[22bb002938] Bijlage behorende bij 22bb2937 over Ontwerpbestemmingsplan ‘Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg
Tekst van het document
4.2.2
Dubbelbestemmingen Leiding - Leidingstrook Binnen deze dubbelbestemming zijn buisleidingen en leidingen toegestaan. Er geldt een bouwverbod, met een mogelijkheid om daarvan bij omgevingsvergunning af te wijken als dit - in het bijzonder uit veiligheidsoogpunt - verantwoord is. Binnen alle dubbelbestemmingen voor leidingen mag een groot aantal werken en werkzaamheden niet uitgevoerd worden zonder omgevingsvergunning. Het betreft onder andere het aanbrengen dan wel rooien van diepwortelende planten en/of bomen (gedacht kan worden aan beplantingen welke dieper dan 30 cm wortelen) en het uitvoeren van grondbewerkingen zoals ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren, diepploegen, woelen en/of ophogen van gronden. Tot slot is in de opsomming opgenomen dat een omgevingsvergunning ook noodzakelijk is in die gevallen dat werken en/of werkzaamheden van invloed kunnen zijn op de integriteit en werking van de aanwezige leidingen. Op deze wijze is de bescherming van de aanwezige leidingen geborgd. Voor sommige situaties waaronder werken en werkzaamheden die verband houden met leidingen die binnen de bestemming passen - is geen vergunning nodig. Uit het MER-onderzoek blijkt dat voor dit plangebied buisleidingen met toxische producten in de stofcategorieën GT4 en GT5 mogelijk leiden tot een overschrijding van wettelijke regels op het gebied van externe veiligheid (zie paragraaf 5.4.4).
In verband daarmee is het niet toegestaan om binnen de leidingstrook (en -straat) leidingen te realiseren voor het vervoer van dit type stoffen.
blad 29 van 164
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg
anteagrūup
Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100
4.2.3
Algemene regels In de algemene regels is de anti-dubbeltel bepaling opgenomen en een verwijzing naar de overige regels. Deze bestaan uit de wet- en regelgeving en de verwijzing naar het bestemmingsplan Europoort en Landtong. In deze regels is de aanleg van ondergrondse kabels en leidingen geregeld door de verboden ten aanzien van archeologie en de hoogspanningsverbinding niet van toepassing te laten zijn.
4.2.4
Overgangs- en slotregels Het laatste hoofdstuk van de regels bestaat uit de overgangs- en slotregels van dit bestemmingsplan.
blad 30 van 164
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg
anteagrūup
Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100
Hoofdstuk 5
5.1
Milieu
Effecten: algemene introductie In het Milieueffectrapport (MER) Havenbestemmingsplannen, omvattende een hoofdrapport, deelrapporten en een passende beoordeling, zijn de(milieu-)effecten van drie havengebieden onderzocht. Voor de uitbreiding van de leidingenstrook zoals geregeld in dit bestemmingsplan zijn onderzoeken uitgevoerd die in dit hoofdstuk worden samengevat. Waar nodig wordt verwezen naar het bestemmingsplan Europoort en Landtong omdat veel onderzoeken en informatie over het gehele plangebied kunnen worden gebruikt ter onderbouwing van voorliggend bestemmingsplan.
5.2
Archeologie Indien er grondroerende werkzaamheden worden uitgevoerd die reiken tot + 0,0 meter NAP en een oppervlak hebben groter dan 200 m2 dient er door het BOOR een plantoets te worden uitgevoerd (dit wordt geregeld door de EM-adviseur). Bij het toetsen wordt rekening gehouden met recente bodemverstoringen, ophogingen of aanwezige bebouwing op perceelsniveau. Verder wordt gekeken naar de kenmerken van de geplande bodemingreep in relatie tot de archeologische verwachting op de exacte locatie (via bodemkaarten, historische kaarten en al uitgevoerd archeologisch onderzoek). Dit is maatwerk.
Waarde 3.2 Redettpi lot rvoge arcneoíogieche verwachting
vVàů'oe
3 2 Receii* toe hoge archeologische «er*sctting oeneoen On NAT
Figuur 5.1: Uitsnede archeologische waarden- en beleidskaart (bron: gemeente Rotterdam) Wanneer daadwerkelijk archeologische waarden verstoord dreigen te worden is archeologisch veldonderzoek noodzakelijk. Wanneer bekend is welke grondroerende activiteiten op de locatie plaats vinden, kan de plantoets worden uitgevoerd. Zoals in paragraaf 3.2 is aangegeven ligt het plangebied van de uitbreiding van de leidingstrook op + 5,5 meter NAP tot + 11 meter NAP. De ondergrondse kabels en leidingen zullen niet dieper dan 5 meter onder het huidig maaiveld worden aangelegd. Er is daarom geen sprake van archeologische verwachtingen. Indien er dieper wordt gegraven geeft het bestemmingsplan Europoort en Landtong aan dat onderzoek noodzakelijk is.
blad 31 van 164
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg
anteagrūup
Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100
5.3
Bodem
5.3.1
Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming (Wbb) is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Dit wil niet zeggen dat de bodem persé "schoon" hoeft te zijn voor de functie. Bodem met eventuele aanwezige te sterke verontreiniging zal door een vorm van bodemsanering geschikt worden gemaakt voor de beoogde functie, in dit geval 'leidingentracé' (3 tracés). Bij het (eventueel) saneren is ook van belang het bepaalde in de gemeentelijke Nota Actief Bodem- en Baggerbeheer Rotterdam, thans versie 2013, algemener bekend als de 'bodemkwaliteitskaart' (BKK), en een latere aanvulling met het oog op een nieuw stofgroep 'PFAS' ('Aanvulling voor PFAS op de Nota Actief Bodem- en baggerbeheer, d.d. 4 augustus 2020).
Ten behoeve van ruimtelijke plannen dient ten minste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch vooronderzoek (HO), te worden verricht (conform de onderzoeksnorm NEN 5725). Dit is een archiefonderzoek. Soms maakt een locatie inspectie ook hier een onderdeel vanuit. Indien uit het historisch vooronderzoek wordt geconcludeerd dat op de betreffende locatie sprake is geweest van activiteiten met een verhoogd risico op verontreiniging dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd (conform de onderzoeksnorm NEN 5740). Een (verkennend) bodemonderzoek mag in principe niet ouder zijn dan circa 5 jaar. Met het oog op de aanleg van de leidingentracés kan (bodem-)onderzoek ook of alleen maar noodzakelijk zijn vanuit andere wetgeving en/of oogpunten, en wel mogelijk vanuit Besluit Bodemkwaliteit (Bbk) - dit met oog op de milieuhygiënische hergebruiksmogelijkheden van eventueel overtollig grond elders en/of andere vrijkomende materialen, en/of met oog op Arbowetgeving, specifiek de CROW P400 'Veilige werken in/met verontreinigde bodem'. In dit specifieke geval kan het ook zijn dat onderzoek moet plaats vinden naar en de mate van bepaalde stoffen, die kabels en/of leidingen zouden kunnen aantasten.
