CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb004685] Bijlage 1 behorende bij 22bb4684 - Lobbybrieven 42 stuks

Gemeenteraad 7 juli 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: A. Het voorstel tot vaststelling van de eerste herziening van de begroting 2022, B. De brief van burgemeester en wethouders met betrekking tot de verwerking van het coalitieakkoord ‘Eén stad’ in de begroting, C. De brief van burgemeester en wethouders over informatiedossier informateur.40.013 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Bewust ruimte voor nieuwe toetreders Onder leiding van het ministerie voor Gezinnen en Toekomstige Generaties en in samenhang met het onderzoeks­ programma geven gemeenten mogelijkheden om innovatieve concepten en organisaties toe te laten treden in de gezinszorg. Het ruimte bieden aan nieuwe toetreders om het bestaande systeem op te schudden (en daarvan te leren) in combinatie met maximaal stimuleren van echte en schaalbare innovatie, helpt in het versnellen van de vele transformatieprocessen. Daarbij was wel geleerd uit de eerdere jaren van de decentralisatie jeugdhulp en aanpak van de coronapandemie. Nieuwe aanbieders met primair economische motieven werden door strak contractmanagement herkend en gecorrigeerd. Verstandige en beperkte marktwerking zorgde voor de juiste samenwerking.

De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’

16

Innovatie vraagt om persoonlijk leiderschap alsook moedige en vaardige bestuurders De politiek, beleidsadviseurs, managers en bestuurders van jeugdhulporganisaties hielden elkaar altijd gevangen in een eindeloze kostbare dans, zo was de analyse van de periode tot 2025. Ieder jaar stegen de kosten voor jeugdhulp en ieder jaar kwam er extra geld bij. Echt harde transformatiedoelstellingen eisten de gemeenten voorheen niet en de sector wist dat de lokale politiek het niet aandurfde om die harde transformatiedoel­ stellingen te eisen. Door de arbitragegesprekken tussen gemeenten en het rijk én de toenemende druk op de toegankelijkheid van de gezinssector, veranderde dit. De solidariteit van het stelsel in het algemeen liep daadwerkelijk gevaar. Om transformatie en innovatie te kunnen leiden zijn twee zaken nodig: moed en vaardig­ heden. Leiders die dergelijke processen durven en kunnen leiden. Daar waar geïnvesteerd werd, wordt nu ook geïnvesteerd in bestuurlijk leiderschap. Om regio’s van gemeenten en aanbieders te ondersteunen bij de grote radicale transformatie-opdrachten, zijn bewust leerkringen ingericht voor bestuurders. Vanuit andere sectoren stelden bestuurders met ervaring zich beschikbaar om hun kennis en expertise te delen in de leer­ kringen.

Op basis van verhalen van Peter Bennemeer (hoe een buitenstaander het ziekenhuis beter maakte) en Jos de Blok (Buurtzorg) konden bestuurders met elkaar leren, reflecteren, vaardigheden vergroten en een houding ontwikkelen van ‘willen, zien en doen’.

De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’

17

6. Sociaal Deze dimensie gaat over de relationele dynamieken tussen mensen en welke invloed dit heeft op de positie van jeugdhulp in de Nederlandse samenleving.

Een mindsetverandering: bewust nieuwsgierig naar ouderschap In 2041 kunnen we zonder meer stellen dat het individualisme in de afgelopen decennia de samenleving veel heeft gebracht. Waarden als recht op zelfexpressie, je eigen mening kunnen uiten en het streven naar gelijke kansen zijn niet meer weg te denken in de moderne samenleving. Tegelijkertijd werd gedurende de jaren 10 en 20 van de eenentwintigste eeuw ook de schaduwzijde hiervan helder, versterkt door de opkomende dominantie van socialmediaplatforms en op persoonlijke profielen gebaseerde zoekresultaten, reclame en nieuws- en entertainment. Het maakte het mogelijk een eigen ‘bubble’ te creëren van informatie, virtuele relaties en prikkels, die volstrekt aansloot op de eigen perceptie en het gewenste beeld van de werkelijkheid. Dit droeg bij aan het eroderen van sociale relaties binnen de fysieke omgeving, de lokale gemeenschappen en de samen­ leving als geheel. Als tegenreactie begonnen gemeenten bewust te investeren in concepten die fysieke ontmoeting en gesprekken tussen mensen stimuleerden. In het begin van de jaren 20 van de eenentwintigste eeuw nog mondjesmaat, maar al snel was een trend waarneembaar. Zo ontstonden in korte tijd lokale bond­ genootschappen tussen ouders, partners en gemeenten, die met elkaar vrjbljvende bjeenkomsten organi­ seerden over het ouderschap.

Ouders met kinderen in dezelfde leeftijd werden hierbj gefaciliteerd in het reflecteren met elkaar over leuke én minder leuke ervaringen binnen het ouderschap. En met name dat laatste bleek waardevol te zjn: ‘het normaliseren van moeite en worstelingen’.

De kern in deze groepen is niet elkaar vertellen wat goed opvoeden is en welke methodieken daarvoor beschik­ baar zijn, maar samen nieuwsgierig zijn: wat is er aan de hand en hoe sta ik in de situatie? Wat voel ik en wat denk ik? Welke keuzes kan ik maken? Wie heb ik om mj heen die mij kan ondersteunen? Door een groter bewustzjn bljken ouders beter in het anticiperen op gebeurtenissen in het leven, zoals het krjgen en hebben van een kind. De gesprekken bljken verder te gaan dan louter het opvoeden van kinderen. Het gaat ook over henzelf: hoe balanceer ik werk en thuis of hoe ervaar ik de relatie met mijn partner? Ouders waarderen deze gesprekken, want een luisterend oor, advies of concrete steun kan iedereen wel gebruiken. De wereld is in 2041 zeker niet minder complex geworden. Inmiddels zjn dit soort initiatieven niet meer weg te denken. Sociale steun - van familie, vrienden, buren en anderen in je eigen directe omgeving - is normaal en ook een belangrijke beschermende factor in het voorkomen van (herhaling van) kindermishandeling. Het is in Nederland weer vanzelf­ sprekend om je voor te bereiden op het ouderschap en met elkaar te praten over twjfels en onzekerheden.

Toekomstgericht Passend Onderwijs Door reflectie op de snelle technologische veranderingen, zoals automatisering en de oprichting van het ministerie van gezinnen en Toekomstige Generaties, werd ook de rol van het onderwjs tegen het licht gehouden. De historicus en futurist Yuval Noah Harari verwoordde in 2019 deze reflectie als volgt: “Aangezien we niet weten hoe de arbeidsmarkt er in 2030 of 2040 uit zal zien, hebben we geen idee wat we onze kinderen nu

De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’

18

moeten leren. Het meeste van wat ze momenteel op school opsteken, zal tegen de tijd dat ze veertig zijn waarschijnlijk niet relevant meer zijn.” En in de daaropvolgende jaren werd dat ook bewaarheid. Door de COVID-19-pandemie werd plaats- en ťjdonafhankelįjk werken de norm en namen digitale beroepen een hoge vlucht. In dat licht werd het curriculum heroverwogen, waarbij relationele vaardigheden als empathie deel gingen uitmaken van het onderwijs. “Empathie, het vermogen om je in te leven, dat zal zijn wat mensen onderscheidt van techniek”, zo sprak de Koning uit in de - achteraf gezien historische - troonrede van 2025. Deze ‘levensvaardigheden’ werden in 2030 - na diverse succesvolle pilots - formeel aan het curriculum toegevoegd als aanvulling op kennisoverdracht en cognitieve vaardigheden.

Om dit goed te kunnen doen, werd er vanuit het Meerjarenakkoord Kansengelijkheid geïnvesteerd in het onder­ wijs, zodat hiervoor meer ruimte en tijd voor beschikbaar was. Klassen werden kleiner, leraren werden beter gefaciliteerd en de financiën voor goed onderwijs gingen direct naar de scholen toe. Scholen en leraren waren daardoor - in samenspraak met ouderraden - in staat om zelf echt passend onderwijs te organiseren. Dit heeft tot gevolg gehad dat sinds jaar en dag kinderen met extra behoeften of bijzonder gedrag vrijwel niet meer met een busje naar instellingen voor speciaal onderwijs gaan, maar gewoon naar school kunnen in de eigen buurt. Door de extra middelen is er ook ruimte om de samenwerking tussen scholen, kinderopvang en verenigingen of stichtingen in de wijk vorm te geven. Samen werken vanuit één kindgerichte ontwikkelvisie is inmiddels de normaal­ ste zaak van de wereld. Hoewel verschillend verwoord en vormgegeven, is de verbindende kern de talentoriëntatie. Dit betekent dat wordt uitgegaan van de diverse talenten van kinderen en dat de activiteiten worden afgestemd op het bioritme van kinderen. Veel scholen leerden van innovatieve voorbeelden, zoals basisschool Wijde Wereld in Uden, die hiermee al in de jaren 10 en 20 van de eenentwintigste eeuw goede resultaten boekte.

