[22bb005155] Bijlage behorende bij 22bb5156 - rapportage De Nieuwe Rijnhaven Stedenbouwkundig plan
Tekst van het document
··
··
··
Analyse Om de inclusiviteit van de huidge omgeving Rijnhaven te onderzoeken, is een analyse gemaakt
van het aanwezige voorzieningenaanbod, voor wie deze voorzieningen zijn (op welke schaal deze functioneren) en hoe deze vervolgens de ‘‘feel’’ van het gebied bepalen. Hiervoor is een denkkader opgesteld, dat het gebouwd programma en de openbare ruime in drie categorieën opdeelt: stad, buurt en straat. De analyse van het huidige situatie, zie de kaart op de pagina hiernaast, laat zien dat er op dit moment veel functies in het gebied een positieve bijdragen leveren aan de stad. Met de sprong over de rivier is de stap gezet naar een binnenstad op twee oevers. Het waterfront en de voorzieningen daaromheen zijn sinds deze ontwikkeling voor veel Rotterdammers en bezoekers van de stad een steeds populairdere bestemming. Een breed aanbod van musea, kantoren, hotels, restaurants, winkels en een bruisend cultureel en horeca-milieu op Katendrecht zijn grote publiekstrekkers. Met de ontwikkeling van de Rijnhaven, het rondje rond het havenbekken met divers stedelijk programma en het nieuwe stadspark is de verwachting dat de populariteit van het gebied alleen maar zal toenemen. Het Rijnhavenkwartier (Wilhelminapier, Zuidkade, Katendrecht) heeft een grote aantrekkingskracht voor veel mensen van buiten. Het gebied rond de Rijnhaven functioneert bijna volledig op stedelijk niveau; de buurt en straat zijn afwezig, iets wat zich steeds duidelijker manifesteert in de reacties
van bewoners en omwonenden. Op Katendrecht spreken sommigen van gentrificatie, ervaren zij het verlies van de gezellige ons-kent-ons buurt van weleer en mist men buurtvoorzieningen nabij. Op de Wilhelminapier zorgt de drukte van de vele bezoekers voor ergenis bij sommige bewoners en ook zij missen buurtvoorzieningen en een plek om elkaar te ontmoeten (zeker in de gebouwen waar collectieve voorzieningen ontbreken). En de Afrikaanderwijk, een nog wat naar binnen gekeerde stadswijk, aan de overzijde van de stadsas is nog lastig aan te haken. Daar mist men groen en staan de buurtvoorzieningen onder druk. Opgave Een opgave voor de ontwikkeling van de Rijnhaven (zonder de complexiteit van het vraagstuk geweld aan te doen) is extra aandacht te besteden aan de categorieën straat/buurt en rekening te houden met de brede welvaart van huidige en toekomstige bewoners in en om het gebied. Om dit voor elkaar te krijgen, zetten we in op: een leefomgeving waar je je welkom voelt en wooncarrière kunt maken; ruimte voor lokale ondernemers; een centrale (ontmoetings)plek voor de buurt met een evenwichtig voorzieningenaanbod en diverse buurtfuncties; veel kansen in de bebouwing en openbare ruimte voor ontmoeting, voor het opbouwen van relaties en routines van (buurt)bewoners.
·· ·· ·· ··
Context
35
Plan
3
Illustratieve plankaart Rijnhaven
38
Stedenbouwkundig plan Rijnhaven
3.1 Plan Rijnhaven Met de gebiedsontwikkeling Rijnhaven wordt er een uitbreiding van de het Rotterdamse stadscentrum op de zuidoever gerealiseerd. Door de centrale ligging tussen de Wilhelminapier, Zuidkade en Katendrecht en tussen twee metrostations zorgt de ontwikkeling van de Rijnhaven voor de ontbrekende verbindende schakel, waarmee de afzonderlijke gebieden als geheel kunnen gaan functioneren: het Rijnhavenkwartier. Kernwaarden De Rijnhaven biedt met haar strategische ligging, omvang en bijzondere karakteristiek de kans om een unieke combinatie van stad en park te maken, waarmee de Rijnhaven een geliefde plek in de stad kan worden om te wonen, werken en verpozen. De ontwikkeling van de Rijnhaven draagt bij aan de grote opgaven van de stad, aan het realiseren van ‘goede groei‘. De ambitie voor de Rijnhaven combineert de kwaliteiten van de grote stad, het gevoel van de haven en de dynamiek van de rivier. De ambitie voor de Rijnhaven is in het Masterplan Rijnhaven vertaald naar 4 kernwaarden, die op de volgende twee pagina's meer geladen worden met steekwoorden: Hoogstedelijk; Robuust; Rotterdams; Voor iedereen.
·· ·· ·· ··
Gebiedsontwikkeling Tussen de Posthumalaan en het water van de Rijnhaven wordt straks gebouwd en een stadspark aangelegd. Daarvoor wordt ongeveer een-derde van het bekken aan de oostzijde gedempt. Op dat nieuwe stuk land, op zo'n 5 meter vanaf de huidige kade, worden drie bouwblokken met in hoogte wisselende torens neergezet om in te wonen, te werken en te recreëren. De Posthumalaan wordt een echte stadsboulevard met meer ruimte voor fietsers en voetgangers en een goede doorstroming van het (bestemmings-)verkeer. En
een fraaie entree voor bezoekers en bewoners van de binnenstad en het gebied. Behalve van de skyline en alle reuring in het Rijnhavenkwartier genieten bezoekers en bewoners ook van de relatieve rust van het stadspark met strand en water in een intiemere Rijnhaven. De inrichting van het Rijnhavenpark, een ontwerp van Michael van Valkenburgh Associates (MVVA), wordt vernieuwend met deels drijvende parken (o.a. een ontwerp van Carve) en een openbaar strand midden in de stad. Het park, strand en diverse overgangen langs de kades zorgen voor een unieke
Plan
39
Hoogstedelijk mixed use binnenstad op 2 oevers compact & intensief TOD: OV en voetganger wonen op hoogte 24/7 & nachtleven actieve plinten deelmobiliteit city lounge
Robuust resilient city klimaatadaptatie drijven & getijde energie-efficiënt ontwerp informatief & educatief flexibel & aanpasbaar zwemmen & strand circulariteit
40
Stedenbouwkundig plan Rijnhaven
Rotterdams deltastad wereldhavenstad nautiek & dynamiek grootse maat & schaal wederopbouw & skyline oude & nieuwe identiteit multi-cultureel rauw randje lef
Voor iedereen verbindend bestemming samen / delen ontmoetingsplekken natuurinclusief / stadspark én én / voor ieder wat wils openbaar & toegankelijk bouwblok als buurt functiemix gratis
Plan
41
Illustratieve uitwerking van een mogelijke doorsnede
42
Stedenbouwkundig plan Rijnhaven
beleving langs, op en in het water. Het water zelf wordt makkelijk bereikbaar, aanraakbaar en biedt straks veel mogelijkheden voor activiteiten en drijvend programma. Met de aanleg van de Rijnhavenbrug was er min of meer al een wandelcircuit ontstaan rondom de Rijnhaven. Dat rondje Rijnhaven wordt langs de stadsas gecompleteerd met de esplanade rondom de drie bouwblokken. Waarmee een wandelboulevard met een grote diversiteit aan programma en (recreatieve) mogelijkheden rondom het park ontstaat met de unieke kwaliteiten van het havenbekken en het wateroppervlak als middelpunt. Drie bouwblokken maken stad De ambitie voor de nieuwe bebouwing aan de oostzijde van het havenbekken is niet alleen een nieuw stuk hoogstedelijke binnenstad te realiseren maar ook een gebied dat zowel fysiek als programmatisch een verbindende schakel moet gaan vormen tussen de omliggende wijken en buurten. Hiervoor wordt 'klassieke' stedenbouw ingezet, waar bouwblokken met hun gevelwanden de openbare ruimte definiëren, een heldere demarcatie tussen openbaar en privé bepalen en binnenhoven voor rust en intimiteit zorgen. Door strategisch drie bouwblokken van 75 meter diepte parallel aan de Tillemakade te positioneren en vorm te geven, wordt er een gelaagd en fijnmazig stedelijk weefsel van pleinen,
lijnen, straten en stegen tussen de Wilhelminapier, Zuidkade en Katendrecht gerealiseerd dat die verbinding ertussen legt. Met functies en voorzieningen in de Rotterdamse laag die passen bij een superdiverse bruisende binnenstad én de behoeften van de omliggende buurten: horeca, maatschappeljke voorzieningen, kleine (buurt) winkels, bedrijfsruimte, kantoor, sport en cultuur. Zo ontstaat een interessant en uitnodigend gebied om te bezoeken en in te verblijven, zowel voor bewoners als bezoekers. Uit die bouwblokken rijzen zes torens die zorgen voor extra dichtheid en draagvlak, een aanvulling op de skyline van de binnenstad op Zuid zijn en zorgvuldig een hoogstedelijke omranding van het bekken componeren. De stedenbouwkundige envelop, de programmering en het principe voor de beeldkwaliteit worden in de navolgende paragrafen verder toegelicht. De beoogde dichtheid en compactheid in een drukke en representatieve binnenstedelijke context geeft nieuwe uitdagingen. Om de logistieke drukte in goede banen te leiden, is de expeditiestraat - typerend voor de Rotterdamse binnenstad - ook in de Rijnhaven toegepast. Deze verbindt door blok 2 de tussenstraten waarmee een openbaar toegankelijke logisitieke route ontstaat. Tegelijkertijd wordt daarmee 'de achterkant van de stad' bereikbaar en zichtbaar voor iedereen wat een interessante stedelijke ruimte kan worden.
