CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb002300] Bijlage 2 behorende bij 23bb002298 over Maatschappelijke businesscase Thuisplusflat

Commissie Zorg, Welzijn, Cultuur en Sport (2022 - 2026) 19 april 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Zorg25.007 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

MBC Thuisplusflat Rotterdam

20

In dezelfde periode startte een zorgaanbieder het concept van de Thuisplusflat uit te rollen. Meneer en het vaste clubje van bewoners waren zeer sceptisch gezien de historie van initiatieven in de flat die zij al kenden en het feit dat zij precies nu niet meer konden genieten van hun gezellige middagen in de gemeenschappelijke ruimte. Zorg en/of ondersteuning hebben meneer en mevrouw beide (nog) niet nodig en hierin merken zij dus geen verandering sinds hun flat een Thuisplusflat is. Mevrouw is wel heel enthousiast; zij gaat nu samen met haar buurvrouw twee keer in de week naar beneden om gezamenlijk mee te doen aan de beweegactiviteit.

2.3. Het verhaal van meneer Donati (74 jaar) Meneer Donati is in de jaren ’60 als gastarbeider samen met zijn vrouw naar Rotterdam gekomen. In de jaren daaropvolgend zag hij de stad groeien en steeds verder ontwikkelen. In eerste instantie werkte hij als havenarbeider, maar later kreeg hij al snel bijbaantjes in Italiaanse restaurants in Rotterdam. Na zijn pensioen werd hij ziek en moest hij na een ziekenhuisopname thuis opknappen. Het huis waarin ze woonden werd aangepast en hij kreeg thuiszorg. Enkele jaren nadat hij weer was opgeknapt werd zijn vrouw ernstig ziek. Opnieuw kwam er gedurende enkele maanden thuiszorg en uiteindelijk overleed mevrouw Donati. De thuiszorg adviseerde meneer Donati te verhuizen naar de Thuisplusflat in de wijk. Daar werd van alles georganiseerd en was behoefte aan zo’n energieke man als hij. Meneer Donati besloot te verhuizen nu dat voor hem fysiek nog te doen was en kreeg een woning in de Thuisplusflat. Al snel werd meneer in de Thuisplusflat betrokken bij activiteiten waar met name de maaltijden hem interesseerden. Hij stelde voor om een Italiaanse avond te organiseren waarvoor hij Lasagne zou maken. Er schreven zich veel meer mensen in dan verwacht en iedereen betaalde een vooraf vastgesteld bedrag waarmee meneer Donati inkopen kon gaan doen.

De keuken in de gemeenschappelijke ruimte was helemaal niet voorbereid op het koken voor zo’n grote groep mensen. Dus besloot meneer Donati zijn eigen fornuis te gebruiken en de avonden ervoor al aan de slag te gaan. De grote lasagne die hij maakte bewaarde hij vervolgens in kleine porties in de koelkasten van verschillende buren. Voor meneer Donati en meer dan 40 bewoners was de avond een groot succes en hij besloot om iedere maand één keer een Italiaanse maaltijd te gaan verzorgen. Bewoners konden zich steeds vooraf inschrijven en hun bijdrage betalen. Wanneer het meneer Donati lukte om geld te besparen werd dat geld gespaard om investeringen in de keuken te kunnen doen.

2.4. Conclusie In de Thuisplusflat wonen ouderen die door toenemende sociale en/of fysieke kwetsbaarheid al behoefte hebben aan ondersteuning in het dagelijks leven, of het nog zelf kunnen redden. Wanneer zij behoefte aan ondersteuning hebben, kunnen zij deze ontvangen in hun huidige woning in de Thuisplusflat door een vast team van medewerkers. Daarnaast is er voor hen en ouderen uit de omgeving van de flat een activiteitenaanbod gericht op vitaliteit en welzijn. Oudere mensen worden kwetsbaarder en kunnen hun weg naar ondersteuning, hulp en zorg niet altijd goed vinden. Een vertrouwd gezicht die hen kan ondersteunen, zo laagdrempelig mogelijk, is hierbij behulpzaam. In de eerste instantie kan die ondersteuning vanuit de nabije omgeving komen, zoals van buren die elkaar kennen en helpen als het nodig is. Dit laatste wordt voor een deel georganiseerd door de bewoners zelf, maar soms is de hulp vanuit de welzijn nodig om meer mensen te activeren in de flat. De ondersteuning van ouderen kan ook getrapt plaatsvinden, te beginnen met huishoudelijke hulp als de oudere het huis niet meer zelf kan schoonhouden. Deze huishoudelijke hulp is de nabijheid van de oudere en kan signalen opvangen ten behoeve van passende en tijdige hulp.

MBC Thuisplusflat Rotterdam

21

Op deze manier worden er randvoorwaarden gesteld die ervoor kunnen zorgen dat ouderen langer zelf of samen met hun naasten en sociaal netwerk in de ondersteuningsbehoefte kunnen voorzien. Zodra er professionele hulp nodig is, is deze laagdrempelig en adequaat beschikbaar waardoor een zwaardere of acute ondersteuningsvraag kan worden voorkomen. Op deze manier kunnen ouderen langer zelfstandig blijven wonen met de ondersteuning die zij nodig hebben door vertrouwde gezichten. Door de specifieke inzet van zorg, ondersteuning en activiteiten in samenspraak met de woningbouw kan voor de ouderen de leefbaarheid en het gevoel van veiligheid in de flat verbeteren. Door sociale cohesie te bevorderen en vitaliteit te stimuleren kan eenzaamheid en sociaal isolement worden voorkomen. Door de Thuisplusflat kan het zo zijn dat naasten zich gesteund voelen in de mantelzorg die zij verlenen. In andere gevallen kunnen de naasten juist meer betrokken worden waardoor zij een helpende rol kunnen aannemen die bij hen past. Het gevoel van de juiste ondersteuning op het juiste moment voor de oudere kan er ook voor zorgen dat de naasten minder bezorgd zijn.

MBC Thuisplusflat Rotterdam

22

3. Het aanbiedersperspectief Dit hoofdstuk beschrijft de toegevoegde waarde van een Thuisplusflat vanuit het perspectief van de zorgaanbieder. In paragraaf 5.1 worden eerst de randvoorwaarden geschetst die voor de zorgaanbieder van belang zijn om het concept te organiseren, zoals randvoorwaardelijke zaken aan het gebouw en samenwerkingspartijen. Vervolgens wordt de organisatorische case (5.2) voor de zorgaanbieder uitgewerkt. Dit is het financiële perspectief op het concept voor de zorgaanbieder die het concept organiseert.

3.1. Randvoorwaarden en samenwerkingspartners Vanuit het perspectief van de zorgaanbieder zijn er vele randvoorwaarden te bedenken die ingevuld dienen te worden voor er met het Thuisplusconcept kan worden gestart en verder vormgegeven tijdens de pilotfase. De belangrijkste randvoorwaarden die de gemeente heeft genoemd in de aanbestedingsleidraad om vooraf georganiseerd te hebben zijn de volgende: a) kan integrale Wmo-arrangementen leveren in Rotterdam b) heeft contracten met zorgverzekeraar voor wijkgerichte zorg / persoonlijke verzorging c) heeft een overeenkomst met het zorgkantoor Rotterdam voor Wlz-thuis (VPT of MPT) d) heeft een samenwerkingsovereenkomst met de woningbouwcorporatie van het gebouw waarin bereidheid en betrokkenheid bevestigd wordt om bij te dragen aan het organiseren van het concept e) het wooncomplex ligt niet in de directe nabijheid van een intramurale voorziening f) de woonomgeving dient aan randvoorwaarden te voldoen. Zo dient het gebouw te beschikken over een gezamenlijke ruimte, waaronder een woonkamer en keuken, dienen de woningen en algemene ruimten rollator toe- en doorgankelijk te zijn en dienen de woningen en gezamenlijke ruimten qua inrichting geschikt en bestemd voor ouderen te zijn. g) De aanbieder organiseert de zorg en ondersteuning in het complex door een vast team (herkenbaar en aanspreekbaar) van zorgverleners.

