[22bb004685] Bijlage 1 behorende bij 22bb4684 - Lobbybrieven 42 stuks
Tekst van het document
Echter, ook andersom zjn de verwachtingen niet uitgekomen. In de evaluatie wordt aangegeven dat Passend Onderwjs strikt genomen weinig directe gevolgen heeft gehad voor het handelen van leraren, dus hun dageljkse praktjk. In de evaluatie staat: “Er zijn landeljk niet substantieel meer leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften in het regulier onderwjs terechtgekomen. Het door leraren gerapporteerde percentage is al sinds 2008 stabiel, het gaat om 20-2570 van de leerlingen in hun groep. Wel zjn er aanwjzingen dat de aard en complexiteit van de onderwijsbehoeften veranderd zjn: vaker gedragsproblemen in plaats van - of naast - leerproblemen, en vaker meervoudige problemen. Leraren hebben niet substantieel meer hulp gekregen bj de ondersteuning van deze leerlingen. Weliswaar kregen op veel plaatsen intern begeleiders en ondersteuningscoördinatoren extra uren, maar dat is vermoedelijk door leraren niet altjd gezien of herkend als een gevolg van Passend Onderwjs. Ook nam in het primair onderwijs het aantal onderwjsassistenten toe, maar niet zodanig dat elke leraar over deze hulp kan beschikken.
89 Sociaal Cultureel Planbureau en Nibud. 90, 91 Tonie Broekhuijsen, ‘Armoede in Nederland (5): hoe komen we er vanaf?’ Follow the Money 11 maart 2021. 92 Guuske Ledoux, Sietske Waslander, Ton Eimers, ‘Evaluatie Passend Onderwijs - Eindrapport Mei 2020’, op: https://evaluatiepassendonderwijs.nl/publicaties/eindrapport-evaluatie-passend-onderwijs/
De Wereld van Aandacht Deel 1: De wereld van het ‘hier en nu’
34
Er is niet groot ingezet op deskundigheidsverhoging van leraren in het regulier onderwijs. De hiervoor verant woordelijke schoolbesturen laten dit vaak over aan de scholen. Scholen geven aan dat de deskundigheid van leraren over Passend Onderwijs enigszins gegroeid is vergeleken met vijf jaar geleden. Leraren vinden zichzelf gemiddeld bekwaam genoeg om leerlingen extra te ondersteunen. Ze vragen eerder om faciliteiten (kleinere klassen, meer handen in de klas) dan om scholing.”93
Leraren ervaren al langer meer belasting en het onderwijs moet structureel beter In het evaluatierapport over Passend Onderwijs staat dat leraren al langer meer belasting ervaren en dat leraren die toeschrijven aan Passend Onderwijs. Echter, het rapport stelt ook dat leraren die belasting al ervoeren bij de start van Passend Onderwijs en dat betekent volgens het evaluatierapport dat er al eerder meer aan de hand is in het onderwijs. Leraren gaven bijvoorbeeld aan: te grote klassen, te veel leerlingen met ondersteuningsbehoeften, te weinig ondersteuning en te zware eisen van de inspectie. Daar bovenop kwam dan nog eens Passend Onderwijs. Leraren stellen niet de uitgangspunten van Passend Onderwijs ter discussie, maar wel de organisatie en de beschikbare faciliteiten.
Dat er meer aan de hand is in het onderwijs, blijkt ook uit het rapport ‘De Staat van het Onderwijs 2021’ van de Inspectie Onderwijs. Het onderwijs in Nederland moet structureel beter volgens de inspectie. De basisvaardig heden van leerlingen zijn onder de maat (onvoldoende taalvaardigheid, rekenvaardigheid en maatschappelijke vaardigheden), maar ook de kansenongelijkheid neemt toe, wat nog eens wordt versterkt door de huidige coronacrisis94
93 Guuske Ledoux, Sietske Waslander, Ton Eimers, ‘Evaluatie Passend Onderwijs - Eindrapport Mei 2020’, op: https://evaluatiepassendonderwijs.nl/publicaties/eindrapport-evaluatie-passend-onderwijs/ 94 Inspectie van het Onderwijs, ‘De Staat van het Onderwijs 2021’, 14 april 2021, op: www.onderwijsinspectie.nl/documenten/rapporten/2021/04/14/de-staat-van-het-onderwijs-2021
De Wereld van Aandacht Deel 1: De wereld van het ‘hier en nu’
35
7. Ruimte In deze dimensie wordt gekeken naar de invloed van ruimtelijke en fysieke omgevingsinvloeden binnen de wereld van dejeugdhulp.
Invloed ruimtelijke kwaliteit geen issue in gesprekken In het gesprek over de wereld van de jeugdhulp en in de literatuur lijkt de ruimtelijke inrichting nagenoeg volledig afwezig. ‘Lijkt’, want als de randvoorwaarden voor een gezond opvoed- en opgroeiklimaat verder worden geanalyseerd, wordt duidelijk dat deze impliciet wel degelijk een belangrijke rol spelen.
Voor het ontwikkelen van sociale binding is een plek nodig waar een kind langdurig op een plek kan blijven, een omgeving waarin ontmoeting mogelijk is (fysiek). Kijkend naar de jeugdhulp specifiek, is onderzoek hier naar nagenoeg niet aanwezig. Echter, in een aanpalend domein, de medische wereld, is dit wel onderzocht.
Zo stelde Mobach in 2009 in zijn boek ‘Een organisatie van vlees en steen’95 dat de ruimtelijke omgeving duidelijk invloed heeft op het genezingsproces van patiënten in een medische context. De positieve invloed op angst, stress, pijn en depressiviteit waren helder. In de medische wereld is de betekenis van de ruimtelijke inrichting van het moderne ziekenhuis verschoven van een huisvesting tot een ondersteuningsfunctie in het medische zorgproces. De omgeving geneest mensen niet, maar kan wel zorgen voor een sneller en beter proces, zo leek het.
De ruimtelijke ongelijkheid neemt toe De Raad Volksgezondheid å Samenleving stelt dat mentale en fysieke gezondheidsproblemen vaak nauw samenhangen met bredere maatschappelijke en ruimtelijke omstandigheden.96 Zij adviseren dan ook om in te zetten op een gezonde, sociale leefomgeving. Niet alleen fysiek-ruimtelijk, maar ook in voorzieningen: ruimte voor ontmoeting in buurten en wijken, veilige werk-, leer- en studieomgevingen en een omgeving die uitnodigt tot gezond eten en gezond gedrag. Dat zal een omgeving zijn die chronische zorgen en stress voorkomt en zo kan bijdragen aan gelijke kansen op het gebied van gezondheid. Dit is belangrijk, want de kansenongeljkheid in onze samenleving neemt steeds verder toe, en daarmee ook de ruimtelijke ongelijkheid.97
95 Mobach, M., ‘Een organisatie van vlees en steen’, Koninklijke Van Gorcum, 2009 96, 97 Raad Volksgezondheid å Samenleving, ‘Wissels omzetten voor een veerkrachtige samenleving - Vier prioriteiten voor de nieuwe kabinetsperiode’, 5 maart 2021.
De Wereld van Aandacht Deel 1: De wereld van het ‘hier en nu’
36
In de voorbije tien jaar is een herwaardering op gang gekomen voor de ruimtelijke inrichting van wijken. Naast aandacht voor speelvoorzieningen genereert ook de nieuwe Nationale Omgevingsverordening (NOVI) en de daaruit volgende Provinciale en Lokale uitwerkingen extra aandacht voor duurzaamheid. Dit leidt tot een toenemend aantal vergroenings- en verduurzamingsinitiatieven. In bebouwde omgeving wordt door heel Nederland gewerkt aan ‘tiny forests’, stadstuinen, volkstuintjes, groene schoolpleinen, etc. Hiermee werd niet alleen de relatie tussen mens en natuur hersteld en een positief effect bereikt voor de biodiversiteit, maar werd als neveneffect een impuls gegeven aan de sociale inrichting van wijken en dorpen.
De Wereld van Aandacht Deel 1: De wereld van het ‘hier en nu’
37
8. Artistiek Creativiteit en vindingrijkheid zijn wat de menselijke ontwikkeling heeft voortgedreven sinds het begin der tijden. In deze dimensie wordt bezien in hoeverre de dimensie artistiek deel uitmaakt van de wereld van de jeugdhulp.