Strategisch investeren in het derde milieu: de vrije tijd Door de droge constatering dat een kind 5.000 uur per jaar wakker is, daarvan 940 uur op school zit, waarbij het 250 uur didactische instructie krijgt, kwam de realisering dat - naast ouders - de kinderopvang, jongeren­ werkers en sport- en cultuurverenigingen een grote rol (kunnen) spelen in de ontwikkeling van een kind. Gemeenten en partners ondernamen gezamenlijk werkbezoeken naar andere landen in Europa waar overheden en partners juist veel meer tijd en geld investeerden in de vrije tijd van kinderen en waar informeel ontwikkelen met plezier (en zonder prestatiedruk) sterk georganiseerd is. Op basis van die werkbezoeken investeerden gemeenten sterk in het derde milieu van vrije tijd waarin kinderen en jongeren hun talenten kunnen ontdekken, benutten en ontwikkelen. Middelen beschikbaar stellen voor goed jongerenwerk werd normaal. Gemeenten zorgden ervoor dat er nooit financiële belemmeringen konden zijn voor kinderen om lid te worden van een vereniging of club en ouders en scholen zetten zich in om lidmaatschap te stimuleren. Deskundigheid om te leren omgaan met bijzonder gedrag werd gratis beschikbaar gesteld aan vrijwilligers bij clubs en verenigingen. Door de experimenten met basisinkomen konden meer mensen zich als vrijwilliger inzetten voor de organisaties in de vrije tijd.

Laagdrempelige en hoogwaardige toegang die voor kinderen, jongeren en ouders logisch is Door de ontstaansgeschiedenis van de gezinszorg was de toegang waar gezinnen terechtkonden met een hulpvraag sterk versnipperd. De landelijke overheid besloot aan het begin van de eenentwintigste eeuw onder andere door de inrichting van Bureau Jeugdzorg en de Centra voor Jeugd en Gezin deze te vereenvoudigen. Uiteindelijk bleek dit niet het gewenste effect te hebben. In de vroege jaren 20 van de eenentwintigste eeuw - met de omslag in denken richting ‘kind en gezin centraal in handelen’ én het feit dat het in eigen regie (laten) uitvoeren van de toegang geen positief effect bleek te hebben (inhoudelijk en financieel) besloot men de toegang te koppelen aan plekken waar ouders van nature kwamen: de huisartspraktijk. Dit bleek de meest normale en logische plek voor gezinnen om een vraag te stellen. Bijna alle gemeenten in Nederland besloten vanaf 2024 om de aparte loketten af te breken en de toegang tot gezinszorg volledig onder te brengen bij de huisartsenpraktijken in de wijken, buurten en dorpen. Daar werkten namelijk jeugd- en gezinsspecialisten die gezinnen konden ondersteunen. Dit deed de jeugd- en gezinsspecialist vaak zelf door eigen expertise in te zetten als orthopedagoog of j-ggz-psycholoog en anders haalde de jeugd- en gezinsspecialist er de benodigde hulp of ondersteuning bij.

De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’

19

Invulling toegang volgens het ‘first time right’-principe Niet alleen werd de toegang anders gepositioneerd. Ook de onderliggende filosofie is aangepast: volgens het 'first time right'-principe. Dit betekent dat in de toegang hoogwaardige professionals werkzaam zijn: de jeugd- en gezinsspecialisten (orthopedagogen en j-ggz-psychologen). Dit principe was in de jaren 10 van de eenentwintigste eeuw al ingevoerd bij ziekenhuizen. Daar werkten op de eerste hulp bij ziekenhuizen veel artsen in opleiding of beginnende artsen. De gedachte was dat dit goedkoper was dan het inzetten van meer ervaren medisch specialisten. Echter, uit onderzoek bleek dat bij meerdere vraagstukken de startende artsen onzeker waren. Om zekerheid te krijgen, werden meerdere aanvullende onderzoeken uitgevoerd. In veel gevallen gaf dat nog steeds voldoende zekerheid en moest vervolgens de medisch specialist alsnog betrokken worden. Vaak was de uitkomst dat een opname bij nader inzien niet nodig bleek. Deze manier van werken was uiteindelijk dus niet goedkoper én zorgde ook voor onnodige zorg én bezorgdheid bij de patiënt. Meerdere ziekenhuizen voerden daarom de praktijk in dat de medische specialist aan de voorkant gelijk meekijkt in situaties van twijfel. Het aantal onderzoeken nam drastisch af, de doorloopsnelheid ging omhoog en de waardering bij de patiënten ging omhoog.

Voor de toegang tot gezinszorg betekent dit het hierna omschreven:

Op basis van het gesprek heeft de huisarts inmiddels grofweg drie wegen ter beschikking: 1. bij lichamelijke klachten zelf behandelen of een medisch specialist inzetten voor behandeling; 2. bij ggz-problematiek inzet van praktijkondersteuner jeugd-ggz of doorverwijzing naar 2e lijn jeugd-ggz; 3. bij vragen over opvoeden, opgroeien of ontwikkelen hetzij handelingsadvies geven of een jeugd- en gezinsspecialist inzetten voor begeleiding.

Deze jeugd- en gezinsspecialist (orthopedagoog) kan samen met het gezin de tijd nemen om hun vraag te onderzoeken: ^ Wat willen jullie? • Wat heb je daarvoor nodig? ^ Wat kan je daarin zelf doen?

Soms was een gezin al geholpen met het helder krijgen van de vragen en konden zij daar zelf mee vooruit. Anders waren er twee mogelijkheden voor vervolg.

1. De vraag van het gezin was eenvoudig, maar extra begeleiding was wel nodig. In dit geval kan de jeugden gezinsspecialist het volgende doen: a. De vaardigheden van het kind vergroten: leren omgaan met anders zijn (ADHD, autisme, hoogbegaafdheid, handicap) en sociale vaardigheidstrainingen (weerbaarheid). b. De vaardigheden van de ouder vergroten: leren omgaan met bijzonder gedrag, leren omgaan met een handicap, Triple P, centrering. c. Mocht blijken dat er toch ggz-behandelingen nodig waren, dan kon een jeugd- en gezinsspecialist deze expertise er alsnog bij halen. 2. Wanneer de vraag van een gezin complexer is, doordat er meerdere vraagstukken op meerdere leefgebieden waren (woonproblematiek, schulden, verslaving, etc.), schakelt de jeugd- en gezinsspecialist een gezinswerker in (dit is een systemisch werkende therapeut) die het gezin intensief en over een langere periode kan begeleiden. Deze gezinswerker heeft een domeinoverstijgend mandaat van andere lokale en regionale partijen (gemeente, zorgaanbieders, UWV, Passend Onderwijs, SVB, Woningbouwvereniging) om benodigde zorg, expertise of dienstverlening in te zetten. Daarbij wordt gewerkt met 1007o schone overdracht van informatie. Zo wordt dubbel werk voorkomen en worden zaken niet opnieuw uitgezocht of uitgevoerd.

Ook is de afspraak gemaakt dat bij verschillende perspectieven tussen organisaties over financiering, er eerst hulp wordt verleend en dat er naderhand wordt bekeken uit welk of wiens budget het wordt betaald.

De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’

20

Geen leeftijdsgrens, maar continuïteit naar volwassenheid Op basis van het advies van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving werd de Jeugdwet in 2023 aangepast op de leeftijdsgrens. De gezinszorg voor jongeren werd ingericht op continuïteit naar volwassen­ heid, ook na de 18e verjaardag. Omdat jongeren zich tot hun 25e kunnen ontwikkelen tot veerkrachtige volwassenen, werden leeftijdsgrenzen minder scherp en kunnen regelingen doorlopen. De 1007o schone overdracht is ook van toepassing bij de overgang naar volwassenheid.

