CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb008359] Bijlage 1 behorende bij 22bb8327 - Ontwerpbestemmingsplan Parkhaven

Gemeenteraad 2 februari 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Het voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan ‘Parkhaven’.29.521 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Besluit m.e.r. Milieueffectrapportage (m.e.r.) is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r. In artikel 7.2 Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan bepaalde in het Besluit m.e.r. opgenomen plannen en besluiten die verbonden zijn aan de eveneens in het Besluit m.e.r. weergegeven activiteiten. Het Besluit m.e.r. bevat hiertoe bijlagen, waarbij vooral de onderdelen C en D van belang zijn. Onderdeel C bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r. verplicht is. Activiteiten, plannen en besluiten waarvoor een m.e.r.-beoordeling benodigd is, staan in onderdeel D. Voor beide onderdelen wordt per activiteit de drempelwaarden beschreven. Voor deze ruimtelijke onderbouwing is gekeken naar activiteiten die een m.e.r.(beoordelings)plicht kennen. Hierbij is één activiteit gevonden die mogelijk m.e.r(beoordelings)plichtig is, te weten: 1. D11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen, bij een oppervlakte van 100 hectare of meer aaneengesloten gebied en dat 2.000 woningen of meer omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer betreft.

Ontwerpbestemmingsplan Parkhaven – Toelichting

- 51 -

Het beoogde bouwplan behelst de realisatie van maximaal 650 woningen en maximaal 15.700 m2 aan overige functies. Daarmee blijft de omvang ruim onder de drempelwaarden genoemd in onderdeel D11.2. De drempelwaarden in onderdeel D van het Besluit m.e.r. zijn echter indicatieve waarden. Dit betekent concreet dat het bevoegd gezag dient na te gaan of de beoogde activiteit daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben. Op grond van artikel 2, lid 5 van het Besluit m.e.r. is daarom wel een zogenaamde vormvrije m.e.r.‐beoordeling nodig. Als blijkt dat er mogelijk belangrijke milieugevolgen zijn, is alsnog een milieueffectrapport noodzakelijk. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de criteria zoals die zijn opgenomen in bijlage III van de EU richtlijn milieubeoordeling projecten. B&W heeft bij de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan besloten dat het opstellen van een milieueffectrapport niet noodzakelijk is13.

13 M.e.r.‐beoordelingsbesluit, 15 februari 2021.

‐ 52 ‐

5.

JURIDISCHE ASPECTEN

5.1

Inleiding Het bestemmingsplan bestaat uit juridisch bindende regels en een verbeelding met daarbij een toelichting. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het gebruik van de gronden, de toegelaten bebouwing en het gebruik van de op te richten en/of aanwezige bebouwing. Op de verbeelding zijn de bestemmingen in beeld gebracht. Samen met de regels is dit het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking, maar vervult een belangrijke rol voor de onderbouwing van het plan en de uitleg van de planregels.

5.2

Verbrede reikwijdte Zoals in §1.4 is aangegeven, is het project bij het Rijk aangemeld in het kader de ‘verbrede reikwijdte’. Een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte biedt immers de mogelijkheid om diverse duurzaamheidsambities ook publiekrechtelijk vast te leggen en daarmee integraal deel te laten uitmaken van de plantoetsing. Zonder deze regeling zijn de mogelijkheden daartoe binnen de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en het Bouwbesluit beperkt. Artikel 7c van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet biedt een groot aantal mogelijkheden om te experimenteren met bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte. In dit bestemmingsplan wordt niet van al deze mogelijkheden gebruik gemaakt. Wel van een aantal, namelijk de navolgende: Inhoud van de regels In dit bestemmingsplan worden regels gesteld over de gehele fysieke leefomgeving, voor zover deze onderdeel is van het plangebied. Dit wijkt af van een 'regulier' bestemmingsplan, want daarin worden alleen regels gesteld over onderwerpen die ruimtelijk relevant zijn. Hier komt dus concreet de 'bredere' reikwijdte van dit bestemmingsplan tot uiting en wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid uit sub 1 van artikel 7c van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet. Beleidsregels Dit bestemmingsplan maakt gebruikt van open normen die uitgelegd worden door beleidsregels.

Beleidsregels leggen uit hoe de open norm geïnterpreteerd moet worden en hebben overwegend betrekking op kwalitatieve onderwerpen (kwantitatieve onderwerpen zoals woningaantallen zijn vastgelegd in de regels van dit bestemmingsplan). De mogelijkheid tot het opnemen van open normen en daaraan gekoppelde beleidsregels bestaat op basis van sub 6 van artikel 7c uit het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet. In dit bestemmingsplan zijn open normen opgenomen die betrekking hebben op de volgende onderwerpen: 1. Hoogwaardige stedenbouwkundige inrichting en beeldkwaliteit (waaronder cultuurhistorische aspecten); 2. Duurzaamheid; De open normen voor bovengenoemde onderwerpen worden uitgelegd door de beleidsregels zoals die zijn opgenomen als ‘bijlagen van de regels’. Daarmee zijn ze juridisch bindend.

Ontwerpbestemmingsplan Parkhaven – Toelichting

- 53 -

5.3

De opzet van de planregels De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: • Inleidende regels; • Bestemmingsregels; • Algemene regels; • Overgangs- en slotregels. Inleidende regels In de inleidende regels staan de algemene bepalingen die nodig zijn om de overige regels goed te kunnen hanteren. De begripsbepalingen (art. 1) bevatten uitleg van de in het plan gebruikte begrippen die niet tot de algemeen bekend veronderstelde begrippen gerekend worden. De wijze van meten (art. 2) bevat technische regelingen met betrekking tot het bepalen van hoogtes, oppervlaktes etc. Bestemmingsregels De bestemmingen beginnen telkens met een bestemmingsomschrijving, waarin in algemene bewoordingen wordt aangegeven waarvoor de gronden, waaraan de desbetreffende bestemming is toegekend, mogen worden gebruikt. Deze omschrijving wordt gevolgd door een bepaling waarin staat aangegeven onder welke voorwaarden bebouwing van de gronden is toegestaan (bouwregels). Alle regels die op een bepaalde bestemming van toepassing zijn, worden zoveel mogelijk in de bestemmingsregels zelf geregeld. Op deze wijze wordt bij de digitale versie van het plan bij het aanklikken op adres of bestemmingsvlak zo veel mogelijk informatie gegeven zonder dat er verder doorgeklikt behoeft te worden.