12 Om een succesvolle ontwikkeling van het concept vervolgens te stimuleren is het voor de aanbieder ook van belang te beseffen dat de huidige bewoners van de wijk vaak de toekomstige bewoners van de flat en de huidige vrijwilligers of mantelzorgers, of deelnemers aan activiteiten zijn. Het vergroten van de naamsbekendheid van de Thuisplusflat in de wijk kan helpen om de bewoners van de wijk meer te betrekken. Daarnaast is het van belang dat de verbinding met huisartsen en paramedische diensten in de wijk goed geregeld is zodat signalen over bewoners makkelijk kunnen worden uitgewisseld. Daarnaast kan het organiseren van welzijn gericht op zelfredzaamheid en preventie georganiseerd worden met de bestaande welzijnspartner in de wijk. De thuisplusaanbieder kan er ook voor kiezen het aanbod van activiteiten en welzijn zelf met de bewoners te organiseren. Ten slotte is de samenwerking met andere zorgpartijen binnen de flat van belang wanneer dit bijvoorbeeld gaat om het toe leiden naar activiteiten in de flat.

3.2. Organisatorische Case (OC) In deze paragraaf worden de kosten en opbrengsten van het Thuisplusconcept in kaart gebracht vanuit een organisatorisch perspectief. Het gaat hierbij om de extra kosten die gemaakt worden om het concept zoals de zorgaanbieders dat nastreven invulling te geven en de extra inkomsten die hier tegenover staan. Het is daarbij allesbehalve een totaalbeeld van de kosten en opbrengsten van een flat doordat iedere aanbieder ook o.b.v. ‘reguliere’ zorg en ondersteuning kosten en opbrengsten heeft. Bijvoorbeeld voor de wijkverpleging of de huishoudelijke ondersteuning. De Thuisplusflats Leyerwaard-Grienderwaard, Helga en Laurens zijn gevraagd naar hun realisatie in de eerste maanden en hun verwachtingen voor het vervolg van de pilotperiode. Dit is per zorgorganisatie afzonderlijk besproken en in beeld gebracht. Vervolgens zijn de kosten en opbrengsten zoveel mogelijk vergelijkbaar gegroepeerd en in een verificatiegesprek met de drie zorgaanbieders gezamenlijk besproken. N.a.v. het verificatiegesprek zijn nog enige aanpassingen gedaan.

12

Leidraad aanbestedingsprocedure Tussenvoorziening Ouderen

MBC Thuisplusflat Rotterdam

23

De organisatorische case in de onderstaande tabel zijn de kosten en baten op basis van de gemiddelden van de drie flats weergegeven. De totale kosten zijn hierbij heel vergelijkbaar met de totale baten van de pilots. Waarbij bij de baten wordt uitgegaan van een gemeentelijke bijdrage voor 100 Wmo cliënten per flat. In werkelijkheid zijn deze aantallen bij zowel Laurens als Lelie Zorggroep op het moment van schrijven nog ver weg. Kosten Thuisplusflat

202113

2022

2023

Baten Thuisplusflat

202114

2022

2023

Personeelskosten

€ 60.000

€ 70.000

€ 70.000

€ 35.000

€-

€-

Projectmanagement

€ 20.000

€ 2.000

€ 2.000

€ 24.000

€-

€-

Scholingskosten

€ 1.750

€ 750

€ 750

€ 51.250

€ 86.800

€ 86.800

Activiteiten

€ 6.000

€ 8.000

€ 8.000

Startbedrag Thuisplusflat Aanvullende toelage jaar 1 Toelage Wmo cliënten Hogere productiviteit

P.M.

P.M.

P.M.

Gebouw

€ 8.000

€ 4.500

€ 4.500

Schoonmaakkosten

€ 750

€ 750

€ 750

PR en Communicatie

€ 4.500

€ 800

€ 800

Totaal kosten

€ 100.250

€ 86.800

€ 86.800

€ 100.250

€ 86.800

€ 86.800

Totaal baten

Tabel 4: Kosten en baten Thuisplusflat

3.2.1.

Toelichting op kostenposten

Afhankelijk van de invulling van het concept zijn er verschillen te zien in de kosten die er in iedere flat worden gemaakt. Desondanks geven de drie flats gezamenlijk ook een helder beeld van de gemene deler. Globaal zijn er zeven kostensoorten te onderscheidden. Personeelskosten De personeelskosten voor het Thuisplusconcept beslaan de grootste kostenpost voor het concept en bestaan uit het extra personeel dat wordt ingezet. Afhankelijk van de invulling van het concept kunnen dit kosten zijn voor de welzijnsmedewerker, voor de thuispluscoördinator, extra uren voor de wijkverpleging, of extra uren voor de hulp bij het huishouden. Doordat Aafje en Lelie Zorggroep met name inzetten op iemand die aanwezig en beschikbaar is maken zij daarvoor behoorlijke kosten. Dit terwijl Laurens voor een model heeft gekozen waarbij het de verschillende deelnemers aan het integraal team (wijkverpleging, consulent woningbouwcorporatie en welzijn) specifiek extra uren toewijst die zij niet cliëntgebonden kunnen inzetten. Globaal geven de drie onderzochte flats hier een vergelijkbaar bedrag aan uit. Waarbij er kan worden opgemerkt dat de kosten in 2021 voor gemiddeld 9 maanden hoger zijn dan de daaropvolgende jaren door het in beperkte mate afschalen van personeel gedurende de pilot.

Projectmanagement De zorgaanbieders maken allen kosten in het ‘projectmanagement’, bijvoorbeeld in overleggen met de gemeente en afstemming met andere aanbieders. Een deel van deze kosten worden door de aanbieders ook specifiek als kosten voor dit project gezien. Eén aanbieder geeft aan deze kosten ook te maken, maar ervoor te kiezen deze kosten niet op de Thuisplusflat te schrijven. Het is de verwachting van alle zorgaanbieders dat deze belasting met name in het eerste jaar plaatsvindt. Scholingskosten De werkwijze binnen de Thuisplusflat vraagt vaak een andere kennis en kunde bij medewerkers in de flat waardoor er aanvullende scholing nodig is. Activiteiten In de Thuisplusflats worden met en door de bewoners activiteiten ontwikkeld. Alle uren die hiervoor worden ingezet zijn onder personeelskosten opgenomen. Daarnaast zijn er materiële kosten die samenhangen met bepaalde activiteiten zoals koffie/thee of materialen voor activiteiten.

13

Onvolledig jaar door start van het concept gedurende Q1

14 Onvolledig jaar door start van het concept gedurende Q1

MBC Thuisplusflat Rotterdam

24

Gebouw De kosten die voor aanpassingen van de flat gemaakt moesten worden verschillen per uitgangssituatie. Zo beschikte de Helga flat al over geschikte ruimtes terwijl er zowel in de Laurensflat als in LeyerwaardGrienderwaard beperkt verbouwd diende te worden en er een vergoeding betaald wordt voor kantoorruimte.

PR en Communicatie In alle flats is er uitgebreid aandacht gegeven aan de opening van het concept en zijn er bijvoorbeeld kosten gemaakt op het gebied van banners, flyers en gespreksinstrumenten.

3.2.2.

Toelichting op baten

Startbedrag Thuisplusflat Iedere Thuisplusflat heeft bij start van de pilot een bedrag ter hoogte van €35.000,- ontvangen ten behoeve van het ontwikkelen en opzetten van het concept. Het break-even punt van de investering in de flat ligt in deze situatie op 100 Wmo cliënten. Toelage Wmo cliënten Hiernaast ontvingen de zorgorganisaties voor iedere Wmo cliënt van de aanbieder in de flat een toelage van zo’n 15 euro per week. Dit betekent bij 100 Wmo cliënten per flat een bedrag van 78.000 euro per 52 weken. In de organisatorische case is van dit bedrag uitgegaan met een correctie voor het minder aantal weken in 2021. In de praktijk kan alleen Aafje deze volledige toelage -en zelfs meer- tegemoet zien omdat zij dit aantal cliënten al had toen zij startten met het concept. Zowel Laurens en Lelie Zorggroep hadden beide op het moment van meting nog slechts tussen de 10 en 15 Wmo cliënten, waardoor de baten voor hen een stuk lager zijn en zij daarmee in ieder geval het eerste jaar ook verlies zullen maken op het concept. Hogere productiviteit Alle aanbieders werken met een integraal team waarbij sprake is van zoveel mogelijk dezelfde gezichten. Met name in de thuiszorg is het de verwachting dat dit bij voldoende schaal kan leiden tot minder reistijd en een efficiëntere inzet van professionals. Dit kan meer tijd voor de bewoner betekenen, of een hogere productiviteit.