We laten pas los als er sprake is van: ^ een vrijwillig en onbetaald netwerk; ^ een passende en betaalbare woonplek; ^ een opleiding of werk dat basis biedt voor toekomst; ^ voldoende inkomen en een plan op het voorkomen of oplossen van schulden; ^ het zich fysiek en mentaal welbevinden, waarbij de jongere ook het vermogen heeft om disbalans te signaleren.

Gezinszorg en gezinsbescherming In 2021 werd al erkend dat de bescherming van kinderen en jongeren te complex georganiseerd was. Te veel organisaties en instituten met verschillende verantwoordelijkheden: Veilig Thuis, gecertificeerde instellingen en de Raad voor de Kinderbescherming. Daarnaast kwamen de gevolgen van de bescherming vooral op het bord te liggen van de kinderen en jongeren in plaats van bij het gehele gezin. Het kind werd bijvoorbeeld uit huis geplaatst wegens bijzonder gedrag, terwijl dat gedrag voortkwam uit de context van het gezin. Daarom werd in 2022 in samenwerking met toenmalige ministeries van Justitie, VWS, VNG en de brancheorganisaties een nieuw toekomstscenario opgesteld en versneld geïmplementeerd. In plaats van de verschillende organisaties werden er Regionale Veiligheidsteams samengesteld. Hierin werd alle benodigde expertise gebundeld op ontwikkelingsbedreiging en veiligheid. Die expertise werd vervolgens beschikbaar gesteld aan onder andere gezinnen en gezinswerkers, jeugd- en gezinsspecialisten.

Voor de transformatie van de bestaande organisaties naar de Regionale Veiligheidsteams werden transitiegelden beschikbaar gesteld en de Regionale Veiligheids­ teams werden verantwoordelijk voor het geven van informatie en advies op basis van meldingen, het uitvoeren van onderzoeken naar veiligheid en de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering.

Ook werd er een nieuwe en meer eenvoudigere definitie van voogdij gehanteerd: ^ de opvoeders van de kinderen (daar waar de kinderen wonen) zijn altijd de Uitvoerend Voogd; ^ de ouders zijn altijd Toeziend Voogd, behalve wanneer een kinderrechter de uitspraak heeft gedaan dat dit niet mogelijk is, dan is er sprake van een Externe Voogd.

De Externe Voogd van het Regionale Veiligheidsteam is niet meer verantwoordelijk voor het organiseren van een woonplek voor het kind of het gezin. Dit is de verantwoordelijkheid van de gezinswerker in samenspraak met de jeugd- en gezinsspecialist. Hierdoor heeft de Externe Voogd meer tijd beschikbaar om door te brengen met het kind. Dit had groot positief effect op de kwaliteit van processen rondom waarheidsvinding en feiten­ onderzoek.

De JeugdzorgPlus, zoals deze in 2021 nog bestond, is inmiddels opgeheven. Door de aandacht en kwaliteit die georganiseerd is in de keten rondom dwang worden onnodige ondertoezichtstellingen en uithuisplaatsingen voorkomen. Hierbij is het adagium ‘Als het kind niets heeft gedaan, komt dwang niet bij het kind terecht’.

De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’

21

7. Ruimte In deze dimensie wordt gekeken naar de invloed van ruimtelijke en fysieke omgevingsinvloeden binnen de wereld van dejeugdhulp.

Woningen als topprioriteit! Het bouwen van woningen werd bij de kabinetsformatie van 2021 een topprioriteit, net zoals dat was tijdens de wederopbouwperiode na de Tweede Wereldoorlog. Dit betekende dat er allerlei maatregelen werden getroffen die het bouwen van betaalbare woningen stimuleerden. Zo werd bijvoorbeeld de landelijke subsidie Woningbouwimpuls voor gemeenten verlengd en uitgebreid met nog drie miljard euro extra. In de plannen voor bouwen werden nieuwe concepten voor wonen en zorg opgenomen en ook concepten van wonen voor jong­ volwassenen. Door de invoering van de Omgevingswet waren gemeenten vervolgens beter in staat om wijken en buurten in te richten op de behoeften van gezinnen. Gezondheid en ontmoeting waren belangrijke principes bij die inrichting, zodat samen bewegen en spelen beter mogelijk werd. De initiële druk op de beschikbare ruimte buiten de grote steden was bij de start hoog, maar deze is in 2041 gestabiliseerd. Door slimme innovatieve concepten, zoals tiny houses, en het combineren van functies, zoals energie, micro-landbouw en vergroening, kon de groei worden opgevangen in de gebieden in de directe omgeving van de stad. Weliswaar verdwenen hiermee de harde grenzen tussen stad en platteland, maar werd gezonde recreatie in het buitengebied voor iedereen bereikbaar, ook bij verminderde mobiliteit.

Kleinschalig woonaanbod in de wijken en buurten De traditionele grootschalige woonvoorzieningen voor kinderen en jongeren die echt niet meer thuis kunnen wonen bestaan in 2041 niet meer. Deze woonvoorzieningen lagen in 2021 nog vaak aan de rand van een dorp of stad, waardoor kinderen en jongeren niet alleen moesten verhuizen, maar dikwijls ook moesten veranderen van school, clubs en vrienden. Uit onderzoek bleek dat professionals in de specialistische jeugdhulp hun werk het beste konden doen op het niveau waar de zorg het meest effectief is; veelal de dagelijkse leefomgeving van gezinnen. Een omgeving waar de vertrouwde basisvoorzieningen bestaan en die gekoppeld is aan woonvoorzieningen. Met behulp van de transitiegelden vanuit het ministerie van Gezinnen en Toekomstige Generaties werd per regio een transformatieplan ontworpen en uitgevoerd om de afbouw van onwenselijke woonvoorzieningen te versnellen en gelijktijdig kleinschalige woonvoorzieningen op te bouwen. Omdat het aanvankelijk niet zeker was dat aanbieders met veel expertise zouden starten met kleinschalig woonaanbod, werd er ook een concentratiebeleid voor gespecialiseerde gezinszorg gevoerd, zodat capaciteit, kennis (ontwikkeling) en expertise beschikbaar bleven in regio’s (alsook landelijk een dekkend aanbod).

De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’

22

Ondersteund door het programma ‘Centraal het Decentrale versterken’ maakte elke regio van gemeenten inzichtelijk welke woonvoorzieningen zij in het kader van gezinszorg nodig achtte. Dat inzicht werd gemaakt op basis van drie mogelijke redenen waarom thuis wonen niet mogelijk was: ^ Ouders kunnen (tijdelijk) de opvoeding van hun kinderen niet meer aan. ^ Kinderen of jongeren zijn wees geworden. ^ Kinderen of jongeren lopen thuis een zeer ernstig veiligheidsrisico.

Op basis van deze inzichten werd het duidelijk voor regio’s wat er nodig was op de drie woonvormen: 1. Pleeggezin: een geschikte woonplek voor wanneer kinderen of jongeren geen extra pedagogische begeleiding nodig hebben. 2. Gezinshuis voor maximaal zes kinderen en jongeren: een geschikte woonplek voor wanneer kinderen of jongeren wel extra pedagogische begeleiding nodig hebben. 3. Woongroep: een woonplek voor wanneer kinderen of jongeren wel extra pedagogische begeleiding nodig hebben.

In 2041 is het gangbaar dat dit overzicht en behoefteanalyse periodiek wordt herijkt en gemonitord. Op deze wijze kan vraag en aanbod met elkaar in evenwicht blijven.

Behandeling en wonen zijn van elkaar gescheiden In de voorbije decennia werd het normaal dat je als kind, jongere of gezin niet op een behandelplek kon wonen. Je woonde thuis, in een pleeggezin, in een gezinshuis of op een woongroep. Als je behandeling nodig had, dan kwamen de gezinszorgprofessionals naar je woonplek. Bij hoge uitzondering vond behandeling van kinderen of gezinnen met overnachting elders plaats. Analoog aan een behandeling in een ziekenhuis is dat echter geen wonen, maar een opname. Tijdens de opname blijft de woonplek (thuis, pleeggezin, gezinshuis of woongroep) bestaan, zodat het gezin of het kind daar altijd naar terug kan keren. En net als in het ziekenhuis is alles erop gericht om dat zo snel als mogelijk voor elkaar te krijgen.

