[23bb002300] Bijlage 2 behorende bij 23bb002298 over Maatschappelijke businesscase Thuisplusflat
Tekst van het document
MBC Thuisplusflat Rotterdam
36
Verwachte totale kosten zorg en ondersteuning per complex, per jaar Schatting potentiële besparing door zorgpreventie Potentiële besparing door zorgpreventie op het gebruik zorg en ondersteuning
€ 962.766 7,5% € 72.207
Tabel 5: Potentiële kostenbesparing door zorgpreventie
4.4.2. De invloed van het voorkomen van sociale eenzaamheid en vereenzaming op het gebruik van zorg en ondersteuning Het voorkomen van het verliezen van een sociaal vangnet van de bewoners waardoor een beroep op formele zorg en ondersteuning kan worden voorkomen én het voorkomen van geestelijke en fysieke achteruitgang door vereenzaming wordt in de literatuur en door experts die het Thuisplusconcept kennen als zeer kansrijk gezien. Beide effecten hebben betrekking op een verschillende populatie. Bewoners die sociaal eenzaam zijn hebben vaak nauwelijks een sociaal vangnet en zijn daardoor eerder aangewezen op formele zorg en ondersteuning. Pas wanneer eenzaamheid ernstig tot zeer ernstig wordt kan er vereenzaming optreden die lijdt tot daadwerkelijke geestelijke en fysieke achteruitgang (Cacioppo, Grippo, London, Goossens, & Cacioppo, 2015). Het RIVM meet eenzaamheid jaarlijks op buurtniveau in Nederland. Onder inwoners van Rotterdam boven de 18 jaar was in 2020 36,3% sociaal eenzaam en 16,2% ernstig/zeer ernstig eenzaam. Afgezet naar verschillende leeftijdscategorieën is dit redelijk gelijk verdeeld, maar afgezet naar inkomensklassen blijkt eenzaamheid het meeste voor te komen in de laagste inkomensklasse24. Doordat de Thuisplusflats uit sociale huurwoningen bestaan is het de verwachting dat deze inkomensklasse hier ook sterker vertegenwoordigd is.
Op basis van bovenstaande is het een gerede verwachting dat gemiddeld meer dan 36% van de bewoners van de Thuisplusflats sociaal eenzaam zijn en meer dan 16% ernstig tot zeer ernstig eenzaam. Eenzaamheid
Verwachting Thuisplusflat
Gemiddeld Nederland
Percentage bewoners dat sociaal eenzaam is Percentage bewoners dat ernstig tot zeer ernstig eenzaam is
>36% >16%
30% 11 %
Gemeenten met minste eenzaamheid 25% 8%
Tabel 6: Eenzaamheid in de Thuisplusflats afgezet tegen landelijke cijfers25
De verwachte percentages van bewoners die eenzaam zijn in de Thuisplusflats zijn een stuk hoger dan landelijk gemiddeld en op het gebied van ernstig, tot zeer ernstige eenzaamheid zelfs dubbel zo hoog als in gemeenten die het op dit gebied het beste doen. Wanneer het lukt om de werkzame elementen in het kader van eenzaamheid in een Thuisplusflat op de juiste manier in te zetten kan ernaar gestreefd worden om op termijn ook deze percentages te halen. In de praktijk zal dit vooral een streven moeten zijn, maar lijkt het realistisch om in ieder geval op de landelijke gemiddelden in te zetten. Dit is verwerkt in de onderstaande tabel. Sociale eenzaamheid Verwacht huidig aantal bewoners per flat Verwachte invloed o.b.v. de werkzame elementen Gemiddeld aantal bewoners per Thuisplusflat waarop de werkzame aanpak eenzaamheid effect kan hebben
>36% 30% 19
Ernstige tot zeer ernstige eenzaamheid >16% 11% 13
Tabel 7: Berekening aantal bewoners per Thuisplusflat waarbij ernstig tot zeer ernstige eenzaamheid kan worden voorkomen
Door sociale eenzaamheid te voorkomen kan worden voorkomen dat een bewoner zich genoodzaakt voelt om een beroep te doen op formele zorg en ondersteuning. Dit eerste beroep op formele zorg en ondersteuning -die in een situatie waarin er geen sprake is van sociale eenzaamheid niet plaatsvindt- kan met name plaatsvinden bij de huisarts, fysiotherapeut, wijkteam of wijkverpleegkundige en zal qua omvang beperkt zijn. De gemiddelde 24 Combinatie van cijfers o.b.v. https://www.volksgezondheidenzorg.info/onderwerp/eenzaamheid/cijfers-context/huidige-situatie#node-
eenzaamheid-naar-inkomen en https://www.rivm.nl/media/smap/eenzaamheid.html 25 Zie voetnoot 21
MBC Thuisplusflat Rotterdam
37
kosten hiervoor zijn 2.076 euro per jaar voor huisarts en overige ZVW zorg, zie bijlage 2. Het is de verwachting dat bewoners die met sociale eenzaamheid te maken hebben meer dan gemiddeld kosten maken op dit gebied. Deze kosten kunnen niet in het geheel worden voorkomen, maar wel worden beperkt doordat de noodzaak om eerder een beroep te doen op formele zorg en ondersteuning vervalt. Wanneer er voor deze 19 bewoners uit tabel 7 een derde van de kosten kan worden bespaard, betekent dit een besparing van 692 euro per bewoner. Aantal bewoners waarbij zorg en ondersteuning kan worden voorkomen Gemiddelde kostenbesparing per bewoner, per jaar Potentiële kostenbesparing door voorkomen van sociale eenzaamheid
19 € 692 € 13.148
Tabel 8: potentiële kostenbesparingen in Wmo en Zvw door het voorkomen van sociale eenzaamheid
Door vereenzaming (ernstige of zeer ernstige eenzaamheid) te voorkomen kan achteruitgang in de gezondheid worden voorkomen en daarmee een beroep op zorg en ondersteuning. Voor wat betreft de Wmo begeleiding, dagbesteding en hulp bij het huishouden, de Zvw Wijkverpleging en Wlz Zorg thuis worden er in dat geval geen kosten gemaakt. Voor de Zvw Huisartsenzorg en overige zorg kunnen de kosten worden beperkt, maar blijven er kosten bestaan zoals het vaste tarief per bewoner voor de huisarts. De gemiddelde kosten voor een jaar zorg en ondersteuning vanuit ofwel de Wmo, Zvw (wijkverpleging) of Wlz Zorg Thuis voor een bewoner van de Thuisplusflat is naar verwachting gemiddeld 5.779 euro26. Wanneer dit voor 13 bewoners, zie tabel 7, kan worden voorkomen kan dit op jaarbasis een kostenbesparing per complex opleveren van 77.649 euro. Gemiddelde kosten per cliënt Wmo, Zvw Wijkverpleging en Wlz Zorg Thuis jaar
€ 5.779
Aantal bewoners waarbij deze zorg en ondersteuning kan worden voorkomen Potentiële kostenbesparing door het voorkomen van zorggebruik door vereenzaming
13 € 75.121
Tabel 9: potentiële kostenbesparingen in Wmo, Zvw Wijkverpleging en Wlz Zorg Thuis door het voorkomen van vereenzaming
De gemiddelde kosten per cliënt per jaar in de huisartsenzorg en overige zorg (o.a. fysiotherapie) zijn 2.076 euro per jaar. Door vereenzaming bij 13 bewoners te voorkomen kan een deel van deze kosten worden bespaard. Deze bewoners gaan door vereenzaming niet in gezondheid achteruit en hebben dus minder contactbehoefte bij bijvoorbeeld huisarts en fysiotherapie. Een groot deel van de kosten blijft echter, doordat deze niet allemaal samenhangen met achteruitgang in de gezondheid. Op basis van praktijkervaring en expert opinies is de conservatieve schatting dat er voor deze groep bewoners 25% kan worden bespaard. Gemiddelde kosten per cliënt Zvw huisartsenzorg en overige zorg per jaar Aantal bewoners waarbij deze zorg en ondersteuning kan worden beperkt Potentiële besparing Potentiële kostenbesparing door verminderen huisartsenzorg en overige zorg door voorkomen van vereenzaming
€ 2.076 13 25% € 6.747
Tabel 10: potentiële kostenbesparingen in Zvw huisartsenzorg en overige zorg door het voorkomen van vereenzaming
Vereenzaming heeft niet alleen effect op het gebruik van zorg en ondersteuning, ondanks dat dit zeker bij de oudere doelgroep, de meest voor de hand liggende categorie is. Het verlies van arbeidsproductiviteit is minder voor de hand liggend, maar van belang omdat mensen die eenzaam zijn minder snel iets voor de buurt zouden doen, of vrijwilligerswerk (Mihalopoulos, et al., 2019). De effecten op dit gebied zijn voor de Thuisplusflats niet te kwantificeren en worden daarom niet apart opgenomen, maar benadrukken het belang van inzet op het voorkomen van vereenzaming.
