CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb003826] Bijlage 1 behorende bij 22bb3828 over bestemmingsplan ‘Nicolaasschool’ met bijlagen

Tijdelijke commissie Fysiek (2022-2026) 8 juni 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bouwen en Wonen24.265 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Conclusie Op basis van voorgaande beschouwing wordt geconcludeerd, dat geen van de in de omgeving liggende risicobronnen leidt tot belemmeringen op de voorgenomen ontwikkeling.

Bodem

4.6

De Wet bodembescherming (Wbb) vormt het wettelijk kader bij de bepaling van de mate en de ernst van een bodemverontreiniging. Conform de Wbb wordt op grond van de mate en omvang van een verontreiniging in grond en/of grondwater bepaald of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Hierop is de principiële noodzaak tot sanering gebaseerd. In de Wbb wordt op basis van risico's voor mens en ecosysteem onderscheid gemaakt tussen spoedeisende en niet spoedeisende sanering. Bij eerstgenoemde dient binnen vier jaar

- 30 -

aangevangen te worden met de sanering; bij laatstgenoemde kan gewacht worden totdat op de locatie een herinrichting en/of bestemmingswijziging aan de orde is. Uit de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart blijkt, dat de bovengrond (0 tot 1 meter beneden maaiveld) aangemerkt kan worden als klasse 'Wonen'. Dat betekent, dat de aanwezige bodem naar verwachting ten hoogste licht verontreinigd is. Ook de ondergrond (1 tot 2 meter beneden maaiveld) is op deze kaart aangemerkt als klasse 'Wonen'. Ter plaatse van het projectgebied is een bodemonderzoek2 uitgevoerd. Uit het vooronderzoek blijkt dat het onderzoeksgebied overwegend onverdacht is op het aantreffen van een eventuele bodemverontreiniging. Wel is in het verleden plaatselijk een matige verontreiniging met zink in de toplaag aangetroffen. Vandaar dat het onderzoek is uitgevoerd op basis van de onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie, waarbij extra aandacht is besteed aan de eerder aangetroffen matige zink-verontreiniging. Het veldonderzoek heeft plaatsgevonden in december 2020 en januari 2021, waarbij in het onderzoeksgebied in totaal 15 boringen zijn verricht. De diepte varieert van 0,5 tot circa 4,0 meter beneden maaiveld (m-mv). Eén boring is afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van de bemonstering van het grondwater.

Uit de analyseresultaten blijkt, dat de top- en onderlaag van de bodem niet tot hoogstens licht verontreinigd zijn met een enkele zware metaal (lood, zink), PAK en/of PCB. Dergelijke verontreinigingen worden vaker vastgesteld in van oudsher bewoonde gebieden en kunnen derhalve gezien worden als verhoogde achtergrondgehalte. Daarnaast is de onderlaag (zand) als gevolg van de AS3000-correctie licht verontreinigd met PCB. Ook in het grondwater is een lichte verontreiniging aangetroffen, namelijk met barium, zink, xylenen en som dichlooretheen. Gesteld wordt dat de vastgestelde milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, gezien de geringe omvang van de verontreiniging, geen belemmering vormt voor de beoogde nieuwbouw.

4.7

Archeologie Rotterdam draagt sinds 1960 zorg voor het eigen archeologisch erfgoed en is in het bezit van een door het rijk verleende opgravingsbevoegdheid. Het doel van de Rotterdamse archeologie is: (1) te zorgen voor het behoud van archeologische waarden ter plaatse in de bodem; (2) te zorgen voor de documentatie van archeologische waarden indien behoud ter plaatse niet mogelijk is; (3) te zorgen dat de resultaten van het archeologisch onderzoek bereikbaar en kenbaar zijn voor derden. De gemeente Rotterdam bezit een Archeologische Waardenkaart (AWK) en een vastgestelde lijst met Archeologisch Belangrijke Plaatsen (ABP's), die opgenomen zijn in de gemeentelijke archeologieverordening. Genoemde beleidsinstrumenten moeten een tijdige en volwaardige inbreng van archeologische belangen bij ruimtelijke ontwikkelingen waarborgen. Dit instrumentarium sluit aan op en komt mede voort uit het rijksbeleid en het provinciale beleid dat naar aanleiding van het "Verdrag van Malta" is ontwikkeld.

2 Van Dijk Geo- en Milieutechniek, Verkennend bodemonderzoek transformatie Nicolaasschool, Korfmakersstraat 131-139 te Rotterdam, februari 2021, opdrachtnummer 153096.

Ontwerpbestemmingsplan Nicolaasschool - Toelichting

- 31 -

Het vaststellen, waarderen en documenteren van archeologische waarden vindt binnen de archeologische monumentenzorg gefaseerd plaats. Na een bureauonderzoek kan het nodig zijn een archeologische inventarisatie in het veld uit te voeren. De resultaten van de inventarisatie kunnen vervolgens leiden tot een aanvullend archeologisch onderzoek. De resultaten van laatstgenoemd onderzoek vormen het uitgangspunt bij de keuze om een vindplaats te behouden, op te graven, waarnemingen uit te voeren tijdens het bouwproject of geen verdere stappen te ondernemen.

Archeologische verwachting Het plangebied maakt deel uit van een klei-op-veen-gebied aan de rechteroever van de Nieuwe Maas. Hoewel archeologische locaties in de directe omgeving vooralsnog niet bekend zijn, kan op grond van nabijgelegen vindplaatsen aangenomen wordt dat het gebied in de Romeinse tijd (begin jaartelling - 350 na Christus) werd bewoond. Ook bewoning op het onderliggende veen uit de IJzertijd (800 voor Christus - begin jaartelling) is mogelijk. Het gebied werd in 10e - 11e eeuw ontgonnen. Ten gevolge van de ontwatering kwam het maaiveld lager te liggen, waardoor de overstromingskans toenam. Rond het midden van de 12e eeuw werd het gebied overstroomd en werd een kleipakket afgezet. In de 13e eeuw werden de Schielandse Hoge Zeedijk en de Mathenesserdijk (huidige naam) aangelegd. Ten zuiden van de zeedijk werd vóór 1400 de Nieuw Mathenesserpolder gevormd, mede door de aanleg van de binnen het plangebied gelegen zuidelijke dijk van genoemde polder. Na de aanleg werden de dijken vaak als woonplaats benut. Het is daarom noodzakelijk dat bouw- en graafwerkzaamheden worden getoetst op de noodzaak van archeologisch onderzoek.

Bescherming van de archeologische waarden Op grond van de archeologische verwachting en om mogelijk aanwezige archeologische waarden te beschermen, is aan de gronden de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' toegekend. Dit betekent, dat het uitvoeren van een archeologisch onderzoek noodzakelijk is, voor bouw- en graafwerkzaamheden die dieper reiken dan twee meter beneden maaiveld en die tevens een oppervlak van meer dan 100 m2 beslaan.

4.8

Ecologie De Nederlandse natuurbescherming kent twee aspecten, te weten gebieds- en soortbescherming.