Gemiddeld schatten de aanbieders zelf een zeer geringe toename van de productiviteit in. In paragraaf 4.6 wordt hier verder op ingegaan vanuit een maatschappelijk perspectief.

MBC Thuisplusflat Rotterdam

25

4. Het maatschappelijk perspectief 4.1. Voor de maatschappij De zorgkosten in Nederland blijven zeker tot 2060 enorm toenemen. De ontwikkeling van kosten voor de ouderenzorg hangt sterk samen met de toenemende vergrijzing tot 2040 (Vonk, Hilderink, Plasmans, Kommer, & Polder, 2020). De betaalbaarheid van deze toenemende kosten en het benodigde personeel wordt hierdoor steeds meer nadrukkelijk een opgave voor de maatschappij als geheel. Hierbij is het nog maar de vraag of de toegankelijkheid van de zorg zoals we die nu kennen gewaarborgd kan worden. Door een concept te ontwikkelen dat prospectief inspeelt op de steeds grotere behoefte aan ouderenzorg en te kijken naar steeds meer mogelijkheden ‘voor’ intramurale zorg, kunnen de kosten voor de maatschappij als geheel worden afgeremd én kan de doelmatigheid van de zorg en ondersteuning worden verbeterd. Bijvoorbeeld de nadrukkelijke aandacht voor activiteiten en een herkenbaar en integraal team waardoor de juiste zorg op het juiste moment kan worden ingezet, kan helpen bij het voorkomen van hogere zorgkosten. Naast het aspect van zorgkosten speelt het concept in op de toenemende professionele capaciteitsvraag door het intensiveren van informele zorgstructuren en het verhogen van de bereidheid tot mantelzorg en vrijwilligerswerk.

Aandacht voor de mantelzorger en professionele ondersteuning wanneer nodig kan daarnaast helpen om de mantelzorger duurzaam in te zetten en het behoud van de arbeidsinzet van de mantelzorger in zijn/haar normale werk.

4.2. Werkzame elementen De interventie ‘Thuisplusconcept’ heeft effect op onder andere de betreffende bewoners, zorgorganisaties en maatschappij. De interventie is in paragraaf 3.3 onderverdeeld in twee belangrijke onderdelen waarmee het concept onderscheidend is van een reguliere flat: - Een integraal team voor zorg en ondersteuning; - Het stimuleren van ontmoeting, beweging en zinvolle dagbesteding. Beide onderscheidende elementen van de interventie hebben potentieel -zowel gedeeld als gezamenlijk- effect op maatschappelijke thema’s. Die effecten zijn niet algemeen geldend en van toepassing op iedere situatie waar deze interventie wordt toegepast. Door in te gaan op de werkzame elementen ontstaat er meer inzicht in hoe de Thuisplusflat maatschappelijke effecten kan veroorzaken. Deze werkzame elementen zijn onmisbare onderdelen die ervoor zorgen dat de effecten realistisch zijn en het concept ‘werkt’. Dit draagt bij aan de doorontwikkeling van het concept, zowel in de huidige locaties, als mogelijk van nieuwe flats.

Interventie (Thuisplusflat)

Werkzame elementen

(maatschappelijke) effecten

Figuur 7: Verband interventie, werkzame elementen en effecten

Door meer inzicht te krijgen in het concept zelf, het perspectief van de bewoners en het perspectief van de zorgaanbieders, professionals en andere stakeholders zoals de gemeente en het zorgkantoor ontstaat al zicht op werkzame elementen vanuit de praktijk en/of beleidsverwachtingen. Onder deze werkzame elementen liggen aannames en hypotheses. Deze hypotheses zijn benoemd, getoetst, onderbouwd en bijgesteld a.d.h.v. input van de stuurgroep, literatuuronderzoek en expertopinies. Op deze manier hebben de meest onderscheidende werkzame elementen vorm en richting gekregen. In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de leden van de stuurgroep, de experts die in deze fase input hebben geleverd, zowel op basis van expert opinies als via verwijzingen naar literatuur.

MBC Thuisplusflat Rotterdam

26

Op basis van dit kortcyclische onderzoek zijn er vier werkzame elementen verder uitgewerkt in het vervolg, namelijk: (1) zorgpreventie, (2) versterken van informele zorg, (3) het tegengaan van vereenzaming en (4) goed werkgeverschap.

Algemeen concept

Werkzame elementen 4.2.1 Zorgpreventie

Integraal team 4.2.2 Effectievere en duurzame inzet van mantelzorgers

Ontmoeting, beweging en zinvolle dagbesteding

4.2.3 Tegengaan van vereenzaming 4.2.4 Goed werkgeverschap

Figuur 8: Overzicht werkzame elementen

4.2.1.

Zorgpreventie

Hypothese: Het stimuleren van ontmoeting en bewegen, zinvolle dagbesteding en de vaste hulpverleners die door nauwe samenwerking laagdrempelig signalen kunnen laten opvolgen dragen bij aan het voorkomen van zorggebruik. De effectiviteit van preventieve interventies richten zich in de kern op het verminderen van risico’s, of het promoten van beschermende factoren (De Lange, Rözer, Huber, & Veldboer, 2021). Het meten van de effectiviteit van preventieve interventies en het voorkomen van kosten van zorg en ondersteuning zijn vaak lastig aantoonbaar. Een algemeen herkend probleem binnen studies naar preventie is dat de dominante onderzoekbenaderingen en denkwijzen die hieraan ten grondslag liggen, direct zijn overgenomen van gezondheidsonderzoek waarin het medisch model leidend is (Kolner, 2017; McCave & Riskel, 2011). Hierin wordt binnen gecontroleerde en geïsoleerde onderzoekssettings de impact van een interventie onderzocht waardoor de impact in minder gecontroleerde en geïsoleerde settings en op langere termijn onduidelijk zijn. Bovendien is preventie vaak een samenspel van tal van kleine interventies op verschillende gebieden die uiteindelijk lijden tot een positieve uitkomst in het leven de burgers.

Het meten van een specifieke geïsoleerde interventie op basis van het medische model is dan ook vaak zeer moeilijk en resulteert in kleine of niet statistisch significante effecten, terwijl het gehele pakket wel effectief kan zijn. In de praktijk zal de effectiviteit vaak bepaald worden door de kwaliteit en samenhang tussen de interventies (Kolner, 2017; Garretsen, Bongers, & Rodenburg, 2005). Meer specifiek is er al vele jaren onderzoek naar de voordelen van zorg en ondersteuning thuis door een vast team van hulpverleners. Op basis van een een review van meer dan 700 onderzoeken hiernaar benoemen Weissert, Matthews Cready & Pawelak (2005) dat het vaak lastig is om kostenbesparingen hiervan aan te tonen, wat past in de bevindingen van Kolner (2017) dat het onderzoek vaak resulteert in kleine of niet statistisch significante effecten. Weissert, Matthews Cready & Pawelak (2005) argumenteren dan ook dat de verwachtingen van directe kostenbesparingen in de zorg vooral realistisch moeten zijn. Rocks e.a. (2020) komen op basis van een meer recente literatuur review tot bevindingen in dezelfde lijn, maar geven desondanks aan dat het waarschijnlijk is dat geïntegreerde zorg en ondersteuning kosten bespaart en bovenal de uitkomsten van zorg verbetert.

MBC Thuisplusflat Rotterdam

27

Om verder te kijken naar de potentiële preventieve effecten van het Thuisplusconcept vormt de indeling van preventie van Rapoport (1961) de basis: 1. Primaire preventie: Preventie die zich richt op het voorkomen van problemen nog voordat deze zich hebben ontwikkeld 2. Secundaire preventie: gericht op de vroege opsporing van problemen zodat een probleem nog kan worden behandeld, eerder geneest of niet erger wordt. 3. Tertiaire preventie: voorkomen van complicaties en ziekteverergering bij patiënten. Ook het bevorderen van de zelfredzaamheid van patiënten valt hieronder. Primaire preventie Veel van de activiteiten die in de Thuisplusflats worden ontwikkeld, zijn gericht op ontmoeting en beweging waardoor de bewoners een sociaal netwerk in stand kunnen houden, of weer kunnen opbouwen en zij vitaal blijven; dit is primaire preventie. Daarnaast kunnen deze activiteiten voor andere bewoners er ook voor zorgen dat verdere achteruitgang wordt voorkomen, bijvoorbeeld wanneer het gaat om fysieke ongemakken. Het voorkomen van verdere achteruitgang is secundaire preventie. Het onderzoek naar de effecten van primaire preventie door middel van het stimuleren van ontmoeting en beweging is met name sterk op dit medische model gebaseerd. Waardoor er met name heel specifieke interventies zijn onderzocht.