OOO
Kunst raakt mensen Kunst heeft het doel te prikkelen. Films als ‘Alicia’ en het Duitse ‘System Crasher’ zijn voorbeelden van artistieke uitingen die het grote publiek kennis hebben laten maken met de wereld van de jeugdhulp. Het Vergeten Kind Filmfestival is een ander voorbeeld waarmee getracht wordt meer bewustwording te creëren en het gesprek op gang te brengen.
Naast de herinnering kan kunst nog andere functies hebben, zoals het bieden van hoop, ruimte geven aan verdriet en leed, maar kunst kan ook bijdragen aan zelfinzicht en ontwikkeling. Onze oordelen zijn vaak opper vlakkig en/of vooringenomen, we vinden dingen snel ‘vreemd’, wat een defensieve houding is. Kunst breidt onze ervaringen uit en laat ons (weer) gevoelig worden voor wezenlijke zaken in het leven. De documentaire ‘Alicia’ (2017) van Maasja Ooms laat ons deze functies van kunst doorleven. In de documentaire volg je Alicia: Alicia is één jaar oud als ze uit huis wordt geplaatst. Via een pleeggezin komt ze op vijfjarige leeftijd terecht in een kindertehuis en als ze negen is zit ze daar nog steeds, in afwachting van plaatsing bj een nieuw gezin. Dit is het moment waarop de documentaire Alicia begint.
De film volgt drie jaar lang het dageljkse leven van het meisje, observerend en dicht op de huid gefilmd. Hoop, verwachting, onmacht en het effect van een gebrek aan perspectief zjn direct invoelbaar. Dreigt ze hierdoor te ontsporen of zijn we getuige van een onontkoombare geschiedenis die zich herhaalt? Wie beslist er over Alicia’s lot en toekomst?98
Doordat de documentaire drie jaar lang Alicia volgt, geeft dit een ander perspectief op het jeugdhulpsysteem. Daar waar we ‘normaliter’ kinderen wellicht op één moment zien binnen een instelling, onder behandeling van hulpverleners, aan de hand van ‘onbegrepen gedrag’, zien we in de documentaire waar het echt om gaat: een meisje dat zich in de steek gelaten voelt en snakt naar liefde en aandacht. In het hier en nu van jeugdhulp zien we dat echter niet, dan gaan we met Alicia aan de slag door middel van allerlei behandelingen voor dat ‘onbegrepen gedrag’. Hoewel er door hulpverleners hard wordt gewerkt en zij echt hun best doen voor Alicia, geven we Alicia niet waar zj behoefte aan heeft: liefde en aandacht.
De gedichten van Jason Bhugwandass over jeugdhulp en wat dit met hem heeft gedaan, zjn een andere vorm van kunst. Ze maken ons bewust van het feit dat kjken naar jeugdhulp vaak vanuit een analytische houding gebeurt, maar wanneer je een gedicht leest of ernaar luistert, kom je op een ander begrip en gevoel over jeugdhulp in Nederland. 98 Maasja Ooms, ‘Alicia’, 2017: www.vpro.nl/speel~VPWON 1198558~alicia-2doc~.html
De Wereld van Aandacht Deel 1: De wereld van het ‘hier en nu’
38
Instellingskind
Ik ben gecultiveerd, het normale leven verleerd Ik ben een instellingskind in hart en nieren Geen normen, geen waarden en zeker geen manieren Ik ben verpest. De jeugdzorg heeft mij nu gemaakt Er is niks wat ik mooi vind, niks wat mij raakt Twintig jaar, en ik ben vogelvrij Ongeketend, onbelast, maar er is niks over van mij Geen sprankel in mijn ogen, als ik me even niet gedraag Geen sarcastisch antwoord op een retorische vraag Er is niks wat mij nog maakt, en mijn zelfvertrouwen is stuk En ik spreek geen ABN meer, want het interesseert me gewoon geen fuck Ik durf niet meer van mijn kamer als ik dorst heb in de nacht Cornflakes en cruesli, maar alleen op zaterdag Maakt niet uit in welke tijd of welke ruimte ik me bevind Je kan een kind uit de jeugdzorg halen, maar de jeugdzorg nooit uit het kind99
Art Brut of Outsider Art Wanneer kinderen of jongeren die gebruikmaken van jeugdhulp kunst maken, kan daarvoor de term ‘Art Brut’ wordt gebruikt. Deze term werd voor het eerst gebruikt in 1948 door de Franse kunstenaar Jean Dubuffet. Hij gebruikte de term voor kunstwerken die gemaakt waren door mensen die deels of geheel buiten de maatschappij staan, zoals psychiatrische patiënten, kinderen, mensen met een verstandelijke beperking, gedetineerden en ‘primitieve volken’. De Engelse vertaling ‘Outsider Art’ werd voor het eerst gebruikt door kunstcriticus Roger Cardinal in 1972. Deze kunstvorm houdt in dat de kunst gemaakt wordt buiten de grenzen van de gevestigde normen en waarden van de cultuur om. Dubuffet en Cardinal wilden het gewone leven in ere herstellen, de poëzie laten zien van het alledaagse leven. Toevallig en wellicht ook ironisch genoeg met hetzelfde doel als dat van van de transformatie jeugdhulp: terug naar de waardering van het ‘normale’ leven.
Belang van design thinking en experience design is in de jeugdhulp gering De wereld van de jeugdhulp is maar beperkt innovatief. De innovatie wordt vaak gezocht in het veranderen van het ‘hoe’, maar nog maar weinig in het ‘wat’. Dat bljft over lange perioden hetzelfde. Juist in Design Thinking en denken in ervaringen wordt gekeken naar ideeën van buiten de sector. Echter, binnen de wereld van de jeugdhulp zjn dit nog onderbelichte elementen en denkwjzen. Er wordt gedacht vanuit professie en organisatie. In interactie met andere werelden wordt gezocht naar elementen die passen in de eigen wereld en die ingevuld kunnen worden.
Het ontwikkelen van nieuwe concepten met andere sectoren en het incorporeren van inzichten uit andere sectoren gebeurt slechts zeer mondjesmaat. Voor innovatie en transformatie is creativiteit wel een urgent en noodzakelijk begrip. Creativiteit is namelijk het proces waardoor uit de menselijke geest nieuwe inzichten tot stand komen. Deze nieuwe inzichten maken het mogelijk om nieuwe toepassingen te maken. Door creativiteit te bevorderen kan je dus organisaties stimuleren en faciliteren in het creëren van nieuwe praktijken, en daar mee is het de eerste stap van een innovatieproces. Innoveren is uiteindeljk niet veel meer dan het succesvol implementeren van een creatieve (nieuwe) toepassing.
99 Jason Bhugwandass, ‘Instellingskind’, opgenomen in boek: ‘Echt doen wat nodig is - Pleidooi voor kleinschalige effectieve jeugdhulp’, Stichting Beroepseer 2018.
De Wereld van Aandacht Deel 1: De wereld van het ‘hier en nu’
39
De W ereld van A andacht Deel 1: De wereld van het ‘hier en nu' | Februari 2022
WERELD VAN AANDACHT De wereld van het ‘daar en dan' (deel 2) J jO«*' ‘
y
|*“'* * ’“"'«Hoi d,
™* *»'Wlfc|w
iu *m'*“*^ »M ,Jn"- y
*****»*»» dt un VMti
—a,( Jc Kl«ii.tc ci« m mi
4 Jci*» d« »*TÍo- *M««İU ť uv.» «uho,,, jH***,^'1 ilr lucn t uxnliiu U- ^ “r,***« 4« rf,, . jt'l jJjJ. , . n TiuihI,. __
.
«»
P«*«ble.
„n
l,T*Pn.Wr
t
í**
v*'v» de b*t*tllat.i Canto i vrnctn..__ r"‘,'mcni0l „prr*** Xr*'tdc. barbar*, protrXat. trtttr* t,**r*o* '""«pim.cmo, ' o*»®*- d****trrt y firrexat
ŰU-
aquella nuü,, d lť» C* 1U «O ea.ábaroo* Irente a la capital del „
įardincs de ta Ca», dľc"^"'
*ar»ct*co
tfhf ť. con pórtico» y lo^ias a U ,, ’ antc cl doble jHífi»’ r0,‘ entc- estatua ccuestrc del difunto tfi*’ V,*''ado “*ľ#r’C‘ Zonare*. Y fuc e„ el b"'^
1 f
rl’ diŕU*'
ch«Pos’ alamos, sauces v plantas
LC’"0 aİar-
U h'r"o.a"C"^"
‘į.bí-w' Jdon» la reina nuestra señora recibiA a hį ^ľíİada^İO Un U'ldo de damasco, rodeada d ^ fr.ÄjriaSr- n»s próx.m^, bu{6„ Gastoncillo tcttóÏÏf
|!'