4.4.3. De invloed van effectievere en duurzame inzet van informele zorg en ondersteuning op het gebruik van zorg en ondersteuning Op basis van de verbetermogelijkheden in de samenwerking tussen een vast team van professionals en het informele netwerk is het de verwachting dat de zorg en ondersteuning beter op de behoefte van de bewoner aan kan sluiten en ziekteverergering en/of complicaties kunnen worden voorkomen. Op basis van de beperkte literatuur op dit gebied en inzichten van experts is het effect op het daadwerkelijk minder inzetten van zorg en 26 Berekening o.b.v. cijfers uit tabel 5
MBC Thuisplusflat Rotterdam
38
ondersteuning niet te kwantificeren. Wanneer er door effectievere en duurzame inzet van informele zorgverleners en ondersteuners overbelasting van mantelzorgers kan worden voorkomen is het zeer de vraag of hierdoor ook kan worden voorkomen dat er extra formele zorg en ondersteuning ingezet moet worden. Ook op dit gebied is er nauwelijks wetenschappelijk onderzoek beschikbaar en lijkt het op basis van de gesprekken met zowel de zorgaanbieders als experts, maar zeer ten dele realistisch. Wel is bekend dat hoe ernstiger de ervaren druk op de mantelzorger, des te groter de kans is dat dit gevolgen heeft voor de zorgverlening (De Boer, De Klerk, & Plaisier, 2017). Uit onderzoek van Ecorys (2021) in opdracht van MantelzorgNL blijkt dat de vervangingswaarde van mantelzorgers in Nederland tussen de € 32 en € 44 miljard per jaar ligt. Per mantelzorger is dit tussen de € 6.400,- en € 8.800, - per jaar. Door het tekort aan personeel in de zorg en ondersteuning in Rotterdam kunnen mantelzorgtaken echter nauwelijks worden overgenomen en moet er naar manieren worden gezocht om andere informele hulpverleners de zorg en ondersteuning over te laten nemen. In de praktijk is het dus de verwachting dat op dit gebied nauwelijks extra investeringen kunnen worden gedaan en daarmee dus ook geen kosten kunnen worden voorkomen.
Wel kan worden voorkomen dat de overbelasting van de mantelzorger gevolgen heeft voor de kwaliteit van de zorgverlening. De mantelzorger vervult een belangrijke rol in de dagdagelijkse steun voor de kwetsbare oudere, signaleert en escaleert indien nodig, dit verhoogt de kwaliteit van de zorg en ondersteuning. Zoals in paragraaf 4.2.1 aangegeven is op het gebied van specifieke tertiaire preventie nog het meest te winnen in verhouding tot de invulling van het concept zoals dat tot nu zichtbaar is. Wanneer er in samenwerking met de eerste- en/of tweedelijn op specifieke cliëntgroepen specifieke preventieprogramma’s worden ingezet, is het ervaring dat daarmee daadwerkelijk mensen langer thuis kunnen blijven wonen (De Lange, Rözer, Huber, & Veldboer, 2021).
4.4.4.
Voorkomen van intramurale zorg door werkzame elementen Thuisplusflat
Naast het voorkomen van het gebruik van zorg en ondersteuning in de Thuisplusflats is een additioneel effect te verwachten. Door de aandacht voor zorgpreventie, voorkomen van vereenzaming en effectievere inzet van informele zorg wordt de sociale cohesie in de flats sterker en kan de zorgebehoefte beter worden beantwoord waardoor escalatie en acute zorgvragen verminder kunnen worden. Het uiteindelijke doel is daarmee reëel, namelijk dat de bewoners ook daadwerkelijk langer Thuis kunnen blijven wonen en verhuizing naar een intramurale setting kan worden voorkomen of uitgesteld. De zorg in een intramurale setting kost in Rotterdam gemiddeld € 65.693,-27 per jaar. Bij het voorkomen van een intramurale plaatsing spelen andere kosten een rol, zoals de zorg en ondersteuning die daarbij in de Thuisplusflat zal moeten worden gegeven. Wanneer dit via Wlz Zorg Thuis gaat zijn deze kosten gemiddeld €22.905,-. Uit beide cijfers kan worden opgemaakt dat een besparing waarschijnlijk is. Desondanks zijn er nog te veel onzekerheden, waaronder het aantal intramurale plaatsingen dat kan worden voorkomen en de extra kosten die daarvoor -t.o.v. een gemiddelde Wlz Zorg Thuis bewonermoeten worden gemaakt, dat er voor dit effect geen daadwerkelijk bedrag wordt berekend.
4.4.5. Conclusies: kwantificeerbare effecten op het gebruik van zorg en ondersteuning Maatschappelijk effect op het gebruik van zorg en ondersteuning
Per Thuisplusflat per jaar
Gebruik van zorg en ondersteuning 4.4.1 Zorgpreventie
€
72.825
4.4.2 Voorkomen van sociale eenzaamheid en vereenzaming
€
92.589
Voorkomen van sociale eenzaamheid
€
13.048
Voorkomen van vereenzaming
€
75.121
Voorkomen van vereenzaming
€
4.420
4.4.3 Effectievere en duurzame inzet van informele zorg en ondersteuning
PM
27 Op basis van de cijfers uit de gemeentezorgspiegel (zie voetnoot 16) op wijkniveau per huidige pilotflat een verwachting berekend
waarvan het gemiddelde het algemene beeld vormt.
MBC Thuisplusflat Rotterdam
39
4.4.4. Voorkomen van intramurale zorg door werkzame elementen Thuisplusflat Totaal effect op gebruik van zorg en ondersteuning
PM €
165.414
Tabel 11: Potentieel maatschappelijk effect op het gebruik van zorg en ondersteuning
4.5. Maatschappelijke kosten door overbelasting mantelzorger Wanneer een mantelzorger te zwaar belast raakt is de kans groot dat zij problemen gaan ondervinden met het combineren van werk en privé, of ziek of overspannen raken. Hierdoor worden maatschappelijke kosten gemaakt, bijvoorbeeld door de uitval op werk, of de kosten door ziekte. Het Thuisplusconcept biedt de randvoorwaarden om de overbelasting bij de mantelzorger te voorkomen: a) Door vast personeel en meer tijd van zorgprofessionals verbetert de samenwerking tussen informele en formele zorgverleners b) Door vaste gezichten buiten het directe zorgproces (o.a. huismeesters, welzijnsmedewerkers en vrijwilligers) wordt de ervaren belasting van mantelzorgers beperkt c) Door het versterken van het netwerk van de bewoner en de sociale cohesie binnen een flat wordt het informele steunnetwerk vergroot
MBC Thuisplusflat Rotterdam
40
4.5.1.
