CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb003167] Bijlage 3 behorende bij 23bb003180 over Jaarverslag en jaarrekening 2022

Gemeenteraad 4 juli 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Het voorstel met betrekking tot de eerste voortgangsrapportage 2023, alsmede tot:41.064 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

^ In de CAO Vo 2022-2023 is een bedrag voor verlichting van de werkdruk opgenomen. Hiervoor is een bestemmingsreserve gevormd, waarvan nog onduidelijk is hoe en wanneer deze uitgegeven gaan worden. ^ De bestemmingsreserve van de NPO-gelden neemt af als gevolg van inzet op achterstanden bij leerlingen als ge­ volg van de coronacrisis in te lopen. ^ De bestemmingsreserve veranderende bekostiging is in 2021 gevormd. Doordat de bekostiging van kracht is ge­ gaan, valt deze vrij. Ontwikkeling kasstromen Om aan onze verplichtingen te kunnen voldoen is het noodzakelijk dat BOOR voldoende middelen beschikbaar heeft. Op ieder moment bestaat inzicht in onze liquide middelen en in de verwachte kasstromen op de korte en lange termijn. De verwachte ontwikkeling van kasstromen in de komende jaren is als volgt: Bedragen in C 1.000

Omschrijving

2022

2023*

2024*

2025*

2026*

2027*

Liquide middelen op 1 januari

54.492

81.150

76.243

66.989

60.085

55.024

Operationele kasstroom Investeringskasstroom Financieringskastroom

56.353 -28.705 -990

17.540 -21.806 -641

2.759 -11.372 -641

3.522 -9.785 -641

5.298 -9.718 -641

6.236 -9.025 -641

Liquide middelen op 31 december

81.150

76.243

66.989

60.085

55.024

51.594

* = prognoses; kasstromen o.b.v. de directe methode

De operationele kasstroom neemt richting 2027 af, doordat er geen NPO middelen meer worden uitgekeerd en we nog wel activiteiten in het kader van NPO verrichten. De hogere investeringskasstroom in 2022 en 2023 heeft te maken met investeringen in onze gebouwen in deze jaren. Bij de financieringskasstroom is in 2022 sprake een aflossing van langlopende verplichting ID-banen en daarnaast is er de komende jaren sprake van een aflossing op de lening voor de

gebouwen van Wolfert Lansing en Wolfert Lyceum. Ontwikkeling balans Rekening houdend met de verwachte financiële resultaten, de ontwikkeling van de kasstromen en de investeringen, verwachten we de volgende ontwikkeling van onze balans (onderdeel A2 uit de gegevensset handreiking continuïteit-

sparagraaf): De meest opvallende ontwikkelingen zijn: ^ De toename van de materiële vaste activa is het gevolg van nieuwbouw van scholen. ^ Hogere positie liquide middelen in 2022 en 2023 door de ontvangst van de NPO middelen in deze jaren. ^ Het eigen vermogen daalt vanaf 2023 als gevolg van de begrote negatieve resultaten. ^ De post voorzieningen betreft de personele voorzieningen en de voorziening voor het groot onderhoud van de gebouwen. De dotatie aan de voorziening groot onderhoud is het gemiddelde over een onderhoudsperiode van 20 jaar (wordt 35 jaar in de nieuwe regelgeving). De onderhoudslasten zijn echter niet jaarlijks gelijk, waardoor de omvang van de voorzieningen ook niet jaarlijks gelijk is. Tot 2027 stijgt de voorziening onderhoud, omdat er minder onttrekkingen zijn gepland dan de hoogte van de dotatie. ^ De langlopende schulden nemen af door de aflossing van de leningen van Wolfert Lansing en Wolfert Lyceum.

h || ||

pwc

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden

67

9 BOOR JAARVERSLAG 2022 - BESTUURSVERSLAG

Bedragen xC 1.000

Activa

2022

2023*

2024*

2025*

2026*

2027*

Vaste activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa

|

66.864 1.075

75.609

81.490

82.145

84.054

85.769

1.040

1.005

970

935

900

16.951 81.150

11.873

14.779

13.984

13.984

13.984

|

76.243

66.989

60.085

55.024

51.594

166.040

164.765

164.263

157.184

153.997

152.247

2023*

2024*

2025*

2026*

2027*

Vlottende activa Vorderingen Liquide middelen

1 Totaal activa Passiva

2022

Eigen vermogen (incl. bestemmingsreserves)

60.179

56.814

45.076

36.807

30.838

26.133

Voorzieningen

30.188

33.403

37.111

39.142

41.586

44.249

Langlopende schulden

16.772

16.131

15.490

14.849

14.208

13.567

Kortlopende schulden

58.901

58.417

66.586

66.386

67.365

68.298

Totaal passiva

166.040

164.765

164.263

157.184

153.997

152.247

1

* = prognoses

Ontwikkeling vermogenspositie Zoals zichtbaar in de balans neemt de vermogenspositie van BOOR de komende jaren af. Ontwikkelingen die een substantiële invloed op vermogensontwikkeling hebben zijn: ^ Vanaf 2024 moeten schoolbesturen een voorziening groot onderhoud opbouwen conform de “componentenme­ thode” (d.w.z. per component per pand, over de gehele onderhoudscyclus). Momenteel gebruiken de meeste schoolbesturen, net als BOOR, een methode waarbij de toekomstige uitgaven voor groot onderhoud gemiddeld worden over de totale looptijd. Er vindt een zekere egalisatie plaats over de jaren. Zodra deze “componentenme­ thode” gebruikt moet gaan worden (vanaf 2024) betekent dit voor BOOR een forse stijging van de voorziening groot onderhoud. In de afgelopen drie jaar is hierop geanticipeerd door in totaal ca. C 10 miljoen extra te doteren. De exacte omvang van de extra dotaties is nog niet bekend. In boekjaar 2022 hebben we daarom een wederom een additionele dotatie aan de voorziening groot onderhoud gedaan (C 4 miljoen in 2022). ^ In de jaren 2023 -2027 zijn negatieve resultaten begroot. Dit leidt tot een afname van onze vermogenspositie. Huisvestingsbeleid In het Integraal Huisvestingsplan 2020-2023 zijn afspraken gemaakt over welke schoolgebouwen gerenoveerd worden en voor welke scholen er vervangende nieuwbouw gerealiseerd wordt.

Dit betreft voor BOOR 28 scholen, verspreid over de drie sectoren. Voor deze bouw- en renovatieprojecten zijn businesscases opgesteld. Het doel van deze businesscases is om heldere afspraken met de gemeente te maken over met name budget (beschikking) en tijd. Voor de businesscases die reeds in 2018 gestart zijn geldt dat deze na accordering van de gemeente verder gedefinieerd zijn. Dat houdt in, dat per school de businesscase wordt uitgewerkt in een programma van eisen en dat er een architect geselecteerd wordt die dit vertaalt in een ontwerp. Op 1 januari 2023 zijn er 8 projecten in de fase Businesscase, 3 in de fase Voorlopig ontwerp, 3 in de fase Definitief ontwerp, 3 in de fase Aanbestedingsgereed ontwerp en 9 in de fase Realisatie. In 2022 zijn de voorbereidingen gestart voor het maken van het IHP voor de planperiode 2024-2028. BOOR heeft ook in 2022 veel regulier onderhoud uitgevoerd, voor de drie sectoren bij elkaar gaat het om ruim C 4 miljoen ten laste van de onderhoudsvoorziening en C 2,6 miljoen aan klein onderhoud. Investeringsbeleid Er is een Meerjarig Inventarisplan (MIP) waarin de verwachte investeringen in inventaris voor de komende jaren zijn opgenomen. Bij de uitvoering van het MIP is het van belang dat scholen opdrachten plaatsen bij de uit een centrale aanbesteding gegunde partijen of bij de leveranciers, waarmee centraal raamcontracten zijn afgesloten.

h || ||

68

pwc

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden

BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2022 9

Financieringsbehoeften De financiering van huisvestingsprojecten gebeurt vanuit de exploitatie en eventuele geoormerkte subsidies. Alleen de panden van Wolfert Lansing en Wolfert Lyceum zijn extern gefinancierd door de BNG.