5.3.2
Toetsing å Conclusie Er is ten behoeve van dit bestemmingsplan een historisch vooronderzoek uitgevoerd door Antea Group conform de NEN 5725 (HO). Dit onderzoek is als bijlage toegevoegd (Bijlage 1). Uit dit onderzoek komt onder meer naar voren dat er op en rond de 3 leidingentracés door de jaren heen diverse bodemonderzoeken zijn uitgevoerd conform de NEN 5740. Gelet op de resultaten van deze onderzoeken - er zijn tot ten hoogste licht verhoogde gehalten gemeten, de historie van het gebied, het overwegend (onverdachte) gebruik van de locatie en haar omgeving in de zin van geen zogenaamde puntbronnen c.q. geen bodembedreigende (bedrijfs-)activiteiten, is de bodem vanuit milieuhygiënische oogpunt in algemene zin geschikt voor de beoogde bestemming. Gelet op het standaardstoffenpakket van de NEN 5740 zijn er geen stoffen of stoffen zodanig verhoogd aangetroffen die kabels en/of leidingen zouden kunnen aantasten. Met oog op onder meer de daadwerkelijke uitvoering van de aanleg, vanuit nieuwe inzichten op het gebied van asbest en de nieuwe stofgroep PFAS en vanuit genoemd milieu- (Bbk) en Arbowetgeving dient met name de bovengrond (actueel) te worden onderzocht. In het bijgevoegde historisch vooronderzoek is hiertoe per tracé een specifieke aanbeveling
blad 32 van 164
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg
anteagrūup
Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100
gedaan.
5.4
Duurzaamheid
5.4.1
Toetsingskader Een duurzaam Rotterdam met een innovatieve en circulaire economie. Een groene en gezonde stad met schone lucht. Voor Rotterdammers nu en voor toekomstige generaties. Dat is waar de gemeente Rotterdam zich op richt. Het vernieuwde Rotterdams Duurzaamheidskompas (december 2020) plaatst deze ambities in de tijd en laat zien welke stappen er nodig zijn om dit te realiseren. Het Duurzaamheidskompas zet alle ambities op het gebied van duurzaamheid in Rotterdam op een rij, en geeft een overzicht van alle relevante beleidsstukken.
5.4.2
Conclusie Met het mogelijk maken van de uitbreiding van de leidingenstrook wordt onnodig transport van vrachtwagens en/of schepen voorkomen. Transport door buisleidingen is ook veiliger dan vervoer over de weg en goed voor het woon-, leef- en verblijfsklimaat in de omgeving. Verder is een leidingstrook bij uitstek geschikt voor het transport van allerlei transitie-brandstoffen zoals waterstof alsmede warmwater, etc. Het bestemmingsplan draagt bij aan de thema's energietransitie, klimaatbestendig en gezonde leefomgeving uit het Duurzaamheidskompas van de gemeente Rotterdam.
5.5
Externe veiligheid
5.5.1
Scope en werkwijze Wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid is gericht op het beheersen van risico's op zware ongevallen met mogelijk grote gevolgen voor de omgeving. Het gaat daarbij om de productie, de opslag en het gebruik van gevaarlijke stoffen (bijvoorbeeld LPG en ammoniak) en het transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor en door buisleidingen. Voor externe veiligheidsrisico's staat een tweetal begrippen centraal: *
Plaatsgebonden risico (PR): hierbij gaat het om de kans per jaar dat een denkbeeldig persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen als deze persoon zich onafgebroken en onbeschermd in de nabijheid van een risicovolle inrichting of transportas bevindt. Plaatsen met een gelijk PR kunnen door zogenaamde risicocontouren op een kaart worden weergegeven. * Groepsrisico (GR). Dit betreft de cumulatieve kans dat een werkelijk aanwezige groep van tenminste 10, 100 of 1000 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Voor het gehele havengebied is een Milieueffectrapport (MER) opgesteld. Als bijlage bij dit milieueffectrapport is voor het havengebied een studie externe veiligheid uitgevoerd waarbij alle relevante risicobronnen zijn beschouwd. Voor dit bestemmingsplan wordt specifiek ingegaan op de externe veiligheid van de uitbreiding van de leidingstrook.
5.5.2
Wettelijk kader Besluit externe veiligheid buisleidingen Het wettelijke toetsingskader voor het vervoer van gevaarlijke stoffen in buisleidingen is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (hierna: Bevb). Hierin staan de regels voor het vastleggen van de buisleidingen en de externe veiligheidsaspecten in bestemmingsplannen, evenals de verantwoordelijkheden van leidingexploitanten en
blad 33 van 164
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg
āľltŕäíļrūlJ-p
Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100
gemeenten. Alleen leidingen in een leidingenstrook vallen onder het Bevb. Leidingen die niet in de openbare ruimte liggen en nodig zijn voor bedrijfsprocessen, zijn meegenomen in de vergunning van de betreffende inrichting. De volgende soorten buisleidingen vallen onder het Bevb: »
buisleidingen voor aardgas met een uitwendige diameter van 50 mm of meer en een druk van 1.600 kPa of meer; * buisleidingen voor aardolieproducten met een uitwendige diameter van 70 mm of meer en een druk van 1.600 kPa of meer; » buisleidingen voor brandbare stoffen met een uitwendige diameter van 70 mm of meer, of een binnendiameter van 50 mm of meer en een druk van 1.600 kPa of meer; « buisleidingen voor vergiftige stoffen, en * buisleidingen voor specifieke stoffen met een uitwendige diameter van 70 mm of meer of een binnendiameter van 50 mm of meer en een druk van 1.600 kPa of meer. Onder deze stoffen vallen de brandbare gassen (o.a. propaan, butaan en waterstof) en giftige stoffen (o.a. chloor, ammoniak, koolmonoxide en formaldehyde). Plaatsgebonden risico buisleidingen Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op een bepaalde plaats verblijft, overlijdt als direct gevolg van een ongeval met een buisleiding. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom de buisleiding. Voor buisleidingen die onder het Bevb vallen (en die geen hogedruk aardgasleidingen zijn), mag het PR op 5 meter afstand aan weerszijden van de buisleiding niet hoger zijn dan 10-6 per jaar (artikel 6 Bevb). Er wordt gemeten uit het hart van de buisleiding.
Dit betekent dat de PR 10-6-contour bij een nieuwe buisleiding binnen de belemmeringenstrook komt te liggen. Kwetsbare objecten mogen nooit binnen de belemmeringenstrook van de buisleiding liggen. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6-contour als richtwaarde, wat betekent dat deze hierbinnen alleen aanwezig mogen zijn als hiervoor voldoende verantwoording is gegeven. Groepsrisico buisleidingen Het groepsrisico is de cumulatieve kans per kilometer buisleiding dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een ongeval met een buisleiding met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt weergegeven op een fN-curve met op de y-as de cumulatieve kans per jaar (f) op een ongeval met een aantal slachtoffers (N). Op de x-as is het aantal slachtoffers (N) weergegeven op een logaritmische schaal. Deze curve wordt getoetst aan de oriëntatiewaarde, waarbij de fN-curve zich bij voorkeur onder de oriëntatiewaarde moet bevinden. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde niet als norm, maar is gekoppeld aan een verantwoordingsplicht. Het bevoegd gezag wordt geacht zich zoveel mogelijk aan deze waarde te houden, maar mag hiervan wel goed onderbouwd van afwijken. De overschrijding van de oriëntatiewaarde wordt daarmee bewust verantwoord.