Gevolgen van (over)belasting van de mantelzorger voor de mantelzorger
Wanneer een mantelzorger te zwaar belast raakt is de kans groot dat zij problemen gaan ondervinden met het combineren van werk en privé, of ziek of overspannen raken. Uit het onderzoek van het SCP (2015) naar de ervaren belasting van mantelzorgers blijkt dat wanneer een mantelzorger te zwaar belast raakt, de kans groot is dat zij problemen gaan ondervinden met het combineren van werk en privé, of ziek of overspannen raken. Totaal 7% van de mantelzorgers geeft aan dat de gezondheid is achteruitgegaan en 6% is ziek of overspannen geraakt door de hulp die zij geven. De onderzoekers geven daarbij aan dat dit om gemiddelden gaat bij een brede mantelzorgdefinitie waarbij het totaal aantal mantelzorgers in Nederland op 5 miljoen wordt geschat. Bij mantelzorgers van bewoners die ook formele zorg en ondersteuning ontvangen liggen de percentages van overbelasting naar verwachting hoger. Wanneer de achteruitgang in gezondheid, of ziekte of overspanning bij mantelzorgers voorkomen kan worden, worden hiervoor minder maatschappelijke kosten gemaakt.
Zo kan worden gedacht aan: - het beperken van kosten van kortdurend ziekteverzuim voor werkgevers (gemiddeld 230 euro per dag28); - het beperken van kosten van langdurig ziekteverzuim voor inzet van het UWV, kosten ziektewetuitkering, WIA-uitkering, of WW; - het beperken van zorgkosten door achteruitgang in gezondheid; Doordat er te weinig informatie beschikbaar is over de omvang van het gezondheidsverlies is het echter niet mogelijk dit te concreter te waarderen.29 Maatschappelijke effect van voorkomen overbelasting mantelzorger
4.5.1 Gevolgen van (over)belasting van de mantelzorger Totaal maatschappelijk effect
Potentieel maatschappelijk effect per Thuisplusflat per jaar PM PM
Tabel 12: maatschappelijk effect van voorkomen overbelasting mantelzorger
4.6. Capaciteit zorgpersoneel op peil houden Er is veel onderzoek gedaan naar de drijfveren van de professionals in de zorg (Commissie werken in de Zorg, 2021). Eén belangrijke uitkomst hiervan is dat zij een stabiel team van collega’s willen hebben, prettige sfeer, passende werktijden en zoveel mogelijk vaste cliënten waar ze een relatie mee op kunnen bouwen. Gegeven de huidige schaarste in zorgpersoneel en de beschreven toekomstige tekorten, is er veel aan gelegen om het vak van zorgprofessional aantrekkelijk te houden of te maken, zorgpersoneel behouden (minimaal voor de zorg) én de medewerkers die er zijn, steeds slimmer in te zetten in het zorgproces. In de onderstaande paragrafen worden de kwantitatieve effecten van het behoud van personeel en het slimmer inzetten van personeel zo goed mogelijk onderbouwd.
4.6.1.
Behoud van medewerkers
Zorgprofessionals hebben zoals eerdergenoemd behoefte aan een stabiel team van collega’s, prettige sfeer, passende werktijden en zoveel mogelijk vaste cliënten waar ze een relatie mee op kunnen bouwen. Wanneer dit niet lukt ervaren medewerkers vaak een hogere werkdruk. Dit zorgt er weer voor dat het verzuim stijgt tot recordniveaus, zodat zorginstellingen steeds vaker een beroep moeten doen op externe krachten. En die zijn duur, waardoor de financiële positie van zorginstellingen verslechtert. Dit zijn enkele van de voornaamste conclusies uit een onderzoek van accountants- en adviesorganisatie EY (2020). De laatste jaren zijn zowel het verzuim als de doorloop van personeel continu toegenomen. De problemen hangen sterk met elkaar samen want door de personeelstekorten wordt het werk zwaarder, waardoor meer mensen thuisblijven en/of op zoek gaan naar andere baan30. 28 Zie: https://www.mkbservicedesk.nl/10218/zieke-werknemer-kost-200-tot-400-euro.htm en Maatschappelijke prijslijst 2019 via
effectencalculator.nl 29 Er is te weinig informatie beschikbaar over de omvang van dit gezondheidsverlies om dit te kunnen waarderen. Zie ook: Den Blanken, J., Huis in 't Veld, T., Seben, R., & Spit, W. (2021). De maatschappelijke waarde van mantelzorg. Rotterdam: Ecorys . 30 Zorginstellingen geven €2,6 miljard uit aan (dure) zzp’ers (consultancy.nl)
MBC Thuisplusflat Rotterdam
41
Het verloop van personeel in de zorg is hoog, in de ouderenzorg was het verloop in 2019, voor de coronacrisis, totaal 17%. Er zijn vier soorten kosten van verloop (Davidson, Timo, & Wang, 2010): werving- en selectiekosten, trainings- en opleidingskosten, kosten van verlies van arbeidsproductiviteit en exit-kosten. Uit onderzoeken blijkt dat het verloop van personeel gemiddeld 70% van het jaarsalaris kost. Dit is een significant bedrag dat via allerlei onzichtbare kostenposten verloren gaat voor de zorgorganisatie. Tweede belangrijk aandachtspunt voor behoud van personeel én het voorkomen van kosten voor zorgorganisaties is het reduceren van ziekteverzuim. In 2014 lag het gemiddeld landelijk verzuim nog op 4,7% en in 2019, voor de coronacrisis, nam het toe van 5,7% naar 5,9%31. Uitgaande van kortdurend ziekteverzuim kost dit een werkgever gemiddeld 230 euro per dag. Deze kosten zijn opgebouwd uit loondoorbetaling, kosten voor vervanging, verlies productie/dienst, kosten van arbodienstverlening en verzuimbegeleiding 32. Daarnaast kunnen er ook zorgkosten gemaakt worden, zoals een bezoek aan de huisarts. Door de verminderde ervaren werkdruk voorkomen we uitval door werkdrukproblemen. De enige manier om bovenstaande om te keren is om hier op lokaal niveau de juiste randvoorwaarden voor in te richten.
Door te werken met een vast team van zorg en ondersteuning die specifiek voor de Thuisplusflat werken, kunnen deze randvoorwaarden worden georganiseerd. Het Thuisplusconcept speelt op deze manier optimaal in op de drijfveren van de professionals in de zorg. Het potentiële maatschappelijke effect hiervan is dat de tekorten niet verder oplopen en dat er minder ‘gaten in de planning vallen’, waardoor minder personeel overbelast raakt en personeel niet in loondienst (PNIL) wordt ingezet én er minder medewerkers uit de zorg verdwijnen, maar behouden blijven. Maatschappelijke kosten van personeel niet in loondienst (PNIL) De grote vraag naar personeel is voor zorgorganisaties reden om via bemiddelingsbureaus zelfstandigen (ZZP) te werven. Dat levert een verlichting van de werkdruk op maar brengt in de praktijk nieuwe problemen met zich mee. Door de krappe arbeidsmarkt kunnen zzp’ers hoge tarieven vragen. Die hoge tarieven zorgen weer voor een financieel probleem. Boven op de hogere tarieven komen ook nog bemiddelingskosten en btw (SER, 2020). De inzet van personeel niet in loondienst (PNIL) is toegenomen van 6,6% in 2018 naar 7,1% in 2019. De totale uitgaven aan PNIL op landelijk niveau bedroegen in 2018 een kleine €2,6 miljard, een groei van €0,2 miljard in vergelijking met het jaar ervoor (Leensen & Poulssen, 2020).