Het resultaat van veel van deze verschillende specifieke onderzoeken is wel dat primaire preventie door middel het stimuleren van ontmoeting en beweging vaak effectief blijken (De Lange, Rözer, Huber, & Veldboer, 2021). Een voorbeeld hiervan is het onderzoek van Ecorys en het Verwey Jonker Instituut (2013) naar het Rotterdamse project Moto. In dit project werd met de inzet van vrijwilligers, een klankbord geboden aan ouderen die door eenzaamheid, tegenslagen of andere moeilijkheden daaraan behoefte hadden. Uit de maatschappelijke rendementsanalyse van dit project blijkt dat door een verhoogd welzijn en een verhoogde zelfredzaamheid van de bewoners verwacht wordt dat de zorgconsumptie afneemt. Bewoners komen minder vaak terecht bij huisarts, maatschappelijk werk of GGZ. Ze kunnen langer thuis blijven wonen of hebben minder thuiszorg nodig. Daarnaast zijn er ook nog andere positieve effecten (die binnen deze studie niet goed berekend konden worden), waardoor het totale maatschappelijke rendement nog hoger zal liggen. Deze bevinden zich op het vlak van welbevinden van de bewoners, van de vrijwilligers en van familie/vrienden (mantelzorgers) van deze bewoners. Secundaire preventie Afhankelijk van de persoonlijke situatie van de bewoner kunnen de voorbeelden onder primaire preventie voor andere bewoners ook als secundaire preventie werken.

Aanvullend daarop is binnen het Thuisplusconcept de nadruk op vroegsignalering bij professionals. Wanneer er bij de bewoner iemand over de vloer komt die in staat is om risico’s te signaleren en te laten opvolgen kan erger worden voorkomen, zoals bij het voorkomen van valincidenten. Zie hiervoor bijvoorbeeld ook het narratief hierover in het bewonersperspectief. Het aanleren van vaardigheden aan medewerkers om vroegtijdig te signaleren is daarbij van belang. Verder helpt het kennen van de andere professionals binnen de Thuisplusflat waardoor deze laagdrempeliger kunnen worden ingeschakeld (Lemmens, et al., 2016). Tertiaire preventie Binnen het huidige Thuisplusconcept zoals in paragraaf 3.3 beschreven is tertiaire preventie minder aanwezig dan de primaire en secundaire preventie. Op het gebied van het versterken van zelfredzaamheid -dat vaak ook als een vorm om ziekteverergering of complicaties te voorkomen wordt gezien- speelt het concept wel al een actieve rol. De in onderzoek bewezen effectiviteit van tertiaire preventie is nog meer situatieafhankelijk dan bij primaire en secundaire preventie. Dit is te verklaren doordat tertiaire preventie vaak ook op een specifieke patiëntengroep wordt ingezet. Juist het versterken van zelfredzaamheid kan wel breder worden ingezet op alle bewoners.

Studies onder namen als ‘SamenOud’, ‘Dementienetwerk’ en ‘Beter Samen in Noord’ onderzochten integrale en intensieve vormen van tertiaire preventie voor specifieke (kwetsbare) doelgroepen, zoals mensen met dementie. Middels investeringen in eerstelijns ondersteuning kunnen mensen vaak mensen langer thuis blijven wonen en wordt de kwaliteit van leven verhoogd, waardoor zorgkosten van bijvoorbeeld een verpleeghuisopname worden voorkomen (De Lange, Rözer, Huber, & Veldboer, 2021). Voor de Thuisplusflat geeft dit aanknopingspunten én de potentie weer op het gebied van samenwerking met huisartsen en specialisten ouderengeneeskunde.

MBC Thuisplusflat Rotterdam

28

In samenwerking met de eerste lijn kunnen de professionals binnen de flat specifiek inzetten op het voorkomen van complicaties en ziekteverergering bij specifieke kwetsbare patiëntgroepen vanuit de eerste lijn. Tegelijkertijd is het de vraag of een Thuisplusflat het benodigde volume heeft om op specifieke preventie voor specifieke groepen bewoners te organiseren waardoor er dan vooral ook in de wijk moeten worden gekeken naar bredere toepassing. Conclusie In het thuisplusconcept wordt ingezet op de verschillende typen van preventie. Met name tertiaire preventie op specifieke eerstelijns patiëntengroepen wordt in het concept nog nauwelijks teruggezien. Dit kan onderdeel zijn van de doorontwikkeling de komende jaren. Voor wat betreft de effectiviteit van preventie in het voorkomen van een zorg- en ondersteuningsbehoefte, het op tijd signaleren en aanpakken van een zorgvraag én het voorkomen van het verergeren van een zorgvraag is er veel onderzoek benoemd dat effectiviteit op specifieke interventies laat zien. Het algemene beeld daarbij is dat de effectiviteit in daadwerkelijke kostenbesparingen vaak lastig is aan te tonen, maar wel te verwachten is. Wanneer deze wel zijn aan te tonen, zijn deze vaak kleiner dan verwacht werd. De redenen hiervoor zijn dat er vaak wel kosten worden bespaard, maar ook extra kosten worden gemaakt, bijvoorbeeld door vroeg signalering (Kolner, 2017).

De effectiviteit op het gebied van uitkomsten van zorg kan over het algemeen beter worden aangetoond (Rocks, et al., 2020). Verder bepaalt de kwaliteit en samenhang van interventies rondom de oudere uiteindelijk de effectiviteit (Kolner, 2017;Garretsen, Bongers, & Rodenburg, 2005). De beschreven tweeledige aanpak binnen het thuisplusconcept bevat veel onderdelen van effectieve preventie, zoals het stimuleren van ontmoeting en bewegen, zinvolle dagbesteding en de vaste hulpverleners die door nauwe samenwerking laagdrempelig signalen kunnen opvolgen.

4.2.2. Effectievere en duurzame inzet van informele zorgverleners Hypothese: Door vast personeel en meer tijd van professionals verbetert de samenwerking tussen informele en formele zorgverleners. Veel ouderen die kwetsbaar zijn krijgen mantelzorg, van een partner, kinderen of anderen. Door de ondersteuning van mantelzorgers kunnen ouderen langer zelfredzaam blijven en is het mogelijk om professionele hulp uit te stellen, of professionele hulp te ondersteunen. Voor zowel de oudere als de mantelzorger is het van belang dat deze duurzaam inzetbaar is. Aandacht voor de mantelzorger en anticiperen op de draagkracht van de mantelzorger kan hieraan bijdragen. Onderzoekers van de Vrije Universiteit (2013) hebben op basis interviews met 75 ouderen en hun informele en formele zorgverleners onderzoek gedaan naar de samenwerking tussen mantelzorgers en formele hulpverleners. Op basis van dit onderzoek concluderen zij dat de grootste succesfactoren en knelpunten in de gezamenlijke zorg en ondersteunen van een thuiswonende oudere zijn te herleiden naar (1) wisselend personeel, de (2) planning van zorg, (3) de werkdruk, (4) het tijdgebrek en de slechte bereikbaarheid van professional. De grootste succesfactoren zijn hieraan te spiegelen.

Het is de verwachting dat juist het Thuisplusconcept goed aansluit bij de succesfactoren waardoor de samenwerking tussen informele en formele zorgverleners kan verbeteren en zo de gezamenlijke zorgverlening verbetert. Door een vast team van zorgverleners die bereikbaar zijn op een vaste plek in de flat en -indien nodigflexibel kunnen zijn en extra tijd kunnen maken voor de bewoners en informele zorgverleners. Het aspect van vaste formele zorgverleners is een uitgangspunt van het Thuisplusconcept. Bereikbaarheid en flexibiliteit en extra tijd wordt binnen de verschillende varianten verschillend ingevuld. Wanneer er ook specifieke aandacht is voor de mantelzorger en de situatie van de mantelzorger zelf is het mogelijk om de kans op overbelasting bij mantelzorgers te verminderen (Livingston, et al., 2014).

