CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb003167] Bijlage 3 behorende bij 23bb003180 over Jaarverslag en jaarrekening 2022

Gemeenteraad 4 juli 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Het voorstel met betrekking tot de eerste voortgangsrapportage 2023, alsmede tot:41.064 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

2019

2020

2021

2022

vo

1.115.639

1.237.624

1.281.548

1.165.823

po

282.546

308.139

316.007

237.660

1.398.185

1.545.763

1.597.555

1.403.483

Totale uitkeringslasten

In de sectoren (s)bao en (v)so hebben we te maken met de modernisering van het participatiefonds. Hiermee is het

h || ||

pwc

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden

47

9 BOOR JAARVERSLAG 2022 - BESTUURSVERSLAG

‘van-werk-naar-werk’-traject een bepalende factor geworden of iemand uiteindelijk in de WW belandt. Het voorkomen van een WW-uitkering is het uitgangspunt.

Welbevinden personeel In 2021 is vanuit BOOR (s)bao en (v)so een algemene online wervingscampagne gestart voor (aanstaande) leerkrach­ ten. Hij heeft gedraaid in zowel het voorjaar van 2021 als van 2022. In 2022 is de campagne geëvalueerd en dooront­ wikkeld naar een bredere arbeidsmarktstrategie met als kapstok de nieuwe koers Sta Open.

Ziekteverzuim De doelstelling van BOOR om een verzuimpercentage onder de 6,00% te realiseren is in 2022 niet behaald. Het ver­ zuimpercentage is ten opzichte van 2021 met 0,8 procent toegenomen (van 5,6 % in 2021 naar 6,4% in 2022). De coronapandemie heeft duidelijk invloed gehad op het ziekteverzuim. Dit is terug te zien in de forse stijging in de meldingsfrequentie en het percentage langdurig verzuim ten gevolge van een coronainfectie. Het aantal ziekmeldingen is in 2022 substantieel toegenomen, 4.176 meldingen in 2021 versus 6.331 meldingen in 2022, waarvan de grootste stijging in het kortdurend verzuim met een verzuimduur van minder dan zes weken heeft plaatsgevonden, 2.772 meldingen in 2021 versus 4.292 meldingen in 2022. Deze stijgingen zijn in lijn met de landelijke trend en met de ontwikkelingen in de onderwijssector.

Vsrŕvim doņr piyŗhnŗhţ Wįwŕilçn įïļ

Vŗmjim ţjţņrpţjfichľŕthr klŕchĮŗn (ţiagrn)

Het verzuimpercentage en de meldingsfrequentie De sector vo heeft over 2022 te maken gehad met de grootste stijging in het ziekteverzuim percentage (van 4,6% naar 6,5%) en de meldingsfrequentie (van 1,4 naar 2,1). In het (s)bao is sprake van een stabiel verzuimpercentage.

Verzuimpercentage w

ĚJŨ į Lļ ū,

III lil H li

BOOR letaal

PO

VO

VSO

BOOR Services

m2Ũ22 Veriyimpercenliss pîūĩl Ver^im percentage m 2020 Veriuímpercenloge

48

pwc

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden

BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2022 9

Meldingsfrequentie

lil III III III

aoûfttūţaal

PO

VO

VSO

BOûfi Service

W2Û22 MŕldiiļjļSÍrp[ļuén1İĚ? U2Û2.1 MHídirìfļf.fi'pťĮNŕťitiŕ :i ZOZO Metdinísfrequemie

Ziekteverzuimoorzaak langdurig verzuim De eerste belangrijke oorzaak die vaak leidt tot langdurig ziekteverzuim is ziekteverzuim als gevolg van psychische klachten. Het verzuimpercentage door psychische klachten was in het afgelopen jaar 1,9%, een lichte toename ten opzichte van 2021 (1,8%). Wij scoren daarmee nog steeds lager dan in 2020 (2,3%) en de landelijke trend. Ook de ge­ middelde ziekteverzuimduur ten gevolge van psychische klachten laat nog steeds een gunstige ontwikkeling zien, 245 dagen in 2022 versus 296 dagen in 2021 en 265 dagen in 2020. Door gezamenlijke inspanningen met de arbodienst, het inzetbaarheidsteam, leidinggevenden en medewerkers is dit resultaat gerealiseerd. De aanleiding voor ziekteverzuim door psychisch klachten is vaak multifactorieel. Een tweede belangrijke oorzaak die in 2022 heeft geleid tot langdurig ziekteverzuim is ziekteverzuim als gevolg van een coronainfectie. Het verzuimpercentage en daarmee langdurige ziekteverzuim ten gevolge van klachten van de adem­ halingsorganen (veelal LongCOVID) over 2022 bedraagt hiermee 19,7% van het langdurige ziekteverzuim (en 0,9% van het totale verzuim) in 2022. Veel van onze medewerkers met restklachten van een coronainfectie hebben vaak te maken met een grillig verloop van hun klachten die een langere herstelperiode vergen.

Een laatste belangrijke oorzaak die vaak leidt tot langdurig ziekteverzuim betreft een categorie ‘overig’, waaronder ziekteverzuim als gevolg van klachten aan het bewegingsapparaat (12,7% in 2022).

Preventie van het ziekteverzuim Het inzetbaarheidsteam heeft zich in 2022 gericht op preventie en is een start gemaakt met het implementeren van een Preventief Medisch Onderzoek (PMO). Daarnaast heeft het inzetbaarheidsteam in 2022 masterclasses verzuim en daaraan gelieerde verzuimtrainingen gegeven, is het huis van werkvermogen in het (v)so geïmplementeerd en is budget coaching ter ondersteuning van medewerker geïmplementeerd. Voor leidinggevende is in samenwerking met de arbodienst een workshop LongCOVID georganiseerd en is er vanuit HR een leiderschapsprogramma opgezet waarin oprechte aandacht voor medewerkers een belangrijk onderdeel is.

Functiehuis sector vo BOOR heeft de ambitie uitgesproken om het functiehuis voor de sector vo als collectief te herijken. Met als resultaat dat iedere vo-school en BOOR Services met dezelfde generieke functiebeschrijvingen werkt. Op dit moment hebben alle vo-scholen en BOOR Services hun eigen functiehuis. Hierdoor zijn er in de loop der jaren veel verschillende namen en functie-omschrijvingen ontstaan voor soms bijna identieke functies binnen onze stichting. We willen hier één lijn in gaan trekken. Dat zorgt voor duidelijkheid, transparantie én het maakt de interne mobiliteit makkelijker. In 2022 is dit traject aanbesteed, voorbereid en zijn de functies generiek beschreven. In 2023 zal de implementatie van het nieuwe functiehuis plaatsvinden.

h || ||

pwc

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden

49

9 BOOR JAARVERSLAG 2022 - BESTUURSVERSLAG

Personeelssysteem AFAS BOOR maakt gebruik van AFAS als personeelssysteem. In 2022 is gewerkt aan de dóórontwikkeling van dit systeem om tot een meer geautomatiseerde afhandeling van personeelsmutaties te komen. Ook is onderzocht hoe AFAS meer wendbaar kan worden ingericht om een beter toekomstbestendig personeelssysteem te zijn voor BOOR. Deze werk­ zaamheden zijn, onder toezicht van een BOOR stuurgroep, binnen het project AFAS 2.0 uitgevoerd. Verdere uitrol vindt plaats in 2023.

2.3.

Huisvestingsbeleid en facilitaire gaken

2.3.1.

Ontwikkelingen in 2022 en de toekomst

BOOR streeft naar sterke scholen in de hele stad, scholen met onder meer goede onderwijskwaliteit, adequate huis­ vesting en voldoende leerlingen. Om dit te bereiken werken we samen met onder andere de gemeente en andere schoolbesturen. Binnen BOOR kijken we stadsbreed en per gebiedsdeel naar de spreiding van ons openbaar onderwijs.

Integraal huisvestingsplan (IHPj/Regionaal plan onderwijsvoorzieningen (RPO) Het vigerende Integraal Huisvestingsplan (IHP) -geldend voor alle sectoren - is op 28 mei 2020 vastgesteld door de gemeenteraad. Daarnaast is het Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen (RPO) 2021-2026 -geldend voor het vo- in oktober 2020 vastgesteld. Ook is tussen gemeente en besturen afgesproken dat naast de projecten uit de vierde tranche, ook de voorbereidingen voor alle overige in het IHP 2020-2023 genoemde aandachtspanden in de periode 2020-2023 kunnen worden gestart. Dat heeft tot gevolg dat er een groot aantal nieuwe projecten de komende jaren worden opgestart. In 2023 zullen de gesprekken plaatsvinden over een nieuw IHP. 2.3.2.