Windturbines Ten zuidoosten van het plangebied bevindt zich één windturbine die onderdeel uitmaakt van een lijnopstelling langs het Hartelkanaal. De windturbines in het gehele plangebied van het bestemmingsplan Europoort en Landtong leveren in de huidige situatie geen knelpunten op: er zijn geen kwetsbare objecten binnen de PR 10-6-contour, en ook geen beperkt kwetsbare objecten binnen de PR 10-5-contour aanwezig of geprojecteerd. Dit komt mede omdat de turbines doorgaans in de nabijheid van waterwegen, wegen op spoorwegen staan.
blad 34 van 164
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg
anteagrūup
Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100
5.5.3
Toetsing Bij de effectbepaling voor veiligheid van buisleidingen zijn de buisleidingstroken in beschouwing genomen die zich in de openbare ruimte bevinden. Aanleg en uitbreiding van leidingen zal in deze straten en stroken plaatsvinden. Leidingen buiten de leidingenstrook zijn vereist voor de bedrijfsprocessen en zijn meegenomen in de vergunning van de inrichtingen. Omdat niet bekend is welke buisleidingen in de toekomst zullen worden aangelegd, is uitgegaan van vijf maatgevende stoffen: ethyleen, propyleen, ammoniak, chloor en aardgas. Voor de bestaande buisleidingen (hogedruk aardgas en brandbare vloeistoffen K1-K3) zijn, op basis van het Besluit externe veiligheid buisleidingen, groepsrisicoberekeningen uitgevoerd voor de huidige en toekomstige situatie. De toekomstige situatie is berekend door de huidige populatie aan te vullen met toekomstige populatie (kentallen per deelsegment) op de verander- en ontwikkellocaties. Voor buisleidingen is niet bekend welke er in de toekomst zullen worden aangelegd. Wel is, op basis van de bestemmingsplannen, inclusief voorliggende uitbreiding van de leidingstrook Moezelweg bekend wáár deze zullen worden aangelegd. Hieronder zijn de conclusies opgenomen: «
*
»
De hogedruk aardgasleidingen hebben geen groepsrisico boven de wettelijke oriëntatiewaarde. De extra populatie op de ontwikkel- of veranderlocaties in het gebied Europoort en Landtong heeft nauwelijks invloed op de hoogte van het groepsrisico van de hogedruk aardgasleidingen. Voor het vervoer van brandbare vloeistoffen (K1, K2 en K3) door buisleidingen komt voor enkele leidingen het berekende groepsrisico wel boven de oriëntatiewaarde uit. Hierbij is uitgegaan van de worst-case benadering ten aanzien van de tijd die benodigd is om de leiding bij een incident af te sluiten, de stroomsnelheid door de leidingen en de rekenmethode. Risicobeperkende maatregelen zijn daarin nog niet meegenomen. Feitelijk liggen de risico's dus lager dan de berekende risico's. Ondanks het feit dat op een enkele plaats sprake is van een overschrijding van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico acht de gemeente, onder meer vanwege de worst-case benadering en de maatregelen en de grote zelfredzaamheid van de werknemers in het plangebied het risico aanvaardbaar. Voor de 'overige leidingen' worden geen overschrijdingen van de oriëntatiewaarde verwacht.
Volgens het bestemmingsplan Europoort en Landtong is het groepsrisico van de huidige buisleidingen onder de oriëntatiewaarde, omdat de populatie nauwelijks verandert door dit bestemmingsplan. De geprojecteerde uitbreiding van de leidingstrook Moezelweg in voorliggend bestemmingsplan leidt ook niet tot een toename van de populatie. Op gelijke wijze kan dus verantwoord worden dat het groepsrisico ook niet zal toenemen of boven de oriëntatiewaarde zal komen. Windturbines Voor toetsing van de impact van een windturbine op een leidingstrook moet worden gekeken naar de High Impact Zone. Dat is mastlengte + 1/3 rotordiameter. De windturbines hebben de volgende afmetingen: masthoogte: 80m, rotordiameter: 80m, ergo HIZ = 94m. Hieronder in figuur 5.2 een afbeelding van de zone (rode contour):
blad 35 van 164
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100
SntĒaíjrQlJp
Legenda II Windmolens rírgh impact zone
Q-ůcorrtOüi
Windturbine
Wuldpar* Ligpisatī
Verhuurd, reservering Stopte
Leŵngstroofc (vriakļ
Figuur 5.2: Uitsnede zones rond windturbines (bron: Havenbedrijf Rotterdam) Uit figuur 5.2 volgt dat de High Impact Zone van de windturbines de huidige leidingstrook niet raakt. Ook de dubbelbestemming zoals opgenomen in dit bestemmingsplan ligt buiten deze zone van 94 meter rondom de windturbine. Dat is ook de reden dat deze windturbines mochten blijven staan en er een aantal windtubines oostelijk zijn verwijderd (daar raakte de High Impact Zone wel de leidingstrook).
5.5.4
Beoordeling en conclusie Uit bovenstaande is te concluderen dat het groepsrisico van de geprojecteerde uitbreiding van de leidingstrook Moezelweg aanvaardbaar is, omdat de risicoverhoging door additionele leidingen al voorzien is en (zeer) conservatief is ingeschat. De populatie door dit bestemmingsplan blijft onverantwoord. In de eerder uitgevoerde risicoberekeningen is bovendien geen rekening gehouden met de risicobeperkende maatregelen en de grote zelfredzaamheden van werknemers in het gebied. De aanleg van buisleidingen voor het vervoer van zeer giftige stoffen wordt in verband met mogelijke onvoorziene risico's niet zonder meer verantwoord geacht. Hoewel voor buisleidingen die zijn gelegen binnen een veiligheidscontour geen grenswaarden gelden voor het plaatsgebonden risico (op basis van het Bevb), wordt (nieuw) vervoer van gevaarlijke stoffen categorie GT4 en GT5 (zeer toxische stoffen) door buisleidingen binnen de bestemmingsplannen alleen toegestaan op de voor 'Leiding - GT4/GT5' aangewezen gronden. In de leidingstrook Moezelweg worden deze leidingen niet mogelijk gemaakt conform de bestaande regels van deze leidingenstrook. Tot slot voorziet het bestemmingsplan uitbreiding leidingstrook Moezelweg in de regeling om deze strook te beschermen. Het uitvoeren van werkzaamheden in deze leidingenstrook dient vooraf te worden besproken met het bevoegd gezag.
Hierdoor worden de risico's bij het uitvoeren van werkzaamheden zoveel als mogelijk voorkomen. Het is aannemelijk dat het plaatsgebonden risico en het groepsrisico van de leidingen die in de beoogde nieuwe leidingstrook gelegd worden, voldoen aan de richtlijnen zoals vastgelegd in de BEVB. De berekeningen uit het bestemmingsplan Europoort en Landtong en het MER voor het gehele havengebied die zijn gebruikt als basis voor de toelichting, zijn te algemeen van aard om een uitspraak te kunnen doen over het plaatsgebonden risico en het groepsrisico van de beoogde nieuwe locatie van de leidingstrook. Om een steekhoudende toetsing op de Externe Veiligheid te kunnen doen, dient voor iedere
blad 36 van 164
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg
āľltŕäíļrūlJ-p
Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100
leiding die in de beoogde nieuwe leidingstrook te komt te liggen, met een QRA en de bijbehorende berekeningen (Carola of Safeti) aangetoond te worden wat het daadwerkelijke plaatsgebonden-, en groepsrisico is. Deze QRA met bijbehorende berekeningen dient vooraf aan de toezichthouder ter goedkeuring aangeboden te worden. Voor de QRA zijn de aanwezige windturbines niet relevant. Zoals in de toetsing is aangegeven ligt het plangebied van de uitbreiding van de leidingstrook langs de Moezelweg buiten de 94 meter, de High Impact Zone van de windturbines. De leidingstrook ligt wel in het invloedsgebied, maar de impact op de leidingstrook is afdoende afgewend door de afstand en de (verplichte) 1 meter dekking op de leidingen (daar is de High Impact Zone op gebaseerd).
