CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[22bb002938] Bijlage behorende bij 22bb2937 over Ontwerpbestemmingsplan ‘Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg

Gemeenteraad 2 juni 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: Het voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan ‘Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg’19.341 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

t

^

anteagroup

Bestemmingsplan

Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg

IJmJūr-^C.ìnrl r.g ïrdűv. Iniiimvi.nļ tomorrow.

Bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg

Projectnummer 0467979.100 Revisie Datum 29-09-2021

Auteur(s)

Opdrachtgever

datum vrijgave beschrijving revisie ontwerp

goedkeuring ing. R.H. van Trigt

vrijgave drs. A. Hatzman

antea'qroup

Copyright ©

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

antea'qroup

ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg

anteagrūup

Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100

Inhoudsopgave

blad 3 van 164

Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3

Inleiding Aanleiding Doel herziening Samenhang tussen de havenbestemmingsplannen

5 5 6 7

Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3

Beleid Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

9 9 13 15

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4

Beschrijving van het plangebied Ontstaansgeschiedenis Archeologie en cultuurhistorie Stadsgezicht en monumenten Huidige gebruik

21 21 22 25 25

Hoofdstuk 4 4.1 4.2

Planbeschrijving Inleiding Juridische planbeschrijving

29 29 29

Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12

Milieu Effecten: algemene introductie Archeologie Bodem Duurzaamheid Externe veiligheid Geluid Luchtkwaliteit Natuur OCE (niet gesprongen conventionele explosieven) Vormvrije m.e.r.-beoordeling Water Stikstofdepositie

31 31 31 32 33 33 37 37 39 42 42 44 45

Hoofdstuk 6

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

47

Bijlagen bij de toelichting

48

Bijlage 1

Verkennend bodemonderzoek

49

Bijlage 2

Natuurtoets

77

Bijlage 3

Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

127

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

153 153 155

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

157

Artikel 3 Artikel 4

Verkeer Leiding - Leidingstrook

157 158

Hoofdstuk 3

Algemene regels

161

Artikel 5

Anti-dubbeltelregel

161 Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg

anteagroup

Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100

Artikel 6

Overige regels

162

Hoofdstuk 4 Artikel 7 Artikel 8

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

163 163 164

Toelichting

blad 4 van 164

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg

anteagrūup

Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding Aanleiding Op 23 april 2015 heeft de gemeenteraad van de gemeente Rotterdam het bestemmingsplan Europoort en Landtong vastgesteld. Onderdeel van dit bestemmingsplan is de bestaande leidingstrook door het havengebied.

■ni

^ A

įVO

Figuur 1.1.

Plangebied van het bestemmingsplan Europoort en Landtong geprojecteerd op de luchtfoto met in rood kader de bestaande leidingenstrook door het havengebied (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

In de bestaande leidingstrook net ten zuiden van de Moezelweg is nog maar beperkt ruimte beschikbaar. Het is daarom noodzakelijk om de planologische ruimte voor nieuwe leidingstroken te borgen in een bestemmingsplan. Het zoekgebied waar meer ruimte voor de leidingstrook moet worden gevonden is in onderstaande afbeelding weergegeven.

blad 5 van 164

Ruimte - Antea Nederland B.V.

antea'grūup

ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100 . *

Figuur 1.2.

1.2

f

Uitsnede verbeelding bestemmingsplan Europoort en Landtong met in gearceerd lichtgevend gebied de huidige leidingenstrook (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Doel herziening Voor de uitbreiding van de leidingstrook rondom de Moezelweg wordt in voorliggend bestemmingsplan de dubbelbestemming 'Leiding - Leidingstrook' uitgebreid. Alle andere regels uit het bestemmingsplan Europoort en Landtong blijven onverkort van kracht. De uitbreiding van de leidingstrook is onderverdeeld in drie gebieden die aan de leidingstrook worden toegevoegd, zie figuur 1.3. De beoogde gronden voor uitbreiding van de leidingenstrook zijn eigendom van het Havenbedrijf Rotterdam.

T racé A Tracé B Tracé C

Figuur 1.3.

Beoogde tracés uitbreiding leidingstrook tussen de Moezelweg en Elbeweg (bron: Havenbedrijf Rotterdam)

De reserveringen zijn als volgt onder te verdelen. »

Tracé A - Moezelweg

Dit betreft kabels en leidingenstrook onder de Moezelweg tussen het kruispunt Moezelweg/Elbeweg en het Stedin transformatorstation. Tracé A kan worden benut voor blad 6 van 164

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg

anteagrūup

Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100

realisatie van een langlopend groot project (warmterotonde, CO2-leiding), grote (BEVB-)leidingen of een combinatie van beide. Er is ruimte voor circa 7,0m à 8,0m uitbreidingen het tracé biedt de mogelijkheid tot meerlaags leggen. * Tracé B - Talud spoorweg Aan de zuidzijde van de huidige leidingenstrook bevindt zich het talud van de spoordijk, met daarop een raccordementsspoor. Aanpassing van ca. 465m talud middels een verticale grondkering (damwand) biedt uitbreidingsmogelijkheden. Tracé B kan worden benut voor realisatie van een langlopend groot project (warmterotonde, CO2-leiding), grote (BEVB-)leidingen of een combinatie van beide. Afhankelijk van de plaats van de damwand is 6,0m tot 9,0m uitbreidingsruimte. «

Tracé C - Gebied tussen spoor en rijksweg A15

Het gebied tussen het (hoofd)spoor en de rijksweg A15 kan als leidingenstrook ingericht worden, maar de kabels en leidingen moeten met krappe bochten aansluiten op het huidige leidingtracé. Dit maakt het minder geschikt voor grote (BEVB-) leidingen. Er is in tracé C ruimte voor circa 8,5m leidingenstrook, waarvan 3,0 m alleen voor kabels, 3,0m voor leidingen onder ProRail voorwaarden en 2,5m zonder voorwaarden. Toetsing De beoogde dubbelbestemming 'Leiding - Leidingstrook' is voor de bovenstaande tracés nog niet opgenomen in het bestemmingsplan Europoort en Landtong. Beoogde herziening Met deze beoogde herziening van het bestemmingsplan wordt de dubbelbestemming 'Leiding - Leidingstrook' toegevoegd aan de hiervoor beschreven gebieden om de toekomstige aanleg van kabels en leidingen in deze strook mogelijk te maken. De overige bestemmingen en dubbelbestemmingen uit het bestemmingsplan Europoort en Landtong blijven van toepassing.

1.3

Samenhang tussen de havenbestemmingsplannen Voor drie deelgebieden in het Rotterdamse haven- en industriecomplex (HIC) zijn nieuwe bestemmingsplannen vastgesteld in 2015: Botlek-Vondelingenplaat, Europoort en Maasvlakte 1. Zie onderstaand figuur voor de ligging en begrenzing van het gezamenlijke plangebied met de drie deelgebieden (figuur 1.4). De drie deelgebieden Botlek-Vondelingenplaat, Europoort en Maasvlakte 1 zijn geografisch en in logistiek en functioneel opzicht met elkaar verbonden. Omdat de drie bestemmingsplannen tegelijkertijd worden gemaakt is de keuze gemaakt om één Milieueffectrapport (MER) te maken waarin de onderlinge samenhang en milieueffecten van deze gebieden is meegenomen. Elk deelgebied heeft echter een eigen karakter. Daarom is voor elk deelgebied apart een bestemmingsplan opgesteld. Waar nodig wordt in deze herziening gebruik gemaakt van de informatie uit het bestemmingsplan Europoort en Landtong en de beschikbare informatie uit eerdere onderzoeken, milieueffectrapportage, bestaande informatie en monitoring van het havengebied op onder meer de onderdelen bodeminformatie en ecologie.

blad 7 van 164

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100

Figuur 1.4.

blad 8 van 164

Ligging en begrenzing van de drie plangebieden van de havenbestemmingsplannen

Ruimte - Antea Nederland B.V.

anteagrūup

ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg

anteagrūup

Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100

Hoofdstuk 2

2.1

Beleid

Rijksbeleid In dit hoofdstuk worden de belangrijkste beleidsstukken aangehaald, die betrekking hebben op het Rotterdamse havengebied. Daarvan worden de belangrijkste onderwerpen voor het onderhavige plangebied weergegeven.