Gebiedsbescherming Eén van de belangrijkste kaders voor gebiedsbescherming wordt sinds 1 januari 2017 gevormd door de Wet natuurbescherming. Deze wet regelt de bescherming van gebieden die als Natura 2000-gebied zijn aangewezen. Wanneer in of in de directe nabijheid van een dergelijk gebied een activiteit plaatsvindt die leidt tot nadelige gevolgen voor het natuurgebied, dan dient hiervoor een vergunning te worden aangevraagd. Daarnaast bestaan gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur); die gebieden worden beschermd via het ruimtelijk ordeningsrecht (Barro en/of provinciale structuurvisies). Uit een uitgevoerde quickscan3 blijkt, dat het plangebied op ruime afstand (ruim 7,0 kilometer) van de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden ligt. Door deze afstand zijn de meeste effecten 3 Van Dijk Geo- en Milieutechniek, Quickscan Wet Natuurbescherming transformatie Nicolaassschool,

Korfmakersstraat 131-139 te Rotterdam, januari 2021, opdrachtnummer 153096. - 32 -

op Natura 2000-gebieden op voorhand uit te sluiten. Emissie van stikstof kan echter ook op grotere afstand een aandachtspunt zijn. Uit een uitgevoerde voortoets4 blijkt, dat zowel in de aanleg- als in de gebruiksfase het beoogde bouwplan niet leidt tot een stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/jaar. Daarmee heeft de beoogde ontwikkeling geen negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van de omringende Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde gebied dat toebehoort aan het Natuurnetwerk Nederland is de Nieuwe Maas, dat op 950 meter afstand van het plangebied ligt. Het betreft hier een zéér drukke vaarweg. Door de aard van de ingrepen (een gelijkaardig gebruik in de nieuwe situatie), de relatief grote afstand en de ligging in de bebouwde kom, zijn effecten op het Natuurnetwerk Nederland op voorhand uit te sluiten. Ook belangrijke weidevogelgebieden liggen op grote afstand, waardoor deze gebieden niet nadelig worden beïnvloed. Soortbescherming Ook het aspect 'soortbescherming' vindt sinds 1 januari 2017 zijn wettelijk kader in de Wet natuurbescherming; deze wet beschermt de in deze wet aangemerkte soorten planten en dieren, ongeacht waar die zich bevinden. Om de instandhouding van de beschermde soorten te waarborgen moeten negatieve effecten op de instandhouding worden voorkomen.

Hiertoe zijn in de wet verschillende verbodsbepalingen geformuleerd en zijn de soorten onderverdeeld in twee groepen: ^ strikt beschermde soorten, volgend uit de Vogel- en Habitatrichtlijn; ^ alle overige beschermde soorten, waaronder die uit de Rode Lijst. Uit de eerder aangehaalde quickscan blijkt dat in het plangebied de volgende beschermde diersoorten verwacht worden c.q. aanwezig zijn: ^ vleermuizen; • vogels (algemeen en jaarrond beschermd). Hieronder wordt nader op deze diersoorten ingegaan. In het plangebied worden vanwege het ontbreken van een geschikt leefgebied andere diersoorten niet verwacht. Vleermuizen In de omgeving van het plangebied zijn diverse soorten vleermuizen waargenomen, waaronder soorten die in meer of mindere mate gebouwbewonend zijn. In het plangebied zijn geen bomen of gebouwen aangetroffen met voor vleermuizen geschikte holten. Wel dienen ten behoeve van de beoogde ontwikkeling diverse gebouwen gesloopt te worden, die als toegankelijk en geschikt voor vleermuizen zijn beoordeeld. Het gat hierbij om het kerkgebouw, gymzaal en transformatorhuisje. Ook het huidige schoolgebouw bevat onderdelen die geschikt kunnen zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. Het plangebied is als foerageergebied potentieel geschikt.

Door het vrij geringe oppervlak in relatie tot overig foerageergebied in de omgeving, wordt op voorhand gesteld dat geen sprake is van essentieel foerageergebied. Mogelijk dat het plangebied ook deel uitmaakt van een vliegroute. Ook hier gaat het echter niet om een essentiële functie. Wel dient hiermee bij de sloop- en bouwwerkzaamheden rekening gehouden te worden, door bouwlampen zodanig te richten dat de omliggende groenstructuren niet verlicht worden.

4 I-Bureau Gemeente Rotterdam, Voortoets Nbw; Bestemmingsplan Nicolaasschool, maart 2021. Ontwerpbestemmingsplan Nicolaasschool - Toelichting

- 33 -

Vogels In | nabij het plangebied diverse algemene vogels van categorie 5 te verwachten. Nesten van dergelijke vogelsoorten zijn niet jaarrond beschermd als voldoende alternatieven aanwezig zijn. In de omgeving zijn ruimschoots alternatieven aanwezig, zodat geen sprake is van bijzondere ecologische redenen op basis waarvan sprake is van jaarronde bescherming. In de omgeving van het plangebied kan ook een strikt beschermde vogelsoort verwacht worden (vogelsoort uit categorie 1 t|m 4). In de dakgootbekisting van de aanbouw van het schoolgebouw ten noorden van de kerk kunnen mogelijk huismussen broeden. Ook de aanwezige struiken ten westen van het kerkgebouw en het transformatorhuisje bieden mogelijk essentiële schuilplaatsen voor nestelende huismussen. Omdat deze bouwdelen en groenstructuren blijven behouden, treedt geen vernietiging van verblijfplaatsen op. Echter gezien de nabijheid van de beoogde werkzaamheden is verstoring aannemelijk. Andere strikt beschermde vogelsoorten worden niet verwacht.

Conclusie Doordat de werkzaamheden op het land plaatsvinden, beperkt van aard zijn, en preventief afdoende maatregelen kunnen worden getroffen (bijvoorbeeld door nestkasten op te hangen ! in te bouwen), zijn over het algemeen géén negatieve effecten op strikter beschermde soorten te verwachten. Wel is het noodzakelijk om voorafgaand aan de sloop- en bouwwerkzaamheden nader onderzoek naar vleermuizen en huismus uit te voeren, zodat het actueel gebruik van het plangebied vastgesteld kan worden. Na uitvoer van dit aanvullende onderzoek kunnen (indien noodzakelijk) gepaste maatregelen worden getroffen. Gezien de aard van de ingrepen en de te verwachten soorten, is de kans vrij groot dat een eventuele ontheffing van de Wet natuurbeheer verleend kan worden. Gesteld wordt, dat de Wet natuurbescherming realisatie van de beoogde ontwikkeling niet in de weg staat.