Waar 'spannende' en ondersteunende stedelijk programmering een betaalbare plek kan vinden. Blok 1 en 3 kunnen met hun logistiek aan sluiten op deze expeditiestraat. Bouwblok als buurt Een andere uitdaging van de compacte en grootstedelijke blokken met torens in deze binnenstedelijke context is het gebrek aan ruimte voor ontmoeting in het gebouw én de directe omgeving ervan. De straat en de buurt ontbreken: vanuit je voordeur sta je direct in de drukke (binnen)stad. Dit maakt wonen anoniem, waardoor eenzaamheid op de loer ligt. Ook plekken die men zich kan toe-eigenen ontbreken, waar men elkaar kan ontmoeten. Dat dient in het bouwblok gerealiseerd te worden, waarmee het bouwblok niet alleen een architectonische maar ook stedenbouwkundige opgave wordt. Opgave is in en tussen de gebouwdelen van het bouwblok (de plint, Rotterdamse laag en de torens) routes, plekken en voorzieningen te realiseren voor bewoners om elkaar te ontmoeten en samen te leven. Ruimte(s) die op het niveau van de straat / buurt functioneren en het gebrek hiervan in de openbare ruimte compenseren. In de Rijnhaven noemen we dat 'inclusiviteit als ruimte' In paragraaf 3.7 en de planregels (2 sociaal) wordt deze uitdagende opgave en ambitie verder uitgewerkt.
Plan
43
DE ROTTERDAMSE EXPEDITIESTRATEN
uitnodigen om te verblijven, ontmoeten en vermaken, de uitgangspunten van de Binnenstad als City Lounge. Door de veelheid aan verschillende eigenaren, huurders en gebruikers van de hoven en straten is het alleen mogelijk deze publieke plekken gezamenlijk te activeren door de handen in een te slaan!
de straten te belasten, terwijl ten slotte onder de boomen een ruimte parkeergelegenheid beschikbaar komt.” Expeditiestraten zijn bedoeld voor o.a. parkeren en bevoorraden van winkels en horeca in de Binnenstad. Hiermee zijn de expeditiestraten een bijzonder Rotterdams fenomeen. Het karakter van de wederopgebouwde binnenstad wordt er zelfs geheel door bepaald en onderscheidt de Binnenstad van de rest van Nederland. Daarnaast zijn de expeditiestraten (bijna) allemaal onderdeel van de openbare ruimte. In totaal beslaan ze bijna 16 hectare. In sommige kwartieren beslaan ze zelfs bijna 10% van de totale ruimte. Waarom zijn expeditiestraten belangrijk? Nu zijn het vooral plekken waar je niet wilt komen of niet hoeft te komen. Het zijn geen echte straten maar wel plekken waar je doorheen kan Expeditiestraten rijden of lopen, zijn niet onderdeel privé maar ook Expeditiestraten vanniet hetopenbaar DNA vangenoeg de om je een goed en veilig gevoel te geven. Het zijn plekken waar geparkeerd wordt Rotterdamse binnenstad. In Rijnhaven introduceren we of afvalcontainers staan. Maar deze straten kunnen óókbingebruikt worden dit typische Rotterdamse fenomeen opnieuw in de om een fijnmaziger netwerk voorom fietsers en voetgangers te maken nenstad, numeer op de linkermaasoever, de uitdagingen plekken worden die juist uitnodigen voor gebruik. Hiermee van of dekunnen huidige tijd op te lossen.
En die uitdagingen zijn kunnen ze een waardevolle toevoeging worden voor de Binnenstad!
tegenwoordig meer dan alleen de logistiek en mobiliteit. OokHoe voorzijn inclusieve (en betaalbare) stad kan de expediexpeditiestraten te activeren? tiestraat van betekenis De expeditiestraten zijnzijn. al onderdeel van de Binnenstad. Het zijn plekken met veel verschillende eigenaren, huurders en gebruikers. Samen met
Witteveen / van Traa expeditiestraten Witteveen / van Traa dubbele expeditiestraten Lijnbaanhoven Overige binnenhoven Expeditiestraten aan de Rotte Achterstraat Waterstad
Boomgaardhof, Rotterdam NL
Melbourne AU
Steiger, Rotterdam NL
Melbourne AU
Philadelphia USA
Sidney AU
In het uit 1946 staat over deze te activeren. Het allewederopbouwplan betrokkenen is het wellicht mogelijk deze plekken expeditiestraten:” deze pleinen en traten de en Parijs), maken van nieuweVia routes voor voetgangers (zoals inzullen Barcelona winkels voor het autoverkeer bereikbaar worden, zonder stallingsmogelijkheden voor fietsers (Rotterdam), een nieuwe plek voor horeca (Melbourne ente Sydney), nieuwe woonmilieus (zoalsonder in Londen) of meer daarmede de straten belasten, terwijl ten slotte groen in de Binnenstad en Chicago) beschikzijn enkele mogelijkheden de boomen een ruimte (Philadelphia parkeergelegenheid de potentie van de Rotterdamse expeditiestraat te benutten. baarom komt.” Expeditiestraten waren bedoeld voor onder Met de referenties andere plekkenvan elders in de wereld kunnen we in andere parkerenvanuit en bevoorraden winkels en horeca. beeld brengen hoe de Rotterdamse expeditiestraten een bijdrage De expeditiestraten zijn een bijzonder Rotterdams feno- kunnen leveren de verlevendiging en verdichting van de binnenBinnenstad. Hieronder meen. Het aan karakter van de wederopgebouwde vindt u voorbeelden de mogelijke inrichting van expeditiestraten elders stad wordt er zelfs geheel door bepaald en onderscheidt in de wereld.
Mocht u geïnspireerd zijn geraakt om mee te denken over de binnenstad van de rest van de binnensteden in Nederde toekomst van de expeditiestraten, kijk dan op www.rotterdam.nl/ land.expeditiestraten. Daarnaast zijn de expeditiestraten (bijna) allemaal onderdeel van de openbare ruimte, alhoewel deze vaak Legenda Kopenhagen DK (project) EN niet zo Middlesbrough ervaren en gebruikt worden. Wonen
Woonverdichting in de Rotterdamse binnenstad waarbij de wederopbouwarchitectuur wordt gerespecteerd.
Het gebruik van alledaagse materialen zoals bijvoorbeeld paraplus verandert de sfeer van de straat totaal.
Deze impressie laat zien dat met kleine ingrepen de potentie van een plek pas goed benut wordt.
Expeditiestraat Groothandelsgebouw
44
Stedenbouwkundig plan Rijnhaven
Voor nieuwe ondernemers biedt een achterstraat een goed startersmilieu.
Een kleine vergroeningsingreep verandert de sfeer van een alley in Philadelphia.
Expeditiestraat Industriegebouw
In de Rijnhaven wordt de expeditiestraat naast een plekRetail voor de logistieke afwikkeling, de afvalcontainers en de Horeca toegang tot stallingsruimtes / deelmobiliteit, ook een extra (openbare) ruimte die fijnmazigheid toevoegt. EenKunst stedelijke ruimte, die een rauw randje toevoegt, waar deVergroening/Verbinding/ superdiverse binnenstad plek biedt aan andersoortige Spelen Pop-up kunstproject in een Nieuwbouwontwikkeling Vergroening van achterstraten in laneway in Sidney. Dit maakt van de gekoppeld aan herinrichting Middlesbrough levert een nieuw horeca,(groen) nachtleven, buurtprogramma, betaalbare wer- Route en stalling achterstraat een beleving. achterstraat. karakter op. kruimtes, circulaire economie, sport én groen. Backstage als spektakel voor de stad!