Vastgoed

De vastgoedportefeuille van BOOR is grofweg in drieën te verdelen. ^

Een deel wat in de komende periode van 5 tot 10 jaar wordt vervangen vanuit het IHP. »

»

Van de volgende projecten is de nieuwbouw opgeleverd in 2022: -

KC IJsselmonde, een nieuw gebouw van 3200 m2 is opgeleverd in januari;

-

de Eduard van Beinum, een gerenoveerd gebouw van 1500 m2 is opgeleverd in februari;

-

de Fridtjof Nansen, een nieuw gebouw van 2600m2, is opgeleverd in oktober.

Van de volgende projecten is de uitvoering van de nieuwbouw in 2022 gestart: -

Nieuwbouw Nelson Mandela

-

Nieuwbouw de Plevier

-

Renovatie Olympia College

-

Renovatie VSo de Hoge Brug

-

Nieuwbouw Wolfert Dalton

»

In 2022 liep de bouw van ’t ROeR (Mytylschool De Brug-so en vso P en Tyltylschool-so en vso)

»

Van de volgende projecten is in 2022 aan het ontwerp gewerkt: -

Nieuwbouw JA Bijloo

-

Nieuwbouw De Archipel

-

Nieuwbouw Thorbecke VMBO

-

Nieuwbouw OLS De Recon

-

Nieuwbouw Mytylschool De Brug VSO-t

-

Nieuwbouw De Kameleon

-

Nieuwbouw 2e Balsemienstraat (Bloemhof I Pantarijn)

-

Renovatie De Margriet

-

Nieuwbouw onderwijslocatie Laan op Zuid (Hugo de Groot)

h || ||

50

pwc

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden

BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2022 9

»

-

Nieuwbouw Piloot Merkelbachstraat

-

Nieuwbouw Piere Bayle/ Vier Leeuwen

Van de volgende projecten is de business case gereed gekomen in 2022 en wordt de ontwerpfase in 2023 opgestart:

»

-

Renovatie De Globe

-

Nieuwbouw Tuinstad

-

Nieuwbouw Dalton Overschie

Van de volgende projecten is in 2022 aan de business case gewerkt (afronding moet nog plaatsvinden): -

Nieuwbouw Over de Slinge

-

Nieuwbouw De Schalm

-

Internationale Campus

^

Een deel wat in redelijke staat verkeert, een goed binnenklimaat heeft en met eenvoudige aanpassingen duurzaam kan worden.

^

Een deel wat in redelijke staat verkeert, een slecht binnenklimaat heeft en alleen met grootschalige investeringen duurzaam kan worden.

De genoemde bouwprojecten uit het IHP worden volgens een standaard werkwijze opgepakt waarin met regelmaat afstemming plaatsvindt met de gemeente volgens een vaste fasering. Op het moment van schrijven wordt gewerkt aan acht businesscases. In deze businesscases staan alle uitgangspunten die uitgewerkt moeten worden in het ontwerp. Ook de financiële en stedenbouwkundige kaders worden hierin meegenomen. Er zitten negen nieuwbouwprojecten in de ontwerpfase en er is op negen locaties gestart met de bouw.

2.3.3. Doelen en resultaten in 2022 30

BOOR

In 2022 wordt voor ieder schoolgebouw onderzocht wat nodig is voor een veilig, duurzaam en comfortabel gebouw. De uitkomsten worden vastgelegd in een plan per school. Beoogd resultaat is inzicht in eventuele noodzakelijke verbeteringen en een planning voor de realisatie ervan.

Vervangingen/Renovaties In de periode tot 2030 worden circa 35 schoollocaties vervangen of gerenoveerd met gemeentelijke IHP-middelen. Door deze grote vervangingsopgave ontstaat een portefeuille van gebouwen die veilig zijn en voor een groot deel duurzaam en comfortabel. Het deel dat in 2022 gerealiseerd is of in uitvoering is, is hierboven bij paragraaf 2.3.2. weergegeven. Voor de overige locaties (totale huisvestingsportefeuille bevat 120 locaties en ca 260.000 m2) is in kaart gebracht welke investering moeten worden gedaan om onze schoolgebouwen veilig, comfortabel en duurzaam te maken.

2.3.4. Verantwoording maatschappelijke thema's Duurzaamheid â maatschappelijk verantwoord ondernemen Alle nieuwe of gerenoveerde scholen moeten voldoen aan frisse scholen klasse B en BENG (Bijna Energie Neutraal Gebouw). Ook zijn duurzaamheidsmaatregelen opgenomen in het MJOP waardoor wij op natuurlijke vervangingsmomenten de schoolgebouwen duurzamer maken. Verder ontwikkelen we in samenwerking met energiecoöperaties de zogenaamde postcoderozen waarbij het dak van de school wordt uitgevoerd met zonnepanelen. Het eerste zonnedak van BOOR is op deze wijze uitgevoerd bij obs De Margriet aan de Nolensstraat. In 2021 zijn de voorbereidingen getrof­ fen om dit samen met “Energie van Rotterdam” te realiseren op nog een drietal daken, namelijk die van obs Dakpark, obs de Boog en obs de Vierambacht. Al deze zonnedaken zijn in 2022 gerealiseerd. h || ||

pwc

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden

51

9 BOOR JAARVERSLAG 2022 - BESTUURSVERSLAG

Fysieke veiligheid Voor alle locaties binnen BOOR zijn de verplichte keuringen uitgevoerd om te voldoen aan de wettelijke verplichtingen. Naast regulier jaarlijks onderhoud worden onderdelen van gebouwen gecontroleerd om de veiligheid te garanderen. Controles op kritische installaties, zoals klimaat, brand en inbraakbeveiliging vinden jaarlijks plaats. Ook de sport- en speeltoestellen worden periodiek gekeurd. Met partijen die de keuringen en controles uitvoeren zijn contracten afgesloten. De onderhouds- en keuringsrapporten worden door de leveranciers opgeslagen in ons Facilitair Management Informatie Systeem (FMIS). Dit FMIS wordt tevens gebruikt door de schooldirecties om incidenten of storingen te melden.

Ventilatie Door de coronapandemie is de aandacht voor de ventilatie van schoolgebouwen sterk toegenomen. Bij BOOR voldoet de ventilatie van alle scholen aan het bouwbesluit voor bestaande bouw, wat bereikt kan worden met natuurlijke en mechanische ventilatie. Het LCVS (landelijk coördinatieteam ventilatie scholen) adviseert op aangeven van de GGD een hogere norm te behalen met alleen mechanische ventilatie. Die ventilatienorm is gelijk aan het bouwbesluit voor nieuw­ bouw. Een groot deel van de scholen, landelijk, binnen Rotterdam en dus ook bij BOOR kan hier nu en op korte termijn niet aan voldoen. Door een sterk verouderd gebouwenbestand ligt het percentage van schoolgebouwen dat niet voldoet aan de ventilatienorm van de GGD op 40%. In de huidige situatie wordt er voldoende geventileerd, voorname­ lijk op natuurlijke wijze. Dit geeft in de winter comfortklachten en een hoge energierekening. Een deel van het probleem wordt opgelost door het grote nieuwbouw- en vervangingsprogramma dat we samen met de gemeente vormgeven, waardoor er een substantieel extra aantal gebouwen gaat voldoen aan de nieuwe ventilatienormen. Er blijven volgens onze berekeningen 32 locaties over waarvoor nog geen nieuwbouw- of renovatieplannen zijn. In totaal gaat het om 455 onderwijsruimten. Er zijn kengetallen ontwikkeld om het investeringsplaatje te kunnen becijferen. vo

(v)sū

{s)bao

Aanlal locatie.*

4

S

XI

Aam ai lokalen

es

61

3ŮO

f 27.50Û

É21.5ŪŮ

f21.500

f 2.337..5ÛŪ

f 1.311,500

Ē 6.6*13,500

Kotert par lokaal Scctŭrtŭtaal

Bovenstaande bedragen zijn met een eventuele bijdrage van 30% van het Rijk (SUVIS-subsidie), op korte termijn door BOOR niet op te brengen. De materiele bekostiging is daarvoor simpelweg niet toereikend. De locaties die niet aan de nieuw opgelegde norm voldoen worden goed (op natuurlijke wijze) geventileerd. Dit wordt ook gemonitord met klimaatsensoren zodat gericht maatregelen kunnen worden genomen. Tevens bundelen Rotterdamse schoolbesturen de krachten met de gemeente om te komen tot inzicht en overzicht, zodat middelen in het volgende IHP ook op ventilatienormen zo efficiënt mogelijk worden ingezet. Daarnaast wordt op enkele plekken met behulp van subsidie geïnvesteerd. Tot slot wordt op plaatsen waar vanuit het MJOP grootschalige werkzaamheden plaatsvinden, extra geinvesteerd in ventilatie. Zonder extra investeringsruimte vanuit Rijk of de gemeente zal BOOR er lang over doen om aan de nieuwe ventilatienormen te voldoen. Dat is niet in het belang van onze leerlingen en onze medewerkers. Voor alle BOOR-scholen zijn klimaatsensoren (CO2, temperatuur, aanwezigheid) aangeschaft waardoor gericht kan worden geventileerd. De analyses op de meetresultaten kunnen vervolgens weer worden gebruikt om de juiste ont­ werpoplossingen te bedenken voor de verbetering in het klimaat.