Ontwikkeling financiële positie (ratio’s) De financiële positie van BOOR kan worden uitgedrukt in diverse ratio’s. Op basis van bovenstaande cijfers en progno­ ses, zien we de volgende ontwikkeling van ratio’s in de komende jaren: Inspectienormen: Omschrijving

2022

2023*

2024*

2025*

2026*

2027*

Solvabiliteit 2 (minimaal 30X) (1)

54,420Zi

54,75Vo

50,03Vo

48,32Vo

47,03Vo

46,23Vo

Liquiditeit (minimaal 15Vo) (2)

166,550Xi

150,840Zi

122,800Zi

111,57Vo

102,440Zi

96,02Vo

81.150

76.243

66.989

60.085

55.024

51.594

Absolute omvang liquide middelen (x C 1.000) (minimaal i 100k) (3) * = prognoses

Interne normen: Omschrijving Weerstandsvermogen incl. bestemmingsreserves (4)

2022 15,950Zi

2023* 15,840Zi

2024*

2025*

13,340Zi

10,850Zi

2026* 9,02Vo

2027* 7,59Vo

Weerstandsvermogen excl. bestemmingsreserves (4)

8,33Vo

8,64Vo

8,00Vo

6,88Vo

5,85Vo

5,04Vo

Kapitalisatiefactor (maximaal 35X) (5)

34,44Vo

34,70Vo

36,48Vo

34,80Vo

34,06Vo

33,96Vo

Huisvestingsratio (maximaal 10Vo) (6)

7,80Vo

8,93Vo

9,59Vo

9,65Vo

9,65Vo

9,63Vo

* = prognoses

1. De solvabiliteit wordt berekend door het eigen vermogen vermeerderd met de voorzieningen te delen door het balanstotaal (‘solvabiliteit 2’). Eind 2022 bedroeg de solvabiliteit 2 54,4%. De onderwijsinspectie hanteert - voor het toepassen van het financieel toezicht - een signaleringsgrens van de solvabiliteit 2 van 30%.

2. De liquiditeit laat de verhouding tussen kortlopende vorderingen en schulden zien. De signaleringsgrens van de onderwijsinspectie is 75%. Onze liquiditeit blijft hier komende jaren ver boven. Een kanttekening hierbij is dat de liquiditeitsratio sterk wordt beïnvloed door de aannames in de ontwikkeling van de liquide middelen en de kortlo­ pende schulden. Met name in latere jaren worden investeringen bij het begroten soms te laag ingeschat.

3. De inspectie hanteert een minimale omvang van liquide middelen van C 100.000. BOOR voldoet de komende jaren aan deze norm.

4. BOOR streeft naar een minimaal weerstandsvermogen van 8% van de exploitatie. In 2022 haalt BOOR deze norm (incl. bestemmingsreserves) ruimschoots mede dankzij de extra NPO baten. Vanaf 2023 zal het weerstandsver­ mogen dalen als gevolg van de verwachte negatieve resultaten. De vereenvoudiging van de bekostiging voor het primair onderwijs zorgt in 2022 voor een negatief effect op het weerstandsvermogen van C 8 miljoen.

5. Het kengetal kapitalisatiefactor laat zien of een instelling te veel kapitaal aanhoudt voor zijn (onderwijs)activiteiten. De kapitalisatiefactor wordt berekend door van het balanstotaal van een instelling de bedragen voor gebouwen en terreinen af te trekken en het dan overblijvende bedrag te delen door het totaal van de jaarlijkse baten. Als de kapitalisatiefactor boven een bepaalde signaleringsgrens uitkomt, zou dat erop kunnen wijzen dat het bestuur te veel kapitaal aanhoudt voor zijn onderwijsactiviteiten. De bovengrens van deze kapitalisatiefactor (voor grote schoolbe­ sturen) bedraagt 35%. Ultimo 2022 bedraagt de kapitalisatiefactor van BOOR 34,4%. Door een toename van de investeringen neemt de kapitalisatiefactor de komende jaren toe.

6. Het kengetal huisvestingsratio geeft aan welk deel van de totale lasten gebruikt is voor huisvestingskosten. Als de huisvestingsratio boven de 10% uit komt zou dat erop kunnen wijzen dat er teveel middelen aan huisvesting uitge­ geven worden, waardoor er te weinig middelen over blijven om aan het primaire proces uit te geven. De huisves­ tingsratio voor BOOR bedraagt ultimo 2022 7,8% en neemt de komende jaren toe tot ca. 9,6%, mede als gevolg van de stijgende energielasten.

h || ||

pwc

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden

69

9 BOOR JAARVERSLAG 2022 - BESTUURSVERSLAG

4. Verantwoording uan de financiën Het jaar 2022 wordt afgesloten met een positief resultaat van C 13,4 miljoen (begroot -C 3,1 miljoen). Het hogere resul­ taat wordt grotendeels verklaard door ontvangen extra baten die niet volledig besteed zijn. Dit betreft voornamelijk C 14,3 miljoen aan niet bestede NPO gelden. Deze worden toegevoegd aan de bestemmingsreserve NPO. Bedragen xC 1.000

2022

Begroting

2021

Totaal baten Totaal lasten Financiële baten en lasten

377.309 363.577 -365

330.688 333.321 -464

334.892 316.754 -575

Resultaat

13.367

-3.097

17.563

In dit hoofdstuk en in de toelichting op de baten en lasten wordt hierop nader ingegaan. Een nadere analyse van het resultaat geeft het volgende beeld:

Analyse resultaat 2022 in vergelijking met begroting 2022____ bedragen * C1. Begroting 2022 -3.097 Rijksbijdrage compensatie CAO Additionele baten uit NPO Additionele baten nieuwkomers/asielzoekers/vreemdelingen Additionele baten strategisch personeelsbeleid VO Overige subsidies Overige baten

22.400 4.700 7.300 4.600 4.100 3.521

Totale additionele baten Stijging cao, sociale lasten en pensioenpremies Minder inzet personeel voor NPO activiteiten Diverse overige personele lasten (voornamelijk reiskosten) Extra inzet PNIL Additionele dotatie voorziening groot onderhoud Hogere huisvestingslasten (energie en onderhoud) Leerlinggebonden kosten Overige kosten (o.a. ICT tempoversnelling)

46.621 17.900 -9.000 3.700 6.900 4.000 2.100

2.800 1.756

Totale additionele lasten

30.156

Resultaat ultimo 2022

13.368

Mutaties bestemmingsreserve 2022

-11.948

Resultaat na resultaatbestemming

1.420 h || ||

70

pwc

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden

BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2022 9

In het najaar van 2021 is de begroting 2022 opgesteld met een negatief resultaat van Ç 3,1 miljoen. Het resultaat na bestemmingsreserve in deze begroting was Ç 2,5 miljoen negatief. Medio 2022 zijn de nieuwe cao’s afgesloten, waardoor zowel de baten als de lasten sterk gestegen zijn. De extra dotatie aan onderhoudsvoorziening in de jaarrekening (Ç 4,0 miljoen) is toegerekend aan de drie sectoren om te anticiperen op de veranderende toepassing van de richtlijnen voor de jaarverslaggeving in de voorziening voor groot onderhoud. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar de analyse van de sectorresultaten. Gedurende het jaar zijn twee voortgangsrapportages opgesteld die inzicht geven in het verloop van het resultaat. In 2022 zijn onderstaande resultaatverwachtingen gerapporteerd: BOOR

Realisatie 2022

Baten Lasten Financiële baten en lasten

2e Forecast

377.309 363.576 365

1e Forecast

368.314 357.990 430

Begroting

341.526 330.858 423

330.688 333.320 465

Resultaat

13.368

9.894

10.245

-3.097

Dotatie bestemmingsreserve NPO Vrijval bestemmingsreserve vo werkdruk convenant Dotatie bestemmingsreserves werkdrukmiddelen vo 2022 Resultaat internationaal onderwijs naar privaat bestemmingsfonds Onttrekking bestemmingsreserve versnellings-programma ICT Vrijval bestemmingsreserves veranderende bekostiging

-14.439 341 -1.769 -199 1.118 3.000

-12.543 337 0 0 1.098 3.000

-16.858 542 0 0 1.745 3.000

0 542 0 0 0 0

1.420

1.786

-1.326

-2.555

Resultaat na bestemmingsreserve

1. In de eerste voortgangsrapportage werd een resultaat (na bestemmingsreserve) verwacht dat Ç 1,2 miljoen positie­ ver was dan begroot.