4.10

Duurzaamheid en energie Duurzaamheid is onder andere zodanig bouwen, renoveren en beheren dat, gedurende de hele kringloop van het bouwwerk en de gebouwde omgeving, het milieu en de menselijke gezondheid zo min mogelijk negatieve effecten ondervinden. Het begrip duurzaamheid speelt op verschillende schaalniveaus een rol, zowel op het niveau van de stad, de wijk als het gebouw. Rotterdam heeft een ambitieus klimaatprogramma vastgesteld. Om een bijdrage te kunnen leveren aan het klimaatprogramma van Rotterdam moet bij het ontwerp van gebouwen rekening worden gehouden met duurzaam bouwen-principes en de energieprestatie-eisen. Rotterdam streeft daarnaast naar een goede balans tussen sociale (people), ecologische (planet) en economische (profit) belangen bij het nemen van beslissingen en het uitvoeren van activiteiten. De gemeente heeft daartoe in september 2019 het Duurzaamheidskompas vastgesteld. Deze geeft richting, zet alle ambities op het gebied van duurzaamheid in Rotterdam op een rij en geeft een overzicht van alle relevante beleidsstukken. Het Duurzaamheidskompas is nadrukkelijk een 'levend' document dat regelmatig wordt geactualiseerd met nieuwe speerpunten. De doelstellingen van de gemeente op het gebied van duurzaamheid zijn onder te verdelen in vier ambities; de energietransitie, de transitie naar een circulaire economie en een gezonde en klimaatbestendige leefomgeving.

- 34 -

Dit bestemmingsplan is er feitelijk op gericht om meer flexibiliteit toe te kennen aan de reeds bestaande maatschappelijke functie. Zodoende kan het bestaande schoolgebouw worden uitgebreid. Daartoe is door de gemeente een Nota van Uitgangspunten opgesteld met daarin duidelijke duurzaamheidsambities. Het uitgangspunt bij nieuwbouw is dat het een zogenoemd 'Bijna Energie Neutrale gebouw' (BENG) wordt. Daarnaast wordt uitgegaan van een gasloos gebouw dat gebruik maakt van zoveel mogelijk hernieuwbare energiebronnen. In BospolderTussendijken wordt een warmtenet aanlegt. De Nicolaasschool ligt in een deel van de gemeente waar het verplicht is om hierop aan te sluiten, zodat het stadsverwarmingsnetwerk gerealiseerd kan worden. Zoals eerder beschreven zal het gebouw tevens moeten bijdragen aan het vasthouden van regenwater en het reduceren van hittestress. Richtlijn hierbij is het kunnen bergen van een regencapaciteit van 50 mm water over het gehele perceeloppervlak, bijvoorbeeld via een waterbergend daklandschap of een groen schoolplein. Ook liggen er kansen in het vergroenen van de daken. Dit reduceert de hittestress gedurende de warme dagen en zorgt voor een betere waterafvoer tijdens natte dagen.

Tijdens het bouwproces wordt gestreefd naar lokale materialen en leveranciers, hergebruik van materialen waar mogelijk, toepassen van ecologische materialen en het verminderen en recyclen van bouwafval.

4.11

Besluit m.e.r. Milieueffectrapportage (m.e.r.) is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r. In artikel 7.2 Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan bepaalde in het Besluit m.e.r. opgenomen plannen en besluiten die verbonden zijn aan de eveneens in het Besluit m.e.r. weergegeven activiteiten. Het Besluit m.e.r. bevat hiertoe bijlagen, waarbij vooral de onderdelen C en D van belang zijn. Onderdeel C bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r. verplicht is. Activiteiten, plannen en besluiten waarvoor een m.e.r.-beoordeling benodigd is, staan in onderdeel D. Voor beide onderdelen wordt per activiteit de drempelwaarden beschreven. Voor dit bestemmingsplan is gekeken naar activiteiten die een m.e.r.-(beoordelings)plicht kennen. Er is geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject zoals bedoeld in het Besluit m.e.r. onder categorie D11.2. Het betreft de uitbreiding van een bestaande school met maximaal 3.000 m2 BVO, verdeeld over drie verdiepingen. De bestemming wijzigt voor deze uitbreiding van 'Maatschappelijk - 2' naar 'Maatschappelijk - 1', waardoor de maatschappelijke functie 'onderwijsgebouw' mogelijk wordt gemaakt. De bestemming 'Maatschappelijk - 2' staat geen geluidsgevoelige objecten, zoals een onderwijsgebouw, toe.

Er is sprake van een uitbreiding van een bestaand onderwijsgebouw in bestaand stedelijk gebied. De wijziging past in de directe omgeving. De verwachting is dat de herontwikkeling, vooral met betrekking tot verkeer (langzaam verkeer en auto's waaronder kiss ä ride), geen ander of groter effect zal hebben. Het opstellen van een MER of m.e.r.-beoordeling is daardoor niet noodzakelijk.

Ontwerpbestemmingsplan Nicolaasschool - Toelichting

- 35 -

- 36 -

5

JURIDISCHE ASPECTEN

5.1

Inleiding Het bestemmingsplan bestaat uit juridisch bindende regels en een plankaart (verbeelding) met daarbij een toelichting. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het gebruik van de gronden, de toegelaten bebouwing en het gebruik van de op te richten en/of aanwezige bebouwing. Op de verbeelding zijn de bestemmingen in beeld gebracht. Samen met de regels is dit het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking, maar vervult een belangrijke rol voor de onderbouwing van het plan en de uitleg van de planregels.

5.2

De opzet van de planregels De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: ^ Inleidende regels; ^ Bestemmingsregels; • Algemene regels; • Overgangs- en slotregels. Inleidende regels In de inleidende regels staan de algemene bepalingen die nodig zijn om de overige regels goed te kunnen hanteren. De begripsbepalingen (art. 1) bevatten uitleg van de in het plan gebruikte begrippen die niet tot de algemeen bekend veronderstelde begrippen gerekend worden. De wijze van meten (art. 2) bevat technische regelingen met betrekking tot het bepalen van hoogtes, oppervlaktes etc. Bestemmingsregels De bestemmingen beginnen telkens met een bestemmingsomschrijving, waarin in algemene bewoordingen wordt aangegeven waarvoor de gronden, waaraan de desbetreffende bestemming is toegekend, mogen worden gebruikt. Deze bestemmingsomschrijving wordt gevolgd door een bepaling waarin staat aangegeven onder welke voorwaarden bebouwing van deze gronden is toegestaan (bouwregels). Alle regels die op een bepaalde bestemming van toepassing zijn, worden zoveel mogelijk in de bestemmingsregels zelf geregeld. Op deze wijze wordt bij de digitale versie van het plan bij het aanklikken op adres of bestemmingsvlak zo veel mogelijk informatie gegeven zonder dat er verder doorgeklikt behoeft te worden. Dit bestemmingsplan kent de volgende bestemmingen: Enkelbestemmingen Artikel 3 Maatschappelijk - 1

Dubbelbestemmingen Artikel 4 Waarde - Archeologie - 3

In het vervolg van deze paragraaf wordt per bestemming een nadere toelichting gegeven. Artikel 3 - Maatschappelijk - 1 Alle gronden binnen het plangebied zijn voorzien van de bestemming Maatschappelijk. Binnen deze bestemming zijn voorzieningen toegestaan op het gebied van onderwijs, religie, gezondheidszorg, maatschappelijke dienstverlening en publieke dienstverlening. In praktijk wordt het bestaande gebouw uiteraard alleen gebruikt voor onderwijsvoorzieningen en zal dat ook in de nieuwe situatie zo zijn. Naast deze voorzieningen zijn ondergeschikt daaraan ook berg- en stallingsruimten toegestaan, alsmede paden, ontsluitingswegen, groenvoorzieningen en water. Ontwerpbestemmingsplan Nicolaasschool - Toelichting

- 37 -

Het oprichten van gebouwen is alleen mogelijk binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak, waarbij op de verbeelding de toegestane maximum bouwhoogte is opgenomen. Artikel 4 - Waarde - Archeologie - 3 Het gehele plangebied is voorzien van een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 3'. Uitgangspunt voor deze bestemmingen is dat potentiële aanwezige archeologische waarden beschermd dienen te worden. Bij verstoringen van de bodem dient een archeologisch rapport te worden opgesteld alvorens met de verstorende activiteit begonnen kan worden. In het concreet komt dit neer op een inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen. Dit geldt zowel voor bouwwerkzaamheden als voor overige werkzaamheden. Aan een te verlenen vergunning kunnen voorwaarden verbonden worden. Archeologisch onderzoek is noodzakelijk bij bodemverstorende activiteiten die een terreinoppervlak van meer dan 100 m2 beslaan en dieper reiken dan een diepte van 2,0 meter beneden maaiveld.