De aanwezigheid van de klimaatsensoren heeft er ook toe geleid dat het bewustzijn van de medewerkers ten aanzien van ventilatie is vergroot.

Energiekosten De oplopende energieprijzen zorgen voor toenemende kosten voor onze organisatie. In 2021 waren de totale energielasten voor de hele stichting circa 4,2 miljoen euro. Voor 2022 loopt dit op en op basis van de prijzen in december 2022 zullen de energielasten voor 2023 oplopen tot circa 13 tot 14 miljoen euro. h || ||

52

pwc

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden

BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2022 9

BOOR heeft per 1 oktober 2022 het contract met Gazprom beëindigd, conform het verbod om opdrachten te gunnen aan Russische ondernemingen, met als gevolg een duurder contract voor het resterende deel van 2022. De rijksoverheid heeft nadien de interpretaties van de sancties voor de contracten met Gazprom versoepeld waardoor BOOR is benadeeld, voor circa 2 miljoen euro in 2022. Hier heeft BOOR een brief gestuurd aan de ministers van EZK en OCW met een verzoek om compensatie. Een eerste gesprek hierover met EZK heeft op donderdag 20 oktober 2022 plaatsgevonden. Ook heeft minister Jetten de Tweede Kamer laten weten dat aanbestedende diensten compen­ satie zullen krijgen. Over de hoogte en wijze van toekenning daarvan is op dit moment nog niets bekend.

2.4.

ICT beleid

2.4.1.

ICT algemeen

In 2022 is er op het gebied van ICT verder gewerkt aan het realiseren van een moderne, veilige en betrouwbare ICT infrastructuur. Dit vormt immers de basis voor verdere ontwikkelingen en is inmiddels een voorwaarde binnen het he­ dendaagse onderwijs geworden. Dat geldt ook voor de digitale vaardigheden van onze medewerkers. Digitale vaardig­ heid van medewerkers, en met name leerkrachten, is noodzakelijk om onze leerlingen op dit vlak goed te onderwijzen. In 2022 is daarom een training ontwikkeld en gerealiseerd.

2.4.2.

ICT Infrastructuur

Sinds 2019 werken we aan een ICT verbeterplan voor het (s)bao en (v)so. Dit plan beoogt de realisatie van een cen­ traal beheerde ICT-omgeving en netwerken. Het ICT verbeterplan bestaat uit de volgende onderdelen: 1. Veilig en stabiel Wifi-netwerk 2. Veilige internetverbinding 3. Beheerde en eenvoudige toegang tot systemen en informatie 4. Stabiele en veilige Digitale Werkomgeving in de Cloud (dwo) 5. Passende Digitale Leeromgeving (dlo) 6. Centrale ICT servicedesk In 2020 is de uitwerking van de verschillende programmaonderdelen gestart. In 2021 is de implementatie van de verschillende onderdelen in uitvoering gebracht. Dit is in 2022 verder gecontinueerd. Conform de oorspronkelijke planning is het ICT verbeterplan in 2022 gerealiseerd. 2.4.3.

Informatiebeveiliging

Project

Planning 16/16 Eetiofliloeitìŕi

13/31 SdiwlkíMi**

Dndtnui

Herijkifl(

tCT bckwűamhekJ

h || ||

pwc

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden

53

9 BOOR JAARVERSLAG 2022 - BESTUURSVERSLAG

Op het gebied van informatiebeveiliging en privacy zijn de risico gebaseerde maatregelen grotendeels uitgevoerd con­ form het informatiebeveiligingsplan 2022. Het onderdeel bewaartermijnen verdient in 2023 nog verdere aandacht en wordt opnieuw in het plan voor 2023 mee­ genomen. Eind 2022 is een nieuwe risicoanalyse uitgevoerd.

Prevent In 2022 zijn stappen ondernomen om medewerkers meer bewust te maken van risico’s en verantwoordelijkheden omtrent het werken met (bijzondere) persoonsgegevens. Dit is onder andere gedaan door het uitvoeren van phishingsimulaties en het aanbieden van een e-learning traject voor alle medewerkers. De e-learning wordt daarnaast stan­ daard aangeboden aan nieuwe medewerkers . Ook in 2023 zal hier aandacht aan worden besteed. Er zijn diverse technische- en organisatorische maatregelen genomen om de kans op informatiebeveiligingsrisico’s te verkleinen. Deze maatregelen zijn genomen naar aanleiding van de risico-analyses en opgesteld op basis van nieuwe (externe) ontwikkelingen, dreigingen en inzichten.

Detect Stichting BOOR heeft diverse (softwarematige) oplossingen geïmplementeerd, waardoor interne monitoring en signalering plaatsvindt.

Respond In 2022 hebben er geen noemenswaardige informatiebeveiligings- en/of privacyincidenten plaatsgevonden in de verschillende (ICT) omgevingen van BOOR. Er is sprake geweest van een beveiligingsincident bij de bibliotheek van Rotterdam waarmee een aantal BOOR scho­ len gegevens uitwisselt. Hier hebben wij onze rol genomen als verwerkingsverantwoordelijke. Een gedegen onderzoek heeft plaatsgevonden naar de schade en risico’s, noodzakelijke maatregelen zijn getroffen en betrokkenen zijn geïn­ formeerd. BOOR heeft een melding van datalek ingediend bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Uiteindelijk zijn er geen persoonsgegevens waarvoor BOOR verantwoordelijk is gestolen en/of gelekt. Naar aanleiding van dit incident zijn maatregelen getroffen om de impact bij een herhaling te verkleinen. Dit betreft onder meer het opnieuw toetsen van de verwerkersovereenkomsten met externe partijen en het aanscherpen van interne richtlijnen met betrekking tot het uit­ wisselen van (persoons)gegevens met externe verwerkers. BOOR is de samenwerking aangegaan met een ‘Computer Emergency Response Team’. Hierdoor heeft BOOR altijd een partner paraat in het geval van een (cyber)incident. Het ICT calamiteitenplan is verder verrijkt en wordt in 2023 gesimuleerd en getoetst binnen de organisatie. 2.4.4. Doelen en resultaten in 2022

19

vo

Wij brengen in kaart wat we in de afgelopen anderhalf jaar als waardevolle toepassingen van ICT hebben ervaren en van meerwaarde kan zijn voor de toekomst.

Bijna alle leerlingen binnen de sector vo hebben daar waar gewenst inmiddels de beschikking over een ICT device die het onderwijs interactiever maakt. Op een aantal scholen hebben we de afgelopen jaren ervaring opgedaan met digitale leermiddelen en leeromgevingen. Hierdoor kan plaats- en tijdonafhankelijk onderwijs aan onze leerlingen worden geboden en is het eenvoudiger een gedifferentieerd lesaanbod per leerling te kunnen bieden. Iedere school maakt daarbij keuzes bij de inzet van (digitale) toepassingen in het onderwijs passend bij de visie van de school. We zien dat scholen met een meer traditionele onderwijsvisie de inzet van digitale leermiddelen beperkt toepassen, terwijl andere scholen steeds meer digitaal aanbieden. Deze verschillen zien wij als waardevol omdat wij daarmee diversiteit en onderscheidenheid kunnen bieden in het scholen aanbod binnen onze gehele stichting. h || ||

54

pwc

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden

BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2022 9

32

(s)bao

Op basis van een in het eerste kwartaal vastgestelde norm voor digitale bekwaam­ heid wordt in 2022 bij alle medewerkers een ICT-scan afgenomen. Voor iedereen die niet aan de norm voldoet wordt een ontwikkelplan vastgesteld. Medio 2022 is een online scholingsaanbod beschikbaar om te werken aan verbetering van de digitale bekwaamheid. Beoogd resultaat: inzicht in en planmatige verbetering van de digitale bekwaamheid van de schoolteams.