In dit bestemmingsplan worden de volgende bestemmingen onderscheiden: Enkelbestemmingen Artikel 3 Bedrijf - Nutsvoorziening Artikel 4 Cultuur en ontspanning Artikel 5 Groen Artikel 6 Verkeer Artikel 7 Wonen

Dubbelbestemmingen Artikel 8 Waarde - Archeologie 2 Artikel 9 Waterstaat - Waterkering

In het vervolg van deze paragraaf wordt per bestemming een nadere toelichting gegeven. Artikel 3 Bedrijf - Nutsvoorziening Deze bestemming is toegekend aan de twee bestaande gebouwen die behoren tot de Maastunnel; het ventilatiegebouw (met ondergrondse bluswatervoorziening en het (roltrap)gebouw dat toegang biedt tot de tunnel voor fietsers en voetgangers. Deze gebouwen zijn meegenomen in het plangebied, omdat de omliggende gronden worden betrokken bij de herinrichting van de openbare ruimte. De gebouwen zelf blijven ongemoeid en inhoudelijk is de bestemming Bedrijf - Nutsvoorziening gelijk aan de bestemming zoals deze reeds geldt in het bestemmingsplan voor het Scheepvaartkwartier. Alle bestaande rechten en gebruiksmogelijkheden zijn dus behouden. Artikel 4 Cultuur en ontspanning Ook voor deze bestemming geldt dat deze is toegekend aan een bestaand gebouw; in dit geval de Euromast. De bestemming is gelijk aan de bestemming zoals opgenomen in het bestemmingsplan voor het Scheepvaartkwartier. Met de bestemming “Cultuur en ontspanning” blijft de Euromast een gebouw met een recreatieve functie en horeca, inclusief alle bestaande rechten. - 54 -

Artikel 5 Groen Binnen de bestemming Groen zijn functies als fiets- en voetpaden, waterlopen, speelvoorzieningen en straatmeubilair toegestaan. De bouwmogelijkheden zijn beperkt; enkel bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden toegestaan. Een uitzondering geldt ter plaatse van de aanduidingen ‘parkeergarage’, ‘recreatie’ en ‘tunnel’. Ter plaatse van de eerste aanduiding zijn ondergrondse parkeerplaatsen toegestaan die behoren tot de parkeergarage binnen de aansluitende woonbestemming. De aanduiding ‘recreatie’ is opgenomen met het oog op de midgetgolfbaan die reeds aanwezig is, maar in het kader van dit plan een nieuwe plaats zal krijgen. De aanduiding ‘tunnel’ is van toepassing op de bestaande Maastunnel. Binnen deze bestemming zijn tevens hellingbanen toegestaan en voorzieningen als straatmeubilair, speeltoestellen en huisvuilcontainers etc. Artikel 6 Verkeer Voor de gronden die zijn bedoeld voor de verkeersontsluiting is de bestemming “Verkeer” opgenomen. De regeling sluit aan op de Rotterdamse standaard en maakt naast verkeersvoorzieningen, zoals rijbanen en parkeervoorzieningen, ook straatmeubilair en groenvoorzieningen mogelijk. Voor de locatie van de nieuwe fiets-/voetgangersbrug over het tunneltracé is een aanduiding opgenomen. Artikel 7 Wonen De te bebouwen gronden binnen het plangebied zijn voorzien van de bestemming Wonen.

Deze gronden zijn dan ook in hoofdzaak bedoeld voor woningen. Echter wordt omwille van de gewenste levendigheid ook een aantal andere vormen van gebruik toegestaan. Omdat de aard van deze voorzieningen kleinschalig is, worden zij als ondergeschikt aangemerkt ten aanzien van de hoofdfunctie. Zo is naast de maximaal 650 toegestane woningen, in een aantal gebouwen ook een lichte vorm van horeca (lunchroom, koffiezaak, brasserie, etc.) toegestaan. Evenals recreatieve voorzieningen, kleinschalige kantoren, een lichte vorm van bedrijvigheid (tot en met categorie 2 uit de Lijst van bedrijfsactiviteiten), maatschappelijke voorzieningen en een boetiekhotel. In de bouw- en gebruiksregels zijn aan alle toegestane functies voorwaarden gekoppeld ten aanzien van de grootte en positionering in het plangebied. In de gebruiksregels is bepaald onder welke voorwaarden een aan-huis-verbonden beroep/bedrijf is toegestaan. Verder zijn specifieke gebruiksregels opgenomen ten aanzien van de overige functies, de hogere waarden voor de woningen, de binnenwaarde van het gezamenlijke geluid en biologische laboratoria, die niet worden toegestaan. Het oprichten van gebouwen is alleen mogelijk binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak, waarbij op de verbeelding de toegestane maximum bouwhoogte is opgenomen.

Voor alle te verlenen vergunningen geldt tevens de voorwaarden dat voldaan moet worden aan de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 13. Daarmee worden tal van zaken geborgd die mede voortvloeien uit de opzet van dit plan met verbrede reikwijdte evenals de beleidsregels. Artikel 8 Waarde - Archeologie 2 Het gehele plangebied is voorzien van een dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie - 4'. Uitgangspunt voor deze bestemmingen is dat potentiële aanwezige archeologische waarden beschermd dienen te worden. Bij verstoringen van de bodem dient een archeologisch rapport te worden opgesteld alvorens met de verstorende activiteit begonnen kan worden. In het concreet komt dit neer op een inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen. Dit geldt zowel voor bouwwerkzaamheden als voor overige werkzaamheden. Aan een te Ontwerpbestemmingsplan Parkhaven – Toelichting

- 55 -

verlenen vergunning kunnen voorwaarden verbonden worden. Archeologisch onderzoek is noodzakelijk bij bodemverstorende activiteiten die een terreinoppervlak van meer dan 200 m² beslaan en dieper reiken dan NAP. Artikel 9 Waterstaat - Waterkering De dubbelbestemming Waterstaat – Waterkering is opgenomen ter bescherming van de waterkering. Voor deze gronden gelden beperkingen voor het oprichten van bouwwerken die niet ten dienste staan aan de waterkering. Via een omgevingsvergunning kan hiervan afgeweken worden. Algemene regels Dit hoofdstuk bevat vijf algemene regels. Artikel 10 Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel moet op grond van het Besluit ruimtelijke ordening worden opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Artikel 11 Algemene aanduidingsregels Via een aanduiding op de verbeelding is aangegeven dat voor het plangebied de geluidzone van toepassing is zoals deze geldt voor het gezoneerde industrieterrein Rijn- en Maashaven. Artikel 12 Algemene afwijkingsregels Dit artikel bevat een aantal afwijkingsregels.

Zo is een regeling opgenomen om van de toegestane bouwhoogte af te kunnen wijken ten behoeve van de realisatie van technische voorzieningen op het dak. De bouwhoogte kan in dit geval met 3 meter worden verhoogd. Tevens is een afwijkingsregel opgenomen, waarmee burgemeester en wethouders kunnen afwijken van de regels ten aanzien van de maximum toegestane bouwhoogte van een gebouw ten behoeve van een architectonisch verantwoorde afronding van de bovenste bouwlaag. De bouwhoogte kan in dat geval met 1,5 meter verhoogd worden. Verder biedt dit artikel de mogelijkheid om geringe afwijkingen toe te staan van begrenzingen, indien dit noodzakelijk is en geen nadelige gevolgen heeft voor de directe omgeving. De afwijking mag hierbij niet meer dan 1 meter bedragen en waarbij belangen van derden niet worden geschaad. Voor alle afwijkingen geldt dat ook voldaan moet worden aan de bepalingen zoals vastgelegd in artikel 14. Artikel 13 – Regels omtrent verbrede reikwijdte Zoals aangegeven wordt voor dit plan gebruik gemaakt van de verbrede reikwijdte. Dit artikel zorgt ervoor dat de een aantal keuzes die zijn gemaakt in het masterplan daadwerkelijk juridisch worden geborgd en daarmee bij de beoordeling van de aanvraag om een omgevingsvergunning worden meegenomen.