Illustratieve schetsuitwerking van een expeditiestraat waar stad - buurt - straat samenkomen
Plan
45
3.2 Stedenbouwkundige envelop De Rijnhaven is door zijn dichtheid en omvang een bijzonder hoogbouwmilieu. Het is ook een aanvulling op de bestaande en geplande hoogbouw in de Kop van Zuid. Het is daarom van belang om de contouren van de hoogbouw nauwkeurig in drie-dimensies vast te leggen. Het hoogbouwsilhouette rond de Rijnhaven, goed zichtbaar vanuit verschillende posities langs de Nieuwe Maas in de stad, vormt na realisatie een belangrijke toevoeging aan de Rotterdamse skyline. Belangrijker nog is hoe de Rijnhaven vanaf maaiveld beleefd en ervaren wordt. Dat er door de nieuwbouw letterlijk stad gemaakt wordt door de goeie positionering, opbouw, programmering en uitstraling ervan. Om beide te borgen en hieraan richting te geven, is een stedenbouwkundige envelop gedefinieerd. De stedenbouwkundige envelop bestaat uit drie bouwenveloppen waarin naast de maximale volumes van de individuele bouwblokken ook de verhouding onderling vastgelegd wordt. Deze stedenbouwkundige envelop wordt vastlegd in bestemmingsplan Rijnhaven en is daarmee het vertrekpunt én toetsingskader voor de verdere uitwerking. Per bouwblok is de maximale afmeting van de bouwkavel, de volumeopbouw, de bouwhoogtes en dimensionering vastgelegd. De bouwenvelop in combinatie met het mogelijk te
46
Stedenbouwkundig plan Rijnhaven
0m
25
0m
18
0m
12
40
m
12
m
12
m
Plint
Expeditiestraat
realiseren programma, de geformuleerde ambities en nadere planregels uit dit stedenbouwkundig plan vormen samen het vertrekpunt om tot ontwerpen van de individuele bouwblokken te komen. In de bouwenvelop onderscheiden we de navolgende vier ruimtelijke onderdelen: plint expeditiestraat - Rotterdamse laag - hoogbouw. Plint De plint betreft de eerste 12 meter vanaf het maaiveld. De plint is opgebouwd uit twee of drie bouwlagen, wat een diversiteit aan verdiepingshoogtes, invullingen en uitstraling
Rotterdamse laag
oplevert. De begane grondlaag heeft minimaal een verdiepingshoogte van 4.5 meter. Een nog hogere verdiepingshoogte biedt ruimte om een tussenverdieping (mezzanine) te maken. De mezzanine ligt terug ten opzichte van de gevel, zorgt voor extra dynamiek en diepte in het gevel- en straatbeeld en past heel goed in een hoogstedelijk omgeving. Daglichttoetreding, transparantie, klimaatinvloeden, interactie en menselijke maat spelen een belangrijke rol bij het plintontwerp.
Hoogbouw
van maximaal 12 meter en is ruimer in het midden van het blok waardoor er hofachtige interne ruimte ontstaat. Die straat is op maaiveld gelegen, in de open lucht en openbaar toegankelijk. En is essentieel voor de ontsluiting, afvalinzameling en expeditie van de drie bouwblokken. Bij blok 1 en 3 is er de mogelijkheid om de expeditiehoven intern / overbouwd op te lossen. De ontsluiting ervan is bij voorkeur in en uit via de tussenstraat, eventueel kan een uitgang ook direct op de stadsas. De binnenmaat van de hoven wordt vrijgelaten.
Expeditiestraat en -hoven De expeditiestraat in blok 2 heeft een poortbreedte
Plan
47
A
.2
IN
M NA
X
EN
NG
JO
R VE
E
R TO
C
EN
R TO
C
N.
MI
1X
EN
NG
JO
R VE
B
E D
G
SE
ER
TT
RO
48
M DA
A LA
40
M
2M
T1
IN PL
Stedenbouwkundig plan Rijnhaven
EN
R TO
.1
IN
EM
X
EN
NG
JO
R VE
F
EN
R TO
.1
IN
FM
X
EN
NG
JO
R VE
Rotterdamse laag De Rotterdamse laag mag tot maximaal 40 meter bouwhoogte reiken, gemeten vanaf maaiveld. In bouwhoogte van de Rotterdamse laag is diversiteit wenselijk. Een differentiatie in bouwhoogte draagt bij aan het onderscheid in gebouwdelen onderling, tussen park- en stadsaszijde en een meer dynamische blokopbouw. Ook voor het ontwerpen op wind, zon en uitzicht is een diversiteit aan bouwhoogte wenselijk. In de Rotterdamse laag geldt er een minimale bruto verdiepingshoogte van 3,3 meter, zodat er flexibiliteit qua programmatische invulling mogelijk is en blijft. De functies wonen en nietwonen zijn dan uitwisselbaar. Het gros van het niet-wonen programma krijgt (waarschijnlijk) in de Rotterdamse laag (inclusief stedelijke plint) een plek. Menging van functies is op verschillende manieren mogelijk, zowel horizontaal als verticaal. Hoogbouw De Rotterdamse hoogbouwvisie staat toe dat er hoogbouw tot maximaal 250 meter hoog wordt gerealiseerd in de Rijnhaven. Bovenop de Rotterdamse laag is realisatie van hoogbouw mogelijk binnen daarvoor aangewezen posities en hoogtes. Meerdere hoogteaccenten, twee per bouwblok, zetten de Rijnhaven op de Rotterdamse skyline. De hoogteaccenten van de Rijnhaven dienen onderling te variëren in hoogte, zodat er een ‘interessant luchtspel’ ontstaat. De hogere
torens (>120m) staan aan de stadsas, de lagere torens (70-120m) aan de parkzijde en de hoogste toren staat aan het plein nabij het Luxor Theater. Met deze bouwhoogteopzet ontstaat er een ‘tribune-effect’ met oriëntatie op het water en een afgestemd hoogtespel met de reeds aanwezige hoogbouw. Ontwerpvrijheid De bouwenveloppen van de bouwblokken zijn ruim opgezet. Dit geeft de ontwikkelende en ontwerpende partijen vrijheid om binnen de contouren van de envelop het bouwblok met de torens vorm te geven. De overmaat in de bouwenvelop geeft ruimte om de vorm- en beeldtaal te laten aansluiten op de omgeving, de andere bouwblokken en de gewenste beeldkwaliteit. Daarnaast schept de overmaat ruimte om te ontwerpen op omgevingsaspecten als zon, wind, uitzicht en privacy. En als laatste geeft de overmaat partijen ontwerpvrijheid in het voldoen aan de planregels, die meegegeven zijn voor de uitwerking (zie paragraaf 4.1). Concreet is die overmaat circa 1,5 tot 2,5 keer zo groot als het toegestane te realiseren maximaal programma. Op de naaststaande en volgende 2 pagina's is een voorbeelduitwerking van de Rijnhaven binnen de stedenbouwkundige envelop geïllustreerd vanuit diverse hoeken en vanaf diverse plekken in de stad.
Rijnhaven gezien vanaf westen
Plan
49
Rijnhaven gezien vanaf Leuvehoofd
Rijnhaven gezien vanaf drijvend park
50
Stedenbouwkundig plan Rijnhaven
Rijnhaven gezien vanaf Hillekop
Rijnhaven gezien vanaf Maasboulevard
Rijnhaven gezien vanaf Codricotoren
Rijnhaven gezien vanaf Paul Nijghkade voor Fenix II
Uitwerking
51
3.3 Programma
Ho tel
ke n Se rv ice
eit en
ad
sp lei
n
W er
St
Ac tiv it
St
On de rw
eg
Fl an er
en
Re
Legenda Stad: kantoor, dienstverlening en bedrijfsruimte
Ex pe d cr e
ër
en
St ad sp
ar k
Ve rm Ve rp oz en
Stad: horeca, sport en retail Stad: cultuur en ontspanning, hotel
iti e
st
ra
tv e
rle n
On de
at
rn
in g
em
en
aa k On ts
pa nn
Buurt: maatschappelijk, retail
Di en s
jk
te n
pp eli
Sp or
ad sa s
en
ke
len
20
30
40
50
60
70
80
90
100
pe n od sc ha p
10
Bo
0
Sa
m
en
ko m en
N
Bu u
rt
Straat:
W in
Ma at sc ha
Th ea te
Cu ltu
r
ur
Ev
en em en te n
Het te realiseren programma in de Rijnhaven betreft een gemengde en evenwichtige mix passend bij een binnenstedelijke ontwikkeling als deze. Daarnaast moet het programma aanvullend en completerend zijn op hetgeen er reeds in de directe omgeving zit, zowel op buurtniveau als in het rondje Rijnhaven. Naast maximaal 3.000 woningen is een breed scala aan nietwoonfuncties en voorzieningen opgenomen in het toegestane te realiseren programma (zowel in dit stedenbouwkundig plan als het bestemmingsplan). Bij de invulling van de voorzieningen ligt de nadruk op voorzieningenprogramma dat een gezond, inclusief en dynamisch stedelijk leven mogelijk maakt en stimuleert. Aspecten als nabijheid, bereikbaarheid, ontspanning, ontmoeting en het gebruik van de aangrenzende openbare ruimte spelen daarbij een grote rol. Het voorzieningenprogramma heeft een belangrijke fysieke en sociale relatie met de directe omgeving én de aangrenzende wijken.