Visie ontwikkeling In de (s)bao schoolpannen 2022/2023 is een verplichte paragraaf opgenomen voor ICT. Hierin hebben de scholen aangegeven in welke fase van ontwikkeling zij zich bevinden, welke visie zij hebben of willen ontwikkelen op het gebied van ICT ter ondersteuning van de onderwijsvisie. Daarnaast zijn in de schoolplannen interventies en acties beschreven die benodigd zijn om verder groei op het gebied van ICT mogelijk te maken (waaronder, indien noodzakelijk, het trainen van medewerkers op het gebied van digitale vaardigheden).

Digitale vaardigheden Alle medewerkers van de (s)bao scholen die gemigreerd zijn naar de nieuwe ICT omgeving zijn getraind in het werken met documenten in de Cloud en MS Teams. Voor de medewerkers die over beperkte digitale vaardigheden beschikken is een trainingsprogramma ontwikkeld, digitaal Stevig. In 2022 zijn de eerste groepen medewerkers met veel succes getraind. Er is een aanpak ontwikkeld om dit grootschaliger in 2023 uit te voeren ook in de andere sectoren. Tevens wordt een vervolg trainingsprogramma ontwikkeld. Digitale geletterdheid In 2022 zijn de voorbereidingen getroffen voor het starten van een interdisciplinair team dat zich bezig gaat houden met Digitale geletterdheid. Het team gaat in 2023 werken aan het opstellen van kerndoelen en normen binnen BOOR op het gebied van digitale geletterdheid. Het projectplan is gereed en de eerste bijeenkomst heeft reeds plaatsgevonden.

36

(s)bao

In 2022 worden de scholen die daar op grond van de roadmap ICT voor in aanmer­ king komen aangesloten op de centrale ICT-omgeving (wifi 90% van de scholen, veilig internet 75%, bestanden en mail in BOOR-omgeving 75% en werkplekken­ beheer door BOOR 50%). Indien mogelijk qua menskracht en financiën wordt een versnelling aangebracht in de uitrol van de roadmap. Beoogd resultaat is beschik­ baarheid van betrouwbare, veilige en moderne ICT-infrastructuur.

De volgende zaken zijn gerealiseerd: 1. Vanaf eind 2022 beschikken circa 85% van de (s)bao en (v)so scholen over de centraal beheerde Wifi-netwerk oplossing. Voor een klein aantal locaties is deze migratie uitgesteld om desinvesteringen te voorkomen. Dit heeft onder meer te maken met geplande verhuizingen of met de netwerken op locaties die nog niet lang geleden zijn vervangen en in grote mate nog voldoen. Ook binnen de sector vo zien we dat steeds meer locaties aansluiten op dezelfde wifi oplossing. (In 2022 zijn ook locaties van het Libanon Lyceum n de Wolfert van Borselen scholengroep overgestapt en is de vervanging bij het Erasmiaans Gymnasium voorbereid).

h || ||

pwc

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden

55

9 BOOR JAARVERSLAG 2022 - BESTUURSVERSLAG

2. In 2022 zijn totaal circa 701^ van de (s)bao en (v)so scholen over naar veilig internet. Bij 2 locaties vindt de ople­ vering pas in 2023 plaats vanwege vertraging bij de aanleg van glasvezel. Binnen de sector vo zijn het Libanon lyceum en het Erasmiaans Gymnasium aangesloten op Veilig internet. 3. Beheerde toegang is in 2021 gerealiseerd. Steeds meer systemen worden hierop aangesloten en procesverbeterin­ gen zijn in 2022 doorgevoerd. 4. Bij ruim 801^ van alle (s)bao en (v)so scholen is de nieuwe digitale werkomgeving uitgerold en zijn medewerkers van het (s)bao getraind. De medewerkerks van de (v)so scholen worden in 2023 ingepland, vanwege een andere werkwijze in deze sector wordt het ontwerp hiervoor enigszins aangepast. 5. Ten behoeve van een efficiëntere en gebruiksvriendelijkere werkwijze wordt de digitale leeromgeving (dlo) meer geïntegreerd met de digitale werkomgeving (dwo). In 2022 is gestart met het ontwerp en afstemming met de betrokken dlo leveranciers. 6. De centrale ICT afdeling heeft in 2022 een grote professionaliseringslag gemaakt om zodoende de scholen beter te kunnen ondersteunen en ontzorgen op het gebied van ICT (en samenwerken en kennis delen binnen de vo sector).

2.5.

Financieel beleid

2.5.1.

Doelen en resultaten in 2022

Het financieel beleid van BOOR is gericht op het maximaal inzetten van middelen voor het onderwijs. Daarnaast geeft het richting en inhoud aan versterking van het weerstandsvermogen als dat nodig en mogelijk is, teneinde risico’s voldoende het hoofd te kunnen bieden. In 2022 is met name ingezet op de verdere stroomlijning van de financiële organisatie en het versterken van het weerstandsvermogen. In 2022 is de ingezette lijn van voorgaande jaren met betrekking tot de stroomlijning van kassen en banken verder doorgezet. Zo is de verdere uitrol van Bunqpassen succesvol verlopen (zie ‘terugbrengen aantal schoolrekeningen’ onder paragraaf 2.4.3). Daarnaast is ingezet op het minimaliseren van negatieve rentes door afstorting van saldi boven de C 100.000,- in het schatkistbankieren. 2.5.2.

Opstellen begroting

De planning- en controlcyclus van BOOR kan als volgt worden weergegeven:

2022

56

pwc

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden

BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2022 9

Jaarlijks wordt een (meerjaren)begroting gemaakt voor een periode van vijf jaar. Voor het maken van de begroting wordt een kaderbrief opgesteld. De kaderbrief geeft inzicht in de beleidsuitgangspunten waar de scholen rekening mee houden bij het opstellen van hun begroting. Enkele belangrijke en richtinggevende kaders zijn: ^

Strategische kaders zoals opgenomen in de Koers van BOOR;

^

Inhoudelijke kaders rondom huisvesting, ICT, human resources, onderwijskwaliteit en financiën.

^

We stellen een rendementseis vast als een scholengroep of sector niet voldoet aan de norm van ons weerstands­ vermogen. Zie voor het weerstandsvermogen de ontwikkeling van de financiële ratio’s in paragraaf 3 continuïteit;

^

De allocatie van de budgetten bovenschools;

^

De allocatie van de budgetten voor BOOR Services en Bestuur.

De meerjarenbegroting sluit aan bij de strategische plannen van BOOR. De jaarbegroting sluit aan bij de jaarplannen. Dit wordt gerealiseerd doordat de begrotingen opgesteld worden door de scholen, waar ook de uitvoeringsagenda’s van de jaarplannen worden opgesteld. De begroting op stichtingsniveau kan gezien worden als de optelsom van de begrotingen van de scholen, aangevuld met de bovenschoolse begroting en de begrotingen voor BOOR Services en Bestuur. De kaderbrief en de begroting worden voorgelegd aan diverse gremia binnen de organisatie waaronder de gmr’s, de auditcommissie en het algemeen bestuur. Vanuit haar toezichthoudende taak keurt de gemeente Rotterdam de begroting goed. Na het opstellen van de begroting wordt tweemaal per jaar een voortgangsrapportage gemaakt inclusief forecast. De planning-en-controlcyclus sluit met het opstellen van het jaarverslag en de jaarrekening. Deze rapportages worden besproken in de verschillende gremia. Vervolgens dienen deze rapportages als verantwoording richting de gemeente Rotterdam vanuit haar toezichthoudende taak. 2.5.3. Verantwoording maatschappelijke thema's

Treasury Treasury heeft bij BOOR primair als doel het tijdig kunnen voldoen aan verplichtingen, het beheersen van de financiële risico’s en secundair het reduceren van de financieringskosten, oftewel het waarborgen van de financiële continuïteit van de organisatie. In het geval van (tijdelijke) overtollige middelen kan dit aanleiding zijn om een deel van de beschikbare middelen liquide aan te houden en het resterende deel zodanig te beleggen dat dit in principe zonder al te veel kosten snel liquide te maken is. Hieronder wordt ook verstaan het uitzetten van liquide middelen op een deposito of andere spaarvorm. De uitgangspunten bij deze beleggingen sluiten volledig aan bij de criteria van de Regeling beleggen, lenen en deriva­ ten OCW 2016. Bij het voeren van het treasury-beleid zijn de volgende treasury-instrumenten toegestaan: ^

Onderhandse geldleningen

^

Rekening-courant krediet

^

Kasgeldleningen

•

Deposito’s

•

Obligaties

^

(Hypothecaire) leningen

^

Operational Lease

^

Financial Lease

pwc

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden

57

9 BOOR JAARVERSLAG 2022 - BESTUURSVERSLAG

De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het treasurybeleid ligt bij het college van bestuur, het (bovenschools) management en het team Financiën. Het besluit tot het aangaan van kredietovereenkomsten wordt genomen door het college van bestuur, met uitzondering van geldleningen boven een miljoen euro. Hiervoor is goedkeuring van het algemeen bestuur en de gemeente nodig.