Algemene regels Dit hoofdstuk bevat vier algemene regels. Artikel 5 Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel moet op grond van het Besluit ruimtelijke ordening worden opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Artikel 6 Algemene afwijkingsregels Door middel van dit artikel kunnen burgemeester en wethouders met een omgevingsvergunning voor het bouwen, afwijken van de regels van dit bestemmingsplan voor afwijkingen van toegestane afmetingen, maten (waaronder minimale en maximale afstanden) en percentages tot niet meer dan ÏO1^ van die afmetingen, maten en percentages, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het straat- en bebouwingsbeeld, de verkeersveiligheid, de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken en de milieusituatie. Daarnaast kunnen burgemeester en wethouders afwijken van de regels ten aanzien van de maximum toegestane bouwhoogte van een gebouw ten behoeve van technische voorzieningen op het gebouw. De bouwhoogte kan in dat geval met 5 meter verhoogd worden.

Artikel 7 Geluidsgevoelige functies In dit artikel is bepaald dat bij de realisatie van geluidsgevoelige functies zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en voor zover de voorkeursgrenswaarden uit de Wet geluidhinder worden overschreden, voldaan moet worden aan het besluit hogere grenswaarden dat aan dit bestemmingsplan is toegevoegd, met inbegrip van de in dat besluit opgenomen voorwaarden en maatregelen. Artikel 8 Voorwaardelijke verplichting over parkeren Op 1 juli 2018 zijn de stedenbouwkundige voorschriften uit de Bouwverordening 2010 van de gemeente Rotterdam, waaronder de voorschriften over parkeernormen, komen te vervallen.

- 38 -

Dat betekent dat er vanaf dat moment niet meer getoetst kan worden aan die voorschriften en er dus geen parkeernormen meer gelden. Gelet daarop, is er op 1 februari 2018 over parkeren beleid vastgesteld. Het betreft de "Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018" (hierna: de beleidsregeling). De beleidsregeling is op 21 februari 2018 in werking getreden. De beleidsregeling geeft normen voor parkeren van auto's én fietsen. Aan deze normen moet voldaan worden bij een omgevingsvergunning voor het bouwen of bij een omgevingsvergunning voor het gebruiken van gronden of bouwwerken. Om aan dit beleid te kunnen toetsen is er in het bestemmingsplan een bepaling opgenomen waarin staat dat er alleen een omgevingsvergunning voor het bouwen of gebruiken van gronden of bouwwerken mag worden verleend als sprake is van voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen op basis van het geldende beleid ten aanzien van parkeren in de gemeente Rotterdam. De bepaling is vormgegeven als een zogenaamde "dynamische verwijzing". Dat wil zeggen dat er alleen wordt geregeld dat er voldoende parkeergelegenheid moet zijn voor fietsers en auto's conform het in de gemeente Rotterdam geldende parkeerbeleid. In de bepaling wordt niet expliciet verwezen naar de hiervoor genoemde beleidsregeling. Dat is een bewuste keuze.

Op het moment van tot stand komen van dit bestemmingsplan is de "Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018" het geldende beleid waaraan getoetst moet worden. Dit beleid kan in de toekomst echter wijzigen. Om ook aan een eventuele wijziging van het beleid van de gemeente Rotterdam te toetsen, zonder dat het bestemmingsplan daarvoor aangepast moet worden, is de beleidsregeling niet expliciet genoemd of bijgevoegd. Met de bepaling is bedoeld dat er bij het verlenen van een omgevingsvergunning voldoende parkeergelegenheid moet zijn voor auto's en fietsen op basis van parkeerbeleid van de gemeente Rotterdam dat geldt op het moment van verlenen van de omgevingsvergunning. Beleidsregeling Op dit moment geldt "Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018". Deze beleidsregeling geeft parkeernormen voor zowel auto's als fietsen. Bij de omgevingsvergunning voor het bouwen of voor het gebruiken van gronden of bouwwerken wordt een parkeereis gesteld conform de gebiedsindeling die bij de beleidsregeling als bijlage is opgenomen. De parkeereis moet in beginsel volledig op eigen terrein worden opgelost. Er kunnen aanvullende voorwaarden worden gesteld, bijvoorbeeld ten aanzien van de inpassing van de parkeervoorzieningen in het gebouw of de omgeving, het laden en lossen etc. Van de parkeereis kan (geheel of gedeeltelijk) worden afgeweken.

Tevens kan er vrijstelling van de parkeereis worden verleend. In de beleidsregeling wordt beschreven onder welke omstandigheden vrijstelling kan worden verleend.

Overgangs- en slotregels In artikel 9 is het overgangsrecht vastgelegd in de vorm zoals in het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Als laatste artikel is de slotbepaling opgenomen, welke bepaling zowel de titel van het plan als de regels bevat.

Ontwerpbestemmingsplan Nicolaasschool - Toelichting

- 39 -

- 40 -

6

UITVOERBAARHEID

6.1

Financiële uitvoerbaarheid Op grond van artikel 6.12 lid 1 Wro stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In het tweede lid van artikel 6.12 Wro is aangegeven dat onder andere van het opstellen van een exploitatieplan kan worden afgezien, wanneer het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins is verzekerd. Dit bestemmingsplan is benodigd om de gewenste samenvoeging van enkele dependances met het hoofdgebouw van de Nicolaasschool mogelijk te maken. De school is opgenomen in de 1e tranche van het Rotterdamse Integrale HuisvestingsPlan (IHP) en heeft daarmee budget om te investeren in de benodigde huisvesting. De gemeente vervult verder alleen een toetsende rol. Geconcludeerd wordt, dat dit bestemmingsplan financieel uitvoerbaar is.

6.2

Vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro Op grond van artikel 3.1.1. Bro dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plaats te vinden met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Het bestemmingsplan wordt dan ook toegezonden aan de voor de gemeente Rotterdam gebruikelijke vooroverlegpartners. Hierbij hebben twee overlegpartners formeel gereageerd: Bureau Archeologie (BOOR) en de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR). Van de overige overlegpartners is geen reactie ontvangen. Gesteld wordt dat zij kunnen instemmen met de voorgestelde herontwikkeling van het plangebied. Beide overlegpartners geven aan dat geen van hun belangen wordt geschaad. Boor merkt uitsluitend op dat sprake is van een verschrijving met betrekking tot de beschrijving van de bestaande dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. Op één plek in de toelichting staat per abuis aangegeven dat onderzoek noodzakelijk is vanaf 2,5 meter beneden maaiveld. Dit moet 2 meter zijn en is aangepast. De VRR geeft aan dat met betrekking tot dit plan geen relevante externe veiligheidsaspecten zijn geconstateerd, maar vraagt wel aandacht voor voldoende blusmogelijkheden.