« ** tre
. A** e. V*
T
k. A rr
0 ^ v ^* 7* O C
~j
^ ? ^
o *
i ^
í1
r~
^
HET VERGETEN ïïrrorss-.í::.;::-":^....
INHOUDSOPGAVE Inleiding
3
DEEL 2: DE WERELD VAN HET DAAR EN DAN
5
1. Uit niets ontstaat nooit iets
4
2. Filosofie
6
3. Politiek
10
4. Economie
12
5. Wetenschap en technologie
16
6. Sociaal
18
7. Ruimte
22
8. Artistiek
24
A. Samen werken aan een klimaat van aandacht
26
B. De huisarts, een vertrouwd gezicht in de wijk
27
C. Relatie, Ruimte en Reflectie als leidende principes
28
D. Centraal het decentrale versterken
29
E. Veiligheid 2.0
30
F. Wonen doe je op een plek die je thuis noemt
31
De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’
2
INLEIDING Whitepaper De Wereld van Aandacht Dit whitepaper ‘De Wereld van Aandacht’ is opgesteld in opdracht van Stichting Het Vergeten Kind en bestaat uit twee delen; de wereld van het ‘hier en nu’ en de wereld van het ‘daar en dan’.
Als kind doen we niets anders dan dromen over die andere wereld. Die wereld waar dingen anders en beter zijn. Het is die verbeeldingskracht die in ons allemaal zit, die wij willen aanboren met dit tweede deel van het whitepaper, de wereld van het ‘daar en dan’.
Door verbeeldingskracht te combineren met trends, ontwikkelingen, literatuuronderzoek, ideeën en adviezen van (ervarings)deskundigen, kennisinstituten en baanbrekers, hebben wij een nieuwe wereld gecreëerd waarin onze jeugdigen leven. Een betere wereld voor jeugdigen, waarin elk kind in Nederland zich gehoord en gezien voelt, op een veilige plek woont en zich positief kan ontwikkelen, zodat het zijn/haar eigen plek vindt in de maatschappij.
Dit tweede deel kent het perspectief van 2041. Vanuit dat toekomstig perspectief wordt gekeken naar de wereld van de jeugd(hulp) op dat moment en wordt teruggekeken naar de weg en gebeurtenissen in de jaren sinds 2021. De onderstaande tijdlijn geeft hiervan een klein overzicht.
Deltaplan bestaanszekerheid en kansengelijkheid
Halvering aantal kinderen onder armoedegrens
Uitspraak Arbitrage VNG-Rijk Transitie tot 2028
Gezinnen ^ toekomstige relaties
Invoering Landelijke Standaarden
Programma ‘Centraal het Decentrale versterken’ Principe ‘Goed boeren betekent ook terugploegen' Start Scheiding Transitie Wonen en Behandeling Stop JeugdzorgPlus/gesloten setting
Levens vaardigheid in curriculum onderwijs
Nederland Gidsland voor levensgeluk economische innovatiekracht
330Zo minder specialistische voorzieningen t.o.v. 2021 Transitie kleinschalige woonvoorzieningen in wijken voltooid Per 40.000 inwoners minimaal 1 kleinschalige woonvoorziening Laagste aantal uithuisplaatsingen in Europa Geen armoede onder kinderen
Landelijke definities hulp en zorg Landelijke kwaliteitsstandaard Gezinszorg Eén CAO Gezinszorg Scheiding Wonen en Behandeling
Aan de hand van zeven dimensies wordt deze nieuwe wereld beschreven en inzichtelijk gemaakt. Het doel van deze wereld is het vertellen van een nieuw verhaal. Een speculatief verhaal dat kansen en mogelijkheden schept om het ‘abstracte idee van de toekomst’ te visualiseren en er verbinding mee te maken. Wat zouden onze kinderen wensen dat wij beter voor hen gedaan hadden? Onze nalatenschap is niet iets dat wij achterlaten, maar iets dat wij gedurende ons leven creëren.
De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’
3
Deze wereld is dus geschreven voor iedereen die een bijdrage kan leveren aan die toekomstige wereld: kinderen en jongeren, ouders, grootouders, leraren, pedagogisch medewerkers, vrijwilligers, jongerenwerkers, buurtsportcoaches, wijkteams, jeugdhulpprofessionals, politici, ambtenaren, managers en bestuurders.
De wereld van het ‘daar en dan’ geeft niet alleen een inkjk in de wereld waarin we zouden kunnen leven, maar deze wereld reikt ook mogeljkheden aan over hoe wj deze wereld zouden kunnen creëren. Daarbij claimen wij niet dat dit de enige paden zijn die naar het spreekwoordeljke Rome leiden. We willen niet vertellen hoe het moet, maar wel willen we inspireren door middel van concrete ideeën, voorbeelden en manieren van organiseren. Deze wereld is een hulpmiddel om voorbj de grenzen van vandaag te kjken, voorbij de beleefde hinderpalen van de korte termjn en de institutionele belangen. Een hulpmiddel om op een holistische wjze te kunnen vooruit kijken naar een andere wereld in de toekomst; de wereld van het ‘daar en dan’.
De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’
4
DEEL EEN: DE WERELD VAN HET DAAR EN DAN 1. Uit niets ontstaat nooit iets Zoals de huidige wereld is gebouwd op de fundamenten van het verleden, zo is de wereld van ‘daar en dan’ ook verborgen in de huidige wereld. Ideeën, principes, gedachten en niches zijn al aanwezig in de wereld om ons heen. Soms zichtbaar, soms nog versluierd. Voor de wereld van het ‘daar en dan’ maken we dan ook gebruik van voorkennis van anderen en trends die op dit moment ontluiken. Deze zijn niet verborgen of geheimzinnig. Door rapporten van kennisinstituten, zoals de Sociaal-Economische Raad (SER) en het Nederlands Jeugdinstituut, tegen het licht te houden en te kijken naar gelukte en mislukte doorbraakinitiatieven, uitvindingen of processen kan een beeld worden geschetst over hoe die wereld eruit zou kunnen zien. Deze voorkennis hebben wij bij elkaar gebracht en gecombineerd met verbeeldingskracht in de voorliggende wereld van het ‘daar en dan’.
Met deze wereld van het ‘daar en dan’ willen wij een overzicht schetsen, een panorama bieden van wat mogelijk is, zeker waar dit het ondenkbare betreft. Ogenschijnlijk ondenkbaar, want wij schrijven onze toekomst zelf.
De zeven dimensies Zoals een land deel uitmaakt van een continent, een continent van een planeet en een planeet van een universum kan een systeem nooit alleen en op zichzelf bestaan. Het is gebouwd uit verschillende dimensies, die samen een complex ecosysteem vormen. Ter illustratie: de manier waarop we zaken organiseren, hangt af van de wijze waarop wij onze omgeving waarnemen. Dat hangt weer af van waarden en normen. Deze zijn afhankelijk van de economische status, opleiding, cultuur, enzovoorts.
Om deze complexiteit in kaart te brengen, wordt de wereld van ‘daar en dan’ aan de hand van zeven universele dimensies in beeld gebracht. Sommige daarvan zijn sterk ontwikkeld en aanwezig, andere zijn amper zichtbaar, maar samen maken ze onze wereld.
De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’
5
2. Filosofie In de dimensie filosofie kijken we naar de dominante denkmodellen die onze samenleving vormgeven. Het zijn deze ideeën en overtuigingen in de wereld van het ‘daar en dan’ die het ethische en morele gedrag van mensen en organisaties bepalen. Hoe we de werkelijkheid zien bepaalt hoe we samenleven, denken en werken. Door de járen heen veranderen verhalen en daarmee ook ons wereldbeeld.