Kleinschalige woonvoorzieningen staan midden in de wijk en zijn warm, sfeervol, overzichtelijk, veilig en stimulerend Door steeds meer te luisteren naar ervaringsverhalen van kinderen en jongeren die woonden op woongroepen en in gezinshuizen, werd duidelijk dat we waren doorgeschoten in de hygiëneregels en risicoprotocollen. Kinderen en jongeren vertelden over stalen bedden met plastic matrassen, geïmpregneerde blauwe gordijnen en ander hufterproof meubilair. Grote kilte die niet past bij aandacht, het aangaan van gelijkwaardige relaties of een ruimte om je te ontplooien. Binnen de transformatieplannen van het ministerie werd hiervan afscheid genomen door radicaal te kiezen voor een set van nieuwe designprincipes van kleinschalige en duurzame woonvoorzieningen. Risico’s waren niet meer leidend. Uiteraard werden ze wel geïnventariseerd en verkleind, maar risicoloze woonplekken, daar geloofde men niet meer in. Om te voorkomen dat elke regio van gemeenten zelf het wiel ging uitvinden voor het design van kleinschalig woonaanbod, werd landelijk expertise gebundeld om te komen tot meerdere designs die regio’s op lokale factoren konden aanpassen. De designs gingen uit van warme, sfeervolle huizen die ontwikkeling stimuleerden, maar tegelijkertijd overzichtelijk en veilig waren. Niet alles aan het design van de woonhuizen was af, met opzet.

Kinderen en jongeren mochten ook zelf hun kamer mee inrichten. Huisdieren waren niet langer uitgesloten en droegen bij aan de gewenste warmte. Doordat kleinschalig woonaanbod werd gebouwd in wijken en buurten, konden kinderen en jongeren in de eigen leefomgeving opgroeien. Een plek dicht bij huis, zodat kinderen geen afscheid hoeven te nemen van familie, vrienden en andere vertrouwde gezichten.

In 2041 is als gevolg van de bewegingen op het gebied van wonen een scherpe reductie in kosten gerealiseerd. Het vastgoed en ruimte die vrijvielen, zijn gebruikt voor andere doelen (zoals nieuwe woonconcepten). Meer nog is het aantal kinderen en jongeren dat zich geconfronteerd ziet met talloze doorplaatsingen of broers en zussen die gescheiden worden nagenoeg gereduceerd tot nul. Nagenoeg, omdat dit alleen nog gebeurt als dit aantoonbaar in het belang van het kind is.

De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’

23

8. Artistiek Creativiteit en vindingrijkheid hebben de menselįjke ontwikkeling voortgedreven sinds het begin der tijden. In deze dimensie wordt bezien in hoeverre de dimensie artistiek deel uitmaakt van de wereld van aandacht.

Verbeeldingskracht voor een hoopvolle toekomst Een van de zaken die het ministerie van Gezinnen en Toekomstige Generaties zich al snel realiseerde, was dat een laagdrempelig aanbod van en waardering voor vormende jeugdactiviteiten, zoals (jeugd)cultuur, (jeugd)sport, etc. beschikbaar diende te zjn in de directe omgeving van het kind. Alleen op die manier konden positieve talentontplooiing, innovatiekracht en een nieuwe gemeenschapszin ontstaan. Samen met het onderwijs, culturele instellingen en gemeenten is in 2041 het streven om per 20.000 inwoners een laag­ drempelige culturele instelling beschikbaar te hebben waar dans, muziek, film en overige artistieke uitingen aangeboden worden. Binnen het vormende onderwjs is kennismaking met passieve en actieve cultuurbeleving en lichamelijke oefening nadrukkelijker aanwezig.

Op deze manier wordt bewust ingezet op creativiteit en verbeeldingskracht. Het ministerie van Gezinnen en Toekomstige Generaties stelt ook middelen beschikbaar voor kunstuitingen over het leven en de zorg aan kinderen, jongeren en gezinnen. Wetenschap en creativiteit worden bewust gestimuleerd, omdat ze vragen stellen bij vanzelfsprekendheden, mensen doen verplaatsen in anderen en helpen daardoor de wereld anders te zien. Hiermee is kunst dus niet zomaar mooi of leuk, maar is het een van strategische instrumenten om transformatie te versnellen: andere manieren van denken, doen en organiseren.

Entertainment als instrument Sinds de vroege jaren 10 van deze eeuw heeft zingeving en mindfullness voor een deel de plek ingenomen van de traditionele godsdiensten. Maar met het succes van de tv-reality show ‘Heel Nederland balanceert’ over herstel van een groep mensen met burn-outverschjnselen werden in het midden van de jaren 20 van de eenentwintigste eeuw de laatste taboes doorbroken. Vanuit de overheid worden nu regelmatig subsidies verstrekt voor populaire programma’s bij commerciële omroepen en streamingdiensten. Voorbeelden daarvan zijn programma’s als ‘Daar vraag je me zo wat?’ over wetenschappelijke vraagstukken (een remake van een format uit de jaren 80 van de vorige eeuw), ‘Ouderschap enzo’ voor ouders en het op pubers gerichte ‘F*** Y**’ over communicatie met je ouders. Dit alles maakt dat praten over opvoeden, opgroeien en leefproblemen veel gangbaarder is geworden en de ‘hulpverlegenheid’ veel minder is geworden.

Ervaringen creëren voor het vergroten van inlevingsvermogen Ramsey Nasr schreef in zijn boek de Fundamenten de volgende zin: ‘Het geweten is de enige plek in ons lichaam die zowel van ons is als van de ander, en die ook de eigen tijd overstijgt.’ Het gaf de inspiratie aan organisaties om, samen met musea voor conceptuele kunst, ervaringen te creëren waarin bezoekers de toekomst van onze wereld konden verkennen. In de vroege jaren 20 van deze eeuw namen nieuwe generatieontwerpers

De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’

24

bezoekers mee op een reis door de tijd van experimentele toekomsten door gebruik te maken van technologieën als augmented reality (toevoegen van elementen aan de analoge werkelijkheid). De ontwikkelingen gingen in de jaren daarna zo snel dat het al snel niet alleen mogelijk werd om de toekomst te visualiseren, maar ook te ervaren, door te voelen, horen en zelfs ruiken. Deze zogenaamde extended reality (XR) zorgde voor een naadloos overvloeien van de virtuele en de fysieke werkelijkheid. Hoewel het grote publiek deze technologieën in eerste instantie vooral door grote shows als het Eurovision Songfestival, de ‘hologramtour' van bands als Abba in 2022 en films leerde kennen, werden deze methoden al snel gebruikt om ook mensen zelf ‘levensechte' ervaringen te laten ondergaan. In 2041 is dit gangbaar in het onderwijs, maar ook in voorlichtingscampagnes. Uiteraard blijft hierbij ook de vrijetijdssector niet achter. In 2043 zal - zo kondigde een groot entertainmentconsortium in 2041 aan - zal het eerste belevenispark ‘Shogunworld' in Japan worden geopend, waar bezoekers zichzelf in de wereld van Japan in 1500 kunnen onderdompelen, zoals films als ‘Total Recall' en ‘Westworld' in de jaren zeventig en negentig van de vorige eeuw voorspelden.

De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’

25

Samen werken aan een klimaat van aandacht In de buurt Je thuis voelen doe je op een plek waar er aandacht

Op de school in de wijk zijn alle kinderen welkom en

voor elkaar is. Waar er steun is, waar samen gehuild en

is écht passend onderwijs mogelijk door kleinere

gelachen kan worden, waar we het dagelijkse leven

klassen en goed gefaciliteerde leraren. En ook in de

met elkaar delen. Dat klimaat van aandacht is wat

vrje tijd op de club of vereniging kunnen alle kinderen

kinderen zeker nodig hebben, thuis, in de wijk, op

meedoen. Er zijn geen (financiële) belemmeringen

school, op de club, kortom, overal. Samen versterken

voor een lidmaatschap. En coaches en begeleiders

we en werken we aan een omgeving die dat waar­

zien niet ‘die lastige gast’, maar focussen op de

maakt. In die buurt of wijk hebben we aandacht voor

kwaliteiten en talenten van de individuele kinderen.

elkaar. Daar bieden ouders elkaar een luisterend oor,

Ze krijgen daarvoor ook ondersteuning in de vorm

geven advies of bieden elkaar concrete steun.

van coaching.