5.6
Geluid
5.6.1
Wettelijk kader De Wet geluidhinder (Wgh) heeft tot doel de mensen te beschermen tegen geluidsoverlast. Op basis van deze wet dient bij het opstellen van ruimtelijke plannen aandacht te worden besteed aan het aspect geluid. De ondergrondse aan te leggen kabels en leidingen zijn geen geluidgevoelige bestemming in de zin van de Wet geluidhinder (Wgh). Een akoestisch onderzoek is daarom niet noodzakelijk. Voor de aanleg van de ondergrondse kabels en leidingen zullen de nodige werkzaamheden plaatsvinden. Deze werkzaamheden zijn nu nog niet voorzien en ook nog niet in te schatten. Wel zal het in te zetten materieel geluid maken en een bepaalde geluidsbelasting op de omgeving veroorzaken.
5.6.2
Conclusie De effecten vanwege de geluidshinder op de omgeving treden alleen op tijdens de aanleg van het kabeltracé. De ene activiteit duurt langer dan de andere activiteit en iedere activiteit heeft een andere geluidssterkte. Het gaat hierbij om tijdelijk geluid veroorzaakt door vrachtverkeer, graven en boren. De Wet geluidhinder bevat geen regels voor dergelijke tijdelijke situaties. De uiteindelijke ondergrondse kabels en leidingen zijn volledig geluidloos. Mogelijk zijn er wel Algemeen Plaatselijke Verordeningen (APV's) van toepassing op de aanlegfase. De werkzaamheden kunnen en zullen binnen de gestelde normen van de APV's worden uitgevoerd. Omdat de aanleg plaatsvindt binnen het havencomplex van Rotterdam zijn er geen geluidsgevoelige objecten in de directe omgeving aanwezig.
5.7
Luchtkwaliteit
5.7.1
Wettelijk kader Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm), titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen. Alleen waar sprake is van in de Wm genoemde uitoefening van bevoegdheden of toepassing van wettelijke voorschriften (artikel 5.16, lid 2) èn deze uitoefening of toepassing gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, dient een toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit plaats te vinden. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: »
blad 37 van 164
er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg
anteagrūup
Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100
* »
van een grenswaarde; een project leidt - al dan niet per saldo - niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; * een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; « een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen. In de algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3'^ van de grenswaarde voor NO2 en fijn stof (PM10). In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven.
5.7.2
Toetsing Vanuit een goed woon- en leefklimaat en onderbouwing van het bestemmingsplan is de NSL Monitoringstool geraadpleegd om een goed beeld te krijgen van de huidige concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (zowel PM10 als PM2,5) ter plaatse van de voorgenomen ontwikkeling. Met de Monitoringstool wordt de luchtkwaliteit jaarlijks in beeld gebracht langs de drukste wegen in Nederland, zowel voor het gepasseerde jaar als voor de toekomst. De Monitoringstool wordt jaarlijks geactualiseerd op basis van de generieke invoergegevens van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de verkeersgegevens voor de rijkswegen en de wegen in beheer van provincies en gemeenten. Langs de A15 zijn diverse rekenpunten aanwezig. De ligging van de rekenpunten en de maximale concentraties nabij het plangebied zijn hieronder in beeld gebracht voor de meest kritische stoffen in Nederland: NO2, PM10 en PM2,5.
Figuur 5.2: Uitsnede rekenpunten (bron: NSL monitoringstool 2020) Tabel: berekende hoogste concentraties in de omgeving van het plangebied (bron: NSL monitoringstool 2020)
blad 38 van 164
Ruimte - Antea Nederland B.V.
anteagrūup
ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100
Stof
5.7.3
Hoogste Concentraties Hoogste Concentraties plangebied 2020 plangebied 2030
Grenswaarde
no2
22,4
17,2
max. 40 pg7m3 (jaargemiddelde)
PM10
19,2
17,3
max. 31,2 pg7m3 (jaargemiddelde)
PM2,5
11,1
9,3
max. 25 pg7m3 (jaargemiddelde)
Conclusie Op basis van de resultaten uit de NSL Monitoringstool kan worden geconcludeerd dat de concentraties ruim onder de maatgevende grenswaarden voor deze stoffen liggen en naar de toekomst toe in 2030, ondanks de autonome groei van het autoverkeer, verder dalen als gevolg van het steeds schoner worden van dat verkeer. De grootste intensiteit van verkeersbewegingen vindt plaats gedurende de aanlegfase. Vervolgens vindt een enkele verkeersbeweging plaats ten behoeve van onderhoud en beheer. Naar verwachting is het aantal verkeersbewegingen in de aanlegfase dermate laag dat wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld in het Besluit niet in betekenende mate en de Regeling niet in betekenende mate. Vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan. Er worden geen ontwikkelingen toegelaten die leiden tot een substantiële toename van het verkeer. Bovenstaande overwegingen laten zien dat wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld in het Besluit niet in betekenende mate en de Regeling niet in betekenende mate. Onderzoek naar de luchtkwaliteit kan daarom achterwege blijven.
5.8
Natuur
5.8.1
Wettelijk kader Het natuurbeleid van het HbR heeft er mede toe geleid dat zich in het havengebied (openbare ruimtes en uitgeefbare terreinen (UT) aanzienlijke natuurwaarden hebben ontwikkeld, waaronder verschillende beschermde en bedreigde soorten planten en dieren. Dat toont de Havenscan van Bureau Stadsnatuur Rotterdam (BSR) aan. HbR heeft een gedragscode voor beschermde en strikt beschermde soorten ontwikkeld. Bureau Stadsnatuur rapporteert jaarlijks over de natuurwaarden in het havengebied in de 'Havenscan'. De Kleine Beer is in 2011 ontstaan door het graven van een geul door het toenmalige schiereiland Papagaaienbek. Sindsdien is de naam van de stepping stone 'Papegaaienbek' veranderd in 'Eiland De Kleine Beer'. Krabbeterrein en Eiland De Kleine Beer vallen onder de ontheffing Tijdelijke natuur die LNV in 2010 heeft verleend aan HbR en in 2012 heeft uitgebreid. Daarnaast heeft HbR in 2013 voor een aantal beschermde soorten een zogenaamde Generieke ontheffing gekregen. Het beheer van de stepping stones vindt plaats op basis van beheerplannen. Deze plannen zijn opgesteld door ecologen van Bureau Stadsnatuur en worden jaarlijks geactualiseerd. Hiermee wordt nadere invulling gegeven aan de ontheffing Tijdelijke Natuur (2012), de Generieke ontheffing (2013) en de gedragscode (2012).
