[23bb002300] Bijlage 2 behorende bij 23bb002298 over Maatschappelijke businesscase Thuisplusflat
Tekst van het document
MAATSCHAPPELIJKE BUSINESSCASE THUISPLUSFLAT ROTTERDAM
MBC Thuisplusflat Rotterdam
1
Inhoud Inleiding ............................................................................................................................................................................ 4 De werkwijze ............................................................................................................................................................... 5 1.
Conceptbepaling: wat is een Thuisplusflat? .......................................................................................................... 6 1.1.
Uitgangspunten beleid gemeente Thuisplusflat .......................................................................................... 6
1.2.
Drie Thuisplusflats onderzocht ..................................................................................................................... 7
1.2.1.
De Helga Flat ........................................................................................................................................ 8
1.2.2.
Leyerwaard - Grienderwaard.............................................................................................................10
1.2.3.
De Laurensflat ....................................................................................................................................12
1.3.
2.
3.
4.
Het algemene concept Thuisplusflat ..........................................................................................................13
1.3.1.
Een integraal team van zorg en ondersteuning ...............................................................................14
1.3.2.
Stimuleren van ontmoeting, bewegen en zinvolle dagbesteding ...................................................15
1.3.3.
Doelgroep ...........................................................................................................................................16
1.3.4.
Hoe worden bewoners bereikt? ........................................................................................................17
Bewonersperspectief ...........................................................................................................................................19 2.1.
Het verhaal van mevrouw Beckers (81 jaar) ..............................................................................................19
2.2.
Het verhaal van meneer en mevrouw Zwijnenburg (72 jaar) ...................................................................20
2.3.
Het verhaal van meneer Donati (74 jaar) ..................................................................................................21
2.4.
Conclusie ......................................................................................................................................................21
Het aanbiedersperspectief ...................................................................................................................................23 3.1.
Randvoorwaarden en samenwerkingspartners .........................................................................................23
3.2.
Organisatorische Case (OC) ........................................................................................................................23
3.2.1.
Toelichting op kostenposten .............................................................................................................24
3.2.2.
Toelichting op baten ..........................................................................................................................25
Het maatschappelijk perspectief .........................................................................................................................26 4.1.
Voor de maatschappij .................................................................................................................................26
4.2.
Werkzame elementen .................................................................................................................................26
4.2.1.
Zorgpreventie .....................................................................................................................................27
4.2.2.
Effectievere en duurzame inzet van informele zorgverleners.........................................................29
4.2.3.
Tegengaan van vereenzaming ...........................................................................................................30
4.2.4.
Goed werkgeverschap .......................................................................................................................32
4.2.5.
Conclusies ...........................................................................................................................................33
4.3.
Brede concept van gezondheid ..................................................................................................................34
4.4.
Gebruik van zorg en ondersteuning ...........................................................................................................35
4.4.1.
De invloed van zorgpreventie op het gebruik van zorg en ondersteuning .....................................36
4.4.2. De invloed van het voorkomen van sociale eenzaamheid en vereenzaming op het gebruik van zorg en ondersteuning .........................................................................................................................................37 4.4.3. De invloed van effectievere en duurzame inzet van informele zorg en ondersteuning op het gebruik van zorg en ondersteuning .....................................................................................................................38 4.4.4.
Voorkomen van intramurale zorg door werkzame elementen Thuisplusflat .................................39
4.4.5.
Conclusies: kwantificeerbare effecten op het gebruik van zorg en ondersteuning .......................39
MBC Thuisplusflat Rotterdam
2
4.5.
Maatschappelijke kosten door overbelasting mantelzorger ....................................................................40
4.5.1. 4.6.
Capaciteit zorgpersoneel op peil houden ..................................................................................................41
4.6.1.
Behoud van medewerkers .................................................................................................................41
4.6.2.
Medewerkers slimmer inzetten ........................................................................................................42
4.7. 5.
Gevolgen van (over)belasting van de mantelzorger voor de mantelzorger ...................................41
Samenvatting maatschappelijke baten ......................................................................................................43
Maatschappelijke baten versus kosten Thuisplusflat .........................................................................................44 5.1.
Advisering t.b.v. Thuisplusflat 2.0...............................................................................................................45
Bibliografie .....................................................................................................................................................................48 Bijlage 1: Overzicht betrokken experts en stuurgroepleden .......................................................................................50 Bijlage 2: Gemiddelde zorg- en ondersteuningskosten ...............................................................................................51 Bijlage 3: Vergelijking Thuisplusflats .............................................................................................................................53
MBC Thuisplusflat Rotterdam
3
Inleiding Een Maatschappelijke Business Case (MBC) is een gestructureerde kostenopbrengsten afweging waarin het economische én het maatschappelijke nut samenkomen. In deze MBC staat de Thuisplusflat centraal. De Thuisplusflat is een concept dat de gemeente Rotterdam samen met zorgaanbieders in een dialooggerichte aanbesteding heeft ontwikkeld. Het is een woonzorgconcept tussen thuis wonen en het verpleeghuis in. Daarmee is het een uitwerking van het programma Rotterdam Ouder & Wijzer en het Langer Thuis Akkoord waarin is ingezet op meer innovatieve woonzorgconcepten. Het Langer Thuis Akkoord 2020-2025 heeft de gemeente Rotterdam samen met woningcorporaties, zorg- en welzijnspartijen, marktpartijen, zorgverzekeraars, zorgkantoor en ouderenbonden gesloten om zo een andere beleidsaanpak te ontwikkelen die past bij de dubbele vergrijzing. Op deze manier hoopt Rotterdam invulling te geven aan de ambitie om Rotterdamse ouderen zo lang mogelijk thuis te laten wonen. 1 De gemeente Rotterdam heeft het concept Thuisplusflat na een dialooggerichte aanbesteding -waarin ook met de woningbouwcorporaties is afgestemd- gegund aan vijf zorgaanbieders voor zes pilotlocaties. Op deze locaties kunnen zij op hun eigen manier invulling geven aan de beleidsuitgangspunten van de gemeente voor dit concept.
Met een maatschappelijke Businesscase kan inzicht worden gegeven in de reële kosten van de Thuisplusflat en de potentiële maatschappelijke opbrengsten. Dit geeft stakeholders en financiers een concreet en gemeenschappelijk beeld op basis waarvan zij het gesprek kunnen voeren over de situatie na de pilotfase op basis waarvan beleid kan worden doorontwikkeld. De maatschappelijke Business Case kent een logische opbouw waarin drie onderling verbonden perspectieven samenkomen tot één gedeelde kosten-opbrengsten afweging van de Thuisplusflat. De structuur van deze opbouw is in onderstaande figuur weergegeven. 1. Het concept (de interventie) 2. Bewonersperspectief 4. Maatschappelijk perspectief
5. Maatschappelijke Business Case
3. Aanbiedersperspectief
Figuur 1: De mBC: kosten-baten afweging waarin het economische en maatschappelijke nut samenkomen
De cijfers in figuur 1 verwijzen naar de hoofdstukken waarin de onderdelen aan bod komen. De mBC werkt met zorgvuldig gedocumenteerde aannames, veronderstellingen en indicatoren om een onderbouwde inschatting te maken voor de dialoog over een gezamenlijk wenselijke toekomstige situatie. Het is een waarderingsproces en pretendeert geen uiterste wetenschappelijke precisie. Causaliteit en onderlinge afhankelijkheden zijn niet per definitie aantoonbaar en vergen vaak jaren onderzoek in toekomstige situaties. Schattingstechnieken, onderzoek en expert opinions trachten tot de best mogelijke benadering te komen. Stakeholders zijn niet per definitie de financiers en waardering is nog geen bekostiging. De mBC berekent aan de maatschappelijke kant kostenbesparingen voor de maatschappij (MC). Het doel is niet de meerwaarde voor de cliënt te kwantificeren (CP). Deze vaak individueel waardeerbare cliëntbehoeften zijn wel de rationale waarop alle vervolgcasussen zijn gestoeld en waar stakeholders hun beleid op baseren (bv. meedoen, langer leven of geluk).