MBC Thuisplusflat Rotterdam

29

Hypothese: Door vaste gezichten en structuren buiten het directe zorgproces (o.a. huismeesters, welzijnsmedewerkers en vrijwilligers) wordt de ervaren belasting van informele zorgverleners beperkt. Op basis van de gesprekken met bewoners, professionals en experts weten we dat de ervaren belasting voor veel mantelzorgers voor een groot deel niet alleen veroorzaakt wordt door de (zorg)taken, maar ook door gevoelde verantwoordelijkheden. Het vaste team van zorg- en ondersteuning kan dit voor een deel beperken, maar daarnaast kunnen personen en structuren buiten het directe zorgproces hier ook grote invloed op hebben. Voorbeelden hiervan zijn zeer gevarieerd: Een bewoner uit de flat die wekelijks met de meneer gaat wandelen; De huismeester die iedere dinsdagochtend in de gaten houdt of mevrouw wel in de regiotaxi stapt; Het vaste eetmoment op donderdagavond waar bewoners uit de flat voor elkaar koken en mevrouw altijd ophalen uit haar appartement. Ook hierin kan het thuisplusconcept voorzien wanneer er een vast team van vrijwilligers, welzijnsmedewerkers en een huismeester actief zijn. In de huidige flats is dit vaak nog in ontwikkeling.

Hypothese: Door het versterken van het netwerk van de bewoner en de sociale cohesie binnen een flat wordt het informele steunnetwerk vergroot Daar waar de literatuur met name ingaat op de specifieke rol voor (zwaar belaste) mantelzorgers in het zorgproces, benoemen experts en betrokken professionals met name het hele informele steunnetwerk van de bewoner en de winst die daar behaald kan worden. Door binnen de flat via het stimuleren van ontmoeting, bewegen en zinvolle dagbesteding, in te zetten op het versterken van het netwerk van de bewoner en het betrekken van bewoners en de wijk is het de verwachting dat het netwerk van de bewoner vergroot waardoor hier richting de toekomst een groter beroep op kan worden gedaan. Zowel experts als professionals zien dit als een van de mogelijkheden om de steeds verder oplopende personeelstekorten in de zorg op te vangen. Zie hiervoor ook hoofdstuk 5. Conclusie Goede samenwerking tussen informele en formele zorgverleners is gebaat bij tijd, vast personeel en goede bereikbaarheid van formele zorgverleners. Het thuisplusconcept voorziet hierin. Op deze manier kan de kwaliteit en continuïteit van de zorgverlening worden verhoogd, waardoor op lange termijn een lager zorgverbruik reëel is. Een goede samenwerking draagt verder bij aan het eerder in beeld hebben van de kwetsbaarheid of (over)belasting van een mantelzorger.

Door deze signalering, kan tijdig worden ingespeeld op een oplossing zoals breder in het netwerk zoeken naar uitbreiding van de informele ondersteuning van de oudere. Zowel de vaste gezichten en structuren buiten het directe zorgproces en het versterken van het informele netwerk van de bewoners kunnen ervoor zorgen dat de ervaren belasting bij mantelzorgers afneemt. Mantelzorgers kunnen hierdoor ervaren dat zij er niet alleen voor staan waardoor ook de kans op overbelasting van mantelzorgers afneemt. Het versterken van het informele netwerk van de bewoners kan er verder voor zorgen dat er tijdig extra steun kan worden geboden wanneer dit nodig blijkt.

4.2.3.

Tegengaan van vereenzaming

Hypothese: Door het versterken van actieve contacten en zinvolle activiteiten wordt vereenzaming tegengegaan Eenzaamheid onder ouderen is een groot probleem dat landelijk steeds meer aandacht krijgt. De decentralisaties in de zorg, gecombineerd met het scheiden van wonen en zorg hebben ervoor gezorgd dat ouderen langer thuis blijven wonen. Zeker wanneer ouderen alleen wonen is de kans op eenzaamheid groot. Uit onderzoek van het SCP blijkt dat de eenzaamheid van thuiswonende ouderen hoger is dan onder hun leeftijdsgenoten die in een verpleeghuis wonen. Dit geldt specifiek voor mensen met gezondheidsklachten die, zeker als zij alleen wonen, een verhoogd risico hebben om te vereenzamen (Van Campen, 2018). Eenzaamheid wordt problematisch wanneer deze langere tijd aanhoudt en mensen niet meer op eigen kracht uit het proces van vereenzamen kunnen komen. Dit heeft een negatief effect op het welbevinden en op termijn ook een negatief effect op de gezondheid, zowel psychisch als fysiek: h) Depressie, cognitieve achteruitgang, dementie, (alcohol-)verslaving en zelfmoordgedachten; i) Beroertes, hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten, slaapproblemen en verminderde afweer (Van der Zwet, De Vries, & Van de Maat, 2020).

MBC Thuisplusflat Rotterdam

30

Mensen die vereenzamen hebben minder mogelijkheden om terug te vallen op een eigen sociaal vangnet waardoor zij, als er problemen ontstaan, eerder een beroep doen op professionele hulp- en zorgverlening. Daarnaast heeft aanhoudende ernstige eenzaamheid gevolgen voor de gezondheid, waardoor mensen meer gebruikmaken van zorgverlening (Cacioppo, Grippo, London, Goossens, & Cacioppo, 2015). Denk hierbij onder meer aan extra contacten met een huisarts en fysiotherapeut, maar ook daadwerkelijke behoefte aan thuiszorg, hulp bij het huishouden of dagbesteding. Het Thuisplusconcept als interventie tegen eenzaamheid De in paragraaf 1.3 benoemde onderdelen van het Thuisplusconcept, namelijk een integraal team van zorg en ondersteuning en een breed welzijnsaanbod zijn potentieel sterke werkzame bestandsdelen om eenzaamheid tegen te gaan. Bouwman en van Tilburg (2020) hebben recent een indeling gemaakt naar zeven typen van werkzame elementen van eenzaamheidsinterventies en deze vertonen sterke overeenkomsten met wat middels het integrale team en welzijnsaanbod wordt nagestreefd. Zinvol bezig zijn. Een productieve activiteit of vermaak kan het gevoel geven zinvol bezig te zijn. Iemand haalt voldoening en plezier uit het bezig zijn, waardoor de eenzaamheid minder zwaar weegt of men is afgeleid van de eenzaamheid.

Voorbeelden zijn het aanleren van computervaardigheden in een groep, lidmaatschap van een koor en tuinieren. Ontmoeting. Het onderhouden van sociale interacties of nieuwe sociale contacten aangaan. Voorbeelden zijn het gebruiken van sociale media om met anderen in contact te komen en deelnemen aan groepsbijeenkomsten. Praktisch ondersteunen. Als iemand weet dat hij of zij (laagdrempelig) om hulp kan vragen, door inbedding in een groter zorgzaam verband, dan draagt dat bij aan het gevoel er niet alleen voor te staan. Voorbeelden zijn huisbezoeken waarbij ondersteuning geboden wordt, hulp bij vervoer en informatieverstrekking over lokaal beschikbare voorzieningen. Betekenisvol contact. Wanneer er sprake is van regelmatig en duurzaam contact, en er een vertrouwensband bestaat, dan ervaart iemand een gevoel van herkenning. Er is een ander voor hem of haar en de relatie heeft diepgang en is persoonlijk: men kent elkaar van mens tot mens. Voorbeelden zijn lotgenotencontact en vrijwilligers die als maatje op bezoek komen. Sociale vaardigheden. Bij het aangaan en onderhouden van sociale relaties zijn sociale vaardigheden van belang. Deze kunnen relaties diepgang geven, bijvoorbeeld door goed te luisteren en ondersteunende reacties te geven. Bovendien kunnen met goede sociale vaardigheden problemen binnen relaties voorkomen en overwonnen worden.

Een voorbeeld is het oefenen met over jezelf vertellen en luisteren naar de ander in tweetallen in de cursus ‘Zin in vriendschap’. Realistische verwachtingen. Iemand met onrealistische verwachtingen over de mogelijke frequentie van contact, of over de snelheid waarmee een diepgaand of duurzaam contact ontstaat, raakt teleurgesteld. Dit kan leiden tot negatieve interpretaties van het sociaal gedrag van anderen (‘ze willen mij niet’). Hierdoor ontstaat de neiging zich sociaal terug te trekken. Met behulp van training of therapie kan iemand inzicht krijgen in de eigen denkpatronen en het eigen gedrag dat tot negatieve gevoelens of ervaringen leidt. Er worden handreikingen geboden om positieve ervaringen op te doen en over teleurstellingen heen te stappen. Een voorbeeld is cognitieve gedragstherapie. Betekenisvolle rol. Iemand die iets doet voor anderen krijgt het gevoel dat hij of zij van belang is, ertoe doet, en daarmee deel is van een groter geheel. Iets doen voor een ander of voor de samenleving vergroot het zelfvertrouwen, waardoor iemand beter in staat is met zijn of haar situatie om te gaan. Het is van belang dat iemands bijdrage ook erkend en gewaardeerd wordt.