2. In de tweede voortgangsrapportage werd een verwacht resultaat (na bestemmingsreserve) gepresenteerd van Ç 1,8 miljoen: Ç 4,3 miljoen hoger dan begroot. De belangrijkste oorzaak hiervoor is hogere baten rijksbijdrage ter com­ pensatie van de nieuw afgesloten cao’s, hogere baten NPO en extra inkomsten voor nieuwkomers. Hier tegenover staan de lasten vanuit de cao’s en de hogere kosten als gevolg van de inflatie.

3. Het werkelijke resterend resultaat (na bestemmingsreserve) is nagenoeg gelijk aan het resultaat in de tweede voort­ gangsrapportage en Ç 4,0 miljoen hoger dan begroot.

Analyse sectorresultaten Voortgezet onderwijs

Realisatie 2022

Baten Lasten Financiële baten en lasten

2e Forecast

1e Forecast

Begroting

144.468 137.683 365

137.919 133.987 422

135.965 125.790 419

128.999 128.149 461

Resultaat

6.420

3.510

9.756

389

Dotatie bestemmingsreserve NPO Vrijval bestemmingsreserve vo werkdruk convenant Dotatie bestemmingsreserves werkdrukmiddelen vo 2022 Resultaat internationaal onderwijs naar privaat bestemmingsfonds

-4.917 341 -1.769 -49

-4.045 337

-9.370 542

542

25

-198

928

931

Resultaat na bestemmingsreserve

0

Het resultaat van de sector vo is Ç 6,0 miljoen hoger dan begroot. Er was sprake van Ç 15,5 miljoen hogere baten dan begroot. Dit betreft de compensatie van de cao, de hogere bijdra­ ge NPO (waaronder ook nieuwkomersbekostiging NPO) en de regeling strategisch personeelsbeleid, begeleiding en verzuim. Deze is verruimd met de werkdrukmiddelen vanuit het onderwijsakkoord. h || ||

pwc

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden

71

9 BOOR JAARVERSLAG 2022 - BESTUURSVERSLAG

Tegenover deze hogere baten staan Ç 9,5 miljoen hogere lasten. Dit komt door de effectuering van cao afspraken, hogere reiskostenvergoeding voor medewerkers, extra dotatie aan de voorziening onderhoud en hogere leerlinggerelateerde kosten. Het niet uitgegeven deel van de NPO middelen wordt toegevoegd aan de bestemmingsreserve. Vanuit de bestemmingsreserve convenant 2019 werkdruk is minder vrijgevallen dan begroot was. Voor het collectieve deel van de werkdrukmiddelen die zijn opgenomen in de regeling strategisch personeelsbeleid is een bestemmingsreserve gevormd, omdat deze middelen nog niet besteed zijn in 2022.

(Speciaal) basis onderwijs

Realisatie 2022

Baten Lasten Financiële baten en lasten

165.817 160.807 -1

2e Forecast

1e Forecast

164.312 159.496 8

Begroting

147.170 144.778 4

144.127 144.697 4

Resultaat

5.011

4.808

2.388

-574

Dotatie bestemmingsreserve NPO Onttrekking bestemmingsreserve versnellings-programma ICT Vrijval bestemmingsreserves veranderende bekostiging Resultaat internationaal onderwijs naar privaat bestemmingsfonds

-7.649 764 1.935 -150

-7.128 761 1.935

-5.636 1.207 1.935

0 0 0

-89

376

-106

-574

Resultaat na bestemmingsreserve

Het resultaat na de bestemmingsreserve is C 0,9 miljoen lager dan begroot. Het resultaat van de sector (s)bao is C 5,6 miljoen hoger dan begroot. De hogere baten van C 21,7 miljoen in deze sector betreft voornamelijk de compensatie van de cao. Daarnaast zijn er hogere baten voor NPO, nieuwkomersbekostiging en meer inkomsten vanuit subsidies. De lasten van de sector (s)bao zijn Ç 16,1 miljoen hoger dan begroot. Dit komt door de effectuering van cao afspraken, hogere reiskostenvergoeding voor medewerkers, meer kosten voor externe inhuur, extra dotatie aan de voorziening onderhoud, hogere huisvestingslasten (energie en onderhoud) en ICT-uitgaven ten behoeve van het versnellingsprogramma ICT. Het niet uitgegeven deel van de NPO middelen wordt toegevoegd aan de bestemmingsreserve. Voor de hierboven ge­ noemde ICT tempoversnelling is in 2021 een bestemmingsreserve gevormd. Voor het deel van de gerealiseerde kosten in 2022 is deze reserve gedeeltelijk vrijgevallen. De bestemmingsreserve die gevormd is in 2021 ten behoeve van de veranderende bekostigingssystematiek is volledig vrijgevallen in 2022.

(Voortgezet) speciaal onderwijs

Realisatie 2022

Baten Lasten Financiële baten en lasten

66.230 64.796 -7

2e Forecast

1e Forecast

65.379 63.803 0

Begroting

57.750 59.649 0

57.321 60.234 0

Resultaat

1.441

1.576

-1.899

-2.913

Dotatie bestemmingsreserve NPO Onttrekking bestemmingsreserve versnellings-programma ICT Vrijval bestemmingsreserves veranderende bekostiging

-1.882 355 1.065

-1.393 337 1.065

-1.852 538 1.065

0 0 0

979

1.585

-2.148

-2.913

Resultaat na bestemmingsreserve

Het resultaat van de sector (v)so is C 4,4 miljoen hoger dan begroot. De baten van de sector (v)so zijn C 8,9 miljoen hoger dan begroot. Dit betreft voornamelijk de compensatie van de cao, de extra baten NPO en hogere overige baten.

h || ||

72

pwc

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden

BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2022 9

De lasten zijn Ç 4,6 miljoen hoger dan begroot. Dit komt door de effectuering van cao afspraken, hogere reiskostenver­ goeding voor medewerkers, meer kosten voor externe inhuur voor de tijdelijke invulling van vacatures als gevolg van het lerarentekort, extra dotatie aan de voorziening onderhoud, hogere energielasten en ICT-uitgaven ten behoeve van het versnellingsprogramma ICT. Het niet uitgegeven deel van de NPO middelen wordt toegevoegd aan de bestemmingsreserve. Voor de hierboven ge­ noemde ICT tempoversnelling is in 2021 een bestemmingsreserve gevormd. Voor het deel van de gerealiseerde kosten in 2022 is deze reserve gedeeltelijk vrijgevallen. De bestemmingsreserve die gevormd is in 2021 ten behoeve van de veranderende bekostigingssystematiek is volledig vrijgevallen in 2022. Realisatie 2022

ABB

Baten Lasten Doorbelasting naar sectoren Financiële baten en lasten Resultaat

Dotatie bestemmingsreserve NPO Resultaat na bestemmingsreserve

2e Forecast

1e Forecast

Begroting

794 15.487 -15.197 8

704 15.901 -15.197

641 15.522 -14.881

241 15.122 -14.881 0

496

0

0

0

9

23

505

23

0

0

0

Het resultaat voor bestuur en BOOR Services is 6 0,5 miljoen hoger dan begroot. De baten voor bestuur en BOOR Services zijn hoger door activiteiten die zijn uitgevoerd waarvoor subsidie ontvan­ gen is en door inkomsten vanuit penvoerderschap Commissie gezamenlijk aanbesteden. De lasten zijn Ç 0,4 miljoen hoger dan begroot. Enerzijds betreft dit de hogere loonkosten vanuit de cao en de kosten die vanuit penvoerderschap gemaakt. Anderzijds zijn de budgetten onvoorzien niet volledig besteed. De doorbelasting naar de sectoren is Ç 0,3 miljoen hoger dan begroot wegens de nieuwe cao vo.

