gewenst is. Dit maakt dat het MER actueel blijft en actief de transformatie kan ondersteunen. Om tot een voorkeursalternatief met spelregelkader te komen, is het vervolg van dit MER ingedeeld in deel A, deel B en C (zie schema). Onder dit schema is een toelichting gegeven op de relevante onderdelen en drie delen van het MER. Ambities en programma
Foto van de leefomgeving
Het toekomstperspectief met ambities vertaald uit het Ruimtelijk Raamwerk
De huidige situatie en de referentiesituatie van M4H per milieuaspect in beeld
Dee A
Spelregelkader
Effectbeoordeling
ontwikkel
Effecten van nader uit te werken keuzes
Uit deel A volgen spelregels waarmee zonder nadere keuzes mi heueffecten worden gemitigeerd en waar geen negatieve score op de ambities is
Onderzoek naar alternatieven om positieve bijdrage op milieueffecten en de ambities te vergroten
Dee B Voorkeursalternatief
Flexibiliteit Effecten van fasering en wijzigingen in programma binnen de transformatie van M4H
Dee C
De regels waar gemeente en
Milieueffecten t.o.v. de referentiesituatie en de impact op de ambities
Monitoring Inzicht in de voortgang van de transformatie en mogelijkheden om op de spelregels bij te sturen wanneer nodig
Blad 55 va 379
transformatie conform ambities vorm te geven
Uit deel B volgen spelregels op basis ternatief. Metd spelregels worden negatieve mi heueffecten en negatieve scores op ambities zoveel mogelijk (verder) beperkt.
1
MER Merwe-Vierhavens
Rotterdam projectnummer 0458108.100 12 april 2023 Programmabureau Rotterdam
antea'group
Ambities en programma De ambities en het programma voor M4H staan reeds toegelicht in hoofdstuk 3 van het MER. In deel A van het MER worden de effecten van de bandbreedte van het programma (laag en hoog programma) in beeld gebracht en vervolgens getoetst aan de vijf ambities.
Spelregelkader Het resultante van het MER is het spelregelkader. Het spelregelkader omvat alle spelregels die uit dit MER naar voren komen om een zo optimaal mogelijke kwaliteit van de fysieke leefomgeving (en het behalen van ambities voor Merwe-Vierhavens) te bieden. Met het spelregelkader worden enerzijds randvoorwaarden gegeven voor transformatie: zo komen er bij enkele thema's "ja, mits" of "nee, tenzij" bepalingen uit naar voren voor delen van het plangebied. Daarnaast biedt het spelregelkader maatregelen die of vanuit wettelijk of beleidsmatig oogpunt nodig zijn, bijvoorbeeld bij een thema als water of archeologie, of een optimaliserend karakter hebben. Bij dit laatste kan gedacht worden aan een maatregel, zoals "verlaag de snelheid op weg x naar snelheid y om zo een verkeersveiligere situatie te creëren en de geluidbelasting op de gevel te beperken". Aan deze maatregel ligt dan uiteraard ook een onderbouwing (in dit geval met verlaging van de dB's) aan ten grondslag. De spelregels zijn onderverdeeld in drie categorieën: * Randvoorwaarden te treffen door de gemeente gezien de faciliterende rol die zij heeft; * Algemene spelregels die voor elke ontwikkelaar gelden; * Optimaliserende spelregels die behaalde ambities nog een extra boost geven.
De randvoorwaarden voor de gemeente, algemene spelregels en optimaliserende spelregels uit dit spelregelkader gelden voor de gehele transformatie van M4H en geven de input voor het zogenaamde moederbesluit bij dit MER: het bestemmingsplan. De randvoorwaarden en algemene spelregels worden idealiter geborgd in het bestemmingsplan, waardoor het milieubelang volwaardig wordt meegenomen in de verdere besluitvorming. Het bestemmingsplan geeft de planologisch-juridische kaders voor de transformatie per ontwikkelveld, maar het is bijvoorbeeld geen kant en klaar stedenbouwkundig plan. Sommige randvoorwaarden en spelregels kunnen beter landen in het masterplan dat voor ieder deelgebied/ontwikkelveld wordt uitgewerkt, in een verkeersbesluit of een omgevingsvergunning voor een gebouw. De spelregels worden stapsgewijs na iedere effectanalyse en -beoordeling in deel A, deel B en deel C verzameld en zijn gebundeld in hoofdstuk 24 van het MER.
Deel A: Impact van het planvoornemen op de huidige situatie en referentiesituatie Deel A bestaat uit hoofdstukken 5 t/m 18. In deel A is de huidige situatie en referentiesituatie geschetst per thema van de fysieke leefomgeving. Vervolgens is onderzocht welke impact het planvoornemen (laag en hoog programma in combinatie met mobiliteitsvarianten) heeft op deze fysieke leefomgeving. Per thema is beoordeeld of sprake is van een verbetering of verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie. Daarnaast is ook beoordeeld in hoeverre deze effecten een positieve en/of negatieve bijdrage hebben op de vijf ambities. Op basis van deze dubbele beoordeling is geconstateerd of voor dit thema nog een nadere keuze (door extra mogelijkheden te onderzoeken) gemaakt moet worden of dat het volstaat om eventuele effecten met een spelregel te mitigeren of juist te optimaliseren.
Deel B: Onderzoek naar alternatieven voor thema's waar een nadere keuze nodig is Deel B beslaat hoofdstuk 19 t/m 21 van het MER. In deel B zijn voor alle thema's, waarvan in deel A is geconstateerd dat een nadere keuze nodig is, opties onderzocht. Per nadere keuze zijn deze opties beoordeeld en is een voorkeursalternatief bepaald. Bij dit voorkeursalternatief horen
Blad 56 van 379
MER Merwe-Vierhavens
Rotterdam projectnummer 0458108.100 12 april 2023 Programmabureau Rotterdam
antea'group
uiteraard ook spelregels om dit in de verdere plannen te borgen. Aan het einde van deel B is bekend welk voorkeursalternatief de meest positieve impact op de ambities heeft en idealiter een positief milieueffect teweegbrengt.