Gedragscode Wet natuurbescherming Havenbedrijf Rotterdam 2020-2025 De gedragscode HbR is bedoeld om binnen het havengebied, waaronder het plangebied van dit bestemmingsplan, activiteiten te kunnen uitvoeren zonder dat verbodsbepalingen van de Wnb worden overtreden. Door te werken volgens de ecologische werkprotocollen uit deze
blad 39 van 164
Ruimte - Antea Nederland B.V.
anteagrūup
ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100
gedragscode kunnen bestendig beheer en onderhoud of bestendig gebruik in het havengebied binnen de wettelijke kaders worden uitgevoerd.
5.8.2
Bevindingen natuurtoets Het plan kan worden uitgevoerd als duidelijk is dat het plan niet in strijd is met de Wet natuurbescherming en het beleid van het Natuurnetwerk Nederland. Daarom is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van het plangebied en de effecten hierop. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In deze paragraaf is het advies gegeven dat voortkomt uit de uitgevoerde Natuurtoets die als Bijlage 2 is opgenomen bij dit bestemmingsplan. Tevens is aangegeven of volgens de Nederlandse wetgeving vervolgstappen aan de orde zijn.
5.8.3
Conclusie
5.8.3.1
Conclusie beschermde gebieden In het plangebied is geen NNN-gebied of Natura 2000-gebied aanwezig. Er komen ook geen beschermde gebieden (NNN) voor binnen de invloedsfeer van het plangebied. Er is van directe aantasting van de NNN dan ook geen sprake. (Significant) negatieve effecten zijn uitgesloten. Er is daarom geen noodzaak voor vervolgstappen of een uitgebreidere toetsing voor wat betreft het NNN. De uitvoering van de werkzaamheden gaan gepaard met stikstofemissie als gevolg van de inzet van gemotoriseerd materieel. Dit leidt mogelijk tot een toename van stikstofdepositie in nabijgelegen Natura 2000-gebieden tijdens de uitvoeringsfase. Per 1 juli 2021 treedt de wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking. Onder deze nieuwe wetgeving zijn bouwprojecten vrijgesteld van onderzoek naar stikstofdepositie. Daarom gaan we ervan uit dat ook in het kader van de plantoets Wnb geen stikstofdepositieberekeningen voor de realisatiefase hoeven te worden uitgevoerd. Er is als gevolg van het plan geen noodzaak tot het uitvoeren van onderzoek naar stikstofdepositie. Tabel 01. Overĩicht conclusies en vervolgstappen gebiedsbescherming.
Natura 2000 Aanwezig binnen de invloedssfeer?
Ja
NNN Nee
Effecten? Nee*) Nee Vereiste vervolgstappen aan de orde? Nee Nee Is het plan uitvoerbaar in het kader van Ja Ja de gebiedsbescherming? *} per 1 juli 2021 treedt nieuwe wetgeving met betrekking tot stikstof in werking, waarmee de gevolgen van stikstofdepositie uit bouwprojecten in het kader van de Wnb-vergunningverlening vrijgesteld zijn van onderzoek. Daarom gaan we ervan uit dat ook in het kader van de plantoets Wnb geen stikstofdepositieberekeningen voor de realisatiefase hoeven te worden uitgevoerd.
5.8.3.2
Conclusie beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het plangebied: * Algemene broedvogels (mogelijk nestplaatsen); » Amfibieën - rugstreeppad (mogelijk essentieel leefgebied); * Flora - glad biggenkruid (waarschijnlijk standplaatsen). In Tabel 02 is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende plan. Aangegeven is of er sprake is van een overtreding van de Wet Natuurbescherming en onder welke voorwaarden het plan uitvoerbaar is.
blad 40 van 164
Ruimte - Antea Nederland B.V.
anteagrūup
ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100 Tofiri' l?2. ŪYctīictīf canàusìa en Yerval^itapner, sooftbestheemina. 5*ūrt
Algemeen voorkomende
létoeņ)
braadvogels
RugsĽeepparl
ūlūü biegenk'uid
De bomen en lui grasland kunnen gebruikt worden doer uogeli ūm te nestelen
Plangebied biedĩ mogelijk geschikt biotoop voor landhabitat, winterverblijf plaatsen en voortpla ntingsplaatsen
Standplaatsen aanwezig
EeíuIIícI
leefgebied Iņ plangebied ?
Is er sprake van een bVEílrednigif
5.8.3.3
Nee, mits wordt gewerkt buiten het broedseizoen ůţ indíén dn n:st mogeLjk Is hei plangebied kooraljgaand aan het broed seizoen ongeschikt maken. indien bovenstaande met mogelijk is, voorafgaand lande werkzaamheden een inspectie aten tiitvoeren doer een ecoloog.
Amfibieën
Nee. Ind len gebruik 'wordt gemaakt van de werkwijze zoals beschreven In het Kerkprotocol behorend tij degebiedsonthefflng van het Havenbedntf Rottendam. Voorafgaa rd h leraan i s onderzoek wondt nodig naar het gebruik van het plangebied door deze soort om de maatregelen te kunnen bepalen
tseen ontheffing noodaakelijfe
Nee, mits werken volgens bovenstaande voorwaarden
Nee. Indien uit nader onderzoek blijkt, dat de soort aanwezig is, kan gewerkt worden onder de gebiedsontheffing van het Havenbedrijf Rotterdam onder voorwaarden m net geldend werkprotocol
Is hei plan ultvoerbaadì
Ja
ra, mrts voorafgaand aan de realisatie tijdig aanvullend onderzoek plaatsvindt.
Hen
Nee, indien gebruik wordt gemaakt van de werkwijze zoels beschreven In het kerkprotocol behorend bij degEbiedsontheffing van het Havenbedrijf Rotterdam
t r kan gebruik ge maakt worden van de gebiedsontheffing tan het Havenbedrijf met inachtneming van de regels ut het kerkprotocol glad biggenkruid.
Ja
Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen. In het tekstkader in de bijlage 1 van de Natuurtoets, zie Bijlage 2 staat het wetsartikel uitgeschreven. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. De initiatiefnemer/uitvoerder is verantwoordelijk voor een adequate naleving van de algemene zorgplicht tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Muizen, mol en konijnen zijn in het plangebied aanwezig. Om nadelige gevolgen te voorkomen wordt geadviseerd voor de uitvoering rekening te houden met deze soorten door de verblijfplaatsen waar mogelijk te behouden en altijd zo te werken, dat dieren kunnen ontsnappen en indien dit niet mogelijk is, deze te verplaatsen naar een geschikt biotoop in de directe omgeving. Voor konijnenburchten kan eerst de toplaag worden afgegraven, zodat konijnen de burcht kunnen ontsnappen als gevolg van de verstoring. Daarnaast adviseren wij na het afronden van de werkzaamheden geen inzaai met uitheemse soorten te doen, zoals nu deels gedaan is in het plangebied. Wanneer inzaai noodzakelijk is adviseren wij een gebiedseigen zaaimengsel. Deze kan de natuurlijke vegetatie snel doen
blad 41 van 164
Ruimte - Antea Nederland B.V.
anteagrūup
ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100
herstellen en voorkomt verstuiving of erosie van de bodem.
