[23bb000219] Bijlage 4 behorende bij 23bb224 over Leerrechtaanpak Rotterdam onderzoek Verwey-Jonker
Tekst van het document
leerkracht van de leerrechtgroep zegt zelfs: "De impact van dit contact is een belangrijke aanvulling op wat wij als professionals doen. Die uitwisseling
die veel van elkaar kunnen leren: "De leerlingen met een vorm van autisme zien hoe het óók kan." (Leerkracht leerrechtpilot A. Willeboerschool)
kan alleen maar plaatsvinden omdat de groep in een school is gehuisvest.'' (Leerkracht leerrechtpilot A. Willeboerschool) *
*
De kinderen moeten nog meer tijd hebben om te kunnen te wennen. Uit de gesprekken blijkt dat de kinderen van de leerrechtgroep een langere
Er is een stabiele vertrouwensrelatie tussen de professional en het kind. De leerkracht en pedagogisch medewerker zien beiden de waarde van
periode nodig hebben om 'aan te komen' in een groep. In de eerste 3-5 maanden wordt wel goed gemonitord of de leerrechtgroep echt de juiste
een vertrouwensrelatie die kinderen tot leren kan brengen. Dat kan in sommige gevallen maanden duren, maar als de basis er staat, kan er op
omgeving is voor het kind, maar er moet nog verkend worden of er meer kan worden gewerkt met stagelopen.
het juiste moment op de leerbaarheid worden ingezet door de leerkracht en pedagogisch medewerker. De kleinere groep en de samenwerking tussen onderwijs en zorg geeft met name de leerkracht meer ruimte om te werken aan deze relatie. *
*
Professionals hebben (meer) ruimte om maatwerk te leveren... Voor kinderen wordt altijd een rooster op maat gemaakt, waardoor zij kunnen meebe wegen met de ondersteuningsbehoeften van een kind. ...maar hanteren toch een vaste structuur. Het team constateert dat de 'lichte' structuur die wordt aangebracht in het dagprogramma erg belangrijk is voor de kinderen. In het KDC hoeven de leidsters minder rekening te houden met de andere groepen. Op de leerrechtgroep is de week over zichtelijker, wat een groot succes is voor de kinderen: er wordt een hoger tempo gehanteerd, wat kinderen uitdaagt in hun ontwikkeling. Bron: A. Willeboerschool 22
Op organisatorisch niveau spelen de volgende werkzame elementen en bevorderende en belemmerende factoren bij de leerrechtaanpak op de A.
*
Er is een goede balans tussen de groepsruimte en een beschikbare individuele ruimte. Kinderen hebben de mogelijkheid om in de klas in een eigen hoek
Willeboerschool:
te zitten. Ook buiten de klas is er een ruimte beschikbaar waar de leer kracht 1-op-1 met een kind aan de leerdoelen kan werken. Deze ruimte is
*
exclusief beschikbaar voor de leerrechtgroep en zit tegenover de klas. Op deze manier is het uit de klas halen een taak die minimale inspanning
Partners werken continue aan een gezamenlijke probleemanalyse. Op bestuur lijk en uitvoerend niveau worden er thema's geïdentificeerd die belangrijk zijn voor het ontwikkelen van de samenwerking: wat zijn de knelpunten, wat moeten we structureel verbeteren? Een voorbeeld hiervan is het inte greren van de zorg- en schoolkalender, de toelaatbaarheidsverklaring
vraagt van zowel leerkracht als kind en kunnen kinderen buiten de klas structureel tot leren komen. *
of de afstemming van het OPP op het zorgplan. Dit soort gezamenlijke ontwikkelthema's worden bij de leerrechtpilot van de A. Willeboerschool bespreekbaar gemaakt. *
contactpersonen. Ook is het door drukte vaak niet mogelijk geweest dat de gemeente bij een stuurgroep aan kon sluiten. Over praktische zaken kon er daarom niet altijd snel worden geschakeld. Met name vervoer is
Er worden ook heldere afspraken gemaakt over een taakverdeling en de gedeelde selectiecriteria. Er wordt bij de kinderen in het KDC nu vooral gekeken
een blijvend aandachtspunt: ''Elk jaar is het weer een zoektocht logistiek: dan
naar de voor de leerrechtgroep nodige schoolse vaardigheden. In het KDC beoordeelt de orthopedagoog aan de hand van deze criteria: deze kinderen komen in aanmerking voor de leerrechtgroep, deze kinderen zijn op het
krijg je soms combinaties van kinderen, 8 kinderen in een busje... Dat is onver antwoord. Zon taxibedrijf zoekt ook, omdat ze wel de opdracht hebben, maar niet de ondersteuningsbehoefte kunnen bieden die gevraagd wordt, zoals die bij taxivervoer in de zorg regulier is. Dan heb je als school weinig invloed en
KDC gelukkiger. Daarbij heeft het geholpen dat over de loop van de tijd deze schoolse vaardigheden steeds explicieter zijn gemaakt. Er kon bijvoorbeeld ook meer worden gekeken naar groepssfeer en in hoeverre kinderen in een groep sociaal gedrag vertonen. Hoe kunnen verschillende typen kinderen *
*
De samenwerking met de gemeente kan nog verder worden ontwikkeld. Er zijn over de loop der jaren veel wisselingen geweest in de gemeentelijke
heb je de gemeente echt nodig.1' (Ib'er A. Willeboerschool)
elkaar aanvullen en van elkaar leren?
Op relationeel niveau spelen de volgende werkzame elementen en bevorde rende en belemmerende factoren een rol:
Er is sprake van grote betrokkenheid op bestuursniveau. Ook wanneer de organisatie van de leerrechtgroep goed gaat, blijft er sprake van inhoude
*
Partners hebben vertrouwen in elkaar en voelen zich gelijkwaardig. Op de A.
lijke en procesmatige betrokkenheid van de directie. Als er zaken minder goed lopen, heeft het uitvoerende team het idee dat ze bij hen aan kunnen
Willeboerschool ervaren de professionals dat zorg en onderwijs elkaar vertrouwen en 'elkaar het licht in de ogen gunnen'. Men houdt elkaar op
kloppen. De leerrechtgroep is onderdeel van de rest van de school. Uitvoerders hebben
de hoogte en dat gaat volgens betrokkenen eigenlijk altijd op een prettige manier.
afgestemd dat de kinderen samen kunnen buitenspelen, samen bij projecten kunnen meedoen en gebruik kunnen maken van de expertise van de reguliere ZML-klassen.
*
Er is regelmatig overleg met ouders. Dit gebeurt zowel in de zorgplanbesprekingen als de OPP-besprekingen. Ouders kunnen zo meedenken over de ontwikkeldoelen. Na drie tot vijf maanden wordt er gekeken of een kind op een passende plek zit.
23
Op professioneel niveau spelen de volgende werkzame elementen en bevor derende en belemmerende factoren een rol:
Op het niveau van ondersteunende systemen speelt, daar waar het gaat om werkzame elementen en bevorderende en belemmerende factoren, ten slotte
*
de kennisuitwisseling in de verschillende ICT-systemen. Onderwijs en zorg kunnen nu, onder andere door invoering van tweestapsverificatie, gebruik maken van hetzelfde systeem in ParnasSys en daar de gegevens over de
Onderwijs en zorg leren van eikaars wereld. Er wordt door het team ervaren dat onderwijs en zorg veel van elkaar leren. Dat gebeurt zowel in de context van de school, waar leerkracht en pedagogisch medewerker binnen de klas kennis uitwisselen, en ook breder in de school. Maar dit gebeurt ook op het KDC, waar de leerkracht de groepsleidsters kan stimuleren om te werken aan schoolse voorwaarden en de leerkracht weer kan leren over de omgang met gedrag: "Bij één jongen die hier instroomde dachten we: hoe is het moge lijk dat ze niet eerder hebben gezien dat hij naar onderwijs zou kunnen door stromen? Dan kijkt onderwijs toch wel echt met andere ogen. Andersom kunnen
*
*
kinderen van de leerrechtgroep inzien. Andersom kan de leerkracht in het zorgsysteem ONS van Lievegoed voor bijvoorbeeld de overdracht, de zorg plannen en het profielverslag.
4.2.