Verdeling van de lasten over de sectoren In onderstaande grafiek zijn de lasten 2022 met de vergelijkende cijfers 2021 verdeeld over de drie onderwijssectoren en de kosten voor ABB (Administratie, Beheer en Bestuur). De verdeling is in onderstaande grafiek inzichtelijk gemaakt. De kosten ABB dalen met 0,5% procentpunt naar 4,3%. Deze daling wordt vooral veroorzaakt door het niet volledig besteden van de onvoorziene budgetten.

50

2022

45 40

42,07 42,307o

2021

36,807o

35 30 25 20

16,97 16,67

15 10 4 37

5 0

vo

(s)bao

(s)vo

4,87

ABB

pwc

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden

73

9 BOOR JAARVERSLAG 2022 - BESTUURSVERSLAG

Financiële positie De balans en staat van baten en lasten leiden tot onderstaande kengetallen. Deze kengetallen zijn vergeleken met de signaleringswaarde zoals de onderwijsinspectie deze hanteert. De inspectie heeft niet voor alle kengetallen een signaleringswaarde bepaald. Met behulp van de signaleringswaarde bepaalt de inspectie of er mogelijk sprake is van een financieel risico en of er aanleiding is om een nader onderzoek in te stellen. Bedragen x C 1.000

Kengetallen balans Eigen vermogen + voorzieningen Balanstotaal Solvabiliteit 2 Vlottende activa Kortlopende schulden Liquiditeit (current ratio) Absolute omvang liquide middelen

Signaleringswaarde 31 december 2022 31 december 2021 onderwijsinspectie ē 90.367 ē 69.575 ē 166.040 ē 134.575 51,707 lager dan 307 54,427 ē 98.101 ē 71.187 ē 58.901 ē 47.353 150,337 lager dan 757 166,5570 C 81.150 C 54.492 minimaal C 100.000 Bedragen x C 1.000

Kengetallen staat van baten en lasten Resultaat Totale baten Rentabiliteit Personeelslasten Totale lasten Aandeel personele lasten Materiële lasten Totale lasten Aandeel materiële lasten Totale lasten Leerlingen (1 oktober voorgaand jaar) Totale lasten per leerling (bedragen xC1) Huisvestingslasten + afschrijving gebouwen Totale lasten Huisvestingsratio

2022 ē 13.367 ē 377.309 3,547 ē 292.847 ē 363.577 80,557 ē 70.730 ē 363.577 19,457 ē 363.577 29.718 C 12.234 ē 28.359 ē 363.577 7,807

2021 ē 17.564 ē 334.892 5,247 ē 258.696 ē 316.754 81,677 ē 58.058 ē 316.754 18,337 ē 316.754 30.239 C 10.475 ē 25.759 ē 316.754 8,137

Signaleringswaarde

lager dan -107

hoger dan 107

De ratio’s zijn in lijn met de verwachtingen. Alle ratio’s scoren ten opzichte van de signaleringsgrens positief. De totale lasten per leerling en de huisvestingsratio ontwikkelen zich naar een scenario waar er meer lasten zijn. Dit is onder andere het gevolg van de NPO-gelden en de bouwactiviteiten binnen BOOR.

Bovenmatig eigen vermogen

2022

2021

Totaal eigen vermogen Privaat eigen vermogen

60.179 1.810

46.812 1.611

Feitelijk eigen vermogen Normatief eigen vermogen Mogelijk bovenmatig eigen vermogen

58.369 79.379 -

45.201 71.777 -

Er zijn momenteel geen indicaties van bovenmatig eigen vermogen.

74

pwc

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden

BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2022 9

5. Verslag uan het algemeen bestuur Het bestuur van stichting BOOR is ingericht volgens het ‘one-tier board’ bestuursmodel. Daarin vormen het algemeen bestuur en het college van bestuur (dagelijks bestuur) samen het bestuur. De samenstelling van het algemeen bestuur is te vinden in Hoofdstuk 1. De taken van het algemeen bestuur betreffen intern toezicht houden, advisering, afleggen van externe verantwoording en het vervullen van de werkgeversrol richting de leden van het college van bestuur. Het interne toezicht richt zich op de strategie, de doelen en het beleid van BOOR. In ieder geval één keer per jaar be­ spreekt het algemeen bestuur de invulling van de maatschappelijke opdracht van BOOR, de strategische koers en de risico’s en de beheersing daarvan.

5.1.

Kernprioriteiten: onderwijskwaliteit en onderwijscontinuïteit

De primaire focus van het algemeen bestuur richt zich op de kern van de opdracht van BOOR, namelijk (de verster­ king van) de onderwijskwaliteit op alle scholen van BOOR. Een belangrijke afgeleide daarvan betreft de continuïteit van het openbaar onderwijs. Die heeft, zeker tegen de achtergrond van het tekort aan bevoegde leraren en - inmiddels in mindere mate - de coronapandemie, de voortdurende aandacht van het bestuur. Goed werkgeverschap, gezonde financiën en een efficiënte bedrijfsvoering vormen voor kwaliteit en continuïteit belangrijke randvoorwaarden.

5.2.

Aandachtsgebieden in 2022: corona en de strategische koers

Net als in 2020 en 2021, is in de eerste helft van 2022 vanuit het algemeen bestuur noodzakelijkerwijs veel aandacht geweest voor corona-gerelateerde onderwerpen. In de loop van 2022 kon de aandacht hiervoor worden afgeschaald en richtte zich met name op een goede ventilatie van schoolgebouwen. In 2022 is de nieuwe Koers van BOOR ‘Sta open’ vastgesteld. De vijf beloften uit de Koers fungeren als richtsnoer voor de agendering en bespreking van (de voortgang op) verschillende thema’s door het algemeen bestuur. Belangrij­ ke onderwerpen in dat kader waren onderwijskwaliteit, het lerarentekort, het Nationaal Programma Onderwijs (NPO), leiderschap- en organisatieontwikkeling, identiteit en burgerschap, spreiding van de onderwijsvoorzieningen, en de samenwerking met andere schoolbesturen. Op het gebied van bedrijfsvoering en huisvesting waren stijgende energielasten, ICT en cybersecurity, nieuwbouwprojecten, weerstandsvermogen en het programma transitie bedrijfsvoering prioriteiten. De maatschappelijke taak van BOOR en de openbare identiteit van de stichting zijn regelmatig terugkeren­ de thema’s in de besprekingen van het algemeen bestuur.

5.3.

Commissies van het algemeen bestuur

Het algemeen bestuur kent drie commissies: de auditcommissie, de onderwijscommissie en de remuneratiecommissie. De commissies hebben een voorbereidende en adviserende taak. Daarnaast adviseren en ondersteunen leden van het algemeen bestuur het college van bestuur incidenteel vanuit hun eigen expertise en achtergrond (waaronder onderwijs­ inhoudelijk, financieel, personeelsbeleid, huisvesting en communicatie).

h || ||

pwc

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden

75

9 BOOR JAARVERSLAG 2022 - BESTUURSVERSLAG

5.3.1.

Auditcommissie

De auditcommissie adviseert het algemeen bestuur gevraagd en ongevraagd over de rechtmatigheid en doelmatigheid van het financieel beheer en beleid van BOOR (besteding van de Rijksmiddelen, opbouw weerstandsvermogen, begro­ tingszaken, eventuele bezuinigingstaakstellingen), bedrijfsvoering, ICT, inkoop en huisvesting. In de auditcommissie is in 2022 gesproken over het jaarverslag en de jaarrekening 2021, het verslag bij de jaarrekening en de managementlet­ ter van de accountant (bespreking samen met de accountant), de (meerjaren)begroting 2023, het weerstandsvermo­ gen, het programma transitie bedrijfsvoering, treasury, ICT en cybersecurity, stijgende energielasten, bouwprojecten, het meerjarenonderhoudsplan (MJOP), duurzaamheidsmaatregelen, de voorziening voor groot onderhoud, de nieuwe bekostigingssystematiek voor het primair onderwijs (po) vanaf 2023, en de verbetering van de bedrijfsvoering, alsme­ de het algehele risicomanagement. Bij het toezicht op doelmatigheid wordt mede ingegaan op de waarborgen die in het begrotings- en verantwoordingsproces van BOOR zijn ingebouwd om de geplande resultaten met de beschikbare middelen te behalen.