1 Dialoogleidraad tussenvoorzieningen ouderen, 1-9-2020
MBC Thuisplusflat Rotterdam
4
De focus op identificeerbare en kwantificeerbare effecten dient genuanceerd te worden vanuit deze meerwaarde voor de cliënt (CP). Een verbetering in bv. gezondheid, zelfredzaamheid, welbevinden, waardigheid, bewustzijn, gewoonten, daden of privacy bij de mens én zijn totale omgeving zijn in de mBC kwalitatief beschreven doelen, die de gekwantificeerde maatschappelijke effecten overstijgen. De mBC is een levend document en kan op basis van nieuwe inzichten, veranderende praktijk worden aangepast.
De werkwijze In het verlengde van de aanpak ‘Langer Thuis’ worden er in heel het land concepten ontwikkeld om ouderen die zelfstandig huren op een daarvoor aangewezen plek langer te kunnen blijven ondersteunen. De Thuisplusflats van de gemeente Rotterdam zijn hier een voorbeeld van. De gemeente biedt samen met de zorgaanbieders en woningcoöperatie een integraal arrangement van welzijn, zorg en ondersteuning en wonen aan. Door het collectief aanbieden van wonen-welzijn-zorg en preventie is het doel om de gemiddelde zorgkosten te laten afnemen terwijl de kwaliteit van leven toeneemt. De gemeente, gegunde zorgpartijen en zorgkantoor willen inzicht in de meerwaarde van het concept én willen zicht op de maatschappelijke baten. Het concept van de Thuisplusflat is bij aanvang van de opdracht globaal omschreven en sinds Q1 2021 gestart in de diverse flats. De invulling verschilt per aanbieder en locatie. Governance Er is een stuurgroep samengesteld die bestaat uit twee leden vanuit de gemeente Rotterdam, twee leden vanuit Zilverenkruis zorgkantoor en zorgverzekeraar, zes leden als vertegenwoordiger van een zorgorganisatie die nu een Thuisplusflat heeft ingericht en beide adviseurs vanuit Bureau Obelon2. Aanpak in fases In de aanpak hebben we aandacht besteed aan het concept van de Thuisplusflats.
‘Wat is de ‘interventie’? Hoe is dit in de praktijk ingericht en wat zien de bewoners als waarde toevoeging van dit concept? We hebben in navolging hiervan het bewonersperspectief beschreven waarin de waarde van het concept wordt verteld door de ogen van de bewoner. En we hebben ‘foto’s’ gemaakt per flat zowel op het gebied van inhoud, als organisatie. We hebben dit in overleg met de stuurgroep, uitgewerkt voor drie flats. In navolging hiervan is de kostenstructuur van de aanbieder onderzocht en beschreven en eveneens kortgesloten en geconsolideerd met de stuurgroepleden. Erna volgde een intensieve periode van onderzoek naar literatuur waarin de werkzame elementen van de thuisplusplusflat zijn geanalyseerd en onderbouwd met wetenschappelijke studies. Op het moment van onderzoek is het concept van de Thuisplusflat is nog maar enkele maanden effectief. We hebben eveneens experts uit het zorgveld gevraagd de reflecteren op de analyses, ook deze gegevens staan vermeld in de navolgende hoofdstukken. In een-na-laatste hoofdstuk betreft de maatschappelijke effecten van de Thuisplusflat en de eventuele besparingen dit concept kan opleveren. Bovenstaande kennis heeft geleid tot een advies over de doorontwikkeling van de Thuisplusflat, de Thuisplusflat 2.0.
Interventie
Werkzame elementen
(maatschappelijke) effecten
Thuisplusflat 2.0
Figuur 2 Aanpak in fases
2 Zie voor een volledig overzicht van de stuurgroepleden bijlage 3
MBC Thuisplusflat Rotterdam
5
1. Conceptbepaling: wat is een Thuisplusflat? Een maatschappelijke Businesscase begint met een heldere bepaling van het te onderzoeken concept. Dit vergt inzicht in de uitgangspunten, de bedoelingen, maar ook in de praktijk. In de eerste gesprekken bleek al dat de het concept erg verschillend wordt uitgevoerd. De uitgangspunten geven ook ruimte voor praktijkvariatie. Door middel van een ‘Quick Scan’ van alle pilots is een analyse van de zes pilots gemaakt. De Quick Scan is uitgevoerd door de verwerving van open data, een informatie uitvraag bij bewoners en gesprekken met projectleiders, zorgen welzijnsprofessionals en bewoners. Op basis van deze analyse werden tien onderscheidende kenmerken van de flats geïdentificeerd: a) b) c) d) e) f) g) h) i)
Gemeenschappelijke ruimtes; Hoeveelheid bewoners in zorg bij aanbieder Thuisplusflat; Activiteiten voor de bewoners gericht op voeding en vitaliteit; Activiteiten door bewoners; Mate van integraliteit ondersteuningsteam Mate waarin de wijk wordt ingezet ten behoeve van welzijn van de bewoners; Inzet van e-health/domotica; Zichtbaarheid en aanwezigheid van aanbieder Thuisplusflat; Ontwikkelstadium tot het beoogde concept Thuisplusflat: theorie vs. Praktijk;
Op basis van deze kenmerken is er door de stuurgroep gekozen om drie pilots nader te onderzoek. Deze keuze is gemaakt door met behulp van de score op bovenstaande kenmerken3 een zo goed mogelijke spreiding en afspiegeling van alle flats te krijgen. Hoofdstuk 1 start met een samenvatting van de uitgangspunten van het gemeentelijk beleid (1.1) voor het concept van de Thuisplusflat. Deze uitgangspunten worden gevolgd door een beschrijving van een - met inductief onderzoek- verkregen beeld van de drie onderzochte pilots (1.2). Aan de gemeentelijke uitgangspunten en de daadwerkelijke praktijk wordt vervolgens een algemeen concept (1.3) ontleend die wordt uitgewerkt op het gebied van de doelgroep (1.3.3) en hoe deze doelgroep wordt bereikt (1.3.4 Distributiekanalen)
1.3 Het concept
1.1 Beleidsuitgangspunten
1.3.4 Distributiekanalen
1.3.3 Doelgroep
1.2 Huidige pilots
1.1. Uitgangspunten beleid gemeente Thuisplusflat De gemeente Rotterdam heeft met het Langer Thuis Akkoord4 samen met vele belanghebbende partijen in de stad toegezegd te werken aan de opgave om geschikte(re) woningen voor ouderen, een groter maar ook gevarieerder aanbod van woon(zorg)concepten, tussenvoorzieningen en zogenaamde ouderenhubs, te realiseren.
3
Zie bijlage 3.
4 Gemeente Rotterdam (2020) Langer Thuis Akkoord https://www.rotterdam.nl/wonen-leven/ouder-worden/Langer-Thuis-akkoord.pdf
MBC Thuisplusflat Rotterdam
6
De Thuisplusflat is een tussenvoorziening die door de gemeente via een dialooggerichte aanbesteding is ontwikkeld. Een Thuisplusflat is een woonzorgconcept waarin zorg, welzijnsdiensten en activiteiten in samenhang worden georganiseerd en gefinancierd. Bewoners wonen hierin zelfstandig, maar beschikken over vormen van gemeenschappelijkheid, ondersteuning en zorg is nabij. Het is een woonzorgconcept voor ouderen tussen zelfstandig thuis en het verpleeghuis in. In de Thuisplusflat organiseert één zorgaanbieder het vaste herkenbare zorg- en ondersteuningsteam en draagt daarnaast zorg voor welzijnsactiviteiten, ontmoeten en samen eten. De zorg wordt aangeboden vanuit één herkenbaar team. De voorziening is bedoeld voor ouderen met een lichte tot matige ondersteuningsvraag en is gekoppeld aan een seniorencomplex van een corporatie in het sociale segment.