Treasurystatuut Het treasurystatuut is aangepast in 2022 aangezien verschillende wijzigingen die doorgevoerd waren op het gebied van treasury binnen BOOR nog niet verankerd waren in het treasurystatuut. Op 16 februari 2022 heeft het algemeen bestuur het nieuwe treasurystatuut vastgesteld.

Treasuryverslag In 2022 lag de focus - naast het reguliere liquiditeitsbeheer - op het verder terugdringen van het aantal schoolrekeningen en kasgelden. Ook hebben we aandacht besteed aan de uniformering van betalingen op scholen. .

Schatkistbankieren De publieke middelen van de hoofdrekening van BOOR zijn gekoppeld aan de Schatkist. BOOR heeft een (niet ge­ bruikte) kredietfaciliteit van C 23,7 miljoen bij de Staat der Nederlanden.

Beleggingen en leningen In de toelichting op de balans is een overzicht gegeven van de liquide middelen op bankrekeningen en bij schatkist-bankieren. Tevens is in de toelichting op de balans een overzicht opgenomen van de lang- en kortlopende schul­ den.

Allocatie van middelen In de kaderbrief zijn de kaders en beleidsuitgangspunten voor allocatie van baten en lasten opgenomen. Het beleids­ uitgangspunt voor de allocatie van middelen is gebaseerd op het subsidiariteitsbeginsel, waarbij de beslissingsbe­ voegdheid en dus ook de bijbehorende budgetten op een zo laag mogelijk niveau binnen de organisatie worden be­ legd. Binnen BOOR wordt basisonderwijs, voortgezet onderwijs en speciaal onderwijs aangeboden. De verschillende financiële stromen zijn gescheiden. De Rijkssubsidies worden, na bekostiging van BOOR Services en Bestuur, volledig toegekend aan de sectoren en scholen. Scholen vragen voor specifieke doeleinden subsidies aan, deze worden uiter­ aard volledig gealloceerd naar de scholen, de uitgaven als gevolg van die subsidies worden daar ook gedaan. Alhoewel het subsidiariteitsprincipe leidend is, is een aantal zaken bovenschools of op stichtingsniveau georgani­ seerd. De mate waarin zaken bovenschools georganiseerd zijn, verschilt per sector. Deels komt dit door de aard van de sectoren, deels omdat het historisch op een bepaalde manier gegroeid is. De mate waarin zaken bovenschools georganiseerd zijn kan in de loop van de tijd veranderen. Binnen BOOR Services wordt ondersteuning gegeven aan de sectoren en scholen op de gebieden onderwijskwaliteit, ICT, HR, huisvesting en inkoop en financiën.

Nadere inzichten in de verdeling van middelen tussen bestuur, BOOR Services en de sectoren is opgenomen in het onderdeel ‘verant­ woording van de financiën’.

Onderwijsachterstandenmiddelen De middelen voor onderwijsachterstanden worden gealloceerd op basis van de achterstandsscores van het CBS. Dit is in lijn met het beleidsprincipe op basis van het subsidiariteitsprincipe. De keuze voor deze wijze van alloceren is veran­ kerd in de kaderbrief en daarmee in de reguliere besluitvorming.

h || ||

58

pwc

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden

BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2022 9

Bij BOOR heeft de sector (s)bao een grote groep scholen die een schoolweging van 35 of hoger hebben en dit neemt toe. ĒetiMlwřļĮl rtg drltļanfigemiddtldt 2022

2.5.4. Toekomstige ontwikkelingen

Een aantal ontwikkelingen zal invloed hebben op het toekomstige (financiële) beleid van stichting BOOR: ^

Nieuwe regelgeving over de opbouw en verwerking van de voorziening voor groot onderhoud. De verwachting is dat er een substantiële verschuiving zal plaatsvinden van het eigen vermogen (weerstandsvermogen) naar het vreemd vermogen (voorzieningen). Deze wijziging zal per 2024 ingaan.

^

Er is landelijk ingezet op een vereenvoudiging van de Rijksbekostiging voor zowel het voortgezet onderwijs als het primair onderwijs. Het aantal variabelen waarop de bekostiging wordt gebaseerd, wordt drastisch teruggebracht. Een verandering van de bekostiging brengt verschillen met zich mee, daarom zal er een geleidelijke overgang plaatsvinden. De nieuwe bekostiging voor het voortgezet onderwijs is op 1 januari 2022 ingegaan en de nieuwe bekostiging voor het primair onderwijs is ingegaan op 1 januari 2023.

^

De vereenvoudiging van de bekostiging in het po heeft gevolgen gehad voor de vordering op OCW. Deze vorde­ ring ontstond doordat het Rijk in de maanden augustus tot en met december minder dan 5/12 van de bekosti­ ging betaalt. Het vervallen van de vordering heeft invloed op het weerstandsvermogen. De sector heeft bij OCW aangedrongen op een goede overgangsregeling. Vooralsnog is deze er niet en dit heeft geleid tot een gezamenlijk bezwaar tegen de bekostiging 2022. De minister heeft dit bezwaar ongegrond verklaard en hiertegen is beroep aangetekend. Om de gevolgen deels te kunnen opvangen is in 2021 een bestemmingsreserve gevormd van E 3 miljoen. Deze bestemmingsreserve is in het jaar 2022 vrijgevallen.

^

De komende jaren staan in het teken van nieuwbouw en renovatie bij BOOR. Meer dan twintig scholen zullen een nieuw gebouw krijgen. Deze nieuw- en verbouwactiviteiten brengen risico’s met zich mee, maar zullen, mede gezien de discussie in het kader van de werkgroep voorziening groot onderhoud, leiden tot meer investeringen en daarmee verwachte hogere afschrijvingen. In het verlengde daarvan is er als gevolg van de coronacrisis veel extra aandacht voor het binnenklimaat van scholen. Er zullen waarschijnlijk investeringen in klimaatinstallaties moeten plaatsvinden. Onderwerp van gesprek is de financiering van deze installaties.

2.6.

Risico's en risicobeheersing

In deze paragraaf worden de verplichte onderdelen behandeld uit hoofdstuk B, Overige rapportages, zoals beschreven in de de handreiking continuïteitsparagraaf.

h || ||

pwc

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden

59

9 BOOR JAARVERSLAG 2022 - BESTUURSVERSLAG

2.6.1.

Intern risicobeheersingssysteem

Alle gebeurtenissen die BOOR kunnen hinderen om de strategische doelstellingen te behalen worden als risico’s beschouwd. Om inzicht in en grip op de risico’s te houden, is risicomanagement geïmplementeerd binnen BOOR. Dit omvat niet alleen het tijdig signaleren en identificeren van potentiële dreigingen, maar vooral het met een bepaalde mate van zekerheid ervoor zorgen dat risico’s binnen aanvaardbare proporties blijven.

2.6.2.

Belangrijkste risico's en onzekerheden

De belangrijkste risico’s en onzekerheden zien wij op het terrein van externe ontwikkelingen, onderwijskwaliteit, personeel en bedrijfsvoering.