Een ander maatschappelijk probleem is dat zzp’ers ook selectiever kunnen omgaan met de diensten die zij wel en niet willen draaien, waardoor het vaste personeel meer op ongunstige uren als in avond en weekend wordt ingezet. Dat laatste is niet gunstig voor de onderlinge verhoudingen en maakt het rondkrijgen van roosters niet gemakkelijker en zorg voor een verhoogde werkdruk bij het vaste personeel. In de Thuisplusflat hebben we nog geen concrete cijfers over de potentiële vermindering van ingehuurd personeel (PNIL), dus nemen we dit niet mee in de berekening van de maatschappelijke baten.
4.6.2.
Medewerkers slimmer inzetten
Door een vast team van medewerkers in de Thuisplusflat in één flat in te zetten, kan de zorg- en hulpverlening efficiënter worden georganiseerd. Ofwel door meer zorg te verlenen voor hetzelfde geld, of door dezelfde zorg te verlenen voor minder geld. Waarbij in dit verband niet alleen geld van belang is, maar met name ook de schaarse tijd van de professional. Efficiëntere zorg en ondersteuning (meer zorg voor dezelfde euro) is vooral te bereiken doordat er minder tijd verloren gaat aan reistijd, overleg- en overdrachtsuren. Uit onderzoek van PWC (2017) naar de tarieven in de wijkverpleging blijkt dat -afhankelijk van het functieniveau- ongeveer 6% van de tijd in de verpleging en verzorging op gaat aan reistijd. Doordat er binnen de Huishoudelijke Ondersteuning gemiddeld minder cliënten op een dag gezien worden is het de verwachting dat de reistijd hier iets lager is. Door de samenwerking van een vast en integraal team met een vaste patiëntengroep is het mogelijk om efficiëntie voordelen te behalen. De praktijk van de Thuisplusflats liet in de afgelopen periode bij enkele flats zien dat de teams betrokken professionals zijn gereduceerd én geconcentreerd op 1 locatie of hooguit twee locaties. Dit 31
We beseffen ons dat de coronacrisis heeft geleid tot ziekteverzuim cijfers die twee keer zo hoog liggen als bovengenoemde cijfers. We hopen dat dit uitzonderlijk is, en dat dit de komende jaar weer gaan normaliseren. Om deze reden is het cijfer in 2019 als uitgangspunt genomen. 32 Zie: https://www.mkbservicedesk.nl/10218/zieke-werknemer-kost-200-tot-400-euro.htm en Maatschappelijke prijslijst 2019 via effectencalculator.nl
MBC Thuisplusflat Rotterdam
42
betekent dat de eerdergenoemde reistijd van 6% van de tijd, voor een deel van de medewerkers kan worden besteed aan zorg en ondersteuning. We verwachten echter aan de andere kant ook dat de integraliteit van het team in de Thuisplusflat ervoor zorgt dat deze tijd voor een groot deel wordt besteed aan extra overlegmomenten of extra bezoeken aan bewoners waarvan men vermoed dat er een zorg of ondersteuningsvraag is. Maatschappelijke effect van capaciteit zorgpersoneel op peil houden Potentieel maatschappelijk effect per Thuisplusflat per jaar PM PM PM PM
4.6.1. Behoud van personeel 4.6.2. Minder inhuur van Personeel Niet In Loondienst (PNIL) 4.6.3. Medewerkers slimmer inzetten Totaal maatschappelijk effect Tabel 13: maatschappelijke effect capaciteit zorgpersoneel op peil houden
4.7. Samenvatting maatschappelijke baten Een aantal maatschappelijke basten zijn gekwantificeerd in baten per jaar, andere baten zijn met name kwalitatief beschreven omdat de kwantitatief maken van deze baten onvoldoende betrouwbaar is voor deze mBC. Wel kunnen de stakeholders zelf berekeningen maken met de geleverde kengetallen. Maatschappelijk effect op het gebruik van zorg en ondersteuning
Per Thuisplusflat per jaar
4.3 Brede concept van gezondheid
PM
4.4 Gebruik van zorg en ondersteuning
€
4.4.1 Zorgpreventie
€
72.825
4.4.2 Voorkomen van sociale eenzaamheid en vereenzaming
€
94.916
Voorkomen van sociale eenzaamheid
€
13.048
Voorkomen van vereenzaming
€
75.121
Voorkomen van vereenzaming (ZVW overig)
€
6.747
4.4.3 Effectievere en duurzamere inzet van informele zorg 4.4.4. Voorkomen van intramurale zorg door werkzame elementen Thuisplusflat 4.5 Voorkomen van overbelasting mantelzorgers
167.741
PM PM
4.5.1 Gevolgen van (over)belasting mantelzorger voor de mantelzorger 4.6 Capaciteit zorgpersoneel op peil houden
PM PM PM
4.6.1. Behoud van personeel
PM
4.6.2. Minder inhuur van Personeel Niet In Loondienst (PNIL) 4.6.3. Medewerkers slimmer inzetten
PM PM
Totaal maatschappelijk effect
€
167.741
Tabel 14: maatschappelijk effect op het gebruik van zorg en ondersteuning
Zoals uit bovenstaande helder wordt, zijn de maatschappelijke baten vooral identificeerbaar in het brede concept van gezondheid, zorgpreventie en het voorkomen van vereenzaming en de daarbij behorende maatschappelijke opbrengsten. We hebben eveneens geconcludeerd dat er maatschappelijke baten zijn in het voorkomen van overbelasting van de mantelzorger en het op peil houden van de capaciteit zorgpersoneel, echter zijn deze niet gekwantificeerd.
MBC Thuisplusflat Rotterdam
43
5. Maatschappelijke baten versus kosten Thuisplusflat In hoofdstuk 3 zijn de kosten van de Thuisplusflats inzichtelijk gemaakt en is er geconcludeerd dat de pilotfinanciering vanuit de gemeente momenteel in grote lijnen de extra investeringen die de zorgorganisaties doen, dekken. Vervolgens zijn in hoofdstuk 4 de maatschappelijke effecten uitgewerkt. Diverse maatschappelijke effecten zijn kwalitatief uitgewerkt en soms ten dele gekwantificeerd. Dit hangt samen met de combinatie van een sociale en medische benadering binnen het concept. Daar waar de sociale benadering vaak voornamelijk kwalitatief is te laden, terwijl het bij de meer medische benadering meer vanzelfsprekend is om effecten ook kwantitatief te laden. Als resultaat hiervan zijn de effecten op het gebruik van zorg en ondersteuning voor een groot deel gekwantificeerd, terwijl de effecten op het gebied van het brede concept van gezondheid en versterking van informele zorg met name kwalitatief zijn uitgewerkt. Een maatschappelijke businesscase wordt afgesloten met het samenvatten van de kosten van een onderzocht concept in verhouding tot de verwachte opbrengsten. In het geval van de Thuisplusflat geeft dit maar een deel van het totale beeld weer. De belangrijkste conclusie ligt dan ook niet in het uiteindelijke financiële resultaat, maar in de grotendeels kwalitatief onderbouwde maatschappelijke effecten.