De ontmoetingsfunctie en de welzijnsactiviteiten zijn ook toegankelijk voor ouderen in de omliggende wijk.”56 De aanbieder die geselecteerd is voor de Thuisplusflat voldoet aan de volgende eisen: a) is gecontracteerd voor integrale Wmo-arrangementen in Rotterdam b) heeft contracten met zorgverzekeraar voor wijkgerichte zorg / persoonlijke verzorging c) heeft een overeenkomst met het zorgkantoor Rotterdam voor Wlz-thuis (VPT of MPT) d) heeft een samenwerkingsovereenkomst met de woningbouwcorporatie van het gebouw waarin bereidheid en betrokkenheid bevestigd wordt om bij te dragen aan het organiseren van het thuisplus concept e) het wooncomplex ligt niet in de directe nabijheid van een intramurale voorziening f) de woonomgeving dient aan een aantal randvoorwaarden te voldoen. Zo dient het gebouw te beschikken over een gezamenlijke ruimte, waaronder een woonkamer en keuken, dienen de woningen en algemene ruimten rollator toe- en doorgankelijk te zijn en dienen de woningen en gezamenlijke ruimten qua inrichting geschikt en bestemd voor ouderen te zijn. g) De aanbieder organiseert de zorg en ondersteuning in het complex met een vast team (herkenbaar en aanspreekbaar) van zorgverleners7. De bekostiging van het concept bestaat uit een plus op de Wmo-indicaties en is daarmee cliëntvolgend.
De gemeente onderzoekt -onder andere op basis van de inzichten uit de Maatschappelijke Businesscase- of deze wijze van bekostigen toekomstbestendig is8.
1.2. Drie Thuisplusflats onderzocht Binnen bovenstaande uitgangspunten hebben aanbieders de vrijheid gekregen om het concept invulling te geven. Hier wordt binnen de volgende flats uitvoering aan gegeven: Complex IJsselburg De Kulk Prinsessenflat Helgaflat Leyerwaard / Grienderwaard Laurensflat
Zorgaanbieder Humanitas Argos Lelie Zorggroep Lelie Zorggroep Aafje Laurens
Aantal woningen 191 262 495 283 440 237
Tabel 1: Overzicht Thuisplusflats
Op basis van de eerdergenoemde kenmerken is er in overleg met de stuurgroep gekozen om de Helga Flat (3.2.1), Leyerwaard-Grienderwaard (3.2.2) en de Laurensflat (3.2.3), nader te onderzoeken. In de gesprekken per flat zijn onderwerpen in een vaste structuur aan de orde gesteld: (1) startpunt voor Thuisplusflat; (2) Positie Thuispluszorgaanbieder; (3) Specifiek voor deze Thuisplusflat; (4) Bewonerscommissie / Activiteitencommissie i.c.m. activiteiten vanuit de Thuisplusflat; (5) Samenwerking met welzijnsorganisatie; (6) Samenwerking rondom complexe zorg en; (7) Samenwerking met woningbouwcorporatie. De beschrijving geeft de stand van zaken weer in de periode: zomer 2021.
5 Opdrachtomschrijving MKBA Thuisplusflat 29-01-2021 6 Aanbestedingsleidraad Tussenvoorzieningen Ouderen 7
Leidraad aanbestedingsprocedure Tussenvoorziening Ouderen
8 Opdrachtomschrijving MKBA Thuisplusflat 29-01-2021
MBC Thuisplusflat Rotterdam
7
1.2.1.
De Helga Flat
Wijk Rotterdam
Lage Land
Zorgaanbieder pilot
Lelie Zorggroep
Woningbouwcorporatie
Wooncompas
Aantal woningen
283
Aantal bewoners
380
Aantal gebouwen
1
Instroomeisen bewoners Inschatting gemiddelde leeftijd bewoners Bijzondere faciliteiten
Leeftijd 55+ of specifieke urgentieverklaring +/- 80 Gezondheidscentrum met onder meer een huisartsenpraktijk en fysiotherapeut. Fysieke aanwezigheid van assistent huismeester 5 dagen per week
Startpunt voor Thuisplusflat De Helga flat is een flat waarin historisch gezien verschillende aanbieders bewoners bedienen. Dit geldt voor zowel Lelie Zorggroep, Laurens, Aafje, Humanitas en enkele kleinere aanbieders. Dit lijkt beïnvloed doordat de woningbouwcorporatie op geen enkele wijze gelieerd is (geweest) aan een zorgaanbieder en sterk leunt op keuzevrijheid voor zorgaanbieder van de bewoner. De flat is al langere tijd specifiek voor ouderen bedoeld waardoor de bewoners die er al langer wonen in veel gevallen inmiddels de 80 jaar zijn gepasseerd, steeds kwetsbaarder worden en de zorgvraag toeneemt. Met name de laatste jaren zijn er daarnaast bewoners met een bijzondere zorgindicatie via Antes of Pameijer ingestroomd. In totaal gaat dit inmiddels om ongeveer 25 bewoners. Positie Thuispluszorgaanbieder: Lelie Zorggroep Lelie Zorggroep is sinds maart dit jaar gestart met het invulling geven aan het concept Thuisplusflat in de Helga flat. Het is opvallend dat Lelie Zorggroep slechts 13 Wmo cliënten (Hulp bij het Huishouden en begeleiding) heeft. Daarnaast bedient Lelie Zorggroep 6 cliënten voor de thuiszorg via de Zvw en 10 via de Wlz. Door onderaanneming is het aantal Wmo cliënten uit de flat uitgebreid tot 28. Daarnaast zorgt Lelie Zorggroep bij 40 cliënten (met name) uit de wijk voor geïndiceerde dagbesteding.
Het thuiszorgteam van Lelie Zorggroep werkt vanuit de Helga flat en daarnaast is Lelie Zorggroep mede-eigenaar van de Comfortwoning in het gebouw. Gegeven de zorgbehoefte van de bewoners in het gebouw, is het de verwachting dat Aafje en Laurens ook een substantieel deel van de bewoners bedienen. Desondanks zet Lelie Zorggroep in op het concept met de verwachting dat er ook een uitwisseling van cliënten gaat plaatsvinden. Dit is tot op heden niet het geval. Specifiek voor de Thuisplusflat: Team van de Wijk Lelie Zorggroep zet een ‘Team van de Wijk’ op en start met dit team in de Helga flat. Uiteindelijk heeft het als doel om met dit team in heel de wijk actief te zijn. Het ‘Team van de Wijk’ is een werk-leer-bedrijf waarin de Hulp bij het Huishouden (HBH) verzorgenden (Thuiszorg) en ambulante hulpverleners (begeleiding) samenwerken met werkbegeleiders en stagiaires van het Albeda en Zadkine en vrijwilligers. Het team is er voor alle bewoners en richt zich ook op bewoners buiten de flat, juist omdat de flat onderdeel is van de wijk.
MBC Thuisplusflat Rotterdam
8
Bewoners kunnen deelnemen aan het ‘Team van de Wijk’ nadat er een intake is gedaan door een werkbegeleider van Lelie Zorggroep. Vervolgens wordt er op basis van de behoefte van de bewoner gekeken wat het team kan betekenen in de ondersteuning van de bewoner. Dit kan zijn dat er door studenten een individuele of groepsactiviteit wordt ontwikkeld, de welzijnsconsulent van Buurtwerk wordt ingezet, of er gebruikgemaakt wordt van mantelzorgers of vrijwilligers voor ondersteuningsactiviteiten. Voor de bewoners die Hulp bij het Huishouden van de Lelie Zorggroep ontvangen zijn er Thuispluscoaches. Dit zijn HBH (Hulp Bij het Huishouden)-medewerkers die iets meer tijd krijgen om bijvoorbeeld een kop koffie te drinken en zij zijn goed op de hoogte van de mogelijkheden binnen het ‘Team van de Wijk’ zodat ze ook makkelijk hiernaar kunnen toeleiden. Deze medewerkers zijn verder aanvullend geschoold in de mogelijkheden van de virtuele thuiszorg die via de ‘Digideal010’ kunnen worden ingezet. Bewoners-/recreatiecommissie i.c.m. activiteiten vanuit de Thuisplusflat De gemeenschappelijke ruimte en bijhorende uitgebreide keuken in de Helga flat wordt beheerd door de bewonerscommissie. Hier worden ook (onafhankelijk van de Thuisplusflat) activiteiten door de bewoners georganiseerd. Door de geldende coronamaatregelen hebben deze langere tijd stilgelegen. Inmiddels worden deze weer opgestart.