In 2041 leven we met een ander wereldbeeld dat ontstond op basis van een gevoel van ongemak over de manier waarop wij publieke taken hadden georganiseerd. Verandering was nodig op vele vlakken en dit werd zichtbaar door de complexe vraagstukken waar de samenleving mee worstelde: de klimaatcrisis, de woningnood, toegenomen kansenongelijkheid, toenemende bestaansonzekerheid en die starre, logge en bureaucratische zorgsystemen. Het publieke domein was op dat moment nog steeds ingericht op strakke controle en regel systemen, waarbij denken in productietermen, efficiëntie en rechtmatigheid centraal stonden. De stikstofcrisis, de COVID-19-pandemie en de toeslagenaffaire aan het begin van de jaren 20 van de eenentwintigste eeuw werkten als een vliegwiel voor een fundamentele overpeinzing over de inrichting van het publieke domein. Steeds meer mensen riepen op om de dingen daadwerkelijk anders te gaan zien. Publieke taken, zoals de hulp aan jeugdigen en onderwijs, stonden vol in het licht van heroverweging en herwaardering.
Twee waarheden die naast elkaar bestaan: standaardisering én maatwerk Het productiedenken dat gekenmerkt wordt door (massa)productie, standaardisering, efficiency, regels en protocollen, specialisatie, kwaliteitscontrole en het voorkomen van fouten, werd verrijkt met een andere manier van denken: het complexiteitsdenken. Door het complexiteitsdenken verkregen we het inzicht dat gezinnen complexe open systemen zijn die voortdurend in verandering zijn als gevolg van de interactie tussen de gezins leden onderling alsook tussen de gezinsleden en hun omgeving. Vele verschillende elementen en factoren kunnen een rol spelen waarom het in een gezin niet lekker draait. Daarbij hoeft geen sprake te zijn van lineaire verbanden tussen al die elementen en factoren. Om gezinnen goed te kunnen helpen was iets anders nodig dan alleen maar gestroomlijnde processen of de nauwkeurig geformuleerde zorgproducten: de menselijke maat. Ruimte voor empathie en betrokkenheid om van daaruit het juiste te kunnen doen. Elk gezin is anders en elke situatie is anders. Het is daarom belangrijk om verschil te mogen maken. Het organiseren van maatwerk werd een tweede normaal.
Geen jeugdhulp, maar gezinszorg Door het omarmen van de complexiteit en de focus op de interacties tussen de gezinsleden onderling en ook de interacties met de omgeving te leggen, werd duidelijk dat het begrip jeugdhulp’ niet het juiste woord was. Bijzonder gedrag van een kind of jongere kwam vaak voort uit de interacties in het gezin en diens omgeving. Denk aan chronische stress die voortkomt uit het opgroeien in kwetsbare en traumatische omstandigheden: depressies, stress of verslavingen bij ouders, vechtscheidingen of situaties van bestaansonzekerheid.
De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’
6
Dat leidt ertoe dat kinderen en jongeren ontregeld raken en bljven. De hulp moet zich dan ook niet alleen richten op het bijzondere gedrag van kinderen of jongeren, maar juist op de gehele omgeving. Ouders, broers, zussen, vrienden, klasgenoten, buren, het is maar net om wie het gaat. Jeugdhulp werd dan ook gezinszorg.
Aandacht en zorg vanuit het hart: ruimte, relatie en reflectie Om te voorkomen dat we kinderen en jongeren reduceerden tot hun dossier, hun moeiljkheden of een nummer op de wachtlijst, werd het belangrjk dat professionals nabij zjn. Een houding die jongeren het gevoel geeft dat mensen geloven in hun kwaliteiten en hun toekomst. Echte aandacht die het voor kinderen mogelijk maakt om zich geliefd en aanvaard te voelen. Geen professionele afstand meer, maar aandacht, verbinding, contact en vertrouwen, zodat een gelijkwaardige relatie kan ontstaan. Deze nieuwe professionaliteit werd vertaald naar drie nieuwe R'en. Naast Rust, Reinheid en Regelmaat kenden we nu: Ruimte, Relatie en Reflectie. Geen dichtgetimmerde behandelprotocollen, maar instrumenten die Ruimte geven aan het gezin en de professional. Om die ruimte met elkaar in te vullen, moet er een wederkerige Relatie bestaan tussen het gezin en de professional die aansluit bij de motivatie en behoeften van dat gezin. Dit, zodat er wederzjds vertrouwen kan ontstaan. Om de professionaliteit van de zorgverlener te kunnen borgen én voortdurend de eigen en algemene beroepspraktjk te verbeteren, wordt sterk gestuurd op Reflectie.
Stabiliteit en continuïteit boven snel en goedkoop; oftewel: kwaliteit Het jarenlang organiseren vanuit het begrip efficiency leidde ertoe dat de voormalige jeugdhulp steeds verder was uitgekleed. Geld was de focus. Er was onvoldoende tijd en ruimte voor de behoeften van jeugdigen, voor professionele reflectie, coaching en ontwikkeling. Dat zorgde weer voor meer angst, onveiligheid en repressief gedrag bij professionals. Het afzonderen van jongeren bleef daardoor bestaan, net als de instabiliteit van personeel door onderbezetting, personeelswisselingen en een hoog ziekteverzuim. Om aandacht en zorg vanuit het hart mogelijk te maken, veranderde de focus van geld naar kwaliteit. Voldoende tjd en ruimte voor de behoeften van kinderen, hun omgeving en professionals. Rust, stabiliteit en continuïteit. Er vond dan ook een paradigmashift plaats: sturen op basis van kwaliteit in plaats van op efficiency. Het sturen op kwaliteit leidde tot meer tjd voor het kind en het gezin evenals minder onnodige gezinszorg.
Efficiency optimaliseren
Hogere kosten
Kostenreductie gedreven
Meer en langer hulp en verlichtingen
Minder tijd voor gezin Minder tijd voor kwaliteit
Minder kosten
Minder en korter gezinszorg
Kwaliteit door relatie
Meer tijd voor gezin Meer tijd voor kwaliteit
Steunende systemen Mede door de invloed van design thinking dat in de jaren 20 van de eenentwintigste eeuw een steeds centralere rol heeft gekregen, werd de gezinszorg mensgericht georganiseerd. Niet langer zjn de specialismen, het aanbod, de financieringsstromen of de ICT-systemen van organisaties leidend voor de inrichting van die organisatie, maar bepalen de behoeften en motivatie van de gezinnen de inrichting van die organisaties. Systemen moeten dienen.
De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’
7
Door de voortdurende analyse van hetgeen in de praktijk gebeurde, is de voortdurende vraag op directietafels: Hoe organiseren wij waarde voor gezinnen? Wat is onze opgave en wat zijn de inspanningen die gezinnen echt verder helpen? Hoe kan een (hulp)vraag zo goed en zo snel mogeljk worden geadresseerd? Hoe organiseren we de beschikbaarheid van deskundigheid? Hoe kunnen we aan diverse toezichthouders inzicht geven over hoe goed wij ons werk doen? Organisaties gooiden het roer om en dat leidde tot een netwerk van kleinere, maar meer wendbare organisaties die werkten op basis van de nieuwe professionaliteit. Alles wat niet dienend was aan de opgave om waarde te creëren voor gezinnen braken zij af of werd aangepast. Alle aandacht ging uit naar de werkzame factoren en activiteiten die echte waarde voor gezinnen leverden. Hiermee werd de lijn van succesvolle initiatieven als het Heppie (t)Huis en de Buurtzorg de nieuwe standaard.
Publiek belang prevaleert boven institutioneel belang Doordat we steeds meer mensgericht gingen organiseren, werd nog beter zichtbaar hoe complex de zorg en hulp tot dan toe georganiseerd was: de vele verschillende wetten, kaders, financieringsstromen en aanbieders. Meer samenhang en samenwerking was nodig, en om dat te bereiken, kwam er een omslag in denken van institutioneel belang naar publiek belang. Deze omslag werd bevorderd door het instellen van juridische en financiële prikkels. Zo kregen bestuurders van gemeenten de discretionaire bevoegdheid om grensconflicten op te lossen tussen wetten, organisaties en domeinen. Zo werden discussies over waar een hulpvraag thuishoorde - Passend Onderwjs of Gezinszorg? - snel beslecht. Ook werden financiële prikkels toegepast die samenwerking tussen organisaties stimuleren, zoals beloningsafspraken in het kader van shared savings. Organisaties werden gestimuleerd in het maken van keuzes: Welke vormen van zorg leveren wij wel en welke niet? Welke zorg is belangrijk voor de regio? Wat is onmisbaar? Waar zijn we goed in, waar zjn we niet zo goed in, waar kunnen we beter mee stoppen? Het ministerie en de gemeenten hadden in 2021 vanuit de Arbitrage over de jeugdhulpgelden gezorgd dat er een apart budget ‘transitiegelden' beschikbaar was.