Deel C: Fasering, doorkijk naar 2050, werking van het spelregelkader en monitoring Deel C zijn de hoofdstukken 22 t/m 24 van het MER. Deel C bevat nadere overwegingen (bijvoorbeeld fasering en de volgordelijkheid van maatregelen), de doorkijk naar 2050 en het spelregelkader. De onderdelen tezamen vormen input voor het monitoringshoofdstuk aan het einde van het MER.
4.2
Deel A: De effecten van het planvoornemen Effectbeoordeling van het planvoornemen Het effect van transformatie van M4H is op twee niveaus beoordeeld: 1. De effecten zijn vergeleken met de referentiesituatie5. Met plussen (+J en minnen (-) is inzichtelijk of het beter of slechter wordt ten opzichte van de referentiesituatie. 2. Per thema is inzichtelijk gemaakt of sprake is van een positieve of negatieve bijdrage aan de vijf ambities voor M4H. Dit is vormgegeven met een scorebord.
1. Beoordeling van de effecten van transformatie ten opzichte van de referentiesituatie Na de beschrijving van de huidige en referentiesituatie per thema in de hoofdstukken 5 t/m 17 is vervolgens beoordeeld welke impact de transformatie heeft op de referentiesituatie. Deze effectbeoordeling gebeurt aan de hand van een zevenpuntschaal (van — naar + +, zie onderstaand figuur). Mitigerende en optimaliserende spelregels zijn niet betrokken bij de initiële effectbeoordeling, maar als deze leiden tot een andere beoordeling is dit per wel expliciet per spelregel aangegeven. Beoordeling ++ + 01± 0 01--
Omschrijving zeer positief positief enigszins positief neutraal enigszins negatief negatief zeer negatief
De effecten van het planvoornemen worden aan de hand van een lijst indicatoren beoordeeld. Deze beoordeling is, afhankelijk van de indicator, ondersteund met kwantitatieve analyses en/of hoofdzakelijk kwalitatief. De criteria en thema's staan in Tabel 4-1. Tabel 4-1: Beoordelingskader M4H. Thema
Aspect
Beoordelingscriterium
Methodiek
Verkeer en vervoer
Wijze van verplaatsing Verkeersafwikkeling
De mate waarin de modal split ten gunste van OV en fiets verschuift De mate waarin de verkeersafwikkeling op de ontsluitingswegen en kruisingen wordt beïnvloed door de plannen De mate waarin het aantal ongevallen verandert als gevolg van de plannen
Kwantitatief Kwantitatief
Verkeersveiligheid
5 In tegenstelling tot wat in de Notitie reikwijdte en detailniveau was voorgenomen, wordt er niet expliciet gekeken naar het verschil tussen de plansituatie en de huidige situatie. Gezien het compleet verschillende karakter van het gebied nu en in de toekomst en de lange plantermijn is dit niet efficiënt bevonden.
Blad 57 van 379
Kwalitatief
MER Merwe-Vierhavens
Rotterdam projectnummer 0458108.100 12 april 2023 Programmabureau Rotterdam
Geluid
Industrielawaai Nestgeluid Wegverkeerlawaai Scheepvaartlawaai Laagfrequent geluid Cumulatief
Luchtkwaliteit
Geur Stof Externe veiligheid Nautische veiligheid Gezondheids bescherming
Gezondheids bevordering
Ondergrond
Water
Stikstofdioxide (NO2) Fijn stof (PM10 en PM2,s) NO2, PM10 en PM2,5 Roet (EC) Geurhinder Stofhinder Plaatsgebonden risico Groepsrisico Nautische veiligheid Hittestress Lichthinder Stralingshinder Endotoxinen en zoönosen Sport en bewegen Groen in het gebied Leefstijl Sociale cohesie Bodemkwaliteit Niet gesprongen explosieven Kabels en leidingen Oppervlakte water Grondwater Hemelwateroverlast Afvalwatersysteem Waterkwaliteit Waterveiligheid
Ecologie
Archeologie, cultuurhistorie en landschap Energie en circulariteit
Gebiedsbescherming: Natura 2000 Gebiedsbescherming: Natuur Netwerk Nederland Soortenbescherming Biodiversiteit Archeologie Cultuurhistorie Landschap Duurzame energie
antea'group
Bestaande woningen: verandering in geluidbelasting door industrielawaai Nieuwe woningen: hoogte geluidbelasting door industrielawaai Bestaande woningen: verandering in geluidbelasting door nestgeluid Nieuwe woningen: hoogte geluidbelasting door nestgeluid Bestaande woningen: verandering in geluidbelasting door wegverkeerlawaai Nieuwe woningen: hoogte geluidbelasting door wegverkeerlawaai Bestaande woningen: verandering in geluidbelasting door scheepvaartlawaai Nieuwe woningen: hoogte geluidbelasting door scheepvaartlawaai Bestaande woningen: De mate van laagfrequent geluid Nieuwe woningen: De mate van laagfrequent geluid Bestaande woningen: verandering in cumulatieve geluidbelasting Nieuwe woningen: hoogte cumulatieve geluidbelasting Verandering in concentraties NO2 (incl. toetsing Wm-waarden) Verandering in concentraties PM10 en PM2,5 (incl. toetsing Wm-waarden) Toetsing concentraties NO2, PM10 en PM2,5 aan WHO-advieswaarden Verandering in concentratie (geen normen) De mate waarin geurhinder optreedt op bestaande en nieuwe functies De mate waarin stofhinder optreedt op bestaande en nieuwe functies Omvang plaatsgebonden risico en impact op transformatie
Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief
Omvang groepsrisico en impact op transformatie De mate van hinder op een vlotte en veilige doorvaart op de Nieuwe Maas (zicht, ligplaatsen, radarverstoring, lichthinder op schepen) De mate van optreden van het stedelijk hitte-eilandeffect De mate van lichthinder door scheepvaart, verkeer en gebouwen De mate van stralingshinder door zendmasten en kabels en leidingen De mate waarin men gezondheidsklachten oploopt als gevolg van de aanwezigheid van landbouwdieren in de tijdelijke floating farm Mate waarin de omgeving sport en bewegen bevordert Het aandeel en kwaliteit van water/groen in het gebied Mate waarin een gezonde leefstijl (o.a. voeding) wordt gestimuleerd