Bij activiteiten die worden georganiseerd moet worden gedacht aan bijvoorbeeld Jeu de Boules, koffiedrinken, kaarten en borrelen. In het kader van de Thuisplusflat worden er aanvullend op de bestaande activiteiten door het ‘Team van de Wijk’ nieuwe activiteiten georganiseerd. Daarnaast stimuleert het ‘Team van de Wijk’ de bewoners om aan te sluiten bij de bestaande activiteiten van de bewonerscommissie. Tijdens activiteiten in het kader van de Thuisplusflat en van de bewonerscommissie zijn studenten en werkbegeleiders ook aanwezig en aanspreekpunt voor bewoners. Er wordt op ingezet om de activiteiten na een opstartfase zoveel mogelijk over te kunnen dragen aan vrijwilligers. Samenwerking met welzijnsorganisatie Buurtwerk is nauw betrokken bij de Thuisplusflat en heeft een medewerker specifiek aangewezen voor de Helga Flat en de Prinsessenflats (ook pilotflats voor de Thuisplusflats). Deze medewerker heeft samen met de medewerkers van het ‘Team van de Wijk’ deur-aan-deur gesprekken gevoerd over de behoefte van de bewoners en is betrokken bij het ‘Team van de Wijk’. Als resultaat van de deur-aan-deur gesprekken wordt er een poster gemaakt die input vormt voor verdere plannen. Daarnaast denkt de Buurtwerk-medewerker vanuit de welzijnspositie en kennis mee met het ‘Team van de Wijk’ in het ontwikkelen van passende activiteiten.
Voor wat betreft de dagbestedingsactiviteiten van Lelie Zorggroep binnen de flat en de preventieve dagbesteding in de wijk door Buurtwerk vindt zoveel mogelijk afstemming plaats. Samenwerking rondom complexe zorg Naast de ouder wordende doelgroep in de flat die naast hulp bij het huishouden ook behoefte hebben aan andere vormen van ondersteuning of begeleiding is er ook een groep in de flat met een complexere zorgvraag. Hiervoor is er een verpleegkundige ouderenzorg bij de huisartsenpraktijk werkzaam in de flat. Als onderdeel van haar werkzaamheden wordt er een MDO georganiseerd waarbij er afstemming plaatsvindt tussen behandelaren, huisarts en wijkverpleegkundige. Indien nodig gebeurt dit ook met behandelaren vanuit Antes of Pameijer, voor de specifieke doelgroep de zij bedienen. Woningbouwcorporatie: Wooncompas Wooncompas heeft binnen de Helga Flat een kantoor voor de assistent huismeester die veel aanwezig is en beschikbaar voor de bewoners. Doordat dit al jarenlang om dezelfde medewerker gaat is hij ook bekend bij veel bewoners. Naast de assistent huismeester is er een consulent die voor specifieke vraagstukken rondom bijvoorbeeld overlast en schulden kan worden ingeschakeld, maar die bijvoorbeeld ook positie heeft in het overleg rondom de Thuisplusflat.
MBC Thuisplusflat Rotterdam
9
1.2.2.
Leyerwaard - Grienderwaard
Wijk Rotterdam Zorgaanbieder pilot Woningbouwcorporatie
IJsselmonde Aafje Woonstad
Aantal woningen
440
Aantal bewoners
5249
Aantal gebouwen
2 (gekoppeld in de plint) 65+, fysieke beperking, of urgentieverklaring +/- 75
Instroomeisen bewoners Inschatting gemiddelde leeftijd bewoners
Startpunt voor Thuisplusflat Leyerwaard-Grienderwaard is een flat van twee aan elkaar verbonden gebouwen in IJsselmonde. In de plint tussen beide gebouwen bevindt zich een recreatieruimte met keuken. De flat is inmiddels een 55+ flat waarbij mensen van 65+ of met een fysieke beperking voorrang krijgen. In de geschiedenis is deze instroomleeftijd ook lager geweest. De locatie van de flat dicht bij een winkelcentrum en bij openbaar vervoer is voor veel bewoners een pluspunt. Positie Thuispluszorgaanbieder Aafje biedt in de flat aan zo’n 110 cliënten Huishoudelijke Ondersteuning (HO). Vanuit de wijkverpleging heeft Aafje zo’n 30 cliënten. Met name voor de Huishoudelijke Ondersteuning, maar waarschijnlijk ook voor de wijkverpleging is Aafje de grootste aanbieder in de flat. Specifiek voor Thuisplusflat: integraal Huishoudelijk Ondersteuningsteam Tot voor kort werd de HO door Aafje vanuit de wijk georganiseerd waardoor er zo’n 65 medewerkers in de flat actief waren. In het kader van de Thuisplusflat is er specifiek voor beide flats een team van HO+ medewerkers opgezet van 12 medewerkers en een coördinator. De HO+ medewerkers krijgen ten opzichte van de ‘normale’ huishoudelijke ondersteuning van Aafje ruimte om extra tijd te bieden wanneer de situatie daarom vraagt. Daarnaast zijn zij specifiek geschoold om hun signalerende functie te versterken.
Door de samenwerking in een vast team met een vaste cliëntengroep is het de verwachting dat er meer kennisoverdracht plaatsvindt. De Wmo begeleiding en wijkverpleging wordt door Aafje vanuit andere teams vanuit de wijk georganiseerd. De inzet is dat de HO+ medewerker vroeg kan signaleren en indien nodig wijkverpleging of begeleiding kan betrekken, daarnaast heeft de HO+ medewerker de focus op het voorkomen van eenzaamheid en het vroegtijdig inzetten van mantelzorgers. Het is de ervaring van Aafje dat wanneer de Wijkverpleging is betrokken, de ondersteuningsvraag vaak al groter is, terwijl er juist voordat deze grote ondersteuningsvraag er is het meest gewonnen kan worden op het gebied van het voorkomen van eenzaamheid. Door vanuit de wijkverpleging laagdrempelig contact te hebben met de HO+ kunnen deze medewerkers worden ondersteund en wordt er voorkomen dat er te veel van de thuiszorg wordt gevraagd. Wanneer de wijkverpleegkundige veel vergelijkbare vragen op het gebied van zorg in de flats herkend wordt hier een specifiek spreekuur voor ontwikkeld. Het eerste voorbeeld hiervan is valpreventie.
9 Extrapolatie o.b.v. aantal inwoners één van beide flats
MBC Thuisplusflat Rotterdam
10
Bewoners-/recreatiecommissie i.c.m. activiteiten vanuit de Thuisplusflat In de flat is een bewonerscommissie actief en tot voor Corona ook een recreatiecommissie. Deze is afgetreden na een conflict met Woonstad over de mogelijkheid om alcohol te schenken. Woonstad gaat de zaal nu zelf beheren. Elke bewoner die daar iets in wil organiseren is van harte welkom. Vanuit Aafje blijft men natuurlijk actief in het organiseren van activiteiten ten behoeve van de sociale cohesie. Ook is er een nieuwe groep vrijwilligers opgestaan bestaande uit bewoners die actief bezig zijn met het organiseren van nieuwe activiteiten. Er wordt zoveel mogelijk gestimuleerd om bewoners deze activiteiten zelf te laten organiseren. Denk hierbij aan activiteiten zoals jeu de boules, koffiedrinken, handwerken, bibliotheek, eigen rommelwinkeltje opzetten, klaverjassen & biljart. Tevens is de recreatiezaal vanaf heden (naast de georganiseerde activiteiten) iedere werkdag van 10.30 tot 12.30 uur geopend voor koffie en thee. Aafje en Woonstad ondersteunen deze vrijwilligers waar nodig en bouwen samen aan een nieuw meer divers aanbod. Aafje heeft sinds het opstarten van de Thuisplusflat een eigen ruimte in de flat voor de medewerkers en bewoners en daarnaast ontwikkelt Aafje zelfstandig activiteiten. Bij met name de betrokken bewoners is de eigen ruimte van Aafje bekend.