Pilot Dr. A. van Voorthuysenschool en Pameijer
In 2016 is de samenwerking tussen onderwijs en zorg gestart met de samen
we van het KDC veel leren over betrokkenheid." (Directeur A. Willeboerschool) Het team mist (meer) tijd om gezamenlijk te reflecteren en leren. Vanuit zorg en
werking tussen twee partijen: de Dr. A. van Voorthuysenschool (Stichting BOOR) en het Ontwikkelcentrum (OC) van Pameijer, waar behandeling wordt
onderwijs zijn intervisie en coaching anders geregeld, waardoor gezamen lijke reflectie en evaluatie nog niet in samenhang kan worden aangeboden.
geboden. Van de in principe 8 beschikbare plekken zijn er vier plekken beschik baar voor kinderen uit het OC Ellemare en vier plekken vanuit het reguliere
Ook kunnen zorgprofessionals nu nog niet aansluiten bij alle studiedagen en teambuildingsactiviteiten van de A. Willeboerschool, omdat zorgpro
ZML-onderwijs. Naast de leerkracht staat er altijd een pedagogisch mede werker van Pameijer op de groep.
fessionals daar geen uren voor kunnen schrijven. Pilot-overstijgend leren komt nog niet goed van de grond. Er wordt tussen een aantal pilots wel informatie gedeeld en er is vanuit de A. Willeboerschool
OC
contact met de andere scholen over de toekomstige pilot Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO). Maar op uitvoerend niveau is er nog weinig
*
ruimte geweest om bij elkaar mee te kijken. Hoewel de pilots qua populatie
Dr. A. van
slecht te vergelijken zijn, is de samenwerking organisatorisch wel verge lijkbaar. Daarover kan nog meer kennis worden uitgewisseld.
Voorthuysenschool
De continuïteit van de uitvoerende professionals is nog een risico. De uitvoer ders stellen dat het ideaal zou zijn als collega's elkaar kunnen vervangen, omdat het voor deze groep specifiek erg belangrijk is dat er vaste gezichten zijn. Onderling proberen ze dit vaak op te lossen, maar dit kan niet altijd.
Pameijer
Leerrechtgroep 8 leerlingen
24
4.2.1.
Welke doelgroep staat centraal?
Aan de pilot nemen acht kinderen deel, waarbij er vier kinderen uitstromen vanuit een Ontwikkelcentrum (OC) en vier kinderen vanuit verschillende onderwijsinstellingen (SO). De leeftijd van de kinderen varieert momenteel
I 1 '
van 8 tot 12 jaar. De deelnemende kinderen hebben een verstandelijke beper king en zijn gebaat bij een groep waar zowel een leerkracht en een pedagogisch medewerker samen voor staan: zo krijgen zij vanuit beide expertises de beste begeleiding om tot ontwikkeling te kunnen komen. De kinderen die vanuit een OC naar de leerrechtgroep gaan hebben baat bij een verdere ontwikkeling in een schoolse setting. Kinderen die vanuit onderwijs instromen, vinden een reguliere onderwijssetting vaal sociaal-emotioneel of cognitief te ingewikkeld en komen binnen de leerrechtgroep beter tot hun recht. Er zitten in de groep zowel kinderen die meer prikkels nodig hebben, als kinderen die baat hebben bij een rustigere omgeving en structuur. Bron: Dr. A. van Voorthuysenschool
Ook vanuit de Dr. A. van Voorthuysenschool bezoekt een leerkracht elke week het OC om te kijken welke kinderen toe zijn aan onderwijs. Er wordt gekeken of een kind zich verder zou kunnen ontwikkelen binnen een leerrechtgroep en/of het kind gebaat is bij een schoolse setting met alle aspecten die daarbij
4.2.2. Welke aanpak staat centraal? In 2016 is de leerrechtpilot gestart met een zogenoemde 'ontwikkelgroep' op de
horen. Het uitgangspunt is dat elk kind zich passend binnen zijn/ haar moge lijkheden zou moeten kunnen ontwikkelen. Wanneer de overstap naar de
Dr. A. van Voorthuysenschool. De kern van de aanpak van de ontwikkelgroep bestaat nog steeds uit de samenwerking tussen 1 pedagogisch medewerker
leerrechtgroep overwogen wordt, wordt ook ingeschat of het kind zich binnen een schoolse setting staande zou kunnen houden. "Wie is er geïnteresseerd in
en 1 leerkracht in een klas waarin zorg en onderwijs gelijk opgaan.
werkjes doen en langer op zijn stoel zitten?" (Leerkracht leerrechtpilot Dr. A van Voorthuysenschool). Op het OC kijkt er in totaal een team van pedagogisch
De kinderen zijn tijdens schooltijden op school aanwezig en volgen een dagprogramma. Binnen het onderwijs heeft ieder kind een OPP met daarbij
medewerkers van de groepen, de leerkracht, de orthopedagoog en de gedrags deskundigen mee.
een beoogde uitstroombestemming, waarover de leerkracht en pedagogisch medewerker samen met ouders in gesprek gaan. Binnen de school maakt de leerrechtgroep gebruik van de Ib'er van de school, en er is een eigen logopedist en fysiotherapeut gekoppeld aan de leerrechtgroep vanuit het multidiscipli naire zorgteam van Pameijer.
25
De leerkracht is op het OC om haar onderwijs expertise aan de kinderen in de groep en/of individueel en/of aan de pedagogisch medewerker toe te voegen,
* *
Zintuiglijke ontwikkeling Communicatie
zodat de kinderen zich zo optimaal mogelijk kunnen ontwikkelen Naast dat er elke week een leerkracht van school naar het OC gaat om daar kinderen te
* *
Taakgerichtheid Sensopathisch vermogen
signaleren die mogelijk kunnen instromen op school of de pilotgroep, worden kinderen ook individueel voorbereid op het naar school gaan. Tevens worden
* *
Beurtgedrag Persoonlijke ontwikkeling
pedagogisch medewerkers op het OC gecoacht bij het stimuleren van de schoolse voorwaarden bij de kinderen. Ter ondersteuning levert de leerkracht
* *
Creatieve ontwikkeling Oriëntatie op tijd
hiervoor indien passend ook didactische materialen aan.
* *
Wonen en vrije tijd Bewegingsonderwijs
*
Oriëntatie op lichaam
4.2.3. Welke doelen staan centraal? Hoe worden doelen bijgehouden en gemonitord? Het ontwikkelingsperspectief van het kind wordt gestuurd door de informatie in het Ontwikkelingsperspectief Plan (OPP). Naast het OPP wordt er door de
Op basis van het totaalprofiel wordt opgeschreven wat een kind in een jaar heeft laten zien als het gaat om de leerontwikkeling, en wat op basis daarvan de verwachte uitstroomprognose zal zijn.
zorgprofessionals een op maat gemaakt zorgplan bijgehouden. Deze doelen worden altijd afgestemd met en waar passend in het OPP overgenomen.
Hoe zien de doelen er in de praktijk uit? De beoogde uitstroomplek is voor veel kinderen een Voortgezet Speciaal
In het document staat de informatie die relevant is voor het onderwijs en de informatie die door de zorgaanbieder wordt opgenomen. Met behulp van het
Onderwijs (VSO) leerrechtpilot. Kinderen van de Dr. van Voorthuysenschool zijn tot nu toe niet teruggestroomd naar het OC en stromen in sommige gevallen
document kunnen er keuzes worden gemaakt over de beoogde uitstroombestemming van een kind. De uitstroombestemming wordt onderbouwd door
door naar een klas binnen de Dr. van Voorthuysenschool of een andere reguliere ZML-school. Uitstroom naar een 12+ OC van Pameijer is in het verleden wel
de volgende gegevens over het kind:
gebeurd, omdat er tot op heden nog geen VSO-locatie is gerealiseerd vanuit de leerrechtaanpak. Voor het uitvoerende team gaan de doelen van de leerrecht-
* *
Schriftelijke taal Mondelinge taal
* *
Sociaalemotionele ontwikkeling Basisvoorwaarden
pilot met name om het kind in een ontspannen fase houden, zodat een kind tot leren kan komen. Dat is volgens de uitvoerders een andere benadering dan wanneer onderwijs aan een bepaalde ontwikkeling moeten voldoen. Éen van
* *
Zelfredzaamheid Rekenen
* *
Leren Spelontwikkeling
de belangrijkste Plancius-doelen voor de leerrechtgroep is zelfredzaamheid.