Dit betreft een uitvoeringsaspect waar aandacht aan wordt besteed bij de nadere uitwerking van het bouwplan en de latere exploitatie van het gebouw.

Ontwerpbestemmingsplan Nicolaasschool - Toelichting

- 41 -

- 42 -

II.

REGELS

- 44 -

INHOUDSOPGAVE PLANREGELS HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS............................................................................................... 47 Artikel 1 - Begrippen......................................................................................................................................47 Artikel 2 - Wijze van meten..........................................................................................................................50

HOOFDSTUK 2 BESTEMMINGSREGELS........................................................................................... 51 Artikel 3 - Maatschappelijk -1..................................................................................................................... 51 Artikel 4 - Waarde - Archeologie - 3........................................................................................................... 52

HOOFDSTUK 3 ALGEMENE REGELS................................................................................................ 55 Artikel 5 - Antidubbeltelregel...................................................................................................................... 55 Artikel 6 - Algemene afwijkingsregels........................................................................................................ 55 Artikel 7 - Geluidsgevoelige functies.......................................................................................................... 55 Artikel 8 - Voorwaardelijke verplichting over parkeren.......................................................................... 55

HOOFDSTUK 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS.............................................................................. 57 Artikel 9 - Overgangsrecht............................................................................................................................57 Artikel 10 - Slotregel......................................................................................................................................57

Ontwerpbestemmingsplan Nicolaasschool - Regels

- 45 -

- 46 -

HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 - Begrippen In deze regels wordt verstaan onder:

Plan het bestemmingsplan "Nicolaasschool" met identificatienummer NL.IMRO.0599.BP2182Nicolaassch-on01 van de gemeente Rotterdam.

Bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.

Verbeelding de digitale plankaart. Verdere begrippen in alfabetische volgorde:

Aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

Aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

Archeologisch deskundige het Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam (BOOR) of een andere door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige.

Bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak.

Bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met een zelfde bestemming.

Bouwaanduidingen alle aanduidingen met betrekking tot de wijze van bouwen en de verschijningsvorm van bouwwerken.

Ontwerpbestemmingsplan Nicolaasschool - Regels

- 47 -

Bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.

Bouwgrens de grens van een bouwvlak.

Bouwlaag Het tussen twee opeenvolgende vloeren (of tussen een vloer en een plat dak) gelegen, voor verblijf geschikt deel van een gebouw. Een kap, zolder, souterrain, parkeerplint, alsmede een dakopbouw binnen het theoretisch profiel van een kap, worden niet als afzonderlijke bouwlaag beschouwd. Alleen ingeval een dakopbouw breder is dan tweederde van de pandbreedte, wordt dit als aparte bouwlaag geteld.

Bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

Bruto vloeroppervlak het vloeroppervlak van een bouwwerk, inclusief de niet direct voor het hoofddoel bruikbare ruimten (bijvoorbeeld bij een productiebedrijf of winkel, de magazijn-, expeditie-, kantoorruimten). Gebouwde parkeer- en fietsvoorzieningen worden hiertoe niet gerekend.

Dienstverlening het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen. Een belwinkel wordt hier niet onder begrepen.

Gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

Geluidsgevoelige objecten (in de zin van de Wet geluidhinder) Hieronder worden verstaan de in de Wet geluidhinder aangewezen objecten: woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven. NB: Delen van deze gebouwen kunnen worden uitgezonderd wanneer deze een bestemming krijgen voor een functie die niet als geluidsgevoelig kan worden beschouwd.

(Kleinschalige) voorzieningen voor openbaar nut op het openbaar leidingennet aangesloten voorzieningen op het vlak van gas-, water-, elektriciteitsdistributie, (stads)verwarming, (riool)gemalen (een gasdrukregelstation wordt hier niet onder begrepen).

- 48 -

Maaiveld de bovenkant van het aansluitende, afgewerkte terrein dat een bouwwerk omgeeft, met dien verstande dat in geaccidenteerd terrein het gemiddelde van die bovenkanten wordt aangehouden.

Maatschappelijke voorzieningen voorzieningen op het gebied van onderwijs, religie, gezondheidszorg, maatschappelijke dienstverlening en publieke dienstverlening.

Milieudeskundige de DCMR Milieudienst Rijnmond of de daarvoor in de plaats tredende instantie.

NAP het Normaal Amsterdams Peil is de referentiehoogte waaraan hoogtemetingen in Nederland worden gerelateerd.

Overkraging een uitspringend bouwdeel, al dan niet constructief ondersteund.

Peil de hoogte van het terrein ter hoogte van (hoofd)toegang bij voltooiing van de bouw.

Straatmeubilair voorzieningen ten behoeve van de weggebruiker, zoals verkeersborden, straatverlichting, zitbanken en plantenbakken.

Uitstekende delen aan gebouwen erkers, luifels, balkons, galerijen en dergelijke.

Wet geluidhinder de Wet geluidhinder zoals deze luidt op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp voor dit bestemmingsplan.

Ontwerpbestemmingsplan Nicolaasschool - Regels

- 49 -

Artikel 2 - Wijze van meten Meten

2.1

Bij de toepassing van deze planregels wordt als volgt gemeten: a. de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. b. de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels ( en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. c. de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. d. de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van een bouwwerk. Dakoverstekken, luifels, balkons en dergelijke worden hierbij niet meegeteld, mits zij niet verder uitsteken dan 1 meter. e. de breedte van een gebouw: van en tot de buitenkant van een zijgevel dan wel het hart van een gemeenschappelijke scheidingsmuur, met dien verstande, dat wanneer de zijgevels verspringen of niet evenwijdig lopen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste breedte.

2.2

Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons, dakgoten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1 meter bedraagt.

- 50 -

HOOFDSTUK 2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 - Maatschappelijk -1 3.1

Bestemmingsomschrijving De voor 'Maatschappelijk - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke voorzieningen, met het daarbij behorende erf; met daaraan ondergeschikt: b. berg- en stallingsruimten; c. paden en ontsluitingswegen; d. groenvoorzieningen en water; e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

3.2

Bouwregels

3.2.1 Algemeen Op de in 3.1 bedoelde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde functies.

3.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' mag de bouwhoogte niet meer bedragen dan de aangegeven hoogte.

3.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de bouwhoogte niet meer dan 3 meter mag bedragen.

3.2.4 Overkraging Ter plaatse van op de verbeelding aangegeven 'specifieke bouwaanduiding - overkraging' mag uitsluitend gebouwd worden middels een overkraging vanaf een hoogte van vijf meter.

Ontwerpbestemmingsplan Nicolaasschool - Regels

- 51 -

Artikel 4 - Waarde - Archeologie - 3 4.1

Bestemmingsomschrijving De voor "Waarde - Archeologie - 3" aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor behoud van de aan de gronden eigen zijnde archeologische waarden.