Figuur 9: Typen van werkzame elementen van eenzaamheidsinterventies (Bouwman & Van Tilburg, 2020)

Doordat mensen die vereenzamen zich vaak niet zelf melden, maar juist de neiging hebben zich terug te trekken kan een combinatie van zorg en ondersteuning door bekende gezichten en een korte lijn met activiteiten helpen. Uit onderzoek blijkt namelijk dat professionals meestal -vanuit zorg en ondersteuning- het eerste contact leggen en vervolgens vrijwilligers en/of buurtbewoners ook de benodigde tijd kunnen investeren om mensen te begeleiden bij het aangaan van nieuwe of het verbeteren van bestaande sociale relaties, óf bij het vinden van zinvolle bezigheden (Van de Maat, Ballering, & Van Xanten, 2016). Het effect hiervan wordt versterkt wanneer hierdoor ook het contact met buren wordt geïntensiveerd. Mensen met actieve contacten in de buurt zijn vaak minder eenzaam dan mensen die andere buurtbewoners alleen van gezicht kennen (Kearns, Whitley, Tannahill, & Ellaway, 2015).

MBC Thuisplusflat Rotterdam

31

Voor ouderen met een migratieachtergrond sluiten interventies gericht op het vergroten van de mogelijkheden tot ontmoeting en persoonlijk contact vaak onvoldoende aan. Bij deze groep is het gebrek aan sociale contacten vaak niet de reden voor eenzaamheid, maar eerder de slechte sociaaleconomische positie, lagere maatschappelijke participatie, lagere ervaren regie en slechtere gezondheid. Het versterken van de sociaal gewaardeerde rol door het organiseren van zinvolle dagbesteding werkt bij deze groep over het algemeen wel heel goed (Van Tilburg & Fokkema, 2018). Dit gebeurt in de Thuisplusflats zeker door bijvoorbeeld gezamenlijke kookactiviteiten en tuinonderhoud. Op basis van een systematische literatuur review van Mihalopoulos et al (2019) blijkt dat er nog meer onderzoek nodig is om de economische kosten van eenzaamheid volledig in beeld te krijgen. Wat echter wel beargumenteerd kan worden is dat werkzame interventies op het gebied van eenzaamheid bijna altijd kosteneffectief zijn en vaak kostenbesparingen opleveren. Dit beeld wordt herkend door de geïnterviewde experts die de werkzame elementen ook herkennen in het Thuisplusconcept en dit als zeer kansrijk zien om vereenzaming -en daarmee fysieke en psychische achteruitgang- te voorkomen. Conclusie Het concept Thuisplusflat is erop gericht om mensen langer zelfstandig thuis te laten wonen.

Doordat mensen hierdoor met meer gezondheidsklachten zelfstandig blijven wonen, neemt de kans toe dat zij vereenzamen. Je zou kunnen stellen dat de Thuisplusflat om deze reden potentieel op een achterstand begint. Binnen de Thuisplusflats wordt echter geïnvesteerd op de werkzame elementen van het tegengaan van eenzaamheid bij ouderen. Door op deze manier eenzaamheid tegen te gaan kan voorkomen worden dat mensen een sociaal vangnet verliezen en zo eerder zijn aangewezen op zorg en ondersteuning. Doordat ook structurele eenzaamheid kan worden voorkomen kan achteruitgang in de gezondheid worden voorkomen. In hoeverre kan worden voorkomen dat mensen een sociaal vangnet verliezen, of zelfs vereenzamen is afhankelijk van hoe de werkzame elementen in de praktijk worden ingezet. Door de ontwikkeling daarvan op het moment van onderzoek en de verschillen per flat is hier geen eenduidig beeld van te geven. Duidelijk is echter wel dat de randvoorwaarden voor een werkzame interventie tegen vereenzaming voorhanden zijn in het thuisplusconcept.

4.2.4.

Goed werkgeverschap

De capaciteit zorgprofessionals wordt in de toekomst relatief gezien, steeds kleiner. De hoeveelheid beschikbare medewerkers bepaalt in tijden van toenemende arbeidsmarktproblemen het beschikbare zorgvolume, eenvoudig gezegd: geen professional, geen zorg. Het is de verwachting dat dit probleem de komende jaren alleen maar groter wordt. Bovenop de ongeveer 1,4 miljoen mensen die nu in de zorg werken zijn de komende twee decennia naar verwachting nog zo’n 700 duizend mensen extra nodig (SER, 2020). In de regioanalyse van het zorgkantoor is voor Rotterdam inzichtelijk gemaakt dat er in 2020 nog 2,7 werknemers per inwoner met een Wlz-indicatie zijn, maar dat er in 2040 nog maar 1,8 werknemer per inwoner met een Wlz-indicatie is15. Het vaste team van zorg en ondersteuning en het stimuleren van ontmoeting, bewegen en zinvolle dagbesteding kunnen een positief effect hebben op deze arbeidsmarktproblemen door ‘goed werkgeverschap’. Voor professionals Het Thuisplusconcept heeft de potentie om het werk in de ouderenzorg aantrekkelijker te maken en hiermee van waarde te zijn voor professionals. Het werken met een vaste cliëntgroep, met een vast team in één specifieke flat is niet vanzelfsprekend en maakt het werk in de ouderenzorg in zijn algemeenheid aantrekkelijker.

Uit promotieonderzoek van Maurits (2019) in samenwerking met het NIVEL blijkt dat de medewerkers populatiegerichte, geïntegreerde thuiszorg aantrekkelijk vinden door met name de nadruk op aandacht voor zelfredzaamheid en preventie. Ruimte om de relatie tussen zorggebruiker en zorgprofessional vorm te geven is cruciaal (SER, 2020). Dit is in lijn met het thuisplusconcept waarbij een vast team van professionals verantwoordelijk is voor de zorg en ondersteuning aan een vaste cliëntengroep. De specifieke nadruk op zelfredzaamheid en preventie is in het concept aanwezig. Door in de doorontwikkeling van het concept steeds meer toe te werken naar één aanbieder die met een vast team van verschillende disciplines in de flat verantwoordelijk is voor hele populatie in de flat wordt het werk voor de professional in potentie nog aantrekkelijker (Maurits, 2019). 15

Zie Regioanalyse Verpleging en Verzorging 2021 Rotterdam op: https://www.zilverenkruis.nl/zorgkantoor/zorgaanbieders/uwzorgverlening/analyses

MBC Thuisplusflat Rotterdam

32

Voor zorgaanbieders Een van de uitgangspunten van het Thuisplusconcept is dat de zorgaanbieder toewerkt naar minimaal 100 cliënten voor Wmo hulp. Het is de verwachting dat hierdoor ook het aandeel Zvw- en (eventueel ook) Wlzcliënten voor de aanbieder in de flat toeneemt. Op deze manier ontstaat er voor de zorgaanbieder voldoende volume om een vast team van medewerkers in de flat te laten werken. Hiermee kan een zorgaanbieder zijn/haar werkgeverschap verbeteren en onderscheidend zijn op de arbeidsmarkt. Hiernaast bereikt de zorgaanbieder hiermee ook een meer efficiënter ingerichte zorgverlening en een versterkte positionering in de wijk. Behoud van medewerkers door aantrekkelijk werkgeverschap Zorgorganisaties zijn op zoek naar mogelijkheden om personeel te werven (zij instromers, opleiden etc.), personeel te behouden door aantrekkelijk werkgeverschap én ze zijn op zoek naar mogelijkheden tot anders werken om de zorg toekomstbestendig te maken. Met vast personeel kan een zorgorganisatie beter ontwikkelen op het gebied van kwaliteit, innovatie en doelmatigheid. Voor de zorgorganisatie is het Thuisplusconcept een manier om dit te realiseren. Door onderscheidend te zijn in wat er aan de medewerker kan worden geboden, kan de zorgaanbieder het verschil maken op de krappe arbeidsmarkt, zowel in het behouden van bestaand personeel als in het aantrekken van nieuw personeel.