Externe ontwikkelingen In de huidige context zijn er twee factoren die een grote impact hebben op ons overall risicoprofiel. De huidige situatie in Oekraïne en de daarmee gepaard gaande economische sancties is daar de grootste van. De effecten daarvan zijn vanaf het voorjaar 2022 merkbaar in o.a. een grote vluchtelingenstroom en hoge inflatie (CPB 2022: +10,0%, 2023: +3,5%). Ondanks invoering van het prijsplafond zorgen de gestegen energiekosten voor een toename van gezinnen met geldzorgen en armoede. De gestegen armoede raakt ook het onderwijs. Leerlingen zitten minder goed in hun vel of er is zelfs geen geld voor ontbijt en/of een lunch. Ook steeds meer onderwijspersoneel heeft moeite met rondko­ men. We houden deze ontwikkelingen en inschattingen van het CPB en het Rijk nauwlettend in de gaten. Een tweede onzekere factor is de coronapandemie. Op dit moment zijn de contactbeperkende maatregelen niet meer van kracht en is de maatschappij weer volledig geopend. Corona is echter nog niet weg. We hebben afgelopen twee jaar ervaren dat de ontwikkelingen rond corona zich snel kunnen opvolgen en blijft er dus ook een mogelijkheid dat een nieuwe variant van het virus opduikt waardoor opnieuw contactbeperkende maatregelen mogelijk zijn. De volgende preventieve en detectieve maatregelen zijn onder andere getroffen om het restrisico binnen de beïnvloedingssfeer van BOOR te beheersen: ^

BOOR staat open voor Oekraïense leerlingen en biedt -samen met RVKO- vanaf de zomer van 2022 nieuwkomersonderwijs aan voor Oekraïense leerlingen van 4-12 jaar in tijdelijke onderwijsvoorziening “De Gaffel”. Oekraïense vo leerlingen ontvangen onderwijs vanuit de internationale schakelklassen vo. We bereiden ons voor op een verdere toename van Oekraïense leerlingen in 2023.

^

Om voorbereid te zijn op een opleving van het coronavirus lanceerde het ministerie van OCW het sectorplan COVID-19. Op basis van de leidraad hebben wij voor ieder scenario draaiboeken uitgewerkt die scholen houvast bieden om veilig en verantwoord onderwijs te blijven geven. Hierbij is het uitgangspunt dat een scholensluiting zo veel mogelijk wordt voorkomen.

^

We creëren een veilige sfeer om op school zonder schaamte over armoede te spreken. De hulp van BOORscholen verschilt per locatie en per wijk, maar richt zich in het algemeen op signaleren, ondersteunen en stimuleren. Scholen signaleren de problematiek waar mogelijk en zoeken tijdig de samenwerking met de gemeente en lokale partners. Ondersteuning kan bestaan uit het beheersen van de schoolkosten, ontbijtspullen op school of initiatieven als een ruilkast of kledingbank. Bij stimuleren kan gedacht worden aan het bevorderen van een gezonde leefstijl, zoals een gezond ontbijt en schoolfruit. Basis voor ons handelen vormt de (landelijke) handreiking ‘Omgaan met armoede op scholen’. Scholen zijn kritisch op de activiteiten die worden bekostigd vanuit de vrijwillige ouderbijdrage en de verplichte schoolkosten die er zijn.

^

Vanuit goed werkgeverschap hebben wij extra oog voor de situatie van het onderwijspersoneel. Als we zorgen signaleren gaan we het gesprek aan en kijken samen naar oplossingen om de lasten tijdelijk te verlichten. Interventies kunnen heel praktisch van aard zijn, zoals de inzet van een budgetcoach, die een medewerker helpt om zijn financiële zaken op orde te krijgen. Een interventie kan ook psychosociaal van aard zijn, bijvoorbeeld door de inzet van bedrijfsmaatschappelijk werk. h || ||

60

pwc

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden

BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2022 9

Onderwijskwaliteit De coronapandemie heeft grote gevolgen gehad voor het funderend onderwijs en in het bijzonder voor de leerlingen. Om leervertragingen aan te pakken en de sociaal-emotionele ontwikkeling en het welzijn van leerlingen te bevorde­ ren is er ondersteuning in de vorm van een Nationaal Programma Onderwijs (NPO). Dit programma loopt tot en met schooljaar 2024-2025. Te veel leerlingen verlaten het funderend onderwijs zonder goede beheersing van de basisvaardigheden, zoals taal, rekenen, digitale geletterdheid en burgerschap. Dit is voor een leerling nodig om andere schoolvakken succesvol te kunnen volgen en om klaar te zijn voor het vervolgonderwijs en de maatschappij in het algemeen. De volgende preventieve en detectieve maatregelen zijn onder andere getroffen om het restrisico binnen de beïnvloedingssfeer van BOOR te beheersen: ^

Met de inzet van de NPO-middelen zijn op iedere school interventies ingezet om leerachterstanden in te lopen. Daarnaast is er veel extra aandacht voor de sociaal-emotionele ontwikkeling en het algehele welbevinden. In 2023 zullen we extra ondersteuning moeten blijven geven; om achterstanden weg te werken of om vertragingen verder in te lopen.

^

Inmiddels zijn activiteitenplannen opgesteld voor de individuele scholen, waarin vooral activiteiten zijn opgenomen die door álle scholen binnen BOOR individueel of gezamenlijk kunnen worden uitgevoerd. In alle gevallen gaat het hier om activiteiten rondom taal en rekenen. Daarbij maken we optimaal gebruik van de financiële middelen die vanuit het Masterplan Basisvaardigheden beschikbaar zijn.

Personeel Het personeelstekort blijft ons onverminderd bezighouden. In alle BOOR-scholen wordt het tekort aan leraren en schoolleiders gevoeld. Waar eerst het tekort opliep in het basis- en het speciaal onderwijs, zijn de tekorten ook in het voortgezet onderwijs op steeds meer plekken merkbaar. De schoolorganisatie blijft daardoor kwetsbaar. Positieve ont­ wikkeling is dat de regio Rotterdam in het algemeen en BOOR specifiek steeds meer controle krijgt over dit vraagstuk. Dit kan niet los gezien worden van onze inspanningen rondom het project ‘Anders Organiseren’. Tegelijkertijd blijven de (landelijke) prognoses voor de middellange en lange termijn zorgelijk.

De vraag naar leerkrachten is sterk toegenomen door uitvoering van het NPO en komt bovenop het tekort dat er al was. Dit zet het onderwijs verder onder druk en zal ook leiden tot meer concurrentie tussen scholen en besturen onderling. Een onwenselijke ontwikkeling waar we ook in Rotterdam goede afspraken over moeten maken. Mogelijke financiële effecten hiervan zijn niet in de begroting opgenomen. Daarnaast zien we relatief meer mutaties van personeel op scholen met een complexe leerlingpopulatie naar scholen met minder werkdruk. Personeel op scholen met een complexe leerlingpopulatie ontvangt een arbeidsmarkttoeslag. Deze noodgreep is tijdelijk en is vooralsnog niet structureel geborgd. Tegelijkertijd signaleren we een oplopend ziekteverzuim in 2022. Het verzuimpercentage nam in 2022 toe van 5,6% naar 6,4%. Corona heeft de afgelopen jaren ook een flinke impact gehad op directie, leraren en onderwijsondersteu­ nend personeel. Dit leverde extra druk op. BOOR stelt alles in het werk om de risico’s met betrekking tot personeel adequaat te managen. Desondanks blijft het restrisico dat overblijft voor BOOR hoog. De volgende preventieve en detectieve maatregelen zijn onder andere getrof­ fen om het restrisico binnen de beïnvloedingssfeer van BOOR te beheersen: ^

Anders organiseren van het basisonderwijs. Daarbij richten we ons enerzijds op het vergroten van de instroom en het beperken van de uitstroom en anderzijds door het onderwijs anders te organiseren. Dit doen we onder andere

h || ||

pwc

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden

61

9 BOOR JAARVERSLAG 2022 - BESTUURSVERSLAG

met behulp van de inzet van anders bevoegden, digitale middelen en een grotere variatie qua achtergrond en ex­ pertise in de schoolteams. We leiden op grote schaal zij-instromers op en hebben de begeleiding van startende en zittende leerkrachten geïntensiveerd. ^

Uitwerken van de mogelijkheden voor ‘Anders Organiseren’ in het voortgezet onderwijs in 2023.

^

Uitwisselen van ervaringen om het onderwijsproces en de organisatie op school zo in te richten dat de kern van het onderwijs, lesgeven, zo goed mogelijk kan plaatsvinden.

^

Participatie in de Opleidingsschool Rotterdam (OSR), waarin goed begeleide opleidingsplaatsen in de aangesloten scholen wordt geboden aan ambitieuze, gemotiveerde eerste- en tweedegraads studenten en docenten. Door regionale samenwerking speelt de OSR een belangrijke rol bij de aanpak van problemen op de arbeidsmarkt in het onderwijs;

^

Participatie in het BOSS-traject, een samenwerkingsverband tussen de Pabo, het Kenniscentrum Talentontwikke­ ling (KCTO) van Hogeschool Rotterdam (HR) en stichtingen (besturen) voor primair onderwijs, waardoor de instroom uit de Pabo’s wordt vergroot;

^

Uitvoering van strategisch HR-beleid voor het binden, boeien en laten bloeien van medewerkers.