4.2

Bouwregels

4.2.1 Algemeen In het belang van de archeologische monumentenzorg dient de aanvrager van een omgevingsvergunning een rapport aan burgemeester en wethouders te overleggen van een archeologisch deskundige waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Deze bepaling heeft uitsluitend betrekking op aanvragen om omgevingsvergunning voor bouwwerken (waaronder begrepen het heien van heipalen en het slaan van damwanden) welke voldoen aan de oppervlakte- en/of dieptematen welke genoemd zijn in 4.3.1.

4.2.2 Verplichting Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg aan een omgevingsvergunning de volgende regels verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

4.3

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

4.3.1 Verbod In het belang van de archeologische monumentenzorg is het verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders de in 4.3.2 onder a t/m f genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te doen c.q. te laten uitvoeren die dieper reiken dan 2,0 meter beneden maaiveld en die tevens een terreinoppervlak groter dan 100 m2 beslaan.

4.3.2 Vergunningsvereisten Het vergunningvereiste betreft de volgende werken c.q. werkzaamheden: a. grondbewerkingen (van welke aard dan ook); b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem; d. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontginnen, bodem verlagen, afgraven;

- 52 -

e. het ingraven van ondergrondse kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies e.d.; f. het aanleggen van waterlopen of het vergraven van bestaande waterlopen.

4.3.3 Uitzondering Het vergunningvereiste geldt niet voor bedoelde activiteiten gericht op het normale onderhoud en beheer van de betreffende gronden en welke in uitvoering waren ten tijde van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan en evenmin voor bestaande weg- en leidingcunetten.

4.3.4 Voorwaarde voor een omgevingsvergunning Vergunning wordt verleend nadat de aanvrager een rapport aan burgemeester en wethouders heeft overgelegd van een archeologisch deskundige waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld.

4.3.5 Aan een omgevingsvergunning verbonden regels Aan een vergunning kunnen de volgende regels worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

Ontwerpbestemmingsplan Nicolaasschool - Regels

- 53 -

- 54 -

HOOFDSTUK 3 ALGEMENE REGELS Artikel 5 - Antidubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen b uiten beschouwing.

Artikel 6 - Algemene afwijkingsregels 8.1

Afwijking toegestane afmetingen, maten en percentages Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning voor het bouwen afwijken van de regels van dit bestemmingsplan voor afwijkingen van toegestane afmetingen, maten (waaronder minimale en maximale afstanden) en percentages tot niet meer dan 10% van die afmetingen, maten en percentages, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het straat- en bebouwingsbeeld, de verkeersveiligheid, de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken en de milieusituatie.

8.2

Afwijking toegestane bouwhoogte techniek Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning voor het bouwen afwijken van de regels van dit bestemmingsplan ten aanzien van de maximum toegestane bouwhoogte van een gebouw, ten behoeve van technische voorzieningen op het dak, welke noodzakelijk zijn voor het doelmatig functioneren van het bouwwerk, zoals liftopbouwen, lichtkoepels, schoorstenen, antennemasten, luchtverversingsapparatuur, glazenwas­ installatie e.d., mits de overschrijding van de maximum bouwhoogte niet meer dan 5 meter bedraagt, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het straat- en bebouwingsbeeld en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

Artikel 7 - Geluidsgevoelige functies Bij de realisatie van geluidsgevoelige functies zoals bedoeld in de Wet geluidhinder moet, voor zover de voorkeursgrenswaarden uit de Wet geluidhinder worden overschreden, worden voldaan aan het besluit hogere grenswaarden dat aan dit bestemmingsplan is toegevoegd, met inbegrip van de in dat besluit opgenomen voorwaarden en maatregelen.

Artikel 8 - Voorwaardelijke verplichting over parkeren Een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen en het gebruik van gronden of bouwwerken op grond van de regels in hoofdstuk 2 kan uitsluitend worden verleend als voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen, overeenkomstig het in de gemeente Rotterdam geldende beleid ten aanzien van parkeren.

Ontwerpbestemmingsplan Nicolaasschool - Regels

- 55 -

- 56 -

HOOFDSTUK 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 9 - Overgangsrecht 9.1

Overgangsrecht bouwwerken

9.1.1 Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 9.1.2 Burgemeester en wethouders kunnen éénmalig afwijken van het bepaalde in 9.1.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal ^. 9.1.3 Het bepaalde in 9.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

9.2

Overgangsrecht gebruik

9.2.1 Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 9.2.2 Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 9.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 9.2.3 Indien het gebruik, bedoeld in 9.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 9.2.4 Het bepaalde in 9.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 10 - Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan "Nicolaasschool", gemeente Rotterdam.

Ontwerpbestemmingsplan Nicolaasschool - Regels

- 57 -

- 58 -

III.

BIJLAGEN (APART BIJGEVOEGD)

IV

VERBEELDING

VERKLARING Plangebied Nicolaasschool

Enkelbestemmingen Maatschappelijk - 1

M-1

Dubbelbestemmingen Waarde - Archeologie - 3

Functieaanduidingen Į-' ' ' ' '-Į gemengd

Bouwvlakken bouwvlak

Bouwaanduidingen specifieke bouwaanduiding - overkraging

ļ- [şb^-ok]

Maatvoeringen maximum bouwhoogte (m)

M project:

Nicolaasschool

gemeente:

Rotterdam fase:

Ontwerpbestemmingsplan opdrachtgever:

gemeente Rotterdam datum: 24 november 2021 schaal: 1 : 500 identificatienummer: NL.IMRO.0599.BP2182Nicolaassch-on01 ondergrond: NL.IMRO.0599.BP2182Nicolaassch-on01

n BOdG ruimtelijk advies

Postbus 6083 3002 AB Rotterdam email: info@bodg.nl tel: 06-48384580

LBP SIGHT»

De Nicolaasschool in Rotterdam Akoestisch onderzoek

Opdrachtgever KWK | Huisvestingsregisseurs Contactpersoon de heer N.A.F.M. van Oosterbosch Kenmerk R072457aa.21345QQ.mvb Versie 02^03 Datum 30 april 2021 Auteur S. (Samuel) Blaak MSc ing. M.J.M. (Monique) van Bemmelen

Kelvinbaan 40, 3439 MT Nieuwegein | Postbus 1475, 3430 BL Nieuwegein | T (030) 231 13 77 | F (030) 234 17 54 E info@lbpsight.nl | www.lbpsight.nl | IBAN: NL62 RABO 036 42 36 558 | KvK 30073990 | BTW NL007076083B01

LBP SIGHT» Inhoudsopgave

Samenvatting akoestisch onderzoeksrapport..........................................................................3 1

Inleiding............................................................................................................................... 4

2

Uitgangspunten................................................................................................................... 6 2.1 2.2

2.3

3

Rekenresultaten................................................................................................................ 13 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

4

Gehanteerde gegevens.............................................................................................................. 6 Wettelijk kader............................................................................................................................. 6 2.2.1 Onderzoeksgebied.........................................................................................................6 2.2.2 Wet geluidhinder............................................................................................................ 8 Berekeningen................................................................................................................................9 2.3.1 Geluidbelasting...............................................................................................................9 2.3.2 Rekenmethode.............................................................................................................10 2.3.3 Rekenmodel................................................................................................................. 10