52
Stedenbouwkundig plan Rijnhaven
Programma en de openbare ruimte De openbare ruimte rondom de drie bouwblokken kent een gewenst divers gebruik en karakter. Hierop aansluiten met en dit versterken door de programmering van het gebouwde programma is de opgave bij de ontwikkeling. Grofweg zijn vijf van karakter verschillende openbare ruimtes te
onderscheiden: de Stadsas, het Rijnhavenpark, de 2 entreepleinen en de straten tussen de bouwblokken. De stadsas (Posthumalaan-Hillelaan) maakt onderdeel uit van de hoofdstructuur van de stad en is de belangrijkste verbinding in de binnenstad op twee oevers. Aan deze boulevard ligt het accent op stedelijk (werk)programma, gericht op gebruikers en bezoekers van het gebied, zoals kantoren, bedrijfsruimte, dienstverlening, maatschappelijk programma (beperkt), horeca (beperkt) en servicegerichte functies. Het Rijnhavenpark en rondje Rijnhaven worden een belangrijke recreatieve bestemming in de binnenstad. De functies die hieraan een plek vinden, zijn vooral gericht op recreatie, ontspanning, ontmoeten en uitgaan. Denk daarbij aan horeca, cultuur, co-working, sport en hotel. Er is een zorgvuldige overgang tussen het gebouwde programma en het parkprogramma vereist, zodat activiteiten zonder belemmering tussen binnen en buiten kunnen bewegen. Het entreeplein bij het Luxor Theater wordt een nieuw stedelijk podium waar bezoekers en bewoners van de stad elkaar kunnen ontmoeten, waar de dynamiek van de stad gevoeld en gevierd wordt met een waanzinnig Rotterdams uitzicht, ruimte voor evenementen en een groots sculptuur. Het Luxor Theater krijgt daarmee een ruimte waar het ook een buitenprogrammering kan verzorgen. Voor het aangrenzende programma in blok 3 ligt
het accent in de programmering op cultuur, horeca, hotel, kantoor, leisure, ontmoeten, uitgaan en 24uurs activiteiten. De straten tussen de bouwblokken en door blok 2 hebben een intiem(er) karakter en zijn ‘shortcuts’ tussen de twee stedelijke zijden waartussen de bouwblokken zich bevinden: fijnmazig weefsel tussen het Rijnhavenpark en stadsas. Van hieruit wordt de logistiek van bouwblokken geregeld, maar hieraan grenzen ook plintfuncties zoals (betaalbare) kantoor- en bedrijfsruimtes, maatschappelijke en/of gezondheidsfuncties en (hoek)horeca. Het programma op de hoeken, bij voorkeur overhoeks vormgegeven, is uitnodigend en open naar de aangrenzende omgeving. Het plein bij metrostation Rijnhaven wordt een belangrijke bestemming voor de bewoners van de Rijnhaven én de omliggende buurten. Hier kunnen bewoners van Rijnhaven, Katendrecht, Kop van Zuid en de Afrikaanderwijk elkaar ontmoeten als ze (dagelijkse) boodschappen doen, een gezondheidscentrum bezoeken, naar buurtactiviteiten komen in een buurtkamer of rond het plein afspreken met buren of vrienden, waar de kinderen kunnen spelen. Rondom het plein ligt het accent op ondersteunende functies en maatschappelijke voorzieningen op buurtniveau, zoals een buurtkamer, ouderenzorg, kinderopvang, sport, gezondsheidscentrum, horeca (beperkt) supermarkt, drogist en andere dagelijkse voorzieningen. De openbare ruimte
en het plintprogramma stimuleren verblijven en ontmoeten. De Rijnhaven heeft een variabel programma met een bandbreedte tussen de 260.000 en 350.000 m2 bvo (exclusief parkeren). Voor de gebiedsontwikkeling als geheel én de drie bouwblokken op zichzelf is vastgelegd dat het aandeel niet-woonprogramma ten opzichte van het totaal minimaal 25% en maximaal 35% bedraagt. En het woonprogramma dan dus minimaal 65% en maximaal 75% van het totaal omvat. Een echt gemengde programmering is dus ook op blokniveau een vereiste. Wonen De Rijnhaven leent zich bij uitstek voor een hoogstedelijk en gedifferentieerd woonmilieu. De Rijnhaven is aantrekkelijk voor veel doelgroepen: jongeren, starters, singles, (kleine) stedelijk georiënteerde gezinnen en senioren. Het accent ligt dus op de kleinere huishoudens. De segmentverdeling qua woninggroottes is als volgt: circa 50% meet 50-65 m2 gbo; circa 25% is 65-85 m2 gbo groot; circa 25% is groter dan 85 m2 gbo. Een deel van de woningen in het eerste segment, de 50% tussen de 50-65 m2, mag kleiner dan 50 m2 zijn mits het gemiddelde van het eerste segment niet kleiner is dan 50 m2. Het woonprogramma is gemaximeerd op een totaal van 262.500 m2 bvo.
·· ·· ··
Plan
53
De verdeling tussen huur en koop van de maximaal 3.000 woningen is ongeveer fifty-fifty. En om er voor te zorgen dat er voor iedereen een woonruimte te vinden is in de Rijnhaven wordt de naaststaande prijssegmentverdeling aangehouden, conform het door de gemeenteraad vastgestelde masterplan: 20% sociale huur; 30% middensegment; 35% hoger segment; 15% topsegment.
·· ·· ·· ··
De sociale huurwoningen en eventueel een deel van de middenhuur worden door Rotterdamse corporaties afgenomen en verhuurd. In alle drie de bouwblokken zal ongeveer deze verdelingen het uitgangspunt zijn waarbij, afhankelijk van exacte programmatische uitwerking van de individuele bouwblokken, er uiteraard zowel flexibilteit als afhankelijkheid in de vereiste segmentsverdeling zit. Wat meer sociale huur en/of woningen geschikt voor senioren in blok 1, in combinatie
met een woonzorgvoorziening past bijvoorbeeld uitstekend bij de aansluiting op de omliggende buurten, behoeftes van die doelgroepen en de programmering rondom het plein. Voor blok 3 is juist meer hoger en topsegment wenselijk gezien de ambities van de bouwenvelop en aansluiting op het wenselijke niet-woonprogramma. Uiteindelijk zal elk bouwblok een interessante en gedifferentieerde mix aan woningen én bewoners kennen. Vanuit het Langer Thuis Akkoord wordt bijzondere aandacht gevraagd voor de doelgroep ouderen. In 2035 is één op de vijf Rotterdammers ouder dan 65 jaar. Ook neemt het aantal 75-plussers toe. Om het langer zelfstandig wonen in de nabijheid van de eigen buurt mogelijk te maken, zijn geschikte woningen en innovatieve woon(zorg)concepten nodig. In de Rijnhaven, zeker blok 1, dient hieraan invulling gegeven te worden door het realiseren van kwalitatieve woon(zorg)concepten in alle segmenten.
Illustratieve schetsuitwerking van 'nachtleven' in de Rijnhaven
54
Stedenbouwkundig plan Rijnhaven
Niet wonen Ook voorzieningen én arbeidsplaatsen zijn nodig voor de gewenste goede groei van de (binnen)stad. Het mixed-use programma van de bouwblokken maakt dat Rijnhaven een hoogstedelijke en dynamische omgeving kan worden. Een bestemming voor iedereen, op allerlei tijdstippen en momenten van de dag (én nacht): voor werk,
de dagelijkse boodschappen, lunch, zorg, cultuur, een middag van een city-trip, uitgaan, et cetera. Het niet-woonprogramma omvat minimaal een kwart van het gebouwd programma van een bouwblok. Dit niet-woonprogramma mag overal in de bouwenvelop gerealiseerd worden, maar zal hoofdzakelijk in de plint en Rotterdamse laag zijn plek vinden. Toch is het wenselijk ook in de hoogbouw niet-woonprogramma te realiseren, omdat dit ook de hoogbouw toegankelijker en openbaarder maakt en de stad op hoogte daarmee stukken interessanter. De niet-woonfuncties zijn belangrijk voor de juiste programmering en sfeer. In het bestemmingsplan Rijnhaven zijn maximale m2 bvo opgenomen voor diverse niet-woonfuncties, met een maximale totale omvang van 112.500 m2 bvo voor de gehele Rijnhaven. Het merendeel van de functies is opgenomen in een gemengde bestemming 'Centrum' die voor alle drie de blokken geldt. Sommige functies, zoals hotel en detailhandel, zijn toegewezen aan een specifiek bouwblok waarmee preciezer gestuurd is op de gewenste functiemix. Hieronder is het totaal aan niet-woonfuncties opgesomd, zoals vastgelegd in het bestemmingplan Rijnhaven: Voor kantoorruimte is er 25.000 m2 bvo maximaal mogelijk, 15.000 m2 bvo voor bedrijfsruimte. Dienstverlening is mogelijk in de plint. Een diversiteit aan werkprogramma is daarmee mogelijk.
