CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb008359] Bijlage 1 behorende bij 22bb8327 - Ontwerpbestemmingsplan Parkhaven

Gemeenteraad 2 februari 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Het voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan ‘Parkhaven’.29.521 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Ontwerpbestemmingsplan Parkhaven – Regels

- 85 -

Artikel 13 – Regels omtrent verbrede reikwijdte Bij de beoordeling van de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikelen 5, 6 en 7 van dit plan, en artikel 2.1 eerste lid onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, is de uitleg van de bepalingen zoals bedoeld in dat artikel afhankelijk van de bij deze regels behorende bijlagen ‘Hoogwaardige stedenbouwkundige inrichting’ en/of 'Duurzaamheid en mobiliteit'. Artikel 14 – Voorwaardelijke verplichting over parkeren Een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen en het gebruik van gronden of bouwwerken op grond van de regels in hoofdstuk 2 kan uitsluitend worden verleend als voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid voor auto’s en fietsen, overeenkomstig het in de gemeente Rotterdam geldende beleid ten aanzien van parkeren.

- 86 -

HOOFDSTUK 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 15 – Overgangsrecht 15.1 Overgangsrecht bouwwerken 15.1.1 Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 15.1.2 Burgemeester en wethouders kunnen éénmalig afwijken van het bepaalde in 15.1.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 15.1.3 Het bepaalde in 15.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 15.2 Overgangsrecht gebruik 15.2.1 Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

15.2.2 Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 15.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 15.2.3 Indien het gebruik, bedoeld in 15.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 15.2.4 Het bepaalde in 15.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 16 – Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan “Parkhaven”, gemeente Rotterdam.

Ontwerpbestemmingsplan Parkhaven – Regels

- 87 -

- 88 -

1. BIJLAGE BIJ DE REGELS: LIJST VAN BEDRIJFSACTIVITEITEN Lijst van gebruikte afkortingen in de Lijst van Bedrijfsactiviteiten < > = Cat. e.d. kl. n.e.g. o.c. p.c. p.o. b.o. v.c. u d w j

niet van toepassing of niet relevant kleiner dan groter dan gelijk aan categorie en dergelijke klasse niet eerder genoemd opslagcapaciteit productiecapaciteit productieoppervlak bedrijfsoppervlak verwerkingscapaciteit uur dag week jaar

Ontwerpbestemmingsplan Parkhaven – Regels

- 89 -

-

-

15 1551 1552 1581 1581

10, 11 1051 1052 1071 1071

OMSCHRIJVING

0 2 0 1

1584

10821

0

1584 1584 1593 t/m 1595 18 182

10821 10821 1102 t/m 1104 14 141

3 6

20 205

16 162902

-

22 221 2222.6 2223 2223 2224 2225 223 24 2442 2442

58 581 18129 1814 1814 1813 1814 182 20 2120 2120

-

26 262, 263 262, 263 30 30

23 232, 234 232, 234 26, 28, 33 26, 28, 33

0 1 A

31 316

26, 27, 33 293

-

33

26, 32, 33

-

33 36 361 362 363 3663.1

26, 32, 33 31 9524 321 322 32991

A 2

40

35

-

- 90 -

CATEGORIE

SBI-2008 nummer

SBI-1993

-

A B

0 2

VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN Zuivelprodukten fabrieken: - consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m² Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen: - v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk: - cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. <= 200 m² - suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. <= 200 m² Vervaardiging van wijn, cider e.d. VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer) HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA Uitgeverijen (kantoren) Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen Grafische afwerking Binderijen Grafische reproductie en zetten Overige grafische activiteiten Reproductiebedrijven opgenomen media VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN Farmaceutische produktenfabrieken: - verbandmiddelenfabrieken VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN Aardewerkfabrieken: - vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS Kantoormachines- en computerfabrieken incl. reparatie VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDHEDEN Elektrotechnische industrie n.e.g.

VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. incl. reparatie VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G. Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2 Fabricage van munten, sieraden e.d. Muziekinstrumentenfabrieken Sociale werkvoorziening PRODUKTIE EN DISTRIB. VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM WATER

2 2

2 2 2 2 2 1 2 1 2 2 2 1 2

2 2 2

2 1 2 2 2

40 40 40 40

35 35 35 35

C0 C1 D0 D3

40 40 40 41 41 41 45 45 51 511 5122 5134 5135 5136 5137 5138, 5139 514 5153 5153 5153.4 5153.4 5154 5154 5155.2 5156 519 55 5551 5552 60 6022 603 61, 62 61, 62 63 633 64 641 642 642 642 642 70 70 72 72 72 73 731

35 35 35 36 36 36 41, 42, 43 41, 42, 43 46 461 4622 4634 4635 4636 4637 4638, 4639 464, 46733 4673 4673 46735 46735 4674 4674 46752 4676 466, 469 55 5629 562 49 493 495 50, 51 50, 51 52 791 53 531, 532 61 61 61 61 41, 68 41, 68 62 62 58, 63 72 721

D4 E0 E2 B0 B1 3 -

0 2 4 6 0 2

A A B0 B2 B3 A A B -

Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen: - < 10 MVA Gasdistributiebedrijven: - gas: reduceer-, compressor-, meet- en regelinst. Cat. A - gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), cat. B en C Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt: - blokverwarming WINNING EN DITRIBUTIE VAN WATER Waterdistributiebedrijven met pompvermogen: - < 1 MW BOUWNIJVERHEID - aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m² GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING Handelsbemiddeling (kantoren) Grth in bloemen en planten Grth in dranken Grth in tabaksprodukten Grth in suiker, chocolade en suikerwerk Grth in koffie, thee, cacao en specerijen Grth in overige voedings- en genotmiddelen Grth in overige consumentenartikelen Grth in hout en bouwmaterialen: - algemeen: b.o. <= 2000 m² zand en grind: - algemeen: b.o. <= 200 m² Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur: - algemeen: b.o. < = 2.000 m² Grth in kunstmeststoffen Grth in overige intermediaire goederen Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d. LOGIES-, MAALTIJDEN- EN DRANKENVERSTREKKING Kantines Cateringbedrijven VERVOER OVER LAND Taxibedrijven Pomp- en compressorstations van pijpleidingen VERVOER OVER WATER / DOOR DE LUCHT Vervoersbedrijven (uitsluitend kantoren) DIENSTVERLENING T.B.V.

HET VERVOER Reisorganisaties POST EN TELECOMMUNICATIE Post- en koeriersdiensten Telecommunicatiebedrijven zendinstallaties: - FM en TV - GSM en UMTS-steunzenders (indien bouwvergunningplichtig) VERHUUR VAN EN HANDEL IN ONROEREND GOED Verhuur van en handel in onroerend goed COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d. Datacentra SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk

Ontwerpbestemmingsplan Parkhaven – Regels

2 1 2 2 2 2 1 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 1 2 2 2 1 1 2 1 1 1 1 1 2 2

- 91 -

74 7481.3 7484.4

63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82 63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82 74203 82992

75 75 85 8514, 8515 853 90 9001 9002.2 9002.2 93 9301.2 9301.3 9301.3 9302 9303 9303 9304 9305

84 84 86 8691, 8692 8891 37, 38, 39 3700 382 382 96 96012 96013 96013 9602 9603 9603 9313, 9604 9609

74

- 92 -

A

OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING

Overige zakelijke dienstverlening: kantoren Foto- en filmontwikkelcentrales Veilingen voor huisraad, kunst e.d. OPENBAAR BESTUUR, OVERHEIDSDIENSTEN, SOCIALE - VERZEKERINGEN A Openbaar bestuur (kantoren e.d.) - GEZONDHEIDS- EN WELZIJNSZORG Consultatiebureaus 2 Kinderopvang - MILIEUDIENSTVERLENING B rioolgemalen A0 Afvalverwerkingsbedrijven: A7 - verwerking fotochemisch en galvano-afval - OVERIGE DIENSTVERLENING Chemische wasserijen en ververijen A Wasverzendinrichtingen B Wasserettes, wassalons Kappersbedrijven en schoonheidsinstituten 0 Begrafenisondernemingen: 1 - uitvaartcentra Fitnesscentra, badhuizen en sauna-baden B Persoonlijke dienstverlening n.e.g.