26
4.2.4. Korte schets van de elementen en factoren op de Dr. A. van Voorthuysenschool
*
Er is een grote meerwaarde van het multidisciplinaire team. Kinderen maken ook gebruik van het multidisciplinaire team binnen school en het OC. De
Op inhoudelijk niveau zien we dat de volgende werkzame elementen en bevor
Dr. A van Voorthuysenschool en Pameijer hebben afgesproken dat de inzet van de fysiotherapeut en logopedist allemaal ook voor deze groep beschik
derende en belemmerende factoren een rol spelen bij de ontwikkeling van de kinderen van de leerrechtpilot op de Dr. A. van Voorthuysenschool:
baar is. In de praktijk weten ze elkaar te vinden, maar kan er nog meer kennis worden uitgewisseld met de reguliere multidisciplinaire teams en
*
*
De extra inzet op sociaalemotionele ontwikkeling en mogelijk moeilijk verstaan
*
het multidisciplinaire team van Pameijer. Hier wordt meelopen in de leerrechtgroep juist als verwarrend gezien voor de
baar gedrag zorgt ervoor dat kinderen zich veilig voelen en tot leren komen. Het aanzetten van de ontwikkeling lukt door in eerste instantie te zorgen dat
kinderen. Professionals geven aan dat er vanuit de samenwerking met het multidisciplinair team en het OC zo een goed beeld is van een kind, dat het
kinderen zich veilig genoeg voelen om te leren. In de klas zien de pedago gisch medewerker en leerkracht dat de kinderen lief zijn voor elkaar en
niet nodig is dat het kind altijd eerst komt meelopen voordat deze start in de groep. Ze geven aan dat het meelopen vanuit het OC vaak verwarrend
naar elkaar omkijken. Er is contact met de kinderen met andere klassen. Dit gebeurt niet structureel,
kan zijn, omdat niet altijd definitief besloten is dat een kind terecht kan in de leerrechtgroep. Ook hangt het er vanaf hoe ouders tegenover het
maar zoveel mogelijk en als het van meerwaarde is. Het is een onderdeel om de zelfredzaamheid te ontwikkelen. Buitenspelen gebeurt sinds corona
meelopen staan: als een kind meeloopt en vervolgens niet wordt toege laten tot de groep, kan het zijn dat ouders hun kind hierin proberen te
bijvoorbeeld nog steeds gescheiden van de andere groepen - de kinderen geven zelf aan dat ze dit prettig vinden, maar in het nieuwe schooljaar is
beschermen. Er is bij de uitvoerders meer animo voor het meelopen op de uitstroombestemming, waarbij kinderen op de nieuwe locatie kunnen
het plan om nog een keer te kijken of de kinderen weer op het gezamenlijke schoolplein willen buitenspelen. Toch vindt er soms ongepland contact
meelopen en de leerkracht kunnen leren kennen. Ze vragen zich af hoe ze hierin gefaciliteerd gaan worden, ook door de gemeente.
plaats tussen kinderen met de reguliere groepen: "Twee weken geleden kwamen er drie kinderen van de reguliere groep 8 in onze klas voorlezen, als afscheid van de voorleesjuf 1 van de jongens bleek erg te stotteren. Ook onze kinderen in onze kring gingen toen heel lief helpen." (Leerkracht leerrecht*
groep Dr. A van Voorthuysenschool) Professionals leveren maatwerk. Het team geeft aan dat het draaien van de leerrechtgroep om maatwerk vraagt. Ze zijn constant bezig met uitgaan van de intrinsieke motivatie en kijken naar het kind: eer dat ze hier zijn hebben ze al een reis achter de rug. "Dan zorg je eerst dat die rust weer erin komt en dat een kind zich weer veilig voelt, voordat je iemand wat aan gaat leren." (Pedagogisch medewerker leerrechtgroep Pameijer).
27
overwegingen erg belangrijk zijn. Er kijkt een team van orthopedagogen, gedragsdeskundigen, pedagogisch medewerkers mee naar de kinderen uit het OC die goed bij de leerrechtpilotgroep zouden passen. Betrokken professionals vinden het ideaal als dit proces zo gezamenlijk mogelijk kan *
worden ingericht. De samenwerking met de gemeente kan nog worden uitgebreid. Zo staat het thema voor de uitbreiding van de leerrechtpilot buiten Rotterdam ook op de agenda, maar hier zijn nog geen gesprekken over gevoerd. Ook mist de pilot nog meer inspanning van de gemeente in het vervullen van een ambassadeursrol richting het ministerie. Momenteel ervaren betrokkenen
" fe •7 f
yr
dat de gemeente niet die ambassadeursrol oppakt bij het duurzaam maken van de pilot. *
De beschikbare fysiek ruimte blijft een uitdaging. Alle ruimten in de school zitten vol. Deze doelgroep heeft binnen de school een aparte, beschermde ruimte nodig. Zo kunnen ze onderdeel zijn van de school, maar kunnen ze zich indien nodig ook terugtrekken Betrokkenen geven aan dat goede zorg en goed onderwijs valt of staat bij hoe het pand en de omgeving zijn ingericht.
Bron: Dr. A. van VoorthuysenschooL
Op organisatorisch niveau spelen de volgende factoren en elementen een rol: Op relationeel niveau spelen de volgende elementen en factoren een rol: *
*
Er is flink geïnvesteerd in een breed gedragen visie. Op zowel bestuurlijk als uitvoerend niveau is vanaf het begin duidelijk geïnvesteerd in het
*
Vertrouwen tussen bestuurders en uitvoerders is essentieel. De uitvoerders
draagvlak voor een gezamenlijke visie op de samenwerking. De visie is in een klein groepje met de directeur, manager, productontwikkelaar, coör
geven aan hoe belangrijk het is dat je het gevoel hebt dat de directeur achter je staat. De druk van het voldoen aan de onderwijsdoelen en de
dinator, gedragsdeskundigen en de Ib'er uitgewerkt. Daar is bestuurlijk commitment uit voortgekomen: ''Dit gaan we doen, en hier grijpen we elke
registratie komen allemaal op hen af, en tegelijkertijd zoeken ze naar vrij heid: het doel van de leerrechtgroep is dat de kinderen zich prettig voelen
keer op terug." (Manager Pameijer). De uitvoerders sluiten af en toe ook aan bij de stuurgroep, maar zitten ook in een aparte werkgroep met gedrags
en daardoor kunnen ontwikkelen. Professionals vinden het belangrijk vanuit het bestuur ook steun en ruimte te voelen zodat zij als professional
deskundigen. Zo proberen betrokkenen overkoepelende thema's te iden tificeren en zorg- en onderwijsdoelen zo veel mogelijk te synchroniseren.
maatwerk kunnen blijven leveren. De gesprekscycli met ouders worden zoveel mogelijk afgestemd. Zowel onder
Er wordt gezamenlijk gekeken naar de juiste match voor de groep. Van de eerste lichting kinderen heeft men geleerd dat gezamenlijke en zorgvuldige
*
wijs als zorg heeft verplichtingen om zaken te rapporteren. Waar kan worden de gesprekken afgestemd, zodat ouders niet twee keer naar school
28
hoeven te komen. Zo wordt de gesprekscyclus dus wel op elkaar afge stemd. Rond beschikkingen of indicaties vanuit de gemeenten zijn echter weer andere cycli die spelen, waardoor dit niet altijd mogelijk is. In de gesprekken met ouders wordt het OPP in het begin, halverwege en aan
je die behoefte meer hebt. Maar bij ons loopt het dus wel lekker." (Leerkracht Dr. A van Voorthuysenschool). *
het einde van het jaar besproken.
Het verlies van expertise is een reëel risico. Het personeel is op deze locatie vrij stabiel. Professionals vinden werken in een context van combinatie tussen zorg en onderwijs vaak leuk. Maar vanuit school kan het draag vlak nog wat breder worden. Er is nu één groep met één pedagogisch
Op professioneel niveau zijn de volgende factoren en elementen geïdentifi ceerd die een rol spelen op de Dr. A van Voorthuysenschool:
medewerker en één leerkracht, dus het is een risico dat de expertise niet behouden kan worden. Daarom moet de expertise nog verder worden uitgebreid in de school.