··
commerciële voorzieningen is in totaal ·· Voor 43.000 m bvo aan ruimte beschikbaar. Dit is 2
onderverdeeld in 10.000 m2 bvo hotel, 15.000 m2 bvo horeca, 15.000 m2 bvo cultuur en ontspanning en 3.000 m2 bvo detailhandel. Aan maatschappelijke voorzieningen is maximaal 25.000 m2 bvo in te vullen. Met dit metrage is meer dan invulling te geven aan de referentienormen maatschappelijke voorzieningen (zie tabel hiernaast). Ook onderwijs zou een invulling kunnen zijn, echter voor basisonderwijs is de Rijnhaven niet de juiste plek. Voor sport is een maximum van 15.000 m2 bvo opgenomen, wat ingevuld kan worden met allerlei soorten sport: van een buurtsportzaal, een sportschool en/of padelbanen. In dit stedenbouwkundig plan is per bouwblok specifieker een bandbreedte per niet-woonfunctie vastgelegd. Zodat niet alle kantoor, sport en/of horeca in één van de bouwblok gerealiseerd kan worden. Op de volgende twee pagina's de nadere onderverdeling per blok.
··
bedrijfs- en/of kantoorruimte. Hiervoor zullen bij de marktbenadering, net zoals bij wonen, percentages en prijsniveaus meegegeven worden. Ook het realiseren van specifieke voorzieningen en/of maatschappelijk programma, die anders moeizaam een plek vinden in de binnenstad, draagt bij aan de inclusiviteit. Ook dit zal bij de marktbenadering nader gespecificeerd worden. In blok 1 dient bijvoorbeeld een gezondheidscentrum van 1000 m2 gerealiseerd te worden; in blok 2 beschermd wonen (24 eenheden, circa 1.200 m2 bvo).
··
Met deze mogelijkheden aan programmainvulling is een interessante en stedelijke mix in de Rijnhaven te realiseren, die zowel het rondje Rijnhaven als de buurtfunctie rond metro Rijnhaven kan aanvullen en versterken. Een inclusieve programmamix vraagt echter meer dan alleen een diversiteit aan functies. Dan gaat het ook om diversiteit in prijssegmenten van de winkel-,
Plan
55
Blok 3 Blok 3 heeft een minimaal ontwikkelprogramma van 100.000 m2 bvo (fsi: 14) en maximaal 130.000 m2 bvo (fsi: 18,2). Minimaal 65% en maximaal 75% van het te ontwikkelen programma heeft de bestemming wonen, wat een bandbreedte van 65.000 - 97.500 m2 bvo woonprogramma betekent. In blok 3 mogen maximaal 1120 woningen gerealiseerd worden. Daarnaast dient een deel van het te ontwikkelen programma bestemt te zijn voor 'inclusiviteit als ruimte'. Dit wordt gerekend tot het nietwoonprogramma en omvat minimaal 2,5% en maximaal 5% van het totale blokprogramma. Het niet-woonprogramma heeft een omvang een minimaal 25% (25.000 m2 bvo) en maximaal 35% (45.500 m2 bvo). Hiervoor zijn de volgende metrages voor blok 3 beschikbaar uit de bestemming 'Centrum': 0 - 12.500 m2 bvo maatschappelijk detailhandel - m2 bvo 7.500 - 17.500 m2 bvo kantoor 0 - 5.000 m2 bvo bedrijven (niet gelimiteerd) dienstverlening horeca 2.500 - 10.000 m2 bvo 5.000 - 10.000 m2 bvo hotel cultuur en ontspanning 5.000 - 15.000 m2 bvo 2.500 - 7.500 m2 bvo sport
56
Stedenbouwkundig plan Rijnhaven
Blok 2 Blok 2 heeft een minimaal ontwikkelprogramma van 70.000 m2 bvo (fsi: 11,2) en maximaal 100.000 m2 bvo (fsi: 16). Minimaal 65% en maximaal 75% van het te ontwikkelen programma heeft de bestemming wonen, wat een bandbreedte van 45.500 - 75.000 m2 bvo woonprogramma betekent. In blok 2 mogen maximaal 850 woningen gerealiseerd worden, waarvan 200 - 250 sociale huurwoningen.
Blok 1 Blok 1 heeft een minimaal ontwikkelprogramma van 90.000 m2 bvo (fsi: 11,6) en maximaal 120.000 m2 bvo (fsi: 15,5). Minimaal 65% en maximaal 75% van het te ontwikkelen programma heeft de bestemming wonen, wat een bandbreedte van 58.500 - 90.000 m2 bvo woonprogramma betekent. In blok 1 mogen maximaal 1030 woningen gerealiseerd worden, waarvan 200 - 250 sociale huurwoningen.
Daarnaast dient een deel van het te ontwikkelen programma bestemt te zijn voor 'inclusiviteit als ruimte'. Dit wordt gerekend tot het nietwoonprogramma en omvat minimaal 2,5% en maximaal 5% van het totale blokprogramma. Het niet-woonprogramma heeft een omvang een minimaal 25% (17.500 m2 bvo) en maximaal 35% (35.000 m2 bvo). Hiervoor zijn de volgende metrages voor blok 2 beschikbaar uit de bestemming 'Centrum':
Daarnaast dient een deel van het te ontwikkelen programma bestemt te zijn voor 'inclusiviteit als ruimte'. Dit wordt gerekend tot het nietwoonprogramma en omvat minimaal 2,5% en maximaal 5% van het totale blokprogramma. Het niet-woonprogramma heeft een omvang een minimaal 25% (22.500 m2 bvo) en maximaal 35% (42.000 m2 bvo). Hiervoor zijn de volgende metrages voor blok 1 beschikbaar uit de bestemming 'Centrum':
maatschappelijk 2.500 - 10.000 m2 bvo detailhandel - m2 bvo kantoor 7500 - 10.000 m2 bvo bedrijven 2.500 - 7.500 m2 bvo dienstverlening (niet gelimiteerd) horeca 2.500 - 6.500 m2 bvo hotel - m2 bvo cultuur en ontspanning 0 - 5.000 m2 bvo sport 0 - 5.000 m2 bvo
maatschappelijk 10.000 - 15.000 m2 bvo detailhandel 2.000 - 3.000 m2 bvo kantoor 0 - 7500 m2 bvo bedrijven 2.500 - 7.500 m2 bvo dienstverlening (niet gelimiteerd) horeca 2.000 - 5.000 m2 bvo hotel - m2 bvo cultuur en ontspanning 0 - 5.000 m2 bvo sport 2.500 - 7.500 m2 bvo
Plan
57
3.4 Beeldkwaliteit De haven heeft in de afgelopen eeuw een grote stempel gedrukt op de ontwikkeling van de Rijnhaven. Vanaf de jaren ’80-’90 vindt in het gebied een ingrijpende herstructurering plaats: van haven naar stad. Sindsdien hebben andere visies, economie en nieuwbouw een nieuw verhaal en nieuwe (tijds)laag toegevoegd aan het bestaande, zowel op de Kop van Zuid als Katendrecht. De ontwikkeling van de Rijnhaven is het sluitstuk van deze twee grootschalige gebiedstransformaties. Een aantal industriële iconen en/of havengebouwen en terreininrichting op sommige kades (zoals rails bijvoorbeeld) zijn nog steeds prominent zichtbaar in het gebied. Veel is echter ook verdwenen/gesloopt, zeker aan de oostzijde. De ooit zó beeldbepalende havenomgeving is in de loop der jaren op de achtergrond geraakt. Het behoud én versterken van deze tijdslaag is een belangrijke uitdaging voor de gewenste beeldkwaliteit van de Rijnhaven. Hoe kan het havenverleden afleesbaar blijven en de beleving ervan versterkt worden? Tegelijkertijd voor de Rijnhaven ook de vraag hoe om te gaan met, zich te verhouden tot, de nieuwbouw die er de laatste drie decennia is toegevoegd? Oftewel, hoe kan en moet de architectuur en beeldkwaliteit van de Rijnhaven reageren op de twee dominante tijdsperiodes die in het gebied aanwezig zijn?