1 2 1 1 1 2 2 2 2 2 1 1 1 2 1

2. BIJLAGE BIJ DE REGELS: BELEIDSREGELS Zoals in §1.4 van de toelichting op het bestemmingsplan “Parkhaven” is aangegeven, is het project Parkhaven bij het Rijk aangemeld in het kader van de ‘verbrede reikwijdte’. Een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte biedt de mogelijkheid om diverse duurzaamheids-ambities ook publiekrechtelijk vast te leggen en daarmee integraal deel te laten uitmaken van de plantoetsing. Zonder deze regeling zijn de mogelijkheden daartoe binnen de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en het Bouwbesluit beperkt. Op grond van artikel 7c sub 6 van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet wordt in het bestemmingsplan “Parkhaven” gebruik gemaakt van open normen die uitgelegd worden in beleidsregels. Deze beleidsregels maken deel uit van de planregels en zijn daarmee juridisch bindend. Onderwerpen beleidsregels In dit bestemmingsplan zijn open normen opgenomen die betrekking hebben op de volgende onderwerpen: Hoogwaardige stedenbouwkundige inrichting (waaronder cultuurhistorische aspecten). Duurzaamheid en mobiliteit. Toetsing beleidsregels Als open normen in de planregels uitgelegd worden door een beleidsregel, is er sprake van een dynamische verwijzing. Beleidsregels zijn regels die niet zijn opgenomen in het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte en die gedurende de planperiode gewijzigd kunnen worden.

Er wordt getoetst aan de beleidsregels die gelden ten tijde van de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen’. De beleidsregels maken duidelijk wat verstaan wordt onder de open normen in het bestemmingsplan. Bij het voorbereiden van een aanvraag om een omgevingsvergunning kunnen initiatiefnemers, op basis van de beleidsregels, bepalen of en hoe hun voornemen voldoet aan de open normen. Indien een omgevingsvergunning wordt aangevraagd beoordeelt het bevoegd gezag of er daadwerkelijk wordt voldaan aan de open norm in het bestemmingsplan “Parkhaven”. Leeswijzer Deze bijlage bevat beleidsregels over de hoogwaardige stedenbouwkundige inrichting (waaronder cultuurhistorische aspecten) en duurzaamheid en mobiliteit. In de eerste paragraaf van beide beleidsregels wordt een algemene toelichting gegeven. Deze toelichting beschrijft de overwegingen en de noodzaak van het opstellen van de beleidsregel. De tweede paragraaf (met de titel ‘inhoud van deze beleidsregel’) bevat de regels waarmee uitleg wordt gegeven aan de open normen in het bestemmingsplan “Parkhaven”. Deze paragraaf bestaat steeds uit sub paragrafen die beschrijven wanneer er voldaan is aan de open norm. Waar nodig is in deze sub paragrafen ook in meer detail beschreven waarom regels gesteld zijn.

De derde paragraaf beschrijft tot slot hoe de beleidsregel vastgesteld wordt en hoe de beleidsregel gewijzigd kan worden.