Kwantitatief Kwalitatief
Mogelijkheden voor samenhang in de maatschappij De mate van bodemverontreiniging De impact van niet gesprongen explosieven De impact van aanwezige kabels en leidingen De mate waarin het oppervlaktewatersysteem wijzigt Het effect op de minimaal benodigde ontwateringsdiepte De mate waarin het plan bijdraagt aan de droogtegevoeligheid in het gebied De mate waarin het risico op hemelwateroverlast wijzigt De impact op het afvalwatersysteem De impact op de waterkwaliteit van de Nieuwe Maas De impact op de primaire waterkering De mate van buitendijkse waterveiligheid De mate van aantasting van de instandhoudingsdoelstellingen van omliggende Natura 2000-gebieden De mate van aantasting van wezenlijke kenmerken en waarden Natuur Netwerk Nederland De mate van aantasting en versterking op de instandhouding van beschermde soorten De mate van biodiversiteit De mate van aantasting van archeologisch erfgoed De mate van aantasting en/of versterking van cultureel erfgoed De impact op de karakteristieke landschappen en ruimtelijk-visuele kwaliteit (openheid, zichtlijnen, contrast stad-land) De verandering van energievraag De mogelijkheden voor (lokale) duurzame energieverbruik en -opwekking
Circulair Afval
Het aandeel hernieuwbare energie uit eigen gebied De mogelijkheden voor hergebruik van grondstoffen en (bouw)materialen De mogelijkheden voor afvalinzameling
Blad 58 van 379
Kwantitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwantitatief/ kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwantitatief/ kwalitatief Kwantitatief/ kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief
MER Merwe-Vierhavens
Rotterdam projectnummer 0458108.100 12 april 2023 Programmabureau Rotterdam
antea'group
2. Toetsing aan de ambities voor M4H Voor Merwe-Vierhavens zijn vijf ambities vastgelegd, zoals beschreven in paragraaf 3.3. Naast de toetsing op milieueffecten, wordt ook beschouwd in hoeverre de milieueffecten per thema positief of negatief bijdragen aan het behalen de vijf ambities voor Merwe-Vierhavens. Deze toetsing vindt plaats op basis van expert judgement. Elke ambitie heeft bij deze beoordeling eenzelfde gewicht. Voorbeeld toetsing op de ambities stedelijkheid en bereikbaarheid Bij de toetsing of een thema positief of negatief bijdraagt aan de ambitie 'stedelijkheid' wordt beoordeeld of sprake is van de impact op het programma, de verhouding wonen-werken en/of het gemengde karakter. Leidt een thema tot beperking van één of meer van deze aspecten, dan geldt een negatieve score. Bij de impact op de ambitie 'bereikbaarheid' wordt gekeken naar een gunstige modal split voor OV en fiets, verkeersveiligheid en of het verkeer goed afgewikkeld kan worden.
De presentatie van deze kwalitatieve beoordeling op ambities (ook wel 'doelbereik' genoemd) gebeurt middels een zogeheten 'scoreboard' (zie Figuur 4-1). Hierin zijn voor het betreffende milieu-thema de vijf ambities gezamenlijk gescoord.
Omgevingsaspect zeer negatief
negatief
neutraal
positief
zeer positief
Stedelijkheid Ruimtelijke kwaliteit Bereikbaarheid Gezondheid Duurzaamheid
Doe bereik ambitie
Figuur 4-1: Voorbeeld scoreboard per thema voor toetsing aan de ambities.
Afweging of een nadere keuze nodig is of dat spelregels volstaan Na de dubbele beoordeling per thema is duidelijk of sprake is van positieve en/of negatieve effecten ten opzichte van de referentiesituatie en de ambities. Vervolgens zijn er twee opties: 1. De effecten zijn beperkt en kunnen gemitigeerd of juist geoptimaliseerd worden door het stellen van één of meerdere spelregels (zie paragraaf 4.4 voor uitleg van spelregels); 2. De effecten zijn van dien aard dat voor dit thema gekeken moet worden naar andere alternatieven: een 'nadere keuze' is noodzakelijk. Er is in ieder geval sprake van het maken van een nadere keuze (optie 2) als: B sprake is van een negatief of zeer negatieve impact op één van de ambities; B sprake is van licht negatieve effecten op meerdere ambities; B sprake is van een negatief tot zeer negatief milieueffect ten opzichte van de referentiesituatie. Als sprake is van een nadere keuze, dan is dit in deel B verder behandeld. Als de effecten (relatief) beperkt zijn en spelregels zijn afdoende om een negatief effect te mitigeren en/of te optimaliseren, dan is nog wel beoordeeld of met deze spelregel(s) de effectbeoordelingen nog veranderen (bijvoorbeeld van 0/- naar een 0). Als dit het geval is, is dit aangegeven bij de betreffende spelregels.
Blad 59 van 379
MER Merwe-Vierhavens
Rotterdam projectnummer 0458108.100 12 april 2023 Programmabureau Rotterdam
antea'group
Drie voorbeelden om deze systematiek te illustreren 1. Voor archeologie geldt dat er beperkt archeologische waarden verwacht worden. De effecten van en op de transformatie zijn beperkt. Met een eenvoudige 'spelregel' kan gewaarborgd worden dat hier rekening mee gehouden dient te worden bij de transformatie.
4.3
2.
Voor ecologie geldt onder andere dat vleermuizen en jaarrond beschermde nestplaatsen voor kunnen komen. Als hier geen rekening mee gehouden wordt, kan een significante impact op de beschermde soorten ontstaan en daarmee de gunstige staat van instandhouding negatief (-) beïnvloeden. Maar dit is door het opstellen van enkele spelregels wel te voorkomen en met aanvullende maatregelen zijn de mogelijke effecten zelfs verder te beperken op diverse plekken in M4H. De beoordeling wordt dan ook na deze spelregel(s) aangepast van negatief (-) naar positief (+1
3.