Het is de ervaring dat dit voor mantelzorgers en bewoners een laagdrempelige manier kan zijn om in contact te komen. De focus van Aafje ligt daarbij op het verzorgen van informatie en advies, bijvoorbeeld dor middel van spreekuren van de wijkverpleging, ergotherapeut en inloopmogelijkheden bij de coördinator. Daarnaast is er voor alle bewoners van de flat aanbod gericht op bewegen en ontspannen en gezonde voeding en ‘heldere geest’. Daarbij kan worden gedacht aan activiteiten zoals stoelyoga, jeu de boules en wandelen. Verder is er specifiek aandacht voor digitale vaardigheidstrainingen door middel van computerlessen en bewustwording over mogelijkheden voor aanpassingen in huis i.c.m. de comfortwoning. Voor Aafje is het wenselijk om zoveel mogelijk aanvullend te zijn op aanbod dat vanuit een recreatiecommissie wordt georganiseerd en bewoners verder te stimuleren om eigen activiteiten te organiseren. Door het ontbreken van een recreatiecommissie en actieve bewonersgroep was dit in de afgelopen periode een uitdaging. Woningbouwcorporatie: Woonstad Namens de woningbouwcorporatie is er een huismeester en een sociaal beheerder voor de flat. De huismeester is met name op afroep beschikbaar en heeft twee keer per week spreekuur voor de flatbewoners. Daarnaast is er een sociaal beheerder 1 dag per week beschikbaar voor met name onderwerpen als geluidsoverlast en veiligheid.
MBC Thuisplusflat Rotterdam
11
1.2.3.
De Laurensflat
Wijk Rotterdam Zorgaanbieder pilot Woningbouwcorporatie
Ommoord Laurens Maaswonen
Aantal woningen
237
Aantal bewoners
237
Aantal gebouwen
1
Instroomeisen bewoners Inschatting gemiddelde leeftijd bewoners Bijzondere faciliteiten
55+ of urgentieverklaring +/- 70 22 uur per week aanwezigheid huismeester. Verschillende andere faciliteiten in het gebouw zoals een tandarts, huisartsenpraktijk en fysiotherapeut
Startpunt voor de Thuisplusflat De Laurensflat is een flat in Ommoord die oorspronkelijk uit 2 delen bestaat, waarvan één deel een verzorgingshuis was. De woningbouwcorporatie (voorheen LaurensWonen, inmiddels Maaswonen) was tot voor kort aan Laurens gelieerd, waardoor Laurens als zorgaanbieder ook altijd al een behoorlijke positie binnen de flat heeft gehad. De flat is specifiek voor 55+ bewoners, of mensen met een bijzondere zorgvraag. De flat kent verschillende groepen bewoners met een niet-westerse achtergrond, zoals Antillianen, Surinamers en Hindoestanen. Positie Thuispluszorgaanbieder: Laurens Laurens bedient een grote groep bewoners in de flat; zo’n 60, daarnaast ongeveer 40 in de wijk rondom de flat. Daarnaast biedt het aan een kleinere groep bewoners begeleiding vanuit de Wmo. Door de overname van de Huishoudelijke ondersteuning van Aafje en het uitvoeren van Huishoudelijke Ondersteuning in onderaannemerschap van Middin en Humanitas ondersteunt Laurens ook zo’n 60 tot 80 cliënten met Huishoudelijke Ondersteuning in de flat. Specifiek voor de Thuisplusflat: integraal team i.c.m. welzijn De insteek voor de Thuisplusflat van Laurens is door de positie van Laurens en positieve samenwerking met Buurtwerk tweeledig: - Inzetten op integraal (zorg) team vanuit de wijkverpleging in samenwerking met Wmo begeleiding.
Inzet is om daarbij bewoners zoveel mogelijk te ondersteunen met ‘de handen op de rug’ met als doel mensen meer in beweging te houden. Een ander doel is het om medewerkers snel te laten signaleren en te laten aansluiten bij de behoefte van de bewoner. Dat de medewerkers werken vanuit hun kantoor in de flat in een kleinschalig team met vaste gezichten draagt hieraan bij;
MBC Thuisplusflat Rotterdam
12
-
Inzetten op welzijnskant i.s.m. Buurtwerk. Buurtwerk is vanuit de thuisplusgedachte binnen de flat gestart met een inventarisatie van behoeften bij bewoners. Vervolgens paste het ook om tijdens het versoepelen van de coronamaatregelen langzaam activiteiten te ontwikkelen en daar vrijwilligers bij te zoeken. Hierdoor wordt er geprobeerd om activiteiten voor en door een zo breed mogelijk publiek te ontwikkelen, waarbij men wil voorkomen dat één bewonerscommissie het monopolie op de activiteiten heeft. De verbinding tussen beide richtingen (integrale zorg en welzijn), de dagbesteding en woningbouwcorporatie wordt gemaakt in het vroegsignaleringsoverleg. Hierin zijn zowel de woonconsulent van Maaswonen, wijkverpleegkundigen (specifiek casemanager dementie) en thuisbegeleider van Laurens en de consulent van Buurtwerk betrokken. Op deze manier kan er multidisciplinair naar bewoners worden gekeken, bijvoorbeeld bij vraagstukken rondom veiligheid van bewoners met verslavings- en/of GGZ-problematiek. In die gevallen wordt de begeleiding vanuit bijvoorbeeld Pameijer ook betrokken. Bewoners-/recreatiecommissie i.c.m. activiteiten vanuit de Thuisplusflat Voor bewoners van de flat is er een bewonerscommissie die activiteiten organiseert in de gemeenschappelijke ruimte en deze ruimte met vrijwilligers beheert.
De activiteiten van deze commissie zijn door de coronamaatregelen gestopt en vervolgens door interpretatieverschillen van de maatregelen met de woningbouwcorporatie ook nog nauwelijks opgestart. In dit vacuüm is inmiddels Buurtwerk gestart met het organiseren van activiteiten en hiermee bewoners te betrekken. Vanuit het integrale zorgteam is er veel samenwerking met de wijk. Zo is er met de lokale supermarkt afstemming over bewoners en zijn er restaurants die specifiek voor de flat maaltijden bezorgen. Woningbouwcorporatie: MaasWonen De woningbouwcorporatie heeft voor het gebouw een woonconsulent en een huismeester. De huismeester is 24 uur per week aanwezig en heeft ook bewust een sociale functie. De woonconsulent heeft meerdere gebouwen onder haar verantwoordelijkheid, maar heeft ook veel contact in de flat en neemt deel aan het vroegsignaleringsoverleg.
1.3. Het algemene concept Thuisplusflat Op basis van bovenstaande foto’s wordt het beeld van hoe de Thuisplusflat in de praktijk vorm wordt gegeven scherper. Op basis van de overeenkomsten en verschillen tussen de drie foto’s en de beleidsuitgangspunten van de gemeente Rotterdam kan er een meer algemeen beeld van de Thuisplusflats worden gevormd. Het concept Thuisplusflat is een concept dat wordt uitgerold over bestaande 55-plus complexen van woningbouwcorporaties die vaak al een lange geschiedenis hebben, soms deels als verzorgingshuis. Het is een flat met een gemeenschappelijke ruimte en keuken en tussen de 200 en 400 sociale huurwoningen. De flats hebben leeftijdsgebonden instroomeisen. Het globale beeld is dat de gemiddelde leeftijd rond de 80 jaar ligt. Een klein deel van de bewoners voldoet niet aan de leeftijdsgebonden instroomeis doordat deze met een specifieke urgentieverklaring is ingestroomd, bijvoorbeeld vanuit een opvanglocatie of psychiatrie. (Deels) samenhangend met de gemiddelde leeftijd ontvangt een behoorlijk deel van de bewoners zorg en ondersteuning vanuit de Wmo en/of Zvw, of Wlz, bijvoorbeeld huishoudelijke ondersteuning, thuiszorg en/of begeleiding. Er is één zorgaanbieder in de flat die ‘het Thuisplusconcept’ uitvoert.