Ontwerpbestemmingsplan Parkhaven – Regels

- 93 -

- 94 -

Beleidsregels Hoogwaardige stedenbouwkundige inrichting Inleiding Deze beleidsregel bevat het kader voor een hoogwaardige stedenbouwkundige inrichting (waaronder cultuurhistorische aspecten) van het plangebied. Nieuwe bebouwing en de inrichting van de openbare ruimte moet voldoen aan de eisen die in deze beleidsregel gesteld worden. De beleidsregel heeft daarom een algemene werking voor de bouwwerken in de bestemmingen ‘Groen’, ‘Verkeer’ en ‘Wonen’ als opgenomen in het bestemmingsplan “Parkhaven”. Om te kunnen bepalen of een initiatief of bouwplan leidt tot de beoogde hoogwaardige beeldkwaliteit van bebouwing, worden bij de aanvraag van een bouwplan de randvoorwaarden uit deze beleidsregel als toetsingskader gehanteerd. Daarnaast is sprake van een welstandsparagraaf die zich specifiek richt op plangebied van dit bestemmingsplan. Daarin zijn de criteria voor de beeldkwaliteit nader uitgewerkt. Inhoud van de beleidsregel In de regels van het bestemmingsplan “Parkhaven” is in de artikelen 5, 6, en 7 bepaald dat er sprake moet zijn van een ‘hoogwaardige stedenbouwkundige inrichting’. Deze beleidsregel bepaalt wat onder een hoogwaardige stedenbouwkundige inrichting wordt verstaan.

Van een dergelijke inrichting is sprake als voldaan wordt aan het bepaalde in deze beleidsregel, uitsluitend voor zover de inhoud van deze beleidsregel betrekking heeft op de aanvraag van een omgevingsvergunning. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de (gedeeltelijke) ontwikkeling van het plangebied moet aangetoond worden hoe aan de voorwaarden wordt voldaan. Van een hoogwaardige stedenbouwkundige inrichting is sprake als voldaan wordt aan de volgende uitgangspunten die hieronder nader zijn uitgeschreven: Het ensemble met Euromast, Maastunneltracé en Ventilatiegebouw; Groene dooradering door Parkhaven Greens; Maat van de gebouwen; Gevelopbouw; Hoogtes van de gebouwen; Baseline en setbacks; Terugspringende geveldelen; Stedenbouwkundig inpassing parkeren; Bezonning. Het ensemble met Euromast, Maastunneltracé en Ventilatiegebouw Het stedenbouwkundig concept borgt een aantal ruimtelijke uitgangspunten en kwaliteiten: Eigen karakter en identiteit. Het langwerpig gebouwd ensemble vormt een herkenbare rand aan de monding van de Schie en flankeert Het Park met gebouwen en groenstroken. De middelhoge bouwvolumes en de groene ruimte van circa 105 meter rondom de voet geven ruimte aan de Euromast als hét icoon van de stad. Het ensemble is alzijdig en ruim ingebed in de stad en in het groen.

Ten westen van Het Park is in het gebied tot aan de rivier sprake van een strokenstructuur: naast de Baden Powelllaan bevindt zich het Maastunneltracé, daarnaast ligt het ensemble ParkHaven, met vervolgens de kade en tenslotte de rivier. De maat van de ensemble-strook wordt bepaald door de maatvoering van de openbare ruimte. De ruimte van de kaderand tot aan de bebouwing is 35 meter. De afstand vanaf het ensemble tot aan de rand van het Maastunneltracé is minimaal 20 meter. Ter hoogte van de Euromast bevindt zich een grote open ruimte van 105 meter.

Ontwerpbestemmingsplan Parkhaven – Regels

- 95 -

-

-

-

-

-

Aan de rivier is de maat van het kadeprofiel 35 meter. De kade wordt een groene openbare ruimte voor de stad en vormt een onderdeel van de doorlopende openbare kades die het rivierenlandschap in Rotterdam karakteriseren. De inrichting heeft een eigen identiteit en sluit in kwalitatieve zin aan op de uitstraling van de Westerkade en het Coolhavenpark in ontwikkeling. Ten noorden en ten zuiden van de open ruimte bij de Euromast ontstaan twee bouwplots. Ten noorden van de Euromast worden hierop drie losse stadsblokken gerealiseerd en ten zuiden ervan worden vijf losse stadsblokken gerealiseerd. De bebouwingsstructuur is helder, daarbinnen wordt het losse karakter verkregen door variatie in de ruimte (maat en inrichting) tussen de gebouwen, het inspringen van de gevel ten opzichte van de rooilijn en variatie in gevelbeleving. Enkele gebouwen aan het Droogleever Fortuynplein (kopgebouw en twee van de losse gebouwen) gaan als hoogte-accenten de relatie aan met gebouwen in de omgeving zoals de Vopak-toren, de Parkflat, Little C en de faculteitstoren van het Erasmus MC. ParkHaven draagt sterk bij aan de sociale veiligheid in het gebied en van de doorgaande (fiets-)routes die er doorheen voeren, onder meer naar de Maastunnel. De nieuwbouw is georiënteerd op de kade én op Het Park en biedt ‘ogen op de straat’. De transparante en alzijdige opzet van het ensemble versterkt dit effect.