Dit is gedaan via een koppeling naar de bij de planregels behorende bijlagen ‘Hoogwaardige stedenbouwkundige inrichting’ en/of 'Duurzaamheid en mobiliteit'.

- 56 -

Artikel 14 Voorwaardelijke verplichting over parkeren Op 1 juli 2018 zijn de stedenbouwkundige voorschriften uit de Bouwverordening 2010 van de gemeente Rotterdam, waaronder de voorschriften over parkeernormen, komen te vervallen. Dat betekent dat er vanaf dat moment niet meer getoetst kan worden aan die voorschriften en er dus geen parkeernormen meer gelden. Gelet daarop, is er op 1 februari 2018 over parkeren beleid vastgesteld. Het betreft de “Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018” (hierna: de beleidsregeling). De beleidsregeling is op 21 februari 2018 in werking getreden. De beleidsregeling geeft normen voor parkeren van auto’s én fietsen. Aan deze normen moet voldaan worden bij een omgevingsvergunning voor het bouwen of bij een omgevingsvergunning voor het gebruiken van gronden of bouwwerken. Om aan dit beleid te kunnen toetsen is er in het bestemmingsplan een bepaling opgenomen waarin staat dat er alleen een omgevingsvergunning voor het bouwen of gebruiken van gronden of bouwwerken mag worden verleend als sprake is van voldoende parkeergelegenheid voor auto’s en fietsen op basis van het geldende beleid ten aanzien van parkeren in de gemeente Rotterdam. De bepaling is vormgegeven als een zogenaamde “dynamische verwijzing”.

Dat wil zeggen dat er alleen wordt geregeld dat er voldoende parkeergelegenheid moet zijn voor fietsers en auto’s conform het in de gemeente Rotterdam geldende parkeerbeleid. In de bepaling wordt niet expliciet verwezen naar de hiervoor genoemde beleidsregeling. Dat is een bewuste keuze. Op het moment van tot stand komen van dit bestemmingsplan is de “Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018” het geldende beleid waaraan getoetst moet worden. Dit beleid kan in de toekomst echter wijzigen. Om ook aan een eventuele wijziging van het beleid van de gemeente Rotterdam te toetsen, zonder dat het bestemmingsplan daarvoor aangepast moet worden, is de beleidsregeling niet expliciet genoemd of bijgevoegd. Met de bepaling is bedoeld dat er bij het verlenen van een omgevingsvergunning voldoende parkeergelegenheid moet zijn voor auto’s en fietsen op basis van parkeerbeleid van de gemeente Rotterdam dat geldt op het moment van verlenen van de omgevingsvergunning. Op dit moment geldt ‘Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022’. Deze beleidsregeling geeft parkeernormen voor zowel auto's als fietsen. Bij de omgevingsvergunning voor het bouwen of voor het gebruiken van gronden of bouwwerken wordt een parkeereis gesteld conform de gebiedsindeling die bij de beleidsregeling als bijlage is opgenomen.

De parkeereis moet in beginsel volledig op eigen terrein worden opgelost. Er kunnen aanvullende voorwaarden worden gesteld, bijvoorbeeld ten aanzien van de inpassing van de parkeervoorzieningen in het gebouw of de omgeving, het laden en lossen etc. Van de parkeereis kan (geheel of gedeeltelijk) worden afgeweken. Tevens kan er vrijstelling van de parkeereis worden verleend. In de beleidsregeling wordt beschreven onder welke omstandigheden vrijstelling kan worden verleend. Overgangs- en slotregels In artikel 15 is het overgangsrecht vastgelegd in de vorm zoals in het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Als laatste artikel is de slotbepaling opgenomen, welke bepaling zowel de titel van het plan als de regels bevat.

Ontwerpbestemmingsplan Parkhaven – Toelichting

- 57 -

- 58 -

6.

UITVOERBAARHEID

6.1

Financiële uitvoerbaarheid Op grond van artikel 6.12 lid 1 Wro stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In het tweede lid van artikel 6.12 Wro is aangegeven dat onder andere van het opstellen van een exploitatieplan kan worden afgezien, wanneer het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins is verzekerd. In de aan de orde zijnde situatie is daarvan sprake, omdat deze kosten zijn verzekerd middels (toekomstige) gronduitgiften. Daartoe is een ontwikkelovereenkomst afgesloten met de initiatiefnemer. Daarin zijn de nodige financiële afspraken over de gronduitgifte opgenomen en is de financiële haalbaarheid onderbouwd. De gemeente Rotterdam vervult voorts enkel een kaderstellende en toetsende rol. Gelet op het vorenstaande is het plan financieel uitvoerbaar.

6.2

Vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro Op grond van artikel 3.1.1. Bro dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plaats te vinden met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Het plan is daartoe toegezonden aan de volgende partijen: • Provincie Zuid-Holland. • Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. • Ministerie van Defensie. • Rijkswaterstaat. • Metropoolregio Rotterdam Den Haag. • Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. • Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. • Bureau voor Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam (BOOR). • Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR). • ProRail. • Luchtverkeersleiding Nederland. • VWS Pipeline Control. • KPN Telecom. • Warmtebedrijf. • Evides. • Tennet. • Stedin. • GasUnie. Van het Hoogheemraadschap, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Luchtverkeersleiding Nederland, de provincie Zuid-Holland en de VRR zijn formele reacties ontvangen. Deze worden onderstaand beantwoord. Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK) Het HHSK geeft aan dat de door het plan mogelijk gemaakte ontwikkeling geen nadelige invloed zal hebben op het watersysteem.

Wel geven ze aan dat in het gebied bijzondere met het waterbeheer verbonden belangen zijn waar rekening mee gehouden moet worden.

Ontwerpbestemmingsplan Parkhaven – Toelichting

- 59 -

Aangegeven wordt geen bezwaar te hebben tegen vaststelling van het bestemmingsplan. Wel wordt een aantal aandachtpunten opgesomd. 1. Aangegeven wordt dat het maaiveld ter hoogte van het plangebied gemiddeld ligt op een hoogte van zo’n 1,00 meter boven NAP. Uit informatie van het HHSK zelf ligt het gebied waar gebouwd wordt echter aanzienlijk hoger (ca. 3,00 meter boven NAP). Het is van belang om het maaiveld niet te verlagen. Indien de hoogte inderdaad op 1,00 meter boven NAP is gelegen is zullen wellicht de hoogwaterrisico’s in het ruimtelijk ontwerp moeten worden meegewogen. De hoogteligging is aangepast in de waterparagraaf. Daarnaast is besloten om alsnog een risicoberekening uit te voeren en te betrekken bij de vaststelling van het bestemmingsplan. 2. In de waterparagraaf staat gedateerde informatie over de primaire waterkering. De juiste informatie is dat de primaire waterkering deel uitmaakt van traject 14-2 met een norm van 1/100.000 per jaar. Ook dit is aangepast in de waterparagraaf. Dit is aangepast in de waterparagraaf. 3. Van belang is te vermelden dat het op afbeelding 13 aangegeven gebied ook de Maastunnel beschermt tegen de instroom van water bij hoog water op de Maas. Belangrijk is dat deze functie ten minste in tact blijft. De primaire waterkering is ter plaatse van de uitmonding van Maastunneltraverse afgekeurd op hoogte.