2.1.1 Economische visie op de lange termijn ontwikkeling van de Mainport Rotterdam (2009) In de Economische visie op de lange termijn ontwikkeling van de Mainport Rotterdam geeft het kabinet haar visie weer op de ontwikkeling van de Rotterdamse zeehaven. De visie is dat Mainport Rotterdam duurzaam bijdraagt aan de verbetering van het vestigingsklimaat in Nederlandse en de internationale concurrentiepositie van in Nederland gevestigde bedrijven. De visie schetst hoe toekomstige kansen verzilverd kunnen worden en bedreigingen af te wenden zijn. De kern van de visie is een toekomst waarin 'Rotterdam' nauwer samenwerkt met andere zeehavens (Amsterdam, Zeeland, Groningen en Moerdijk), binnenhavens, logistieke knooppunten en industriecentra op en langs de achterlandverbindingen. Intensievere samenwerking in een Mainport Netwerk Nederland leidt tot meer specialisatie van zeehavens en andere knooppunten en tot meer complementariteit in de haven en logistieke sector. Daarnaast zijn verlaging van de milieudruk en een efficiënter gebruik van ruimte en infrastructuur wenselijk. De agenda zet in op kwaliteit als bron van internationaal onderscheidend vermogen. Kwaliteit heeft drie dimensies met bijbehorende agenda's: een economische agenda, een duurzaamheidagenda en een netwerkagenda.

De economische agenda richt zich op het versterken van het vestigingsklimaat in de Mainport Rotterdam met aandacht voor verbeteringen in het innovatief vermogen, de arbeidsmarkt, bereikbaarheid en infrastructuur, en ruimte voor bedrijven. Daarbij ligt de nadruk op de speerpunten transport & logistiek en energie & chemie. Voor het energie- en chemiecluster liggen er uitdagingen om de ketenefficiency te verhogen (procesintensivering, 'co-siting', wederzijds gebruik van restwarmte en -koude en afvalstoffen) en over te schakelen op nieuwe grondstoffen en energiebronnen (biobrandstoffen). De transport- en logistieke sector zal moeten blijven innoveren en veranderen en zo het organiserend vermogen versterken. De duurzaamheidagenda richt zich op de verbetering van de milieuefficiency, minder uitstoot van CO2 en meer voorzieningszekerheid van energie in Nederland. Het toekomstige Mainport Netwerk Nederland moet in 2040 het grootste 'biobased' energie- en chemiecluster van Europa herbergen. Relatie met het bestemmingsplan De uitbreiding van de leidingstrook rond de Moezelweg past binnen de visie van de Mainport Rotterdam. Door ruimte te blijven bieden aan leidingen in de leidingstrook kan worden overgeschakeld op duurzamere brandstoffen en verminderd de uitstoot van schadelijke stoffen.

2.1.2

Nationale Omgevingsvisie (2020) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is een nationale visie die zelfbindend is voor het Rijk, terwijl de uitdagingen in de fysieke leefomgeving vragen om een breed gedragen inzet van alle overheden. Daarom maakt het Rijk samenwerkingsafspraken met VNG, IPO en Unie van Waterschappen over de manier waarop overheden in de regio samenwerken en samen als één overheid werken aan de urgente opgaven en benodigde transities in de leefomgeving.

blad 9 van 164

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg

āľltŕäíļrūlJ-p

Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100

De NOVI beschrijft de bestaande toestand en de gewenste ontwikkeling van de fysieke leefomgeving, geeft aan hoe nationale belangen worden gewaarborgd en geeft richting aan prioritaire opgaven. Tevens bevat de NOVI de hoofdlijnen over hoe deze worden uitgevoerd. De uitkomsten van de voor het NOVI opgestelde PlanMER geven inzicht in de onzekerheden, de kansen en risico's van de verschillende opgaven en zijn een '0-meting' die van belang is voor de periodieke monitoring van het concretiseren en realiseren van de opgaven. De NOVI is onderdeel van een permanent cyclisch proces. De NOVI kan indien nodig jaarlijks worden geactualiseerd. Niet elk jaar even grootschalig, maar er wordt wel steeds verkend of er nieuwe opgaven zijn die een geïntegreerde aanpak vragen. Op basis van de monitoring (tweejaarlijks) of de evaluatie (vierjaarlijks) zijn meer fundamentele wijzigingen mogelijk. De Uitvoeringsagenda, Samenwerkingsafspraken en Omgevingsagenda's zorgen voor de samenhang, instrumentering en programmering van de uitvoering van het beleid van de NOVI en provinciale en gemeentelijke omgevingsvisies. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, gelden de regels op basis van de Wro, waaronder het Besluit en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro en Rarro).

Bezien zal worden op welke punten het wenselijk is de instructieregels aan te passen of aan te vullen, voortvloeiend uit de NOVI. Relatie met het bestemmingsplan Het toekomstperspectief uit de NOVI schetst Nederland in 2050 als een dichtbevolkte en hoogontwikkelde delta en een brandpunt in de Europese ruimtelijk-economische structuur, mede door de uitstekende verbindingen, fysiek en virtueel, boven- en ondergronds, door de lucht, over land en water, met grote stedelijke regio's en economische kerngebieden als de Vlaamse Ruit en het Ruhrgebied en met regio's in andere delen van de wereld. Nederlandse steden en stedelijke regio's profiteren hier in hoge mate van. Samen met ons uitstekende vestigingsklimaat en een hoge kwaliteit van leven bepaalt dit in belangrijke mate onze welvaart en ons welzijn. In de NOVI wordt met betrekking tot het klimaat en duurzaamheid deze doelstelling aangegeven: "We maken een robuust, betrouwbaar en veilig hoofdnetwerk van buisleidingen mogelijk om de transitie naar een circulaire economie en CO2-arme energievoorziening te realiseren. Daarbij passen nieuwe, duurzame infrastructuren, productie-eenheden en opslaglocaties, zoals laadstations en -pleinen, stations en opwekkingseenheden voor waterstof (bijvoorbeeld bij aanlandpunten van elektriciteit van zee), netwerken voor restwarmte en ondergrondse CO2-opslag.

Ook toepassing van duurzame warmte via geothermie of aquathermie is in 2050 mainstream geworden." De uitbreiding van de leidingstrook rond de Moezelweg past binnen de NOVI.

blad 10 van 164

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg

anteagrūup

Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100

2.1.3

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, zoals vastgesteld op 13 maart 2012, geeft de Rijksoverheid haar visie op de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven voor Nederland richting 2040 en op de manier waarop zij hiermee om zal gaan. Daarmee biedt het een kader voor beslissingen die de Rijksoverheid in de periode tot 2028 wil nemen, om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden. In de structuurvisie maakt het Rijk helder welke nationale belangen zij heeft in het ruimtelijk en mobiliteitsdomein en welke instrumenten voor deze belangen door de Rijksoverheid worden ingezet. Overheden, burgers en bedrijven krijgen de ruimte om oplossingen te creëren. Het Rijk gaat zo min mogelijk op de stoel van provincies en gemeenten zitten en richt zich op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de nationale belangen. De Rijksoverheid brengt het aantal procedures en regels stevig terug en brengt eenheid in het stelsel van regels voor infrastructuur, water, wonen, milieu, natuur en monumenten. Het Rijk wil de beperkte beschikbare middelen niet versnipperen. Het investeert dáár waar de nationale economie er het meest bij gebaat is, in de stedelijke regio's rond de main-, brain- en greenports inclusief de achterlandverbindingen.