De ontwikkeling draagt bij aan het publiek-recreatieve karakter van het gebied. Naast de gebouwen vormen, aan alle zijden, brede stoepen, pleintjes en groenstroken een aantrekkelijk gebied voor passanten en bezoekers. De inrichting van de kade voorziet in een wandelstrook direct aan de waterkant. Hierdoor is de beleving van het water sterk. De extra verbindingen naar Het Park brengen de beleving van park en rivier dichter bij elkaar. In het ensemble is rekening gehouden met inpassing van de monumenten: Voor de brug over het Maastunneltracé is 25 meter aangehouden, waarmee kade en park visueel en ruimtelijk worden verbonden. De minimale afstand tussen bebouwing en het Maastunneltracé bedraagt overal 20 meter. De bebouwing in het zuidelijke deel staat op een grote afstand (56 meter) van het monumentale Ventilatiegebouw. Hierdoor is de kade op een royale manier en in een groene setting verbonden met Het Park. De tussenmaat borgt dat het Ventilatiegebouw altijd als apart object in zijn omgeving wordt gezien.

Groene dooradering door Parkhaven greens Het ensemble bestaat uit losse gebouwen waartussen open ruimten, de ‘Greens’, zorgen voor luchtigheid en transparantie tussen Het Park en de kade: De ‘Greens’ zorgen voor zicht- en looplijnen in oost-west richting tussen de gebouwen. Er bevinden zich twee ‘Greens’ ten noorden van de Euromast en vier ‘Greens’ ten zuiden van de Euromast. De entrees van de woongebouwen zijn gesitueerd aan de ‘Greens’ en zijn sociaal veilig: hoogwaardig vormgegeven, zichtbaar en goed verlicht. De breedte van de ‘Greens’ varieert tussen de 11 en 17 meter. De smalste delen van de ‘Greens’ zijn nooit langer dan 25 meter voor ze zich openen naar de kade en of Het Park. Maat van de gebouwen De gebouwen vormen een vanzelfsprekend ensemble, waarbinnen sprake is van variatie. De korrelgrootte van de individuele gebouwen varieert in diepte van circa 20 tot 40 meter en in de breedte van circa 20 tot 45 meter. Deze gebouwmaat sluit aan bij de maat en schaal van het gebied. Dit levert een rijkdom van verschillende ruimten en maten op in de openbare ruimte en in de gebouwen. Daarnaast draagt het bij aan het beoogde losse beeld van bebouwing aan de kade en vanuit Het Park: Het ensemble van gebouwen voegt zich op een vanzelfsprekende manier in de omgeving omdat het op een logische manier inspeelt op lijnen uit de omgeving en het - 96 -

-

landschapsontwerp. De rooilijn aan de kadezijde is lang en recht en versterkt het kadeprofiel. Aan de parkzijde verspringt de rooilijn, richting het park levert dit een informeel en zachte aansluiting op. De aansluiting op het Maastunneltracé is hierin op een ontspannen wijze opgenomen. Elk gebouw is door de specifieke ligging in het bouwplot en door inspringingen in de gevellijn uniek. De combinatie van acht unieke gebouwen in één ensemble is onderdeel van de karakteristiek van Parkhaven. De gebouwen zijn alzijdig. Elke gevel is representatief is en er is geen sprake van achterkanten. De bebouwingsvorm leidt niet tot onoverzichtelijke hoeken en is sociaal veilig.