58
Stedenbouwkundig plan Rijnhaven
H
av
en
K
o
p
va
n
Z
u
id
Twee karakters De twee karakters in het gebied, die zowel fraaie contrasten als interessante samensmelting geven, vormen de aanleiding en de inspiratie voor een nieuwe generatie gebouwen met een architectuur die zowel een duidelijke beeldreferentie heeft naar havenverleden als naar de vernieuwingsperiode. Het startsein voor de ontwikkeling van de Kop van Zuid markeert grofweg de tweedeling tussen beide perioden. In het tijdvak voor de vernieuwing bepaalden de vemen, loodsen, hijskranen en havenactiviteiten het aanzicht van de Rijnhaven. In eind jaren '80 wordt een start gemaakt met de herstructurering van de Zuidkade en Wilhelminapier. Katendrecht volgt een jaar of 10
later. Een nieuw stedelijk (hoogbouw)milieu met een eigentijdse architectuur verrijst aan de kades. Het zijn deze twee karakters die het beeld en de identiteit van het gebied vormen. In de Rijnhaven speelt de confrontatie tussen beide perioden en stijlen een dynamisch spel, dat vanuit verschillende standpunten op contrasterende manieren beleeft kan worden. De maat en schaal, maar ook de architectuur van beide bouwperiodes zijn aspecten die het beeld van de Rijnhaven in scène zetten. Voor de ontwikkeling van de Rijnhaven is de ontmoeting van beide tijdslagen het principe van de beeldkwaliteit. Ontwerpers en ontwikkelaars worden uitgedaagd om een gebouwde omgeving te realiseren waarin geschiedenis én toekomst in het verlengde van elkaar benoemd kunnen worden. Beeldkwaliteit principe Het gehanteerde principe van beeldkwaliteit stelt daarom de eigenheid van de plek centraal. Het principe van beeldkwaliteit gaat er vanuit dat beide karakters onderdeel worden van de architectuur en vormgeving van de bouwblokken. De blokken zijn onderverdeeld in min of meer twee zijdes: een oostzijde aan de Posthumalaan en een westzijde aan de Rijnhaven. Aan de Posthumalaan reageert de beeldkwaliteit en vormgeving op de eigentijdse architectuur uit de vernieuwingsperiode. De architectuur op de Kop van Zuid laat zich niet in één bouwstroom documenteren. In het ‘Manhattan aan de Maas’
wedijverden alle gebouwen en torens met elkaar qua originaliteit, grootte en hoogte. Verwantschap kan worden gevonden in de neo-modernistische en (het vervolg daarop) super-modernistische architectuur. Gebouwen aan de Posthumalaan kunnen reageren op of een weerspiegeling zijn van de al in het gebied aanwezige (vernieuwings) architectuur of een van de huidige eigentijdse stroming(en). De Rijnhavenzijde, met name de Rotterdamse laag ervan, geeft repliek op de bouwkunst van de vemen en loodsen uit de havenperiode. De havenhistorie vormt aanleiding en inspiratie voor een nieuwe generatie gebouwen met een architectuur die een duidelijke beeldreferentie heeft naar dit imposante en identiteitsvolle verleden. De maat, schaal, materialen en bouwmethodieken zijn basiselementen die ingezet kunnen worden voor het herintroduceren van een havenarchitectuur aan de oostzijde van de Rijnhaven. Door de drie bouwblokken met dit principe van beeldkwaliteit op te bouwen en vorm te geven, voegt de Rijnhaven zich op vanzelfsprekende wijze in zijn omgeving, versterkt het de havenhistorische laag én geeft het tegelijkertijd de Rijnhaven ook zijn eigenheid. Op de volgende paginas is stapsgewijs dit principe geïllustreerd. En zijn de twee karakters kort uitgediept. Dit zal uitgebreider worden gevat en vastgelegd in een beeldkwaliteitsplan Rijnhaven.
Plan
59
Stap 0: historie De Rijnhaven heeft een geschiedenis met een beeldidentiteit van de haven, schepen, kranen, vemen en loodsen. Met de ontwikkeling van De Kop van Zuid is enerzijds deze historische laag aan de oostzijde volledig verdwenen, anderzijds is er een nieuwe eigentijdse beeldlaag rond de Rijnhaven toegevoegd. De manier waarop deze twee karakters elkaar ontmoeten en tot uitdrukking komen is kenmerkend voor de beeldkwaliteit in het gebied. Voor de Rijnhaven is het uitgangspunt dit contrast en dynamiek samen te voegen op blokniveau. Ontwerpvoorstellen worden uitgedaagd de beeldspecifieke vormtaal en architectuur van beide periode te onderzoeken. Kenmerkende elementen en principes van de stromingen te vertalen naar een bouwkunst die voortbouwt op de huidige tweeledige identiteit.
60
Stedenbouwkundig plan Rijnhaven
Stap 1: ontwikkelkavels Om een architectonische tweedeling op blokniveau terug te brengen zijn de bouwblokken opgedeeld in een noord (Posthumalaan) en zuidzijde (Rijnhaven). De beeldkwaliteit aan de Posthumalaan weerspiegelt de in het gebied aanwezige neo- en super-modernistische architectuur uit de vernieuwingsperiode en/ of voegt een nieuwe tijdslaag toe door de eigentijdse architectuurstroming van huidige tijdsgeest als uitgangspunt te introduceren. De Rijhaven, met name in de Rotterdamse laag, reageert op de maat, schaal en architectuur van de vemen en loodsen. De dimensionering van havenpanden en opstallen bepaalt het ritme aan de kade.
Stap 2: Blok Rijnhavenzijde > vemen De ontwikkelkavels aan de Rijhavenzijde tectuur van de vemen. De volumes hebb vierkante c.q. rechthoekige massa. De m programma en plek. Het hoofdvolume (v tuur is een logisch gevolg van de toegep voor de architectuur van de voormalige v
e reageren op de maat, schaal en archiben een zwaar en massief karakter en een massa wordt aangepast aan de logica van veem) blijft altijd afleesbaar. De architecpaste constructie en techniek, kenmerkend vemen.
Stap 3: Blok > loodsen De loodsen en hallen tussen de vemen waren meestal eenvoudige constructies van 1 laag hoog, waarin vooral de overslag plaatsvond. Ruimtes waar veel dynamiek was, waar een duidelijke relatie/stroom tussen kade en het achterland was. De typologie van de loodsen kan worden ingezet voor verbindingen, daglichttoetreding, een (collectieve) plek te activeren, accentueren en/of een logistieke functie toe te voegen. De typologie introduceert ook een menselijke maat en schaal in het blok. De loodsen geven meer gelaagdheid aan het principe voor beeldkwaliteit; voor met name de plint / Rotterdamse laag van de blokken.
Stap 4: Blok > Kop van Zuid + hoogbouw De bebouwing aan de Posthumalaan en hoogbouwtorens aan de Rijnhavenkade (boven de vemen) reageren op de neo- en super-modernistische architectuur van de Kop van Zuid en/of voegen een nieuwe tijdslaag toe door de eigentijdse architectuurstroming van huidige tijdsgeest als uitgangspunt te nemen. De volumes completeren de blokken en voegen zowel aan de Posthumalaan én skyline nieuwe dynamiek en karakter toe.
Plan
61
van hout. De geneskelet met een schil elwerk. Aanvankelijk vooral gebruikt om
men langs de RijnhaEerste Wereldoorlog.
5 Langwerpig, eenvoudig Industriële ornamentiek
Grote, afsluitbare openingen
De van waren de loodsen was afgestemd op de De loodsen hadden, al gelang hun positie haaks of Delengte loodsen eenvoudig, maar zeker de lengte de schepen: vaak lang. De parallel op de kade, grote deuren in de kop- of oudstevan generatie was niet zo robuust alsloods wij nu had vaak maar éénZeker eenvoudige functie:vantijdelijke opslag. langsgevels, op regelmatige afstand. denken. bij de loodsen hout of baksteen Een geëxtrudeerde doosvan met een een zekere flauw wassimpele, er vrijwel altijd sprake zadelof schaaldak (half volstond. ornamentiek, met namerond) op de kopgevels. Ook Stedenbouwkundig plan Rijnhaven de naam van het bedrijf of de hekwerken van de bedrijfslocaties waren (zwaar) geornamenteerd.
62
De hal: loodsen met veel daglicht De hallen voor personentransport hadden vaak meerdere verdiepingen. Daglicht diende juist daar royaal toe te treden. Glas was hier juist bij uitstek van belang.