De structuurvisie vervangt onder meer de Nota Ruimte, de Nota Mobiliteit, de Structuurvisie Randstad 2040 en de Mobiliteitsaanpak. Verschillende nationale ruimtelijke belangen zijn of worden opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, ook wel AMvB Ruimte), zie paragraaf 2.1.3. Het Rijk zet in op versterking van de Mainport Rotterdam en de verbetering van kwaliteit van de leefomgeving in Rijnmond. Een samenvatting van nationale belangen is weergegeven in de nationale ruimtelijke hoofdstructuur, waar de MIRT-regio Zuidvleugel/Zuid-Holland onderdeel is. Hierbinnen zijn de volgende opgaven van nationaal belang benoemd: *

» * » «

Het verbeteren van het vestigingsklimaat van de regio, waaronder die van de mainport, door het optimaal benutten, waar mogelijk verbeteren van de bereikbaarheid en het opstellen van de structuurvisie Nieuwe Westelijke Oeververbinding, Vernieuwen en versterken van de mainport Rotterdam door het ontwikkelen van een efficiënt multimodaal netwerk in samenhang met de andere Nederlandse zeehavens, Het borgen van de waterveiligheid en-kwaliteit, zoetwatervoorziening en ontwikkeling van maatregelenpakket droogte/verzilting, Het aanwijzen van leidingstroken voor (toekomstige) buisleidingen binnen de Rotterdamse haven, deze ruimtereservering is van nationaal belang, Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV).

Daarnaast leiden nationale belangen tot generieke instrumenten, waaronder de toepassing van de "ladder" voor duurzame verstedelijking, welke ook van toepassing is voor bedrijfsterreinen waaronder zeehavens. Relatie met het bestemmingsplan De uitbreiding van de leidingstrook rond de Moezelweg past binnen de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte als onderdeel van "Het aanwijzen van leidingstroken voor (toekomstige) buisleidingen binnen de Rotterdamse haven" en past daarmee binnen het nationaal belang.

2.1.4

Barro De nationale belangen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, die juridische borging vragen, worden geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, ook wel bekend als de 'AMvB Ruimte'). Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. Het Barro treedt gefaseerd in werking.

blad 11 van 164

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg

āľltŕäíļrūlJ-p

Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100

Het Barro zoals dat op dit moment geldt, geeft regels voor bestemmingsplannen, voor zover voor dit bestemmingsplan van belang, voor grote rivieren, rijksvaarwegen, hoofd- en spoorwegen, elektriciteitsvoorzieningen en primaire waterkeringen buiten het kustfundament. Deze regels worden bij de vaststelling van dit bestemmingsplan in acht genomen. Op grond van artikelen 2.4.6 en 2.4.7 van het Barro wordt geregeld dat bestemmingsplannen gelegen in een reserveringsgebied voor toekomstige rivierverruiming geen nieuwe grootschalige of kapitaalintensieve ontwikkelingen mogelijk kunnen maken, voor zover daardoor toekomstige maatregelen ter verruiming van de rivier worden belemmerd (hinderen en/of onmogelijk maken). Relatie met het bestemmingsplan Het Hartelkanaal ten zuiden van het plangebied is in het Barro opgenomen in het kaartbeeld 'Grote rivieren' net als grote delen van het havengebied. Het Hartelkanaal en de oevers daarvan maken geen onderdeel uit van het bestemmingsplan. De uitbreiding van de leidingstrook belemmert het Hartelkanaal niet.

2.1.5

PKB Mainport Het kabinet wil de ruimtelijke voorwaarden scheppen voor een impuls in de economie en de leefomgeving van de Rotterdamse regio. Deze impuls dient om de tweeledige doelstelling te realiseren: versterking van de positie van de mainport Rotterdam en het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving in Rijnmond. In de PKB Mainportontwikkeling Rotterdam stelt het kabinet ter realisering van de dubbele doelstelling een pakket maatregelen voor, gegroepeerd in drie deelprojecten die samen het Project Mainportontwikkeling Rotterdam vormen: »

Bestaand Rotterdams gebied (BRG): een serie projecten om het bestaande havengebied beter te benutten en de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren; « Landaanwinning: uitbreiden van de Rotterdamse haven met een landaanwinning ten behoeve van haven- en industrieterrein van maximaal 1000 hectare netto en maatregelen om schade aan beschermde natuur te compenseren; * 750 hectare natuur- en recreatiegebied: ontwikkeling van nieuwe natuur- en recreatiegebieden op Midden-IJsselmonde en ten noorden van Rotterdam. Voor het plangebied is alleen het deelproject BRG van belang. Hierin wordt o.a. projecten voor intensivering en optimalisering van het ruimtegebruik van de bestaande haven aangegeven, welke totaal 200 ha. opleveren. Relatie met het bestemmingsplan Het bestemmingsplan om de leidingstrook uit te breiden rondom de Moezelweg heeft geen directe relatie met de PKB Mainportontwikkeling Rotterdam. Wel is de uitbreiding van de leidingstrook noodzakelijk om ook in de toekomst alle ondergrondse voorzieningen naar bestaande en nieuwe terreinen te kunnen faciliteren waardoor de haven kan uitbreiden en het ruimtegebruik van de bestaande haven kan worden geoptimaliseerd.

blad 12 van 164

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg

anteagrūup

Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100

2.1.6

Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035 De Structuurvisie Buisleidingen is een visie van het Rijk waarmee het Rijk voor de komende 20 tot 30 jaar ruimte wil reserveren in Nederland voor toekomstige buisleidingen voor gevaarlijke stoffen. Het gaat daarbij om ondergrondse buisleidingen voor het transport van aardgas, olieproducten en chemicaliën, die provinciegrens- en vaak ook landgrensoverschrijdend zijn. In de Structuurvisie wordt een hoofdstructuur van verbindingen aangegeven waarlangs ruimte moet worden vrijgehouden, om ook in de toekomst een ongehinderde doorgang van buisleidingtransport van nationaal belang mogelijk te maken. De Structuurvisie Buisleidingen is het vervolg op het Structuurschema Buisleidingen uit 1985. Het doel van deze Structuurvisie is ook opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Hierin is als nationaal belang (nationaal belang nr. 3) vermeld: ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen. Daarbij is aangegeven dat het beleid voor buisleidingen op land in de Structuurvisie Buisleidingen wordt uitgewerkt. De Structuurvisie Buisleidingen gaat verder in op het beleid zoals dat de afgelopen jaren is ontwikkeld voor buisleidingen voor gevaarlijke stoffen.

Voor deze leidingen, reeds bestaand of nieuw, geldt dat het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) gemeenten verplicht deze leidingen op te nemen in het bestemmingsplan met een belemmeringenstrook van 4 of 5 meter ter weerszijden van de leiding. Verder dient op grond van het Bevb voor alle leidingen rekening te worden gehouden met de risiconormering die voor buisleidingen voor gevaarlijke stoffen geldt. Relatie met het bestemmingsplan De leidingstrook rondom de Moezelweg en de beoogde uitbreiding daarvan zijn niet opgenomen in de Structuurvisie Buisleidingen. Voor het borgen van de leidingstrook en de uitbreiding daarvan worden de regels die gelden voor de bestaande leidingenstrook overgenomen.

2.2

Provinciaal beleid Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Daarnaast zijn in ons Omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie zelf invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen maken onderdeel uit van verschillende uitvoeringsprogramma's en -plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit.