Passend onderwijs in de wijk

Heppie op de club

De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’

26

De huisarts, een vertrouwd gezicht in de wijk De huisarts als toegang tot hulp De huisartsenpraktijk is de logische plek voor gezinnen

Kinderen, jongeren en ouders geven niet alleen aan

om (hulp)vragen te stellen. De jeugd- en gezins-

wat voor hen belangrijk is, maar zij beslissen ook mee

specialist kan samen met het gezin de tijd nemen

in de gezinszorg die zij krijgen. Als er voor langere tijd

om hun vragen te onderzoeken: wat willen jullie;

meerdere vormen van ondersteuning nodig zijn, kan de

wat hebben jullie daarvoor nodig; wat kunnen jullie

gezinswerker hier het gezin bij begeleiden. Door samen

daarin zelf doen?

de (hulp)vraag op een hoogwaardige wijze te onder­ zoeken, wordt de inzet van onzinnige zorg voorkomen.

Analyse en triage

Gezin met een hulpvraag

Jeugd- en gezinsspeciaiist

Materiële zorgen

in

Hi

lüPUinilïnn

Mm

Gemeentehuis Bestaanszekerheid Lichamelijke klachten

Werk en opleiding Gezinszorg

De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’

27

Relatie, Ruimte en Reflectie als leidende principes Gezinszorg De gezinszorg richt zich niet alleen op bijzonder

De focus ligt dus niet op een snelle, goedkope oplos­

gedrag van kinderen of jongeren, maar juist op de

sing, maar op de optimale ontwikkeling van het kind.

gehele omgeving. Immers, gedrag is vaak het gevolg

Om dit te kunnen waarmaken hebben de professionals

van onze interactie met onze omgeving. Ouders,

de tijd en ruimte voor professionele reflectie, coaching

broers, zussen, vrienden, klasgenoten, buren, het is

en ontwikkeling. Dit investeren in de kwaliteit van

maar net om wie het gaat. Gezinszorgprofessionals

de relatie, zelfsturing én de kennis en kunde van de

werken via en investeren in de relatie met de gezinnen,

professionals draagt bj aan meer tijd voor gezinnen

kinderen, jongeren en hun omgeving. Hierbij hanteren

en minder onnodige gezinszorg.

ze geen dichtgetimmerde (be)handelprotocollen, maar nemen de ruimte om datgene te doen dat zorgt voor een duurzame en stabiele situatie.

Jeugd- en gezinsspecialist

Gezinswerker

Complex Enkelvoudig Vergroten vaardigheden

meer leefgebieden Schuldhulp

ouders

mdei

Vergroten vaardigheden kinctn

J-ggz.

Dagbesteding

kina

Depri

De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’

28

Centraal het decentrale versterken Het ministerie van Gezinnen en Toekomstige Generaties Het leven van kinderen en jongeren speelt zich af in

Ook ondersteunt het ministerie door het gebruik

de wijken en buurten van gemeenten. Dáár wonen

van heldere definities en standaarden binnen

familie, vrienden, buren en daar worden diepe relaties

inkoopprocessen, zoals facturatie en verantwoording.

opgebouwd. Het is ook daar waar gebruik wordt

Deze standaardisering geeft gemeenten ruimte en

gemaakt van zogenaamde basisvoorzieningen, zoals

capaciteit om zich te focussen op inhoudelijke

de school, verenigingen, clubs en de huisartsenpraktijk.

samenwerking in het primaire proces en het biedt

Een gemeente is dan ook het beste in staat om op

het professionele veld de ruimte voor de focus op

domeinoverstijgende wijze gezinszorg te organiseren.

effectieve gezinszorg.

Het ministerie van Gezinnen en Toekomstige Generaties faciliteert regio’s en gemeenten met standaarden voor kwaliteit die recht doen aan de diversiteit van gezinszorg.

Onderwijs

Jeugd/cultuur

Kmderarmoede Ministerie van Gezinnen en Toekomstige Generaties

Transitie wonen

|

iĩiIon nniīīl JJX

Wijken en buurten Gezinszorg

t Gezinshuizen

De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’

29

Veiligheid 2.0 Nieuwe kijk op veiligheid en voogdij Bescherming van kinderen en jongeren door lokaal

Daarnaast zijn de ouders altijd Toeziend Voogd,

werkende SAVE-teams. De verantwoordelijkheden en

behalve wanneer een kinderrechter de uitspraak

functies van Veilig Thuis, gecertificeerde instellingen en

heeft gedaan dat dit niet mogelijk is, dan is er sprake

de Raad voor de Kinderbescherming worden gebun­

van een Externe Voogd.

deld in Regionale Veiligheidsteams. Hierdoor wordt het systeem vereenvoudigd en is het mogelijk dat alle

De Externe Voogd is niet meer verantwoordeljk voor

benodigde expertise op het gebied van ontwikkelings-

het organiseren van een woonplek voor het kind of het

bedreiging en veiligheid beschikbaar wordt gesteld

gezin. Dit is de verantwoordeljkheid van de gezins-

aan gezinnen en gezinswerkers, jeugd- en gezins-

werker, samen met de jeugd- en gezinsspecialist.

specialisten in de vorm van lokale SAVE-teams.

Hierdoor heeft de Externe Voogd meer tjd beschik­ baar om door te brengen met het kind en het gezin.

Ook hanteren we een nieuwe, eenvoudigere definitie

En kan de Externe Voogd eventuele veranderingen

van voogdj. De opvoeders van de kinderen (daar waar

met betrekking tot de veiligheid van het kind en gezin

de kinderen wonen) zijn altijd de Uitvoerend Voogd.

beter inschatten.

SAVE-team

Onderzoek

Advies Bezorgde gezinswerkers

Niets aan de hand

Onderzoek Uithuisplaatsing en Externe Voogd

Advies ter voorkoming

Uithuisplaatsing

uithuisplaatsing

en Externe Voogd

De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’

30

Wonen doe je op een plek die je thuis noemt Transitie Wonen We investeren in de professionals in de ambulante

Het wonen en behandelen is van elkaar gescheiden.

zorg, die weer investeren in de relatie en samenwer­

Als er behandeling nodig is, dan komt die naar de plek

king met ouders. Zo kunnen we veel uithuisplaatsingen

waar het gezin of kind woont. Wanneer - bij hoge

voorkomen. Wanneer kinderen en jongeren écht

uitzondering - behandeling op een andere plek nodig

(tijdelijk) niet thuis kunnen wonen, is er geen gesloten

is, dan noemen we dat geen wonen, maar een opname.

jeugdzorg nodig. Ze kunnen blijven wonen in de eigen

Waarom zou het immers anders zijn dan bij een

vertrouwde omgeving op een plek dicht bij huis.

behandeling in het ziekenhuis? Tijdens de opname

Zo hoeven ze geen afscheid te nemen van familie,

blijft de woonplek bestaan, zodat het gezin of het

vrienden, de leraar en andere vertrouwde gezichten.

kind daar altijd naar terug kan keren. En net als in

Geen grootschalige kille woonplekken met hufter-

het ziekenhuis is alles erop gericht om dit zo snel als

proof meubilair en strikte hygiëneprotocollen, maar

mogelijk voor elkaar te krijgen.

een kleinschalig, warm en sfeervol gezinshuis in de wijk. Hier mogen de kinderen en jongeren ook hun eigen kamer inrichten en knuffelen met huisdieren, net als thuis.

Geen extra pedagogische begeleiding

jeugd en gezinsspecialist

Gezírtswerker

Pleeggezin

Ą IflLHj tuis in de wijk

ĪÏÏŌ1 dũq y

' ÜJĽJ

Extra pedagogische begeleiding

Woongroep

De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’

31

De W ereld van A andacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan' | November 2021

O

maaskoepel Federatie uan Woningcorporaties

Aan:

informateur en | of formateur nieuw te vormen college gemeente Rotterdam

Aan:

gemeentesecretaris gemeente Rotterdam

Kopie: nieuw verkozen gemeenteraadsleden Rotterdam

Datum : 29 maart 2022 Onderwerp : Wooncrisis regio Rotterdam

Geachte heer, mevrouw, Van harte gefeliciteerd met uw verkiezing tot gemeenteraadslid in Rotterdam. Wij wensen u de komende jaren veel succes met het werk om uw gemeente mooier en beter te maken. Deze brandbrief sturen wij u, omdat op het gebied van wonen een crisis speelt. Deze situatie vraagt van iedere gemeente in de regio Rotterdam extra inzet. Ook in uw gemeente. Een vergelijkbare brief is verzonden aan alle gemeenten in de regio Rotterdam. Wonen was het belangrijkste thema tijdens de verkiezingen. Wij, de 22 woningcorporaties uit de regio Rotterdam verenigd in Maaskoepel, gaan graag met u in gesprek over de opgaven in de volkshuisvesting en de inzet én uitdagingen van corporaties. We organiseren hiervoor op 20 juni een evenement voor alle raadsleden, woordvoerders Wonen en wethouders Wonen in onze regio. De nieuwe minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Hugo de Jonge, is uitgenodigd om tijdens het evenement zijn ambities en inzet toe te lichten en te vertellen wat hij verwacht van de gemeenten en corporaties in de komende jaren. We nodigen u van harte uit om bij dit evenement aanwezig te zijn. Over het precieze programma en de locatie ontvangt u binnenkort meer informatie van ons. We vragen u om de middag van 20 juni alvast in uw agenda te reserveren.