*
*
Zorg en onderwijs hebben geïnvesteerd in van elkaar leren. Ook bij de pilot op de Dr. A van Voorthuysenschool vullen zorg en onderwijs elkaar aan. Dat heeft ook te maken met de investering die is gedaan voor een leer
Op het niveau van ondersteunende systemen is gevonden dat op de Dr. A van Voorthuysenschool de uitvoerende professionals bij elkaar in het systeem
kracht die nu wekelijks naar het OC gaat om daar te ondersteunen en voor te bereiden. Tegelijkertijd ervaart de pedagogisch medewerker nog niet
kunnen kijken naar het OPP en het zorgplan. Op basis hiervan gaan zij met elkaar in gesprek over de ontwikkeling van het kind en de beoogde uitstroom-
direct aansluiting te hebben bij het multidisciplinaire team van de school, waardoor daar nog beperkt kennis wordt uitgewisseld.
bestemming. Toch is het in sommige gevallen moeilijk om het leveren van maatwerk te combineren met de registratie in het leerlingvolgsysteem:
Professionalisering gebeurt in gezamenlijkheid, maar moet weer worden opgepoetst. Er wordt aangegeven dat studiedagen gezamenlijk worden
wanneer een kind kan worden aangezet tot leren door te tellen in duizenden, maar nog niet goed tot 20 kan tellen, is dat lastig te verantwoorden.
georganiseerd, omdat de pedagogisch medewerker ook onderdeel is van de school. Op studiedagen komen vaak mensen van Pameijer, die komen uitleg geven over hoe kinderen zich sociaal-emotioneel kunnen ontwik kelen. De ontwikkelingsfasen van Došen kunnen professionals bijvoor
*
4.3.
Pilot Tyltylschool en ASVZ
Op de Tyltylschool is vanaf de start van de leerrechtaanpak in 2016 een pilot-
beeld gebruiken om de sociaalemotionele ontwikkeling van kinderen in kaart te brengen. Anderzijds zou gezamenlijke professionalisering nog
groep gestart. In deze pilot wordt samengewerkt tussen het KDC Lombardijen van ASVZ en de Tyltylschool. Er staan op dit moment twee pedagogisch mede
meer vorm kunnen krijgen door ook leerkrachten training te laten geven op het OC. Zo kan er over en weer ook meer kennis worden gedeeld: "De
werkers van ASVZ op de groep (4 collega's die allen 2 of 3 dagen werken). Aan de groep is ook een leerkracht verbonden voor 0,6fte. De leerkracht die aan
afgelopen 2 jaar is dat allemaal een beetje vervaagd. Het moet weer een beetje opgepoetst worden.'1 (Manager Pameijer).
de groep verbonden was, is in maart 2022 met zwangerschapsverlof gegaan. Deze functie is op dit moment vacant. Daarnaast is er één Ib'er vanuit de
...ook op overkoepelendpilotniveau. De contacten die tussen de pilots hebben plaatsgevonden, waren erg kort. Wel is de behoefte aan overkoepelende
school en één orthopedagoog beschikbaar. Naast wisselingen in het uitvoe rende team zijn er de afgelopen jaren ook wisselingen geweest op het directie
kennisuitwisseling hier minder groot: "Als het niet lekker loopt, snap ik dat
niveau op de Tyltylschool. Sinds schooljaar 2021-2022 heeft de leerecht groep op de Tyltylschool de naam 'groep Mint' gekregen.
29
4.3.2. Welke aanpak staat centraal? KDC Tyltylschool
ASVZ
Op groep Mint van de Tyltylschool worden de kinderen dagelijks begeleid door twee pedagogisch medewerkers. De leerkracht sluit 3 dagen per week aan op de groep. De kinderen zijn in principe vijf dagen per week op school. Het dagprogramma van de groep bestaat uit een vast rooster met een dagstruc tuur met, naast een zorgaanbod met ruimte voor beweging en begeleiding in gedragsaspecten, drie lesmomenten. De lessen worden vormgegeven aan de
Leerrechtgroep 8 leerlingen
hand van thema's, die per periode wisselen. Als leidraad worden de Planciusleerlijnen en leerlijnen CED-ZML gebruikt. De leerkracht maakt het lesmate riaal voor vijf dagen. Zij geeft de lessen op de drie dagen dat ze aanwezig is en op de andere twee dagen voeren de pedagogisch begeleiders de lessen uit. Om
4.3.1.
Welke doelgroep staat centraal?
het onderwijsaanbod vorm te geven wordt voor rekenen een methode gebruikt. Voor lezen is dit ook de wens, maar dit gebeurt nog niet.
Aan de pilot op de Tyltylschool nemen momenteel 6 kinderen deel. Normaliter
Naast het dagprogramma is er ruimte voor maatwerk, waarover begeleiders
doen er 8 kinderen mee, maar vanwege recente uitstroom terug naar het KDC van een kind en verhuizing van een ander kind is dat nu niet het geval.
en de leerkracht onderling afstemmen. Op groep Mint wordt, vergeleken met op het KDC, wel meer aanpassing van de kinderen in de groep gevraagd:
De kinderen van de groep zijn allen tussen de 6 en 10 jaar. Qua cognitieve ontwikkeling zitten de kinderen uit deze groep allemaal in leerroute 2 of 33.
"Hier merk ik dat we het dagprogramma meer leidend laten zijn... En
Kinderen stromen in vanuit het Kinderdagcentrum (KDC) Lombardijen van
natuurlijk pas je daarin altijd aan op een kind. Maar op het KDC was je meer in beweging met het aanpassen aan ieder kind."
ASVZ, die daar in een groep zaten met ontwikkelingsgericht aanbod. Het zijn kinderen "die tussen wal en schip vallen omdat ze meer kunnen dan een KDC, maar
(Pedagogisch medewerker ASVZ Leerrechtgroep Tyltylschool)
nog niet klaar zijn voor ZML" aldus een van de pedagogisch medewerkers. Voor het selecteren van de kinderen wordt afgestemd tussen de begeleiders van het
Het verschil tussen het aanbod op het KDC en in groep Mint is volgens een van de betrokken pedagogisch medewerkers dat het onderwijsaanbod op de
KDC en de orthopedagoog van de Tyltylschool. Daarbij wordt gekeken voor wie onderwijs echt een meerwaarde is.
Tyltylschool cognitief wat uitdagender is dan het programma wat de kinderen eerder op het KDC volgden. Ook ligt het tempo in groep Mint wat hoger.4 Verder biedt deelname aan de leerrechtpilot, vanwege betrokkenheid van een
3
Voor een uitleg over de verschillende leerroutes zie Kiezen in rekendoelen met leerroutes van Passende Perspectieven (wij-leren.nl)
4
Zie ook Projectplan ASVZ KDC Lombardijen en Tyltylschool.
30
leerkracht bij het programma, de mogelijkheid om vanuit didactisch perspec tief zicht te krijgen op mogelijke kennishiaten van de kinderen. Zo stelt de leerkracht van de Tyltylschool: "Ze konden allemaal tot 10 tellen, maar 'hoeveel' wisten ze niet. Daar zijn we heel erg mee bezig geweest. Nu zie je wel: pak er nou eens twee, en dan doen ze dat ook. Dat zijn stappen waar ik dan trots op ben."
4.3.3. Welke doelen staan centraal? In de leerrechtpilot groep op de Tyltylschool staan zowel sociaal-emotionele ontwikkelingsdoelen als cognitieve ontwikkelingsdoelen centraal. Voor instroom vanuit het KDC wordt, in afstemming met de orthopedagoog van de Tyltylschool gekeken of onderwijs echt een meerwaarde voor het betref fende kind is.
(Leerkracht Leerrechtgroep Tyltylschool)
Op soms tegelijkertijd buitenspelen en de taxi na zijn er momenteel bijna geen momenten waarop de kinderen van groep Mint contact hebben met andere kinderen van de school. Bij de start van de pilot werd er groepsdoorbroken gewerkt met een andere klas van de school, maar dat gebeurt nu niet meer.