Dit om organisaties te ondersteunen bj een zorgvuldige afbouw van vastgoed of omscholing van personeel. Bestuurders en managers die dergeljke processen zorgvuldig met empathie leidden werden gezien als topbestuurders en topmanagers. Goede voor beelden van dergelijke organisatieveranderingen werden breed uitgedragen en gedeeld door boekpublicaties als ‘De Ingreep' van Peter Bennemeer.
Tellen en patronen ontdekken in verhalen Door onderzoek en het complexiteitsdenken zagen we in dat veel kennis over hulp aan kinderen en jongeren situationeel is. Wat bij het ene gezin had geholpen, hoefde niet per se te werken bij een ander gezin, aangezien de interacties en omstandigheden anders waren. Ook de prestatie-indicatoren hielpen organisaties en gemeenten onvoldoende bij het meten van de stand van zaken. Het aantal casussen, bereikte doelgroepen, wachtlijsten en doorlooptijden gaven nauwelijks inzicht in de vraag hoe het nu werkelijk ging met de gezinnen. Andere manieren van verantwoorden ontstonden. Steeds meer organisaties reflecteerden op verhalen van gezinnen die op een gestructureerde en gevalideerde wijze bij elkaar waren gebracht. Op basis van concrete situaties (de verhalen) kon men patronen herkennen. Patronen die de goede hulp aan gezinnen bevorderden of juist patronen die dit belemmerden. Op basis van die patronen konden vervolgens besluiten worden genomen. Bijvoorbeeld het afschaffen van bepaalde regels of juist het nemen van meer tijd in specifieke situaties. Het werd normaal om te reflecteren en te leren waardoor nieuwe manieren van denken, doen en organiseren sneller konden ontstaan.
Inclusief organiseren Voorheen onderschreven we wel met z'n allen dat er gelijke kansen en mogelijkheden voor kinderen en volwassenen moesten zijn, zodat zij mee kunnen doen in de samenleving, maar dit bleek vaker niet de praktijk. Soms werden kinderen of volwassenen onbedoeld of onbewust uitgesloten, omdat er bijvoorbeeld geen doventolk aanwezig was. Of vonden jongeren met een migratieachtergrond minder makkelijk een stage of baan dan andere jongeren met dezelfde startkwalificatie. Of konden kinderen met bijzonder gedrag niet meedoen bij de voetbalclub of onderwijs volgen in de eigen buurt. Doordat steeds meer organisaties bij de ontwikkeling van beleid, diensten, communicatie en personeel steeds meer uitgingen van ‘toegang en bruik baarheid voor iedereen' in plaats van ‘toegang en bruikbaarheid voor de gemiddelde persoon', nam het
De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’
8
gebruik van specialistische voorzieningen af. Kinderen en volwassenen konden gewoon meedoen. Vrijwilligers en professionals met pedagogisch werk werden anders gefaciliteerd, waardoor de handelsbekwaamheid van de (professionele) gemeenschap werd vergroot. Het is nu normaal dat reguliere oplossingen die voor iedereen werken de voorkeur krijgen boven losse oplossingen voor specifieke doelgroepen. ‘Inclusief organiseren’ heeft bijgedragen aan een sterke afname van specialistische voorzieningen in Nederland.
Focus op talenten en kwaliteiten In de begin jaren van de eenentwintigste eeuw werd het concept positieve gezondheid gelanceerd. Dit concept ging uit van gezondheid als het vermogen van mensen om zich aan te passen aan veranderende omstandig heden en niet de aan- of afwezigheid van ziekte. De positieve ervaringen hiermee zjn in 2041 op verschillende andere domeinen overgedragen, waaronder het onderwijs en de gezinszorg. Een gezonde gezinssituatie wordt gedefinieerd op basis van de talenten en kwaliteiten binnen het systeem in plaats van problemen, zoals het hebben van een beperking, stoornis of aandoening. Verschil in talent werd voortaan geaccepteerd. De één is goed in rekenen en de ander is goed in voetballen. De omgeving van kinderen en jongeren moet in staat zjn om het talent en de passie met elkaar te verbinden, zodat het beste in kinderen, jongeren en gezinnen naar boven wordt gehaald. Aangesproken worden op je talenten geeft energie en het ervaren van succes door kinderen en ouders versterkt het zelfvertrouwen, vergroot de mogelijkheden voor zelfexpressie, de ontwikkeling van vaardigheden en draagt daardoor bij aan het toekomstperspectief.
Samen beslissen In 2041 is het heel normaal dat jeugdigen en gezinnen vanuit een gelijkwaardige relatie met elkaar ‘werken’. Mede op basis van het boek ‘De nieuwe Route’ Van Anke Siegers uit 2016 is er gestuurd op de mindset van professionals en burgers: dat de regie en verantwoordelijkheid ligt bij de betrokken mensen (de gezinnen) zelf. Er is respect voor hun autonomie. Kinderen, jongeren en ouders geven niet alleen aan wat voor hen belangrijk is, maar zij beslissen ook mee in de gezinszorg die zij krijgen. Zij bedenken met elkaar voor welke vragen zij een antwoord zoeken, nemen besluiten, bepalen hun eigen aanpak en stellen bij als de situatie daarom vraagt. Professionals gaan er daarbij vanuit dat iedereen betrokken mensen nodig heeft, een netwerk. Dat zijn mensen die er onvoorwaardelijk en onbetaald zijn, ook tijdens en na eventuele gezinszorg.
De verandering in denken en zien r------------------------------------------------------------------------------
------------------------------------------------------------------------------1 De wereld van 2041
De wereld van 2021
Transitie
Standaardisering van zorg
---------
Standaardisering én maatwerk in zorg
Risico’s vermijden en reddersmentaliteit: alles willen beheersen en oplossen
---------
Acceptatie van complexe situaties: nuchterheid, bescheidenheid en een klimaat waarin fouten maken mag.
Gericht op problemen en afwijkingen
---------^
Gericht op mogelijkheden, talenten en kwaliteiten
Jeugdhulp: enkel gericht op kinderen en jongeren
^
Gezinszorg: gericht op het gezin en hun omgeving
-
Exclusief en individualistisch: specifieke hulp voor specifieke doelgroepen
---------^
Inclusief en handelingsbekwame gemeenschap: nadruk op services voor ieder
Professionele afstand
---------^
Professie vanuit het hart: aandacht, verbinding en relaties
Efficiency: goedkoop en snel
---------
Kwaliteit: stabiliteit en continuïteit
Systeemwereld is leidend
---------^
Leefwereld is leidend en systemen steunen
Institutioneel belang
---------^
Publiek belang
Kritische Prestatie Indicatoren: tellen
---------^
Tellen en Vertellen
Deskundigheid van professionals en instellingen hebben de overhand
---------
Gericht op participatie van kinderen, jongeren en ouders waarbij samen besluiten worden genomen
De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’
9
3. Politiek Binnen de dimensie politiek richten we ons op machtsverhoudingen, de heersende bestuurscultuur en de governance van entiteiten.
Maatschappelijk discussie over de rol van de overheid De toenemende flexibilisering van de arbeidsmarkt, globalisering, informatiestortvloed en technologische ontwikkelingen gaf voeding aan een groeiend gevoel van onzekerheid bij grote groepen in de samenleving. In de vroege jaren 20 van de eenentwintigste eeuw leidde dit tot een verscherping van tegenstellingen in de samenleving met een steeds verdergaande politieke versplintering tot gevolg. Het Nederlandse model van coalitievorming en polderen kwam steeds verder in het gedrang. Wat was nu de rol van de overheid, zo vroegen velen zich af. Was dat het ruimte te creëren waarin het maximeren van het geluk en welbevinden van alle individuen centraal stond, of ruimte creëren, gericht op het borgen van een menswaardige bestaansbasis voor iedereen? Bij de verkiezingen in 2025 werd duidelijk dat het sociale contract onder Nederland ‘het ruimte bieden voor een menswaardig bestaan voor iedereen’ was. In de daaropvolgende jaren werden ingrijpende interventies gepleegd op het gebied van bestaanszekerheid (zie ook economie), woningbouw (zie ook ruimte) en onderwijs (zie ook sociaal).