2.2.1

Omgevingsvisie Zuid-Holland (2020) De Omgevingswet treedt in 2021 in werking. De provincie Zuid-Holland kiest ervoor om in aanloop naar de komst van de Omgevingswet twee belangrijke kerninstrumenten van deze wet - de omgevingsvisie en de omgevingsverordening - op basis van huidig recht vast te stellen. Met deze integratie wordt een belangrijke stap gezet in de implementatie van het organiseren van de provinciale rol rond maatschappelijke opgaven in de fysieke leefomgeving. Naast de inhoudelijke beleidsuitwerking zijn in de raadpleegomgeving van de provincie Zuid-Holland ook relaties tussen de beleidskeuzes zichtbaar gemaakt. De ruimtelijke hoofdstructuur maakt met een integraal kaartbeeld inzichtelijk hoe de strategische beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie ruimtelijk samenkomen.

blad 13 van 164

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg

āľltŕäíļrūlJ-p

Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100

In de Omgevingsvisie gelden voor het plangebied onderstaande raakvlakken: *

» *

Algemene aandachtspunten (arbeidsmigranten, recreatievoorzieningen, biodiversiteit, ruimtelijke kwaliteit, binnenstedelijke groen, bodem, warmtenetwerk, mobiliteitsnetwerk, circulair Zuid-Holland. detailhandel, centrumvoorzieningen, etc.); Externe veiligheid; Reductie energieverbruik en CO2 emissie van de industrie.

Relatie met het bestemmingsplan De uitbreiding van de leidingstrook rondom de Moezelweg heeft ten aanzien van de genoemde aspecten uit de provinciale omgevingsvisie de onderstaande effecten. Algemene aandachtspunten Voor de uitbreiding van de leidingstrook en de ondergrondse kabels en leidingen die kunnen worden toegevoegd hebben de algemene aandachtspunten uit de provinciale visie geen betekenis of effecten. Externe veiligheid Hoofddoel is een veiliger Zuid-Holland door de kans dat grote groepen mensen slachtoffer worden van ongevallen met gevaarlijke stoffen te minimaliseren. In Zuid-Holland zijn het transport, de opslag en de verwerking van gevaarlijke stoffen zo op elkaar aangesloten dat de kans op een ramp tot een minimum wordt beperkt. In de buurt van risicovolle activiteiten zijn geen grote groepen mensen meer aanwezig, Transport van gevaarlijke stoffen vindt niet langer plaats door dichtbevolkte binnensteden. Risicovolle bedrijven zijn grotendeels geclusterd in risicoconcentratiegebieden. Het transport van en naar deze gebieden is op een veilige wijze geregeld. Daarnaast is, waar mogelijk, overgegaan op veiligere productieprocessen waarbij minder gebruik wordt gemaakt van gevaarlijke stoffen. De uitbreiding van de leidingstrook past in dit provinciaal beleid.

De leidingstrook ligt niet in dichtbevolkt gebied en juist in de leidingenstrook worden de kabels en leidingen in het havengebied geclusterd aangelegd. Reductie energieverbruik en CO2 emissie van de industrie. De provincie streeft naar een reductie van 7,8 PetaJoule energieverbruik bij de industrie in Zuid-Holland in 2020 en een reductie van de CO2 emissies bij de industrie. Een derde van het totale energieverbruik en 70% van de CO2 emissie in Zuid-Holland komt van de industrie, hier is veel winst te behalen. Door de uitbreiding van de leidingstrook bij de Moezelweg kunnen meer kabels en leidingen worden gerealiseerd in het havengebied. Dit heeft onder meer als effect dat het transport van stoffen en duurzame energie kan worden gefaciliteerd. De ondergrondse infrastructuur kan deze duurzaamheids- en klimaatdoelstelling ondersteunen.

2.2.2

Omgevingsverordenig Zuid-Holland (2020) De Omgevingswet treedt in 2021 in werking. De provincie Zuid-Holland kiest ervoor om in aanloop naar de komst van de Omgevingswet twee belangrijke kerninstrumenten van deze wet - de omgevingsvisie en de omgevingsverordening - op basis van huidig recht vast te stellen. Met deze integratie wordt een belangrijke stap gezet in de implementatie van het organiseren van de provinciale rol rond maatschappelijke opgaven in de fysieke leefomgeving. Uitgangspunt is dat de integratie beleidsneutraal gebeurt, dus zonder een verandering in (rechts-)gevolgen. Separaat wordt een aantal beleidsrijke onderdelen ter besluitvorming voorgelegd, die nadien als wijziging in deze verordening worden geïntegreerd. Deze onderdelen zijn in de verordening gereserveerd. De omgevingsvisie en de omgevingsverordening zijn instrumenten die onderling sterk met elkaar samenhangen. In de systematiek van de Omgevingswet is de inhoud van de

blad 14 van 164

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg

āľltŕäíļrūlJ-p

Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100

omgevingsvisie voor een groot deel leidend voor de inhoud van de omgevingsverordening. Vandaar dat de inhoud van beide kerninstrumenten gelijktijdig is vastgesteld. In de Omgevingsverordening gelden voor het plangebied onderstaande raakvlakken: * Gebieden met waterkwantiteitsnorm en waterschappen; » Ontgrondingen; * Veiligheid; * Windenergie. Relatie met het bestemmingsplan De uitbreiding van de leidingstrook rondom de Moezelweg heeft ten aanzien van de genoemde aspecten uit de provinciale omgevingsverordening de onderstaande effecten. Water Het bestemmingsplan voor de uitbreiding van de leidingstrook zal worden voorgelegd aan het Waterschap. Gelet op de ondergrondse aanleg van kabels en leidingen zal de impact op de waterhuishouding beperkt zijn. In het vooroverleg zal verdere afstemming plaatsvinden. Ontgrondingen Er is geen sprake van een project dat in strijd is met de Ontgrondingenwet. In de provinciale omgevingsverordening is in artikel 3.36 opgenomen dat: "Het verbod van artikel 3, eerste lid, van de Ontgrondingenwet geldt niet voor de volgende categorieën van ontgrondingen die worden verricht voor: a.

het aanbrengen, vervangen, wijzigen, onderhouden of opruimen van buizen, palen of kabels met toebehoren;" De uitbreiding van de leidingstrook met buizen en kabels is mogelijk. Veiligheid

De provi nciale omgevi ngsverordening legt de vei ligheidszoneri ng oevers Ni euwe Waterweg en Nieuwe Maas en beschermingszones van regionale waterkeringen vast. Beide zones raken het plangebied van het bestemmingsplan niet. Windenergie De provincie biedt ruimtelijk mogelijkheden voor windenergie. Windenergie is naast overige vormen van duurzame energie noodzakelijk voor het bereiken van de provinciale doelstelling: in 2020 minimaal 9% van de energieconsumptie in Zuid-Holland duurzaam opwekken. Vanuit het Convenant Realisatie Windenergie Rotterdamse Haven (2009) is het haven- en industriegebied van Rotterdam aangewezen als mogelijke locatie voor windenergie. Gelet op de huidige leidingenstrook langs de Moezelweg en de gewenste uitbreiding van de leidingstrook is het plaatsen van windturbines geen onderdeel van voorliggend bestemmingsplan.

2.3

Gemeentelijk beleid

2.3.1

Havenvisie 2030 In de Havenvisie is uiteengezet welke scenario's voor de wereldwijde economische ontwikkelingen zich in de komende decennia kunnen voltrekken en hoe elk van deze scenario's doorwerkt in de omvang en aard van de goederenoverslag in de Rotterdamse haven. De vier onderscheiden scenario's, opgesteld door het CPB en de Europese Commissie, zijn kort samengevat als volgt te typeren: «

blad 15 van 164

Low Growth (LG): een lage economische groei en een lage olieprijs; fossiele brandstoffen blijven dominant en het milieubeleid is gematigd. De overslag neemt toe Ruimte - Antea Nederland B.V.