Tot slot een voorbeeld bij het thema geluid. Hier geldt dat ondanks gedeeltelijke dezonering van een terrein door hoge geluidbelasting de leefomgevingskwaliteit voor nieuwe woningen onder druk staat. Dit vraagt om het beschouwen van andere varianten/keuzes hoe met deze hoge geluidbelasting om te gaan, bijvoorbeeld minder ligplaatsen, inzetten op afschermende werking van bebouwing of schermen, of op een andere wijze invulling geven aan het stedenbouwkundig model. Het is wenselijk deze andere alternatieven/keuzes eerst te beschouwen en pas daarna hier bijpassende spelregels voor op te stellen.
Deel B: Nadere keuzes en voorkeursalternatieven Deel B beslaat hoofdstukken 19 t/m 21 van het MER. In deel B staan de thema's centraal waarvan in deel A geconcludeerd is dat hiervoor alternatieven beschouwd moeten worden: de zogenaamde 'nadere keuzes'. Per nadere keuze zijn de alternatieven hiervoor op dezelfde wijze beoordeeld als in deel A. Dus ook weer op de relevante milieuthema's en op de ambities. Zo ontstaat per alternatief een beoordeling ten opzichte van de referentiesituatie (met plussen en minnen) en een scorebord. Zo'n scorebord voor meerdere alternatieven kan er als volgt uitzien:
Nadere keuze... zeer negatief
negatief
neutraal
positief
zeer positief
A ternatief 1
Stedelijkheid Ruimtelijke kwaliteit Bereikbaarheid Gezondheid Duurzaamheid
A ternatief 2
Stedelijkheid Ruimtelijke kwaliteit Bereikbaarheid Gezondheid Duurzaamheid
A ternatief 3
Stedelijkheid Ruimtelijke kwaliteit Bereikbaarheid Gezondheid Duurzaamheid
Figuur 4-2: Voorbeeld scoreboard, meerdere varianten getoetst.
Per nadere keuze is uit de beschouwde alternatieven een Voorkeursalternatief bepaald, inclusief bijbehorende spelregels om dit te borgen in de latere plannen. Dit voorkeursalternatief is het alternatief dat de meest positieve impact op de ambities heeft en idealiter een positief milieueffect teweegbrengt.
Blad 60 van 379
MER Merwe-Vierhavens
Rotterdam projectnummer 0458108.100 12 april 2023 Programmabureau Rotterdam
antea'group
Deel B eindigt met een samenvatting van het voorkeursalternatief, de bijbehorende( extra) spelregels en de bijbehorende beoordelingen die deze alternatieven op de milieueffecten en de ambities hebben. Deel B eindigt met een overzichtelijk tabel waarin alle beoordelingen op basis van de milieueffecten (deel A) in staan, met daarnaast de kolom hoe al deze milieueffecten scoren op basis van deel B.
4.4
Deel C: Overwegingen, spelregelkader en aanzet tot monitoringsprogramma Deel C bestaat uit de hoofdstukken 23 t/m 25 van het MER. In dit deel wordt ingegaan op nadere overwegingen (bijvoorbeeld fasering en de volgordelijkheid van maatregelen, en de doorkijk naar 2050), spelregels en monitoring. Dit omvat alle spelregels en optimaliserende maatregelen die per thema benoemd in delen A en B. In hoofdstuk 25 is de aanzet tot het monitoringsprogramma gegeven waarbinnen de voorspelde effecten en het spelregelkader uit het MER gedurende de transformatie gemonitord wordt (en waar nodig bijsturing plaatsvindt). Nadere overwegingen In deel A en B zijn per thema en nadere keuze spelregels geformuleerd (zie hieronder een nadere toelichting). Deze zijn in zijn totaliteit als aparte bijlage - het spelregelkader - opgenomen. Om echter een goede invulling van de spelregels te geven, is het zinvol om nog wat overwegingen nader te beschouwen. Zo is ingegaan op welke faseringsopties er zijn, en welke in welke volgorde maatregelen uitgevoerd (kunnen) worden. Daarnaast wordt ingegaan op de flexibiliteit van mogelijk een ander programma voor heel M4H, of verschuivingen in het programma per deelgebied. Doorkijk 2050 Aan het eind van het MER is een kwalitatieve doorkijk naar het jaar 2050 gegeven.
Met de kennis van nu kan aan de hand van trends en ontwikkelingen een beeld geschetst worden hoe M4H er in 2050 voor staat. Echter, om dit met meer zekerheid te kunnen stellen en ook de ontwikkelingen eventueel bij te sturen, is monitoring van de transformatie benodigd. Aanzet tot het monitoringsprogramma Om de flexibiliteit voor de transformatie van M4H te waarborgen is dit MER een zogenaamd 'levend m.e.r.'. Dit betekent dat het rapport niet het eindstation vormt en via monitoring van de effecten van de transformatie in de gaten wordt gehouden of de gemaakte keuzes en maatregelen nog steeds valide zijn. Bijvoorbeeld: komen de berekende prognoses voor mobiliteit (autoverkeer, openbaar vervoer en fiets) overeen met de werkelijkheid en is wel/geen bijsturing nodig? Worden de duurzaamheidsambities gehaald? Aan de hand van een nulmeting (de huidige situatie) en een lijst van meetbare indicatoren kan de stand van zaken periodiek worden gemonitord. Door regelmatig een monitoringsrapportage op te stellen, kan er tijdig bijgestuurd worden waar en wanneer dat nodig is. Ook kunnen de randvoorwaarden en de spelregels waar nodig in de tijd aangepast worden, bijvoorbeeld bij veranderende wetgeving of beleid, maar ook bij nieuwe inzichten. Dit sluit goed aan op de systematiek van de Omgevingswet en geeft bestuurders en beleidsmakers de mogelijkheid om 'vinger aan de pols' te houden.