Gevelopbouw Het ensemble is opgebouwd uit losse gebouwen, op zodanige afstand van elkaar dat de openbare groene ruimte tussen de gebouwen doorloopt. De gebouwen hebben daarom geen zij- of achterkanten, elke gevel toont zich. De gevelopbouw van de gebouwen bestaat uit een tweelaagse plint, een stedelijke middenlaag en een terug liggende beëindiging: De gebouwen zijn alzijdig, elke kant is een voorkant en er is geen sprake van achterkanten. De gevels van de gebouwen zijn opgebouwd uit drie delen: een plint, een middendeel en een terugliggende beëindiging. Deze drie elementen relateren aan de drie verschillende schalen van beleving van het ensemble. De plint bestaat uit de onderste twee lagen van de gebouwen, met een begane grond laag van 4,5 meter hoog. De vormgeving van de plint appelleert aan de menselijke schaal van voorbijgangers. De gevels op de begane grond worden opgebouwd uit leesbare kleinschalige bouwdelen voor een open en uitnodigende uitstraling. Het middendeel van de gebouwen maakt de bouwvolumes goed leesbaar ten opzichte van elkaar. De uitwerking is robuust en tactiel, in een lichte kleur. De toppen van de gebouwen geven het ensemble uitstraling en identiteit als ensemble in de stad, ten opzichte van de omringende gebouwclusters. De toppen zorgen voor dansende hoogtelijnen in het ensemble, door middel van hoogteverschillen tussen de gebouwen en zelfs per gebouw.

De toppen wijken, op speelse en informele wijze, significant terug ten opzichte van de middenbouw, en geven zo ruimte voor terrassen en groen met een royale gebruiksmaat. Hoogtes van de gebouwen Het doel van een samenhangend ensemble met een divers en informeel karakter, bepaalt de uitgangspunten met betrekking tot de bouwhoogten. -

-

De gebouwhoogten variëren tussen minimaal 25 en maximaal 35 meter. Op deze regel zijn twee uitzonderingen: Aan het Drooglever Fortuynplein komt een toren van maximaal 70 meter hoog Er zijn twee accenten van maximaal 45 meter hoog ten zuiden van de Euromast Het middendeel van de gebouwen eindigt onder de hoogte van de ‘scheepsbrug’. Deze beëindiging is in feite de goothoogte van de gebouwen. De goothoogte-lijn varieert, waardoor deze informeel en als ‘dansend’ ritme wordt ervaren. De maximale bouwhoogte is altijd inclusief de benodigde dak-opbouwen, zoals installaties en liften. Een uitzondering hierop vormen de trappenhuizen die toegang bieden tot de daktuinen. Vanaf de goothoogte beginnen de toppen van de gebouwen. De toppen wijken ten opzichte van de middenbouw terug, doormiddel van setbacks. De setbacks zijn fors, en kunnen worden gebruikt als royale groene terrassen. De setbacks verschillen per verdieping en per gebouw. De toppen sluiten qua beeld aan bij de onderliggende gebouwen.

Ontwerpbestemmingsplan Parkhaven – Regels

- 97 -

-

Het gebouwdeel direct ten zuiden van de Euromast blijft lager dan de ‘Scheepsbrug’. Dit borgt het uitzicht op rivier en havens. Het uitgiftepeil (aanleghoogte openbaar gebied dat aansluit op de gebouwen) is minimaal + 3,60 NAP.