Het is mogelijk dat het voorliggende plan conflicteert of kansen biedt met toekomstige oplossingen rondom het hoogtetekort bij de tunnelmond en de veiligheid van de tunnel zelf. De mogelijkheid zou onderzocht kunnen worden om buitenlangs (de tunnelopening) een oplossing te vinden. In de waterparagraaf is nu ingegaan op het feit dat de Maastunnel tevens beschermt tegen instroom van water. Dit blijft geheel intact. Het plan zal voorts niet leiden tot verlaging van het maaiveld en daarmee niet conflicteren met de huidige waterkerende functie. Bij het kadeherstel wordt de kade wel verhoogd om risico’s op onderlopen te beperken. 4. Hier staat dat er een gescheiden rioolstelsel wordt toegepast en het hemelwater wordt afgekoppeld. Wij gaan ervan uit dat het hemelwater afgevoerd wordt direct naar de Maas. Er is inderdaad sprake van een gescheiden stelsel. Hemelwater zal zo lang mogelijk worden vastgehouden binnen het plangebied middels voorzieningen in de vorm van waterberging alvorens het wordt afgevoerd naar de rivier. 5. Voor bepaalde onderdelen van het plan zal een vergunning van het hoogheemraadschap nodig zijn. In de Keur van Schieland en de Krimpenerwaard is terug te vinden voor welke activiteiten een vergunningplicht geldt. U vindt de keur op onze website onder het kopje ‘Wat doen we’. Deze reactie wordt ter kennisgeving aangenomen.

Met het HHSK wordt contact onderhouden in het kader van de verdere uitwerking van het bouwplan en daar waar nodig zullen vergunningen worden aangevraagd.

- 60 -

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) De RCE geeft algemeen aan dat haar reactie een advies betreft en het de gemeente vrij staat om gemotiveerd andere belangen te laten prevaleren. De RCE brengt een tweetal punten naar voren. 1. In § 4.8 wordt de suggestie gewekt dat het transformatiekader dat in aanvulling op het cultuurhistorisch onderzoek is opgesteld, “mede op verzoek van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed” is vormgegeven. Deze zin is aangepast. 2. De RCE wijst er op dat omgang met cultuurhistorische waarden in het gebied in alle stappen van de planvorming zal moeten worden onderbouwd en deel moet zijn van de ontwerpopgaven voor stedenbouw, architectuur en openbare ruimte. Om deze op samenhangende ruimtelijke kwaliteit gerichte stappen te kunnen begeleiden, wordt geadviseerd om een beeldkwaliteitplan aan het bestemmingsplan te verbinden, alsmede een transparant en onafhankelijk beoordelingstraject te beschrijven waarin de cultuurhistorische waarden nadrukkelijk worden geagendeerd. Zodoende blijft RCE in staat om in de loop van het ontwikkelproces zicht te houden op de mate waarin de Rijksmonumentale waarden worden beïnvloed. De gemeente werkt momenteel aan een welstandskader en integraal kwaliteitsdocument. In beide stukken is aandacht voor de bescherming van cultuurhistorische waarden.

Hoe wordt omgegaan met cultuurhistorische waarden is aan de welstandscommissie. In de toelichting van het bestemmingsplan is tevens extra aandacht besteed aan het transformatiekader. Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) De LVNL geeft aan dat het plan geen aanleiding geeft tot het geven van een reactie. Dit wordt ter kennisgeving aangenomen. Provincie Zuid-Holland (PZH) De PZH geeft aan dat het provinciaal ruimtelijk beoordelingskader is vastgelegd in het Omgevingsbeleid, bestaande uit de Omgevingsvisie Zuid-Holland, de Programma(s) en de Omgevingsverordening Zuid-Holland. De toetsing heeft geleid tot onderstaande opmerkingen. 1. De PZH vraagt aandacht voor het duurzaam beschermen, benutten en beheren van de kwaliteit van het bodem- en grondwatersysteem in relatie tot het verantwoord aanbrengen, beheren en afbouwen van functies in de ondergrond (3D-Ordening). Zeker gezien het voornemen om grootschalig ondergronds én buitendijks te bouwen zijn de kwaliteiten van bodem en ondergrond ter plaatse van essentieel belang bij het bepalen van de (on)mogelijkheden voor realisatie het plan. De provincie bevordert het duurzaam beschermen, benutten en beheren van de bodem en de ondergrond. Het gaat hier om het beschermen en beheren van de kwaliteit van het bodem-grondwatersysteem in relatie tot het verantwoord aanbrengen, beheren en afbouwen van functies in de ondergrond.

Het gaat daarbij om het optimaal benutten en beheren van bodem en ondergrond en het beschermen en beheren van het bodem- en grondwatersysteem. Beide aspecten behoren vooral bij de uitvoering van het bouwplan en het latere beheer. In het kader van de ruimtelijke procedure is de bodemkwaliteit (vervuiling) van belang en zijn onderzoeken uitgevoerd, mede met het oog op de kwaliteit Ontwerpbestemmingsplan Parkhaven – Toelichting

- 61 -

van het grondwater. Bodemkwaliteit met betrekking tot de samenstelling van de bodem is aan de orde in het kader van de bouwactiviteiten. 2. De PZH geeft aan dat het plan onvoldoende in gaat op de risico’s van klimaatverandering, zoals wateroverlast door overvloedige neerslag, overstroming, hitte en droogte. Aan dit aspect is inmiddels meer aandacht besteed, aangezien de gemeente Rotterdam zelf ook een regeling heeft vastgesteld dat ook in buitendijks gebied voorzien moet worden in voldoende mogelijkheden om water langer vast te houden middels het vergroten van de bergingscapaciteit. 3. Gezien de plannen voor grootschalige kantoorlocaties onder meer tegenover de planlocatie op de Kop van Zuid, wordt de behoefte aan de geplande kantoren op deze planlocatie in twijfel getrokken. De PZH verzoekt om de vraag naar kantoren in dat licht en in relatie tot de regionale kantorenvisie nader te onderbouwen en hierover in overleg te blijven met de provincie. Wel wordt de inzet op kleinere kantoren (< 1.000 m2) onderschreven, aangezien dit goed te combineren is met andere functies, waaronder wonen. Wij onderschrijven de mening van de PZH dat kleinschalige kantoren (< 1.000 m2), goed te combineren zijn met een woonfunctie. Dergelijke kantoorruimten voorzien in een behoefte en zijn niet vergelijkbaar met grootschalige kantoorlocaties zoals de Kop van Zuid.