Op basis van de onderbouwing in hoofdstuk 4 is het de verwachting dat het Thuisplusconcept positieve invloed heeft op het brede concept van gezondheid, waaronder de vitaliteit van de bewoners, het ervaren welzijn en de ervaren uitkomsten van de zorg en ondersteuning. Verder heeft het concept effect op de informele zorg en ondersteuning, waaronder het potentieel verbreden van het netwerk en het voorkomen van (over)belasting. Misschien wel het grootste vraagstuk in de huidige zorg en ondersteuning is de beschikbare capaciteit van professionals. In paragraaf 4.6 is inzichtelijk gemaakt hoe dit concept -binnen de huidige schaal- daar potentieel effectief kan zijn. Zowel door professionals te behouden, aan te trekken als uiteindelijk met dezelfde hoeveelheid professionals meer bewoners te kunnen voorzien van zorg en ondersteuning. De gekwantificeerde effecten van het concept op het gebruik van zorg en ondersteuning zijn gedurende de pilotfase (2021 t/m 2023) te verwachten. Gegeven de ontwikkelfase van het concept, is in 2021 25% van het effect geprognotiseerd, naar 75% in 2022 en 100% in 2023. Dit geeft in 2023 een kwantitatief positief resultaat. Thuisplusflat
2021
2022
2023
Kosten Thuisplusflat
€ 99.547
€ 84.881
€ 84.881
Maatschappelijke baten
€ 41.935
€ 125.806
€ 167.741
Resultaat per jaar
-€ 57.612
€ 40.925
€ 82.860
Cumulatief resultaat
-€ 57.612
-€ 16.687
€ 66.173
Tabel 15: maatschappelijke baten versus kosten Thuisplusflat per Thuisplusflat per jaar
Vanuit het werkzame element ‘goed werkgeverschap’ en het daaruit volgende maatschappelijke effect: ‘capaciteit zorgpersoneel op peil houden’ zijn kansrijke effecten voor de zorgaanbieders inzichtelijk gemaakt. Bijvoorbeeld op het gebied van efficiënter werken, voorkomen van ziekteverzuim en verminderen van personeel niet in loondienst (PNIL). Deze effecten zijn binnen de pilotfase nog maar beperkt te kwantificeren, maar op langere termijn zeker te verwachten. Vanuit deze wetenschap kan worden gekeken naar de toekomstige financiering van het concept.
MBC Thuisplusflat Rotterdam
44
5.1. Advisering t.b.v. Thuisplusflat 2.0 In de maatschappelijke context waarin de hoeveelheid beschikbare medewerkers, in tijden van toenemende arbeidsmarktproblemen, steeds vaker het beschikbare zorgvolume gaat bepalen en sterk toenemende zorgkosten waarbij de betaalbaarheid van zorg en ondersteuning een opgave is voor de maatschappij als geheel kan de Thuisplusflat een voorbeeld zijn. Een voorbeeld waarin bewoners, naasten, buren, vrijwilligers en professionals gezamenlijk aan de slag gaan. De negatieve effecten van de marktwerking in de zorg (o.a. versplintering) kunnen hierdoor gedempt worden en zorgaanbieders kunnen effectiever en efficiënter met de beperkte zorgcapaciteit omgaan. Daarnaast kunnen zij door concentratie van zorg en ondersteuning de samenwerking in de wijk versterken met o.a. welzijn, buurtteams en huisartsen. In de huidige Thuisplusflats zijn al deze potentiële voordelen van dit concept nog niet bereikt, maar zijn er wel al veel randvoorwaarden ingericht.
In het vervolg worden op basis van de bevindingen in deze maatschappelijke businesscase negen kernpunten voor de Thuisplusflat 2.0 genoemd - Meer concentratie van zorgaanbieders door het uitwisselen van cliënten met behoud van individuele keuzevrijheid voor zorgverlener; - Optimaliseren van integrale teams: anders werken; - Focus op preventie; - Aandacht voor specifieke behoeften bewoners met een niet westerse achtergrond; - Blijvende aandacht voor maatwerk in activiteiten o.b.v. de specifieke behoeften van de bewoners; - Samenwerking met ‘het bestaande’ in de flats, zoals aanwezige commissies en activiteiten; - Doorontwikkeling naar Thuisplusflat als middelpunt van de wijk; - Technologie als vast onderdeel van het proces van zorg en ondersteuning; - Rol van de woningbouwcorporatie als partner in ontwikkeling. Cliënten uitwisselen, meer concentratie van aanbieders mét behoud van keuzevrijheid voor de bewoner Het in deze maatschappelijke businesscase onderzochte Thuisplusconcept kan alleen effectief zijn bij een concentratie van cliënten bij één aanbieder. In de organisatorische case (businesscase voor de zorgaanbieder) wordt nu gerekend met 100 WMO cliënten, dit is in slechts één complex de realisatie.
Op basis van de huidige financiering (geld volgt cliënt) zijn ongeveer 100 Wmo-cliënten noodzakelijk voor voldoende financiering om het concept in de huidige situatie te bekostigen. Ook zonder deze wijze van financiering zijn veel van de beoogde voordelen van het concept afhankelijk van voldoende concentratie van cliënten bij één zorgaanbieder. Alleen dan heeft de zorgaanbieder de mogelijkheid om ook daadwerkelijk een team van medewerkers volledig in de flat te kunnen laten werken, en alleen dan kunnen de voordelen van een vast team met een vaste populatie waarvan een deel zorg en ondersteuning ontvangt- optimaal worden vormgegeven. Bijvoorbeeld een toenemend gevoel van verantwoordelijkheid, betrokkenheid en de bewoners kennen. Signalering kan hierdoor verbeteren en het laagdrempelig advies sneller georganiseerd. Uitwisseling van cliënten is in de praktijk complex en ingewikkeld in een concurrerende markt, toch ligt daar wel een belangrijke stap naar de toekomst die ook door de zorgaanbieders wordt onderkent. Het is goed dat hierin eerste stappen worden gezet, zodat de financiering en de toekomst van het concept op langere termijn niet onder druk komt te staan. Optimaliseren van de integrale teams: anders werken De verwachte groei in het aantal cliënten in de ouderenzorg is groot, terwijl de financiering en de hoeveelheid professionals niet op dezelfde manier kunnen groeien.
Tegelijk met deze verwachte tekorten aan personeel in de zorg, is er een behoefte ontstaan naar nieuwe bedrijfsmodellen. Hoe kunnen we de zorg zo doelmatig en efficiënt mogelijk inrichten om de toegankelijkheid ervan in de toekomst te waarborgen? In paragraaf 4.6 is beschreven hoe het Thuisplusconcept hieraan nu al kan bijdragen, maar hierin kan het ook een doorontwikkeling doormaken. Bijvoorbeeld door de rol van vrijwilligers en andere zorgverleners te versterken door uit te gaan van bekwaam = bevoegd33. Dit geeft ruimte voor andere professionals (eventueel gecombineerd met technologie) om taken over te nemen van schaarse zorgprofessionals. Ook kunnen taken tussen professionals in het integrale team anders worden georganiseerd waardoor efficiëntie bevorderd wordt.