Save the date: 20 juni 2022 van 13-18 uur Gewoon Wonen kan gewoon regio Rotterdam Genodigden I sprekers:

Hugo de jonge, minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

Anne Koning, gedeputeerde voor Wonen, Ruimtelijke Ordening, Recreatie en Sport

Martin van Rijn, voorzitter Aedes, branchevereniging woningcorporaties in Nederland

1

Extra impuls nodig voor sociale huur: gemeenten en corporaties gezamenlijk AAN ZET

Iedereen kent inmiddels de berichten van mensen die op de oververhitte woningmarkt geen kant meer op kunnen: dat zijn ook de inwoners van uw gemeente. Daarom moet wonen de komende jaren bovenaan de agenda staan. Net als de rest van Nederland kampt de regio Rotterdam met een enorm woningtekort. In de afgelopen vijf jaar halveerde regionaal de kans om aan een sociale huurwoning te komen. Het aantal ingeschreven woningzoekenden steeg met meer dan de helft, terwijl het aantal verhuringen daalde met 200Zo. Op aangeboden woningen komen honderden reacties binnen. De regio Rotterdam kende de afgelopen decennia een dalende tendens voor benodigde sociale huurwoningen. Deze tendens is gekenterd. Ook in de regio Rotterdam moeten er sociale huurwoningen bij. Er moeten de komende 10 jaar 72.0001 woningen worden toegevoegd in de regio, in alle prijsklassen, koop en huur. Ook uw gemeente staat voor een grote opgave!

Manifest GewoonWonen.NU De 22 corporaties in de regio Rotterdam, verenigd in Maaskoepel, hebben de handen ineengeslagen om het woningtekort in de regio krachtig aan te pakken. Begin maart presenteerden we het manifest 'Gewoon Wonen'. Wij zien voor onszelf een opgave om 30.0002 sociale huurwoningen te bouwen. Dat is een grote ambitie maar we kunnen het waarmaken. Daarvoor is het essentieel dat de gemeenten en woningcorporaties als bondgenoten samen optrekken en dat de juiste keuzes worden gemaakt. Keuzes voor een sociale grondprijs, minimaal 300Zo regio breed - dus in diverse gemeenten moet het echt meer zijn - sociale woningen in bouwprojecten, voldoende bouwlocaties, snelle procedures en een keuze voor de corporaties omdat die échte sociale huurwoningen bouwen en die ook langjarig sociaal verhuren. Voor die keuzes hebben we u nodig! Naast nieuwbouw hebben we ook een grote opgave om onze woningen te verduurzamen, zodat bewoners een lagere energierekening krijgen. Bovendien willen we de buurten waarin onze huurders wonen verbeteren en de leefbaarheid vergroten. Ook hiervoor is samenwerking met gemeenten cruciaal. Gelukkig is er de komende jaren meer geld beschikbaar door de afschaffing van de verhuurderheffing en diverse regelingen om de bouw en verduurzaming aan te jagen.

Het is belangrijk dat dit geld zinvol en snel besteed wordt, zodat meer mensen gewoon - en goed - kunnen wonen. Want zelfs met de extra middelen is er nog onvoldoende investeringsruimte om álle opgaven uit te kunnen voeren. Scherpe keuzes blijven dus aan de orde.

De gezamenlijke opgave De regering pakt inmiddels flink door, met een ambitieuze bouw- en woonagenda. Voor het eerst in jaren is er weer een minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening die de centrale regie pakt. Wij juichen dat toe en we verwachten veel van hem. Bovendien is het een Rotterdamse minister die goed bekend is met de opgaven in onze regio. De minister lijkt in te

1 ABF Actualisatie studie Naar een meer evenwichtige Regio Rotterdam, November 2021. Opgesteld in opdracht van Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam (SvWrR) 2 Deze ambitie sluit aan bij de aantallen die becijferd zijn door ABF en de vertaling daarvan door RIGO in het kader van de Actualisatie van het RegioAkkoord. 2

zetten op het maken en realiseren van regionale prestatieafspraken met een belangrijke rol voor de provincie. Wonen is een zeer belangrijk onderwerp bij de totstandkoming van het coalitieakkoord in uw gemeente. Maaskoepel werkt nauw samen met de 14 gemeenten in deze regio, die zijn verenigd in het Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam. Ons manifest sluit aan bij de regionale stappen die worden gezet in het kader van de Actualisatie van het RegioAkkoord. In het spoorboekje opgesteld door RIGO staan de stappen die iedere gemeente in de regio de komende maanden moet zetten om te komen tot de Actualisering van het RegioAkkoord. Wij roepen u op in uw collegeakkoord op het onderdeel wonen concrete afspraken te maken voor het toevoegen van extra woningen aan de sociale (corporatie)voorraad. Aantal en percentage zal per gemeente verschillen. Houd daarnaast ruimte in uw coalitieakkoord om op dit onderdeel verder te kunnen bijsturen, mocht dat in de praktijk nodig blijken te zijn. Gun uw gemeente ruimte om de noodzakelijke regionale afspraken in het najaar te kunnen maken. Onze inzet en aanbod is om in gezamenlijkheid met de gemeenten dit in regie op te pakken en onze schouders onder de opgave te zetten. Zodat onze ambities passend zijn met de regio en ze niet opgelegd worden vanuit de landelijke overheid.

Samen Merkbaar Meerwaarde Wij verzoeken u uit om in overleg te treden met de corporatie(s) werkzaam in uw gemeente (zie bijlage) voor een goede vertaling naar uw lokale opgave, voor nu in het af te sluiten coalitieakkoord en voor later bij de actualisatie van het RegioAkkoord. Zij staan klaar om u te voorzien van alle informatie die vanuit dit perspectief relevant is bij de totstandkoming van het coalitieakkoord voor uw gemeente. Gemeenten en corporaties zijn al meer dan 100 jaar natuurlijke bondgenoten. Als we dit bondgenootschap de komende jaren sterker dan ooit inzetten, moet het lukken om Gewoon Wonen weer voor alle inwoners van de regio vanzelfsprekend te maken. We kijken daarom uit naar uw komst op 20 juni.

Met vriendelijke groet, Mede namens de federatie Maaskoepel

Alfred van den Bosch Voorzitter Maaskoepel

Annemarieke van Ettinger - van Herk Directeur Maaskoepel

Bijlage: manifest GewoonWonen overzicht corporaties per gemeente

3

Gemeente

Corporatie

Bestuurder

Telefoonnr.

Albrandswaard

Wooncompas Havensteder

De heer A. van den Bosch Mevrouw H. van den Berk

0180-494949 010-8902525

Portugaal Woonzorg

De heer J. Reniers Mevrouw Y. Berloth

010-5012000 020-6662767

Woonzorg

Mevrouw Y. Berloth

020-6662767

Havensteder Patrimonium Barendrecht Wooncompas MaasWonen

Mevrouw H. van den Berk

010-8902525 0180-613877

Vestia SOR

De heer A. Schakenbos De heer H. Najja

088-1242424

Woonzorg

Mevrouw Y. Berloth

020-6662767 010-8902525 088-1242424

Barendrecht

Brielle

Capelle aan den Ijssel

Hellevoetssluis

Krimpen aan den Ijssel

Lansingerland

Maassluis

De heer P. Manders De heer A. van den Bosch De heer R. de Boer

0180-494949 010-4070704

010-444555

Havensteder

Mevrouw H. van den Berk

Vestia Woonbron

De heer A. Schakenbos De heer R. Sitton

Vestia Woonzorg

De heer A. Schakenbos Mevrouw Y. Berloth

088-1242424 020-6662767

Maasdelta De Zes Kernen

De heer R. de Groot Mevrouw A. van der Sijde

0181-603703 0181-668220

Mooiland

Mevrouw C. Jansen

088-4501010

Havensteder

Mevrouw H. van den Berk

010-8902525

Qua Wonen

De heer D. Gerlof

088-7996636

SOR Mooiland

De heer H. Najja Mevrouw C. Jansen

010-4445555 088-4501010

3B Wonen

06-12644567

Woonzorg

Mevrouw H. Vliet Vlietland Mevrouw Y. Berloth

Maasdelta Vestia

De heer R. de Groot De heer A. Schakenbos

0181-603703 088-1242424

088-9660000

020-6662767

4

Gemeente

Corporatie

Bestuurder

Telefoonnr.