In de planregels is een regeling opgenomen dat kantoren nooit groter dan 1.000 m2 mogen zijn. Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) De VRR geeft aan dat er geen relevante veiligheidsaspecten zijn geconstateerd. Wel wordt een aantal adviezen gegeven. 1. Geadviseerd wordt om rondom de te realiseren gebouwen zorg te dragen voor toereikende bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen, zodat hulpdiensten bij een incident adequaat kunnen optreden. Dit wordt meegenomen in de verdere uitwerking van het bouwplan, waarbij ook nadrukkelijk aandacht bestaat voor eventuele calamiteiten in de Maastunnel die van invloed kunnen zijn op het project. 2. Geadviseerd wordt de te realiseren gebouwen zodanig te construeren dat bij een toxische wolk de mogelijkheden tot zelfredzaamheid van aanwezigen verbeterd worden. Als deuren, ramen en ventilatieopeningen afsluitbaar zijn en het luchtverversingssysteem uitgeschakeld kan worden is een object geschikt om enkele uren in te schuilen. Ook dit wordt meegenomen in de verdere uitwerking van het bouwplan en heeft op de ruimtelijke procedure geen invloed. 3. Voorts vraagt de VRR zorg te dragen voor een goede voorlichting en instructie van de aanwezige personen, zodat men weet hoe te handelen tijdens een calamiteit door middel van de campagne “Goed voorbereid zijn heb je zelf in de hand”.

Ook hiervoor geldt dat het een uitvoeringsaspect betreft dat in dat kader wordt meegenomen. - 62 -

II.

REGELS

- 64 -

INHOUDSOPGAVE PLANREGELS HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS.............................................................................................. 67 Artikel 1 – Begrippen......................................................................................................................... 67 Artikel 2 – Wijze van meten .............................................................................................................. 71 HOOFDSTUK 2 BESTEMMINGSREGELS.......................................................................................... 73 Artikel 3 – Bedrijf - Nutsvoorziening ................................................................................................. 73 Artikel 4 – Cultuur en ontspanning ................................................................................................... 74 Artikel 5 – Groen ............................................................................................................................... 75 Artikel 6 – Verkeer ............................................................................................................................ 76 Artikel 7 – Wonen .............................................................................................................................

77 Artikel 8 – Waarde - Archeologie 2 ................................................................................................... 80 Artikel 9 – Waterstaat - Waterkering ................................................................................................ 82 HOOFDSTUK 3 ALGEMENE REGELS ............................................................................................... 85 Artikel 10 – Antidubbeltelregel ......................................................................................................... 85 Artikel 11 – Algemene aanduidingsregels ......................................................................................... 85 Artikel 12 – Algemene afwijkingsregels ............................................................................................ 85 Artikel 13 – Regels omtrent verbrede reikwijdte .............................................................................. 86 Artikel 14 – Voorwaardelijke verplichting over parkeren ................................................................. 86 HOOFDSTUK 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS .............................................................................. 87 Artikel 15 – Overgangsrecht..............................................................................................................

87 Artikel 16 – Slotregel ......................................................................................................................... 87 1. BIJLAGE BIJ DE REGELS: LIJST VAN BEDRIJFSACTIVITEITEN.......................................................... 89 2. BIJLAGE BIJ DE REGELS: BELEIDSREGELS ..................................................................................... 93

Ontwerpbestemmingsplan Parkhaven – Regels

- 65 -

- 66 -

HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 – Begrippen In deze regels wordt verstaan onder: Plan het bestemmingsplan "Parkhaven" met identificatienummer NL.IMRO.0599.BP2186Parkhaven-on01 van de gemeente Rotterdam. Bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. Verbeelding de digitale plankaart. Verdere begrippen in alfabetische volgorde: Aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. Aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. Archeologisch deskundige het Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam (BOOR) of een andere door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige. Bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Bedrijven de bedrijven genoemd in de bij deze regels behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten. Boetiekhotel het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf zónder bijbehorende voorzieningen, zoals het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie. Bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. Bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met een zelfde bestemming.

Ontwerpbestemmingsplan Parkhaven – Regels

- 67 -

Bouwaanduidingen alle aanduidingen met betrekking tot de wijze van bouwen en de verschijningsvorm van bouwwerken. Bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. Bouwgrens de grens van een bouwvlak. Bouwverordening de Bouwverordening Rotterdam, zoals deze luidt op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp van dit bestemmingsplan. Bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. Bruto vloeroppervlak het vloeroppervlak van een bouwwerk, inclusief de niet direct voor het hoofddoel bruikbare ruimten (bijvoorbeeld bij een productiebedrijf of winkel, de magazijn-, expeditie-, kantoorruimten). Gebouwde parkeervoorzieningen worden hiertoe niet gerekend. Daktuin en/of dakterras een bouwkundige voorziening op het platte dak van een gebouw, dat bestaat uit een te betreden vlak, geheel of gedeeltelijk omgeven door een hekwerk zoals voorgeschreven in het Bouwbesluit. Detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ter verkoop, verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

Gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. Geluidsgevoelige objecten (in de zin van de Wet geluidhinder) Hieronder worden verstaan de in de Wet geluidhinder aangewezen objecten: woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven. NB: Delen van deze gebouwen kunnen worden uitgezonderd wanneer deze een bestemming krijgen voor een functie die niet als geluidsgevoelig kan worden beschouwd.

- 68 -

Gezamenlijk geluid alle wettelijke en niet-wettelijke geluidbronnen, te weten wegverkeerslawaai, industrielawaai, nestgeluid, geluid van varende schepen en geluid van horeca, installaties en terrassen tegelijk, energetisch opgeteld zonder correctie voor de verschillen in hinderlijkheid. Hoog-risico biologisch laboratorium Een biologisch laboratorium met een biologische veiligheidsklasse 3 of hoger zoals bedoeld in het "Beleidskader hoog-risico biologische laboratoria Rotterdam-Rijnmond". Horeca Het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en drank, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie. Kantoren het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen. (Kleinschalige) voorzieningen voor openbaar nut op het openbaar leidingennet aangesloten voorzieningen op het vlak van gas-, water-, elektriciteitsdistributie, (stads)verwarming, (riool)gemalen (een gasdrukregelstation wordt hier niet onder begrepen). Leisure recreatieve voorzieningen waar tegen betaling een vrijetijdsbesteding voor de consument geboden, eventueel ondersteund door kleinschalige detailhandel die uitsluitend is gericht op de toeristische sector. Lichte horeca horecabedrijven die, gelet op hun activiteiten en de aard van de omgeving, overwegend overdag en 's avonds zijn geopend.

Dit hoofdzakelijk voor de verstrekking van etenswaren, maaltijden en dranken. Hierbij kan gedacht worden aan: restaurant, broodjeszaak, crêperie, croissanterie, cafetaria, koffiebar, theehuis, lunchroom, ijssalon en snackbar. Maaiveld de bovenkant van het aansluitende, afgewerkte terrein dat een bouwwerk omgeeft, met dien verstande dat in geaccidenteerd terrein het gemiddelde van die bovenkanten wordt aangehouden. Maatschappelijk voorzieningen op het gebied van onderwijs, religie, gezondheidszorg, maatschappelijke dienstverlening en publieke dienstverlening. Milieudeskundige de DCMR Milieudienst Rijnmond of de daarvoor in de plaats tredende instantie.