Dit is vaak, maar niet per definitie, een aanbieder die historisch gezien een sterke positie heeft in de flat, bijvoorbeeld doordat vroeger de woningbouwcorporatie onderdeel was van de aanbieder, of omdat er door dezelfde aanbieder ook dagbesteding in de flat wordt georganiseerd. Het is een zorgaanbieder met een aanbod op zowel Wmo huishoudelijke ondersteuning, als Wmo begeleiding en wijkverpleging gefinancierd vanuit de Zvw of Wlz. Op deze manier heeft de aanbieder de mogelijkheid om een integraal team van zorg en ondersteuning te organiseren. Zowel de woningbouwcorporatie en, in de meeste gevallen, de welzijnspartij van het gebied zijn betrokken bij het concept en de doorontwikkeling ervan en nemen hier in verschillende vormen ook aan deel.
MBC Thuisplusflat Rotterdam
13
In het vervolg van deze paragraaf worden twee onderdelen van de invulling van het concept besproken die op het moment van onderzoek (Q3-Q4 2021) onderscheidend zijn voor het algemene thuisplusconcept richting de bewoners, medewerkers en maatschappij. Beide onderdelen zijn de onderscheidende waardepropositie van het concept en worden in het vervolg van de maatschappelijke businesscase gebruikt om te kijken hoe deze effect veroorzaken bij bewoner, zorgaanbieder en de maatschappij. Het eerste onderdeel is het integrale team van zorg en ondersteuning (1.3.1) en het tweede onderdeel het stimuleren van bewegen, ontmoeten en zinvolle dagbesteding (1.3.2). Vervolgens wordt in paragraaf 1.3.3 de doelgroep van het concept met beide onderdelen beschreven en qua omvang inzichtelijk gemaakt. Ten slotte wordt in paragraaf 1.3.4 gekeken hoe deze doelgroep bereikt wordt.
1.3.1 Integraal team 1.3.3 Doelgroep
1.3.4 1.3.2 Ontmoeting, beweging en zinvolle dagbesteding
Figuur 3: Het algemene concept in verhouding tot de doelgroep
1.3.1.
Een integraal team van zorg en ondersteuning
Vanuit de Thuisplusflat werkt een integraal team van zorg- en ondersteuningsprofessionals met een sterke verbinding met de welzijnspartij. Vanuit dit team worden -in samenspraak met bewoners- ook (welzijns)activiteiten ontwikkeld. Dit team bestaat uit vaste gezichten en zijn aanspreekbaar en herkenbaar team voor zowel de door de Wmo gefinancierde zorg en ondersteuning als de Zvw en Wlz gefinancierde zorg en ondersteuning. In de praktijk gaat dit in de meeste gevallen om verschillende professionals met verschillende expertises (van huishoudelijke hulp tot wijkverpleegkundige) die vanuit verschillende teams (expertises) werken. Uitgangspunt is echter dat het gaat om vaste professionals voor de flat die aanspreekbaar zijn voor de bewoner op alle zorg en ondersteuning in de flat doordat zij nauw samenwerken met de andere disciplines. Afhankelijk van het ‘zwaartepunt’ van de zorgvraag in de flat en het totale aanbod van de Thuisplusaanbieder in de flat zijn er in de drie verschillende onderzochte thuisplusflats drie inrichtingswijzen zichtbaar: 1.
Integraal Thuisplusoverleg
Thuisplusoverleg
Thuiszorg
Wmo Hulp bij het Huishouden
Ambulante ondersteuning
Welzijn en primaire preventie
Woonconsulent
Figuur 4: Integraal Thuisplusoverleg
In deze situatie bestaan er voor elke discipline van zorg en ondersteuning afzonderlijke teams waarin specifiek medewerkers zijn benoemd die binnen de Thuisplusflat werken. Tussen deze teams is wekelijks afstemming. De leden wisselen signalen over bewoners uit welke bijdragen aan de uitwerking van het Thuisplusconcept.
MBC Thuisplusflat Rotterdam
14
2.
Integraal Huishoudelijk Ondersteuningsteam Integraal huishoudelijk ondersteuningsteam
Ambulante ondersteuning
Thuiszorg
Figuur 5: Integraal Huishoudelijk Ondersteuningsteam
In deze situatie wordt het Thuisplusconcept specifiek benadert vanuit de Huishoudelijke Ondersteuning. Uitgangspunt is dat de huishoudelijke ondersteuning met vaste gezichten en een vast team voor de flat werkt. Hierdoor hebben zij de mogelijkheid om vroeg te signaleren en door goede samenwerking met de thuiszorg en begeleiding in de wijk laagdrempelig deze professionals te kunnen betrekken. De coördinator van dit team zorgt voor afstemming met onder andere welzijn en de woningbouwcorporatie. 3.
Integraal team van professionals, stagiaires en vrijwilligers/bewoners
Hulp bij het huishouden Ambulante ondersteuning
Thuiszorg
Welzijn
Stagiaires
Vrijwilligers Figuur 6: Integraal team van professionals, stagiaires en vrijwilligers
In de derde situatie wordt het team gevormd in een samenwerking tussen formele en informele zorgverleners. Onderscheidend hierin is met name de positie van stagiaires en vrijwilligers in het team. De medewerkers vanuit hulp bij het huishouden zien hierin vanuit hun werk de meeste bewoners en hebben de mogelijkheid om laagdrempelig te kunnen toeleiden naar andere mensen uit het team.
1.3.2.
Stimuleren van ontmoeting, bewegen en zinvolle dagbesteding
Binnen de flats wordt er bewust gewerkt aan het versterken van de sociale cohesie en de vitaliteit. Dit kan door het stimuleren van ontmoeting door middel van georganiseerde activiteiten, maar ook door gezamenlijk bewegen, koken of de tuin onderhouden. Op deze manier wordt ingezet om een zorgvraag in de toekomst te voorkomen. Binnen het concept is veel aandacht voor de specifieke behoefte van de bewoner, bijvoorbeeld door bij alle bewoners een behoeftepeiling te doen en de mogelijkheden inzichtelijk te maken. Het doel is om zoveel mogelijk met de bewoners en vrijwilligers uit de wijk te organiseren, vaak in eerste instantie gestimuleerd en ondersteund door een medewerker en vervolgens steeds meer overgelaten aan de bewoners en vrijwilligers. In de verschillende flats wordt dit op een vergelijkbare manier gedaan, maar verschillend georganiseerd. Zo wordt hiervoor soms de welzijnspartij ingezet en wordt dit in andere gevallen meer vanuit de zorg en ondersteuning georganiseerd. Door een grote verscheidenheid van activiteiten met vrijwilligers en bewoners te organiseren is het de ervaring dat er zoveel mogelijk verschillende mensen uit de flat kunnen worden bereikt. De bewoners die helpen de activiteiten te organiseren voelen zich daarnaast nuttig en gewaardeerd. Een andere functie hiervan is om de sociale cohesie in de flat te versterken zodat eenzaamheid wordt voorkomen.
MBC Thuisplusflat Rotterdam
15
1.3.3.
Doelgroep
De primaire doelgroep van de Thuisplusflat zijn de oudere bewoners van de Thuisplusflat. Over het algemeen van 65 jaar en ouder. De secundaire doelgroep van de Thuisplusflat zijn de overige bewoners van de flats -vaak bewoners die met een specifieke reden zijn geplaatst, zoals statushouders- en de wijkbewoners. In deze paragraaf wordt ingegaan op hoe deze doelgroep wordt bereikt. De zorgaanbieder die als ‘Thuisplusaanbieder’ wordt aangemerkt, is binnen de flat één van de verschillende aanbieders van zorg en ondersteuning. In de pilotfase zijn afspraken gemaakt waarin zowel deelnemende aanbieders als gemeente zich inspannen om uitwisseling van cliënten te laten plaatsvinden en bij de instroom van nieuwe bewoners het Thuisplusconcept en de daaraan gelieerde aanbieder te benoemen. Op deze manier is het de verwachting dat de ‘Thuisplusaanbieder’ een groter percentage van de cliënten in de flat zal kunnen gaan bedienen. Tegelijkertijd is een belangrijk deel van het Thuisplusconcept, namelijk het stimuleren van ontmoeten, bewegen en zinvolle dagbesteding voor alle bewoners toegankelijk, onafhankelijk van of zij zorg en ondersteuning ontvangen en van welke aanbieder. Omvang van de doelgroep Zoals in paragraaf 3.3.3 beschreven kan de doelgroep worden onderverdeel in een primaire en secundaire doelgroep.