33
ActiZ_Feiten-en-fabels-over-bekwaam-is-bevoegd.pdf
MBC Thuisplusflat Rotterdam
45
Focus op preventie De focus op preventie binnen het concept is groot, maar op dit moment nog grotendeels impliciet. Belangrijke preventieve aspecten zoals gezond eten, bewegen en ontmoeten krijgen aandacht, maar zullen dit steeds opnieuw moeten krijgen. Hierdoor kan de sociale cohesie worden versterkt, vereenzaming worden tegengegaan en de brede gezondheid worden gestimuleerd. Het maatschappelijke effect en de kosteneffectiviteit van primaire preventie is echter beperkt aantoonbaar. Voor tertiaire preventie is daarentegen meer bewijs van kosteneffectiviteit. Signalering van achteruitgang bij reeds bestaande (chronische) aandoeningen is daar een voorbeeld van. Samenwerking met de eerste lijn en de wijk is op dit gebied kansrijk om meer op in te zetten en effecten te bereiken. Zie ook paragraaf 4.2.1. Aandacht voor specifieke behoeften bewoners met een niet westerse achtergrond Bewoners met een niet westerse achtergrond hebben soms een andere ondersteuningsbehoefte dan mensen met een westerse achtergrond. Dit terwijl het huidige aantal 55-plussers (325.000) met een migratieachtergrond de komende jaren zal toenemen tot een omvang van bijna één miljoen rond 2050. Aandacht voor specifieke behoeften van deze groepen in de ouderenzorg is dus van enorm belang. Uit onderzoek blijkt dat eenzaamheid onder Turkse en Marokkaanse migrantenouderen veel hoger is dan onder Nederlandse ouderen.
Hoewel omringd door familie en herkomstgenoten is het percentage eenzamen onder hen veel hoger dan onder Nederlandse ouderen (Fokkema & Das, 2021). Verder is de prevalentie van dementie bij Nederlanders met een niet westerse migratieachtergrond hoger dan bij Nederlanders zonder migratieachtergrond en is het de verwachting dat het aantal mensen met dementie met niet-westerse migratieachtergrond in 2030 meer dan verdubbeld is34. In de wijken waarin de Thuisplusflats worden ontwikkeld zijn bewoners met een niet westerse migratieachtergrond belangrijke groepen. Aandacht voor de specifieke behoeften van deze groepen is dus van groot belang, zeker gezien de verwachtingen naar de toekomst. Blijvende aandacht voor maatwerk in activiteiten o.b.v. de specifieke behoeften van de bewoners Het organiseren van activiteiten is relevant in een Thuisplusflat. Het bewonersperspectief liet zien dat maatwerk relevant is als het gaat om activiteiten gericht op bewegen, ontmoeten en zinvolle dagbesteding. De Thuisplusflats hebben hier specifiek aandacht voor en zijn bijvoorbeeld vaak gestart met een behoefte enquête onder bewoners, of een deur tot deur kennismaking. Dit is een belangrijk onderdeel in de Thuisplusflat zal structureel geborgd worden, ook om op deze manier het bereik in de flat zo groot mogelijk te houden.
Tegelijkertijd is dit relevant voor eventuele informele ondersteuning die bewoners elkaar kunnen bieden. De ene bewoners is immers goed in klussen terwijl de andere graag een boodschap doet voor een buurman of buurvrouw. Zicht op deze talenten en interesses levert veel meer op dan een standaard ondersteuningsprogramma. Samenwerking met ‘het bestaande’ in de flats, zoals aanwezige commissies en activiteiten De Thuisplusflats hebben minimaal een bewonerscommissie, vaak aangevuld met een activiteitencommissie. Voor het Thuisplusconcept is het de uitdaging om hier op de juiste manier op aan te sluiten en dit te kunnen versterken. In de verschillende flats is zichtbaar dat dit moeizaam kan zijn wanneer onvoldoende rekening wordt gehouden met deze bestaande commissies en de daarbij horende historie. Het succes van het concept op (middel)lange termijn is afhankelijk van betrokken en actieve bewoners. Juist daarom is het van groot belang om deze inzet te behouden en ten alle tijden te voorkomen dat het gevoel ontstaat dat er zonder hen besloten wordt. Doorontwikkeling naar Thuisplusflat als middelpunt van de wijk Focus op lokale zorg en ondersteuning is een van de sleutels om het toekomstig arbeidstekort te beslechten.
De Thuisplusflat kan een middel zijn om de relatie met lokale ondernemers, buurtteams en sportverenigingen te versterken en de wijk naar binnen te halen en de Thuisplusflat naar buiten te brengen. De lokale supermarkt kan bijvoorbeeld een dementerende man ondersteunen door te signaleren dat hij dagelijks veel te veel 34
Zie https://www.dementiezorgvoorelkaar.nl/actueel/nieuws/aandacht-dementie-migranten/ o.b.v. onderzoek van de Erasmus Universiteit, Nivel en Pharos
MBC Thuisplusflat Rotterdam
46
boodschappen doet. Ze kunnen hier creatieve oplossingen voor bedenken waardoor de man wel iedere dag beweging heeft met zijn wandeling naar de supermarkt, maar niet te veel boodschappen doet. De relatie met de buurtteams is relevant om zicht te hebben op de kwetsbare ouderen in de wijk. De Thuisplusflat kan haar kennis van de ondersteuning voor deze doelgroep delen en eventueel ondersteuning op afstand aanbieden (met behulp van technologie). Ook de samenwerking met de wijkverpleging in de wijk en de rol die een Thuisplusflat kan hebben in preventie is van belang. Ook de wijkverpleging kan de buurtbewoners verwijzen naar de Thuisplusflat voor activiteiten of eventueel een rol als vrijwilliger. De huisarts is belangrijke spin in het web van een buurt of wijk. De huisarts én POH kennen de bewoners en kan vaak een goede inschatting maken van de kwetsbaarheid. Zij hebben een belangrijke signalerende rol zodat het integrale team in de flat proactief ondersteuning kan bieden aan de ouderen die dat nodig hebben (met inachtneming van de AVG). Wanneer de Thuisplusflats op deze wijze door ontwikkelen, ondersteunen zij het langer zelfstandig thuis wonen verder. Technologie als vast onderdeel van het proces van zorg en ondersteuning In de Thuisplusflats wordt in beperkte mate gebruik gemaakt van technologie als ondersteuning van het zorgproces.
De betrokken aanbieders hebben ervaring in thuiszorgtechnologie, maar passen dit nog in beperkte mate toe. Het zorgkantoor Zilverenkruis heeft een globale businesscase opgesteld per bewezen effectieve technologische innovatie. Advies is om te onderzoeken welke technologieën ondersteunend kunnen zijn voor de inzet van professionele zorg in de Thuisplusflat35. Specifieke aandacht kan hierbij uitgaan naar manieren om het contact tussen bewoners en mantelzorgers te vergemakkelijken. De randvoorwaarden voor (zorg)technologie in de Thuisplusflats zijn aanwezig. Door het vaste team van zorg en ondersteuning kan er voor bewoners vrij makkelijk back-up worden georganiseerd. Dit gevoel van back-up blijkt in de praktijk vaak al voldoende en verhoogd de acceptatiegraad bij bewoners. Hierin kan de in 2020 ondertekende Digideal010 helpend zijn. Rol van de woningbouwcorporatie als partner in de ontwikkeling De woningbouwcorporatie vervult een essentiële rol in het mogelijk maken van de Thuisplusflats. De huismeester en de woonconsulent signaleren en interveniëren indien nodig om een goed sociaal leefklimaat te realiseren. Het is de ervaring binnen de huidige Thuisplusflats dat het gevaar bestaat dat beide functies juist steeds beperkter worden ingezet. Terwijl het juist van belang is om hierin blijvend te investeren.