Ontwerpbestemmingsplan Parkhaven – Regels

- 69 -

NAP het Normaal Amsterdams Peil is de referentiehoogte waaraan hoogtemetingen in Nederland worden gerelateerd. Ongebouwd (gevel)terras een buiten de besloten ruimte liggend deel van een horecabedrijf, waar tegen vergoeding dranken worden geschonken en/of spijzen voor directe consumptie worden verstrekt. Peil a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van de kruin van de weg; b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw. Plint het onderste gedeelte van een gebouw dat gezien vanaf maaiveldniveau, als bepalend kan worden aangemerkt voor de beleving in stedenbouwkundige, architectonische en functionele zin. Straatmeubilair voorzieningen ten behoeve van de weggebruiker, zoals verkeersborden, straatverlichting, zitbanken en plantenbakken. Uitstekende delen aan gebouwen erkers, luifels, balkons, galerijen en dergelijke. Water waterlopen (sloten, singels, vijvers e.d.) ten behoeve van de waterberging, alsmede de aan- en afvoer van oppervlaktewater. Wet geluidhinder de Wet geluidhinder zoals deze luidt op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp voor dit bestemmingsplan.

- 70 -

Artikel 2 – Wijze van meten 2.1

Meten Bij de toepassing van deze planregels wordt als volgt gemeten: a. de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. b. de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; c. de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van een bouwwerk. Dakoverstekken, luifels, balkons en dergelijke worden hierbij niet meegeteld, mits zij niet verder uitsteken dan 0,5 meter; d. de afstand tussen gebouwen: de kortste afstand tussen de buitenwerkse gevelvlakken van gebouwen.

2.2

Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons, dakgoten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 0,5 meter bedraagt.

Ontwerpbestemmingsplan Parkhaven – Regels

- 71 -

- 72 -

HOOFDSTUK 2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 – Bedrijf - Nutsvoorziening 3.1

Bestemmingsomschrijving De voor "Bedrijf - Nutsvoorziening" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. voorzieningen van openbaar nut; b. ter plaatse van de functieaanduiding "tunnel" is tevens een tunnel toegestaan;

3.2

Bouwregels

3.2.1 Algemeen Op de voor “Bedrijf - Nutsvoorziening” bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de in 3.1 genoemde functies. 3.2.2 Maximum goot- en bouwhoogte a. de bouwhoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan de hoogte zoals met de aanduiding ‘maximum bouwhoogte (m)’ op de verbeelding is aangegeven; b. de goot- en bouwhoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan de hoogte zoals met de aanduiding ‘maximum goothoogte(m), maximum bouwhoogte (m)’ op de verbeelding is aangegeven. 3.2.3 Specifieke bouwregels Het uitvoeren van werken of bouwwerken op gronden met de functieaanduiding tunnel mag niet schadelijk zijn voor de belangen van het tunnelverkeer. 3.2.4 Voorwaarden Burgemeester en wethouder kunnen aan een omgevingsvergunning voorwaarden verbinden die dienen tot bescherming van de belangen van het tunnelverkeer. 3.2.5 Advies Alvorens te beslissen op een aanvraag om omgevingsvergunning voor een locatie binnen het gebied dat op de verbeelding is opgenomen met de functieaanduiding "tunnel", winnen burgemeester en wethouders in het belang van het tunnelverkeer advies in bij de tunnelbeheerder.

Ontwerpbestemmingsplan Parkhaven – Regels

- 73 -

Artikel 4 – Cultuur en ontspanning 4.1

Bestemmingsomschrijving De voor “Cultuur en ontspanning” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. cultuur en ontspanning, zoals musea en verenigingsgebouwen, galeries, recreatieve voorzieningen; b. ter plaatse van de functieaanduiding "horeca" is tevens zelfstandige horeca toegestaan: c. ter plaatse van de functieaanduiding "detailhandel" is detailhandel toegestaan, uitsluitend gericht op de toeristische sector.

4.2

Bouwregels

4.2.1 Algemeen Op de voor “Cultuur en ontspanning” bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de in 4.1 genoemde functies. 4.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a.

gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd;

b.

ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bouwhoogte (m)’ mag de bouwhoogte niet meer dan de aangegeven bouwhoogte bedragen;

c.

ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding hoogteaccent (sba-ha) is een hoogteaccent toegestaan van maximaal 185 meter (Euromastgebouw, Parkhaven 20).

- 74 -

Artikel 5 – Groen 5.1

Bestemmingsomschrijving De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen, met bijbehorende voet- en fietspaden en watergangen; b. uitstekende delen aan gebouwen die zijn toegelaten krachtens een aangrenzende bouwbestemming; c. geluidwerende voorzieningen; d. een ondergrondse (gebouwde) parkeervoorziening, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘parkeergarage’; e. een midgetgolfbaan, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘recreatie’; f. een verkeerstunnel, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘tunnel’; g. kleinschalige voorzieningen voor openbaar nut en verkeer en vervoer.

5.2

Bouwregels

5.2.1 Algemeen Functies en activiteiten zoals bedoeld in lid 5.1 moeten voldoen aan de volgende voorwaarden, ongeacht of zij vergunningsvrij, meldingsplichtig of vergunningsplichtig zijn: a. op de voor “Groen” bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in artikel 13; b. er is sprake van een hoogwaardige inrichting van de openbare ruimte zoals bedoeld in de beleidsregel 'Hoogwaardige stedenbouwkundige inrichting en beeldkwaliteit'; c. er is sprake van duurzame ontwikkeling zoals bedoeld in de beleidsregel 'Duurzaamheid'. 5.2.2 Bouwen Op de in 4.1 bedoelde gronden mag niet worden gebouwd, behoudens: a. gebouwen en bouwwerken ten behoeve van de 5.1 d en f benoemde functies; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals hellingbanen, straatmeubilair, sport- en speeltoestellen, huisvuilcontainers, niet groter dan 10 m3 (al dan niet ondergronds), bovenleidingsmasten c.q. -portalen ten behoeve van trambanen, bruggen en duikers; c. uitstekende delen aan gebouwen, niet dieper dan 3 meter uit de gevel en ten minste 2,2 meter boven maaiveld; d. kleine gebouwen voor openbaar nut, verkeer en vervoer, zoals gemaalgebouwtjes, gasdrukregel- en meetstations, wachthuisjes en dergelijke, niet groter dan 80 m3. 5.2.3 Recreatie In afwijking van het bepaalde in artikel 5.2.2 mogen ter plaatse van de aanduiding ‘recreatie’ worden gebouwd: a.

een club- of recreatiegebouw met een maximum goothoogte van 3 meter en een maximum bouwhoogte van 5 meter; b. een inklapbare terrasoverkapping met een maximum bouwhoogte van 4 meter; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals midgetgolfbanen, inklapbare terrasoverkapping, tuinmeubilair, speeltoestellen, vlaggenmasten, natuurlijke erfafscheidingen en vijvers; d. het totale het bruto oppervlak van de onder a en b benoemde voorzieningen mag niet meer bedragen dan 200 m2.