5.9
OCE (niet gesprongen conventionele explosieven) Op basis van de gegevens uit het gemeentebrede Vooronderzoek, uitgevoerd door de Gemeente Rotterdam, kan worden geconcludeerd dat de projectlocatie en een straal van 50m daarom heen in onverdacht gebied gelegen is ten aanzien van het aantreffen van conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog (zie figuur 5.3). Op ca. 350 meter afstand van het plangebied is in het westen een verdacht gebied aanwezig. Werkzaamheden aan kabels en leidingen rondom de huidige leidingenstrook en de beoogde uitbreiding daarvan worden niet belemmerd door mogelijke niet gesprongen conventionele explosieven. Het plangebied is evenmin in gebruik geweest als militair terrein. Derhalve zijn er geen belemmeringen voor het uitvoeren van werkzaamheden op deze locatie. Wellicht ten overvloede, wijst de Gemeente Rotterdam er nadrukkelijk op dat zij niet kunnen garanderen dat er geen niet gesprongen explosieven uit de WOII zullen worden aangetroffen in onverdacht gebied. Bommonkaart (Bodombolastingkaart CE) A
Verberg loQonda en zoeken
Zoek oen arifftţ of locatie H Verdacht gebied harde bllndgangermokiing Q
Vordacht gebied
0®0OOoco v'
9 ėàé **
Figuur 5.3: Uitsnede Bommenkaart (bron: gemeente Rotterdam)
5.10
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
5.10.1
Wettelijk kader De milieueffectrapportage-procedure (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie, bestemmingsplan of vergunning. De wettelijke eisen ten aanzien van m.e.r. zijn vastgelegd in de Wet Milieubeheer en in het Besluit m.e.r. In de Wet Milieubeheer en in het Besluit m.e.r. wordt een onderscheid gemaakt in activiteiten die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C-activiteiten) en activiteiten die m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D-activiteiten). Uitbreiding leidingstrook Door de uitbreiding van de leidingstroken wordt het ook mogelijk gemaakt om een buisleiding te kunnen uitbreiden voor het transport van chemicaliën en CO2. De uitbreiding van een buisleiding voor het transport van chemicaliën staat vermeld in de bijlage van het
blad 42 van 164
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg
anteagrūup
Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100
Besluit m.e.r. onder D8.1. Omdat de uitbreiding niet plaatsvindt in een gevoelig gebied als bedoeld onder a, b of d van punt 1 van onder A van de bijlage van het Besluit m.e.r. en ook minder lang is dan 1 kilometer is een vormvrije m.e.r-beoordeling nodig. Deze paragraaf voorziet daarin.
5.10.2
Toetsing In het Besluit m.e.r. is reeds aangegeven dat er bepaalde inhoudelijke vereisten bestaan voor het toetsen of sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze inhoudelijke vereisten staan benoemd in bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r. In deze richtlijn staan drie aspecten waaraan de voorgenomen activiteiten ineen vormvrije m.e.r.beoordeling aan getoetst worden: 1. 2. 3.
Kenmerken van het project; Plaats van het project; Kenmerken van het potentiële effect.
Ad.1. Kenmerken van het project Het project betreft de ruimtereservering voor ondergrondse kabels- en leidingen aansluitend op de bestaande leidingstrook langs de Moezelweg. Hiervoor wordt de dubbelbestemming 'Leiding - Leidingstrook' vergroot. In voorliggend bestemmingsplan wordt de uitbreiding van deze leidingstrook onderbouwd op basis van bekende informatie/gegevens uit het verleden en nieuw uitgevoerde onderzoeken (zie hiervoor de beschrijving in hoofdstuk 4 van deze toelichting). Het project heeft geen bijzondere kenmerken ten aanzien van: » * * »
het gebruik van natuurlijke hulpbronnen; de productie van afvalstoffen; verontreiniging en hinder; risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën.
Ad.2. Plaats van het project Het plangebied is gelegen in het havengebied Europoort van de gemeente Rotterdam. Het plangebied maakt onderdeel uit van het haven industrieel complex en wordt omringd door (rijks)wegen, spoorlijn en bedrijfskavels voor diverse aan de haven verbonden bedrijvigheid. De mogelijke ontwikkeling in het havengebied is in het bestemmingsplan Europoort en Landtong beschreven. Voor het gehele havengebied is ook één milieueffectrapport opgesteld. Voor gebieden die niet direct grenzen aan het plangebied worden geen effecten verwacht. Ad.3. Kenmerken van het potentiële effect Natuur Uit de natuurtoets (paragraaf 5.8) volgt dat indien binnen de generieke ontheffing van het Havenbedrijf Rotterdam N.V. wordt gewerkt er geen negatieve effecten op dier- en plantsoorten zijn te verwachten. Er zijn geen effecten op Natura 2000- en NNN-gebieden die het plan in de weg staan. Verkeer, lucht en geluid De verbreding van de leidingstrook zorgt niet voor effecten op het gebied van verkeerm lucht en geluid nu de kabels en leidingen onder maaiveld liggen. Externe veiligheid en milieuhinder In de omgeving van het plangebied bevinden zich geen Bevi-bedrijven. De verder weg gelegen blad 43 van 164
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg
āľltŕäíļrūlJ-p
Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100
risicobronnen zijn niet relevant in het kader van het onderhavige plangebied en kunnen verder buiten beschouwing worden gelaten. Vanuit het aspect externe veiligheid zijn er geen belemmeringen voor de ontwikkeling van het plangebied. Bij de daadwerkelijke aanleg van nieuwe kabels en leidingen vindt nader afstemming plaats met de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. Bodem en water De resultaten van het historisch onderzoek geven aamdachtspunten mee voor de werkzaamheden bij de aanleg van de nieuwe kabels en leidingen in de leidingstrook. Op dit moment zijn geen aanlegactiviteiten voorzien. Vanuit het aspect water zijn er geen belemmeringen voor de uitbreiding van de leidingstrook. Cultuurhistorie en archeologie In het plangebied zijn geen aardkundige monumenten en waarden, archeologische monumenten en waarden aanwezig.
5.10.3
Conclusie Gelet op de toets aan het Besluit m.e.r. en de bijbehorende C- en D-lijst van het Besluit m.e.r. is het uitvoeren van vormvrije m.e.r-beoordeling noodzakelijk. Op basis van beschikbare gegevens blijkt dat de voorgenomen activiteiten van het bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg niet leiden tot mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. De effecten zijn niet van een dusdanige omvang dat het criterium belangrijke nadelige milieugevolgen van toepassing is. Het is dus niet noodzakelijk om een planMER uit te voeren. Voor het bestemmingsplan zal door het college van burgemeester en wethouders een besluit worden genomen dat er geen m.e.r.-procedure hoeft te worden doorlopen. Voor dit besluit is een spearatie aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld die als Bijlage 3 is opgenomen bij dit bestemmingsplan.
5.11
Water
5.11.1
Huidige situatie Het plangebied is in de huidige situatie grotendeels ingericht als berm van weg en spoorlijn en onverhard. De Moezelweg is geasfalteerd en ruimte onder deze weg voor kabels en leidingen wijzigt de waterhuishouding niet. Het aanleggen van nieuwe kabels en leidingen in de uit te breiden leidingenstrook zorgt voor grondroerende werkzaamheden. Na aanleg zal het maaiveld weer in de huidige staat worden teruggebracht. Het bestemmingsplan Europoort en Landtong kent geen waterhuishoudkundige voorzieningen in dit plangebied die leiden tot nader onderzoek naar effecten op de waterhuishouding. Binnen de Legger van Rijkswaterstaat geldt voor de Rotterdamse haven inclusief voorliggend bestemmingsplan een vrijstelling vergunningplicht gebruik waterstaatswerken.