5.3.2. Onderwijscommissie De onderwijscommissie adviseert het algemeen bestuur gevraagd en ongevraagd over zaken die de onderwijskwaliteit betreffen. Naar reguliere agendapunten is in 2022 in elke vergadering van de onderwijscommissie stilgestaan bij een van de vijf beloften uit de Koers door daaraan gerelateerde onderwerpen te agenderen. Een voorbeeld is de bespre­ king van thema’s als het NPO, het Jonge Kind en Passend Onderwijs onder de paraplu van de belofte ‘Ieder talent telt’. Een ander voorbeeld is de belofte ‘Versterken door vernieuwing’. Om die belofte te realiseren zijn vanuit BOOR verscheidene initiatieven ontwikkeld die in de onderwijscommissie zijn besproken. Met de Onderzoeksagenda streven we bijvoorbeeld naar een onderzoekende houding en cultuur, kennisbenutting en kenniscreatie. Naast deze onderwer­ pen is in 2022 in de onderwijscommissie de aandacht uitgegaan naar onderwijs in coronatijd, het lerarentekort en de aanpak vanuit het project Anders Organiseren, de inzet op leiderschapstrajecten, de Staat van het BOOR Onderwijs, HR-ontwikkelingen, het jaarverslag 2021, de voortgangsrapportages 2022, het jaarplan 2023, armoedeproblematiek, het medewerkerstevredenheidsonderzoek (MTO), de aanvraag en inzet van de subsidie basisvaardigheden, en de inzet van ICT-toepassingen in het onderwijs.

5.3.3.

Remuneratiecommissie

De remuneratiecommissie voert namens het algemeen bestuur, en met input van betrokkenen binnen en buiten de or­ ganisatie, de functionerings- en beoordelingsgesprekken met de leden van het college van bestuur. De basis daarvoor wordt gevormd door het koersdocument, het jaarplan en de bestuurscontracten. Ook voert de remuneratiecommissie de regie op de werving van nieuwe bestuursleden.

5.4.

Vergaderingen

In 2022 zijn zeven bestuursvergaderingen geweest. Naast de vaststelling van het jaarplan en de begroting 2023 en het jaarverslag en de jaarrekening 2021 van BOOR zijn onderwerpen op het gebied van personeelsbeleid, onderwijshuis­ vesting, onderwijskwaliteit, bedrijfsvoering, ICT en de actualiteit aan bod gekomen.11

11

Onderwerpen die tijdens de vergadering van het algemeen bestuur worden besproken, zijn voorbereid in de commissies. Zie onder ‘auditcommissie’ en ‘onderwijscommissie’ een uitgebreidere weergave van de onderwerpen waarover ook in het algemeen bestuur is gesproken.

h || ||

76

pwc

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden

BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2022 9

Bij de bestuursvergaderingen zijn de leden van het algemeen bestuur en het college van bestuur aanwezig. Afhanke­ lijk van de agendapunten zijn incidenteel ook medewerkers van BOOR Services aanwezig. De vergaderingen kennen een besloten gedeelte waarin vertrouwelijke zaken worden besproken en een openbaar deel. Het is mogelijk om als toehoorder het openbare gedeelte van de vergadering bij te wonen. Waar mogelijk wordt de uitkomst van de bespre­ kingen in het besloten gedeelte medegedeeld in het openbare deel. De agenda wordt voor elke vergadering openbaar gemaakt en na elke vergadering worden de kernpunten gepubliceerd. De stukken zijn te vinden op www.boorbestuur.

nl/bestuursvergaderingen. In 2022 heeft een zelfevaluatie plaatsgevonden van het algemeen bestuur.

5.5.

Ouerige contacten

BOOR is een publieke organisatie die verantwoording wil afleggen over de resultaten die worden bereikt met de inzet van publieke middelen. De voorzitters en leden van het algemeen bestuur en het college van bestuur leggen regelmatig schriftelijk en mondeling verantwoording af aan de gemeenteraad via de subcommissie BOOR (onderdeel van de com­ missie Werk en Inkomen, Onderwijs, Samenleven, Schuldhulpverlening, Armoedebestrijding en NPRZ (WIOSSAN). Ook spreken de voorzitters van het algemeen bestuur en het college van bestuur periodiek met de wethouder Onderwijs en de directeur Jeugd en Onderwijs van de gemeente Rotterdam. Het is gebruikelijk dat leden van het algemeen bestuur vergaderingen van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraden bijwonen. Dit is in 2022 ten dele door de nasleep van corona, sporadisch gebeurd, maar wordt in 2023 weer opgepakt. Ook spreekt de voorzitter van het algemeen be­ stuur in 2023 met de voorzitters van de drie gemeenschappelijke medezeggenschapsraden. In 2022 hebben de leden van de auditcommissie een ronde gedaan langs nieuwbouwlocaties.

5.6.

Toegichtkader gemeente

De toezichthoudende rol van de gemeente is beschreven in een toezichtkader. Hierin is de informatie- en verantwoor­ dingsplicht van het bestuur aan de gemeenteraad opgenomen. In 2018 is het toezichtkader bijgesteld, passend bij de ontwikkeling van BOOR in de laatste jaren. Het toezichtkader is te vinden op www.boorbestuur.nl/toezichtkader. Bij de voortgangsrapportages wordt het gemeentelijk toezichtkader gebruikt.

5.7.

Toegicht op de doelmatige besteding uan de Rijksmiddelen

Op basis van de advisering door de auditcommissie, en het gesprek daarover tijdens de eigen vergaderingen, heeft het algemeen bestuur vastgesteld dat de middelen doelmatig en rechtmatig zijn verkregen en verstrekt. Het algemeen bestuur heeft deze conclusie, naast interne informatie, mede getrokken op basis van de verslaglegging van de door het algemeen bestuur aangewezen externe accountant. Rotterdam, 19 april 2023

Algemeen bestuur,

Mariëtte Hamer Voorzitter

pwc

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden

77

9 BOOR JAARVERSLAG 2022 - JAARREKENING

B. Jaarrekening

6. Balans De balans per 31 december, na verwerking van het resultaat, is als volgt: Bedragen x C 1.000

Activa

31 december 2022

31 december 2021

66.864 1.075

62.290 1.097

16.951

16.696

Vaste activa

Materiële vaste activa (1) Financiële vaste activa (2) Vlottende activa

Vorderingen (3) Liquide middelen (4)

81.150

54.492

Totaal activa

166.040

134.575

31 december 2022

31 december 2021

Voorzieningen (6) Langlopende schulden (7) Kortlopende schulden (8)

60.179 30.188 16.772 58.901

46.812 22.763 17.646 47.354

Totaal passiva

166.040

134.575

Passiva

Eigen vermogen (5)

h || ||

78

pwc

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden

JAARREKENING - BOOR JAARVERSLAG 2022 9

7. Staat uan baten en tasten ---------------------------------- ————^

De staat baten en lasten is als volgt: Bedragen x C 1.000

2022

Begroting

2021

Rijksbijdragen OCW (9) Overige overheidsbijdragen en subsidies (10) Overige baten (11)

343.203 16.998 17.108

303.923 15.406 11.359

299.013 19.179 16.700

Totaal baten

377.309

330.688

334.892

Personele lasten (12) Afschrijvingen (13) Huisvestingslasten (14) Overige lasten (15)

292.847 7.149 26.918 36.663

273.312 7.112 20.314 32.583

258.696 6.497 24.715 26.846

Totaal lasten

363.577

333.321

316.754

Saldo baten en lasten

13.732

-2.633

18.138

-365

-464

-575

13.367

-3.097

17.563

Baten

Lasten

Financiële baten en lasten (16) Resultaat

h || ||

pwc

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden

79

9 BOOR JAARVERSLAG 2022 - JAARREKENING

8. Kasstroomoverzicht Het kasstroomoverzicht is als volgt: Bedragen xC 1.000

2022

2021

Operationele kasstroom

Saldo baten en lasten Correcties op resultaat: - Afschrijvingen (13) - Mutaties voorzieningen (6) - Discontering voorzieningen (17) Veranderingen in vlottende middelen: - Voorraden (2) - Vorderingen (3) - Kortlopende schulden exclusief bankkrediet (8)