O

ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100

ŞñtĒa’QrOU-p

va n 430 mln ton in 2010 tot circa 475 mln ton in 2030. European Trend (ET): voortzetting van het bestaande en voor de toekomst bekende overheidsbeleid en een gematigde groei van de economie. De overslag neemt toe tot circa 650 mln ton in 2030. m Global Economy (GE): een verdere globalisering gecombineerd met een lage olieprijs leidend tot hoge economische groei en een gematigd milieubeleid. De overslag neemt toe tot circa 750 mln ton in 2030. » High Oil Price (HOP): een in zeer korte tijd tot stand komende hoge olieprijs, een strikt milieubeleid, een gematigde economische groei en een relatief snelle verduurzaming van industrie en logistiek. De overslag neemt toe tot circa 575 mln ton in 2030. De Havenvisie zet in op een complete haven met een sterke logistieke én industriële functie, waardoor het fundament van het Rotterdamse haven- en industriecomplex verstevigt en de haven in staat blijft flexibel in te spelen op veranderende omstandigheden. De visie bestaat daarom uit twee concepten: Global Hub (logistiek) en Europe's Industrial Cluster (industrie). »

Het concept Global Hub houdt in dat de haven op logistiek gebied in 2030 een toonaangevend Europees knooppunt is voor opslag en distributie van mondiale en intra-Europese goederenstromen. Daartoe vormt Rotterdam met het achterland een geïntegreerd netwerk. Rotterdam is daarbij koploper op het gebied van efficiënte en duurzame logistieke ketens: goederen kunnen snel en tegen lage kosten worden doorgevoerd, en met name het transport zal minder CO2 en fijn stof produceren. Met Europe's Industrial Cluster wordt beoogd dat het Rotterdamse industriële en energiecomplex in 2030 functioneert als een geïntegreerd cluster met Antwerpen en daarmee het grootste, meest moderne en duurzame petrochemie- en energiecomplex van Europa is. Dit complex concurreert op wereldschaal door de grote clustervoordelen en energie-efficiency. De transitie naar duurzame energieopwekking, productie van schone brandstoffen en gebruik van biobased chemicals is in volle gang.

c

200

2010

Figuur 2.1

2020

2030

Ramingen overslag Rotterdamse Haven tot 2030 (bron: Havenvisie 2030)

Figuur 2.1 laat zien dat er bij de totale hoeveelheid goederen die in de komende jaren in Rotterdam wordt overgeslagen, sprake is van een bandbreedte. In alle scenario's groeit de overslag tot aan 2020. In het GE-scenario blijft de overslag tot 2030 in hetzelfde tempo sterk blad 16 van 164

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg

anteagrūup

Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100

doorgroeien. In het ET- en HOP-scenario is eveneens sprake van groei, maar vanaf 2020 in een lager tempo. Alleen in het LG-scenario treedt na 2020 krimp op. Behalve prognoses voor de totale goederenstroom, geeft de Havenvisie ook een indicatie van de ontwikkelingen per hoofdsegment (zie ook figuur 2.2): » *

*

Het hoofdsegment containers en overig stukgoed (non-bulk) groeit hard. Dit is in 2030 in alle scenario's het grootste hoofdsegment. De positionering van Rotterdam in het nat massagoed blijft ongewijzigd sterk. Chemische producten, plantaardige oliën en vooral minerale olieproducten zijn groeimarkten. Voor ruwe olie is dit veel minder het geval. De groei van de overslag van droog massagoed is tot 2030 beperkt. In het LG-scenario is de hoeveelheid overgeslagen droog massagoed in 2030 zelfs kleiner dan in 2010. De belangrijkste daler is de overslag van ijzererts, de overslag van droge biomassa is een groei markt.

dŬO

Figuur 2.2

Totale overslag per scenario, per hoofdsegment in 2030 (bron: Havenvisie 2030)

In hoeverre de Rotterdamse haven zich in 2030 inderdaad ontwikkeld heeft tot de Global Hub en het Industrial Cluster waarop de Havenvisie inzet, hangt voor een deel af van de mondiale economische ontwikkelingen. Daarop kan de haven zelf geen invloed uitoefenen: uit de vier economische scenario's valt niet te kiezen. Wat wél kan - en dat is de invalshoek van de Havenvisie - is alles op alles zetten om de juiste voorwaarden te creëren, zodat er optimaal ingespeeld kan worden op de mondiale economische ontwikkeling zoals die zich in de praktijk zal gaan voltrekken. Om op elke mogelijke ontwikkeling voorbereid te zijn, is het verstandig uit te gaan van de situatie die de grootste inspanning vraagt. Bij het uitwerken van de koers naar Global Hub en Europe's Industrial Cluster zijn daarom het ET­ en GE-scenario als uitgangspunt genomen. Een succesvolle haven kan niet zonder een succesvolle regio waar mensen graag wonen en recreëren, en vice versa. Dit alles gaat echter niet vanzelf. Er is met behulp van diverse klanten, overheden, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties een ambitieuze uitvoeringsagenda opgesteld om de havenvisie te realiseren. Deze agenda geeft een overzicht van belangrijke succesfactoren, de daarbij bijbehorende ambities en een groot aantal acties voor de verschillende betrokken partijen.

Deze acties variëren van het minimaliseren van de ecologische footprint van logistieke ketens als onderdeel van de blad 17 van 164

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg

āľltŕäíļrūlJ-p

Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100

ambitie 'Global hub' en het verder clusteren van de industrie in Rotterdam en opwekken van energie met een hoger aandeel hernieuwbare grondstoffen als onderdeel van de ambitie 'Europe's industrial cluster' tot het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving en beperken van milieu-emissies binnen de succesfactor 'Milieu, Veiligheid en Leefomgeving'. Er vindt jaarlijkse monitoring plaats van de voortgang van de diverse acties. Relatie met het bestemmingsplan De leidingstrook rondom de Moezelweg en de beoogde uitbreiding daarvan zijn onderdeel van het transportsysteem binnen de haven van Rotterdam. Vanuit de gewenste logistieke groei en faciliteiten voor bestaande en nieuwe bedrijven betekent het uitbreiden van het ondergronds netwerk aan kabels en leidingen dat de beoogde groei van de haven kan plaatsvinden. Het bestemmingsplan past daarmee in het beleidskader voor de haven van Rotterdam.

2.3.2

Herijking Havenvisie 2030 (2019) De Havenvisie beschrijft de ambitie en het toekomstperspectief voor het Rotterdamse haven­ en industriecomplex, inclusief de zeehavens van Dordrecht en Moerdijk. De centrale doelstelling is het in stand houden en vergroten van de maatschappelijke en economische waarde van dit complex en het reduceren van ongewenste externe effecten zoals de CO2-uitstoot. Onderstaande kernpunten zijn erop gericht de concurrentiepositie van de Rotterdamse haven te versterken en duurzame groei in een haven van wereldklasse te realiseren: 1.

De factor Rotterdam, van Europees belang:

Het Rotterdamse haven- en industriecomplex is strategisch en economisch van belang voor de regionale, nationale en Noordwest-Europese economie. Het complex is als Global Hub en Europa's Industrial Cluster bepalend voor de welvaart in Nederland, nu en in de toekomst. 2.

Global Hub, digitaal en efficiënt:

De Global Hub als toonaangevende logistieke draaischrijf dat snelle, goedkope, veilige en betrouwbare verbindingen naar het achterland en naar overzeese markten biedt, transformeert funda menteel. 3.

Europe's Industrial Cluster, concurrerend en in transitie:

Het in Europa vooraanstaand Industrial Cluster met een hoog activiteitenniveau verandert ingrijpend. Centraal staat de inrichting van een efficiënt energie- en grondstoffensysteem, zodat bestaande activiteiten toekomst hebben en tegelijkertijd nieuwe bedrijvigheid zich vestigt. 4.

Verbinding haven, stad en regio:

De transities leiden tot sterkere verwevenheid van de haven- en de stedelijke economie. Een intensieve verbinding versterkt de vitaliteit van zowel haven als regio. 5.