Een overweging voor grote woningbouwcorporaties is dat zij differentiëren in capaciteitsinzet van deze professionals rekening houdend met de gemiddelde leeftijd en kwetsbaarheid van de bewoners in een flat. Een huismeester en woonconsulent kunnen hiermee ook toegevoegd worden aan het integrale team van de Thuisplusflat. Naast de aandacht voor personeel kan er ook gedifferentieerd worden in het toewijzingsbeleid. Zo kunnen bewoners niet alleen op basis van leeftijd een woning in een Thuisplusflat krijgen toegewezen, maar kan er ook worden gekeken naar de kwetsbaarheid van de bewoner, of juist wat een bewoner kan toevoegen in de flat. In dit kader kan bijvoorbeeld gewerkt worden met een ‘sociaal contract’ waarbij afspraken worden gemaakt op het gebied van wat de Thuisplusflat voor de bewoner kan betekenen en wat de bewoner voor de Thuisplusflat kan betekenen. Als derde kan de woningbouwcorporatie differentiëren op het gebied van de inzet van domotica. Juist de Thuisplusflats zijn hier uitermate geschikt voor door de aanwezigheid van het integrale team van zorg en ondersteuning die als vraagbaak kunnen fungeren en het gebruik kunnen stimuleren. Essentiële randvoorwaarde van een Thuisplusflat is een gezamenlijke ruimte die mensen binnen en buiten het gebouw (mits de veiligheid is gegarandeerd) kunnen gebruiken voor ontmoeting.
Zoals eerder genoemd speelt de bewonerscommissie een belangrijke activerende rol in het samenkomen van de bewoners.
35 Zilverenkruis (2021) via: bijlage-12-voorbeelden-aanpak-arbeidsmarktproblematiek.pdf
MBC Thuisplusflat Rotterdam
47
Bibliografie Bouwman, T., & Van Tilburg, T. (2020). Naar een gerichtere aanpak van eenzaamheid: zeven werkzame elementen in eenzaamheidsinterventies. Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie, 51 (1). Cacioppo, S., Grippo, A., London, S., Goossens, L., & Cacioppo, J. (2015). Loneliness. Clinical import and interventions. Perspective on Psychological Science, 10(2): 238-249. Commissie werken in de Zorg. (2021). Advies commissie werken in de zorg over behoud en betrokkenheid van zorgprofessionals. Den Haag: Ministerie van VWS. Davelaar, M., Hamdi, A., Verheijen, J., Van Dongen, M., & Verleun, A. (2013). Gezien en gehoord. Maatschappelijk rendement van project Motto: zingeving en levensvragen bij ouderen. Ecorys en Verwey Jonker Instituut. Davidson, M., Timo, N., & Wang, Y. (2010). How much does labour turnover cost? A case study of Australian four- and five-star hotels. International Journal of Contemporary Hospitality Management, 22(4),451466. De Boer, A., De Klerk, M., & Plaisier, I. (2017, september 12). Luisteren naar overbelaste mantelzorgers. Sociale Vraagstukken, 7 (12). De Boer, A., De Klerk, M., Verbeek-Oudijk, D., & Plaisier, I. (2020). Blijvende bron van zorg. Ontwikkelingen in het geven van informele hulp 2014-2019. Den Haag: SCP. De Klerk, M., De Boer, A., Plaisier, I., Schyns, P., & Kooiker, S. (2015). Informele hulp: wie doet er wat? Den Haag: SCP.
De Lange, M., Rözer, J., Huber, M., & Veldboer, L. (2021). De waarde van preventie in een veranderend sociaal domein. Amsterdam: Werkplaats Sociaal Domein. Den Blanken, J., Huis in 't Veld, T., Seben, R., & Spit, W. (2021). De maatschappelijke waarde van mantelzorg. Rotterdam: Ecorys . Fokkema, T., & Das, M. (2021). Marokkaanse en Turkse migrantenouderen zijn eenzaam ondanks sociale contacten. DEMOS, 37 (6). Garretsen, H., Bongers, I., & Rodenburg, G. (2005). Evidence-based work in the Dutch welfare sector. Britisch Journal of Social Work, 35(5) 655-665. Huber, M., Knottnerus, J., Green, L., Van der Horst, H., Jadad, A., Kormhout, D., . . . Smid, H. (2011). How should we define health? BMJ, 343 (4163): 235-237. Kearns, A., Whitley, E., Tannahill, C., & Ellaway, A. (2015). Loneliness, social relations and health and well-being in deprived communities. Psychol Health Med., 20 (3): 332-444. Kolner. (2017). Preventie en vroegsignalering langs de lat van het medisch sociaal en publieke gezondheidszorgmodel. Noord Holland: Kennisplatform Sociaal Domein. Leensen, R., & Poulssen, R. (2020). Barometer Nederlandse Gezondheidszorg 2020. Rotterdam: EY. Lemmens, L., Bruin, S., Beijer, M., Hendrikx, R., & Baan, C. (2019). Het gebruik van brede gezondheidsconcepten: inspirerend en uitdagend voor de praktijk. Bilthoven: RIVM.
Lemmens, L., Herber, G., Schooneveldt, B., Rietman, L., Blokstra, A., & Spijkerman, A. (2016). Goede preventieve ouderenzorg. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Livingston, P., Osborne, R., Botti, M., Mihalopoulos, C., McGuigan, S., Heckel, L., . . . Williams, M. (2014). Efficacy and cost-effectiveness of an outcall program to reduce carer burden and depression among carers of cancer patients [PROTECT]: rationale and design of a randomized controlled trial. BMC Health Services Research , 14 (5). Maurits, E. (2019). Autonomy of nursing staff and the attractiveness of working in home care. Utrecht: Proefschriftmaken. McCave, E., & Riskel, W. (2011). Prevention as an explicit part of the social work professoin: a systematic investigation. Advances in Social Work, Vol. 12: 226-240. Mihalopoulos, C., Chatterton, M., Khanh-Dao Le, L., Bucholc, J., Holt-Lunstad, J., Lim, M., & Engel, L. (2019). The economic costs of loneliness: a review of cost-of-illness and economic evaluation studies. Social Psychiatry and Psychiatric Epidemiology. NZA. (2018). Monitor zorg voor ouderen. Utrecht: Nederlandse Zorgautoriteit. PWC. (2017). Onderzoek tariefherijking verpleging en verzorging. Amsterdam: PricewaterhouseCoopers . Rapoport, L. (1961). The Concept of Prevention in Social Work. Social Work , 6 (1): 3-12.