Ook wordt door deze methodiek het milieubelang telkens expliciet meegewogen bij de besluitvorming en waar nodig extra redelijkerwijs te beschouwen varianten in een later stadium meegenomen. Hierdoor zijn de kernwaarden van de m.e.r. gedurende de transformatie van M4H gewaarborgd. - Paragraaf 25.2 bevat een aanzet tot dit plan op basis van de uitkomsten van dit MER.
Blad 61 van 379
MER Merwe-Vierhavens
Rotterdam projectnummer 0458108.100 12 april 2023 Programmabureau Rotterdam
antea'group
MER Deel A Milieueffecten planvoornemen
Blad 62 van 379
MER Merwe-Vierhavens
Rotterdam projectnummer 0458108.100 12 april 2023 Programmabureau Rotterdam
antea'group
5
Verkeer en vervoer
5.1
Beoordelingskader Beleidskader Het beleidskader voor het thema verkeer is samengevat weergegeven in Tabel 5-1. Tabel 5-1: Beleidskader verkeer. Kader Stedelijk verkeersplan Rotterdam 2017-2030 (2017)
Beleidsregeling parkeernormen auto en fiets Rotterdam 2018 (2018)
OV-visie 2018-2040 (2017)
Fietskoers 2025 (2019)
Stappenplan zero emissie Stadslogistiek (2019) Rotterdamse Mobiliteitsaanpak (2019)
Belangrijkste randvoorwaarde Z uitgangspunt
" "
Een autoluwe binnenstad, meer auto's in garages en minder op straat Een betere aansluiting van West en Zuid op regionale en stedelijke openbaar vervoersnetwerken " Zuid en de binnenstad beter met elkaar verbinden " Meeliften op kansen en projecten in de stad " De volgende parkeernormen gelden voor de nieuwe functies in M4H: woningen ^20 m2: 1,20 pp per woning woningen 85-120 m2: 1,00 pp per woning voorzieningen: 2,5 pp per 100 m2 werkfuncties: 1,0 pp per 100m2. " De parkeereis moet volledig op eigen terrein worden gerealiseerd " Afwijking is mogelijk, indien er voor minimaal 10 jaar, alternatieve parkeervoorzieningen beschikbaar zijn binnen een loopafstand (uitgaande van "B Stadswijk"): Autoparkeren voor bewoners: 600 m Autoparkeren voor werkenden/bezoekers: 300 m Fietsparkeren: 100 m ^ De beleidsregeling is in 2022 geactualiseerd, dit leidt voor M4H niet tot aangepaste kaders.
* OV en verstedelijking gaan hand in hand * Schaalsprong in bereikbaarheid op zuid * Dragend hoofdnet en transformatie van ontsluitend vervoer * Oeververbindingen voor het OV versterken * Oude lijn als derde metrolijn gebruiken * Herpositionering tramnetwerk * Zelfrijdende metro, zero-emissie en zelfrijdende auto faciliteren * Verhogen van de maatschappelijke prestatie Een transitie naar meer lopen, fietsen en OV : * Ruimte maken voor snelle en langzame fietsers * Multifunctionele mobiliteitshubs, deelmobiliteit en verbeteren fietsparkeren * Meer aandacht voor nieuwe fietsers en veilig fietsen * De Rotterdamse fietsalliantie * De binnenstad ontwikkelen tot Zero Emissie zone: verminderen aantal ritten in de stad en verschonen van de vrachtvoertuigen die de stad in moeten * In 2025 alle bevoorrading alleen nog door uitstootvrije voertuigen * Ruim baan voor voetgangers, fietsers en OV: van doorkruisen naar verblijven * Veilige en gezonde verbindingen: van indeling op modaliteit naar indeling op snelheid * Iedereen kan meedoen! Verrijking mobiliteitskeuzes * Vitaal economisch verkeer: efficiënte en schone logistiek
Onderzoeksopzet De ontwikkeling van M4H leidt door de transformatie en verdichting tot extra verkeers bewegingen, verandering van verkeersstromen en verandering in het gebruik van de auto, het OV
Blad 63 van 379
MER Merwe-Vierhavens
Rotterdam projectnummer 0458108.100 12 april 2023 Programmabureau Rotterdam
antea'group
en fiets in en om het gebied. In het rapport Mobiliteitsanalyses M4H6 (bijlage 2A bij dit MER) zijn met behulp van het verkeersmodel MRDH verkeersberekeningen voor vijf mobiliteitsvarianten uitgevoerd (zie voor een nadere toelichting op de mobiliteitsvarianten paragraaf 3.4 van dit verkeersrapport en straks paragraaf 5.3.2 en 5.3.3 van dit MER).
Gevoeligheidsanalyse op basis van aanvullende verkeersberekeningen In 2022 is gebleken is dat voor deelgebied Marconikwartier met een onjuist programma voor variant 1 t/m 5 is gerekend, namelijk 6% (425) teveel woningen en Ĵ.1% (3.059) te weinig arbeidsplaatsen. Om te bepalen of dit een relevante impact heeft op de resultaten is met het inmiddels geactualiseerde verkeersmodel een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd. Aanvullende verkeersberekeningen zijn uitgevoerd voor de referentiesituatie en de maatgevende variant 4. De resultaten van deze gevoeligheidsanalyse zijn beschreven in paragraaf 5.3.4 van dit MER en nader weergegeven in het rapport Aanvullende modelberekeningen M4H7 (bijlage 2B bij dit MER). Daarnaast is ook een voorkeursalternatief (VKA) opgesteld en doorgerekend. Deze resultaten komen aan de orde in deel C van het MER.