Ruimte voor Ontwikkeling:

Ruimte voor ontwikkeling is een kritische, maar tegelijkertijd schaarse succesfactor. Zeker stellen van voldoende ruimte voor de transitie van het haven- en industriecomplex vormt de komende jaren een grote uitdaging. Tijdens de transitie is er parallel ruimte nodig voor zowel de verdere groei en vernieuwing van bestaande activiteiten als de ontwikkeling van nieuwe activiteiten. 6.

Human Capital:

Human Capital is een cruciale voorwaarde voor succes. De bovengenoemde uitdagingenvragen om een onderwijs- en arbeidsmarkt gekenmerkt door duurzame en fl exi bel e i nzetba arheid, nieuwe va a rdigheden, i ntersectora l e samenwerki ng, talentontwikkeling en instroom van (inter)nationaal talent. blad 18 van 164

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg

āľltŕäíļrūlJ-p

Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100

7.

Innovatie-Ecosysteem:

Voor digitalisering, de energietransitie en de inzet op verbreding van het portfolio geldt dat de kwaliteit van het innovatie-ecosysteem doorslaggevend is. De ambitie van internationaal leiderschap vraagt om een innovatie-ecosysteem waarin alle componenten van wereldklasse zijn. 3 urgente opgaven De haven en de regio hebben de komende jaren 3 urgente opgaven: de economische transitie, de sociale transitie en het vergroten van de attractiviteit van de regio. Deze opgaven beïnvloeden het realiseren van de ambitie en doelen sterk. Om die reden zijn per opgave prioriteiten benoemd waar de komende jaren de focus op ligt om nu en inde toekomst als haven economische en maatschappelijke waarde te blijven creëren. De uitdagingen voor Rotterdam zijn samen te vatten onder de volgende drie hoofdopgaven, met de prioriteiten aan deze kernpunten van de Havenvisie gekoppeld: 1. Economische transitie - digitalisering, energie en grondstoffentransitie en veranderende handelsstromen: * » * * » »

Inzetten op digitale haven en keten. Versterken van hoogwaardig netwerk en bereikbaarheid. Verduurzamen logistieke ketens. Investeren in infrastructuur en inzetten op nieuw energiesysteem. Vernieuwen grond- en brandstoffensysteem. Stabiel investeringsklimaat.

2.

Sociale transitie - verandering van beroepen en vaardigheden:

» Versterken hoogwaardige opleidingen. * Verbinden arbeidsmarkt en onderwijs. « Arbeidsmobiliteit bevorderen. * Inclusieve arbeidsmarkt. 3. Attractieve regio - compact, concurrerend, gezond en groen: * Balans verstedelijking en behoud vitaal complex. » Veiligheid en gezondheid leefomgeving vergroten. Relatie met het bestemmingsplan De leidingstrook rondom de Moezelweg en de beoogde uitbreiding daarvan zijn onderdeel van het transportsysteem binnen de haven van Rotterdam. Vanuit de gewenste logistieke groei en faciliteiten voor bestaande en nieuwe bedrijven betekent het uitbreiden van het ondergronds netwerk aan kabels en leidingen dat de beoogde groei van de haven kan plaatsvinden. Het bestemmingsplan past daarmee in het beleidskader voor de haven van Rotterdam.

blad 19 van 164

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100

blad 20 van 164

Ruimte - Antea Nederland B.V.

anteagrūup

ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg

anteagrūup

Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100

Hoofdstuk 3

3.1

Beschrijving van het plangebied

Ontstaansgeschiedenis De plannen voor Europoort vormden het antwoord op de snelle uitgifte van de terreinen in het Botlekgebied en op de schaalvergroting in de scheepvaart (mede veroorzaakt door de Suez-crisis in 1956) en in bedrijven. Door deze schaalvergroting ontstond er behoefte aan een nieuw type havengebied, met grote bedrijventerreinen aan havens die toegankelijk zijn voor grote en diepstekende schepen. De gemeenteraad van Rotterdam keurde het plan Europoort in 1957 goed. Het plan voorzag onder meer in de aanleg van terreinen voor een hoogoven- en staalbedrijf, en voor de op- en overslag van kolen, ertsen en aardolie. Het plan Europoort was ingrijpend. Niet alleen vanwege de omvang (lengte 15 km), maar ook omdat dit nieuwe havengebied gesitueerd werd op het grondgebied van de gemeente Rozenburg en er twee dorpen (Nieuwesluis en Blankenburg) en het natuurgebied De Beer voor moesten wijken. De uitvoering startte in 1958. Het plan werd in drie fasen uitgevoerd. Eerst werd op het dichtst bij de zee gelegen deel de 4e Petroleumhaven aangelegd, waarna zich in 1959 hier een grote olieraffinaderij en tankopslag vestigden. Vervolgens kwam het oostelijk deel met een verbinding naar zee (Calandkanaal) aan de beurt. Mede hierdoor is de Landtong ontstaan, als scheiding tussen het doorgaande en bestemmingsscheepvaartverkeer. Ten slotte werd het middendeel gebouwd.

Hier vestigden zich grote olieverwerkende en -opslagbedrijven rond 5e Petroleumhaven in 1962 en rond de 6e en de 7e Petroleumhaven in 1965. De stapsgewijze ontwikkeling van Europoort ging vergezeld met het aanleggen van nieuwe infrastructuur: *

*

»

*

blad 21 van 164

In 1960 is de eerste pijpleiding naar het achterland in gebruik genomen: de Rotterdam-Rijn Pijpleiding met een capaciteit van 20 miljoen ton per jaar. In 1968 is daar een tweede leiding richting Duitsland aan toegevoegd met een capaciteit van 36 miljoen ton per jaar. Om de zeevaart goed af te kunnen wikkelen is niet alleen het Calandkanaal aangelegd, maar is ook het Hartelkanaal aangelegd en in 1996 in gebruik genomen om de binnenvaart apart van de zeevaart te kunnen afwikkelen. Tussen deze twee kanalen is de Rozenburgsesluis al eerder aangelegd (1971) om als verbinding met zoet-zoutwaterscheiding te fungeren. Door de komst van een kolenoverslagbedrijf en sinds het doorsteken van de Beerdam op de Maasvlakte (1997) wordt het Hartelkanaal veel gebruikt door duwbak- en containerbinnenvaart. De havenspoorlijn is in 1964 vanuit de Botlek doorgetrokken naar Europoort-west, in eerste instantie om de olie-industrieën te bedienen en later (1977) om doorgetrokken te worden naar de Maasvlakte. De Dintelhavenspoorbrug is in 1995 vervangen door een nieuwe spoorbrug en tegelijk is een stuk spoorverdubbeling uitgevoerd. In 2010 is de havenspoorlijn geëlektrificeerd. De wegverbinding tussen Europoort en de Botlek is in 1969 tot stand gekomen via de Calandbrug. Om het groeiende autoverkeer op te vangen is later daarnaast de Thomassentunnel aangelegd (2004).

Gelijktijdig met de vervanging van de Dintelhavenspoorbrug is ernaast een nieuwe wegverkeersbrug aangelegd (1995). De verbinding met de Maasvlakte vindt plaats via de Suurhoffbrug.