Hoe worden doelen bepaald en bijgehouden? De onderwijsdoelen worden onder andere afgeleid uit de Plancius en ZML-leerlijnen. Op het KDC wordt ook binnen een ontwikkelingsgericht aanbod gewerkt vanuit de Plancius en ZML-leerlijnen. Leerroute 2 en 3 hebben ZML-leerlijnen - Plancius is leerroute 1, deze doelen worden vaak doorlopen voordat er met de stof voor leerroute 2 en 3 wordt begonnen (meer voorwaarde lijk). Op de leerrechtgroep komen hier leergebied overstijgende doelen bij, zoals je aan elkaar en de groep aanpassen en je voegen in een dagstructuur. Kinderen van de leerrechtgroep krijgen hiermee te maken door nu mee te draaien in een klas binnen een schoolse setting. Naast het vaste onderwijsprogramma waaraan in principe alle kinderen van de groep meedoen, wordt gekeken naar de individuele ontwikkelingsdoelen per kind. De individuele ontwikkelings
dtfľŵ-y
doelen van de kinderen zijn heel divers en liggen op zowel sociaal-emotioneel vlak (bijvoorbeeld het ontwikkelen van zelfstandigheid, relatie opbouwen met anderen waaronder de leerkracht) als op cognitief vlak: Uîiīe
"Op het KDC starten het merendeel van de kinderen tussen 9 en 10, waar ze vaak de ruimte krijgen om eerst nog te spelen voordat er gestart wordt met het dagprogramma. Op Mint starten de kinderen een uur eerder en gaan gelijk aan hun taak. Zowel op het gebied van zelfstandigheid als qua werkhouding ligt de Bron: Tyltylschool
lat op Mint hoger. Op Mint is het dagprogramma leidend met daarin ruimte voor individuele aanpassingen. Op het KDC was mijn ervaring dat er meer werd gekeken naar het aapassen aan ieder kind waardoor het dagprogramma regelmatig anders liep dan gepland." (Pedagogisch medewerker ASVZ leerrechtgroep Tyltylschool)
31
De onderwijsontwikkeling van individuele kinderen wordt door de leerkracht bijgehouden in het leerlingadministratie- en -volgsysteem (LVS) ParnasSys.
4.3.4. Korte schets van elementen en factoren op de Tyltylschool
Voor de zorgkant wordt door de pedagogisch begeleiders PlanCare gebruikt. Omdat de uitvoerend zorg- en onderwijsprofessionals geen toegang hebben tot elkaars systemen, kijken zij met elkaar op papier mee naar de ontwikke
Op inhoudelijk niveau zien we dat de volgende werkzame elementen en bevor derende en belemmerende factoren een rol spelen bij de ontwikkeling van de kinderen van de leerrechtpilot op de Tytylschool:
ling van individuele kinderen. Hoewel er idealiter meer integratie van beide systemen zou zijn, wordt het registreren van onderwijsontwikkeling in een
*
systeem op zich als een van de grote successen van de leerrechtpilot ervaren:
De vaste groep biedt ruimte voor opbouwen van een vertrouwensrelatie tussen professional en kind... De pedagogisch medewerker geeft aan dat groep
"Ik denk wel dat het een succes is dat we inmiddels meer onderdeel zijn van de
Mint de kans biedt om tussen de begeleiders en het kind een relatie op te bouwen. Het feit dat er een vaste groep is en dat kinderen niet ieder
school, dat de kinderen gevolgd worden in een school-leersysteem, waardoor die ontwikkelingsvoortgang zo wordt geregistreerd en doorstroom naar ander speciaal onderwijs inzichtelijker wordt. Dat administratiesysteem is wel belangrijk."
schooljaar uitstromen naar een andere klas met een andere professional, zoals in reguliere klassen gebeurt, maakt dat er aan de relatie gebouwd *
kan worden. .en dit maakt het mogelijk te kijken wat ieder kind nodig heeft voor de eigen
(Pedagogisch medewerker ASVZ leerrechtgroep Ty ltylschool)
ontwikkeling. Het werken in een vaste groep, gedurende meerdere jaren maakt het voor professionals mogelijk te kijken wat de voorwaarden voor
Hoe ziet dat er in de praktijk uit? In groep Mint wordt er tussen de pedagogisch begeleiders en de leerkracht afgestemd over leerdoelen van individuele kinderen. De begeleiders bewaken
ontwikkeling van ieder kind zijn en hier via maatwerk op in te spelen. De schoolse setting die de leerrechtgroep biedt, waarin kinderen zich meer
daarbij voornamelijk de sociaal-emotionele leerdoelen via de ZML-leerlijnen en de leerkracht de doelen wat betreft cognitieve ontwikkeling. Bij deelname aan de leerrechtgroep staat één ding voor betrokken professionals voorop: uitstroom naar een regulier onderwijsgroep van het Speciaal Onderwijs is een mogelijkheid maar niet persé een doel. Of dit een optie is hangt af van het individuele kind. Eerder zijn er kinderen vanuit groep Mint uitgestroomd naar een ZML-school, maar ook naar een KDC. Wanneer een kind geschikt
*
moeten aanpassen aan elkaar en aan een programma wordt ook als bevor derende factor genoemd. *
Belang van aandacht voor dynamiek in de groep komt ook uit de gesprekken op deze pilot naar voren dat het belangrijk is aandacht te hebben voor de dynamiek in de leerrechtgroep. De leerkracht verwijst naar gedrags componenten van bepaalde kinderen in de groep die het soms nog lastig kunnen maken om tot onderwijs te komen.
geacht wordt voor uitstroom naar een SO-groep, wordt contact opgenomen met professionals van Passend Primair Onderwijs (PPO) Rotterdam die dan komen observeren. Samen met professionals en ouders wordt besloten wat de meest passende uitstroom is. Geen enkel kind is vanuit de leerrechtklas uitge stroomd naar een reguliere klas op de Tyltylschool, omdat de ondersteuningsbehoefte van kinderen uit de leerrechtgroep afwijkt van de ondersteuning die op de Tyltylschool regulier geboden wordt: er is doorgaans geen sprake van ernstig meervoudige beperkingen in de leerrechtgroep.
32
over de doelen van de aanpak is. Dat heeft te maken met het toegenomen aantal overleggen tussen partners. In de overleggen wordt er gesproken over de leerrechtgroep als onderdeel van de school en de bijhorende rol van de leerkracht in de groep. Eerder werden deze gesprekken heel lang
r.*
niet gevoerd, zo stelt een pedagogisch begeleider: "de doelen waarom we hier zitten. Dat is me jaren onduidelijk geweest: waar zijn we naar toe aan het
i]]iţi7t?n
werken? Wat willen we als team en voor de jongens bereiken, voor de kinderen? Komt er een uitstroomprofiel, is dat het doel?" (Pedagogisch medewerker *
ASVZ leerrechtgroep Tyltylschool). Kader, richtlijnen en sturing. De uitvoerend professionals geven aan het gevoel te hebben de pilot alleen vorm te hebben gegeven. Zo geven zij aan nog zoekende te zijn naar wat nu de fijnste manier is om binnen een leer rechtaanpak de combinatie te bieden van zorg en onderwijs. Daar worden sturing en heldere afspraken over de rollen van verschillende professionals
*
soms nog gemist. Betrokkenheid, supervisie en controle vanuit bestuurlijk niveau. Onder de uitvoerend professionals bestaat behoefte aan meer betrokkenheid en begeleiding vanuit bestuurlijk niveau. Uitvoerend professionals hebben
Bron: Tyltylschool
Op organisatorisch niveau spelen op de Tyltylschool de volgende werkzame elementen en bevorderende en belemmerende factoren bij de leerrechtaanpak:
de behoefte te weten of ze op de 'juiste koers' zitten. Alle respondenten verwijzen hier ook naar de vele professionele wisselingen in zowel het
*
uitvoerende als managementteams van deze pilot die niet bevorderlijk hebben gewerkt op dit punt. Op dit moment ligt de behoefte vooral in zicht
Gezamenlijke visie op doelen en een probleemanalyse wordt nog gemist: Terwijl de uitvoerend professionals aangeven dat er op kindniveau wel goed overleg is over doelen en aanpak, geven zij aan nog helderheid te missen over het uiteindelijke doel van de leerrechtaanpak en de visie die daaraan ten grondslag ligt. Het gaat dan om een visie die gedeeld wordt met het bestuurlijke niveau en door alle uitvoerende professionals direct betrokken bij de leerrechtgroep, maar ook een visie die gedeeld wordt met andere professionals binnen de school. De pedagogisch medewerker geeft aan te zien dat professionals van de school en de pedagogisch mede werkers van AVSZ nu soms verschillende pedagogische visies hanteren. Er wordt aangegeven dat er de laatste tijd wel weer meer afstemming
krijgen op hoe volgend jaar er uit gaat zien, gezien de huidige leerkracht met verlof gaat en er nog geen zicht op vervanging is. *