Een bijkomend voordeel hiervan kan zijn is dat de zorgaanbieder minder investeert in het werven van nieuwe medewerkers en het opleiden van zij-instromers. Efficiëntie door 1 team met meer cliënten in één flat Door een vast team van medewerkers in de Thuisplusflat in te zetten voor een significante hoeveelheid cliënten (volume) in één flat, kan de zorg- en hulpverlening efficiënter worden georganiseerd. Ofwel door meer zorg te verlenen voor hetzelfde geld, of door dezelfde zorg te verlenen voor minder geld. Waarbij in dit verband niet alleen geld van belang is, maar met name ook de schaarse tijd van de professional. Efficiëntere zorg en ondersteuning (meer zorg voor dezelfde euro) is vooral te bereiken doordat er minder tijd verloren gaat aan reistijd, overleg- en overdrachtsuren. Uit onderzoek van PWC (2017) naar de tarieven in de wijkverpleging blijkt dat -afhankelijk van het functieniveau- ongeveer 6% van de tijd in de verpleging en verzorging op gaat aan reistijd. Doordat er binnen de Huishoudelijke Ondersteuning gemiddeld minder cliënten op een dag gezien worden is het de verwachting dat de reistijd hier iets lager is. Door de samenwerking van een vast en integraal team met een vaste patiëntengroep is het verder mogelijk om ook effectiever te zijn in de zorg en ondersteuning.

Versterkte positionering in een wijk Door de sterke positionering van de zorgaanbieder in de flat kan de positionering in de wijk ook worden versterkt, bijvoorbeeld door samenwerking met stakeholders die voor zowel de flat als de wijk van belang zijn (o.a. huisartsen, welzijn en wijkteams). De naamsbekendheid van de aanbieder bij zowel bewoners, bezoekers, en de stakeholders van de flat draagt significant bij aan de positie van de zorgaanbieder in de wijk rondom de flat. Conclusie Het thuisplusconcept heeft als randvoorwaarde dat integrale teams verantwoordelijk worden voor de zorg en ondersteuning in de flats. Afhankelijk van de genoemde inrichting in paragraaf 1.3 zien we In de praktijk dat discipline gerichte teams (bv teams van Huishoudelijke Ondersteuning en Thuiszorg) kleiner zijn gemaakt, waardoor de professionals elkaar kennen én de bewoners in de flat leren kennen. Door de betrokkenheid met de flat en de bewoners te vergroten én de ontwikkeling van een integraal team zorg en ondersteuning, verbetert de uitwisseling van signalen, kan makkelijker worden gecommuniceerd en afgestemd indien nodig. Dit bevordert de kwaliteit van de ondersteuning en zorg en de mogelijkheden voor de medewerkers én hiermee de arbeidsvreugde.

4.2.5.

Conclusies

In de voorgaande paragraaf is aandacht besteed aan de werkzame elementen van het concept van de Thuisplusflat. Deze werkzame elementen zijn gedestilleerd uit wetenschappelijk onderzoek, expert opinies en de input van de stuurgroepleden. De bovengenoemde elementen vertalen zich naar maatschappelijke effecten die enerzijds kwalitatief en anderzijds kwantitatief zijn. Deze zijn ingedeeld in vier categorieën (1) verbetering van het brede concept van gezondheid, (2) vermindering van het gebruik van zorg en ondersteuning, (3) voorkomen van overbelasting van de mantelzorger en (4) capaciteit zorgpersoneel. In de onderstaande paragrafen worden deze effecten nader toegelicht.

MBC Thuisplusflat Rotterdam

33

In het vervolg van dit hoofdstuk worden de genoemde effecten verder uitgewerkt. In paragraaf 4.3 wordt het maatschappelijke effect op de verbetering in het brede concept van gezondheid uiteengezet, vervolgens wordt het effect op het gebruik van zorg en ondersteuning in paragraaf 4.4 gekwantificeerd en wordt in paragraaf 4.5 het voorkomen van overbelasting van de mantelzorger gekwantificeerd. Tot slot wordt in paragraaf 4.6 de effecten op de capaciteit van het zorgpersoneel uiteengezet.

Algemeen concept

Ontmoeting, beweging en zinvolle dagbesteding

Werkzame elementen

Maatschappelijke effecten

Zorgpreventie

Verbetering van brede concept vanvan gezondheid 4.3 Verbetering brede concept bij de doelgroep van gezondheid

Effectievere en duurzame inzet van mantelzorgers

Verbetering van brede concept van gezondheid bij de doelgroep 4.4 Vermindering gebruik zorg en ondersteuning

Tegengaan van vereenzaming

4.5 Voorkomen overbelasting mantelzorger

Goed werkgeverschap

4.6 Capaciteit zorgpersoneel

Integraal team van zorg en ondersteuning

Figuur 10: Maatschappelijke effecten

4.3. Brede concept van gezondheid In de afgelopen jaren is er steeds meer aandacht gekomen voor een breder concept van gezondheid. De oude definitie van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), ‘gezondheid is een toestand van volledig fysiek, geestelijk en sociaal welbevinden en niet louter het ontbreken van ziekte of gebrek’, voldoet niet meer. Deze definitie zou namelijk medicaliserend, te statisch en te veel op ziekte gericht zijn. Ook zou deze definitie te weinig handelingsperspectief bieden aan mensen die ziek zijn (Huber, et al., 2011). Het begrip ‘Positieve Gezondheid’ is hier een reactie op, maar ook begrippen als ‘Van Ziekte en Zorg naar Gezondheid en Gedrag’ (van ZZ naar GG), ‘Vitaliteit en leefstijl’, ‘krachtige basiszorg’ en zelfs ‘Juiste Zorg op de Juiste Plek’ (JZOJP) passen in de meer recente benadering om breder naar het concept van gezondheid te kijken (Lemmens, Bruin, Beijer, Hendrikx, & Baan, 2019). Mede door toedoen van deze steeds bredere definitie van gezondheid is er de laatste jaren -zeker sinds de invoering van de decentralisaties waar domein overstijgend werken een doel is- sprake van een natuurlijke ontwikkeling waarin de modellen naar elkaar toegroeien (medisch en sociaal) maar elkaar ook overlappen (sociaal en gezond) (Kolner, 2017). De Thuisplusflat is een voorbeeld waarbij wordt ingezet op beide domeinen en het bredere gezondheidsconcept.

Zorgpreventie Zoals beschreven in paragraaf 4.2.1 heeft het concept van de Thuisplusflat in potentie de juiste ingrediënten voor een effectieve preventieve aanpak. Wanneer dit in samenhang wordt uitgevoerd kan hiermee erger worden voorkomen en werkt de aanpak preventief. Dit kan zichtbaar worden in een verbeterde gezondheid van de bewoner en veranderingen in de vraag naar zorg en ondersteuning. Zoals op basis van de literatuur benoemd is de effectiviteit van de zorgpreventie het sterkst te verwachten op het gebied van verbeterde gezondheid en uitkomsten van zorg en dus minder direct op het gebied van kwantificeerbare maatschappelijke effecten, zoals lagere zorgkosten, zie hiervoor paragraaf 4.4.

MBC Thuisplusflat Rotterdam

34

Effectievere en duurzame inzet van informele zorg en ondersteuning Het Thuisplusconcept kan door betere samenwerking tussen formele en informele zorgverleners, door vaste gezichten buiten het directe zorgproces en door aandacht voor het versterken van het informele steunnetwerk, zorgen voor betere zorgverlening en het voorkomen van overbelasting bij mantelzorgers. Dit heeft -net als de inzet op het gebied van zorgpreventie- effect op het gebied van de uitkomsten van zorg en een verbeterde gezondheid van de bewoner binnen het brede concept van gezondheid. Daarnaast heeft het effect op het informele netwerk zelf. Wanneer dit netwerk vergroot wordt en er betere samenwerking ontstaat met het formele netwerk worden individuen minder belast. Hierdoor kan ervaren overbelasting worden voorkomen waardoor de positieve kanten van informeel ondersteunen en zorgen meer aandacht krijgen. Uit onderzoek van het SCP (2020) blijkt dat al meer dan 80% van de mantelzorgers zegt te genieten van de leuke momenten en een goed gevoel te krijgen van het helpen. De overige 20% voelt met name de belasting ervan. Wanneer het lukt om binnen het Thuisplusconcept hier verder op in te spelen brengt dit ook verbetering in het brede concept van gezondheid voor de informele zorgverleners.