De primaire doelgroep zijn de bewoners van het complex van 65 jaar en ouder, terwijl de secundaire doelgroep de overige bewoners van het complex en de wijkbewoners zijn. De primaire doelgroep De huidige thuisplusflats hebben gemiddeld 318 woningen. De grote meerderheid van de woningen wordt bewoond door de primaire doelgroep, bewoners van 65 jaar en ouder. In onderstaande tabel wordt de verwachte omvang van deze doelgroep, bewoners van 65 jaar en ouder, weergegeven. Complex
Zorgaanbieder
IJsselburg De Kulk Prinsessenflat Helgaflat Leyerwaard / Grienderwaard Laurensflat Gemiddeld
Humanitas Argos Lelie Zorggroep Lelie Zorggroep Aafje Laurens
Aantal woningen 191 262 495 283 440
Verwacht aantal bewoners 65+10 191 262 495 283 440
237 318
237 318
Tabel 2: Geschatte primaire doelgroep Thuisplusconcept exclusief bewoners onder de 65 jaar
10 Deze bewoners zijn in de meeste gevallen alleenstaand. Op basis van ervaringen van de zorgaanbieders en de gemeente is het de
verwachting dat de omvang van de groep 65 jaar en ouder die gezamenlijk woning bewonen ongeveer gelijk is aan de groep die niet tot de primaire doelgroep in de flat behoort.
MBC Thuisplusflat Rotterdam
16
Op basis van wijkcijfers van de Zvw, Wmo en Wlz is er een inschatting gemaakt van het deel van de bewoners dat ook daadwerkelijk zorg en ondersteuning ontvangt11 Complex
Verwacht aantal bewoners 65+
Verwacht aantal Wmo cliënten
IJsselburg De Kulk Prinsessenflat Helgaflat Leyerwaard / Grienderwaard Laurensflat Gemiddeld
191 262 495 283 440 237
40 48 90 52
Verwacht aantal ZvW wijkverpleging cliënten 30 39 74 42
Verwacht aantal Wlz Zorg Thuis cliënten 3 3 5 3
92 43 61
69 35 48
6 3 4
Tabel 3: Gebruik zorg en ondersteuning primaire doelgroep
De secundaire doelgroep De secundaire doelgroep bestaat uit de wijkbewoners nabij de flat en de overige bewoners van de flat. Dit kunnen jongeren zijn die als vrijwilliger bijdragen in de flat, maar kunnen ook ouderen en/of kwetsbaren zijn die meedoen aan een activiteit in de flat. Doordat dit in de praktijk nog maar zeer beperkt voorkomt worden de potentiële effecten van het concept op deze doelgroep niet meegenomen en is het daarom niet noodzakelijk deze doelgroep verder uit te werken.
1.3.4.
Hoe worden bewoners bereikt?
Hoe worden deze mensen bereikt en in hoeverre is het concept ook voor wijkbewoners toegankelijk? Instroom van huidige bewoners Om bewoners kennis te laten maken met het nieuwe initiatief van de Thuisplusflat zijn professionals en/of vrijwilligers bij bewoners langs de deur gegaan om informatie te verstrekken over het concept en de behoefte van de bewoners te bepalen. Daarnaast wordt er getracht bewoners te bereiken door middel van flyers, informatieschermen en mond-tot-mondreclame. Wanneer een bewoner de behoefte tot zorg en/of ondersteuning ontwikkeld kan hij/zij hierover contact zoeken met de ‘Thuisplusaanbieder’, of kan dat bijvoorbeeld gedurende activiteiten worden gesignaleerd. Wanneer de bewoner zelf Wmo zorg aanvraagt via de vraagwijzer wijzen medewerkers van de vraagwijzer de bewoner op de mogelijkheid om de ondersteuning bij de ‘Thuisplusaanbieder’ af te nemen. Instroom van nieuwe bewoners Nieuwe bewoners van de Thuisplusflat krijgen een woning toegewezen via de woningbouwcorporatie. Door samenwerking tussen de woningbouwcorporatie en de Thuisplusaanbieder kan er op dat moment door de woningbouwcorporatie al gewezen worden op het aanbod van de Thuisplusflat. Daarnaast kan er in geval van een (nieuwe) ondersteuningsbehoefte gewezen worden op het bijzondere aanbod van de Thuisplusflataanbieder.
In het geval van een bestaande ondersteuningsrelatie met een andere aanbieder wordt er gedurende de pilotfase gekeken in hoeverre de aanbieders onderling tot afspraken komen om cliënten te stimuleren om over te stappen naar de Thuisplusaanbieder. Deelname van wijkbewoners Het is de doelstelling van de gemeente dat de Thuisplusflat ook open en beschikbaar is voor bewoners uit de wijk. Dit gaat dan met name om activiteiten die hier worden georganiseerd. In overleg met de woningbouwcorporaties en bewonerscommissies wordt dit in de Thuisplusflat vormgegeven.
11 Op basis van cijfers uit de gemeentezorgspiegel van Vektis is op wijkniveau een analyse gedaan van het zorggebruik onder
inwoners van 65 jaar en ouder. Hierbij is alle Wmo ondersteuning meegenomen, voor wat betreft de ZvW is alleen de wijkverpleging geïncludeerd en voor de Wlz alleen de Zorg Thuis.
MBC Thuisplusflat Rotterdam
17
Doordat de bewoners vaak in hun service fee meebetalen aan de algemene ruimte in het gebouw is het lastig om een ‘vrije inloop’ te organiseren. Daarnaast kan een complicerende factor zijn dat in het verleden afspraken met bewoners(-commissies) zijn gemaakt over specifiek gebruik van de ruimte voor flatbewoners. Wel kan er gewerkt worden met introducees of aanmeldsystemen voor bewoners uit de wijk. Het is de ervaring dat hier nog niet de nadruk op ligt. De eerste ambitie van de thuisplusaanbieders is namelijk om zoveel mogelijk bewoners uit de flat zelf te bereiken.
MBC Thuisplusflat Rotterdam
18
2. Bewonersperspectief Dit hoofdstuk beschrijft de toegevoegde waarde van een Thuisplusflat vanuit de ogen van de bewoners en zijn of haar naasten. De Thuisplusflat richt zich op twee onderdelen; het integrale team van zorg en het stimuleren van ontmoeten, bewegen, en zinvolle dagbesteding. Voor bewoners van de Thuisplusflats zijn dit belangrijke thema's. Het Thuisplusconcept wordt per flat verschillend ingevuld, maar in de ervaringen van de bewoners zijn grote overeenkomsten te zien. Herkenbaarheid; de herkenbaarheid van medewerkers in de flat en de Thuisplusflat als geheel wordt door de bewoners wisselend ervaren. Voor sommige bewoners is het erg relevant en is ervaren zij groot verschil met de situatie voordat de flat een Thuisplusflat werd. De herkenbaarheid creëert een mate van vertrouwdheid en veiligheid. Deze veiligheid maakt dat bewoners bijvoorbeeld 's avonds de deur weer uit durven te gaan. Andere cliënten ervaren geen verschil. Goede afstemming tussen zorg en hulpverleners; doordat er regie wordt gevoerd door de aanbieder in de Thuisplusflat, ervaren bewoners dat er betere afstemming is. Er wordt regie gevoerd bij incidentjes en kleine problemen worden snel opgelost. Dit wordt echter nog lang niet door alle bewoners zo expliciet ervaren.