13.732

18.138

7.149 7.425 67

6.497 3.368 -111

0 -255 11.618

0 -2.755 3.001

Kasstroom uit bedrijfsoperaties

39.736

28.138

41 -473

43 -507

39.304

27.674

Investeringen in materiële vaste activa (1) Desinvesteringen vaste activa (1) Toename overige financiële vaste activa (2) Afname overige financiële vaste activa (2)

-11.812 89 0 22

-8.471 731 -1.054 21

Totaal investeringskasstroom

-11.701

-8.773

Aflossing/opname bankkrediet (7) Opname langlopende schulden (7) Aflossing langlopende schulden (7)

0 0 -945

0 2.800 -1.041

Totaal financieringskasstroom

-945

1.759

26.658

20.660

Ontvangen rente (16) Betaalde rente (16) Totaal operationele kasstroom Investeringskasstroom

Financieringskasstroom

Totaal kasstroom

80

pwc

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden

JAARREKENING - BOOR JAARVERSLAG 2022 9

Toelichting Ten opzichte van 2021 is de kasstroom C 6 miljoen hoger. Belangrijke factoren waardoor de kasstroom is toegenomen: ^ C 7,0 miljoen meer vooruit ontvangen subsidies dan in 2021 ^ C 2,4 miljoen afname van de vordering op de gemeente inzake de ROB subsidie ^ C 1,9 miljoen toename van de te betalen toonheffingen ^ C 4,0 miljoen toename van de voorzieningen voor toekomstige uitgaven Belangrijke factoren waardoor de kasstroom is afgenomen: ^ C 4,4 miljoen lager resultaat ^ C 3,3 miljoen meer investeringen In onderstaande tabel zijn de begin- en eindstanden van de geldmiddelen opgenomen:

Bedragen x C 1.000

2022

2021

Kas- en banktegoeden op 1 januari Beginsaldo geldmiddelen

54.492

33.832

54.492

33.832

Kas- en banktegoeden op 31 december

81.150

54.492

Eindsaldo geldmiddelen

81.150

54.492

Mutatie geldmiddelen

26.658

20.660

pwc

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden

81

9 BOOR JAARVERSLAG 2022 - JAARREKENING

9. Grondslagen uoor waardering Algemeen Activiteiten van de rechtspersoon Stichting BOOR verzorgt het openbaar (speciaal) basisonderwijs, voortgezet onderwijs en (voortgezet) speciaal onder­ wijs in Rotterdam. In totaal zijn er 72 scholen, waar dagelijks aan ruim 30.000 leerlingen wordt lesgegeven. Stichting BOOR is feitelijk gevestigd op Schiekade 34, Postbus 23058 te Rotterdam en is ingeschreven bij het handelsregister onder nummer 24424572. Verslaggevingsperiode De jaarrekening is opgesteld uitgaande van een verslaggevingsperiode van een kalenderjaar. Continuïteit De jaarrekening is opgesteld uitgaande van een continuïteitsveronderstelling.

Vergelijkende cijfers De vergelijkende cijfers zijn ongewijzigd, met uitzondering van de positie per 1/1 van het privaat vermogen. Algemene grondslagen voor de opstelling van de jaarrekening De jaarrekening over 2022 is opgesteld conform de richtlijnen van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. In deze regeling is bepaald dat de bepalingen van Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en de Richtlijnen voor de Jaarver­ slaggeving (in het bijzonder RJ 660 Onderwijsinstellingen) van toepassing zijn met inachtneming van de daarin aange­ duide uitzonderingen. De grondslagen die worden toegepast voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn geba­ seerd op historische kosten, tenzij anders vermeld in de verdere grondslagen. Baten en lasten worden tijdsevenredig toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat reguliere onderwijstaken gelijkmatig over het schooljaar zijn verspreid. Winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Lasten en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. De bedragen in de jaarrekening worden gepresenteerd in duizenden euro’s. Als gevolg van afrondingen zijn in sommige gevallen geringe verschillen ontstaan.

Deze verschillen tasten het getrouwe beeld van de jaarrekening niet aan en zijn geen belemmering voor het verkrijgen van het vereiste inzicht. In diverse tekstuele toelichtingen en in enkele tabellen worden nog bedragen in euro’s vermeld. Bijzondere waardeverminderingen Een financieel actief dat niet wordt gewaardeerd tegen reële waarde met waardewijzigingen in de staat van baten en lasten wordt op iedere verslagdatum beoordeeld om te bepalen of er objectieve aanwijzingen bestaan dat het actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Een financieel actief wordt geacht onderhevig te zijn aan een bijzondere waardevermindering indien er objectieve aanwijzingen zijn dat na de eerste opname van het actief zich een gebeurtenis heeft voorgedaan die een negatief effect heeft gehad op de verwachte toekomstige kasstromen van dat actief en waarvan een betrouwbare schatting kan worden gemaakt. h || ||

82

pwc

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden

JAARREKENING - BOOR JAARVERSLAG 2022 9

Objectieve aanwijzingen dat financiële activa onderhevig zijn aan een bijzondere waardevermindering omvatten het niet nakomen van betalingsverplichtingen en achterstallige betaling door een debiteur, herstructurering van een aan de stichting toekomend bedrag onder voorwaarden die de stichting anders niet zou hebben overwogen, aanwijzingen dat een debiteur of emittent failliet zal gaan, en het verdwijnen van een actieve markt voor een bepaald effect. Aanwijzin­ gen voor bijzondere waardeverminderingen van vorderingen worden zowel op het niveau van specifieke activa als op collectief niveau in aanmerking genomen. Van afzonderlijk belangrijke vorderingen wordt beoordeeld of deze individueel onderhevig zijn aan bijzondere waar­ devermindering. Van afzonderlijk belangrijke vorderingen die niet individueel onderhevig zijn gebleken aan bijzondere waardevermindering en van afzonderlijk niet belangrijke vorderingen wordt collectief beoordeeld of deze onderhevig zijn aan bijzondere waardevermindering, dit door samenvoeging van vorderingen met vergelijkbare risicokenmerken. Bij de beoordeling van de collectieve waardevermindering gebruikt de stichting historische trends met betrekking tot de waarschijnlijkheid van het niet nakomen van betalingsverplichtingen, het tijdsbestek waarbinnen incassering plaatsvindt en de hoogte van gemaakte verliezen.

De uitkomsten worden bijgesteld als het bestuur van oordeel is dat de huidige economische en kredietomstandigheden zodanig zijn dat het waarschijnlijk is dat de daadwerkelijke verliezen hoger dan wel lager zullen zijn dan historische trends suggereren. Verliezen worden opgenomen in de staat van baten en lasten. Rente op het aan een bijzondere waardevermindering onderhevige actief blijft verantwoord worden via oprenting van het actief met de oorspronkelijke effectieve rente van het actief.

Een bijzonder waardeverminderingsverlies met betrekking tot een tegen geamortiseerde kostprijs gewaardeerd financi­ eel actief wordt berekend als het verschil tussen de boekwaarde en de contante waarde van de verwachte toekomsti­ ge kasstromen, gedisconteerd tegen de oorspronkelijke effectieve rente van het actief. Als in een latere periode de waarde van het actief, onderhevig aan een bijzondere waardevermindering, stijgt en het herstel objectief in verband kan worden gebracht met een gebeurtenis die plaatsvond na de opname van het bijzonde­ re waardeverminderingsverlies, wordt het bedrag uit hoofde van het herstel (tot maximaal de oorspronkelijke kostprijs) opgenomen in de staat van baten en lasten. De stichting maakt geen gebruik van financiële instrumenten (waaronder beleggingen en derivaten). Verbonden partijen Als verbonden partij worden alle rechtspersonen aangemerkt waarover overheersende zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Ook rechtspersonen die overwegende zeggen­ schap kunnen uitoefenen worden aangemerkt als verbonden partij. Daarnaast zijn andere sleutelfunctionarissen in het management van BOOR en nauwe verwanten verbonden partijen. Transacties van betekenis met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan.

Hiervan wordt toegelicht de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht.