5.11.2
Conclusie Voor de uitbreiding van de leidingstrook rond de Moezelweg zijn er vanuit het aspect water geen belemmeringen.
blad 44 van 164
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg
anteagrūup
Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100
5.12
Stikstofdepositie In het MER en de passende beoordeling zijn de mogelijke effecten van de ruimtelijke ontwikkelingen in de drie deelgebieden (Botlek-Vondelingenplaat, Europoort en Maasvlakte 1) gecumuleerd onderzocht. Dit vormt tevens een bovengrensbenadering ten opzichte van de effecten per individueel plangebied. Aan de hand van een berekende toe- of afname van de stikstofemissie vanuit de drie plangebieden samen is beschreven welke consequenties dit heeft voor het ruimtelijke depositiebeeld in Nederland. Huidige situatie In heel Nederland is in de huidige situatie sprake van een bijdrage van minimaal 3 mol/ha/jaar. De hoogste bijdrage, boven 150 mol/ha/jaar, vindt plaats op de hoofdwegen rond Rotterdam en in de drie plangebieden zelf. Onder invloed van de overheersende zuidwestelijke windrichting is de bijdrage aan de depositie buiten Rotterdam met name landinwaarts waarneembaar. Een groot deel van de provincie Zuid-Holland kent een depositie van minimaal 30 mol/ha/jaar vanuit de drie plangebieden. De invloed van de drie plangebieden is verder duidelijk aanwezig op de belangrijkste binnenlandse vaarroutes: de Waal en de Schelde-Rijnverbinding. Op deze wateren dragen de drie plangebieden tenminste 30 mol/ha/jaar bij aan de stikstofdepositie.
In (delen van) Zeeland, Noord-Brabant, Gelderland, Utrecht en Noord-Holland bedraagt de huidige bijdrage vanuit de drie plangebieden 10 tot 30 mol N/ha/jaar. In Noord- en Oost-Nederland (Wadden, Friesland, Groningen, Drenthe, Twente, Achterhoek), Limburg en het zuiden van Zeeland ligt de bijdrage beneden de 10 mol/ha/jaar. Autonome Ontwi kkel i ngen De bijdrage van de drie plangebieden aan de totale stikstofdepositie in Nederland wordt in de Autonome Ontwikkelingen over het algemeen groter ten opzichte van de Huidige Situatie. In de AO ET bedraagt deze bijdrage in een deel van Zuid-Holland tenminste 50 mol/ha/jaar. De 30 mol/ha/jaar contour reikt tot aan de provincies Noord-Holland, Utrecht, Noord-Brabant en Zeeland. In het noorden, oosten en zuidoosten van het land is de bijdrage lager dan 10 mol/ha/jaar. Ten opzichte van de Huidige Situatie vallen in de AO ET delen van Overijssel, Friesland en Drenthe in de klasse 10 tot 30 mol bijdrage per ha/jaar, waar in de Huidige situatie een bijdrage van 3 tot 10 mol/ha/jaar optreedt. In de AO GE ondervindt een groot deel van Zuid-Holland een bijdrage van 50 mol/ha/jaar of meer. Bijdragen tot 30 mol/ha/jaar reiken tot enkele tientallen kilometers in provincies Noord-Holland en Utrecht. Een groter deel van de provincies Friesland, Overijssel en Gelderland ondervinden nu een bijdrage van 10-30 mol/ha/jaar vanuit de drie plangebieden.
Effecten van het plan (van de ruimtelijke ontwikkelingen in de drie plangebieden samen) De ruimtelijke invulling conform de drie bestemmingsplannen geeft ten opzichte van de AO ET een hogere bijdrage aan de totale stikstofdepositie in de kustzone van Zuid-Holland. Met name in de drie plangebieden is deze bijdrage meer dan 10 mol/ha/jaar hoger dan bij de AO ET. Meer landinwaarts neemt de bijdrage af. In delen van de provincies Zuid-Holland, Zeeland, Noord-Brabant, Utrecht, Flevoland en Noord-Holland gaat het om een verhoging tussen 1 en 10 mol/ha/jaar. In de overige delen van Nederland wordt een zeer geringe verhoging van de bijdrage (tussen 0 en 1 mol stikstof per ha/jaar) verwacht ten opzichte van de AO ET. Ten opzichte van de AO GE zal de ruimtelijke invulling conform de drie bestemmingsplannen in een groot deel van Nederland een lagere bijdrage geven aan de totale stikstofdepositie in Nederland. Alleen in de drie plangebieden (en dan specifiek Maasvlakte 1) en een deel van de Kustzone van Zuid-Holland (ter hoogte van het Natura 2000-gebied Voordelta) is de
blad 45 van 164
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg
āľltŕäíļrūlJ-p
Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100
bijdrage van de drie plannen hoger dan AO GE. Het gaat hierbij grotendeels om een verhoging tussen de 0 en 1 mol. Lokaal kan deze stikstofverhoging echter ook oplopen van 1 tot 10 mol/ha/jaar of 10 tot 25 mol/ha/jaar. In de rest van Zuid-Holland, Utrecht, Flevoland en grote delen van Noord-Holland, Gelderland en Noord-Brabant neemt de bijdrage van de drie plannen met 1 tot 10 mol/ha/jaar af ten opzichte van de AO GE. Daarbuiten is het verschil minder dan 1 mol/ha/jaar. Conclusie Uit de passende beoordeling die ten behoeve van de bestemmingsplannen is uitgevoerd blijkt dat alleen in het Natura 2000 gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck een maatregel dient te worden getroffen om de aan de planbesluiten toe te rekenen extra stikstofdepositie op het habitattype H7140B 'overgangs- en trilvenen veenmosrietland' te mitigeren. Deze maatregel betreft het staken branden Z jaarlijks afvoeren van sluik (een restproduct van de rietoogst) over een (extra) oppervlak van tenminste 4 hectare in het betrokken habitattype. Daarover zijn met de provincie afspraken gemaakt. De uitvoering van deze maatregel is geborgd in de planregels van het bestemmingsplan Europoort en Landtong.
Uit de passende beoordeling blijkt voorts dat in de overige voor stikstofdeposities gevoelige habitats in dit en andere Natura 2000-gebieden geen significante effecten kunnen optreden als gevolg van de bijdragen aan de stikstofdeposities. De uitbreiding van de leidingenstrook langs de Moezelweg zorgt er in de gebruiksfase voor dat de uitstoot van stikstofdepositie afneemt nu meer stoffen via ondergrondse verbindingen kunnen worden getransporteerd. Gedurende de aanleg van kabels en leidingen kan het materieel dat wordt ingezet stikstof uitstoten. Op dit moment is er sprake van een ruimtelijke reservering om de leidingenstrook in de toekomst te kunnen gebruiken voor nieuwe kabels en leidingen als aanvulling op de bestaande leidingenstrook. Welke kabels en leidingen worden aangelegd en met welk materieel dat gaat gebeuren is nu nog niet duidelijk. Wel zijn alle effecten van stikstof in de Rotterdamse haven onderzocht in het bestemmingsplan Europoort en Landtong en opgenomen in de regels van het bestemmingsplan. Die regels blijven ook voor de uitbreiding van de leidingenstrook zoals vastgelegd in dit bestemmingsplan van toepassing. Wet stikstofreductie en natuurverbetering Op 9 maart 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering door de 1e kamer aangenomen.