Ministerie voor Gezinnen en Toekomstige Generaties In 2021 werd er veel gediscussieerd of de decentralisatie van jeugdhulp naar gemeenten wel de juiste keuze was geweest. Meerdere organisaties en partijen adviseerden en lobbyden om de decentralisatie terug te draaien en daarmee weer een stelselwijziging door te voeren. Mede op basis van het advies van het NJI ‘Vasthoudend Transformeren’ werd ervoor gekozen om dit laatste niet te doen, maar wel veranderingen door te voeren onder het programma ‘Centraal het Decentrale versterken’, dat in 2025 werd geïntroduceerd met de komst van o.a. het ministerie voor Gezinnen en Toekomstige Generaties.
Gemeenten bleven verantwoordelijk voor de uitvoering van gezinszorg. De keuze voor gemeenten als kernspelers in het organiseren van die gezinszorg werd als correct en logisch gezien. Het leven van kinderen en jongeren speelt zich immers af in de wijken en buurten van die gemeenten. Dáár wonen familie, vrienden, buren en daar worden diepe relaties opgebouwd. Het is ook daar waar gebruik wordt gemaakt van zoge naamde basisvoorzieningen, zoals de school, verenigingen, clubs en de huisartsenpraktijk. Een gemeente is dan ook het beste in staat om op domeinoverstijgende wijze gezinszorg te organiseren. “Door op lokaal niveau sociale, ruimtelijk en economische elementen in de juiste mix te brengen, is de lokale gemeenschap (inclusief de lokale overheid) in staat om beschermende factoren voor gezinnen te versterken en een sterk preventief gezinsbeleid te voeren”, zo luidde het tijdens de troonrede van 2025.
De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’
10
Er werd echter ook geleerd van de ervaringen met de ‘eerste decentralisatie van jeugdhulp’ naar gemeenten. Het was gebleken dat het irreëel was om te denken dat alle individuele gemeenten de volledige gezinszorg zelf konden organiseren. Zo was het moeilijk om administratieve processen te harmoniseren, waardoor veel bureaucratie bij zorginstellingen ontstond. Ook was de noodzakelijke samenwerking met en tussen (hoog-) specialistische zorg en Passend Onderwijs moeizaam verlopen.
Het ministerie voor Gezinnen en Toekomstige Generaties kreeg de systeemverantwoordeljkheid voor gezinszorg, maar ook mandaat ten aanzien van het beleid van flankerende ministeries waar verantwoordelijkheden lagen voor kinderen, jongeren en ouders. Zo kwamen ook onderwijs, kinderopvang, jeugdcultuur, jeugdsport en kinderrechters onder mede-aansturing te staan. Door een soortgelijk ministerie voor economie en sociale zaken in te richten (ministerie van Economie en Bestaanszekerheid) ontstond een netwerkorganisatie op rijksniveau die de integraliteit die nodig was op lokaal niveau daadwerkelijk kon versterken en stimuleren.
Binnen het programma ‘Centraal het Decentrale versterken’ nam het ministerie voor Gezinnen en Toekomstige Generaties de verantwoordelijkheid om vergaande samenwerking en standaardisering op het gebied van gezinszorg door te voeren. Een jaar na oprichting werd de eerste Standaard gelanceerd. Hierin werden kernelementen van het inkoopproces centraal vastgelegd: ^ heldere definities; ^ inkoop, facturatie en verantwoording (contractering, prestaties, bekostiging en contractmanagement); ^ kwaliteit (standaarden die recht doen aan de diversiteit van gezinszorg (van opvoedondersteuning tot specialistische hulp).
Deze standaardisering gaf gemeenten ruimte en capaciteit om zich te focussen op inhoudelijke samenwerking in het primaire proces en het bood het professionele veld ruimte om zich te focussen op effectieve gezinszorg.
Regionale samenwerking tussen gemeenten richtte zich op de ontwikkeling en instandhouding van specialis tische gezinszorg door middel van regionale expertteams die lokaal inzetbaar waren, de transformatie naar kleinschalige woonvoorzieningen in buurten en wijken alsook kennisuitwisseling ten aanzien van de toegang tot gezinszorg en het versterken van wijken en buurten door middel van beschermende factoren.
Ministerie voor en MET gezinnen en toekomstige generaties Het principe van horizontaal en verticaal toezicht (burgertoezicht en toezicht door toezichthouders) is in 2041 ook toegepast op beleidsontwikkeling. Het ministerie voor Gezinnen en Toekomstige Generaties is hierin een van de pioniers. Het ministerie bestaat niet alleen uit ambtenaren, staatssecretarissen en een minister, maar ook uit een raad van (ervarings)deskundige adviseurs. Oftewel: jongeren, (pleeg)ouders, professionals en inhoudelijke experts (wetenschap). Zij adviseren niet alleen over het te voeren beleid, maar toetsen ook de uitvoerbaarheid van het beleid in de praktijk. Als er bijvoorbeeld keuzes worden gemaakt waarbij een aanbieder of locatie ophoudt te bestaan, wordt er nadrukkelijk getoetst wat dit betekent voor jeugdigen en gezinnen en of er bijvoorbeeld sprake is van passende vervangende zorg. Het belang van kinderen en jongeren wordt dus proactief onderzocht en meegewogen in het voorbereiden van voorstellen en in de besluitvorming. Landelijk beleid wordt daarmee nadrukkelijk gericht op de ondersteuning van het werk in de praktijk.
De politiek richt zich op de lange termijn Doordat we in Nederland geconfronteerd werden met de vele complexe crises (de klimaatcrisis, de woningnood, toegenomen kansenongelijkheid, steeds meer onzekerheid van bestaan en starre, logge en bureaucratische zorgsystemen), werd besloten om te experimenteren met nieuwe democratische vormen, zodat er effectiever gestuurd kan worden op de langetermjnproblemen van onze tijd. Zo werd onder andere de pilot ‘Bewakers van de toekomst’ ingericht; een politiek instituut dat de belangen van jongeren zonder stemrecht en toekomstige generaties behartigt en beschermt.
De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’
11
4. Economie De dimensie economie omvat het beheer van hulpbronnen waarop de wereld van de jeugdhulp draait en de sturing daarop. Het omvat markten, belastingen, arbeid en het concept van geld als hefboom.
Een breder welvaartsbegrip: onderwijs en gezinszorg zijn een investering in de toekomst Bij de keuze in 2025 om de sectoren onderwijs, publieke gezondheidszorg, jeugdhulp en maatschappelijk-/ welzijnswerk onder de mede-aansturing te brengen van het nieuwe ministerie voor Gezinnen en Toekomstige Generaties werd uitgegaan van een ander welvaartsbegrip dan tot dan toe werd gehanteerd. In de jaren 20 van de eenentwintigste eeuw kwam steeds meer kritiek op onze economie waarin constante groei centraal stond. Er ontstond ruimte en er kwam een debat op gang over een ander welvaartsbegrip met bekende voorbeelden als de betekeniseconomie en de donuteconomie. Ook de boeken ‘Fantoomgroei’ en ‘Ministerie van Verbeelding’ van journalist Sander Heijne en oud-minister Jet Bussemaker droegen bij aan dit debat, en het nieuwe kabinet na de verkiezingen van 2025 besloot om een breder welvaartsbegrip toe te passen in de rijksbegroting. Onderwijs en gezinszorg werden voortaan niet meer opgenomen als een kostenpost, maar als een duurzame investering in onze toekomst. Het Centraal Planbureau gaat in haar rekenmodellen inmiddels ook uit van begrippen als ‘investering’ en ‘return on social investment’ in plaats van ‘kosten’ en ‘kostenbesparing’.
Heldere definities die voor iedereen begrijpelijk zijn Door de transformatiehype eind jaren 10 en begin jaren 20 van de eenentwintigste eeuw was er een scala aan nieuwe termen, modellen en verbloemende beleidstaal ontstaan. Enerzijds waren er ontegenzeggelijk nieuwe ideeën die om nieuwe termen vroegen, maar niet zelden was het - achteraf gezien - ook een manier om transformatie te suggereren of om de eigen positie van organisaties te borgen. Vanuit haar verantwoorde lijkheid om tot standaarden voor inkoop te komen die regio’s van gemeenten kunnen toepassen, heeft het ministerie voor Gezinnen en Toekomstige Generaties bij het oppakken van die taak als eerste stap een eenheid van de taal in de gezinszorg doorgevoerd. Standaarden en modellen die regio’s van gemeenten konden toepassen en eventueel aanpassen op bijzondere lokale omstandigheden. Het ministerie koos ervoor om bij de eenheid in taal niet alleen te kijken naar gezinszorg, maar ook naar andere vormen van zorg. Dit zodat begrip en samenwerking tussen verschillende domeinen sneller kon groeien. Het ministerie formuleerde vier kerncompetenties die binnen alle disciplines van zorg (gezinszorg, medische zorg, geestelijke gezondheids zorg en ouderenzorg) terug te vinden zijn: 1.