^

Leiderschapsontwikkeling. Uitvoering leiderschapstrajecten, interne en externe opleidingstrajecten om de mede­ werkers te ondersteunen bij het ontwikkelen van hun talenten en daarmee een aantrekkelijk werkgever te zijn;

^

Uitvoering actief mobiliteitsbeleid.

^

Uitvoering actief beleid bij ziekteverzuim, met aandacht voor het herstel en welbevinden van medewerkers. Het inzetbaarheidsteam heeft zich in 2022 gericht op preventie en is er een start gemaakt met het implementeren van een Preventief Medisch Onderzoek (PMO).

Bedrijfsvoering Op het gebied van bedrijfsvoering zien wij als belangrijkste risico de ontoereikendheid van de bekostiging voor het funderend onderwijs. De financiële kengetallen komen in toenemende mate onder druk te staan. Voor de korte termijn geldt dat het beeld enigszins wordt vertekend vanwege de NPO-gelden, die op veel plekken nog niet zijn uitge­ geven maar wel al zijn bestemd. Deze worden in de komende jaren uitgegeven voor het doel waarvoor deze middelen zijn ontvangen: het wegwerken van opgelopen leerachterstanden en versterken van de basisvaardigheden. Het risico van ontoereikende bekostiging wordt versterkt door de wijziging in het betaalritme in 2022 van OCW. Het tekort dat hierdoor ontstaat gaat direct ten laste van het in de voorbije jaren opgebouwde weerstandsvermogen. De laatste jaren is huisvesting een groter risico geworden. We zijn content met het relatief grote aantal nieuwbouw- en renovatieprojecten voor onze scholen. Tegelijkertijd hebben we zorg over de hoge kosten van onderhoud, de finan­ ciële impact van het vervallen van de overgangsregeling groot onderhoud (2023) en de toegenomen wensen en eisen rondom bijvoorbeeld luchtkwaliteit (ventilatie-investeringen) en verduurzaming. De noodzakelijke financiële uitgaven die daarmee gepaard gaan zijn zeer hoog.

Daarbovenop komt de forse stijging van de energielasten, dat voor BOOR versterkt is doordat lopende contracten met het (voormalige) Gazprom Energy moesten worden opengebroken. Nieuwe aanbesteding heeft geleid tot fors hogere contractprijzen. Daarnaast zien wij toenemende risico’s op het gebied van ICT (o.a. cybersecurity) en meer in z’n algemeenheid de wijze waarop de interne bedrijfsvoering is georganiseerd en functioneert. De volgende preventieve en detectieve maatregelen zijn onder andere getroffen om het restrisico binnen de beïnvloedingssfeer van BOOR te beheersen: ^

Bezwaarprocedure tegen vervallen van de vordering op OCW als gevolg van wijziging in het betaalritme. Actualiteit is dat de minister het bezwaarschrift van de 230 schoolbesturen ongegrond heeft verklaard. Vanuit de PO-Raad is met ondersteuning van een advocatenkantoor een beroepsprocedure in voorbereiding namens de 230 schoolbesturen.

h || ||

62

pwc

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden

BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2022 9

^

Additionele dotatie aan de voorziening groot onderhoud over het boekjaar 2022, anticiperend op het vervallen van de overgangsregeling per 1 januari 2024 (RJO artikel 4 lid 1). Dit is consistent met afgelopen jaren.

^

Actueel houden van strategische huisvestingsplannen en uitvoering daarvan.

^

Uitwerking van het meerjarig ventilatieplan (incl. de financiële impact daarvan). Bij BOOR voldoet de ventilatie van alle scholen aan het bouwbesluit voor bestaande bouw. Het LCVS (landelijk coördinatieteam ventilatie scholen) ad­ viseert op aangeven van de GGD een hogere norm te behalen met alleen mechanische ventilatie. Die ventilatienorm is gelijk aan het bouwbesluit voor nieuwbouw. Een groot deel van de scholen, landelijk, binnen Rotterdam en dus ook bij BOOR kan hier nu en op korte termijn niet aan voldoen. Door een sterk verouderd gebouwenbestand ligt het percentage van schoolgebouwen dat niet voldoet aan de ventilatienorm van de GGD op 40%. De locaties die niet aan de nieuw opgelegde norm voldoen worden goed (op natuurlijke wijze) geventileerd. Dit wordt ook gemonitord met klimaatsensoren zodat gericht maatregelen kunnen worden genomen. Tevens bundelen Rotterdamse school­ besturen de krachten met de gemeente om te komen tot inzicht en overzicht zodat middelen in het volgende IHP ook op ventilatienormen zo efficiënt mogelijk worden ingezet. Daarnaast wordt op enkele plekken met behulp van subsidie geïnvesteerd. Tot slot wordt op plaatsen waar vanuit het MJOP grootschalige werkzaamheden plaatsvin­ den, extra geïnvesteerd in ventilatie. Zie ook paragraaf 2.3.4.

^

Continueren van het in 2021 gestarte versnellingsprogramma ICT. De uitvoering daarvan ligt op koers: in 2023 is de ambitie voor een goede en veilige ICT infrastructuur gerealiseerd. Inmiddels wordt nagedacht over de volgende stap: het formuleren van een wenkend perspectief over we ICT willen inzetten in het onderwijs met een sterkere nadruk op het onderwijskundig/didactisch vlak. Zie ook paragraaf 4.2

^

Bezwaarprocedure tegen het inconsistent beleid van de minister rondom het 5e sanctiepakket van de EU. EZK heeft inmiddels compensatie toegezegd voor de financiële nadelen vanwege opzegging gascontract met Gazprom. Over de hoogte en wijze komt in de loop van 2023 meer duidelijkheid.

^

Uitvoering van het meerjarig programma ‘Transitie Bedrijfsvoering’10. Sinds 2022 werken we aan de doorontwikkeling van bedrijfsvoering. Daartoe is een BOOR-breed programma opgezet om tot meer harmonisatie van bepaalde bedrijfsvoeringsprocessen te komen. Als startpunt dienen een kwalitatief en kwantitatief extern onderzoek. De voor­ naamste conclusie uit deze onderzoeken is dat bepaalde bedrijfsvoeringswerkzaamheden op verschillende plekken binnen de organisatie plaatsvinden en dat het vanuit het perspectief van kwaliteit en doelmatigheid zinvol is om naar synergievoordelen te kijken. Op basis van de onderzoeken is een visie en ambitie geformuleerd. Deze wordt samen met het programmaplan - in de eerste helft van 2023 vastgesteld, waarna de uitvoering formeel kan starten. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan het herladen van de besturingsfilosofie.

10

Sinds 2023 wordt gesproken over ‘harmonisatie bedrijfsvoering’.

pwc

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden

63

9 BOOR JAARVERSLAG 2022 - BESTUURSVERSLAG

3. Continuïteitsparagraaf Dit hoofdstuk geeft inzicht in de financiële staat van BOOR. De eerste paragraaf gaat in op ontwikkelingen in meerjarig perspectief, de tweede paragraaf geeft een analyse van het afgelopen boekjaar en in de laatste paragraaf komt de financiële positie van de stichting aan bod.

Ontwikkelingen in meerjarig perspectief BOOR is een financieel solide organisatie, ook als we kijken naar het meerjarig perspectief. Wij zien voor de toekomst nog wel een aantal uitdagingen en onzekerheden. ^

Coronacrisis. Dankzij het Nationaal Programma Onderwijs is de afgelopen jaren fors in het onderwijs geïnvesteerd. Deze middelen hebben wij, voor zover nog niet uitgegeven, in een aparte bestemmingsreserve ondergebracht. De komende jaren putten wij uit deze reserve, om maatregelen in te zetten ter bestrijding van de achterstanden van leerlingen en ten behoeven van het sociaal emotioneel welbevinden.

^

Het personeelstekort is nog steeds een van de grootste benoemde risico’s. De huidige en geraamde lerarentekor­ ten op de langere termijn zijn nog zorgelijk. De kosten voor werving, opleiden, begeleiden en inhuur zet extra druk op onze exploitatie.

^

De impact van de exponentieel gestegen energieprijzen is groot en kunnen we slechts gedurende een beperkte periode opvangen vanuit ons weerstandsvermogen. Compensatie van de energielasten is nodig om te voorkomen dat dit ten koste gaat van het onderwijs.