Grondslagen voor waardering van activa en passiva Algemeen Activa en verplichtingen worden in het algemeen gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs of de actu­ ele waarde. Indien geen specifieke waarderingsgrondslag is vermeld vindt waardering plaats tegen de verkrijgingsprijs. In de balans, de staat van baten en lasten en het kasstroomoverzicht zijn referenties opgenomen. Met deze referenties wordt verwezen naar de toelichting.

h || ||

pwc

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden

83

9 BOOR JAARVERSLAG 2022 - JAARREKENING

Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar de stichting zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Een verplichting wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Indien een transactie ertoe leidt dat nagenoeg alle of alle toekomstige economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot een actief of verplichting aan een derde zijn overgedragen, wordt het actief of de verplichting niet langer in de balans opgenomen. Verder worden activa en verplichtingen niet meer in de balans opgenomen vanaf het tijdstip waarop niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van waarschijnlijkheid van de toekomstige economi­ sche voordelen en/of betrouwbaarheid van de bepaling van de waarde. Vergelijking met voorgaand jaar De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van het voorgaande jaar.

Schattingen De opstelling van de jaarrekening vereist dat het bestuur oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen, en van baten en lasten. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onder­ liggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft. Bij de voorzieningen is aangegeven welke veronderstellingen de basis vormen voor de getroffen voorziening. Materiële vaste activa De materiële vaste activa worden gewaardeerd op verkrijgingprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen, ont­ vangen investeringssubsidies en eventuele bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de verkrijgingprijs, rekening houdend met eventuele residuwaarde. Er wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikname.

Het minimumbedrag voor een investering bedraagt C 2.500 in het vo en C 500 in het po.12 De gebouwen en terreinen binnen Rotterdam zijn economisch eigendom van de gemeente Rotterdam en hebben vanuit dit oogpunt derhalve geen waarde op de balans van de stichting. Het juridisch eigendom lag ook bij de gemeen­ te Rotterdam. Er zijn inmiddels afspraken gemaakt met de gemeente Rotterdam om het juridisch eigendom over te dragen aan BOOR. Dit zal gefaseerd, in meerdere tranches, plaatsvinden. De overdracht van de eerste tranche heeft in 2021 plaatsgevonden. De overdracht van de tweede tranche zal in 2023 plaatsvinden. Daarna zullen volgende tran­ ches volgen. De gebouwen en terreinen in de gemeente Lansingerland zijn door volledige doordecentralisatie eigendom van BOOR. Deze gebouwen worden gewaardeerd op verkrijgingprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen, ontvangen investeringssubsidies en eventuele bijzondere waardeverminderingen. Onder de materiële vaste activa zijn ook begrepen de investeringen in het voortgezet onderwijs, waarvoor geen ver­

12 In de jaarrekening gebruiken we de termen sector po en vo. Hierbij volgen we de betreffende bekostiging en cao. De sector po omhelst zowel het (s)bao als het (v)so h || ||

84

pwc

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden

JAARREKENING - BOOR JAARVERSLAG 2022 9

goeding werd ontvangen en die plaatsvinden in of aan gebouwen die door het Rijk c.q. de gemeente zijn gefinancierd. Dit betreft de volgende investeringen: capaciteitsuitbreidingen, vervangen van installaties (niet onderhoud) en overige interne aanpassingen die levensduur verlengend zijn voor het betreffende pand of het complex. Uitgangspunt bij alle investeringen is dat deze, zoals aangegeven, levensduur verlengend zijn voor het betreffende pand of het complex. Overheidssubsidies worden in mindering gebracht op de kostprijs van de activa waarop de subsidies betrekking hebben.

Afschrijvingen Materiële vaste activa worden vanaf het moment van gereedheid voor ingebruikneming afgeschreven over de verGemiddeld 0A

Termijn

Aanpassing gebouwen

7Z

10-55 jaar

Gebouwen en terreinen

Gymzalen

8Z

37,5 jaar

Inventaris en apparatuur

Inventaris en stoffering

80Zo

3-25 jaar

Inventaris en apparatuur

Audiovisuele installaties

170Zo

3-25 jaar

Inventaris en apparatuur

Elektronische apparatuur

14Z

3-25 jaar

Inventaris en apparatuur

Infrastructuur

11Z

3-12,5 jaar

Inventaris en apparatuur

Machines

10Z

6,25-15 jaar

23Z

1-25 jaar

15Z

5-10 jaar

11Z

2,25-10 jaar

Omschrijving

Activa

Gebouwen en terreinen

Andere bedrijfsmiddelen

Hardwa re/softwa re/ audiovisuele middelen Muziekinstrumenten

Andere bedrijfsmiddelen

Lesmateriaal

Inventaris en apparatuur

wachte toekomstige gebruiksduur van het actief. Over terreinen wordt niet afgeschreven. De afschrijvingstermijn wordt gebaseerd op de economische levensduur. Op grond hiervan zijn afschrijvingstermijnen vastgesteld. Het is een school toegestaan een afwijkende afschrijvingstermijn te hanteren, indien de geprognosticeerde levensduur afwijkt van de vermelde termijn. De termijnen zijn als volgt: Op materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering en vooruitbetalingen op materiële vaste activa wordt afgeschreven op moment van ingebruikname.

Financiële vaste activa De waarborgsommen worden initieel gewaardeerd tegen reële waarde. Vervolgens worden deze gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. Bijzondere waardeverminderingen worden in mindering gebracht op de staat van baten en lasten.

Langlopende vorderingen De onder financiële vaste activa opgenomen vorderingen omvatten verstrekte leningen. Deze vorderingen worden initieel gewaardeerd tegen reële waarde. Vervolgens worden deze leningen gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. Bijzondere waardeverminderingen worden ten laste van het resultaat gebracht. Waardeverminderingen BOOR beoordeelt op iedere balansdatum of er aanwijzingen zijn dat een vast actief aan een bijzondere waardevermin­ dering onderhevig kan zijn. Indien dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief vast­ gesteld. Indien het niet mogelijk is de realiseerbare waarde voor het individuele actief te bepalen, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort. Van een bijzondere waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare

h || ||

pwc

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden

85

9 BOOR JAARVERSLAG 2022 - JAARREKENING

waarde; de realiseerbare waarde is de hoogste van de opbrengstwaarde en de bedrijfswaarde. Een bijzonder-waardeverminderingsverlies wordt direct als last verwerkt in de staat van baten en lasten onder gelijktijdige verlaging van de boekwaarde van het betreffende actief. De opbrengstwaarde wordt in eerste instantie ontleend aan een bindende verkoopovereenkomst; als die er niet is, wordt de opbrengstwaarde bepaald met behulp van de actieve markt waarbij normaliter de gangbare biedprijs geldt als marktprijs. De in aftrek te brengen kosten bij het bepalen van de opbrengstwaarde zijn gebaseerd op de geschatte kosten die rechtstreeks kunnen worden toegerekend aan de verkoop en nodig zijn om de verkoop te realiseren. Voor de bepaling van de bedrijfswaarde wordt een inschatting gemaakt van de toekomstige netto kasstromen bij voortgezet gebruik van het actief/de kasstroomgenererende eenheid; vervolgens worden deze kasstromen contant gemaakt waarbij een disconteringsvoet wordt gehanteerd. De disconteringsvoet geeft geen risico’s weer waarmee in de toekomstige kasstromen al rekening is gehouden.

Indien wordt vastgesteld dat een bijzondere waardevermindering die in het verleden verantwoord is, niet meer bestaat of is afgenomen, dan wordt de toegenomen boekwaarde van de desbetreffende activa niet hoger gesteld dan de boekwaarde die bepaald zou zijn indien geen bijzondere waardevermindering voor het actief zou zijn verantwoord. Ook voor financiële instrumenten beoordeelt BOOR op iedere balansdatum of er objectieve aanwijzingen zijn voor bij­ zondere waardeverminderingen van een financieel actief of een groep van financiële activa. Bij objectieve aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen bepaalt BOOR de omvang van het verlies uit hoofde van de bijzondere waarde­ verminderingen, en verwerkt dit direct in de staat van baten en lasten. Bij een investering in eigen-vermogensinstrumenten gewaardeerd tegen kostprijs wordt de omvang van de bijzonde­ re waardevermindering bepaald als het verschil tussen de boekwaarde van het financiële actief en de best mogelijke schatting van de toekomstige kasstromen, contant gemaakt tegen de actuele vermogenskostenvoet voor een soortge­ lijk financieel actief. Het bijzondere-waardeverminderingsverlies wordt slechts teruggenomen indien er aanwijzingen zijn dat een in voorgaande jaren in de jaarrekening verwerkt verlies als gevolg van waardevermindering niet meer aanwezig is of veranderd is.