Adviseren = handelingsadviezen, triage en diagnose.
2. Behandelen = (j-)ggz-behandelingen, operaties, zorgstraten. 3. Begeleiden = chronische zorg, ondersteuning bij het vergroten van kennis en vaardigheden, levensloopbegeleiding. 4. Wonen = pleegzorg, gezinshuis, woongroep, beschermd wonen, woonzorgcentra.
De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’
12
Ten aanzien van de mogelijke bekostigingsmodellen van zorg of hulpgerelateerde diensten zijn de volgende definities of betaaltitels gehanteerd: a. Uurtarief, betalen voor tijd. b. Vast bedrag per behandeling. c. Abonnementstarief. d. Beschikbaarheidsfinanciering.
Door deze eenheid in taal wordt enerzijds iedere dienst gehonoreerd voor de daadwerkelijk verrichte activiteit op de plek waar die plaatsvindt. Anderzijds biedt de beschikbaarheidsfinanciering de ruimte voor gemeenten om middelen beschikbaar te stellen voor opgaven waar meerdere organisaties aan werken. Het stellen van heldere definities met bijbehorende kwaliteitsstandaarden en protocollen voor verantwoording en facturatie brengt een grote verlichting in de bureaucratie waar aanbieders in het verleden mee te maken hadden.
‘Gezinszorg-is-niet-altijd-dé-oplossing-budget’ Om het maatwerk voor gezinnen mogelijk te maken, zorgden gemeenten dat de professionals die verantwoor delijk waren voor het organiseren van maatwerk, ook konden beschikken over een flexibel budget. Soms was een verwijzing naar een vorm van gezinszorg namelijk niet de oplossing om de stress in een gezinssituatie te verminderen, maar lag de oplossing in het creëren van meer fysieke ruimte waar de kinderen zich terug kunnen trekken. Door middel van een flexibel budget konden andere oplossingen worden georganiseerd, zoals de plaatsing van een extra wand of dakkapel. Op de langere termijn waren dergelijke oplossingen wenselijker en duurzamer, omdat een mogelijke uithuisplaatsing werd voorkomen. In de wandelgangen werd dit flexibel inzetten van middelen als snel de ‘GINADOB’-aanpak (Gezinszorg is niet altijd de oplossing budget) genoemd. Inmiddels is deze term zelfs in de taalcanon van de Nederlandse taal opgenomen.
Transitiegelden dragen bij aan toekomstgericht stelsel De arbitrage over de benodigde jeugdhulpmiddelen tussen het Rijk en de VNG (gemeenten) naar aanleiding van het AEF-rapport waarin een structureel tekort van 1,7 miljard euro was geconstateerd, was in juni 2021 afgerond. Het Rijk diende gemeenten het structurele tekort te compenseren. Het Rijk besloot om vanaf 2022 1,9 miljard euro aan gemeenten uit te keren, maar daarin wel een afbouw van structurele middelen te hanteren tot 2028. Transformeren was dus de opdracht. Het Rijk besloot daarom om incidentele middelen aan gemeenten beschikbaar te stellen om de transformatie van jeugdhulp naar gezinszorg mogelijk te maken. Hierover werden afspraken gemaakt met de regio’s van gemeenten. Door de inzet van deze transitiegelden én langdurige contracten werd het mogelijk voor gemeenten om langdurige afspraken te maken met aanbieders van gezins zorg voor het bereiken van transitiedoelen door middel van bijvoorbeeld de transitie van vastgoed of de omscholing van personeel. Ook aanbieders met een te hoog overheadpercentage konden door de transitie gelden afspraken maken met gemeenten om de overhead omlaag te brengen, zodat de directe tijd voor de gezinnen omhoogging. De transitiegelden maakten zorgvuldigheid mogelijk in veranderingsprocessen en afbouwprocessen.
Invoering ‘Goed boeren betekent ook terugploegen’-principe In de beweging naar een nieuwe bestuurscultuur en de denkrichting dat markt en publiek elkaar niet uitsluiten, werd in 2025 het ‘Goed boeren betekent ook voldoende terugploegen’-principe gelanceerd door de toen malige regering. Dit betekende dat aanbieders weliswaar winst mochten maken en dat dit ook maatschappelijk aanvaardbaar was, maar dat hierbij wel een ‘top-off’-punt werd gehanteerd waarboven de winsten werden afgeroomd om vervolgens weer geïnvesteerd te worden in de ontwikkeling van de strategische sectoren. Gemeenten werkten in regio’s nadrukkelijk samen op het gebied van contractmanagement. Structureel werden jaarrekeningen, juridische constructies en de samenhang tussen verschillende organisaties gemonitord, bestudeerd en beoordeeld. Hierdoor werden de solide en duurzame aanbieders en diegenen die voor winst maximalisatie gingen gescheiden en kon worden bijgestuurd waar nodig. Dit heeft in 2041 geleid tot een situatie waarin het vertrouwen in de sector zowel onder de bevolking als bij de politiek is gestegen.
De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’
13
Het ministerie werd gevoed met trends en ontwikkelingen door het contractmanagement van gemeenten. Op basis daarvan kon kennis worden gedeeld en werden kwaliteitsstandaarden en tarieven aangepast. De middelen die werden bespaard door transformatie (afname van specialistische voorzieningen) vloeiden vanuit het ministerie weer terug naar de gemeenschap via de gemeenten. Deze middelen investeerden gemeenten vervolgens in de versterking van basisvoorzieningen en andere beschermende factoren voor gezinnen.
Het Deltaplan bestaanszekerheid en kansengelijkheid Naast de sectoren waarvoor het ministerie voor Gezinnen en Toekomstige Generaties verantwoordelijk was, werd in de voorbije twee decennia ook een ander ministerie in toenemende mate belangrijk; het ministerie van Economie & Bestaanszekerheid. Dit ministerie werd eveneens in 2025 in het leven geroepen en was de natuurlijke opvolger van het ministerie van Sociale Zaken. Al vóór de kabinetsformatie van 2021 was het maatschappelijke debat over de afkalvende bestaanszekerheid en groeiende kansenongelijkheid geopend. Echter, toen vijftien burgemeesters opriepen om te investeren in kwetsbare wijken, werden bestaanszekerheid en kansengelijkheid hoog op de agenda gezet. De Tilburgse burgemeester Theo Weterings: “Daar zien we bijvoorbeeld dat kinderen op school komen met leerachterstand, op een plek waar de ontwikkelingsmogelijk heden al beperkt zijn van een jonge leeftijd.” Volgens Weterings kunnen die kinderen later moeilijk aan werk komen of hebben ze niet de juiste start “om die mooie, toekomstrijke baan” te vinden.1
De herbezinning op de rol en betekenis van de overheid zorgde ervoor dat in 2025 een Deltaplan bestaans zekerheid en kansengelijkheid werd gelanceerd. Dit vormde de inhoudelijke opdracht van het nieuwe ministerie. In Nederland groeit geen enkel kind op in armoede. Dit Deltaplan had een horizon van twintig jaar en in 2030 waren de eerste voorzichtige resultaten al te zien met een halvering van kinderen die opgroeiden onder de armoedegrens. In 2041 kan geconcludeerd worden dat de vruchten van deze aanpak te overduidelijk zijn. Het aantal echtscheidingen, huiselijk geweld, verslavingsproblematiek, overgewicht en schulden zijn significant afgenomen en inmiddels hoeft geen kind op te groeien onder de armoedegrens.