Toetsing aan de Wet geluidhinder.......................................................................................... 13 Geluidbelasting vanwege 30 km/u-wegen............................................................................. 18 Geluidbelasting vanwege nestgeluid...................................................................................... 20 Gecumuleerde geluidbelasting................................................................................................21 Resultaten gezoneerde geluidbronnenzonder optopping.................................................... 22

Conclusie.......................................................................................................................... 26

Bijlagen Bijlage I Wettelijk kader Bijlage II Wegverkeergegevens Bijlage III Geluidbelasting tabel Bijlage IV Modelgegevens weg- en tramverkeer

R072457aa.21345QQ.mvb | versie 02^03 | 30 april 2021

2

LBP SIGHT» Samenvatting akoestisch onderzoeksrapport

Wat hebben we onderzocht? We hebben een akoestisch onderzoek gedaan naar de geluidbelasting op de gevels van de herontwikkeling en uitbreiding van de Nicolaasschool in Rotterdam. » Inleiding

Waarom hebben we dat onderzocht? Er is een bestemmingsplanwijziging nodig omdat de nieuw te realiseren uitbreiding van de school niet binnen het vigerende bestemmingsplan past. In het kader van de bestemmingsplanwijziging is een akoestisch onderzoek nodig. Hierin wordt aangetoond dat het plan voldoet aan de geluideisen die de Wet geluidhinder en (wanneer aanwezig voor een onderwijsfunctie) het beleid van de gemeente voorschrijven. » Uitgangspunten

Hoe hebben we dat onderzocht? We hebben de geluidbelasting van het wegverkeer van de nieuwe school bepaald met behulp van Standaard Rekenmethode II. We berekenden dit met het programma Geomilieu. » Uitgangspunten

Wat zijn de resultaten? Uit de berekeningen blijkt dat de geluidbelasting vanwege het wegverkeer (inclusief de tram) op de Schiedamseweg op de gevels van de uitbreiding van de school de voorkeursgrenswaarde overschrijdt, maar dat de maximale ontheffingswaarde niet wordt overschreden. Vanwege alle andere geluidbronnen (wegen en industriegebieden) wordt de voorkeursgrenswaarde niet overschreden. Ook is in het kader van een goede ruimtelijke ordening aandacht besteed aan het geluid afkomstig van de omliggende 30 km/u-wegen en het nestgeluid afkomstig van afgemeerde schepen uit de havens. » Rekenresultaten

Wat betekenen de resultaten van het onderzoek? Het is niet mogelijk/wenselijk om bij dit project geluidbeperkende maatregelen toe te passen om de geluidbelasting terug te brengen tot de voorkeursgrenswaarde. Daarom wordt de gemeente Rotterdam verzocht hogere waarden voor de geluidbelasting vanwege de Schiedamseweg (inclusief de tram) op de gevels te verlenen. » Conclusie

R072457aa.21345QQ.mvb | versie 02^03 | 30 april 2021

3

LBP SIGHT» 1

Inleiding

Onze opdracht Aan de Schiedamseweg 227 in Rotterdam is de herontwikkeling en uitbreiding van de Nicolaasschool voorzien. De uitbreiding (nieuwbouw) past niet binnen het vigerende bestemmingsplan, er is dan ook een bestemmingsplanwijziging nodig. In het kader van de aan te vragen omgevingsvergunning is het onder meer noodzakelijk om een akoestisch onderzoek te doen. In opdracht van KWK | Huisvestingsregisseurs in Rotterdam heeft LBP|SIGHT dit akoestisch onderzoek uitgevoerd. In dit rapport doen we verslag van de geluidbelasting op de gevels van de herontwikkeling en de uitbreiding van de Nicolaasschool vanwege alle relevante geluidbronnen. Het doel van het onderzoek is om te bepalen hoe het project met inachtneming van de Wet geluidhinder gerealiseerd kan worden. De gemeente Rotterdam heeft ook een geluidbeleid opgesteld. Alleen zijn in dat beleid geen aanvullende eisen gesteld voor onderwijsfuncties. De toets aan het gemeentelijk geluidbeleid heeft dan ook niet plaatsgevonden. Opmerking: Inmiddels is het rapport met het kenmerk R072457aa.21345QQ.mvb-01-003 van 5 maart 2021 door DCMR beoordeeld. DCMR heeft in hun memo met kenmerk 999921994~9999982834 van 22 april 2021 opmerkingen over het geluidaspect opgenomen. In onderhavig rapport zijn de opmerkingen / vragen van DCMR verwerkt. Met dit rapport komt het rapport versie 01-003 van 5 maart 2021 te vervallen.

Het project De huidige Nicolaasschool ligt in de wijk Bospolder-Tussendijken in het stadsdeel Delfshaven in Rotterdam. Op dit moment wordt onderwijs gegeven op een viertal locaties aan de Schiedamseweg en de Korfmakersstraat. De Schiedamseweg 227 betreft de hoofdlocatie. Op de Korfmakersstraat zijn twee dependances. In verband met capaciteitsgebrek maakt de school ook nog gebruik van een aantal lokalen in het leegstaande schoolpand op de Schiedamseweg 280-282. Een wens is om het onderwijs centraal te gaan organiseren. Daarom is besloten drie van de vier locaties af te stoten. Hierbij wordt de hoofdlocatie aan de Schiedamseweg 227 behouden. Het plangebied voor de herontwikkeling en uitbreiding van de Nicolaasschool bestaat uit de kavel van het huidige hoofdgebouw aangevuld met de kavels van de gymzaal van het Sportbedrijf en het kerkgebouw aan de Korfmakersstraat én de daarachter gelegen transformatorruimte van Stedin. Deze zullen alle gesloopt worden om plaats te maken voor de nieuwe school. De bouwenvelop geeft aan dat het nieuwbouwdeel drie lagen hoog wordt. Daarnaast kan met het vergroten van het schoolgebouw ook het schoolplein worden vergroot. In figuur 1.1 en 1.2 op de volgende pagina zijn de huidige en de nieuwe situatie opgenomen van de Nicolaasschool in Rotterdam.

Ook is in figuur 1.3 een 3D-impressie opgenomen van de voorgenomen herontwikkeling en uitbreiding van de school.

R072457aa.21345QQ.mvb | versie 02^03 | 30 april 2021

4

LBP SIGHT»

Korfmaker

Figuur 1.1

Figuur 1.2

Huidige situatie Nicolaasschool

Toekomstige situatie Nicolaasschool

í ķ

Figuur 1.3

#

flŕ i

Impressie toekomstige situatie Nicolaasschool op basis van bouwvolumes Op het bestaande hoekgebouw van de school is het mogelijk om een optopping (zie blauw-gele markering in figuur 1.2) te realiseren. Wij gaan er voor dit onderzoek van uit dat de optopping ook gerealiseerd wordt (situatie in figuur 1.3). In een aparte paragraaf (paragraaf 3.5) wordt volledigheidshalve in beeld gebracht wat de geluidbelasting is wanneer de optopping niet gerealiseerd wordt.