Loodsen De loodsen en hallen op de kades en tussen de vemen waren eenvoudige en relatief lichte constructies van doorgaans 1 laag hoog, voorzien van hellende dakvlakken, die aanvankelijk nog rijkelijk geornamenteerd waren, maar later versoberden. Er zijn verschillende karakteristieken te benoemen. Deze karakteristieken kunnen een inspiratie vormen voor het terug te brengen loods typologie in de Rijnhaven ontwikkeling. Loodsen van plaatijzer kwamen langs de Rijnhaven veel voor, ook al voor de Eerste Wereldoorlog. De loodsen waren eenvoudig, maar zeker de oudste generatie was niet zo robuust als wij nu vaak denken. Zeker bij de loodsen van hout of baksteen was er vrijwel altijd sprake van een zekere ornamentiek, met name op de kopgevels. Ook de naam van het bedrijf of de hekwerken van de bedrijfslocaties waren (zwaar) geornamenteerd. De lengte van de loodsen was afgestemd op de lengte van de schepen: vaak lang. De loods had maar één eenvoudige functie: zeer tijdelijke opslag. Een simpele, geëxtrudeerde doos met een flauw zadel- of schaaldak (half rond) volstond. De loodsen hadden, al gelang hun positie haaks of parallel op de kade, grote deuren in de kop- of langsgevels, op regelmatige afstand. De hallen voor personentransport hadden vaak meerdere verdiepingen. Daglicht diende juist daar royaal toe te treden. Glas was hier juist bij uitstek van belang.
5
5
: Stadsas met havenkarakteristiek
: Stadsas met havenkarakteristiek
Vemen De veemarchitectuur was robuust, maar zeker niet zonder verfijning en vrijwel altijd expressief. Het was nooit een droge vertaling van programma en functionaliteit. Vooral opvallend was de diversiteit in de opbouw van de volumes, waarbij simpele blokvormige gebouwen werden afgewisseld met meer geknede massa’s. De draagconstructie of dragende elementen waren in de gevel duidelijk zichtbaar gemaakt, net als de logistieke elementen voor op- en overslag of andere bedrijfsfuncties, die soms als een laag van techniek aan de gevel hingen. De gebouwen oogden zwaar, door het materiaalgebruik (baksteen al dan niet in combinatie met beton, of soms volledig beton) en de betrekkelijk dichte gevels. Bij het ontwerp van nieuwe veemvolumes is een genuanceerd spel met de beeldgeschiedenis een noodzakelijke voorwaarde voor een eindresultaat waarbij de Rijnhaven als historische havenkom herkenbaar blijft en de historische gelaagdheid ervaarbaar is. Dat betekent dat in het ontwerp de gebouwen een afwisselend silhouet hebben en dat tektoniek een belangrijke rol moet spelen. Speciale aandacht dient er te zijn voor de afwisseling in volumeopbouw en voor het kneden van de massa waar dit vanzelfsprekend is.
Expressiviteit in de ARCHITECTUUR gevelcompositie is onmisbaar voor het realiseren ARCHITECTUUR van architectuur die rond de haven op zijn plaats UITGANGSPUNTEN VEEMSOLIDS UITGANGSPUNTEN VEEMSOLIDS valt. Bij het ontwerp van nieuwe veemsolids is een
zwarezware tektoniek & duo-/triochroom Bij het spel ontwerp van nieuwe veemsolids Technische laag/balkons Horizontaal/verticaal zegt kleine een na 1Overhuiving hoofdmateriaal + 1 additief Stenen geen voetstuk tektoniek genuanceerd met de beeldgeschiedenis van is een Geknede solids & duo-/triochroom Overhuiving Andere functie, grote verbijzondering Geknede solids Andereplint, functie, grote verbijzondering Wat Vele genuanceerd spel metvoorwaarde de beeldgeschiedenis dit gebied een noodzakelijke voor een van dit gebied een noodzakelijke voorwaarde voor een De gevel gericht naar de waterkant was altijd Pakhuizen en havengebouwen richten zich naar de De gebouwen rond Het volume wordt bepaald door één steenachtig De plint van vemen is afleesbaar, maar laat het De vele gevelo De volumes ogen zwaar massief. De eindresultaat waarbij de Rijnhaven als historische Uitgangspunt vanende volumes isarchitectuur een gelijkzijdige, Aan de gelijkzijdige, waterkant worden Aan sommige solids ver-worden Ersommige bevindensolids zich ververschillende functies binnen de Uitgangspunt van de volumes is een de waterkant Er bevinden zich verschillende functies binnen de volumes ogen van zwaar massief. Denarchitectuur eindresultaat waarbij de waardoor Rijnhaven bij als gehistorischeis een De rijke invoor die dat zich hier materiaal de wetten van zwaartekracht de met logistiek. De materiaal.
Een tweede steenachtig hoofdvolume intact. isenvaak gééngrootschalige, basement in stuk werkgebouwe en klein) zijn De veemarchitectuur rond de Rijnhaven was robuust, logisch gevolg deenconstructie de rechthoekige havenkom herkenbaar blijft en vierkante c.q. rechthoekige massa. Deze massa vormd op maaiveld ruimte te gevel, bieden dezin ruimte solid. Deze drukken uit metde grootschalige, vierkante c.q. massa.omDeze massa een vormd om op maaiveld te bieden voor de zich solid. Deze drukkenHetzich uit De veemarchitectuur rond de Rijnhaven was robuust, is een logisch gevolg van de constructie en de havenkom herkenbaar blijft en waardoor bij gebevonden: laadplatforms, in de gevel zijn afspiegeling vantasten kan gebruikt worden als specifieke toevoeging hierop openingen klassieke zin, maar wel een een dragende, stenen plint mochtingezien grotereword sch maar zeker niet zonder verfijning en vrijwel altijd techniek. Zwaar wil hier niet ‘monochroom’, brek aan concrete cultuurhistorische objecten de wordt aangepast aanzeggen de logica van de functieaan en de logica kade.van de functie en technische gevelvlakken. Deze gevelvlakken tasten wordt aangepast kade.hulpmiddelen specifieke gevelvlakken. Deze gevelvlakken maarHet zeker zonder verfijning en vrijwel techniek. Zwaar wil hier nietnooit. zeggen ‘monochroom’, brekgelaagdheid aan concrete cultuurhistorische kranen, te sporen.
Dit aan kan een inspiratie hijsbewegingen vannooit kranen en wordt deislengte van nooit groot overlaadtechn de naam van om uitdrukking geven dede constructie of deaan. (dragende tektoniek). Deze vormgegeven expressief. wasniet nooit een droge vertaling van altijdhistorische deDe gebouwen bijna toch ervaarbaar is. objecten dewant dat dezijn plek. massa relateert zich op specifieke nooit solid als geheel Er is de daarnaast de plek. De massawijrelateert zich op specifieke wij- hijsinstallaties, nooit solid als geheel aan. Er daarnaast expressief. Het was nooit een droge vertaling van want dat zijn de gebouwen bijna nooit. historische gelaagdheid toch ervaarbaar is. te herinterpreteren schepen en kraansporen. Hoezeer devolumes, schaal ook van best omdeze een ‘technische bepaalde laag’ geleding of gevelelementen door een sprong injuist de gevel, door ‘verarming’ gevelopeninge programma en functionaliteit. ze aan de Rijnhavenzijde. Het hoofdvolume blijft sprake van in elkaar geschoven volumes, ze aan de Rijnhavenzijde. Het hoofdvolume blijft zijn om sprake van inmaar elkaar geschoven maar juist de exotische programma en functionaliteit. in de/-openingen vorm van lichtmasten, stijgpunten, grote kanéén verschillen, alles gaat verticaal of horizontaal. te accentueren.
Hiermee wordt hetvan materialen/openingen in één de ‘geknede’ gevel of juist door Een traditie die in Plan echter altijd afleesbaar. eerder altijd sprake ‘geknede’ bouwmasechter altijd afleesbaar. eerder altijd prake van bouwmasstedelijke balkons, enz. wat betreft dit laatste: doorgezet en die kleurgebruik in deVoor gevel tevens ‘verrijking’ van materialen/openingen in de gevel. VAN HISTORIE NAAR TOEKOMST Vooral opvallend was de diversiteit in de opbouw sa. verrijkt. sa. VAN HISTORIE NAAR TOEKOMST opvallend wassimpele de diversiteit in de opbouw laadbalkons waren vaak minstens 3mtr diep. van de Rijnhaven (M van deVooral volumes, waarbij blokvormige van werden de volumes, waarbij blokvormigeDat betekent dat het ontwerp voorbijgaat aan een gebouwen afgewisseld met simpele meer geknede Dat betekent dat het ontwerp voorbijgaat aan een gebouwen werden afgewisseld met meer geknede OPGAVE OPGAVE
63
Karakteristieke havenarchitectuur rond de Rijnhaven, voorzien van nieuwe tijdlagen in de vorm van opbouwen en aanpassingen
64
Stedenbouwkundig plan Rijnhaven
Kop van Zuid - Hoogbouw De gebouwen uit de vernieuwingsperiode introduceren sinds de jaren ‘90 een nieuwe verhevenheid in het gebied. Sindsdien wedijveren de bouwontwikkelingen in de Kop van Zuid met elkaar qua grootte en hoogte. De hoogbouwarchitectuur laat zich niet makkelijk documenteren in één bouwstroom. Verwantschap kan worden gevonden in het supermodernisme. De gebouwen verbeelden architectuuropvattingen van de tijdsgeest (1990-heden) waarbinnen de ontwikkelingen tot stand zijn gekomen. Het eigentijdse is daarom naast het supermodernisme ook een belangrijk beginsel voor beeldkwaliteit. De architectuur van Kop van Zuid - Hoogbouw kan op twee verschillende manieren gemotiveerd worden en tot uiting komen: supermodernisme of het hedendaagse. Bij het supermodernisme worden de vorm en massa van het gebouw ingezet om een statement te maken. Beeldbepalende voorbeelden hiervan zijn o.a. De Rotterdam, INHolland en het KPN hoofdkantoor. Belangrijk kenmerk van de hedendaagse architectuur is het bewust omgaan met het klimaat. Gebruiken van duurzaam/circulair materiaal, plek voor biodiversiteit, focus op het energievraagstuk en het microklimaat. Andere aspecten zijn het gebruik van robotica (automatisering), parametrisch ontwerp (digitalisering) en nieuwe innovatieve bouwmaterialen (experiment).