Nissewaard

Woonbron Woonzorg

De heer R. Sitton Mevrouw Y. Berloth

088-9660000 020-6662767

Maasdelta De Zes Kernen De Leeuw van Putten SOR

De heer R. de Groot Mevrouw A. van der Sijde

0181-603703 0181-668220

De heer M. De Booij

0181-601333

De heer H. Najja

Vestia

De heer A. Schakenbos

010-4445555 088-1242424

Wooncompas Vestia

De heer A. van den Bosch

Woonbron

De heer R. Sitton

Vestia MaasWonen

De heer A. Schakenbos De heer R. de Boer

Woonstad Rotterdam Havensteder

Mevrouw M. Hoekstra-van der Deen Mevrouw H. van den Berk

010-4408800

Ressort Wonen Wbv Hoek van Holland Wooncompas Habion

De heer F. Desloover

06-22499156 0174-389940

De heer T. de Rond

0180-494949 010-4228060

SOR Woonzorg

De heer H. Najja Mevrouw Y. Berloth

010-4445555 020-6662767

Woonplus

De heer E. Klep

Vestia Habion Mooiland

De heer A. Schakenbos De heer T. de Rond Mevrouw C. Jansen

010-2045420 088-1242424

Waterweg Wonen Samenwerking

Mevrouw M. Kolsteeg De heer M. van de Velde

010-2488888 010-4759691

Mooiland Woonzorg

Mevrouw C. Jansen Mevrouw Y. Berloth

088-4501010 020-6662767

Woonbedrijf Westvoorne Maasdelta

De heer H. de Graad

0181-408000

De heer R. de Groot

0181-603703

SOR Vestia

De heer H. Najja De heer A. Schakenbos

010-4445555 088-1242424

Ridderkerk

Rotterdam

Schiedam

Vlaardingen

Westvoorne

De heer A. Schakenbos

De heer M. Korthorst De heer A. van den Bosch

0180-494949 088-1242424 088-9660000 088-1242424 010-4070704

010-8902525

010-4228060 088-4501010

5

Brede Raad 010 roept formateurs nieuw college van B&W op tot menselijk maatwerk Verfijn de decentralisaties in het sociaal domein door menselijk maatwerk, integrale samenwerking en ruimte voor de professional. De Brede Raad 010 hoopt dat de formateur(s) van het nieuwe college van B&W het verder op orde brengen van het sociaal domein hoog op de agenda zetten. Verantwoordelijkheid Sinds 2015 zijn de Wmo, de Participatiewet, de Jeugdwet, naast het armoedebeleid en de schulddienstverlening de verantwoordelijkheid van de gemeente. Daarmee heeft de Rotterdamse politiek een grote verantwoordelijkheid voor hoe het met Rotterdammers gaat. In diezelfde tijd ratificeerde Nederland het VN Verdrag voor de rechten van mensen met een beperking. Ratificatie verplicht de overheid iedereen, met of zonder beperking, een gelijkwaardige uitgangspositie te bieden.

Stand van zaken In het algemeen is de gemeente Rotterdam erin geslaagd de decentralisaties uit te voeren. Dat wil zeggen, de meeste uitkeringsgerechtigden krijgen de uitkering die hen toekomt. De meeste mensen met een beperking kunnen gebruik maken van de (hulp)middelen die zij nodig hebben. De meeste jongeren ontvangen de ondersteuning waardoor zij zich kunnen ontwikkelen. De meeste mensen met schulden doen met hulp van de gemeente hun best met een regeling schuldenvrij te geraken.

Nog niet alle Rotterdammers Voor een deel van de Rotterdammers hebben de decentralisaties (nog) niet het gewenste effect. De Brede Raad 010 verwoordt de stem van de Rotterdammers die met het beleid in het sociaal domein te maken krijgen. Hun verhalen vormen de basis van de adviezen die de Brede Raad 010 aan het college van B&W geeft. De verhalen die Rotterdammers de Brede Raad 010 vertellen, verwoorden duidelijk hoe het beleid voor het sociaal domein ook voor hen uitkomst kan bieden.

Vertrouwen Meestal komt het in de verhalen aan op vertrouwen. Vertrouwen in burgers die eerlijk zijn over wat zij nodig hebben. En vertrouwen in ambtenaren en sociaal professionals die deskundig genoeg zijn om menselijk maatwerk toe te passen.

Kansen nieuw gemeentebestuur Dat brengt de Brede Raad 010 tot de volgende aanbevelingen voor de Rotterdamse politiek: ^

Meer menselijk maatwerk: zorg dat Rotterdammers krijgen wat ze nodig hebben. Zo kort als mogelijk, zo lang als nodig. Door professionals in het sociaal domein de ruimte te geven, komt menselijk maatwerk dichterbij. Beslis als gemeente over het 'wat' en laat het 'hoe' over aan de professionals.

^

Integrale samenwerking: zorg dat niet alleen gemeentelijke afdelingen, maar ook aanbieders in het sociaal domein met elkaar en met de gemeente samenwerken. Neem als gemeente de regie als aanbestedingsregels die samenwerking in de weg staan.

^

Wijkgericht: decentraliseer ook gebiedsmatig. Organiseer maatschappelijke dienstverlening in de wijken, onder meer door die op één locatie in de wijk te huisvesten. Afhankelijk van de mogelijkheden kan dit in een huis van de wijk, een gezondheidscentrum of een plint van een verzorgingstehuis zijn.

Natuurlijk valt er veel meer te zeggen over hoe we het sociaal domein in Rotterdam de komende jaren verder kunnen verfijnen. Wij bieden onze ideeën hierover aan de formateurs van het nieuw te vormen van B&W aan. Zij zijn te lezen op: www.brederaad-010.nl/nieuws.

De kern: vanuit vertrouwen De kern van een sociaal Rotterdam zit hem in meer menselijk maatwerk en integrale, wijkgerichte samenwerking. En dat alles op basis van onderling vertrouwen. De Brede Raad 010 hoopt dat politiek Rotterdam dit tot de kern van de coalitieonderhandelingen na de gemeenteraadsverkiezingen in 2022 maakt. Maart 2022 Brede Raad 010, Schiekade 105, 3033 BH Rotterdam

Alliantie

Waterkracht

Werken aan waterbeheer van morgen

Regio Rotterdam - Capelle aan den IJssel

Verkenner coalitievorming Rotterdam De heer H. Jäger

Inlichtingen: Mevr. M. Zeer Telefoon: 06-52077088 Email: mzeer@hhdelfland.nl

Datum: 30 maart 2022

Afschrift aan fractievoorzitters verkozen partijen

Geachte heer Jäger, Wij feliciteren u met uw aanstelling als verkenner voor een nieuwe Rotterdamse coalitie en wij feliciteren de partijen die zijn verkozen in de Rotterdamse gemeenteraad. Wij wensen de partijen alle succes om hun ambities de komende vier jaar in daden om te zetten. Eén van de onderwerpen waarover u waarschijnlijk van gedachten zult wisselen is waterbeheer en de aanpassing aan klimaatverandering. Op dit terrein leveren wij vanuit de Alliantie Waterkracht een flinke bijdrage voor de stad Rotterdam. Wij geven u graag advies hierover mee. Wij zijn het Hoogheemraadschap van Delfland, het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, het Waterschap Hollandse Delta en Evides Waterbedrijf. We werken al vele jaren goed samen met de gemeente Rotterdam om de Rotterdammers van goed drinkwater te voorzien, ervoor te zorgen dat regenwater wordt opgevangen en afgevoerd en dat afvalwater wordt gezuiverd. Sinds december 2021 doen we dit met de gemeente Rotterdam en de gemeente Capelle aan den IJssel onder de naam Alliantie Waterkracht. Onze afspraken voor samenwerking op diverse aspecten hebben we bekrachtigd met een bestuursakkoord. Het is duidelijk dat meer groen, meer ruimte voor water en stevige maatregelen om de stad aan te passen aan klimaatverandering hard nodig zijn.