Ruimte - Antea Nederland B.V.

anteagrūup

ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100

MAYţN ONTWIKKELING

MU-TIIO «ju f’ŕnT-'re

W COľlflIUMU MA'Jbri van 14» rot Höū

116Ũ 13 7 Cl

íň 7*

if-jriiļāŕľ*ļ

1ĴÏQ ISM Vtfddtauvvr

\

'll.

ims - Uií

ZU« -n is

11İ& - 196D

15TC - roes Uuŭit4*kn

ftjd* Jrt-idLl*1prnfnu'T

9olleV, FtmTiw*

H:jľi-īvlii kĩE? ī

is&n H?ū ísïl Hjs

Figuur 3.1:

Ontwikkeling van de Rotterdamse haven in de tijd

3.2

Archeologie en cultuurhistorie

3.2.1

Beleidskader Rotterdam draagt sinds 1960 zorg voor het eigen archeologisch erfgoed en is in het bezit van een door het rijk verleende opgravingsbevoegdheid. Het doel van de Rotterdamse archeologie is: (1) te zorgen voor het behoud van archeologische waarden ter plaatse in de bodem; (2) te zorgen voor de documentatie van archeologische waarden indien behoud ter plaatse niet mogelijk is; (3) te zorgen dat de resultaten van het archeologisch onderzoek bereikbaar en kenbaar zijn voor derden. De gemeente Rotterdam bezit een Archeologische Waardenkaart (AWK) en een vastgestelde lijst met Archeologisch Belangrijke Plaatsen (ABP's), die opgenomen zijn in de gemeentelijke archeologieverordening. Genoemde beleidsinstrumenten moeten een tijdige en volwaardige inbreng van archeologische belangen bij ruimtelijke ontwikkelingen waarborgen. Dit instrumentarium sluit aan op en komt mede voort uit het rijksbeleid en het provinciale beleid dat naar aanleiding van het Europese 'Verdrag van Malta' is ontwikkeld.

3.2.2

Bewoningsgeschiedenis Het oude landschap van vóór circa 1960 lag grofweg tussen 0 en 1,50 m + NAP. Het is nu volledig afgedekt door dikke ophogingspakketten, waardoor het maaiveld nu tussen 4 en 6 m + NAP of nog wel hoger ligt. Delen zijn vergraven voor de aanleg van nieuwe havens. In de bewoningsgeschiedenis van het plangebied Europoort zijn vier aspecten te onderscheiden die voor de archeologie van belang zijn. 1.

blad 22 van 164

De oudste sporen van menselijke bewoning in het plangebied worden gevormd door enkele honderden benen spitsen met weerhaken en enkele benen harpoenpunten. Het waren onderdelen van jacht en visgerei. Ze dateren vooral uit het Laat Paleolithicum en het Vroeg- Mesoliticum (circa 12.000-7000 voor Christus). De vondsten zijn vooral gedaan in het opgespoten zand van Maasvlakte-1, tussen de 8e Petroleumhaven en de Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg

āľltŕäíļrūlJ-p

Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100

2.

3.

4.

blad 23 van 164

Mississippihaven, maar ook ten westen daarvan uit het opgespoten zand aan het strand en uit het Europoort gebied. De werktuigen moeten afkomstig zijn uit kampplaatsen op de Laatpleistocene en Vroegholocene rivier- en windafzettingen, op een diepte van circa 18-24 beneden NAP. Onderzoek naar de herkomst van het zand heeft uitgewezen dat het materiaal voornamelijk afkomstig moet zijn uit een gebied van circa 2 x 2 km ruwweg op de kruising van het Beerkanaal en het Calandkanaal. De vondsten dateren uit een tijd dat de zeespiegel veel lager stond dan nu het geval is. De riviervlakte met rivierduinen, vlechtende en wat later in de tijd meanderende rivieren met komgebieden, en veenmoerassen, moet aan de rondtrekkende jagers en verzamelaars een goede bestaansmogelijkheid hebben geboden. Het wetenschappelijke belang van deze voor Nederland uiterst zeldzame vondsten kan niet genoeg benadrukt worden. Het bijzondere is bovendien nog dat in het plangebied de genoemde afzettingen deels nog aanwezig kunnen zijn, afgedekt door latere afzettingen, terwijl elders langs de kust door de vorming van geulen later veel meer erosie heeft plaats gevonden. Rond 7000 voor Christus kreeg de Noordzee ten gevolge van de stijging van de zeespiegel greep op het gebied. De verdrinkende riviervlakte veranderde in een estuarien gebied met mariene sedimentatie.

Wat later ontstonden, in een zoetwater getijdengebied achter strandwallen, moerassen waarin veenvorming plaats vond. Pas vanaf circa 2000 voor Christus, toen de strandwal ongeveer ter plaatse van de huidige kust moet hebben gelegen, zijn er weer aanwijzingen voor bewoning van het gebied. De monding van het Maasestuarium bevindt zich in die tijd ten noorden van het plangebied, ongeveer tussen Hoek van Holland en Monster. Bij het opspuiten van de Maasvlakte en het baggerwerk in de havens van het eveneens sterk opgehoogde Europoortgebied, zijn diverse vondsten gedaan die dateren uit het Neoliticum, de vroege Bronstijd, de Ijzertijd , de Romeinse Tijd en de Middeleeuwen tot circa de 12e -13e eeuw. Het lijkt te gaan om verspoeld materiaal uit geulafzettingen van Duinkerke III ouderdom. Men gaat er namelijk van uit dat het estuarium zich vanaf de 12e-13e eeuw zuidwaarts heeft verplaatst en dat zo de oudere sedimenten met daarin de bewoningsresten uit de periode circa 200 voor Christus-1200 na Christus tot op grote diepte zijn verspoeld. Het is echter de vraag of die veronderstelling voor het hele plangebied Europoort juist is; misschien zijn er plaatselijk toch delen van "het oude landschap" met bewoningssporen bewaard gebleven. In het gebied van de Maasmonding kan sprake zijn van een aparte categorie archeologische vondsten, namelijk scheepsresten en -wrakken.

Scheepswrakken worden vooral verwacht in de aanvaargeulen van de Maasmond, op dieptes tussen de 3 en circa 12 m - NAP; in het geval van het plangebied Europoort in de delen van het gedempte Scheur aan de westkant en de Nieuwe Maas aan de zuidkant. De oudste schepen (eventueel uit de Romeinse tijd of nog ouder), zouden ten noorden van de Nieuwe Waterweg, buiten het plangebied, verwacht kunnen worden. De monding van de Maas lag toen immers veel noordelijker. Uit het plangebied is een locatie bekend met scheepsresten. De vindplaats (met BOORcode 02-04) ligt onder het Hartelkanaal ter plaatse van het Volgerland. Het wrak werd ontdekt in een leidingenboring onder het Hartelkanaal. Het zou gaan om een 18de719de-eeuws schip, op een diepte van 12-13 meter beneden NAP. Het nu verdwenen agrarische landschap met bedijkingen van Rozenburg van voor circa 1960 was betrekkelijk jong. Het eiland Rozenburg werd voor het eerst genoemd in 1585. In dat jaar kregen vader en zoon Bisdommer uit Vlaardingen toestemming om een drooggevallen plaat te bedijken en daar een vogelkooi en woning te maken. Kort daarna werden ook de polders Blankenburg, Ruigeplaat en Langeplaat bedijkt. De schaarse bewoning concentreerde zich in eerste instantie aan de zuidzijde, bij het haventje van Blankenburg; daar verrees in 1659 ook de eerste kerk van het eiland.

Het westelijk gedeelte van de polder Oud Rozenburg valt nog juist binnen het plangebied. De bedijkingen op Rozenburg, vooral in westelijke richting vonden tot in de 19e eeuw plaats (o.a. Polder Nieuw Rozenburg, de Graspolder en de Krabbepolder). Verspreid Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg

anteagrūup

Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100

binnen het plangebied lagen onder meer verschillende boerderijen

3.2.3

Archeologische verwachting De vier aspecten van de bewoningsgeschiedenis leiden tot de volgende archeologische verwachtingen, waarbij nog opgemerkt wordt dat het hele plangebied na circa 1960 sterk is opgehoogd, met ten minste 5 meter zand en bagger: *

*

*

»

3.2.4

Van belang in het plangebied is de mogelijke aanwezigheid in de diepe ondergrond van intacte vindplaatsen uit de steentijd, met onder meer jacht- en visgerei. Ook onder de bodem van niet heel diepe delen van sommige havens kunnen deze vindplaatsen aanwezig zijn. Men gaat er veelal van uit dat alle vondsten uit latere periodes (vanaf circa 2000 voor Christus tot aan de bedijkingen van het gebied in de Nieuwe tijd) verspoeld zijn, maar helemaal zeker is dat niet. Ook onder de bodem van niet heel diepe delen van sommige havens zouden deze vindplaatsen aanwezig kunnen zijn. Scheepswrakken vanaf circa de 12e eeuw kunnen in het gehele plangebied tussen circa 3 en 12m -NAP worden verwacht. Ook onder de bodem van niet heel diepe delen van sommige havens kunnen nog scheepswrakken aanwezig zijn. In principe kunnen in het plangebied bewoningssporen uit de Nieuwe tijd aanwezig zijn. Gedacht moet bijvoorbeeld gedacht worden aan funderingen van boerderijen en dijkrestanten met sluizen e.d.