Beoordelingskader In Tabel 5-2 zijn deze beoordelingscriteria voor het thema verkeer en vervoer opgenomen waarop de effecten getoetst worden. Tabel 5-2: Beoordelingscriteria verkeer. Aspect Beoordelingscriteria
Methodiek
Wijze van verplaatsing
Kwantitatief
Verkeersafwikkeling
Verkeersveiligheid
5.2
De mate waarin de modal split ten gunste van OV en fiets verschuift De mate waarin de verkeersafwikkeling op de ontsluitingswegen en kruisingen wordt beïnvloed door de plannen De mate waarin het aantal ongevallen verandert als gevolg van de plannen
Kwantitatief
Kwalitatief
Huidige situatie en referentiesituatie Verkeersstructuur in en rondom M4H Deze paragraaf begint met een beschrijving van de huidige verkeersstructuur in en rondom M4H. De referentiesituatie bevat enkele infrastructurele wijzigingen. Dit zijn de belangrijkste, de overige wijzigingen zijn optimalisaties van kruisingen: " Verplaatsing van de kruising Schiedamseweg - Benjamin Franklinstraat naar het westen. Deze komt te liggen ten westen van de Citrusveiling en sluit aan op de Galileistraat via een nieuwe weg, de 'Verlengde Galileistraat'. " Een nieuwe ontsluiting voor het vrachtverkeer met herkomst en bestemming Sappencluster op de Vierhavenstraat, deze ontsluiting wordt gerealiseerd ter hoogte van de Keilestraat. " De aansluiting Galvanistraat - Vierhavenstraat wordt een volledige T-aansluiting, in plaats van de huidige aansluiting waarbij alleen de richting Noord-Zuid is aangesloten.
6 Mobiliteitsanalyse M4H. Goudappel Coffeng, 2020. 7 Aanvullende modelberekeningen M4H Rotterdam. Goudappel Coffeng, 2022.
Blad 64 van 379
MER Merwe-Vierhavens
Rotterdam projectnummer 0458108.100 12 april 2023 Programmabureau Rotterdam
antea'group
Ouii Mathėhi
*OTTfBoJM;
MKSTRMr
X
Maconi: «se
Figuur 5-1: Verkeersstructuur in en om het plangebied (blauwe onderbroken lijnen = autonome infrastructurele wijzigingen). Auto- en vrachtverkeer M4H ligt op de Rechter Maasoever tussen wijken van Schiedam en Rotterdam. Vanuit Schiedam (westzijde) is het gebied vanaf de A4 bereikbaar en via de Maasdijk/Nieuw-Mathenesseweg en de Rotterdamsedijk/Schiedamseweg ontsloten. Van de Rotterdamse zijde (noord- en oostzijde) is M4H via de A20 en S114 (Tjalklaan) bereikbaar. De ligging van M4H in het bredere autonetwerk staat in Figuur 5-2. Vanaf de afslag 16 Vlaardingen op de A4 bedraagt de reistijd per auto 8 minuten (deelgebied Merwehavens). Vanaf de afslag 12 Rotterdam op de A20 bedraagt de reistijd per auto 4 minuten (deelgebied Marconikwartier). De verkeersstructuur in en rondom M4H omvat de volgende wegen: de Vierhavensstraat aan de oostkant, de Schiedamseweg en de Marconistraat aan de noordkant en de Nieuwe Mathenesseweg en Gustoweg aan de westkant, zie Figuur 5-1. Verder ligt in het gebied een aantal toegangswegen naar de bedrijven, zoals de Benjamin Franklinstraat, de Galileïstraat, de Keileweg en de Keilestraat. Overal geldt een snelheidsregime van 50 km/uur.
Blad 65 vai 379
MER Merwe-Vierhavens
Rotterdam projectnummer 0458108.100 12 april 2023 Programmabureau Rotterdam
antea'group
Rjjçiorp
^ HAARENUjja,
İH4RGALAAM |Knp\K
■ý - Vu \ ^
[E?5]
Nieuwland
Centrum-—,
iśy' v .
Partoikeg
yüHiv,
V "“«MfHWtG
Nieuwland
Spangen
Troelst/alaan
thon*» Marconiplein
older ,
- burg. knap^*
thenesse
Vij&luiżşn
Nw Mathenesse Bospohk
(JVijfsluizi
BfVIrtlMrii/l/Jl’/s Figuur 5-2: Verkeersstructuur op grotere afstand.
Openbaar vervoer (OV) Per OV is het noordelijk deel van het plangebied goed bereikbaar. Op 10 minuten fietsafstand en 20 minuten loopafstand van deelgebied Merwehaven ligt station Schiedam Centrum. Metrohalte Marconiplein ligt tegen de noordoosthoek van het plangebied, hier stoppen de metrolijnen A, B en C. Over de Schiedamseweg lopen tramlijn 21 en 24, zie Figuur 5-3. Langs het plangebied lopen ook enkele buslijnen, maar dit zijn avond/nachtdiensten die beperkt bijdragen aan de OVbereikbaarheid van het gebied. Uit de figuur blijkt dat het zuidelijk deel van het plangebied minder goed bereikbaar is per OV. Loopafstand (hemelsbreed) Trein: 1.000 meter Metro: 700 meter O Tram: 450 meter ^ Bus: 350 meter
Figuur 5-3: OV-haltes met invloedsgebieden (bron loopafstanden: ASVV van CROW).
Blad 66 van 379
MER Merwe-Vierhavens
Rotterdam projectnummer 0458108.100 12 april 2023 Programmabureau Rotterdam
antea'group
Fiets De bereikbaarheid van het gebied per fiets is mogelijk via de bestaande wegen. Alleen langs de Vierhavensstraat, Marconistraat, Schiedamseweg en langs een deel van de Keileweg zijn vrijliggende fietspaden gelegen voor de ligging van deze wegen). Deze wegen maken onderdeel uit van een fietsroute door de stad. De overige wegen hebben geen specifiek fietsgedeelte.