In de dagelijkse praktijk van het stedelijke waterbeheer merken wij dat er extra inspanningen nodig zijn om problemen nu en in de toekomst te voorkomen. De grenzen van het stedelijke watersysteem zoals het jaren goed heeft gefunctioneerd, worden bereikt. Er moeten keuzes gemaakt worden om schade door te veel of te weinig neerslag, hitte en hoge rivierwaterstanden te voorkomen. Het gaat over de leefbaarheid, bereikbaarheid en 'bruikbaarheid' van Rotterdam. Over het creëren van een stad waar het goed leven, werken en verblijven is. Over een Rotterdam dat veilig is en om kan gaan met verwachte en onverwachte weersgebeurtenissen. Vanuit onze kennis en ervaring geven we u graag een aantal adviezen en handvatten om mee te nemen naar de onderhandelingstafel. Uiteraard zijn we bereid een toelichting hierop te geven.

Water vraagt ruimte: maak keuzes Het water- en bodemsysteem in de stad staat onder druk door de vraag naar ruimte en klimaatverandering. Meer woningen, meer wegen, nieuwe energie infrastructuur en meer

Alliantie

Waterkracht

Werken aan waterbeheer van morgen

Regio Rotterdam - Capelle aan den IJssel

waterberging. Het kan niet overal tegelijk. Meer neerslag vraagt meer ruimte voor waterberging, in de bodem en in de buitenruimte. Op publiek en privaat terrein. ^ Ruimte voor water en bodem moeten leidend zijn bij ontwerp van de stad.

Vergroening helpt de wateropgave: verbind water en groen Waar het groen is, is (meestal) geen verharding. Neerslag wordt afgevangen en verdampt, water kan infiltreren in de bodem (sponswerking). Dat water hoeft niet meer opgevangen te worden in riolering en singels. Maar groen doet veel meer! Het verkoelt, het beschut, het is de woonplaats van dieren en planten. Iedereen waardeert groen in zijn omgeving. In de stad is meer groen wel een uitdaging. De ondergrond is vol en waar energie- of waterleidingen liggen, kunnen geen wortels groeien. ^ Maak keuzes en zorg voor een stadsbreed plan waarin alle stedelijke functies met elkaar

zijn afgewogen.

Bouw voor de toekomst: investeer nu om kosten later te voorkomen Wat nu wordt gebouwd, staat er over honderd jaar meestal nog. Wel in een heter, soms natter en soms droger klimaat. Nu bouwen en inrichten op een wijze die daar rekening mee houdt, vraagt nu extra investeringen maar reduceert kosten voor toekomstige generaties. ^ Zorg voor heldere, juridisch goed geborgde eisen voor klimaatbestendig bouwen die

voor iedereen gelden ('level playing field').

Bouwen langs de rivier: doe het slim en voorbereid Wie wil niet wonen met zicht op water en zeker bij een dynamische stedelijke rivier als de Maas? Juist hier raken bouwen en water elkaar. Dijken beschermen ons tegen hoogwater. En vóór de dijken ligt in Rotterdam vaak ook land, hele woonwijken en een wereldhaven. Bouwen in dit buitendijkse gebied en langs dijken vraagt bijzondere aandacht en een vooruitziende blik. ^ Zorg voor een lange termijn plan voor de (water)veiligheid van de buitendijkse gebieden

en de dijkzones met weloverwogen keuzes voor de manier waarop we bouwen en de buitenruimte inrichten.

Waterbeheer is samenwerken: nodig elkaar aan tafel We doen het al eeuwen: samen strijden tegen (en benutten van) het water. Het was de geboorte van de waterschappen. Gezamenlijk moeten wij de handen ineen blijven slaan, ook in de stad of misschien wel juist daar. Taken en verantwoordelijkheden zijn verdeeld en dit vraagt juist daarom om gezamenlijk ambities stellen, plannen en uitvoeren. Juist omdat in de stad zoveel andere belangen spelen, is verbinding tussen water-, groen-, en andere portefeuilles essentieel. Zeker nu de druk op de ruimte sterk toeneemt. ^ Zorg dat die verbinding goed wordt georganiseerd. Wij dragen graag bij aan een

waterrijk en klimaatbestendig Rotterdam. De partners van de Alliantie Waterkracht bieden de gemeenteraad en uw bestuur kennis, ervaring en samenwerkingskracht. Wij werken samen om slimme plannen te maken en projecten voor water en klimaatadaptatie in samenhang met de grote bouwopgave uit te voeren. De water- en klimaatopgave is niet in vier jaar 'opgelost' maar nu de juiste keuzes maken, voorkomt lastige en kostbare besluiten later.

Alliantie

Waterkracht

Werken aan waterbeheer van morgen

Regio Rotterdam - Capelle aan den IJssel

Wij gaan graag het gesprek aan over het waterbeheer en de klimaatbestendige inrichting van Rotterdam. Wij nodigen de gemeenteraad uit voor een 'Tour de l'Eau'in het najaar waarin we de diverse aspecten van het stedelijk waterbeheer zullen toelichten. Natuurlijk kunnen we dan ook verder spreken over de vijf hierboven opgenomen adviezen. Dank u voor uw aandacht en wij wensen u veel succes bij de coalitieonderhandelingen en de gekozen raadsleden bij hun werk in de raad. Wij verzoeken u een afschrift van deze brief te doen toekomen aan de verkozen partijen. Met vriendelijke groet, Namens de partners van de Alliantie Waterkracht,

Dijkgraaf Hoogheemraadschap van Delfland Dr. P.H.W.M. Daverveldt

Directeur Evides Waterbedrijf A.M. Ottolini

Dijkgraaf Waterschap Hollandse Delta J.F. Bonjer

Dijkgraaf van Schieland en de Krimpenerwaard Drs. A.B.J. van der Klugt

INZET VOOR GEMEENTERAADS­ VERKIEZINGEN 2022

1

Samen bouwen aan de haven van de toekomst

In de Rotterdamse haven wordt gebouwd aan de economie van de

Deltalinqs

Daarom vraagt Deltalinqs de nieuwe gemeenteraad ^ Verbreed de samenwerking binnen het Deltalinqs Climate Program en versnel de transitie door meer nieuwe projecten en technologieën te ontwikkelen en op te schalen met extra financiële middelen, onder meer

toekomst. Aan ambities geen gebrek; de bedrijven in de mainport

uit het Energie Transitie Budget, het Energie Transitie Fonds en het Just

zijn al druk bezig om de economische en sociale transitie vorm te

Transition Fund (JTF).

geven. De gemeente Rotterdam is bij de verduurzaming aan veel

^ Continueer de samenwerking aan de klimaattafels samen met de regio-

overlegtafels en met concrete acties een belangrijke partner. Maar

partners én trek samen op richting het Rijk en de EU om stimulerende

de komende jaren zijn meer actie, snelheid, regie en geschoolde

wet- en regelgeving en de juiste energie-infrastructuur te organiseren.

arbeidskrachten nodig.

^ Maak het oplossen van de grote en groeiende vraag naar arbeids­ krachten topprioriteit; steun initiatieven om de mismatch tussen vraag

De Rotterdamse haven en industrie heeft een spilfunctie in het

en aanbod te verkleinen ruimhartig en neem samen met Deltalinqs de

klimaatvraagstuk van Nederland en kan zo een blijvende maatschap­

regie in handen om dit te stroomlijnen; maak één wethouder verant­

pelijke impact hebben op de welvaart en het welzijn van Nederland.

woordelijk voor zowel onderwijs als werk en inkomen.

Als we het goed doen, levert dat niet alleen de duurzaamste haven

^ Zorg voor aanvullende maatregelen om het werken in de haven voor

van Europa op, maar ook versterking van onze concurrentiepositie en

iedereen aantrekkelijk te maken, zoals excellent vervoer, goede (tijde­

vele duizenden nieuwe, hoogwaardige banen. Wij werken samen aan

lijke) huisvesting en kinderopvang.

hét haven- en industriecomplex van de toekomst.

^ Geef innovatie in de haven alle ruimte. Maak van de haven een living lab, laat jongeren meedenken en meewerken; stimuleer en intensiveer de samenwerking tussen startups en scale-ups met het havenbedrijfs­ leven; steun initiatieven zoals PortXL en het innovatiecentra en blijf actief partner bij het Versnellingshuis Energietransitie HIC.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=9b56fcd3-82d2-4580-a0e2-289f407ecd9a