Met dit wetsvoorstel wordt voorzien in de wettelijke verankering van de door het kabinet aangekondigde structurele aanpak van de stikstofproblematiek. Het voorstel voorziet onder meer in: »
« » *
*
een resultaatsverplichting tot reductie van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden door het bij wet vaststellen van drie omgevingswaarden (voor 2025, 2030 en 2035) een verplichting voor de Minister van LNV om een programma stikstofreductie en natuurverbetering vast te stellen een verplichting voor gedeputeerde staten om provinciale gebiedsplannen op te stellen ter uitwerking van de landelijk vereiste depositiereductie een verplichting voor de Minister van LNV om een aanvullend programma vast te stellen voor het legaliseren van voorheen vergunningvrije projecten met geringe depositie monitoring en bijsturing een partiële vrijstelling van de natuurvergunningplicht voor de bouwsector.
Deze wet, die op 1 juli 2021 van kracht is geworden, voorziet in een vrijstelling voor activiteiten van de bouwsector, zoals slopen en bouwen. De bij deze activiteiten vrijkomende emissies die zorgen voor stikstofdepositie mogen dan bij de beoordeling buiten beschouwing worden gelaten.
blad 46 van 164
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg
anteagrūup
Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100
Hoofdstuk 6
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Communicatie Ter voorbereiding van de uitbreiding van de leidingenstrook aan de Moezelweg heeft het Havenbedrijf Rotterdam met de gemeente Rotterdam samengewerkt om het bestemmingsplan vorm te geven. In projectgroep overleg is het plan besproken en zijn ook afspraken gemaakt ten aanzien van de communicatie over het project. Vooroverlegprocedure ex art. 3.1.1 Bro Het bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg doorloopt de wettelijke procedure. Het concept ontwerpbestemmingsplan is in het kader van het wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) toegestuurd aan de verschillende (semi)overheden en belangenorganisaties. Op 29 juni 2021 heeft de afdeling Risicobeheersing van de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond (hierna VRR) het concept ontwerpbestemmingsplan ontvangen. De afdeling Risicobeheersing van de VRR brengt in het kader van fysieke veiligheid advies uit over de mogelijkheden voor effectieve hulpverlening, de zelf- en samenredzaamheid van de aanwezigen en de continuïteit van de samenleving. Opmerking Veiligheidsregio De VRR kan zich vinden in de voorgestelde toelichting uit de ruimtelijke onderbouwing en wordt graag betrokken bij de definitieve invulling van de leidingstraat.
Het type stof en de uitvoering van de leiding bepalen het effectgebied en de maatregelen die noodzakelijk zijn om de risico's acceptabel te houden. Bij nadere invulling kan daar een uitspraak over gedaan worden. Tevens kunnen incidenten met een leiding in de leidingstraat zorgen voor domino-effecten. Het advies is om dat te laten onderzoek door de DCMR. De afstand tussen de bedrijven en de leidingstraat wordt bij de realisatie van de uitbreiding kleiner, waardoor de bedrijven in een zwaarder effectgebied komen te liggen. De VRR adviseert om bronmaatregelen te nemen. Deze maatregelen moeten de kans op een incident verlagen, door zorg te dragen voor bescherming tegen externe invloeden. Hierbij is het wegverkeer over de Moezelweg een belangrijk aandachtspunt. Beantwoording De reactie van de VRR is voor kennisgeving aangenomen. In overleg met de VRR is afgestemd dat bij de verdere invulling van de leidingstraat vanwege de afstand tot de bebouwing extra maatregelen mogelijk gewenst zijn. Dat neemt niet weg dat een uitbreiding van de leidingstraat niet mogelijk is. Om die reden is het advies gericht op het daadwerkelijk aanleggen van de buisleidingen. Omdat nog niet duidelijk wat er precies door de buisleidingen heen gaat, zal er pas naar de effecten gekeken kunnen worden als de verdere specificaties duidelijk zijn.
Als er invulling wordt gegeven aan de leidingstraat denkt de VRR graag weer met het Havenbedrijf Rotterdam N.V. en de gemeente Rotterdam mee. Conclusie De reactie leidt niet tot aanpassingen in het bestemmingsplan. Zienswijzenprocedure Het ontwerpbestemmingsplan wordt in het kader van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) gedurende zes weken ter inzage gelegd vanaf xx-xx-2021 tot xx-xx-2021. Gedurende deze termijn kan een ieder zijn of haar zienswijzen kenbaar maken tegen het
blad 47 van 164
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg
anteagrūup
Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100
ontwerpbestemmingsplan. De ontvangen zienswijzen zijn beantwoord in de nota die als bijlage X is opgenomen bij dit bestemmingsplan. In de nota zijn ook de aanpassingen beschreven die in het vastgestelde bestemmingsplan zijn verwerkt. Vaststelling Op xx-xx-2022 heeft de gemeenteraad van de gemeente Rotterdam het bestemmingsplan vastgesteld.
Bijlagen bij de toelichting
blad 48 van 164
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100
Regels
blad 150 van 164
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ąnteagroup
ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100
blad 151 van 164
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ąnteagroup
ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100
blad 152 van 164
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ąnteagroup
ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg
anteagrūup
Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
Artikel 1
Begrippen
1.1
Aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur waarmee gronden zijn aangeduid waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
1.2
Bebouwing Een of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
1.3
Bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en daarbij behorende bijlagen.
1.4
Bouwen Het plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.
1.5
Bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.
1.6
Buisleiding Leiding bestemd of gebruikt voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, met de daarbij behorende voorzieningen.
1.7
Kwetsbare objecten a. b.
c.
d.
blad 153 van 164
woningen, woonschepen en woonwagens, niet zijnde woningen, woonschepen of woonwagens als bedoeld in artikel 1.7 onder a; gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, zoals: 1. ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen; 2. scholen, of: 3. gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor de dagopvang van minderjarigen; gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, waartoe in ieder geval behoren: 1. kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1500 m2 per object, of 2. complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk bruto vloeroppervlak meer dan 1000 m2 bedraagt en winkels met een totaal bruto vloeroppervlak van meer dan 2000 m2 per winkel, voor zover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd, en: kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen.
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg
anteagrūup
Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100
1.8
NAP Normaal Amsterdams Peil, zijnde de referentiehoogte waaraan hoogtemetingen in Nederland worden gerelateerd.
1.9
Nutsvoorzieningen Voorzieningen van openbaar nut zoals nautische voorzieningen (o.a. radarposten en walstroomvoorzieningen), transformatorhuisjes, communicatiemiddelen (o.a. telecommunicatiemasten), gasreduceerstations, gebouwen ten behoeve van persleidingen, voorzieningen ten behoeve de levering van drink- en/of industriewater, multidisciplinaire faciliteiten voor de (overheids)hulpdiensten en voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling- en opslag.
1.10
Overkluizing Een civiel onder peil gelegen kunstwerk waarmee een bestaande ondergrondse kabel of leiding wordt overwelfd. De overkluizing is meestal dwars op de loop van een bestaande kabel of leiding maar kan ook evenwijdig boven of onder een bestaande kabel of leiding worden aangelegd.
1.11
Peil (straat-) a.
voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van de kruin van de weg; b. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van het aansluitend afgewerkte terrein. Indien een bouwwerk aan meer dan één weg wordt gebouwd, is het peil van de hoogstgelegen weg maatgevend.
1.12
Plaatsgebonden risico Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof is betrokken.