^

Zoals beschreven in de paragraaf ‘huisvesting’ hebben we voor de komende jaren ook stevige investeringsopgaven liggen op het gebied van ventilatie en duurzaamheid.

^

Het vervallen van de vordering op OCW (2022) en het vervallen van de tijdelijke overgangsregeling voor groot on­ derhoud (2023) geeft voor de korte termijn druk op onze exploitatie en gaat ten koste van ons eerder opgebouwde weerstandsvermogen.

De combinatie van bovenstaande factoren maakt dat, bij ongewijzigd beleid, druk op de financiële soliditeit van BOOR op de middellange termijn ontstaat. Dit noopt tot heroverweging van keuzen en bijsturing. Naarmate de onzekerheden langer duren zullen we de geplande investeringen moeten uitstellen of andere vormen van bezuiniging moeten toepassen. Het meerjarige vooruitzicht van BOOR kan tot uitdrukking worden gebracht in een aantal kengetallen, cijfers en indica­ toren. Hierna gaan we kort in op de verwachte ontwikkeling van het aantal leerlingen, het aantal personeelsleden, de financiële resultaten, de kasstromen en de ontwikkeling van onze balans en financiële positie.

64

pwc

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden

BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2022 9

Ontwikkeling leerlingenaantal De ontwikkeling van de leerlingenaantallen zoals ook vastgelegd in het jaarplan 2023 is per sector als volgt (onderdeel A1 uit de gegevensset handreiking continuïteitsparagraaf): Aantal leerlingen

2023

2024*

2025*

2026*

2027*

1-10-2021

2022

1-2-2022

1-2-2023

1-2-2024

1-2-2025

1-2-2026

Sector (speciaal) basisonderwijs

16.542

16.486

17.442

17.409

17.555

17.700

Sector (voortgezet) speciaal onderwijs

2.270

2.295

2.373

2.450

2.450

2.450

Totaal primair onderwijs

18.812

18.781

19.815

19.859

20.005

20.150 1-10-2026

Teldatum

Teldatum

1-10-2021

1-10-2022

1-10-2023

1-10-2024

1-10-2025

Sector voortgezet onderwijs

11.120

11.533

11.584

11.758

11.999

12.176

Totaal

29.932

30.314

31.399

31.617

32.004

32.326

* = prognoses

Bron: jaarplan 2023 en werkelijk aantal leerlingen.

Vanaf het bekostigingsjaar 2023 wordt voor de vereenvoudigde bekostiging po de teldatum gehanteerd van 1 februari voorafgaand aan het bekostigingsjaar. Daardoor lijkt er in bovenstaande tabel een stijging in het leerlingenaantal van vooral de sector (s)bao verwacht te worden. Dit geeft echter een vertekend beeld, omdat er op de nieuwe teldatum vier maanden meer instroom heeft plaatsgevonden. Het aantal leerlingen in het primair onderwijs van de laatste jaren en de prognose op 1 februari laat het volgende beeld zien:

Het leerlingaantal in de sector (s)bao daalt licht per 1 februari 2023 ten opzichte van 1 februari 2022. Meerjarig wordt een kleine stijging van het leerlingenaantal verwacht als gevolg van demografische ontwikkelingen in de regio Rotterdam.

Het (v)so prognosticeert een behoorlijke groei van het aantal leerlingen per 1 februari 2022, 2023 en 2024. Door inge­ bruikname van nieuwe locaties kunnen meer leerlingen worden toegelaten. Het vo verwacht de komende jaren een stijging van het aantal leerlingen. Deze verwachte stijging meerjarig is een ge­ volg van demografische ontwikkelingen, de ingebruikname van nieuwe gebouwen en conceptwijziging.

Ontwikkeling personele bezetting De personele bezetting binnen BOOR verloopt, zoals ook opgenomen in het jaarplan 2023, naar verwachting als volgt (onderdeel A1 uit de gegevensset handreiking continuïteitsparagraaf): Personele bezetting in fte

2022

2023*

2024*

2025*

2026*

2027*

Bestuur Z management

193

201

196

195

194

193

Personeel primair proces Ondersteunend personeel

2.014 986

2.009 971

1.980 938

1.954 926

1.946 918

1.945 916

Totale bezetting in fte

3.193

3.181

3.114

3.075

3.058

3.054

*s prognoses

Bron: 2022 is gebaseerd op het gemiddelde aantal fte’s; de aantallen 2023 t/m 2027 zijn gebaseerd op het jaarplan 2023. De verwachte personele bezetting in fte voor de komende jaren is afkomstig uit het Meerjarig Bestuursformatieplan. De verwachte aan­ tallen fte zijn gebaseerd op de verwachte leerlingaantallen en de NPO-gelden in de jaren t/m 2023.

h || ||

pwc

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden

65

9 BOOR JAARVERSLAG 2022 - BESTUURSVERSLAG

Ontwikkeling financiële resultaten In het najaar van 2022 is de meerjarenbegroting opgesteld. De begroting 2023-2027 is als volgt (onderdeel A2 uit de gegevensset handreiking continuïteitsparagraaf): Bedragen xC 1.000

Omschrijving

2022

2023*

2024*

2025*

2026*

2027*

Rijksbijdragen OCW Overige overheidsbijdragen Overige baten

343.203 16.998 17.108

329.327 15.877 13.542

310.832 14.989 12.124

311.959 14.851 12.270

314.604 14.819 12.456

316.727 14.924 12.530

Totaal Baten

377.309

358.746

337.945

339.080

341.878

344.181

Personele lasten Afschrijvingslasten Huisvestingslasten Overige lasten

292.847 7.149 26.918 36.663

289.761 7.983 30.400 33.576

279.255 8.397 31.301 30.361

277.903 8.335 31.136 29.625

278.562 7.809 31.149 29.999

279.845 7.310 31.179 30.224

Totaal lasten

363.577

361.719

349.314

347.000

347.519

348.558

Saldo baten en lasten gewone bedrijfsvoering

13.732

-2.973

-11.368

-7.920

-5.641

-4.377

-365

-392

-370

-348

-328

-328

13.367

-3.365

-11.738

-8.269

-5.969

-4.705

341 -1.769 -14.439 3.000

167 PM -2.815

73 PM 7.675

72 PM 4.443

43 PM 2.566

17 PM 2.010

1.118

1.902

1.618

-4.111

-3.990

-3.754

-3.360

-2.678

Baten

Lasten

Financiële baten en lasten Resultaat

Mutaties bestemmingsreserves: Bestemmingsreserve Convenant 2019 | reservering vo Bestemmingsreserve Werkdrukmiddelen VO 2022** Bestemmingsreserve NPO gelden** Bestemmingsreserve veranderende bekostiging** Bestemmingsreserve versnellingsprogramma ICT s(bao) en (v)so** Resultaat naar algemene reserve Z bestemmingsfonds

* = prognoses ** = Rekening houdend met de onzekerheden over de haalbaarheid van de werkzaamheden rondom de inzet van gelden NPO is een inschatting gemaakt wanneer deze gelden besteed zullen worden. Bron: jaarrekening 2022 en begroting 2023 - 2027.

De meest opvallende ontwikkelingen zijn:

^ Er zijn in 2022 NPO middelen ter beschikking gesteld. De baten vanaf 2024 dalen, omdat de NPO middelen alleen in de periode 2021-2023 ter beschikking worden gesteld. Dit verklaart de afname van de Rijksbijdragen. ^ Ontwikkeling personele lasten: Vanaf 2023 dalen de personele lasten door de afloop van de NPO bekostiging, die besteed is middels niet-structurele (incidentele) extra personele inzet. Vanaf 2026 stijgen de personele lasten door groei van de formatie, die gelijke tred houdt met de ontwikkeling van de leerlingaantallen.

^ De afschrijvingskosten stijgen in 2023 en 2024 door de ingebruikname van de nieuwbouw en renovaties, de inves­ teringen in het kader van het ICT versnellings-programma en investeringen in het kader van NPO. Vanaf 2026 dalen de afschrijvingslasten omdat op dit moment investeringen nog niet bekend zijn.

h || ||

66

pwc

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden

BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2022 9

^

De huisvestingslasten stijgen meerjarig. Dit komt vooral door de hogere energielasten (extra begroot C 6 miljoen per jaar). De verwachte compensatie van de energielasten in de Rijksbijdrage is onvoldoende om de stijgende lasten te dekken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=0609ab6e-5a3c-446a-a973-ae468963ca9e