Parkeren Parkeren vindt bij de bedrijven met name op eigen terrein en langs de straten plaats. Op de hoek van de Benjamin Franklinstraat en de Galvanistraat is op loopafstand van de woontorens Lee Towers een parkeergarage, waar ook bezoekers tegen betaling gebruik van kunnen maken. Een aandachtspunt met parkeren is het stallen van voertuigen. Vanaf de tweede helft van 2021 is er betaald parkeren ingevoerd op de Keileweg waarmee langdurige stalling wordt voorkomen. Wijze van verplaatsing (modal split) In Figuur 5-4 is op basis van de modelberekening middels de modal split de wijze van verplaatsing van de huidige situatie en referentiesituatie weergegeven. De modal splits is dus gebaseerd op verkeersmodelcijfers, in werkelijkheid kan deze iets afwijken, maar het geeft wel een goede indruk van de wijze van verplaatsing. In de huidige situatie is bijna 2/3 van de verplaatsingen gebaseerd op autoverplaatsingen (circa 65%), de overige verplaatsingen bestaat uit circa 18% openbaar vervoer en 17% fiets. Het percentage autoverplaatsingen neemt in de komende tien jaar af. In de referentiesituatie is meer dan de helft van de verplaatsingen gebaseerd op autoverplaatsingen (circa 56%). De overige verplaatsingen in de referentiesituatie bestaan uit circa 19% openbaar vervoer en circa 24% fiets.
Hiermee ligt het aandeel auto in de referentiesituatie (ruim) boven het aandeel in de Rotterdamse binnenstad. Wat overigens te verklaren is vanwege het feit dat er nu in dit gebied hoofdzakelijk gewerkt wordt en de bereikbaarheid met het OV beperkt is, zie Figuur 5-3.
Modal Split M4H Huidige situatie en referentiesituatie
Binnenstad Rotterdam 2030
Huidige situatie M4H
32K
m
Referentiesituatie M4H
329Í
65K
18K
56K
OK
20K
36K
19K
ACP/o
60?í
m m\ 24K
sm
ļ
iooîí
I Auto I OV M Fiets
Figuur 5-4: Modal split huidige en referentiesituatie M4H
Autogebruik De verschuiving van het aandeel auto van 65% in de huidige situatie naar 56% in de referentiesituatie komt grotendeels door de autonome toename in het fietsgebruik van 17% naar 24%. Ontwikkelingen en maatregelen, zoals de toename van gebruik van elektrische fietsen en verbeterde fietsroutes stimuleren deze verschuiving. Ook zorgt de drukte op het autonetwerk van
Blad 67 van 379
MER Merwe-Vierhavens
Rotterdam projectnummer 0458108.100 12 april 2023 Programmabureau Rotterdam
antea'group
Rotterdam als geheel dat meer mensen kiezen voor fiets of OV. Het totaal aantal autoritten per etmaal van en naar M4H is circa 12.200, het aantal auto-inzittenden is circa 15.400.
OV-gebruik De metrolijnen A, B en C met metrohalte Marconiplein hebben (in het verkeersmodel) ter hoogte van M4H 39.600 - 43.200 reizigers per dag en de tramlijnen 21/24 over de Schiedamseweg heeft 5.300 - 7.200 reizigers per dag. Het totaal aantal OV-ritten van en naar M4H in de referentiesituatie is op basis van het verkeersmodel circa 5.250.
Fietsgebruik Fietsers maken in het gebied met name gebruik van de doorlopende routes Schiedamseweg (3.000 - 5.200 ritten per dag), de Marconistraat (1.000 - 2.000 ritten per dag), Vierhavensstraat (2.000 5.000 ritten per dag) en Gustoweg - Maasdijk richting Schiedam (1.000 - 3.000 ritten per dag). Over één route over het Marconiplein is het hoogste aantal fietsers berekend, te weten circa 10.000 ritten per dag. In werkelijkheid zal het aantal fietsers hier nog hoger liggen door de verschillende routes van, naar en op het Marconiplein. Het totaal aantal ritten met de fiets van en naar M4H in de referentiesituatie is circa 6.600 per dag. Een deel hiervan is het voor- en natransport van de nabijgelegen OV-haltes. Verkeersafwikkeling In M4H (maar ook stadsbreed) is in de referentiesituatie sprake van een toename van de hoeveelheid reizigers in en rondom het gebied, zowel per auto, OV en fiets. Deze toenames worden grotendeels veroorzaakt door de autonome ontwikkelingen: toename van het aantal kantoren en bedrijven in Marconikwartier en de TP-loodsen in het Galileipark. Daarnaast laten de trends en ontwikkelingen zien dat de mobiliteit autonoom nog steeds groeit, ook zonder ontwikkeling van M4H.
Etmaalintensiteiten auto- en vrachtverkeer Het auto- en vrachtverkeer (etmaalintensiteiten) in de referentiesituatie is weergegeven in Tabel 5-3, zie onderstaand figuur voor de ligging van de wegvakken. Vooral op de ontsluitingsweg van het Haka-gebouw (dit is de nieuwe ontsluiting van het sappencluster die autonoom voorzien is), de Galvanistraat en de Marconistraat (west en oost) is een sterke toename in autoverplaatsingen te zien. Op de Galvanistraat ontsluit het autonome verkeer van de Europoint II en III torens. In de huidige situatie is de Galvanistraat - Vierhavensstraat geen volledige aansluiting. In de referentiesituatie gaan we ervan uit dat dit wel het geval is. De toename op de gehele Marconistraat blijkt met name doorgaand verkeer. Op de Keileweg is een sterke afname te zien, dit heeft te maken met de nieuwe ontsluiting van het sappencluster.