...en heldere rolverdeling en afspraken: Mede door het ervaren gebrek aan (communicatie en afstemming over) visie en sturing vanuit management, maar ook door de verandering van aanpak (van groepsdoorbroken naar aparte groep in de school) en pas meer recente inzet van de leerkracht op de groep, zijn er nog niet op alle vlakken heldere afspraken rondom een passende rolverdeling tussen pedagogisch medewerkers en leerkracht binnen de groep. Zo stelt de pedagogisch medewerker: "De rolverdeling vind ik nog moeilijk. En dat zit 'm voor mij vooral met name in hetfeit dat we het de
33
*
eerste jaren wel allemaal zelf hebben gedaan. Wat ik al deed op het KDC hebben we als AVSZ nog meer neergezet, en dat is gewoon goed gegaan.'1 (Pedagogisch
is het feit dat in de reguliere groepen van de Tyltylschool, vergeleken met een ZML-school, een heel andere doelgroep kinderen bediend worden. In
medewerker ASVZ Leerrechtgroep Tyltylschool). Er leven vragen over wie wanneer welk stukje onderwijs oppakt, maar ook wie wanneer een rol speelt in relatie tot zorgaspecten als bijvoorbeeld het aansturen en bege
deze reguliere groepen worden methodes gebruikt die gezien niveau niet bruikbaar zijn in de pilotgroep. *
leiden van de kinderen op gedragsmatige aspecten. Ook hier is de laatste
Kinderen kunnen buiten de klas nog weinig tot leren komen. Het feit dat er geen integratie is op schoolniveau maakt ook dat de betrokken uitvoe
periode wel meer helderheid ingekomen, zo geven de professionals aan. De leerrechtgroep als eilandje in de school. Een uitdaging waar de uitvoerend
rend professionals de fysieke ruimte in de school niet op zo een manier gebruiken al zij zouden willen, bijvoorbeeld aparte lesruimte voor indi
professionals op deze leerrechtgroep mee te maken hebben die aan meer dere andere werkzame elementen raakt, is het feit dat de sociaal-emoti-
viduele begeleiding van kinderen. De leerkracht geeft aan dat het feit dat er alleen een individuele werkruimte in een ander deel van het gebouw
onele en cognitieve ontwikkelingsmogelijkheden en uitdagingen van de kinderen van de regulieren klassen van de Tyltylschool niet aansluiten bij
beschikbaar is terwijl er verder niet veel integratie is met de school en de andere kinderen, een van de redenen is dat aan de kinderen van groep Mint
de huidige groep kinderen van de pilot groep. Dat maakt dat de ontwikke lingsdoelen en de behoefte aan begeleiding, expertise, aanpak en methodes
nog minder individuele aandacht omtrent de onderwijsdoelen geboden wordt dan zij zou wensen. De leerkracht geeft aan: "Ik heb wel met ze gewerkt
van de pilot groep en de rest van de school niet matchen. Er zijn pogingen gedaan om de groepen meer met elkaar te integreren (bijvoorbeeld bij het buitenspelen) en professionals meer met elkaar te laten uitwisselen
in het kamertje. Alles wat ze in de groep weten, weten ze daar niet. Alleen daar heen lopen is al zo spannend. Dan vragen ze alles aan mij. Gedrag komt
(bijvoorbeeld in gezamenlijke intervisie), maar deze initiatieven vinden
dan naar boven, kinderen zeggen helemaal niks." (Leerkracht leerrechtgroep Tyltylschool)
om verschillende redenen en onvoorziene omstandigheden (waaronder Corona) op dit moment vrijwel geen doorgang. Dit maakt dat meerdere
Op relationeel niveau kwamen de volgende werkzame elementen en bevor
betrokkenen de leerrechtgroep beschrijven als 'eilandje in de school'. Een van de professionals op bestuurlijk niveau geeft aan dat er wat dit betreft nog
derende en belemmerende factoren naar voren uit de analyse:
meer ontwikkeltijd nodig is voor de pilot op de Tyltylschool: "We moeten veel meer denken aan 1 systeem. De Iber moet meer betrokken worden. Dat
*
gebeurt toch nog niet goed. [...] We zijn nog niet bij die l00%, maar wel 70aA. Ik denk nu aan: schooltijden. De leerrechtgroep gaat op een andere tijd naar huis. z
Idealiter kom je daar ook tot gezamenlijkheid rond schooltijden." Er is erg weinig materiaal beschikbaar. De leerkracht maakt voor groep Mint
Gezamenlijke reflectie en monitoring. Op de Tyltylschool vindt gezamenlijke afstemming rondom de ontwikkeling van individuele leerlingen in over leggen plaats. Tijdens de overleggen informeren de verschillende profes sionals elkaar. Echter monitoring van onderwijsontwikkelingsdoelen en
*
andere ontwikkeldoelen gebeurt nog wel in gescheiden systemen. Nabijheid en face-to-face interactie. Professionals op zowel uitvoerend
het lesmateriaal. Zowel vanuit het bestuurlijk niveau als door de uitvoerend professionals wordt aangegeven dat het verkrijgen van (geschikt) mate
als managementniveau geven aan dat onderlinge interactie waaronder kennisdeling tussen professionals die betrokken zijn bij de leerrechtgroep
riaal voor de kinderen van de pilot leerrechtgroep nog een uitdaging is. Vooral een leesmethode wordt gemist. Wat deze zoektocht lastiger maakt
aan het begin van de pilot, toen er nog klas overstijgend gewerkt werd, meer aanwezig was. Uit de gesprekken met de uitvoerders blijkt ook dat
34
het met zijn drieën op de groep staan soms nog als een uitdaging ervaren wordt: "Ik vind het wel een uitdaging om met zn drieën te zijn in de klas. Fysiek,
wisselingen in het team geweest, op zowel management- als uitvoerend niveau. Momenteel speelt dat bij verlof van de leerkracht geen uitzicht op
maar ook op vrij weinig leerlingen. En je bent wel de hele dag met zn drieën op 6 en soms 8 jongens. Dat is niet altijd een prettige manier van werken.", aldus
vervanging is, wat weer voor onduidelijkheid en onrust zorgt in het uitvoe rende team. Wisselingen hebben het tot hun recht doen komen van andere
een van de pedagogisch medewerkers. Vertrouwen tussen partners als aandachtspunt. Uit de gesprekken komt naar
werkzame elementen, zoals het vormen van een gezamenlijke visie en het maken van afspraken en onderling rolverdeling niet makkelijk gemaakt.
voren dat, met het oog meer uitwisseling en opbouwen van relatie, er het afgelopen jaar meer dialoog is geweest tussen professionals van het
Zo stelt een van de pedagogisch medewerkers: "Andere locatiemanager bij AVSZ, 5 andere teamleiders en andere pedagogen, hier drie directeuren. Dus
uitvoerende team onderling en tussen professionals van het uitvoerende team en leden van het bestuursniveau.
in die 6 jaar tijd... Wie gaat nu wat doen en wie is nu waar verantwoordelijk voor? [...] Dat helpt niet bij succes denk ik, als je niet die stabiliteit hebt, qua
Op professioneel niveau spelen de volgende werkzame elementen en bevor
inhoud, groep en proces, als dat startpunt qua organisatie al vaag is, dan zijn we nu waar we nu zijn. Dan is er wel veel gegroeid, maar... Er had wel veel meer
*
derende en belemmerende factoren een rol: * *
Van elkaar leren en kennisdelen als wens: hier kan op en rondom de leerrechtgroep van de Tyltylschool nog verder in geïnvesteerd worden. De potentiële
sionals geven aan dat continuïteit in begeleiding soms wegvalt vanwege verschillende vrije dagen van leerkracht en pedagogisch begeleiders in het
meerwaarde van het werken in een multidisciplinair team wordt beaamd door alle betrokkenen. Zo stelt een van de professionals van bestuurlijk
kader van verschillende Cao's. Het is lastig aan vervanging te komen en vanwege continuïteit op de groep is dit ook niet altijd wenselijk.
niveau: "Medewerkers zijn geschoold in sociale begeleiding, denken vanuit mogelijkheden. Vooral verder met de activiteit. Maar zij weten niet hoe een
*
*
kunnen groeien met een duidelijke structuur.11 Continuïteit in de begeleiding van de groep valt soms weg. Betrokken profes
*
Behoefte aan pilot overstijgend leren. Tot uitwisseling met andere pilots is het volgens betrokken professionals nog niet echt gekomen. Die behoefte
taallijn werkt, hoe je dat soort dingen het beste oppakt." (Locatiemanager AVSZ). Er is naast pedagogische begeleiding echt een leerkracht nodig. De
bestaat wel. Het met elkaar meekijken en uitwisselen over en afstemmen op visies over doelen van de Leerrechtaanpak in meer brede zin wordt als
leerkracht heeft kennis van didactiek "hoe bied je, en op welke manier wat aan?" (Locatiemanager AVSZ)
waardevol gezien.