Tegengaan van vereenzaming Vereenzaming is een proces waarbij eenzaamheid langere tijd aanhoudt en mensen niet op eigen kracht uit het proces van vereenzamen kunnen klimmen. Vereenzaming raakt de kern van het menselijk bestaan en gaat ten koste van het emotionele en fysieke welbevinden (Van der Zwet, De Vries, & Van de Maat, 2020). Vereenzaming is daarmee een reden voor een zeer slechte ervaring van het brede concept van gezondheid. Wanneer dit kan worden voorkomen heeft dit dus zeker een positief effect op het brede concept van gezondheid.

4.4. Gebruik van zorg en ondersteuning Zowel op het gebied van zorgpreventie, als op het gebied van effectieve en duurzame inzet van informele zorg en ondersteuning en op het gebied van het tegengaan van vereenzaming is er een effect op het gebruik van zorg en ondersteuning te verwachten. Zorg en ondersteuning voor de bewoners van de Thuisplusflat wordt daarbij gedefinieerd als alle zorg en ondersteuning die wordt geleverd in het kader van de Wet langdurige zorg (Wlz) Zorg Thuis16 en Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) begeleiding, dagbesteding en hulp bij het huishouden17. Voor wat betreft de zorg die wordt geleverd in het kader van de Zorgverzekeringswet (Zvw) wordt er onderscheid gemaakt tussen de zorg die wordt geleverd in het kader van de ‘aanspraak wijkverpleging’, de huisartsenzorg en overige zorg18. Doordat de categorieën huisartsenzorg en overige zorg voor een deel bestaan uit kosten waar de Thuisplusflat geen invloed op kan hebben, worden deze in het vervolg separaat van wijkverpleging weergegeven. Het daadwerkelijke gebruik van zorg en ondersteuning op basis van bovenstaande definitie is niet op Thuisplusflat niveau inzichtelijk, maar wel op wijk- en buurtniveau voor de specifieke leeftijdscategorie van 65 jaar en ouder19. De doelgroep van de Thuisplusflat is met name de bewoner van 65 jaar en ouder.

Het is de verwachting dat deze doelgroep in de flats grotendeels vergelijkbaar is met de inwoners in de wijk/ buurt in dezelfde leeftijdsgroep, zie paragraaf 1.3.3. Het gebruik van zorg en ondersteuning in de buurt kan vervolgens gebruikt worden om de verwachtte aantallen en kosten te berekenen voor een specifieke flat. Door dit voor alle flats te doen en vervolgens gemiddelden te nemen volgt er een gemiddeld en algemeen beeld van het verwachtte zorggebruik in een Thuisplusflat. Uitgangspunt hierbij is het gemiddeld aantal bewoners van 65 jaar en ouder in de flats van 318, zie hiervoor bijlage 2.

16 Inwoners met Wlz zorg die tijdens de zorg en ondersteuning thuis wonen 17 Overige ondersteuning thuis en hulpmiddelen en diensten worden niet meegenomen. 18 Onder wijkverpleging valt de zorg zoals beschreven in artikel 2.10 uit de Zorgverzekeringswet:

https://wetten.overheid.nl/BWBR0018492/2022-01-01/#Hoofdstuk2_Paragraaf1_Artikel2.10 V.w.b. huisartsenzorg wordt het inschrijftarief niet meegerekend om tot het percentage zorggebruikers te komen. De kosten van het inschrijftarief worden wel meegeteld voor de gemiddelde kosten per inwoner. Onder ‘overig’ vallen de volgende zorgindelingen: Zintuiglijk gehandicapten, Mondzorg, Hulpmiddelen (Zvw), Paramedische hulp, Kraamzorg, Verloskunde, Ziekenvervoer, Grensoverschrijdende zorg en Kosten ondersteuning eerstelijn 19 De gemeentezorgspiegel biedt informatie over het zorggebruik en zorgkosten in elke gemeente. Vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw), Wet Langdurige zorg (Wlz), Wet maatschappelijk ondersteuning (Wmo) op wijk- en buurtniveau, zie https://www.vektis.nl/gemeente/gemeentezorgspiegel

MBC Thuisplusflat Rotterdam

35

Wmo begeleiding, dagbesteding en Hulp bij het Huishouden 52

Zvw Wijkverpleging

Zvw Huisartsenzorg

48

280

Gemiddelde kosten per cliënt van 65 jaar en ouder in 2020

€

3.154

€

6.838

Verwachte totale kosten, per jaar, per complex

€

163.313

€

329.751

Verwacht aantal cliënten per complex20

€

431

€ 120.543

Zvw Overige

Wlz Zorg Thuis

158

4

1.645

€ 22.905

€ 259.810

€ 89.349

€

Tabel 4: Verwacht aantal cliënten, gemiddelde en totale kosten per zorgsoort per Thuisplusflat

Op basis van bovenstaand overzicht is de verwachting dat de totale gemiddelde totale kosten voor zorg en ondersteuning volgens de gehanteerde definitie21 per complex 962.766 euro zijn. Het gemiddeld aantal bewoners dat zorg en ondersteuning ontvangt, is op basis van deze cijfers over de doelgroep niet vast te stellen, doordat bewoners gelijktijdig zowel Wmo, Zvw als Wlz gefinancierde zorg en ondersteuning kunnen ontvangen. Het Thuisplusconcept kan effect hebben op het uitstellen22 of vervroegen van het gebruiken van zorg en ondersteuning. Verder kan het invloed hebben op de intensiteit en/of duur van de zorg en ondersteuning. Op basis van deze tweedeling wordt het effect op zorg en ondersteuning in paragraaf 4.4.1 en 4.4.2 verder geconcretiseerd en op basis van het inzichtelijk gemaakte kostenoverzicht, gekwantificeerd.

4.4.1.

De invloed van zorgpreventie op het gebruik van zorg en ondersteuning

Op basis van de literatuur op het gebied van zorgpreventie van onder andere Kolner (2017) en Rocks et al. (2020) en de ervaringskennis van experts is het de verwachting dat het werkzame element ‘zorgpreventie’ voor relatief beperkte kostenbesparingen zorgen, met name doordat hier voor een deel ook juist het eerder gebruik maken van zorg en ondersteuning onder valt. Het netto-effect is in onderzoek vaak lastig aan te tonen, vaak kleiner dan verwacht én grotendeels afhankelijk van de kwaliteit en samenhang van de interventies in de uitvoering (Kolner, 2017; Garretsen, Bongers, & Rodenburg, 2005; Rocks et. al., 2020). Om te komen tot een rekenmethode voor de potentiële besparing door aandacht voor zorgpreventie wordt de systematische literatuurreview van Rocks et. al. (2020) gebruikt. Hierin vatten zij 9 studies naar de kosteneffectiviteit van integrale teams van zorg en ondersteuning met daarin -net als in de Thuisplusflatsaandacht voor zorpreventie op verschillende niveaus- samen. Met een betrouwbaarheidsinterval van 95% hebben deze studies een gemiddelde kostenratio van tussen de 0.824 en 0.979. Uitgaande van 85.067 euro per jaar voor dit concept aan kosten23 betekent dit een gemiddelde besparing op kosten van zorg en ondersteuning per complex, per jaar, van tussen de 103.267 euro en 86.892 euro.

Afgezet tegen de totale kosten van zorg en ondersteuning per complex, per jaar is dit tussen de 10,6 en 8,9 procent. Zoals eerder aangegeven dient er grote voorzichtigheid te worden betracht rondom de extrapolatie van dergelijke cijfers naar een nieuw concept, desondanks biedt het houvast voor een conservatieve schatting. Op basis van bovenstaande wordt in tabel 6 uitgegaan van een potentieel resultaat op kosten van zorg en ondersteuning van 7,5%.

20

Op basis van de cijfers uit de gemeentezorgspiegel (zie voetnoot 16) op wijkniveau per huidige pilotflat een verwachting berekend waarvan het gemiddelde het algemene beeld vormt. 21 Zie voetnoot 15 22 In dit kader wordt gesproken over uitstellen in plaats van voorkomen doordat een vorm van zorg en ondersteuning uiteindelijk bij vorderende ouderdom vaak hoort. Het is van belang of de oudere langer gezond en zonder ondersteuning kan leven, dan in een situatie zonder Thuisplusflat 23 Zie de organisatorische case

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=cbc11369-42a6-4ef2-a43d-d3bff7753a5e