Ontwerpbestemmingsplan Parkhaven – Regels

- 75 -

Artikel 6 – Verkeer 6.1

Bestemmingsomschrijving De voor ‘Verkeer’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. voorzieningen voor rijdende en stilstaande voertuigen, zoals rijstroken, trambanen, fietspaden, parkeerplaatsen, met de daarbij behorende kunstwerken zoals viaducten, bruggen, duikers; b. voorzieningen ten behoeve van wandelen en verblijven, zoals trottoirs, paden en trappen; c. groenvoorzieningen, waterlopen en overige in het kader van de waterhuishouding nodige voorzieningen, zoals taluds, keerwanden en beschoeiingen; d. een brug voor langzaam verkeer, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘brug’; e. bouwwerken ten behoeve van kleinschalige openbaar nutsvoorzieningen, verkeer en vervoersvoorzieningen; f. geluidswerende voorzieningen; g. uitstekende delen aan gebouwen die toegelaten zijn krachtens een aangrenzende bouwbestemming.

6.2

Bouwregels

6.2.1 Algemeen Functies en activiteiten zoals bedoeld in lid 6.1 moeten voldoen aan de volgende voorwaarden, ongeacht of zij vergunningsvrij, meldingsplichtig of vergunningsplichtig zijn: a. op de voor “Verkeer” bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in artikel 13; b. er is sprake van een hoogwaardige inrichting van de openbare ruimte zoals bedoeld in de beleidsregel 'Hoogwaardige stedenbouwkundige inrichting en beeldkwaliteit'; c. er is sprake van duurzame ontwikkeling zoals bedoeld in de beleidsregel ‘Duurzaamheid’. 6.2.2 Bouwen Op de in 6.1 bedoelde gronden mag niet worden gebouwd, behoudens: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, welke in de bestemming passen, zoals straatmeubilair, huisvuilcontainers, niet groter dan 10 m3 (al dan niet ondergronds), bovenleidingsmasten c.q. -portalen ten behoeve van trambanen, bruggen, duikers; b. uitstekende delen aan gebouwen, niet dieper dan 3 meter uit de gevel en ten minste 2,2 meter boven maaiveld; c. kleine gebouwen voor openbaar nut, verkeer en vervoer, zoals gemaalgebouwtjes, gasdrukregel- en meetstations, wachthuisjes en dergelijke, niet groter dan 80 m3.

- 76 -

Artikel 7 – Wonen 7.1

Bestemmingsomschrijving De op de verbeelding voor “Wonen” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen; met daaraan ondergeschikt b. lichte horeca, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding ‘horeca’; c. leisure, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding ‘recreatie’; d. kantoren; e. bedrijven t/m categorie 2 als bedoeld in de lijst van bedrijfsactiviteiten behorende bij deze regels, met uitzondering van handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven; f. maatschappelijke voorzieningen, niet zijnde een geluidgevoelig object; g. een boetiekhotel, uitsluitend ter plaats van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van horeca - hotel’; met de daarbij behorende: h. ondergrondse (gebouwde) parkeervoorzieningen; i. inpandige bergings-, stallings- en afvalcontainerruimte(n); j. dakterrassen/daktuinen; k. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

7.2

Bouwregels

7.2.1 Algemeen Functies en activiteiten zoals bedoeld in lid 7.1 moeten voldoen aan de volgende voorwaarden, ongeacht of zij vergunningsvrij, meldingsplichtig of vergunningsplichtig zijn: a.

op de voor “Wonen” bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in artikel 13;

b.

er is sprake van een hoogwaardige inrichting van de openbare ruimte en hoogwaardige beeldkwaliteit, zoals bedoeld in de beleidsregel 'Hoogwaardige stedenbouwkundige inrichting en beeldkwaliteit';

c.

er is sprake van duurzame ontwikkeling zoals bedoeld in de beleidsregel ‘Duurzaamheid’;

7.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. het totaal aantal woningen mag niet meer dan 650 bedragen; b. gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; c. de bouwhoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan de hoogte zoals met de aanduiding ‘maximum bouwhoogte (m)’ op de verbeelding is aangegeven;

Ontwerpbestemmingsplan Parkhaven – Regels

- 77 -

d. de hoogte van de begane grondlaag, mag niet minder dan 4,5 meter bedragen, gemeten vanaf de bovenzijde van de begane grondvloer tot de bovenzijde van de 1e verdiepingsvloer; 7.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de bouwhoogte niet meer dan 3 meter mag bedragen. 7.3 Specifieke gebruiksregels 7.3.1 Aan-huis-gebonden beroep/bedrijf Woningen mogen mede worden gebruikt voor de uitoefening van een aan-huis-gebonden beroep/bedrijf, mits: a. de woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft, waarbij het bruto vloeroppervlak van de woning voor ten hoogste 30% mag worden voor een aan huis gebonden beroep of bedrijf; b. de gevel en dakrand van de woning niet worden gebruikt ten behoeve van reclame-uitingen; c. er geen bedrijfsmatige activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op het onderhouden en repareren van motorvoertuigen; d. er geen detailhandel plaatsvindt, tenzij als ondergeschikt onderdeel van het aan huis gebonden beroep of bedrijf. 7.3.2 Voorwaarden functies zoals benoemd in 7.1 onder b tot en met f Voor de in 7.1 onder b tot en met f genoemde functies gelden de navolgende voorwaarden: a. de benoemde functies zijn uitsluitend toegestaan op de begane grond en 1e verdieping, met uitzondering van kantoren en maatschappelijke voorzieningen die ook op de hoger gelegen verdiepingen zijn toegestaan; b.

het totale bruto vloeroppervlak van de functies mag niet meer bedragen dan 15.700 m2, en niet minder dan 7.250 m2, met dien verstande dat: 1. het bruto oppervlak aan horeca niet meer dan 3.800 m2 mag bedragen, waarbij een ongebouwd (gevel)terras niet wordt meegerekend; 2. het bruto oppervlak aan leisure niet meer dan 3.800 m2 mag bedragen; 3. het totale bruto oppervlak aan kantoren niet meer dan 5.600 m2 mag bedragen, met een maximum oppervlak van 1.000 m2 per vestiging; 4. het totale bruto oppervlak aan bedrijven niet meer dan 2.400 m2 mag bedragen; 5. het totale bruto oppervlak aan maatschappelijke voorzieningen niet minder dan 2.500 m2 mag bedragen. 7.3.3 Voorwaarden boetiekhotel zoals benoemd in 7.1 onder g Voor het in 7.1 onder g benoemde boetiekhotel gelden de navolgende voorwaarden: a. de benoemde functie is op alle lagen toegestaan; b. niet meer dan 50 kamers zijn toegestaan. 7.3.4 Voorwaarden hogere waarden Ten aanzien van het bepaalde in 7.1 geldt dat woningen waarvoor hogere waarden zijn vastgesteld in het Besluit hogere waarden Wet geluidhinder, dat als bijlage bij deze regels is gevoegd, uitsluitend zijn toegestaan als wordt voldaan aan de in dit besluit opgenomen voorwaarden.