...zo ook samenhangende professionalisering. Professionals geven aan meer waarde te zien in gezamenlijke studiedagen en intervisie met het bredere
Op het niveau van ondersteunende systemen spelen, daar waar het gaat om werkzame elementen en bevorderende en belemmerende factoren, ten slotte
team van de school. De gezamenlijke studiedagen zouden met ingang van 2022 wel plaats gaan vinden. Deze dagen zijn ook aan ouders gecommu
procedures voor documentatie via LVS-systemen. Betrokken professionals zien het als een van de grootste successen van de pilot dat de schoolse ontwikke
niceerd als sluitingsdagen. Echter komt dit nog steeds niet van de grond en worden we vanuit Mint niet bij deze dagen betrokken.
ling van de kinderen nu weergegeven wordt in een leerlingvolgsysteem. Dat gebeurt op de Tyltylschool voor zorg en onderwijs in twee aparte systemen:
De vele wisselingen en zoektocht naar vervanging bij uitval en verlof maken bouwen moeilijker. Op de Tyltylschool zijn de afgelopen jaren veel personele
ParnasSys en PlanCare. De professionals hebben geen digitaal toegang tot elkaars systemen, maar de plannen worden op papier onderling tussen profes sionals gedeeld. Meer integratie van de systemen is voor de toekomst wel een wens. 35
4.4. Pilot ABA Huis en Horizon Educé
4.4.2. Welke aanpak staat centraal?
In 2018 is de samenwerking tussen onderwijs en zorg in eerste instantie gestart tussen Horizon Educé en ABA Huis. Vanaf het begin was de opzet dat er een
Zoals hierboven al wordt aangegeven zijn de kinderen van de leerrechtpilot
leerkracht 3 dagen per week aansluit op het bestaande zorgaanbod en leer lingen individueel tot leren brengt in een aparte ruimte. Inmiddels geeft de leerkracht ook les aan kleine groepjes kinderen en ontvangen de pedagogisch
verspreid over drie groepen. ABA Huis wil kinderen de juiste context en de mogelijkheid bieden om zich zo optimaal mogelijk te ontwikkelen. Bij ABA Huis komen de kinderen in een vaste, kleine groep en wordt er dagelijks gewerkt aan doelen die individueel voor hen zijn opgesteld door een multidisciplinair team.
medewerkers advies en de begeleiding van de leerkracht en de intern bege leider met betrekking tot het aanbieden van lesstof, de aanschaf van mate riaal of het doortrekken van een bepaalde leerlijn of thema naar het lokaal of de dagplanning. Er zijn 10 plekken beschikbaar voor de over drie groepen verspreide leerrechtpilot.
Op de locatie van ABA Huis zijn de kinderen verspreid over een school-voorbereidende groep, een ondersteunende communicatiegroep en een reguliere groep. Er is geen vaste dagplanning/rooster, wel wordt er een zorgplan op maat gemaakt en wordt de planning per groep anders ingedeeld of aangepast op individuele behoeften van een kind. De uitvoering van het zorgplan wordt gedaan door zogenoemde ABA trainers (pedagogisch medewerkers gespeci aliseerd in het werken volgens de principes van ABA).5 Zij staan onder super visie van een behandelaar (gedragsdeskundige), deze behandelaar is tevens
ABA Huis
Horizon Educé
eindverantwoordelijke voor het zorgplan. De eindverantwoordelijkheid van het onderwijsperspectiefplan (OPP) ligt bij de intern begeleider van Educé en wordt uitgevoerd door de leerkracht.
10 deelnemers leerrechtpilot irspreid over meerdere groep*
4.4.1.
Welke doelgroep staat centraal?
De leerkracht is nooit alleen in de groep en werkt altijd samen met meerdere pedagogisch medewerkers. In eerste instantie is de begeleiding van de leer kracht als aanvulling op het aanbod individueel aangepakt. De leerkracht haalt een kind uit de groep en gaat met het kind 1-op-1 werken. De groepen op de
De leerrechtpilot van ABA Huis is de enige leerrechtpilot die op een zorglocatie plaatsvindt. De leerrechtgroep is verspreid over drie groepen: groep blauw,
zorglocatie hebben allemaal een eigen prikkelarme 1-op-1 ruimte waar met de kinderen aan individuele doelen kan worden gewerkt en zij zich goed kunnen concentreren. Tegelijkertijd zie je de invloed van onderwijs ook terug in de
groep oranje en groep rood. De jongste kinderen zijn 3,5 (als al duidelijk is
groep: inmiddels is de leerrechtgroep ook meer bezig met groepsinstructies
dat ze niet naar school kunnen) en het oudste kind is 9. De meeste kinderen van de leerrechtgroep hebben nog geen regulier onderwijs gevolgd, zijn 4 of 5 jaar oud en stromen in vanuit huis of een specialistische voorziening. Op dit moment kunnen kinderen die niet in de gemeente Rotterdam wonen, niet
5
ABA staat voor Applied Behaviour Analysis. ABA is een vorm van intensieve gedragstherapie en kenmerkt zich door zeven principes: Wat is ABA? Het ABA Huis legt het je graag uit!
meedoen aan de leerrechtpilot. 36
of samenwerken in kleine groepjes. Dat varieert per kind, omdat het niveau verschil binnen groepen ook groot kan zijn.
4.4.3. Welke doelen staan centraal?
De behandelduur van het ABA Huis is 1 tot maximaal 3 jaar, daarna stromen
Hoe worden doelen bijgehouden en gemonitord? In het OPP staan de leerdoelen die geënt zijn op schrijven, rekenen en lezen.
de kinderen altijd uit. In principe wordt met alle kinderen van de leerrechtpilot, en dus op alle groepen, toegewerkt naar onderwijs. Kinderen die als
Bij jonge kinderen kunnen de doelen meer verbonden zijn aan voorbereidende activiteiten. Er is ook een groep waar de ZML-leerlijn 3 bij zou passen. Daar
uitstroombestemming een onderwijsklas hebben, zitten over het algemeen in de onderwijs-voorbereidende groep. Soms blijkt echter dat dit toch niet passend
wordt steeds een individuele planning voor gemaakt in het OPP.
is en past uitstroom naar een (langdurige) zorglocatie beter bij een kind. Het idee is dat ook aan deze cognitief 'lager'-functionerende groep onderwijs kan
In het OPP staat de informatie die relevant is voor het onderwijs en de infor
worden geboden.
matie die door de zorgaanbieder wordt opgenomen. Met behulp van het docu ment kunnen er keuzes worden gemaakt over de beoogde uitstroombestemming van een kind. De uitstroombestemming wordt onderbouwd door de
22*.'
gegevens over het Plancius-niveau en het ZML-leerlijnniveau op gebied van communicatie, spelontwikkeling, zelfredzaamheid, sensomotoriek, sociaale-
-r yįţ
motionele ontwikkeling, schriftelijke taal en rekenvoorbereiding. Op basis van het totaalprofiel wordt opgeschreven wat een kind in een jaar heeft laten zien als het gaat om de leerontwikkeling, en wat op basis daarvan de verwachte uitstroomprognose zal zijn. Hoe ziet dat er in de praktijk uit? Het OPP wordt gezien als verrijking van het zorgplan, dat meer is gericht op lang zelfstandig werken, samenspel, een groepsinstructie opvolgen en zinde lijkheid. De doelen in het zorgplan zijn naast deze voorschoolse vaardigheden bijvoorbeeld ook gericht op ontwikkeling op het gebied van communicatie, 'mmw
Bron: ABA Huis
zelfredzaamheid en spelvaardigheden. Het OPP wordt opgesteld als schaduwdossier, maar de doelen van het OPP worden ook in het zorgplan opgenomen. Hierdoor staan alle individuele doelen die door het multidisciplinaire team (gedragsdeskundige, leerkracht/intern begeleider en logopedist) zijn opgesteld in één zorgplan.