Uitbreiding van het activiteiten aanbod; over het algemeen zijn er in de flats een divers aanbod van activiteiten, dat zich ontwikkeld. Voordat de flat een Thuisplusflat wordt bestonden er vaak al activiteiten die georganiseerd werden door een bewonerscommissie. Afstemming hiermee is voor de bewoners van belang zodat er situaties worden voorkomen waarin de bestaande commissies en de Thuisplusaanbieder tegenover elkaar komen te staan en de organisatiekracht van de bewoners behouden blijft en versterkt wordt. Ondersteuning van bewonersinitiatieven; door de integrale teams en de focus op ontmoeting zijn er meer mogelijkheden ontstaan voor bewoners om activiteiten te ontplooien. Zo is een bewoner die vroeger als kok werkte en nu maandelijks voor 40 bewoners een maaltijd kookt. Algemeen enthousiasme over het concept; er is onder bewoners op dit moment zeker een enthousiasme ontstaan voor het concept van de Thuisplusflat, maar ook een bepaald cynisme is aanwezig. Men wil graag eerst zien en dan geloven dat dit daadwerkelijk waarde toevoegt voor de bewoners en niet de zoveelste verandering is. Verandermoeheid is aanwezig en de veranderbereidheid onder de doelgroep is beperkt. Door goed aan te sluiten op de individuele behoeften van de bewoners en de bewoners mede-eigenaar van het concept te maken kan hier goed op worden ingespeeld.
In de volgende paragraaf komen de verhalen van drie fictieve bewoners van de Thuisplusflat naar voren die zijn samengesteld op basis van gesprekken met de bewoners in de zes Thuisplusflats.
2.1. Het verhaal van mevrouw Beckers (81 jaar) Mevrouw Beckers is een Rotterdamse inwoonster van de wijk Prinsenland in Rotterdam. Zij woont al 50 jaar in deze wijk. Ze is er komen wonen als gezin; vader, moeder en twee kinderen. Zij kregen destijds de mogelijkheid om een huurhuis te huren met tuin waar de kinderen in konden spelen. Nadat de kinderen al een tijdje uit huis waren en zij en haar man ouder begonnen te worden, hebben ze besloten om een appartement te huren in een van de nieuwe flats in de wijk. Deze flat was toen toegankelijk voor mensen van alle leeftijden. Ze huurden een hoekappartement op een gang met 20 andere buren. De buren kenden elkaar goed. Twee jaar geleden overleed de heer Beckers en mevrouw Beckers bleef alleen achter in haar huurappartement. De bewoners in de flat zijn inmiddels gemiddeld net zo oud als mevrouw Beckers, dit komt deels doordat de eerste bewoners er bleven wonen, maar ook doordat de flat door de woningbouwcorporatie alleen toegankelijk is gemaakt voor de populatie bewoners ouder dan 55 jaar en incidenteel mensen met een GGZ-achtergrond, statushouders of ex-detineerden. Haar kinderen wonen inmiddels ver weg en haar buren kende ze niet meer, sterker nog ze vond het best eng om in de avond alleen haar appartement te verlaten, ook al wist ze wel dat er activiteiten voor ouderen werden georganiseerd door een actieve bewonersvereniging.
Ze voelde zich eenzaam en maakte zich zorgen om haar gezondheid en huishouden. Ze had wel een goed gevoel bij de huismeester die ze af en toe zag en had personenalarmering aangeschaft, dit vergrootte het gevoel van veiligheid wel.
MBC Thuisplusflat Rotterdam
19
De flat waarin mevrouw Beckers woont is door de gemeente Rotterdam bestempeld als Thuisplusflat. Hierdoor ziet ze niet meer 40 verschillende zorgverleners in de flat rondlopen, maar herkent ze steeds meer gezichten van vaste zorgverleners, die haar ook herkennen. Dit geeft haar een prettig gevoel. Na de opening van de flat als Thuisplusflat kwam er een mevrouw langs om kennis te maken, te vertellen over de Thuisplusflat en te vragen naar wat mevrouw Beckers leuk vindt. Ze heeft vroeger veel naaiwerk gedaan en gaf dus aan het leuk te vinden om dit met andere bewoners te doen. Dit is inmiddels georganiseerd door de mevrouw van de zorgorganisatie in samenwerking met andere buren. Hierdoor heeft mevrouw Beckers nieuwe buren leren kennen, waar ze -naast de naaimiddagen- nu ook wel eens bij op bezoek gaat. In aansluiting op de naaiactiviteit blijft mevrouw vaak in de algemene ruimte eten. Een groep bewoners kookt hier twee keer per week een gezonde maaltijd. Tijdens de naaiactiviteiten werd voor mevrouw Beckers duidelijk dat de zorgorganisatie in de flat een plek had waar zij tijdens kantooruren beschikbaar waren voor vragen. Mevrouw Beckers maakte zich al een tijd zorgen over haar gezondheid en het huishouden, maar had geen idee hoe ze aan hulp kon komen. Nadat ze langs is gegaan bij de zorgorganisatie ze op weg geholpen. Ze maakt nu gebruik van de hulp in de huishouding.
De hulp in de huishouding gaf onlangs aan dat ze zag dat mevrouw soms niet gecoördineerd loopt, ze is wiebelig. De mevrouw van de zorgorganisatie die altijd in het kantoor zit in de Thuisplusflat, kwam langs om adviezen te geven over het voorkomen van vallen en regelde dat er beugels in haar appartement geplaatst werden. Ook wordt er binnenkort een beweegactiviteit in de algemene ruimte met een sportcoach georganiseerd waar mevrouw aan gaat deelnemen.
2.2. Het verhaal van meneer en mevrouw Zwijnenburg (72 jaar) Meneer Zwijnenburg woont al sinds zijn huwelijk in 1974 in Rotterdam. Tot zijn vervroegde pensioen is hij tramchauffeur geweest bij de RET. Zijn vrouw en hij hebben geen kinderen. Na het pensioen van meneer kregen zij de mogelijkheid om in de seniorenflat in de wijk een appartement te huren. Meneer vond in eerste instantie dat zij hier nog niet aan toe waren en genoot erg van zijn tuintje van het huis waar zij tot dan woonden. Na een bezichtiging van de flat trok de gemeenschappelijke ruimte hem echter over de streep. Hier werd elke zondag onder het genot van een drankje met een grote groep bewoners Feyenoord gekeken. Na afloop bleven er verschillende bewoners hangen om een potje te kaarten. Meneer en mevrouw Zwijnenburg zijn nu 10 jaar geleden verhuisd en meneer besloot direct lid te worden van de activiteitencommissie en spendeerde veel van zijn tijd o.a. aan het organiseren van de voetbalmiddagen. Daarnaast kent hij een vast groepje flatbewoners inmiddels heel goed en heeft hij inmiddels een goed beeld van wat er in de afgelopen jaren allemaal met de flat is gebeurd. De flat is oorspronkelijk gebouwd voor ouderen en deels voor kleine gezinnen. Al snel bleek dat het handig zou zijn dat de ouderen hulp dichtbij zouden hebben en werd er bedacht om studenten geneeskunde en verpleegkunde in de flat te laten wonen.
Iedere bewoner kreeg een kastje met alarmering en had zo 24/7 de mogelijkheid om een student op te roepen. Dit zorgde voor een gevoel van veiligheid in de flat. Uiteindelijk werd het steeds moeilijker om studenten hiervoor te vinden, onder andere doordat de vergoeding die zij hiervoor ontvingen steeds lager werd. De flat verwaarloosde en de leeftijdsgrens om alleen ouderen toe te laten werd losgelaten om toch maar de appartementen te vullen. In de jaren die volgden kwamen er steeds nieuwe initiatieven om de flat aantrekkelijker te maken, met gemengd succes. Wel kregen de bewoners van de woningbouw de ruimte om veel dingen zelf te organiseren en werd ook het schenken van drank gedoogd. De huismeester vanuit de woningbouw had hier een actieve rol in. Op het moment dat meneer en mevrouw Zwijnenburg in de flat kwamen wonen was de flat weer gewild onder ouderen en werden de activiteiten goed bezocht. Mevrouw heeft hier nooit veel behoefte aan gehad en bleef liever in haar appartement, of dronk een kopje koffie bij de buurvrouw. Meneer genoot juist erg van de gezelligheid beneden met het vaste clubje van bewoners, totdat de woningbouw besloot te gaan handhaven op het verbod om alcohol te schenken. Meneer ging samen met de activiteitencommissie in protest en besloot gefrustreerd de handdoek in de ring te gooien.