Een aantal maatregelen uit het Deltaplan zijn: ^ Uitbreiding van de Rotterdamwet (oftewel: Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek) waarmee gemeenten meer mogelijkheden krijgen om de leefbaarheid in kwetsbare wijken te verbeteren. Denk dan aan zaken als: extra basisonderwijs, een baangarantie voor jongeren die hun mbo-diploma halen, intensieve begeleiding van werkzoekenden en de bouw van betaalbare woningen voor de middenklasse. Voor deze aanpak werd twintig jaar uitgetrokken en vijfhonderd miljoen euro. ^ Op basis van het Nieuwe Sociale Contract (zie politiek) werd het sociale bestaansminimum opnieuw gede finieerd voor verschillende huishoudsamenstellingen. De definiëring vond niet plaats aan de hand van theoretische modellen, maar op basis van wat mensen echt nodig hebben. Dit proces wordt iedere twee jaar herhaald. Het opnieuw geijkte sociale minimum is dan ook het uitgangspunt voor bijvoorbeeld uitkeringen, het minimumloon en belastingen. ^ In de kabinetsperiode 2025-2029 werd de keuze gemaakt voor een nieuw belastingstelsel. De toeslagen affaire liet de urgentie tot een nieuw stelsel pijnlijk zien.
Het uitgangspunt van een nieuw belastingstelsel was dat het voor burgers simpeler en beter te begrijpen is, dat er minder toeslagen teruggevorderd hoeven te worden aan het einde van het jaar en dat er minder eigen verantwoordelijkheid bij de burgers werd gelegd. Zo verdwenen de inkomensafhankelijke toeslagen en werden deze vervangen door een niet-inkomensafhankeljke tegemoetkoming voor zorg, huur en kind.2 ^ Op basis van het WRR-rapport ‘Weten is nog geen doen’ hebben veel gemeenten hun beleid en dienst verlening op het gebied van inkomensondersteuning aangepast. Niet het verdienvermogen, maar het actieof doe-vermogen van mensen staat daarbij centraal. Vanuit de gedragswetenschappen was inmiddels bekend en aangetoond dat het vermogen van mensen om informatie te wegen en rationele keuzes te maken begrensd is. Daarom stuurden gemeenten bewust op de vereenvoudiging van systemen door formulieren, procedures en keuzes te verminderen. 1 https://nos.nl/ci rtikel/2382332-buraemeesters-investeer-in-kwetsbare-wijken-anders-wordt-kloof-te-aroot 2 nttps:ZZwww.trouw.nlZeconomieZna-de-toeslagenaffaire-is-het-tijd-voor-een-nieuw-belastingstelsel-dit-zijn-de-drie-scenario-s~b90fc1ba/
De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’
14
^ Met name in de post-COVID-19-crisis werd duidelijk dat arbeidsplekken verdampt waren, omdat de voor ziene uitgestelde consumptie niet op gang kwam. Door het kabinet werd om die reden in 2029 besloten om in tien dorpen en steden iedere Nederlands belastingplichtige van 18 jaar en ouder per 1 januari 2030 te voorzien van een universeel basisinkomen. Dit betekende dat iedereen een gelijk inkomen ontving, waarmee een waardige levensstandaard mogelijk werd die overeenkwam met de sociale en culturele standaard van het desbetreffende dorp of stad. Er is voor eenieder een basis waarmee hij/zij kan deelnemen aan de belangrijkste maatschappelijke functies.
Sterke vitale professionals en gezonde arbeidsmarkt voor gezinszorg In 2041 zijn gezinszorg, onderwijs en gezondheidszorg sectoren die niet kampen met personeelstekorten of hoge ziekteverzuimcijfers. Door de verandering in de filosofie en de organisatiewijze is de waardering (en beloning) voor professionaliteit en werk hersteld. De structurele middelen en transitiegelden voor gezinszorg versterken dit effect. Er wordt geïnvesteerd in branche-brede opleidingsprogramma’s, die in samenwerking tussen het ministerie voor Gezinnen en Toekomstige Generaties, gemeenten, vakbonden, Jeugdzorg Nederland, opleidings- en kennisinstituten en (ervarings)deskundigen worden vormgegeven. In deze programma’s wordt ook nadrukkelijk aandacht besteed aan de ontwikkeling van leiderschap, waarmee hoge kwaliteit op sleutel posities binnen de keten van gezinszorg wordt geborgd. Zoals een hoogwaardige toegang, maar ook hoge kwaliteit van personeel en voldoende tijd bij (onderzoeks)processen in het kader van gezinsbescherming en uithuisplaatsingen. Hierdoor is het aantal uithuisplaatsingen drastisch afgenomen.
De opleidingsprogramma’s zijn divers en passen bij een ‘leven lang ontwikkelen’. Het gaat dus niet enkel om programma’s die jonge, nieuwe mensen opleiden, maar ook om programma’s die continu leren stimuleren, zoals bij- en nascholing, supervisie en intervisie. In lijn met de professionele standaard is er binnen deze programma’s ook ruime aandacht voor reflectie op de algemene en eigen beroepsuitoefening. Zaken als intrinsieke motivatie om het beste te doen, het vermogen om verbinding te kunnen maken, een goede balans in kennis, praktijkervaring en intuïtie, integraal vakmanschap, aanspreekbaar zijn, staan voor de beroepsethiek. Het leveren van een bijdrage aan de beroepsontwikkeling worden nadrukkelijk aangeboden, getraind en gespiegeld.
Tijdens de gesprekken over de opleidingsprogramma’s ontstond ook het idee om samen campagnes te voeren op het gebied van het werven, selecteren en trainen van personeel. Het was onwenselijk dat organisaties met elkaar concurreerden om het weinige personeel dat beschikbaar was. Ook de trend dat steeds meer personeel als flexwerker ging werken, was niet goed voor kinderen, jongeren en ouders. Dat ging ten koste van de stabiliteit en continuïteit. Daarom werden op regionaal niveau door heel Nederland gezamenlijke campagnes ingericht die zorgden voor de werving, selectie en training van personeel. Die campagnes van uitvoeringsorganisaties in regio’s waren in samenwerking met de opleidingsinstituten verantwoordelijk voor de uitvoering van de opleidingsprogramma’s.
Dankzij langdurige contracten tussen aanbieders en gemeenten en duidelijkheid over transitiegelden werd ondertussen gewerkt aan een gezonde werkcontext: een normale werkdruk met voldoende tijd voor gezinnen, genoeg tijd om samen te werken met andere partners in het sociaal domein en andere manieren van verant woorden. Oftewel: er kwamen betere arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden voor professionals die in 2025 waren vastgelegd in één sectoroverstijgende CAO Gezinszorg.
De Wereld van Aandacht Deel 2: De wereld van het ‘daar en dan’
15
5. Wetenschap en technologie In deze dimensie gaan we in op de rol van onderzoek, wetenschap en innovatie. Ofwel: de adaptatie van nieuwe collectieve en creatieve praktijken, gedragingen en handelingen door mensen in de gezinszorg.
Continu samen leren en uitwisselen: een ontwikkelingsagenda Aangezien de sector gezinszorg jong is en veel kennis en expertise situationeel is, investeerde het ministerie voor Gezinnen en Toekomstige Generaties vanaf haar oprichting niet alleen in vernieuwing en samenwerking in het kader van opleiden en de arbeidsmarkt, maar ook in de ontwikkeling van kennis en expertise. Samen met universiteiten, kennisinstituten (NJI), adviesraden (RVS, SER, WRR), associatie wijkteams, Instituut voor Publieke Waarden, Garage2020 en (ervarings)deskundigen stelde het ministerie een ontwikkelingsagenda op. Gezamenlijk werd in beeld gebracht welke mogelijkheden en behoeften er waren om nieuwe kennis op te doen en wie dat op zich nam. Vervolgens werd met elkaar gedeeld op welke wijze die kennis gedeeld kon worden, zodat professionals, gemeenten en gezinnen hier hun voordeel mee konden doen. De ontwikkelings agenda wordt inmiddels actief gekoppeld aan de opleidingsprogramma’s, zodat de opgedane kennis ook in praktijk kan worden gebracht.
Design: gebaande paden verlaten om tot gedurfde oplossingen te komen Naast onderzoek en het willen opdoen van nieuwe inzichten, is in 2041 het besef dat het ontwerpen van nieuwe concepten en diensten van belang is voor de continue ontwikkeling van gezinszorg in de praktijk omgezet. In de late jaren 20 van de eenentwintigste eeuw werden het aantal garages van Garage2020 door heel Nederland uitgebreid. In deze garages komen nieuwe concepten en toepassingen tot stand op basis van design thinking. Mensen met verschillende achtergronden en afkomstig uit verschillende sectoren ontwerpen samen met kinderen, jongeren, ouders en professionals nieuwe toepassingen in de gezinszorg en testen deze in de praktijk. Door een doorlopende cyclus van ontwerpen, testen en aanpassen komt verandering sneller tot stand in de praktijk.