37
Doordat kinderen verspreid zijn over drie verschillende groepen, kan nog extra worden gekeken naar maatwerk op groepsniveau: in welke groep
Dit zorgplan staat in het elektronisch cliëntendossier waarin dagelijks op alle doelen wordt gerapporteerd door zowel de zorg-als onderwijsprofessionals. Daar kunnen alle professionals bij, omdat ouders daar toestemming voor hebben gegeven. Er is eerder een poging gedaan om de zorg- en onderwijs
*
voelt het kind zich het meest ontspannen om tot leren te komen? Ook de kinderen buiten de leerrechtpilotgroep hebben profijt van de samen
omgeving te integreren in één plan, zodat er geen OPP als schaduwdossier meer hoeft te worden opgesteld. Dat kon verantwoordings-technisch echter
werking tussen zorg en onderwijs. Doordat pedagogisch medewerkers zicht houden op de verschillende onderwijsbehoeften van de leerrechtpilot-
niet worden gerealiseerd.
kinderen, worden de leerlijnen soms ook toegepast bij andere kinderen. Educé heeft ook voor ieder kind een onderwijsmap gemaakt aan de hand
In de praktijk zijn de ontwikkelcriteria erg verschillend per kind. Bij de onder steunende communicatiegroep is het voorliggende doel vanzelfsprekend communicatie. Het PPO Rotterdam kijkt ook mee naar de standaard ontwik-
waarvan de kinderen samen met de pedagogisch begeleiders in de zomer ook door kunnen werken, als de leerkracht er niet is. De onderwijsmap is
kelcriteria. Als de uitstroombestemming zorg is, wordt er door professionals
voor de kinderen met een OPP en wordt ook gekopieerd voor anderen. Zo hebben de andere kinderen profijt van de aanwezigheid van de leerkracht
vooral gekeken naar welke doelen zoveel mogelijk kunnen worden behaald. Zorgprofessionals zijn door het online dossier steeds op de hoogte van de
op de zorglocatie: "Ik ben hier wel voor iedereen, dus als een collega vragen heeft over letters of getallen, dan ben ik er wel om te ondersteunen. En dan kijk
onderwijsbehoeften van de leerrechtgroep. Op die manier worden de leerlijnen op de hele locatie ingezet, ook door collega's die niet meedoen aan de pilot. Voor
ik een keer mee met het kindje. Dat is niet zo strak, zeker niet. Voor die kinderen van de pilot is het wel strak." (Leerkracht Educé Leerrechtpilot ABA Huis)
de kinderen buiten de leerrechtgroep wordt er echter geen OPP bijgehouden.
*
Een satellietklas op de vervolgplek wordt nog gemist. Professionals zien een gat als kinderen uitgeplaatst worden naar onderwijs. Daar krijgt het team
4.4.4. Korte schets van de elementen en factoren op het ABA Huis
nog regelmatig te maken met 'mislukkingen', omdat de overgang naar een school nog niet geleidelijk genoeg kan worden georganiseerd. Een satel-
Op inhoudelijk niveau zien we dat de volgende werkzame elementen en bevor derende en belemmerende factoren een rol spelen bij de ontwikkeling van de
lietklas op een schoollocatie zou voor deze groep als uitstroombestemming erg wenselijk zijn. Ook wordt het geld voor schaduwen op de nieuwe
kinderen van de leerrechtpilot op ABA Huis:
locatie, om zo een veilige overgang te borgen, nog gemist. Nu zouden professionals dit vaak in hun eigen tijd moeten doen: "Een vervolgstap is
*
Het is nodig dat zorg voorliggend blijft. In het geval van ABA Huis gaat het om een zorglocatie waar onderwijs wordt geboden. Een afdelingsdirec-
nu dus het bieden van een vervolggroep binnen het onderwijs. Dan heb je een veel zachtere landing en een makkelijkere doorstroom naar eventuele reguliere
teur van Educé noemt dit het verschil tussen 'onderwijs-zorglocaties' en zorg-onderwijslocaties', waar het soms nodig is dat zorg bovenliggend
groepen." (Manager ABA Huis leerrechtpilot). Wel wordt het vaste contact met het PPO over het beschikbare aanbod op scholen als positief ervaren.
*
blijft en onderwijs de verrijkende partner is. Kinderen krijgen zorg op maat en worden als volwaardig gezien. De leerkracht kijkt aan het begin 1-op-l wat er mogelijk is. Met behulp van het behan delplan en OPP wordt onderwijs op maat gemaakt voor de tien kinderen.
38
*
Bestuurders zijn betrokken (waar nodig). Betrokkenen geven aan dat er in het begin sprake was van een grote inhoudelijke en procesmatige betrok kenheid bij de pilot. Inmiddels loopt de pilot zo goed en is het vertrouwen tussen de verschillende partijen zo groot, dat er vooral vragen worden gesteld wanneer er iets misgaat of als er ergens over wordt getwijfeld. Waar nodig, weten zorg en onderwijs elkaar ook te vinden. Met name de
*
betrokkenheid van de Ib'er wordt als helpend gezien. De grootste uitdaging blijft hetfinancieren van onderwijs op een zorglocatie. De onzekerheid over de financiering leidt ieder jaar weer tot veel zorgen onder ouders en professionals. Het PPO mag wettelijk niet onderwijs financieren op een zorglocatie. In een ideaal scenario is de leerrechtgroep een vast onderdeel van deze locatie, maar het toekomstscenario is nu nog onzeker.
*
Er is weinig tot geen materiaal beschikbaar, en het zelf maken van materiaal is erg tijdsintensief. Materiaal moet door het onderwijs-zorgteam zelf worden verzameld. Via scholen wordt er rekenwerk verzameld. Het zelf maken kost ook veel tijd. Vanuit ABA Huis heeft het team een heel klein materiaalbudget. Het gaat dan om 30 euro per groep per periode, wat ook kan worden besteed aan speelgoed. Ten slotte ziet het uitvoerende team het
Bron: ABA Huis
Op organisatorisch niveau spelen de volgende elementen en factoren een rol:
gebrek aan een digibord ook als groot gemis: "Als ik een lesje wil doen, doe ik dat op een iPad. Dat vind ik echt ontzettend triest. Dan kun je zoveel
*
meer oefenen, je hebt nu eigenlijk geen middelen om je best te doen. Hoezo mag een school dat alleen goedkoop kopen? Voor ons is dat nu onbetaalbaar."
Er is flink geïnvesteerd in een gezamenlijke visie. In de zoektocht naar een onderwijspartner merkten professionals van ABA Huis het belang van een gezamenlijke visie op wat belangrijk wordt gevonden in de omgang
*
(Leerkracht Educé ABA Huis) Het verwachtingsmanagement rond de behaalde resultaten richting de
met kinderen. Op deze manier kwam ABA Huis bij Horizon terecht. In de samenwerking werd in het begin veel geïnvesteerd in de kennismaking:
gemeente blijft lastig. De pilot is volgens betrokken erg gericht op resul taat. Er wordt aan het team vaak gevraagd: hoeveel kinderen stromen uit
"Wat ik bij andere pilots zie, is dat als je zorg en onderwijs verbindt, je eerst moet investeren om elkaar goed te leren kennen. Het zijn twee werelden, maar
naar onderwijs? Professionals beantwoorden die vraag steeds als volgt: het is het recht voor kinderen om in zorg onderwijs te mogen ontvangen.
je moet leren respect hebben voor elkaar en met elkaar sparren over waarom je iets doet.'1 (Afdelingsdirecteur Horizon Educé). Ook professionals beves
Uitstroom naar regulier onderwijs is niet altijd het doel. Het wordt fijn gevonden als er kinderen uitstromen en er is veel contacten met scholen
tigen het belang van het samen aangaan van een zoektocht.
en PPO. Maar het niveau is voor de kinderen vaak te hoog - kinderen zijn
39
internaliserend en zitten vaak tussen cluster 2 en 3. Dat is een lastigheid van de doelgroep bij het bepalen van de uitstroombestemming. *
De samenwerking met de uitstroombestemming kan nog beter. Scholen zijn vaak terughoudend in het aannemen van de kinderen van ABA Huis. Met
de samenwerking met Horizon." (Leerkracht Educé ABA Huis leerrechtpilot) Betrokkenen ervaren dat ze onderdeel zijn van 1 team. In het begin moest iedereen gezamenlijk leren om met deze nieuwe vorm te werken. De leer kracht heeft ervaren dat zij heel warm werd ontvangen door collega's.
te overtuigen dat een kind op de school zou passen. Het zou helpend zijn als er iemand van ABA Huis meer ruimte zou hebben om op scholen cursussen
Het slagen van de pilot is dus niet alleen aan één leerkracht te danken, maar ook aan de betrokkenheid en openheid van collega's. Ook de Ib'er is
te geven over bijvoorbeeld een spraakcomputer. Ook zien betrokkenen het belang van het zicht op de sociale kaart van scholen: "Je weet niet welke
nu echt onderdeel van het team. Op deze manier konden de leerkracht en Ib'er ondergedompeld worden in de voor de locatie unieke methodiek: "We