- 78 -

7.3.5 Voorwaarden binnenwaarde Het gebruiken en het doen (laten) gebruiken van de in 7.1 onder a genoemde woningen is alleen toegestaan, indien in de woning de binnenwaarde van het gezamenlijk geluid, bij gesloten ramen, deuren en andere te openen delen, maximaal 33 dB bedraagt. 7.3.6 Voorwaarden hoog risico biologische laboratoria Nieuwe hoog-risico biologische laboratoria zijn op de in 7.1 genoemde functies niet toegestaan.

Ontwerpbestemmingsplan Parkhaven – Regels

- 79 -

Artikel 8 – Waarde - Archeologie 2 8.1

Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor behoud van de aan de gronden eigen zijnde archeologische waarden.

8.2

Bouwregels

8.2.1 Algemeen In het belang van de archeologische monumentenzorg dient de aanvrager van een omgevingsvergunning een rapport aan burgemeester en wethouders te overleggen van een archeologisch deskundige waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Deze bepaling heeft uitsluitend betrekking op aanvragen om omgevingsvergunning voor bouwwerken (waaronder begrepen het heien van heipalen en het slaan van damwanden) die een groter oppervlak hebben en tevens dieper reiken dan de oppervlakte- en dieptematen die genoemd zijn in 8.3.1. 8.2.2 Te verbinden regels aan omgevingsvergunning Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg aan een omgevingsvergunning de volgende regels verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige. 8.3

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

8.3.1 Verbod In het belang van de archeologische monumentenzorg is het verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders de in 8.3.2 onder a t/m f genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te doen c.q. te laten uitvoeren die meer dan 200 vierkante meter beslaan en die tevens dieper reiken dan NAP. 8.3.2 Betreffende werken c.q. werkzaamheden Het vergunningvereiste betreft de volgende werken c.q. werkzaamheden: a. grondbewerkingen (van welke aard dan ook); b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem; d. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontginnen, bodem verlagen, afgraven; - 80 -

e. het ingraven van ondergrondse kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies e.d.; f. het aanleggen van waterlopen of het vergraven van bestaande waterlopen. 8.3.3 Uitzonderingen Het vergunningvereiste geldt niet voor bedoelde activiteiten gericht op het normale onderhoud en beheer van de betreffende gronden en welke in uitvoering waren ten tijde van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan en evenmin voor bestaande weg- en leidingcunetten. 8.3.4 Voorwaarden verlening omgevingsvergunning Vergunning wordt verleend nadat de aanvrager een rapport aan burgemeester en wethouders heeft overgelegd van een archeologisch deskundige waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. 8.3.5 Te verbinden regels aan omgevingsvergunning Aan een vergunning kunnen de volgende regels worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

Ontwerpbestemmingsplan Parkhaven – Regels

- 81 -

Artikel 9 – Waterstaat - Waterkering 9.1

Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor een waterkering.

9.2

Bouwregels

9.2.1 Verbod Ter plaatse van de bestemming 'Waterstaat - Waterkering', mag in afwijking van de bouwregeling voor de andere voorkomende bestemming(en), niet worden gebouwd. 9.2.2 Uitzondering Het verbod als bedoeld in 9.2.1 is niet van toepassing voor bebouwing welke is toegestaan ingevolge de bestemming 'Waterstaat - Waterkering' en (vervangende nieuwbouw van) bebouwing welke aanwezig is op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan. 9.2.3 Toegestane bouwwerken Ten behoeve van de bestemming Waterstaat - Waterkering mogen worden gebouwd bouwwerken, geen gebouwen zijnde, van waterbouwkundige aard, zoals kademuren, duikers, keerwanden, beschoeiingen en dergelijke. 9.3

Afwijken van de bouwregels

9.3.1. Afwijking Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 9.2.1 en toestaan dat in de andere bestemming bouwwerken worden gebouwd, mits het belang van de waterkering daardoor niet wordt geschaad. 9.3.2 Advies Alvorens vergunning te verlenen winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in van de dijkbeheerder, aan de hand waarvan zij desgewenst voorwaarden kunnen verbinden aan de vergunning, ter bescherming van genoemd belang, tenzij aantoonbaar een watervergunning overgelegd kan worden. 9.4

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

9.4.1 Verbod Het is verboden om op of in de gronden met de bestemming 'Waterstaat - Waterkering' zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) de volgende werken of werkzaamheden uit te (laten) voeren: a. het aanleggen van wegen, paden, banen en andere oppervlakteverhardingen; b. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage;

- 82 -

c. het aanbrengen van diep wortelende beplantingen en/of bomen; d. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; e. het aanbrengen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 9.4.2 Uitzondering Het verbod als bedoeld in 9.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 9.4.3 Voorwaarden verlening omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden als bedoeld in 9.4.1 zijn slechts toelaatbaar, mits: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de waterkering/het waterstaatsbelang; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende beheerder van de waterkering.

Ontwerpbestemmingsplan Parkhaven – Regels

- 83 -

- 84 -

HOOFDSTUK 3 ALGEMENE REGELS Artikel 10 – Antidubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 11 – Algemene aanduidingsregels 11.1 Geluidzone - industrie Ter plaatse van de aanduiding "geluidzone - industrie" zijn geen geluidsgevoelige objecten toegestaan, tenzij: a. de hoogst toelaatbare geluidsbelasting van de gevel van geluidsgevoelige objecten niet meer bedraagt dan de in de Wet geluidhinder aangegeven voorkeurswaarde of; b. op grond van de Wet geluidhinder voor die hoogst toelaatbare geluidsbelasting hogere waarden kunnen worden vastgesteld of; c. anderszins aan de Wet geluidhinder kan worden voldaan.

Artikel 12 – Algemene afwijkingsregels 12.1 Afwijken van toegestane bouwhoogte ten behoeve van technische voorzieningen Burgemeester en wethouders kunnen middels een omgevingsvergunning voor het bouwen afwijken van de regels van dit bestemmingsplan ten aanzien van de maximum toegestane bouwhoogte van een gebouw, ten behoeve van technische voorzieningen op het dak, welke noodzakelijk zijn voor het doelmatig functioneren van het bouwwerk, zoals liftopbouwen, lichtkoepels, schoorstenen, antennemasten, luchtverversingsapparatuur, glazenwasinstallatie e.d., mits de overschrijding van de maximum bouwhoogte niet meer dan 3 meter bedraagt. 12.2 Afwijken van de maximaal toegestane bouwhoogte Burgemeester en wethouders kunnen middels een omgevingsvergunning afwijken van de regels ten aanzien van de maximum toegestane bouwhoogte van een gebouw, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 3 meter, uitsluitend toe te passen ingeval extra bouwhoogte nodig is voor een verantwoorde afronding van de bovenste bouwlaag. 12.3 Voorwaarden afwijken Afwijkingen als bedoeld in 12.1 en 12.2 zijn enkel toegestaan met inachtneming van het bepaalde in artikel 13.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=1158e03c-9b5e-42f8-b871-7a9f04905165