Baseline en setbacks De bebouwing heeft een basishoogte van minimaal 25 meter tot maximaal 35 meter, dit zijn de basisvolumes. Bovenop de basisvolumes van 25-35 meter staan opbouwen die terug liggen ten opzichte van de gevelrooilijn. De opbouwen zorgen voor een significante verjonging van de gebouwen op de bovenste 1 tot 3 lagen. De verjongingen in combinatie met de terugspringende geveldelen dragen mede bij aan de uitstraling van dansende hoogtelijnen. Dat betekent dat verjongingen bij minimaal 3 van de gebouwen onder de baseline beginnen. De verjongingen worden asymmetrisch ontworpen; dat wil zeggen dat de terugspringingen rondom verschillend van maat zijn. In het ontwerp van de gebouwen zal een goede balans moeten worden gerealiseerd tussen de schaal van het gebouw als geheel enerzijds en een fijnzinnig vormgegeven sculpturale top anderzijds. Terugspringende geveldelen ParkHaven heeft twee verschillende kanten: de kade en het Park. De rooilijn aan de zijde van kade is continu, aan de parkzijde verspringt de rooilijn zodat een informeler beeld ontstaat passend bij de parksfeer. Voor de twee zijden zijn uitgangspunten gedefinieerd, ten aanzien van de rooilijn en terugspringende geveldelen. Uitgangspunten zijde kade: De rooilijn aan de kade is continu. Om een ‘wand-effect’ te voorkomen krijgen gebouwen terugspringende geveldelen.

Een gebouw heeft een doorlopende gevellengte van maximaal 25 meter op de rooilijn. Terugspringende geveldelen zijn significant, dat wil zeggen dat een geveldeel terugspringt over een breedte van ten minste 5 meter en met een diepte van ten minste 5 meter. Uitgangspunten Parkzijde: De rooilijn aan de parkzijde verspringt. Hierdoor is het beeld aan de Parkkant informeel. De rooilijn van de gebouwen ligt, daar waar de tunnelbak nog open is, ten minste 20 meter uit de wanden van het verdiepte Maastunneltracé. Aan de parkzijde is sprake van variatie in breedte en diepte van de terugspringende geveldelen. Stedenbouwkundige inpassing parkeren Parkeren voor bewoners en bezoekers gebeurt ondergronds, dit geldt voor auto’s en fietsen. Onder elk deel van de bebouwing wordt een parkeergarage in één laag gerealiseerd. Voor de stedenbouwkundige inpassing van de garage gelden de volgende uitgangspunten: De bovenkant van de garage ligt in zijn geheel onder het maaiveld en heeft een gronddekking van minimaal 1 meter. De positionering van de ondergrondse parkeerbak steekt ca. 4,0m uit richting de kade. Aan de kadezijde is de gronddekking minimaal 2,0 meter ten behoeve van inpassing van kabel- en

- 98 -

-

leidingtracés, conform het handboek leidingen. In de vervolgfase zal onderzocht worden of een dekking van 1,50 meter mogelijk is indien acceptabel voor de beheerder. Entrees, hellingbanen en opgangen van de garage worden inpandig opgelost, inclusief opstelruimte, automaten, slagbomen/speedgates et cetera. De opgangen vanuit de twee parkeergarages komen uit in openbaar gebied, conform het anti-ondermijningsbeleid. Routes en entrees zijn sociaal veilig: hoogwaardig vormgegeven, zichtbaar en goed verlicht.

Bezonning De nieuwbouw van de Parkhaven werpt in de namiddag schaduw in de richting van Het Park. In de zomer blijft de schaduw beperkt tot de Parkhavenstrook zelf. Ook halverwege het jaar (21 maart en 21 september) geeft de bebouwing nauwelijks schaduw in Het Park. Uitsluitend de toren aan de noordzijde op de kop geeft schaduw vanaf 15.00 uur in de middag. In de winter geeft de bebouwing wel schaduw in Het Park. Dit is grotendeels op plekken waar nu bomen en / of vegetatie staan. De grote open plekken in Het Park worden niet geraakt. Wijziging van de beleidsregel De gemeente Rotterdam mag deze beleidsregel ‘Hoogwaardige stedenbouwkundige inrichting’ aanpassen gedurende de planperiode van het bestemmingsplan “Parkhaven”, zonder hiervoor het bestemmingsplan zelf te herzien of te wijzigen. Het vaststellen van deze beleidsregel is een bevoegdheid van de gemeenteraad. Het wijzigen van de beleidsregel is een bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders.

Ontwerpbestemmingsplan Parkhaven – Regels

- 99 -

- 100 -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=1158e03c-9b5e-42f8-b871-7a9f04905165