Plan
65
3.5 Stadspark De drie nieuwe bouwblokken liggen op de overgang van de Posthumalaan, de verkeerslogistieke en representatief belangrijke boulevard van de stadsas naar de recreatieve ruimte van het Rijnhavenpark. Met het Rijnhavenpark wordt een heel nieuw parkgebied gerealiseerd in de context van een voormalige havenbekken in de binnenstad.. Het geheel leidt tot een metropolitaan parkmilieu in Rotterdam. Uitgaand van het in masterplan geponeerde parkconcept met drie parkdelen om het water, is eind 2021 het schetsontwerp opgeleverd door Michael van Valkenburgh Associates (MVVA) als volgende stap in de parkuitwerking. Essentie parkopbouw Het parkontwerp baseert zich op de driedeling in de rondgang om het water. In de uitwerking worden verschillende plekken opgenomen in de zonering van strak vormgegeven randen (kaden, esplanade, parkkamers) naar een afwisselende, stoere en soms zelfs natuurlijk ogende waterkant. Aan de oostzijde van het havenbekken direct grenzend aan de nieuwe stadsblokken komt een glooiend parkdeel op vast land dat zich kenmerkt door een organische vormgeving. Hier ligt een langgerekte brede esplanade, inclusief twee entreepleinen, als route en voor verblijf voorlangs en rondom de plinten van de stadsblokken. Routes Schetsontwerp Rijnhavenpark
66
Stedenbouwkundig plan Rijnhaven
Aan het water zijn enkele flauw aflopende strandjes ingevoegd in het park. Deze worden ontsloten door de slingerende promenade in het park die ligt op de overgang van de gevarieerde (met keien begrensde) waterrand naar de hoger gelegen groene parkkamers. De slingerende promenade vormt ook de zichtbare grens tussen de
Langs de Wilhelminapier en de kade van Katendrecht liggen de twee drijvende parkdelen die beiden meebewegen met het getij. In de vormgeving wordt hier de combinatie gezocht van aan havenarchitectuur gerelateerde vormen, constructies en materialen, waarin verblijfsruimte en weelderig groen zijn gevat. Het noordelijk
drijvend park ligt als een eigenstandig lang en strak vormgegeven object vrij en laag in het water op afstand van de kade. Het drijvend park aan de kaapse zijde is een opeenvolging van meerdere eilanden / steigers met mogelijkheden voor nog nader te definiëren specifiek gebruik. Het water rondom beide drijvende parken is bereikbaar, ‘aanraakbaar’ en toegankelijk. Samen vormen de drie parkdelen één park, maar verschillen onderling sterk van verschijningsvorm, zich spiegelend aan het aanliggende stedenbouwkundig weefsel. Het park is daardoor Rijnhavenpark Rotterdam aan de noordzijde eenduidig van vorm en strak gestileerd gelijk aan de Wilhelminapier. Oostelijk, grenzend aan de forse stadsblokken, is het park het omvangrijkst van oppervlakte en afwisselend vormgegeven met robuust organisch groen. De zuidzijde langs Katendrecht varieert met enkele ERASMUSBRUG
A
M NIEUWE WERK
N
I
E
U
W
A
S Metrostation Wilhelminaplein
ZU
E
ID
elm
Nieuwe Luxor Theater
e ad
ak
in
ilh
W
W
C
I
Cruise Terminal
HET PARK
V
eg gw
lin
ch
eu oR Ott
P
I
C
L
I
W Holland Amerikaplein
Bluff Wall
S
TH
Ravine
de ka
e
in
to An
te Pla
r be
E
h ac Be
m
Ti
U
M
A
La
an
KA
LA
DE
op
Zu id
A
N
B3
Glade
R
IE
AP
IN
LM
E LH
O
Luxor Square
Euromast
I
49
str aa t
natuurlijker en rauwe inrichting langs het water en een meer ‘cultuurlijke’ vormgeving van het groen en openbaar gebied (esplanade, parkkamers) grenzend aan de stadsblokken. Het brede pad slingert langs alle parkkamers én strandjes door het glooiende maaiveld dat zijn hoogtepunt kent in een opvallende rotsachtige wand in het park. De promenade functioneert als ‘kortsluiting (snelle Rijnhavenpark Rotterdam route)’ van de Wilhelminapier naar Katendrecht en het verderop aan te leggen Nelson Mandelapark in de Maashaven.
Ve em
van het park sluiten via de esplanade aan op de stadsas, en de buurten aan de andere zijde ervan. De twee pleinen in beide hoeken vormen, in goede aansluiting op de metrostations, de hoofdentrees tot het park. De ambitie is om deze tot levendige verblijfsplekken uit te werken en als belangrijke ankerpunten in het aaneengesloten geheel van de esplanade. De esplanade grenst aan meerdere 8 Deze manifesteren Rijnhavenpark Rotterdam groene parkruimten in het park. zich als een reeks kamers in het park die onderling van identiteit verschillen.
s
p
B2
l
a
n
a
d
Bowl
B1
e
D
Hotel New York
Valley
Station Square
Beach
Metrostation Rijnhaven
The View
Stone Outcrop
Bayhouse Santos
Codrico e Bred
dijk Hille
Fenix II Fenix I
Buizenpark Deliplein Square
‘Civic and wild’, opeenvolging van parkruimten van meer geordend CIVIC WILDnaar natuurlijker delen aan het water langs deAND kaderand
CHT DRE
AFRIKAANDERWIJK
POLS
EN KAT
Veerlaa
n
Spreiding van verschillende parkruimten om het water, waaronder ook enkele strandjes ingebed in het park
Gevarieerde en goed bereikbare wateroevers (zowel vast als voorWATER’S verblijf nabij water Adrijvend) DIVERSE EDGE
KATENDRECHT
Maastunnel
Afrikaanderplein Park
FLEXIBLE GATHERING PLACES Speeltui Katendrecht
Plan
Kaappark
NELSON MANDELA PARK
Paved Gathering Place Landscape Gathering Place
MAASHAVEN
67
segmenten van een informeel karakter. De continuïteit van de rondgang om het water wordt gegarandeerd door meerdere routes en circuits tussen de drie parkdelen. De drie parkdelen maken samen met het toegankelijke en recreatief te gebruiken wateroppervlak het Rijnhavenpark.
kenmerkend zijn om een meervoudige gebruikswaarde. Tegen de achtergrond van de skyline, het water en de afwisselende parksferen, niet beperkt tot één vooropgezet gebruik, ontstaat ruimte die uitnodigt voor een breed en vrij in te vullen set van activiteiten.
Parkprogramma Bijzonder aan het parkontwerp is het grote absorptievermogen voor verblijf en bewegen van meerdere gebruikersgroepen. Ook is de bereikbaarheid van het water, overal rond het bekken gemaximaliseerd. Dit is essentieel voor de aanraakbaarheid, toegankelijkheid en het recreatief gebruik van het water. Met de rondgang door de drie parkdelen doorkruist men een opeenvolgende reeks uitgesproken en karaktervolle plekken, die variëren in beeld en
Het park ligt midden in wat een hoogstedelijk binnenstadsmilieu gaat worden. Er wordt uitgegaan van een intensief gebruik van de parkruimte. Natuurlijk zal de drukte gedurende de dag variëren, maar met het vorderen van de avond wordt het er rustiger. De openbare ruimte direct grenzend aan de nieuwe bouwblokken behoort tot de drukkere delen van het park. Met de horeca en voorzieningen in de plinten is de esplanade jaarrond tot de langst bezochte delen van het park. In het netwerk van paden en ankerplekken is een