R072457aa.21345QQ.mvb | versie 02^03 | 30 april 2021

5

LBP SIGHT» 2 Uitgangspunten 2.1

Gehanteerde gegevens

Bij het onderzoek hebben we gebruikgemaakt van de volgende gegevens: 1. Nota van Uitgangspunten voor de Nicolaasschool 3e concept van oktober 2020, opgesteld door de gemeente Rotterdam. 2. Sketchup-model met bouwvolume uitbreiding Nicolaasschool, ontvangen per e-mail op 16 november 2020 van KWK Huisvestingsregisseurs. 3. Verkeersgegevens stedelijke wegen en trams ontvangen per e-mail op 26 november 2020 van de gemeente Rotterdam, zie ook bijlage II. 4. Rekenmodellen gezoneerde industrieterreinen Waal- en Eemhaven en Havens Noordwest, Oost-Frankenland en de modellen ten behoeve van het nestgeluid in de havens, ontvangen van de Milieudienst Rijnmond (DCMR) per e-mail op 25 november 2020. 5. Eerste akoestische beoordeling van LBP|SIGHT met kenmerk P072457aa.20HXO0W.mvb van 16 december 2020. 6. Verbeelding | Nicolaasschool t.b.v. concept ontwerpbestemmingsplan van 17 februari 2021, opgesteld door BOdG ruimtelijk advies uit Rotterdam.

2.2

Wettelijk kader

2.2.1

Onderzoeksgebied

De locatie van de Nicolaasschool betreft een geluidbelaste locatie. Er is sprake van wegverkeer op de volgende wegen: " Schiedamseweg: 50 km/u-weg " Mathenesserweg: 30 en 50 km/u-weg " Vierhavenstraat: 50 km/u-weg " Marconieplein: 50 km/u-weg " Hudsonstraat: 30 km/u-weg " Korfmakersstraat: 30 km/u-weg Daarnaast is sprake van het geluid afkomstig van: " tram over het spoor op de Schiedamseweg " gezoneerd industrieterrein Waal- en Eemhaven " gezoneerd industrieterrein Havens Noordwest, Oost-Frankenland " nestgeluid van afgemeerde schepen in de havengebieden Het railverkeer op de spoorlijn ten noorden (meer dan 1 kilometer) van het plangebied wordt buiten beschouwing gelaten omdat het plan buiten de zone van deze spoorlijn ligt.

De metrolijn (traject 622), welke opgenomen is op de regeling zonekaart spoorwegen (Staatscourant Nr. 11808 van 27 juni 2012), is hier ondergronds gelegen en zal geen bijdrage leveren aan de geluidbelasting ter plaatse van de school. Om deze rede is de metrolijn buiten beschouwing gelaten in het onderzoek.

R072457aa.21345QQ.mvb | versie 02^03 | 30 april 2021

6

LBP SIGHT» De geluidbelasting afkomstig van de 50 km/u-wegen, trams op de Schiedamseweg en de gezoneerde industrieterreinen worden getoetst aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder. De overige geluidbronnen, 30 km/u-wegen en het nestgeluid van de afgemeerde schepen in het havengebied worden in kaart gebracht in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Op deze manier kunnen B&W van de gemeente Rotterdam een goede afweging maken over de totale geluidsituatie. Daarnaast is het dringende advies de geluidbelasting van zowel 30 km/u-wegen als het nestgeluid mee te nemen bij het bepalen van de geluidwerende gevelvoorzieningen (aspect uit het Bouwbesluit). In figuur 2.1 is een overzicht opgenomen van de school met daaromheen de wegen en de tramlijn. Daarnaast geeft figuur 2.2 de locatie van de gezoneerde industriegebieden weer ten opzichten van de school.

V*

ļţMps

'

Schiedamseweg + tram

Marconipleii

Mi

+ trams

«Hľ '

2*5

-

'

Figuur 2.1 Locatie wegen en tramlijn i.r.t. de Nicolaasschool

R072457aa.21345QQ.mvb | versie 02^03 | 30 april 2021

7

LBP SIGHT»

Havens Noordwest, Oost-Frankenland (4- nestgeluid)

Waal- en Eemhaven Í+ nestgeluid)

Ŗř ssm/1% -.i

2.

Figuur 2.2 Locatie gezoneerde industrieterreinen i.r.t. de Nicolaasschool

2.2.2 Wet geluidhinder Voorkeursgrenswaarde en maximale ontheffingswaarde Wegverkeer

In de zin van de Wet geluidhinder is voor de nieuwbouw met betrekking tot de Schiedamseweg (inclusief tram), Mathenesserweg en Vierhavenstraat sprake van een nog niet geprojecteerde school (onderwijsfunctie) in stedelijk gebied langs bestaande wegen. De voorkeursgrenswaarde voor de geluidbelasting op de gevels van de school bedraagt 48 dB voor iedere weg afzonderlijk. Op grond van artikel 3 lid 2 Besluit geluidhinder bedraagt de maximale ontheffingswaarde 63 dB voor iedere weg afzonderlijk. Definitie weg Een weg is een voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande weg alsmede een spoorweg die ņjeļ is aangegeven op de kaart, bedoeld in artikel 106, of de geluidplafondkaart (artikel 1 van de Wet geluidhinder). Dit betekent dat trams tot het wegverkeer behoren.

R072457aa.21345QQ.mvb | versie 02^03 | 30 april 2021

8

LBP SIGHT» Industrieterreinen

De voorkeursgrenswaarde voor industrielawaai bij een gezoneerd industrieterrein bedraagt voor nieuwbouw van een onderwijsfunctie 50 dB(A). Zolang de geluidbelasting niet hoger wordt dan 50 dB(A), vormt de Wet geluidhinder geen belemmering voor geplande bouw. Als de geluidbelasting meer dan 50 dB(A) bedraagt en er geen doelmatige maatregelen genomen kunnen worden om de geluidbelasting terug te brengen tot 50 dB(A), kan voor de betreffende onderwijsfunctie door het college van B&W een hogere waarde worden vastgesteld. Deze vaststelling moet gelijktijdig met de vaststelling van (de afwijking van) het bestemmingsplan plaatsvinden. Volgens de Wet geluidhinder bedraagt de maximaal te verlenen hogere waarde binnen de zone van een industrieterrein 55 dB(A).

Geluidbeperkende maatregelen weg- en spoorweg Als de geluidbelasting vanwege een weg hoger is dan de voorkeursgrenswaarde, moeten in principe maatregelen worden getroffen om de geluidbelasting terug te brengen tot die waarde. Hierbij hanteert de Wet geluidhinder de volgende volgorde van voorkeur: " maatregelen bij de bron (het aanbrengen van een geluidreducerend wegdek, het toepassen van een bovenbouwconstructie met een lagere geluidemissie, het reduceren van de verkeers­ intensiteit of het verlagen van de snelheid); " maatregelen in de overdracht (het situeren van niet-geluidgevoelige bebouwing tussen de bron en de nieuwbouw of het plaatsen van een geluidscherm of geluidwal).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=a8480592-19fc-4a39-9b45-31aa1a614f15