Blad 68 vai 379
MER Merwe-Vierhavens
Rotterdam projectnummer 0458108.100 12 april 2023 Programmabureau Rotterdam
antea'group
Figuur 5-5: Ligging wegvakken. Tabel 5-3: Etmaalintensiteiten huidige en referentiesituatie. Wegvak 1. Uitgang Haka-gebouw 2. Keileweg 3. Galvanistraat 4. Marconistraat (oost) 5. Benjamin Franklinstraat 6. Marconistraat (west) 7. Vierhavensstraat 8. Tjalklaan (zuid) 9. Schiedamseweg 10. Rotterdamsedijk 11. Koninginnebrug 12. 's Gravelandseweg 13. Tjalklaan (noord) 14. Mathenessebrug 15. Lage Erfbrug 16. 1e Coolhavenbug 17. Westzeedijk 18. Oranjelaan 19. Vlaardingerdijk (bij A4)
Huidige situatie 0 4.600 400 0 5.100 1.700 18.200 30.500 11.700 11.200 7.900 22.700 40.400 16.600 4.000 9.000 15.000 17.600 24.800
Referentiesituatie 4.700 2.500 1.700 800 5.500 4.100 21.800 36.100 11.700 12.200 8.100 28.000 48.700 17.700 3.900 9.500 18.400 19.700 32.600
Toename 4.700 -2.100 1.300 800 400 2.400 3.600 5.600 0 1.000 200 5.300 8.300 1.100 -100 500 3.400 2.100 7.800
Toename ^) -467o 3257o 87o 1417o 207o 187o 07o 97o 37o 237o 217o 77o -37o 67o 237o 127o 317o
De verkeersafwikkeling op lokale wegen wordt in grote mate bepaald door de capaciteit van de aanwezige kruisingen. In sommige gevallen kan de hoeveelheid verkeer echter zo groot zijn dat ook de wegen dit niet aan kunnen. Een goede indicator hiervoor is de zogenaamde I/C-verhouding. Hierbij staat de I voor Intensiteit en de C voor Capaciteit. Als deze waarde voor een wegvak onder de 0,8 blijft, zijn er geen problemen met de capaciteit van de betreffende weg te verwachten, daarboven is sprake van filevorming. In en rondom M4H liggen voor alle wegen de I/C-verhouding onder deze 0,8. Pas op de snelwegen (A4 en A20) is sprake van hogere I/C-verhoudingen. Op de A4 zijn de maximale waardes bij afslag 16 (ter hoogte van de Vlaardingerdijk) in de ochtendspits 0,98 en in de avondspits 1,16. Op de A20 zijn de maximale waardes bij afslag 11 in de ochtendspits 0,98, bij afslag 12 in de avondspits 0,81. De ontwikkeling van M4H heeft geen effecten op de intensiteiten op het snelwegennet, deze hoge I/C-verhoudingen zijn daarom verder niet relevant voor deze studie.
Blad 69 van 379
MER Merwe-Vierhavens
Rotterdam projectnummer 0458108.100 12 april 2023 Programmabureau Rotterdam
antea'group
Kruispuntbelastingen Zwaarbelaste VRI's zijn potentiële knelpunten, deze zijn inzichtelijk gemaakt aan de hand van kruispuntbelastingen. Uit de statische verkeersmodelanalyses kan een eerste indicatie worden afgeleid van de mate van (over)belasting van kruispunten. In tabel 5-4 is te zien dat veel kruispunten een verzadigingsgraad van 0,85 hebben. Het rekenprogramma geeft een standaardwaarde van 0,85 voor alle VRI's (verkeersregelinstallaties op kruispunten) waarvan de afwikkeling goed verloopt en maakt geen differentiatie 'hoe goed' de afwikkeling op deze kruispunten verloopt. Een waarde van 0,85 betekent dat potentiële knelpunten kunnen worden uitgesloten. Bij een waarde boven 0,85 is een nadere studie wenselijk om te onderzoeken of sprake is van een knelpunt. Kleine overschrijdingen zijn niet direct aanleiding om knelpunten te verwachten, dit geeft vooral aan dat met het statische verkeersmodel geen definitieve uitspraak gedaan kan worden. Voor dit MER zijn de kruispuntbelastingen op basis van het statische model voldoende om uitspraken te doen over het al dan niet optreden van (belangrijke) nadelige verkeerseffecten. De grens van 0,85 wordt daarbij als signaalwaarde gehanteerd, waarbij behoefte is aan nader onderzoek om de urgentie van maatregelen te bepalen.
In onderstaande tabel (zie onderstaande figuur oor de ligging van de kruispunten) is te zien dat meerdere kruispunten VRI's zijn, waarvan de standaardwaarde 0,85 bedraagt en dus de afwikkeling op de kruispunten op basis van deze berekening in M4H nog goed verloopt. Ook de kruispunten Tjalklaan - A20 hebben een standaardwaarde 0,85. Geen enkel kruispunt in het studiegebied heeft een waarde hoger dan 0,85. Geconstateerd kan worden dat in het gehele gebied de doorstroming van het verkeer goed verloopt.
Centrum-
mjnnnnrSĶ K Oud Matbones:
Mathenesse
įv'\Vf\W,\ Ä Y\
pelfchav«n
mp
Figuur 5-6: Ligging kruispunten. Tabel 5-4: Verzadigingsgraad kruispunten ochtend- en avondspits referentiesituatie. A B C D E F G H
Kruispunt Vierhavensstraat - Spanjaardstraat Vierhavensstraat - Keileweg Benjamin Franklinstraat - Keileweg Vierhavensstraat - Galvanistraat Marconiplein: Schiedamseweg - Vierhavensstraat Mathenesserbrug - Mathenesserplein Tjalklaan - Spaanseweg Schiedamseweg - Verlengde Galileistraat
Blad 70 van 379
Ochtendspits 0,85 0,85 0,12 0,25 0,85 0,85 0,85 0,85
Avondspits 0,85 0,85 0,13 0,30 0,85 0,85 0,85 0,85
MER Merwe-Vierhavens
Rotterdam projectnummer 0458108.100 12 april 2023 Programmabureau Rotterdam
I J K L M N O P Q
antea'group
Marconistraat - Radiostraat Schiedamseweg - Van Deventerstraat Rotterdamsedijk - Nieuw-Mathenesserstraat Rotterdamsedijk - Broersvest Boterstraat - Broersvest Nieuwe Haven - Oranjestraat Nieuw-Mathenesserstraat - Van Deventerstraat Hoofdstraat - Koninginnebrug Kruispunten Tjalklaan - A20
0,25 0,85 0,85 0,85 0,53 0,11 0,22 0,85