Vervreemding van vaste activa Voor verkoop beschikbare vaste activa worden gewaardeerd tegen boekwaarde of lagere opbrengstwaarde.

Vlottende activa Vorderingen Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie. Vorderingen worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. Als de ontvangst van de vordering is uitgesteld op grond van een verlengde overeengekomen betalingstermijn wordt de reële waarde bepaald aan de hand van de contante waarde van de verwachte ontvangsten en worden er op basis van de effectieve rente rente-inkomsten ten gunste van de staat van baten en lasten gebracht. Voorzieningen wegens oninbaarheid worden in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering. Huisvestingsprojecten Onder de vorderingen is ook de post huisvestingsprojecten opgenomen. Dit betreffen projecten waarvoor BOOR als bouwheer functioneert en waarvan de kosten op basis van een beschikking terug worden gekregen van de gemeente. Op het moment dat de kosten hoger zijn dan het door de gemeente beschikte bedrag wordt een voorziening getrof­ fen. In de waardering van huisvestingsprojecten worden de kosten die direct betrekking hebben op het project (zoals

h || ||

86

pwc

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden

JAARREKENING - BOOR JAARVERSLAG 2022 9

personeelskosten voor werknemers direct werkzaam aan het project, kosten van constructiematerialen, kosten van grond en terreinen en afschrijving van installaties en uitrusting die bij de uitvoering van het project worden gebruikt), de kosten die toerekenbaar zijn aan projectactiviteiten in het algemeen en toewijsbaar zijn aan het project (onder meer ver­ zekeringskosten, kosten van ontwerp en technische assistentie en overheadkosten van projectactiviteiten) en andere kosten die contractueel aan de gemeente kunnen worden toegerekend, begrepen. We rekenen geen rente op schulden over het tijdvak van het project. De presentatiewijze wordt per individueel project bepaald. De projecten worden als volgt gepresenteerd: ^ Als vordering met betrekking tot de huisvestingsprojecten voor de projecten die in 2023 doorlopen en waarvoor BOOR meer kosten heeft gemaakt dan het ontvangen subsidiebedrag. ^ Als overige vordering voor de projecten die in 2022 zijn afgerond en waarbij nog een restant subsidiebedrag van de gemeente moet worden ontvangen. ^ Als kortlopende schuld voor de lopende projecten waarvoor een voorschot op de subsidie is ontvangen die hoger is dan de op dat moment gemaakte kosten. ^ Als overige schuld voor de afgeronde projecten indien het eindsaldo aan de gemeente moet worden terugbetaald. Liquide middelen

Liquide middelen bestaan uit kas en banktegoeden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder kortlopende schulden. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. De liquide middelen staan ter vrije beschikking van BOOR tenzij anders vermeld. Eigen vermogen

Onder het eigen vermogen zijn de algemene reserve en de bestemmingsreserves gepresenteerd. De algemene reserve bestaat uit de reserves die ter vrije beschikking staan van het bestuur. De bestemmingsreserves zijn door het bestuur gevormd voor een specifiek doel. Deze zijn omschreven in de toelichting op de balans. Voorzieningen

Een voorziening wordt in de balans opgenomen wanneer er sprake is van: ^ een gerechtelijk afdwingbare of feitelijke verplichting die het gevolg is van een gebeurtenis in het verleden, en

^ waarvan een betrouwbare schatting kan worden gemaakt, en ^ het waarschijnlijk is dat voor afwikkeling van die verplichting een uitstroom van middelen nodig is. Onder de voorzieningen worden de personele voorzieningen en de overige voorzieningen gepresenteerd. Tenzij anders aangegeven worden de voorzieningen opgenomen tegen de beste inschatting van uitgaven die vereist zijn om de bestaande verplichting af te wikkelen op balansdatum, dit tegen contante waarde. De toevoegingen vinden plaats door middel van een dotatie ten laste van de staat van baten en lasten. Uitgaven vinden rechtstreeks plaats ten laste van de voorzieningen, met uitzondering van de WW-voorziening. Voor alle voorzieningen, tenzij anders vermeld, is een disconteringsvoet van ^ gebruikt, waarbij dit toegepast is op de jaarlagen na jaar 1. De volgende voorzieningen zijn in de jaarrekening opgenomen: ^ Voorziening jubilea: Medewerkers hebben recht op een jubileumuitkering bij een dienstverband van 25, 40 en 50 jaar. De voorziening jubilea dient ter dekking van deze financiële verplichting aan de medewerkers. Bij de bereke­ ning is rekening gehouden met de zogenaamde blijfkans van een medewerker, een verwachte salarisstijging per jaar en een disconteringsvoet waartegen de bedragen contant worden gemaakt. De disconteringsvoet waarmee is gerekend bedraagt ^ (2021: ^).

h || ||

pwc

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden

87

9 BOOR JAARVERSLAG 2022 - JAARREKENING

^

Voorziening duurzame inzetbaarheid: voor medewerkers die hebben geopteerd om de extra uren uit de cao voor een langere periode op te sparen, is een voorziening op de balans gevormd. De voorziening is berekend aan de hand van het aantal gespaarde uren en het tarief zoals opgenomen in de cao voortgezet onderwijs. Voor medewerkers van 57 jaar en ouder in het primair onderwijs bestaat eveneens de mogelijkheid uren te sparen. Uit een inventarisatie onder de scholen blijkt dat er nagenoeg geen gebruik gemaakt wordt van deze mogelijkheid, waardoor is afgezien om hiervoor een voorziening te vormen.

^

Voorziening spaarverlof: voor medewerkers in het vo die ervoor gekozen hebben om jaarlijks een deel van hun ver­ lofuren te sparen gedurende minimaal 4 jaar is een voorziening op de balans gevormd. De voorziening is berekend aan de hand van het aantal gespaarde uren en het tarief zoals opgenomen in de cao voortgezet onderwijs. Uit een inventarisatie onder de (s)bao scholen blijkt dat er nagenoeg geen gebruik gemaakt wordt van deze mogelijkheid, waardoor is afgezien om hiervoor een voorziening te vormen voor het (s)bao. Deze voorziening is tegen nominale waarde opgenomen.

^

Voorziening voormalig personeel in loondienst: Bij de verzelfstandiging in 2008 is een voorziening gevormd voor

loonkosten van specifiek aangewezen medewerkers van de voormalige Dienst Openbaar Onderwijs (DOO) van de gemeente Rotterdam. De loonkosten van deze medewerkers komen voor rekening van BOOR zolang deze me­ dewerkers in dienst van de gemeente blijven. Voor het bepalen van de omvang van de voorziening zijn de huidige

loonkosten van betreffende medewerkers tot hun pensioendatum meegenomen. Deze voorziening is tegen nomina­ le waarde opgenomen. ^

Voorziening WW ex-medewerkers: BOOR betaalt een kwart van de WW-uitkeringskosten van voormalig medewer­ kers uit het voortgezet onderwijs. De voorziening is gebaseerd op een inschatting van de toekomstige kosten voor

BOOR van de huidige voormalig medewerkers. Voor de WW-uitkeringskosten van voormalig medewerkers in het primair onderwijs die niet door het participatiefonds worden vergoed is eveneens een inschatting van de toekomsti­ ge kosten gemaakt. ^

Voorziening langdurig zieke medewerkers: BOOR betaalt de salarissen van een aantal medewerkers die al langere tijd ziek zijn en waarschijnlijk niet meer terug zullen keren in het arbeidsproces. Voor deze salarislasten is een voor­ ziening gevormd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=0609ab6e-5a3c-446a-a973-ae468963ca9e