Aanbevelingen Voor het gehele landgedeelte van het plangebied (Waarde - Archeologie - 1) geldt een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerk zijnde, voor bouw­ en graafwerkzaamheden met een oppervlakte van meer dan 200 m2 en die tevens dieper reiken dan NAP. Voor het watergedeelte van het plangebied (Waarde - Archeologie - 2) geldt dat bij zandwinnings-of baggerwerkzaamheden anders dan het op normale diepte houden van de vaarwegen, een archeologisch vooronderzoek dient te worden uitgevoerd. Voor het gehele watergedeelte van het plangebied geldt daarom een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerk zijnde, voor bouw- en graafwerkzaamheden met een oppervlakte van meer dan 200 m2 en die tevens dieper reiken dan de huidige onderwaterbodem. Waarde - Archeologie -1 De bestemming 'Waarde - Archeologie 1' ziet op de (land)bodems. Het plangebied van voorliggend bestemmingsplan heeft deze bestemming. Het doel van deze dubbelbestemming is de archeologische waarden in de betrokken bodems te beschermen. Er is een vergunningplicht voor verstoringen van ongeroerde bodem met een oppervlak groter dan 200 m2, gemeten in verticale projectie (vergelijkbaar met de meetmethode van artikel 2) beneden NAP (in landbodems).

Er wordt alleen een vergunning verleend indien een rapport van een archeologisch deskundige voorhanden is waarin de archeologische waarde van de bodem voldoende is vastgesteld. Op basis van het rapport kunnen aan de vergunning maatregelen worden verbonden in het belang van de archeologische monumentenzorg. Om zowel de onderzoekskosten te beheersen als tot een goede afweging van de (noodzaak van) te treffen maatregelen te komen, wordt het archeologisch onderzoek gefaseerd in een bureauonderzoek, dat afhankelijk van de bevindingen kan worden gevolgd door inventariserend veldonderzoek. Het inventariserend veldonderzoek kan bestaan uit een verkennende, karterende en waarderende fase. Voor de verkennende en karterende fasen kan bodemonderzoek (grondboringen) nodig zijn, voor de karterende en waarderende fase kunnen ook ontgravingen (proefsleuven) nodig zijn. Na iedere onderzoekstap wordt door het bevoegd gezag bepaald of het noodzakelijk of zinvol is om de archeologische waarden nader

blad 24 van 164

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg

āľltŕäíļrūlJ-p

Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100

te onderzoeken en de volgende stap te nemen. In veel gevallen volstaat het bureauonderzoek. Op basis van het archeologisch rapport wordt in de vergunning bepaald of en welke maatregelen noodzakelijk zijn. De meest vergaande maatregel is het opgraven van archeologische waarden, om ze elders te behouden. Opgraven vindt met name op grotere diepten alleen in uitzonderingsgevallen plaats, op grond van zwaarwegend archeologisch belang. Daarbij wordt ook een afweging gemaakt tegen de uitvoerbaarheid en de gevolgen voor het project. In de meeste gevallen zijn op grond van het onderzoek geen specifieke maatregelen nodig of kan worden gekozen voor archeologische begeleiding van het werk of het behoud van de archeologische waarden in situ, waar nodig door het treffen van technische maatregelen. Relatie met het bestemmingsplan De leidingstrook rondom de Moezelweg en de beoogde uitbreiding daarvan liggen ten opzichte van het NAP op minimaal + 5,50 meter. Het talud van de spoorlijn (ca. + 10,00 meter) en A15 (ca. + 11,00 meter) liggen nog hoger ten opzichte van het NAP. Indien de nieuwe kabels en leidingen vanaf het huidig maaiveld niet dieper dan 5,00 meter worden aangelegd worden de archeologische lagen niet geraakt.

Figuur 3.2:

3.3

Uitsnede Actuele Hoogtekaart Nederland (AHN)

Stadsgezicht en monumenten Binnen het plangebied is geen beschermd stadsgezicht gelegen. Tevens zijn er geen monumenten en/of beeldbepalende objecten aanwezig.

3.4

Huidige gebruik Het plangebied voor de uitbreiding van de leidingstrook bestaat op dit moment uit percelen grond in eigendom van het Havenbedrijf Rotterdam. De Moezelweg biedt ruimte om onder deze weg kabels en leidingen toe te voegen. Hier ligt tracé A. Het talud van de spoorlijn (tracé B) en de ruimte tussen spoorlijn en A15 (tracé C) zijn ook kadastraal eigendom van het Havenbedrijf. De begrenzing van de toe te voegen dubbelbestemming voor uitbreiding van de leidingenstrook vindt plaats op grond van het Havenbedrijf.

blad 25 van 164

Ruimte - Antea Nederland B.V.

anteagrūup

ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100

ProRail stelt voorwaarden aan ligging van kabels en leidingen langs de spoorlijn. Deze voorwaarden worden meegenomen bij de daadwerkelijke aanleg van kabels en leidingen in de uitbreiding van de leidingenstrook.

Figuur 3.3:

Uitsnede luchtfoto (bron: geocontent.rvo.nl)

Het plangebied bestaat naast de verharding van de Moezelweg, spoorlijn en A15 uit grasbermen en grondtaluds.

ì í 11 '.V

Figuur 3.4:

,

-

]

S

Zicht op de Moezelweg richting het westen (bron: Google Maps)

Nabij de bruggen van de spoorlijn en de A15 over het Hartelkanaal zijn lijnvormige bomenrijen geplant tussen het spoor en de rijksweg. Deze bomenrij is ook goed zichtbaar op de l uchtfoto (figuur 3.3.).

blad 26 van 164

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg

anteagrūup

Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100

Figuur 3.5:

blad 27 van 164

Zicht op de Moezelweg richting het westen (bron: Google Maps)

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100

blad 28 van 164

Ruimte - Antea Nederland B.V.

anteagrūup

ontwerp bestemmingsplan Uitbreiding Leidingstrook Moezelweg

anteagrūup

Gemeente Rotterdam Projectnummer 0467979.100

Hoofdstuk 4 4.1

Planbeschrijving Inleiding Het bestemmingsplan moet de ruimtelijke voorwaarden scheppen om de huidige ondergrondse leidingenstrook te kunnen uitbreiden. Dit vereist een bestemmingsplan dat realistisch en flexibel moet zijn. De ruimteresevering voor de kabels en leidingen moet een brede toepassing kunnen hebben voor diverse soorten leidingen. Waar nodig worden ook bepaalde stoffen uitgesloten vanuit de externe veiligheid of mogelijke onderlinge beinvloedingseffecten die de veiligheid van de gehele leidingenstrook in gevaar kunnen brengen. De trefwoorden 'realistisch', 'flexibel' en 'duurzaam ruimtegebruik' duiden aan vanuit welk perspectief het maken van het bestemmingsplan ter hand is genomen.

4.2

Juridische planbeschrijving

4.2.1

Begripsbepalingen en wijze van meten In het bestemmingsplan zijn de begrippen die relevant zijn voor de uitbreiding van de leidingenstrook opgenomen. Voor de overige begrippen en bestemmingen wordt verwezen naar het vigerende bestemmingsplan Europoort en Landtong.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=5e52c8da-5dc0-4c66-a29d-0fb958e29009