Rocks, S., Berntson, D., Gil-Salmerón, A., Kadu, M., Ehrenberg, N., Stein, V., & Tsiachristas, A. (2020). Cost and effects of integrated care: a systematic literature review and meta-analysis. The European Journal of Health Economics, 21, 1211-1221. SER. (2020). Zorg voor de toekomst. Over de toekomstbestendigheid van de zorg. Den Haag: Sociaal Economische
MBC Thuisplusflat Rotterdam
48
Raad. Van Campen, C. (2018). Eenzaamheid in verpleeghuizen. In C. v. Campen, F. Vonk, & T. v. Tilburg, Kwetsbaar en eenzaam? Risico's en bescherming in de ouder wordende bevolking. Den Haag: SCP. Van de Maat, J., Ballering, C., & Van Xanten, H. (2016). Medisch en sociaal verbonden. Over de gouden kansen van samenwerking tussen de eerstelijnszorg en het sociaal werk. Utrecht: Movisie. Van der Zwet, R., De Vries, S., & Van de Maat, J. (2020). Wat werkt bij de aanpak van eenzaamheid? . Utrecht: Movisie. Van Tilburg, T., & Fokkema, T. (2018). Hogere eenzaamheid onder Marokkaanse en Turkse ouderen in Nederland: Op zoek naar een verklaring. Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie, 49 (6): 263-273. Vonk, R., Hilderink, H., Plasmans, M., Kommer, G., & Polder, J. (2020). Toekomstverkenning zorguitgaven. Bilthoven: RIVM. Weissert, W., Matthews Cready, C., & Pawelak, J. (2005). The Past and Future of Home- and Community-Based Long-Term Care. The Milbank Quaterly, 83(4). Zwart-Olde, I., Jacobs, M., Broese van Groenou, M., & Wieringen, M. (2013). Samen zorgen voor thuiswonende ouderen. Amsterdam: Vrije Universiteit .
MBC Thuisplusflat Rotterdam
49
Bijlage 1: Overzicht betrokken experts en stuurgroepleden Geïnterviewde experts: Naam Jan Willem van de Maat Jasper Klapwijk Ginette Klein Hansje Pontier
Expertise Eenzaamheid Wooninitiatieven Mantelzorg Dementiezorg en ouderenzorg
Annemieke van Oostveen Yvonne Witter
Ouderengeneeskunde Woon-/zorgconcepten en migrantenouderen Wonen en Zorg
Sandra Adrianow
Betrokken organisatie Movisie o.a. Platform 31 MantelzorgNL Landelijk netwerk dementiezorg Heliant Landelijk Platform Zorgsaam Wonen Landelijke taskforce Wonen en Zorg
Stuurgroepleden: Naam Hanneke Schottert Irene Wiezer Annet Bolsenbroek Caroline van Steenwijk Stephan Burger Anita Mathoera Marten IJzerman Caroline Wuite Aad de Kool Marcel Michielsen Karin Hersbach Els Buchel Erik Schep Esther Tiggelman
Namens organisatie Gemeente Rotterdam Gemeente Rotterdam Zilveren Kruis Zilveren Kruis Zorgkantoor Aafje Lelie Zorggroep Stichting Humanitas Argos Zorggroep Lelie Zorggroep Aafje Argos Zorggroep Laurens Bureau Obelon Bureau Obelon
Overzicht onderzochte flats en betrokken aanbieders en corporaties Gebied Hoogvliet IJsselmonde IJsselmonde Prins Alexander Prins Alexander Prins Alexander
Complex De Kulk IJsselburgh Leyerwaard/Grienderwaard Wooncomplex Helga Prinsessenflat Wooncomplex Laurens
Hoofdaanbieder Argos Humanitas Aafje Lelie Zorggroep Lelie Zorggroep Laurens
MBC Thuisplusflat Rotterdam
Corporatie Woonbron Woonbron Woonstad Wooncompas Woonstad MaasWonen
50
Bijlage 2: Gemiddelde zorg- en ondersteuningskosten Bedrag per cliënt per jaar Gemiddelde kosten Zvw Huisartsenzorg
€
Gemiddelde kosten Zvw overige zorg
€ 1.645
Gemiddelde kosten Zvw wijkverpleging
€ 6.838
Gemiddelde kosten Wmo excl. hulpmiddelen
€ 3.154
Gemiddelde kosten per cliënt per jaar Wlz zorg thuis
€ 22.905
431
Tabel 16: Gemiddelde berekende kosten zorg en ondersteuning o.b.v. realisatie per wijk Rotterdam 2020
Verwachte totale kosten Wmo, Zvw Wijkverpleging en Wlz Zorg Thuis per complex, per jaar Verwacht aantal unieke cliënten met Wmo, Zvw Wijkverpleging of Wlz Zorg Thuis, of een combinatie per complex Gemiddelde kosten per cliënt Wmo, Zvw Wijkverpleging en Wlz Zorg Thuis per complex per jaar
€ 582.413 104 € 5.600
Tabel 17: Berekening gemiddelde kosten zorg en ondersteuning doelgroep o.b.v. realisatie per wijk Rotterdam 2020
Gemiddeld aantal bewoners van 65 jaar en ouder per Thuisplusflat Verwacht aantal cliënten Wmo, Zvw Wijkverpleging en Wlz Zorg Thuis per complex Percentage cliënten met een combinatie van Zvw Wijkverpleging en Wmo ondersteuning37 Aantal cliënten met een combinatie van Zvw Wijkverpleging en Wmo ondersteuning Verwacht aantal unieke cliënten met Wmo, Zvw Wijkverpleging of Wlz Zorg Thuis, of een combinatie per complex
31836 113 3% 9 104
Tabel 18: Ondersteunende berekening doelgroep
36 Zie tabel 2 in paragraaf 3.3.4 37
Op basis van kencijfers vanuit de Monitor Zorg voor Ouderen van de NZa (2018) is het de verwachting dat 3% van de bewoners een combinatie van Zvw Wijkverpleging en Wmo ontvangen.
MBC Thuisplusflat Rotterdam
51
Hypotheses
Gebruik van zorg en ondersteuning
Het stimuleren van ontmoeting en bewegen, zinvolle dagbesteding en de vaste hulpverleners die door nauwe samenwerking laagdrempelig signalen kunnen laten opvolgen dragen bij aan het voorkomen van zorggebruik. Door vast personeel en meer tijd van zorgprofessionals verbetert de samenwerking tussen informele en formele zorgverleners Door vaste gezichten buiten het directe zorgproces (o.a. huismeesters, welzijnsmedewerkers en vrijwilligers) wordt de ervaren belasting van mantelzorgers beperkt Door het versterken van het netwerk van de bewoner en de sociale cohesie binnen een flat wordt het informele steunnetwerk vergroot Door het versterken van actieve contacten en zinvolle activiteiten wordt vereenzaming tegengegaan
X
Verbetering van het brede concept van gezondheid X
Voorkomen van overbelasting van de mantelzorger
X
X
Capaciteit zorgpersoneel
X
X
X
X
X
X
X
Tabel 19: Hypotheses en maatschappelijke effecten
MBC Thuisplusflat Rotterdam
52
Bijlage 3: Vergelijking Thuisplusflats In Q3 2021 is op basis van de Quick Scan en in samenspraak met de stuurgroep onderstaande vergelijking tussen de flats gemaakt. Aafje – Leyerwaard / Grienderwaard
LZG Helga
LZG – Prinsessenflats
Laurens Laurensflat
Argos – de Kulk
Humanitas IJsselburgh
Gemeenschappelijke ruimtes
±
+
-
+
+
+
Hoeveelheid cliënten in zorg bij aanbieder Thuisplusflat
+
-
-
±
±
-
Activiteiten voor bewoners gericht op vitaliteit en voeding
±
±
-
-
+
-
Activiteit activiteitencommissie
-
+
-
±
±
±
Mate van integraliteit ondersteuningsteam
±
+
-
±
+
±
Mate waarin de wijk wordt ingezet
-
+
±
+
-
-
Inzet ehealth / domotica
-
±
±
±
+
?
Ontwikkelstadium concept Thuisplusflat
±
±
-
±
±
-
Zichtbaarheid zorgaanbieder
+
+
±
±
+
-
MBC Thuisplusflat Rotterdam
53